CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag VOWE 23 november 2023

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 21 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststelling verslagen18.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Daarover is uitgebreid gedebatteerd en is afgesproken dat wethouder Eerenberg het gesprek daarover met schoolbesturen zou aangaan. Er wordt een beeld geschetst alsof de gemeente enorm ruim in het jasje zit en dat naar hartenlust nieuwe scholen voor de leegstand worden gebouwd. Dat is niet het beeld van het college. Er worden niet meer extra stoelen gebouwd dan nodig zijn volgens de prognoses op basis van landelijke systematieken. Vervolgens is het een verdelingsvraagstuk van waar welke school wordt gebouwd en of het belangrijk is dat een school dichtbij is. Als ergens veel woningen worden Pagina 16 van 33

gebouwd met veel nieuwe kinderen, is het belangrijk dat de school dichtbij is, maar dat is altijd een afweging. 5

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) krijgt signalen van schoolbesturen dat op bepaalde plekken, bijvoorbeeld bij Cartesius, het de vraag is of het een haalbare kaart is dat daar een school komt. Dat speelde ook bij het Archimedeskwartier. Kan alsnog een integrale afweging worden gemaakt van waar een school echt nodig is?

10

Wethouder Van Hooijdonk stelt dat het hart van het IHP de integrale afweging vormt. Dat is de kern, waar het om gaat. Men wil van alles en dan moet worden gekeken waar het het hardste nodig is om te investeren.

15

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wijst erop dat de prognoses niet op buurtniveau zijn, maar op het totaal. Ook bij projecten die nu gaan spelen, is het zonde als het integraal huisvestingsplan over twee jaar volgt. Als nu al blijkt dat de verdeling in de wijk niet klopt, moet daar nogmaals kritisch naar worden gekeken.

20

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Van Hooijdonk reageert dat prognoses met schoolbesturen worden besproken en ook waar welke school komt. Daar is de programmering een gevolg van. Onder het wijkgerichte gesprek zit de zorg van scholen die elkaar beconcurreren. Het is niet wenselijk dat scholen elkaar 'leeg eten' en dat is en blijft een thema in de jaarlijkse gesprekken met besturen. D66 vroeg naar de verantwoordelijkheidsverdeling en samenwerking tussen gemeente en schoolbesturen. Het is een ingewikkelde constellatie en partijen kunnen niet zonder elkaar. Het is verstandig om in het IHP een goed beeld te geven hoe dat wordt gedaan. De verdeling over de stad en in de wijk kan daar onderdeel van zijn. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of het ook een structureel overleg wordt tussen scholen en niet alleen tussen schoolbesturen. Wethouder Van Hooijdonk weet niet hoe relevant dat is. Uiteindelijk zijn de schoolbesturen institutioneel verantwoordelijk en niet de schoolleiders. De schoolbesturen zijn vooral in charge. Er zijn opmerkingen gemaakt over veel leegstand en scholen onder de opheffingsnorm, maar dat is genuanceerd. Het is niet alleen dat scholen klein worden, maar soms ook een specifieke vorm van onderwijs of een school die met andere vestigingen in een groter verband hoort. Het college heeft niet het beeld dat er over de hele stad enorm veel leegstand is.

Soms is er enige frictie omdat generaties kinderen groeien en krimpen. Daar wordt zo goed en flexibel mogelijk op ingesprongen. Er zijn diverse vragen gesteld over groene onderwerpen en er is veel enthousiasme over de groene schoolpleinen. Zij heeft niet het idee dat dat langzaam gaat. Het is een relatief nieuw onderwerp. Tot voor kort stond in de verordening dat schoolpleinen verhard moesten zijn. Sinds de verordening is aangepast, worden minimaal tien schoolpleinen per jaar veranderd. Dat is in een redelijk gestaag tempo. Dit wordt nog eenvoudiger gemaakt en nog meer gestimuleerd. Mevrouw Hoenkamp (Partij voor de Dieren) is benieuwd hoe het college dat gaat stimuleren. Wordt het probleem dat geld op de plank blijft liggen daarmee opgelost? Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat uit de evaluatie bleek dat die regeling niet eenvoudig is. Het wordt eenvoudiger en laagdrempeliger gemaakt. Soms zijn er gesprekken met de buurt als mensen het lastig vinden dat schoolpleinen openbaar worden. In sommige buurten gaat dit makkelijker dan in andere. Sommige buurten zijn versteend of er zijn sociale vraagstukken. Daar wordt nagegaan wat nodig is om het daar eenvoudiger te maken. Utrecht Natuurlijk doet daar onderzoek naar en gaat de gemeente daarover adviseren. Mevrouw Hoenkamp (Partij voor de Dieren) vroeg of het probleem dat geld op de plank blijft liggen daarmee wordt opgelost.

Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat deze inspanningen erop zijn gericht om het makkelijker te maken en hoopt dat het daarmee sneller gaat. Pagina 17 van 33

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Partij voor de Dieren had een aantal vragen over de energieprestaties. Het kan niet naar volledig ENG (energie neutraal gebouw). Er is geen gemeente in Nederland die zo ver is met energiezuinige gebouwen als Utrecht. Het budget en de energieambities lopen niet altijd parallel. Partij voor de Dieren vroeg ook naar indicatoren. Zij kan nu niet exact aangeven hoe het gaat met de verduurzaming en de kwaliteit van de lucht. Daar wordt in het IHP op teruggekomen. Als de ambities worden vastgelegd, wordt ook teruggekomen op de vraag hoe daarover wordt gerapporteerd aan de raad en hoe de raad de voortgang kan monitoren. Mevrouw Hoenkamp (Partij voor de Dieren) vraagt of dit over de luchtkwaliteit of de duurzaamheid gaat en of het een toezegging is. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het om beide gaat en bevestigt dat het wordt opgenomen in het IHP. Partij voor de Dieren vroeg om het versnellen van het aardgasvrij maken. Het aardgasvrij maken van Utrecht is enorm ingewikkeld. Er zijn gebiedsprocessen in alle wijken in de stad waar gas wordt gebruikt. Het geeft niet veel zin als een wijk nog op gas is aangesloten, om alleen de school af te koppelen. Scholen moeten mee in de planning, behalve bij renovatie of nieuwbouw. Partij voor de Dieren vroeg om diervriendelijk in plaats van natuurinclusief.

De genoemde voorbeelden passen in hoe het wordt aangepakt: voldoende verblijven voor vleermuizen, gierzwaluwen et cetera. Onder andere Student & Starter en Een Utrecht vroegen naar het betrekken van leerlingen. Dat gebeurt vooral via de schoolbesturen. De gemeente gaat niet met leerlingen om tafel, maar de schoolbesturen en zij nemen het mee naar de overlegtafel. Het bedrag van € 64 miljoen is voor geprogrammeerde projecten die achterliggen op schema of nog niet zijn gepland om te worden uitgevoerd. Deze zijn terug te vinden in de investeringsstaat. In veel gevallen heeft de raad daar al besluiten over genomen. Mocht dat onvoldoende helder zijn, dan kan dat worden meegenomen in de technische briefing waarover eerder vandaag is gesproken. Mevrouw Ramaker (VVD) vindt het mooi dat het in de investeringsstaat staat, maar daar waar staat dat het wordt opgelost met planningsoptimisme vraagt de VVD om met een strategische planning te komen tot en met 2025 zodat duidelijk is waar geprioriteerd wordt. Volgens wethouder Van Hooijdonk is helder waaraan dat geld wordt uitgegeven. Voor die projecten zijn planningen, maar deze lopen vertraging op bijvoorbeeld door netcongestie of de situatie in de bouw. Dat laat zich niet altijd helemaal voorspellen.

