CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag VOWE 23 november 2023

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 21 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststelling verslagen18.349 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

5

Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door

10

donderdag 23 november 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mw. C. Hilhorst (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

15

De voorzitter, dhr. R. van der Zweth, de wethouders mw. L. van Hooijdonk, mw. S. Schilderman, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden, mw. H. Assen (PvdA), mw. G. Barelds (CDA), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), dhr. D. Bosch (Utrecht Nu!), dhr. J. van den Broek (CDA), mw. E. Dolmans (D66), mw. M. Fattal (GroenLinks), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. W. Hoenkamp (PvdD), dhr. G.J. te Hoornte (VVD), mw. E. Kendir (Student & Starter), mw. R. Leever (PvdA), mw. B. Nederhand (Volt), dhr. C. Nykvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. A. Oudejans (Student & Starter), dhr. R. Peters (D66), mw. M. Ramaker (VVD), mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. I. Şimşek (DENK), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. B. van der Wilt (D66)

20

Afwezigen Inhoud

25

30

35

1. Opening .........................................................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 23 november 2023 ......................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) ................................................................2 4. Verslagen ......................................................................................................................................4 5. Toezeggingen/Moties ....................................................................................................................4 6. Lijst ingekomen stukken ................................................................................................................4 7. Raadsvoorstel 'Vermaakje' openstellen voor meer horecagelegenheden ....................................4 8. Raadsvoorstel Voordracht en herbenoeming leden Raad van Toezicht Stichting Primair Onderwijs ..........................................................................................................................................9 9.

Onderwijshuisvesting ..................................................................................................................10 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................20

1. Opening

De voorzitter opent de ochtendvergadering om 10.01 uur en heet iedereen welkom. Pagina 1 van 33

Hij stelt vast dat er geen mededelingen zijn van commissie- en/of collegeleden.

2. Vaststellen van de agenda van 23 november 2023 De voorzitter stelt vast dat de agenda ongewijzigd wordt vastgesteld.

5

10

15

20

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure)

De voorzitter meldt dat er twee ingekomen agenderingen zijn van de Rekenkamer en dat er bij de agenderingen ter plaatse een uitnodiging ligt van de partners van de Utrechtse Onderwijsagenda. Voor de twee voorliggende rekenkamerrapporten wordt voorgesteld een technische bijeenkomst of een raadsinformatiebijeenkomst (RIB) te organiseren op 12 december a.s. waarna de rapporten naar de commissie-agenda van 21 december a.s. gaan. De uitnodiging van de Utrechtse Onderwijsagenda gaat ook over 12 december a.s. Als die uitnodiging wordt aangenomen op 12 december a.s., dan kunnen de twee rekenkamerrapporten niet allebei naar de RIB. De uitnodiging van de Utrechtse Onderwijsagenda is geen formele RIB of technische bijeenkomst en kan ook op een andere dag wordt geplaatst. Mevrouw Assen (PvdA) stelt dat de raad in meerderheid heeft bepaald dat RIB-avonden van 19.30 uur tot 22.00 uur mogen duren. Is er daarmee definitief geen ruimte voor alle drie de agenderingen op één avond? De voorzitter bevestigt dat. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of een technische bijeenkomst altijd op dinsdagavond moet worden gehouden.

25

De voorzitter antwoordt dat een technische bijeenkomst op elke door de commissie gewenste dag mag worden gehouden. Een technische bijeenkomst mag ook na 22.00 uur worden gehouden.

30

3.1 Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek 'Pleisters plakken' De voorzitter licht toe dat voorgesteld is dit voorstel te behandelen tijdens de RIB op 12 december a.s. in 60 minuten en in de commissie van 21 december a.s. in 90 minuten. Wil de commissie dit raadsvoorstel behandelen in een RIB of in een technische bijeenkomst?

35

40

45

50

55

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat er al gelegenheid is geweest voor het gesprek met de stad en wil technische vragen kunnen stellen aan de Rekenkamer. De voorzitter vraagt of de commissie zich kan vinden in een technische bijeenkomst van 60 minuten op 12 december a.s. en stelt vast dat dit het geval is. Rekenkameronderzoek 'Pleisters plakken' wordt het geagendeerd in de commissie van 21 december a.s. voor 90 minuten. 3.2 Raadsvoorstel Rekenkameronderzoek 'Het gaat niet goed' De voorzitter stelt voor, voor de behandeling van dit raadsvoorstel ook te kiezen voor een technische bijeenkomst. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil dit voorstel in een RIB behandelen. De voorzitter stelt dat daarin dan ruimte moet zijn voor de Rekenkamer en voor mensen uit de stad. Mevrouw Assen (PvdA) sluit zich daarbij aan, maar agendeert deze dan bij voorkeur niet op 12 december a.s. omdat de bijeenkomst goed moet worden voorbereid. De voorzitter stelt voor Rekenkameronderzoek 'Het gaat niet goed' in 60 minuten te behandelen in een RIB op 21 december a.s., afhankelijk van de agenda in de avond en in de commissie VOWE van 8 februari 2024. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt 75 minuten voor deze RIB. Pagina 2 van 33

5

10

15

20

De voorzitter stelt vast dat dit akkoord is. Het rekenkameronderzoek 'Het gaat niet goed' wordt behandeld in een RIB in 75 minuten op 21 december a.s., afhankelijk van de agenda in de avond zodat partijen uit de stad kunnen worden uitgenodigd. Het commissiedebat is op 8 februari 2024. Agenderende partijen zijn PvdA, GroenLinks, Student & Starter, ChristenUnie, D66 en VVD. 3.3 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter verwijst naar de uitnodiging van de Utrechtse Onderwijsagenda-partners. Zij willen informatie meegeven en bij de commissie informatie ophalen. De partners hebben gezien dat het raadsvoorstel is teruggestuurd en hoopten op een ander geluid uit de commissie. Wil de commissie dit agenderen als een technische bijeenkomst of een RIB of alleen als een agendering op een RIB-dag. Er is ruimte voor 60 minuten op 12 december a.s.. Mevrouw Van der Wilt kan zich erin vinden als het wordt geagendeerd op een RIB-dag als er meerdere fracties aanwezig zijn. De voorzitter stelt voor de uitnodiging van de Utrechtse Onderwijsagenda-partners te agenderen op 12 december a.s. en constateert dat zeven à acht fracties aanwezig zullen zijn. Deze agendering heeft geen formele status. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het wel op de agenda kan worden geplaatst voor de fractiebureaus. De voorzitter meldt dat dit verzoek is gehoord.

25

30

Mevrouw Assen (PvdA) wil mede namens GroenLinks, D66 en Student & Starter de raadsbrief met segregatiemonitor van 16 november jl. agenderen voor zowel een RIB als een commissiedebat. De voorzitter stelt voor deze voor 60 minuten te agenderen op de RIB-avond van 30 januari 2024. Mevrouw Assen (PvdA) wil veel partners uitnodigen en verzoekt om 75 minuten.

35

De voorzitter stelt vast dat dit akkoord is. Het commissiedebat wordt geagendeerd op 8 februari 2024 in 60 minuten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat de VVD mee-agendeert voor het debat.

40

De voorzitter stelt voor de segregatiemonitor voor 75 minuten te agenderen voor de commissie van 8 februari 2024. De RIB is op 30 januari 2024. Agenderende partijen zijn PvdA, GroenLinks, D66, Student & Starter en VVD. De voorzitter stelt vast dat er geen andere agenderingen ter plaatse zijn.

45

Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft naar aanleiding van het programmabegrotingsdebat contact gehad met Volt. Partijen willen een werkbezoek organiseren rondom het thema 'ongelijk investeren' en wat dat betekent voor scholen. Zij ziet dat Student & Starter en GroenLinks belangstelling hebben daarvoor.

50

Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd naar de insteek ervan, maar doet graag mee op het onderwerp.

4. Verslagen 55

De voorzitter concludeert dat de volgende verslagen zijn vastgesteld: - conceptverslag van de openbare vergadering van 5 oktober 2023; - conceptverslag van de openbare vergadering over de programmabegroting van 25 oktober 2023.

