CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Duurzame bedrijventerreinen Utrecht.pdf

Gemeenteraad 25 november 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsbrief Transitievisie warmte: resultaten onderzoek aardgasvrije bedrijventerreinen30.371 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

0,36

0,28

0,28

0,26 GJ/m2

0,29

0,32

0,25

0,26

0,24 GJ/m2

3.036.000

1.697.000

402.000

13.693.000

26.709.000 m3/jaar

3.674.000

2.255.000

514.000

15.774.000

31.359.000 m3/jaar

3.355.000

1.976.000

458.000

14.734.000

29.034.000 m3/jaar

8

80.000

-

5.000

- GJ/jaar

8

105.000

-

5.000

- GJ/jaar

8

93.000

-

5.000

- GJ/jaar

11.000

30.000

2.000

59.000

152.000 GJ/jaar

7

3

1

11

198.000

7.000

1.585.000

222.000

9.033.000 m3/jaar

236.000

50.000

1.585.000

344.000

9.269.000 m3/jaar

217.000

28.000

1.585.000

283.000

9.151.000 m3/jaar

6.000

800

45.000

8.000

261.000 GJ/jaar

Oppervlakte gebouwen Aantal bedrijven met warmteaansluiting Aandeel warmteaansluiting Warmtevraag ruimteverwarming (rv) Warmtevraag rv laag Warmtevraag rv hoog Warmtevraag rv gemiddeld Warmtevraag rv gemiddeld- minimale besparing Warmtevraag rv gemiddeld- maximale besparing Gemiddelde warmtevraag rv per m2 Gemiddelde warmtevraag rv per m2 laag Gemiddelde warmtevraag rv per m2 hoog Gemiddelde warmtevraag rv per m2 gemiddeld Gebruik aardgas voor ruimteverwarming (rv) Gebruik aardgas rv laag Gebruik aardgas rv hoog Gebruik aardgas rv gemiddeld Warmtelevering voor ruimteverwarming (rv) Warmtelevering rv laag Warmtelevering rv hoog Warmtelevering rv gemiddeld Koudevraag Aantal bedrijven met procesgas Gebruik procesgas Gebruik procesgas laag Gebruik procesgas hoog Gebruik procesgas gemiddeld Gebruik procesgas gemiddeld

59

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

2.311 # 4.800 # 3.501.000 m2 GO

34 #

Elektriciteitsverbruik in kWh/jaar Elektriciteitsverbru ik laag Elektriciteitsverbru ik hoog Elektriciteitsverbru ik gemiddeld Elektriciteitsverbruik in GJ/jaar Elektriciteitsverbru ik laag Elektriciteitsverbru ik hoog Elektriciteitsverbru ik gemiddeld Oppervlakte terrein

60

Nieuw Overvecht

Kanaleneiland

Haarrijn

Lage Weide

28.262.000

39.584.000

4.738.000

109.941.000

282.532.000 kWh/jaar

34.851.000

53.790.000

5.981.000

125.680.000

336.461.000 kWh/jaar

31.556.000

46.687.000

5.360.000

117.810.000

309.497.000 kWh/jaar

102.000

143.000

17.000

396.000

1.017.000 GJ/jaar

125.000

194.000

22.000

452.000

1.211.000 GJ/jaar

114.000

168.000

19.000

424.000

1.114.000 GJ/jaar

185

154

20

422

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

Totaal

1.080 ha

Eenheid

C Oplossingsrichtingen C.1

Warmtenet Een warmtenet is er in verschillende varianten, is mogelijk met warm water van verschillende temperaturen en kan gevoed worden met verschillende warmtebronnen. Een warmtenet is een collectieve warmteoplossing, die rendabeler wordt naarmate de warmtevraagdichtheid hoger is en het aansluitpercentage van een buurt of bedrijventerrein hoog is. Bij een hogetemperatuurwarmtenet, is het ook belangrijk dat het warmtenet op grote schaal kan worden toegepast. Dit betekent dat er meerdere buurten op eenzelfde warmtenet worden aangesloten. Voor meer informatie over de verschillende type warmtenetten en bronnen die deze warmtenetten kunnen voeden, verwijzen we naar de factsheets van het Expertise Centrum Warmte (ECW). Voor de aanleg van een warmtenet, moet er voldoende ruimte zijn in de ondergrond. De buizen hebben een bepaalde minimale diameter. Bedrijventerreinen zijn over het algemeen voldoende ruim opgezet, waardoor dat op weinig plekken een beperkende factor zal zijn. Het voordeel van gebruik van warmte uit een HT-warmtenet, is dat er weinig gebouwaanpassingen nodig zijn. De gebouwschil hoeft niet extra te worden geïsoleerd, hoewel dit wel wenselijk is uit het oogpunt van energiebesparing en comfort. Daarnaast is er geen individuele warmte-installatie nodig, waardoor ook de aanpassingen binnen een gebouw minimaal zijn.

Bij gebruik van een LT-warmtenet, waarbij warmte wordt geleverd van een lage temperatuur, is een goede schilisolatie wel belangrijk. Indien de schilisolatie niet voldoende is, wordt een pand in koude perioden niet warm genoeg. Voor de koudevoorziening is bij gebruik van een warmtenet wel een extra installatie nodig, behalve als het een wko betreft, waarbij ook koude wordt geleverd. Een warmtenet levert niet per definitie duurzame warmte. De warmte die op dit moment in Nederland wordt geleverd door warmtenetten, wordt vaak opgewekt met gascentrales of biomassacentrales. Wanneer je naar een volledig duurzame warmtevoorziening gaat, is het belangrijk dat de warmte met duurzame bronnen wordt opgewekt. Dit kan bijvoorbeeld met geothermie of een wko, waarbij de benodigde elektriciteit duurzaam wordt opgewekt. Wanneer gebruik wordt gemaakt van restwarmtebronnen, moet naar de levensduur van deze bronnen worden gekeken. Wanneer bedrijven die restwarmte leveren zelf verduurzamen, kan het zijn dat de beschikbare restwarmte minder wordt of zelfs niet meer beschikbaar is over een aantal jaar. Er moet bij gebruik van restwarmtebronnen altijd worden nagedacht over andere warmtebronnen die in de toekomst warmte kunnen leveren aan het warmtenet. Bij een warmtenet is ook een installatie voor de piekvoorziening nodig. Deze installatie moet ook volledig op duurzame energiebronnen draaien.

C.2

All electric Een andere route voor bedrijventerreinen is om over te schakelen op een volledig elektrische energievoorziening. De warmtetechnieken die hiervoor geschikt zijn, zijn de buitenluchtwarmtepomp en de bodemwarmtepomp. Een vereiste voor het toepassen van een warmtepomp voor ruimteverwarming, is dat er een goede schilisolatie aanwezig is bij de gebouwen. Het temperatuurniveau van verwarming met een elektrische warmtepomp is

61

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

namelijk laag. Wanneer de gebouwschil niet voldoende is, lukt het hier niet mee om de gebouwen voldoende warm te krijgen wanneer het buiten heel koud is. Een goede gebouwschil betekent voor veel panden dat er veel moet worden geïnvesteerd is isolatiemaatregelen. Alleen panden die ná 1990 zijn gebouwd, hebben over het algemeen een voldoende lage warmtevraag om zonder veel isolatiemaatregelen te kunnen overschakelen op een elektrische warmtepomp. Naast dat er vaak extra isolatiemaatregelen nodig zijn, is de huidige capaciteit van het elektriciteitsnet vaak ook niet voldoende als een hele buurt of bedrijventerrein overschakelt op een elektrische warmtepomp. Daarnaast is er ook nog de ontwikkeling gaande dat er steeds meer zon-pv-installaties op daken komen en dat er meer elektriciteit nodig is voor elektrische auto’s. Met al deze ontwikkelingen is het waarschijnlijk nodig om het elektriciteitsnet te verzwaren. Dit is niet in alle gevallen mogelijk. Stedin werkt momenteel kansenkaarten uit, waarin de kansen voor netverzwaring per bedrijventerrein in kaart worden gebracht. Deze kansenkaarten zijn belangrijk om mee te nemen in het verdere proces voor de keuze voor een bepaalde warmtevoorziening en voor de inzet van zonnepanelen voor opwek van duurzame stroom. Een voordeel van overschakelen op elektrische warmtepompen, is dat deze warmtetechniek ook efficiënt koude kan maken.