Met planningsoptimisme wordt niet geprioriteerd tussen het ene en het andere gebouw, maar wordt overgeprogrammeerd in de hoop dat scherper aan de wind kan worden gevaren en het geld kan worden uitgegeven. De middelen die daarvoor zijn vrijgemaakt moeten worden geïnvesteerd in het onderwijsvastgoed. Mevrouw Ramaker (VVD) concludeert dat die aanpak niet werkt en hoort vaak dat er wel geld is maar geen personeel. Hoe wordt dat strategisch aangepakt? Zij kan niet over de cijfers spreken in het besloten deel. Naast een technische sessie heeft zij ook behoefte aan een debat over hoe het bedrag van € 64 miljoen in twee jaar tijd goed wordt besteed. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de aanpak van planningsoptimisme pas bij deze voorjaarsnota is geïntroduceerd. Die aanpak is voor het eerst gedaan in de mobiliteitsportefeuille en daar werkt het. Daar is het deel onderuitputting afgenomen. De opmerking van Stadsbelang Utrecht betreft hetzelfde onderwerp. Er zijn middelen. Bekend is waar het geld aan wordt uitgegeven en dat wordt zo snel mogelijk gedaan. Zij weet niet of de oplossingen van de heer Nykvist passend zijn. De heer Nykvist (Stadsbelang Utrecht) duidt erop dat het verhaal van het college doordrenkt is van het begrip schaarste: men wil veel, maar er is niet genoeg. Met andere woorden: er moet worden gekozen en prioriteiten worden gesteld en dat leidt tot allerlei discussies.

Als een deel van de verantwoordelijkheid van het keuzepatroon met betrekking tot een kwaliteitsverbetering bij de scholen en de schoolbesturen wordt gelegd, kan dat betekenen dat de schaarste vooruit wordt geschoven. Doet het college dat of is het dat van plan? Pagina 18 van 33

5

10

15

20

25

30

Wethouder Van Hooijdonk vindt het een ingewikkelde vraag. Het lijkt of de gemeente dan in plaats van bekostigen gaat financieren. Dat is niet de kwestie. Er moeten keuzes worden gemaakt, want er is een verdelingsvraagstuk. Wat is gekozen moet worden uitgevoerd en daar is een tempovraagstuk door bijvoorbeeld netcongestie of materialen. De heer Nykvist (Stadsbelang Utrecht) wees erop dat wat nu financieel in handen is van de scholen, op basis van 'het geld klotst tegen de plinten', actief te gebruiken voor de doeleinden die worden gesteld en boekhoudkundig op te nemen dat de gemeente een vordering krijgt op de scholen of omgekeerd, al naar gelang het proces zich voordoet. Dat is boekhoudkundig 'gladstrijken' zonder extra kosten, maar dat bevordert de snelheid van het proces. Wil het college daarover nadenken? Wethouder Van Hooijdonk heeft het idee dat dit een oplossing is voor een niet-bestaand probleem. De vraagstukken zitten veel meer op het gebied van netcongestie. Die kunnen niet boekhoudkundig worden opgelost. De suggestie van het CDA voor een kwaliteitskader wordt meegenomen. De PvdA stelde een vraag over ad hoc leegstandsbeheer. In de kwartaalbrief wordt daar inhoudelijk op teruggekomen. Dat is nu niet specifiek voor onderwijshuisvesting geregeld, maar voor de hele vastgoedportefeuille van de gemeente. GroenLinks vroeg naar de VN-ontwikkelingsdoelen.

Zij laat het aan haar collega of hij dat specifiek verwerkt in het IHP. Alles wat ter tafel komt, is in die geest. Mevrouw Hoenkamp (Partij voor de Dieren) vroeg of schoolpleinen als expliciet onderdeel worden genoemd bij het onderdeel flexibel gebruik van de ruimte. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) had gevraagd of de prognose peildatum voor de verordening voor het speciaal onderwijs kan worden aangepast. Mevrouw Assen (PvdA) vroeg naar de concrete situatie rondom Hart van Noord en het automatisme in de systematiek bij renovatie of nieuwbouw. Mevrouw Dolmans (D66) heeft gevraagd of de Utrechtse Onderwijsagenda de basis voor de keuzes die worden gemaakt.

35

40

45

50

55

Wethouder Van Hooijdonk verwijst naar de kwartaalbrief voor onder andere de prognosedatum, het Hart van Noord en het automatisme. Zij heeft niet alle vragen kunnen noteren. Er zijn diverse beleidsstukken, waaronder de RSU, de Utrechtse Onderwijsagenda, een koersdocument en dergelijke. Deze vormen de bodem onder dit stuk. Wat het college betreft zijn de schoolpleinen zo veel mogelijk openbaar. Dat leidt soms tot discussies, maar dat betekent dat ze niet alleen als schoolplein worden gebruikt, maar ook na schooltijd als speeltuin. Het is semi openbare ruimte en gekeken wordt hoe dat zo openbaar mogelijk kan worden gemaakt. Dat is een vorm van flexibiliteit. De voorzitter herhaalt de toezegging dat een aantal inhoudelijke punten wordt meegenomen in de voortgangsrapportage voor volgende raadsvoorstellen. Hierbij wordt verwezen naar het verslag. Aanvullend daarop zijn geen toezeggingen gedaan. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil een motie indienen over de wijkgerichte aanpak en over de doelstellingen die door de raad worden meegegeven. Mevrouw Kendir (Student & Starter) overweegt om met de PvdA een motie in te dienen over de prioriteiten. Mevrouw Ramaker (VVD) overweegt een motie over hoe planningsoptimisme echt optimistisch te laten zijn. Mevrouw Assen (PvdA) overweegt een motie ter verduidelijking van het automatisme bij renovatie of nieuwbouw.

Pagina 19 van 33

De voorzitter stelt behandeling van 30 minuten in de raad voor. Mevrouw Vermeulen neemt het voortouw in de agendering. Hij schorst de vergadering om 13.01 uur. 5

Schorsing voor de lunchpauze.

Lijst van toezeggingen 10

Vermaakje openstellen voor meer horecagelegenheden (wethouder Schilderman): - Het Vermaakje wordt in de horecabrief van het tweede kwartaal van 2025 geëvalueerd. Daarin wordt onder andere teruggekomen op het aantal aanvragen en de verdeling over de wijken. De mening van bewoners wordt meegenomen, ook op basis van de reacties vanuit de omgevingsvergunning.

15

Onderwijshuisvesting - Een aantal inhoudelijke punten wordt meegenomen in de voortgangsrapportage voor volgende raadsvoorstellen. Hierbij wordt verwezen naar het verslag.

