Conceptverslag VOWE 20 april 2023.docx
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
20 april 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter Ingeborg Hornsveld, wethouder Eelco Eerenberg, de leden Mariam Al-Saqaff (VVD), Derk van Bergen (ChristenUnie), Esma Kendir (Student & Starter), Romi Leever (PvdA), Christiaan Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), Juriaan Otto (EenUtrecht), Noura Oul Fakir (BIJ1), Margreet Ramaker (VVD), Iskender Şimşek (DENK), Anton Stam (Volt), Bert van Steeg (CDA), Maartje Vermeulen (GroenLinks), Berdien van der Wilt (D66), de commissiegriffier Willemien Kok
Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 20
25
30
Aanwezigen.......................................................................................................................................1 1.Opening..........................................................................................................................................1 2. Vaststellen van de agenda van 20 april 2023 ...............................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen ....................................................................................3 3.1. Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven...............................4 4. Verslagen ......................................................................................................................................6 5. Toezeggingen/Moties ....................................................................................................................6 6. Lijst ingekomen stukken ................................................................................................................6 7. Debat gebeds- en stilteruimtes op scholen in Utrecht...................................................................7
1. Opening De voorzitter opent de vergadering en heet de aanwezigen en iedereen die meekijkt welkom. De heer Van Bergen (CU) meldt dat de heer Compagnie ziek is. De heer Van der Graaf zal hem vervangen bij het standplaatsendebat.
1
5
10
Wethouder Eerenberg meldt dat de GGDrU afgelopen vrijdag haar nieuwe ontwerpbegroting 2024 heeft rondgestuurd. Er wordt gewerkt aan een concept-zienswijze. Die zal, vanwege het meireces, pas rond 16/17 mei worden aangeleverd. Bij een GR moet een zienswijze echter binnen zes weken kenbaar worden gemaakt. Dat zal niet lukken. De wethouder vraagt of er alvast een agendering kan worden overwogen. Verder meldt hij dat al eerder is gemeld dat de bouwkosten van de international school flink zijn gestegen, waardoor het project een groot financieel tekort zal vertonen. Het college heeft een voorstel om dat tekort op te lossen. Dat voorstel valt in tweeën uiteen: een gedeelte daarvan zit in de Voorjaarsnota en een gedeelte ziet op het financiële arrangement. Dat gaat via een voorhangsprocedure. Het lukt niet om dat ineen te vatten, maar het college raadt wel aan om dit in samenhang met elkaar te zien. Dan kan in één keer worden besproken of er wel of niet een oplossing moet worden gevonden voor het financiële tekort bij de international school. Mevrouw Vermeulen (Groen Links) vraagt of dit binnen Ruimtelijke Ordening of binnen Onderwijs wordt besproken.
15
Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit financiële onderdeel in deze commissie wordt besproken. Het bestemmingsplan wordt in de commissie Ruimte besproken. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt aan de commissie of de behandeling via deze commissie kan verlopen, en niet via het Voorjaarsnota-debat. De voorzitter informeert hoe de commissie hierover denkt. Ze bemerkt instemming.
20
Wethouder Eerenberg geeft aan dat de helft van de oplossing straks in de Voorjaarsnota staat. Dat kan er niet worden uitgehaald. Hij adviseert om alle tussenliggende stappen gelijktijdig te plannen, zodat het besluit bij de behandeling van de Voorjaarsnota genomen kan worden. Mevrouw Ramaker (VVD) beaamt deze werkwijze. De voorzitter concludeert dat hierover consensus bestaat.
25
De heer Van Steeg (CDA) vraagt naar de planning van de behandeling van de ontwerpbegroting van de GGD. De griffier antwoordt dat op 16/17 mei het raadsvoorstel komt. Om het in de raad van 22 juni te agenderen moet het in de commissie van 1 juni aan bod komen. Bij de agenderingen is dit als conceptpunt opgenomen en wordt dit verder besproken.
30
De voorzitter vraagt of de wethouder nog een technische sessie wil organiseren over de international school. De wethouder antwoordt dat hij daartoe bereidt is, maar wijst op de geringe beschikbare data hiervoor.
35
Mevrouw Van der Wilt (D66) merkt op dat er veel technische sessies worden ingepland. Ze stelt voor om de raadsbrief af te wachten. Mevrouw Ramaker (VVD) sluit zich aan bij D66. Ze stelt voor om tijdens de behandeling technische vragen te stellen en de antwoorden met elkaar te delen. De voorzitter concludeert dat het organiseren van een technische sessie over dit onderwerp zal afhangen van de raadsbrief van het college.
40
2. Vaststellen van de agenda van 20 april 2023 De voorzitter stelt voor om de agenda vast te stellen. 2
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de andere commissievoorzitter heeft gevraagd of het laatste debat op de agenda moest blijven.
5
10
De voorzitter antwoordt dat dat zal worden besproken. Ze meldt dat het standplaatsendebat vanmiddag plaatsvindt. De tijd is aangepast van 120 naar 180 minuten. Ze vraagt aan de commissie of dat gaat lukken. Zo niet, dan moet dit debat in de avond worden voortgezet. Dan zijn echter al twee andere onderwerpen gepland: de bibliotheek en Ondernemers Centraal. De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat over het Standplaatsenbeleid al uitgebreid is gedebatteerd. Het debat over de bibliotheek moet wat het CDA betreft zeker plaatsvinden. Hij stelt dan ook voor om het laatste debat op te schuiven. GroenLinks, Student & Starter en D66 sluiten zich daarbij aan. De voorzitter concludeert dat daarover consensus is, en dat vanmiddag het standplaatsendebat plaatsvindt en vanavond het debat over de bibliotheek. Ze geeft aan dat het doorschuiven gebeurt met de resttijden van vandaag.
15
De heer Van Steeg (CDA) meent dat voor onderwerpen die worden doorgeschoven aparte tijd wordt vastgesteld. Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat het DB heeft besloten dat wanneer een agendapunt wordt verschoven, de resterende tijd daarmee wordt verschoven.
20
De voorzitter bevestigt dat het dus met de resttijden die over zijn vanavond zal plaatsvinden. Ze vraagt of de commissie instemt met de agenda, en stelt deze vervolgens vast.
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 25
30
De voorzitter meldt dat het om twee raadsvoorstellen en een RIB-agendering gaat: Ten eerste het raadsvoorstel Beleidsnota snelle boodschappenbezorging: behandeltijd 90 minuten voor de commissie van 1 juni. Dit is akkoord. Ten tweede de nog te ontvangen zienswijze op de Ontwerpbegroting GGDrU 2024. Vanwege de fatale termijn voor het indienen van de zienswijze moet dit voorste een plek krijgen op de commissieagenda van 1 juni en de raad van 22 juni. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de raadsvoorstellen zo vroeg mogelijk op de agenda geplaatst kunnen worden. De griffier antwoordt dat dat inderdaad de afspraak is. Er worden echter regelmatig agendapunten doorgeschoven. Daarover is afgesproken dat de vergaderingen daarmee zullen beginnen.
35
Mevrouw Ramaker (VVD) geeft aan dat haar raadsvoorstel onlangs het allerlaatste agendapunt was. Er waren dus heel veel onderwerpen doorgeschoven. Vandaar haar verzoek. De voorzitter laat weten dat er voor wat betreft de behandeling van de Ontwerpbegroting GGDrU een behandeltijd van 60 minuten wordt voorgesteld voor de commissie van 1 juni. Dit is akkoord. Tenslotte een RIB voor de MBO-actieagenda.
40
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) licht toe dat zij deze RIB inderdaad heeft aangevraagd voor 23 mei, zodat op 1 juni het debat hierover kan worden gevoerd. De voorzitter stelt voor om voor de RIB 60 minuten te reserveren. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meldt dat de VVD dit onderwerp mee-agendeert. 3
De voorzitter stelt vast dat de RIB op 23 mei zal plaatsvinden, waarvoor 60 minuten wordt gereserveerd. De heer Van Steeg (CDA) meldt dat ook het CDA dit onderwerp mee-agendeert. 5
De voorzitter inventariseert wie dit onderwerp mee-agenderen. Dat zijn VVD, D66, CDA, CU, Student & Starter, Volt, DENK, BIJ1, EenUtrecht. 3.1.
Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven
De voorzitter vraagt of er agenderingen ter plaatse zijn. 10
15
Mevrouw Van der Wilt (D66) wil twee agenderingen doen: het toekennen van de energievergoeding aan studenten met rechtsmiddel. Daar doen Student & Starter, D66, PvdA, DENK, VVD, GroenLinks, CDA, Volt en CU aan mee. Het doel van de agendering is om in gesprek te gaan over de brief die deze week is ontvangen, meer inzicht in de financiële afweging achter de gemaakte keuzes, te verkennen of het college nog andere mogelijkheden ziet om studenten die niet worden gecompenseerd wel op een andere manier te ondersteunen en het verkrijgen van meer zicht op de gesprekken van het college met het rijk hierover. Deze brief valt onder wethouder Voortman en daarmee onder Werk & Inkomen. Er wordt een behandeltijd van 90 minuten voorgesteld. De voorzitter stelt vast dat deze agendering op de commissievergadering van 1 juni komt voor 90 minuten.
20
25
30
Mevrouw Van der Wilt (D66) licht haar tweede agendering toe. Dit betreft het lerarentekort en de aanpak Utrecht Leert. De fracties van D66, PvdA, Volt, GroenLinks, CDA, VVD, DENK, Student & Starter en EenUrecht steunen deze agendering. Het doel is om in gesprek te gaan over de effecten van de aanpak tot nu toe, verschillen die te zien zijn tussen wijken en onderwijssoort en hoe daarmee om te gaan, de mogelijkheid om de aanpak te versterken, de praktische randvoorwaarden die nodig zijn om onderwijspersoneel aan te trekken, waarbij specifiek wordt ingegaan op de pilot rondom parkeervergunningen voor docenten. In de brief wordt genoemd dat dit wordt opgepakt samen met wethouder Van Hooijdonk. D66 doet dan ook de suggestie om haar hierbij uit te nodigen. Er wordt een behandeltijd van 75 minuten voorgesteld. De voorzitter stelt vast dat dit onderwerp qua tijd niet meer op de agenda van de commissievergadering van 1 juni past. Er moet dus worden geprioriteerd of er moet van elk agendapunt wat tijd afgeknabbeld worden. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) memoreert dat ook de behandeling van het project international school voor de Voorjaarsnota moet plaatsvinden, en dat kan alleen tijdens de vergadering van 1 juni. Er moet dus geprioriteerd worden.
35
Mevrouw Van der Wilt (D66) stelt voor om het onderwerp lerarentekort een vergadering later te plannen. De griffier geeft aan dat de veegcommissie al vol zit. De voorzitter concludeert dat dit onderwerp dan na het zomerreces aan bod zal komen.
40
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt wat er met het onderwerp over de international school gebeurt. Mevrouw Ramaker (VVD) heeft begrepen dat de commissie de tijd krijgt om te reageren op de brief die van het college komt. Ze vraagt of het realistisch is om te verwachten dat dat op 1 juni kan.
45
De wethouder zegt dat het college op zijn vroegst op 6 juni een reactie kan geven op de voorhangprocedure van de commissie. 4
Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt hoe de onderdelen dan samen behandeld kunnen worden, terwijl dat volgens de procedure eigenlijk niet kan. Het debat kan dus pas plaatsvinden na 6 juni. De griffier geeft aan dat de brief op de behandelvoorraad van de commissie van 1 juni komt. Dan kan worden besproken wanneer het onderwerp behandeld wordt. 5
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt om verheldering: idealiter wordt het onderwerp apart in een commissie behandeld, en anders in de Voorjaarsnota tijdens een commissie. De griffier antwoordt dat de commissie bepaalt wanneer dit onderwerp behandeld wordt. Er kan altijd een extra commissievergadering worden georganiseerd.
10
De heer Stam (Volt) vraagt of het mogelijk is om het onderwerp samen met de behandeling van de Voorjaarsnota te bespreken, dus de commissie van eind juni. Mevrouw Ramaker (VVD) geeft aan dat het college met twee financieringsvoorstellen komt. Eén gaat via de Voorjaarsnota, de ander via deze procedure. In haar ervaring vindt er bij de Voorjaarsnota geen inhoudelijke discussie plaats. Die zou zij echter wel willen voeren.
15
De heer Van Steeg (CDA) stelt voor de reactie af te wachten en op basis daarvan te bepalen of er een extra commissievergadering ingepland moet worden. De griffier licht de procedure toe. Als de brief van het college komt dan gaat de wensen- en bedenkingenprocedure in en komt het op de behandelvoorraad van de eerstvolgende commissie. Daar hoeft niet apart over worden besloten. Het is aan de commissie om dan te bepalen of er een extra moment voor moet worden ingepland.
20
25
De voorzitter geeft aan dat er voor de volgende vergadering veel onderwerpen gepland zijn. Ze stelt voor om te prioriteren. De heer Van Steeg (CDA) benoemt de technische sessie die voor 23 mei gepland is voor de bespreking van de raadstoets van volksgezondheid. Die sessie start om 19:30 uur. Hij verzoekt om dit een half uur te vervroegen omdat het anders tegelijk valt met de technische sessie over de Voorjaarsnota. De voorzitter vraagt of dat akkoord is, en concludeert dat dat zo is. De griffier stelt vast dat deze sessie dus van 19:00 uur tot 20:00 uur zal zijn. Kan de technische sessie over MBO dan aansluitend, om 20:00 uur, plaatsvinden?
30
35
40
De voorzitter concludeert dat de commissie dit aansluitend wil laten plaatsvinden. Zij gaat over tot prioritering van de commissie van 1 juni. Op deze agenda zijn de volgende onderwerpen genoteerd: - MBO-raadsbrief Aanpak inclusieve stagemarkt actieplan MBO; - raadsvoorstel Zienswijze conceptbegroting GGDrU; - beleidsnota Snelle boodschappenbezorging; - Ondernemer Centraal - energietoeslag studenten - lerarentekort – deze zou naar september kunnen. Ze vraagt welke onderwerpen in ieder geval behandeld zouden moeten worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) pleit voor het behandelen van de energietoeslag voor studenten voor de zomer. De heer Van Steeg (CDA) benoemt het debat over Ondernemer Centraal, omdat dat vandaag wordt doorgeschoven. De voorzitter geeft aan dat de behandeling van de GGD-zienswijze ook moet plaatsvinden omdat daar een fatale termijn aanzit. 5
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt voor om de MBO-raadsbrief Aanpak inclusieve stagemarkt er als laatste op te zetten, omdat dit onderwerp als het persé moet wel opgeschoven kan worden. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat het wel prettig zou zijn om dit onderwerp voor de zomer te behandelen. 5
10
De griffier zegt dat het volgens deze planning zou kunnen. Dan is er nog een half uur speling. Het is nog niet duidelijk hoeveel tijd er meegaat met het onderwerp Ondernemer Centraal, dus er kan nog niet worden bepaald wat ’s ochtends, ’s middags of ’s avonds aan bod zal komen. De heer Stam (Volt) roept de commissie op om zich eraan te committeren om de onderwerpen binnen de tijd te behandelen. Hij geeft aan dat wat Volt betreft de MBO-actieagenda van de agenda af zou kunnen, maar dit onderwerp stond eigenlijk al voor vandaag op de agenda. De voorzitter meldt dat tijdens de veegcommissie van 15 juni sekswerk wordt behandeld. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) meldt dat de RIB over onderwijshuisvesting plaatsvindt op 26 september.
15
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt om verduidelijking over de agenda voor de commissievergadering van 1 juni. De voorzitter geeft aan dat het onderwerp lerarentekort wordt doorgeschoven. Voor het onderwerp MBO-stages wordt geprobeerd om tijd te vinden tijdens de commissie van 1 juni.