Hierdoor is geen extra installatie nodig om deze op te wekken. Wanneer sommige delen van een gebouw om wat extra warmte vragen, bijvoorbeeld omdat op die plek mensen aan het werk zijn, kan het interessant zijn om een elektrische warmtepomp te combineren met infraroodpanelen. Deze panelen verwarmen heel gericht een bepaald oppervlak (of persoon als deze onder het paneel staat of zit), waardoor de temperatuur van de ruimte iets minder warm hoeft te zijn. Het stroomverbruik van een infraroodpaneel is wel veel hoger dan dat van een warmtepomp, wanneer je met een infraroodpaneel een ruimte wilt verwarmen. Om deze reden is deze warmtetechniek alleen geschikt als bijverwarming. Het overschakelen op een elektrische warmtevoorziening is een individuele oplossing. Het is niet nodig dat alle bedrijven de overschakeling gelijktijdig maken, zodat dat bij een warmtenet wel wenselijk is. Hierdoor is het gemakkelijk voor bedrijven om een natuurlijk moment te kiezen voor overschakelen van de hr-ketel op aardgas naar de elektrische warmtepomp. Bij het verwarmen met elektriciteit moet wel worden opgemerkt dat de opgewekte elektriciteit in Nederland in 2019 pas voor 18% met hernieuwbare energiebronnen gebeurde. Er moet dus nog een grote verduurzaming van de elektriciteit gaan plaatsvinden, voordat verwarmen met elektrische warmtepompen kan worden gezien als een volledig duurzame warmteoplossing.

C.3

Duurzaam gas In plaats van over te schakelen naar een warmtenet of een volledig elektrische warmtevoorziening, kan mogelijk ook worden overgeschakeld naar een duurzaam gas. Hierbij zijn groengas en waterstofgas de meest waarschijnlijke opties. De aanpassingen die hiervoor nodig zijn bij een bedrijf en de infrastructuur zijn klein vergeleken met overschakelen op een warmtenet of elektrische warmtepompen. Bij gebruik van groengas zijn deze aanpassingen verwaarloosbaar, omdat groengas dezelfde kenmerken heeft als aardgas. Wel kan het nodig zijn om veel isolatiemaatregelen te treffen, omdat de beschikbaarheid

62

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

van groengas beperkt is. Voor waterstofgas geldt dat installaties wel moeten worden aangepast en dat ook een aantal aanpassingen aan het gasnet nodig is. Het is zeer de vraag of er op afzienbare termijn genoeg hernieuwbaar gas beschikbaar komt voor de warmtevoorziening. Hierdoor is de verwachting dat de prijs van hernieuwbaar gas in ieder geval een stuk hoger ligt dan de huidige aardgasprijs. Doordat de beschikbaarheid van duurzaam gas op grote schaal erg onzeker is, is het niet wenselijk om hier grootschalig op in te zetten. Bij lage beschikbaarheid is de hybride warmtepomp wel een optie, waarbij de hr-ketel op duurzaam gas wordt gecombineerd met de elektrische warmtepomp. Het voordeel van deze techniek is dat alleen bij piekbelasting de hr-ketel inschakelt. Hierdoor is de belasting op het elektriciteitsnet ook een stuk lager dan bij de volledig elektrische warmtepomp. Wanneer de hr-ketel wordt gecombineerd met een elektrische warmtepomp zou met de elektrische warmtepomp ook koude kunnen worden gemaakt. Indien alleen de hr-ketel wordt gebruikt, is er nog een aparte installatie nodig om aan de koudevraag te voldoen. Om ervoor te zorgen dat het gebruik van groengas of waterstofgas volledig duurzaam is, moet de energie die gebruikt wordt om het gas mee te maken, ook volledig duurzaam zijn. Bij waterstof betekent dit dat de elektriciteit voor 100% uit hernieuwbare bronnen komt.

Bij groengas moet de gebruikte biomassa volledig hernieuwbaar zijn. Het gebruik van biomassa voor de opwek van energie staat de laatste tijd hevig ter discussie in Nederland.

63

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

D Isolatiemaatregelen Tabel 20 - Indeling bouwjaarklassen aan de hand van Rc-waarde Ref.

Bouwjaarklasse

Isolatieniveau gevel

Rc-waarde gevel

Rc-waarde vloer

Rc-waarde dak

1

Tot 1920

Geen isolatie, enkelsteens gevel

0,2

0,2

0,2

2

Van 1920 tot 1975

Geen isolatie, spouwmuur

0,4

0,2

0,4

3

Van 1975 tot 1988

Slechte/matige isolatie

1,3

0,5

1,3

4

Van 1988 tot 1992

Redelijke isolatie

2,0

1,3

2,0

5

Van 1992 tot 2015

(zeer) goede isolatie

2,5

2,5

2,5

6

Vanaf 2015

(zeer) goed isolatie

3,5

3,5

3,5

Bron: (ECN, 2014).

De meest voorkomende isolatiemaatregelen die kunnen worden genomen zijn: — gevelisolatie: buitenmuur of spouwmuurisolatie, afhankelijk van of er een spouw aanwezig is; — dakisolatie; — vloerisolatie; — enkelglas of dubbelglas vervangen door HR++-glas of triple glas. Het effect van een maatregel hangt voornamelijk af van het isolatiemateriaal en de dikte van het isolatiepakket. We gaan ervan uit dat er met een isolerende maatregel, een Rc-waarde van 3,5 wordt bereikt voor dat onderdeel van de gebouwschil. Wanneer alle genoemde isolatiemaatregelen worden genomen, komt een utiliteitsgebouw of industrieel gebouw uit op een totale Rc-waarde van ongeveer 3,5. Dit staat gelijk aan schilisolatieniveau B. Bedrijven die vallen onder de Wet milieubeheer, zijn verplicht om maatregelen te nemen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen. Binnen de maatregelen die hiervoor zijn opgesteld, valt qua isolatie alleen spouwmuurisolatie. Dit kan alleen bij panden met een spouwmuur. Daarnaast zijn er maatregelen voor kierdichting opgenomen in deze maatregelenlijst. We gaan er binnen dit onderzoek van uit dat deze maatregelen al zijn genomen en dat dit de warmtevraag al enigszins heeft teruggebracht. Na spouwmuurisolatie, is gemiddeld genomen de goedkoopste maatregel vloerisolatie, gevolgd door dakisolatie.

Buitenmuurisolatie en het vervangen van ramen zijn relatief duurdere maatregelen, vergeleken met de besparing die ermee wordt bereikt. De totale kosten van isolerende maatregelen hangen af van veel factoren, zoals: — bouwjaarklasse van het pand; — aantal verdiepingen van een pand; — hoogte van de verdiepingen; — verhouding ramen ten opzichte van een dichte gevel.

64

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

Tabel 21 - Gemiddelde kosten van isolatiemaatregelen op een natuurlijk vervangmoment in euro per m 2, waarbij de nieuwe Rc-waarde 3,5 wordt Bouwjaarklasse

Buitenmuurisolatie (euro per m2 gevel)

Dakisolatie per (euro per m2 dak)

Vloerisolatie (euro per m2 vloer)

Naar HR++-glas (euro per m2 glas)

Tot 1920

136

25

16

110

Van 1920 tot 1975

135

25

16

110

Van 1975 tot 1988

129

15

14

110

Van 1988 tot 1992

125

15

14

110

Van 1992 tot 2015

121

10

13

110

Vanaf 2015

136

25

16

110

Bron: (ECN, 2014).

We gaan er voor de berekening van maatregelen met een maximale terugverdientijd van vijf jaar van uit dat dit geldt voor dak- en vloerisolatie. Dit volgt uit de kostenkengetallen van ECN alsmede uit de memo van het ministerie van BZK (2020). Voor de besparing die hiermee wordt bereikt, gaan we uit van de 50% van de besparing van het totale pakket aan maatregelen, zoals hierboven beschreven. In de CEGOIA-berekening gaan we ervan uit dat kan worden geïsoleerd naar twee verschillende isolatieniveaus, namelijk: — minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5 29; — maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5. Voor het berekenen van het effect van deze isolatiemaatregelen, wordt uitgegaan van de functie van de gebouwen, zoals door ons bepaald in Fase 1, en de bouwjaarklasse. Hierbij wordt niet meegenomen dat een aantal bedrijven al isolatiemaatregelen heeft genomen. Voor de bedrijven die al isolatiemaatregelen hebben genomen, zal de huidige warmtevraag lager liggen dan de initiële warmtevraag. Dit wordt meegenomen in de berekeningen. Wel zijn in de berekeningen de kosten voor de bedrijven om de isolatiemaatregelen te nemen gelijk aan de kosten voor bedrijven die de maatregelen nog niet hebben genomen. CEGOIA gaat ervan uit dat een maatregelenpakket door alle bedrijven op hetzelfde terrein wordt genomen.

________________________________ 29

65

Een Rc-waarde van 3,5 van de gehele schil, staat ongeveer gelijk aan energielabel B voor het gehele pand.

