CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Cultuurhistorische waardenstelling Ockhuizen (4MB).pdf

Raadsinformatiebijeenkomst 24 mei 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Ockhuizen11.889 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Cultuurhistorische waardenstelling

Ockhuizen te Haarzuilens

Specialisten in Groen Erfgoed

Cultuurhistorische waardenstelling

Ockhuizen te Haarzuilens

Opdrachtgever: Gemeente Utrecht

Specialisten in Groen Erfgoed

Costerweg 1- K

6702 AA Wageningen

0317 424 167

www.sb4.nl

info@sb4.nl

SB4

Colofon © 2022, SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen BV Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd of openbaar worden gemaakt, in enige vorm of op enige wijze, hetzij op papier of digitaal, zonder voorafgaande toestemming van de opdrachtgever, in overleg met SB4. In geval van publicatie, geheel of gedeeltelijk, van dit als intern rapport bedoelde document, kan het noodzakelijk zijn om auteursrechten, copyright, publicatierechten en/of andere rechten te regelen met SB4 of andere partijen. De afbeeldingen in dit rapport zijn gemaakt door de auteurs en de kaarten zijn noordwaarts georiënteerd, tenzij anders aangegeven. Cultuurhistorisch en tuinhistorisch onderzoek, tekst en opmaak: SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen ir. C.H.P.M. (Kees) van Dam, ir. E.M.J. (Eric) Blok bnt Costerweg 1-K 6702 AA Wageningen www.sb4.nl Projectnummer:

10810

Opdrachtgever: Contactpersoon: Versie:

Gemeente Utrecht A. (Anne) Schipper 2 maart 2022

Ockhuizen te Haarzuilens

Inhoud

INLEIDING........................................................................................................................ 5 1. INTRODUCTIE.............................................................................................................. 7 2. BEKNOPTE RUIMTELIJKE ONTWIKKELING.............................................................. 11 11 2.1. Ontginning 2.2. Kasteel De Haar 11 2.3. Woonwijk Leidsche Rijn 11 3. RELICTEN EN HUN HISTORISCHE ACHTERGROND............................................... 13 3.1. Sloten- en kavelpatroon 13 3.2. Kasteel De Haar 19 3.3. Landgebruik en landschapselementen 21 27 3.4. Bebouwing 29 3.5. Infrastructuur 31 3.6. Resume: datering huidige situatie 4. WAARDERING............................................................................................................. 37 37 4.1. Waarderingsmethode 39 4.2. Cultuurhistorische waarden en karakteristiek van het gebied 43 4.3. Waardering van deelgebieden 45 4.4. Waardekaart met elementen 5. AANBEVELINGEN........................................................................................................ 47 47 5.1. Algemeen 47 5.2. Boscompensatie 48 5.3. Zonnepanelen BRONNEN........................................................................................................................ 49

3

SB4

4

Ockhuizen te Haarzuilens

InLEIdInG

Binnen de gemeentegrenzen van Utrecht ligt één van de kleinste buurtschappen van de provincie: Ockhuizen. De tegenwoordige situatie wordt in belangrijke mate bepaald door de middeleeuwse ontginning, de parkaanleg rondom Kasteel De Haar en de recente recreatieve voorzieningen in relatie tot de nieuwbouw van Leidsche Rijn. Aanleiding voor het voorliggendonderzoek zijn de plannen voor inpassing van een zonneveld en boscompensatie. Deze ontwikkelingen zijn gepland binnen het noordelijke deel van het rijksbeschermde stads- en dorpsgezicht van Haarzuilens, op het gebied tussen A2, Haarijn, Polderweg, Ockhuizerweg en Rijnveldsche Boschpad. Vanwege deze status is door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geadviseerd om een cultuurhistorische waardestelling te maken, om mee te nemen in de verdere afwegingen in de planvorming. Hierbij is door de gemeente Utrecht verzocht om in ieder geval aandacht te besteden aan de historische verkaveling, zichtlijnen in relatie tot het beschermd dorpsgezicht en Kasteel de Haar, bijzondere elementen zoals de eendenkooi, buurtschap Ockhuizen en mogelijke historische bossen, bosschages of boomgaarden in het gebied, en grondgebruik in het verleden. Op basis van de historische aspecten wordt inzicht verkregen in de aanwezigheid en ligging van de belangrijkste cultuurhistorische kernwaarden.

Ten slotte is gevraagd enkele aanbevelingen te doen wat betreft de inpassing van een zonnepark en boscompensatie, rekening houdend met de cultuurhistorische waarden. Voorliggend onderzoek is gebaseerd op een literatuur-, bronnen- en kaartenstudie en terreinbezoek. Het onderzoek is uitgevoerd door Kees van Dam (landschapsarchitect en historisch onderzoeker), met medewerking van Eric Blok (landschapsarchitect en tuinhistoricus), beiden werkzaam bij bureau SB4. SB4 Bureau voor Historische Tuinen, Parken en Landschappen Wageningen, 2021.

5

SB4

Actuele situatie van het onderzoeksgebied (bolletjeslijn). (Bron ondergrond: J.W. van Aalst, www.opentopo.nl.)

6

Ockhuizen te Haarzuilens

1. IntroduCtIE

Locatiegegevens Hoofdadres: Thematerkade z.n., 3455 RX Haarzuilens Kadastraal: Gemeente Vleuten (VTN00), sectie D, diverse percelen. Onderzoeksgebied Het onderzoek richt zich op het landelijk gebied binnen de gemeente Utrecht, ten noorden van het park van Kasteel De Haar en ten westen van rijksweg A2. Het gebied wordt verder begrensd door de Haarijn, Schenkeldijk/Gieltjesdorp, Polderweg, Ockhuizerweg en het Rijnveldsche Boschpad. Het terrein omvat ca. 170 hectare. De ruimtelijke context en wijdere omgeving is waar nodig en relevant meegenomen in het onderzoek en de beschrijvingen. Huidig gebruik Het gebied kent een overwegend landelijk karakter met gronden in agrarisch gebruik. Aan de westzijde zijn twee (voormalige) boerderijen langs de Polderweg en Gieltjesdorp gelegen, namelijk ‘De Bom’ en ‘Dijkzicht’. Het buurtschap Ockhuizen bestaat uit vier (voormalige) boerderijen en een woning aan de noordzijde van de Ockhuizerweg/Thematerkade en drie woningen aan de zuidzijde. De erven en tuinen zijn omgeven door beplanting. Bij en achter nr. 24 ligt een grote fruitboomgaard. Aan de zuidoostzijde van het onderzoeksgebied liggen twee bungalows aan de Ockhuizerweg en zijn enkele woningen in ontwikkeling (nr. 39).

Aan de noordoostzijde van het onderzoeksgebied zijn nabij de eendenkooi en (voormalige) kooikerswoning (Thematerweg 4) enkele natuurontwikkelingsprojecten en recreatieve voorzieningen (wandel- en fietspaden). Aan de noordzijde vormt de Haarrijn, met daaraan een (voormalig) de afwatering van de polders en de wijk Leidsche Rijn naar het Amsterdam-Rijnkanaal. Bij het gemaal ‘Haarrijn’ is een (voormalige) dienstwoning gelegen. Status Het gebied valt geheel binnen het van rijkswege Beschermd Dorpsgezicht Haarzuilens, zoals aangewezen op 4 december 2013.1 Kasteel De Haar is aangewezen als rijksmonumentale Complex Historische Buitenplaats en ligt ten zuiden en net buiten het onderzoeksgebied.2 Binnen het onderzoeksgebied zijn vier rijksmonumenten aangewezen: Ockhuizerweg 20 (boerderij Het Klaverblad)3 en het complex van de eendenkooi bij Thematerweg 4 met kooikerswoning en tuinpaviljoen.4 De pand aan Polderweg 2 (Dijkzicht) is aangewezen als gemeentelijk monument.5 In het bestemmingsplan zijn tevens Ockhuizerweg 24 en 35 benoemd als waardevol of karakteristiek pand.6 Voor het gebied is tevens nadere regelgeving van toepassing, onder meer vanuit provinciale ruimtelijke verordeningen. Verdere beleidsanalyse is in het kader van dit cultuurhistorisch onderzoek niet uitgevoerd.