4. Verslagen 20
De voorzitter vraagt of er opmerkingen over de verslagen zijn. De heer Stam (Volt) zegt dat zijn opmerkingen over het verslag van februari nog niet zijn verwerkt.
25
De voorzitter geeft aan dat ze volgens haar notities wel verwerkt zijn. Ze zegt toe dit te gaan uitzoeken. Het verslag van 23 maart wordt vastgesteld.
5. Toezeggingen/Moties De voorzitter vraagt of er opmerkingen over deze lijst zijn. 30
De heer Stam (Volt) zegt dat hij de vorige keer heeft gevraagd om de toezeggingen die in het verleden zijn afgedaan van de lijst te verwijderen. De lijst die voorligt bevat echter toezeggingen die vorig jaar al zijn afgedaan. Hij verzoekt om een schoner document. De voorzitter antwoordt dat dat een duidelijke boodschap is.
6. Lijst ingekomen stukken 35
De voorzitter meldt dat er geen ingekomen stukken zijn. Ze schorst de vergadering voor 5 minuten om te kunnen wisselen. - Schorsing 6
7. Debat gebeds- en stilteruimtes op scholen in Utrecht 5
De voorzitter laat weten dat de fracties van DENK, Student & Starter, GroenLinks, BIJ1, CU en CDA in debat willen over de behoefte aan gebeds- en stilteruimtes op scholen in Utrecht. Begin dit jaar zijn hier mondelinge vragen over gesteld. Het onderwerp wordt in één termijn besproken. De resttijden van de vorige vergadering zijn hiervoor beschikbaar. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van DENK.
10
15
20
25
30
35
40
De heer Şimşek (DENK) zegt dat zijn fractie lang heeft uitgekeken naar dit debat. Dit debat is namelijk fundamenteel voor wat voor gemeente zij willen zijn. Vandaar dat DENK dit onderwerp zowel lokaal als landelijk op de agenda heeft gezet. Utrecht ziet zichzelf als mensenrechtstad. Zowel het college als vele partijen in deze raad spreken vaak met grote woorden over termen als inclusiviteit en een stad waarin iedereen zichzelf moet kunnen zijn. De eerste stappen van een kind worden gezet op school. Op school leren kinderen en jongeren om te gaan met verschillende soorten inwoners van de maatschappij. Met mensen van verschillende achtergronden en verschillende geloofsovertuigingen die elkaar tegenkomen. Scholen spelen dan ook een belangrijke rol in het creëren van onderling begrip en onderling respect voor verschillende groeperingen in onze maatschappij. Scholen dragen ook bij aan het bijbrengen van het fundament van de Nederlandse rechtsstaat aan nieuwe generaties. Maar wat nou als deze scholen het fundament zelf met voeten treden? Helaas is dat op veel scholen in Nederland, en ook in Utrecht, het geval. Begin dit jaar kwam het Leidsche Rijn College met een schandalig statement naar buiten, waarin ze openlijk uitspraken lak te hebben aan het grondrecht van een deel van hun leerlingen en personeel.
In dit statement gaf het Leidsche Rijn College aan dat het verrichten van het gebed onder schooltijd en het schoolgebouw niet toegestaan werd door de school. De school was immers geen gebedsruimte. Na de mondelinge vragen van DENK is de school hier gedeeltelijk op teruggekomen. Echter, na meerdere gesprekken is er nog steeds geen beterschap beloofd. De komst van een gebeds- of stilteruimte is nog niet zeker en de school heeft ook nog niet duidelijk gemaakt hoe geborgd gaat worden dat leerlingen op school op een waardige manier kunnen bidden. Er heerst dus nog steeds de facto een gebedsverbod. Het grondrecht van de moslimleerlingen van de school worden dus keihard geschonden. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt om een duiding van de verschillen tussen het mogelijk maken van gebed en het bieden van gebedsruimtes. Ze vraagt waar de gemeente volgens DENK op zou moeten ingrijpen, en waarop niet. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat het kunnen verrichten van een gebed een grondrecht is. Op veel scholen is sprake van grote drukte. Om het gebed te kunnen verrichten is een aparte ruimte een praktische uitwerking van dat grondrecht. Dat kan een klaslokaal zijn of een speciale gebeds- of stilteruimte. De heer Van Steeg (CDA) hoopt dat dit voor DENK niet alleen voor moslims geldt, maar ook voor andere religies.
Hij vraagt of DENK de mening deelt dat de meeste openbare scholen er op een goede manier uitkomen, met ouders en medezeggenschapsmogelijkheden. Gebedsruimtes moeten niet per definitie de oplossing zijn. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat hij er niet gerust op is dat het op andere openbare scholen niet zo’n groot probleem is.
45
50
De heer Van Steeg (CDA) geeft aan dat hij niet zegt dat het op andere scholen geen issue is, maar op veel scholen wordt wel een oplossing gevonden en dat is niet persé een gebedsruimte. Hij vraagt of DENK vindt dat elke openbare school een gebedsruimte moet hebben. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat op veel scholen een gebedsruimte nu eenmaal de meeste praktische en beste oplossing is. Leerlingen die worden gedwongen om op de wc, stiekem onder een trap of midden in een drukke gang te bidden – dat is in de ogen van DENK geen oplossing. Dan maak je het leerlingen nog steeds nagenoeg onmogelijk om het gebed te kunnen verrichten op een waardige manier. 7
De heer Van Steeg (CDA) deelt dat met DENK want dat is een grondrecht. Maar dat betekent niet dat een gebedsruimte verplicht moet worden. Het moet worden gefaciliteerd, maar een gebedsruimte is geen voorwaarde om dat goed te doen. Hij vraagt of DENK het daarmee eens is. 5
10
15
20
25
30
De heer Şimşek (DENK) zegt dat het het mooist zou zijn als elke school een gebeds- of stilteruimte zou hebben om te kunnen bidden. Het minimale dat er moet zijn is ruimte om te bidden. Dat is waar DENK voor pleit. Of dat in een stil lokaal is of een apart ingerichte gebedsruimte, dat hangt af van de ruimtelijke mogelijkheden. DENK gaat het liefst voor het maximaal haalbare. Er is een toenemende groep jongeren die graag wil bidden op school, dus het zou het best zijn als er een gebedsruimte komt. Daar wil DENK op aansturen. Hij vervolgt zijn bijdrage door aan te geven dat grondrechten niet aan- en uitgezet kunnen worden, of selectief worden toegepast op specifieke groepen. Hij vraagt of de wethouder de mening deelt dat het recht om te kunnen bidden op scholen een fundamenteel grondrecht is, en scholen dit niet mogen tegenhouden of verbieden of op wat voor manier dan ook praktisch onmogelijk maken. DENK vraagt of de wethouder bereid is om met het Leidsche Rijn College in gesprek te gaan en hen te wijzen op het nakomen van hun grondwettelijke plichten door leerlingen en hun personeel de mogelijkheid te bieden om te bidden op school. Hij vraagt de wethouder om het resultaat van dit gesprek terug te koppelen naar de raad. Daarnaast roept hij de wethouder op om te onderzoeken op welke middelbare scholen in Utrecht leerlingen wordt verboden om het gebed te verrichten.
Ook daarvan ziet DENK graag een terugkoppeling naar de raad. De heer Şimşek merkt op dat de papieren werkelijkheid niet altijd overeenkomt met de praktijk. Om op een waardige manier te kunnen bidden is een rustige ruimte nodig zonder dat men de weg blokkeert voor eventuele voorbijgangers. Op veel scholen, met smalle gangen en veel drukte, betekent dit in de praktijk dat er een aparte ruimte dient te zijn om te kunnen bidden. Dit kan in de vorm van een daarvoor ingerichte gebedsruimte, een stilteruimte of desnoods het openen van een klaslokaal tijdens een pauze. Als leerlingen zich toch gedwongen voelen om te bidden op een wc of een andere ongeschikte plek kan onmogelijk gezegd worden dat de school het grondwettelijk recht van leerlingen om hun geloof in vrijheid te praktiseren respecteert. DENK vraagt of de wethouder dit erkent en bereidt is om in een gesprek met alle Utrechtse middelbare scholen duidelijk te maken dat het wenselijk is om voor leerlingen een aparte ruimte in te richten om te kunnen bidden en dit toe te voegen aan de Utrechtse onderwijsagenda. Hij vraagt om een terugkoppeling van deze gesprekken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of DENK aan college verzoekt om de middelbare scholen op te dragen om het te regelen. Dat kan namelijk niet zomaar. Er wordt uitgegaan van de verantwoordelijkheid van de scholen zelf, en dat ze in gesprek gaan met hun leerlingen.
