Conceptverslag VOWE 16 februari 2023.docx
Tekst van het document
30
Mevrouw Van der Wilt (D66): Verzoekt om de overwegingen een beetje richting te geven anders komt er op elk punt discussie.
35
De wethouder wilde bewust prikkelen om te laten zien dat er bij schaarste keuzes gemaakt moeten worden. In het derde kwartaal van dit jaar komt er een nieuwe eerste verzamelbrief onderwijs met ook het hoofdstuk kinderopvang erin en daar komt de richting in die meegenomen wordt uit dit debat. Mevrouw Van der Wilt (D66) is kritisch naar een campagne omdat de werkgever daar ook een bepaalde rol in kan nemen. Zij hoort graag andere interventies die het college mogelijk ziet.
40
De voorzitter stelt dat er ook altijd nog de mogelijkheid is om het naar de raad te brengen.
45
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) wil een opdracht meegeven aan het college om de publieke private samenwerking te zoeken en daar een stuk funding in te vinden in plaats van het tekort ten koste te laten gaan van de budgetten voor het onderwijs. Hij ziet graag het college terugkomen met resultaten hiervan. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) sluit zich aan bij de heer Bos (Stadsbelang Utrecht).
50
Dit is de wethouder uit het hart gegrepen en dat is ook zijn afdronk van het rondetafelgesprek geweest. Hij vindt het alleszins redelijk dat de kinderopvangorganisaties bijdragen aan zo’n campagne. Het zal onder andere opdracht worden voor de nieuwe afdeling met overigens één persoon daarin. Pagina 18 van 58
5
10
15
20
25
30
35
40
Op de vraag of het een idee zou zijn om een centraal aanmeldsysteem, dan wel een centraal systeem waarin er van alle locaties beschikbaarheid ingezien kan worden, antwoordt hij eerlijk dat daar een gedegen budget voor nodig is. Uit ervaring is gebleken wat zoiets kost aan inspanningen en IT. Als er geen budget voor is, dan houdt de wethouder zich hier vandaan. Hij begrijpt de meerwaarde voor de consument. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) ziet het ook vooral als een aanjaagfunctie en noemt als voorbeeld Boink (Belangenvereniging van ouders in kinderopvang). Zij hebben ook wel eens zo’n overzicht gemaakt en bewerkt. Er zou gekeken kunnen worden naar een soortgelijk iets en dan een samenwerking. Het onderwerp moet benoemd worden omdat dit belangrijk is bij de vraag hoe kunnen we Utrecht een leefbare stad ook voor gezinnen maken. De wethouder vindt: belofte maakt schuld. Zijn inschatting is dat als er niet iemand verantwoordelijk is voor zo’n systeem, dan zal het ter ziele gaan. Hij vindt dat als je zoiets aan de stad belooft, dan moet het niet weer over een half jaar weg zijn. Hij noemt de beweeglijkheid in deze sector veel, anders dan in het onderwijs. Hij wil niets beloven wat hij niet waar kan maken. De suggestie om in overleg met de sector te zorgen voor een betere spreiding neemt hij over. Dat zal ook te zien zijn in de kwartaalbrief.
Onder de bestemming maatschappelijk kan de kinderopvang zich vestigen en daar waar het niet is zal er meegewerkt worden aan wijzigingen in bestemmingsplannen. Er is in deze raadsperiode ook opgeroepen om positief tegenover ondernemers te staan die in een woonhuis een kapsalon of kinderopvang willen beginnen. Op de opmerking van de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) dat het college ruimte heeft om mee te werken door de aanwijzing van gebieden met daarin benoemde maatschappelijke voorzieningen in omgevingsvisies antwoordt de wethouder instemmend, maar het blijft balanceren in ruimhartigheid. Hij noemt als voorbeeld de Stationsstraat in Vleuten. Als een ondernemer zich wil vestigen op een plek waar het bestemmingsplan het niet toestaat, dan is er anderhalf loket geregeld en vindt er een warme overdracht plaats naar de collega’s van ruimte. Dan was er de vraag of er een beter overleg kan komen tussen de toezichthouders en de sector. Er is maandelijks een inloopspreekuur voor de sector met de gemeente als toezichthouders. Die samenwerking is er en de wethouder wil graag weten welke mensen dat niet weten volgens GroenLinks want dan wil hij ze graag dat laten zien. Daarmee is ook de vraag beantwoord of er een nummer is voor ondernemers die een dilemma hebben. Daar is een nummer voor.
