Conceptverslag VOWE 16 februari 2023.docx
Tekst van het document
45
Als antwoord op de vraag van GroenLinks citeert de wethouder de precieze tekst uit de nota over de ruimte die professionals krijgen: “We bieden ruimte aan aanbieders om te sturen op wat nodig is voor goede kwaliteit, aansluitend bij wat het kind nodig heeft. Bijvoorbeeld in het bepalen van de Pagina 35 van 58
groepsgrootte en ruimte voor professionals om af te stemmen met ouders en partners.” Hij vraagt of dit voldoende verwoord is. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) mist de signalerende werking naar buurtteams, maar is akkoord met deze formulering. 5
10
De wethouder beantwoordt de vraag van D66 door toe te zeggen dat de technische informatie over de draaiknoppen voor het debat zal worden aangeleverd. Richting Stadsbelang Utrecht laat de wethouder weten dat er verschillende wetenschappelijke studies zijn gedaan naar het effect van ve. De pilot in Overvecht biedt bovendien een kans om de ontwikkeling te onderzoeken bij de instroom van tweejarigen, en het effect van ve in totaal te bekijken. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de wethouder toezegt dat er binnen de pilot onderzoek wordt gedaan naar het effect van ve. De wethouder geeft aan dat zo’n onderzoek ingewikkeld is. Het is aan de onderzoekers om het onderzoek op een kindvriendelijke en wetenschappelijk verantwoorde manier uit te voeren.
15
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de wethouder wel of geen toezegging doet met betrekking tot de pilot in Overvecht. De wethouder antwoordt bevestigend, maar geeft aan dat een dergelijk onderzoek wel ingewikkeld is.
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wanneer de wethouder een terugkoppeling geeft over de broertjes-en-zusjes-regeling binnen de ve. De wethouder laat weten dat dit wordt opgenomen in de technische informatie die wordt nagestuurd.
25
De voorzitter rond deze termijn af. Ze concludeert dat dit raadsvoorstel waarschijnlijk als een Bpunt naar de raad gaat. De PvdA overweegt een motie. De voorzitter vraagt of andere partijen ook een motie overwegen en of ze de strekking van hun motie in dat geval willen toelichten. Mevrouw Van der Wilt (D66) laat weten dat het indienen van een motie zal afhangen van de brief die gaat komen over de opties voor de instroom van tweejarigen en het anders omgaan met doelgroepen.
30
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat er wellicht een principiële motie zal worden ingediend, hoewel zijn partij kan leven met het voorstel dat er nu ligt. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) zegt dat ze iets meer zou willen weten over de indicatie, maar twijfelt over het inbrengen van een motie.
35
De voorzitter geeft aan dat het college het voorstel voor het raadsbesluit heeft gedaan in februari. De eerstvolgende raad is 9 maart. Aan het DB wordt de wens meegegeven om het dan te bespreken. De commissie is daarmee akkoord. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wanneer de brief verwacht kan worden en of dat op tijd is voor het debat van 9 maart. De wethouder laat weten dat dat de brief uiterlijk eind volgende week wordt aangeleverd.
40
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat zij de toezegging voor een terugkoppeling over de nieuwe wijze van indicering heeft gemist. Ook de terugkoppeling over het verloop van de lobby voor 2,5 jaar voor iedereen ontbrak. De wethouder laat weten dat de lobby geen exacte einddatum heeft. Op verschillende momenten worden daarover gesprekken gevoerd. Hij stelt voor om daar in een regulier onderwijsstuk een Pagina 36 van 58
update over te geven. Verder geeft de wethouder aan dat hij nu nog geen concrete toezegging kan doen over de eerste rapportage van de nieuwe wijze van indiceren. Hij schat in dat dat vijf kwartalen na de invoeringsdatum zal zijn, dus in het eerste kwartaal van 2025. 5
Volgens mevrouw Raaijmakers (PvdA) kan ook al eerder worden aangegeven hoe het zal gebeuren. De wethouder geef aan dat dat bij de nadere regel zal gebeuren. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of er te zijner tijd nog vragen gesteld kunnen worden over de nadere regel.
10
De wethouder geeft aan dat de commissie een brief zal ontvangen die eventueel geagendeerd kan worden. De voorzitter rondt het debat af. Ze geeft aan dat de vergadering wordt voortgezet met een nieuwe voorzitter. De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten.
15
9. Debat Plan van aanpak Volwasseneneducatie
20
Om 16.05 uur hervat voorzitter de heer R. Van der Zweth de vergadering met het debat over het Plan van Aanpak Volwasseneneducatie. De fracties van D66, PvdA, Student & Starter, GroenLinks en Volt willen in gesprek over de voortgang op de ambities, stilstaan bij de verbinding met andere beleidsthema’s en ambities en bij regie op het aanbod. Zij willen met dit debat sturing geven aan het Meerjarenplan Volwasseneneducatie dat later dit jaar naar de raad toekomt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan ook een bijdrage te willen leveren. De voorzitter voegt VVD toe, maar geeft aan dat daar qua tijd geen rekening mee is gehouden. Hij verzoekt de commissieleden hun bijdrage beknopt en efficiënt te houden. Hij geeft het woord aan de fractie van D66.
25
30
35
40
45
Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat er in de raad veel wordt gesproken over het beschikbaar stellen van tolken en vertalingen, en er maar weinig aandacht is voor het versterken van taalvaardigheden. D66 wil focussen op het stimuleren en faciliteren van taal- en digivaardigheid bij zoveel mogelijk mensen in de stad. Het leren van een taal opent namelijk deuren. Het werken aan taalvaardigheden vraagt dus om een doortastende aanpak met aandacht voor verschillende groepen en verschillende aanvliegroutes maar met duidelijke doelen en een minder vrijblijvend karakter, waar dat mogelijk is. Deze conclusies deelt de Rekenkamer met D66. Dat kan echt beter. Daarom heeft D66 voor de nieuwe aanpak een aantal aandachtspunten geformuleerd. Als eerste moeten er in de nieuwe aanpak veel concretere doelen en meer regie naar voren komen. De Rekenkamer is hier in haar brief met veel oranje en rode kleuren vrij duidelijk over. In de gesprekken die in de afgelopen periode met verschillende organisaties en scholen zijn gevoerd over dit onderwerp zijn veel positieve geluiden gehoord, maar is ook aangegeven dat een duidelijke doelstelling ontbreekt evenals een reden om elkaar te kunnen aanspreken als organisaties niet goed op koers zijn.
Als wordt gekeken naar het proces van het Leesoffensief is te zien dat veel organisaties dit willen, maar dat de centrale sturing nog teveel mist en nog afhankelijk is van projectleiders van betrokken organisaties. Dat is zonde. Verder zou D66 in de nieuwe aanpak graag zien dat het college de energie uit het Leesoffensief benut om het Meerjarenplan een vliegende start te geven en daarin een duidelijke rol voor de gemeente benoemt. De verbinding tussen volwasseneneducatie en andere beleidsvelden mag van D66 veel meer aandacht krijgen. Zij pleiten dan ook voor meer ondersteuning van scholen met het aanbod dat er is. Tenslotte benoemt mevrouw Van der Wilt de verbinding tussen werk en taal. De Rekenkamer laat weten dat hier meer aandacht voor is maar geeft ook aan dat niet duidelijk is of dit echt naar voren komt in de gesprekken met klanten. D66 wil hier meer over weten. Het zou mooi zijn als dit terugkomt in de aanpak van de gesprekken in het kader van de Participatiewet, zodat taal geen drempel vormt richting werk. Pagina 37 van 58
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of D66 bij het pleidooi voor meer doelstellingen ook een betere sturing wil op de uitkomsten, monitoring en meting daarvan. Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt bevestigend. 5
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of D66 dan ook de basislijn van het uitgangspunt van de volwasseneneducatie mist, en duidelijkheid wil over wat men minimaal zou moeten kunnen.