35
40
45
50
De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat in Utrecht de gemeente de regierol neemt, ook in het onderwijs. Op het moment dat de gemeente uitdraagt dat ze daarvoor staan, dan kan ze er wel degelijk op aansturen dat scholen dat regelen voor hun leerlingen en personeel dat daar behoefte aan heeft. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) regie voeren en iets uitdragen is wat anders dan openbare scholen opdragen dat ze gebedsruimtes gaan invullen. Zij ziet de wethouder niet bij elke school langsgaan om te checken of zo’n ruimte er is. Er moet van worden uitgegaan dat scholen het zelf belangrijk vinden dat iedereen zich gehoord voelt op zijn eigen school en dat er uitkomsten komen uit de gesprekken die hierover al worden gevoerd. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat de VVD ervan uitgaat dat het niet nodig is dat de gemeente scholen aanspreekt, omdat het op scholen nu al goed gaat. Dat is niet het geval. Er heerst op meerdere scholen een de facto gebedsverbod. Dat is een schending van grondrechten. Als overheidsorgaan dat het dichtst bij de bevolking staat moet de gemeente daar een actieve rol in nemen en scholen aanspreken op hun wettelijke verplichting om leerlingen grondrechten te laten belijden.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat DENK ervan vindt dat de commissie gelijke behandeling, dat nu het College voor de Rechten van de Mens is, heeft uitgesproken dat een school niet tegen de wet ingaat als ze geen gebedsruimte faciliteren. 8
5
10
15
20
25
De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat een school niet een specifieke gebedsruimte hoeft te faciliteren, maar wel een ruimte om te bidden. Leerlingen moeten op school kunnen bidden en een school mag dat niet verbieden. Of dat in de vorm is van een speciale gebedsruimte of van een lokaal, als er maar op een waardige manier gebeden kan worden. Als gemeente sturen wij aan op wat wij wenselijk vinden, en wat er nu gebeurt is niet wenselijk. Op veel scholen worden nu grondrechten geschonden. Hij rondt zijn bijdrage af door aan te geven dat er een kruispunt is bereikt: is Utrecht echt een stad voor iedereen, waar iedereen zichzelf moet kunnen zijn, of laat dit college en deze raad jonge moslims keihard vallen? Staan deze raad en dit college daadwerkelijk voor inclusiviteit en een Utrecht voor iedereen, of zijn dit niet meer dan loze woorden die in de praktijk niet voor elke groep gelden? Dit debat zal dat uitwijzen. Mevrouw Van der Wilt (D66) steunt de oproep dat iedereen moet kunnen zijn wie die is. Zij heeft echter het idee dat het probleem groter wordt gemaakt dat het is. De reactie van het Leidsche Rijn College na het aanspreken van de wethouder was dat ze dat niet hadden mogen zeggen en zeker niet mogen uitdragen dat bidden niet kan. Dat is ook in strijd met de eigen reglementen. Gisteren is er nog de Iftar gevierd, waarbij geen sfeer was dat religie er niet mag zijn.
Sterker nog, het hoort er zeker bij. Waar het gesprek over gaat is of er een speciale ruimte moet zijn, is dat wel mogelijk op de school en hoe kan dat zodanig worden ingevuld dat het voor alle ouders en kinderen passend is. Zij vraagt aan de heer Şimşek of de tegenstelling die hij schetst echt zo groot is. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat het Leidsche Rijn College met een statement kwam waarbij zij hun keutel gedeeltelijk introkken. DENK heeft meerdere gesprekken gevoerd met deze school, en wat daaruit kwam was niet geruststellend. Er bleek niet uit dat er keihard gezocht werd naar een oplossing voor de leerlingen die dat wel willen. Het is er de facto nog steeds voor veel leerlingen onmogelijk om het gebed te verrichten. DENK ziet die tegenstelling en urgentie wel, en vindt het een fundamenteel punt. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waar de heer Şimşek het vandaan haalt dat de leerlingen er de facto niet mogen bidden.
30
De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat DENK geluiden hoort dat leerlingen die willen bidden worden tegengehouden. De school gaf in de gesprekken ook niet duidelijk aan dat ze het gaan toestaan. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of DENK op de hoogte is van de open gesprekken die hierover plaatsvinden binnen scholen over dit onderwerp. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat er geen open gesprekken gevoerd hoeven te worden over grondrechten. Die moeten gewoon toegepast worden.
35
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat geen enkel grondrecht absoluut is. Zij vraagt waarom DENK die absolutie van een grondrecht zo weergeeft. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat het een grondrecht is dat er gebeden moet kunnen worden. Als dat in de praktijk niet kan dan kunnen er gesprekken plaatsvinden, maar dat betekent niets. Dat betekent dat grondrechten nog steeds niet gerespecteerd worden.
40
45
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt naar welk grondrecht DENK precies verwijst, dat men overal moet kunnen bidden. In artikel 6 van de Grondwet staat dat ieder het recht heeft om zijn godsdienst of levensovertuiging vrij te belijden. Dat betekent niet dat men overal moet kunnen bidden. De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat de commissie gelijke behandeling heeft geoordeeld dat er ook op scholen gebeden moet kunnen worden, en dat dit niet verboden mag worden. Daarmee is bepaald dat het bidden op scholen een grondrecht is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) citeert: “De commissie gelijke behandeling, die in 2010 is opgegaan in het College voor de Rechten van de Mens, oordeelde al eerder bij het Calandlyceum dat de 9
weigering van een gebedsruimte niet inging tegen de Algemene Wet Gelijke Behandeling. Op grond van die wet mogen leerlingen op school wel uiting geven aan hun religie, bijvoorbeeld door een kruisje of een hoofddoek te dragen of door te bidden tijdens de pauze, maar een school hoeft leerlingen en personeel geen faciliteiten te bieden om hun godsdienst te kunnen uitoefenen.” 5
10
De heer Şimşek (DENK) antwoordt dat een school niet verplicht is om een specifieke gebedsruimte in te richten, maar scholen mogen leerlingen ook niet tegenhouden om hun geloof te uiten door op een bepaalde manier te kunnen bidden. Als een school, of zijn leerlingen of leerkrachten constateren dat de school geen geschikte plek heeft om te kunnen bidden, dan moet dat ergens kunnen op de school. DENK pleit niet voor een gebedsruimte alleen voor moslims. Een school mag leerlingen niet weerhouden om te bidden. De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter.
15
20
25
30
35
40
45
50
Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat de raad zich er vaak over heeft uitgesproken dat Utrecht een inclusieve stad wil zijn waar iedereen zich, ongeacht diens afkomst, identiteit, sociaal-economische status of levensbeschouwing thuis zou moeten voelen. In het kader van een inclusieve leeromgeving vindt Student & Starter het belangrijk dat leerlingen worden gefaciliteerd in de behoeften die bijdragen aan hun thuisgevoel. Uit onderzoek weten we ook dat de sense-ofbelonging, oftewel het thuisgevoel van de leerling, een positieve invloed heeft op het leerlingsucces. Inclusieve faciliteit op een onderwijsinstelling dragen bij aan deze sense-ofbelonging en daarmee aan het leerlingsucces. Op sommige scholen in Utrecht zij er leerlingen die hebben aangegeven behoefte te hebben aan een ruimte waarin ze zich in een pauze of op andere momenten enkele minuten kunnen terugtrekken. Student & Starter vindt het belangrijk om gehoor te geven aan leerlingen die deze behoefte hebben uitgesproken. Los daarvan wil mevrouw Kendir even haar ongenoegen uitspreken over het volgende: De afgelopen periode zijn er op meerdere scholen in verschillende steden signalen binnengekomen dat er op sommige scholen wordt verboden om te bidden.