1

2 3 4 5 6

RCE, Beschermd Gebied nr. 223; https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl/Beschermde_Gezichten/BG223/; RCE, Beschermd dorpsgezicht Haarzuilens, Toelichting bij het besluit tot aanwijzing van het beschermd dorpsgezicht Haarzuilens gemeente Utrecht (Utrecht) ex artikel 35 Monumentenwet 1988, 2013. RCE, Complexnr. 527891; https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/527892 RCE, Obj.nr. 37537 (aangewezen in 1977), RCE, Complexnr. 514789 en onderdelen eendenkooi (510856), kooikerswoning (514790) en tuinpaviljoen (514791), allen aangewezen in 2000. https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/wonen/uw-koopwoning/monument/monumentenlijst/; https://gemu.maps.arcgis. com/apps/webappviewer/index.html?id=50733b9f9ade426794da5f83b8b1f1ad Overzicht waardevolle panden Haarzuilens en overig monumenten versie 15 febr 2013, https://www.ruimtelijkeplannen.nl/documents/NL.IMRO.0344.BPHAARZUILENS-0401/tb_NL.IMRO.0344.BPHAARZUILENS-0401_5.pdf. Nr. 35 ligt buiten het onderzoeksgebied.

7

SB4

Aanwijzing van beschermde gezichten, complexen en monumenten in en rond het onderzoeksgebied (zwarte bolletjeslijn). de rijksmonumenten zijn aangeduid met een blauwe stip, het gemeentelijke monument binnen het onderzoeksgebied met een rode stip. de dunne rode lijn geeft de gemeentegrens van utrecht aan. (Bron ondergrond: Kadaster, topotijdreis.nl.) Beschermd dorpsgezicht Complex historische Buitenplaats

8

Ockhuizen te Haarzuilens

Archeologie Archeologie is als afzonderlijk beleidsterrein in onderhavig onderzoek niet nader onderzocht. Binnen het onderzoeksgebied bevinden zich geen archeologische rijksmonumenten.7 Op de gemeentelijke archeologische beleidskaart uit 2009 zijn twee gebieden aangeduid als ‘hoge archeologische waarde’ (de historische erven) en een zone als gebied met archeologische verwachting (crevasses).8 In een actualisatie van de archeologische waardenkaart in 2022 blijft voor de rood aangeduide erven aan de Ockhuizerweg een hoge archeologische waarde gelden (vergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 30 m2 en dieper dan 30 cm), waarbij het aangeduide vlak op de kruising van de Polderweg-Rijndijk vervalt. De ontginningsbasissen (Ockhuizerweg) en de kade (Westdijk) krijgen een hoge archeologische verwachting (vergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 30 cm); de groen gearceerde zone op de waardenkaart uit 2009 wordt op de geactualiseerde waardenkaart uitgebreid en krijgt een middelhoge archeologische verwachting (vergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 500 m2 en dieper dan 30 cm). Wit gebied op de huidige waardenkaart uit 2009 krijgt een lage archeologische verwachting op de geactualiseerde waardenkaart (vergunningsplicht bij bodemingrepen groter dan 5000 m2 en dieper dan 30 cm).9

uitsnede gemeentelijke archeologische waardenkaart 2009. (Bron: Afdeling Erfgoed, gemeente utrecht.) 7 8 9

https://www.cultureelerfgoed.nl/onderwerpen/bronnen-en-kaarten/overzicht/archeologie-in-nederland-amk-en-ikaw; https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Archeologie%2Din%2DNederland https://pki.utrecht.nl/Loket/product/19096562313d34964b6ae3244ec42f9b Bron: Wink, K., Kok, R.S. en R.A.C. Kroes, 2022: Toelichting op de Archeologische Beleidskaart gemeente Utrecht, RAAP-Rapport 3072, Weesp (in prep.); Afdeling Erfgoed, gemeente Utrecht.

9

SB4

ca. 1832

ca. 1900

ca. 1966

ca. 2021

ruimtelijke ontwikkeling van het onderzoeksgebied aan de hand van vier fases.

hoofdgebouw bijgebouw erf/tuin boomgaard bos water

10

sloot weg pad kade

Ockhuizen te Haarzuilens

2. BEKnoptE ruImtELIJKE ontWIKKELInG

In deze samenvattende schets van de gebiedsgeschiedenis worden de drie meest bepalende ontwikkelingen aangestipt: de grote veenontginningen omstreeks 1100-1200, de herbouw van kasteel De Haar in pakweg 1900 en de aanleg van woonwijk Leidsche Rijn vanaf circa 2000. 2.1. ontginning Bewoning van de oeverwal van de (Oude) Rijn vond al vroeg plaats, waaronder in de romeinse tijd. Enkele gunstig hoger gelegen terreinen werden relatief vroeg geschikt gemaakt voor vestiging en agrarisch gebruik, zoals de voormalige stroomruggen tussen Vleuten en Haarzuilens. Na de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede in 1122 nam de ontginning van de uitgestrekte veengebieden een vlucht. Hierbij werden ook de polders Themaat, De Haar, Haarveld en Ockhuizen ontgonnen, vanuit zuidelijke richting en met een opstrekkende strokenverkaveling. Dit gebeurde in opdracht van de bisschop van Utrecht, die de gronden bij kasteel De Haar in bezit had. De ontginning vond echter later plaats dan die vanaf de Vecht, zodat men op de achter- en zijgrenzen van de blokken van Maarssenbroek en Gieltjesdorp stuitte. De Rijndijk (westzijde onderzoeksgebied) en Eikslaan (oostzijde onderzoeksgebied) vormden zijgrenzen van de blokken.

De Thematerkade en Ockhuizerdijk, waaraan twee boerderijen kwamen te liggen, vormden een iets latere begrenzing en aanpassing van het polderblok, naar aanleiding van een wijziging in de afwatering. 2.2. Kasteel de haar In de periode tussen de 12e en 15e eeuw zou er een versterking per plekke van Kasteel De Haar gebouwd worden. Naast enkele nabijgelegen huizen als Den Ham, Den Eyck en Ter Mey groeide De Haar uit tot een residentie van invloedrijke families Van de Haar en later Van Zuylen. Tijdens de Hoekse en Kabeljauwse twisten werd in 1482 het kasteel verwoest. Hoewel het weer zou worden hersteld verviel het kasteel vanaf de 17e eeuw tot een ruïne. Pas na de vererving op Etiènne baron van Zuylen van Nyevelt in 1890 volgde een herleving. Mede door zijn huwelijk met Hélène barones de Rothschild kon het kasteel via een zeer ambitieus bouwprogramma worden hersteld. Tezamen met de verschillende parkdelen, verplaatsing van het dorp naar een nieuw Haarzuilens en aankoop van vele gronden in de omgeving zou het één van de grootste ontworpen ensembles worden in Nederland. 2.3.

Woonwijk Leidsche rijn In het begin van de jaren 90 werd het gebied ten westen van Utrecht door het Rijk aangewezen als uitbreidingslocatie: met meer dan 30.000 woningen de grootste Vinex-locatie in Nederland.10 Het grondgebied van de gemeente Vleuten-De Meern (waar in 1954 onder meer gemeente Haarzuilens in was opgenomen) werd daarbij toegevoegd aan gemeente Utrecht. In dezelfde periode werden rond Utrecht vier groengebieden aangewezen, als recreatievoorziening dichtbij de stad, waaronder Haarzuilens en omgeving. Om deze voorzieningen te realiseren, bestaande uit ca. 450 hectare openbaar toegankelijk recreatiegebied en ca. 15 kilometer aan paden, werd gekozen voor het instrument ‘herinrichting’, uitgevoerd door Dienst Landelijk Gebied. Daarnaast speelde een verdubbeling van de snelweg A2, waarover een nieuw viaduct kwam dat het gebied met Maarssenbroek zou gaan verbinden. Natuurmonumenten heeft in 2000 389 hectare van landgoed Haarzuilens verworven en is daarmee één van de belangrijkste grondeigenaren in het gebied geworden. Naaststaande schema’s geven een beeld van de ontwikkeling van het onderzoeksgebied in de laatste 200 jaar. Tot op de dag van vandaag overheerst een agrarisch karakter. De aanleg van het park bij kasteel De Haar had een zekere invloed in de vorm van de aanleg van de Polderweg en enkele bosjes ten noorden hiervan.

Ook kwam omstreeks 1900 tijdelijk de fruitteelt op, waartoe enkele percelen werden omgevormd tot boomgaard. In de jaren 70 vond een uitbreiding van bebouwing plaats door de bouw van enkele woonhuizen. Vanaf ca. 2010 is gewerkt aan recreatieve voorzieningen.

