Eindrapportage_Uitdagende speelplekken voor kinderen
Tekst van het document
Lisa Wilderink | Tessa ten Tije | Amika Singh
Mulier Instituut | 2025
Met steun van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport Mulier Instituut Lisa Wilderink Tessa ten Tije Amika Singh
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met het Mulier Instituut. © Mulier Instituut Utrecht, 18 februari 2025 www.mulierinstituut.nl info@mulierinstituut.nl Disclaimer U mag delen uit deze publicatie overnemen op voorwaarde van bronvermelding: auteur(s), de titel van de publicatie en het jaar van uitgave. Er gelden gebruiksvoorwaarden voor de foto's in deze publicatie. Neem foto's daarom niet over zonder toestemming van het Mulier Instituut.
Het Mulier Instituut doet sportonderzoek voor
Ons doel is bijdragen aan goed onderbouwd beleid,
beleid en samenleving. Voor overheden,
gericht op de bevordering van sport, sportief
maatschappelijke organisaties,
bewegen en versterking van de sportsector. Dit doen
onderwijsinstellingen, sportorganisaties en
we op verschillende manieren:
bedrijven onderzoeken we allerlei thema’s op het gebied van sport en sportief bewegen: van de
We verzamelen data en monitoren de Nederlandse
sportdeelname van (groepen) Nederlanders tot de
sportsector en beleidsprogramma’s.
motorische vaardigheden van kinderen, en van diversiteit en inclusie in de sport tot de economische impact van sportevenementen.
We ontwikkelen kennis en onderzoeksmethoden via verkennende en verdiepende studies. We duiden onderzoeksuitkomsten en vertalen deze
Het Mulier Instituut is een onafhankelijke stichting zonder winstoogmerk.
naar de beleidspraktijk. We onderbouwen beleidsbeslissingen met expertise en advies. We bieden gevraagd en ongevraagd duiding en reflectie in de rol van ‘kritische vriend’ van de sportsector. We zetten ons in voor de bevordering van de sportwetenschap.
Samenvatting
Buitenspelen draagt in belangrijke mate bij aan een gezonde ontwikkeling van kinderen. Regelmatig buitenspelen zorgt er niet alleen voor dat kinderen bewegen, maar draagt ook bij aan de ontwikkeling van bijvoorbeeld hun motorische vaardigheden, mentale gezondheid en sociaal-emotionele ontwikkeling. Omdat buitenspelen onder druk staat, is het belangrijk om inzicht te krijgen welke factoren buitenspelen bij kinderen kunnen stimuleren.
Er zijn verschillende factoren die buitenspelen beïnvloeden. Onder andere de inrichting van speelplekken kan ervoor zorgen dat kinderen (meer) buitenspelen. Maar het is onduidelijk welke elementen van speelplekken kinderen uitdagen om (meer) te gaan buitenspelen. In dit onderzoek staat daarom de volgende onderzoeksvraag centraal: Welke factoren bij de inrichting van speelplekken in Nederland dragen bij aan het stimuleren van buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar?
Om de onderzoeksvraag te beantwoorden hebben we vier methodes gebruikt: een literatuuronderzoek van reviewstudies over buitenspelen; twee korte vragenlijsten onder professionals met expertise over buitenspelen; focusgroepen met professionals met expertise over buitenspelen; gesprekken met kinderen.
Over de inrichting van speelplekken concluderen we het volgende: Kinderen willen graag speelplekken die uitdagend zijn: hoge/grote speeltoestellen en losse materialen (zoals takken of stepjes) kunnen hieraan bijdragen. Maar professionals geven aan dat (ideeën over) veiligheidsnormen een belemmering vormen voor het ontwerpen van uitdagende en avontuurlijke speelplekken. Hiernaast is het belangrijk dat op speelplekken open ruimtes voor bijvoorbeeld fantasiespel, balsporten, fietsen of skaten aanwezig zijn. Variatie wat betreft speelmogelijkheden voor verschillende kinderen met verschillende behoeften is belangrijk: zowel op speelplekken als tussen verschillende speelplekken in de wijk/buurt.
Grote speelplekken centraal in de wijk/buurt met veel verschillende speelmogelijkheden zijn aantrekkelijk voor kinderen. Maar kleine speelplekken zijn vaak dichter bij huis en daardoor beter bereikbaar. Buitenspelen gebeurt niet alleen op formele speelplekken, maar overal in de openbare ruimte: op straten, op pleinen en in parken. Professionals spreken de wens uit om beleid niet uitsluitend te richten op de inrichting van speelplekken, maar op het creëren van een speelvriendelijke (wijk/buurt)omgeving. Speelplekken zijn sociale ontmoetingsplekken. Speelplekken zijn aantrekkelijker als er ook andere kinderen zijn om mee te spelen. Kinderen waarderen zitplekken op speelplekken, zoals (nest)schommels of bankjes, waarop ze kunnen ‘chillen’. Ook voor ouders zijn voldoende zitplekken belangrijk. De ideale speelplek bestaat niet. Wat het ene kind leuk vindt, kan het andere kind juist niet of minder leuk vinden. Daarom is variatie op én tussen speelplekken erg belangrijk. Kinderen weten zelf het beste wat zij leuk en belangrijk vinden. Participatie in het ontwerpproces zorgt ervoor dat speelplekken beter aansluiten bij hun behoeften. Wij hebben 199 factoren geïdentificeerd die van invloed zijn op buitenspelen. Slechts achttien hiervan hebben betrekking op de inrichting van speelplekken.
Ook in de gesprekken met professionals en kinderen kwamen veel andere factoren ter sprake die buitenspelen beïnvloeden. Zo spelen ook sociale factoren een rol, zoals de aanwezigheid van andere kinderen om mee buiten te spelen en (stimulerende of beperkende) maatregelen van ouders.
Ontwikkel uitdagende en gevarieerde speelplekken, maar erken tegelijkertijd dat bij het stimuleren van buitenspelen nog veel meer factoren een rol spelen dan alleen de fysieke inrichting van formele speelplekken. Bied meer mogelijkheden voor het realiseren van uitdagende en avontuurlijke speelplekken. Houdt als ontwerper of ontwikkelaar rekening met variatie op en tussen speelplekken. Stuur als opdrachtgever hierop aan. Laat kinderen (echt) participeren bij het ontwerpen van speelplekken.
Hoofdstuk 1
Dit onderzoek richt zich op welke factoren bij de inrichting van speelplekken in Nederland bijdragen aan het stimuleren van buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar). In dit eerste hoofdstuk beschrijven we de achtergrond en de doel- en vraagstelling van ons onderzoek.
Belang van buitenspelen Buitenspelen is een belangrijk onderdeel van een gezonde ontwikkeling van kinderen. Zo heeft buitenspelen een positief effect op de lichamelijke gezondheid, omdat kinderen tijdens het buitenspelen vaak bewegen (Bento & Dias, 2017). Kinderen die veel bewegen, zijn fitter en hebben meer energie (Aggio et al., 2017; Lee et al., 2021; Tremblay et al., 2015). Ook heeft buitenspelen een positief effect op de motorische ontwikkeling van kinderen: veel en gevarieerd spelen bevordert de ontwikkeling van motorische vaardigheden (Palowski et al., 2023). Naast deze fysieke voordelen heeft buitenspelen ook mentale gezondheidsvoordelen (Beyer et al., 2015; Cheng et al., 2022; Lambert et al., 2019; Spencer et al., 2021). Het is bekend dat buitenspelen stress en angst kan verminderen bij kinderen, wat zorgt voor ontspanning en bijdraagt aan hun welzijn. De literatuur laat bovendien zien dat buitenspelen een positieve bijdrage levert aan de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling van kinderen. Het helpt hen bijvoorbeeld risico's in te schatten, hun grenzen te verkennen en veerkracht te ontwikkelen wanneer iets niet lukt (Boxberger & Reimers, 2019; Cheng et al., 2022). Daarnaast bevordert het creativiteit en probleemoplossend vermogen door bijvoorbeeld nieuwe spelvormen te bedenken (Beyer et al., 2015).