Zo wordt tijdens het gebed door docenten wel eens gepoogd om gebedskleedjes onder leerlingen weg te trekken of is er tegen leerlingen gezegd dat ze repercussies krijgen op het bidden. Helaas is dat ook voorgekomen in onze stad. Tijdens het vragenuur van 19 januari is dit besproken. De rector van het Leidsche Rijn College communiceerde in een nieuwsflits met leerlingen dat het nergens in het schoolgebouw was toegestaan om te bidden. Dit is in strijd met de wet. Vanuit de Grondwet heb je ook op een openbare school gewoon het recht om in je eigen tijd een plek te nemen en te bidden. De praktijk laat zien dat dit niet altijd goed gaat. Student & Starter vraagt de wethouder hoe ervoor kan worden gezorgd dat deze rechten van leerlingen worden geborgd in Utrecht. Hoe kan worden voorkomen dat dit in de toekomst weer voorkomt? Verder vraagt zij hoe ervoor kan worden gezorgd dat alle rectors zijn geïnformeerd over de wettelijke rechten die leerlingen hebben. Dat het een leerling is toegestaan om te bidden op school is niet het twistpunt van de discussie. De vraag is wel of er voor het bidden dan ook een aparte ruimte moet worden ingericht. Een behoorlijke bestuurder, die wil voorkomen dat studenten op de gang, op de trap of in de kantine moeten bidden, richt daarvoor een adequate ruimte in.
De heer Şimşek (DENK) vraagt of Student & Starter in gesprek is gegaan met het Leidsche Rijn College. Mevrouw Kendir (Student & Starter) gaat in op de situatie op die school, die zij schrijnend vindt. Leerlingen hadden aangegeven dat ze behoefte hadden aan een aparte gebedsruimte. Daar is geen gehoor aan gegeven. De leerlingen gingen vervolgens stiekem bidden onder de trap waarna zij werden ‘betrapt’. Vervolgens gaven docenten aan dat dat niet mocht. Van een docent mochten zij in een lokaal bidden, totdat een andere docent (nota bene maatschappijleer) onterecht aangaf dat dit niet mocht. In de nieuwsflits is dit verbod daarna bevestigd. Er werd meegedeeld dat het ook op schoolreisje niet toegestaan zou worden. Deze situatie baart Student & Starter erg veel zorgen. De heer Şimşek (DENK) vraagt of Student & Starter het met DENK eens is dat er, ondanks de mooie woorden van die school, geen oplossing is gekomen. Mevrouw Kendir (Student & Starter) laat weten dat zij blij is met de rectificatie van de school, en dat er gesprekken plaatsvinden. Maar gezien het feit dat dit de situatie was maakt Student & 10
Starter zich zorgen over of er sprake is van een gelijk speelveld in de gesprekken, en of de leerlingen zich veilig genoeg voelen om hetgeen waar zij behoefte aan hebben, namelijk inclusie, daadwerkelijk te realiseren. 5
De heer Şimşek (DENK) vraagt of Student & Starter beweert dat de situatie op het Leidsche Rijn College echt verbeterd is. Mevrouw Kendir (Student & Starter) antwoordt dat zij blij is dat er stappen zijn gezet, maar dat zij zich ook zorgen maakt over hoe het proces eruit ziet. De reden van de zorgen is de geschiedenis die laat zien dat er geen veilige sfeer voor een groep scholieren op die school is.
10
Zij rondt haar betoog af met de opmerking dat een openbare school een plek moet zijn waar leerlingen met verschillende achtergronden elkaar ontmoeten. Om dit te bereiken dienen de Utrechtse scholen inclusief te zijn. Student & Starter wil in de Utrechtse onderwijsagenda terug zien dat scholen een inclusieve leeromgeving zijn, waar inclusieve faciliteiten zoals een stilte- of gebedsruimte worden gerealiseerd. Ze vraagt de wethouder om een toezegging hierop. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks.
15
20
25
30
35
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) betoogt dat mensen zichzelf moeten kunnen zijn en zichzelf kunnen ontwikkelen. Daar hebben de politiek en het bestuur een rol in, en dat rekening met elkaar wordt gehouden. Utrecht is een stad met allemaal verschillende mensen die zich hier allemaal thuis moeten kunnen voelen, of het nu op straat is of in het onderwijs. Zoals al eerder aangehaald mag een school kinderen niet verbieden om te bidden in de pauzes, maar hoeft het geen gebedsruimte te faciliteren. Dit onderwerp hoort in eerste instantie binnen de vier muren van een school. De gemeente heeft geen wettelijke taak hierin. Maar dat betekent niet dat we hier helemaal niets over kunnen zeggen. Allereerst is GroenLinks voorstander van een open gesprek tussen leerkrachten, schoolleiders, leerlingen en ouders, bijvoorbeeld via de medezeggenschapsraad, over stilteruimtes op school. Dat gesprek is nodig. Daarom wil GroenLinks dat scholen samen met leerlingen en ouders gaan bekijken hoe er rekening kan worden gehouden met de verschillende behoeften en uitgangspunten die er bestaan binnen een school, om zo te komen tot een inclusieve, identiteitsrijke leeromgeving. GroenLinks vindt dat er voor alle mensen ruimte moet zijn in Utrecht. Zij zien scholen als een gemeenschap, een ontmoetingsplek voor kinderen en ouders.
De heer Şimşek (DENK) vraagt of GroenLinks vindt dat grondrechten onderhandelbaar zijn. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat grondrechten heel belangrijke waarden zijn in de samenleving, die als basis dienen voor andere wetgeving. Die grondrechte kunnen soms met elkaar in botsing komen. Dan gaat het er in een specifieke situatie om welke grondrechten belangrijker zijn en hoe het wordt toegepast. In dit geval gaat het erom dat het belangrijk is dat er voor verschillende mensen ruimte is om te bidden op scholen. Maar het is niet zo dat scholen dat verplicht zijn om dat te faciliteren. Dat kan de gemeente niet verplichten. De heer Şimşek (DENK) vraagt welke oplossing GroenLinks ziet voor leerlingen en personeel die willen bidden, maar voor wie dat praktisch onmogelijk wordt gemaakt op een school. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat zij daar in haar bijdrage verder op in zal gaan.
40
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of GroenLinks wel een rol voor de gemeente ziet in het opnemen van dit punt in de Utrechtse Onderwijsagenda. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat er eerst gesprekken moeten plaatsvinden met schoolbesturen. Ook het rijk heeft hierin een rol, want zij hebben direct contact met scholen op basis van artikel 23.
45
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of GroenLinks vindt dat er in de Utrechtse Onderwijsagenda opgenomen zou moet worden dat er inclusieve faciliteiten als een stilte- of gebedsruimte zouden moeten komen op onze scholen. 11
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat er aandacht moet zijn voor mogelijke stilteruimtes. Of dat gebedsruimtes moeten zijn of iets anders, dat is de vraag. GroenLinks vindt het belangrijk dat schoolbesturen hierover met alle partijen in gesprek gaan. Dat zou een plek kunnen krijgen in de Utrechtse Onderwijsagenda, maar die is nog niet vastgesteld. 5
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) geeft aan dat er veel over wetten en een juridische onderbouwing wordt gesproken. Maar er wordt ook over diversiteit en inclusiviteit gesproken. Zij vraagt wat volgens GroenLinks inclusief onderwijs is. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat iedereen zich thuis kan voelen in het onderwijs en dat er een identiteitsrijke leeromgeving wordt gecreëerd.
