conceptverslagVBF2023-04-18.doc
Tekst van het document
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
830
840
850
860
870
maakt. Participatie wordt juist ingewikkeld wanneer de ambtenaar ook de bredere belangenafweging moet faciliteren waarin mogelijk ook andere belangen spelen; zij stelt zich voor dat dat daadwerkelijk lastig is. Zij noemt in dit verband het begrip de organisatie van een goede procesbegeleiding. Zij vervolgt haar inbreng. In participatie gaat vaak veel geld naar inkoop van externe deskundigen; is de wethouder het eens met D66 dat het deel ambtelijk vakmanschap een belangrijke prioriteit zou moeten zijn. Ziet de wethouder ook financiële ruimte om meer te investeren, bijvoorbeeld wanneer slimmer wordt omgegaan met participatiebudget uit de grote ruimtelijke processen waaraan zij zojuist refereerde bij de Omgevingsvisie. Tenslotte gaat zij in op de reflectiegroep. Haar fractie is er verbaasd over dat dit is voorgesteld in deze brief. Haars inziens is er al een reflectiegroep vanuit de eerdere motie Verdiept Zeggenschap. Destijds is een grote groep inwoners gemobiliseerd om mee te denken over Samen Stad Maken en hieraan bij te dragen. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt of mevrouw Van der Wilt beseft dat die groep al lang niet meer bij elkaar is gekomen. Hij vraagt of D66 het met GroenLinks eens is dat het van belang is ervoor te zorgen dat er een overleg is tussen gemeenten, de stad en wat hem betreft ook de raad om door te gaan over hoe die participatie goed is te maken.
Mevrouw Van der Wilt (D66) licht toe dat dit de reden is waarom zij verbaasd is. Deze groep heeft ook al veel adviezen gegeven en sommige van die adviezen zijn niet opgevolgd en lopen nog steeds. Eigenlijk is nu besloten om die groep niet meer voort te zetten en een nieuwe groep in het leven te roepen. Zij vindt het zonde en richting die groep niet prettig. Zij vraagt waarom nu iets nieuws op te zetten. Die groep heeft juist gezegd dat ze graag wil dat de gemeente aan de slag gaat met de adviezen. Zij ziet niet in waarom een nieuwe groep anders zou zijn dan deze Reflectiegroep. Zij begrijpt de wens van het college, maar ze vreest dat hiermee nieuwe teleurstellingen worden georganiseerd wanneer hierna het college er op dezelfde manier mee om gaat. Zij vraagt hoe de wethouder dit ziet en of zij het ermee eens is dat ook hier geldt dat meer niet altijd beter is. Zij is geen voorstander van het instellen van een nieuwe groep, zolang de huidige groep en adviezen die zijn gegeven nog niet helemaal verwerkt zijn in het huidige plan. De heer Dekker (GroenLinks) legt de vraag voor of het wellicht verstandig is de stad te betrekken bij het voortzetten van Samen Stad Maken. Mevrouw Van der Wilt (D66) is het daarmee eens. Haar inbreng is een kritische reflectie op de stand van zaken tot nog toe en dat er nog veel ligt van de nu nog bestaande groep.
Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn met de conclusie dat het Rekenkamerrapport helder is, de analyse van het college ook. Wat haar fractie betreft liggen er nu voldoende analyse en moties voor, voor de verordeningen; zij pleit ervoor alle aandacht te richten op de goede uitvoering ervan. Zij zal het college in de komende tijd daarop scherp volgen. Zij ziet uit naar de concrete plannen. De heer Van Steeg (CDA) vindt het belangrijk de verhouding tussen de burger en de gemeente op waarde te schatten. Het participatiebeleid is ongeveer de lakmoesproef om te zien of het beleid wordt erkend en gedragen door de inwoners van de stad. Dat maakt het enorm belangrijk. Wanneer iemand het oneens is met een besluit maar wel het gevoel heeft te zijn gehoord, laat dat zijns inziens zien dat de participatie succesvol was. Dat ziet hij
Pagina 18 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
880
890
900
910
920
vaak in Utrecht niet gebeuren. Veel gaat mis en de Rekenkamer toont dat ook aan. Hij dankt de Rekenkamer voor het rapport. De teleurstelling over de participatie in de stad is groot. Wat hem betreft moet participatie niet het vinkje zijn op de lijst. Dat leidt tot frustratie bij heel veel inwoners. Zijn fractie is blij met het voorliggende rapport. Hij hoopt dat het college dit met verve oppakt. De reactie van het college op het Rekenkamerrapport stelt zijn fractie teleur. De brief die de wethouder daarna heeft gestuurd toont meer ambitie. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat in de brief van het college staat hoe het college het anders wil gaan doen. Wat mist de heer Van Steeg? De heer Van Steeg (CDA) noemt in dit verband de flyers. Ook mist hij het doel; hoe ervoor te zorgen dat de inclusiviteit daadwerkelijk beter wordt en hoe van de trajecten te leren. Hij hoopt dat de suggesties verder worden uitgewerkt met mogelijk ook nog nieuwe suggesties daarbij. Er kan ook meer gebeuren met moderne middelen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat het in het verleden vaak bleef hangen bij dat de gemeente het inclusiever wilde doen en dan werd omschreven wat dat was. Nu is het voor het eerst concreet. Hij vindt dat juist een positieve ontwikkeling. De heer Van Steeg (CDA) bevestigt een aantal goede dingen te lezen. Hij vindt de zichtbaarheid in de wijk ontzettend belangrijk.
Dan niet alleen in een participatieproject: zorg dat de gemeente een gezicht heeft in de wijk. Wat hem betreft moet de gemeente voorafgaand aan een participatietraject het vertrouwen van de inwoners winnen. Hij noemt in dit licht de suggestie van mevrouw Kendir voor de G1000. De heer Van der Zweth (PvdA) noemt de groep die digitaal niet vaardig is en het streven inclusief te zijn. Wat mist de heer Van Steeg om het doel van inclusiever worden nog beter te bereiken? De heer Van Steeg (CDA) vindt het belangrijkst dat het gaat om mensenwerk; wat hem betreft moet de gemeente zichtbaar zijn in de wijk. De gemeente moet ook weten wat in de wijk speelt. Hij denkt ook dat gekeken moet worden naar onorthodoxe middelen om de inclusiviteit en verbeteren. Hij vervolgt zijn inbreng in zijn termijn. De Rekenkamer sprak over de Participatieleidraad die niet altijd wordt gebruikt. Het college vermoedt dat het nieuwe het probleem is. Hij legt de vraag voor aan de Rekenkamer in hoeverre die Participatieleidraad gaat zorgen voor meer inclusiviteit. Ten tweede verneemt hij graag meer out of the box suggesties vanuit de Rekenkamer. Als het gaat om participatieniveaus pleit hij ervoor te zorgen dat de basis op orde is en díe trajecten goed te doen waarin de inwoners echt inspraak hebben. Daarvan is ook te leren.
