ConceptverslagCommissieVBF2022-11-24.doc
Tekst van het document
De voorzitter leidt de bespreking in aan de hand an de annotatie bij de agenda. (zie hierboven) 860
De commissie De heer Koning (D66) merkt op in het kader van procedureel dat medio juli het college de raad al gevraagd heeft een reactie te geven voor 18 november. Die datum is gepasseerd. Hij vraagt het college of dit geen probleem oplevert. De VRU en de Veiligheidsregio’s in het algemeen kregen in de afgelopen jaren een aantal grote crises te verwerken. Corona had veel impact. De Veiligheidsregio’s kregen daarin een grote coördinerende rol waarbij de voorzitters ervan een prominente regionale rol speelden, vertegenwoordigd in het veiligheidsberaad. Zijn fractie vindt dit debat belangrijk; de gemeenschappelijke regeling van de VRU wordt gelegitimeerd door de gemeenteraden van de gemeenten die daarin deelnemen. De raad
Pagina 18 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
870
880
890
900
910
heeft daarin een grote verantwoordelijkheid. Zijn fractie kijkt reikhalzend uit naar het beleidsplan dat nu zal volgen. In de afgelopen jaren bleef D66 nauwgezet volgen of de rol en de bevoegdheden van de VRU ingevuld worden zoals dat hoort. Het debat over de staat van de Veiligheidsregio’s en het takenpakket is in de afgelopen jaren onderzocht door de evaluatiecommissie Veiligheidsregio’s en er wordt veel onderzoek naar gedaan. Twee uitspraken van een bestuurder en van een onderzoeker bleven hem daarin bij. De uitspraak van burgemeester Naafs van de Utrechtse Heuvelrug; hij is ook dagelijks bestuurder van de VRU. Hij diende bij de algemene ledenvergadering van de VNG een motie in die bijna unaniem door de gemeenten werd gesteund. Hij betoogde dat de Veiligheidsregio’s steeds meer ingezet worden voor uitvoerende taken die niet altijd passen bij waarvoor ze wettelijk verantwoordelijk zijn. Als voorbeelden noemde hij de opvang van vluchtelingen en de coronacrisis. In zijn woorden: "Veiligheidsregio's zijn geen 1000 dingen doekjes om oplossingen te verzorgen”. In de woorden van de heer Koning: wanneer de huidige wetgeving niet langer passend is voor de crisis waarvoor de regio staat, wanneer gemeenten onvoldoende gefaciliteerd worden door het Rijk om hun eigen wettelijke taak kunnen voldragen, is de huidige wetgeving onvoldoende passend voor de crises van nu en van de toekomst.
Dat is niet zozeer zijn eigen conclusie, maar ook de conclusie die getrokken werd door die evaluatiecommissie Wet Veiligheidsregio’s. Voor zijn fractie is dit een punt van zorg. Het Rijk moet de gemeenten de middelen bieden om op nieuwe dreigingen en crises voorbereid te kunnen zijn. Hij vraagt het college hoe het zich ervoor inzet om daarop te blijven aandringen bij het Rijk. Naast de opvatting van burgemeester Naafs staat ook een andere optimistische opvatting die net zoveel waarde heeft; dat is de opvatting van lector crisisbeheersing Menno van Duin van het instituut Fysieke Veiligheid. Eind 2020 concludeerde hij dat de Veiligheidsregio's bij uitstek capabel zijn om coördinatie in crises te verzorgen om partijen bij elkaar te houden, slim gebruik te maken van mogelijkheden, van kennis en capaciteit van organisaties in de regio wanneer de noodsituatie daarom vraagt. D66 vindt dat de kern van waartoe de Veiligheidsregio Utrecht bestaat. Dat moet wat hem betreft ook de kern blijven: blijft gericht om de risico's in de regio te analyseren en te onderzoeken en na te gaan of de regio daarop voldoende toegerust is. Hij adviseert de regio zich te blijven richten op het klaar zijn om te coördineren en op te schalen wanneer een crisis optreedt.
Zijn fractie onderschrijft het raadsvoorstel waarmee het college van Utrecht een conceptreactie geeft op het risicoprofiel en op de inbreng beleidsplan. Daarnaast stelt de fractie nog enkele vragen. (1) Wil het college in het beleidsplan heel krachtig opnemen dat de deling van kennis grotendeels de kracht van de Veiligheidsregio’s is? Het oefenen van crisissituaties. En het doorgaand onderzoeken en evalueren van risico's en bedreigingen zodat de gemeenten van de regio zich optimaal kunnen beschermen in geval van nood. Zijn fractie vindt die rol van de VRU de kern. Alleen wanneer die rol helemaal op orde is, kan er op een effectieve manier gecoördineerd worden wanneer een noodsituatie zich voordoet. (2) Aan de risicoanalyse zoals die aan de raad is gepresenteerd wil hij namens D66 niet veel afdoen. Het past de fractie niet om een zorgvuldig tot stand gebrachte analyse op te plussen met extra aandachtspunten of focus. Hij wil daarover nog wel iets zeggen; hij vindt het terecht dat veel aandacht wordt gegeven aan de risico's op crises die samenhangen met grote problemen waarvoor de gemeenten zich nu Pagina 19 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
920
930
940
950
960
geplaatst zien: klimaatverandering, energie onzekerheid. Daarop volgt het risico op natuurbranden, op overstroming, op vluchtelingenstromen. Hij ziet tot zijn spijt, dat momenteel geleefd wordt in een tijd waarin dergelijke risico's groter worden. De meer traditionele risico's bestaan daarnaast ook. Daarvoor is de VRU ook in het leven; dan gaat het om bijvoorbeeld een grote brand op een bedrijventerrein of een terroristische aanslag. Die lijken ongeveer zo groot als enkele jaren geleden. Zijn zorg gaat er naar uit dat de aandacht in de organisatie van de VRU vooral gaat naar nieuwe risico's. Hij vraagt de traditionele risico's niet veronachtzamen. Hij krijgt hierop graag de reactie van het college. (3) Zijn fractie verwacht van de burgemeester dat zij naar boven blijft praten. Daarmee bedoelt hij dat het college goed in contact blijft met het kabinet over toekomstige aanpassingen van de wet Veiligheidsrisico's. En dit verwacht zij precies om de redenen die burgemeester Naafs zo nadrukkelijk uitte en dat de raad daarbij betrokken wordt wanneer daarin een politieke stellingname aan de orde is. Hij vraagt of het college dat kan toezeggen. (4) Brandweercorpsen in het hele land hebben grote moeite om personeel te vinden, zowel beroeps als vrijwilligers. Vergrijzing wordt als een van de inhoudelijke uitdagingen voor de VRU genoemd.
Hij ziet dit eigenlijk ook in deze lijn terug; daarin treedt ook vergrijzing op bij de brandweercorpsen. Hij vraagt het college of in de gemeente Utrecht in samenwerking met de VRU een campagne is te voeren op een dusdanige manier dat de VRU geholpen wordt aan uitvoerend en langdurig inzetbaar personeel bij de brandweer. Hij vraagt of het college daarop kan ingaan. Daarmee rondt hij zijn betoog af. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vindt de reactie van het college aan de VRU over het algemeen erg goed. Zijn fractie maakt de volgende aanmerkingen: In de reactie van het college ziet hij dat gerefereerd wordt aan het woord “klimaatverandering” zoals de VRU dat ook doet. Wat hem betreft wordt het woord “klimaatcrisis” gebruikt met toenemende extreme gevolgen. Hij vraagt of het college dit woord kan opnemen in de reactie en de VRU te vragen dat woord ook op te nemen in het beleidsplan dat ontwikkeld wordt. In het verlengde hiervan vraagt hij of het college kan toezeggen de VRU in zijn brief te vragen de belangen van dieren mee te nemen in hun risico's aangaande de klimaatcrisis. Ook gehouden en wilde dieren zullen gevolgen ondervinden van droogte, branden, overstromingen en hitte. De VRU schrijft tot nog toe alleen over de gevolgen voor mensen. Hij ziet hierover graag een passage in het beleidsplan.