20

25

30

35

40

45

50

55

Pagina 20 van 33

5

Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door

10

15

donderdag 23 november 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter, mw. M. Ramaker, de wethouder, mw. L. Voortman, mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. J. Otto (EenUtrecht), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), mw. E. Kendir (Student & Starter), mw. J. Kleinrensink (GroenLinks), mw. V. Dada-Anthonij (D66), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. M. Al-Saqaff (VVD), de commissiegriffier mw. W. Koks

Afwezigen Inhoud 20

1. Opening .......................................................................................................................................21 LIJST VAN TOEZEGGINGEN……………………………………………………………………………33

Eerste termijn 1. Opening 25

30

De voorzitter opent het middagdeel van de vergadering om 14.00 uur en heet iedereen welkom. Aan de orde is agendapunt 10, basisbanen. De agenderende fracties van PvdA, EenUtrecht, GroenLinks, D66 en ChristenUnie willen in gesprek over de huidige invulling van basisbanen in Utrecht, en specifiek over de voorwaarden die nu worden gesteld en het beperkte aantal banen dat tot nu is gerealiseerd. Ook de VVD en het CDA willen in gesprek over de huidige invulling van de basisbanen, onder welke voorwaarden dit gebeurt en hoe dit zich verhoudt tot ontwikkelbanen en vrijwilligerswerk. Daarnaast wil de fractie van Student & Starter graag een inbreng doen. De voorzitter geeft allereerst het woord aan de fractie van de PvdA.

35

Mw. Raaijmakers (PvdA) zegt dat een basisbaan voor bestaanszekerheid zorgt. In Groningen heeft de fractie gezien dat een basisbaan mensen helpt uit de bijstand te komen en meer geld Pagina 21 van 33

5

10

15

20

over te houden en meer eigenwaarde te krijgen. Het gaat hierbij om mensen die niet op de reguliere arbeidsmarkt aan werk kunnen komen. In plaats van dat zij zich aan een baan moeten aanpassen, wordt de basisbaan passend gemaakt voor de persoon. Volgens mevrouw Raaijmakers is dit een mooie manier om invulling te geven aan het grondrecht op werk. Mw. M. Saqaff (VVD) wijst erop dat het de omgekeerde wereld is dat er bij tekorten op de arbeidsmarkt banen worden gecreëerd die er anders niet waren geweest. Vindt de PvdA dit niet vreemd? Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zegt dat hoe het in het verleden werd gedaan niet per se gaat helpen voor de toekomst, gezien het feit dat sommige mensen jarenlang aan de kant staan en niet uit de bijstand komen. Daarom moet de gemeente kijken hoe zij het anders kan doen. Ook volgens een breed gedeeld advies van experts moet de persoon centraal staan en moeten de banen daaraan worden aangepast. Mw. M. Saqaff (VVD) is het ermee eens dat het anders moet dan het ging. Zij vraagt of het beter is om een nieuwe baan in het leven te roepen dan om te kijken naar de banen die er al zijn. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) herhaalt dat de mensen centraal staan en dat er moet worden gekeken naar wat zij nodig hebben. Bij het Groningse voorbeeld is er nog niemand uitgevallen. Mw. M.

Saqaff (VVD) denkt dat er voor werkzoekenden ook positieve resultaten geboekt kunnen worden door te kijken naar de bestaande banen.

25

30

35

Mw. I. Raaijmakers (PvdA) beaamt dit. Volgens haar is er een heel palet aan instrumenten nodig om mensen te kunnen helpen. Dhr. B. van der Steeg (CDA) merkt op dat er vijf voorwaarden zijn genoemd. Vindt de PvdA dat die niet als uitgangspunt genomen moeten worden als je bij de mensen zelf begint? Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zegt dat zij hier straks nog iets over zal zeggen. Zij vervolgt haar bijdrage. De fractie is teleurgesteld in wat er nu ligt. Zij waardeert de inzet van het college om de ontwikkelbaan in te zetten als de Utrechtse variant van de Groningse basisbaan, maar volgens haar is er wel een fundamenteel verschil. De ontwikkelbaan is een re-integratie-instrument met als doel de doorstroming naar regulier werk. Zeker van waarde, maar het is niet hetzelfde als een basisbaan. Bij een basisbaan gaat het om mensen die niet aan regulier werk kunnen komen. De PvdA vindt daarom dat de basisbaan een eerlijke kans moet krijgen.

40

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat een basisbaan niet per se betekent dat iemand door moet stromen, maar volgens haar is dat wel een optie. In dat geval zou een ontwikkelbaan best een basisbaan kunnen worden. Is de PvdA het daarmee eens?

45

Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zegt dat mensen zich zeker kunnen ontwikkelen. In Groningen kent men ook een participatiebaan. Dat is hetzelfde als een ontwikkelbaan en bedoeld om mensen door te laten stromen. In Groningen zijn echter van de 114 basisbanen twee mensen doorgestroomd naar een reguliere baan.

50

55

60

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat mensen in principe niet door moeten stromen, maar vraagt of het oké is als dat wel gebeurt. In dat geval kan een ontwikkelbaan volgens haar een basisbaan zijn. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) beaamt dit. De fractie heeft een paar vragen aan het college: 1) Uitstroom is geen doel op zich. Wat gebeurt er met mensen met een ontwikkelbaan die niet uitstromen naar regulier werk en weer in dienst komen bij UW? Kunnen mensen hun ontwikkelbaan behouden als blijkt dat ze straks toch bij UW in dienst blijven? 2) De PvdA vindt dat de mensen vanaf dag één betaald moeten worden. 3) Het is belangrijk om de doelgroep goed in beeld te krijgen. 4) Er moet op zoek worden gegaan gaan naar diversere taken. Maatschappelijke organisaties en woningcorporaties moeten hier ook bij betrokken worden. 5) De fractie zou de randvoorwaarden willen aanpassen. Nu is de duurzame financiële bijdrage van private partijen de bottleneck. Er is ook een risico op verdringing. Pagina 22 van 33

5

10

15

20

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) kan dit laatste niet rijmen met het idee dat het om structurele banen zou moeten gaan. Juist met twee financieringsstromen is het moeilijker om zulke banen op te heffen. Zij vraagt of de PvdA dit met GroenLinks deelt. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) ontkent dit. De gemeente Utrecht wil met private financiers in zee omdat zij anders geen garanties kan geven, maar in Groningen is men al vijf jaar bezig met een pilot, die daarom eigenlijk geen pilot meer is. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat basisbanen wegbezuinigd kunnen worden als die alleen afhankelijk zijn van financiering door de gemeente. Daarom zou haar fractie liever twee financieringsstromen zien. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) is het hier niet mee eens. Zij zegt dat juist de private financiering tot nu toe de bottleneck is geweest waardoor de basisbanen in Utrecht nog niet van de grond zijn gekomen. Mw. M. Saqaff (VVD) vraagt wat er mis is met de ontwikkelbanen. Daarmee kunnen mensen doorstromen naar regulier werk. Mocht dat niet lukken, dan kunnen ze altijd nog terugvallen op vrijwilligerswerk, met financiële ondersteuning van de overheid. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zegt dat er niks mis is met ontwikkelbanen, maar dat het alleen geen basisbanen zijn.

25

30

35

40

45

50

Volgens mw. M. Saqaff (VVD) gaat het toch om de voldoening uit werk. Dat kan ook bij vrijwilligerswerk, zonder dat het de gemeente veel extra geld hoeft te kosten, zoals bij een basisbaan. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zegt dat het zeker niet alleen om voldoening gaat. Het inkomen is wel degelijk belangrijk. Zij beaamt dat het de overheid geld kost, maar zegt dat daar ook bepaalde baten tegenover staan. Mw. M. Saqaff (VVD) merkt op dat de levensstandaard hierdoor niet verbetert, zoals het Cliëntenplatform heeft gezegd. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zegt dat dit meer met de invulling te maken heeft dan met het instrument basisbaan op zich. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) vervolgt haar bijdrage. Volgens haar zijn het vooral de financiële belemmeringen die basisbanen zoals in Groningen in Utrecht onmogelijk maken. Zij vraagt of een haalbaarheidsstudie tot de mogelijkheden behoort. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) ziet niet wat een haalbaarheidsstudie toevoegt aan de praktijk die er al is. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) zou graag zien dat de voorwaarden aangepast worden, maar daarvoor is geen budget. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zou het zonde vinden om geld in te zetten voor onderzoek als dat ook gebruikt kan worden voor wat er daadwerkelijk gedaan gaat worden. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) merkt op dat de informatie in dezen beperkt is.

