CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

HUA Jaarstukken 2021.pdf

Gemeenteraad 9 juni 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Zienswijze Ontwerpbegroting 2023-2026 Het Utrechts Archief18.413 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Communicatie Direct na de constatering van het incident heeft HUA een pagina op de homesite van de website geopend om het publiek te informeren over de gevolgen voor de dienstverlening. Het team dienstverlening heeft met extra inspanningen via telefoon, mail en chat zoveel mogelijk informatievragen beantwoord en daar waar mogelijk scans gemaakt voor bezoekers. Er is een spoedprocedure op de website gecommuniceerd voor onderzoekers en andere klanten die met spoed delen uit onze collectie nodig hebben. De website werd steeds geactualiseerd. HUA heeft alle partners per brief op de hoogte gebracht over het incident. Daarnaast is er contact geweest met de partners van de gemeenschappelijke regeling en de gemeente Nieuwegein.

Uittreding Rijk Op 15 april is er door de gezamenlijke besturen en directeuren van de RHC’s een algemene brief met reactie gestuurd als antwoord op de concept notitie van 18 maart 2021 van dhr. Breevaart van OCW. Ook is er door

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

22

bestuur en directie van HUA op 15 april een brief met de specifieke aandachtspunten m.b.t. HUA aan OCW gestuurd. In beide brieven wordt er aangedrongen op verdere analyse van de bestuurlijke, juridische en financiële consequenties. Ook is er behoefte aan een verder uitgewerkt plan met een heldere en realistische fasering. Op 20 mei heeft een delegatie van de bestuurders en directeuren van de RHC’s de brieven toegelicht in een overleg met OCW. Mw. Linda Voortman maakt deel uit van het delegatie-overleg. Ten aanzien van de specifiek Utrechtse situatie hebben de bestuurders van de gemeente en de provincie van HUA aangegeven een verkenning te willen opstarten voor HUA. Deze verkenning is in samenwerking tussen gemeente, provincie en HUA uitgewerkt in de zomermaanden en besproken in de bestuursvergadering van september. In de periode medio september – medio november zijn de acties, aandachtspunten en risico’s uit de verkenning ingebracht in het directeurenoverleg en via een betrokken jurist bij OCW. Dit heeft geleid tot een eerste schriftelijke beantwoording van een deel van de vragen door OCW. Deze documenten zijn geagendeerd voor en besproken in het delegatieoverleg van 3 november 2021. Het concept-verslag van dit overleg is op 17 november 2021 door OCW verstuurd naar de RHC’s en verwerkt in de statusupdate voor de bestuursvergadering van 6 december 2021.

Vanuit het directeurenoverleg zijn er nog aanvullingen op het concept-verslag worden verzonden naar OCW. De RHC’s hebben in het delegatieoverleg aangegeven te hechten aan een bestuursovereenkomst om alle afspraken vast te leggen. Zoals de mogelijke risico’s rond de aard en omvang van de toekomstige rijksbijdrage in de vorm van een specifieke uitkering en gerelateerde zaken rond de reserves en de weerstandscapaciteit. Op 15 december heeft de toenmalig minister OCW, dhr. Slob, een brief gestuurd naar de besturen van de RHC’s over de transitie en de bevestiging van bestuurlijke afspraken. In deze brief herhaalt de minister het voornemen om per 1 januari 2024 om als Rijk uit te treden uit de gemeenschappelijke regelingen RHC’s. Ook herhaalt de minister het belang van het beheer van de papieren rijkscollectie op locatie. In de brief wordt ook de aandacht gevestigd op de voorbereide archiefwet 2021 waarin een delegatiebepaling is opgenomen om de continuïteit, ook in financiële zin, te waarborgen. De bedoeling is om dit via een specifieke uitkering te gaan regelen. De rijksmiddelen die nu jaarlijks door het Rijk aan de gemeenschappelijke regelingen worden toegekend zouden via deze uitkering voor dit beheer beschikbaar blijven. Voor de ontwikkeling van een eigen e-depot bij de RHC’s worden de afspraken in de brief als volgt samenvat: 1.

RHC’s ontvangen eenmalig in totaal een bedrag van € 100.000 voor een gezamenlijke ontwikkeling van

(e-)producten en (e-)diensten. 2.

RHC’s ontvangen eenmalig en individueel een bedrag van € 100.000 (in totaal 11 x 100.000 = € 1,1

mln.) voor aanloopkosten e-depot. 3.

RHC’s ontvangen ieder een zogeheten kenniscomponent op het terrein van informatie, archief en

digitalisering. Deze bedraagt als vast bedrag (d.w.z. geen indexering) € 50.000 per RHC gedurende vijf jaar. Na vijf jaar stopt deze overbruggingstoelage. De RHC’s hebben bij monde van de voorzitter van het delegatie-overleg, dhr. Jos Wienen, dhr. Slob laten weten dat de RHC’s herkennen in de weergave van de besprekingen tot nu toe. Daarbij is het verzoek om een bestuursakkoord herhaald. In 2022 zal het delegatieoverleg verder worden gevoerd.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

23

2 Paragrafen 2.1

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

2.1.1

Beleid weerstandsvermogen en risicobeheersing

Onder risico wordt verstaan een mogelijke gebeurtenis die het realiseren van strategische of operationele doelen belemmert. Vanuit deze definitie zijn de risico’s van HUA benoemd. Deze risico’s worden afgedekt door maatregelen als het afsluiten van verzekeringen, het vormen van voorzieningen, het creëren van bestemmingsreserves en het inrichten van de administratieve organisatie en interne controle. Regelmatig zal in tussentijdse bestuurlijke rapportages worden gerapporteerd over de stand van zaken van de risico’s. Besproken zullen daarbij worden of beheersmaatregelen zijn uitgevoerd en of die het gewenste effect hebben. Dat moment van bespreken wordt ook gebruikt om nieuwe risico’s in beeld te brengen en/of aanvullende beheersmaatregelen te treffen. In 2016 heeft het AB de nota ‘Weerstandsvermogen en risicomanagement’ vastgesteld. Voor de jaarrekening 2021 zijn de risico’s wederom doorgenomen door het MT en geactualiseerd.

2.1.2

Weerstandscapaciteit

Bij de weerstandscapaciteit gaat het om de mate waarin HUA in staat is om middelen vrij te maken om substantiële tegenvallers op te vangen zonder dat dit aanpassing van het beleid vereist. Het BBV geeft aan dat het weerstandsvermogen bestaat uit: 1.

de algemene reserve

2.

de stille reserves

3.

de post voor onvoorziene uitgaven

4.

de onbenutte belastingcapaciteit

Aangezien HUA alleen een algemene reserve heeft, is de weerstandscapaciteit (na de voorgesteld verwerking van het resultaat 2021) op dit moment € 633.000 (stand 31 december 2021). De onderdelen “stille reserves”, “onvoorziene uitgaven” en “onbenutte belastingcapaciteit” zijn voor HUA niet van toepassing. De bestemmingsreserves van HUA, welke niet meetellen in het weerstandsvermogen, bedroegen in totaal op 31 december 2021 € 1.869.323. Inclusief het voorstel voor het nog te bestemmen resultaat over 2021 van € 87.074 bedraagt het eigen vermogen van HUA € 2.589.396 In de gemeenschappelijke regeling voor HUA staat dat de algemene reserve van HUA maximaal 10% van de bijdrage van de deelnemers aan de Gemeenschappelijke Regeling mag zijn. De Rijksbijdrage bedroeg € 2.631.109, de (reguliere) Gemeentelijke bijdrage bedroeg € 3.440.910 en de bijdrage van de provincie bedroeg € 671.619. Samen is dat € 6.743.638. De algemene reserve mag dan 10% hiervan bedragen, dat is € 674.364. De huidige stand van de algemene reserve (na het voorstel van de nog te bestemmen resultaat 2021) bedraagt € 633.000 en is daarmee onder de norm.