Hij ziet in het risicoprofiel dat de VRU ook oog heeft voor ondermijning, grof geweld en rechts extremisme. Het rechts extremisme wordt ook wel richting terrorisme en dergelijke uitgelegd. Hij mist een borging van de aandacht voor discriminatie, etnisch profileren, trans- en homohaat en straatintimidatie. Hij vraagt of het college in zijn reactiebrief kan opnemen dat de VRU in zijn beleidsplan ook daarover een paragraaf gaat ontwikkelen zodat er oog is voor deze belangrijke onderwerpen voor zijn fractie en mogelijk ook voor andere partijen. Mevrouw Meerding (VVD) vraagt hoe de heer Van Heuven voor zich ziet dat de VRU iets doet met straatintimidatie en discriminatie. Zij vraagt zich af of de VRU daarmee iets moet doen. Zij bevestigt het belang van deze onderwerpen op zich. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) denkt dat de VRU hiervoor oog moet hebben; wanneer de VRU optreedt tegen rechts extremisme of in bepaalde veiligheidsprotocollen, de VRU ook de andere kant daarvan moet zien. En dat de VRU Pagina 20 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
970
980
990
1000
1010
zich ervan bewust is dat deze onderwerpen belangrijk zijn. Hij twijfelt er over of de VRU daarin beleid moet ontwikkelen - mogelijk alleen wanneer dat nodig is. Hij benadrukt graag te willen dat dit een plek krijgt in het beleidsplan. De heer Van Steeg (CDA) dankt het college voor het raadsvoorstel. Zijn fractie kan zich in hoofdlijnen daarin vinden. Hij sluit zich aan bij de inbreng van de heer Koning, en zeker als het gaat om het missen van de deadline. Ook hij vraagt zich af hoe dat zit en vraagt daarover uitleg. Met betrekking tot het risicoprofiel als zodanig wordt in het kader van de energietransitie een groot aantal punten genoemd die een risico kunnen opleveren. Hij merkt op dat kernenergie daarin niet wordt genoemd. Gezien de discussie die zich ook landelijk ontwikkelt, kan hij zich voorstellen dat ook dat onderwerp wordt meegenomen. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van de heer Koning en gaat in op de opvang van vluchtelingen. De VRU speelt in die opvang een belangrijke rol. Hij is het er over eens dat goed gekozen moet worden wat wel en wat niet kan. Hij had in de analyse meer informatie verwacht over de geopolitieke ontwikkeling en de gevolgen die dat heeft voor de rol die de VRU kan spelen op dit vlak. Hij ervaart het nu als een beetje ad hoc. Hij krijgt daarop graag nog een reactie.
Hij las een hele mooie analyse over de vergrijzing; hij vraagt hoe het kan bestaan dat in een stad als Utrecht het ouderenbeleid nog zo stelselmatig op afstand staat. Hij zou denken dat vanuit een dergelijke analyse zou leiden tot meer strategie op dat vlak in de stad Utrecht. Hij ziet dat de capaciteit bij de vrijwillige brandweer beperkt is. Hij sluit zich graag aan bij de desbetreffende inbreng van de heer Koning. Tenslotte worden twee gebieden in Utrecht genoemd met een risicoprofiel: het Stationsgebied en het USP. Hij gaat ervan uit dat die analyses goed geregeld zijn; hij voorziet dat het USP in de komende jaren er totaal anders uit gaat zien. Hij neemt aan dat ook dat voldoende wordt meegenomen in de te maken analyses. Hij krijgt daarop graag nog een reactie. Mevrouw Meerding (VVD) is het in grote lijnen eens met de reactiebrief van het college en met de risicoanalyse van de VRU. Ook zij stelt vragen over het missen van de deadline; hoe is het mogelijk dat het college die termijn heeft gemist en dit niet eerder aan de raad heeft voorgelegd? Met betrekking tot de inhoud geeft de VRU zelf aan dat het belangrijk is scherp te blijven op waarom thema's worden opgepakt en wie daarvoor verantwoordelijk is in beginsel. Zij beschouwt dat als een verwijzing naar dat de VRU nu ook niet álles kan doen en dat beleidsplannen niet verder moeten uitdijen.
Zij is benieuwd hoe de wethouder dit ziet en of de wethouder het ermee eens is dat het bestuur hierop scherp moet blijven. De voorzitter licht toe dat de wethouder zo uitvoerig mogelijk zal antwoorden. Dat betekent niet dat de wethouder op elke vraag een even uitgebreid antwoord kan geven als de burgemeester dat had kunnen doen wanneer zij aanwezig was geweest. De zaken die niet beantwoord zijn zullen schriftelijk worden beantwoord vóór de raadsvergadering van volgende week. Op verzoek van de wethouder volgt een korte schorsing en de hervatting van de vergadering. Pagina 21 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1020
1030
1040
1050
1060
Wethouder Streefland loopt de fracties bij langs in haar beantwoording. Zij gaat in op D66 en dankt de heer Koning voor de heldere uiteenzetting en de erkenning van het werk van de Veiligheidsregio. De wethouder vindt die herkenbaar. De gemeente kan niet zonder de regio. De planning levert geen problemen op. De gemeente is op tijd met haar reactie. Er is een strakke deadline. Daarop wordt vanuit de VRU gestuurd. Dit is zeker een aansporing in het vervolg de gegeven deadline aan te houden. De fout is veroorzaakt door een misverstand. De wethouder vindt dat er sprake is van een goede uiteenzetting als het gaat om een motie van burgemeester Naafs. Die motie is ontstaan in regionaal overleg tussen meerdere Veiligheidsregio's. Destijds is besloten dat dit een gezamenlijk beeld is en dat de burgemeester dit op een hele adequate manier heeft ingebracht. De inhoud van de motie wordt gedeeld. Zij gaat in op de vraag hoe het college zich inzet als het onder meer gaat om de gewenste middelen vanuit het Rijk. Burgemeester Dijksma heeft zich daarop stevig ingezet en structureel in geïnvesteerd: 83 miljoen extra. Het is zeker van belang hierop alert te blijven. Steeds vaker komt de gemeente in situaties terecht waardoor de Veiligheidsregio veel moet doen. Dat is dan bestemd voor de Veiligheidsregio’s. Dit wordt dan ten dienste gemaakt van de hieraan verbonden steden.
Die extra financiering helpt ook de stad Utrecht. Ingaand op de vraag of de VRU capabel is om de crises het hoofd te bieden zet de wethouder uiteen dat het college het ermee eens is dat de focus gericht blijft op de analyse en op het gereed zijn. De vraag is of kennis delen, oefenen, onderzoeken en evalueren de kern is. Dat is het DNA van de regio. De wethouder benadrukt dat dat zeker op orde is. Dit is de basis waarop deze mensen binnen de VRU hun werk doen. Gevraagd is of er extra focus nodig is. De wethouder heeft begrepen dat D66 daarvan geen voorstander is. Wel vraagt deze fractie vooral ook aandacht te hebben voor het gewone werk. Te zien is dat de VRU probeert adaptief te zijn op opties op flitscrises. Daarbij wordt niet vergeten dat de corebusiness gaat over het gewone werk; niet dat wanneer het ene meer wordt en daardoor het andere minder. Het gaat om toegerust te zijn op wat er bovenop komt en het besef dat daarop geacteerd moet worden. Dit zal niet veronachtzaamd worden. Een toezegging werd gevraagd of de raad betrokken kan worden bij eventuele politieke stellingnames. Het college kan toezeggen de raad te informeren. De wethouder denkt daarbij aan politieke gevoeligheden. Het gaat in de communicatie om de verhouding Rijk en Veiligheidsregio's. Het is dan aan de raad om na te gaan hoe daarmee om te gaan.