Hij pleit voor openheid als het gaat om het participatieproces en wat daaruit is gekomen. De heer Van Bergen (ChristenUnie) vervangt mevrouw Chirino. Voor zijn fractie zijn participatie en inspraak belangrijke onderwerpen. Zijn partij is voorstander van het subsidiariteitsbeginsel; hij is van mening dat de raad moet durven loslaten en moet vertrouwen op de kennis en kunde in de stad. Hij is ervan overtuigd dat het stadsbestuur niet kan besturen zonder inspraak en ruggensteun van stadsgenoten. Hij is blij met het rapport van de Rekenkamer. Zijn fractie ondersteunt de aanbevelingen en ziet het rapport als een meetlat waarlangs toekomstige participatietrajecten gelegd te leggen zijn. Dat zal ook moeten plaatsvinden. Hij stipt enkele punten aan die voor zijn partij extra van belang zijn. Pagina 19 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
930
940
950
960
970
Inwoners die in gesprek gaan met de gemeente verdienen het om serieus genomen te worden. Schadelijker dan geen participatie is participatie waarmee niets wordt gedaan. Daartegenover is een goed uitgevoerde participatie goed voor het vertrouwen in de overheid er goed voor het beleid in brede zin. Het is daarbij van belang eerlijk en transparant te zijn als gemeentebestuur, toegankelijk, en ook heldere kaders te stellen aan de participatie. Dat betekent dat nagegaan moet worden waar participatie mogelijk is en waar niet. Dit moet ook uitgelegd kunnen worden. Het gemeentebestuur moet de mensen meenemen in wat hun plek is in het grotere proces. Het college geeft daarbij aan dat proces gaandeweg kan veranderen. Juist dan is het van belang mensen mee te nemen in wat er verandert, waarom dat gebeurt en wat er in de veranderde situatie met de input is te doen. Het stadsbestuur moet de mensen ook meenemen in het resultaat. De Rekenkamer adviseert daarbij inzichtelijk te maken wat de invloed van participatie is geweest op het geheel. Het college zegt erbij gebruik te maken van participatieverslagen. De heer Van Bergen hoopt dat het participatieverslag minder saai is dan het in eerste instantie klinkt. Hij hoopt dat zorggedragen wordt voor een aantrekkelijk en goed leesbaar geheel. Daarbij vraagt hij zich af of alleen een verslag voldoende is.
Dit is het moment waarop het stadsbestuur verantwoording aflegt en het de inwoners laat zien dat de moeite die zij hebben gedaan zich heeft uitbetaald. Of wanneer andere keuzes gemaakt zijn, de afweging die daaraan voorafging uit te leggen. Hij sluit zich in dezen aan bij de inbreng van GroenLinks. Hij vraagt of de wethouder zijn oordeel deelt dat het belangrijk is om die verantwoording af te leggen. Is de wethouder bereid om naast de participatieverslagen ook andere manieren van verantwoording te overwegen, zoals afsluitende avonden voor participerende inwoners? Met betrekking tot de rolverdeling binnen het participatieproces raadt de Rekenkamer aan daarover concrete afspraken te maken. De ChristenUnie neemt dat advies graag over. Dat is ook in lijn met de heldere kaders waarover hij eerder sprak. De raad heeft daarin zelf ook de verantwoordelijkheid. Hierover moet het bestuur heldere afspraken maken hoe raad en college zich verhouden tot het participatieproces. Het bestuur zal zich aan de afspraken moeten houden. Wanneer de inwoner aan het woord is, past het het bestuur een luisterende houding aan te nemen. Mevrouw Meerding (VVD) dankt de Rekenkamer voor het grondige rapport. De hoofdconclusie van de Rekenkamer is dat het de gemeente onvoldoede lukt om de doelen van Samen Stad Maken te realiseren.
Bewoners willen meer duidelijkheid over de beïnvloedingsruimte, helderheid over kaders en randvoorwaarden aan de voorkant, de verschillende doelgroepen beter in beeld en beter terugkoppelen wat er met de inbreng is gebeurd. Die conclusies komen voor de VVD niet als een verrassing. Zij noemt in de Maliebaan en Rijnenburg, projecten waar bij deze geluiden ook gehoord zijn. Het klinkt simpel maar toch gaat het niet goed. Zij kan zich vinden in de conclusies van het rekenkamerrapport. Haar fractie wil dat alle aanbevelingen worden overgenomen. Het college zegt dat ook te doen. Dat neemt niet weg dat ook haar fractie een defensieve reactie bespeurt bij het college. Zij moedigt het college aan de aanbevelingen op te volgen. Vooraf moet duidelijk zijn wat de beïnvloedsruimte is voor inwoners. Zij is het eens met de aanbeveling. Als het gaat om de vraag hoe dit wordt uitgewerkt, zit daarin een politieke keuze. Zij vindt die niet eenvoudig. Pagina 20 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
980
990
Zij vraagt de Rekenkamer waarom in het onderzoek zoveel ruimtelijke projecten zijn betrokken. Mogelijk zijn dat niet de beste casussen om te bestuderen; mogelijk is de diversiteit van het publiek daarvan niet af te leiden. Zij krijgt daarop graag de reflectie van de Rekenkamer. Zij sluit zich aan bij de suggestie van de PvdA voor tekentafels in de wijk. Zij sluit zich ook aan bij het pleidooi van zichtbaarheid in de wijk. Met betrekking tot de brief Samen Stad Maken en de herijking daarvan, merkt zij op dat in de brief wordt voorgesteld een reflectiegroep in het leven te roepen van een aantal betrokken bewoners, experts op het gebied van participatie, initiatiefnemers en ambtenaren. Die groep geeft bij de uitvoering van Samen Stad Maken aan waar het nodig is om bij te sturen. De VVD heeft twijfels bij de samenstelling van deze groep zoals die nu wordt voorgesteld. De fractie de experts heel goed. Maar welke bewoners worden wel en worden niet uitgekozen? Het lijkt haar beter wanneer de bewonersdelegatie wordt doorgewisseld; zij denkt dan aan de bewoners te betrekken die net ervaring hebben opgedaan met participatie. Zij verneemt graag hoe de wethouder daarover denkt. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt dit een belangrijk punt van de VVD over de reflectiegroep.