Zij zou graag onderzocht zien wat er mogelijk is als de voorwaarden zouden worden losgelaten.

55

Dhr. Van der Steeg (CDA) vindt dat een basisbaan geen doel op zich moet zijn. Wil de PvdA een haalbaarheidsstudie zonder het laatste uitgangspunt? Mw. I. Raaijmakers (PvdA) beaamt dit.

60

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van EenUtrecht. Pagina 23 van 33

5

Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat EenUtrecht met de PvdA naar Groningen is gegaan en samen vragen heeft gesteld. De fractie is geschrokken van de beantwoording, met name van de vraag of je Groningen met Utrecht kunt vergelijken. Daarbij ging het vooral om de rekenmodule die in Groningen wordt gebruikt. Het college wil daar niet aan. EenUtrecht wil opnieuw, op basis van dezelfde historische data als Groningen, kijken waar Utrecht op uit zou komen. Want in Groningen is de conclusie dat de basisbanen financieel goed haalbaar zijn.

10

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) vindt zo’n vergelijking zinnig maar vraagt hoe je de buigbudgetten meerekent, omdat de gemeentelijke financiering dan verandert. Die budgetten kun je niet op historische data baseren, en dat maakt veel uit voor de businesscase. Is EenUtrecht het ermee eens dat de buiggelden meegenomen moeten worden?

15

Volgens dhr. Otto (EenUtrecht) is dit een misvatting omdat de buiggelden over het hele land berekend worden. Als Utrecht dit samen met Groningen zou doen, heeft het geen effect op wat Utrecht vanuit Den Haag ontvangt.

20

25

30

35

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) is van mening dat dit wel effect zal hebben. Volgens haar zijn Groningen en Utrecht niet vergelijkbaar. Dhr. Otto (EenUtrecht) deelt dit niet met GroenLinks. Dhr. Van der Steeg (CDA) vind de kosten/baten analyse wel helder. Toch kosten basisbanen veel geld. Welk bedrag zou de heer Otto daarvoor over hebben? Dhr. Otto (EenUtrecht) antwoordt dat je volgens de berekening van Groningen een aantal kosten terugkrijgt (onder andere voor de loonkostensubsidie). Ook de buiggelden krijg je terug. Volgens EenUtrecht heb je alleen te maken met de kosten in de begeleiding. In Groningen hanteert 2000; Utrecht 8000. EenUtrecht denkt dat dit dus wel degelijk financieel haalbaar is. Dhr. Van der Steeg (CDA) merkt op dat de financiële haalbaarheid voor EenUtrecht kennelijk geen doorslaggevend argument is. Dhr. Otto (EenUtrecht) beaamt dit maar stelt dat het voor de gemeente wel een doorslaggevend argument is. EenUtrecht vindt de maatschappelijke meerwaarde van de basisbanen zo groot dat de gemeente daar niettemin voor zou moeten gaan. Dhr. Van der Steeg (CDA) vraagt wat een basisbaan EenUtrecht dan waard is.

40

45

50

55

Dhr. Otto (EenUtrecht) zou die vraag graag beantwoorden als Utrecht samen met Groningen naar de casestudy zou kijken. Hij durft daar geen getal aan te hangen, maar een paar duizend euro per baan heeft de fractie daar wel voor over. De heer Otto vervolgt zijn bijdrage. Wat betreft de ontwikkelbanen merkt hij op dat UW de laatste jaren heeft gezien dat het vanuit de gemeente steeds minder kandidaten kreeg. Daarom zijn de ontwikkelbanen ingevoerd. De heer Otto vergelijkt die met het werk in de vroegere sociale werkplaats. Volgens hem is dat iets anders dan mensen die al jarenlang in de bijstand zitten in hun kracht zetten. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) vindt het denigrerend om zo over dit soort werk te spreken. Volgens haar gaat het vooral om de vraag: wat is maatschappelijk relevant werk? Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat je bij maatschappelijke relevant werk een bijdrage levert aan het sociaal-maatschappelijk verkeer, het leven van anderen. Dat is iets anders dan werken in de sociale isolatie van een industrieterrein, waar het UW is gevestigd. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) resumeert dat er volgens EenUtrecht dus pas sprake is als het werk niet binnen een bedrijf plaatsvindt maar ergens in de samenleving. Dhr.

Otto (EenUtrecht) merkt op dat als je basisbanen in aanvulling op SW-banen creëert, dat op plekken moet gebeuren waar dat eerder nog niet werd gedaan, dan betaal je als gemeente voor Pagina 24 van 33

werkzaamheden die goed zijn voor de cohesie in de samenleving. Daarin verschillen deze banen volgens hem van het soort werk dat bij UW plaatsvindt. 5

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) vraagt wat EenUtrecht onder cohesie bevorderende werkzaamheden verstaat. Dhr. Otto (EenUtrecht) antwoordt dat het daarbij gaat om de verbinding met andere mensen.

10

15

Mw. Saqaff (VVD) vraagt wat het verschil is tussen een pizzakoerier en iemand die schroefjes in elkaar draait bij Lageweide. Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat het bij Lageweide gaat om beschut werk. Volgens hem zijn de banen die EenUtrecht en de PvdA voor ogen staan aanvullende banen voor een aanvullende groep die nu nog niet bereikt wordt. Mw. Saqaff (VVD) vraagt wat er mis is met ontwikkelbanen als je daarna naar regulier werk kunt doorstromen of bij UW kunt werken.

20

Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat er in Utrecht duizenden mensen langdurig in de bijstand zitten die nu niet bereikt worden en dat er daarom iets nieuws gecreëerd moet worden. Hij denkt dat de gemeente dit met gesloten beurs kan doen, omdat zij de uitkeringen toch al kwijt is. Je creëert werk dat wel nodig is maar waarvoor nu geen banen zijn.

25

Mw. Saqaff (VVD) merkt op dat het wel degelijk heel veel geld kost. Zij vraagt waarom EenUtrecht niet meer op ontwikkelbanen wil inzetten. Als een ander soort banen nodig zou zijn, waren die er wel al geweest.

30

35

Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat je de duizenden mensen die al jaren in de bijstand zitten niet naar een reguliere baan in de markt gaat krijgen. Daarom wil EenUtrecht investeren in de kracht en talenten bij diegenen die niet op de bestaande arbeidsmarkt te plaatsen zijn. Volgens hem zijn de kosten al gemaakt met de uitkering plus de bureau- en coachingskosten en kunnen die net zo goed in loonkosten worden omgezet. EenUtrecht is van plan om hierover een motie in te dienen. Volgens de fractie kunnen de basisbanen vanuit een goede businesscase uitgewerkt worden. Je kunt die ontwikkelbanen noemen maar ze dan wel zo framen dat mensen zich daar daadwerkelijk in ontwikkelen, en soms is dat naar betaald werk en soms gaat het gewoon om inzet in de wijk. De voorzitter vraagt of de fractie naast haar motie ook nog vragen voor de wethouder heeft.