Met betrekking tot de personeelskrapte zet de wethouder uiteen dat momenteel actief geworven wordt. De waardering vanuit de kant van de raad vindt de wethouder heel fijn. Een nieuwe campagne wordt momenteel opgestart samen met Rotterdam, Amsterdam en Den Haag. Hierop wordt volledig ingezet. De kern van de boodschap is dat de regio doet waar zij goed in is en dat doet de regio goed; dat neemt niet weg dat de regio voorbereid is op nieuwe zaken. Richting de Partij voor de Dieren zet de wethouder uiteen dat het volgens haar goed is om aan te geven dat de Veiligheidsregio's zich bezighouden met de gevolgen ervan, maar dat het goed zou zijn in de eigen brief van de raad toe te voegen of te veranderen dat het zou moeten gaan om “klimaatcrisis” in plaats van klimaatveranPagina 22 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1070
1080
1090
1100
1110
dering. De raad heeft die positie en kan dat inbrengen. De VRU roept geen crisis uit. De raad kan er wel aandacht aan besteden. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vraagt of de wethouder het woord klimaatcrisis gaat gebruiken in de brief van het college aan de VRU. Of laat de wethouder de amendering over aan de raad. Wethouder Streefland zet uiteen dat het college dit in zijn brief kan opnemen voor de raad. Zij vervolgt haar beantwoording. Het motto van de VRU is “het redden van mens en dier”, wat ook de oorzaak van de crisis is. De wethouder is het zeer eens met de redeneerlijn in de vraag van mevrouw Meerding. Uiteraard heeft de VRU oog voor ondermijning; dat kan vanuit een breed perspectief. De Veiligheidsregio staat aan de lat voor de gevolgen en is daarop alert. De wethouder antwoordt ontkennend op de vraag of dat in een beleidsplan een plek kan krijgen. Dat betekent niet dat de VRU niet aan de slag gaat met de gevolgen. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) benadrukt en herhaalt dat hij in het risicoprofiel nergens het woord dieren tegenkwam. Hij reageert daarmee op de frase in de beantwoording van de wethouder dat de VRU het al doet; alle gevolgen van klimaatverandering gaan over mensen en gebouwen. Hij zou graag willen dat het college benoemt dat de gevolgen voor mens en dier een plek moeten krijgen in het beleidsprofiel.
Hij vraagt het college of dat mogelijk is. Wethouder Streefland antwoordt bevestigend. De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) vraagt ten tweede of het college in zijn brief wil verwoorden dat de VRU als organisatie oog heeft voor inclusiviteit en diversiteit. Hij vraagt of de wethouder daarvoor open staat. Wethouder Streefland antwoordt dat dat dan onder een ander kopje zou moeten en niet ook onder ondermijning. Dit gaat over de interne organisatie en de beweging die daarin zit. Ze kan zich voorstellen dat daarvoor oog is. De wethouder bevestigt dat dit is toe te voegen. Als het gaat om kernenergie gaat het om een landelijk crisisprofiel. Daar zit de Veiligheidsregio ook aan tafel. Wanneer dat gevolgen heeft binnen de regio vindt dat daar een plek. De Veiligheidsregio zelf is lid van nationale crisisstructuur, als het gaat om opvang van Oekraïners, en om de crisisnoodopvang. De VRU is scherp op wat er in dat licht aankomt en kan hierop anticiperen. Met betrekking tot de vergrijzing en het ouderenbeleid zet de wethouder uiteen dat de Veiligheidsregio mensen uit meerdere plaatsen in dienst heeft; dan gaat het vaak om een groter percentage ouderen dan het percentage ouderen in Utrecht. De wethouder deelt mee dat een nieuwe campagne in aantocht is voor de vrijwillige brandweer. Het Stationsgebied en USP zijn expliciet opgenomen als risicogebieden.
Ook in dat opzicht wordt er vooruit gekeken. De wethouder gaat richting de VVD in op de roldefiniëring en antwoordt bevestigend dat voorkomen moet worden dat de VRU niet alles wat om actie vraagt gaat oplossen. De wethouder refereert aan de motie van Naafs. Zodra iets terug kan in de reguliere structuur, gaat de voorkeur daar naar uit; dit gericht op eventuele toekomstige ontwikkelingen. Als voorbeeld noemt zij het COA en de overdracht van tijdelijke taken aan het COA. Hiermee rondt de wethouder de beantwoording af.
Pagina 23 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
De voorzitter verneemt van de commissie dat alle gestelde vragen beantwoord zijn. Hij concludeert dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Hij recapituleert de gedane toezeggingen. 1120
1130
1140
1150
1160
Het college zal - In een strekt ter vervanging de zienswijze aanpassen met de klimaatverandering vervangen door klimaatcrisis en te benadrukken dat er ook oog is voor diversiteit binnen de VRU organisatie. De voorzitter concludeert dat dit agendapunt met de A-status doorgaat naar de raad onder de voorwaarde dat de wijzigingen dan zullen zijn doorgevoerd. Daarmee is dit agendapunt besproken. Hij schorst de vergadering om 13.00 uur tot 14.00 uur. 9. Raadsvoorstel zienswijze Ontwerp Wijzigingsbesluit Gemeeenschappelijke regeling VRU Burgemeester, Beleidsterrein: Openbare Orde en Veiligheid; wethouder Oosters neemt de honneurs waar. Per brief van 22 augustus 2022 heeft het dagelijks bestuur van de Veiligheidsregio Utrecht (VRU) een ontwerp-wijzigingsbesluit voor aanpassing van de Gemeenschappelijke Regeling (GR) VRU voor zienswijze aan uw raad aangeboden. Uw raad wordt gevraagd om uiterlijk op 1 december 2022 een zienswijze in te dienen op het ontwerp wijzigingsbesluit. Het ontwerp-wijzigingsbesluit heeft betrekking op twee thema’s: a. Systematiek dagelijks bestuur. b. Wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen.
De voorzitter leidt dit onderwerp in aan de hand van de annotatie bij de agenda. (zie hierboven). De raad wordt in de gelegenheid gesteld zijn wensen kenbaar te maken als het gaat om het wijzigingsbesluit van de Gemeenschappelijke Regeling. Dit onderwerp wordt besproken in twee termijnen. Mevrouw Oosters neemt de honneurs waar voor de burgemeester. De commissie De heer Koning (D66) is het op zich eens met de voorgestelde wijzigingen. Hij stelt de volgende vragen over deel A, de systematiek Dagelijks Bestuur: het viel zijn fractie op dat momenteel op de website van de VRU aangegeven is dat zes mensen in het Dagelijks Bestuur van de VRU zitting hebben. Wanneer hij het voorstel goed begrijpt, is er formeel slechts ruimte voor vijf leden. Hij vraagt uitleg. Hij ziet in het voorstel een uitbreiding naar zes DB-leden. Het kan niet zo zijn dat nu al sprake is van zes DB-leden terwijl de wijziging nog niet is doorgevoerd. Hij vraagt of hij dat juist ziet. Ten tweede hecht hij aan een goede afspiegeling in het DB uit de gemeenten uit alle delen van de regio en dat daarin ook gerouleerd wordt. Zijn fractie vindt het vanzelfsprekend dat de grote steden Utrecht en Amersfoort een permanente rol hebben in het DB.