Hij vraagt of de VVD het met hem eens is dat van de bewoners verwacht mag worden dat zij steeds bereid zijn om na te denken over de stem die niet wordt gehoord en dat er niet op een privé-agenda gestuurd moet worden. Mevrouw Meerding (VVD) is het eens met heer Dekkers dat dat van toegevoegde waarde kan zijn. Het gaat ook om bewoners die breder kunnen denken dan hun persoonlijk belang. Zij denkt dat de afwisseling hierin kan helpen. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt de mening van de VVD over of de raad in deze groep mee zou moeten. Mevrouw Meerding (VVD) vindt dat een lastige. Haar eerste gevoel zegt van niet. Het geeft meer zuurstof en vrijheid om te praten voor de bewoners wanneer dat niet continu politiek wordt gemaakt en dit zonder raadsleden erbij plaatsvindt.
1000
De voorzitter schorst de vergadering tot 22.00 uur en heropent die.
1010
1020
De beantwoording De heer Keulen (Rekenkamer) begint zijn antwoord met de vragen van de heer Van der Zweth en mevrouw Meerding over de afbakening van de casussen die onderzocht zijn. De Rekenkamer zocht naar de beste en de slechtste voorbeelden van participatie, zowel volgens de raad als volgens de inwoners. Daarnaast heeft de Rekenkamer geprobeerd een spreiding te maken. Het betrof niet alleen ruimtelijke ordening. Er is een spreiding gemaakt over beleidsterreinen, en ook een spreiding naar participatieaanpak: mobiliteit, verkeer, grondzaken en energie. De gedachte was dat als de spreiding niet lukt in de wijken waar de participatiegraad iets hoger is, het zeker niet zal lukken in een wijk als Overvecht. Om die reden ook de spreiding over de casussen. De heer Dekkers kan de conclusies volgen maar staat niet achter de aanbevelingen. De Rekenkamer heeft gekeken naar het bestaande beleid. Er waren drie doelen: diverser publiek aanspreken, meer participatie en de verbetering van de plannen. De Rekenkamer heeft moeten constateren dat die zaken niet terugkomen en dus niet plaatsvinden. Daarop zijn aanbevelingen opgesteld die logischerwijs voortbouwen uit die conclusies. In veel gevallen konden mensen niet vertellen wat er met de inbreng is gedaan. Daarom zijn aanbevelingen gedaan die aansluiten bij die stappen die elk Pagina 21 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1030
traject heeft en waarbij het ook niet uitmaakt of er een G1000 wordt georganiseerd of iets anders. De heer Dekkers (GroenLinks) begrijpt dat die vijf dingen logisch voortvloeien uit die doelen. Hij vraagt of de Rekenkamer herkent dat die vijf punten in Samen Stad Maken staan. Is de heer Keulen het met hem eens dat het lastig is beleid te formuleren op ongeveer dezelfde beleidspunten maar net iets anders geformuleerd. De heer Keulen (Rekenkamer) herkent dat iets minder. De Rekenkamer heeft laten zien dat de doelen breed zijn geformuleerd en niet worden bereikt. Om die reden doet de Rekenkamer aanbevelingen die daarop aansluiten. De Rekenkamer ziet dat die dingen niet worden gedaan. De commissie geeft breed aan dat zaken misgaan en dat die zaken te verbeteren zijn. Wanneer de commissie weet dat die zaken daadwerkelijk gedaan worden is het volgen van het raadsvoorstel van de Rekenkamer een logische manier om dat te doen. De heer Dekkers vroeg hem te reflecteren op bepaalde aanbevelingen. Hij komt dan allereerst terug op de uitspraak dat het voor de Rekenkamer ongemakkelijk is om op de stoel te zitten van de raad en van het college. Het stadsbestuur gaat uiteindelijk over hoe het de aanbevelingen gaat opvolgen, dus ook hoe die worden uitgewerkt op een meer gedetailleerd niveau. Over dat laatstgenoemde gaat de Rekenkamer niet.
1040
1050
1060
Kijkend naar aanbeveling 1, schrijft de wethouder dat daar de participatieplannen voor zijn. In sommige gevallen bij het onderzoek van casussen zag de Rekenkamer die ook; die waren niet openbaar en ook niet in alle gevallen aanwezig. Dat zou een manier kunnen zijn om zoiets te verbeteren en daarmee ook het belang van aanbeveling 1. Reflectie werd ook gevraagd om op aanbeveling 2 per project te analyseren welke doelgroepen betrokken moeten worden. De heer Van Keulen heeft vanavond allerlei verschillende manieren vernomen om dat te doen. De Rekenkamer ziet dat dat nog steeds niet gebeurt. Om die reden is die aanbeveling ook van belang. De heer Dekkers zei ook iets over Box 1 waarin wordt geconstateerd dat er binnen een project verschillende niveaus en groepen worden gevormd en verschillende manieren van inspraak. Over dat dat gebeurt hoort de raad de Rekenkamer niet. De Rekenkamer zegt dat vooraf niet duidelijk is welke participatie wordt gevraagd. Dat was in dit geval ook niet duidelijk aan de mensen die meededen dat op twee verschillende manieren te participeren is en hoe die zich tot elkaar verhouden. Daarover gaat Box 1 wat hem betreft. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt de Rekenkamer of dit over het gegeven gaat dat het niet transparant is, of dat er geen verschillende vormen naast elkaar bestaan. Die verschillende vormen naast elkaar, vindt hij juist heel slim.
