Conceptverslag VOWE 5 oktober def
Tekst van het document
5
10
Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door
5 oktober 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Judith Dubero (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
20
De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouder, mw. W. Kok (de griffier), dhr. E. Eerenberg, de leden, dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. I. Şimşek (DENK), mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. B. van der Wilt (D66), mw. L. Bode (Volt), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. H. Assen (PvdA), mw. E. Kendir (Student & Starter), mw. L. de Vries (PvdD), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie)
Afwezigen
geen afwezigen gemeld
Inhoud 25
30
1. Opening……………………………………………………………………………………………… 2. Vaststellen van de agenda van de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie van 5 oktober 2023………………………………………………………………………… 2 3. Vaststellen ingekomen agenderingen………………………………………………………..……..2 4. Verslagen………………………………………………………………………………………….……2 5. Toezeggingen/moties……………………………………………………………………………….…3 6. Lijst ingekomen stukken………………………………………………………………………………3 7. Raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging 2023-2 GGDrU…………………………………..3 8. Raadsvoorstel Utrechtse Onderwijs Agenda 2023-2026…………………………………………3
1. 35
Opening
De voorzitter opent de vergadering om 14.00 uur en heet mevrouw Alma van Bommel, voorzitter van het Utrechts Ombudsloket, speciaal welkom.
Pagina 1 van 36
2. Vaststellen van de agenda van de commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en economie van 5 oktober 2023 5
De voorzitter vraagt of de commissie agendapunt 7: Raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging 2023-2 GGDrU wil bespreken. Dit is niet het geval. Agendapunt 7 wordt van de agenda afgehaald en als a-punt doorgeleid naar de eerstvolgende raadsvergadering.
3.
Vaststellen van ingekomen agenderingen
10
Raadsvoorstel ‘Vermaakje’ De voorzitter vraagt of er behoefte is aan een RIB. Dit is niet het geval. Dit agendapunt wordt voor de commissievergadering van 23 november geagendeerd voor 60 minuten.
15
Raadsvoorstel voordracht en herbenoeming leden RvT voor de stichting Primair Onderwijs Utrecht Mevrouw Bode (Volt) wil dit punt tijdens de volgende commissievergadering bespreken. Dit is niet de eerste keer dat de procedure niet goed is doorlopen. De raad wordt veel te laat in positie gesteld. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat de VVD mee-agendeert. Dit punt wordt geagendeerd voor de volgende commissievergadering van 23 november 2023 voor 15 minuten.
20
25
30
35
3.1 Agenderingen te plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Tijdens de vorige vergadering is besloten voor Onderwijs en Huisvesting een debat te voeren. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) meldt dat er een meerjarenstrategie komt voor huisvesting. GroenLinks wil hierover een RIB en een commissiedebat. Dit wordt georganiseerd. Het gaat om de toekomstvisie en hoe de raad beter kan sturen op het proces. De voorzitter geeft aan dat de RIB op 14 november 2023 gepland is en op 23 november 2023 voor de commissievergadering voor 75 minuten. De agenderende fracties zijn: GroenLinks, Volt, CDA, EenUtrecht en de VVD. PvdA, Stadsbelang Utrecht, PvdD en DENK sluiten zich daarbij aan. Over de Basisbanen is een RIB geweest, geïnitieerd door de PvdA en EenUtrecht. Deze fracties willen hierover een commissiedebat. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat de PvdA, GroenLinks, D66 en de ChristenUnie zich daarbij aansluiten. De VVD komt met een aparte agendering. Zij stelt voor het agendapunt voor 120 minuten te agenderen op de commissievergadering van 23 november 2023. De heer Van Steeg (CDA) agendeert mee.
4.
Verslagen
Het verslag van de openbare vergadering van 7 september 2023 wordt ongewijzigd vastgesteld, evenals het verslag van de besloten vergadering van 7 september 2023.
Pagina 2 van 36
5.
5
Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst erop dat toezeggingen 328 en 315 dezelfde toezeggingen betreffen. Deze toezeggingen worden samengevoegd. Verder informeert zij naar de stand van zaken van toezegging 507. Wethouder Eerenberg meldt dat hierop wordt teruggekomen in november 2023. Mevrouw Van der Wilt (D66) meldt dat de toezegging was dat dit in Q3 2023 gebeurt. Zij wil weten waarom dit niet is gelukt. De regeling geldt ten slotte voor het najaar van 2023.
6. 10
Toezeggingen/moties
Lijst ingekomen stukken
Er zijn geen ingekomen stukken.
7. Raadsvoorstel zienswijze begrotingswijziging 2023-2 GGDrU Dit agendapunt wordt niet besproken. 15
8.
20
25
30
35
40
Raadsvoorstel Utrechtse Onderwijs Agenda 2023-2026
Eerste termijn Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) meldt dat GroenLinks veel mooie ambities ziet in de Utrechtse Onderwijs Agenda. Er is veel aandacht voor de sociale en emotionele ontwikkeling van kinderen en jongeren, voor het wegnemen van drempels als het gaat om doorlopende leerlijnen en -methoden. Ook de aandacht voor voorschoolse educatie en het traject speciaal onderwijs is zeer positief. Tegelijkertijd is er nog veel onduidelijk. Hierover heeft GroenLinks vragen en kanttekeningen. Concrete doelstellingen en afspraken worden gemist. In de begeleidende brief wordt wel gesproken over het belang hiervan, maar deze agenda biedt minder houvast dan de vorige agenda. Mevrouw Vermeulen vraagt de wethouder of hij de raad kan informeren wat de stand van zaken is ten opzichte van de vorige agenda, of er een evaluatie is geweest, wat de stand van zaken in 2026 zal zijn, hoe dit bereikt gaat worden, welke ambities en investeringen er nodig zijn en of de wethouder een concretisering van deze agenda kan toezeggen. GroenLinks mist aandacht voor verschillende onderwerpen. Vandaag brengt mevrouw Vermeulen daarvan drie naar voren: gelijke kansen, inclusief onderwijs en onderwijs en sociaal maatschappelijke waarden. GroenLinks wenst een aparte paragraaf over gelijke kansen in het onderwijs. Dit thema komt een beetje terug bij thema 5 over eigen ontwikkeltempo.
Hier gaat het over leerrechten, het wegnemen van drempels en een onderwijssysteem met drie lagen van 0 tot 18 en brede brugklassen. Dit juicht GroenLinks toe, maar een echte brede brugklas wordt nog gemist, evenals een concrete uitwerking van onderwijs van 0 tot 18. Als onderwijs van 0 tot 18 op één plek in de stad wordt georganiseerd kan dit leiden tot eliteonderwijs en een toename van segregatie. Mevrouw Vermeulen vraagt de wethouder om een toezegging dit nader uit te werken. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waarom GroenLinks vreest dat 0 tot 18 onderwijs elitair wordt. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat het concept niet elitair is, maar dat alle kinderen er gebruik van moeten kunnen maken. Pagina 3 van 36
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vervolgt haar betoog.
5
10
15
20
In de agenda wordt gesproken over ontwikkelen in eigen tempo en eigen leerlijn als referentiepunt. Dit is zorgelijk. Er wordt door het onderwijs en de inspectie gewaarschuwd dat dit kansenongelijkheid kan vergroten. Het kost leerkrachten veel tijd en moeite om te werken aan deze thema’s. Voorkomen moet worden dat kinderen die hier het meeste behoefte aan hebben juist minder kansen krijgen. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt waarom het inzetten op een eigen unieke ontwikkellijn van een leerling bijdraagt aan het vergroten va kansengelijkheid. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat hoe de leerlijn neergezet wordt sterk afhangt van hoe dat gedaan wordt en door wie en van het ontwikkeltempo van de leerling. Het risico bestaat dat er te lage verwachtingen zijn. Mevrouw Kendir (Student & Starter) constateert dat er een gelijk speelveld gecreëerd moet worden zodat iedereen gelijke kansen heeft. Zij vraagt of GroenLinks het ermee eens is dat zodra dat gelijke speelveld er is er wel gefocust kan worden op de unieke leerlijn. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat om een gelijk speelveld te krijgen het belangrijk is dat leerkrachten voldoende gefaciliteerd worden en dat er geen verschillen tussen scholen ontstaan. Als een leerlijn is vastgesteld, is het heel moeilijk daar weer uit te komen. De leerlingen moeten daartoe juist worden uitgedaagd.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vervolgt haar betoog.