10

De vinex-locaties werden aangewezen in de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra uit 1991,

11

SB4

uitsnede van de geomorfogenetische kaart, waarop crevasses bij ockhuizen zijn aangegeven. (Bron: huiting, 2020, p. 64; Berendsen, Genese.)

uitsnede van de actuele hoogtekaart (Ahn4), waarin het hoogteverloop van het maaiveld zich aftekent: van hoger gelegen (rood naar oranje en geel) naar lager gelegen (groen naar blauw). (Bron: www.Ahn.nl)

12

Ockhuizen te Haarzuilens

3. rELICtEn En hun hIstorIsChE AChtErGrond

3.1. sloten- en kavelpatroon Door de afdamming van de Rijn bij Wijk bij Duurstede in 1122 werd een betere waterbeheersing mogelijk van de gronden die benedenstrooms lagen. Eerder waren de gronden direct langs de Oude Rijn al in gebruik genomen (A, zie kaart volgende pagina), waarbij de Thematerweg en Bochtdijk de (globale) achtergrens van de oude ontginningen vormde.11 Vanaf de Vecht was men begonnen met een systematische verkaveling van het Otterspoorbroek en Maarssenbroek (B) volgens een cope-ontginning van ca. 1250 meter diep. Maarssenbroek werd in 1174 voor het eerst vermeld.12 De achtergrens van deze ontginning was de Oude(n)aarskade. Aansluitend op Otterspoorbroek werd een zelfde systematische ontginning uitgezet, namelijk het blok van Kortrijk, Vijfhoeven en Gieltjesdorp (F). De (latere) Haarrijn vormde de zuidelijke zijdwende (zijkade) van deze ontginning.13 In het gebied ten westenvan De Haar werd een ontginning gestart vanaf de Breudijk. In een vervolg op deze ontginning zal de regelmatige cope-ontginning van Gerverscop zijn gerealiseerd, waarbij de Gerverscopse dijk en wetering haaks werden uitgezet op een grens met De Haar. Vanaf de Lagehaarsedijk werden het Haarveld of De Haar uitgezet met regelmatige kavelindeling (D). Op de achtergrens van het ontginningsblok De Haar werd een nieuwe ontginning gestart: Laag-Nieuwkoop (K).

Deze laatste moet na Gieltjesdorp (F) en vóór Portengen (M) en Kockengen (N) zijn gerealiseerd. De gronden die behoorden tot Themaat (E, G, in het oostelijke deel van het onderzoeksgebied) bestonden hoofdzakelijk uit zwaarder te bewerken grondsoorten zoals fijne klei op veen, hetgeen de reden zal zijn geweest dat deze relatief laat werden ontgonnen. De ontginning van het blok in copen zou volgens Storm van Leeuwen geruime tijd vóór 1220 moeten hebben plaatsgevonden, mogelijk zelf vóór 1100, maar nadat de blokken van Maarssenbroek (B) en Gieltjesdorp (F) in het terrein waren uitgezet.14 De naam ‘Themaat’ duidt op een aanvankelijk gemeenschappelijk gebruik als gras- of hooiland van de bewoners van Vleuten. De Thematerdijk diende als ontginningsbasis en hieraan kwamen de boerderijen te liggen. De oorspronkelijke westgrens van de polder lag op de Eikslaan (globaal het huidige fietspad westelijk langs de eendenkooi). Aan de westzijde was voldoende ruimte om percelen van ca. 1250 à 1300 meter diep te maken, zodat hier een dwarssloot werd gegraven die (later) de naam Middelwetering kreeg. Het resterende driehoekige gebied (G) werd afzonderlijk verkaveld en kreeg later een eendenkooi.15 Het ontginningsblok van Ockhuizen (H, I,J) zal afzonderlijk zijn ontgonnen, mogelijk pas na Themaat. Het vormde een eigen tiendblok en viel gerechtelijk onder Themaat.

In 1285 is sprake van ‘woninghen tOechusen’.16 Het land in het blok viel onder vier hoeves: twee aan de Eiksstraat (zuidzijde) en twee aan de Ockhuizerdijk (midden). Deze laatste werd relatief diep in de ontginning gelegd, hetgeen mogelijk was door de aanwezigheid van crevasses (doorbraaksediment) in de ondergrond. Het gebied ten noorden van De Haar (C) betrof vermoedelijk een relatief late ontginning, die uitging van de bisschop van Utrecht zelf.17 De kavels direct ten noorden van het kasteel vielen onder het gebruik van het kasteel, de vier stroken ten oosten daarvan waren in gebruik bij de hoeves aan de Haardijk en de gronden nog verder naar ten oosten (tot aan de Thematerkade/Ockhuizerlaan) behoorden tot de 11 12 13 14

15

16 17

Blijdenstijn, R., Tastbare tijd 2.0, cultuurhistorische atlas van de provincie Utrecht, vierde druk, Amsterdam 2015, p. 279. Gaasbeek, F., et al., Maarssen, Geschiedenis en Architectuur, Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch/SPOU, Zeist/Utrecht, 2007, p. 25. Manten, A.A., M. Laméris, Breukelen, Geschiedenis en Architectuur, Monumenten-inventarisatie Provincie Utrecht, Uitgeverij Kerckebosch/SPOU, Zeist/Utrecht, 2008, p. 21. Storm van Leeuwen, J.A., Themaat, van maat tot polder (I), in: Tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens, jg. 18 1998 nr. 1, p. 18-25. Zie ook: Hartog, C.M.W. den, e.a., Terug naar Themaat, Het archeologisch onderzoek LR50 en LR52 naar drie huisplaatsen aan de Thematerweg, Basisrapportage archeologie 29, Gemeente Utrecht, 2009. Storm van Leeuwen, J.A., Themaat, van maat tot polder (II), in: Tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens, jg. 18 1998 nr. 2, p. 29-36. Binnen deze ‘driehoek werd bij de aanleg van Rijksweg 2 (A2) een depot opgeworpen van veen uit het wegcunet, waarop spontaan berken opkwamen uit fossiel zaad. Huiting, 2020, p. 131. Huiting, 2020, p. 331.

13

SB4

m

F

n K

L J

I

h

G

B

C d

E

A

Indicatieve volgorde van ontginningen rondom haarzuilens, op basis van de vorm en richting van het ontginningsblok en literatuur (huiting, 2020, p. 51; storm van Leeuwen, 1998). de rode bolletjeslijn geeft het onderzoeksgebied aan. A. het oude land langs de oude rijn, o.a. Wielerveld (of Wilderveld) en Goystraat B. maarssenbroek (vanaf de Vecht) C. de haar ten oosten van de rijndijk: de haar d. de haar ten westen van de rijndijk: polder haarveld/de haar of Lage haar E. themaat F. Gieltjesdorp (vanaf de Vecht) G. uitbreiding van themaat aan noordzijde h. uitbreiding van themaat aan westzijde I. ockhuizen J. uitbreiding van de haar aan oostzijde K. Laag-nieuwkoop L. uitbreiding van de haar aan noordzijde, gerelateerd aan Laag-nieuwkoop (Bron ondergrond: hisgis; KnAW, Fryske Akademie.)

de boerderij aan de ockhuizerweg 20 in 1971. (Bron: huA, nr. 89021 en 89023.)

Een sloot met stuw langs de thematerkade, 1971. (Bron: huA, nr. 91943.)

14

Ockhuizen te Haarzuilens

uitsnede van de ´nieuwe Caerte van den lande van utrecht´ door Bernard de roy, 1743. ockhuizen is door middel van een symbool van een door bomen omgeven huis aangeduid. Langs de haarrijn zijn drie molen aangegeven: één aan de zijde van Gieltjesdorp, één aan het eind van de thematerkade en één op de samenkomst van ‘den themater ouwenaer’. ter plekke van boerderij de Bom (aan het westelijk eind van de Westdijk) is een gebouw aangegeven. (Bron: Wur, spec.Coll., rKk.I,370; https://images.wur.nl/digital/collection/coll21/id/526#.YekiYs0th4Y.link.)

Rode Hoeve.18 De percelen ten noorden van de Westdijk (L) werden mogelijk afzonderlijk ontgonnen of in samenhang met Laag-Nieuwkoop (K). Tot de gemeentegrensherzieningen in 1942 en 1963 behoorde dit blok namelijk tot de zelfstandige gemeente en heerlijkheid Laag-Nieuwkoop. Het is ook mogelijk dat de ontginning pas in de 13e eeuw plaatsvond, na de aanleg van de Haarrijn en Thematerkade, waarbij de Laag-Nieuwkoopse Dijk in verband met de waterhuishouding richting het oosten werd doorgetrokken. Deze kade werd de Westdijk (of Werfdijk) genoemd. Vanwege een afspraak tussen de graaf van Holland en de bisschop van Utrecht in 1226 om wateroverlast vanuit de Oude Rijn tegen te gaan, werd ten zuiden van kasteel De Haar een dam gelegd (bij hofstede De Wel). Hierdoor konden de polders onder Vleuten en Haarzuilens niet meer afwateren op de Oude Rijn. Er werd een alternatieve mogelijkheid gezocht in afwatering op de Vecht. Deze werd gevonden in de aanleg van de Haarrijn, die het water uit de polders Themaat, De Haar en Laag-Nieuwkoop ging afvoeren. Mogelijk werd na die wijziging van de afwateringsrichting pas het blok van Ockhuizen (H, I, J) ontgonnen.