10
Mevrouw Van der Wilt (D66) licht toe dat in de brief wordt aangegeven hoeveel mensen zijn bereikt. Er ontbreekt echter een indicatie of dat de juiste groep is en hoe groot de totale groep is. Ook is niet duidelijk of er met dat bereik een stap vooruit is gezet. D66 verwacht niet dat dat gevat kan worden in hele harde indicatoren maar heeft wel de behoefte om te laten zien of het helpt om mensen beter mee te laten doen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat de basislijn die de VVD bedoelt kan zijn dat iemand naar werk wordt begeleid, richting vrijwilligerswerk wordt geholpen of leert lezen en schrijven. De VVD vraagt naar een basislijn van wat mensen moeten kunnen nadat ze volwasseneneducatie hebben gehad.
15
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) heeft de indruk dat de VVD de werk- en inkomensdienstverlening bedoelt en de verantwoordelijkheden die de Participatiewet meebrengt. Daarin zit ook aandacht voor taal. Ze vraagt zich af of het mogelijk is om in alle trajecten heel streng te kijken, zoals de VVD het schetst. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat de Participatiewet aangeeft dat men moet voldoen aan de taaltoets als men een bijstandsuitkering wil ontvangen. Als dat niet het geval is dan kan men begeleiding krijgen naar taalonderwijs vanuit het UWV. Hij vraagt hoe D66 hier in staat. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat ze vooral benieuwd is hoe hierop wordt getoetst in de gesprekken.
25
30
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de voormalig D66-wethouder Klein heeft aangegeven dat er niet wordt gehandhaafd op de 30.000 analfabeten in Utrecht. Hij vraagt of D66 daar nu een meer verplichtende handeling op loslaten. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat het belangrijk is om daarnaar te kijken. Om mensen te stimuleren naar werk moet soms breder worden gekeken dan naar de eisen waaraan moet worden voldaan. Ze is het met Stadsbelang Utrecht eens dat ernaar moet worden gestreefd om mensen wat minder vrijblijvend te helpen met de beheersing van taal. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) refereert aan de consequentie die de Participatiewet verbindt aan het expliciet niet willen voldoen aan het volgen van taalonderwijs, namelijk korting op de uitkering. Hij vraagt of D66 ook daar zo ver wil gaan.
35
40
Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat de inzet van de gemeente wat verder mag gaan dan de eigen werk- en inkomensdienstverlening. Als mensen al richting werk gaan kan bij werkgevers worden bekeken wat op de werkvloer nog verder geleerd kan worden. Zij wil geen uitspraken doen over het korten op de uitkering als mensen geen taalcursus willen volgen, aangezien zij niet met de D66-woordvoerder werk en inkomen aanwezig is. D66 wil liever alle energie inzetten op het überhaupt leren van de taal, of dat tijdens het proces is of bij de werkgever. Zij beëindigt haar betoog met het aankaarten van de vindplekken. Het is lang niet altijd makkelijk om mensen te bereiken die niet bereikt willen worden. Zij pleit dan ook voor een betere signalering van deze mensen in de gemeentelijke dienstverlening, zodat er meteen een link gelegd kan Pagina 38 van 58
worden met het aanbod dat er is, zowel bij werk en inkomen als bij de buurtteams. Dat kan worden gedaan met een bepaalde campagne, zoals ook rondom armoede en schulden is gedaan. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdA. 5
10
15
20
25
Mevrouw Leever (PvdA) geeft aan dat mee kunnen doen met taal begint. Beperkte taalvaardigheid leidt tot ongelijke kansen. Steeds meer Utrechters, jong en oud, hebben moeite met lezen, schrijven, rekenen of digitale vaardigheden. Dit zorgt ervoor dat Utrechters niet goed kunnen deelnemen aan de samenleving. De vraag is of laaggeletterdheid nu goed wordt aangepakt en of de mensen ook echt worden geholpen. De PvdA strijdt al langer voor een goed plan voor volwasseneneducatie. Het plan dat er nu ligt is minder goed en wordt met minder urgentie uitgevoerd dan de PvdA zou willen zien. In de beoordeling van de voortgang zijn er nog veel aandachtspunten. Op sommige punten is nog nauwelijks of geen voortgang geboekt. Dit moet anders. De PvdA sluit zich aan bij het punt van D66 over concretere doelen en meer regie. Daarnaast wil PvdA inzetten op slimmere combinaties om het leren te bevorderen. Ook hier wordt bij D66 aangesloten over verbinding met het onderwijs. Het is goed dat het in de brief ging over onderwijs als vindplaats, maar het ging niet veel over ouders terwijl daar juist veel te bereiken is. Mevrouw Leever vraagt de wethouder om een reactie hierop. Ditzelfde geldt voor de combinatie met werk. Werkgevers kunnen nog veel beter samenwerken met taalaanbieders. Mooi hoe dat bij IKEA is gedaan, dat ziet de PvdA graag terug op meer plekken.
Mevrouw Leever vraagt wat de wethouder gaat doen om dit te verbeteren, welke stappen hij gaat zetten zodat de rode en oranje vlakken over een jaar in het groen gaan schieten. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt de oproep richting werkgevers, maar geeft ook aan dat taal vaak een obstakel is om mensen aan te nemen. Het lijkt hem niet de te bewandelen weg om werkgevers een verantwoordelijkheid te geven richting taalonderwijs voor mensen die zij feitelijk niet willen aannemen omdat ze geen Nederlands kunnen. De heer Bos vraagt of het niet beter zou zijn om de mensen eerder met taalonderwijs te helpen om daardoor de baan feitelijk te krijgen. Mevrouw Leever (PvdA) geeft aan dat ze het daarom over combinaties op meerdere plekken heeft, waaronder ook op het werk
30
Ze vervolgt haar betoog met de opmerking dat taal veel moois kan bieden. Het kan steun geven en ervoor zorgen dat men zich verbonden voelt met de mensen om zich heen. Ze beëindigt haar betoog met de opmerking dat de grenzen van je taal de grenzen van je wereld zijn. De voorzitter geeft het woord aan de factie van Student & Starter.
35
Mevrouw Kendir (Student & Starter) geeft als eerste punt aan dat een groot deel van de doelgroep niet wordt bereikt. Student & Starter wil als oplossingsrichting meegeven om het sleutelpersonennetwerk van werk en inkomen in te zetten voor het bereiken van mensen voor volwasseneneducatie. Ten tweede vraagt Student & Starter om de focus niet op studiesucces, maar op studentensucces te leggen. Daardoor wordt er minder druk gelegd op prestatie en de doorstroming naar de arbeidsmarkt. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Groen Links.
40
45
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) laat weten blij te zijn met het Plan van aanpak Volwasseneneducatie. GroenLinks vond de campagne die is ingezet rondom de 30.000 Utrechters die moeite hebben met lezen en schrijven erg sterk. Mooi om te lezen dat Utrecht hier stappen in blijft zetten. GroenLinks is van mening dat het systeem duidelijker kan, ook in de taal die de gemeente zelf toepast. Mevrouw Vermeulen vraagt zich af hoe het aanbod meer gekoppeld wordt aan de verschillende beleidsterreinen. Verder is niet altijd duidelijk welke plekken naar het formele Pagina 39 van 58
5
10
en welke naar het non-formele aanbod gaan. Misschien worden er plekken ingenomen door mensen die het wel zelf kunnen betalen. Aan de wethouder wordt gevraagd of er voldoende plek is wanneer gekozen moet worden en er schaarste is. Verder zijn andere vaardigheden dan taal en digitalisering volgens GroenLinks ook belangrijk. Aan de wethouder wordt gevraagd of er ruimte is voor rekenvaardigheden en sociale vaardigheden. In het stuk van de Rekenkamer leest GroenLinks dat de Rekenkamer beter wil vaststellen of de gestelde doelen behaald zijn. De wens om meer te kunnen sturen wordt herkend. Dit is tegelijkertijd lastig omdat het gaat om het verschaffen van aanbod. GroenLinks ziet het niet zitten dat alle deelnemers een soort Cito-toets moet afleggen. Het gaat uiteindelijk vooral om het studentsucces, zoals Student & Starter ook aangaf. Tenslotte wil GroenLinks dat het geld daadwerkelijk wordt ingezet voor de basisvaardigheden en niet alleen gaat naar meetinstrumenten. Het doel moet het verbeteren van laaggeletterdheid zijn. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat GroenLinks vindt van de focus op het benaderen van NT1mensen.