Pagina 3 van 33

5. Toezeggingen/Moties 5

10

Mevrouw Leever (PvdA) wijst erop dat om een toezegging is gevraagd over evaluatie van 'ondernemer centraal' in het vierde kwartaal 2023. Deze lijkt verplaatst naar juni of juli 2024. Kan dit alsnog in het vierde kwartaal of uiterlijk in het eerste kwartaal 2024? Wethouder Schilderman meldt dat de evaluatie bijna kan worden voorgelegd. Mogelijk is dit nog in december 2023 en anders in januari 2024. Voor een structurele inbedding van 'ondernemer centraal' is geld nodig. Dat moet rondom een financieel besluitvormingsmoment, bijvoorbeeld de voorjaarsnota. Uiterlijk in januari 2024 komt het college met een brief over de evaluatie van 'ondernemer centraal'. Daarin wordt ook gemeld hoe dat vooruit werkt.

6. Lijst ingekomen stukken

De voorzitter meldt dat er geen ingekomen stukken zijn. 15

Schorsing voor een wisseling van woordvoerders.

7. Raadsvoorstel 'Vermaakje' openstellen voor meer horecagelegenheden 20

25

30

35

De voorzitter licht toe dat restaurants viermaal per jaar een Vermaakje (entertainment) kunnen aanvragen. Het college stelt voor ook de dag- en avondhoreca met een exploitatievergunning in de gelegenheid te stellen om een Vermaakje aan te vragen. Eerste termijn De heer Bosch (Utrecht Nu!) laat weten dat Utrecht Nu! blij is met dit raadsvoorstel. Dit kan Utrecht levendiger en dynamischer maken. Die kans ondersteunt Utrecht Nu! volledig. De Utrechtse horeca is soms onderwerp van discussie. Dit raadsvoorstel beoogt meer ruimte te creëren voor de horeca. In de binnenstad, waar de meeste horeca is gevestigd, lijkt een kleine groep kritische stemmen de overhand te krijgen door te klagen over elk geluid dat horecaondernemers produceren. Het wordt tijd dat wordt geluisterd naar de meerderheid. Uit diverse onderzoeken blijkt dat veel binnenstadsbewoners de horeca juist waarderen en dit zien als een verrijking van het stadsleven. De overlast in de binnenstad is iets toegenomen, maar het is onjuist en oneerlijk om dat direct aan de horeca te koppelen. De horecaondernemers moeten niet langer onterecht worden geframed als hoofdbron van overlast. Het voorliggende voorstel biedt een kans om de dynamiek in de stad te verhogen voor de inwoners en de bezoekers. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of Utrecht Nu! dit voldoende vindt of het ook wil verbreden naar meerdere horecaondernemers.

40

De heer Bosch (Utrecht Nu!) vindt dit een mooi begin dat wellicht smaakt naar meer. Als dit voorstel wordt aangenomen en uitgevoerd, kan worden gekeken of het breder kan worden getrokken.

45

Mevrouw Kendir (Student & Starter) informeert of Utrecht Nu! een oproep zou steunen om dit ook mogelijk te maken voor horecagelegenheden buiten categorie D, restaurants en lichte dag- en avondhoreca. Dat kan tot teleurstelling leiden bij andere horecaondernemers. Student & Starter overweegt een oproep tot het verbreden van die mogelijkheid.

50

55

De heer Bosch (Utrecht Nu!) steunt een dergelijke oproep. Door het mogelijk maken van de zogenaamde Vermaakjes en het verruimen van de openingstijden tot 01.00 uur voor de horeca in categorie D kan de sfeer worden gecreëerd die de stad uniek maakt. Utrecht Nu! is blij met dit voorstel en heeft een bruisende en levendige stad voor ogen waarin iedereen kan genieten. Hij bedankt D66-raadslid Ralph Peters voor het initiëren van dit voorstel. Het is een voorbeeld van vooruitstrevend ondernemersvriendelijk beleid. Utrecht Nu! ziet uit naar de uitkomsten van dit mooie voorstel. Pagina 4 van 33

5

De heer Peters (D66) bedankt de heer Bosch voor zijn compliment. Enkele maanden geleden heeft de raad met een ruime meerderheid een motie aangenomen die het belang van het potentieel van de wijken erkent. Niet alleen als plekken om te wonen, maar ook als plekken om te leven en te ontmoeten. Plekken waar men buurtgenoten kan tegenkomen bij een lokaal restaurant of café. Het voorliggende raadsvoorstel is een uitwerking daarvan. D66 is blij dat het college voortvarend aan de slag is gegaan hiermee en dat er een mogelijkheid komt voor de lichtere horeca om een vergunning aan te vragen voor een Vermaakje. Met dit voorstel worden zowel buurtbewoners als lokale ondernemers een dienst bewezen.

10

De heer Van den Broek (CDA) is benieuwd op grond waarvan D66 overtuigd is dat bewoners blij zijn met dit voorstel. Bewoners zijn niet gehoord in een participatietraject.

15

20

25

De heer Peters (D66) kan zich niet voorstellen dat iemand ertegen is dat bewoners viermaal per jaar iets langer in een wijkrestaurant of -café kunnen blijven. De heer Van den Broek (CDA) kan zich soms ook dingen niet voorstellen, maar dat betekent niet dat het zo is. Mensen die in de buurt van een café wonen en vroeg naar bed gaan, kunnen last hebben van ruimere openingstijden. Hoe weet de heer Peters zo zeker dat alle bewoners hier tevreden mee zullen zijn? De heer Peters (D66) vraagt of er aanleiding is om te denken dat dit niet zo is. Moet dan bij elk raadsvoorstel een uitgebreide analyse worden gemaakt of kan soms ook het gezond verstand worden gebruikt? Het gaat om viermaal per jaar, dus de impact is niet heel groot. Moeten dan zo veel middelen, tijd en capaciteit worden besteed aan een draagvlakonderzoek? De heer Van den Broek (CDA) stelt dat men dat pas kan concluderen als het onderzoek is gedaan. Het gaat om viermaal per jaar, maar als er vijf restaurants zitten, gaat het om twintigmaal per jaar. Hoe ziet de heer Peters dat?

30

De heer Peters (D66) wil dat partijen elkaar niet doodslaan met allerlei participatieonderzoeken, maar moet het gezond verstand worden gebruikt, zeker bij voorstellen met een lage impact. Hoe leuk is het als men bijvoorbeeld een buurtfeest, Oud & Nieuw of Koningsdag in de lokale wijkhoreca kan organiseren? Dit voorstel biedt de kans om levendigheid in de buurten te brengen.

35

Mevrouw Leever (PvdA) hoort dat D66 positief is over het voorstel, maar in de motie staat dat de wenselijkheid van zo een Vermaakje ook moet worden onderzocht. Dat komt niet terug in het voorstel. Hoe kijkt D66 daarnaar?

40

De heer Peters (D66) denkt dat de wenselijkheid al blijkt uit het aantal partijen dat positief tegenover de motie staat. Raadsleden zijn volksvertegenwoordigers en als de meerderheid er positief tegenover staat, is het wenselijk.

45

Mevrouw Leever (PvdA) wijst erop dat in de motie wordt gevraagd om een reflectie op de wenselijkheid van het Vermaakje. Niet heel Utrecht is goed vertegenwoordigd en er is geen participatie geweest rondom dit voorstel. Hoe kan D66 stellen dat de motie goed wordt uitgevoerd?

50

55

De heer Peters (D66) denkt dat het goed is de wethouder te vragen of er ondernemers zijn die hier blij mee zijn en welke gesprekken daarover zijn gevoerd. Hij gaat ervan uit dat ook is gesproken met bijvoorbeeld Koninklijke Horeca Nederland. De leefbaarheid mag niet uit het oog worden verloren. Dat is met dit voorstel goed in balans omdat vergunningen moeten worden aangevraagd en er een limiet zit op het aantal vergunningen dat jaarlijks mag worden aangevraagd. Hoe gaat de wethouder deze nieuwe mogelijkheid kenbaar maken bij de betreffende ondernemers zodat er meer Vermaakjes komen op verschillende momenten gedurende het jaar? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) laat weten dat ChristenUnie een positieve grondhouding heeft ten aanzien van dit voorstel. Het is een goede ontwikkeling dat ruimtes in de wijken beter worden gebruikt. Kleinschalige horecavoorzieningen in de wijken staan 's avonds vaak leeg. Hoe Pagina 5 van 33

5

wordt ervoor gezorgd dat deze ruimtes 's avonds kunnen worden gebruikt door initiatieven van bewoners en vanuit de wijken en niet alleen vanuit de horeca? Een verandering van de naam kan hier wellicht ook bij helpen. Niet voor iedereen is duidelijk waar een Vermaakje voor staat. Bijvoorbeeld: 'fysieke ruimte voor initiatief' of 'organiseer je eigen event in de buurt'. Dit sluit aan bij wat D66 zei over de communicatie naar buiten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat ChristenUnie ermee bedoelt dat ook andere organisaties gebruik moeten kunnen maken van een Vermaakje.