De heer Keulen (Rekenkamer) merkt op dat heer Dekkers hem heeft horen betogen dat het de Rekenkamer niet uitmaakt dat die twee verschillende manier naast elkaar bestaan, zo lang het maar aan inwoners duidelijk is dat die twee dingen naast elkaar bestaan. Wanneer de raad en het college van mening zijn dat dat een goede manier van participeren is, vindt hij dat prima. Als maar duidelijk is dat juist die onduidelijkheid in het proces tot veel ergernis leidt; dit is voor hem daarvan een sprekend voorbeeld. Hij vervolgt zijn beantwoording. De heer Dekkers heeft een reflectie gevraagd op aanbeveling 5; hij refereert aan zijn inbreng in de Raadsinformatiebijeenkomst dat het lastig is een evaluatie op te stellen. Daar gaf de heer Dekkers in zijn betoog voorbeelden van hoe een dergelijke Pagina 22 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1070
1080
1090
1100
1110
evaluatie zich zou kunnen voltrekken. Daar sprak de heer Dekkers zich ook uit over dat daarbij meer en verschillende groepen worden betrokken. Kijkend naar het rapport, spreekt hij over leden van de raad, over de mensen die geparticipeerd hebben en hoe die het hebben beleefd, en de ambtenaren in het participatieproces zelf. Hij spreekt in dit verband over het bij elkaar brengen van die drie perspectieven; hij mist dat nog veel in bestaande gevallen. Dat lijkt hem niet het grootste probleem. Ook de Rekenkamer doet een evaluatie langs de velden en legt de Tweede Kamer vragen voor aan de verschillende velden. De Rekenkamer heeft iets gezegd over dat borging van het raadsvoorstel voor de Rekenkamer heel belangrijk is. Hij komt dan bij de vragen van het CDA over de Participatieleidraad. In hoeverre het volgen van die leidraad leidt tot meer inclusiviteit? De heer Keulen merkt op dat de leidraad zelf daarover zeer beperkt is; die volgen leidt op zichzelf niet tot een bredere inclusiviteit of een bredere diversiteit. In dit verband refereert hij aan de inbreng over het uitvoeren van een krachtenveld analyse vooraf om te bepalen wie er betrokken dient te worden. Hoe dat vorm zou moeten krijgen, wordt niet per se uitgelegd in de leidraad. De aanbeveling van de Rekenkamer is meer naar buiten te gaan en outreachend te werken; dat wordt ook onderschreven.
Hij refereert hierbij ook aan de ideeën die in de raadsbrief staan. De Rekenkamer zou manieren out of de box hebben opgenomen wanneer die er waren, zegt hij richting de heer Van Steeg. De doelen die het stadsbestuur belangrijk vindt, worden niet gehaald. De aanbevelingen die de Rekenkamer heeft gegeven, zijn gekozen omdat de doelen nog niet behaald zijn: het voor de burgers meer begrijpelijk maken van wat er met hun inbreng gebeurt, dat vooraf duidelijk is waarover de inwoners participeren, dat achteraf voor de raad en voor de burgers duidelijk is wat met de participatie is verbeterd in de plannen. Soms wordt door de ontwikkelaar zelf een participatieproces begeleid. Dat zijn dan niet alleen de ambtenaren die dat doen. Voor de burgers kan dat betekenen dat het niet duidelijk is welke rol ze tegenover zich hebben; gaat het om de ontwikkelaar, of doet de ontwikkelaar ook iets voor de burger? De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de Rekenkamer nog suggesties heeft om het probleem van het capaciteitsgebrek bij de gemeente te ondervangen als het gaat om de ondersteuning van participatieprocessen, waardoor het probleem wel wordt ondervangen, maar waarmee niet alles naar de gemeente getrokken wordt vanwege de praktische bezwaren. De heer Keulen (Rekenkamer) merkt op dat het hem er niet om gaat dat de gemeente dit moet doen. In alle trajecten is te zien dat de rol onduidelijk is.
Hij bepleit vooraf duidelijkheid daarover. Datzelfde geldt voor de verwachtingen richting de burger en de manier waarop de participatie in de plannen worden verwerkt. Beantwoording door het college Wethouder Oosters dankt de raad en de Rekenkamer. Het college neemt de aanbevelingen over. Zij vindt de aanbevelingen heel waardevol. Zij refereert aan de brief bij Samen Stad Maken. Het college gaat in zijn brief een stap verder; niet alleen de helderheid per project, maar ook de ontwikkeling van een kompas dat kaderstellend is en richting geeft aan de zeggenschap in de stad. De tweede aanvulling is het investeren in houding en gedrag en ook het erkennen dat het beter kan. Het college wil dit breder en dieper in de organisatie verankeren, bijvoorbeeld ook door de HR-sturing. Pagina 23 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1120
1130
1140
1150
1160
Zij complimenteert de commissie met het in haar ogen mooie debat. Het gaat soms ook om tegenstrijdige belangen die bij participatie spelen. Tegelijkertijd gaat het om veel zaken die de Utrechters verbinden en het belang van participatie dat gezien wordt. De wethouder zegt de raad voor de zomer 2023 een brief aan de raad toe over het plan van aanpak: hoe het college tot het kompas komt en de leidende principes met de raad en met de stad. Het college zal daarin een prioritering maken aan de hand van de sporen daarin beschreven. Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat in de voorliggende brief ook een brief wordt aangekondigd; zij vraagt of dat die brief is of gaat het om een andere? Wethouder Oosters bevestigt dat het die brief wordt in het kader van doen. Zij zal proberen zoveel mogelijk van de inbreng vanuit de commissie in die brief te vatten zodat ze de punten kan meenemen in het plan van aanpak. Veel punten zijn door verschillende fracties genoemd. Zij loopt de fracties bij langs. Ingaand op de inbreng van de PvdA gaat zij in op de wijkbudgetten en of het college kan nagaan of dit meer actief onder de aandacht is te brengen in de wijken waarin de participatie minder snel vanzelf gaat. Er zit een link aan de motie over buurtbudgetten; zij doelt hiermee op de motie Boter bij de Vis. Dit komt ook terug in de evaluatie van het Initiatievenfonds. Die koppeling ziet het college.