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

E CEGOIA E.1

Korte omschrijving CEGOIA De Nederlandse warmtevoorziening gaat op de schop. In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gebouwde omgeving klimaatneutraal moet zijn in 2050. De gebouwde omgeving, oftewel woningen en utiliteiten (zoals kantoren, scholen en gezondheidszorg), wordt nu voor het grootste gedeelte verwarmd door aardgas. Voor al deze woningen en utiliteiten moet dus een klimaatneutrale oplossing worden gezocht. Wat houdt dat eigenlijk in, een ‘klimaatneutrale gebouwde omgeving’? Welke opties zijn er om gebouwen klimaatneutraal te verwarmen (en koelen)? Welke bronnen en technieken zijn er beschikbaar, en wat is de meeste kostenefficiënte oplossing in een buurt? Het CEGOIA-model is ontwikkeld om deze vragen te beantwoorden. Het model berekent op CBS-buurtniveau welke opties een buurt heeft om klimaatneutraal te worden, en hoeveel deze gaan kosten. Het model maakt gebruik van lokale informatie zoals woningtype en bouwjaar, buurteigenschappen en lokale warmtebronnen. De resultaten geven uiteindelijk antwoord op de vraag: Welke warmtevoorziening in welke buurt levert voor uw gebied de laagste maatschappelijke kosten op binnen de doelstelling om klimaatneutraal te worden? Diverse partijen, waaronder gemeentes, woningcorporaties en netbeheerders, zijn momenteel actief bezig om de energietransitie vorm te geven.

De resultaten en het advies rondom het CEGOIA-model bieden een basis om verdere stappen te nemen op weg naar een klimaatneutrale warmtevoorziening.

Wat kun je ermee? Het CEGOIA-model berekent op buurtniveau wat de kosten zijn voor elke warmtetechniek in combinatie met het meest rendabele isolatieniveau. Dit maakt het mogelijk om de kosten van de verschillende technieken te vergelijken. Daarnaast houdt het model ook rekening met de beschikbare warmtebronnen per buurt. Als een warmtebron en/of energiedrager beperkt beschikbaar is (bijvoorbeeld groengas), dan berekent het model welke verdeling van de warmtebron/energiedrager over de buurten uiteindelijk de laagste kosten oplevert voor het hele gebied (de optelsom van alle buurten). Het resultaat is dat de energiebron op die plek wordt ingezet waar het de grootste kostenbesparing oplevert ten opzichte van een (duurder) alternatief. De uitkomsten kunnen gebruikt worden als input voor diverse vormen van beleid, waaronder de Transitievisie Warmte, de investeringsplanning van woningcorporaties, en als input voor netbeheerders.

Leeswijzer Uitgangspunten

66

Hoe werkt CEGOIA?

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

Resultaten

Toepassing

E.2

Uitgangspunten Algemene uitgangspunten De gebouwde omgeving in Nederland heeft een bepaalde vraag naar ruimteverwarming, warm tapwater en in sommige gevallen ook koeling. Omdat de doelstelling voor de gebouwde omgeving in 2050 ‘klimaatneutraal’ is, zal er voor de warmtevoorziening geen gebruik meer gemaakt worden van aardgas. Wel zal er mogelijk nog sprake zijn van het gebruik van duurzame gassen, bijvoorbeeld groengas of waterstof. Op het gebied van de warmtetransitie zijn er veel innovaties gaande. In het model wordt er gebruikgemaakt van bewezen technieken.30 Er zijn een aantal verschillende warmtetechnieken beschikbaar. Deze zijn grofweg op te delen in vijf categorieën31: 1. Conventionele hr-ketel. Deze oplossing maakt gebruik van gas. Momenteel is dit vooral aardgas, maar om klimaatneutraal te worden moet aardgas worden vervangen door duurzaam gas. 2. Hybride warmtepomp. Een hybride warmtepomp gebruikt een combinatie van omgevingswarmte, elektriciteit en gas. Net als bij de hr-ketel is de aanname dat er in de toekomst alleen nog duurzaam gas wordt gebruikt. 3. All electric-warmtepomp. Een warmtepomp maakt gebruik van bodemwarmte of buitenlucht en waardeert deze warmte op met elektriciteit om de woning en tapwater te kunnen verwarmen.

Dit gebeurt met lage temperatuur (LT) warmte, wat betekent dat een woning voldoende geïsoleerd moet zijn/worden om de woning voldoende te kunnen verwarmen op LT-niveau. Daarnaast zijn lagetemperatuurradiatoren32 vereist. 4. Collectieve warmtenetten. Warmtenetten zijn er in verschillende varianten. De temperatuur van het net hangt af van de brontemperatuur en eventuele opwaardering. Over het algemeen geldt: hoe lager de temperatuur van het net, hoe beter het gebouw geïsoleerd moet zijn. 5. Cv-ketel op vaste biomassa. Dit is een cv-ketel die vaste biomassa, meestal houtpellets, verbrandt met een hoog rendement. Bij de verbranding komen emissies vrij, waaronder fijnstof, wat een negatieve impact heeft op de luchtkwaliteit. Er speelt een maatschappelijke discussie over de wenselijkheid van deze techniek. In CEGOIA wordt deze techniek meestal alleen toegepast in schaars bebouwde gebieden. Voor elke techniek worden de investeringskosten (CAPEX) en de operationele kosten (OPEX) berekend bij ieder mogelijk isolatieniveau. Een verdere toelichting van deze kosten vindt u in Hoofdstuk E.3. De investeringen worden met behulp van een rentevoet en de gemiddelde levensduur omgerekend naar jaarlijkse kosten. Dit maakt het mogelijk om alle technieken met elkaar te kunnen vergelijken op buurtniveau.

________________________________ 30

Nieuwe technieken kennen een lange ontwikkeltijd voordat ze daadwerkelijk op grote schaal geïmplementeerd

kunnen worden. Wanneer een techniek voldoende bewezen is, kan deze worden opgenomen in het CEGOIAmodel. 31 Uiteraard zijn er nog meer technieken in de omloop, waaronder zonneboilers en infraroodpanelen. Deze technieken worden vaak als toevoeging gebruikt maar niet als zelfstandige techniek. Vandaar dat ze niet in het model worden weergegeven. 32 Voor meer uitleg over radiatoren, zie deze factsheet over afgiftesystemen.

67

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

De berekeningen van de kosten vinden plaats op CBS-buurtniveau. De resultaten voor woningen worden berekend op basis van een gemiddelde in de buurt. Dit geeft inzicht in welke techniek op buurtniveau de laagste kosten oplevert. Uiteraard zullen de specifieke kosten per woning of gebouw variëren. De berekeningen maken gebruik van buurtgegevens van het CBS, gebouwkenmerken en gebruiksfuncties uit de BAG, en de parameters. Hieronder vallen onder andere de rentevoet, investeringskosten en energieprijzen. Alle kengetallen en parameters zijn te vinden in de parameterbijlage die wij afzonderlijk per project leveren.

Energiedragers Warmtetechnieken zetten energie om in warmte voor de woningen en gebouwen. De energiedragers die gebruikt worden voor ruimteverwarming zijn: — Elektriciteit: wordt door elke techniek gebruikt, voor de meeste technieken in de vorm van hulpenergie (om water rond te pompen) en voor warmtepompen om de omgevingswarmte op te waarderen. — Warm water: Warmte wordt via water dat in een warmtedistributienet stroomt verplaatst van de bron naar de gebruiker. De warmte wordt uit het warme water overgedragen naar de woning door warmtewisselaars. — Vaste biomassa (houtpellets): Deze pellets worden gemaakt uit hernieuwbare grondstoffen (biomassa) en zijn geschikt voor verbranding in een pellet cv-ketel. Duurzame biomassa is zeer beperkt beschikbaar en wordt daarom altijd gelimiteerd ingezet. — Groengas: Groengas is duurzaam gas dat wordt gewonnen uit biogas. Het heeft vergelijkbare eigenschappen als aardgas, en kan dus ook in aardgasgestookte installaties worden ingezet. Groengas is zeer beperkt beschikbaar en wordt daarom altijd gelimiteerd ingezet. — Waterstof: Waterstof is een gas dat op verschillende manieren opgewekt kan worden. ‘Groene’ waterstof is waterstof opgewekt uit duurzame elektriciteit. Waterstof is momenteel nog niet beschikbaar voor de gebouwde omgeving. In de toekomst is de beschikbaarheid van waterstof voor de gebouwde omgeving nog onbekend.

Warmtebronnen Afhankelijk van de beschikbaarheid in de regio zijn er meerdere warmtebronnen mogelijk: warmte uit een stoom en gascentrale (STEG), industriële restwarmte, geothermie, lagetemperatuurrestwarmte, warmte opgewekt in een biomassacentrale, en aquathermie. CEGOIA maakt gebruik van data uit verschillende bronnen, waaronder het warmtebronnenregister en ThermoGIS, om deze warmtebronnen in kaart te brengen. Per project wordt de beschikbaarheid van de bronnen afgestemd met de opdrachtgever, en is het mogelijk om lokale input toe te voegen of aanpassingen te maken indien gewenst.

Warmtetechnieken Het CEGOIA-model berekent de kosten van een aantal warmtetechnieken. Hieronder vindt u een overzicht welke technieken er mogelijk zijn. Per individueel project wordt in samenwerking met de projectgroep afgestemd welke technieken wel en niet meegenomen worden. De meeste technieken bevatten een link naar factsheets waarop een verdere uitleg over de techniek te vinden is.