10
15
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) vraagt of GroenLinks het belang ziet dat mensen zich vrij moeten voelen op school, dat er plek is voor hun achtergrond en dat dat ook op die manier wordt gefaciliteerd. Daarvoor is een stilteruimte om te kunnen bidden cruciaal. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat zij zich grotendeels kan aansluiten bij BIJ1. GroenLinks denkt ook dat er zo’n stilteruimte zou moeten zijn waar men zich even terug kan trekken, ook als men teveel prikkels krijgt of als er iets anders is. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) vraagt of GroenLinks het ermee eens is dat daarvoor bepaalde waarborgen belangrijk zijn. Voor het ‘even terugtrekken’ is een andere ruimte nodig dan voor moslims die volgens bepaalde vereisten willen bidden. Vindt GroenLinks ook dat binnen die stilteruimte moet worden nagedacht over wat verschillende groepen nodig hebben.
20
25
30
35
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat er een gesprek moet plaatsvinden om te zien waar de behoeften liggen, om op die manier tot een inclusieve leeromgeving te komen. Er moet dan aandacht zijn voor de verschillende behoeften. Zij wil hier in haar verdere bijdrage nader op ingaan. De heer Şimşek (DENK) stoort zich aan het feit dat GroenLinks het houdt bij gesprekken voeren en kijken of er draagvlak is. Hij geeft aan dat het vaak gebeurt dat, wanneer moslims ergens behoefte aan hebben, grondrechten opeens onderhandelbaar zijn. Hij vraagt of GroenLinks het ermee eens is dat het kunnen bidden op scholen een grondrecht is, en hoe zij vinden dat scholen daar invulling aan moeten geven, zonder dat het leerlingen onmogelijk wordt gemaakt. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat er verschillende grondrechten zijn, waaronder artikel 1: respect voor verschillende religies en ideeën. Er is ook artikel 23: de vrijheid van onderwijs. We hebben dus te maken met verschillende grondrechten waarbij bekeken moet worden hoe die zich met elkaar verhouden. GroenLinks vindt dat ze allemaal zwaar wegen, en pleit daarom voor het aangaan van het gesprek hierover. De heer Şimşek (DENK) vindt dit onzin. Het kunnen verrichten van het gebed op scholen is gewoon een grondrecht. Daar was de commissie gelijke behandeling heel duidelijk over.
Het botst niet met andere grondrechten, dat is weer een excuus om het uiteindelijk niet te doen.
40
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) reageert door te zeggen dat de uitspraak van de commissie heel duidelijk was. De reden dat er een uitspraak is gedaan is dat die grondrechten op gespannen voet met elkaar staan. De uitspraak geeft aan dat bidden mag, maar de school hoeft de faciliteiten niet te bieden. Dat is een heel duidelijke uitspraak.
45
De heer Şimşek (DENK) geeft aan dat het feit dat de faciliteiten in fysieke zin niet verplicht gerealiseerd hoeven te worden neemt niet weg dat het gebed niet verboden mag worden. Dat is nu heel vaak wel het geval, ook op openbare scholen. Hij vraagt hoe GroenLinks ervoor gaat zorgen dat het grondrecht om te bidden op die scholen geborgd gaat worden, en of zij vindt dat grondrechten onderhandelbaar zijn. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of DENK ook niet wil dat gebedsruimtes verplicht worden op scholen. Hij constateert dat er niet zoveel verschil zit in de visie van DENK en GroenLinks, alleen GroenLinks vindt dat het aan de school en de ouders is. Hij vraagt of zijn redenering klopt. 12
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) beaamt dit. Er moet ook samen naar de huisvesting gekeken worden. Zowel de school als de leerkrachten, leerlingen en ouders spelen daarbij een rol.
5
10
15
20
25
De heer Şimşek (DENK) reageert op de vraag van het CDA. Scholen zijn inderdaad niet verplicht om gebedsruimtes te realiseren, maar dit is wel wenselijk omdat dit in de praktijk de meest praktische oplossing is voor het borgen van het grondrecht om te kunnen bidden. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vervolgt haar bijdrage. GroenLinks vindt dat er voor alle mensen ruimte moet zijn in Utrecht. Zij zien scholen als een gemeenschap, een ontmoetingsplek voor kinderen en ouders, waar aandacht is voor verschillende religies, culturen en identiteiten. Scholen en leerlingen kunnen gezamenlijk afspreken of zij een Iftar, Holi of Kerstfeest vieren. Dat is niet aan de gemeenteraad. GroenLinks vindt het belangrijk dat leerlingen zich welkom en prettig voelen op school. Wanneer zij de behoefte hebben om te bidden of even in stilte te willen zijn vanwege prikkels, emotie of andere redenen moeten zij de mogelijkheid hebben om zich terug te trekken. Daarom vraagt GroenLinks de toezegging van de wethouder dat hij in gesprek gaat met middelbare scholen en schoolbesturen over de mogelijkheid voor leerlingen om zich even terug te trekken, zodat zij kunnen bidden of tot zichzelf komen.
Kortom, samen opgroeien en ontwikkelen en onderwijs volgen in een inclusieve leeromgeving waar ruimte en respect is voor elkaar, en waar we van elkaar en met elkaar leren door bevlogen leerkrachten en mooi groene schoolpleinen, dat is het ideaal van GroenLinks. Mevrouw Kendir (Student & Starter) merkt op dat GroenLinks zich niet bewust is van het feitelijk gebedsverbod dat in de praktijk, bijvoorbeeld op het Leidsche Rijn College, is gehandhaafd. Zij vraagt wat GroenLinks daarvan vindt. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) is van mening dat bidden niet verboden kan worden. Er moet met de scholen worden bekeken waar en hoe dat kan. Voor wat betreft het Leidsche Rijn College geeft GroenLinks aan dat zij zelf al hebben aangegeven dat hun informatievoorziening niet correct was. Mevrouw Kendir (Student & Starter) merkt op dat de informatievoorziening juist helemaal in lijn was met wat er in de praktijk gebeurde. Zij vraagt naar een toelichting op de bewering dat er een onjuiste informatievoorziening was.
30
35
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat zij doelt op de Nieuwsflits waarin was aangegeven dat er niet gebeden mocht worden. Dat was niet in lijn met de regels. De regels van het Leidsche Rijn College geven aan dat er geen verbod is op bidden binnen de school. Uit het contact van mevrouw Vermeulen met de school en met ouders is duidelijk dat er op dit moment goede en open gesprekken plaatsvinden om dit thema samen vorm te geven. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt dat GroenLinks erg mild reageert, terwijl de rechten echt werden geschonden. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat zij juist bevestigt dat GroenLinks het heel belangrijk vindt dat het kinderen niet verboden wordt om te bidden. GroenLinks hecht juist veel waarde aan een inclusieve samenleving en streven juist naar een stilteruimte, een plek waar iedereen zich thuis voelt.
40
45
De heer Şimşek (DENK) concludeert dat GroenLinks enerzijds aangeeft dat iedereen zichzelf moet kunnen zijn en moet kunnen bidden, anderzijds vinden zij het blijkbaar niet heel urgent dat er op het Leidsche Rijn College nog steeds de facto een gebedsverbod heerst. Hoe kijkt GroenLinks dan naar het Leidsche Rijn College waar nog steeds niet gebeden kan worden? Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks dit zeer serieus neemt, en daarom contact heeft met het Leidsche Rijn College en verschillende andere scholen. Zij vinden het belangrijk dat hierover een gesprek gaat plaatsvinden en hebben de wethouder dan ook hierom gevraagd. GroenLinks heeft hier veel tijd en energie in gestopt. Het onderwerp gaat hun aan het hart.
13
De heer Şimşek (DENK) geeft aan dat DENK ook meerdere gesprekken heeft gevoerd met het Leidsch Rijn College en komen tot een tegenovergestelde conclusie. Er wordt nog steeds heel moeilijk gedaan over leerlingen die willen bidden op school. Hij vraagt hoe GroenLinks tot de conclusie komt dat er verbetering is. 5
10
De heer Otto (EenUtrecht) vraagt hoe vaak er maximaal mag worden gereageerd op een bijdrage. Volgens hem is dat maximaal drie keer. De heer Şimşek heeft al wel acht keer gereageerd. De voorzitter antwoordt dat maximaal drie keer per thema gereageerd mag worden. Dus als het gaat om drie verschillende alinea’s met drie verschillende thema’s, dan mogen er telkens drie vragen achter elkaar worden gesteld. Zij geeft het woord aan BIJ1.