40

Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt aan de wethouder: als wij dit gefinancierd krijgen, zou u er dan voorstander van zijn om dit naar het Groningse model uit te rollen? Dhr. Van der Steeg (CDA) vraagt of EenUtrecht nu wil inzetten op ontwikkelbanen.

45

Dhr. Otto (EenUtrecht) beaamt dit maar stelt dat de ontwikkelbanen in hun huidige vorm niet volstaan. Een voorwaarde is dat mensen zich hierin ook daadwerkelijk ontwikkelen. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks

50

55

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat GroenLinks samen met de andere fracties voor de uitgangspunten van basisbanen heeft gestemd. Er zijn nu, drie jaar later, twee nieuwe basisbanen gecreëerd alsook banen bij UW die geen basisbanen zijn maar dat wel zouden kunnen zijn. De fractie ziet dat sommige randvoorwaarden aangepast moeten worden om het makkelijker te maken. Andere uitgangspunten zijn wel harde voorwaarden. Zo mogen mensen niet het slachtoffer worden van draaideurconstructies. Het moet om structurele banen gaan, die geborgd worden met financiering door private partijen. Mw. I. Raaijmakers (PvdA) vraagt of GroenLinks niet het probleem ziet dat er met die randvoorwaarden maar twee basisbanen gecreëerd zijn.

Pagina 25 van 33

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) beaamt dit. Juist daarom vindt GroenLinks dat er met sommige randvoorwaarden soepeler moet worden omgegaan. 5

Mw. I. Raaijmakers (PvdA) vraagt hoe GroenLinks kijkt naar die mensen van wie je weet dat ze niet meer in de reguliere arbeidsmarkt aan de bak komen. Welke plek zouden die dan in het systeem hebben?

10

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat je basisbanen ook kunt zien als een manier om zaken met een maatschappelijke meerwaarde te bekostigen. Er zijn verschillende instrumenten voor mensen die geen plek vinden op de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld beschut werk en de banenafspraak. Voor de groep die daartussen valt zouden de basisbaan en de ontwikkelbaan een optie kunnen zijn.

15

Mw. I. Raaijmakers (PvdA) vraagt of GroenLinks niet ziet dat het een probleem is als mensen alleen mee kunnen doen aan zo’n ontwikkelbaan in het kader van een traject in de richting van regulier werk.

20

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat een basisbaan een plek moet zijn waar iemand kan werken die dat wil. Daarbij zijn er twee mogelijke uitkomsten: iemand zit op een plek en blijft daar of iemand gaat van daaruit verder. Ontwikkeling moet wel een mogelijkheid maar geen verplichting zijn. Mw. Saqaff (VVD) vraagt of GroenLinks af wil van financiering door bedrijven?

25

30

35

40

45

50

55

60

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) ontkent dit en zegt dat financiering door een private partij juist dient om het structurele karakter te waarborgen. Mw. Saqaff (VVD) merkt op dat het juist bij basisbanen lastig was om private partijen bereid te vinden om daaraan bij te dragen. Hoe weegt GroenLinks dat? Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat bedrijven hierin ook een maatschappelijke verplichting hebben. Mw. Saqaff (VVD) zegt dat er een ongelijk speelveld ontstaat als private partijen aan de basisbanen zouden bijdragen. Het ene bedrijf heeft dan goedkope arbeidskrachten met staatssteun en het andere niet. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat het gaat om cofinanciering en niet om volledige financiering door bedrijven. Het zit er dus tussenin. Zij vervolgt haar bijdrage. De volgende randvoorwaarde die GroenLinks ziet is dat mensen met een basisbaan daar fatsoenlijk voor betaald moeten worden, minstens naar wettelijk minimumloon. Volgens GroenLinks mag de basisbaan geen regulier werk verdringen. De verdringing van vrijwilligerswerk vindt de fractie minder problematisch. Dat wordt nu gedaan zonder beloning, terwijl het ook een betaalde baan zou kunnen zijn. Die randvoorwaarde zou dus versoepeld kunnen worden. Dhr. Van der Steeg (CDA) vindt dat vrijwilligerswerk juist niet verdrongen mag worden. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) is het daar niet mee eens.

Zij staat ervoor open om van vrijwilligerswerk betaalde banen te maken als organisaties bereid zijn om daarvoor te betalen en het ook steeds moeilijker is om vrijwilligers te vinden. Dhr. Van der Steeg (CDA) merkt op dat zulke banen geen vrijwilligerswerk verdringen als er niemand voor dat werk te vinden. Hij wil het eigen initiatief voor de samenleving echter niet vervangen door een betaalde baan. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat je daarmee meer erkenning geeft aan iets wat vrijwillig wordt gedaan. Het is ook een erkenning van de maatschappelijke meerwaarde die daaraan wordt toegevoegd. Dhr. Van der Steeg (CDA) vindt dat je vrijwilligerswerk niet via de overheid moet financieren. Pagina 26 van 33

5

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) is niet bang dat je daarmee de samenleving de nek omdraait. Zij ziet de omzetting van vrijwilligerswerk in betaalde banen als een win-winsituatie en noemt dat kansen creëren voor een groep die ze anders niet heeft, waarbij tevens maatschappelijke meerwaarde wordt gecreëerd. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of GroenLinks een verschil maakt tussen mensen die langdurig in de bijstand zitten en vrijwilligerswerk doen en mensen voor wie dat niet geldt.

10

15

Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) begrijpt de vraag niet goed. Dhr. Otto (EenUtrecht) kan zich voorstellen dat je als gepensioneerde niet betaald hoeft te worden als je vrijwilligerswerk doet maar dat het niet zo gek is om daar wel voor betaald te krijgen als je langdurig in de bijstand zit. Mw. J. Kleinrensink (GroenLinks) beaamt dit. Volgens haar is de vraag of organisaties bereid zijn om samen met de overheid betaald werk te financieren dat nu door vrijwilligers wordt gedaan.

20

Dhr. Otto (EenUtrecht) concludeert dat GroenLinks het in het geval van bijstand dus niet erg zou vinden als een basisbaan vrijwilligerswerk zou verdringen, maar daaraan in het geval van vrijwilligerswerk door gepensioneerden niet een hele financiële constructie wil ophangen.

25

Mw. Kleinrensink (GroenLinks) ziet deze tegenstelling niet. Zij is benieuwd hoe het college tegen de versoepeling van het vrijwilligerswerk aankijkt. Zij vervolgt haar bijdrage. De basisbaan is een instrument voor mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, die echter niet in aanmerking komen voor beschut werk. De ontwikkelbaan valt ook onder deze definitie.

30

35

40

45

50

55

Mw. Raaijmakers (PvdA) verbaast zich erover dat GroenLinks vasthoudt aan private financiering terwijl na drie jaar juist is aangetoond dat daar een bottleneck zit. Mw. Kleinrensink (GroenLinks) verbaast zich er op haar beurt over dat juist de PvdA bedrijven van zulke verplichtingen wil ontslaan. Zonder financiering door private partijen zouden de basisbanen op de tocht kunnen komen te staan. Mw. Raaijmakers (PvdA) merkt op dat bedrijven op dit moment die verplichting helemaal niet hebben. Daarom is het juist zo moeilijk om zulke bedrijven te vinden. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of GroenLinks naast het bedrijfsleven ook een rol voor nonprofitorganisaties ziet. Mw. Kleinrensink (GroenLinks) ziet die rol zeker. De voorzitter geeft het woord aan D66 en vraagt of de fracties hun vragen en antwoorden kort kunnen houden. Mw. Dada-Anthonij (D66) kan zich aansluiten bij wat GroenLinks heeft ingebracht. Zij zegt dat de basisbaan voor D66 geen op zich staand doel is en vraagt of de wethouder inzichtelijk kan maken hoe de basisbaan zich verhoudt tot de ontwikkelbaan in deze vorm. Ook vraagt zij of de wethouder kan aangeven of door het inzetten van de ontwikkelbaan als variant op de basisbaan niet bepaalde doelgroepen uit het oog worden verloren? De ontwikkelbaan wordt nu alleen uitgerold in samenwerking met het UW.