68

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

Overzicht warmtetechnieken Pictogram

Naam techniek

Energiedrager33

Benodigd isolatieniveau34

Hr-ketel

(Groen)gas

Geen

Hybride warmtepomp buitenlucht

(Groen)gas en elektriciteit

Geen eisen, maar goede isolatie verbetert het rendement

Cv-ketel

Vaste biomassapellets

Geen

Warmtepomp – bodem

Elektriciteit

Goede schilisolatie (Minimaal LT-niveau35)

Warmtepomp – buitenlucht

Elektriciteit

Goede schilisolatie (Minimaal LT-niveau)

Hr-ketel [waterstof]

Waterstof

Geen

Hybride warmtepomp – buitenlucht [waterstof]

Waterstof en elektriciteit

Geen

Warmtenet HT

Warmte van hoge temperatuur (~70 tot 90°C)

Geen

Warmtenet MT

Warmte van middelhoge temperatuur (~55 tot 70°C)

Redelijke schilisolatie (Minimaal MT-niveau36)

Warmtenet LT

Warmte van lage temperatuur (~30 tot 55°C)

Goede schilisolatie (Minimaal LT-niveau)

Wko-net

Lokale bodemwarmte en koude

Goede schilisolatie (Minimaal LT-niveau)

Warmtenet LT met individuele warmtepomp

Warmte van lage temperatuur

Goede schilisolatie (Minimaal LT-niveau)

Warmtenet ZLT met individuele warmtepomp

(Warmte (zeer lage temperatuur (<30°C))

Goede schilisolatie (Minimaal LT-niveau)

________________________________ 33 34

Alle technieken maken naast de genoemde energiedrager ook gebruik van elektriciteit voor hulpenergie. De isolatieniveau ’s worden in de webtool weergegeven in een warmtevraag per m2. Dit is in de plaats gekomen

van zogenoemde (schil)labels, omdat dit meer informatie geeft over de warmtevraag van het gebouw. LT-niveau komt overeen met een warmtevraag van maximaal 50 kW/m2. 36 MT-niveau komt overeen met een warmtevraag van maximaal 70 kW/m2. 35

69

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

E.3

Hoe werkt CEGOIA? Het CEGOIA-model berekent per buurt voor elke techniek wat de kosten zijn voor de samenleving als geheel. Deze kosten worden ook wel de nationale kosten genoemd. Nationaal betekent hier dus ‘voor de hele samenleving’. Het model houdt rekening met de kosten over de gehele keten van de warmtevoorziening (zie Figuur 17). Alle kosten zijn berekend exclusief belastingen. Belastingen zijn een verschuiving van geld (tussen de overheid en de consument) en zeggen niets over de kosten voor de samenleving. Het is wel mogelijk om de resultaten ook inclusief belastingen te berekenen. Figuur 17 - Totale keten van de warmtevoorziening

— Onder bronkosten vallen de kosten voor het energieverbruik buiten het gebouw en investeringen in de bron. Het gaat hierbij om onder andere warmteverliezen (bij een warmtenet), collectieve opwaardering en de kosten van duurzame warmte. — Onder distributie vallen de kosten voor de energie-infrastructuur: het (verzwaarde) elektriciteitsnet en indien van toepassing gasnet of warmtenet. Het betreft de kosten voor de regionale netten. Ook eventuele amoveringskosten van het gasnet zijn inbegrepen. — Onder gebouw vallen de isolatiemaatregelen. — Onder installatie worden alle kosten bedoeld die te maken hebben met de installatie in het gebouw. Hieronder vallen de systemen voor ruimteverwarming en afgifte, warm tapwater, koeling en ventilatie. — Onder energieverbruik vallen de kosten voor het energieverbruik in het gebouw. Let op: dit zijn de kosten exclusief de belastingen (energiebelasting, ODE en btw). — Indien gewenst is het wel mogelijk om belastingen apart weer te geven in de webtool. CEGOIA berekent dus op buurtniveau deze bovenstaande kosten voor elke warmtetechniek en voor ieder isolatieniveau. Uiteindelijk worden in de webtool alleen de kosten weergegeven per warmtetechniek voor het isolatieniveau met de laagste kosten. Dit werkt als volgt: een hoger isolatieniveau betekent hogere kosten voor gebouw maar levert een besparing op voor het energieverbruik.

Het model berekent de totale kosten per isolatiestap, en laat het isolatieniveau zien wat de laagste kosten oplevert. Dit kan ook inhouden dat niet extra isoleren de laagste kosten oplevert. Bij bepaalde technieken met een lagetemperatuurverwarming, zoals een all electric-warmtepomp, is een minimaal isolatieniveau vereist, zie het overzicht Warmtetechnieken in Paragaaf E.2.

70

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

F Factsheets

71

200308 - Duurzame bedrijventerreinen Utrecht – Februari 2021

Bedrijventerrein Lage Weide

422 hectare terrein 1.219 bedrijven 1.628.000 m2 gebouwen

Lage Weide in energiecijfers Warmtevraag rv* Gemiddelde warmtevraag rv** Gebruik aardgas rv Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

395-454 TJ/jaar 0,24-0,28 GJ/m2/jaar 14-16 mln. m3/jaar 59 TJ/jaar

Aantal panden met procesgas

11

Gebruik procesgas

0,3 mln. m3/jaar

Elektriciteitsverbruik

396-452 TJ/jaar

Aantal bedrijven met warmteaansluiting * Hierin zit ook het elektriciteitsgebruik t.b.v. koude. Het is niet bekend hoeveel dit is.

* rv staat voor ruimteverwarming ** gem. warmtevraag rv bedrijventerreinen Utrecht: 0,24 GJ/m2/jaar

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Lage Weide – Februari 2021

9

Kansen voor duurzame warmte

De bedrijven op het terrein zijn voor het overgrote deel aangesloten op het gasnet. Er zijn meerdere HT- en LT-restwarmtebronnen aanwezig. Daarnaast zijn enkele WKO-systemen actief. Technisch potentieel warmtebron** op bedrijventerrein: HT-restwarmte: ja* LT-restwarmte: ja Geothermie (>45°): ja* WKO (potentieel ondergrond): ja TEO: ja *

**

HT-warmte (restwarmte en geothermie) kan vanuit andere buurten met een transportleiding naar het bedrijventerrein worden vervoerd. Hierin worden alleen bronnen meegenomen met een potentieel van minimaal 5 TJ/jaar.

Kansen voor zon-pv op daken

Huidig zon-pv op daken (2019) Aantal daken met zon-pv (incl. kleine daken)

50

Opwek SDE+ gerealiseerd

10.464 MWh/jr

Opwek SDE+ in planning

65.006 MWh/jr

Potentieel zon-pv op daken Aantal daken (>20 m2) Oppervlak

759 1.205.000 m2

Vermogen

113,5 MW

Opbrengst

102.100 MWh/jr

7% van de panden heeft zon-pv op het dak. De potentiële opbrengst wanneer op alle daken >20 m2 zonnepanelen worden gelegd is 87% van de huidige elektriciteitsvraag.

Kansen voor energiebesparing

Isolerende maatregelen:  Minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5  Maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5 Voor LT-oplossingen (warmtepomp, LT-warmtenet en WKO-net) is het maximale isolatieniveau vereist (gehele schil naar Rc=3,5). Voor andere oplossingen zijn isolerende maatregelen niet vereist. Door het gebruik van een efficiëntere warmtetechniek en hergebruik van warmte/koude wordt ook energie bespaard. De figuur geeft de energie weer die van buiten af aangevoerd moet worden.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Lage Weide – Februari 2021

Jaarlijkse maatschappelijke kosten (2030) De jaarlijkse maatschappelijke kosten, zijn de som van kosten voor:  Isolatiemaatregelen  Aanleg infrastructuur  Aanleg/uitkoppeling warmtebron  Nieuwe installaties  Energiekosten De kosten zijn berekend zonder belastingen voor het jaar 2030. Ter vergelijking zijn de huidige jaarlijkse kosten van de HR-ketel op aardgas erbij gezet.

Eindgebruikerskosten (2030)

Techniek

Investering

Jaarlijkse energierekening

Totale jaarlijkse kosten

Toegepast isolatieniveau

HR-ketel (aardgas)

€ 2.000

€ 2.800

€ 3.100

Huidig

HR-ketel (groengas)

€ 8.000

€ 3.600

€ 4.300

Minimaal

Hybride warmtepomp (groengas)

€ 11.000

€ 3.300

€ 4.400

Minimaal

Warmtepomp – buitenlucht/bodem

€ 26.000

€ 3.200

€ 5.200

Maximaal

Warmtenet MT of HT

€ 8.000

€ 2.300

€ 3.000

Minimaal

Warmtenet LT

€ 22.000

€ 2.300

€ 4.100

Maximaal

WKO-net

€ 20.000

€ 2.200

€ 3.700

Maximaal

Bij de eindgebruikerskosten gaat het om de kosten die terecht komen bij de eindgebruiker; de energiekosten en de investeringen in het pand. De totale jaarlijkse kosten zijn de kosten die betaald moeten worden door de eindgebruiker. De investeringskosten zijn berekend zonder btw. De jaarlijkse energierekening is berekend zonder btw, maar wel met ODE en Energiebelasting. Voor de LT-oplossingen wordt altijd het maximale isolatieniveau toegepast. Voor HT-oplossingen wordt het isolatieniveau toegepast dat kosten-optimaal de beste oplossing is per warmtetechniek. De investeringskosten voor het isoleren van de gehele schil naar Rc = 3,5 liggen hoog; dat maakt LT-oplossingen duur op bedrijventerreinen waar voornamelijk oudere gebouwen staan.