15
20
25
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) geeft aan dat godsdienstvrijheid een grondrecht is. Iedereen moet de vrijheid hebben om zelf te kiezen om tot een godsdienst toe te treden en deze te belijden en te beoefenen. Wettelijk is echter niet vastgesteld hoe de omgeving moet worden ingericht om dat mogelijk te maken. Voor sommige religies is bidden een cruciaal onderdeel van het belijden van het geloof. Het verschilt op welke manier dit dient te gebeuren, en de frequentie. Waar de een zich op elk moment en plek zich kan richten tot God zij er voor de ander, zoals voor moslims, meer voorwaarden voordat er vijf keer per dag kan worden gebeden, zoals een rustige en schone plek. Moslims worden door dit beleid dus extra benadeeld want de ruimte, of dat een gebeds- of stilteruimte is, is cruciaal om op school het geloof te kunnen beoefenen. In Utrecht is het niet op alle scholen mogelijk om te bidden. Onderwijsinstellingen zijn niet verplicht om gebedsruimtes te faciliteren. Er zijn ook geluiden dat het faciliteren van gebeds- of stilteruimtes zou kunnen conflicteren met het openbaar onderwijs. Verwachten dat mensen een deel van hun identiteit maar thuis laten omdat geloofsbeleving niet thuis hoort op school is geen neutrale keuze, en zeker geen inclusieve. Er wordt vaak gezegd dat Utrecht een stad is die verder gaat dan vaak verwacht wordt.
BIJ1 vraagt of het college bereidt is om dat ook op dit thema te doen. Het college geeft aan inclusiviteit zo belangrijk te vinden. Daar is BIJ1 blij om, maar dit is een uitgelezen kans om het onderwijs daadwerkelijk inclusiever te maken. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wat volgens BIJ1 inclusief onderwijs is.
30
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) antwoordt dat zij hierop in haar bijdrage terugkomt.
35
Zij vervolgt haar bijdrage door aan te geven dat op scholen kinderen en scholieren met verschillende achtergronden bij elkaar komen. Wanneer wordt gezegd dat Utrecht een inclusieve stad is met inclusief onderwijs betekent dat dat wordt bekeken hoe ervoor kan worden gezorgd dat zij worden ondersteund met wat zij nodig hebben om zich op hun plek te voelen. Daarom is een ruimte op school waar iemand een momentje kan nemen om tot zichzelf te komen, of dat mediteren, bidden of tot rust komen, erg belangrijk. Zij vraagt wat volgens de wethouder inclusief onderwijs is en welke mogelijkheden de wethouder ziet om scholen te stimuleren om een stilte- of gebedsruimte te faciliteren.
40
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt hoe BIJ1 de afweging ziet tussen de verschillende wensen voor de inrichting van de ruimte, bijvoorbeeld dat er geen anderen doorheen mogen lopen en dat er stilte is.
45
50
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) antwoordt dat dat juist inclusiviteit is. Dat is niet makkelijk, dat kost werk. De oplossing hoeft niet moeilijk te zijn. Als moslims bidden mag er niet iemand voor langs lopen, maar dat betekent niet dat er niemand anders in de ruimte mag zijn. In de praktijk hoeft dit niet voor heel veel problemen te zorgen. We moeten af van het idee dat we inclusiviteit willen, maar er niet voor willen werken. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat dit betekent dat een ruimte meerdere functies kan hebben. Bij inclusie moet gezocht worden naar waar zit mijn vrijheid, maar waar zit ook de grens aan mijn vrijheid door andermans vrijheid en hoe vinden we elkaar daarin. Hoe kijkt BIJ1 daar naar? 14
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) denkt dat dit in de praktijk niet voor grote problemen gaat zorgen. Dit zou zelfs idealiter zijn dan helemaal af te zien van stilte- en gebedsruimtes op scholen omdat het te moeilijk is. Het is een taak van de school om hierover in gesprek te gaan met studenten. Het mag niet zo zijn dat hiervan wordt afgezien omdat het onderwerp te moeilijk is. 5
Mevrouw Van der Wilt (D66) is het daarover eens met BIJ1.
10
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) vindt gesprekken belangrijk, maar geeft aan dat ook de urgentie niet vergeten moet worden. De schrijnende praktijksituatie is aan bod geweest in de bijdragen van DENK en Student & Starter. De urgentie is te hoog om er rustig met zijn allen over te gaan praten. Het gaat hier over een gebedsverbod, en dat is wel discriminatie. Dat moet niet worden gebagatelliseerd. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of BIJ1 de mening deelt dat het gesprek met de schoolleiding, de leerlingen en de ouders zelf moet worden aangegaan om te bezien wat er mogelijk is.
15
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) vindt het jammer dat pas anno 2023 wordt gestart met deze gesprekken. Deze zijn belangrijk, maar ze moeten het doel hebben om dit gauw op te lossen. Daar is bepaalde urgentie bij geboden. De heer Şimşek (DENK) vraagt of BIJ1 de mening deelt dat grondrechten niet onderhandelbaar zijn. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) beaamt dit.
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat BIJ1 nu concreet van de wethouder wil. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) wil dat de wethouder zich actief opstelt, en dat de gemeente een duidelijke visie heeft. Stilteruimtes, waar verschillende mensen kunnen komen om het geloof te belijden of te mediteren, moeten onderdeel worden van de school. BIJ1 vraagt om urgentie hiervoor.
25
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of BIJ1 het ermee eens is dat de school er uiteindelijk over gaat, en dat het urgente gesprek daar moet worden gevoerd. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) is zich daarvan bewust. Maar als er geen andere mogelijkheden vanuit het college worden gezocht om dit aan te passen dan kan er wat BIJ1 betreft worden gestopt met het stellen dat Utrecht voor inclusief onderwijs is.
30
35
40
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat inclusiviteit niet betekent dat de een zich moet schikken in de wens van de ander, maar samen kijken naar hoe je eruit komt. Zij kan zich vinden in een stilteruimte maar vindt een gebedsruimte te ver gaan. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) reageert hierop door aan te geven dat de manier hoe het nu gaat niet inclusief is. Zij begrijpt niet dat de VVD vindt dat het wat moeilijk is en het daarom maar zo wil laten. Zij verwacht dat de VVD zich ook zorgen maakt omdat iedereen op die school zich er thuis moet voelen. De school heeft die verantwoordelijkheid, maar ook de gemeente moet zich daarvoor inspannen. Zij vervolgt haar bijdrage met de vraag of de wethouder bereid is zich hiervoor blijvend in te spannen. Tenslotte geeft zij aan dat ze verbaasd is over de blijdschap van verschillende raadsleden over de gesprekken die worden gevoerd. Tegelijkertijd hoort zij ook de schrijnende verhalen van DENK en Student & Starter over de discriminerende situatie op bijvoorbeeld het Leidsche Rijn College. Zij begrijpt niet dat de gemeente Utrecht, die zo vaak aangeeft inclusief en tegen discriminatie te zijn, hier niet van schrikt of urgentie lijkt te voelen. De voorzitter geeft het woord aan de ChristenUnie.