Samen spelen met andere kinderen versterkt bovendien sociale vaardigheden zoals samenwerken, empathie tonen en conflicten oplossen – factoren die belangrijk zijn voor het functioneren in de maatschappij (Parent et al., 2020). Verder kan buitenspelen de autonomie van kinderen versterken, doordat ze zelf beslissingen mogen nemen (Remmers et al., 2014). Buitenspelen staat onder druk Drie belangrijke ontwikkelingen dragen eraan bij dat kinderen steeds minder buitenspelen (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). Ten eerste verandert de vrijetijdsbesteding van kinderen door de beweging naar een prestatiemaatschappij (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). De nadruk op schoolprestaties leidt tot prioritering van bijvoorbeeld huiswerk. In combinatie met
nadruk op prestatiegerichte sportbeoefening blijft er minder vrije tijd over waarin kinderen kunnen buitenspelen. Ten tweede leidt de digitalisering van onze samenleving tot meer schermtijd bij kinderen en daarmee ook tot meer zitten en minder bewegen (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). Daardoor houden kinderen minder vrije tijd over om buiten te spelen. Ten derde ervaren kinderen (en hun ouders), in een steeds dichter bebouwd Nederland, minder ruimte om buiten te spelen (Singh, Veldman & De Jonge, 2023). De verstedelijking en toename van de bevolkingsdichtheid hebben een negatieve invloed op de mogelijkheden van kinderen om in hun leefomgeving te bewegen. Door deze veranderingen in de inrichting van de openbare ruimte worden kinderen steeds minder uitgenodigd en gestimuleerd om te gaan buitenspelen (Bento & Dias, 2019). De invloed van de inrichting van de openbare ruimte De inrichting van de openbare ruimte is dus van invloed op het buitenspeelgedrag van kinderen. Tweede Kamerleden Inge Van Dijk en Mohammed Mohandis stellen dat ze, op de beperkte speelplekken die er zijn, vooral in dichtbebouwde wijken/buurten, vaak geen kinderen zien. Zij vragen zich daarom af of de inrichting van speelplekken in de openbare ruimte wel uitdagend genoeg is voor kinderen.
Uit de literatuur blijkt dat kinderen uitdaging als een belangrijk aspect beschouwen bij het buitenspelen (Morgenthaler et al., 2023; Wenger et al., 2023). Uitdagend spelen gaat over avontuurlijk spelen. Avontuurlijk spelen (risky play in het Engels) is ‘een vorm van spelen die spannend en opwindend is en waarbij onzekerheid, onvoorspelbaarheid en verschillende mate van risico nemen een rol spelen’ (Ten Tije et al., 2024). Of kinderen een speelplek als avontuurlijk ervaren, hangt in grote mate af van de inrichting daarvan (Farmer et al, 2017). Ook speelt de autonomie die ze krijgen en hoeveel risico ze mogen nemen van ouders, verzorgers en/of professionals een belangrijke rol. De inrichting van speelplekken is ook relevant als het gaat over de speelwaarde (play value in het Engels) van speelplekken voor kinderen (Woolley & Lowe, 2013). Deze speelwaarde gaat over ‘hoeveel spel eruit gehaald kan worden’ en in hoeverre daarmee de emotionele, sociale, fysieke en intellectuele capaciteiten van kinderen worden benut en vergroot. Bekend is bijvoorbeeld dat de speelwaarde van speelplekken groot is als er veel zintuigelijk waar te nemen is, zoals verschillende materialen, kleuren en geuren. Ook is de speelwaarde hoog als het spelen verschillende motorische vaardigheden vergt: bijvoorbeeld balanceren, springen, klimmen en rennen.
De inrichting van speelplekken hangt via deze speelwaarde ook samen met hoelang kinderen blijven spelen op speelplekken, hoeveel plezier zij ervaren en in hoeverre hun motorische ontwikkeling wordt gestimuleerd. Maar niet alleen de inrichting van speelplekken beïnvloedt of kinderen buitenspelen, hoeveel zij buitenspelen en wat dit ze oplevert. Dit hangt namelijk af van het samenspel tussen veel verschillende factoren. Schermtijd (digitalisering) en de focus op huiswerk (prestatiemaatschappij) hebben we al benoemd. Maar we weten ook dat individuele kenmerken (zoals leeftijd), buurtkenmerken (zoals stedelijkheid), de sociale omgeving (zoals de aanwezigheid van andere kinderen) en de perceptie van ouders over bijvoorbeeld veiligheid ook van invloed zijn (Willeboordse et al., 2022). Deze factoren beïnvloeden niet alleen buitenspelen, maar ook elkaar. Willeboordse et al. (2022) geven hier het volgende voorbeeld voor: ‘als er meer kinderen buiten spelen, zullen ouders frequent buitenspelen ervaren als een sociale norm in de wijk waar zij zich graag aan willen conformeren. Zij zullen hun kind dan meer stimuleren om buiten te spelen. Dit heeft tot gevolg dat er nog meer kinderen in de wijk buitenspelen’. Hoeveel en met welke opbrengsten kinderen buitenspelen is dus het gevolg van het samenspel van factoren in een complex systeem.
We focussen ons in dit onderzoek op de inrichting van speelplekken, maar willen daarbij benadrukken dat factoren bij de inrichting van speelplekken onderdeel zijn van dat complexe systeem waarin veel meer factoren meespelen die invloed hebben op buitenspelen.1
Doel Tweede Kamerleden Inge Van Dijk en Mohammed Mohandis verzochten de regering in een motie om onderzoek te laten doen naar welke elementen speelplekken moeten bevatten om kinderen maximaal uit te dagen om buiten te gaan spelen. Het Mulier Instituut is gevraagd om dit onderzoek uit te voeren. In dit onderzoek brengen we in kaart welke factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed zijn op buitenspelen van basisschoolkinderen (leeftijd 4 tot en met 12 jaar) in Nederland. Ook beschrijven we waarom deze factoren van invloed zijn en of deze factoren invloed hebben op de volgende vier aspecten: hoeveel tijd kinderen op speelplekken doorbrengen; de motorische ontwikkeling van kinderen op speelplekken; het plezier dat kinderen op speelplekken ervaren; de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren. Hoofdvraag en deelvragen We beantwoorden de volgende onderzoeksvraag:
1
Een ander lopend onderzoek van het Mulier Instituut focust zich op het in kaart brengen van alle factoren die van invloed zijn op buitenspelen, en hun onderlinge samenhang. Hierover publiceren we later een wetenschappelijk artikel.
Welke factoren bij de inrichting van speelplekken in Nederland dragen bij aan het stimuleren van buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar?
Dit doen we aan de hand van vijf deelvragen: 1.
Welke factoren bij de inrichting van speelplekken zijn volgens de bestaande literatuur van invloed op buitenspelen van kinderen (4 t/m 12 jaar)?
2.
Welke (aanvullende) factoren bij de inrichting van speelplekken zijn volgens professionals van invloed op buitenspelen van kinderen (4 t/m 12 jaar) in Nederland?
3.
Welke factoren bij de inrichting van speelplekken dragen bij aan hoeveel tijd kinderen doorbrengen op speelplekken, de motorische ontwikkeling van kinderen, het plezier dat kinderen op speelplekken beleven en de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren?
4.
Hoe en waarom zijn de factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed op buitenspelen?
5.
Wat is het perspectief van kinderen op de inrichting van speelplekken in Nederland?
Hoofdstuk 2
In dit hoofdstuk beschrijven we de methoden die we voor het onderzoek hebben gebruikt. We beantwoorden de onderzoeksvraag via literatuuronderzoek, vragenlijsten onder professionals, focusgroepen met professionals en gesprekken met kinderen.