25
30
35
Op het thema inclusief onderwijs wordt niet expliciet gemaakt hoe iedereen mee kan doen en hoe hiermee bij de huisvesting rekening gehouden kan worden. Het thema multifunctionele ruimten biedt bijvoorbeeld kansen om te komen tot een inclusieve en uitdagende leeromgeving voor medewerkers, ouders en leerlingen. Hier kunnen speciaal en regulier onderwijs samenkomen. Deze ambitie komt te weinig terug. Mevrouw Vermeulen vraagt de wethouder om een toezegging dat dit punt terugkomt in de plannen. Aandacht voor de individuele ontwikkeling is mooi, maar gemist wordt dat onderwijs voorbereidt op de maatschappij. Onderwijs is de schakel tussen de arbeidsmarkt en de samenleving en heeft daarmee een grote maatschappelijke waarde. GroenLinks is benieuwd hoe Utrecht naar aanleiding van de zorgen van de Inspectie bezig is met het burgerschapsonderwijs in het voortgezet onderwijs. GroenLinks wenst dat er aandacht komt voor de collectieve rol van het onderwijs. Sociaal maatschappelijke waarden raakt aan de rol van de professionals die werken in het onderwijs. Er moet aandacht zijn voor het beter organiseren van het opleiden en het werken in het onderwijs. De leerkracht moet centraal staan, moet meer ruimte krijgen om makkelijker in te stromen in het onderwijs zonder dat de kwaliteit en het lesplezier in het geding komt.
GroenLinks roept de wethouder op te komen met een lerarenagenda waarin dit verder wordt uitgewerkt.
40
45
Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat de PvdA worstelt met het punt van anders organiseren. Dit kan gezien worden als een efficiencyslag. Zij vraagt hoe GroenLinks denkt dat dit wel goed kan uitpakken. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat er gesproken kan worden over beter organiseren. Er moet meer flexibiliteit komen voor leerkrachten zodat zij mogelijkheden krijgen zichzelf verder te ontwikkelen. Bij de instroom worden drempels ervaren. GroenLinks wil de lerarenagenda gebruiken om deze discussie goed op papier te zetten. Mevrouw Assen (PvdA) Pagina 4 van 36
5
10
15
vraagt of het lerarentekort leidend is om dit vorm te geven. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat het lerarentekort één van de redenen is dit vorm te geven, maar ook de veranderende samenleving. Het is een bredere ontwikkeling waarbij gekeken moet worden wat de taak van de leerkracht is, hoe deze kan doorstromen en welke ontwikkelingsmogelijkheden deze heeft. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wat mevrouw Vermeulen beoogt met de lerarenagenda. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat zij een extra uitvoeringsagenda wenst om samen met Utrecht Leert, onderwijspartners en de gemeente Utrecht te bekijken wat mogelijk is en wat van elkaar geleerd kan worden. GroenLinks vindt het nodig dit aanvullend te doen. De gemeente heeft hierin een regierol. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt zich af of een lerarenagenda nodig is. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of het niet beter is de leerkrachten nogmaals te vragen op de Utrechtse Onderwijs Agenda te reflecteren in plaats van een lerarenagenda te maken. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat dat de leerkrachten meegenomen moeten worden, maar dat zij een apart plan wil hebben. Er is verdere verdieping en uitwerking nodig. Een lerarenagenda kan bovendien Utrecht Leert versterken.
20
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vervolgt haar betoog.
25
Er is zoals gezegd een verdere uitwerking nodig en duidelijk moet worden hoe de verschillende thema’s zich tot elkaar verhouden want deze raken elkaar. Sommige onderdelen komen uit de wet, andere zijn nog onduidelijk. Het is niet duidelijk wat de Utrechtse kleur is. Zij vraagt de wethouder om een toezegging de raad hierover te informeren. Uit het werkveld komen kritische geluiden over de Utrechtse Onderwijs Agenda. Ook hebben ouders en leerkrachten maar beperkt meegedacht. GroenLinks vraagt de wethouder om een evaluatie en concrete procesafspraken om zo de regierol te nemen. Ouders en leerkrachten moeten in het vervolg een prominente rol krijgen.
30
35
40
45
Mevrouw Kendir (Student & Starter) memoreert dat eerder is gesproken over dit raadsvoorstel waarbij de raad belangrijke punten heeft meegegeven. Student & Starter benoemt een aantal punten die opvallen. Bij de versterking van professionals in het onderwijs wordt gesproken over ondersteuning voor zijinstromers en flexibele carrièremogelijkheden. Hier wordt de stagevergoeding gemist. Een ander punt dat opvalt is de uitspraak dat de Utrechtse Onderwijs Agenda kinderen gelijke kansen wil bieden door met het onderwijs aan te sluiten bij het tempo waarin kinderen zich ontwikkelen op basis van een gezamenlijk Utrechts beeld van de basisschoolontwikkeling. Deze uitspraak suggereert dat gelijke kansen en de ontwikkellijn van het kind hetzelfde zijn. Hierin moet onderscheid gemaakt worden. Het een heeft te maken met het creëren van een gelijk speelveld voor alle kinderen, het ander met het erkennen van de individuele ontwikkeling van elk kind. Wat betreft het creëren van gelijke kansen wordt aangegeven dat ongelijk geïnvesteerd gaat worden door op wijkniveau te kijken wat er speelt. Dit is een goed punt, maar Student & Starter pleit ervoor om nóg verder te gaan en dit ook de doen door onevenredig te investeren in scholen. Daarnaast pleit Student & Starter ervoor om bij nieuwbouw van scholen ruimte te bieden aan scholen die meerdere onderwijslagen hebben dan bijvoorbeeld alleen het vmbo.
Dit kan bijdragen aan de kansen en de beeldvorming van het vmbo en het mbo en op die manier is doorstroming makkelijker. In het nieuwe strategische huisvestingsplan kan dit een plek Pagina 5 van 36
5
10
krijgen. Digitalisering moet niet als doel op zich worden gezien in het onderwijs. Scholen moeten kritisch kijken naar de effectiviteit en de impact van digitale leermiddelen. Student & Starter wil dit terugzien in de Utrechtse Onderwijs Agenda. Het is goed dat de Utrechtse Onderwijs Agenda ingaat op mentale gezondheid, maar dit is slechts gericht op kinderen tot 12 jaar. Student & Starter ziet dit graag uitgebreid. Samenwerking met het maatschappelijk middenveld is belangrijk. Dit wordt niet teruggelezen, de Utrechtse Onderwijs Agenda gaat alleen in op de samenwerking met het mkb. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat de Algemene Onderwijsbond (AOb) in een brief heeft laten weten dat de leraren onvoldoende betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de Utrechtse Onderwijs Agenda. De VVD vraagt wat er met de Utrechtse Onderwijs Agenda precies gevraagd wordt en wat de rol van de gemeente hierin is. Net als GroenLinks had de VVD meer concretisering verwacht. Wat de VVD betreft moeten het mkb en het bedrijfsleven toegevoegd worden.
15 Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of de VVD ook vindt dat het maatschappelijk middenveld toegevoegd moet worden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt bevestigend. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vervolgt haar betoog. 20
25
De VVD vindt dat slechts deels is voldaan aan de ouderbetrokkenheid te verwerken in de Utrechtse Onderwijs Agenda. Er wordt kort op in gegaan, maar het gaat erom dat ouders betrokken worden bij de keuzes die gemaakt worden voor hun kind en dat zij de primaire verantwoordelijkheid dragen voor hun kind. De toezegging is onvoldoende uitgewerkt. Toegezegd is dat de referentieniveau’s een plek zou krijgen in de Utrechtse Onderwijs Agenda. Dit staat er niet in. De VVD wil weten waarom niet. Bij het thema ontwikkellijn op eigen tempo wordt de voorbereiding van de leerling op het mbo, hbo en wo gemist. De ontwikkellijn moet gaan over de leerling, wat er bij de leerling past en welk vervolgonderwijs de leerling gaat volgen. Mevrouw AlSaqaff vraagt de wethouder toe te zeggen dit toe te voegen.