15
5
10
15
20
25
De heer Van Bergen (CU) laat weten dat dit onderwerp de afgelopen weken veel emotie heeft losgemaakt in de maatschappij. Het gaat de CU in dit debat niet om een vermeend verbod op gebed, zij willen het breder trekken naar het faciliteren van een stilteruimte. De CU kiest nadrukkelijk voor een stilteruimte, en niet voor een gebedsruimte. Een ruimte die ingericht wordt niet alleen voor gebed, hoewel daar zeker ruimte voor moet zijn, maar ook voor rust en bezinning in de overprikkelde samenleving. De CU heeft vernomen dat scholen hier niet altijd aan mee willen werken. Het faciliteren van een stilteruimte is geen wettelijke verplichting van een school. Een school staat juridisch gezien in zijn recht om dit niet te doen. De CU vindt het belangrijk dat scholen dit wel faciliteren, en zij vinden het belangrijk dat de wethouder zich hiervoor inspant. De heer Şimşek (DENK) is blij te constateren dat de CU het ook belangrijk vindt dat er een ruimte is waar gebeden kan worden, ongeacht of dit een gebeds- of stilteruimte wordt genoemd. Hij vraagt hoe de CU het vindt dat er scholen zijn waar de facto niet gebeden kan worden. De heer Van Bergen (CU) vindt het onderscheid tussen een gebeds- en een stilteruimte essentieel, en kiest daarom nadrukkelijk zijn woorden. Het uitoefenen van gebed is een grondrecht dat door scholen gehonoreerd moet worden.
Als scholen dat verbieden is dat zeer kwalijk en moeten er stappen genomen worden. Maar het faciliteren van het gebed is de zin dat er een specifieke ruimte voor moet zijn, dat is geen plicht voor een school. Hij vervolgt zijn bijdrage door aan te geven dat in een klimaat waar de nadruk ligt op prestaties het nodig is om een moment van rust en bezinning te creëren. De invulling van die bezinning is persoonlijk. Een stilteruimte biedt een plek om te ontprikkelen en de nodige privacy voor hen die op gezette tijden willen bidden. Want ook voor gebed moet wat CU betreft ruimte zijn op een openbare school. Het kan daarmee juist een ontmoetingsplek zijn voor mensen met verschillende behoeftes, die naar eenzelfde openbare school gaan. Daarin sluit CU aan bij DENK. Op dit moment zijn leerlingen en school met elkaar in gesprek. CU ziet het liefst dat zij er samen uitkomen. Mocht dat niet het geval zijn dan vraagt CU aan de wethouder of hij zich wil inzetten om scholen te overtuigen van de noodzaak van stilteruimtes. De voorzitter geeft het woord aan het CDA.
30
35
40
45
De heer Van Steeg (CDA) laat weten dat ook zij geschrokken zijn van de brief die het Leidsche Rijn College stuurde. Religie is een deel van je identiteit, en die moet je kunnen beleven op school. Dat zegt de wet ook, dus daar moet ruimte aan worden gegeven. Aan de andere kant vindt het CDA ook dat scholen grote vrijheid hebben om het onderwijs zelf in te richten. Maar ook openbare scholen zijn niet vrij van religie, in tegenstelling tot de suggestie die hierover in de media werd gewekt. Juist levensbeschouwing is ook onderdeel van een openbare school, dus ook het beleven van je religie. Het CDA is blij met de antwoorden die de wethouder al gaf tijdens het vragenuur, maar hoopt dat hij zich sterk wil maken dat die ruimte er ook is. Een stilteruimte zou een hele goede oplossing kunnen bieden. Maar het is uiteindelijk wel aan de school zelf. De heer Şimşek (DENK) is blij te horen dat het CDA ook onherroepelijk vindt dat er gebeden moet kunnen worden op scholen. Hij vraagt hoe het CDA de verhouding ziet tussen enerzijds het gesprek voeren met ouders en anderzijds een de facto gebedsverbod dat er nog steeds heerst op scholen.
Stel dat ouders bezwaar maken omdat zij vinden dat religie niet thuishoort op scholen, zou dat aanleiding zijn om toch akkoord te zijn met een gebedsverbod of het opwerken van beperkingen? De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat religie onderdeel is van iemands identiteit. Er moet dus ruimte zijn om te bidden, ook op openbare scholen. Dat staat ook in de wet. Het is uiteindelijk aan scholen hoe dit wordt ingevuld. De heer Şimşek (DENK) geeft aan dat veel scholen dit moeilijk vinden en in de praktijk leerlingen verbieden om te bidden. Hij vraagt hoe de gemeente volgens het CDA zou moeten optreden tegen dat soort scholen.
50
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat het niet zo kan zijn dat een openbare school aangeeft dat er voor religie totaal geen plek is. Daar moet de wethouder, waar hij kan, werk van maken 16
door met de school in gesprek te gaan. Uiteindelijk heeft de school de vrijheid om er zelf invulling aan te geven. De heer Şimşek (DENK) vraagt of het CDA vindt dat de gemeente moet aansturen op het faciliteren van een gebeds- of stilteruimte op scholen. 5
De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij het een goed idee vindt als er een stilteruimte komt, maar vreest dat de wethouder scholen daartoe niet kan dwingen. De wet is duidelijk: scholen moeten de ruimte geven om te kunnen bidden. Als dat niet gebeurt moet de wethouder met de scholen in gesprek. De voorzitter geeft het woord aan Volt.
10
15
De heer Stam (Volt) wil zijn standpunt samenvatten in de woorden van een leerkracht die hij sprak. De vraag om een gebedsruimte is een signaal dat de school tekort schiet in het mogelijk maken van gebed. Volts visie daarop is dat de school aan de bal is om dat mogelijk te maken en dat de gemeente de school erop kan aanspreken als er signalen zijn dat dat niet lukt. Volt heeft gezocht naar mensen in dit debat die het daar niet mee eens zijn, maar die niet gevonden. De heer Stam roept iedereen op even diep adem te halen. Er wordt een heel verhit debat gevoerd met vooraf geschreven spreekteksten, en de verontwaardiging die velen voelen is terecht. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of Volt snapt dat het voor sommige mensen een heel wezenlijk onderdeel is dat er gebeden kan worden, en dat een verbod daarop veel emotie oproept waardoor commissieleden zich hierover willen uitspreken.
20
25
De voorzitter laat weten dat er nooit een verbod op emoties in een debat is. Emoties mogen altijd, zolang er respectvol met elkaar wordt omgegaan. De heer Stam (Volt) begrijpt het belang van gebed voor mensen die diep geloven heel goed en put daarbij uit eigen ervaring. De verontwaardiging die veel mensen hier voelen, die voelt hij ook. Hij doet de oproep om in dit debat niet naar tegenstanders te zoeken die er niet zijn, maar elkaar te zien als bondgenoten. Alle partijen willen immers grotendeels hetzelfde. Hij roept op om samen uit te spreken dat er een gezamenlijk ideaal is voor deze stad. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt ook dat het zoeken naar verbinding erg belangrijk is. Tegelijkertijd merkt zij dat er verschil zit in opvatting over urgentie. Zij vraagt hoe Volt dit ziet.
30
35
40
De heer Stam (Volt) constateert een spanning tussen hoe erg dit wordt gevonden, en de mogelijkheden om er iets aan te doen. Die liggen erg uit elkaar. Iedereen vindt dit heel erg en zou willen dat dit zo snel mogelijk stopt. Maar aan de wethouder kan niet worden gevraagd om drastische maatregelen te nemen want daarvoor heeft hij niet de middelen. Wat de wethouder kan doen begint altijd met praten. Het is niet fair om praten af te schilderen als het onderhandelen over grondrechten. Er moet worden begonnen met praten over de mogelijkheden die er zijn. Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft aan dat het College voor de Rechten van de Mens inderdaad heeft gezegd dat een school niet verplicht is om een gebedsruimte te faciliteren, maar een school mag geen gebedsverbod hanteren. Dat is wel in de praktijk gebeurd op het Leidsche Rijn College. Op het moment dat de rechten van scholieren worden geschonden, dan is ook de gemeente aan zet om ervoor te zorgen dat die rechten worden geborgd. De bewering dat de gemeente niets kan doen klopt maar voor een deel van het verhaal. Zij vraagt hoe Volt dat ziet. De heer Stam (Volt) antwoordt dat de wethouder geen rechter is. De voorzitter stelt voor dat de wethouder straks zelf vertelt wat hij wel en niet kan doen.