Kan de wethouder aangeven of het mogelijk is dat hiervoor meerdere partners worden gevonden? Wat betreft de doelen en de voorwaarden die in de raadsbrief worden genoemd: wat is het risico dat deze meer belemmerend werken en als dat risico er is, hoe zou dat dan verkleind kunnen worden? Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt aan welke andere partners D66 denkt. Mw. Dada-Anthonij (D66) heeft hier geen specifiek beeld bij.

Pagina 27 van 33

Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of D66 open zou staan voor het opengooien van de ruimte aan (non-)profitorganisaties om daar iets aan te doen. 5

10

15

Mw. Dada-Anthonij (D66) zegt dat voor D66 het doel is dat de afstand tot de arbeidsmarkt wordt verkleind. Met welke organisaties of bedrijven dit gebeurt is haar om het even. Volgens haar gaat het met de huidige pilot basisbanen niet altijd even soepel gaat. D66 vindt het belangrijk dat zoveel mogelijk Utrechters actief kunnen deelnemen aan de maatschappij. De fractie kan zich vinden in het besluit van het college om de basisbanen in te vullen via de ontwikkelbanen bij UW, mits dit er niet toe leidt dat bepaalde groepen buiten de boot vallen. De voorzitter geeft het woord aan de Christen Unie. Dhr. Van der Graaf (CU) vindt het belangrijk dat er basis- of ontwikkelbanen zijn, maar wel waardevol, duurzaam en passend bij de talenten en mogelijkheden van de mensen. Hij vraagt of de wethouder kan toezeggen dat deze randvoorwaarden overeind zullen blijven als er gewerkt gaat worden met ontwikkelbanen in plaats van basisbanen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD.

20

Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD begrijpt dat er meer ingezet gaat worden op ontwikkelbanen. De fractie vindt het acceptabel als daarbij begeleiding is naar regulier werk. Voor haar wegen de zorgen van de Cliëntenraad met betrekking tot de basisbanen wel zwaar. De VVD maakt zich zorgen over de verdringing van vrijwilligerswerk.

25

Mw. Raaijmakers (PvdA) vraagt of de VVD ook heeft gehoord wat de experts van de Cliëntenraad hebben gezegd tijdens de RIB, dat zij wel degelijk voorstander zijn van basisbanen.

30

35

40

45

50

55

60

Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt dat de Cliëntenraad ontwikkelbanen ziet als een goed instrument voor mensen met afstand tot de arbeidsmarkt maar dat er wel een kritische brief is gestuurd over de basisbanen. Volgens haar wordt de levensstandaard daarmee niet verbeterd. Mw. Raaijmakers (PvdA) merkt op dat bij de eerdere Melkertbanen als re-integratieinstrument juist de gedwongen uitstroom fout is gegaan. Hoe kijkt de VVD naar die feedback van de Cliëntenraad? Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt dat je kunt uitstromen naar regulier werk en dat je in dienst kunt bij UW als dat niet lukt. Zij vervolgt haar bijdrage. De VVD maakt zich zorgen over de verdringing van vrijwilligerswerk wanneer het niet om tijdelijk werk gaat. Wil van de wethouder horen hoe dat voorkomen gaat worden. Mw. Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat onbetaald vrijwilligerswerk nu steeds beter beloond gaat worden. Zij vraagt of de VVD deelt dat dit wel zou kunnen. Mw. Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat vrijwilligerswerk iets anders wordt als het betaald werk wordt. Zij vraagt aan de wethouder welke kosten er aan basisbanen zijn verbonden. Ook wil zij weten waarom er in de raadsbrief geen financiële paragraaf staat. Zij vraagt aan de wethouder waarom een ontwikkelbaan voor werkgevers aantrekkelijker is dan een basisbaan. Het werk is er niet; als er behoefte aan was, dan zou het er wel zijn.

De VVD is er geen voorstander van om als gemeente banen uit de grond te stampen. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt naar aanleiding van het verdringen van vrijwilligerswerk of de VVD zich realiseert dat het hier gaat om een groep mensen die met een verminderde loonwaarde werken. Waarom zou je ze daar dan niet voor mogen betalen? Mw. Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat mensen met afstand tot de arbeidsmarkt in een ontwikkelbaan worden begeleid in de richting van regulier werk. Als dat niet lukt, gaan ze naar UW. Maar ze krijgen dus hoe dan ook betaald. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of de VVD mogelijkheden ziet om dat ook buiten UW te doen. Volgens hem is het werk bij UW erg eenzijdig. Pagina 28 van 33

Mw. Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat je vanuit UW naar andere bedrijven wordt gedetacheerd. Zij snapt de vraag niet helemaal. 5

Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of de VVD ruimte ziet om het arbeidsspectrum in dezen breder te trekken dan alleen de bedrijven die aan UW zijn verbonden.

10

Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt dat dit wat de VVD betreft wel kan onder de voorwaarde dat het geen regulier werk of vrijwilligerswerk verdringt en onder de voorwaarden dat er geen banen uit de grond worden gestampt waaraan geen behoefte is en dat het doel wel is dat er begeleiding is naar regulier werk.

15

20

25

Mw. Kendir (Studenten & Starter) vraagt of de VVD het nou wel of niet oké vindt als het vrijwilligerswerk verdrongen wordt. Mw. Al-Saqaff (VVD) vindt dat niet oké. Zij vervolgt haar inbreng en vraagt voor wie deze ontwikkelbanen nou precies bedoeld zijn. Wat ziet de wethouder als de doelgroep? De voorzitter geeft het woord aan de fractie van het CDA. Dhr. Van der Steeg (CDA) zegt dat het CDA het belangrijk vindt dat mensen zoveel mogelijk aan het werk gaan. Als de overheid daar een rol in kan spelen, is dat prima. De fractie staat niet per se negatief tegenover basisbanen, al ziet zij die niet als een doel op zich. Zij wil dat de in de raadsbrief genoemde randvoorwaarden allemaal gehandhaafd blijven en kan de wethouder volgen als die zich op ontwikkelbanen richt. De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter.

30

35

40

Mw. Kendir (Student & Starter) zegt dat tijdens de raadsbijeenkomst werd gezegd dat basisbanen als een recht zouden moeten worden gezien. Iedereen heeft het recht op deelname aan de samenleving. Bij het bekijken van de kosten van de basisbanen mogen ook de maatschappelijke voordelen niet uit het oog verloren worden. De verschillen tussen de diverse arbeidscategorieën vindt de fractie minder belangrijk. Een werkgever/werknemer relatie lijkt haar niet wenselijk. Er moeten aan beide kanten heldere verwachtingen zijn. Dit wil zij graag meegeven aan de wethouder. Er moet geïnvesteerd worden in kennis over het cliëntenbestand. Daarnaast moet ook geaccepteerd worden dat sommige mensen geen interesse hebben in basisbanen. Het cliëntenplatform heeft twee zorgen geuit: 1) over de stabiliteit van het inkomen van mensen met basisbanen, en 2) over de mogelijkheid dat basisbanen de levensstandaard structureel kunnen verbeteren. Als deze zorgen weggenomen kunnen worden, is Student & Starter voorstander van het realiseren van basisbanen. De voorzitter vraagt of er nog andere fracties zijn die iets willen inbrengen. Zij geeft het woord aan Stadsbelang Utrecht.