2.1.3

Risico-inventarisatie

HUA heeft tot taak het beheer te onderscheiden in verwerven, beheren en beschikbaar stellen van de in de rijksarchiefbewaarplaats in de provincie Utrecht en de archiefbewaarplaats van de gemeente Utrecht en de provincie Utrecht berustende archiefbescheiden. Bovendien is een taak van HUA de gemeentelijke en de provinciale informatiehuishouding te inspecteren en daarover te adviseren. Daarnaast heeft HUA tot taak het verrichten van door de minister, gemeente of provincie opgedragen taken, zoals de presentatie aan de Hamburgerstraat. Voor de bekostiging van de uitvoering van deze taken is HUA nagenoeg geheel afhankelijk van de gemeente Utrecht, de provincie en het ministerie van OCW. Hierna worden de belangrijkste risico’s weergegeven, voor zover deze bekend zijn ten tijde van het opstellen van de begroting en de gepresenteerde jaarrekening. Daarbij is een analyse gemaakt van de omvang en de kans dat

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

24

het risico zich voordoet. Door deze twee elementen (omvang van een risico en kans dat het zich voordoet) met elkaar te combineren, kan een inschatting van de netto gevolgen van deze risico’s worden gemaakt.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

25

(* In de Beleidsnota Weerstandvermogen en Risicomanagement worden zaken met een structureel karakter geacht onderdeel te zijn van de Begrotingsruimte. Dit zijn zaken die immers te voorzien zijn en daardoor kunnen er maatregelen getroffen worde n die worden vertaald in de begroting. Daarmee is dit risico alleen meegenomen voor een eerste jaar.)

2.1.4

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de risico-inventarisatie bedraagt de benodigde weerstandscapaciteit € 614.225. De beschikbare weerstandscapaciteit is € 633.000. Daarmee is de verhouding (beschikbaar/nodig) 1.0. Daarmee scoort HUA goed. Dat houdt in dat HUA in staat is om de onderkende risico’s in 2021 financieel te dragen.

2.1.5

Kengetallen Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV)

De kengetallen zijn getallen die de verhouding uitdrukken tussen bepaalde onderdelen van de begroting, jaarrekening en de balans en kunnen helpen bij de beoordeling van de financiële positie. Deze kengetallen hebben geen functie als normeringsinstrument maar zijn bedoeld om de financiële positie van HUA voor de Algemeen Bestuursleden inzichtelijker te maken. Jaarrekening

Begroting

Jaarrekening

2020

2021 na

2021

wijziging Netto schuldquote

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte

n.v.t.

n.v.t.

n.v.t.

Solvabiliteitsrisico

74%

74%

74%

Structurele exploitatieruimte

n.v.t

n.v.t.

n.v.t.

leningen

HUA heeft geen geldleningen en financiert lopende uitgaven met lopende inkomsten en bijdragen van het Rijk, de gemeente Utrecht, de provincie en overige bijdragen. Er is sprake van een sluitende begroting en jaarrekening, zodat er geen structurele exploitatieruimte is.

2.2

Kapitaalgoederen en onderhoud

2.2.1

Algemeen

Ten aanzien van de in het BBV genoemde kapitaalgoederen zijn de inventaris en installaties, automatisering, vervoersmiddelen en materiaal van toepassing op HUA. Het BBV geeft aan dat gemeenten en provincies onder andere met betrekking tot wegen en gebouwen onderhoudsplanningen moeten hebben vanwege de soms grote bedragen en risico’s die aan kapitaalgoederen zijn verbonden. Per 1-1-2019 is het beheer van de depots overgaan van het Rijksvastgoedbedrijf naar HUA. HUA is daarmee zelf aansprakelijk voor het planmatig onderhoud van de depots. In de loop van 2019 is een meerjarenonderhoudsplan opgesteld. De dotatie voor het groot onderhoud bedraagt voor de Numankade bedraagt € 130.000. Vanaf 2021 wordt er voor de Hamburgerstraat ook gewerkt met de voorziening groot onderhoud, dit bedraagt € 59.505 per jaar. Samen is dit € 189.505 In het begin van 2019 is er vanuit het ministerie OCW een bedrag van € 395.000 ontvangen van het Rijksvastgoedbedrijf voor het weg werken van achterstallig onderhoud. Deze voorziening is in de jaren 2019 tot en met 2021 volledig uitgenut voor het achterstallig onderhoud.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

26

2.2.2

Waardering en afschrijving van activa

Conform het bepaalde in artikel 59 van het BBV worden alle materiële vaste activa met economisch nut geactiveerd. HUA beschikt niet over materiële vaste activa met een maatschappelijk nut. Investeringen worden conform de nota ‘Investering- en afschrijvingsbeleid 2016’ lineair afgeschreven met ingang vanaf het jaar volgend op het investeringsjaar. Als uitgangspunt voor het activeren geldt dat activering plaatsvindt vanaf € 10.000 per object. HUA is gehuisvest in twee gehuurde panden, te weten het pand Hamburgerstraat 28 en het pand Alexander Numankade 199-201. Depot en studiezaal bevinden zich aan de Alexander Numankade, terwijl onder meer de tentoonstellingsruimte zich in de Hamburgerstraat bevindt. Het onderhoud voor de locatie Hamburgerstraat behoort toe aan de particuliere verhuurder. Voor de Alexander Numankade behoort dit onderhoud toe aan respectievelijk de gemeente Utrecht (gebouw) en het rijk (depottorens).

2.3

Verbonden partijen

Het Utrechts Archief (HUA) is als gemeenschappelijke regeling een verbonden partij voor: a.

ministerie van OCW

b.

de gemeente Utrecht

c.

de provincie Utrecht

Verder heeft HUA dienstverleningsovereenkomsten (DVO’s) afgesloten met: a.

de gemeente Nieuwegein;

b.

Veiligheids Regio Utrecht (VRU)

Er zijn samenwerkingsovereenkomsten gesloten met: a.

de gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Lekstroom (WIL);

b.

de Ridderlijke Duitsche Orde, balije van Utrecht (RDO).

c.

Belasting Samenwerking Gemeente & Hoogheemraadschap Utrecht (BGHU)

d.

GGD regio Utrecht (GGDrU)

e.

Volksbuurtmuseum

HUA is lid van organisaties, zoals de landelijke vakorganisatie BRAIN (waarvan de directeur van HUA op dit moment voorzitter is) waaraan uiteraard contributieverplichtingen zijn verbonden.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

27

2.4

Financiering

2.4.1

Algemeen

‘Treasury’ is het sturen en beheersen van het verantwoorden en het toezicht houden op: a.

de financiële vermogenswaarden;

b.

de financiële geldstromen;

c.

de financiële posities en

d.

de hieraan verbonden risico’s.