30
35
40
45
Mevrouw Bode (Volt) vindt het positief dat er focus is op sociale en emotionele vaardigheden. Volt heeft twee grote punten van kritiek. Er zijn te weinig leraren betrokken geweest bij het opstellen van de agenda. Er zijn gesprekken geweest met 150 professionals, waaronder 40 leraren en schoolleiders. Het is de vraag hoeveel invloed deze hebben gehad. Daarnaast zijn de lerarenbelangengroepen helemaal niet betrokken. Volt is daarnaast kritisch over de brede basisopleiding die in de agenda wordt genoemd. Over dit idee is landelijk ophef en er is grote weerstand hiertegen onder de beroepsgroep. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat er goede dingen in de Utrechtse Onderwijs Agenda staan, maar heeft ook punten van aandacht. D66 had meer ambitie en concreetheid verwacht. Er worden grotere stippen op de horizon verwacht. Ook D66 vraagt naar de betrokkenheid van leerkrachten. Daarnaast vraagt D66 hoe de raad op het proces kan sturen. D66 vraagt de wethouder of hij wil komen met één uitvoeringsagenda in plaats van losse plannen met extra verdieping vanuit de ambitie van het coalitieakkoord. Zij vraagt de wethouder of hij dit kan toezeggen. Er zijn een aantal punten die verdieping verdienen zoals het tegengaan van segregatie en gelijke kansen, sociale vaardigheid en anti-pestgedrag, opdoen van praktijkervaring en schoolgebouwen. De focus ligt in Pagina 6 van 36
de agenda op het primair onderwijs terwijl de verbinding met het voortgezet onderwijs, het mbo en het hbo heel belangrijk is. Dit kan in de uitvoeringsagenda meegenomen worden. Zij vraagt de wethouder dit toe te zeggen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
Mevrouw De Vries (PvdD) sluit aan bij de opmerkingen over de concreetheid van het document en de aansluiting bij de vorige Utrechtse Onderwijs Agenda. Het is lastig te bepalen waar de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid van de gemeente ophoudt als het gaat over onderwijs. De PvdD beperkt zich tot twee punten: groene schoolpleinen en lessen op basisscholen voor hengelaars. Het is goed dat er aandacht is voor multifunctionele faciliteiten en duurzame natuur en inclusief ruimtegebruik. Het college heeft eerder aangegeven in gesprek te gaan met scholen over groene schoolpleinen. Hiervoor komen minder aanvragen dan voorheen. De PvdD vraagt wat de reden daarvoor is. Mevrouw Assen (PvdA) is ook voorstander van groene schoolpleinen. Hiervoor moet subsidie worden aangevraagd. Zij vraagt hoe de PvdD aankijkt tegen het feit dat er veel te veel subsidies zijn. Mevrouw De Vries (PvdD) vindt ook dat er veel subsidies zijn, maar de subsidie voor groene schoolpleinen is noodzakelijk. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of het uitgangspunt van ongelijk investeren hier ook geldt. Mevrouw De Vries (PvdD) antwoordt bevestigend. Mevrouw De Vries (PvdD) vervolgt haar betoog. Zij verzoekt de wethouder te reflecteren op voorgaande. Eerder heeft het college toegezegd in gesprek te treden met de hengelaarsvereniging over de vislessen die gegeven worden op de Utrechtse basisscholen.
Hengelen veroorzaakt ernstig dierenleed. Dit hoort niet thuis in het onderwijs. De PvdD sluit aan bij opmerkingen die andere fracties hebben gemaakt over gezonde schoollunches, gelijke kansen en tegengaan van segregatie, de inbreng van de leerkrachten, ouders en de buurt, de stagevergoeding en de mentale gezondheid. Mevrouw Assen (PvdA) vindt dat elk kind recht heeft op kwalitatief goed onderwijs en waar ongelijkheid bestaat, moet dit hard bestreden worden. Dit moet onder andere gebeuren door ongelijk te investeren en segregatie tegen te gaan. De PvdA mist de urgentie om dat te bereiken. Er wordt gesteld dat Utrecht het goed doet op terrein van Utrechtse kindcentra, buitenschoolse opvang, voorschoolse educatie en multifunctionele accommodaties. Hierbij wordt niet vermeld wat er meer of beter moet, wat de relatie is met ongelijk investeren, segregatie bestrijden en zonder te beschrijven wat bijvoorbeeld het gebrek aan plekken of personeel is. Hierop moet extra geïnvesteerd worden. In de programmabegroting staat dat er nieuwe Utrechtse kindcentra worden ontwikkeld in wijken die vanuit ongelijk investeren niet direct voor de hand liggen. Mevrouw Van der Wilt (D66) kan zich voorstellen dat bij nieuwbouwprojecten direct wordt ingezet op een kindcentrum. Dit hoeft niet per se tot segregatie te leiden.
Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat dit wel het geval is als kindcentra alleen in nieuwbouwwijken worden gerealiseerd waar dit voor kinderen minder hard nodig is dan in andere wijken. Mevrouw Kendir (Student & Starter) had ook de stilte- en gebedsruimtes in de Utrechtse Onderwijs Agenda willen zien. Zij vraagt hoe de PvdA daar tegenaan kijkt. Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat dit niet het eerste is waar de PvdA aan denkt. Stilteruimtes kunnen gerealiseerd worden wanneer daar behoefte aan is, de gemeente bepaalt dit niet. Mevrouw Kendir (Student & Starter) meldt dat het hier gaat om Pagina 7 van 36
inclusieve faciliteiten. Stilte- en gebedsruimtes zijn voor scholieren een belangrijk punt. Mevrouw Assen (PvdA) vindt dat inclusief onderwijs en inclusieve onderwijsfaciliteiten benoemd kunnen worden. 5
10
Mevrouw Assen (PvdA) vervolgt haar betoog. Elke gemeente moet een lokale educatieve agenda hebben om kansengelijkheid te bevorderen en segregatie tegen te gaan. Er wordt geschreven dat er belang is en focus, maar het wordt te weinig gezegd over hoe daaraan wordt bijgedragen. De uitkomst moet wat de PvdA betreft veel scherper worden neergezet. Gesteld wordt dat dit via uitvoeringsplannen moet gebeuren maar een aantal zaken moet scherper neergezet worden zoals meer regie voor de gemeente. De motie van de PvdA om tot een segregatiemonitor te komen wordt in Q4 van 2023 ingewilligd. De PvdA wil dat dit een plek krijgt in de Utrechtse Onderwijs Agenda. Dit geldt ook voor de Staat van het Utrechtse Onderwijs en de Utrechtse Jeugd.
15 Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de PvdA ook wil dat de Staat van het Utrechtse Onderwijs als basis voor de Utrechtse Onderwijs Agenda had moeten dienen. Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt bevestigend. Dit moet een geheel worden. 20
Mevrouw Assen (PvdA) vervolgt haar betoog.
25
Er moet extra bemensing komen voor scholen die dat nodig hebben. Er wordt uitwerking gemist, bijvoorbeeld in de inzet op brede scholengemeenschappen. Er moet in de Utrechtse Onderwijs Agenda geanticipeerd worden op het aandeel van de NPO-gelden en de solidariteitsfondsen. Ook de PvdA vindt dat er een lerarenagenda wordt opgesteld samen met de leraren en de bonden.
30
Mevrouw Van der Wilt (D66) wenst dat er één uitvoeringsplan komt, in plaats van allerlei losse. Er moet één document komen waarbij alle leraren betrokken worden. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat er gesteld wordt dat er een uitvoeringsplan komt en er moet een document komen dat gezamenlijk met leraren is opgesteld. Mevrouw Assen (PvdA) vervolgt haar betoog.