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) heeft diverse signalen ontvangen dat het toch wat moeilijker is en er veel verschillende loketten en tijdspaden zijn en dat het fijn zou zijn als er iets meer integrale impact zou komen. Zij wil hier eventueel na afloop met de wethouder over in contact komen. De wethouder noemt de loketten nogmaals op, waaronder de VTH (Vergunning Toezicht en Handhaving)
45
50
De wethouder heeft geen eenduidig antwoord op de vraag of de kwaliteit achteruitgaat. Hij ziet wel dat de kwaliteit onder druk staat. Het hangt er van af hoe ondernemers ervoor kiezen om met die druk om te gaan. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vindt de situatie zorgelijk omdat er wel signalen binnenkomen, onder andere vanuit de belangenvereniging Boink dat er steeds meer klachten zijn dan een tijd geleden en ook meer signalen dat er echt wel ongelukken gebeuren. Pagina 19 van 58
5
De wethouder beaamt dat dit het beeld is van de toezichthouders en dat dit aansluit bij de analyse dat het klimaat wordt beïnvloed door meer stagiaires, meer zij instromers en meer wisselingen op de groep. Als er meer versoepeld wordt of nog minder vaak op bezoek gaan of administratie opvragen, dan zakt de kwaliteit door de ondergrens en zijn advies is om daar niet verder doorheen te gaan. De wethouder is het zeer eens met de analyse van de PvdA om van de private sector naar het publieke domein te komen. Ook daarvoor geldt ruimte en geld. De grens wordt opgezocht tussen waar eindigt de overheid en waar begint de markt.
10 PvdA vraagt hoe er nu concreet wordt gezorgd voor meer kindcentra.
15
20
25
30
35
40
45
De wethouder antwoordt dat dit verankerd zit in het beleid. Dat betekent dat als er schoolgebouwen worden aangevraagd vanuit de onderwijshuisvesting, dan kunnen er ook voorzieningen voor de kinderopvang worden aangevuld. Die moeten dat dan ook weer netjes voor marktconforme tarieven huren. Daar staat tegenover dat de gemeentelijke gebouwen altijd vaak tiptop zijn en super briljant. En dat betekent iets voor de huurprijs. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht): de wethouder geeft prioriteren aan en dat betekent dat die integrale kindcentra klopt. Er moet tegelijkertijd gerealiseerd worden dat dit niet meer geld moet gaan kosten op termijn. Het is een goed idee om hier een apart debat over te voeren. De wethouder stemt hiermee in en ziet er naar uit. Hij vervolgt dat medewerkers zonder meer betrokken zullen worden bij het proces. De PVDA vroeg ook naar bereikbaarheid en wonen en parkeergelegenheid. Er zijn factoren belangrijker dan dat. Als je zo snel mogelijk zoveel mogelijk resultaat wil dan zit je veel meer aan de kant van de arbeidsvoorwaarden, werkdruk, flexibiliteit. Dat zijn dan knoppen waar de markt en de ondernemers sneller resultaten hebben dan de voorrang. Hij is er geen voorstander van om de kinderopvangmedewerkers voorrang te geven op de sociale huurwoning voorraad. Dat zou betekenen dat andere mensen weer langer moeten wachten.
Op de vraag van D66 hoe de gesprekken gaan met de woningbouwcorporaties geeft de wethouder aan dat die nog moeten worden gevoerd. Hij heeft zojuist voldoende reflectie op de lange termijn gegeven en zou het fantastisch vinden als uiteindelijk de kinderopvang een school wordt, een publieke sector wordt voor iedereen onafhankelijk van achtergrond, inkomen, wel of geen VE indicatie en in schoolgebouwen. Zover is het nog niet. De uitbreiding van Utrecht Leert naar de kinderopvang wordt toegezegd door de wethouder. De verbinding is ook al gelegd en inmiddels staan er een aantal punten op de agenda van Utrecht Leert. Eén daarvan is het punt combi banen. Ook daar werken de integrale kindcentra heel goed. Er zijn dagen dat de kinderopvang best wel plek heeft, maar door het liefst deeltijd werken rondom het weekend of op woensdag blijven er soms plekken leeg. Het gesprek om werkgevers te benaderen om te stimuleren op andere dagen te vergaderen is al geweest, maar zal weer opnieuw gedaan worden in de nieuwe aanpak. De wethouder gaat in gesprek met de staatssecretaris om te weten wat de regels zijn om alvast te gaan handhaven onder de nieuwe regels per 1 juli dit jaar. Gemeentelijk vastgoed inzetten voor de kinderopvang gebeurt al als het bestemmingsplan dat mogelijk maakt. Er zijn uiteindelijk ook andere doelen met het gemeentelijk vastgoed.