De treasuryparagraaf is voor de begroting en jaarrekening verplicht gesteld. Dit vloeit direct voort uit de Wet Financiering Decentrale Overheden (FIDO). Het belangrijkste uitgangspunt volgens deze wet is het beheersen van risico’s. Dat uit zich in twee kwaliteitseisen. Zo is het aangaan en verstrekken van geldleningen door HUA alleen toegestaan voor de uitoefening van de publieke taak. Daarnaast moeten uitzettingen een voorzichtig karakter hebben en mogen ze niet gericht zijn op het genereren van inkomsten door het lopen van overmatige risico’s. Om de risico’s verder te beperken worden de kasgeldlimiet en de renterisiconorm door de Wet FIDO gehanteerd. Eind 2021 is een Treasurystatuut door het Algemeen Bestuur goedgekeurd. Op grond van dit statuut is HUA niet toegestaan middelen uit te zetten, noch middelen via leningen of andere financiële producten aan te trekken zonder voorafgaande toestemming van het AB.

2.4.2

Wet verplicht Schatkistbankieren (Wet vSB)

De wet vSB (zonder leenfaciliteit) houdt in dat decentrale overheden en door hen opgerichte gemeenschappelijke regelingen, al hun overtollige liquide middelen en beleggingen moeten aanhouden bij het ministerie van Financiën. Er is een (kleine) vrijstellingsgrens voor het afstorten van overtollige liquide middelen. Het bedrag dat buiten het schatkistbankieren mag worden gehouden. Als het gemiddelde kwartaalbedrag van de tegoeden minder is dan 0,75% van het begrotingstotaal (met een minimum van € 250.000), mag dit op de eigen bankrekeningen blijven staan. Voor 2021 was gemiddelde kwartaalbedrag voor HUA op basis van het begrotingstotaal afgerond € 43.400 (0,59% van € 7.283.010 = exploitatieomvang). Dit bedrag ligt onder de minimumnorm, zodat het bedrag van € 250.000 leidend is. De verwachting is dat HUA ook in 2022 ruimschoots binnen de vrijstellingsgrens blijft.

2.4.3

Renterisiconorm

Doel van deze norm is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. Dit wordt bereikt door een limiet te stellen aan dat deel van de vaste geldleningen waarover het rentepercentage in een bepaald jaar moet worden aangepast aan de geldende markttarieven. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van de vaste schuld in aanmerking mag komen voor herfinanciering of renteherziening, waarbij een minimum geldt van € 2,5 mln. Over dat minimumbedrag mag dus altijd risico worden gelopen. Aangezien HUA, conform de richtlijnen van treasurystatuut, alles met eigen middelen financiert en dus geen geldleningen heeft afgesloten, wordt het minimum niet overschreden en wordt dus voldaan aan de norm.

2.4.4

Kasgeldlimiet

Met de kasgeldlimiet is in de wet FIDO een norm gesteld voor het maximumbedrag waarop een gemeente (en in het verlengde daarvan dus HUA) de financiële bedrijfsvoering met kortlopende middelen (looptijd < 1 jaar) mag financieren. Deze norm bedraagt 8,2%. Doel van deze limiet is het beperken van de vlottende schuld. Concreet betekent dit voor HUA dat wanneer de vlottende schuld een stand van € 597.206 (8,2% van € 7.283.010 exploitatiesomvang 2021) overschrijdt, er geconsolideerd (dat is financieringsmiddelen omzetten van korte naar langere termijn) moet worden. Opgemerkt wordt daarbij nog dat er een minimum geldt van € 300.000 HUA voldoet aan deze norm, omdat er een financieringsoverschot is.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

28

2.5

Bedrijfsvoering

2.5.1

Organisatie inrichting en managementfilosofie

Processen worden in het kader van continue verbeteren steeds verder gestroomlijnd met het oog op het leveren van klantwaarde. HUA wil in het beleid de garantie bieden aan rijk, gemeenten, provincie, klanten, instellingen, bedrijven, ketenpartners, relaties en personeel dat er geïnvesteerd wordt in een professionele organisatie waar kwaliteit en klantgerichtheid centraal staan.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

29

De hoofdstructuur ziet er als volgt uit:

Organogram Directeur

Staf: - HRM - Marketing & communicatie

Rijksarchivaris

Gemeentearchivaris

Provinciaal archivaris

Publiek en presentatie

Inspectie & Collectiebeheer

Bedrijfsvoering

Team Dienstverlening

Team digitalisering & fotografie

Team facilitaire zaken

Team informatieverrijking

Team inspectie

Team financiën

Team publieksprogrammering

Team restauratie en conservering

Team ICT

Team verwerving en metadatering

Team receptie

Team informatiemanagement & architectuur

Team secretariaat & administratie

Op basis van de organisatiestructuur is de formatie van HUA 45,6 fte op 31 december 2021, waarvan 3,4 fte met een tijdelijke aanstelling. Aan salariskosten voor personeel in dienst van HUA (= eigen personeel) is in 2021uitgegeven ruim € 2.936.461. Daarnaast heeft HUA in 2021 ongeveer € 407.000 uitgegeven voor boven formatief personeel (inhuur etc.). In totaal is in 2021 inclusief overige personeelskosten uitgegeven: € 3.970.000 afgerond.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

30

Op 31 december 2021 waren ongeveer 60 vrijwilligers bij Het Utrechts Archief. Er zijn (met uitzondering van de zomervakantie) 6-wekelijkse personeelsbijeenkomsten georganiseerd, waarbij het personeel door de directeur en het MT werd bijgepraat over het reilen en zeilen van HUA en waar kennisdeling centraal stond. Verder organiseerden de afdelingshoofden werkoverleggen met hun medewerkers. Daarnaast heeft de jaarlijkse combinatie van functionerings- en beoordelingsgesprekken plaatsgevonden. In die gesprekken zijn tevens de opleidingsbehoeften bepaald.

2.5.2

Huisvesting

HUA maakt gebruik van: 1.

het pand Hamburgerstraat 28 te Utrecht, dat gehuurd wordt van een particuliere onderneming, waarin het Publiekscentrum is gehuisvest;

2.

het pand Alexander Numankade 199 -201 te Utrecht waarin de depots en studiezaal zijn gehuisvest. Dit pand is deels eigendom van de gemeente Utrecht (kantoren en studiezaal) en deels van het Rijk (depots). Het beheer van de depots is per 1 januari 2019 overgegaan van het Rijk naar HUA.

2.5.3

Interne beheersing

Interne beheersing is een proces, gericht op het verkrijgen van een redelijke mate van zekerheid omtrent het bereiken van doelstellingen in de volgende categorieën: 3.

bereiken van strategische doelstellingen

4.

effectiviteit en efficiëntie van bedrijfsprocessen

5.

betrouwbaarheid van de financiële informatieverzorging

6.

naleving wet- en regelgeving.

Er is en wordt vanuit de organisatie periodiek gerapporteerd in bestuursrapportage. In 2021 zijn er maandrapportages voor het MT opgezet. Daarnaast voert de externe accountant op gezette tijden ook controles uit.