35
40
45
Er wordt helemaal niet geanticipeerd op de grote groepen nieuwkomers in de stad die een grote impact op het onderwijs hebben. Dit moet een plek krijgen. De PvdA is kritisch op de term anders organiseren. Deze term moet niet meer gehanteerd worden. Kwaliteit moet voorop staan. Het risico bestaat dat het lerarentekort leidend wordt en er een efficiencyslag gemaakt wordt. Beter organiseren is een betere term, bijvoorbeeld door regeldruk te verminderen, het werken in het onderwijs aantrekkelijker te maken en elk kind beter onderwijs te bieden. De PvdA komt op deze punten met voorstellen. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vindt dat een duidelijk kader ontbreekt. Hierdoor kunnen verschillende partijen het niet eens worden. Hij vraagt of de gemeente ervan op de hoogte is dat er spanningsbogen bestaan. Stadsbelang Utrecht ondersteunt de goede bedoelingen in plannen, maar missen het verantwoordelijkheid leggen bij partijen die het moeten uitvoeren. Onderwijzers weten welke leerling extra steun nodig heeft, maar er is onvoldoende tijd en geld. Tegelijkertijd zijn Pagina 8 van 36
er in de klas kinderen die geen extra ondersteuning nodig hebben. De verantwoordelijkheid moet gelegd worden bij die partijen die kunnen bepalen waar extra inzet nodig is. Dan pas moet gesproken worden over extra middelen. De doelen zijn goed, maar er moeten kaders zijn. 5
De heer Van Bergen (ChristenUnie) is blij met de focus op het individu, de persoonlijke leerweg, het verminderen van de prestatiedruk, de nadruk op de emotionele ontwikkeling en de warme overdracht. De ChristenUnie is kritisch op het feit dat de agenda niet erg concreet is en ongelijk investeren en gelijke kansen.
10
De heer Şimşek (DENK) memoreert het feit dat de motie van DENK over gebedsruimtes helaas destijds door de raad is verworpen.
15
Mevrouw Van der Wilt (D66) wijst erop dat een meerderheid van de raad een stilteruimte belangrijk vindt. Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat het afwijzen van die motie niet betekent dat partijen tegen inclusief onderwijs zijn. De heer Şimşek (DENK) vervolgt zijn betoog.
20
DENK wenst dat onder de kop multifunctionele faciliteiten opgenomen wordt dat in het in onderwijsgebouwen in principe de norm is dat er een ruimte is voor gebed en vraagt een toezegging van de wethouder hierop. DENK sluit zich aan bij de opmerking van GroenLinks over gelijke kansen en stagevergoedingen en de gezonde lunches.
35
De heer Van Steeg (CDA) vindt de Utrechtse Onderwijs Agenda redelijk vaag. Dit is deels begrijpelijk omdat de gemeente over veel zaken niet gaat. Dit kan scherper neergezet worden. Ook kan bij de onderwerpen waar de gemeente wel over gaat scherper worden neergezet wat er bereikt moet worden. De onderwijsbond heeft in haar brief een duidelijk signaal afgegeven. Het CDA vraagt de wethouder hoe de professionals betrokken worden bij de verdere uitwerking. Onderwijs is een van de belangrijkste onderwerpen om bestaanszekerheid te borgen. Educatie vooraf is daarbij belangrijk en hier moeten drempels worden weggenomen. De doorlopende leerlijn moet verder lopen dan alleen het onderwijs. Bedrijven spelen daarbij een belangrijke rol. Over burgerschapsonderwijs wordt in de agenda wat gezegd, maar dit kan concreter. Ouders zijn betrokken geweest bij het opstellen van de agenda, maar er wordt niet vermeld hoe ouders bij de verdere uitwerking worden betrokken. Bij onderwijshuisvesting wordt ingegaan op de leerling, dit mag breder getrokken worden naar de positie van de school in de wijk.
40
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of het CDA het ermee eens is dat de ontwikkeling van de leerling naar de samenleving toe, de collectieve rol van het onderwijs, heel belangrijk is. De heer Van Steeg (CDA) antwoordt bevestigend, maar de grootste zorg is of iedereen een gelijke kans krijgt. Dit zit voor het onderwijs.
25
30
De heer Van Steeg (CDA) vervolgt zijn betoog.
45
Gebedsruimtes zijn een erg specifieke invulling van inclusie. Inclusie wordt genoemd in de agenda, maar hieraan kan meer aandacht worden besteed. Pagina 9 van 36
5
De heer Şimşek (DENK) vraagt of het CDA zich kan vinden in ruimtes waarin gebeden kan worden, maar waar ook andere vormen van bezinning kunnen zijn. De heer Van Steeg (CDA) heeft willen aangeven dat gebedsruimtes alleen geen indicatie zijn voor inclusiviteit. Gebeds- of stilteruimtes moeten niet door de gemeente worden voorgeschreven, maar in overleg met de ouders en de school worden geplaatst. De voorzitter schorst de vergadering Wethouder Eerenberg reageert op de gemaakte opmerkingen en gestelde vragen.
10
15
Deze Utrechtse Onderwijs Agenda is tot stand gekomen in overleg met verschillende partijen. Ambities die lijken te conflicteren zijn in het proces bij elkaar gekomen en er is een gemeenschappelijke grond gevonden. Dit is van grote waarde voor de rest van het proces. Nadat de Utrechtse Onderwijs Agenda gemaakt is, kan er een poging gedaan worden de agenda op een hoger abstractieniveau vorm te geven en kan er meer richting gegeven worden. Dit is een eerste stap waarna de beleidsplannen geschreven worden die bij de verschillende partijen moeten landen. Deze Utrechtse Onderwijs Agenda moet gezien worden als een eerste hoofdstuk Het college wil drie maanden de tijd nemen waarin gewerkt wordt aan aparte hoofdstukken per lijn waarin duidelijk wordt wat de plannen per lijn concreet betekenen.
20 De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) stelt voor hetgeen de komende drie maanden uitgewerkt gaat worden in een aparte overeenkomst, een sideletter, vast te leggen. Wethouder Eerenberg geeft aan dat dat kan, er kan ook een addendum gemaakt worden. 25
Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie. Verschillende fracties hebben aangegeven zaken te missen, maar er staan geen dingen in het raadsvoorstel waarmee een van de fracties het oneens is.
30
35
40
45
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil meer aandacht voor het thema gelijke kansen, dit is onvoldoende verkankert. Dit geldt ook voor individuele ontwikkeling en voorbereiding op de toekomst. Wethouder Eerenberg geeft aan dat het thema ongelijk investeren voor ongelijke kansen niet als los thema terugkomt, maar hierover is met alle betrokkenen steeds gesproken. De hoofdlijnen uit de agenda moeten worden verduidelijkt, maar een aantal thema’s loopt erdoorheen zoals middelen, huisvesting en ongelijk investeren voor gelijke kansen. Deze thema’s raken alle hoofdlijnen. De thema’s brede brugklas, onderwijs van 0 tot 18 en onderwijshuisvesting worden toegevoegd. Het is zeker niet de bedoeling dat er eliteonderwijs ontstaat. Er wordt juist gekeken naar die plekken in de stad waar de kinderen hierbij het meeste baat hebben. Eigen leerlijnen is niet nadelig voor kansengelijkheid. Er moet een collectieve basis zijn voor iedereen, vanuit die basis krijgen leerlingen de ruimte om te werken aan de eigen talenten. Dit geldt ook voor kinderen die extra aandacht nodig hebben. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat ontwikkelen op eigen tempo een nadere uitwerking vraagt. Bij te weinig ondersteuning zijn het de kwetsbare kinderen die daarvan het Pagina 10 van 36
meest profiteren. Dit moet goed gefaciliteerd worden. Verder vraagt zij of de wethouder het ermee eens is dat onderwijs van 0 tot 18 in de hele stad geregeld moet zijn. Wethouder Eerenberg antwoordt bevestigend, maar dit is iets voor de langere termijn. Dit geldt voor meer thema’s, zeker als het gaat om huisvesting. Dit vraagt de nodige investeringen. 5 Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
10
15
20
25
Thema’s als inclusief onderwijs, huisvesting, fysieke toegankelijkheid worden nader uitgewerkt. Over stilte- en gebedsruimtes is eerder een democratische conclusie getrokken. Inclusie betekent voor de ene school wat anders dan voor de andere. Deze maatregelen kunnen niet in een keer in de hele stad genomen worden. Burgerschapsonderwijs wordt zeer zeker opgepakt, evenals de collectieve rol van het onderwijs. Het is de intentie om op die manier naar het onderwijs te kijken. Dit gaat hand in hand met de leerlijn. Anders organiseren wordt beter uitgewerkt. De intentie ligt bij beter organiseren. Als het onderwijs zo kan worden vormgegeven dat het makkelijker wordt voor de leerkracht hebben kinderen daar baat bij. Dit moet met behoud van kwaliteit en dit moet gewaarborgd zijn. Hiervan zijn goede voorbeelden, bijvoorbeeld in Rotterdam. Het is absoluut niet de bedoeling een efficiencyslag door te voeren of te bezuinigen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt de wethouder toe te zeggen dit onderwerp breed met leraren te bespreken. Wethouder Eerenberg antwoordt bevestigend, maar dit is ook al gebeurd. Hierover is gesproken met de onderwijsbond en de onderwijsinstellingen, docenten en vakbond denken over dit thema mee. Mevrouw Van der Wilt (D66) informeert naar het voorbeeld in Rotterdam.