Op het oostelijke deel van dit blok, tegen de Eikslaan, werd de hofstede De Koningshof gevestigd (H).19 Het westelijke deel werd overdwars in tweeën gesplitst door de Ockhuizerdijk, die min of meer parallel aan de Eikstraat werd gelegd en waar twee boerderij aan werden gevestigd (I). Deze Ockhuizerdijk werd ontsloten via de Thematerkade/Ockhuizerlaan, die als kunstmatige grens tussen de afwateringsgebieden van polder De Haar en polder Themaat werd getrokken.20 De stroken waarover 18 19 20

Huiting, 2020, p. 141-142. De Rode Hoeve betrof de hofboerderij, ter plaatse van de huidige dienstwoningen op Wethouder de Greeflaan 15/17. De Koningshof (Eikslaan 9) kwam tussen de nieuwe nederzetting Haarzuilens en het kasteelpark te liggen. Het is aangewezen als rijksmonument, zie: https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/37514. Huiting, 2020, p. 462: reeds de hoevenlijst van 1307 wijst op de Thematerkade als westgrens; in 1405 werd deze als zijdwende benoemd.

15

SB4

Waterstaatskaart, bewerkt in 1869. Binnen het onderzoeksgebied zijn nog drie verschillende waterschappen actief: themaat, Laag nieuwkoop en de haar. Via de haarrijn, door middel van twee molens, wordt het water afgevoerd naar de Vecht. (Bron: rijkswaterstaat, krt. 31 utrecht, nr. 4; www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/ geodata/dmc/waterstaatskaart/.)

Waterstaatskaart, herzien in 1920. Er is nog steeds sprake van gescheiden waterschappen. de polderweg is aangelegd, maar fungeert niet als waterscheiding. de molens zijn vervangen door een gemaal aan het eind van de thematerkade. (Bron: rijkswaterstaat, krt. 31 utrecht, nr. 4; www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/ geodata/dmc/waterstaatskaart/.)

Waterstaatskaart, herzien in 1950, ged. bijgewerkt in 1952. de waterschappen zijn samengevoegd tot waterschap haarrijn. het is onderdeel van de Amstellandsboezem, waarbij de polders binnen het onderzoeksgebied afwateren op het Amsterdam-rijnkanaal. (Bron: rijkswaterstaat, krt. 31 utrecht-oost; www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/ geodata/dmc/waterstaatskaart/.)

16

Ockhuizen te Haarzuilens

de Ockhuizerlaan en Thematerkade werden gelegd (J) liggen nog in lijn met de verkaveling achter De Haar (C) en de daarbij aangelegde Rode Hoeve. Het zuidelijke deel van deze kade werd Ockhuizerlaan genoemd, zoals de uitgang ‘-laan’ als aanduiding van een uitweg voor een polder ook in de Eikslaan en Joostenlaan voorkwam.21 Bij een ontginning was aanvankelijk sprake van een gesloten waterhuishouding, waarbij elke polder verantwoordelijk was voor de afvoer van eigen water. De afwatering vond met name op de natuurlijke waterlopen plaats: op Oude Rijn en Vecht. De maaiveldsdaling, als gevolg van inklinking en oxidatie van het veen, dwong de polderingezetenen om de afwatering telkens te verbeteren. Dit gebeurde onder meer door het bouwen van poldermolens en aanleg van middenweteringen. Poldermolens stonden oorspronkelijk onder meer op de Haarrijn. De Laag-Nieuwkoopse molen ten noorden van Ockhuizen werd in 1478 gebouwd.22 Na 1870 vond bemaling veelal plaats met stoomgemalen. Na 1930 zijn deze geleidelijk vervangen door elektrische gemalen. Een polder werd aan alle zijden omgeven door kades, veelal met een begeleidende sloot. Aan de voorkades lagen de boerderijen, terwijl de zijkades en achterkade onbebouwd waren. Deze werden veelal beplant met geriefhout (elzen, wilgen), zodat ookwel wordt gesproken over houtkades.

Deze 11e- of 12e-eeuw landscheidingen vinden we nog terug in het gebied als Thematerkade, Westdijk, Rijndijk en Oudenaarskade.23 De Haarrijn is een wetering die loopt van de Oude Rijn in het zuiden, langs de Haar- of Rijndijk, aan de zuidgrens van de ontginning van Gieltjesdorp (F) afbuigend naar het noordoosten, om in de Vecht uit te monden. De Haarrijn is waarschijnlijk, net als de Proostwetering, in het begin van de 13e eeuw gegraven om het gebied aan weerszijden van de verzandende Oude Rijn af te laten wateren richting de Vecht.24 Uit de kadastrale kaart van ca. 1832 blijkt dat het noordelijke deel van de Haarrijn dan fungeert om de omliggende polders als Laag-Nieuwkoop en de Themaatsche Polder af te wateren. Hiertoe waren ter hoogte vanhet onderzoeksgebied twee molens op de Haarrijn geplaatst: de Laag-Nieuwkoopse windmolen aan het einde van de Themaatse Kade, en de Themaatsche windmolen aan het eind van de Oudenaars Kade. Vóór 1890 werd de windmolen aan het eind van de Themaatsche kade vervangen door een stoomgemaal, dat in 1949 zou zijn vervangen door een elektrisch gemaal.25 Het gemaal, dat in 2014 uit gebruik werd genomen, en een dienstwoning zijn nog aanwezig.

21 22 23 24 25

Storm van Leeuwen, 1998 nr. 2, p. 29-36. Het betrof dus geen met laanbomen beplante weg. Huiting, 2020, p. 66. Haartsen, A., Ontgonnen Verleden, Regiobeschrijvingen provincie Utrecht, Bureau Lantschap / Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, november 2009, p. 114. Blijdenstijn, 2015, p. 284. Topografische kaart, uitgegeven in 1890; Utrechtse stichting voor Industrieel erfgoed (Usine), Lijst industrieel erfgoed per gemeente, Utrecht gemeente, juni 2020. Zie: RHCR, Inleiding op inventaris van waterschap Bijleveld; https://archief. rhcrijnstreek.nl/httphandler/icoon.ico/HttpHandler/file.pdf?file=9261586. Waterschappen Themaat en De Haar werden in 1949-1950 samengevoegd tot waterschap Haarrijn. In 1959 werd dit opgenomen in waterschap Vleutense Wetering, in 1980 in waterschap Leidse Rijn en in 1994 in Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (https://rhcrijnstreek. nl/bronnen/lokale-historie/hoogheemraadschap-de-stichtse-rijnlanden/hoogheemraadschap-de-stichtse-rijnlanden/ beknopte-geschiedenis-van-hoogheemraadschap-de-stichtse-rijnlanden/).

17

SB4

uitsnede van het ontwerp ´domaine de haarzuylens´, ca. 1900. de polderweg, boerderij dijkzicht, de zichtlijnen en de bosjes ten westen van ockhuizen zijn aangegeven (rode contour). (Bron: het nieuwe Instituut (coll. nAi), archief Cuypers; Bulletin KnoB; rCE, 2013.)

Presentatietekening van het uiteindelijke ontwerp, door Hendrik Copijn, 1909; gerelateerd aan de huidige topografie en het onderzoeksgebied (bolletjeslijn). In rood zijn onder meer enkele zichtlijnen aangegeven. (Bron: Wur, spec. Coll., tuinprojectimages_i28610_002; ondergrond: Kadaster, pdok.)

18

Ockhuizen te Haarzuilens

3.2. Kasteel de haar In de 12e of uiterlijk in de tweede helft van de 14e eeuw zou er een versterkte woontoren zijn gebouwd, die later uitgroeide tot kasteel De Haar.26 In de 19e eeuw was het kasteel vervallen tot ruine, die een bezienswaardigheid was geworden. In de omgeving lagen enkele lanen, boomgaarden en een bos. De bezittingen strekten zich in die tijd ten noorden van het kasteel uit tot aan de Westdijk en lagen in de polderblokken ten westen van het kasteel. Omstreeks 1892 werd door de toenmalige eigenaar, Etiènne baron Van Zuylen van Nyevelt, begonnen met de herbouw van het kasteel, waarbij de bouw van bijgebouwen en de Kasteel de haar in de 18e eeuw. aanleg van het park tot in de 20e eeuw zou voort- (Bron: huA, nr. 201348.) duren. Kasteel De Haar zou het centrum van een grootse landschappelijke parkaanleg worden, met diverse deeltuinen en zichtlijnen die tot ver buiten het park reikten. De gebouwen werden ontworpen door Pierre Cuypers en zijn zoon Jos (of Joseph) Cuypers.