10

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) stelt dat met dit voorstel de lunchrooms, koffiezaken, ijssalons de mogelijkheid wordt geboden om viermaal per jaar ruimer open te zijn. Het zou krachtig zijn als deze ruimtes dan 's avonds ook beschikbaar zijn voor initiatieven uit de wijk.

15

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat van ondernemers niet kan worden geëist dat zij hun zaak openstellen voor de buurt.

20

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) realiseert zich dat het niet kan worden geëist, maar het kan wel worden meegenomen in de communicatie en erop wijzen dat men een gezamenlijke verantwoordelijkheid heeft voor de buurt. Ondernemers willen dat ook. Ziet de wethouder kans om dat in de communicatie mee te nemen? In het horecakader staan randvoorwaarden voor het Vermaakje. Blijven deze randvoorwaarden overeind in de nieuwe constructie?

25

30

35

40

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat ondernemers moeten kunnen ondernemen. Als hen de ruimte kan worden geboden om creatief te zijn, moet dat worden gedaan. Vermaakje biedt ondernemers een manier om dit viermaal per jaar te realiseren. De VVD staat daar positief tegenover. De VVD wil meer levendigheid in de wijken en dat kan met Vermaakje. Belangrijk is dat de voorwaarden helder zijn, vergunningen worden geweigerd als ze niet voldoen aan de voorwaarden en dat wordt gehandhaafd bij de verlening van de vergunningen. De heer Van den Broek (CDA) staat in principe positief tegenover dit voorstel waarmee gevolg wordt gegeven aan de motie. Waarom is niet gekozen voor een bewonersonderzoek of bewonersparticipatie? Dit voorstel heeft ingrijpende gevolgen voor een buurt. Daarmee is rekening gehouden door een maximum aantal vergunningen op te nemen. Ook wordt rekening gehouden met hoeveel horecagelegenheden in een wijk al dan niet in aanmerking komen hiervoor. De heer Bosch (Utrecht Nu!) vraagt zich af hoe het CDA een bewonersonderzoek voor zich ziet. Waar had dan participatie moeten plaatsvinden? De heer Van den Broek (CDA) denkt dan aan een representatieve peiling onder de bewoners. Het is onmogelijk om heel Utrecht mee te nemen, behalve in een referendum. Maar daar is het CDA minder voorstander van.

45

Volgens de heer Peters (D66) zitten alleen in de binnenstad meerdere horecaondernemers in één straat en dat betreft vooral de zwaardere horeca. Dit is juist bedoeld voor de lichtere horeca. Vindt het CDA dan dat in elke wijk of buurt waar een horecagelegenheid is, een dergelijke peiling moet worden gehouden?

50

De heer Van den Broek (CDA) denkt dat dit niet haalbaar is bij elke horecagelegenheid, maar er zou een representatieve steekproef kunnen worden gehouden onder een aantal. Volgens de heer Peters zou de raad representatief zijn voor de stad. Als die redenering wordt gevolgd, zou nooit meer aan bewonersparticipatie hoeven te worden gedaan.

55

De heer Peters (D66) vraagt of de raad dan niet representatiever is dan een selectie van een buurt in Utrecht met een lichte horeca. De heer Van den Broek (CDA) denkt niet dat één steekproef representatiever is dan de raad, maar wel als het gaat om iets wat zich specifiek in die buurt afspeelt. Pagina 6 van 33

Hij bedankt het college dat werk wordt gemaakt van de motie. Het CDA is in principe positief maar denkt dat er wellicht iets te voortvarend te werk is gegaan, want draagvlak is alles. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Oudejans (Student & Starter) spreekt complimenten uit voor dit raadsvoorstel dat inspeelt op een groeiende behoefte aan horecavoorzieningen in de wijken. Met dit voorstel kan de horeca beter worden gespreid over de stad wat Student & Starter, als voorstander van levendigheid en sociale cohesie, toejuicht. Het voorstel om levendigheid te bevorderen door activiteiten mogelijk te maken na de reguliere sluitingstijden is een stap in de juiste richting. Momenteel kunnen alleen horecagelegenheden in categorie D, zoals restaurants en lichte dag- en avondhoreca met een exploitatievergunning, een Vermaakje aanvragen. Dit zou tot teleurstelling kunnen leiden bij ondernemers zonder deze vergunning. Kan de wethouder toezeggen dat de mogelijkheid tot het verbreden van deze activiteiten wordt onderzocht, zodat meer ondernemers hiervan kunnen profiteren? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt Student & Starter concreet te zijn. Welke categorie moet worden toegevoegd? Mevrouw Oudejans (Student & Starter) wijst op de B-vergunning voor lichtere horeca. Daar zou een Vermaakje ook goed bij passen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) reageert dat het hebben van een exploitatievergunning een voorwaarde is. Dat is in de B-categorie vaak niet het geval. Hoe kijkt Student & Starter daar tegenaan? Mevrouw Oudejans (Student & Starter) geeft aan dat een B-vergunning soms wordt aangevuld met additionele horeca.

Daar zou een Vermaakje goed bij passen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of Student & Starter met additionele horeca bedoelt dat men een exploitatievergunning kan aanvragen en dan wel in aanmerking kan komen voor een Vermaakje. Mevrouw Oudejans (Student & Starter) bevestigt dat. Men moet kritisch zijn op de mogelijke weigering van vergunningen voor D2-gelegenheden als het Vermaakje een negatief effect heeft op het woon- en leefklimaat. Wanneer is sprake van een negatief effect op het woon- en leefklimaat? Wie bepaalt dat? Aanvragen moeten niet direct worden afgewezen, maar met horeca-eigenaren moet worden gekeken hoe eventuele problemen kunnen worden aangepakt, zodat zo veel mogelijk horecaondernemers, en daarmee Utrechters, kunnen genieten van een Vermaakje. Mevrouw Leever (PvdA) ziet dat in de wijken behoefte is aan buitenshuis afspreken. Een Vermaakje zorgt voor een betere spreiding van bezoekers over de stad, het ontlast de druk op de binnenstad en bevordert de sociale cohesie. PvdA wil levendigheid in de wijken bevorderen. Wordt dat hiermee volledig gedaan of zijn er nog kansen? Hoe wordt voorkomen dat in bepaalde wijken veel Vermaakjes worden aangevraagd en in andere wijken geen of veel minder? Hoe wordt gemonitord dat het gespreid is over de wijken? De drempel voor D2-horeca zonder exploitatievergunning is hoog.

Is daar geen oplossing voor? Is het aanvragen van een Vermaakje kostenneutraal? Een belangrijke voorwaarde is dat stevig rekening wordt gehouden met de bescherming van bewoners en hun woongenot en de leefbaarheid. Deze verruiming geeft meer risico's op overlast. Hoe wordt dit tegengegaan? Mevrouw Fattal (GroenLinks) is blij dat de motie wordt uitgevoerd. Er moeten geen valse tegenstellingen worden opgeworpen. Het gaat niet om grote overlast. Dit is viermaal per jaar. Als veel aanvragen worden gedaan door meerdere ondernemers in dezelfde straat wordt daar rekening mee gehouden bij het wel of niet vergunnen van een Vermaakje. GroenLinks is blij dat dit kan leiden tot meer levendigheid in de wijken. Wordt dit in enige vorm geëvalueerd na bijvoorbeeld een of twee jaar? De heer Otto (EenUtrecht) sluit zich aan bij de inbreng van PvdA en GroenLinks. Pagina 7 van 33

Wat gebeurt er als het toch niet goed gaat? Kan een evaluatie na bijvoorbeeld twee jaar gevolgen hebben voor een buurt, wijk of ondernemer? 5

10

Schorsing zodat de wethouder de beantwoording kan voorbereiden. Wethouder Schilderman bedankt de raad voor de snelle behandeling en de diverse complimenten. Dit komt voort uit een wens van de raad. D66 vroeg of ondernemers al hebben aangegeven hier blij mee te zijn. De afgelopen jaren hebben weinig ondernemers het Vermaakje aangevraagd. Dit voorstel biedt ruimere mogelijkheden. Het college denkt dat het inspeelt op een behoefte, maar vraagt zich af hoe groot die behoefte zal zijn. De heer Peters (D66) vraagt of de suggestie van ChristenUnie daarbij kan helpen.