15
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat het belangrijk is dat zowel NT1- als NT2groepen worden bereikt. Juist daarom is het belangrijk om met verschillende beleidsterreinen samen te werken. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wat GroenLinks bedoelt als ze aangeeft dat de focus niet het belangrijkst is, terwijl dit tegelijkertijd wel heel duidelijk naar voren komt in het Rekenkamerrapport.
20
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat het zeker belangrijk is om naar doelen te kijken, maar GroenLinks wil waken voor het idee dat alles moet worden gemonitord. Dat kan dusdanig veel geld gaan kosten dat er minder besteed kan worden aan de basiseducatie. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt wat GroenLinks vindt van het feit dat bij de aanvraag van een bijstandsuitkering geen taaltoets nodig is, terwijl die wel in de Participatiewet staat.
25
30
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat ze geen woordvoerder Participatie is. Ze zegt dat de taaltoets niet zo hard moet worden gemaakt als een Cito-toets, maar dat samen moet worden bekeken of iemand verder kan worden geholpen naar werk. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt wat GroenLinks vindt van het feit dat veel statushouders de Nederlandse taal onvoldoende beheersen, zelfs niet op het niveau van de basisschool. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) laat weten dat ze daar geen uitspraken over kan doen omdat dat een ander beleidsveld betreft.
35
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of GroenLinks het goed zou vinden om deze mensen te versterken in hun positie door bij het verstrekken van een bijstandsuitkering meer te sturen op het basisniveau Nederlands. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat ze op basis van het Meerjarenplan Basiseducatie gebruik kunnen maken van taalonderwijs, los van de uitkering.
40
De heer Stam (Volt) hoort dat GroenLinks waarschuwt voor een meetdrang. Hij vraagt zich af of dat niet wat voorbarig is, omdat er nu heel weinig inzicht is en de situatie waar GroenLinks voor waarschuwt nog heel ver weg is. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) antwoordt dat ze alleen wil meegeven dat ze dit als risico zien. GroenLinks vindt het belangrijk dat de middelen die er zijn naar de mensen gaan die het nodig hebben. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt. Pagina 40 van 58
5
10
15
20
25
De heer Stam (Volt) geeft aan dat het belang van basiseducatie volgens Volt voldoende is benoemd. Met name digitale vaardigheid is erg belangrijk. De brief van het college verbaast hem, want daarin staat dat het doel om mensen te bereiken is gerealiseerd, waarbij het aantal van 4700 wordt genoemd. Volt is benieuwd hoe dat is gemeten. De heer Stam wijst op het risico van deze vage doelstellingen: als er 4000 had gestaan was het doel ook bereikt. Er is geen enkele manier om te peilen of de doelstelling is bereikt of niet. Dat maakt het lastig om te sturen. Het is bekend dat er te weinig mensen in de NT1-doelgroep worden bereikt. Hij vraagt of ook bekend is hoeveel van die doelgroep in de 4700 vielen en waarom daar geen doelen op zijn geformuleerd. Verder vraagt Volt naar de tijdlijn. Het rapport van de Rekenkamer dateert uit 2020, maar daarna zijn er door het college geen doelen meer geformuleerd voor 2021, 2022 en verder, terwijl het rapport daar wel toe opriep. De heer Stam vraagt of de wethouder wel duidelijke doelstellingen voor de basiseducatiedienstverlening heeft voor 2024. Hij mist bovendien een ambitie voor het afgelopen en huidige jaar, waarin is aangegeven hoeveel dienstverlening wordt ingezet voor NT1 en hoeveel voor NT2. Hij vraagt de wethouder of er geleerd kan worden van andere gemeenten, van wetenschappelijk onderzoek en van resultaten uit het verleden.
De raadsbrief lijkt te suggereren dat eerst een eigen meetprogramma moet worden opgetuigd voordat het eerste doel kan worden geformuleerd, maar in de afgelopen jaren was er ook al veel mogelijk. Verder geeft Volt aan dat er veel mensen worden bereikt met de formele trajecten, maar het is onbekend of dat de juiste mensen zijn. Tenslotte wijst de heer Stam de wethouder erop dat de problemen met taal vooral komen door het taalverschil. Mensen spreken een andere taal dan Nederlands. In de toekomst wordt het vertalen van teksten gemakkelijker. Het is dan belangrijker dat mensen goed kunnen lezen en schrijven dan dat de dienstverlening in veel talen wordt aangeboden. Hij vraagt de wethouder welke gevolgen dit zal hebben voor de dienstverlening. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of Volt, net als D66, focust op het werken aan de basisvaardigheden. De heer Stam (Volt) geeft aan dat hij vooruitloopt op technologische ontwikkelingen die er nog niet zijn. Als vertalen triviaal wordt zal Volt dezelfde lijn volgen als D66.
30
Mevrouw Kendir (Student & Starter) wijst de heer Stam erop dat die technologische ontwikkeling er wel is, en vraagt of er niet ingezet zou moeten worden op een toegankelijke dienstverlening en op het verbeteren van de basisvaardigheden. De heer Stam (Volt) geeft aan dat de technologie er in zekere zin wel is, maar ook dat die nog niet goed genoeg is en ook niet voor iedereen toegankelijk. Daar kan nu nog niet op worden teruggevallen. Het is belangrijk dat men de Nederlandse taal spreekt, maar het belang van lezen en schrijven in het algemeen wordt groter ten opzichte van het vertalen van geschreven teksten.
35
40
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of de heer Stam het eens is met het punt dat het machtig zijn van de Nederlandse taal ook gaat over participeren in de samenleving, en niet alleen over het begrijpen van een gemeentelijke brief. De heer Stam (Volt) ziet dat het veel breder is. Tegelijkertijd is de toegankelijkheid van de gemeentelijke dienstverlening een belangrijk aandachtspunt. Hij wijst erop dat daar het zwaartepunt wat zal verschuiven. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de VVD.