Kasteel, park, kapel, boerderijen en bijgebouwen vormen met het naastgelegen ‘brinkdorp’ Haarzuilens een onlosmakelijk ensemble, dat volgens de visie van architect Cuypers naar middeleeuws ideaalbeeld werd vormgegeven.27 Het kasteel werd op de 15e-eeuwse fundamenten herbouwd, maar het dorp werd enkele kilometers naar het oosten verplaatst, zodat het huis in het centrum van het uitgestrekte park kwam te liggen. Vanwege verbroken verbindingen werden nieuwe wegen aangelegd: de Ockhuizerweg vanuit het nieuwe dorp Haarzuilens met een bocht naar de Ockhuizerlaan en de Polderweg tussen Ockhuizerlaan en Rijndijk. Op de kruising van de Polderweg en Rijndijk werd in 1896 een nieuwe boerderij gebouwd: Dijkzicht.28 De Ockhuizerweg ging de entree tot het dorp aan de noordzijde vormen, met een dierenweide, details in de bebouwing die verwijzen naar de kleurstelling van De Haar (rood-wit) en markant in de bocht gesitueerde boerderij op nr. 35. De parkaanleg was naar ontwerp van Hendrik (of Henri) Copijn en betrof een samenkomst van de ideeen van vader en zoon Cuypers, opdrachtgever Van Zuylen, rentmeester Luyten en Copijn. De kern van het park bestond uit verschillende deeltuinen, die verwezen naar het middeleeuwse karakter van het kasteel en de hoogtijdagen van de familie. Ten noorden van het kasteel werd een classicistisch parkdeel aangelegd met ‘grand canal’ (langgerekte vijver).

Aan de oostzijde kwam een uitgestrek landschapspark, waarin een slingerende waterpartij verwees naar de (verdwenen) rivierarm waar het kasteel ooit aan zou zijn ontstaan.29 Aan de noordzijde, met een duiker onder de Polderweg door, werd het water van deze vijver afgevoerd naar een wetering langs de Thematerkade. Vanaf het kasteel waren door het park verschillende zichtlijnen naar de omgeving uitgezet, soms op een zichtpunt dat vele kilometers verderop lag. Zo was er een zichtlijn vanaf het kasteel op de kerktoren in Maarssen (door het zuidoostelijk deel van het onderzoeksgebied). In het noordwestelijke parkdeel tussen Rijndijk en Polderweg kwam een meer eenvoudige landschappelijke aanleg, waarbij tussen de rechte kavelsloten verschillende boomgroepen (clumps) werden aangeplant. De ambitieuze plannen voor uitbreiding van het park in de westelijk gelegen copeverkaveling werd vooralsnog niet gerealiseerd. Wel kwamen noordelijk van de Polderweg diverse bosjes te liggen die aansloten op de parkaanleg. Zo behoorde ook het bosje op de hoek van de Thematerkade hiertoe, vermoedelijk om het aanzicht van boerderij Het Veldhoen in te kleden. 26

27 28 29

Zie: HUA, 1139 Huis en heerlijkheid De Haar te Haarzuilens, inleiding op: Louise Adrienne von Uslar-Gleichen-van Asch van Wijck, T.L.H. van de Sande (ed.), Inventaris van het archief van huis en heerlijkheid De Haar te Haarzuilens (1359) 1381-1933, 2004; Olde Meierink, B., et al., Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Uitgeverij Matrijs/Stichting Utrechtse Kastelen, Utrecht, 1995, p. 218-224. Zie ook: Landheer, H., De restauratie van kasteel De Haar: van droom tot obsessie, in: Bulletin KNOB, 2004, nr. 5, p. 183-190. Zie: Loeff, Karel, Haarzuilens, dorp uit de schaduw van het kasteel, in: Bulletin KNOB, 1996, nr. 2/3, p. 54-66; Tromp, Heimerick, Cuypers, Copijn en het park van kasteel De Haar, in: Bulletin KNOB, 1996, nr. 2/3, p. 67-74. Polderweg 2, in 1991 door gemeente Vleuten-De Meern aangewezen als gemeentelijk monument. Zie: Kamphuis, M., Met levend materiaal, Copijn 1763-2013, Uitgeverij De Hef, 2014, p. 98-121.

19

SB4

Kadastrale hulpkaart, opgenomen in 1902, verwerkt in dienstjaar 1903. de nieuw aangelegde bosjes ten noorden van de polderweg zijn met cirkels gemarkeerd. de tekening is gedraaid: het noorden is rechts. (Bron: Kadaster, hK_hZL99_A_69.)

Foto op de eendenkooi, 1960. (Bron: huA, X15879 - 89599.) Luchtfoto vanuit het oosten op de noordelijke uitbreidingswijk van haarzuilens en de bebouwing aan de ockhuizerweg (zuidoostelijk deel van het onderzoeksgebied), 2001. (Bron: huA, X157584 - L 8648.)

20

Ockhuizen te Haarzuilens

Luchtfoto met het park bij kasteel de haar, gezien richting het noordoosten, op de in aanbouw zijnde wijk maarssenbroek, 1979. (Bron: huA, X9596 - L293.)

Luchtfoto met het park bij kasteel de haar, gezien richting het noorden, 1979. (Bron: huA, X9556 - L253.)

3.3. Landgebruik en landschapselementen Direct na de ontginning in de 12e of 13e eeuw zal het mogelijk zijn geweest om plaatselijk graangewassen te verbouwen. Door inklinking en oxidatie van het veen in de ondergrond vond geleidelijk een vernatting van de gronden plaats, waardoor ook het landgebruik wijzigde. Vanaf de 14e eeuw was het grasland dominant geworden, met hooilanden op de meer naar achteren en lager gelegen terreinen.30 De veeteelt ging overheersen en een aanvullende verdienste werd gevonden in het vangen van watervogels, met name in de winter om te verkopen als voedsel in de steden. Hiertoe werden kooibossen ingericht, die meestal bestonden uit een rechthoekig bos met daarbinnen een centrale waterplas met vier vangpijpen. De kooien lagen vaak afgezonderd, zowel vanuit de benodigde rust om de eenden te lokken als gebruik van percelen die voor landbouw minder geschikt waren. Met name in het Utrechtse weidegebied kwamen veel eendenkooien: in de Lopikerwaard waren bijvoorbeeld aan het einde van de 18e eeuw zo’n 40 à 50 eendenkooien.31 Ten noorden van de Oude Rijn lijken er minder aanwezig te zijn geweest.32 De eendenkooi bij Ockhuizen werd aangeduid als het ‘Rijneveldsche Bosch’ en zou reeds in een huurovereenkomst uit 1711 genoemd zijn als ‘vervallen vogelkoij’.33 Gezien de genoemde vervallen staat zal de kooi in ieder geval van vóór 1700 dateren.

Ten noorden van de kooi werd een (dienst)woning gebouwd voor de kooiker. Een smal pad aan weerszijden verdekt met geriefhout verbond het erf met de eendenkooi.34 Aan het begin van de 19e eeuw was de eendenkooi met kooikerswoning eigendom van Diederik baron van Tuijll van Serooskerken, heer van Maarssen en eigenaar van Huis ter Meer. Mogelijk liet deze bij de woning een theekoepel aanleggen als ‘recreatief’ onderkomen tijdens de jacht.35 In 1930 werd de kooi verkocht aan de eigenaar van kasteel De Haar, baron Van Zuylen van Nyevelt. In 2000 werd het eigendom van Natuurmonumenten.36 Naast de eendenkooi kende het onderzoeksgebied enkele kleinere bosjes. Zo lagen in 1832 twee kleine bosjes midden in het veld: één achter De Koningshof en één achter Ockhuizerweg 20.37 De laatste is na 30 31

32 33

34 35 36 37

Haartsen, 2009, p. 113. Blijdenstijn, 2015, p. 342; Haartsen, A., B. Olde Meierink, R. de Groot, J. Dam, Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lopik, Lantschapsstudies 148, 2017, p. 37-38; http://www.hetbelokenland.com/over-ons/historie/; https:// www.eendenkooien.nl/ In de directe nabijheid van Ockhuizen is thans nog de eendenkooi in Maarssenbroek aanwezig en was er in de 17e eeuw een kooi ten zuidoosten aanwezig (kad.perc. Haarzuilens A522 in 1832), zie Den Hartog, 2009, p. 15. De naam ‘Rijneveldsche Bosch’ komt al voor op de topografische kaart uit midden 19e eeuw. Mogelijk betreft het een oud toponiem (bos op het veld aan de (Haar)rijn). Zie ook: Margreet Staal-Spekman, Het ‘Rijneveldse Bos’, in: Rond Leidsche Rijn & Vleutensche Wetering: tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens, jg. 31, 2011, nr. 1, p. 7-12. In 1832 werd dit pad geregistreerd als ‘laan als bosch’ (A434). In 1832 kadastraal geregistreerd als ‘plaisierbosch als koepel’ (A432) https://www.eendenkooien.nl/ockhuizen. Zie ook: Paul Minkjan, deel III, 2010, p. 68-73. Kadastrale percelen A404 en A337.