Wethouder Eerenberg antwoordt dat de vier grote steden een noodaanpak hebben voor de aanpak van het lerarentekort en Rotterdam heeft een dominante insteek op anders organiseren. De voorbeelden tonen aan dat de kwaliteit van onderwijs beter wordt en dat docenten meer in hun kracht staan. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
30
35
40
45
De stagevergoedingen zijn onderdeel van het programma Utrecht Leert en ook in de cao is hierover wat afgesproken. Het programma Utrecht Leert is momenteel teruggebracht naar de onderwijsregio’s. Het proces bij het ministerie van OCW wordt afgewacht. In de volgende kwartaalbrief wordt de stand van zaken gegeven. Digitalisering, mentale gezondheid en samenwerking in het vmbo wordt verwerkt. De wethouder wijst erop dat in de agenda niet alles is opgeschreven dat al gedaan wordt. Bestaand beleid wordt later toegevoegd. Docenten hebben meegedacht bij het opstellen van de agenda. De onderwijsbond maakt zich zorgen over één onderdeel. Dat onderdeel zit in Utrecht Leert, daar zit de onderwijsbond aan tafel. Voor de zomer van 2023 is getracht met de onderwijsbond te spreken. Dit is om allerlei redenen niet gelukt, maar het is de intentie om met de bond te spreken. Het is daarbij wel belangrijk te letten op de verschillende rollen. De vakbond spreekt vanuit werknemersperspectief. Dit is niet altijd het beleidsperspectief bij het opstellen van de agenda. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft niet gepleit om met de onderwijsbond te spreken, het gaat om de betrokkenheid van leraren. Wethouder Eerenberg herhaalt dat leraren hebben meegedacht bij het opstellen van de agenda. Mevrouw Bode (Volt) wijst erop dat er gesproken is met 150 Pagina 11 van 36
5
mensen, waarvan 40 leerkrachten en schoolleiders. Wethouder Eerenberg meldt dat er gesproken is met 130 professionals, waarvan 40 leerkrachten en schoolleiders. Mevrouw Bode (Volt) meldt dat in de stukken andere getallen staat. De leerkrachten en schoolleiders vormen echt een minderheid. Wethouder Eerenberg geeft aan dat veel leraren en schoolleiders zijn uitgenodigd voor een gesprek, maar niet iedereen heeft daar gehoor aan gegeven. Als er 40 leraren en schoolleiders hebben meegedacht is dat geen slechte score. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
10
15
20
25
30
Het betrekken van het bedrijfsleven met name bij het voortgezet onderwijs wordt verder uitgewerkt. Er zijn ouders betrokken geweest bij de sessies over participatie. Dit waren er niet veel en er wordt opnieuw een poging gedaan met ouders in gesprek te treden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wenst dat ouderbetrokkenheid een plaats krijgt in de agenda. Uitgewerkt moet worden hoe ouders betrokken worden bij de loopbaan van hun kinderen en dat ouders primair verantwoordelijk zijn voor de ontwikkeling van hun kinderen. Wethouder Eerenberg geeft aan dat dit wordt uitgewerkt. De rol van ouders is essentieel en wordt verschillend ingevuld in de stad. Referentieniveaus staat niet in de agenda, dit wordt toegevoegd, evenals laaggeletterdheid. Ook wordt ingegaan op de brede basisopleiding. Het is daarbij de bedoeling om binnen de wettelijke kaders te blijven. De Hogeschool van Utrecht en de Marnixacademie hebben laten weten dat zij behoefte hebben aan nieuwe specialisatie. De Hogeschool geeft aan dat als iemand een aardrijkskunde bevoegdheid heeft, de stap naar een geschiedenisbevoegdheid klein is. Ook is er behoefte aan het sneller toerusten van professionals. De Hogeschool en de Marnixacademie zien hiertoe mogelijkheden. Mevrouw Bode (Volt) vraagt hoe de wethouder de brede basisopleiding ziet in relatie tot het primair onderwijs.
Het lesgeven aan peuters is wezenlijk anders dan lesgeven op een middelbare school. Wethouder Eerenberg erkent dit en dit is ook niet de bedoeling. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
35
Pestgedrag wordt toegevoegd, evenals het beter koppelen van praktijk en onderwijs en schoollunches. Dit laatste kost geld en daarover moet het gesprek nog gevoerd worden. De subsidies voor groene schoolpleinen worden aangevraagd. Sommige scholen vinden de aanvraagprocedure ingewikkeld. Deze scholen worden daarbij geholpen. Voor 2024 worden weer tien subsidies toegekend. Gesuggereerd werd de subsidies heel breed te maken, maar het risico bestaat dan dat de raad de grip kwijtraakt.
40
45
Mevrouw De Vries (PvdD) wijst erop dat er scholen zijn die afzien van de aanvraag en scholen die helemaal niet hebben gekeken naar de aanvraag. Met deze scholen zou worden gesproken, zij vraagt naar de stand van zaken. Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit is gebeurd. De uitkomsten zijn wisselend. Sommige scholen zijn daarmee geholpen, andere scholen geven aan dat groene schoolpleinen niet hun belangrijkste probleem zijn. Met Utrecht Natuurlijk is afgesproken dat zij onderzoeken wat de gemeente hierin nog kan betekenen. Hierop wordt in de Pagina 12 van 36
volgende kwartaalbrief teruggekomen. Groene schoolpleinen hebben veel waarde voor de wijk en de buurt. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie. 5 Het was hem niet bekend dat er vislessen door hengelverenigingen op scholen worden gegeven. De wethouder komt hierop in de volgende kwartaalbrief terug. Mevrouw De Vries (PvdD) is hierover verbaasd. Hierover is in een eerder debat gesproken. 10 Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
15
20
Nieuwkomers wordt zeker meegenomen. Zowel aan de kansenkant als aan de organisatiekant. De wethouder kan niet toezeggen dat er een aparte lerarenagenda komt. Dit kan niet worden georganiseerd. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wijst erop dat er per onderdeel een uitvoeringsplan komt. Dit kan ook voor leraren gedaan worden. Wethouder Eerenberg geeft aan dat dit ook gebeurt, maar er komt geen aparte lerarenagenda. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of er naast capaciteitsgebrek een ander argument is. Wethouder Eerenberg meldt dat een lerarenagenda Utrecht Leert dichtbij nadert. Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
25
30
Idealiter was de segregatiemonitor eerder verschenen dan de Utrechtse Onderwijs Agenda. Er is een eerste versie van de segregatiemonitor en de lessen die daaruit volgen zijn meegenomen toen er over de Utrechtse Onderwijs Agenda is gesproken. Er zijn veel (gestapelde) ambities, de gemeente heeft niet overal zeggenschap over en de financiën zijn beperkt. De wethouder onderkent dat het begrip bestaanszekerheid ook over onderwijs gaat. Onderwijs en huisvesting wordt de komende drie maanden opgepakt. Er wordt vooral gekeken naar wat er nodig is om de ambities waar te maken. Hiervoor worden uitgangspunten en kaders opgesteld. Brede brugklassen zijn er op veel plekken in de stad. Het is een mooi toekomstperspectief als deze er overal komen.