15

Wethouder Schilderman weet dat niet. Een horecagelegenheid kan voor allerlei zaken worden gebruikt, maar niet elke horecagelegenheid kan een buurthuis zijn. De heer Peters (D66) doelde op het veranderen van de naam en het breder bekend maken onder de doelgroep.

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Schilderman antwoordt dat het direct bij de ondernemers onder de aandacht wordt gebracht, maar ook via Koninklijke Horeca Nederland afdeling Utrecht en het wordt op de website opgenomen. Wellicht kan een naamswijziging helpen, maar zij heeft niet direct een suggestie. 'Vermaakje' is wellicht een woord uit een ander tijdperk. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zal richting de raad nadenken over een andere naam. Hij was iets later en heeft het antwoord op een vraag van ChristenUnie gemist. Kan dat worden herhaald? Wethouder Schilderman laat weten dat ruimtes al vaak beschikbaar zijn voor initiatieven vanuit de wijk. In horecazaken worden bijvoorbeeld lezingen gegeven. De gemeente kan daarop niet sturen. Het is aan de horecaondernemer om daarin mee te gaan. Het CDA vroeg waarom er geen bewonersparticipatie is geweest. De verwachting is dat de impact van deze maatregel mee zal vallen. Het draagvlak vooraf is lastig te meten. In de afgelopen vier jaar ging het slechts om een gering aantal Vermaakjes. Mensen worden dan naar hun mening gevraagd over iets wat er niet is. Hier moet aandacht voor zijn in de omgevingsvergunning. Drie panden links en rechts van een aanvrager moeten erover worden geïnformeerd en er kan een zienswijze worden ingediend. Daarmee kan de mening van de bewoners worden meegewogen.

Student & Starter vroeg of het kan worden uitgebreid naar andere categorieën, zoals categorie B. Juist categorie A en B kunnen op basis van hun gebruikelijke vergunning deze activiteiten al organiseren en hebben het Vermaakje niet nodig. Niet iedere vorm van horeca komt hiermee in aanmerking voor een Vermaakje. De categorie D2 zonder exploitatievergunning, bijvoorbeeld een ijssalon, of de snelle horeca zoals een snackbar, valt buiten dit voorstel. In bijna ieder geval moet de hobbel van de exploitatievergunning worden genomen. Het college raadt uitbreiding niet aan omdat die bedrijven er helemaal geen gebruik van kunnen maken en panden er niet geschikt voor zijn en er eerder sprake is van ongewenste impact op de omgeving. Student & Starter wees op negatieve effecten op de woon- en leefomgeving. Dit wordt in de omgevingsvergunning bepaald. PvdA vroeg of meer kan worden gedaan aan de levendigheid. In theorie zou meer kunnen worden gedaan in de vergunning, maar de verwachting is niet dat dit tot echte levendigheid leidt vanwege de drempel van de exploitatievergunning. Er zijn altijd andere zaken waarbij kan worden gekeken naar meer levendigheid, zoals het op andere plekken toestaan van een zwaardere categorie horeca. Bij de laatste voorstellen hiervoor, wilde de raad geen zware vergunning. PvdA vroeg hoe dit wordt gestimuleerd in alle wijken.

Dat sluit aan op de vraag van GroenLinks naar een evaluatie. Het is logisch om het te evalueren. Het college stuur jaarlijks in het tweede kwartaal een horecabrief. Dat zou een logisch moment zijn voor een evaluatie. Het college komt hierop terug in het tweede kwartaal van 2025. Dan zal ook iets worden gemeld over de verdeling over de stad en of de gewenste toename is gerealiseerd. PvdA vroeg hoe risico op overlast kan worden tegengegaan. Conform het ontwikkelingskader Horeca Utrecht kan bij overlast de vergunning worden ingetrokken. Bij een Vermaakje moet in de Pagina 8 van 33

buurt een contactpersoon bekend zijn. Op die manier kan eventuele overlast direct worden aangepakt. 5

Mevrouw Leever (PvdA) had gevraagd of er een oplossing is voor de drempel van D2-horeca zonder exploitatievergunning. Worden de kosten voor het aanvragen van een Vermaakje gedekt?

10

Wethouder Schilderman heeft de eerste vraag meegenomen in de beantwoording van de vragen van Student & Starter. Het is een drempel als men geen exploitatievergunning heeft, maar wat men zou willen organiseren is in veel gevallen niet mogelijk. Er is bijvoorbeeld een exploitatievergunning nodig om alcohol te mogen schenken en dergelijke. De kosten bedragen circa € 300,00.

15

Tweede termijn De heer Van der Graaf (ChristenUnie) overweegt een motie voor een naamsverandering en een voorstel voor het breder stimuleren van wijkinitiatieven binnen de voorwaarden die de wethouder heeft meegegeven.

20

De heer Van den Broek (CDA) hoorde de wethouder aangeven dat het lastig is om mensen naar iets te vragen wat er nog niet is. Dat gebeurt vaker bij inspraakprocedures. Hij verzoekt de mening van de bewoners mee te nemen in de evaluatie.

25

30

35

Wethouder Schilderman zegt toe dat het Vermaakje in de horecabrief van het tweede kwartaal van 2025 wordt geëvalueerd. Daarin wordt onder andere teruggekomen op het aantal aanvragen en de verdeling over de wijken. De mening van bewoners wordt meegenomen mede op basis van de reacties vanuit de omgevingsvergunning. Zij is benieuwd naar de creativiteit van de ChristenUnie ten aanzien van de naamsverandering. Wellicht hebben andere partijen daar ook nog suggesties voor. Men blijft nadenken over hoe het blijft aansluiten bij ondernemers. Dit is bedacht opdat ondernemers iets extra's kunnen doen. Dat kan in samenwerking met de buurt. Wellicht kan de ChristenUnie die gedachtegang meenemen. De voorzitter herhaalt de toezegging dat het college het gebruik van het Vermaakje evalueert en komt daarop terug in de horecabrief in het tweede kwartaal 2025. Dit voorstel wordt als B-punt doorgeleid naar de raad voor 15 minuten. Schorsing voor een wisseling van woordvoerders.

40

45

50

55

8. Raadsvoorstel Voordracht en herbenoeming leden Raad van Toezicht Stichting Primair Onderwijs De voorzitter licht toe dat het college voorstelt een nieuw lid te benoemen en twee leden te herbenoemen. Dit raadsvoorstel is op verzoek van VVD en Volt op de agenda geplaatst.