Het college ziet een kans om dit verder uit te werken. Daaraan wordt uitvoering gegeven. De wethouder kan dit toezeggen op die manier. Als het gaat om de manieren om dichter bij de bewoners te komen erkent het college de punten die de PvdA aandraagt; dit betreft aanbeveling 2 van het rekenkamerrapport. Bij de uitwerking van het leidende principe dichtbij te zijn en ter plekke kan het college dit soort vormen meenemen. Het college wil alle suggesties die de raad op tafel legt meenemen in de uitwerking. De wethouder kan dat in die zin toezeggen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat veel van die suggesties al in de brief zijn opgenomen. Hij merkt op dat de tekentafel daarvan afwijkt. Hij vraagt of het college daar uitgebreid bij stil kan staan: wanneer kan het wel en niet, wat zijn de voor- en nadelen. Hij wil als raad graag hierover een uitspraak doen, zelfs wanneer de wethouder afsluit met het niet zo'n goed idee te vinden. Wethouder Oosters licht toe dat dat de zoektocht was: wanneer wordt een dergelijk middel ingezet en moet dat dan steeds of juist helemaal niet. Hierop zal het college ingaan in de terugkoppeling. Zij vervolgt haar beantwoording met in te gaan op aanbeveling 3 zoals ingebracht door de PvdA. Goed inzichtelijk maken wat de verandering is als gevolg van participatie.
Dit werd ook ingebracht door GroenLinks, de ChristenUnie, het CDA: wat te gaan doen om dit duidelijker te maken? Het college beschreef al niet alleen een Participatieplan te willen maken, maar juist ook een participatieverslag. In het Participatieplan zegt het college hoe het de participatie wil uitvoeren. Het college laat het resultaat zien in het verslag en hoe het uiteindelijk is verwerkt in het uiteindelijke plan. Hiermee gaat het college zeker aan de slag. Zij verneemt ook van de raad dat het goed zou zijn om dit niet altijd procesmatig te doen, maar juist ook het menselijker en inzichtelijker te maken. Het college neemt dit mee in de uitwerking van de aanbeveling. De wethouder vindt dit mooie suggesties. Met betrekking tot aanbeveling 4 Gewoon aan het werk, aan de slag, eenvoud, niet te lang wachten en ervoor gaan; de wethouder is het daarmee volledig eens. Tegelijkertijd wil het college dat het plan voor de versterking van de lokale democratie niet zonder de stad tot stand komt, juist ook door de oproep die de raad eerder deed. De raad mag van het college verwachten dat het college heel hard aan Pagina 24 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1170
1180
1190
1200
1210
de slag gaat en al aan de slag is. Een goed proces met de raad en met de stad is wat haar betreft ook een beetje tijd waard. Zij stelt de commissie gerust; het college zal het kompas niet te ingewikkeld maken. Richting GroenLinks zei de heer Dekkers als eerste de sleutelpersonen beter te betrekken en of dat ook breder kan. Dat punt werd ook door EenUtrecht benoemd. De wethouder vindt dat een hele mooie suggestie. Zij kan hierop een toezegging doen. In een aantal plannen komt het steeds meer terug. De sleutelpersonen werden ook betrokken bij het Burgerberaad. Dat bleek ontzettend waardevol zijn. Dit zal absoluut terugkomen in het plan van aanpak. De heer Dekkers (GroenLinks) stelde die vraag gerelateerd aan het maken van het Participatieplan. Wethouder Oosters antwoordt bevestigend; dit netwerk samen is goed te betrekken met de participatiegroep over zeggenschap. De heer Dekkers vroeg expliciet aan haar wat het college gaat doen met aanbeveling 1 van de Rekenkamer. Het gaat over de helderheid, over de kaders en de randvoorwaarden. Het college wil met het kompas hieraan richting en invulling geven. Het college heeft beschreven in zijn brief op welke wijze het dit wil doen. Het college zal in het plan van aanpak richting de zomer beschrijven hoe het dat precies gaat doen.
Gevraagd is of de wethouder het ermee eens is dat bij grote projecten vaker gewerkt kan worden met een procesgroep om op die manier in verschillende vormen van participatieprojecten te bespreken. De wethouder is het daarover eens met de heer Dekkers. Zij noemt in dit verband het Stadsteam bij het Jaarbeursplein. Het zou kunnen helpen hier naar te kijken samen met een dergelijke procesgroep. Zij refereert aan de desbetreffende frase in de raadsbrief. Het college zal dit meenemen om daarmee te experimenteren. Mevrouw Van der Wilt (D66) hoort de wethouder iets zeggen over de Stadsteams; zij herinnert zich een recent ingediende motie die vraagt om de Stadsteams te evalueren. Zij vraagt of de raad daarover nog iets terugkrijgt. Zij vraagt of de wethouder aan het einde van het debat daarover nog iets kan zeggen. Wethouder Oosters zal hierop terugkomen aan het einde van haar beantwoording. Zij vervolgt haar beantwoording met op te merken dat zij al ingegaan is op aanbeveling 3 met de manier waarop het college het verslag wil verbeteren. Aanbeveling 2 gaat ook over meer ter plekke; dat doet het college op veel manieren en wil het ook meer uitbreiden. Het gaat om het betrekken van een grotere groep bewoners die normaal gesproken ongehoord zou blijven. Mogelijk is de vergelijking terecht gemaakt tussen de ladder en het kompas.