Hij benadrukt dat het hierbij gaat om vertegenwoordiging vanuit gemeenten en niet om of een burgemeester wel of niet graag zitting heeft in het DB en al of niet relevante ervaring heeft. Elk van de burgemeesters in de Utrechtse regio heeft een wettelijke verantwoordelijkheid met betrekking tot veiligheid en dient in beginsel capabel en bereid te zijn zitting te nemen in een DB. Hij vraagt hoe dit momenteel in de VRU is georganiseerd. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat in deze wijziging wordt voorgesteld dat de verplichting Zienswijze Kadernota komt te vervallen; zij vraagt wat dat betekent voor Pagina 24 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
de rol van de raad. Zij merkt op dat de gemeente via de Kadernota invloed kan uitoefenen op de financiën van de VRU. Zij wil graag weten hoe de wethouder dit ziet en of de gemeente haar rol in de VRU mogelijk te klein maakt. 1170
De heer Van Steeg (CDA) had ook vragen over de uitbreiding van het aantal bestuursleden. Was die uitbreiding noodzakelijk? Hij krijgt daarover graag nadere uitleg. De twee zittingstermijnen en de roulering lijken hem op zich prima. Dat betekent ook dat de vertegenwoordiging snel kan veranderen. De voorzitter wordt benoemd bij Koninklijk Besluit; die valt buiten de roulering. Hij vraagt of goed nagedacht is over de spreiding over de andere gemeenten. Hij kan zich aansluiten bij de opmerking van mevrouw Meerding over de Kadernota; juist deze wijziging van deze gemeenschappelijke regeling zou moeten voorzien in meer inspraak van de raden. Dat is ook de eigen rol van de gemeente. Dat lijkt nu juist minder te worden. Dat lijkt hem onwenselijk.
1180
De voorzitter stelt vast dat hiermee de eerste termijn voor de commissie is afgerond.
1190
1200
1210
De beantwoording Wethouder Oosters gaat in op de systematiek van het DB van de VRU en ze gaat in op de kadernota. Zij bevestigt dat het gaat om een uitbreiding van vijf naar zes mensen in het DB. Daarom is verzocht door het Algemeen Bestuur. De kleine gemeenten willen ook graag een plek hebben in het DB. Op deze manier is daartoe meer mogelijkheid. Er hebben verkiezingen plaatsgevonden. Dat stond op de website. De wijziging is nog niet definitief formeel doorgevoerd. Het voornemen is er. Doorvoeren van het besluit is pas mogelijk na het besluit in deze raad. De heer Koning sprak al over het streven naar een goede verdeling. Er wordt gewerkt met portefeuilles. Wanneer iemand vertrekt, ontstaat er een vacature waarover gestemd moet worden ook door het AB. Als er meerdere kandidaten zijn, wordt gekeken naar een goede verdeling over de regio; dan krijgen daarin ook de kleinere gemeenten een rol. Gevraagd is of de uitbreiding noodzakelijk was; de wethouder antwoordt dat het niet noodzakelijk is, maar wel wenselijk. Het AB heeft dat ook zo besloten. Dat heeft ook te maken met de werkdruk voor de burgemeesters leden van het AB die daarbij komt kijken. De werklasten kunnen hiermee beter worden verdeeld. De wethouder bevestigt dat de burgemeester buiten het rouleringssysteem valt; die wordt benoemd bij Koninklijk Besluit.
Als het gaat om de rol van de raad en de mogelijkheid een zienswijze in te dienen benadrukt de wethouder dat de gemeenteraad altijd de mogelijkheid blijft behouden om een zienswijze in te dienen. Het streven met deze verandering is om met de andere gemeenschappelijke regelingen in de provincie een lijn te trekken zo dat het duidelijk is voor alle betrokken gemeenten en alle betrokken gemeenteraden wanneer zij in positie zijn om een zienswijze in te dienen. Er zijn 56 gemeenschappelijke regelingen in de provincie. Die proberen nu steeds meer op één lijn te komen. Datzelfde gaat gebeuren bij onder meer de RUD (regionale uitvoeringsdienst). Het allemaal op een lijn krijgen is ook om te voldoen aan de wetswijziging van de Gemeenschappelijke Regeling.
Pagina 25 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1220
1230
1240
1250
Mevrouw Meerding (VVD) hoort de wethouder spreken over één lijn; zij begrijpt dat op zich. Dan is ook andersom te redeneren: dat alle gemeenten die tot de VRU behoren een zienswijze op de Kadernota gaan indienen. Zij vraagt waarom daar niet voor gekozen is. Zij krijgt de indruk dat Utrecht hiermee invloed kwijtraakt wanneer de zienswijze er niet standaard is. Wethouder Oosters antwoordt dat gevoel te begrijpen. Aan de andere kant heeft zij duidelijk vernomen dat de gemeenteraad in principe altijd een zienswijze kan indienen wanneer de gemeenteraad dat wil en dat dat op belangrijke momenten op die manier wordt voorgelegd. In die zin is het geen aantasting van de mogelijkheden die de gemeenteraad daartoe heeft. In de systematiek wordt hij nu meer gelijkgetrokken met de andere gemeenschappelijke regelingen. Mevrouw Meerding (VVD) merkt op dat dat haar vraag nog niet beantwoordt de systematiek op de andere manier gelijk te trekken: dat iedere gemeente een zienswijze op de Kadernota gaat indienen. Zij herhaalt haar vraag waarom daar niet voor gekozen is. Wethouder Oosters refereert aan de wetswijziging met betrekking tot de Gemeenschappelijke regeling. Zij vindt het onpraktisch de systematiek zo in te richten dat het voor die 56 gemeenschappelijke regelingen anders werkt. Het streven is het op eenzelfde manier te laten werken.
Dat antwoord heeft zij op dit moment tot haar beschikking. De heer Koning (D66) stelde een vraag over de uitbreiding van het aantal DB-leden en hij vernam van de wethouder dat in formele zin nog niet met het aantal van zes wordt gewerkt. Hij ziet dit wel op de website aangegeven. Hij vernam dat in informele zin wel met zes dagelijks bestuurders wordt gewerkt. Hij vraagt het DB niet kon wachten met het toepassen van deze werkwijze tot het moment waarop in formele zin daartoe is besloten. De raden hebben al weinig democratische controle op deze regelingen. Hij vindt het dan problematisch wanneer het college zichzelf niet houdt aan de regels die in deze raad daarover zijn gesteld. Wethouder Oosters begrijpt dat gevoel. Zij vindt de melding op de website van de VRU niet handig. Zij hoopt dat het een geruststelling is voor de gemeenteraad dat het formeel op deze wijze nog niet is ingegaan. Wanneer het besluit anders zal vallen, zal dat op die manier geen doorgang kunnen vinden. Die situatie bestaat momenteel. Momenteel wordt ook informeel nog niet op deze wijze gewerkt. De voorzitter verneemt dat de vragen die gesteld zijn, zijn beantwoord. Hij verneemt dat de commissie geen behoefte heeft aan een tweede termijn. Hij hoorde geen toezeggingen. Hij stelt voor dit punt met de A-status door te geleiden naar de raad. De commissie gaat daarmee akkoord.
Daarmee rondt hij de bespreking van dit agendapunt af. Na een korte schorsing stelt hij agendapunt 11 aan de orde. 10. Sekswerk in Utrecht, advies commissie Sorgdrager De voorzitter constateert dat de commissie dit agendapunt van de agenda heeft afgehaald. 11. Participatie én zeggenschap
1260
Wethouder: Oosters, Beleidsterrein: Participatie Geagendeerd door: EenUtrecht, Gert Dijkstra, D66 Utrecht, Berdien van der Wilt, PvdA Utrecht, Rick van der Zweth, Volt Utrecht, Ruud Maas, VVD Utrecht, Tess Meerding, CDA, Bert van Steeg, PVV, David Bosch, Christen Unie, Bina Chirino, GroenLinks, Fred Dekkers Pagina 26 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1270
1280
Gesprek in 2 delen: (A) eerst over ‘waar staan we’ én (B) vervolgens over ‘wat betekent dat voor onze ambities en inzet op participatie en zeggenschap? (A) Waar staan we en hoe organiseren we dat beter – samen met Utrechters? Vanuit EenUtrecht is er de wens om aan de hand van vier vragen na te gaan hoe we de huidige participatie en zeggenschap in de stad beoordelen en hoe we dat met elkaar mogelijk (nog) beter kunnen organiseren. Daarbij onderscheiden we (i) burgerparticipatie in het domein van de gemeente van (ii) zeggenschap met overheidsparticipatie; nader beschreven in de notitie ‘Op weg naar een Utrechts Sociaal Akkoord’.