Route naar aardgasvrij Kansrijke opties De opties met maatschappelijk de laagste kosten zijn het HT-warmtenet op restwarmte en het MT-warmtenet op geothermie. De maatschappelijke kosten van alle warmtetechnieken liggen echter zo dicht bij elkaar, dat op basis hiervan geen conclusie kan worden getrokken over voorkeursoptie. Voor de eindgebruiker is het HT/MT-warmtenet ook het goedkoopst. Er zijn twee HTrestwarmtebronnen aanwezig op het terrein en er zijn al enkele bedrijven aangesloten op een warmtenet. Uitbreiding van het warmtenet is daarom een kansrijke optie. Na de HT/MT-warmtenetten zijn WKO-systemen of een LT-warmtenet het goedkoopste voor eindgebruikers. Een LT-warmtenet is met name een kansrijke optie voor de nieuwere panden in het noordwesten aangezien er verschillende LT-warmtebronnen zijn. Voor de oude panden in het zuidoosten minder aangezien daar veel moet worden geïnvesteerd in isolatie. Procesgas Voor zover bekend wordt er in twee panden op het bedrijventerrein gebruikgemaakt van procesgas en is de hoeveelheid hiervan zeer beperkt. Deze processen kunnen geëlektrificeerd worden. Een alternatief voor verduurzaming van deze processen is het gebruik van duurzame gassen zoals groengas of waterstof. Routekaart Voor het overschakelen van het hele bedrijventerrein op een andere energiebron en warmtetechniek, zijn nog extra analyses nodig.

Er zal met stakeholders een proces moeten worden doorlopen voordat er een definitieve keuze kan worden gemaakt. De stappen die nodig zijn, zijn weergegeven op de routekaart in Bijlage G van het rapport van CE Delft.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Lage Weide – Februari 2021

Bedrijventerrein Demkade

8 hectare terrein 91 bedrijven 34.000 m2 gebouwen

Demkade in energiecijfers Warmtevraag rv* Gemiddelde warmtevraag rv** Gebruik aardgas rv Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

8-10 TJ/jaar 0,23-0,29 GJ/m2/jaar 0,3 mln. m3/jaar 1 TJ/jaar

Aantal panden met procesgas

0

Gebruik procesgas

0 mln. m3/jaar

Elektriciteitsverbruik

11-15 TJ/jaar

Aantal bedrijven met warmteaansluiting * Hierin zit ook het elektriciteitsgebruik t.b.v. koude. Het is niet bekend hoeveel dit is.

* **

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Demkade – Februari 2021

rv staat voor ruimteverwarming gem. warmtevraag rv bedrijventerreinen Utrecht: 0,24 GJ/m2/jaar

0

Kansen voor duurzame warmte

Het bedrijventerrein is momenteel in zijn geheel aangesloten op een gasnet. Er is potentie voor TEO aangezien het terrein aan het AmsterdamRijnkanaal ligt. Technisch potentieel warmtebron** op bedrijventerrein: HT-restwarmte: nee* LT-restwarmte: ja Geothermie (>45°): nee* WKO (potentieel ondergrond): ja TEO: ja *

**

HT-warmte (restwarmte en geothermie) kan vanuit andere buurten met een transportleiding naar het bedrijventerrein worden vervoerd. Hierin worden alleen bronnen meegenomen met een potentieel van minimaal 5 TJ/jaar.

Kansen voor zon-pv op daken Huidig zon-pv op daken (2019) Aantal daken met zon-pv (incl. kleine daken)

0

Opwek SDE+ gerealiseerd

0 MWh/jr

Opwek SDE+ in planning

729 MWh/jr

Potentieel zon-pv op daken Aantal daken (>20 m2) Oppervlak

39 33.000 m2

Vermogen

3,1 MW

Opbrengst

2.800 MWh/jr

0% van de panden heeft zon-pv op het dak. De potentiële opbrengst wanneer op alle daken >20 m2 zonnepanelen worden gelegd is 76% van de huidige elektriciteitsvraag.

Kansen voor energiebesparing

Isolerende maatregelen:  Minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5  Maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5 Voor LT-oplossingen (warmtepomp, LT-warmtenet en WKO-net) is het maximale isolatieniveau vereist (gehele schil naar Rc=3,5). Voor andere oplossingen zijn isolerende maatregelen niet vereist. Door het gebruik van een efficiëntere warmtetechniek en hergebruik van warmte/koude wordt ook energie bespaard. De figuur geeft de energie weer die van buiten af aangevoerd moet worden.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Demkade – Februari 2021

Jaarlijkse maatschappelijke kosten (2030)

De jaarlijkse maatschappelijke kosten, zijn de som van kosten voor:  Isolatiemaatregelen  Aanleg infrastructuur  Aanleg/uitkoppeling warmtebron  Nieuwe installaties  Energiekosten De kosten zijn berekend zonder belastingen voor het jaar 2030. Ter vergelijking zijn de huidige jaarlijkse kosten van de HR-ketel op aardgas erbij gezet.

Eindgebruikerskosten (2030)

Techniek

Investering

Jaarlijkse energierekening

Totale jaarlijkse kosten

Toegepast isolatieniveau

HR-ketel (aardgas)

€ 2.000

€ 2.600

€ 2.900

Huidig

HR-ketel (groengas)

€ 8.000

€ 3.400

€ 4.200

Minimaal

Hybride warmtepomp (groengas)

€ 11.000

€ 3.200

€ 4.200

Minimaal

Warmtepomp – buitenlucht/bodem

€ 15.000

€ 2.100

€ 4.400

Minimaal

Warmtenet MT of HT

€ 8.000

€ 2.100

€ 2.900

Minimaal

Warmtenet LT

€ 12.000

€ 2.200

€ 3.300

Minimaal

WKO-net

€ 10.000

€ 2.100

€ 2.900

Minimaal

Bij de eindgebruikerskosten gaat het om de kosten die terecht komen bij de eindgebruiker; de energiekosten en de investeringen in het pand. De totale jaarlijkse kosten zijn de kosten die betaald moeten worden door de eindgebruiker. De investeringskosten zijn berekend zonder btw. De jaarlijkse energierekening is berekend zonder btw, maar wel met ODE en Energiebelasting. Voor de LT-oplossingen wordt altijd het maximale isolatieniveau toegepast. Voor HT-oplossingen wordt het isolatieniveau toegepast dat kosten-optimaal de beste oplossing is per warmtetechniek. De investeringskosten voor het isoleren van de gehele schil naar Rc = 3,5 liggen hoog; dat maakt LT-oplossingen duur op bedrijventerreinen waar voornamelijk oudere gebouwen staan.

Route naar aardgasvrij Kansrijke opties De opties met maatschappelijk de laagste kosten zijn het HT-warmtenet op restwarmte en de warmtepomp buitenlucht. De maatschappelijke kosten van alle warmtetechnieken liggen echter zo dicht bij elkaar, dat op basis hiervan geen conclusie kan worden getrokken over voorkeursoptie. De panden op dit terrein zijn grotendeels na 1990 gebouwd. Daarom zijn deze panden met beperkte isolerende maatregelen al geschikt voor een LT-warmtetechniek. Voor de eindgebruiker is een HT/MT-warmtenet of een WKO-net het goedkoopst. Ook de kosten voor een LT-net zijn relatief laag aangezien nauwelijks isolatie nodig is. Aangezien het bedrijventerrein Demkade aan het Amsterdam-Rijnkanaal ligt is een LT-net in combinatie met TEO een kansrijke optie. Procesgas Voor zover bekend wordt er in geen van de panden op het bedrijventerrein gebruikgemaakt van procesgas. Routekaart Voor het overschakelen van het hele bedrijventerrein op een andere energiebron en warmtetechniek, zijn nog extra analyses nodig. Er zal met stakeholders een proces moeten worden doorlopen voordat er een definitieve keuze kan worden gemaakt. De stappen die nodig zijn, zijn weergegeven op de routekaart in Bijlage G van het rapport van CE Delft.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Demkade – Februari 2021

Bedrijventerrein Cartesiuswegterrein

56 hectare terrein 578 bedrijven 230.000 m2 gebouwen

Cartesiuswegterrein in energiecijfers Warmtevraag rv*

71-98 TJ/jaar

Gemiddelde warmtevraag rv**

0,31-0,42 GJ/m2/jaar

Gebruik aardgas rv

1,9-2,2 mln. m3/jaar

Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

Aantal panden met procesgas Gebruik procesgas Elektriciteitsverbruik Aantal bedrijven met warmteaansluiting

* Hierin zit ook het elektriciteitsgebruik t.b.v. koude. Het is niet bekend hoeveel dit is.