2.5.4

BTW

HUA is voor het grootste deel van zijn activiteiten geen ondernemers voor de Omzetbelasting, omdat geen sprake is van prestaties waar een rechtstreekse vergoeding tegenover staat. Voor bijdragen van het rijk en de gemeente Utrecht is de vrijstelling van artikel 11-1-u Wet OB van toepassing. HUA heeft eind 2021 de onderliggende btw-percentages herrekend en zijn er geen verschillen geconstateerd t.o.v. de eerdere jaren. De fiscus is door middel van een brief hiervan op de hoogte gesteld,

2.5.5

Duurzaamheid

HUA is een organisatie die zichtbaar is in de maatschappij. Er worden vanuit deze voorbeeldfunctie eisen gesteld aan duurzaamheid op het gebied van klimaat en energie, innovatie en materialen en consumenten. Deze drie pijlers komen terug in het inkoopbeleid van HUA. Daarnaast zal HUA ook meer focussen op andere onderwerpen binnen de bedrijfsvoering onder meer op het gebied van huisvesting en afvalscheiding.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

31

II JAARREKENING De Jaarrekening 2021 bestaat uit:

3. Balans per 31 december 2021 4. Staat van Baten en Lasten 2021 5. Grondslagen voor de waardering van activa en passiva 6. Toelichting op de balans per 31 december 2021 7. Niet uit de balans blijkende verplichtingen 8. Toelichting op de verschillen tussen de Staat van Baten en Lasten 2021 en de begroting 2021 9.Wet Normering Topinkomens

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

32

3 Balans per 31 december 2021

ACTIVA

31-12-2021

31-12-2020

€

€

Vaste Activa Immateriële vaste activa - Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald

17.608 17.608

36.487 36.487

actief

Materiële vaste activa - Investeringen met een economisch nut

1.621.417 1.621.417

Totaal vaste activa

1.692.160 1.692.160

1.639.025

1.728.647

Vlottende activa

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar - vorderingen op openbare lichamen - Uitzettingen in 's Rijks schatkist met een rentetypische

1.458.995

1.134.604

9.526

0

1.439.613

1.079.613

9.856

54.991

looptijd korter dan één jaar - Overige vorderingen Liquide middelen

63.731

234.332

- Kassaldi

2.111

2.943

- Banksaldi

61.620

231.389

Overlopende activa - Overige nog te ontvangen bedragen, en de

297.261 297.261

345.597 345.597

vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Totaal vlottende activa

1.819.987

1.714.533

Totaal generaal

3.459.012

3.443.180

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

33

31-12-2020

31-12-2021

PASSIVA

€

€ Vaste Passiva

2.387.035

2.589.396

Eigen vermogen 633.000

476.480

- Bestemmingsreserve

1.869.323

1.926.661

- Gerealiseerd resultaat

87.074

-16.106

- Algemene reserve

- Voorzieningen ter egalisering van kosten

179.751

423.933

Voorzieningen

179.751

423.933

2.566.786

3.013.329

Totaal vaste passiva Vlottende passiva Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd - Overige schulden

752.944

388.098

koster dan één jaar

752.944

388.098

123.450

57.585

Overlopende passiva - Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate van volgende begrotingsjaren komen. Totaal vlottende passiva totaal generaal

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

123.450

57.585 445.683

876.394

3.459.012

3.443.180

34

4 Staat van Baten en Lasten 2021 Staat van Baten en lasten 2021 Staat van Baten en Lasten 2021 Nr.

Omschrijving

Primaire begroting 2021

Rekening 2020

Begroting na wijziging 1e berap 2021

Begroting na wijziging 2e berap 2021

Rekening 2021

LASTEN 1

Personeel

4.494.533

3.584.864

4.083.864

3.918.864

3.969.937

3

Bedrijfsvoering

1.988.066

1.843.426

2.065.426

2.153.426

2.186.869

5

Publiek

206.555

214.500

316.500

234.500

213.192

7

Archieven en Collecties

394.496

353.840

470.840

274.840

374.063

9

Afschrijvingen

233.435

373.870

340.870

340.870

336.588

0

0

0

0

0

7.317.085

6.370.500

7.277.500

6.922.500

7.080.649

6.540.068

6.122.277

6.789.277

6.789.277

6.743.638

518.655

233.452

233.452

363.452

479.951

11 Financiële baten en lasten Totaal lasten

BATEN 2

Bijdragen rijk, gemeenten en provincie

4

Bijdragen derden

6

Verhuur zalen

6.954

0

0

0

0

8

Verkopen winkel

15.337

0

0

30.000

22.354

10 Verkopen overigen

0

0

0

0

37.067

12 Incidentele baten en lasten

0

0

0

0

0

Totaal baten

7.081.014

6.355.729

7.022.729

7.182.729

7.283.010

Batig saldo (baten - lasten)

-236.071

-14.771

-254.771

260.229

202.361

Dotaties aan reserves en -fonds

317.766

130.000

1.318.000

1.753.000

1.343.193

Onttrekkingen aan reserve en -fonds

537.731

144.771

1.572.771

1.572.771

1.227.906

Saldo van baten en lasten

-16.106

0

0

80.000

87.074

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

35

5 Grondslagen voor de waardering van activa en passiva 5.1

Grondslagen voor de waardering van activa

5.1.1

Immateriële vaste activa

De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de oorspronkelijke verkrijgingsprijs (de inkoopprijs en de bijkomende kosten) of vervaardigingsprijs (de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige directe kosten), verminderd met de ontvangen subsidies en bijdragen van derden, de jaarlijkse afschrijvingslasten en afwaarderingen wegens duurzame waardeverminderingen. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking genomen. De kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief zijn onder de volgende voorwaarden geactiveerd: – Het voornemen bestaat het actief te gebruiken of te verkopen. – De technische uitvoerbaarheid om het actief te voltooien staat vast. – Het actief in de toekomst economisch of maatschappelijk nut genereert. – De uitgaven die aan het actief toe te rekenen zijn, zijn betrouwbaar zijn vast te stellen.

5.1.2

Materiële vaste activa

De materiële vaste activa worden gewaardeerd op verkrijgingprijs verminderd met de cumulatieve afschrijvingen en indien van toepassing met bijzondere waardeverminderingen. Ontvangen investeringssubsidies worden (deels) in mindering gebracht op de geïnvesteerde bedragen. De afschrijvingen worden gebaseerd op de geschatte economische levensduur en worden berekend op basis van een vast percentage van de verkrijgingsprijs, rekening houdend met een eventuele residuwaarde. Er wordt afgeschreven vanaf het moment van ingebruikneming.

5.1.3

Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar en andere overlopende activa

Deze posten worden opgenomen tegen nominale waarde onder aftrek van de noodzakelijk geachte voorzieningen voor het risico van oninbaarheid.

5.1.4

Liquide middelen

De liquide middelen worden tegen nominale waarde opgenomen en omvatten bank-, giro- en kassaldi.

5.1.5

Overlopende activa

De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt statisch bepaald.

5.2

Algemene grondslagen voor waardering en resultaatbepaling

De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het Algemeen Bestuur op d.d. 24 november 2020 de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

36

5.3

Grondslagen voor de waardering van passiva

5.3.1

Eigen vermogen

Het eigen vermogen bestaat uit: a.

Algemene reserve De algemene reserve dient als algehele buffer om toekomstige tegenvallers te kunnen opvangen.

b.

Bestemmingsreserves Onder een bestemmingsreserve wordt verstaan een reserve waaraan door het Algemeen Bestuur een bepaalde bestemming is gegeven. Het gehele bedrag van de bestemmingsreserve ultimo het jaar dient onderbouwd te zijn met bestuursbesluiten van het algemeen bestuur dan wel opgenomen te zijn in het voorliggende voorstel tot resultaatbestemming.

5.3.2

Voorzieningen

Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden) van de gemeenschappelijke regeling. Om die reden kunnen voorzieningen naar de situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen. Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. Voorzieningen worden gevormd indien er sprake is van: – Verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. – Op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten. – Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Aan voorzieningen ter egalisatie van (onderhouds)lasten van kapitaalgoederen over meerdere begrotingsjaren ligt een actueel (beheer)plan ten grondslag.

Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht.