45
50
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat een basis op het gebied van rekenen, taal en digitale vaardigheden van belang is om mee te doen in de maatschappij. Een goede aanpak daarop is van belang. De VVD constateert dat er nog grote stappen gezet moeten worden om de aanpak goed op orde te krijgen. Daarover heeft de VVD vijf vragen of opmerkingen. Ten eerste leest de VVD dat een groot deel van de doelgroep niet wordt bereikt en dat als aanbeveling wordt gegeven dat de gemeente meer regie moet voeren. Echter, het beter inzichtelijk krijgen van de doelgroep is volgens de VVD nog geen regie voeren. Aan de wethouder wordt gevraagd via welke wegen deze doelgroep echt bereikt gaat worden en hoe het karakter van volwasseneneducatie minder vrijblijvend wordt. Ten tweede laat de VVD weten dat het niet duidelijk is waarom vooral wordt ingezet op mensen met Nederlands als eerste taal. Er is nog genoeg winst te behalen op mensen Pagina 41 van 58
met Nederlands als tweede taal die hier al een flink aantal jaar wonen. De VVD is benieuwd naar die afweging. De heer Stam (Volt) vraagt hoe de VVD aankijkt tegen het bereiken van de NT1-doelgroep, gezien het feit dat die doelgroep veel onzichtbaarder is. 5
10
15
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft uit de brief begrepen dat er niet alleen qua bereik wordt ingezet op de NT1-mensen, maar dat er binnen de volwasseneneducatie überhaupt meer ingezet wordt op die doelgroep. Er zijn echter meer dan genoeg mensen die Nederlands als tweede taal hebben, hier al heel lang wonen en ook behoefte hebben aan volwasseneneducatie. De heer Stam (Volt) zegt dat de Rekenkamer concludeerde dat het aanbod van de gemeente juist vooral veel bereik had onder de NT2-doelgroep, en dat de NT1-doelgroep zich veel minder makkelijk meldt omdat daar meer sprake is van schaamte. Daarom zou de NT1-aanpak meer moeten worden opgeschaald. Volt vraagt hoe de VVD daar tegenaan kijkt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) reageert door aan te geven dat het opschalen van bereik iets anders is dan het überhaupt toespitsen van de inzet van volwasseneneducatie op die groep. Dat zijn twee verschillende dingen. Ze gaat verder met het derde punt van haar betoog. Voor de VVD is het niet duidelijk wanneer de basiseducatie is geslaagd. Mevrouw Al-Saqaff vraagt wat volwassenen dan moeten kunnen en mist de basislijn. Zij suggereert dat de basisvaardigheden een eerste stap vormen richting de arbeidsmarkt of vrijwilligerswerk. Werkgevers en ondernemers kunnen worden betrokken bij die stap richting de arbeidsmarkt. Zij hebben niet enkel een signalerende functie, zoals in de brief staat.
De VVD vraagt om een reactie van de wethouder daarop. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de VVD dan een soort Cito-toets zou willen voor deze groep mensen.
25
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) ziet niet in waarom er een Cito-toets zou moeten worden afgenomen. Als iemand klaar is met het traject dan zou het mooi zijn als diegene zich geëmancipeerd voelt om de stap richting vrijwilligerswerk of de arbeidsmarkt te zetten. Dat zou een goed en meetbaar streven zijn. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) informeert naar de toets die door VVD wordt bedoeld.
30
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat ze niet naar een toets vraagt. Ze vraagt naar de doelen die worden gesteld en de manier waarop de resultaten worden gemeten, zodat duidelijk wordt wanneer deze educatie geslaagd is. De voorzitter stelt voor om, gezien de beperkte beschikbare tijd, de inbreng door te zetten en de interrupties te bewaren voor na de inbreng. De beantwoording komt dan aan bod in het avonddeel. Hij geeft het woord opnieuw aan de fractie van de VVD.
35
40
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de wethouder scherp heeft of degenen die een achterstand hebben op taal- en rekenvlak niet persé tot dezelfde doelgroep behoren als degenen die een achterstand hebben op het gebied van digitale vaardigheden. Een passende aanpak op beide gebieden lijkt de VVD nodig. Verder zullen er vast ondernemers zijn die moeite hebben met digitalisering. Ze vraagt of daar ook rekening mee wordt gehouden. Tenslotte laat mevrouw Al-Saqaff weten dat onder aanbeveling 7b niet staat wat er wordt gedaan om de samenhang te waarborgen. Er staat een situatieschets onder, maar de VVD wil graag een reflectie en van de wethouder horen wat de stappen gaan zijn. De voorzitter vraagt welke fracties het woord nog willen voeren, en geeft het woord aan de fractie van Stadsbelang Utrecht.
45
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat de inbreng van de VVD grotendeels de lading denkt van zijn inbreng. Die zal hij dan ook niet uitspreken. Hij wil wel graag terugkomen op hetgeen hij eerder heeft geopperd in reactie op de inbreng van D66 en GroenLinks. De heer Bos Pagina 42 van 58
5
geeft aan dat de Participatiewet niet goed wordt benut, zeker niet als het gaat om taalonderwijs en de begeleiding naar de arbeidsmarkt. Inzake de bijstand, de taaltoets en het opleggen van dwangmaatregelen om toch de taal te gaan leren zegt de heer Bos dat sommige mensen die dwang gewoon nodig hebben. Als wordt gekeken naar 30.000 Utrechters die de taal niet spreken dan is het noodzakelijk om mensen te dwingen die taal te leren. Daarbij moeten dwangmaatregelen niet worden geschuwd. Vanuit dat perspectief moet een korting worden doorgevoerd. Mensen zullen hun uitkering dan niet verliezen, want het gemis aan bijstand wordt altijd aangevuld door de bijzondere bijstand. Mevrouw Leever (PvdA) vraagt wat de heer Bos met dwangmaatregelen bedoelt in deze zin.
10
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) licht toe dat wanneer een bijstandsuitkering wordt aangevraagd of herbeoordeeld, er wordt gekeken naar het taalniveau. Als de taal niet op basisschoolniveau wordt beheerst, dan wordt gevraagd om taalles te nemen. Dat kan worden betaald door de gemeente. Als daar niet op wordt ingegaan, dan kan de bijstandsuitkering worden gekort.
15
De voorzitter geef het woord aan de fractie van het CDA.
20
De heer Brouwer (CDA) laat weten dat het CDA aansluit bij veel van wat al is gezegd. Hij vraagt de wethouder of deze zicht heeft op het aantal werkgevers in Utrecht dat gebruik maakt van de rijkssubsidie die het volgen van een opleiding voor laaggeletterden stimuleert. Ook vraagt hij of in het Meerjarenplan meegenomen kan worden hoe werkgevers gestimuleerd worden dan wel geïnspireerd kunnen raken om gebruik te maken van die subsidieregeling. De voorzitter informeert of de fracties van EenUtrecht en ChristenUnie een bijdrage willen leveren. Dat is niet het geval. De voorzitter concludeert dat daarmee alle bijdrages zijn geleverd. De beantwoording van de vragen zal vanaf 20.00 uur plaatsvinden. De voorzitter schorst de vergadering om 17.00 uur.
25
Pagina 43 van 58
Verslag openbare avondvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 5
Datum Locatie Verslag door
donderdag 16 februari 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
10
De voorzitter, dhr. R. Van der Zweth, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de griffier mw. W. Kok, mw. B. van der Wilt (D66), mw. E. Kendir (Student & Starter), dhr. A. Stam (Volt), mw. M. AlSaqaff (VVD), dhr. B. van Steeg (CDA), mw. R. Leever (PvdA), mw. M. Deldjou Fard (GroenLinks), dhr. S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), dhr. I. Simsek (DENK)
15
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld.
Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 20
25
9. Debat Plan van aanpak Volwasseneneducatie ........................................................................44 10. Debat aanpakken sociale veiligheid op onderwijsinstellingen...................................................46 11. Debat raadsvoorstel zienswijze op de (ontwerp)begrotingswijziging 2023 GGD regio Utrecht en raadsvoorstel zienswijze concept kaderbrief 2024 GGD regio Utrecht ......................................52 Lijst van toezeggingen ....................................................................................................................57
9. Debat Plan van aanpak Volwasseneneducatie 30
35
De voorzitter heropent de vergadering om 20.00 uur. Er zijn geen mededelingen. De wethouder begint zijn beantwoording. Meer samenhang en meer resultaat- of doelgericht werken is de opdracht voor het nieuwe stuk dat de raad in Q3 tegemoet kan zien: het actieprogramma basiseducatie voor volwassenen. Wat betreft de verhouding tussen NT1 en NT2 is er een verschuiving naar het NT1-aanbod. Het streven is om hierin meer cultuursensitief te gaan werken. Vanuit de bibliotheken wordt in samenwerking met de gemeente ook ingezet op een leesoffensief. Wat betreft de samenhang heeft de gemeente tevens de opdracht om het reguliere onderwijs te ontlasten met het informele aanbod. Aan de kant van de werkmatchers gaat er meer Pagina 44 van 58
5
worden ingezet op het herkennen van laaggeletterdheid. Er loopt ook een pilot met de collega’s van Werk & Inkomen, WMO en de schuldhulpverlening om digitale ongeletterdheid te herkennen. Hoe kun je die mensen naar het goede aanbod leiden? Op de vraag of je de stok moet hanteren (korten op de uitkering) bij mensen die zich niet inspannen om aan onze taaleisen te voldoen antwoordt de wethouder dat dit niet nodig is omdat er 100 procent wordt meegewerkt. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of die 100 procent ook daadwerkelijk helpt om tot het stadium te komen dat mensen deel kunnen nemen aan het arbeidsproces.