De vier vragen zijn: (1) Vinden we dat het veel beter kan en moet met de participatie en zeggenschap in onze stad of gaat het al best goed? (2) Hoe belangrijk is het dat we inzetten op een te vernieuwen participatiecultuur bij de gemeente of is de huidige omgang (cultuur) met participatie en zeggenschap prima? (3) Hebben we behoefte (of niet) aan een gezamenlijke visie ‘van meepraten naar gedeeld eigenaarschap’ – met het onderscheid van burgerparticipatie versus zeggenschap bij burgers? (4) Helpt het ons als we de vernieuwing van participatie en zeggenschap in Utrecht (in opdracht van de gemeenteraad) laten adviseren/bekritiseren door een regiegroep met raadsleden, actieve en gelote burgers; bij voorkeur in een door de gemeenteraad in te stellen ZEGGENSCHAPSRAAD die tevens formeel functioneert als een adviescollege van de gemeenteraad als het gaat over participatie en zeggenschap? (B) Wat betekent dat voor onze ambities en inzet op participatie en zeggenschap? Aanvullend agenderen de fracties van D66 Utrecht, PvdA Utrecht, Volt Utrecht, VVD Utrecht, CDA, PVV, Christen Unie, GroenLinks mee vanuit de wens om een aantal recente ontwikkelingen op het gebied van participatie en het programma ‘samen stad maken’ te bespreken in de commissie.
De fractie betrekt daarin graag de beantwoording van de vragen over de toekomst wijkplatforms, de ambities als omschreven in het coalitieakkoord (waaronder ook het klimaatberaad) en de meest recente (nog te verwachten) updates o.a. vanuit opvolging motie 95 (Utrechts Burgerberaad) en motie 96 (Geef Utrechters meer invloed). Bespreking dient om meer richting te geven aan de invulling en uitvoering van de in het akkoord geschetste ambities op participatie en zeggenschap in samenhang met het lopende programma Samen Stad Maken.
1290
De voorzitter leidt de bespreking in aan de hand van de annotatie bij de agenda (zie hierboven). De bespreking is in één termijn. Hij stelt voor dat de raadsleden zelf in pragmatisch opzicht de knip maken tussen deel A en deel B; het gaat om één vergadering.
1300
1310
De commissie De heer Dijkstra (EenUtrecht) streeft ernaar fundamenteel anders om te gaan met participatie en zeggenschap. De reden daarvoor is het ongenoegen in de stad over dit onderwerp. Hij noemt het afschaffen van de wijkraden als voorbeeld waar het niet goed gaat en het sneuvelen van het enige referendumverzoek en tientalle petities die niet doorkomen en het steeds meepraten maar weinig meebeslissen in projecten. Slechts 34% van burgers geeft aan zich gehoord te voelen in projecten met participatie. In dit licht legt hij een drietal fundamentele zaken aan de commissie voor: (1) de erkenning dat het nu niet goed gaat met participatie en zeggenschap. (2) de erkenning dat de zogenaamde boze actieve burger boven alles een betrokken burger is die bijna altijd op zoek gaat naar draagvlak. Hij keert zich tegen het stigma de usual suspect die niet weet wat een zwijgende meerderheid wil. (3) de erkenning dat een deel van het openbare domein feitelijk een zaak is van de gemeenschap. Zijn droom is dat de gemeenteraad van geval tot geval nagaat of het een zaak is van de gemeente en binnen de kaders tot uitvoering en sturing overgaat dan wel dat het een zaak is van de gemeenschap en dat ook binnen de kaders van de buurtorganisaties een opdracht wordt meegegeven om iets uit te voeren of te beheren en zelf te sturen.
Hij krijgt graag de toezegging van de wethouder of zij deze drie fundamenten wil opnemen als primair uitgangspunt in het vernieuwde Samen Stad Maken. Hij vraagt de raadsleden of zij deze drie zaken erkennen mét zijn fractie.
Pagina 27 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1320
1330
1340
1350
1360
Mevrouw Kendir (Student & Starter) is het eens met heer Dijkstra dat het goed is wanneer Utrecht betrokken burgers heeft en dat vooral hun stem gehoord moet worden. Zij vraagt of de heer Dijkstra het met haar fractie eens is dat het belangrijk is te erkennen dat momenteel niet elke stem gehoord wordt en dat het belangrijk is dat wanneer participatie geregeld wordt daarin diversiteit kan bestaan zo dat het om de weerspiegeling gaat van wat Utrecht als geheel van mening is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dit heel goed om te horen. Ook zijn fractie ziet dit. Hij ziet tegelijkertijd dat de rol van de zogenaamde boze actieve burger daarin onderschat wordt. Veel meer dan nu gebeurt, is een beroep te doen op de betrokken burger om alle burgers te bereiken die de gemeente niet of moeilijk bereikt. Hij pleit voor een andere blik op de actieve burger. Die actieve burger doet vaak veel moeite om met zoiets als een petitie of via hun netwerk een hele buurt te proberen te bereiken. Vaak komen zij verder dan een professioneel bureau of een ambtenaar. De heer Bosch (PVV) benadrukt te zien dat het gaat om een groep die weinig divers is. Hele groepen mensen komen niet voorbij. Zij krijgt de indruk dat de heer Dijkstra dat wel prima vindt dat hij door wil gaan met de “usual suspects” en daarbij op te merken dat die mensen dan de anderen erbij gaan betrekken. Hij vraagt een nadere duiding.
Hij vindt dat heer Dijkstra te gemakkelijk er overheen gaat dat hele groepen niet bereikt worden in de stad. Hij weet dat in Overvecht steeds dezelfde mensen het woord voeren. Hij ziet in die mensen niet in goede verhouding staan tot de bevolking van Overvecht. Het lijkt alsof de heer Dijkstra dat wel goed vindt. Hij maakt uit zijn woorden op dat de heer Dijkstra dan zegt dat “de usual suspects” zich over hen gaan ontfermen. Hij vraagt hoe de heer Dijkstra dat wil veranderen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wilde vooral aangeven dat het streven zal moeten zijn iedereen te bereiken in een zo groot mogelijke diversiteit. Hij vindt dat de inbreng van de actieve bewoners onderschat wordt in de richting van het betrekken van de hele buurt. Hij pleit voor meer steun vanuit de gemeentelijke overheid. Het zou dan de gemeente kunnen zijn die de actieve bewoners ondersteunt opdat die actieve bewoners ondersteund worden om zoveel mogelijk in de haarvaten van de wijken te komen. Daarbij hebben ze extra steun nodig. De heer Bosch (PVV) vraagt of het wellicht de gemeente zou passen om uit het stadskantoor te komen en bij mensen aan te bellen in Overvecht of waar dan ook en te vragen naar wat zij ervan vinden; of zij met hun mening willen komen omdat zij er ook toe doen. Dat hoeft wat hem betreft niet via clubjes en gesubsidieerde groepjes; dat kan wat hem betreft rechtstreeks.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat in Overvecht ongeveer 50 wijkambassadeurs zijn. Hij merkt op dat dat al een stuk in de richting gaat; hij beschouwt dat als een tussenstap richting mensen die dat veel beter kunnen doen omdat ze zelf in de wijk wonen. Nog een stap verder is het aansluiten bij alle actieve organisaties in de wijk. De heer Bosch (PVV) vraagt of de heer Dijkstra met hem van mening is dat ambtenaren in de stad zouden moeten wonen waar ze werken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat dat geen verplichting moet zijn maar is ervan overtuigd dat dat wel enorm helpt. De heer Simşek (DENK) kan zich volledig aansluiten bij de interrupties van de heer Bosch. Hij is benieuwd naar de mening van de heer Dijkstra en hij vraagt hem of hij erkent dat het college alleen luistert naar burgers die dezelfde mening hebben als het college. Burgers die een andere mening hebben, haken daardoor ook af. Hij beschouwt dat als een essentieel probleem van participatie en zeggenschap in Utrecht. Pagina 28 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1370
1380
1390
1400
1410
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zou dat zo niet exact verwoorden. Hij ziet wel dat de gemeente bij heel veel plannen een vooringenomen idee heeft over waar het naar toe moet en te weinig openstaat voor wat gedurende het participatieproces ontdekt wordt in de wijk of in de buurt. Dat komt dicht bij de woorden van de heer Simşek. De heer Van Steeg (CDA) vindt dat het debat gebaat is bij duidelijkheid. Zowel participatie als zeggenschap moeten wat hem betreft worden verbeterd. Hij vraagt of participatie en zeggenschap wellicht duidelijk gescheiden moeten worden. Hij zou de samenleving graag meer verantwoordelijkheid willen geven. Voor participatie is veel duidelijkheid nodig als het gaat om de inbreng in het democratische proces. Daarbij gaat het ook over de rol van de raad, wat wel en wat niet kan en welke grenzen het stadsbestuur trekt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) bevestigt de juistheid daarvan. Hij probeert dat te doen met een derde punt: wanneer is het de zaak van de gemeente en wanneer is het een zaak van de bewoners? Dit kan wat hem betreft zowel in het fysieke domein als in het sociale domein: waar ligt primair het eigenaarschap? De heer Van Steeg (CDA) stelt voor dat onderscheid te blijven maken, juist ook om teleurstellingen te voorkomen. Dan geldt ook de vraag wat de gemeente meeneemt uit het democratisch proces.