21

SB4

22

Ockhuizen te Haarzuilens

1945 verdwenen. In de tweede helft van de 19e eeuw kwam er achter De Koningshof een bosje bij. Mogelijk betreffen het pestbosjes, aangezien deze door een sloot zijn omgeven. In pestbosjes werden door ziekte overleden dieren begraven. Deze liggen vaak aan een wetering, op enige afstand van de boerderij en rondom voorzien van een sloot om verspreiding van ziektes te voorkomen. Een andere mogelijkheid is dat het koebochten betroffen. Dit is een plek op enige afstand van de boerderij, waar de boer zijn koeien kon melken in de beschutting van beplanting. De plekken zijn herkenbaar aan hun afgezonderde ligging in de weilanden, beplanting op de kavelrand en rondom gelegen watergang.38 Op de kades zal eveneens geriefhout aanwezig zijn geweest, zoals op de Ouwenaarskade, Thematerkade, Westdijk en langs de Haarrijn. Deze beplanting zal hebben bestaan uit elzen- en berkenhakhout of knotwilgen en -essen. Restanten van de beplanting op de Westdijk zijn thans nog markant aanwezig in de vorm twee rijen met hoogstam-appelbomen. Daarnaast waren perceelsgrenzen soms voorzien van beplanting, zoals de luchtfoto uit 1936 goed laat zien. Dit betroffen onder andere rijen knotwilgen en elzen. Een fraaie rij knotwilgen staat nog langs de boomgaard achter Ockhuizerweg 24. De Polderweg is na aanleg omstreeks 1900 beplant als laan (thans eiken).

Opvallend zijn de meidoornhagen die onregelmatig aan weerszijden van de weg zijn aangebracht. Om in het eigen gebruik te voorzien of als extra verdienste naast het (melkvee)bedrijf kende het erf van een boerderij vrijwel altijd fruitbomen. Deze van oorsprong hoogstambomen werden in de vorm van een boomgaard, maar ook langs de toegangsweg of als randbeplanting aangebracht. Bij grotere boomgaarden of boomgaarden in de open ruimte is vaak een randbeplanting (van bijvoorbeeld els) aangebracht om het fruit te beschermen tegen de wind. Een fraai voorbeeld hiervan is de boomgaard met hoogstamfruitbomen en elzensingel op de hoek van de Ockhuizerweg, die reeds vóór 1832 dit landgebruik kende. Ook zijn er nog fruitbomen te vinden op onder meer het erf van Ockhuizerweg 20, langs de Ockhuizerweg (als wegbeplanting), op de voormalige Westdijk en in de eendenkooi. Een kleine boomgaard tegen de Haarrijn, achter Gieltjesdorp 33, verdween in de jaren 80 van de 20e eeuw. Loodrechte luchtfoto, 1936. (Bron: Kadaster, 1936-31-X-616.)

38

23

Zie ook: Paul Minkjan, deel III, 2010, p. 74-83.

SB4

ontwerp-landinrichtingsplan, 2004. de uitbreiding van recreatieve voorzieningen rondom de haar is aangegeven, alsmede enkele belangrijke zichtlijnen, zoals van kasteel de haar richting maarssen en tussen de eendenkooi en de hamtoren. het viaduct over de A2 is nog op een andere locatie aangegeven dan dat deze zou worden gerealiseerd. (Bron: dLG, 2004.)

24

Ockhuizen te Haarzuilens

Mede in verband met een toenemende vraag nam het areaal van fruitteelt in het begin van de 20e eeuw toe. Diverse percelen werden geheel beplant als fruitboomgaard, waaronder enkele ten noorden van de Polderweg. Ook binnen het noorderpark van De Haar werden enkele velden volgeplant met fruitbomen. Hoewel al deze boomgaarden thans weer zijn verdwenen, verwijst de boomgaard bij Ockhuizerweg 24, die pas na 1990 werd aangeplant, naar deze ontwikkeling. In het kader van ontwikkeling van het gebied vanuit natuur en recreatie werd omstreeks 2005 het natuurgebied ‘Wielrevelt’ door Natuurmonumenten aangelegd ten westen van de eendenkooi, in de naam gelijk aan het gehele beheergebied ten oosten van De Haar. Het bestaat van noord naar zuid uit een wilgen-haagbeuken-essenbos (met voornamelijk wilg, als buffer naar de snelweg), drie blokken griend en een moeras met wilgenopschot en centrale waterplas. Het perceel zou in het verleden door het waterschap zijn gebruikt als baggerdepot. Bij oplevering aan Natuurmonumenten werd afgesproken het terrein natuurlijk af te werken en in te richten als natuur. Het wordt beheerd als hakgriend, geïnspireerd op de in het zuidoosten aanwezige griendcultuur aan de toenmalige Huppeldijk, die met de aanleg van de woonwijk Terwijde en bedrijventerrein De Wetering is verdwenen.

In 2008-2009 is het bos voor het eerst ‘gehakt’.39 Ook in ‘Klein-Limburg’, het gebied tussen De Haar, de Polderweg en de Rijndijk, werden paden gerealiseerd, waterhuishouding aangepast en bomen bijgeplant. In 2010-2013 werden fiets- en wandelpaden gerealiseerd (vanaf de parkeerplaats aan de Polderweg en het ‘Rijnveldsche Pad’ westelijk langs de eendenkooi) en kwam er een fietsbrug over de A2.

Luchtfoto van de eendenkooi, vanuit het noorden gezien, 2021. rechtsonder het griendbos met waterplas. (Bron: Gemeente utrecht.)

39

Vr. mededeling mevr. S. van Lochem, Specialist erfgoed en landschap Natuurmonumenten.

25

SB4

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1874. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1911. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1950. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1981. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1950. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 2008. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

26

Ockhuizen te Haarzuilens

3.4. Bebouwing De naam van Ockhuizen is vermoedelijk een samenstelling van ‘husen’ (huizen, nederzetting) en ‘ooc’. Dit laatste zou zijn afgeleid van ‘oken’, in de betekenis van vermeerderen of uitbreiden. Ockhuizen betrof namelijk een (latere) uitbreiding van het ontginningsblok Themaat.40 Het onderzoeksgebied kent enkele clusters van bebouwing, die naar ouderdom en functie verschillen. De oorspronkelijke agrarische bebouwing, gelieerd aan de middeleeuwse ontginning van het gebied, ligt aan de Ockhuizerweg. De oudste bewoningsplekken zijn nrs. 20 en 24, waar in 1832 reeds bebouwing aanwezig is. De huidige boerderij op nr. 20 zou uit de 18e eeuw dateren, de huidige boerderij op nr. 24 zou omstreeks 1850 zijn gebouwd. In circa. 1878 werd de boerderij op nr. 22 toegevoegd. Omstreeks 1900 werd boerderij Het Veldhoen aan Thematerkade 2 gebouwd. Andere vroege bebouwing is aan de randen van het onderzoeksgebied te vinden: de kooikerswoning bij de eendenkooi (Thematerweg 4) uit de 18e eeuw en boerderij De Bom (Polderweg 4) op de Westdijk waar in 1832 reeds bebouwing aanwezig is. Bij het voormalige gemaal is een dienstwoning aanwezig (Thematerkade 4), die vermoedelijk gelijktijdig (in 1949) werd vernieuwd, als voortzetting van de molen met ‘molenhuis’ die hier vanaf de 15e eeuw aanwezig was. Vanuit kasteel De Haar werd in ca. 1896 boerderij Dijkzicht gebouwd aan Polderweg 2.

Een laatste boerderij werd in de tweede helft van de 20e eeuw gebouwd aan Ockhuizerweg 39, die in 2008-2009 is gesloopt en thans wordt herontwikkeld tot enkele woningen. In de jaren 70 van de 20e eeuw werden verschillende woningen in het gebied gebouwd. Dit betroffen de woningen ten zuiden van de Ockhuizerweg (nrs. 51, 53 en 55), Thematerkade 2-1 en twee bungalows aan de Ockhuizerweg (nrs. 37 en 41). Deze laatste twee woningen liggen bij Haarzuilens en zijn te beschouwen als onderdeel van de geleidelijke uitbreiding van het dorp aan de noordzijde.

Luchtfoto van het bebouwingslint aan de ockhuizerweg-thematerkade, alsmede de polderweg en aansluiting op de rijndijk, vanuit het noorden gezien, 2021. (Bron: Gemeente utrecht.) 40

Huiting, 2020, p. 131, 462.

27

SB4

uitsnedes van loodrechte luchtfoto’s door de r.A.F. uit 1945. de polderweg is duidelijk zichtbaar, losliggend van de historische kavelstructuur. Er zijn meerdere boomgaarden langs de polderweg aanwezig. Aan de oostzijde is het cunet voor de A2 uitgegraven, waarbij de grond onder meer ter plekke van de latere verzorgingsplaats ‘haarrijn’ werd opgebracht. (Bron: Wur, spec.Coll., nrs. 3171 [9 april 1945], 3141 [9 april 1945] en 4068 [19 april 1945].)