Scoping review Op basis van literatuuronderzoek hebben we factoren geïdentificeerd die buitenspelen van kinderen kunnen stimuleren. We hebben daarbij ook de factoren gespecificeerd die de inrichting van de speelplekken betreffen. Dit deden we via een scoping review van reviewstudies. Een reviewstudie is een vorm van wetenschappelijk onderzoek waarbij de resultaten van bestaande wetenschappelijke publicaties worden gebundeld. Een scoping review is een type reviewstudie dat wordt gebruikt om een breed overzicht te geven van het beschikbare bewijs over een bepaald onderwerp of onderzoeksgebied (Munn et al., 2018). Reviewstudies over welke factoren specifiek bijdragen aan buitenspelen voor kinderen met een beperking, hebben we niet meegenomen. Data-extractie In de data-extractiefase hebben we alle relevante bewezen gerelateerde factoren uit tien reviewstudies geëxtraheerd en samengevoegd in een overzicht. Dataextractie betekent het ‘filteren’ van de relevante informatie uit de gebruikte reviewstudies. De data-extractie van de eerste drie reviewstudies voerden twee onderzoekers onafhankelijk van elkaar uit (T.t.T. en L.W.). Verschillen in data-extractie hebben ze besproken tot ze overeenstemming bereikten. Vervolgens hebben ze de overige zeven reviewstudies verdeeld, waarbij de ene onderzoeker de data-extractie uitvoerde en de andere die controleerde.
De geïdentificeerde factoren hebben we ingedeeld in vijf (sub)categorieën: individu-gerelateerde factoren; ouder-gerelateerde factoren; sociale factoren anders dan ouders; omgeving-gerelateerde factoren; en speelplek-gerelateerde factoren. In deze rapportage ligt de focus op de factoren die betrekking hebben op de inrichting van speelplekken. We rapporteren daarom alleen de speelplekgerelateerde factoren.
Datasynthese Na de data-extractiefase hebben we de factoren samengevat en gegroepeerd (datasynthese). Hierbij hebben we dubbelingen in de verzamelde gegevens, factoren die (deels) overlappen en factoren die erg specifiek waren tot grotere concepten samengevoegd. Ter illustratie: we hebben factoren als ‘variatie van speelkeuzes’, ‘variatie in ontworpen en niet-ontworpen speelvoorzieningen’ en ‘variatie voor verschillende leeftijden’ samengevoegd tot de factor ‘variatie op speelplekken’. We hebben alle factoren uit de Engelstalige reviewstudies vertaald naar Nederlandse termen, zodat we de uiteindelijke lijst konden presenteren aan de Nederlandstalige respondenten die aan de vragenlijsten hebben deelgenomen.
Deelnemers We hebben twee korte vragenlijsten uitgezet onder onderzoekers en praktijkprofessionals met kennis/expertise over buitenspelen. In deze rapportage duiden we deze groep respondenten (de onderzoekers en praktijkprofessionals) aan als ‘professionals’. Voor de werving van deze respondenten hebben we eerst een lijst samengesteld met contactgegevens. De praktijkorganisaties benaderden we via hun algemene emailadres met het verzoek deel te nemen aan het onderzoek en advies te geven over wie binnen hun organisatie expertise heeft op het gebied van de inrichting van speelplekken en daardoor geschikt zou zijn om de vragenlijst in te vullen. Daarnaast maakten we gebruik van de sneeuwbalmethode: in de eerste vragenlijst vroegen we de respondenten om namen van andere onderzoekers en praktijkprofessionals door te geven die volgens hen ook onderzoek doen naar buitenspelen of over expertise op het gebied van buitenspelen beschikken. Hierdoor hebben we 43 extra personen toegevoegd aan de oorspronkelijke lijst. We hebben 73 mensen uitgenodigd om de vragenlijsten in te vullen: 22 onderzoekers en 51 praktijkprofessionals. Uiteindelijk hebben 58 professionals (80%) de eerste vragenlijst volledig ingevuld en 49 professionals (67%) de tweede vragenlijst. Niet alle professionals die de eerste vragenlijst invulden, vulden ook de tweede in, en vice versa.
In totaal vulden 19 onderzoekers en 44 praktijkprofessionals minimaal één van de twee vragenlijsten in. We hebben de professionals gevraagd hoeveel jaren werkervaring ze hebben op het thema buitenspelen (tabel 3.1).
Tabel 2.1 Aantal jaar werkervaring van de respondenten op het thema buitenspelen Aantal jaar
Onderzoekers
Praktijkprofessionals
werkervaring
(n=19)
(n=44)
Minder dan 2 jaar
3
2
2-5 jaar
7
5
6-10 jaar
4
8
Meer dan 10 jaar
5
29
Bron: Mulier Instituut, vragenlijst onder professionals, 2024.
De onderzoekers hadden allemaal ervaring met onderzoek doen naar buitenspelen, vanuit bijvoorbeeld een hogeschool, universiteit of onafhankelijke onderzoeksinstelling. De praktijkprofessionals die de vragenlijsten invulden, waren veelal werkzaam als ontwerper, stedenbouwkundige, (beleids)adviseur, medewerker van een speeltoestelaanbieder, project- of programmaleider of buurtsportcoach. Ze werkten bijvoorbeeld bij organisaties die overheidspartijen adviseren over buitenspelen, of bij organisaties die zelf buitenspeelmogelijkheden verzorgen of de inrichting van buitenspelen praktisch mogelijk maken. Ook waren er praktijkprofessionals werkzaam bij organisaties die buitenspelen willen stimuleren door projecten of programma’s te initiëren. Vragen In de eerste vragenlijst hebben we de lijst met factoren die van invloed zijn op buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar) gepresenteerd die we hebben opgesteld op basis van ons literatuuronderzoek. We vroegen de respondenten om aan te geven of de lijst compleet was en deze anders aan te vullen. Enkele weken na het invullen van de eerste vragenlijst hebben we de tweede vragenlijst verstuurd. Op basis van de input op de eerste vragenlijst hebben we de lijst met factoren aangepast en een nieuwe clustering van deze factoren toegepast. Deze aangepaste lijst hebben we in de tweede vragenlijst gepresenteerd aan de respondenten.
We vroegen de respondenten om maximaal tien clusters te selecteren die zij als meest invloedrijk beschouwen. Daarnaast hebben we de respondenten gevraagd welke factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed zijn op de volgende vier aspecten: de tijd die kinderen op speelplekken doorbrengen; de motorische ontwikkeling van kinderen; het plezier dat kinderen beleven op speelplekken; en de uitdaging die kinderen ervaren op speelplekken.
Analyse We hebben de gegevens uit de vragenlijsten geanalyseerd in SPSS versie 28.0 met beschrijvende statistiek. De antwoorden op de open vragen hebben we in Excel gecodeerd en thematisch geanalyseerd.
Deelnemers Voor dit deel van het onderzoek hebben we de 73 professionals die we hebben uitgenodigd voor deelname aan de vragenlijsten (zie paragraaf 2.2), ook uitgenodigd om deel te nemen aan een focusgroep. De werving vond plaats via e-mail. In eerste instantie namen drie onderzoekers en dertien praktijkprofessionals deel aan één van de drie focusgroepen. Elke focusgroep duurde 1,5 uur, en werd online gehouden via Microsoft Teams. Tijdens de analyse van deze focusgroepen zagen we in dat het perspectief van speeltoestelaanbieders niet genoeg naar voren kwam in deze eerste drie focusgroepen. Daarom hebben we aanvullend nog vijf praktijkprofessionals geïnterviewd die werken bij een bedrijf in speeltoestellen. In totaal hebben dus 21 professionals aan de focusgroepen en interviews deelgenomen. Alle deelnemers hebben vooraf via e-mail toestemming gegeven voor deelname. Een overzicht van de organisaties waar de deelnemers werkzaam zijn is te vinden in Bijlage 2. Vragen Aan de deelnemers hebben we gevraagd welke factoren bij de inrichting van speelplekken zij belangrijk vinden en waarom. Ook vroegen we ze wat volgens hen en volgens ouders/kinderen belangrijk is bij het ontwerpen van een speelplek. Analyse De focusgroepen hebben we opgenomen, getranscribeerd en uitgewerkt in een verslag.