50 Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Volgens mij wordt de wens hier gedeeld om het daar ook nog een keer hier over te hebben. Zou de wethouder willen toezeggen om daar nog een brief over te schrijven? Pagina 20 van 58
Want we hebben het er steeds over, maar misschien moeten we daar nog wat meer aandacht voor hebben? 5
10
15
20
25
De wethouder komt daar aan het einde even op terug want er is iets rondom Utrechtse kindcentra in de maak en onderweg. Het zit sowieso in het MPOHV het meerjarenprogramma onderwijs huisvesting. De wethouder is het eens met de VVD die soepelheid vraagt van het College in ruimtelijke procedures. Bij het overleg met de wooncorporaties zal het gastouderschap meegenomen worden in de gesprekken. Op een aantal plekken brengen gastouders ook wel dilemma’s met zich mee. Een aantal plekken brengen ook wel dilemma's met zich mee. Voor wat betreft de 12 weken echo vraag, deelt de wethouder dat hij uit eigen ervaring, zijn derde opkomst is onderweg, weet dat de verloskundigen in Utrecht bij een eerste bezoek al aangeven dat het belangrijk is om over kinderopvang na te denken. De heer Stam (Volt): Is hier structureel zicht op, word hierop gestuurd of moeten wij het doen met wij het doen met toevallig raadsleden en wethouders die hier ervaring mee hebben. De wethouder geeft aan dat het beeld dat er is dat dit echt onderwerp van gesprek is. Er is ook een netwerk van kraamzorg in onze stad waar uitgevraagd kan worden. Dit is terug te lezen in de nieuw te verschijnen onderwijs kwartaalbrief. De vraag over waarom stoppen mensen met werken in de sector is beantwoord in de aantrekkelijkheid. Dat is hoge werkdruk en gewoon keihard werken in deze sector.
De wethouder benadrukt nogmaals dat er een stap in de goede richting is gezet met betrekking tot versoepeling en hij vindt niet dat daar nog een extra stap gezet zou moeten worden. Utrecht is voorzitter van de G4 dit jaar en zo kan juist in de VE de oproep voor de lobby op tafel gelegd worden.
30
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht): ik hoorde de wethouder niet helemaal goed, maar die had het over VE en over kinderopvang, gaat de wethouder samen met de G3 lobbyen voor geld voor kinderopvang of voor extra schoolse educatie?
35
De wethouder noemde ze bewust allebei omdat de inzet van die lobby vanwege de kansen van gelijkheid, samen gedaan zou moeten worden. Het doel is dat in een wijk de kinderen naar een goede publieke voorziening gaan. En wat is daarvoor nodig en kan het Rijk daar een bijdrage aan leveren.
40
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht): daar wringt wat mij betreft een beetje de schoen, want als we het hebben over kinderopvang dan zijn dat gewoon marktpartijen die geen schoolse educatie aanbieden en als zij dat wel doen dan betalen particulieren daarvoor. Het moet niet gemengd worden want dan krijg je een bedrag wat je voor van alles en nog wat kan inzetten.
45
50
De wethouder zou het een goede zaak vinden als die lobby zich richt op de goede ondersteuning van het jonge kind. Dan de ChristenUnie met het moreel appel aan ouders om het anders te regelen. Dat vindt de wethouder een ingewikkelde brief om te versturen. Hij vermoedt dat er geen begrip zal zijn voor die brief. Hij ziet meer in het appel om een beroep te doen op een andere spreiding van de werkdagen. Ruimte ook in deze sector, dus dat appèl voel ik me wat comfortabeler bij dan een brief? Hij realiseert zich niet ingegaan te zijn op de ouderparticipatie crèches en het eerlijke antwoord is dat zij niet als zodanig aan de ronde tafel zaten. Hij wil afspreken om ook hiermee aan de slag te gaan. Pagina 21 van 58
De ouders die een ouderparticipatie crèche willen starten moeten aan alle eisen voldoen maar de gemeente heeft dan ten aanzien van de bestemmingsplanwijzigingen dezelfde souplesse als bij de commerciële kinderopvang. 5
Mevrouw Van der Wilt (D66): is de wethouder het met mij eens dat als je het hebt over de rol van de gemeente hierin dat juist de meerwaarde zou kunnen zitten in het stimuleren van dit soort crèches of juist oplossingen die nog niet in de sector zelf zitten en dat de rest van de uitdagingen zoals betere arbeidsvoorwaarden promoten dat dat juist dingen zijn die de sector vooral zelf nog beter zou kunnen doen? Waar wordt de aandacht op gezet?