28

Ockhuizen te Haarzuilens

3.5. Infrastructuur De wegenstructuur was nauw verbonden met de ontginning van het gebied. De hoofdroutes lagen veelal ter plaatse van de ontginningsbasis, waar ook de boerderijen aan gelegen waren, zoals de Thematerweg en Ockhuizerdijk. De zijkades vormden verbindingen tussen de dorpslinten en kenden meestal geen bebouwing, zoals de Rijndijk. Daarnaast waren er ‘uitwegen’ ter ontsluiting van ontginningsblokken, zoals de Ockhuizerlaan en Eikslaan. Achterkades zoals langs de Haarrijn, Westdijk of de Oudenaarskade kenden veelal wel een voetpad, maar lijken geen belangrijke verbindingen te hebben gevormd. De Haarrijn had naast de waterstaatkundige functie ook betekenis voor het vervoer over water. Zo zou bij de aanleg van het park van Kasteel De Haar aan het einde van de 19e eeuw nog bouw- en plantmateriaal over de Haarrijn zijn aangevoerd.41 En bij de aanleg van het Merwedekanaal werd de verbinding met de Haarrijn in ieder geval van zodanige importantie bevonden dat deze werd behouden door de aanleg van een overtoom om kleine transportschepen over de kade te ‘tillen’.42 Buiten deze middeleeuwse ontsluitingsstructuur werd er aan het eind van de 19e eeuw één belangrijke route gerealiseerd in het onderzoeksgebied. Deze vormde een soort ‘rondweg’ van kasteel De Haar.

Gezien de oriëntatie van boerderij Dijkzicht op deze weg (Polderweg 2) en de datering ervan op 1896, zullen de Polderweg en de Ockhuizerweg kort vóór dit jaar zijn aangelegd. Deze nieuwe wegen vormden een verbinding vanuit het dorp richting het noorden en compensatie voor (o.a.) afsluiting van het zuidelijk deel van de Ockhuizerlaan. Als onderdeel van het Rijkswegenplan werd omstreeks 1954 ter hoogte van Utrecht de 2x2-baans autosnelweg A2 als verbinding tussen Amsterdam en ‘s-Hertogenbosch geopend voor autoverkeer. In 2012 werd met de opening van de tunnel bij Leidsche Rijn de verbreding van de A2 naar 2+3+3+2 rijstroken afgerond. Ten noorden van de Haarrijn kwam een verzorgingsplaats met tankstation dat naar de oude wetering werd vernoemd. Meer zuidelijk langs de A2 ontstond in de jaren 2000 de Haarrijnse Plas, waaruit zand werd gewonnen voor onder meer de ophoging van de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn.

41

42

Het zuidelijke deel van de Haarrijn diende aan het begin van de 19e eeuw nog ter ontsluiting van Kasteel De Haar langs de Lagehaarsedijk, verbonden met de Heycop. Tussen kasteel De Haar en de Westdijk lijkt aan het begin van de 19e eeuw geen sprake meer van een bevaarbare wetering langs de Haar- of Rijndijk, maar zal via de Heycop een verbinding moeten zijn gevonden. Bemmel, H. van, Het Amsterdam-Rijnkanaal – een streep door het landschap, juli 2014; Es, Henk J. van, Gravers, grondeigenaren en gevolgen van het Merwedekanaal bij Breukelen, in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jg. 7 (1992), nr. 3, p. 121-137; SB4 en Arcx, Inventarisatie van historische vaarwegen in de provincie Utrecht, 2017.

29

SB4

4b 4a

15

19

1

4d

4d

6

2

3

18

9

4c 13

20

10 15 8 10

4c

12

5a 11 3

5b

5a

16 11

14

7 11 8 17 17

vóór 1830 vóór 1900 vóór 1940 vóór 1966 na 1966 datering van diverse elementen binnen het onderzoeksgebied. (Bron ondergrond: pdoK.)

30

Ockhuizen te Haarzuilens

3.6. resume: datering huidige situatie Een belangrijk deel van het onderzoeksgebied gaat qua tijd van ontstaan terug op de middeleeuwse ontginning. Hieraan verbonden zijn het open polderlandschap, de verkaveling, het agrarisch landgebruik en de wegenstructuur. Enkele landschapselementen waren in hun huidige vorm vóór 1800 reeds aanwezig, zoals het bosje in het zuidoosten, de eendenkooi, de Thematerkade en de beplanting op de waterkanten van de Haarrijn. De sporen uit de 19e en begin van de 20e eeuw zijn relatief beperkt. Het betreft met name de toevoeging van de Polderweg-Ockhuizerweg tussen Haarzuilens en de Rijndijk, twee erven en enkele bosjes. Voor de ontsluiting van het gebied en daarmee de verdere ontwikkeling was de aanleg van de Polderweg-Ockhuizerweg wel zeer bepalend, net als later de aanleg van de A2 cruciaal was en lange tijd een grens vormde tussen stad en Groene Hart. Beeldbepalende wijzigingen van het landgebruik van meer recente datum zijn de woningen met tuinen in het zuidelijk deel van Ockhuizen, de grote boomgaard achter Ockhuizerweg 24, het natuurgebied ten westen van de eendenkooi en het fietspad vanaf de Ockhuizerweg met viaduct over de A2.

Hierbij is te constateren dat het zuidelijke deel een grotere dynamiek kent en heeft gekend, hetgeen logischerwijs een gevolg is van de ligging van de bebouwing met erven en de toegankelijkheid via de Polderweg-Ockhuizerweg. Enkele elementen zijn in de loop van de tijd verdwenen, bijvoorbeeld enkele bosjes, boomgaarden, dwarssloten en kavelrandbeplantingen. Ook de naoorlogse boerderij aan Ockhuizerweg 39 is thans niet meer aanwezig. Als belangrijkste relicten binnen het onderzoeksgebied zijn te noemen, naar periode van ontstaan of dominante verschijningsvorm: •

Van vóór ca. 1830: 1. verkaveling en slotenstelsel 2. eendenkooi met kooikerswoning Rijnveldsche Bosch 3. Thematerkade-Ockhuizerdijk 4a. Haarrijn met molenplaatsen 4b. Ouwenaarskade 4c. Uitschuit en Middelwetering 4d. Restanten Westdijk 5a. erven Ockhuizerweg 20 en 24 5b. boomgaard tegenover Ockhuizerweg 20 6. erf De Bom (Rijndijk 4) 7. bosje (I) in zuidoosten

•

Van vóór ca. 1900: 8. Polderweg-Ockhuizerweg 9. boerderij Dijkzicht (Rijndijk 2) 10. parkbosjes ten noorden van Polderweg 11. zichtlijnen vanaf kasteel De Haar 12. erf Ockhuizerweg 22 12. erf Het Veldhoen (Thematerkade 2) 13. bosje (II) in zuidoosten

•

Van vóór ca. 1966: 14. Gemaal met dienstwoning (Thematerkade 4)

•

31

Van na ca. 1966: 15. woningen met tuin Ockhuizerweg 51, 53, 55 en Thematerkade 2-1 16. woningen met tuin Ockhuizerweg 37, 41 17. fruitboomgaard achter Ockhuizerweg 24 18. natuurontwikkeling ten westen van de eendenkooi 19. fietspad vanaf Ockhuizerweg met viaduct over de A2

SB4

Verkaveling en slotenstelsel (1).

de eendenkooi (2) vanuit het zuidoosten.

Kooikerswoning ‘rijnveldsche Bosch’ (2).

Eén van de vangpijpen op de eendenkooi (2).

Knotessen en -wilgen langs één van de vangpijpen.

Knotbomen in de eendenkooi (2).

pad tussen kooikerswoning en eendenkooi (2).

thematerkade, gezien richting het noorden (3).

32

Ockhuizen te Haarzuilens

Zuidelijk deel van de thematerkade (3).

de voormalige ockhuizerdijk (thans ockhuizerweg) (3).

Zicht op de kade langs de haarrijn, richting oosten (4a).

Zicht naar de haarrijn, richting westen (4a).

Achterwetering polder, rechts de ouwenaarskade (4b).

de ‘uitschuit’ (4c), richting A2.

markering van rijen bomen van de vml. Westdijk (4d).

ockhuizerweg 20 (5a).

33

SB4

ockhuizerweg 20 (5b).

Boomgaard tegenover ockhuizerweg 20 (5b).

Boerderij de Bom (6)

Geriefhoutbosje in het zuidoosten (7).

polderweg met haag en laanbeplanting (8).

Boerderij dijkzicht (9).

Bosje aan de polderweg (10).

Bosje aan de thematerkade (10).