Eerste termijn Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft niets tegen de benoemde personen, maar heeft er moeite mee dat de personen een aantal maanden geleden al zijn benoemd. Nu wordt de raad gevraagd te tekenen bij het kruisje. Dat is niet de juiste gang van zaken en de raad wordt daarmee voor het blok gezet. Hoe gaat dit in de toekomst anders? Kan de wethouder toezeggen dat dit niet meer gebeurt? Wethouder Eerenberg is niet aanwezig, maar bij de commissie Omgevingskwaliteit waren al drie jaar commissieleden benoemd en mocht de raad aan het eind akkoord geven. Blijkbaar is de onvrede destijds onvoldoende geuit. Mevrouw Nederhand (Volt) sluit zich aan bij het betoog van de VVD en betreurt het dat de desbetreffende wethouder niet aanwezig is. Deze herbenoemingen hebben al in maart plaatsgevonden. Het is een wettelijke bevoegdheid van de raad. Hoe wordt ervoor gezorgd dat dit niet meer gebeurd? Dit staat los van de cv's van de betreffende mensen. Pagina 9 van 33

5

10

15

20

25

Mevrouw Kendir (Student & Starter) kan instemmen met dit voorstel. De samenstelling van de Raad van Toezicht is voor een stad als Utrecht niet erg divers. Student & Starter vreest voor een blinde vlek bij de Raad van Toezicht. In het vervolg wil Student & Starter bepaalde profielen en perspectieven in dergelijke raden vertegenwoordigd zien. Wethouder Van Hooijdonk onderschrijft dat dit niet is zoals het hoort. Dit is niet goed gegaan. Het is gebeurd, omdat zowel het schoolbestuur als het college niet alert zijn geweest. Dit wordt met het schoolbestuur besproken om ervoor te zorgen dat dit niet meer gebeurd. Er is een rooster van aftreden zodat het beter kan worden ingepland. In de gesprekken met het schoolbestuur zal het punt van diversiteit dat Student & Starter maakte, worden meegenomen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het college nu een overzicht heeft van herbenoemingen van alle schoolbesturen. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat deze alleen voor de openbare schoolbesturen bekend zijn, omdat zij een andere benoemingsprocedure hebben. Mevrouw Nederhand (Volt) informeert naar de werkwijze bij de bijzondere scholen. Wethouder Van Hooijdonk wijst erop dat de raad deze raden niet benoemd en die procedures derhalve anders zijn. De voorzitter stelt vast dat er geen behoefte is aan een tweede termijn. Dit voorstel wordt als Apunt doorgeleid naar de gemeenteraad.

Schorsing voor een wisseling van woordvoerders.

9. Onderwijshuisvesting 30

De voorzitter deelt mee dat wordt gestart met een besloten deel. Van de ambtenaren mogen alleen de ambtenaren op dit onderwerp daarbij aanwezig zijn. Schorsing voor het besloten deel van de vergadering.

35

40

45

50

55

De voorzitter licht toe dat aan de orde zijn de beantwoording van schriftelijke vragen en de raadsbrief. De gemeente is verantwoordelijk voor de huisvesting van scholen. Het huidige Meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting loopt tot en met 2025. In 2024 ontvangt de raad het voorstel voor het integrale huisvestingsplan. Agenderende fracties zijn GroenLinks, D66, PvdA, CDA, VVD, EenUtrecht, SBU, Partij voor de Dieren, DENK en Student & Starter. De behandeling is in één termijn omdat het geen raadsvoorstel betreft. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) constateert dat er aandacht is en blijft voor verduurzaming, gezond leefklimaat, integrale kindcentra en multifunctioneel gebruik van ruimtes. Dat zijn positieve ontwikkelingen. GroenLinks ziet onderwijshuisvesting als een gezamenlijke opgave en verantwoordelijkheid van de gemeente, scholen en schoolbesturen en ziet daarin een regierol voor de gemeente. Schoolbesturen bevestigen dat er behoefte is aan regie en uitwisseling op het gebied van onderwijshuisvesting. Dit begint met de wijkgerichte schoolbestuuroverstijgende aanpak. GroenLinks wil dat, ongeacht onder welk bestuur ze vallen, scholen met elkaar en met de partners in de wijk samenwerken zodat schoolgebouwen nog meer een wijkfunctie krijgen en dat in plaats van concurrentie tussen scholen, lokalen en/of personeel kunnen worden uitgewisseld.

Zij vraagt de wethouder toe te zeggen hierover afspraken te maken met scholen en schoolbesturen en dit onderdeel te maken van het integraal huisvestingsplan, zoals dat bijvoorbeeld ook in Eindhoven is gedaan. Mevrouw Ramaker (VVD) interrumpeert dat al sprake is van regie door de gemeente in de vorm van periodiek overleg met de schoolbesturen. Wat vraagt GroenLinks dan extra? Pagina 10 van 33

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil dat er op wijkniveau, met de scholen in een wijk, onderling overleg is, bijvoorbeeld over hoe wordt omgegaan met bepaalde lokalen, het aanmelden, gymlokalen en dergelijke. 5

10

15

20

25

30

Mevrouw Ramaker (VVD) kent het onderwijs als een vrij hechte groep waar men elkaar goed weet te vinden. Schoolbesturen hebben contact met elkaar over bijvoorbeeld tijdelijke huisvesting. Wat zou de gemeente daar nog extra op moeten doen? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) ziet op wijkniveau dat er concurrentie is tussen scholen. Er is veel meer samenwerking mogelijk. Zij denkt bijvoorbeeld ook aan een wijkfunctie waarbij andere partijen gebruik kunnen maken van de locaties. Mevrouw Ramaker (VVD) maakt hieruit op dat GroenLinks wil dat de gemeente een soort conciërge wordt om scholen in te zetten voor wijkactiviteiten. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat niet en verwijst naar het integraal huisvestingsplan van Eindhoven voor een voorbeeld van een dergelijke aanpak. GroenLinks was aanwezig op de RIB en heeft de eerste versie van de Utrechtse onderwijsagenda gelezen, maar daarbij ontbreken belangrijke doelstellingen bijvoorbeeld als het gaat om inclusief, adaptief en kansengelijkheid. GroenLinks ziet graag meer inclusieve en adaptieve schoolgebouwen. Dit is belangrijk voor zowel leerlingen als medewerkers. Een schoolgebouw dat toegankelijk is voor verschillende doelgroepen is flexibeler en meer toekomstbestendig.

Hierbij kan worden gedacht aan een mix van kleine studieruimtes, werkruimtes en grote ruimtes, verplaatsbare wanden en meer aandacht voor fysieke toegankelijkheid zoals verschoningsplekken en verschillende ingang in verband met combinaties van kinderopvang, primair en voortgezet onderwijs, regulier en speciaal onderwijs. Zij vraagt de wethouder de doelstellingen inclusief en adaptief mee te nemen in het integraal huisvestingsplan. Hiervan zijn voorbeelden uit huisvestingsplanen in Meierijstad en Woerden. GroenLinks wil dat het thema kansengelijkheid onderdeel wordt van het integraal huisvestingsplan. Hierbij kan worden gedacht aan lokalen voor voorschoolse educatie en ouder/kindlokalen. Zij vraagt de wethouder dit als doelstelling mee te nemen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt hoe concreet GroenLinks die doelstelling wil terugzien.

35

40

45

50

55

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zou hem letterlijk als kerndoel benoemen in het integraal huisvestingsplan. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of GroenLinks ook ziet dat tot nu toe daarbij niet het principe van ongelijkheid bestrijden, het ongelijk investeren voor gelijke kansen, terugkomt en dat dit wel zou moeten. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is het daarmee eens. Haar derde punt gaat over de integrale afweging nieuwe scholen, renovatie en onderhoud. Momenteel staan veel schoollokalen leeg, vooral in het primair onderwijs, maar ook in het vmbo en tegelijkertijd zijn er plannen voor nieuwe schoolgebouwen. Dat vraagt veel van de gemeente en de onderwijspartners. Voor het realiseren van bouwplannen moet worden samengewerkt op het aanbesteden. Gezien de vertraging in bouwplannen en het grote aantal kleine scholen, moet kritisch worden gekeken of bij elk nieuwbouwproject wel een extra school nodig is of dat een school beter kan worden verplaatst of worden geïnvesteerd in onderhoud en renovatie van bestaande schoolgebouwen. Dat scheelt kosten, mogelijke concurrentie en gaat leegstand tegen. Zij vraagt de wethouder samen met schoolbesturen een integrale afweging te maken in wat echt nodig is en daarbij te kijken naar de betrouwbaarheid van prognoses, de buffercapaciteit en de komst van nieuwe scholen. Het integraal huisvestingsplan moet kaders geven bij nieuwbouw, onderhoud en renovatie.