45

50

55

60

Dhr. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt zich af wat hierover in het programma van GroenLinks staat en wat daarvan terechtgekomen is. Wat in het collegeprogramma staat, is volgens hem volkomen mislukt. De huidige raadsbrief lijkt de fractie een poging om hier een oplossing voor te vinden. Als je merkt dat het ene systeem niet werkt en het andere alleen maar tot vragen leidt waarbij de gemeentelijke overheid en anderen mogen bijspijkeren, ga je voorbij aan de essentie van de werkgelegenheid binnen een bedrijf of instantie. Initiatieven als dit moeten het voor degenen die het werk verschaffen aantrekkelijk maken om daarin bij te springen. Als iets niet werkt, moet het ook gewoon gestopt kunnen worden. De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Voortman zegt dat ook het college het belangrijk vindt om passend, duurzaam en betaald werk te vinden voor inwoners met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt. Werk zorgt ervoor dat inwoners niet meer afhankelijk zijn van een uitkering, het draagt bij aan het vergroten Pagina 29 van 33

5

van de eigenwaarde en het biedt ook kansen voor zelfontplooiing. De ontwikkelbaan via UW biedt daartoe een mooie kans. Daarom heeft het college ervoor gekozen om basisbanen in te vullen via die ontwikkelbanen. Het is er trots op dat Utrecht zo nu toch banen voor die Utrechters creëert. Net als de PvdA wil ook de wethouder de mens centraal zetten. Bij de ontwikkelbanen hoef je niet door te stromen, maar het kan wel. Als het niet kan, heeft de werknemer ook een vaste baan. Mw. Raaijmakers (PvdA) vraagt of iemand ook voor een ontwikkelbaan in aanmerking kan komen als bij voorbaat al vaststaat dat zo iemand niet voor regulier werk geschikt is.

10

Wethouder Voortman antwoordt dat je dat van tevoren niet kunt weten. Mw. Raaijmakers (PvdA) zegt dat het wel degelijk van belang is om van tevoren te weten of dat een doel op zich is omdat er anders te veel druk op hen wordt gelegd.

15

Wethouder Voortman zegt dat juist om die reden doorstroming niet verplicht maar wel mogelijk is. Dat zou het college graag open willen houden. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt waaruit de werkzaamheden van mensen bij UW zouden bestaan.

20

Wethouder Voortman zegt dat als een plek bij UW niet zou passen, UW altijd kan kijken of er een andere, beter passende plek is. De wethouder vindt het beeld dat de heer Otto van het werk bij UW creëerde behoorlijk denigrerend.

25

Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat dat niet de bedoeling was. Hij vraagt of UW ook bij onderaannemers terecht kan. Kan dat elders of moet dat op de locatie Lageweide.

30

Wethouder Voortman zegt dat UW met veel verschillende partners samenwerkt. Zij zal hier straks uitgebreider op ingaan. UW biedt een vast dienstverband, gaat vervolgens op zoek naar passend werk binnen de eigen organisatie. Bij uitval gaat het UW op zoek naar ander werk dat wel past. Mw. Raaijmakers (PvdA) merkt op dat er veel tussen uitval en overname door een werkgever zit.

35

40

Wethouder Voortman zegt dat UW altijd kijkt naar passende plekken om mensen te detacheren, onder andere woningcorporaties en maatschappelijke organisaties. Het voortraject is ook heel belangrijk, want het gaat om mensen die lange tijd niet hebben kunnen werken. Ze moeten werknemersvaardigheden ontwikkelen en een veilige start krijgen. Het in beeld krijgen van de doelgroep is ook belangrijk, maar dat doe je juist door met mensen aan het werk te gaan. Wat betreft het loslaten van de duurzame financiële bijdrage, zegt de wethouder dat de gemeente niet alleen voor een structurele financiering kan zorgen. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of er wel sprake is van structurele financiering door de overheid als mensen terugkeren bij UW en het niet lukt om ze ergens onder te brengen.

45

50

55

Wethouder Voortman antwoordt dat ze dan structureel vanuit de gemeentelijke financiering voor UW aan werk worden geholpen. Over de haalbaarheidsstudie waar de PvdA naar vroeg zegt de wethouder dat die al gedaan is. Zij verwijst daarbij naar de ervaring die is opgedaan met Lunchmaatjes en de ontwikkelbanen. De conclusie van het college is dat de ontwikkelbaan de beste manier is om dat in te vullen voor inwoners voor wie de arbeidsmarkt nog op afstand staat. Mw. Raaijmakers (PvdA) vraagt of de brief van twee pagina’s de haalbaarheidsstudie was. Wethouder Voortman is er niet voor om nog meer onderzoek te doen in plaats van mensen aan het werk te helpen. Zij gaat in op de vraag van EenUtrecht met betrekking tot de businesscase van Groningen en zegt dat Utrecht hier anders tegenaan kijkt. Volgens haar is er geen sprake van een sluitende businesscase. Er moet altijd geld bij. Informatie over de buigbudgetten is in de schriftelijke vragen te vinden. Volgens EenUtrecht zijn de ontwikkelbanen bedoeld om UW van personeel voor productie te voorzien. De wethouder is het hier beslist niet mee eens.

Pagina 30 van 33

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of het klopt dat UW eerst te maken heeft gehad met een teruglopend aantal kandidaten dat vanuit de gemeente naar hen toekwam. Hij benadrukt dat het werk bij UW al heel lang bestaat als SW-banen, beschut werk. Er bestaat ook nog iets anders, namelijk ontwikkelbanen, in de markt buiten UW. Wethouder Voortman zegt dat UW nog veel meer doet dan werken met schroefjes, en dat het allerlei soorten werk doet. Dhr. Otto (EenUtrecht) benadrukt nogmaals dat schroefjes niet denigrerend bedoeld was. Wethouder Voortman gaat hier niet op in. Zij vervolgt haar beantwoording. De heer Otto zei dat het alleen goed zou zijn als basis- of ontwikkelbanen in de maatschappelijke sector zouden zijn. Volgens haar kunnen ontwikkelbanen heel goed zijn voor de sociale cohesie. Zij verwijst naar de vraag van mevrouw Kleinrensink: wat is maatschappelijk nuttig? Het college zou op dit moment niet willen inzetten op basisbanen. Volgens de wethouder zijn ontwikkelbanen een beter concept, met goede begeleiding en alternatieven vanuit UW als er geen doorstroming mogelijk is. Wat betreft de vragen van GroenLinks. Zij deelt met de fractie dat het om structurele banen moet gaan. Daarbij moet het ook mogelijk zijn om niet door te stromen naar regulier werk. Het college is geen voorstander van het verdringen van vrijwilligerswerk.