10
15
De wethouder bevestigt dat. Een groot deel van die 100 procent komt over de taalbarrière heen. Precieze cijfers kan de wethouder pas geven na terugkoppeling van Werk & Inkomen en de Rekenkamer. De wethouder vervolgt zijn beantwoording en zegt dat ook aan de kant van de werkgevers de agenda steviger moet. Krap voldoende is niet genoeg. Op de vraag naar de inzet van sleutelpersonen antwoordt de wethouder dat er wordt samengewerkt met de moskee in Overvecht, buurtcentra en DOCK. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt naar de rol van het netwerk van sleutelpersonen.
20
25
30
35
40
45
De wethouder zegt dat het de bedoeling is dat dit netwerk ook ingezet gaat worden en vervolgt zijn beantwoording. Op de vraag ‘Studentensucces of studiesucces’ zegt de wethouder dat de gemeente qua taalvaardigheid zeker voor het studentensucces gaat. In de route naar het diploma moet ook ruimte zijn voor ontwikkeling, ontplooiing en een fijne tijd. Wat betreft de informatiepositie heeft het college vertrouwen in de stedelijke monitor voor meer gerichte sturing op doelgroepniveau. Wat is voor elke groep het probleem en wat is het beste aanbod? De basiseducatie bestaat uit drie elementen: taal, digitaal en rekenvaardigheid, in deze volgorde. Bij het formele aanbod moet de gemeente streng zijn; wat betreft het informele aanbod moeten de vrijwilligers gehonoreerd worden. Op de vraag van Volt naar de bereikte 4700 inwoners, antwoordt de wethouder dat de doelstelling 3000 was. Dat zijn er veel meer gebleken. De heer Stam (Volt) vraagt waarom dat aantal niet met die 4700 is vergeleken. De wethouder denkt dat de betreffende raadsbrief een reactie is op de aanbeveling van de Rekenkamer, die in dat opzicht mogelijk niet volledig is geweest. Volgens hem moeten de doelstellingen geformuleerd worden vanuit de situatie in de stad. De heer Stam (Volt) zegt dat de brief juist over de doelen gaat en dat die hier ontbreken. De wethouder beaamt dit en vervolgt zijn beantwoording.
Er is niet geregistreerd hoeveel van die 4700 NT1 zijn. Dat gaat dit jaar wel gebeuren. In elk geval wordt er niet vanaf nul begonnen. Het college ziet grote mogelijkheden voor de toepassing van digitale tools bij de ontwikkeling van de taalvaardigheid. De wethouder benadrukt nogmaals het belang van de volgorde: eerst taal, dan digitaal, dan rekenvaardigheid. Wat betreft de vraag van de VVD naar de basislijn voor een geslaagde basiseducatie zegt de wethouder dat de doelstelling is dat alle Utrechters mee kunnen doen. Wel moet er geprioriteerd worden en kunnen mensen niet gedwongen worden, vooral bij het informele aanbod. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat de wethouder van de suggesties vindt die de VVD voor de basislijn heeft gedaan.
50
De wethouder vindt dat goede suggesties. Hij vervolgt zijn beantwoording. Werkgevers signaleren niet alleen maar nemen ook mensen met een taalachterstand in dienst om samen met hen te werken om die op te lossen.
55
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de wethouder met betrekking tot de achterstand qua digitale en talige vaardigheid erkent dat verschillende groepen een verschillende aanpak vereisen.
60
De wethouder beaamt dit en vervolgt zijn beantwoording. Het aanbod is bedoeld voor alle Utrechters. Het maakt het niet uit of iemand werknemer of ondernemer is. Het college gaat de aanbeveling van de Rekenkamer volgen dat de dossiers met betrekking tot subsidies en het inkomen op één centraal punt ondergebracht moeten worden en dat de rapportage van deze twee Pagina 45 van 58
losse systemen gekoppeld moet worden, met respect voor privacy. Het aantal ondernemers dat gebruikt maakt van de landelijke subsidie (Tel mee met taal) is bij de gemeente niet bekend, maar het benutten van die subsidies wordt zeker meegenomen in het plan van aanpak. 5
10
15
20
De heer Stam (Volt) vraagt of de wethouder iets kan zeggen over de mate waarop er volgend jaar op de doelstellingen op basis van aanbevelingen vanuit de Rekenkamer en de monitor gestuurd kan worden. En kan de wethouder ook iets zeggen over de prioritering bij NT1 en NT2? De wethouder: zegt dat in het nieuwe actieprogramma het aanbod strakker op de doelstellingen afgestemd zal worden. De vraag naar de prioritering is lastig te beantwoorden omdat de differentiatie van de percentages voor beide groepen per jaar verschilt. De heer Stam (Volt) merkt op dat in de aanbevelingen van de Rekenkamer geen onderscheid wordt gemaakt tussen de verschillende groepen, maar dat wel is geconstateerd dat de NT1-groep is achtergebleven. De wethouder zegt dat er dit jaar voor het eerst geregistreerd gaat worden. Als de data daarvan beschikbaar zijn, kan besloten worden of daar al dan niet op gestuurd kan worden. Gezien de ingewikkelde groep kan op voorhand niet gezegd worden wat een goede of foute verdeling is. De voorzitter sluit de beantwoording af, somt de toezeggingen op en vraagt aan de agenderende fracties of het doel bereikt is. Dit wordt door alle fracties bevestigd. De voorzitter schorst de vergadering voor 2 minuten.
25
30
35
10. Debat aanpakken sociale veiligheid op onderwijsinstellingen De voorzitter heropent de vergadering om 20.35 en gaat over op agendapunt 10: Aanpakken sociale veiligheid op onderwijsinstellingen. Dit punt is geagendeerd door Student & Starter, GroenLinks, PvdA en D66 en de VVD. Zijn er in dezen voldoende stappen gezet? Wat kan er nog meer gebeuren? Hoe moet ervoor gezorgd worden dat de raad hierop voldoende zicht blijft houden? De voorzitter geeft als eerste het woord aan Student & Starter.
40
Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat Amnesty International Nederlandse onderwijsinstellingen heeft gevraagd om haar manifest tegen seksueel geweld te ondertekenen. Student en Starter is heel verontwaardigd dat de Universiteit van Utrecht dit niet heeft gedaan. De fractie kan dit niet rijmen met het feit dat 1 op de 10 vrouwen in haar studietijd slachtoffer is van verkrachting. Het gebrek aan sociale veiligheid is een urgent probleem met heftige gevolgen voor de slachtoffers. De landelijke studentenbond heeft een achtpuntenplan voor sociale veiligheid opgesteld. De fractie dringt er bij de wethouder op aan om dit achtpuntenplan mee te nemen in de gesprekken met onderwijsinstellingen en die te stimuleren om dit plan over te nemen.
45
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) merkt op dat de Universiteit van Utrecht op het punt van de sociale veiligheid zelf al grote stappen heeft gezet.