Het belang van kindcentra moet een kader of voorwaarde of standaard worden. Gedacht moet worden aan het maximeren van leegstand, ongelijk investeren in gelijke kansen en het belonen van inzet, inclusie en verduurzamen. Zij vraagt de wethouder te reageren op dit kaderstellend beleid. Gaat de wethouder hierover nog in gesprek met schoolbesturen, scholen en het samenwerkingsverband om dit verder uit te diepen? Daar zijn mooie voorbeelden van in Amsterdam en Eindhoven. Pagina 11 van 33

5

10

15

20

Zij is raadsambassadeur op het gebied van onderwijs voor de duurzame ontwikkelingsdoelen. In Utrecht worden de duurzame ontwikkelingsdoelen van de Verenigde Naties onderschreven. Zij vraagt de wethouder deze duurzame ontwikkelingsdoelen mee te nemen in het integraal huisvestingsperspectief. Dat kan aan de hand van het kwaliteitskader huisvesting van het Kenniscentrum Ruimte-OK. Zij vraagt de wethouder de prognose peildatum voor het speciaal onderwijs in de verordening aan te passen in overleg met het onderwijs. Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat GroenLinks terecht aangeeft dat iets moet worden gedaan aan integrale afwegingen, ook omdat er een onderuitputting van € 64 miljoen is. Tegelijkertijd wil GroenLinks meer wijkgericht, regie door gemeente, kinderopvangcentra, inclusief, dus een verzwaring. Hoe is dat alles te combineren? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) stelt dat het huisvestingsplan loopt tot 2040 en de gebouwen er ruim veertig jaar staan. Er moet toekomstgericht worden gedacht en gekeken naar wat men wil met onderwijsgebouwen in de toekomst. Dat kan betekenen dat er wellicht extra vierkante meters nodig zijn, maar dat zal op andere gebieden voordelen hebben, zoals multifunctioneel gebruik et cetera. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de kinderen tot die tijd in de tocht of de hitte zitten.

Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan van niet, want ook nu moeten er voldoende financieringsmiddelen naartoe.

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Dolmans (D66) geeft aan dat vandaag wordt gesproken over een onderwijsthema waar de gemeente echt over gaat: onderwijshuisvesting. Dat lijkt vooral over stenen te gaan, maar wat D66 betreft is onderwijshuisvesting ook een onderwerp waarop inhoudelijke doelen op het gebied van onderwijs en de mogelijkheden tot stevige samenwerking daarop met schoolbesturen, centraal staan. Wat D66 betreft is de Utrechtse Onderwijsagenda de basis voor de keuzes die in het aankomende IHP worden gemaakt. Ziet het college dit ook zo? Wat betekent dit concreet voor ambities zoals het realiseren van meer 10-14 onderwijs, het als stad voorlopen in invoering van de rijke schooldag en de schoollunch? Tijdens de RIB bleek dat is gekozen voor vier focuspunten in het nieuwe IHP. D66 kan zich goed in deze punten vinden, met name in flexibilisering en de inzet op de motie Mixen Maar!. Ook hier blijkt dat deze focuspunten geen doelen op zichzelf zijn, maar geladen moeten worden met de overkoepelende stedelijke doelen. Flexibiliseren is geen doel op zich, maar moet expliciet bijdragen aan de wens segregatie tegen te gaan in wijken en onderwijskwaliteit te kunnen blijven garanderen. Het mixen van functies kan bijdragen aan uitdagingen op het gebied van wonen, maar ook aan het werken van gemeenschappen rondom scholen.

Erkent het college dit? Worden deze meer overkoepelende doelen, die ook voortkomen uit het coalitieakkoord en de Utrechtse Onderwijsagenda, verbonden aan deze vier focuspunten? Mevrouw Assen (PvdA) heeft dezelfde vragen. Zou D66 niet ook willen zien dat die punten ook focuspunten worden en niet een verdieping op de vier bestaande? Mevrouw Dolmans (D66) komt daar later op terug. Wat D66 betreft wordt een duidelijk onderdeel van dit IHP de beantwoording op de vraag: Wat mag in Utrecht van scholen worden verwacht en zij van de gemeente? Dit schuurt soms en vraagt regelmatig van een school of schoolbestuur om over de eigen grenzen te kijken. Met de grote groei van de stad, wordt dit alleen maar meer. Vanuit de besteding van publieke middelen is het geoorloofd om dit van elkaar te vragen. Zij vraagt de wethouder deze afspraken vast te leggen in het IHP of hiervoor op een andere wijze samenwerkingsafspraken vast te leggen. D66 mist in de eerste uitwerking aandacht voor het belang van bewegen en gezondheid, zowel in de klas als op het groene schoolplein. Eerder in 2023 diende D66 een manifest in gericht op meer aandacht voor bewegen op en rondom school. Hierbij moet worden gedacht aan het inrichten van groene schoolpleinen waar zowel bewegend als ontdekkend kan worden geleerd, of het aanleggen van moestuinen. Dit betekent niet dat elke school dat allemaal moet hebben.

D66 hoopt dat in samenhang integraal wordt gekeken in plaats van per project of school zodat zo efficiënt mogelijk en in samenwerking met elkaar de ruimte wordt benut. Pagina 12 van 33

5

10

15

20

25

30

35

D66 vindt gelijke kansen en inclusie een belangrijke pijler om mee te nemen in het IHP. De gebouwen moeten toegankelijk zijn voor iedereen. Zoals in de RIB naar voren kwam, moet er speciale aandacht uitgaan naar het SO, VSO en SBO die soms lijken te worden vergeten. Neemt de wethouder deze twee extra aandachtspunten mee in de verdere uitwerking van het IHP? Mevrouw Assen (PvdA) bekijkt onderwijshuisvesting vanuit zaken die in het gehele onderwijs prioriteit hebben, namelijk dat elk kind een gelijke kans moet hebben op goed onderwijs, dat segregatie wordt tegengegaan en kinderen elkaar ontmoeten, juist als ze verschillen. Kinderen en de samenleving worden daar sterker van. In dat licht wil zij alle mensen die daaraan werken in het onderwijs en vandaag kinderen in hun klas hebben die vragen stellen over de samenleving en hun plek daarin, een hart onder de riem steken. Bij de inzet op kansengelijkheid hoort ook een goed schoolgebouw dat maximaal bijdraagt aan de ontwikkeling van kinderen, juist van die kinderen die iets extra's nodig hebben. Daarom wordt ook hier ingezet op ongelijk investeren voor gelijke kansen om de ongelijkheid te bestrijden.

Tijdens de RIB bleek dat de raad de afgelopen jaren veel meegaf of heeft besloten rakend aan onderwijshuisvesting en dat in het coalitieakkoord doelen zijn gesteld zoals Utrechtse kindcentra, brede scholengemeenschappen en latere selectie, die niet in de focuspunten terugkomen. PvdA vraagt deze wel te laten terugkomen als focuspunt. Het lijkt alsof de gemeente en schoolbesturen een selectie hebben gemaakt waarbij sommige zaken nu minder prioriteit hebben. Moet niet worden afgestapt van het automatisme dat er altijd een nieuwe school in een nieuwe buurt of wijk komt? Een derde van alle basisscholen zit formeel onder de opheffingsnorm. Als nieuwe scholen worden gerealiseerd is het risico reëel dat ze omliggende scholen leegeten en/of segregatie bevorderen. Daarbij moet de inzet niet alleen zijn op het makkelijkst te plukken laaghangend fruit zoals een nieuwe school bij nieuwbouw of renoveren slechts op basis van het oudste gebouw. Om deze zaken te realiseren en ook via onderwijshuisvesting bij te dragen aan kansengelijkheid, is naar Amsterdam gekeken waar onderwijshuisvesting ook als sturingsmechanisme wordt gebruikt. Daar wordt in het afwegingskader bij onderwijshuisvesting niet alleen naar kwaliteit van gebouwen gekeken, maar ook naar harde criteria zoals de kwaliteit en zachte criteria zoals politieke prioriteiten. Deze tellen beide voor 50% mee.

Via een puntensysteem waarbij kansengelijkheid, specifieke wijken en schoolgewicht worden meegenomen, worden de prioriteiten bepaald. Mevrouw Ramaker (VVD) is benieuwd naar de politieke selectiecriteria. Hoe gaat dat? Mevrouw Assen (PvdA) licht toe dat dit bijvoorbeeld de doelen zijn die gaan over het bestrijden van ongelijkheid en het tegengaan van segregatie. Deze hebben een belangrijke plek in het coalitieakkoord in Amsterdam en komen terug in hun afwegingskader bij onderwijshuisvesting.