* **

rv staat voor ruimteverwarming gem. warmtevraag rv bedrijventerreinen Utrecht: 0,24 GJ/m2/jaar

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Cartesiuswegterrein – Februari 2021

18 TJ/jaar 2 0,04 mln. m3/jaar 18 TJ/jaar 90

Kansen voor duurzame warmte

Een deel van het bedrijventerrein is aangesloten op een warmtenet. De rest is aangesloten op het aardgasnet. Technisch potentieel warmtebron** op bedrijventerrein: HT-restwarmte: nee* LT-restwarmte: ja Geothermie (>45°): nee* WKO (potentieel ondergrond): ja TEO: ja

*

**

HT-warmte (restwarmte en geothermie) kan vanuit andere buurten met een transportleiding naar het bedrijventerrein worden vervoerd. Hierin worden alleen bronnen meegenomen met een potentieel van minimaal 5 TJ/jaar.

Kansen voor zon-pv op daken

Huidig zon-pv op daken (2019) Aantal daken met zon-pv (incl. kleine daken)

16

Opwek SDE+ gerealiseerd

1.149 MWh/jr

Opwek SDE+ in planning

180 MWh/jr

Potentieel zon-pv op daken Aantal daken (>20 m2) Oppervlak

374 164.000 m2

Vermogen

14,9 MW

Opbrengst

13.000 MWh/jr

4% van de panden heeft zon-pv op het dak. De potentiële opbrengst wanneer op alle daken >20 m2 zonnepanelen worden gelegd is 94% van de huidige elektriciteitsvraag.

Kansen voor energiebesparing

Isolerende maatregelen:  Minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5  Maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5 Voor LT-oplossingen (warmtepomp, LT-warmtenet en WKO-net) is het maximale isolatieniveau vereist (gehele schil naar Rc=3,5). Voor andere oplossingen zijn isolerende maatregelen niet vereist. Door het gebruik van een efficiëntere warmtetechniek en hergebruik van warmte/koude wordt ook energie bespaard. De figuur geeft de energie weer die van buiten af aangevoerd moet worden.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Cartesiuswegterrein – Februari 2021

Jaarlijkse maatschappelijke kosten (2030)

De jaarlijkse maatschappelijke kosten, zijn de som van kosten voor:  Isolatiemaatregelen  Aanleg infrastructuur  Aanleg/uitkoppeling warmtebron  Nieuwe installaties  Energiekosten De kosten zijn berekend zonder belastingen voor het jaar 2030. Ter vergelijking zijn de huidige jaarlijkse kosten van de HR-ketel op aardgas erbij gezet.

Eindgebruikerskosten (2030)

Techniek

Investering

Jaarlijkse energierekening

Totale jaarlijkse kosten

Toegepast isolatieniveau

HR-ketel (aardgas)

€ 2.000

€ 2.800

€ 3.100

Huidig

HR-ketel (groengas)

€ 8.000

€ 4.000

€ 4.800

Minimaal

Hybride warmtepomp (groengas)

€ 12.000

€ 3.300

€4.500

Minimaal

Warmtepomp – buitenlucht/bodem

€ 27.000

€ 2.900

€ 5.000

Maximaal

Warmtenet MT of HT

€ 9.000

€ 1.900

€ 2.700

Minimaal

Warmtenet LT

€ 24.000

€ 2.000

€ 3.900

Maximaal

WKO-net

€ 22.000

€ 1.800

€ 3.500

Maximaal

Bij de eindgebruikerskosten gaat het om de kosten die terecht komen bij de eindgebruiker; de energiekosten en de investeringen in het pand. De totale jaarlijkse kosten zijn de kosten die betaald moeten worden door de eindgebruiker. De investeringskosten zijn berekend zonder btw. De jaarlijkse energierekening is berekend zonder btw, maar wel met ODE en Energiebelasting. Voor de LT-oplossingen wordt altijd het maximale isolatieniveau toegepast. Voor HT-oplossingen wordt het isolatieniveau toegepast dat kosten-optimaal de beste oplossing is per warmtetechniek. De investeringskosten voor het isoleren van de gehele schil naar Rc = 3,5 liggen hoog; dat maakt LT-oplossingen duur op bedrijventerreinen waar voornamelijk oudere gebouwen staan.

Route naar aardgasvrij Kansrijke opties De opties met maatschappelijk de laagste kosten zijn het HT-warmtenet op restwarmte en de buitenlucht warmtepomp. De maatschappelijke kosten van alle warmtetechnieken liggen echter zo dicht bij elkaar, dat op basis hiervan geen conclusie kan worden getrokken over voorkeursoptie. Voor de eindgebruiker is het HT/MT-warmtenet ook het goedkoopst, dus uitbreiding van het huidige warmtenet is een kansrijke optie. De op één-na-goedkoopste optie voor eindgebruikers is het WKO-net. In het noorden van het terrein staan nieuwere panden, hier zijn LT-opties eventueel mogelijk. Voor de oudere panden in het zuiden van het terrein moet veel worden geïnvesteerd in isolatie voor LT-opties, waardoor dit hier minder voor de hand ligt. Procesgas Voor zover bekend wordt er in twee panden op het bedrijventerrein gebruikgemaakt van procesgas en is de hoeveelheid hiervan zeer beperkt. Deze processen kunnen geëlektrificeerd worden. Een alternatief voor verduurzaming van deze processen is het gebruik van duurzame gassen zoals groen gas of waterstof. Routekaart Voor het overschakelen van het hele bedrijventerrein op een andere energiebron en warmtetechniek, zijn nog extra analyses nodig. Er zal met stakeholders een proces moeten worden doorlopen voordat er een definitieve keuze kan worden gemaakt.

De stappen die nodig zijn, zijn weergegeven op de routekaart in Bijlage G in het rapport van CE Delft.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Cartesiuswegterrein – Februari 2021

Bedrijventerrein De Wetering

106 hectare terrein 268 bedrijven 273.000 m2 gebouwen

De Wetering in energiecijfers Warmtevraag rv* Gemiddelde warmtevraag rv** Gebruik aardgas rv

54-62 TJ/jaar 0,20-0,23 GJ/m2/jaar 1,7-2,0 mln m3/jaar

Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

Aantal panden met procesgas

Hierin zit ook het elektriciteitsgebruik t.b.v. koude. Het is niet bekend hoeveel dit is.

3

Gebruik procesgas

0,02 mln m3/jaar

Elektriciteitsverbruik

100-113 TJ/jaar

Aantal bedrijven met warmteaansluiting *

11 TJ/jaar

* **

rv staat voor ruimteverwarming gem. warmtevraag rv bedrijventerreinen Utrecht: 0,24 GJ/m2/jaar

200308 - Factsheet Bedrijventerrein De Wetering – Februari 2021

21

Kansen voor duurzame warmte

Een deel van het bedrijventerrein is aangesloten op een warmtenet. Daarnaast zijn enkele WKOsystemen actief. Er zijn meerdere LT-warmtebronnen. Technisch potentieel warmtebron** op bedrijventerrein: HT-restwarmte: nee* LT-restwarmte: ja Geothermie (>45°): ja* WKO (potentieel ondergrond): ja TEO: ja *

**

HT-warmte (restwarmte en geothermie) kan vanuit andere buurten met een transportleiding naar het bedrijventerrein worden vervoerd. Hierin worden alleen bronnen meegenomen met een potentieel van minimaal 5 TJ/jaar.

Kansen voor zon-pv op daken

Huidig zon-pv op daken (2019) Aantal daken met zon-pv (incl. kleine daken)

23

Opwek SDE+ gerealiseerd

2.963 MWh/jr

Opwek SDE+ in planning

9.715 MWh/jr

Potentieel zon-pv op daken Aantal daken (>20 m2) Oppervlak

204 211.000 m2

Vermogen

19,6 MW

Opbrengst

17.600 MWh/jr

11% van de panden heeft zon-pv op het dak. De potentiële opbrengst wanneer op alle daken >20 m2 zonnepanelen worden gelegd is 60% van de huidige elektriciteitsvraag.