10 De wethouder is het met D66 eens, maar het is ook wel een specifieke groep ouders die bereid is om in een ouderparticipatie crèche te stappen. Dat betekent dat zij op de dag dat ze niet werken, werkzaam zijn in de kinderopvang en daar moeten zij voor gekwalificeerd zijn. Hij is het ermee eens dat het een mooie oplossing zou zijn. 15 Mevrouw Van der Wilt (D66): De vraag is vooral waar bemoeit de gemeente zich mee. De oproep is vooral stimuleren wat de sector zelf niet al doet. 20
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks): Juist voor de ouderparticipatie crèches is het heel wenselijk dat er meer informatie voor het opstarten van zo’n crèche kan worden verkregen. Ziet de wethouder ook de meerwaarde van een ouderparticipatie crèche? Dat ziet de wethouder wel en benadrukt nogmaals dat het ingangspunt de afdeling Volksgezondheid is waar mensen werken die deze sector enorm graag willen stimuleren. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat er nu gedaan wordt bij het starten van een opleiding en behoud van de uitkering. De wethouder kan hier geen antwoord op geven en belooft hierop terug te komen.
30
35
De voorzitter gaat naar de drie toezeggingen en neemt deze door met de wethouder. Toezegging: Rondom de voorjaarsnota krijgt de raad informatie over het geld dat vanuit onderwijs voor kinderopvang wordt ingezet. Toezegging: In de kwartaalbrief van het onderwijs wordt voortaan de kinderopvang meegenomen, ouderparticipatiecrèches komen hierin terug. Toezegging: De wethouder komt schriftelijk terug op de vraag van de VVD ten aanzien van het starten met de opleiding met behoud van uitkering in deze sector. De wethouder komt hier zo snel mogelijk op terug. Mevrouw Al-Saqaff (VVD): De VVD hoeft niet per se een pilot. Is Q1 realistisch?
40 De heer Stam (Volt): de wethouder heeft mij beloofd dat er wat informatie in die onderwijs brief komt, is dat een aparte toezegging? 45
50
De wethouder legt uit dat er nog heel veel ingeregeld moet worden. Als de heer Stam voor een raadsbehandeling wil weten hoe ver het staat, dan zal het niet veel meer zijn dan dat het idee dat het een goede maatregel zou kunnen zijn. Dus het college heeft gewoon wat meer tijd nodig om die uitwerking ook te maken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD): Het hangt ervan af of dit nog naar de raad gaat, want anders zou ik er wel een punt over willen maken. De voorzitter vraagt aan de agenderende fracties of zij met deze bespreking hun doel hebben bereikt of dat zij behandeling in de raad wenselijk vinden. Pagina 22 van 58
De heer Stam (Volt) overweegt nog een raadsagendering omdat de wethouder het punt over budgettaire middelen voor inzicht in wachtlijst heeft aangestipt. Hiervoor is meer informatie nodig en daarom de twijfel wel agenderen of niet. 5
10
De voorzitter hoort nog van de heer Stam of het naar de raad gaat en indien bij de Merel. Er moet dan aangegeven worden of hij een motie wil indienen en waarover deze gaat. Maximale behandelduur is dan 60 minuten. De heer Stam (Volt): Ik stelde net een vraag over de toezegging over informatieverstrekking via de kraamzorg. Toen reageerde de wethouder met een heel aardig antwoord op de vraag van mevrouw Al-Saqaff. Voor mij is wel echt iets anders. Kan de wethouder daar nog op reageren? De wethouder verwijst naar de komende kwartaalbrief.
15
20
De heer Stam (Volt): Mijn belangrijkste vraag is eigenlijk, wordt dit nou genoteerd als toezegging of niet? De voorzitter deelt mee dat het geen toezegging is. Het komt in de kwartaalbrief. Zij sluit het debat en schorst voor een uur om daarna door te gaan met het volgende debat over voorschoolse educatie. Sluiting is om 12.40 uur.