Via thematische analyse hebben we de relevante fragmenten uit de focusgroepen ingedeeld aan de hand van achttien factoren bij de inrichting van speelplekken (zie tabel 3.2).
Deelnemers In het kader van het project de Buitenkans (uitgevoerd door de partners van de Buitenspeelcoalitie) hebben we 89 kinderen (52 meisjes en 37 jongens) uit zes verschillende gemeenten gesproken. In elke gemeente kozen we als focus één wijk/buurt. De kinderen wonen in de gekozen wijk/buurt of spelen daar buiten. Alle kinderen waren tussen de 5 en 13 jaar oud; de meesten waren tussen de 8 en 11 jaar oud. De ouders van alle kinderen hebben vooraf toestemming gegeven om met hun kinderen in gesprek te gaan over buitenspelen in hun wijk/buurt.
Vragen We hebben kinderen gevraagd naar belemmerende en bevorderende factoren die zij ervaren tijdens het buitenspelen. Dit deden we op twee verschillende manieren. De eerste manier was dat we samen met de kinderen een rondje door hun wijk/buurt liepen en stopten op speelplekken om daarover een aantal vragen te stellen. We stelden de kinderen vragen over wat ze van een bepaalde speelplek vonden en waarom ze wel of niet op deze speelplek speelden. Deze wandelingen door de buurt duurden ongeveer een uur. De tweede manier was dat we aan de hand van foto’s van speelplekken uit hun wijk/buurt ongeveer 15 minuten met kinderen in gesprek gingen. Over elke speelplek stelden we een aantal vragen, dezelfde als tijdens de wandeling door de wijk/buurt. In enkele gemeenten hebben wij ook een aantal foto’s van andere speelplekken laten zien, om de kinderen voorbeelden te geven van hoe een speelplek er ook uit zou kunnen zien. Weer stelden we dan over elke speelplek dezelfde vragen. Analyse Tijdens de gesprekken hebben we aantekeningen gemaakt. Deze hebben we na afloop uitgewerkt. Deze gespreksverslagen hebben we thematisch geanalyseerd door de tekst te coderen aan de hand van de achttien factoren bij de inrichting van speelplekken (zie tabel 3.2) en de overige 181 factoren die niet over de inrichting van speelplekken gaan.
Hoofdstuk 3
In dit hoofdstuk beschrijven we de resultaten van het literatuuronderzoek en de vragenlijsten. We beschrijven welke factoren voor de inrichting van speelplekken in de literatuur bekend zijn, welke aanvullingen professionals hebben gedaan, en de verdere resultaten van de vragenlijsten.
In totaal hebben we uit de bestaande literatuur dertien factoren bij de inrichting van de speelplekken geïdentificeerd die van invloed zijn op het buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar (zie tabel 3.2). Een aantal van deze factoren betreft de materialen waaruit de speelplekken bestaan, zoals het type ondergrond (Jerebine et al., 2022; Wenger et al., 2023) en het gebruik van natuurlijke materialen om op of mee te spelen (Lee et al., 2021; Pereira et al., 2024). Ook de aanwezigheid van losse materialen, zoals gerecyclede banden, stenen of touw, is van invloed op het buitenspelen volgens de literatuur (Houser et al., 2022; Pereira et al., 2024). Een aantal andere factoren die buitenspelen beïnvloeden, gaan over de variatie op speelplekken (Lee et al., 2021; Visser & van Aalst, 2022; Wenger et al., 2023). Dit kan gaan om de variatie tussen open ruimtes, die bijvoorbeeld geschikt zijn voor balsporten of fietsen, en speeltoestellen (Lee et al., 2023; Wenger et al., 2023; Pereira et al., 2024). Het kan ook gaan om variatie in speeltoestellen, wat mogelijkheden biedt voor verschillende spelvormen en voor verschillende leeftijden (Peiera et al., 2024; Visser en van Aalst, 2022; Wenger et al., 2023).
Tot slot heeft een aantal van de factoren die buitenspelen beïnvloeden betrekking op voorzieningen op de speelplekken anders dan de speelelementen zelf, zoals de aanwezigheid van picknickfaciliteiten of schone toiletten (Visser & van Aalst, 2022).
Aanvullingen door professionals Aan de hand van aanvullingen door de professionals in de eerste vragenlijst hebben we de lijst van factoren op basis van internationale literatuur aangevuld. De aanvullingen hebben we in tabel 3.2 oranje gemarkeerd. Op basis van deze aanvullingen hebben we vijf nieuwe factoren geformuleerd die specifiek de inrichting van speelplekken betreffen: aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken voor ouders/verzorgers; aanwezigheid van attributen waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen;
aanwezigheid van zichtlijnen2 op speelplekken; variatie tussen speelplekken; grootte van speelplekken. Hiernaast hebben we op basis van de aanvullingen drie bestaande factoren aangepast: De factor ‘Het gebruikte oppervlaktemateriaal op speelplekken’ hebben we geherformuleerd naar ‘Type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels)’. Bij de factor ‘Aanwezigheid van voorzieningen op speelplekken’ hebben we de voorbeelden aangepast (van picknickfaciliteiten naar (picknick)bankjes) en extra voorbeelden toegevoegd (watertappunten en prullenbakken). De factor ‘Variatie op speelplekken’ hebben we aangevuld met een extra voorbeeld (‘variatie in ondergronden’).
Tabel 3.1 Factoren over de inrichting van speelplekken die invloed hebben op buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar) volgens de internationale literatuur, inclusief aanvullingen vanuit professionals (oranje gemarkeerd) Ruimtelijke indeling van speelplekken Type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels) Aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken Aanwezigheid van natuurlijke elementen op speelplekken Aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken Aanwezigheid van omheining op speelplekken Aanwezigheid van open ruimte op speelplekken Aanwezigheid van schaduw op speelplekken Aanwezigheid van losse speelmaterialen/gerecyclede materialen/open materialen (zoals gerecyclede banden, stenen, touw) op speelplekken Aanwezigheid van voorzieningen op speelplekken (zoals picknickbankjes, schone toiletten, bankjes, watertappunten, prullenbakken) Dichtheid van de speelvoorzieningen op speelplekken Variatie op speelplekken (zoals variatie in ondergronden, in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen of voor verschillende leeftijden) Mogelijkheden voor sociale bijeenkomsten op speelplekken Aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken voor ouders/verzorgers Aanwezigheid van attributen waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen Aanwezigheid van zichtlijnen op speelplekken Variatie tussen speelplekken Grootte van speelplekken
2
Goede zichtlijnen zijn belangrijk zodat ouders vanaf een vaste plek (bijvoorbeeld een bankje) de speelplek goed kunnen overzien. Ook helpen goede zichtlijnen de kinderen om rekening te houden met elkaar.
Belangrijkste clusters van factoren We hebben de professionals in de tweede vragenlijst gevraagd om uit de geclusterde lijst van alle factoren maximaal tien clusters van factoren te selecteren die volgens hen de meeste invloed hebben op buitenspelen in Nederland. In totaal konden ze kiezen uit veertig clusters van factoren. De achttien factoren bij de inrichting van speelplekken die van invloed zijn op het buitenspelen van kinderen, hebben we samengevoegd tot vier clusters.3 In de top tien is slechts één cluster van factoren over de inrichting van speelplekken te vinden (zie het kader hieronder). Dat is ‘Variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden’, op plek acht. De andere clusters van factoren in de top tien gaan niet over de inrichting van speelplekken.