Kansen voor energiebesparing

Isolerende maatregelen:  Minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5  Maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5 Voor LT-oplossingen (warmtepomp, LT-warmtenet en WKO-net) is het maximale isolatieniveau vereist (gehele schil naar Rc=3,5). Voor andere oplossingen zijn isolerende maatregelen niet vereist. Door het gebruik van een efficiëntere warmtetechniek en hergebruik van warmte/koude wordt ook energie bespaard. De figuur geeft de energie weer die van buiten af aangevoerd moet worden.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein De Wetering – Februari 2021

Jaarlijkse maatschappelijke kosten (2030)

De jaarlijkse maatschappelijke kosten, zijn de som van kosten voor:  Isolatiemaatregelen  Aanleg infrastructuur  Aanleg/uitkoppeling warmtebron  Nieuwe installaties  Energiekosten De kosten zijn berekend zonder belastingen voor het jaar 2030. Ter vergelijking zijn de huidige jaarlijkse kosten van de HR-ketel op aardgas erbij gezet.

Eindgebruikerskosten (2030)

Techniek

Investering

Jaarlijkse energierekening

Totale jaarlijkse kosten

Toegepast isolatieniveau

HR-ketel (aardgas)

€ 2.000

€ 2.500

€ 2.800

Huidig

HR-ketel (groen gas)

€ 6.000

€ 3.600

€ 4.300

Huidig

Hybride warmtepomp (groengas)

€ 11.000

€ 3.100

€ 4.200

Minimaal

Warmtepomp – buitenlucht/bodem

€ 15.000

€ 3.000

€ 4.300

Minimaal

Warmtenet MT of HT

€ 8.000

€ 2.000

€ 2.700

Minimaal

Warmtenet LT

€ 12.000

€ 2.100

€ 3.100

Minimaal

WKO-net

€ 10.000

€ 2.000

€ 2.800

Minimaal

Bij de eindgebruikerskosten gaat het om de kosten die terecht komen bij de eindgebruiker; de energiekosten en de investeringen in het pand. De totale jaarlijkse kosten zijn de kosten die betaald moeten worden door de eindgebruiker. De investeringskosten zijn berekend zonder btw. De jaarlijkse energierekening is berekend zonder btw, maar wel met ODE en Energiebelasting. Voor de LT-oplossingen wordt altijd het maximale isolatieniveau toegepast. Voor HT-oplossingen wordt het isolatieniveau toegepast dat kosten-optimaal de beste oplossing is per warmtetechniek. De investeringskosten voor het isoleren van de gehele schil naar Rc = 3,5 liggen hoog; dat maakt LT-oplossingen duur op bedrijventerreinen waar voornamelijk oudere gebouwen staan.

Route naar aardgasvrij Kansrijke opties De optie met maatschappelijk de laagste kosten is het HT-warmtenet, gevolgd door de hybride warmtepomp op groengas en de buitenlucht warmtepomp. De maatschappelijke kosten van alle warmtetechnieken liggen echter zo dicht bij elkaar, dat op basis hiervan geen conclusie kan worden getrokken over voorkeursoptie. De panden op dit terrein zijn gebouwd ná 1995. Daarom zijn deze panden met beperkte isolerende maatregelen al geschikt voor een LT-warmtetechniek. Voor de eindgebruiker is het HT/MT-warmtenet het goedkoopst, wat betekent dat dit een kansrijke optie is. Een andere goedkope optie voor eindgebruikers is een WKO-net. Ook een LT-net is kansrijk aangezien de kosten hiervoor relatief laag zijn aangezien nauwelijks isolatie nodig is en er meerdere LT-warmtebronnen aanwezig zijn. Procesgas Voor zover bekend wordt er in drie panden op het bedrijventerrein gebruikgemaakt van procesgas en is de hoeveelheid hiervan zeer beperkt. Deze processen kunnen geëlektrificeerd worden. Een alternatief voor verduurzaming van deze processen is het gebruik van duurzame gassen zoals groengas of waterstof. Routekaart Voor het overschakelen van het hele bedrijventerrein op een andere energiebron en warmtetechniek, zijn nog extra analyses nodig. Er zal met stakeholders een proces moeten worden doorlopen voordat er een definitieve keuze kan worden gemaakt.

De stappen die nodig zijn, zijn weergegeven op de routekaart in Bijlage G van het rapport CE Delft.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein De Wetering – Februari 2021

Bedrijventerrein Haarrijn

20 hectare terrein 38 bedrijven 53.000 m2 gebouwen

Haarrijn in energiecijfers Warmtevraag rv* Gemiddelde warmtevraag rv**

0,22-0,28 GJ/m2/jaar

Gebruik aardgas rv

0,4-0,5 mln. m3/jaar

Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

11-15 TJ/jaar

2 TJ/jaar

Aantal panden met procesgas

1

Gebruik procesgas

1,6 mln. m3/jaar

Elektriciteitsverbruik

17-21 TJ/jaar

Aantal bedrijven met warmteaansluiting * Hierin zit ook het elektriciteitsgebruik t.b.v. koude. Het is niet bekend hoeveel dit is.

* rv staat voor ruimteverwarming ** gem. warmtevraag rv bedrijventerreinen Utrecht: 0,24 GJ/m2/jaar

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Haarrijn – Februari 2021

0

Kansen voor duurzame warmte

Het bedrijventerrein is momenteel in zijn geheel aangesloten op een gasnet. Er is één WKO-systeem actief. Technisch potentieel warmtebron** op bedrijventerrein: HT-restwarmte: nee* LT-restwarmte: nee Geothermie (>45°): ja* WKO (potentieel ondergrond): ja TEO: ja *

**

HT-warmte (restwarmte en geothermie) kan vanuit andere buurten met een transportleiding naar het bedrijventerrein worden vervoerd. Hierin worden alleen bronnen meegenomen met een potentieel van minimaal 5 TJ/jaar.

Kansen voor zon-pv op daken

Huidig zon-pv op daken (2019) Aantal daken met zon-pv (incl. kleine daken)

5

Opwek SDE+ gerealiseerd

429 MWh/jr

Opwek SDE+ in planning

1.489 MWh/jr

Potentieel zon-pv op daken Aantal daken (>20 m2) Oppervlak

29 35.000 m2

Vermogen

3,3 MW

Opbrengst

3.000 MWh/jr

17% van de panden heeft zon-pv op het dak. De potentiële opbrengst wanneer op alle daken >20 m2 zonnepanelen worden gelegd is 55% van de huidige elektriciteitsvraag.

Kansen voor energiebesparing

Isolerende maatregelen: Minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5 Maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5 Voor LT-oplossingen (warmtepomp, LT-warmtenet en WKO-net) is het maximale isolatieniveau vereist (gehele schil naar Rc=3,5). Voor andere oplossingen zijn isolerende maatregelen niet vereist. Door het gebruik van een efficiëntere warmtetechniek en hergebruik van warmte/koude wordt ook energie bespaard. De figuur geeft de energie weer die van buiten af aangevoerd moet worden.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Haarrijn – Februari 2021

Jaarlijkse maatschappelijke kosten (2030)

De jaarlijkse maatschappelijke kosten, zijn de som van kosten voor: Isolatiemaatregelen Aanleg infrastructuur Aanleg/uitkoppeling warmtebron Nieuwe installaties Energiekosten De kosten zijn berekend zonder belastingen voor het jaar 2030. Ter vergelijking zijn de huidige jaarlijkse kosten van de HR-ketel op aardgas erbij gezet.

Eindgebruikerskosten (2030)

Techniek

Investering

Jaarlijkse energierekening

Totale jaarlijkse kosten

Toegepast isolatieniveau

HR-ketel (aardgas)

€ 2.000

€ 2.700

€2.900

Huidig

HR-ketel (groengas)

€ 8.000

€ 3.500

€ 4.300

Minimaal

Hybride warmtepomp (groengas)

€ 11.000

€ 3.200

€ 4.300

Minimaal

Warmtepomp – buitenlucht/bodem

€15.000

€ 3.200

€ 4.400

Minimaal

Warmtenet MT of HT

€ 8.000

€ 2.100

€ 2.900

Minimaal

Warmtenet LT

€ 12.000

€ 2.200

€ 3.200

Minimaal

WKO-net

€ 10.000

€ 2.000

€ 2.900

Minimaal

Bij de eindgebruikerskosten gaat het om de kosten die terecht komen bij de eindgebruiker; de energiekosten en de investeringen in het pand. De totale jaarlijkse kosten zijn de kosten die betaald moeten worden door de eindgebruiker. De investeringskosten zijn berekend zonder btw. De jaarlijkse energierekening is berekend zonder btw, maar wel met ODE en Energiebelasting. Voor de LT-oplossingen wordt altijd het maximale isolatieniveau toegepast. Voor HT-oplossingen wordt het isolatieniveau toegepast dat kosten-optimaal de beste oplossing is per warmtetechniek. De investeringskosten voor het isoleren van de gehele schil naar Rc = 3,5 liggen hoog; dat maakt LT-oplossingen duur op bedrijventerreinen waar voornamelijk oudere gebouwen staan.