35
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) meldt dat er geen brede brugklassen zijn die alle niveaus bieden. Wethouder Eerenberg erkent dit, maar het onderwijs is zo ook niet georganiseerd. Hij ziet een groeimodel, maar het moet praktisch te organiseren zijn. Ook vraagt dit wat van gebouwen.
40
Wethouder Eerenberg vervolgt zijn reactie.
45
De verdere uitwerking van de Utrechtse Onderwijs Agenda gaat in de richting van één uitvoeringsagenda. Deze gaat echter niet over het geheel, omdat er niet over het geheel gestuurd kan worden. De raad stuurt met de agenda. Deze agenda is nog abstract, dat maakt het ingewikkeld te sturen. De komende drie maanden wordt een agenda gemaakt waarmee beter Pagina 13 van 36
gestuurd kan worden. Hierbij wordt ook een financiële paragraaf gevoegd. Er wordt regie gevoerd vanuit gezamenlijkheid.
5
Mevrouw Assen (PvdA) wijst erop dat de gemeente een wettelijke taak op kansengelijkheid en tegengaan van segregatie heeft. De wethouder noemt dit niet. Wethouder Eerenberg erkent dat, maar deze agenda gaat breder dan dat. De gemeente stuurt gedeeltelijk op de wettelijke taken waarvoor de gemeente verantwoordelijk is. De winst van deze agenda is dat de onderwijsinstellingen gezamenlijk willen sturen. Dit is nieuw en bekeken gaat worden hoe dit gedaan wordt.
10 Tweede termijn
15
De voorzitter vraagt of het raadsvoorstel naar de raad gaat met een strekt ter vervanging of dat het voorstel na drie maanden weer besproken wordt in de commissie. Wethouder Eerenberg wijst erop dat dit aan de commissie is. Wellicht wil de raad nog moties en amendementen indienen. Dat pleit ervoor dit raadsvoorstel wel te behandelen. De voorzitter vraagt de commissie of het raadsvoorstel rijp voor besluitvorming is en naar de raad kan met een strekt ter vervanging.
20 De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat het een onvoldragen voorstel is en zich kan voorstellen dat er niet gestemd wordt over het raadsvoorstel maar pas als dit meer concreet is ingevuld in een nieuw raadsvoorstel. Verder wil hij dat concreet gemaakt wordt op welke wijze de leerkrachten de komende drie maanden worden betrokken. 25 De voorzitter meldt dat als het raadsvoorstel niet naar de raad gaat, er geen gelegenheid is om moties en amendementen in te dienen.
30
35
Mevrouw Bode (Volt) wil het raadsvoorstel steunen, maar heeft zorgen over de brede basisopleiding. Het is niet duidelijk wat dit precies betekent. Ook zijn er zorgen over het draagvlak onder de leraren. Als de wethouder daar een toezegging op kan doen, kan Volt instemmen. Volt vindt dat het raadsvoorstel niet door kan naar de volgende raadvergadering. Mevrouw Van der Wilt (D66) is er voorstander van om wel over het raadsvoorstel te stemmen, evenals Mevrouw Assen (PvdA). De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat de reden om daarmee te wachten is dat er dan veel moties en amendementen worden ingediend. Hij wil de verdere uitwerking eerst zien.
40
45
Mevrouw Assen (PvdA) meldt dat de wethouder een aantal zaken concreet heeft toegezegd, zoals het opnemen van de nieuwkomers. Een aantal zaken is minder concreet. Deze zaken moeten de komende maanden echt terugkomen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat er nog heel veel moet veranderen. Zij vindt dat dit eerst aangepast moet worden en dat het raadsvoorstel ingetrokken moet worden. Zij maakt zich zorgen Pagina 14 van 36
over de ouderbetrokkenheid en wil terugzien hoe ouders betrokken worden. Verder wil zij in de brief duidelijk zien waar de gemeente over gaat.
5
De heer Van Bergen (ChristenUnie) sluit zich aan bij de VVD en het CDA. De wethouder heeft informatie genoeg om verder te kunnen. Ook hij vindt dat het raadsvoorstel ingetrokken kan worden. Mevrouw Kendir (Student & Starter) sluit zich aan bij de PvdA.
10
De heer Şimşek (DENK) sluit zich aan bij het CDA en de VVD. Mevrouw De Vries (PvdD) sluit zich aan bij het intrekken van dit voorstel en het ontvangen van een nieuw voorstel..
15
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) begrijpt dat de wethouder de komende maanden werkt aan een concreet voorstel. Het huidige voorstel is niet rijp voor behandeling in de raad. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) volgt het voorstel van de PvdA in grote lijnen.
20
25
Wethouder Eerenberg hoort vooral onderstreping van zaken die in de eerste termijn gezegd zijn. Hij heeft gehoord wat er is gezegd over ouderbetrokkenheid en de verantwoordelijkheid van ouders. Tegelijkertijd is het thema breder dan dat. De commissie wordt gevraagd of zij kan instemmen met de lijn van de Utrechtse Onderwijs Agenda. Als voor deze lijn gekozen wordt, komt er een strekt ter vervanging. Het college krijgt dan de opdracht de lijn meer uit te werken en in te kleuren. Als de commissie een eigen inkleuring wil, moet het raadsvoorstel tijdens de volgende raadvergadering worden behandeld. Als dit niet gebeurt kunnen er na drie maanden geen thema’s worden toegevoegd. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat er altijd nog voorstellen kunnen worden ingediend.
30 Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dat de wethouder een duidelijke opdracht heeft meegekregen.
35
De voorzitter concludeert dat de wethouder zegt dat als het voorstel rijp is voorbesluitvorming, hij met een strekt ter vervanging komt. Dit geeft de raad de mogelijkheid moties en amendementen in te dienen om richting te geven. Als de commissie in meerderheid zegt dat zij dat niet doet gaat het stuk niet door naar de raad en komt er geen strekt ter vervanging. Hij vraagt wie het voorstel steunt het voorstel wel naar de raad door te leiden met een strekt ter vervanging. Vier fracties steunen dit voorstel. Hij vraagt wie het raadsvoorstel wil intrekken. Zeven fracties geven dit aan.
40 De voorzitter concludeert dat het raadsvoorstel niet wordt doorgeleid naar de raad. De wethouder heeft toegezegd dat de verdere uitwerking in het nieuwe raadsvoorstel binnen drie maanden komt (Q1 van 2024). 45
De voorzitter schorst de vergadering om 16.45 uur. Pagina 15 van 36
Lijst van toezeggingen Wethouder Eerenberg zegt toe - het nieuwe raadsvoorstel UOA 2023-2026 en de uitwerking over 3 maanden naar de raad (Q1 2024) te sturen 5
10
15
20
25
30
35
Pagina 16 van 36
Verslag openbare Avondvergadering Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie. 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
05 oktober 2023 Stadhuishal, Stadhuis Saskia Donkers (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De Voorzitter mw. M. Ramaker, de wethouder dhr. E. Eerenberg, dhr. J. Dorst (Griffier), mw. B. van der Wilt (D66), mw. H. Assen (PvdA), mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. R. Brouwer (CDA), mw. E. Kendir (Student & Starter), Dhr. I Ṣimṣek (DENK), mw. B. Nederhand (Volt), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), mw. W. Hoenkamp (PvdD), Dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht)
Afwezigen
geen afwezigen gemeld
Inhoud 20
9. Aanpak Lerarentekort ..................................................................................................................18 Lijst van toezeggingen ....................................................................................................................36
9. Aanpak Lerarentekort 25
30
35
De voorzitter heet iedereen welkom, ook de kijkers thuis. We bespreken agendapunt 9 waar een behandeltijd van 120 minuten voor staat en dit overleg zal tot maximaal 23:00 uur duren. De fracties van D66, Volt, GroenLinks, CDA, VVD, DENK, Student & Starter en EenUtrecht willen in gesprek met de commissie en het college over de personeelstekorten in het onderwijs en de aanpak Utrecht Leert. Het college is onderweg, daar wordt nog opgewacht. Hierover zijn raadsbrieven en antwoorden op schriftelijke vragen gestuurd en de fracties willen met elkaar in gesprek over de effecten van de aanpak tot nu toe, verschillen tussen wijken en onderwijssoorten en hoe je hiermee om gaat en praktische randvoorwaarden die nodig zijn om onderwijspersoneel aan te trekken en te behouden. De voorzitter vraagt of eenieder zich aan zijn scope wil houden gezien de tijd. Het wordt in een termijn besproken. De vergadering wordt voor 2 minuten geschorst om op de wethouder te wachten. De voorzitter heet ook de wethouder welkom en geeft het woord aan D66 voor hun inbreng.