Top tien clusters van factoren Dit is de top tien van clusters van factoren die volgens professionals de meeste invloed hebben op buitenspelen van kinderen (leeftijd: 4 t/m 12 jaar) in Nederland: 1. mate waarin het kind anderen heeft om mee buiten te spelen zoals broers/zussen of vrienden; 2. betrokkenheid van ouders/verzorgers bij buitenspelen, zoals meegaan naar speelplekken of tijd buiten doorbrengen; 3. hoeveelheid (vrije) tijd van het kind om te besteden aan buitenspelen naast bijvoorbeeld school, hobby's of huiswerkbegeleiding; 4. (geschikte) speelomgeving van kinderen, zoals beschikbaarheid, nabijheid of dichtheid; 5. aantrekkelijkheid van speelplekken, zoals uitdaging, ruimte voor nemen van risico, plezier of tevredenheid; 6. schermgebruik van het kind, zoals beschikbaarheid en regels; 7. stimulerende of beperkende maatregelen rondom buitenspelen door ouders/verzorgers/professionals; 8. variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden; 9. percepties van ouders/verzorgers/professionals over veiligheid/risico’s van bijvoorbeeld speelelementen, sociale veiligheid of angst voor vreemden; 10. persoonlijkheid van het kind, zoals autonomie, zelfvertrouwen of karakter, EN verkeersveiligheid, zoals verkeersdrukte of veilige bereikbaarheid van speelplekken.* * Deze clusters hebben een gedeelde tiende plek.
In tabel 3.3 is te zien hoe vaak de professionals de clusters van factoren over de inrichting van speelplekken in hun top tien hebben geselecteerd. Bijna 40 procent (n=19) selecteerde het cluster ‘Variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden’ als één van de tien clusters van factoren die volgens hen het meest van invloed zijn op buitenspelen. 3
Zoals we in hoofdstuk 2 beschreven, hebben we ervoor gekozen de factoren in de tweede vragenlijst te clusteren om het prioriteren voor professionals makkelijker te maken.
Tabel 3.2 Overzicht van het aantal professionals dat de clusters van factoren over de inrichting van speelplekken selecteerde in de tien volgens hen meest invloedrijke clusters (n= 49) Cluster van factoren
Aantal professionals (percentage)
Variatie op of tussen speelplekken in bijvoorbeeld
19 (39%)
speeltoestellen, ondergronden of voor verschillende leeftijden Indeling van speelplekken, zoals ondergrond, natuurlijke
9 (18%)
elementen, omheining of speeltoestellen Hoeveelheid ruimte voor kinderen op speelplekken
3 (6%)
Sociale mogelijkheden op speelplekken, zoals de
1 (2%)
aanwezigheid van zitplekken Bron: Mulier Instituut, vragenlijst onder professionals, 2024.
In tabel 3.4 geven we een overzicht van de resultaten van het literatuuronderzoek en de vragenlijsten. Tabel 3.3 Overzicht aantal factoren en clusters Factoren Uit de literatuur
Aanvullingen van professionals
Clusters 40 clusters samengesteld
116 factoren die van invloed 83 factoren die van invloed zijn op zijn op buitenspelen buitenspelen aangevuld geïdentificeerd
→ waarvan 4 clusters over de inrichting van speelplekken.
→ waarvan 5 factoren over de → waarvan 13 factoren over inrichting van speelplekken. de inrichting van speelplekken.
→ waarvan één cluster in de top tien van clusters die volgens respondenten de meeste invloed hebben op buitenspelen.
Totaal: 199 factoren, waarvan 18 over de inrichting van speelplekken Bron: Mulier Instituut
Vier aspecten
We hebben de professionals gevraagd welke factoren bij de inrichting van speelplekken volgens hen van invloed zijn op de volgende vier aspecten: hoeveel tijd kinderen doorbrengen op speelplekken; hun motorische ontwikkeling op speelplekken; het plezier dat zij ervaren op speelplekken; en de uitdaging die zij ervaren op speelplekken. In bijlage 1 is het overzicht te vinden van het aantal professionals dat heeft aangegeven welke van de achttien factoren over de inrichting van speelplekken van invloed zijn op deze vier aspecten. Tijd De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op de hoeveelheid tijd die kinderen op speelplekken doorbrengen zijn: 1.
aanwezigheid van schaduw op speelplekken;
2.
aanwezigheid van attributen op speelplekken waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen;
3.
aanwezigheid en plaatsing van voldoende zitplekken op speelplekken voor ouders/verzorgers. Motorische ontwikkeling
De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op de motorische ontwikkeling van kinderen op speelplekken zijn: 1.
aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken;
2.
variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden);
3.
aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken. Plezier
De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op het plezier dat kinderen op speelplekken ervaren zijn: 1.
aanwezigheid van hoogteverschillen op speelplekken;
2.
variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden);
3.
ruimtelijke indeling van speelplekken EN aanwezigheid van speeltoestellen op speelplekken (beide even vaak geselecteerd). Uitdaging
De drie factoren die ze het vaakst selecteerden als van invloed op de uitdaging die kinderen op speelplekken ervaren zijn: 1.
variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden);
2.
aanwezigheid van attributen op speelplekken waarop kinderen kunnen chillen, hangen, praten, relaxen;
3.
aanwezigheid van losse speelmaterialen/gerecyclede materialen/open materialen (zoals gerecyclede banden, stenen, touw) op speelplekken.
Factoren zonder invloed? Een deel van de professionals geeft bij factoren die volgens de literatuur van invloed zijn op buitenspelen, aan dat deze op geen van de vier aspecten invloed hebben (zie de tabel in bijlage 1): Zeventien professionals geven aan dat de ‘aanwezigheid van omheining op speelplekken’ niet van invloed is op deze vier aspecten. Twaalf professionals geven aan dat de ‘dichtheid van de speelvoorzieningen op speelplekken’ niet van invloed is. Elf professionals geven aan dat de ‘aanwezigheid van zichtlijnen op speelplekken’ niet van invloed is. Tien professionals geven aan dat het ‘type ondergrond op speelplekken (zoals gras, houtsnippers of tegels)’ niet van invloed is op de vier aspecten.
Hoofdstuk 4
In dit hoofdstuk bespreken we de resultaten van de focusgroepen met professionals en de gesprekken met kinderen, als verdieping op de resultaten uit de literatuur en vragenlijsten. We beschrijven welke factoren volgens de kinderen en professionals belangrijk zijn bij de inrichting van speelplekken en waarom.
We hebben de kinderen en professionals gevraagd wat volgens hen belangrijk is bij de inrichting van speelplekken. Speeltoestellen Kinderen De kinderen benoemen veruit het vaakst de aanwezigheid van speeltoestellen op de speelplekken. Dit kwam in elk gesprek terug. Eén van de redenen voor kinderen om naar een speelplek te gaan is omdat daar een bepaald speeltoestel aanwezig is. Jongens en meisjes hebben andere voorkeuren voor speeltoestellen. Jongens geven vaker aan dat ze naar een speelplek gaan omdat ze daar kunnen voetballen, terwijl meisjes vaker speeltoestellen zoals schommels en klimrekken noemen. Sommige speeltoestellen, zoals een kabelbaan of skate-elementen, vinden zowel de jongens als de meisjes leuk. Professionals Speeltoestellen bieden volgens de professionals uitdaging door onder andere hoogteverschillen en mogelijkheden om te klimmen, wat buitenspelen stimuleert. Veel speeltoestellen zijn ontworpen om de motorische ontwikkeling van kinderen te stimuleren, hoewel enkele professionals daarbij opmerken dat dit geen doel moet zijn van buitenspelen: 'spelen is gewoon spelen en heeft geen doel' en 'ik zou het zonde vinden als “speeltoestellen dragen bij aan de motorische ontwikkeling van kindereren” de boodschap wordt'.