34

Ockhuizen te Haarzuilens

doorzicht vanaf bruggetje over polderweg (11).

Zichtlijn vanaf de haar richting ockhuizerweg (11).

Boerderij ockhuizerweg 22 (12)

Boerderij het Veldhoen (13).

Geriefhoutbosje in het zuidoosten (14).

Geriefhoutbosje in het zuidoosten (14).

Gemaal met dienstwoning aan het eind van de kade (15).

Voormalig gemaal op de haarrijn (15).

35

SB4

thematerkade 2-1 (15).

Bungalow op ockhuizerweg 37 (16).

Bungalow op ockhuizerweg 41 (16).

Knotwilgen aan de rand van de boomgaard (17).

Fruitboomgaard bij ockhuizerweg 24 (17).

natuurontwikkeling (18).

Viaduct voor langzaam verkeer over de A2 (19).

Fietspad, gezien richting eendenkooi (19)

36

Ockhuizen te Haarzuilens

4. WAArdErInG

4.1. Waarderingsmethode De in onderliggend rapport gevolgde waarderingsmethode is afgestemd op de ‘Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek’ en richtlijnen ‘Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening’.43 Hierin wordt onder meer nadruk gelegd op het belang van goede doorgronding van de ontwikkelingsgeschiedenis van een plek en een heldere en verifieerbare methode om te komen tot een duidelijke representatie van de waarden in beschrijvingen en tekeningen. Bij een waardebepaling kan zowel sprake zijn van een externe als van een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling wordt het onderzoeksgebied als geheel gerelateerd aan de nationale of regionale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare gebieden in Nederland of de regio. Wat betreft de rijksmonumenten die zijn aangewezen, heeft er reeds een externe waardering plaatsgevonden en zijn van nationaal of lokaal hoge waarde beoordeeld. De interne waardestelling vindt plaats op deelgebied- en elementsniveau, waarmee wordt bedoeld dat de waarden van deelgebieden en elementen op het terrein in relatie tot het onderzoeksgebied als geheel worden afgewogen, en dus in principe niet gerelateerd worden aan vergelijkbare elementen in andere gebieden.

Een nadere waardering op deelgebied- of elementsniveau geeft inzicht in de specifiek aan een plek of element toe te kennen betekenis, waarbij oudere, meer gave en meer in samenhang verkerende zaken een hogere verwachtingswaarde kennen. Welke elementen zijn in de loop der tijd ongewijzigd en behoren tot de kern of het karakter van het gebied? Of welke elementen zijn later ingevoegd, maar op zorgvuldige wijze waarbij een nieuwe samenhang met de oudere situatie is ontstaan? Zo ontstaat ook een onderscheid tussen hoofdstructuren, bijzonderheden en bijzaken: wat kan zonder impact worden verwijderd of wat draagt bij tot de essentie van dit gebied. In de waardestellingen zijn de volgende aspecten in ogenschouw genomen: • algemeen historische waarde: deze waarde wordt bepaald door representatie van culturele, sociaaleconomische en/of geestelijke ontwikkeling, representatie van geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling, representatie van technische en/of typologische ontwikkeling, of te typeren als innovatief, vroeg of pionier. In dezen is met name het ontstaan en de ontwikkelingsgeschiedenis van belang, niet (enkel) het huidig aanzien. In deze is de ouderdom op zich niet bepalend voor de waarde, maar wel een belangrijke graadmeter voor de beleving, bijzonderheid (zeldzaamheid) en continuïteit in vorm en functie (gaafheid).

Te meer omdat groen erfgoed een grotere vergankelijkheid kent (ten opzichte van ‘rode elementen’), zijn oudere elementen in de regel ook zeldzamer. • ensemblewaarde: deze waarde wordt bepaald door de context of samenhang: een object kan onderdeel zijn van een structuur of patroon, dat ruimtelijk/fysiek of in betekenis met elkaar in verbinding staat. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld bestaan uit een logisch en als geheel gerealiseerd ontwerp waarbij een object dient als onderdeel van een groter geheel (ontginning, tuin) of bijvoorbeeld als begeleiding van een weg of perceelsgrens. • tuinhistorische waarde: deze waarde volgt uit een belang voor de geschiedenis van de (tuin)architectuur en/of tuinhistorie, voor het oeuvre van de (tuin- en landschaps)architect, wegens het idee achter de aanleg en/of motief van de opdrachtgever, vanwege de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid, vanwege de esthetische en ruimtelijke kwaliteiten (van het ontwerp), ornamentiek en/ of afwerking, vanwege de compositie, onderlinge samenhang en/of ordening van onderdelen, of vanwege het (innovatieve) materiaalgebruik, horticulturele traditie, gebruikte beplanting en/of dendrologische aspecten. Hierin spelen onder meer de tuinstijlen een rol. • gebruikshistorische waarden: Gebruikshistorische waarde komt voort uit een belang vanwege (de 43

Hendriks, L., R. van Immerseel, Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek, Voor waardestellingen van groen erfgoed, 2012; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening, Aanwijzingen en aanbevelingen, Amersfoort, 2013.

37

SB4

‘Waarderingskaart haarzuilens’ uit de toelichting bij het Beschermd dorpsgezicht. (Bron: rCE, 2013.)

38

Ockhuizen te Haarzuilens

•

ordening, samenhang of inrichting van onderdelen, passend bij) een (historisch) gebruik, functie of productie, of als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner (herinneringswaarde), gebruiker of opdrachtgever. Hierbij speelt ook de gaafheid ten opzichte van de primaire vorm: in de loop der tijd kunnen vorm en functie gewijzigd zijn, waarbij de primaire vorm is aangetast in fysieke staat en/of herkenbaarheid. Er wordt waarde toegekend aan een element of structuur die in het verleden nadrukkelijk een functionele rol heeft gespeeld (die thans nog herkenbaar is), bijvoorbeeld een wal of bomenrij, pad of waterloop. belevingswaarde: Hier speelt het belang van afleesbaarheid van (historisch) gebruik, continuïteit, verhaal en gelaagdheid, van ruimtelijke kwaliteit en verzorgdheid, en van aanzicht, beeld of silhouet. Ook de ouderdom van bomen kan bijdragen aan de belevingswaarde. Belevingswaarde is in principe niet gerelateerd aan openbaarheid of toegankelijkheid van plekken.

De waardering wordt uitgedrukt in de volgende kwalificaties: • hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde; • positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; • indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde. Een waardestelling is geen absoluut gegeven, maar dient om een gewicht (of weging) toe te kennen en om met elkaar in gesprek te gaan over unieke of bijzondere kenmerken. Naarmate een hogere waarde is toegekend, zal een meer krachtig argument benodigd zijn om deze waarde aan te tasten. De waardering die in navolgende hoofdstukken is toegekend (in tekst, tabel of kaart), is het resultaat van gevolgde methode.

4.2. Cultuurhistorische waarden en karakteristiek van het gebied Beschermd Dorpsgezicht “Het beschermd gezicht Haarzuilens is van algemeen belang vanwege het vanuit één concept ontworpen ensemble van kasteel, park en dorp te midden van het bijbehorende agrarische open polderland. Deze voor Nederland unieke grootschalige aanleg heeft zowel ideologisch als fysiek gebruikgemaakt van een middeleeuws verleden, waarbij de oude bestaande structuren en restanten uit die periode respectievelijk zijn aangepast, aangevuld en intact gelaten”.44 In het onderzoeksgebied zijn de volgende aangeduide waarden van belang: • de landschappelijke parkaanleg rond kasteel De Haar naar ontwerp van H.

Copijn als cultuurhistorisch en landschappelijk zeer waardevolle groenstructuur te midden van en in contrast met het vlakke en open polderland; • kasteel De Haar als kern van deze aanleg met diverse zichtassen over het weidegebied richting Maarssen, Breukelen en Utrecht en als voorbeeld van een voor Nederland grootschalige particuliere 19e-eeuwse ontwikkeling; • de bijzondere, vanuit één concept ontwikkelde ruimtelijkhistorische samenhang tussen kasteel, park en dorp in een geheel landschappelijke omgeving; • de historisch-functionele relatie tussen het kasteel, het park en de omringende agrarische gronden als onlosmakelijke onderdelen van het gehele multifunctionele landgoed; • de middeleeuwse ontginningsstructuren betreffende de verkavelingen, de ontginningsassen, de zijen achterkaden, de waterlopen en de doorgaande wegen, in het kasteelpark deels geïncorporeerd in de nieuwe aanleg en in de omringende polders nog grotendeels gaaf en onderling visueel herkenbaar; • de in het gebied aanwezige historische bebouwing, archeologische terreinen en bijzondere elementen als de bij het kasteel behorende eendenkooi en de Hamtoren.45 44 45

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b7aa7667-e42d-4526-bc23-8ea0e90ef877