De wethouder kan richting de heer Dekkers toezeggen dat de ladder niet terugkomt. Het college heeft steviger kaderstellend beleid nodig op waar welke participatie het beste past, juist om de aanbevelingen van de Rekenkamer op te volgen, juist om duidelijkheid aan de stad te kunnen bieden en juist ook om de nieuwe uitdagingen zoals de Omgevingsvisie en de eisen die daaruit voortkomen goed te kunnen aangaan. Met betrekking tot spoor 4: de mensen uit de stad betrekken bij de trainingen zoals de heer Dekkers suggereerde. De wethouder kan dat toezeggen. De laatste vraag die de heer Dekkers stelde betrof het budget en de zorgen die hij daarover heeft. De wethouder vindt die opmerking terecht. Zij bevestigt dat de participatie van de hele organisatie is en van de hele organisatie zou moeten zijn. Dat vraagt wel inzet en een cultuurverandering die ook beschreven is in de brief van
Pagina 25 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1220
1230
1240
1250
1260
het college. De wethouder heeft hetzelfde doel voor ogen als de heer Dekkers. Het college gaat daar hard mee aan de slag. De wethouder vervolgt met in te gaan op de inbreng van EenUtrecht, de heer Dijkstra. Zij bevestigt de urgentie te zien. Zij heeft op dit moment niets meer aan schrikken. Het college wil actie. Die richting wil het college ook en de wethouder gaat die richting ook op. Zij vraagt de raad haar de ruimte te geven dit samen met de raad zo te doen. De heer Dijkstra vroeg een reflectie op de frase in de brief over dat consensus niet kan en dat dat de reden is waardoor bewoners minder vertrouwen hebben in de processen en dat dat niet helemaal de lading dekt. De ontevredenheid en afbreuk aan het vertrouwen komt niet alleen door het gebrek aan consensus; zij is het daarover eens met heer Dijkstra. Dat wordt niet geïnsinueerd in de brief. Het college heeft al een aantal keren gezegd dat het beter kan en wil nu doorpakken. De heer Dijkstra beschreef drie sporen: het versterken van de buurt en de buurtorganisaties, lokale democratie op buurtniveau en de Burgerberaadreferenda. De wethouder vindt dit belangrijke punten. Wat haar betreft zijn die al voor een groot deel verwerkt in de aanpak. Zij staat altijd open voor concrete suggesties. Zij wil heel graag aan de slag. Zij hoopt de commissie binnenkort te spreken over het Burgerberaad.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) checkt of het juist is dat hier twee actieprogramma's bij elkaar komen. Wethouder Oosters antwoordt bevestigend. Het college ziet juist dat het initiatief zo’n grote raakvlak met de participatieaanpak dat het college dat meer wil matchen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de lijnen er verstopt in zitten; hij vraagt of de wethouder met hem ziet dat het belangrijk is dit explicieter te maken en meer aandacht voor te hebben. Wethouder Oosters zet uiteen dat zij iets kan met het explicieter naar voren halen. Zij zal de stappen nagaan aan de kant van het initiatief (dat zit ook in de evaluatie van het Initiatievenfonds dat de wethouder in Q3 heeft toegezegd) en het gesprek daarover expliciet aangaan met de raad. Dit verstopt het college zeker niet. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is blij te vernemen dat die drie lijnen zichtbaar worden. Hij vraagt of de wethouder ziet dat het versterken van de buurt en burgerorganisaties er nog helemaal in zit. Dat vergt tekst. Hij leest dit nog nergens. Dit is geen verstopt spoor maar een extra spoor. Wethouder Oosters zal dit bestuderen. Zij begrijpt dat heer Dijkstra op zoek is naar waar dit verder te verankeren is. Zij heeft de idee dat het college en de raad op één lijn zitten als het gaat om het doel dat het stadsbestuur voor ogen heeft. Zij zal nagaan hoe dit verder is verankeren.
De voorzitter vraagt of dit terugkomt in het plan van aanpak. Wethouder Oosters antwoordt bevestigend. De heer Van Steeg (CDA) herkent de inbreng van de heer Dijkstra. Wanneer initiatief en participatie daadwerkelijk hierin gaan vallen, komt het initiatief er bekaaid vanaf. Hij zou dan willen voorstellen ook in het actieplan nadrukkelijk én de scheiding te maken én te analyseren waar beide plannen elkaar versterken en waar ze los staan van elkaar. Hij vindt participatie iets anders dan het initiatief. Hij verwacht dat dat ook zal blijven. Hij doet deze oproep aan de wethouder. Wethouder Oosters antwoordt te zien dat dit ook terug moet komen in het kompas voor zeggenschap - dus ook de mate waarin de inwoners zelf inbreng hebben - bij initiatieven zitten bewoners echt aan het roer. Zij bevestigt dat het afzonderlijke Pagina 26 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1270
1280
1290
1300
1310
plannen zijn. Tegelijkertijd is het mooi om het te incorporeren in het hele participatiebeleid. Zij vervolgt met de inbreng van Student & Starter en gaat in op de suggestie voor de G1000. Zij stelt voor nu vooral aan de slag te gaan met het Burgerberaad om na te gaan hoe ver het stadsbestuur daarmee komt. Dat voorstel is vorige week aan de raad gepresenteerd. Daarop heeft het bestuur belangrijke stappen te zetten. Student & Starter noemde de appicipatie. Student & Starter vraagt de wethouder te kijken naar het versterken van Denk Mee. Zij bevestigt dat dat een richting is die het college op wil. Zij refereert aan de brief van het college. Met betrekking tot de inbreng van VOLT sprak de heer Maas over de smart geformuleerde doelstellingen en hij vroeg hoe de wethouder dit ziet. Zij is het eens met hem. Die doelstellingen moeten er meer komen. Dat is ook deel van het formuleren van het korte kaderstellende beleid. Het is belangrijk het smart te maken zoals de heer Maas voorstelde. De heer Maas deed vervolgens de suggestie hoe dit kompas te kunnen inrichten. Zij vindt dit een mooie suggestie. Tegelijkertijd merkt zij op dat het maken van het kompas complex is. Het college vindt het belangrijk dit met de stad op te stellen in een zorgvuldig traject. Zij vindt de suggesties van de heer Maas goed. Zij neemt die mee in het ontwikkelen daarvan.
Over de instrumenten om te beoordelen of de participatie is geluk, refereert zij aan haar antwoord over het participatieverslag en de manier om dat verslag te vernieuwen. Aan de andere kant denkt zij ook dat de Omgevingsvisie uiteindelijk een grote rol gaat spelen. Dit is in aantocht. De heer Maas (VOLT) is blij met dit antwoord. Hij vraagt zich af hoe de wethouder aankijkt tegen de huidige instrumenten daarin. Er zijn talloze signalen dat het tekort schiet aan instrumenten gekoppeld aan de bestaande doelen en die de juiste metingen kunnen doen zo dat het stadsbestuur de informatie krijgt die het bestuur zoekt om na te gaan of het bestuur succesvol is. Wethouder Oosters merkt op dat zij het signaal niet ziet dat er te weinig instrumenten zijn. Zij ziet juist dat nog meer instrumenten niet noodzakelijk helpen maar dat het college wel duidelijker moet zijn over wanneer het welke instrumenten inzet. Zij is het hierover oneens met de heer Maas. De heer Maas (VOLT) doelt op instrumenten die het bestuur kan gebruiken om te meten of de mensen die geparticipeerd hebben ook echt tevreden zijn met die participatie. Hij vergelijkt dit met een klantenonderzoek. Dat hoeft wat hem betreft niet zo ingewikkeld te zijn. Die manieren zijn volgens hem goed te gebruiken om een dergelijk proces gemakkelijker in te richten.