40

Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of mevrouw Assen bedoelt dat ook de raad wordt meegenomen in de politieke afweging als er een nieuwe school komt.

45

Dat is niet het doel van mevrouw Assen (PvdA). Haar doel is dat binnen een nieuwe verordening waarin zo een afwegingskader een plek heeft, zowel de harde als zachte criteria zijn opgenomen in een mix en dat aan de hand daarvan bijvoorbeeld wordt bepaald welk gebouw het eerst wordt gerenoveerd.

50

55

Mevrouw Ramaker (VVD) stelt dat dit betekent dat de verordening bij elke nieuwe collegeperiode wordt herzien. Mevrouw Assen (PvdA) wijst erop dat kansengelijkheid niet pas sinds 2022 prioriteit is, maar al veel langer, dus dat zal meevallen. Mevrouw Kendir (Student & Starter) sluit zich aan bij de oproep van de PvdA voor een nieuw systeem. Student & Starter zal ook prioriteiten meegeven. Welke prioriteiten zou de PvdA hierin willen vaststellen? Mevrouw Assen (PvdA) antwoordt dat de raad in de afgelopen periode al veel prioriteiten heeft vastgesteld, zoals de inzet op meer Utrechtse kindcentra in wijken waar een grotere meerwaarde Pagina 13 van 33

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

van een doorgaande ontwikkellijn wordt gezien en de doelen in het coalitieakkoord. Deze zijn nu onvoldoende vertaald naar concrete afspraken rondom onderwijshuisvesting. GroenLinks sprak over wijkgerichte afspraken. Daar is vaak naar gevraagd en daar zijn toezeggingen op gedaan in de afgelopen jaren. Dit betreft het wijkgericht kijken naar het maximaal benutten van de onderwijshuisvesting en te voorkomen dat op de ene locatie wordt bijgebouwd terwijl op de andere locatie lokalen leeg staan. Dat werkt heel goed zonder dat de vrijheid van de onderwijsbesturen daarin wordt ingeperkt. Deze afspraken zouden moeten samenhangen met de scholen onder de opheffingsnorm, de inzet op Utrechtse kindcentra en de integratie van het aanbod van gespecialiseerd onderwijs. Kan de wethouder daarop reflecteren? Uit de RIB kwam ook dat de andere vierkante meternorm bespreekbaar zou moeten zijn, zeker wanneer het gespecialiseerd onderwijs betreft. Dat zou ook moeten terugkomen in een nieuwe verordening. Samen in de buurt naar school gaan zou ook daar moeten gelden. Dat is tevens een win op leerlingenvervoer. Een concreet voorbeeld in de stad is Hart van Noord. In Kanaleneiland is nu geen kinderopvang terwijl de behoefte heel groot is. In combinatie met onderwijs zou het een mooie incentive zijn om voor een school met brede voorzieningen in een wijk te kunnen kiezen.

PvdA staat ervoor zo een plek prioriteit te geven om te verbouwen tot een Utrechts kindcentrum. Kan de wethouder daarop reageren? Kan het leegstandsbeheer via ad hoc vanwege de gemeenschappelijke doelen niet idealiter op een andere manier worden ingevuld? Mevrouw Barelds (CDA) deelt het belang van dit agendapunt. Het doel is om Utrechtse schoolpleinen te vergroenen voor een gezondere en actievere omgeving. Utrechtse schoolpleinen zijn vaak nog kale tegelwoestijnen, maar gelukkig zijn er ook groene schoolpleinen die met bewoners en organisaties uit de buurt worden onderhouden. Dit laat op een mooie manier de kracht van de samenleving zien. Gestreefd wordt naar schoolgebouwen met een gezond binnenklimaat. Als scholen worden gebouwd, gerenoveerd of uitgebreid, moet de kans om een gezond binnenklimaat te realiseren worden gegrepen. In 2023 is het kwaliteitskader Huisvesting vernieuwd. Het CDA wil dat dit wordt ingezet als een sturingsinstrument om het gewenste kwaliteitsniveau van gebouwen vast te leggen en het als leidraad te laten dienen voor alle betrokken partijen. Dat leidt in het geval van het binnenklimaat voor ieder gebouw tot concrete afspraken als een goedwerkend verwarmingssysteem en een goedwerkende luchtverversing.

Zou de wethouder het kwaliteitskader Huisvesting als leidraad willen inzetten en willen laten terugkomen in de plannen voor onderwijshuisvesting? Het CDA wil dat de gemeente partijen stimuleert om de functies van de gebouwen te mixen. Wil de wethouder in de plannen opnemen welke verantwoordelijkheden en rollen hierbij komen kijken en bij welke partijen deze komen te liggen? Door deze duidelijkheid te verschaffen kan de gemeente helpen en waar nodig overleg stimuleren. Mevrouw Ramaker (VVD) wijst erop dat in de voortgangsrapportage de onderbesteding van € 64 miljoen eenmaal wordt genoemd. Dat kan nog tot en met 2025 worden uitgegeven met behulp van planningsoptimisme. Elk kind heeft recht op een school waar het niet lekt, waar het aangenaam is, waar kinderen zich vrij kunnen bewegen desnoods op groene schoolpleinen. Wat gaat er met die € 64 miljoen gebeuren? Waar worden prioriteiten gelegd? Is dat op ventilatie, renovatie of nieuwbouw? De VVD wil een strategieplanning van wat er tot en met 2025 gaat gebeuren met die € 64 miljoen. Het zou jammer zijn als dat allemaal wordt doorgeschoven omdat bepaalde investeringen of projecten al op de planning staan. VVD wil een strategie en niet dat het wordt afgedaan met planningsoptimisme. De raad moet daarin serieus worden meegenomen. De heer Otto (EenUtrecht) sluit zich aan bij de vragen van de andere partijen.

De gemeente spreekt veel met schoolbesturen en andere maatschappelijke partners. Wordt ook op regelmatige basis gesproken met leerlingen en leerlingenvertegenwoordiging? Zij kunnen veel visie en ideeën brengen in gesprekken en toekomstige ontwikkelingen. De heer Nykvist (Stadsbelang Utrecht) is het grotendeels eens met de argumenten die naar voren zijn gebracht. Over het algemeen belemmeren de financiën de meest optimale invulling. De gemeente krijgt een bepaalde bijdrage van het rijk, maar deze is gezien alle vragen niet voldoende. Volgens de fractievoorzitter van Stadsbelang Utrecht heeft het onderwijs de beschikking over miljarden reserves. Klopt dit? Pagina 14 van 33

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Deze reserves zijn in eerste instantie niet bedoeld voor huisvesting, maar als het zo is, is het toch een boekhoudkundige kwestie? Als plannen van een school of onderwijsinstelling om het voor de kinderen en het onderwijs in het algemeen zo optimaal mogelijk te maken en de gemeente en de betreffende instellingen zijn het eens over wat moet worden gerealiseerd, dan kan dat worden gefinancierd vanuit de reserves. De school krijgt dan een vordering op de gemeente voor hetzelfde bedrag dat in de loop van de komende jaren, al naar gelang van de inkomsten vanuit het rijk, zal worden vereffend. Dan is iedereen tevreden, krijgt men uitstekende condities en het tempo waarin de verbeteringen worden aangebracht zijn legio. Mevrouw Hoenkamp (Partij voor de Dieren) is blij dat flexibel gebruik van ruimte een van de vier speerpunten is van het IHP. Schoolbesturen willen ook graag aan de slag. Zij wijst op de toezeggingen van het college hierover van een jaar geleden. Hoe wordt dit verankerd in het meerjarenperspectief? Worden schoolpleinen ook hieronder verstaan? Partij voor de Dieren maakt zich zorgen dat de afspraken over de klimaatneutrale gebouwen en de N-normen in het IHP geen harde eis lijken te zijn. Over zes jaar is de deadline van het Europese Akkoord van Parijs. Ook de SBO gaf in de RIB aan dat 'zo veel mogelijk houden aan die normen' feitelijk niets zegt.