Spelen heeft dus volgens een deel van de professionals niet als doel om bepaalde opbrengsten te bewerkstelligen, zoals het stimuleren van de motorische ontwikkeling. Bovendien vinden de professionals de vragen over welke factoren bijdragen aan hoeveel tijd kinderen doorbrengen op speelplekken, hoeveel plezier zij daar ervaren en hoeveel uitdaging zij ervaren, niet goed te beantwoorden. Ze geven aan dat uitdaging bijdraagt aan plezier en dat plezier bijdraagt aan hoeveel tijd kinderen
doorbrengen op een speelplek. Het is dus volgens hen niet te onderscheiden welke factoren waar specifiek aan bijdragen. Ook geven professionals aan dat speelplekken niet vol moeten staan met speeltoestellen, omdat er dan geen zogenaamde ‘open ruimte’ overblijft waarin kinderen hun eigen spel kunnen creëren. Open ruimtes zijn volgens de professionals ook belangrijk omdat kinderen het leuk vinden om te fietsen, voetballen (of andere balsporten) en skaten. We hebben niet gevraagd hoe de ‘leukste’ speelplek eruitziet, maar de professionals zijn het erover eens dat grote speelplekken met zowel speeltoestellen als open ruimtes de leukste plekken voor kinderen zijn. Wel is hier ‘zonering’ van belang. Hiermee bedoelen de professionals dat een speelplek uit verschillende delen bestaat, met verschillende functies, en dat deze verschillende delen op een speelplek duidelijk van elkaar onderscheiden zijn. Dit kun je doen door een paadje of een bomenrij tussen verschillende delen aan te leggen. Of door een hek om een voetbalveldje te plaatsen, waardoor voor iedereen duidelijk is: hier kun je voetballen. Uitdaging Kinderen Speeltoestellen zijn dus belangrijk volgens de kinderen. De kinderen geven wel duidelijk aan dat ze graag zouden willen dat de speeltoestellen die nu op de speelplekken in hun wijk/buurt staan uitdagender/moeilijker/hoger/groter zijn.
Ze vinden nu veel speelplekken saai of niet leuk. Zo zegt een meisje: 'de glijbaan en de rest van het speeltoestel zijn te klein. Het zou leuker zijn als de speeltoestellen groter en moeilijker zijn'. De kinderen noemen ook een paar voorbeelden van speeltoestellen die ze als ‘gevaarlijk’ ervaren, wat het speeltoestel volgens hen juist leuk maakt: 'Die draaimolen is oud en gevaarlijk, daar kan je makkelijk vanaf vliegen. Dat vinden wij juist leuk.' En: 'Je hebt daar een draaiding waar je op kan lopen waardoor je steeds sneller en sneller kan gaan. Dat is gevaarlijk, en dat maakt het leuk.' Professionals Ook veel professionals noemen het belang van uitdaging op speelplekken. Uitdaging kun je volgens hen creëren door speelplekken in te richten met bijvoorbeeld hoogteverschillen, variatie in speeltoestellen of losse speelmaterialen. Volgens een professional betekent uitdaging dat kinderen hun 'ideeën en fantasieën op een speelplek los kunnen laten'. Losse speelmaterialen die ongedefinieerd zijn en aangepast kunnen worden, zijn hiervoor volgens de professionals geschikt. Voorbeelden die ze noemen, zijn natuurlijke materialen als zand, takken en zwerfkeien, maar ook touw, schepjes of emmertjes.
Veel professionals benoemen dat beleidsmakers en andere professionals uitdaging op speelplekken vermijden, omdat we volgens hen in een maatschappij leven waarin veiligheid de boventoon voert en kinderen geen risico’s mogen nemen:
‘Op een gegeven moment wordt het zo veilig gemaakt dat ze [kinderen] het niet meer leuk vinden. Dus er moeten best wel uitdagingen in speelplekken zitten, in de letterlijke vorm. Belangrijk element is dat ze grenzen moeten kunnen verleggen.’
Een professional denkt dat het gebrek aan uitdaging een belangrijke reden is waarom speelplekken niet gebruikt worden. Deze professional geeft de voorkeur aan speelplekken die avontuurlijk zijn ingericht, met hoogteverschillen en losse speelmaterialen: ‘better a broken arm than a broken spirit’. De professionals, en dan vooral aanbieders van speeltoestellen, geven aan dat regelgeving en normen rondom veiligheid waaraan speelplekken moeten voldoen 4, ervoor zorgen dat uitdaging en risico stimuleren op speelplekken bijna niet mogelijk is. Maar een andere professional geeft aan dat veel speelplekontwerpers in zijn optiek te voorzichtig zijn, omdat zij bij ongelukken met kinderen op de speelplek die zij ontworpen hebben bang zijn voor claims van ouders. Deze professional geeft aan dat er meer mogelijk is in het avontuurlijk ontwerpen van speelplekken dan vaak gedacht wordt. Het zou volgens deze professional helpen als bijvoorbeeld de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA), die toezicht houdt op deze normen, duidelijk communiceert over wat er wél mogelijk is (bijvoorbeeld over toegestane materialen en hoogtes op speelplekken).
Andere professionals vullen aan dat de trend om risico-arme speelplekken voor kinderen te ontwikkelen ook te danken is aan de beperkende rol van ouders: zij willen hun kinderen beschermen tegen pijn en gevaar, maar slaan daarin volgens enkele professionals door: 'ouders zijn [wat betreft avontuurlijk buitenspelen] de grootste beperking voor kinderen'. Variatie op en tussen speelplekken Kinderen Na de aanwezigheid van speeltoestellen kwam de variatie op speelplekken (zoals variatie in speeltoestellen, mogelijkheden voor spelvormen, variatie in ondergronden of voor verschillende leeftijden) het meest terug in de gesprekken met de kinderen. Ten eerste is variatie in speeltoestellen en mogelijkheden voor verschillende spelvormen belangrijk. Kinderen vinden speelplekken waar veel verschillende
4
Professionals noemen bijvoorbeeld het Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen 2023 (de WAS) waar de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit toezicht op houdt, en de Europese veiligheidsnorm NEN-EN 1176.
speeltoestellen aanwezig zijn of waar ze veel verschillende soorten spel kunnen doen, leuker dan speelplekken waar dit niet zo is. Zo zegt één meisje: 'dit is een hele leuke speelplek, is niks slechts aan. De trampoline is leuk. Het praatding is ook leuk. Je kunt er ook goed verstoppertje en buskruit spelen'. Een andere groep meiden zegt over een speelplek: 'wij komen hier niet omdat wij voetballen niet leuk vinden en het enigste wat je hier kunt doen is voetballen'. Speeltoestellen waar de kinderen verschillende dingen mee kunnen doen, vallen goed in de smaak. Zo legt een groep meiden uit dat ze de half-pipe leuk vinden omdat ze er op kunnen klimmen, erop kunnen zitten en chillen terwijl ze wat eten of op hun mobiel zitten, erop kunnen fietsen en rennen, en er spelletjes zoals ‘Vies- en Lekkerland’ en tikkertje op kunnen spelen. Ten tweede is variatie op speelplekken belangrijk zodat deze geschikt zijn voor verschillende leeftijden. Zo geven de kinderen als reden waarom ze ergens niet spelen: 'deze speelplek is saai, is meer voor wat kleine kinderen'. Sommige speeltoestellen zijn geschikt voor verschillende leeftijden. Zo zegt een jongen: 'de beweegbank5 is handig voor ouderen, maar wij spelen er zelf ook op als wij bij de BSO zijn'. Hiernaast geeft een groep meisjes aan dat het goed zou zijn als er ook wat beschikbaar is op de speelplek voor hun ouders.
Naast bankjes zouden ze ook graag een sportplek willen op de speelplek: 'een sportplek met het liefst allemaal verschillende sporttoestellen, bijvoorbeeld zo’n stapmachine of een staande fiets. Dit is voor onze ouders en voor onszelf leuk'. Professionals Variatie is ook volgens de professionals belangrijk. De ideale speelplek bestaat volgens hen niet. Daarmee bedoelen ze dat een speelplek moeilijk kan voldoen aan de behoeften van alle leeftijden, genders en typen kinderen die er zijn. Meerdere professionals geven daarom aan dat een speelplek zou moeten voorzien in de behoeften van vier verschillende speeltypes: rauwers, douwers, bouwers en schouwers6. Maar ook ieder individueel kind heeft volgens de professionals behoefte aan variatie: 'kinderen willen kunnen switchen, houden van afwisseling. Zelf heb je ook niet altijd dezelfde behoefte.'