Wethouder Oosters dacht met het participatieverslag daarin een uitweg te bieden. Zij bevestigt dat dit te verbeteren is. De heer Van Bergen deed de suggestie dit te doen met een fysieke bijeenkomst. De heer Van Steeg deed de suggestie om daarin de mening van de bewoners sterker te verankeren. Het zijn punten die zij hierin mee wil nemen. Zij houdt zich aanbevolen voor suggesties van de heer Maas. Zij gaat in op de samenstelling van de reflectie groep; ook de VVD had hierop inbreng. De wethouder vindt dit een relevante vraag. Het gaat om een zoektocht naar hoe die groep samen te stellen en de suggestie die de VVD daarbij deed was om de bewoners daarin meer te wisselen. Het college denkt dat het het bestuur van de stad helpt om iets samen te ontwikkelen. Wanneer teveel wordt gewisseld, zouden bewoners een minder stevige positie hebben in een dergelijke reflectiegroep dan de anderen in die groep. Terecht is dat de samenstelling divers moet zijn. Dat wil het Pagina 27 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1320
1330
1340
1350
1360
college meenemen in het uiteindelijke plan van aanpak. De wethouder zoekt in dezen naar een middenweg. Wanneer zij de raad goed heeft gehoord, wil de raad geen rol spelen in de reflectiegroep. Zij vervolgt met de inbreng van D66. Zij noemt haar inbreng en is het eens met haar. Inclusie daarbij is een hele belangrijke voor D66. Dit zei zij samen met Student & Starter, CDA, PvdA, en vele anderen. De wethouder neemt dat expliciet mee. Zij zegt dit toe. Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat de Rekenkamer zei dat de leidraad al aandacht besteedt aan inclusie, maar dat het verder moet gaan. Zij vraagt of de wethouder dat ook inziet; dat het om iets anders gaat dan wat er nu ligt. Wethouder Oosters ziet juist met de interventies die het college zich voorneemt, bijvoorbeeld met het dichterbij mensen zijn, meer in de stad te zijn, een cultuurverandering; het college zet echt iets anders in gang. Het college ziet dat het in de huidige praktijk steviger kan, juist met inclusie. De keuze voor participatie is in ieder voorstel duidelijk aan te geven; de wethouder ziet hetzelfde belang in dezen als mevrouw Van der Wilt. Zij ziet dit ook in de vorm waarop participatieplannen gedaan worden en dat het beter kan. Dit kan in veel meer voorstellen beter naar voren komen. Mevrouw Van der Wilt raakte ook aan het vakmanschap van ambtenaren; vakmanschap kan de participatie nog beter vleugels geven.
Het geld dat in de organisatie te steken is, wordt uitgegeven aan het inkopen van vakmensen. Zij vindt dit een goede suggestie. De wethouder benadrukt dat het vakmanschap een hele duidelijke inzet is in de sporen in de brief. Het college wil daaraan in de HR en in de sollicitatieprocedures meer waarde toekennen. Het college doet dat al. Waar het gaat om de analyse van de inkoop kan zij de inbreng van mevrouw Van der Wilt volgen en noemt zij wat dit doet in de processen het onderzoeken waard. Dit zit volgens het college ook in het spoor van de samenwerkende lerende organisatie. Het college zal dit zeker meenemen in de uitwerking. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt op welke manier het college dit wil uitzoeken en op welke manier wil het college hierop wil terugkoppelen. Wethouder Oosters antwoordt dat zij zal nagaan of teveel geïnvesteerd wordt in de inkoop ten opzichte van het investeren in het vakmanschap en of het college wellicht te snel een keuze maakt om voor inkoop te gaan in plaats van voor het vakmanschap te kiezen. Het college zal die analyse maken. Het college neemt dat mee in het plan van aanpak voor de zomer. Wanneer dat niet zou lukken, informeert de wethouder de raad daarover.
Zij vervolgt haar beantwoording met in te gaan op het kritische geluid van mevrouw Van der Wilt over de reflectiegroep en of de groep over het verdiepen van de zeggenschap daarin meegenomen zou moeten worden. De wethouder antwoordt dat zij dat terecht vindt; zij wil geen teleurstellingen creëren en meer is niet altijd beter. Voor wat betreft de uitkomst van de groep Zeggenschap heeft het college die een plek gegeven in de brief aan de raad over Samen Stad Maken. Het college is met hen in gesprek, onder andere in het traject rond het UBP. Zij ziet de reflectiegroep als een belangrijke spiegel voor de acties die de gemeente uitvoert. Ze noemt in dit verband het korte kaderstellende beleid voor het kompas. Ze kan zich in dat verband ook aansluiten bij de inbreng van de heer Dekkers. Zij zou dit juist willen aangaan met die reflectiegroep. De inbreng van het CDA beschouwt zij als een mooie aanmoediging voor de volgorde in het kompas: zij zou de trajecten waar de bewoners veel meer naar zichzelf Pagina 28 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1370
1380
kunnen toetrekken en veel meer zelf kunnen organiseren, een plek willen geven in het kompas. Zij ziet dat zeker. Met betrekking tot de inbreng van de ChristenUnie bevestigt zij de waarde van de communicatie. Zij neemt dat nadrukkelijk mee in de doorontwikkeling van Samen Stad Maken. Zij beschouwt de inbreng van de VVD als een aanmoediging. Zij ziet ook dat het niet goed is om een te defensieve houding te hebben. Het college wil daarmee aan de slag. Zij hoopt in deze beantwoording dat te hebben laten zien. Zij heeft de oproep van de raad duidelijk gehoord: zij zal samen met de raad, met de mensen van samen stad maken, en met de stad kort een kaderstellend beleid maken en in een brief voor de zomer een plan van aanpak naar de raad sturen waarin het college ook zal beschrijven wat het momenteel al doet. Hiermee rondt de wethouder haar beantwoording af. Gemiste vragen De heer Dekkers (GroenLinks) deed de suggestie het Participatieplan te maken en te publiceren om dat plan navolgbaar te maken. Hij had gevraagd wat de wethouder daarvan vindt. Hij vroeg de reflectie op het anders geformuleerde voorgestelde raadsbesluit door de Rekenkamer. Hij had voorgesteld meer de nadruk te leggen op uitvoering. Hij vraagt de reactie van de wethouder daarop.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) hoort toch graag de reactie van de wethouder op zijn suggestie de terugmeldingen van participaties transparanter te maken. Mevrouw Van der Wilt (D66) herhaalt haar inbreng over de motie over de Stadsteams en dat die nog worden geëvalueerd en of de wethouder daarover de stand van zaken kan geven.