50
55
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt die stappen onvoldoende gezien de omvang van het probleem. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat Student & Starter niet voldoende vindt. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat met name de eerder genoemde acht punten onvoldoende overgenomen zijn en dat er in de aanpak onvoldoende verantwoordelijkheid wordt genomen. Zij vervolgt haar betoog. Omdat MBO’ers veel tijd op school doorbrengen is het cruciaal dat ook daar de sociale veiligheid goed geregeld is. Op dit moment is er vrijwel geen onderzoek naar sociale veiligheid op het MBO. Student & Starter vraagt aan de wethouder of zo’n onderzoek mogelijk is. Pagina 46 van 58
De heer Van Steeg (CDA) vraagt welke rol de gemeente hierin moet spelen. Bij wie ligt de verantwoordelijkheid en wie zou zo’n onderzoek moeten doen? 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt dat de scholen zeker de verantwoordelijkheid moeten nemen al lijkt het haar onhandig als de scholen zelf zo’n onderzoek zouden verrichten. Wie het doet, maakt niet uit zolang het maar een onafhankelijk onderzoek is. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of zo’n onderzoek vanuit het college wel zinvol is om een cultuurverandering te bewerkstelligen. Is die cultuurverandering niet de verantwoordelijkheid van die scholen zelf? Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat een onderzoek door de scholen zelf niet onafhankelijk zou zijn. Zij vervolgt haar betoog door te wijzen op grensoverschrijdend gedrag bij stages, bijvoorbeeld van verpleegkundigen. Veel zorgmedewerkers weten niet of hun werkgever een gedragscode heeft. Hier is meer voorlichting nodig. Het zou goed zijn als de wethouder dit zou kunnen meenemen in de MBO-agenda. Wat betreft het voortgezet onderwijs, ook op middelbare scholen speelt het probleem van seksuele intimidatie en geweld. Meldingen worden vaak niet geloofd of er wordt geen gevolg aan gegeven. Dit is onaanvaardbaar. Bij seksueel misbruik of aanranding zijn scholen verplicht om melding te maken bij de onderwijsinspectie, maar vaak zijn ze niet op de hoogte van die meldplicht. Student & Starter vraagt de wethouder om hierover met de scholen in gesprek te gaan.
De fractie zou ook een plan van aanpak willen met betrekking tot de verbetering van de klachtenprocedure. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of er concrete signalen vanuit de stad Utrecht zijn dat dit hier speelt. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat zij zich baseert op onderzoeken en gesprekken, ook met landelijke vertegenwoordigers en de onderwijsinspectie. Mevrouw Van der Wilt (D66) concludeert dat het hier en nu dus niet lijkt te escaleren. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vindt dit een understatement. Volgens de onderwijsinspectie gebeurt dit landelijk en waarschijnlijk dus ook in Utrecht. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) zegt dat aantal zaken nog onduidelijk is. De onderwijsinstellingen zijn zich bewust van de noodzaak van een cultuurverandering en overal zijn vertrouwenspersonen aangewezen. Gevraagd wordt of die vanuit een handelingsperspectief werken. Zijn er concrete stappenplannen uitgeschreven? GroenLinks hoort hierop graag een reactie van de wethouder: is dit punt goed geborgd? Er is een nationale actie die dit onderwerp landelijk agendeert. Aan de wethouder wordt gevraagd of er vanuit de Utrechtse onderwijsinstellingen met dat nationale programma wordt samengewerkt. Verder is nergens aangegeven hoe de nazorg voor de slachtoffers is geregeld.
GroenLinks vraagt aan de wethouder op welke wijze die slachtoffers nu worden opgevangen, met name op de langere termijn. De laatste vraag is: waarom heeft de Universiteit van Utrecht ervoor gekozen om niet mee te werken aan het manifest van Amnesty International? Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat de universiteit in een artikel die redenen heeft aangegeven. Vindt GroenLinks dat valide redenen? Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) zegt dat zij haar informatie baseert op de brief die het college heeft gestuurd. Zij vraagt de wethouder waarom de Universiteit van Utrecht het manifest niet heeft ondertekend. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdA.
60
Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat er scholen zijn die niet bereikt zijn en vraagt de wethouder hoe hij ervoor gaat zorgen dat ook die bereikt worden? De ontwikkelingen hierin zijn goed, zoals de Pagina 47 van 58
aangepaste gedragscode en de training van medewerkers maar hoe zien we het effect daarvan terug? Wordt hierop gereflecteerd en zo ja, hoe? Vindt de wethouder dat er voldoende stappen zijn genomen om sociale onveiligheid in het onderwijs tegen te gaan? 5
10
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of de PvdA dit plan van aanpak voldoende vindt. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat de PvdA dit onvoldoende vindt en vervolgt haar betoog. Een veilige schoolcultuur moet toegankelijk zijn. Daarom vindt de PvdA het opvallend dat de Universiteit van Utrecht alleen werkt met interne vertrouwenspersonen. Er is dan niet meer sprake van een anonieme klacht en een gegarandeerde objectieve uitspaak van de commissie. Deze manier van melden leidt tot een onwenselijke drempel. De voorzitter geeft het woord aan de vierde agenderende fractie, D66.
15
20
25
30
Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat D66 het niet gek vindt dat scholen hier anders mee omgaan dan de universiteit. Zij wil vooral weten of studenten ervaren dat hun school voor sociale veiligheid staat en hoe zij hierin bereikt worden. Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt wat voor signaal het voor studenten is dat de Universiteit van Utrecht het manifest niet ondertekent? Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat hierdoor inderdaad de indruk wordt gewekt dat de universiteit dit niet serieus neemt. Het is echter zo dat de universiteit moeite had met bepaalde begrippen en duidingen in het manifest. Het probleem wordt wel onderkend. Zij vervolgt haar betoog. Studenten moeten weten dat dit in Utrecht serieus wordt genomen en moeten zich veilig voelen. Kan dit thema ook aandacht krijgen bij start- en uitweken en kan de wethouder dat meenemen in zijn gesprekken met de onderwijsinstellingen? Het gaat niet alleen om sociale veiligheid binnen de universiteit, maar ook om veiligheid in studentenwoningen en studentenverenigingen. D66 ziet hier wel veranderingen in de cultuur ontstaan en hoopt dat het college hier ook een rol in kan spelen. De voorzitter geeft het woord aan de VVD.
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) ziet hier geen grote rol voor de gemeente en vindt dat de onderwijsinstellingen zelf primair verantwoordelijk zijn voor de sociale veiligheid. De heer Simsek (DENK) vraagt waarom de VVD dit mede-geagendeerd heeft als zij er zo in staat.
40
45
50
55
60
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat het probleem groot genoeg is om het te agenderen. De VVD staat achter de stappen die nu gezet worden. De heer Simsek (DENK) vindt het vreemd dat VVD hier geen rol voor de gemeente ziet. De raad is hier immers bijeen om te bespreken wat de gemeente zou moeten doen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) verduidelijkt dat de gemeente wel met de onderwijsinstellingen in gesprek kan en moet gaan en de raad van de ontwikkelingen op de hoogte moet houden, maar verder geen grote rol moet hebben. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de gemeente volgens de VVD voldoende doet en vraagt hoe de VVD dan bepaalt wat voldoende is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat er gedragscodes, integriteitscodes en bewustwordingscampagnes zijn. Die stappen vindt de VVD voldoende om nu de volgende stap te zetten naar meer sociale veiligheid. De heer Van Steeg (CDA) maakt uit deze brief niet op of het voldoende is. Hij vindt het allemaal vrij algemeen en doet een oproep aan de wethouder om dit wel te blijven agenderen en dit gesprek aan te blijven gaan. Pagina 48 van 58
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD de vinger aan de pols houdt. Elk jaar moeten de genomen stappen opnieuw geëvalueerd worden. 5
Mevrouw Kendir (Student & Starter) vraagt of de VVD de uitvoering van het plan van aanpak effectief vindt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) kan dat nu nog niet zeggen.