5.3.3

Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.

5.4

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Bedrijfsopbrengsten a.

Subsidiebaten Dit betreft de ontvangen subsidies voor projecten. Subsidiebaten worden verantwoord in het jaar waarop deze betrekking hebben.

b.

Overige opbrengsten De opbrengst van aan derden geleverde goederen en diensten, exclusief de eventueel over de omzet geheven belastingen en onder aftrek van kortingen.

c.

Directe productiekosten De directe productiekosten worden berekend op basis van de inkoopprijzen.

d.

Lonen, salarissen en sociale lasten

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

37

Hierop worden de loon- en salariskosten van het personeel verantwoord. Onder loon- en salariskosten wordt verstaan het bruto bedrag van de aan het boekjaar toe te rekenen loon- en salarissen vermeerderd met de uitbetaalde vakantierechten. e.

Overige bedrijfskosten De overige bedrijfskosten worden berekend op basis van historische kosten.

5.5

Algemene grondslagen voor de opstelling van de jaarrekening

Waardering van passiva en activa alsmede de bepaling van het resultaat vinden in principe plaats op basis van historische kosten. Activa en passiva zijn opgenomen tegen nominale waarde, tenzij in deze grondslagen anders is vermeld. Baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben, onverschillig of zij tot inkomsten of uitgaven in dat jaar hebben geleid. Baten en lasten, worden daarbij verantwoord tot hun brutobedrag. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar worden genomen als zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. De waarderingsgrondslagen per balansonderdeel worden in het vervolg van deze jaarrekening toegelicht.

5.5.1

Missie

Het Utrechts Archief verwerft en bewaart de bronnen van de Utrechtse geschiedenis, om ze beschikbaar te stellen aan het publiek. We verbinden de inwoners van de stad en provincie met elkaar en hun omgeving door gezamenlijk het verhaal van de Utrechtse geschiedenis te vertellen. Het Utrechts Archief is een toonaangevend expertisecentrum op het gebied van informatiebeheer en een deskundig partner voor instellingen en overheden in de regio.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

38

6 Toelichting op de balans per 31 december 2021 Toelichting op de Activa 1. Immateriële en materiële vaste activa a. Immateriële vaste activa Hierna is een overzicht opgenomen van de investering met economisch nut van HUA .

Kosten nieuwe website Boekwaarde per 1 januari 2021

Totaal

36.487

36.487

Investeringen

0

0

Afschrijvingen

18.878

18.878

Boekwaarde afgestoten activa

0

0

Boekwaarde per 31 december 2021

17.608

17.608

Cumulatieve aanschaffingswaarde

275.539

275.539

Cumulatieve afschrijvingen

257.930

257.930

Boekwaarde per 31 december 2021

17.608

17.608

Afschrijvingspercentage

20,00%

b. Materiële vaste activa Hierna is een overzicht opgenomen van de investering met economisch nut van HUA .

Projecten Digitaliseren en Projecten Inrichting archief Financiën in HBS / Inventaris en depots Control NMK installaties Totaal Boekwaarde per 1 januari 2021 Investeringen Desinvesteringen Afschrijvingen Boekwaarde afgestoten activa

131.127

369.624

262.654

928.755

1.692.160

0

0

0

246.967

246.967

0

0

0

0

0

25.344

73.925

32.878

185.563

317.710

0

0

0

0

0

Boekwaarde per 31 december 2021

105.783

295.699

229.776

990.159

1.621.418

Cumulatieve aanschaffingswaarde

210.843

369.624

670.439

1.613.978

2.864.884

Cumulatieve afschrijvingen

105.060

73.925

440.663

623.819

1.243.467

Boekwaarde per 31 december 2021

105.783

295.699

229.776

990.159

1.621.417

Afschrijvingspercentage

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

5%-20%

20,00% 4%-33,33%10%-33,33%

39

2. Vlottende activa a. Uitzettingen Uitzettingen

31-12-2021

31-12-2020

Debiteuren algemeen

12.405

8.524

Omzetbelasting

6.976

12.645

s Rijks schatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar

1.439.614

1.079.613

Totaal

1.458.995

1.100.781

b. Liquide middelen. De kasgelden zijn verantwoord op basis van de processen-verbaal van de op 31 december 2021 opgenomen kasgelden.

Liquide middelen

31-12-2021

31-12-2020

RABO bank

61.620

231.389

Hoofdkas

807

1.639

Kasgeld receptie

300

300

Kasgeld Facilitair beheer

1.004

1.004

Totaal

63.731

234.332

31-12-2021

31-12-2020

262.534

280.436

0

25.000

c. Overlopende activa Overlopende activa Vooruitbetaalde bedragen Te vorderen van Het Flevolands Archief Pin, Chipper

369

0

Nog te ontvangen bedragen

31.923

38.989

Voorschotten

2.136

1.000

Overige

300

172

Totaal

297.261

345.597

De nog te ontvangen subsidie en bijdrage bestaat uit: Nog te ontvangen van De Koninklijke Bibliotheek € 31.923 Toelichting op de Vooruitbetaalde bedragen: De post bestaat voornamelijk uit vooruitbetaalde huren.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

40

Vooruitbetaalde bedragen

31-12-2021

31-12-2020

Contributies en abonnementen

4.339

6.123

Onderhouds- en licentiekosten (hard en software)

43.590

62.696

Verzekeringen

2.219

2.647

Kosten website

5.790

7.269

205.194

195.680

Huur- en servicekosten Kantoorkosten

402

0

0

5.066

1.000

955

262.534

280.436

Overige huisvestingskosten Onderhoudskosten gebouwen Totaal

Toelichting op Passiva 3. Vaste Passiva Eigen vermogen Het in de balans opgenomen eigen vermogen bestaat uit de volgende posten: Algemene reserve

Bestemmingsreserves

Nog te bestemmen resultaat

Bestemmingsfondsen

Totaal

Stand per 1 januari

476.480

1.926.661

0

-16.106

2.387.035

Bestemming resultaat 2020

-16.106

0

0

16.106

0

Mutaties gedurende boekjaar -dotaties

172.626

1.170.567

0

0

1.343.193

-onttrekkingen

0

1.227.906

0

0

1.227.906

-bestedingen

0

0

0

0

0

Resultaat boekjaar

0

0

0

87.074

87.074

633.000

1.869.322

0

87.074

2.589.396

Stand per 31 december

Bestemmingsreserves / Bestemmingsfonds Rekeningnummer

Omschrijving

Stand per 31 december 2020

Dotaties

Onttrekkingen

Voorstel resultaatbe- Stand per 31 december stemming 2021

Bestedingen

Bestemmingsreserves 10001

Knelpunten personeel

338.192

0

236.623

0

0

101.569

10002

Instandh/uitbr der verzamelingen

50.000

0

50.000

0

0

0

10003

Website / digitale studiezaal

40.000

0

40.000

0

0

0

10004

Archiefreconstructie

200.000

0

200.000

0

0

0

10005 10006

Achterstallig onderhoud pand

159.278

0

159.278

0

0

0

641.623

0

106.937

0

0

534.686

297.568

0

297.568

0

0

0

200.000

200.000

0

0

0

400.000 420.567

10007

Dekking kapitaallasten Vernieuwing vaste expositie Dekking kapitaallasten Bouw Nieuw Depot

10012

E-depot

10040

Verkennig en inrichting eigen E-depot

0

420.567

0

0

0

30010

Digitale toegankelijkheid

0

550.000

137.500

0

0

412.500

1.926.661

1.170.567

1.227.906

0

0

1.869.322

Totaal bestemmingsreserves

Algemene toelichting op de bestemmingsreserves Met het vaststellen van de meerjarenbegroting 2021 – 2024 heeft het bestuur de ruimte gegeven en zal HUA vorm geven aan het geheel afbouwen van de bestemmingsreserves aan het eind de beleidsperiode.