1390
De beantwoording De wethouder zal de beantwoording op de gemiste vragen na afloop van de tweede termijn doen.
1400
Tweede termijn De heer Van Steeg (CDA) gaat in op het verschil tussen participatie en het initiatief en hoe dat in de brief terugkomt. Mogelijk moet de raad daar nog iets mee. Hij wil dit nog bestuderen. Ten tweede gaat hij in op inclusiviteit. Hij worstelt met het antwoord van de wethouder. De heer Maas (VOLT) benadrukt nadrukkelijk te hangen aan de relatie tussen doelen, uitvoering van trajecten, de keuze van het traject en welke evaluatieinstrumenten daarvoor ingezet zullen worden. Hij vraagt de wethouder in dat plan hierop goed terug te komen.
1410
Beantwoording De wethouder gaat in op de vraag van GroenLinks over haar reactie op de vraag het Participatieplan te publiceren. Zij refereert aan de reactie van het college op het rapport van de Rekenkamer: het college moet beter gaan sturen op de participatieplannen. Zij ziet dat ook. Zij schrijft in de raadsbrief het gebruik van formats vrijblijvend te Pagina 29 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1420
1430
1440
1450
willen maken. Zij denkt dat de grootste winst te behalen is op houding en gedrag en de helderheid over de beïvloedingsruimte en meer zeggenschap en eigenaarschap voor de Utrechters en de organisaties. Het gaat wat haar betreft om het doen in plaats van meer papieren plannen maken. De heer Dekkers vroeg een reflectie van de wethouder op zijn reflectie op het Rekenkamerrapport; had zij dit liever niet anders geformuleerd en dan meer gericht op de uitvoering? Zij verwacht dat de heer Dekkers in de reactie van het college ook gezien heeft dat er veel waardevols zit in de punten die de Rekenkamer noemt. Zij ziet ook dat veel terugkomt in het beleid van het college; het lastige zit in de crux hoe het beter te doen. De heer Keulen zegt terecht dat dat niet de rol is van de Rekenkamer. Het is een taak aan het college om het goed op te pakken. Het college gaat daarmee aan de slag. In reactie op de vraag van EenUtrecht over de eerlijker terugkoppeling in het verslag, gaat de wethouder niet helemaal mee in die vraag als zou dat nu niet eerlijk zijn of dat dat met een bepaald idee zou zijn. Zij denkt wel de suggestie van de heer Dijkstra te kunnen meenemen in het kader van de participatieverslagen. De vraag van mevrouw Van der Wilt over de Stadsteams en of het college de motie goed zal uitvoeren, beantwoordt de wethouder met dat er gewerkt wordt aan een evaluatie van het Stadsteam.
Het college zal daarover met marktpartijen spreken. Die evaluatie wordt naar de raad gestuurd. In de brief wordt nog geen termijn genoemd. Haar indruk is dat voor de zomer haalbaar is. De wethouder beschouwt de inbreng van de commissie in de tweede termijn als een aankondiging richting de raad. De heer Dekkers (GroenLinks) gaat in op het antwoord van de wethouder over de participatieplannen. Wanneer het stadsbestuur die zo belangrijk vindt en wanneer het transparantie zo belangrijk vindt, vraagt hij of het dan helpt wanneer wordt afgesproken dat die participatieplannen gemaakt worden en gepubliceerd zodat iedereen ze kan zien. Wethouder Oosters volgt de heer Dekkers daarin en zij zal dit meenemen in het plan van aanpak. Zij zal nagaan wat er op tegen is om dat niet te doen. Conclusies De voorzitter legt de vraag voor of er behoefte is om dit door te geleiden naar de raad. De heer Dekkers (GroenLinks) stelt voor dit door te geleiden met de A-status. Hij maakt een slag om de arm omdat er nog een stemming moet plaatsvinden in zijn fractie. Hij ziet uit naar de raadsbrief van het college. De heer Van Steeg (CDA) wil de uitvoering afwachten en nagaan wat te doen is in de raad. Hij kan met dit voorstel leven. De heer Dijkstra (EenUtrecht) begrijpt dat het Rekenkamerrapport met de A-status doorgaat naar de raad. Hij gaat daarin mee.
Als het gaat om de raadsbrief over de herijking Samen Stad Maken vertrouwt hij er op dat alles wat is ingebracht, terug zal komen in het plan van aanpak. Hij wacht het af, wetende dat hij dit voor de zomer kan verwachten. Dan is na te gaan of dit opnieuw geagendeerd moet worden. De voorzitter concludeert dat hiermee de commissie unisono is De toezeggingen
Pagina 30 van 31
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 18 april 2023
1460
1470
Er komt een plan van aanpak met daaronder meerdere toezeggingen. Hij roept de commissie op het verslag daarop na te lezen: hoe te komen tot het kompas en de principes voor houding en gedrag, de ladder maakt er geen onderdeel van uit, de prioritering van de sporen, de rol van de sleutelpersoon breder inzetten, het initiatief, de financiële ruimte wordt onderzocht in het plan van aanpak, investeren in eigen vakmanschap in plaats van inhuur, ook zal worden beschreven wat het college aan het doen is. De voorzitter vat dit op als een indicatie van wat is toegezegd. De voorzitter sluit de vergadering om 22.53 uur. De volgende vergadering is op 11 mei 2023.
Pagina 31 van 31