Kan de wethouder toezeggen dat die normen volledig moeten worden nageleefd? Zijn er indicatoren op het gebied van duurzaamheid? Zo niet, kan het college toezeggen dat dit wel wordt verankerd? Enkele jaren geleden vroeg Partij voor de Dieren het aardgasvrij maken te vervroegen naar 2030 in plaats van 2040. Er is een klimaatcrisis en men loopt achter. Kan deze deadline worden vervroegd? Er blijft al jaren geld op de plank liggen om schoolpleinen te vergroenen, ondanks dat de raad dit al meerdere malen heeft aangekaart. Hoe gaat het college de regie pakken, aangezien de huidige aanpak onvoldoende heeft gewerkt? Kan een toezegging worden opgenomen dat gebouwen niet alleen natuurinclusief maar ook diervriendelijk zijn? Hoe kunnen de schoolbesturen nog meer worden aangemoedigd om dwergvleermuizen, huismussen en gierzwaluwen een plek te geven? Afgelopen september trokken de VNG, de PO- en de VO-raad met een brandbrief bij de onderwijsminister aan de bel over het binnenklimaat en uitten hun zorgen over de beroerde luchtkwaliteit op scholen. Slechte ventilatie heeft niet alleen effect op de gezondheid, maar zorgt ook voor significant slechtere leerprestaties. Uit onderzoek van de Universiteit van Maastricht blijkt dat het de cognitieve ontwikkeling van kinderen en vooral de reken- en taalvaardigheid vertraagt.

Het zorgt er zelfs voor dat kinderen 13% minder kans hebben op een havo of vwo-advies. PvdA vroeg al in 2019 en begin 2021 om een minimaal inzicht in de problemen van de luchtkwaliteit op de Utrechtse scholen. Het is noodzakelijk om een goed en volledig beeld te krijgen van de situatie op alle Utrechtse scholen, zowel binnen als buiten en niet alleen de metingen van CO2concentraties, maar ook die van fijnstofwaarden. Momenteel wordt gewerkt aan een landelijke verplichtstelling van CO2-meters in alle lokalen. Veel scholen hebben deze al. Kan het college toezeggen een jaarlijkse meting in kaart te brengen en doelen te stellen? In hoeverre deelt het college de zorgen van Partij voor de Dieren inmiddels? De heer Şimşek (DENK) kan zich aansluiten bij veel punten die al naar voren zijn gebracht, bijvoorbeeld het punt van inclusieve en adaptieve schoolgebouwen zoals GroenLinks noemde. In het kader van multifunctionele faciliteiten en flexibel gebruik van ruimte, ziet DENK ook graag dat er lokalen/ruimtes komen waar leerlingen die behoefte hebben aan bezinning of gebed zich kunnen terugtrekken. Kan de wethouder dit meenemen in het meerjarenperspectief Onderwijshuisvesting? DENK sluit zich aan bij het punt van D66 over bewegen op en rondom scholen. Mevrouw Kendir (Student & Starter) stelt dat de gemeente de kans heeft om keuzes te maken die het onderwijslandschap vormgeven.

Wat Student & Starter sterk bezighoudt is hoe de verbinding tussen de verschillende onderwijsniveaus kan worden versterkt. Dit vergroot niet alleen de kansen in het onderwijs, maar verbetert ook de beeldvorming rondom vmbo en mbo. Een concrete stap die hierin kan worden gezet, is bij nieuwbouwprojecten te kiezen voor brede scholen als uitgangspunt. Dit betekent dat niet alleen ruimte wordt geboden aan scholen die allen vwo aanbieden, maar juist dat scholen moeten worden gecreëerd waar diverse onderwijsniveaus samenkomen. Hierdoor ontstaat meer interactie en begrip tussen leerlingen van verschillende niveaus. Pagina 15 van 33

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Ook duurzaamheid moet een kernpunt zijn in de beslissingen. Gestreefd moet worden naar schoolgebouwen die niet alleen functioneel zijn, maar ook bijdragen aan een duurzame toekomst. Het is wenselijk om meerdere functies te combineren op een school, zoals sportfaciliteiten of buurtvoorzieningen, maar de behoefte van een leerling met te allen tijde voorop staan. Ook in onderwijshuisvesting zijn inclusiviteit en toegankelijkheid van groot belang. Iedere leerling moet gelijke kansen krijgen en zich welkom voelen op school, ongeacht achtergrond, beperking of situatie. Daarin spelen inclusieve faciliteiten een belangrijke rol. Onderwijshuisvesting kan een middel zijn om de kansen van leerlingen in wijken met minder mogelijkheden te vergroten. Door gerichte investeringen kunnen deze wijken worden voorzien van faciliteiten die het onderwijsniveau en de kansen van leerlingen positief beïnvloeden. Men mag niet vergeten de stem van de leerlingen zelf te betrekken. Hun inspraak en betrokkenheid bij het ontwerp en de inrichting van scholen zijn essentieel. Het is belangrijk om te luisteren naar wat zij nodig hebben voor een optimale leeromgeving. Student & Starter roept op bij nieuwbouwprojecten en renovatie brede scholen als uitgangspunt te nemen waarbij duurzaamheid, sportfaciliteiten, inspraak van leerlingen, inclusiviteit en kansenvergroting centraal staan.

Zij vraagt de wethouder toe te zeggen deze punten mee te nemen in een nieuwe meerjaren strategie. Mevrouw Assen (PvdA) memoreert dat er in het debat over de programmabegroting verwarring was over brede scholen of Utrechtse kindcentra. Bedoelt Student & Starter ook het aanhaken/integreren van kinderopvang, voor- en naschoolse opvang hierbij? Mevrouw Kendir (Student & Starter) doelde daar niet specifiek op. Zij schaart zich achter de PvdA op dit punt. Zij richt zich vooral op de brede scholen. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of Student & Starter dan niet, net als PvdA, vooral de integratie van het totaal ziet, dus wat bij een brede school wordt geboden en wat spreekster zojuist noemde. Mevrouw Kendir (Student & Starter) bevestigt dat. Schorsing zodat de wethouder de beantwoording kan voorbereiden. Wethouder Van Hooijdonk hoort diverse woordvoerders vragen of bepaalde prioriteiten kunnen worden toegevoegd en welke prioriteiten hoe zwaar meewegen. Dat is een behoorlijke lijst en gaat over adaptiviteit, inclusie, kansengelijkheid en allerlei onderwijsambities in de sfeer van rijke schooldag, lunchen, Mixen Maar!, integrale kindcentra, bewegen en sport. Uiteindelijk gaat het er niet om, om een lange lijst met wensen te maken, maar om wat voorrang krijgt en hoe dat wordt gemeten en afgewogen.

Zij heeft niets gehoord waarover zij het niet eens is en wat niet op een of andere manier is voorzien. Zij stelt voor geen lijstjes wel of niet te verlengen, maar vooral te accepteren dat al deze zaken in beeld zijn. Bij het IHP komt een formule voor het concreet afwegen van wanneer wat voorrang heeft en vervolgens kan het debat worden gevoerd of die prioritering goed gebeurt, want dat betreft de verdeling van het schaarste vraagstuk waar de raad politiek iets van wil kunnen vinden. Zij hoort ook zaken als extra ingangen, extra ruimtes, extra meters. De bomen reiken niet tot in de hemel. Als ergens iets extra's wordt gedaan, kan iets anders niet worden gedaan. Er wordt wel degelijk naar extra meters gekeken, juist voor het speciaal onderwijs, maar als generiek alle scholen heel veel meer faciliteiten moeten krijgen, zullen al snel de grenzen van financiële budgetten worden bereikt. Zij benadrukt dat men, ook voor het Mixen Maar!, op één lijn zit. Dat zit goed tussen de oren, juist dat dat niet is bedoeld om zo maar functies te stapelen, maar als ontmoetingsplek voor een buurt. D66 vroeg aandacht voor bewegen en sport. Niet alles komt voortdurend expliciet terug, omdat het bijvoorbeeld al is voorzien in de verordeningen. Dat geldt ook voor de schoolpleinen waar grote stappen zijn gezet. DENK vroeg om gebedsruimtes.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b710a550-a22e-4d91-b4f2-90698e5a60bd