10
15
Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat dit geen nieuw plan en geen nieuw probleem is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) ziet hier nieuwe stappen waarvan de effectiviteit nu nog niet beoordeeld kan worden. Zij vervolgt haar betoog. De VVD is benieuwd naar de inzichten van de wethouder en wil hier graag over een jaar op terugkomen. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat er duidelijke signalen vanuit de studenten zijn gekomen dat ze zich niet veilig voelen, ook wat betreft de meldingsprocedures. Wat wil de VVD daaraan doen? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt zich af óf de gemeente daar iets aan kan doen.
20
25
Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of de VVD vindt dat de gemeente zich terughoudend moet opstellen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de houding van de gemeente actief moet zijn maar dat zij niet weet of de bevoegdheid van de gemeente zo ver strekt dat zij iets aan de meldingsprocedures kan doen. Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of de gemeente in dezen niet juist een controlerende rol zou moeten hebben.
30
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe dat dan zou moeten. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wat de VVD ervan vindt als de scholen een gezamenlijk beleid zouden ontwikkelen.
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat dat haar een goed idee lijkt. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van DENK.
40
45
50
55
60
De heer Simsek (DENK) merkt op dat leerlingen met een migratieachtergrond vaak gediscrimineerd worden. Bij hen is een lage meldingsbereidheid. Veel studenten weten niet waar ze incidenten moeten melden, zijn bang niet serieus te worden genomen of bang voor de consequenties. DENK verzoekt de wethouder in gesprekken met onderwijsinstellingen het belang te benadrukken van volledig onafhankelijke meldpunten. Mevrouw Kendir (Student & Starter) merkt naar aanleiding van de drempel bij de meldpunten op dat de vertrouwenspersoon divers in gender en culturele achtergrond moeten zijn en cultuursensitief getraind moeten worden. De heer Simsek (DENK) beaamt dit en vervolgt zijn betoog. De lage meldingsbereidheid bij studenten met een migratieachtergrond gaat gepaard met een flinke onderregistratie. De aanpak van sociale veiligheid lijkt bij veel onderwijsinstellingen een papieren werkelijkheid. Met name bij MBO’s is hier weinig onderzoek naar gedaan. DENK verzoekt de wethouder om dit nader te onderzoeken, in gesprek te gaan met de onderwijsinstellingen over de meldpunten en de meldingsprocedures en de raad daarover jaarlijks te informeren. Mevrouw Van der Wilt (D66) vindt dit een goed aangebracht punt. Zij vraagt of dit alleen hier behandeld moet worden. De heer Simsek (DENK) zegt dat sociale onveiligheid een breed onderwerp is dat aan veel andere vlakken raakt.
Het zou ook in de discriminatie-agenda opgenomen kunnen worden. Pagina 49 van 58
5
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de rol van de wethouder beperkt is maar wel gepakt moet worden. Hij moet wel het gesprek met de onderwijsinstellingen blijven aangaan. Rondetafelgesprekken kunnen helpen om dit onderwerp op de agenda te houden. Er gebeuren wel dingen maar het is onbekend of de situatie al dan niet verbetert. Daar zou het CDA wel meer inzicht in willen hebben. Graag een reactie daarop. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording.
10
15
20
25
De wethouder vindt de cijfers schrikbarend. Het is goed om dit elk jaar opnieuw te bespreken. Het gaat niet alleen om een cultuurverandering in het onderwijs maar ook om een cultuurverandering bij mannen. Ook qua bewijslast is het bij misbruik moeilijk om je recht te halen. Wat betreft de sociale veiligheid zijn er al wel goede stappen gezet, maar er moet nog meer gebeuren. De wethouder bespreekt dit ook met het onderwijs. Het achtpuntenplan wordt daarbij niet systematisch behandeld, maar de punten 1 tot en met 7 komen in alle gesprekken aan de orde. De wethouder zal diversiteit in gender en culturele achtergrond van de vertrouwenspersoon hier ook in meenemen. Verder zal hij met collega De Vries spreken over een onderzoek naar sociale veiligheid in het MBO. De wethouder vindt dat werkgevers ook hun verantwoordelijkheid moeten nemen wat betreft het weerbaar maken van stagiaires (m/v). Mevrouw Kendir (Student & Starter) is het met de wethouder eens dat er een verantwoordelijkheid bij de werkgevers ligt, maar geldt dat niet ook voor de scholen en de opleidingen. De wethouder beaamt dit. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat het onvoldoende is om in gesprek te gaan met de MBO-opleidingen. Er moet ook een plan van aanpak komen.
30
35
40
45
De wethouder kan zo’n plan van aanplak voor het MBO niet toezeggen. Daarvoor moet hij zijn collega de Vries raadplegen die hier portefeuillehouder is. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zou graag een toezegging krijgen, eventueel later via een onderwijs- of MBO-brief. De wethouder vraagt wat Student & Starter als plan van aanpak zou willen. Mevrouw Kendir (Student & Starter) zegt dat zij hiervoor heel concrete punten in haar bijdrage heeft aangegeven. De wethouder gaat Student & Starter daar samen met collega de Vries over informeren. De voorzitter merkt op dat Student & Starter die toezegging met betrekking tot het MBO waarschijnlijk wel had kunnen krijgen als de fractie de betreffende wethouder voor dit debat had uitgenodigd. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) miste in de raadsbrief informatie over het MBO.
50
De wethouder zegt dat er jaarlijks een brief aan dit thema is gewijd en belooft ook dat in de volgende brief meer staat over wat de gesprekken met het MBO hebben opgeleverd. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de brief en het plan van aanpak niet gecombineerd kunnen worden. Hoe verhouden discriminatie en het MBO-plan zich tot elkaar?
55
60
De wethouder zegt dat hij ruggespraak nodig heeft om hierop een goed antwoord te geven en vraagt om de brief af te wachten. De voorzitter herhaalt dat de agenderende fracties voor MBO-gerelateerde vragen de desbetreffende wethouder hadden moeten uitnodigen. Pagina 50 van 58
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de commissie wel een onafhankelijk onderzoek wil, maar dat het MBO dat ook zelf kan doen. De VVD vindt dat zo’n onderzoek niet door de gemeente gedaan hoeft te worden. 5
10
De wethouder vraagt of de commissie dit collectief een prioriteit vindt en ten koste van welke andere prioriteit dit dan moet gaan. Hij vervolgt zijn beantwoording. Wat betreft de meldingsstructuur op de scholen zegt de wethouder dat het ministerie van OCW werkt aan een verbetering van de meldingsstructuur. Daar wil Utrecht ook aan meewerken. Dit is tevens een antwoord op de vraag van GroenLinks naar een stappenplan. De gemeente heeft ook contact met het landelijke actieprogramma van Mariëtte Hamer. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) verduidelijkt dat haar vraag eigenlijk was of de onderwijsinstellingen met het landelijke plan samenwerken.
15
20
25
30
35
40
45
50
De wethouder zegt: ja, maar wel in wisselende mate. Zij kunnen daarbij gebruik maken van de expertise binnen dat programma. Mevrouw Deldjou Fard (GroenLinks) vraagt of de wethouder ervoor zou willen pleiten dat onderwijsinstellingen wat meer in contact zijn met het nationale programma. De wethouder is het daarmee eens. Hij vervolgt zijn beantwoording. Wat betreft de nazorg bij mensen die misbruik hebben ervaren, zegt de wethouder dat dit bij alle onderdelen een onderdeel is van het integrale plan van aanpak en dat hier ook naar wordt gekeken bij de werving van vertrouwenspersonen. Hoe bereik je scholen die op dit thema achterblijven? De wethouder zegt dat de gemeente probeert om het bereik bij scholen zo groot mogelijk te maken. Op de vraag naar reflectie op de eerder gemaakte afspraken antwoordt de wethouder dat het onderwerp nu veel beter op de radar staat dan een paar jaar geleden. De grote winst zit nog op de cultuur(verandering), de bespreekbaarheid en met name het punt van drempelverlaging. Waarom werkt de Universiteit van Utrecht alleen met interne vertrouwenspersonen? De wethouder heeft met de universiteit gesproken. Die geeft als reden dat zij vertrouwenspersonen wil aanbieden die de academische context kennen. Wellicht is hierin een escalatie mogelijk, bijvoorbeeld in de vorm van externe meldpunten, zoals aangegeven in het landelijke debat.