40
Mevrouw van der Wilt (D66) bedankt de mensen van de gemeente Utrecht en Utrecht Leert bedanken voor alle informatie, cijfers en input en benadrukt het belang van de aanpak. De gesprekken met de schoolleider hebben de basis gevormd voor de inbreng. Op basis van hun inbreng en hartenkreten zullen er 5 punten ingebracht worden vandaag. Punt 1 is erkenning van de urgentie. De schoolleiders gaven aan dat het 5 over twaalf was en het is belangrijk dat dit wordt Pagina 17 van 36
gevoeld. De stad is hard groeiend en ook met scholieren. Er is een grote groep 50-plussers die de komende jaren uitstroomt uit het onderwijs. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of de mening met haar wordt gedeeld dat het de afgelopen jaren aan urgentie heeft ontbroken? Mevrouw van der Wilt (D66) geeft aan dat het niet aan intentie heeft ontbroken maar het ook een hele aanpak is. De urgentie is wel gevoeld maar was nog heftiger en zwaarder dan in die ruimte werd gedeeld. Die urgentie uitspreken is stap een. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat D66 ervan vindt dat er heel vaak gezegd wordt dat het in verhouding wel meevalt ten opzichte van andere G4 steden? Mevrouw van der Wilt (D66) geeft aan vooral te willen kijken hoe het in Utrecht is en als je dit ook per wijk of onderwijsniveaus kijkt dan is dit nog steeds heel erg zorgelijk. Punt 2: Haal de praktijk naar voren. Door schoolleiders is er gepleit om eerder mee te draaien voor de klas, hiervoor is te weinig tijd in de opleiding, hoge uitstroom is hiervan het gevolg, blijkt zowel bij pabostudenten als voor het voortgezet onderwijs. De vraag is in hoeverre dit bespreekpunt is? En anders wil de wethouder dit concrete punt nog meer oppakken? Daarbij ook graag aandacht voor het speciaal onderwijs want onbekend maakt onbemind daar zijn juist de cijfers het hoogst.
Is het college het eens dit bespreekbaar te maken met de opleidingen en aan te geven dat zij daar ook een verantwoordelijkheid in hebben? Punt 3: zorg voor goede begeleiding van starters en ademen ontwikkelruimte voor langer zittende leerkrachten. Ruim 50% van de leerkrachten geeft aan te willen uitstromen binnen nu en 5 jaar. We willen de deur openhouden voor iedereen, maar ondertussen via de achterdeur collega’s verliezen is dweilen met de kraan open. Veel schoolleiders maken strategisch personeelsbeleid en het tegengaan van verzuim. De vraag aan de wethouder: kunnen we niet meer stimuleren dat schoolleiders hier door ons ontzorgt en begeleid worden en van elkaar kunnen leren? De schoolambassadeurs zijn een succes, kan dit ook niet voor schoolleiders worden opgepakt. Kan de wethouder toezeggen dit als aandachtspunt op te nemen binnen Utrecht Leert? Een veelgehoorde klacht is de tijdelijke subsidies met lange verantwoordingen D66 ziet graag dat de subsidies onder de loep genomen worden en waar nodig aangepast, wat hen betreft even geen subsidies. Kan de wethouder dit toezeggen? Waar nodig naar gemeentelijke subsidies te kijken en ook de drempel weg te nemen en zich landelijk uit te spreken tegen tijdelijke subsidies vanuit OCW. Punt 4: draag als stad uit op vakmanschap, niet in geld maar in mogelijkheden vanuit jonge leraren.
Zij missen doorontwikkel mogelijkheden en was Utrecht Leert niet eens bekend. De ontwikkelmogelijkheden mogen veel meer in het licht gezet worden en het enthousiasmeren van de kansen door campagnes vanuit Utrecht Leert. Ziet de wethouder hier kansen voor ook in samenwerking met besturen en Utrechtse trots toe te voegen aan campagnes? Punt 5 Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat de campagne ook in haar inbreng terugkomt, is dat een vraag van D66 of iets wat ze willen? Mevrouw van der Wilt (D66) geeft aan dit zeker heel graag te willen en in het coalitieakkoord staat ook een versterkende aanpak op Utrecht Leert en is benieuwd of dit zo’n punt van aanpak is? Als laatste punt, leg de rode loper uit voor leerkrachten en organiseer voldoende woningen en maak het niet te moeilijk voor mensen buiten de stad. Hoe staat het met ontwikkelingen voor extra pilots voor woningen voor docenten? In het najaar worden de uitkomsten rondom de knoopkazerne verwacht, maar dit is nog een misschien. Er zijn samen met SPO Utrecht ook plannen aangeboden voor de Maaspleinschool. Ziet de wethouder kansen om in aankomende bouwprojecten ruimte te maken en wat mag hier nog meer verwacht worden gezien de urgentie? Afsluitend het parkeervraagstuk omdat dit exemplarisch voor waar het tussen school en gemeente moeilijk loopt.
Scholen hebben gevraagd voor een haalbare en betaalbare oplossing voor docenten van veraf. De juni geleverde schets stelde D66 en de scholen nog niet gerust. De verantwoording van de afstandsnorm is zo’n voorbeeld. Waarom niet een maximum aan het aantal vergunningen en scholen zelf laten bepalen wie deze het hardste nodig heeft. Er was een jaar geleden in het coalitieakkoord al gevraagd om een snelle oplossing maar de regeling kan pas ingaan in 2024. Onderkennen de wethouders, jammer dat niet allebei de wethouders er zijn, deze urgentie? Gevraagd wordt of de wethouder vanuit onderwijs en het lerarentekort hier meer regie in kan nemen. Welke ruimte ziet de wethouder hiertoe in de inmiddels vergevorderde gesprekken? Pagina 18 van 36
5
10
15
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt naar de pilot met betrekking tot wonen dat zo bezien het plan pas is vastgesteld en er pas over een paar jaar kan worden toegewezen aan docenten. Hoe kijkt D66 daar tegenaan en zijn zij het eens dat het al heel lang duurt. Mevrouw van der Wilt (D66) is het daar helemaal mee eens en de vraag is ook echt of er in huidige projecten nog iets gedaan kan worden? Verder is ze zich ervan bewust dat er ook andere gesprekken gaande zijn over voorrang op wonen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt dat D66 zich aansluit bij de VVD bij wat er gedaan kan worden in huidige bouwprojecten om te kijken naar voorrang? Mevrouw van der Wilt (D66) geeft aan dat ze zich aansluiten bij D66 en ze aan het eind gekomen is van haar inbreng en uitziet naar de beantwoording van de vragen en de inbreng van de collega’s De heer Brouwer (CDA) vraagt wat D66 zelf als wenselijk ziet voor de parkeervergunningen?
20
Mevrouw van der Wilt (D66) geeft aan de 60 minuten norm te begrijpen maar het schier het doel voorbij als we vragen dit ook te gaan verantwoorden. Haal dit eruit of laat de scholen zelf bepalen wie dit het hardste nodig heeft. De heer Brouwer (CDA) vraagt hoe D66 tegen het tarief aankijkt voor de vergunning?
25
Mevrouw van der Wilt (D66) geeft aan dat het niet vreemd is dat er kosten bijkomen maar er zal waarschijnlijk ook een dekkingsvraagstuk achter zitten en is benieuwd wat de wethouder daarop nog kan reflecteren? Gevraagd wordt om creatief met parkeerruimte om te gaan als er bijvoorbeeld bewoners overdag een parkeerplaats ter beschikking stellen.