Het probleem is ook welk vrijwilligerswerk je wel betaald maakt en welk vrijwilligerswerk niet. Op de vraag van D66 hoe de basisbaan zich tot de ontwikkelbaan verhoudt antwoordt de wethouder dat de ontwikkelbaan de Utrechtse variant van de basisbaan is. Het gaat hier om banen voor mensen die op de reguliere arbeidsmarkt niet aan de slag komen. UW werkt ook met werkgevers en andere organisaties in de stad samen. Bij UW heeft men kennis en expertise in het begeleiden van inwoners die langdurig niet hebben gewerkt. UW neemt het werkgeverschap op zich, maar dat werk kan ook op andere plekken zijn, wat voor andere werkgevers aantrekkelijk is. De ontwikkelbanen worden sinds twee jaar aangeboden en zijn daarmee eigenlijk geen pilot meer. Ze hebben ook mooie resultaten opgeleverd. Inmiddels zijn er 70 mensen aan het werk. Mw. Dada-Anthonij (D66) vraagt of er door de ontwikkelbaan als variant van de basisbaan in te zetten niet het risico is dat bepaalde doelgroepen hierbuiten vallen. Wethouder Voortman vraagt aan welke doelgroepen D66 daarbij denkt. Op de vraag van de Christen Unie en het CDA of de wethouder de andere randvoorwaarden kan handhaven antwoordt de wethouder bevestigend.

Wat betreft de vraag van de VVD hoe je verdringing van vrijwilligerswerk voorkomt, antwoordt de wethouder dat dit bij ontwikkelbanen wordt ondervangen doordat de inlenende partij een inleenvergoeding betaalt minus de loonkostenvergoeding. Dat is ook het antwoord op de vraag hoeveel een ontwikkelbaan kost. De inleenvergoeding is ongeveer 1800 euro, inclusief de forfaitaire loonkostensubsidie per maand, en na een half jaar wordt de loonwaarde gemeten op basis waarvan de werkelijke loonkostensubsidie wordt bepaald. Op de vraag waarom er geen financiële partner in de brief is opgenomen antwoordt de wethouder dat het gaat om basisbanen binnen de bestaande middelen. Mw. Al-Saqaff (VVD) vraagt nogmaals hoeveel een ontwikkelbaan precies kost. Wethouder Voortman heeft niet het precieze bedrag paraat, maar herhaalt dat het gaat om een inleenvergoeding van 1800 euro, inclusief de forfaitaire loonkostensubsidie per maand. Op de vraag van de VVD waarom een ontwikkelbaan voor een werkgever aantrekkelijker is dan een basisbaan, antwoordt de wethouder dat dit is omdat UW het werkgeverschap en de begeleiding op zich neemt. Wat betreft de doelgroep zou de wethouder die niet al te strak willen inkaderen. Het gaat in elk geval om inwoners voor wie de arbeidsmarkt nog op afstand staat. Mw.

Al-Saqaff (VVD) vraagt naar aanleiding van detachering door UW hoe je verdringing op de arbeidsmarkt voorkomt. Wethouder Voortman erkent dat het hier wel om nieuw werk gaat maar zij ziet geen verdringing. Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt dat het om tijdelijke verdringing gaat maar dat dit wel te begrijpen is als het doel is een gedetacheerde aan werk te helpen met een reguliere baan bij een bedrijf. Pagina 31 van 33

Wethouder Voortman is het hier helemaal mee eens. Het doel is om een persoon aan werk te helpen, niet alleen maar het vervullen van een functie. 5

10

15

20

25

30

Mw. Al-Saqaff (VVD) wijst op het ongelijke speelveld als iemand tijdelijk een bijdrage vanuit de gemeente krijgt. Zij vraagt of het klopt dat verdringing wordt voorkomen als die persoon vervolgens permanent in dienst gaat. Wethouder Voortman beaamt dit. Het gaat niet om een 100 procent producerende werknemer voor 50 procent van de kosten. Je betaalt naar de loonwaarde van de persoon. De wethouder vervolgt haar beantwoording. Zij is het helemaal eens met de stelling van Student & Starter dat het doel bereikt moet worden: mensen aan werk helpen die daar anders niet aan zouden komen. De zorgen over de financiële positie bij deeltijdwerk vindt de wethouder herkenbaar. In reactie op Stadsbelang Utrecht zegt de wethouder dat de ontwikkelbanen aantrekkelijk zijn voor werkgevers omdat het gaat om goede, gemotiveerde werknemers die ook goed door UW worden begeleid. Dhr. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt of nu niet van de gemeente wordt gevraagd om een blanco cheque te tekenen waarvan de financiële invulling op dit moment nog niet overzien kan worden. Wethouder Voortman zegt dat dit goed kan binnen de bestaande middelen. Dhr. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de bestaande middelen in dit geval waren toegewezen aan de uitvoering van een deel van het collegeprogramma. Als dat geld buiten dat programma voor iets anders wordt gebruikt, is het college formeel niet juist bezig.

Wethouder Voortman zegt dat het doel hetzelfde is gebleven: mensen aan een baan helpen die anders niet aan werk kunnen komen. Dhr. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) is van mening dat je niet kunt zeggen dat iets gedekt is omdat het oorspronkelijke bedrag ter beschikking staat. De voorzitter merkt op dat de spreektijd van de heer Nyqvist op is.

35

40

45

50

De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Mw. Kendir (Student & Starter) heeft nog twee onbeantwoorde punten: 1) investeren in kennis over het cliëntenbestand, en 2) duidelijkheid omtrent wat werkgevers van basisbaners kunnen verwachten. Wethouder Voortman antwoordt dat je van tevoren niet altijd of mensen al dan niet aan het werk komen. De gemeente heeft gesprekken gevoerd met organisaties in de stad over de verwachtingen met betrekking tot basisbanen. Dat betekent financieel ook wat. Bij de ontwikkelbanen worden van tevoren goede afspraken gemaakt, zodat daarbij geen verkeerde verwachtingen kunnen zijn. Mw. Kendir (Student & Starter) zegt dat er bij de raadsinformatiebijeenkomst een duidelijk signaal kwam dat werkgevers meenden dat ze aan een basisbaner een werknemer hadden. Kan de wethouder toezeggen dat zij dit ook als aandachtspunt in het vervolg mee zal nemen? Wethouder Voortman kan zich de bewust RIB niet herinneren, maar kan dit wel toezeggen. De voorzitter vraagt of het doel van deze agendering is bereikt.

55

Mw. Raaijmakers (PvdA) zegt dat zij het met een motie voor de raad zou willen agenderen. Dhr. Otto (EenUtrecht) wil ook een motie indienen. Mw. Al-Saqaff (VVD) vraagt om welke moties het zou gaan.

Pagina 32 van 33

Mw. Raaijmakers (PvdA) moet dit nog met haar fractie bespreken maar het zal gaan om het verhaal over de voorwaarden. Zij zal de agendering uiteraard met de woordvoerders delen. 5

10

15

20

Dhr. Otto (EenUtrecht) zegt dat zijn fractie toewerkt naar een motie indachtig het Groningse model. Mw. Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat een paar partijen dit voor de raad willen agenderen. Dat wil GroenLinks ook. Zij weet niet of het daarbij om dezelfde moties gaat, maar voor de raadsvergadering moet wel duidelijk zijn welke partijen daar willen spreken. De voorzitter vraagt wat GroenLinks precies zou willen doen. Mw. Kleinrensink (GroenLinks) zegt dat de motie vooral zal gaan over de uitgangspunten voor vrijwilligerswerk. Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD geen motie wil indienen, maar wel wil benadrukken welke voorwaarden zij ziet voor de ontwikkelbanen. Zij merkt ook op dat dit haar laatste commissie VOWE van mevrouw Kendir is. De voorzitter sluit de vergadering om 15.50

Lijst van toezeggingen 25

Er zijn geen toezeggingen.

Pagina 33 van 33

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b710a550-a22e-4d91-b4f2-90698e5a60bd