5
Een beweegbank is een multifunctionele bank die ontworpen is om als zitgelegenheid én als fitnessapparaat te dienen. 6 Dit is in (buiten)speelonderzoek een veelgebruikte indeling van verschillende speeltypen. Rauwers zijn doeners en willen actie, en hebben daardoor ook ruimte nodig. Douwers zijn vaker uitvinders en creatiever. Schouwers zijn introverter en gebruiken meer hun zintuigen, en bouwers zijn ondernemend.
Met het belang van variatie bedoelen de professionals niet alleen variatie op een speelplek, maar ook tussen verschillende speelplekken in de wijk/buurt. Ook enkele kinderen geven dit aan. Daarom is het volgens de professionals die speelplekken ontwerpen belangrijk rekening om te houden met de samenhang tussen speelplekken in de wijk/buurt. En dus verschillende typen speelplekken aan te bieden in een wijk/buurt. Ze bedoelen daarmee niet alleen variëren in leeftijdsgroep waarvoor een speelplek geschikt is, maar ook bijvoorbeeld tussen speelplekken met veel speeltoestellen, natuurlijke materialen of juist open ruimtes voor voetballen, skaten of fietsen. Type ondergrond Kinderen De mening van kinderen over het type ondergrond op speelplekken verschilt. Kinderen geven aan dat je op een harde ondergrond, bijvoorbeeld van tegels of asfalt, hard kan vallen, wat pijn doet. Over een gewoon grasveld zeggen ze dat dit erg glad, nat en modderig wordt als het geregend heeft, en dat ze hier last hebben van honden- of ganzenpoep. Ze hebben daarom liever een kunstgrasveld. Maar andere kinderen geven juist weer aan dat je op een kunstgrasveld niet goed kunt basketballen. Zand als ondergrond vinden sommige kinderen ook niet fijn, omdat ook deze ondergrond modderig wordt als het regent.
Bovendien wordt zand heel heet als de zon erop staat en wordt ermee gegooid, waardoor je het in je ogen krijgt. Als suggestie geven deze kinderen dat ze liever houtsnippers hebben. Maar andere kinderen zeggen over houtsnippers juist weer: 'de grond bij de glijbaan [houtsnippers] is niet fijn. Daar struikel je snel over, is onveilig, irritant want krijg je in je schoenen, kinderen gooien daarmee waardoor je het in je ogen krijgt, en als je valt is het pijnlijk'. Professionals Opvallend is dat de professionals het type ondergrond nauwelijks als belangrijk benoemen. Eén professional geeft aan dat hij tegen beton en kunstgras is, omdat hij vindt dat kinderen vuil moeten kunnen worden als ze buitenspelen. Een andere professional zegt over typen ondergronden: 'dat is niet iets waar kinderen of ouders zich mee bezighouden'. Grootte van speelplekken Kinderen Sommige kinderen geven aan dat ze bij een bepaalde speelplek wel buitenspelen, want 'deze speelplek is groot en ruim', en bij andere speelplekken juist niet, want 'deze speelplek is klein'. De grote speelplekken vinden de kinderen aantrekkelijker, omdat hier veel meer ruimte is om bijvoorbeeld te voetballen of tikkertje te spelen. Ook is op deze grote speelplekken vaak meer aanwezig volgens de kinderen, waardoor ze veel meer verschillende spelletjes kunnen doen.
Professionals Ook professionals zien dat kinderen kleinere speelplekken minder vaak gebruiken, en noemen daarom de grootte van speelplekken ook als belangrijke factor. Een professional die ook in andere landen aan speelplekken werkt, geeft aan dat er in Nederland relatief veel kleine speelplekken zijn. Op grote speelplekken is volgens de professionals vaak veel te doen: veel variatie in spel voor verschillende leeftijden en type buitenspelers, en het liefst ook zitplekken. Ook is er volgens professionals op grote speelplekken grotere kans op aanwezigheid van meer kinderen. Dit is een belangrijke factor als het gaat om het stimuleren van buitenspelen. Iets wat samenhangt met de grootte van speelplekken, en wat de professionals enkele keren expliciet benoemen, is het belang van ruimte voor spelen in de openbare ruimte. Volgens een professional gaat het niet alleen over de grootte van een speelplek, want ‘kinderen beginnen al met spelen als ze de voordeur uit lopen’. Ruimte is een voorwaarde voor buitenspelen, en volgens enkele professionals geven beleidsmakers die verantwoordelijk zijn voor de openbare ruimte te weinig prioriteit aan ruimte voor buitenspelen.
De nadruk ligt (ook in dit onderzoek) volgens enkele professionals te vaak op formele speelplekken, terwijl de hele openbare ruimte geschikt is voor buitenspelen en we dus ook met die blik naar de openbare ruimte moeten kijken. Een professional zegt daarover: 'We moeten de openbare ruimte teruggeven aan de kinderen.' Omheining Kinderen Water, zoals een vijver, bij speelplekken veroorzaakt soms problemen volgens de kinderen. Sommige kinderen vinden het water gevaarlijk of eng. Anderen zeggen: 'het water is onhandig omdat de bal daar in kan komen tijdens het spelen'. Als oplossing dragen verschillende kinderen het plaatsen van een hek aan. Hekwerk is volgens de kinderen ook handig zodat de bal niet op de straat komt. Maar ze geven ook aan dat het hek dat er staat soms niet hoog genoeg is. Verder geven sommige kinderen aan dat omheining goed is omdat het ervoor zorgt dat 'kleine kinderen niet kwijt kunnen raken'. Professionals Ook een enkele professional geeft aan dat een hekwerk bij bijvoorbeeld een voetbalveld belangrijk is om ervoor te zorgen dat de bal op het veld blijft, omdat kinderen het als een belemmering ervaren wanneer dit niet het geval is. Aanwezigheid van zitplekken Kinderen Sommige kinderen geven aan dat het fijn is, zowel voor henzelf als voor hun ouders, dat er (picknick)bankjes aanwezig zijn op de speelplek. Ook andere speelelementen
waar kinderen op kunnen zitten en chillen, zoals (nest)schommels, zien kinderen graag. Professionals Ook professionals zien dat kinderen tijdens het buitenspelen graag zitten en chillen. Buitenspelen is dus niet altijd actief en kan worden onderbroken door inactieve momenten. Een professional geeft daarbij aan dat het goed werkt om zitplekken iets hoger te plaatsen, zodat kinderen kunnen kijken naar anderen. Een andere professional geeft aan dat bankjes die sociale interactie of sociaal spel mogelijk maken wenselijk zijn. Dit zijn bijvoorbeeld bankjes of speeltoestellen waar kinderen niet alleen naast elkaar, maar ook tegenover elkaar kunnen zitten. Zitplekken zijn ook volgens de professionals belangrijk omdat met name jonge kinderen afhankelijk zijn van hun ouders, en die ouders willen zitten. 'Het liefst nog met koffie en wifi’, zegt een professional. Als ouders kunnen zitten, blijven ouders en kinderen langer en is er meer kans op ontmoeting. Plekken waar ouders zitten, maken het ook sociaal veilige plekken voor kinderen om te spelen, volgens de professionals. Natuurlijke elementen en schaduw Kinderen Een aantal kinderen benoemt dat ze spelen met water (bijvoorbeeld een waterpomp met gootjes waar het water doorheen loopt) en zand leuk vinden. Sommige kinderen benoemen hiernaast dat ze graag groen terugzien op de speelplek.