30
Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan te proberen niet te veel te herhalen maar veel zaken zijn ook door D66 al benoemd. Allereerst is de urgentie voor hen ook belangrijk, wel is daar meer data nodig om inzicht te krijgen in verborgen tekorten, uitgesplitst in wijken en buurten, maar ook naar lesuitval zowel voor PO en VO en ze willen meer inzicht in de uitval op PABO uitgesplitst naar type opleiding, regulier, flexibel en zij-instroom zodat er effectiever op inzetten kan worden. Ook kwalitatieve analyse van redenen waarom leraren stoppen en data over verwachte pensioneringen en de effecten daarvan. Daar wil PvdA graag een toezegging op en anders zou dit tot een motie kunnen leiden. Het deel van de opleiding daar sluit PvdA een heel groot deel aan bij D66.
35
40
45
50
55
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of PvdA het eens is dat dit bij de opleiding begint, dus bij de mensen die uitstromen uit de opleiding? Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat dit juist heel belangrijk is. De uitvallers proberen het niet opnieuw, dus dit moet worden voorkomen. Dan meer solidariteit en gezamenlijkheid als stad en binnen schoolbesturen door meer te stimuleren. Het lerarentekort blijkt ook uit cijfers heel ongelijk te zijn. PvdA wil tegengaan dat het inhuren van flexdocenten afzonderlijk gebeurt. Graag ziet PvdA dat er in collectief gewerkt wordt aan een flexpool. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat de gemeente toch niets te maken heeft met reguliere docenten op welke school zij werken? Dat moeten we toch ook niet willen? Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat we dat wel moeten willen maar de vraag is hoe. Je moet het zeker niet verplichten en mensen moeten kunnen kiezen maar het beeld van werken op een minder populaire school of wijk is verkeerd al vanaf de opleiding maar ook bij leerkrachten die al werken in het onderwijs. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat iedereen goed nadenkt over waar hij wil werken. Als we als gemeente gaan aangeven dat ze beter ergens anders kunnen werken, gaan we ons boekje te buiten.
Pagina 19 van 36
Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat ze dit inderdaad niet kunnen bepalen maar wel kunnen helpen bij het onaantrekkelijke beeld dat er bestaat over bepaalde scholen of wijken. Werken op zo’n school kan ook veel kan brengen. 5
10
15
20
25
30
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat het beeld vanuit de opleiding scheef is, maar gaat het niet te ver dat de gemeente daarvoor gaat zorgen. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat je met schoolbesturen in gesprek kunt over hoe we hiernaar kijken en mensen meer bekend te maken met dit probleem. De Utrechtse campagne om het beroep leraar aantrekkelijker te maken moet een meer stedelijke aanpak krijgen. Daarbij hoort aandacht voor werken op scholen met leerlingen met een achterstand en in het gespecialiseerd onderwijs, ook hier is een verkeerd beeld over. Dan het onderwerp regeldruk en subsidie daarvoor sluit PvdA zich aan bij D66. In de randvoorwaardelijke sfeer denkt PvdA ook over de woningen en is er te weinig resultaat. Verder de vervoerskosten voor docenten en betere stagevergoedingen en kan er gekeken worden naar leerkrachten die meer willen werken maar niet kunnen in verband met tekorten op de BSO en het kinderdagverblijf. De heer Ṣimṣek (Denk) vraagt of PvdA het dan ook eens met DENK dat Utrecht aantrekkelijker gemaakt moet worden wat betreft parkeerkosten? Mevrouw Assen (PvdA) Ja. De heer Ṣimṣek (Denk) geeft aan dat hij verder luistert naar de inbreng over parkeervergunningen. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat PvdA hetzelfde kijkt naar parkeervergunningen als D66.
Voor vervoerskosten moet er gekeken worden naar het coalitieakkoord of het nu over parkeerkosten, ov-kosten of een elektrische fiets gaat. Laatste punt anders organiseren, dit moet beter met de leraar en kwaliteit voorop en daarom willen zij ook dat dit hand in hand gaat met de lerarenagenda. Dat kan een opwaardering van Utrecht Leert zijn, maar de vraag aan de wethouder om daar uitgebreider op in te gaan.
35
Mevrouw van der Wilt (D66) vraagt of Mevrouw Assen erkent dat, in sommige wijken met grote tekorten, qua wijk, er ook scholen met 0 tekorten en het soms ook bij de schoolbesturen ligt waar wij als gemeente niet direct invloed op hebben maar wel zouden kunnen faciliteren?
40
Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat je moet kijken naar die scholen die geen tekorten hebben en kijken naar waarom zij niet met tekorten kampen en daarvan moeten leren. Daarop moet worden geanticipeerd dat dit nu met NPO-gelden gebeurt en hoe het moet als die NPO gelden stoppen.
45
50
Mevrouw Nederhand (Volt) geeft aan zelf leerkracht te zijn op een middelbare school en dus zelf de pijn van het lerarentekort ervaart en hoe zwaar dagen kunnen zijn. Je kunt leerlingen niet de hulp bieden die ze nog hebben en maatwerk valt weg. De fractie heeft met heel veel mensen gesproken en er zijn twee punten die prioriteit hebben omdat daar de grootste slagen te behalen zijn. Het eerste punt: systeemoplossingen en daarbij zijn 3 variabelen: hoeveel leerkrachten heb je nodig, hoeveel leerkrachten starten er en hoeveel leerkrachten stoppen met werken. Er is de afgelopen jaren meer aandacht geweest voor de instroom en minder voor behoud van leerkrachten. Dit heet een leraren lek en er is te weinig initiatief om het lek te dichten. Dit thema moet veel meer aandacht krijgen. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat behouden wel degelijk een thema geweest is. Hoe moet dat behoud eruitzien volgens Volt?
55
Mevrouw Nederhand (Volt) geeft aan dat de algemene onderwijsbond zegt dat er te weinig initiatief is voor behoud. Hoe het eruit komt te zien moet over gesproken worden samen. We hadden het er al heel lang over moeten hebben maar men is niet effectief bezig met het probleem en het oplossen.
Pagina 20 van 36
Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat er is geïnvesteerd in schoolopleiders in de school om starters te behouden en niet uit te laten stromen. Wat zijn de elementen om dat te optimaliseren? 5
Mevrouw Nederhand (Volt) geeft aan er later op terug te komen, ze wil ervoor waken dat deze commissie een denktank wordt daar zijn onderzoeken voor. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat ze ook in de politiek ziet om iets te vertellen los van wetenschappelijk onderzoek, maar wacht af waar Volt verder mee komt.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Nederhand (Volt) gaat verder met de betrokkenheid van leraren bij de aanpak. In de evaluatie van Utrecht Leert is gesproken met 10 bestuurders en slechts 2 leerkrachten, beide van hetzelfde MBO. Waarom is er niet gesproken met docenten in primair en speciaal onderwijs, daar zijn de tekorten het grootst. Daar wil Volt graag een reactie op van de wethouder. Een van de belangrijke conclusies is dat inzet op het bestuurlijk en stafniveau in de steigers staat terwijl we hier al 3 jaar mee bezig zijn. Een van de belangrijkste actielijnen wat betreft begeleiden van leerkrachten is dat er een toolbox ontwikkeld zou worden. Deze is in ontwikkeling maar ze zijn nog in overleg hoe deze het beste vorm te geven is een citaat uit het rapport, is dit niet een beetje mager na 3 jaar? Kan de wethouder iets toezeggen hierover? In het rapport van Merel van Vroonhoven, nationaal onderzoeksleider lerarentekort staat: “leraren en schoolleider worden onvoldoende betrokken bij de aanpak. Hierdoor mist een belangrijke stem aan tafel, wat de effectiviteit van de aanpak kan belemmeren.” Kan de wethouder toezeggen dat leraren een grotere rol krijgen in het vormgeven en evalueren van Utrecht Leert? Een ander thema dat onderbelicht blijft is de rol van de schoolleider, zij zijn enorm belangrijk bij het lerarentekort.