Route naar aardgasvrij Kansrijke opties De opties met maatschappelijk de laagste kosten zijn het HT-warmtenet op restwarmte en de warmtepomp buitenlucht. De maatschappelijke kosten van alle warmtetechnieken liggen echter zo dicht bij elkaar, dat op basis hiervan geen conclusie kan worden getrokken over voorkeursoptie. De panden op dit terrein zijn gebouwd ná 1995. Daarom zijn deze panden met beperkte isolerende maatregelen al geschikt voor een LT-warmtetechniek. Voor de eindgebruiker is een HT/MT-warmtenet of een WKO-net het goedkoopst. Ook de kosten voor een LT-net zijn relatief laag aangezien nauwelijks isolatie nodig is. Aangezien het bedrijventerrein Haarrijn aan de Haarrijnse plas ligt is een LT-net in combinatie met TEO een kansrijke optie. Procesgas Voor zover bekend wordt er in één pand op het bedrijventerrein gebruikgemaakt van procesgas, een industriële wasserij/drogerij. Voor dit proces is elektrificatie de meest logische optie. De benodigde technologie hiervoor is reeds beschikbaar op de markt, dus het bedrijf kan elektrificeren als de juiste financiële prikkels aanwezig zijn. Routekaart Voor het overschakelen van het hele bedrijventerrein op een andere energiebron en warmtetechniek, zijn nog extra analyses nodig. Er zal met stakeholders een proces moeten worden doorlopen voordat er een definitieve keuze kan worden gemaakt.

De stappen die nodig zijn, zijn weergegeven op de routekaart in Bijlage G van het rapport van CE Delft.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Haarrijn – Februari 2021

Bedrijventerrein Oudenrijn

87 hectare terrein 560 bedrijven 403.000 m2 gebouwen

Oudenrijn in energiecijfers Warmtevraag rv* Gemiddelde warmtevraag rv**

0,24-0,28 GJ/m2/jaar

Gebruik aardgas rv

3,4-3,9 mln. m3/jaar

Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

97-113 TJ/jaar

18 TJ/jaar

Aantal panden met procesgas

6

Gebruik procesgas

5,8 mln. m3/jaar

Elektriciteitsverbruik

163-183 TJ/jaar

Aantal bedrijven met warmteaansluiting * Hierin zit ook het elektriciteitsgebruik t.b.v. koude. Het is niet bekend hoeveel dit is.

* rv staat voor ruimteverwarming ** gem. warmtevraag rv bedrijventerreinen Utrecht: 0,24 GJ/m2/jaar

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Oudenrijn – Februari 2021

0

Kansen voor duurzame warmte

Het bedrijventerrein is momenteel in zijn geheel aangesloten op een gasnet. Het terrein heeft meerdere actieve WKO-systemen en er zijn verschillende warmtebronnen aanwezig op het terrein, zowel HT als LT. Technisch potentieel warmtebron** op bedrijventerrein: HT-restwarmte: ja* LT-restwarmte: ja* Geothermie (>45°): ja* WKO (potentieel ondergrond): ja TEO: ja *

HT-warmte (restwarmte en geothermie) kan ook vanuit andere buurten met een transportleiding naar het bedrijventerrein worden vervoerd. ** Hierin worden alleen bronnen meegenomen met een potentieel van minimaal 5 TJ/jaar.

Kansen voor zon-pv op daken Huidig zon-pv op daken (2019) Aantal daken met zon-pv (incl. kleine daken)

27

Opwek SDE+ gerealiseerd

964 MWh/jr

Opwek SDE+ in planning

1.400 MWh/jr

Potentieel zon-pv op daken Aantal daken (>20 m2) Oppervlak

256 296.000 m2

Vermogen

27,8 MW

Opbrengst

25.100 MWh/jr

11% van de panden heeft zon-pv op het dak. De potentiële opbrengst wanneer op alle daken >20 m2 zonnepanelen worden gelegd is 52% van de huidige elektriciteitsvraag.

Kansen voor energiebesparing

Isolerende maatregelen:  Minimaal: vloer en dak naar Rc=3,5  Maximaal: vloer, dak en gevel naar Rc=3,5 Voor LT-oplossingen (warmtepomp, LT-warmtenet en WKO-net) is het maximale isolatieniveau vereist (gehele schil naar Rc=3,5). Voor andere oplossingen zijn isolerende maatregelen niet vereist. Door het gebruik van een efficiëntere warmtetechniek en hergebruik van warmte/koude wordt ook energie bespaard. De figuur geeft de energie weer die van buiten af aangevoerd moet worden.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Oudenrijn – Februari 2021

Jaarlijkse maatschappelijke kosten (2030)

De jaarlijkse maatschappelijke kosten, zijn de som van kosten voor:  Isolatiemaatregelen  Aanleg infrastructuur  Aanleg/uitkoppeling warmtebron  Nieuwe installaties  Energiekosten De kosten zijn berekend zonder belastingen voor het jaar 2030. Ter vergelijking zijn de huidige jaarlijkse kosten van de HR-ketel op aardgas erbij gezet.

Eindgebruikerskosten (2030) Techniek

Investering

Jaarlijkse energierekening

Totale jaarlijkse kosten

Toegepast isolatieniveau

HR-ketel (aardgas)

€ 2.000

€ 2.800

€ 3.000

Huidig

HR-ketel (groengas)

€ 8.000

€ 3.500

€ 4.300

Minimaal

Hybride warmtepomp (groengas)

€ 11.000

€ 3.300

€4.300

Minimaal

Warmtepomp – buitenlucht/bodem

€ 15.000

€ 3.300

€ 4.500

Minimaal

Warmtenet MT of HT

€ 8.000

€ 2.200

€ 3.000

Minimaal

Warmtenet LT

€ 12.000

€ 2.200

€ 3.300

Minimaal

WKO-net

€ 10.000

€ 2.200

€3.000

Minimaal

Bij de eindgebruikerskosten gaat het om de kosten die terecht komen bij de eindgebruiker; de energiekosten en de investeringen in het pand. De totale jaarlijkse kosten zijn de kosten die betaald moeten worden door de eindgebruiker. De investeringskosten zijn berekend zonder btw. De jaarlijkse energierekening is berekend zonder btw, maar wel met ODE en Energiebelasting. Voor de LT-oplossingen wordt altijd het maximale isolatieniveau toegepast. Voor HT-oplossingen wordt het isolatieniveau toegepast dat kosten-optimaal de beste oplossing is per warmtetechniek. De investeringskosten voor het isoleren van de gehele schil naar Rc = 3,5 liggen hoog; dat maakt LT-oplossingen duur op bedrijventerreinen waar voornamelijk oudere gebouwen staan.

Route naar aardgasvrij Kansrijke opties De opties met maatschappelijk de laagste kosten zijn het HT-warmtenet op restwarmte en de warmtepomp buitenlucht. De maatschappelijke kosten van alle warmtetechnieken liggen echter zo dicht bij elkaar, dat op basis hiervan geen conclusie kan worden getrokken over voorkeursoptie. Voor de eindgebruiker is het HT/MT-warmtenet of een WKO-net het goedkoopst. Dit zijn daarom de meest kansrijke opties. Er is nog geen warmtenet, dus deze zou aangelegd moeten worden. Hierop kan eventueel ook het nieuwe bedrijventerrein Strijkviertel aangesloten worden dat ten oosten van Oudenrijn wordt gerealiseerd. Er is en warmtebron op het terrein die in potentie de gehele ruimteverwarmingsvraag van het terrein kan invullen. Er zijn al meerdere WKO-systemen actief. Het grootste deel van de panden op dit terrein zijn gebouwd ná 1995, met uitzondering van de panden in het noordoosten van het terrein. De panden van na 1995 zijn met beperkte isolerende maatregelen al geschikt voor een LT-warmtetechniek. Voor deze panden is een LT-warmtenet een kansrijke optie. Procesgas Voor zover bekend wordt er in 6 panden op het bedrijventerrein gebruikgemaakt van procesgas. Het merendeel van deze processen kunnen geëlektrificeerd worden. Alleen voor chemiebedrijf BASF ligt dit niet direct voor de hand.

Voor dit bedrijf is overstappen op een duurzaam gas (groen gas of waterstof) een logischere oplossing. Routekaart Voor het overschakelen van het hele bedrijventerrein op een andere energiebron en warmtetechniek, zijn nog extra analyses nodig. Er zal met stakeholders een proces moeten worden doorlopen voordat er een definitieve keuze kan worden gemaakt. De stappen die nodig zijn, zijn weergegeven op de routekaart in Bijlage G van het rapport van CE Delft.

200308 - Factsheet Bedrijventerrein Oudenrijn – Februari 2021

Bedrijventerrein Papendorp

42 hectare terrein 20 bedrijven 77.000 m2 gebouwen

Papendorp in energiecijfers Warmtevraag rv* Gemiddelde warmtevraag rv**

0,26 GJ/m2/jaar

Gebruik aardgas rv

0,6 mln. m3/jaar

Koudevraag (o.b.v. kengetallen) *

20 TJ/jaar

1 TJ/jaar

Aantal panden met procesgas Gebruik procesgas Elektriciteitsverbruik

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=17d65e09-7591-4e79-b1b5-dae537f91597