Mevrouw Chirino (ChristenUnie) gaat in op de vraag van de heer Dijkstra of zij de drie punten erkent. Zij is het ermee eens de actieve burger positief in te zetten. Zij sluit zich daarbij aan. Dat neemt niet weg dat er nog veel werk te verzetten is en zij refereert daarbij aan de inbreng van de heer Bosch. Zij staat ook achter de gedachte van het gezamenlijk eigenaarschap over de openbare ruimte. Het eerste punt dat de heer Dijkstra noemde, erkent zij niet: niet alle participatie gaat verkeerd. Zij vindt dat een te breed statement. Zij vindt het ook een slecht bericht naar de inwoners. Zij vraagt of de heer Dijkstra het met haar eens is dat het gemeentebestuur specifieker moet zijn over wat er misgaat in welke vorm van participatie. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is blij te vernemen dat de ChristenUnie het tweede en het derde punt omarmt. Hij kan de gevraagde nuancering maken. Het gaat niet best wanneer gesproken wordt over burgerparticipatie in een gemeentelijk project of in projecten van derden. Hij vindt dat het gemeentebestuur daarover eerlijk moet zijn. Het helpt de gewenste verandering niet om dat te bagatelliseren of te ontkennen. In de vertegenwoordiging zijn wijkraden afgeschaft zonder dat daarvoor iets wezenlijks terugkwam. Ook dat gaat niet goed. Niet goed is nagedacht over alternatieve plannen.
Ten derde vindt hij dat in de afgelopen 10 jaar interessante stappen gezet zijn in overheidsparticipatie (zaken die de gemeenschap zelf kan doen; zelfbeheer, zelfstudie). Hij noemt de projecten die momenteel in zelfbeheer zijn. Die projecten lopen allemaal ertegen aan dat wanneer zij de volgende stap willen zetten, zij niet goed verder komen, dat het heel moeilijk is om uit te breiden, en dat ze merken dat ze niet in de goede relatie staan met de gemeente die hen nog steeds beschouwt als ontvangen zij subsidie terwijl ze een gelijkwaardig partnerschap willen. Op dat vlak is een goede zet stap gezet, maar is er nog een wereld te winnen. Hij hoopt dat de raad op een later moment nog kennis kan nemen van het voorbeeld van de gemeente Peel en Maas. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) dankt de heer Dijkstra voor het antwoord. Zij roept de heer Dijkstra op in de rest van zijn bijdrage iets specifieker te zijn over de verschillende vormen van Burgerparticipatie; gaat het om de zienswijze, de enquêtes, de
Pagina 29 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1420
1430
1440
1450
1460
informatiebijeenkomsten? Er zijn zoveel manieren van interactie tussen de gemeente en inwoners. Mevrouw Van der Wilt (D66) hoort de heer Dijkstra zeggen over dat er erkenning moet zijn van dat het belangrijk is; dat impliceert als is dat nog niet het geval. Deze bijeenkomst is al een duidelijk signaal dat het belangrijk gevonden wordt. Haar fractie heeft zich al jaren ingezet voor het referendum, het Burgerinitiatief, en recentelijk ook nog een burgerberaad. Dat zijn thema's die ontstaan zijn met de stad. Zij legt de vraag voor waarin nu energie te steken. Zij pleit ervoor de mooie elementen nu te realiseren en daarin alle energie te steken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) plaatst een kanttekening. De raad heeft besloten over te gaan tot een referendumverordening die zodanig in elkaar zit dat het bijna onmogelijk is om een referendum te organiseren; dan moeten er binnen zes weken 10.000 handtekeningen verzameld worden. Wanneer daarvan 12 weken gemaakt wordt, bestaat mogelijk nog een serieuze kans. Er zijn wat hem betreft zaken in gang gezet die nog niet werken. Veel wordt gesproken over burgerberaad en Burger budgetten en buurtbudgetten, en vaak is dat gestald in pilots of experimenten die net niet loskomen. Hij vraagt dat te erkennen. Mevrouw Van der Wilt (D66) kan dat onderschrijven. Zij refereert aan de agenderingstekst.
Zij wil voorkomen dat er nieuwe zaken worden opgetuigd terwijl er al zaken beter te realiseren zijn. De heer Dekkers (GroenLinks) brengt twee punten in, in de richting de heer Dijkstra. (1) hij is blij dat ook de heer Dijkstra zich verzet tegen de term usual suspects. Daarmee worden de actieven in de samenleving in een verkeerde positie gezet. Hij hoeft wat hem betreft geen tegenstelling te zijn tussen het betrekken van de doorzettende verbinders en inclusiviteit. Hij vraagt of de heer Dijkstra het met hem eens is dat het stadsbestuur er niet komt met alleen het betrekken van de doorzettende verbinders. Wat hem betreft heeft het stadsbestuur allerlei andere zaken nodig om richting de bewoners te gaan, meer mensen te bereiken op een manier die bij hen past. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het daarmee eens. De heer Dekkers (GroenLinks) brengt zijn tweede punt in: (2) erkenning dat het niet goed genoeg gaat. Hij vraagt of de heer Dijkstra ook wil erkennen dat als het gaat om wat opgeschreven is als beleid dat er eigenlijk heel veel goeds is. Het lukt niet altijd om het goed genoeg uit te voeren. Veel voorstellen die de heer Dijkstra noemde staan al in het beleid rondom Samen Stad Maken De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het daarmee niet eens in algemene zin; anders had hij dit onderwerp niet geagendeerd. De drie punten die hij noemde ontbreken in het beleid.