Bestemmingsreserve Knelpunten personeel Deze reserve is bedoeld voorziening voor extra kosten als gevolg van vervanging van (kritische) functies of knelpunten in de uitvoering van beleid van kritische zaken en daarmee samenhangende kostenposten. Afhankelijke van mogelijke (na-ijlende) verplichtingen komt deze reserve uiterlijk 2024 te vervallen

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

41

Bestemmingsreserve Instandhouding /uitbreiding der verzamelingen Deze is vervallen.

Bestemmingsreserve website / digitale studiezaal Deze is vervallen.

Bestemmingsreserve archiefreconstructie Deze is vervallen.

Bestemmingsreserve Achterstallig onderhoud pand In het begin van 2019 is er vanuit het ministerie OCW een bedrag van € 395.000 ontvangen van het In 2021 is het laatste achterstallig onderhoud uitgevoerd.

Bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten Expo – Utrecht begint hier De bestemmingsreserve is bedoeld om de kapitaallasten van de nieuwe expo te dekken. De kosten zijn in 2019 en in 2020 geïnvesteerd. De volledige technische oplevering heeft in 2020 plaatsgevonden. Daarmee hebben er in 2020 nog geen afschrijvingen plaats gevonden op dit onderdeel en daarmee is er ook nog geen onttrekking van deze reserve in 2020. De totale investering is hoger uitgevallen dan begroot. Het bestuur is met de 2e Berap 2020 akkoord gegaan om daarom de bestemmingsreserve met € 117.766 te verhogen, zodat de afschrijvingen budgetneutraal kunnen plaats vinden. (Dit is de laatste investering vanuit het verleden waarvoor een bestemmingsreserve dekking kapitaallasten is gevormd.) De afschrijvingstermijn voor deze investering is gesteld op 6 jaren, daarmee vervalt de reserve eind 2026.

Bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten Bouw nieuw depot Deze is vervallen.

Bestemmingsreserve Dekking kapitaallasten Onderhoud Facilitair Beheer, Archieven en ICT c.a. Deze is vervallen.

Bestemmingsreserve reservering E-depot gemeente Utrecht Met de toekenning van de claim door de gemeente Utrecht zijn er middelen vrijgemaakt voor de uitwerking van het e-depot voor de gemeente Utrecht. Dit betreffen projectgelden voor de jaren 2020 tot en met 2023. Maar omdat de claim eind 2020 is toegekend wordt het geld eind 2020 gereserveerd. Met de combinatie van de toekenning in december 2020 van de claim voor de projectgelden E-depot gemeente Utrecht 2020 tm 2022 en de beperkte mogelijkheden voor de inzet van deze gelden in 2021 heeft het bestuur toestemming verleend om deze gelden per toegekend jaar een jaar door te schuiven.

Bestemmingsreserve Verkenning en inrichting eigen E-depot Deze reserve is ingesteld met de vastgesteld begroting 2022 – 2025 en verwerkt met de mutaties vermeld in de vastgestelde 1e Berap 2021) Als gevolg van de beperkte mogelijkheden dit jaar voor de opzet en uitwerking voor een eigen E-depot heeft het bestuur toestemming gegeven om het bedrag in 2021 te reserveren om dit binnen de huidige meerjarenbeleidsperiode 2021-2024 in te kunnen zetten.

Bestemmingsreserve Digitale toegankelijkheid Deze reserve is ingesteld met de vastgesteld begroting 2022 – 2025 en verwerkt met de mutaties (herschikking) vermeld in de vastgestelde 1e Berap 2021. In 2019 heeft het bestuur HUA de opdracht gegeven de bestemmingsreserves af te bouwen. Met deze herschikking zijn de reserves nu grotendeels geconcentreerd op deze reserve die als doel heeft om de ambities voor de Digitale toegankelijkheid te realiseren. Deze reserves zal in de huidige meerjarenbeleidsperiode 2021-2024 in worden gezet.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

42

Voorzieningen Boekwaarde Toevoeging Vrijval

Aanwending Boekwaarde

31-12-2020 Te egaliseren kosten BBV art 44.1d voorziening C Wachtgeldverplichting voormalig personeel

Totaal

31-12-2021

179.751

189.505

61.864

0

307.392

0

116.541

0

0

116.541

179.751

306.046

61.864

0

423.933

Voor het onderhoud aan het pand aan de Hamburgerstraat en de Alexander Numankade is een voorziening getroffen voor het groot onderhoud. Daarnaast is er een voorziening getroffen voor ex-werknemers die recht hebben op een WW/BWW uitkering.

4. Netto vlottende schulden Netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar De in de balans opgenomen netto vlottende schulden met een rente typische looptijd korter dan één jaar kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Boekwaarde

Boekwaarde

per 31-12-2021

per 31-12-2020

Crediteuren

149.303

304.884

Loonheffing / te betalen pensioenen

210.321

324.485

Overige schulden

28.474

123.575

Totaal

388.098

752.944

Specificatie overige schulden Nog te betalen IKB Inhuur externen Kosten warmte

381 9.509 821

Bewaking / beveiliging

2.201

Accountantskosten

12.500

Projectkosten

3.063

totaal

28.474

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

43

5. Overlopende passiva

Overige vooruitontvangen bedragen die ten bate

Boekwaarde

Boekwaarde

per 31-12-2021

per 31-12-2020

57.585

123.450

57.585

123.450

van volgende begrotingsjaren komen. Totaal

Vrijgevallen bedragen of terugbetalingen

ontvangen 31-12-2020 bedrag Archiveren omgevingswet

10.387

ST. Mondriaanfonds

79.863

Veiligheidsregio Utrecht

0

Koninklijke Bibliotheek

33.200 123.450

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

11.264

21.651

0

30.150

49.713

7.872 19.136

31-12-2021

7.872 33.200

0

85.001

57.585

44

7 Niet uit de balans blijkende verplichtingen

Omschrijving

Contractant

Duur overeenkomst

Bedrag op maandbasis

Niet uit de Aantal balans resterende blijkende maanden verplichtingen

Huur kantoorruimte Alexander Numankade

Gemeente Utrecht

1 juli 2021 t/m 30 juni 2026

22.682

54

1.224.828

Huur depots Alexander Numankade

Vastgoedbeheer

1 december 2012 t/m 30 november 2027

22.721

71

1.613.191

Huur pand Hamburgerstraat

Vomandi B.V.

1 augustus 2004 t/m 31 juli 2024

31.338

31

971.478

Lease Renault Kangoo Express

Stam Lease

1 november 2018 t/m 31 oktober 2023

399

22

Totaal

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

8.778 3.818.275

45

8 Toelichting op de verschillen tussen de Staat van Baten en Lasten 2021 en de begroting 2021 Toelichting verschillen jaarrekening 2021 – begroting na wijziging 2021 Lasten 1. Personeel

Personeel

Jaarrekening 2020

Salarissen formatief

Primaire begroting 2021

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

2.350.580

2.335.357

2.277.746

2.155.647

-122.099

Pensioenen

384.284

444.294

444.294

410.105

-34.189

Sociale lasten

361.472

401.613

401.613

370.708

-30.905

Salarissen boven formatief

880.740

239.600

571.600

407.678

-163.922

Overige personeelskosten Totaal

517.457

164.000

223.349

625.799

402.450

4.494.533

3.584.864

3.918.602

3.969.937

51.335

Toelichting: Het aantal fte’s (zonder stagiaires) in 2021 is gemiddeld 45,6 (2020: 44,7 fte), waarvan 3.4 fte op tijdelijke basis. De onderschrijding van de begroting met € 51.000 vloeit o.a. voort uit een combinatie van het minder verkopen van vakantiedagen, later invullen van ontstane vacatures en minder inhuur. Er zijn kosten opgenomen voor de verplichting WW/BWW van voormalig personeel.

3. Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

Jaarrekening 2020

Primaire begroting 2021

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Administratie

59.354

54.100

41.100

69.987

28.887

Huisvesting

1.717.263

1.644.226

1.865.326

1.815.648

-49.678

211.412

144.600

246.500

300.385

53.885

Overige

37

500

500

848

348

Totaal

1.988.066

1.843.426

2.153.426

2.186.869

33.443

Automatisering

Toelichting: Er meer uitgaven voor automatisering in verband met het digitaal werken waarvoor meer licenties moesten worden afgesloten en verbetering van de Wifi. Minder huisvestingskosten doordat er minder onvoorziene uitgaven zijn geweest voor regulier onderhoud en meer accountantskosten voor controles van projecten en de jaarrekening 2021.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

46

5. Publiek

Publiek

Primaire begroting 2021

Jaarrekening 2020

Studiezaal/educatie/winkel

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

8.716

5.000

12.000

10.343

-1.657

Tentoonstellingen/expo

110.993

102.000

110.500

150.649

40.149

Activiteiten/evenementen

14.653

36.000

13.000

6.723

-6.277

Promotie

53.433

50.000

50.000

25.399

-24.601

Overige projectkosten

18.761

21.500

49.000

20.079

-28.921

Totaal

206.556

214.500

234.500

213.192

-21.308

Toelichting: Er is meer uitgegeven voor tentoonstellingen. Door de openstelling van het museum zijn we meer tentoonstellingen gaan optuigen. Echter door het daarna weer in een lockdown te geraken is er minder uitgegeven voor promotie en overige projectkosten.

7. Archieven en collecties

Archieven en collecties

Primaire begroting 2021

Jaarrekening 2020

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Acquisitie

15.800

36.840

32.750

32.937

187

Digitalisering

120.844

120.000

65.590

138.650

73.060

Inventarisatie

95.183

60.500

61.000

79.568

18.568

Indicering

0

0

0

0

0

Projecten

95.159

0

0

0

0

Restauratie

47.005

98.500

95.500

101.123

5.623

Bibliotheek

20.505

38.000

20.000

21.786

1.786

0

0

0

0

0

Beeldmateriaal Fotozaken Totaal

0

0

0

0

0

394.496

353.840

274.840

374.063

99.223

Toelichting: Er is in 2021 voor digitalisering meer uitgegeven voor het project Metamorfoze “1577 – 1795”. Deze kosten zijn als baten verantwoord bij de bijdragen derden. 9. Afschrijvingen

Afschrijvingen

Jaarrekening 2020

Primaire begroting 2021

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Immateriële vaste activa

55.014

18.878

18.878

18.878

0

Materiële vaste activa

178.421

354.992

321.992

317.710

-4.282

Totaal

233.435

373.870

340.870

336.588

-4.282

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

47

11. Financiële baten en lasten

Financiële baten en lasten

Primaire begroting 2021

Jaarrekening 2020

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Financiële baten en lasten

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Baten 2. Bijdragen rijk, gemeenten en provincie

Bijdrage Rijk, Provincie en gemeenten Rijksbijdrage Provinciale bijdrage Gemeentelijke bijdrage Opbrengst E-depot Totaal

Jaarrekening 2020

Primaire begroting 2021

2.579.113

2.377.240

2.676.660

2.631.109

661.692

671.617

671.617

671.619

-45.551 2

3.099.263

3.073.420

3.241.000

3.240.910

-90

200.000

0

200.000

200.000

0

6.540.068

6.122.277

6.789.277

6.743.638

-45.639

Bij de eindafrekening van het Rijk zijn nog extra gelden toegewezen. In de raadsvergadering van de gemeente Utrecht in december 2020 is de claim voor het E-depot toegekend. Dit betreft € 200.000 per jaar voor de jaren 2020 tot en met 2022. De gelden voor 2020 en 2021 worden gereserveerd per 31 december 2021 en vervolgens besteed in 2022.

4. Bijdragen derden

Bijdragen derden

Jaarrekening 2020

Primaire begroting 2021

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Educatie

5.799

0

0

0

0

Projecten

160.331

0

160.000

291.332

131.332

Archieven, digitalisering

228.761

193.452

203.452

188.619

-14.833

936

0

0

0

0

Overigen

122.828

40.000

0

0

0

Totaal

518.655

233.452

363.452

479.951

116.499

Collecties, restauratie

Toelichting: er zijn in 2021 hogere opbrengsten voor de DVO’s en samenwerkingsovereenkomsten en daarnaast zijn er meer opbrengsten uit projecten waaronder die van de archivering omgevingswet waar wij penvoerder voor zijn. De kosten hiervan zijn opgenomen bij Archieven en Collecties. (Daarmee zijn de bijdragen uit de post Overigen naar Projecten geboekt.)

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

48

6./8. Verhuur zalen en Winkelverkopen

Verhuur zalen en winkelverkopen

Primaire begroting 2021

Jaarrekening 2020

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Verhuur zalen

6.954

0

0

0

0

Winkelverkopen

15.337

0

30.000

22.354

-7.646

Totaal

22.291

0

30.000

22.354

-7.646

Toelichting: Door de tijdelijke opheffingen van de lockdown in 2021 zijn er toch meer inkomsten gegenereerd vanuit de winkelverkopen dan verwacht.

10. Verkopen overigen

Verkopen overigen

Primaire begroting 2021

Jaarrekening 2020

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Cursus Paleografie

0

0

0

1.145

Verkopen studiezaal

0

0

0

1.892

1.145 1.892

Overige

0

0

0

34.030

34.030

Totaal

0

0

0

37.067

37.067

Toelichting: De overige verkopen zijn voornamelijk extra inkomsten uit werkzaamheden ten behoeve van het Spoorwegmuseum.

12. Incidentele baten en lasten

Incidentele baten en lasten

Primaire begroting 2021

Jaarrekening 2020

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Vrijval bestemmingsreserves

0

0

0

0

0

Vrijval investeringsbijdragen

0

0

0

0

0

Vrijval voorziening wachtgeldaanspraken Diverse posten met een vrijval t.l.v. resultaat

0

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Vrijval overigen

0

0

0

0

0

Afwikkeling omzetbelasting

0

0

0

0

0

Dotatie inrichting permanente tentoonstelling

0

0

0

0

0

Resultaat voorgaande jaren

0

0

0

0

0

Totaal

0

0

0

0

0

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

49

Dotaties aan reserves en -fondsen

Toevoegingen aan reserves

Jaarrekening 2020

Primaire begroting 2021

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Toevoegingen aan reserves

317.766

130.000

1.753.000

1.343.193

-409.807

Totaal

317.766

130.000

1.753.000

1.343.193

-409.807

Begroting na wijziging Jaarrekening 2021 2021

Verschil jaarrekening 2021 begroting na wijziging 2021

Onttrekkingen aan reserves en -fondsen

Onttrekkingen aan reserves en voorziening

Jaarrekening 2020

Primaire begroting 2021

Onttrekkingen aan reserves en voorziening

537.731

144.771

1.572.771

1.227.906

-344.865

Totaal

537.731

144.771

1.572.771

1.227.906

-344.865

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

50

9 WNT-verantwoording 2021 Het Utrechts Archief De WNT is van toepassing op Het Utrechts Archief. Het voor Het Utrechts Archief toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2021 € 209.000, algemeen bezoldigingsmaximum.