De heer Simsek (DENK) vraagt of een instelling een cultuurverandering kan doorvoeren als zij die zelf moet controleren. De wethouder antwoordt dat het bij cultuurverandering om eigenaarschap gaat. Als de instellingen zelf een cultuur gaan creëren waarin dit bespreekbaar is, vindt de wethouder dat een goede beweging, maar als dat het enige is, is het niet voldoende. De heer Simsek (DENK) zegt dat het goed is als de instellingen hierin zelf het voortouw nemen, maar het meldpunt is voor als daar iets misgaat. De heer Van Steeg (CDA) vindt eigenaarschap cruciaal. De universiteit zegt dat vertrouwenspersonen bekend zijn met de academische context. Maar is dat niet juist een onderdeel van het probleem? Gaat het er bij dit soort gedrag niet om buiten je context te stappen? De wethouder gelooft dat je binnen zo’n grote instelling voldoende afstand tot degene die de melding doet kunt realiseren. Als de drempel dan toch nog te hoog is, pleit de wethouder voor een en-en ervaring. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder hiermee een externe vertrouwenspersoon bepleit.
55
60
De wethouder is zich bewust van de spanning die hier bestaat, maar ziet wel het voordeel van vertrouwenspersonen die de machtsverhoudingen en de disbalans in de academische wereld kennen. De heer Van Steeg (CDA) merkt op voetbalclubs ook hun eigen spanningen hebben. Dat is dus geen argument om het niet te doen. Pagina 51 van 58
De wethouder zou het mooi vinden als binnen voetbalclubs de sociale veiligheid intern zou worden gerealiseerd, met de mogelijkheid van een extern meldpunt als dat niet goed werkt. 5
10
15
Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of de wethouder vindt dat de universiteit genoeg doet om veilig een melding te kunnen maken. De wethouder antwoordt dat het altijd beter kan. De huidige situatie is niet inherent onveilig, maar de wethouder heeft vertrouwen in de universiteit. Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of zij hieruit kan concluderen dat de wethouder in dezen geen actie gaat ondernemen ten aanzien van de Universiteit van Utrecht. De wethouder vraagt op basis van welk signaal dat dan zou moeten gebeuren. Hij ziet goede intenties bij de universiteit en zoekt eerder naar aanvullend dan naar veroordelend. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat studenten de situatie als onveilig blijven ervaren. Het lijkt haar onverstandig om hierin een afwachtende houding aan te nemen.
20
25
30
35
40
De wethouder vervolgt zijn beantwoording en zegt dat er op dit onderwerp heel veel wordt aangeboden bij kennismakingsweken op de universiteit, maar ook op middelbare scholen. De wethouder wil kijken of de gemeente in overleg met de onderwijsinstellingen in de voorlichting ook een rol kan spelen, bijvoorbeeld in de vorm van een brief of flyer. Op de vraag wat er met de SSH is besproken antwoordt de wethouder dat de SSH signalen van overlast en seksueel ongewenst gedrag heel serieus neemt en dit goed oppakt. De wethouder heeft met de Universiteit van Utrecht gesproken over haar reactie op het manifest van Amnesty International en heeft daar twee conclusies aan overgehouden: 1) de universiteit is zelf al bezig met de opdracht van het manifest; en 2) de universiteit heeft moeite met een aantal uitspraken in het manifest. De voorzitter vraagt aan Student & Starter of het onderwerp naar tevredenheid is behandeld. Mevrouw Kendir beaamt dit. De voorzitter schorst de vergadering voor 2 minuten.
11. Debat raadsvoorstel zienswijze op de (ontwerp)begrotingswijziging 2023 GGD regio Utrecht en raadsvoorstel zienswijze concept kaderbrief 2024 GGD regio Utrecht De voorzitter heropent de vergadering om 22.00 uur. De agendapunten 11 en 12 zullen in twee termijnen gecombineerd worden besproken. Agendapunt 13 komt te vervallen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van D66.
45
Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat de seksuele gezondheidszorg voor D66 een van de belangrijkste punten is. De wachtlijst voor het HIV-preventiemiddel PREP is toegenomen van 300 naar 470 personen, wat vreemd is omdat hier toch meer geld naar toe is gegaan. In de kamer is men wel heel positief over de pilot met het middel. De fractie is benieuwd naar de gesprekken met het Aidsfonds.
50
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat er in de ziekenhuisbrief staat dat er zorgen zijn over de financiering van dit middel binnen de GGD. Hoe ziet D66 dit in relatie tot de financiële positie van de GGD op dit moment?
55
Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat de verstrekking via de huisartsen loopt tot er een landelijk besluit is gekomen. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat er toch zorgen zijn wat betreft de financiering gezien de financiële positie van de GGD als gevolg van de ontwikkelingen in de jeugdzorg (het GGiD). Pagina 52 van 58
5
Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat het extra geld dat hiervoor is vrijgemaakt niet genoeg is en vraagt wanneer de verdeelsleutel wordt herzien. Zij vraagt ook of de stimuleringsregeling ook als gespreksonderwerp bij de GGD meegenomen kan worden. De inzet van de GGD op het fysieke domein en een gezonde leefomgeving juicht D66 toe. Een vraag aan de wethouder of de GGD bij alle stedelijke ontwikkelingen op dit gebied betrokken wordt. Wat betreft het GGiD zijn er geen directe kosten voor de gemeente Utrecht. D66 vraagt aan de wethouder of er wel indirecte kosten zijn en hoe die beperkt zouden kunnen worden.
10
De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat die pijn inderdaad bij de gemeente komt te liggen.
15
20
25
30
35
Mevrouw Stylianou (D66) deelt deze zorg. Zij vervolgt haar betoog. De genoemde besparing van 200.000 euro bij de automatiseringsopgave klinkt wat optimistisch. Hoe gaat de wethouder dit monitoren? De voorzitter geeft het woord aan de PvdA. Mevrouw Mohammadi (PvdA) zegt dat er een tekort aan zorg dreigt. Wat betekent dat voor Utrecht en kan de wethouder daarop reageren? Het stoppen met het GGiD gaat 4,9 miljoen kosten, ongeveer 38 procent van het vermogen van de GGD. Er zal dus flink bezuinigd moeten worden. De PvdA vraagt aan de wethouder of die bezuiniging haalbaar is en welke consequenties dit voor Utrecht zal hebben. De voorzitter geeft het woord aan GroenLinks. Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) zegt dat publieke gezondheid meer is dan niet ziek zijn. Het gaat niet alleen om het bestrijden van ziektes maar ook om het voorkomen ervan. Gelukkig ziet de PvdA dat ook terug in deze zienswijze. Alle gemeenten kunnen hiervoor subsidie aanvragen en de GGD regio Utrecht wil hier graag ondersteuning bij bieden. De PvdA pleit voor versterking van de rol van de GGD regio Utrecht met betrekking tot de zogenaamde woonhygiënische problematiek. De fractie maakt zich ook zorgen over het toenemende aantal meldingen over mensen met verward gedrag. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de in de beleidsbrief genoemde plannen volgens GroenLinks met de huidige financiering tot wasdom kunnen komen.