In het beleid staat niet erkend dat het onvoldoende goed gaat en dat er een aantal tandjes bij moeten. Er is niet erkend dat veel meer gebruik gemaakt moet worden van de groep die wel actief is. Hij is blij dat GroenLinks stelt dat die groep geherwaardeerd moet worden en waarderen in wat ze wel doen en wat ze wel kunnen. Ook wordt in het huidige beleid totaal niet erkend dat het verschil in het ene domein waarin de gemeentelijke organisatie recettes versus echt op zoek te moeten naar welke zaken fundamenteel over te laten zijn aan de buurt. Ook ontbreekt het doorpakken en concreet worden van het bestuur vaak in het huidige beleid. Burgers moeten tijdig betrokken worden maar nergens leest hij hoe tijdig moet worden ingevuld. Dat leidt ertoe dat in de inspraakverordening er nergens concreet staat waar en hoe een burger betrokken moet. Zijn fractie heeft bijna een jaar geleden daarvoor voorstellen gedaan hoe op vier plaatsen dat beter te organiseren is. Dat is destijds weggestemd in deze raad. Pagina 30 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1470
1480
1490
1500
1510
Punt van orde De heer Van der Zweth (PvdA) roept zijn collega's op de inbreng zo kort mogelijk te houden. Voortzetting van het debat De heer Dijkstra (EenUtrecht) vervolgt zijn inbreng. Hij merkt op dat zijn inbreng er niet op gericht is de raad zelf te laten beslissen, bedenken en besluiten. Daarom ook zijn voorstel een soort van zeggenschapsraad te organiseren met burgers en raadsleden die het stadsbestuur adviseert bij al deze stappen. Dat wordt al gedaan wanneer het om geld gaat in een adviescommissie Controle en Financiën. Dat bestaat totaal niet wanneer het gaat om zeggenschap en participatie. Hij verneemt graag van de wethouder en van de raadsleden of zij dit delen. Hij heeft bewust de invulling ervan niet gedaan. Hij laat dat open zodat dat gezamenlijk is te doen. Hij vraagt de toezegging van de wethouder om daarover actief mee te denken en het gezamenlijk uit te werken tot een voorstel. Hiermee rondt hij zijn inbreng af. Mevrouw Van der Wilt (D66) begint haar bijdrage vanuit de agendering B. Zij verwacht dat daarin ook iets van het voorgaande terugkomt. Dit onderwerp gaat haar aan het hart.
Utrecht is in de ogen van haar fractie een stad waarin Utrechters zich betrokken voelen bij de koers van de stad en zich ook uitgenodigd voelen om daaraan zelf een bijdrage te leveren en waar inwoners zich zo kunnen organiseren en mogelijkheden hebben dat te realiseren door onder meer gebruik te maken van het Initiatievenfonds, door samen te besluiten waar het geld heen gaat met een buurtbegroting maar ook door hun stem te laten horen in het burgerberaad of door het organiseren van een Burgerinitiatief of agendering. Daarvoor heeft haar fractie zich in de afgelopen jaren hard gemaakt. Zij zou dit graag willen realiseren in de komende vier jaar. Tegelijkertijd ziet zij dat de stad voor een aantal grote uitdagingen staat. In de woningcrisis zet het stadsbestuur alles op alles om te bouwen voor bestaande en voor nieuwe Utrechters. Utrecht wil een stad zijn waarin het ook in 2030 nog veilig is om in te wonen. Deze maatschappelijke vraagstukken vragen nu om leiderschap en keuzes voor huidige en volgende generaties. Dat maakt dat het stadsbestuur soms in een lastig parket zit; over niet alles valt meer te participeren wanneer het stadsbestuur recht wil doen aan die desbetreffende politieke opdracht. Wat haar fractie betreft moet het bestuur daar zeker in de aankomende jaren vaker helderheid over verschaffen.
Dat betekent niet bij voorbaat minder participatie of initiatief, maar wel meer duidelijkheid en scherpte naar het bestuur zelf naar de stad als het gaat om de vormgeving van participatie en zeggenschap. Haar fractie participeert liever minder vaak als maar geparticipeerd wordt met hogere kwaliteit en mandaat. Mevrouw Van der Wilt is heel benieuwd naar de reactie hierop van de wethouder en de commissie in verdere bijdragen. De heer Bosch (PVV) vraagt of D66 kan aangeven waarop dan wat die fractie betreft niet meer geparticipeerd hoeft te worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft daarvoor enkele voorbeelden. Recentelijk ontving zij een brief over het parkeerbeleid. Zij las daarin de zin dat het college zich kan voorstellen dat mensen het niet fijn vinden dat betaald parkeren uiteindelijk in de hele stad gaat komen. Maar daarvoor is gekozen. Het college gaat dan vooral kijken op welke manier dat betaald parkeren wordt ingevoerd. Dat is pijnlijk wanneer dat zo in een brief staat. Tegelijkertijd is het een voorbeeld van eerlijkheid over dat daarin Pagina 31 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1520
1530
1540
1550
1560
geen beweging zit. Zij zou liever over andere thema’s beschikken. Deze komt als eerste naar boven bij haar. De heer Bosch (PVV) merkt op dat D66 daarmee direct aangeeft dat participatie een leuk iets is maar dat het niet te gek moet worden. Wanneer bewoners daadwerkelijk geen betaald parkeren willen, zegt D66 dat dat door het bestuur al besloten is. Hij vraagt waarom D66 dit niet overlaat aan de bewoners. Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt ontkennend als het gaat om de keuze van de onderwerpen. Zij attendeert op het burgerberaad zoals ingebracht door haar fractie; dat mag wat haar betreft gaan over alle thema's waarover inwoners zich willen uitspreken. Het gaat haar erom dat de samenleving ook een democratie is waarin mensen stemmen en waarin mensen een vertegenwoordiging kiezen die hun idealen uitdraagt. Dan is parkeren een spannende. Maar wanneer het dan over het klimaat gaat en er zijn meerdere partijen die daarvoor staan in het college en die voor het klimaat willen opkomen, vindt zij dat ook over het reduceren van de impact van de klimaatcrisis niet te onderhandelen is. Wel is te spreken over hoe dat in te vullen. De heer Bosch (PVV) begrijpt hieruit dat D66 niets doet met punten waarbij het erom gaat. Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat dit andere woorden zijn dan zij heeft gezegd. Die legt de heer Bosch nu in haar mond.
Zij vindt dat politiek ook betekent dat mensen erop mogen vertrouwen dat hun stem tot een bepaalde koers leidt in de stad. Wanneer die bepaalde koers valt op een duurzamere stad, valt wat haar betreft daarover niet te twisten. Uiteraard valt er wel te twisten over de manier van invulling. Maar die ambities gaan dan niet omlaag. Mevrouw Meerding (VVD) kan meevoelen met mevrouw Van der Wilt. Zij kan de lijn die ze uitzet volgen. Zij vindt parkeren wel het slechtst mogelijke voorbeeld als het gaat om onderwerpen waarover niet mee te praten valt. Zij vraagt of mevrouw Van der Wilt het met haar eens is dat juist het invoeren van betaald parkeren in de hele stad ontzettend veel impact heeft op bewoners en dat dat een onderwerp zou moeten zijn waarover bewoners kunnen meepraten. Mevrouw Van der Wilt (D66) wil het beeld niet laten ontstaan dat zij vindt dat inwoners niet mogen meepraten. Zij heeft dat niet gezegd. Zij heeft de duidelijkheid in de brief geroemd. Over de uitkomst wordt niet meer gediscussieerd; dat is niet meer te veranderen. Het geeft frustratie wanneer de indruk gewekt wordt als zou dat nog te veranderen zijn. Wel is er te spreken over onderwerpen als op welke manier dit in de wijken draaglijk te maken is, ook voor lage inkomens. Het gaat haar nu vooral om het kader. Mevrouw Meerding (VVD) begrijpt wat mevrouw Van der Wilt zegt.