1. Bezoldiging topfunctionarissen 1a. Leidinggevende topfunctionarissen met dienstbetrekking en leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking vanaf de 13e maand van de functievervulling

Bedragen x € 1

C. Keijsper

Functiegegevens Aanvang en einde functtievervulling in 2021 Dienstbetrekking

Directeur 01/01-31/12 1,0

Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal

€ € €

118.519 21.933 140.452

Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxuimum

€

209.000

-/- Onverschuldigd betaald en nog niet terug ontvangen bedrag

€

-

Totale bezoldiging

€

140.452

Reden waarom overschrijding al dan niet is toegestaan

N.V.T

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling Functiegegevens Aanvang en einde functtievervulling in 2020 Dienstbetrekking

N.V.T.

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen Beloningen betaalbaar op termijn Subtotaal Individueel toepasselijke bezoldigingsmaxuimum

€ € € €

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

Directeur 01/01-31/12 1,0 117.124 20.583 137.707 201.000

51

1b. Topfunctionarissen die in 2021 geen bezoldiging hebben ontvangen

Naam

functie

Aanvang en einde functievervulling 2021 aanvang

einde

A. Klein

Voorzitter

1-1

31-12

A. Smit L. Voortman R. van Muilekom I. Jansen R. Strijk

Vicevoorzitter Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid Bestuurslid

1-1 1-1 1-1 1-1 1-1

31-12 31-12 31-12 31-12 31-12

De bestuursleden Klein, Voortman, van Muilekom, Jansen, Strijk en Smit ontvangen geen vergoedingen uit hoofde van hun functies elders.

1c. Topfunctionaris met een bezoldiging in 2021. Gegevens 2021

Bedragen in €1 Kalenderjaar Periode functievervulling in het kalenderjaar Individueel bezoldigingsmaximum Bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12

V. van der Burg

2021

2020

01/01-31-12

01/01-31/12

20.900

6.645

0

464

De bezoldigingsmaxima voor de bestuursvoorzitter is 15% en voor bestuursleden is 10% van de WNT norm van € 209.000.

JAARSTUKKEN 2021- [Status]

52

CONTROLEVERKLARING VAN DE ONAFHANKELIJKE ACCOUNTANT Aan: het Algemeen Bestuur van de gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief

A. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen jaarrekening 2021 Ons oordeel Wij hebben de jaarrekening 2021 van de gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief te Utrecht gecontroleerd. Naar ons oordeel: • geeft de in de jaarstukken opgenomen jaarrekening een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van zowel de baten en lasten over 2021 als van de activa en passiva van de gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief op 31 december 2021 in overeenstemming met het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV); • zijn de in deze jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties over 2021 in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand gekomen in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het controleprotocol d.d. 7 december 2020. De jaarrekening bestaat uit: 1 het overzicht van baten en lasten over 2021; 2 de balans per 31 december 2021; 3 de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en andere toelichtingen;

De basis voor ons oordeel Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden, het Besluit accountantscontrole decentrale overheden (Bado), het controleprotocol dat is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 7 december 2020 en het Controleprotocol Wet normering topinkomens (WNT) 2021 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de sectie ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening. Wij zijn onafhankelijk van de gemeenschappelijke regeling Het Utrechts Archief zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assurance-opdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).

Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2021 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, sub j Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, alsmede of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is. Materialiteit Op basis van onze professionele oordeelsvorming hebben wij de materialiteit voor de jaarrekening als geheel bepaald op € 84.000. De bij onze controle toegepaste goedkeuringstolerantie bedraagt voor fouten 1% en voor onzekerheden 3% van de totale lasten inclusief toevoegingen aan reserves, zoals voorgeschreven in artikel 2 lid 1 Bado. Daarbij zijn voor de controle van de in de jaarrekening opgenomen WNT-informatie de materialiteitsvoorschriften gehanteerd zoals vastgelegd in het Controleprotocol WNT 2021.

Wij houden ook rekening met afwijkingen en/of mogelijke afwijkingen die naar onze mening voor de gebruikers van de jaarrekening om kwalitatieve redenen materieel zijn, zoals ook bedoeld in artikel 3 Bado. Wij zijn met de raad overeengekomen dat wij aan de raad tijdens onze controle geconstateerde afwijkingen boven de € 25.000 rapporteren alsmede kleinere afwijkingen die naar onze mening om kwalitatieve, SiSaof WNT-redenen relevant zijn.

B. Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie Naast de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij, omvatten de jaarstukken andere informatie, die bestaat uit: • jaarverslag, waaronder de programmaverantwoording en de paragrafen; Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat. Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat. Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening. Het Algemeen Bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het jaarverslag in overeenstemming met het BBV.

2

C. Beschrijving van verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening Verantwoordelijkheden van het Algemeen bestuur voor de jaarrekening Het Algemeen Bestuur is verantwoordelijk voor het opmaken en getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met het BBV. Het Algemeen Bestuur is ook verantwoordelijk voor het rechtmatig tot stand komen van de in de jaarrekening verantwoorde baten en lasten alsmede de balansmutaties, in overeenstemming met de begroting en met de in de relevante wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, opgenomen bepalingen, zoals opgenomen in het controleprotocol d.d. 7 december 2020. In dit kader is het Algemeen Bestuur tevens verantwoordelijk voor een zodanige interne beheersing die het Algemeen Bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening en de naleving van die relevante wet- en regelgeving mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten of fraude. Bij het opmaken van de jaarrekening moet het Algemeen Bestuur afwegen of de financiële positie voldoende is om de gemeenschappelijke regeling in staat te stellen de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen. Het Algemeen Bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de risico’s kunnen worden opgevangen toelichten in de jaarrekening.

Het algemeen Bestuur is verantwoordelijk voor het uitoefenen van toezicht op het proces van financiële verslaggeving van de gemeenschappelijke regeling.

Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel. Onze controle is uitgevoerd met een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid waardoor het mogelijk is dat wij tijdens onze controle niet alle materiële fouten en fraude ontdekken. Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.

3

Wij hebben deze accountantscontrole professioneel kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Bado, het controleprotocol dat is vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 7 december 2020, het Controleprotocol WNT 2021, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit: • het identificeren en inschatten van de risico’s o dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, o dat baten en lasten alsmede de balansmutaties als gevolg van fouten of fraude niet in alle van materieel belang zijnde aspecten rechtmatig tot stand zijn gekomen, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing; • het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden.

Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van de gemeenschappelijke regeling; • het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving, de gebruikte financiële rechtmatigheidscriteria en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door het Algemeen Bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan; • het vaststellen dat de door het Algemeen Bestuur gehanteerde afweging dat de gemeenschappelijke regeling in staat is de risico’s vanuit de reguliere bedrijfsvoering financieel op te vangen aanvaardbaar is. Tevens het op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of de gemeenschappelijke regeling haar financiële risico’s kan opvangen. Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d7f9ccb0-e091-4156-be21-8235fc033845