Bijvoorbeeld bosjes waar ze sluiproutes doorheen kunnen maken of een hut kunnen bouwen, bomen waar ze in kunnen klimmen, of een heuvel waar ze van af kunnen rennen of fietsen. Een enkel kind geeft aan dat bomen schaduw creëren, wat vooral in de zomer fijn is. Een groep meisjes geeft hiernaast aan dat een overkapping over de skatebaan een goed idee is, want 'als het geregend heeft, is de skatebaan nat en glad en dan kunnen wij er niet op klimmen, dus dan komen wij hier minder snel'. Professionals In de focusgroepen benoemen enkele professionals het belang van de aanwezigheid van natuurlijke elementen op speelplekken. Volgens een professional is spelen in een natuurlijke omgeving voor kinderen heel wenselijk. Een andere professional geeft aan dat je met natuur ongedefinieerde plekken kunt creëren waar kinderen zonder toestellen uitdagend kunnen spelen. Ook erkennen de professionals de behoefte aan schaduw (waar natuurlijke elementen als bomen voor kunnen zorgen) voor kinderen: 'de zomers in Nederland kunnen warm zijn en de zon is scherp. Kinderen vinden zon best leuk, maar niet te lang. Ze zoeken dan uit zichzelf de schaduw op.' Losse speelmaterialen
Kinderen Sommige kinderen geven aan behoefte te hebben aan aanbod van losse speelmaterialen, zoals een fiets, een step, houten blokken of een bal. Eén jongen zegt hierover: 'maar voor voetballen heb je een bal nodig, en die is er niet altijd. Soms neem ik die dan van huis mee, maar dat heb ik niet altijd. Je kan hier ook vissen, dat vind ik ook leuk, maar ik heb geen hengel, dat is te duur'. Professionals Losse speelmaterialen – dat kunnen zowel natuurlijke als niet-natuurlijke materialen zijn – dragen volgens de professionals bij aan uitdagende en aantrekkelijke speelplekken voor kinderen. Deze losse materialen stimuleren dat kinderen hun eigen fantasie gebruiken: 'Met losse materialen gaan kinderen hun eigen regels en spellen verzinnen.' Dit heeft volgens de professionals een positieve invloed op de uitdaging die kinderen op speelplekken kunnen ervaren. Uit de focusgroepen met professionals komen ook een aantal kanttekeningen over losse speelmaterialen. Zo is een ‘rommelspeeltuin’, waar ook vaak losse speelmaterialen aanwezig zijn, niet iets wat aansluit bij de behoeften van ieder kind: 'sommige kinderen raken juist helemaal van de zeik van rommelspeeltuinen’. Variatie (tussen bijvoorbeeld losse speelmaterialen en vaste speeltoestellen) is dus wenselijk.
Ook noemen enkele professionals de praktische bezwaren van losse speelmaterialen: speeltuinbeheerders zien deze materialen volgens hen als ‘gedoe’. En gemeenten willen volgens de professionals niet dat er materialen blijven liggen in de openbare ruimte: 'ambtenaren van groenbeheer wilden de losse takken altijd opruimen'. Bovendien is een professional van mening dat kinderen uit zichzelf minder snel geneigd zijn met losse materialen te spelen. Volgens hem is een buurtsportcoach of soortgelijke professional vaak nodig om dit aan te jagen.
In de gesprekken met kinderen komen ook andere factoren ter sprake, die niet over de inrichting van speelplekken gaan, maar wel bepalen waarom ze ergens wel of niet buitenspelen. In het kader hieronder sommen we op welke factoren uit de literatuur ook in de gesprekken met kinderen terugkwamen. We houden hierbij de volgorde aan waarop we ze in de tweede vragenlijst gepresenteerd hebben.
Factoren uit literatuur én gesprekken met kinderen Eerdere ervaringen met buitenspelen op de speelplek Aanwezigheid van andere kinderen Afspraken met ouders/verzorgers Sfeer op de speelplek Toezicht op de speelplek Het weer Kennis over de aanwezigheid van de speelplek
Veiligheid in de buurt Verkeersveiligheid in de buurt Veiligheid op de speelplek Speelplek veilig te bereiken Beschikbaarheid van speelplekken Het hebben van een tuin Aanwezigheid van groene en blauwe gebieden in de buurt Nabijheid van de speelplek Ligging van de speelplek Speelplek openbaar toegankelijk Onderhoud van de speelplek Kwaliteit van de speelplek Overlast op de speelplek Vervuiling op de speelplek Vandalisme op de speelplek Activiteiten georganiseerd op de speelplek
Participatie bij het ontwerp van speelplekken We beschrijven in dit onderzoek elementen die bijdragen aan speelplekken die door veel kinderen gebruikt worden, maar volgens het merendeel van de professionals is dit niet eenduidig te bepalen. De speelplek wordt veel gebruikt als deze aansluit bij (wat er al is of wat er juist niet is in) de omgeving en de behoeften van kinderen in de wijk/buurt. Daarom vinden de professionals participatie in het ontwerptraject van groot belang. Ondanks dat zij hier unaniem het belang van inzien, plaatsen ze wel twee kanttekeningen bij participatie. Ten eerste geven ze aan dat bij participatie lang niet altijd de kinderen zelf worden bevraagd: 'buurtparticipatie is vaker met ouders dan met kinderen'. Zoals beschreven hebben ouders vaak een andere visie op buitenspelen, met meer aandacht voor veiligheid. Dit werkt volgens de professionals beperkend voor kinderen. Ten tweede geven professionals, met name professionals die werken bij speeltoestelaanbieders, aan dat het geld dat besteed wordt aan participatietrajecten ten koste gaat van het geld dat uiteindelijk ten goede komt aan speelplekken voor kinderen. Een professionals benoemt dat veel budget voor buitenspelen gaat naar indirecte dingen zoals participatie en voldoen aan milieueisen en veiligheidsnormen.
Samen, sociaal spelen Ondanks dat de gestelde vragen in de focusgroepen vooral over de fysieke inrichting van speelplekken gingen, benoemen veel professionals het belang van het sociale aspect. Speelplekken worden volgens hen vooral veel gebruikt als er ook andere kinderen aanwezig zijn. Dat maakt sociaal spelen mogelijk. Een professional geeft aan dat 'plekken waar anderen zijn voor kinderen prettige plekken zijn'.
Grote speelplekken die centraal in de wijk/buurt liggen, waar veel kinderen samenkomen, met bankjes of speeltoestellen die ontworpen zijn om ook sociale interactie of spel te stimuleren, kunnen hieraan bijdragen. Op de vraag hoe je het plezier dat kinderen ervaren op speelplekken kunt vergroten, antwoordt een professional: 'samen spelen, plezier delen'.
Hoofdstuk 5
In dit hoofdstuk vatten we onze bevindingen samen: hoe kan de inrichting van speelplekken ervoor zorgen dat kinderen meer buitenspelen? Ook doen we aanbevelingen voor beleid en praktijk die meer buitenspelen kunnen stimuleren.
Clusterering van factoren Op basis van een literatuuronderzoek en een vragenlijstonderzoek onder professionals hebben we in kaart gebracht welke factoren bij de inrichting van speelplekken van invloed zijn op het buitenspelen van kinderen in de leeftijd van 4 tot en met 12 jaar in Nederland. In totaal hebben we achttien factoren over de inrichting van speelplekken geïdentificeerd. Dertien daarvan zijn afkomstig uit de literatuur. Vijf factoren hebben we op basis van aanvullingen van de professionals aan deze lijst toegevoegd. Deze achttien factoren hebben we over vier clusters verdeeld: de indeling van speelplekken; de variatie op en tussen speelplekken; de hoeveelheid ruimte op speelplekken; en de sociale mogelijkheden op speelplekken. Visie van kinderen en professionals In gesprekken hebben we professionals en kinderen gevraagd hoe zij aankijken tegen deze vier clusters van factoren. Uitdagende combinatie van toestellen, losse materialen en open ruimtes De aanwezigheid van een bepaald speeltoestel trekt kinderen naar een speelplek. Kinderen hebben een voorkeur voor speelplekken waar zij zichzelf kunnen uitdagen: bijvoorbeeld door hoger te klimmen en sneller te bewegen. Maar ze geven aan dat de huidige speeltoestellen vaak niet uitdagend/moeilijk/hoog/groot genoeg en dus saai zijn.