Toch maakt zij zelf een hele andere afweging. Zij bevestigt dat het belangrijk is te praten over hoe de beslissing uit te rollen. Zij benadrukt van mening te zijn dat over een dergelijk onderwerp participatie georganiseerd moet worden. Zij bevestigt dat het belangrijk is vooraf duidelijkheid te geven. Zij vindt dat het college hiermee de plank misslaat. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt de opvatting dat soms het stadsbestuur heel duidelijk moet zijn waarover niet geparticipeerd kan worden; hij beschouwt dat als kader dat vastgelegd moet worden. Hij vraagt of mevrouw Van der Wilt ook ziet dat dan ook tegelijkertijd de duidelijkheid gegeven moet worden bij welke stedelijke dilemma's bewoners betrokken moeten worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) gaat ervan uit dat de heer Dijkstra nu één voorbeeld in gedachten heeft waaraan hij nu refereert waarbij het niet de insteek was wat vorm Pagina 32 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1570
1580
1590
1600
1610
betreft hoe het bij een burgerberaad zou moeten. Zij deelt die observatie niet. Zij deelt wel dat de raad kritisch moet nadenken over het niet dichttimmeren van het hele verhaal en mensen daadwerkelijk over zaken te laten meepraten als het gaat om zaken waar het schuurt en waar het spannend is. Aan de andere kant is er ook een college dat zich heeft gevormd met de meerderheid waarbij mensen erop vertrouwen dat het politieke bestuur een politieke opdracht neerzet. Daartussen zit een spanningsveld. Zij vindt het dan interessant om met het burgerberaad na te gaan op welke manier en met welke thema's het bestuur aandurft dit juist wel te doen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt zijn tweede punt net zo belangrijk. D66 zegt aan de ene kant dat duidelijkheid te geven is over waarop mensen geen invloed hebben en niet kunnen participeren, maar tegelijkertijd zegt D66 dat gekeken moet worden naar de kwaliteit van waarover ze wel kunnen meespreken. Hij vindt dat kwaliteit de lading niet dekt. Hij is het er over eens dat het stadsbestuur veel duidelijker moet zijn over op welke terreinen Utrecht in de buurten en in de wijken wel kunnen meebeslissen. Dan gaat het niet alleen om kwaliteit, maar ook om eigenaarschap/meebeslissen over wat bewoners zelf kunnen bepalen. Mevrouw Van der Wilt (D66) is het daarover eens.
De heer Stam (VOLT) hoort D66 spreken over minder participeren maar dan met meer kwaliteit. Hij maakt zich zorgen over het vertrouwen van de burger in de gemeentelijke politiek. Luistert de politiek en de mensen in de stad? Hij vraagt hoe mevrouw Van der Wilt de door haar geschetste lijn te kunnen volgen zonder het vertrouwen van de burger verder te beschadigen. Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft niet gezegd dat er minder geparticipeerd moet worden. Zij heeft gezegd liever minder participeren maar met hogere kwaliteit en mandaat juist om de redenen die de heer Stam noemde. Te zien is dat in verhouding steeds meer mensen participeren, maar dat ze minder vaak de idee hebben dat ze echt worden gehoord en dat er iets mee wordt gedaan. Daarin zit de crux in wat zij zegt. Wat haar betreft mag het stadsbestuur goed kritisch zijn op de beslissing waarover het bestuur de mensen laat meepraten. De raad heeft daarin een sturende rol; dit is gezamenlijk vorm te geven. Wanneer de inwoner dan inbreng levert, moet die inwoner dan ook echt het mandaat hebben. Dat draagt meer bij aan het vertrouwen. De heer Stam (VOLT) vindt dit een mooi antwoord. Zijn tweede vraag betreft het klimaatberaad en dat over de uitdaging van de klimaattransitie niet te onderhandelen is. Hij vraagt D66 of die fractie mogelijk met hem denkt dat eigenlijk de Utrechtse bewoner vaak meer wil dan wat de raad bewerkstelligt.
Wat hem betreft kan het stadsbestuur vertrouwen hebben in de Utrechter die de ambities hoog houdt in een eventueel beraad. Mevrouw Van der Wilt (D66) zou dat interessant vinden, wanneer de inwoners meer willen dan de raad zou willen. Zij is benieuwd hoe dat er uit gaat zien. Wat haar betreft laat het stadsbestuur zich daarin verrassen. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) zoekt samen met mevrouw Van der Wilt en heeft het gevoel op een aantal politieke onderwerpen uit te komen wanneer het stadsbestuur gaat selecteren. Zij vraagt of mevrouw Van der Wilt andere kaders heeft waarlangs zij de selectie zou willen maken; moet dat dan gaan over financiële investering, over of het een controversieel onderwerp is of niet? Langs welke lijnen wil mevrouw Van der Wilt dat het college keuzes gaat maken? Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat een goede vraag. Zij staat in die zin open voor wat de heer Dijkstra zojuist noemde over een verband waarin partijen elkaar scherp houden; het gaat dan om zowel raadsleden als inwoners. Bij een burgerbePagina 33 van 54
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare fysieke vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 24 november 2022
1620
1630
1640
1650
raad is dat een panel. Zij beschouwt grootstedelijke vraagstukken als lastig om alles open te gooien, terwijl zij zaken in de wijken ziet als eenvoudiger om op de participeren. Zij zou hiervan willen leren als raad om daarop scherper te zijn. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) denkt dat mevrouw Van der Wilt onderscheid maakt tussen een technisch onderwerp, een breed stedelijke onderwerp of een onderwerp in de wijk. Ze kan zich voorstellen dat een dergelijke scheiding gemaakt wordt. Zij proeft als zegt mevrouw Van der Wilt dat niet getornd mag worden aan wat in het coalitieakkoord staat en aan wat daarbuiten zit. Het lijkt haar goed daarvoor harde lijnen af te spreken om het apolitiek te maken of het nu gaat via een panel of niet. Mevrouw Van der Wilt (D66) vervolgt haar inbreng in haar termijn. Zij is blij dat in het akkoord het thema participatie en zeggenschap de aftrap vormt. Ook haar fractie maakt zich zorgen waarmee zij ingaat op de vraag van de heer Dijkstra. Zij vindt in de uitwerking van de ambities in de meest recente brieven de scherpte en de urgentie ontbreken maar ook de schwung. Een hoop is al mogelijk in Utrecht als het gaat om initiatief. In het akkoord staan mooie ambities, maar het stadsbestuur moet het nu echt realiseren, bekend maken en uitdragen als college, ambtenaren en de raad.
Zij ziet die energie graag terug in de uitwerking van Samen Stad Maken begin volgend jaar met daarin wat haar fractie betreft ook duidelijkere en concretere doelen en een meerjarenplanning zo dat er meer zicht komt op het antwoord op de vraag of het stadsbestuur op de goede weg is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of hij D66 nu hoort zeggen dat het nu vooral een kwestie is van meer schwung aanbrengen en meer uitdragen. Of zegt D66 dat het ook echt anders moet op onderdelen? Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat het vooral er al is het maar dat zij de idee heeft dat mensen de weg niet weten richting de realisatie en dat het stadsbestuur het niet altijd goed uitdraagt zodat er frustratie ontstaat en dat het meepraten toch eigenlijk anders uitpakte. Zij bevestigt dat het beter kan. Zij zegt niet dat alles op zijn kop moet en dat er heel nieuw plan voorgelegd moet worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waar D66 het echt anders wil om de participatie en zeggenschap te verbeteren. Mevrouw Van der Wilt (D66) komt daarover terug in haar verdere betoog. Zij noemt drie instrumenten: (1) burgerberaad. Zij vindt dat een belangrijke ambitie. In dat licht noemt zij motie 96 van haar fractie. Zij ziet uit naar de uitwerking. Haar fractie is blij dat in de programmabegroting brede steun kwam om daaraan een vliegende start te geven.
Zij vindt dat daarin ook een mooi initiatief ligt van EenUtrecht. Zij hoopt dit enthousiasme terug te zien in het voorstel. (2) Het wijkplatform; haar fractie is blij dat na eerdere mondelinge en schriftelijke vragen de wethouder en de wijkplatforms samenwerken aan het Voorstel van de Toekomst. Haar fractie vindt het in de uitwerking belangrijk dat het wijkplatform meer positie krijgt en dat het geen one size fits all-oplossing wordt. Te zien is dat iedere wijk een eigen dynamiek heeft, andere inwoners; een wijkplatform zou daarop ingericht en gefaciliteerd moeten worden. Zij ziet het graag meer terug in de uitwerking. De heer Van der Zweth (PvdA) kan zich een wijkplatform meer in positie goed voorstellen. Hij vraagt of D66 denkt aan het weer terugbrengen van de adviesfunctie. Mevrouw Van der Wilt (D66) bevestigt dat dat belangrijk is om daar naar te kijken. Vaak halen wijkplatforms al het nodige op en hebben zij de mogelijkheid om de raad daarover goed te informeren. Zij beseft dat de ene wijk dat beter doet dan de andere. Pagina 34 van 54