Pagina 23 van 58
5
Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door
10
15
16 februari 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter mw. I. Hornsveld, wethouder dhr. E. Eerenberg, de leden mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. H. Assen (PvdA), dhr. D. van Bergen (ChristenUnie), dhr. Bos (Stadsbelang Utrecht), dhr. Brouwer (CDA), mw. E. Kendir (Student & Starter), mw. R. Leever (PvdA), dhr. Chr. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. A. Stam (Volt), dhr. H. Stellinga (CDA), mw. N. Stylianou (D66), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. B. van der Wilt (D66), de commissiegriffier mw. W. Kok
Verslag commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 20 8.1 Debat Raadsbrief Voortgang voorschoolse educatie ................................................................24 9 Debat Plan van aanpak Volwasseneneducatie ............................................................................37
25
8.1 Debat Raadsbrief Voortgang voorschoolse educatie De voorzitter heropent de vergadering om 14.00 uur. Het debat over de voorschoolse educatie wordt voortgezet. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdA.
30
35
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat het een heel belangrijk onderwerp is, want het gaat over kansengelijkheid. Die eerste levensjaren zijn cruciaal voor de rest van het leven. Als kinderen op jonge leeftijd een taal- of ontwikkelingsachterstand oplopen, dan halen ze die vaak de rest van hun leven niet meer in. De voorschool is gericht op het inlopen van die achterstanden. De PvdA heeft dit de afgelopen jaren vaak geagendeerd, onder andere door het indienen van moties. Deze voorgeschiedenis wil mevrouw Raaijmakers graag benoemen. Ze geeft aan dat het goed is dat het team Toeleiders is uitgebreid, en ook dat de voorschool nu gratis is voor U-pashouders aangezien Pagina 24 van 58
5
10
inkomen geen belemmering mag zijn. De PvdA is ook blij dat het ongelijk investeren voor gelijke kansen zo expliciet terugkomt in dit voorstel. Mevrouw Raaijmakers wijst op de actualisering van het Utrechts KwaliteitsKader (UKK) maar vindt het teleurstellend dat de PvdA-motie niet volledig is uitgevoerd. Die bevatte de actualisering van het UKK maar ook het uitvoeren van een kwaliteitsmeting. Daarvoor is een nulmeting nodig, maar die ontbreekt. Mevrouw Raaijmakers pleit ervoor om dit zo snel mogelijk alsnog te doen. Dit moet dan onafhankelijk gebeuren, dus niet via zelfevaluatie. De Universiteit Utrecht beaamt dat het UKK geen wondermiddel is. Het gaat erom dat het UKK niet alleen op papier staat, maar ook hoe het in de praktijk wordt gebruikt. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt waar de PvdA heeft gezien dat de monitoring niet heeft plaatsgevonden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) laat weten dat de motie heeft opgeroepen om allebei te doen. Dat is nog niet uitgevoerd. Ze vraagt de wethouder om dit snel te doen gezien het belang ervan.
15
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat uit meerdere onderzoeken is gebleken dat kinderen die aan een voorschool hebben deelgenomen daar vanaf groep 7 geen voordeel meer van hebben. Hij vraagt hoe de PvdA dit rijmt met de grote voordelen die zij zien.
20
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat er ook veel onderzoeken zijn waaruit blijkt dat de voorschool juist een goede investering is om de kansengelijkheid te bevorderen. Ze laat weten dat basisscholen in Utrecht duidelijk een verschil bemerken tussen kinderen die wel en geen voorschool hebben gevolgd. Los van onderzoeken die het een of het ander beweren: de praktijk in Utrecht schreeuwt volgens haar om voorscholen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de PvdA de oproep deelt om de kwaliteit en de hoeveelheid woorden die een kind kent als ze de voorschool inkomen en uitgaan te monitoren.
25
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt het zeker van belang om de kwaliteit te monitoren, niet alleen in de hoeveel woorden die een kind kent maar ook in de sociale ontwikkeling. Net als Stadsbelang Utrecht wil de PvdA zicht hebben op de kwaliteit van de voorschool. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de PvdA een in- en outputmeting ondersteunt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat ze het steeds over een kwaliteitsmeting heeft gehad en daaraan wil vasthouden. Daarbij is het UKK leidend.
30
35
40
45
Ze gaat verder met haar betoog door aan te geven dat het lastig is dat wordt gevraagd om de Nota van Uitgangspunten vast te stellen, terwijl het kwaliteitskader er nog niet ligt. Dat zal er ongetwijfeld invloed op hebben. Als voorbeeld haalt ze het budget aan dat nodig is voor de nietgroepsgebonden uren. Bovendien vindt ze de timing niet echt gelukkig. Over het onderwerp zorg en ondersteuning zegt mevrouw Raaijmakers dat het goed is dat zo expliciet het inclusieve karakter centraal staat. Daarvoor is een goede samenwerking tussen zorgpartijen, voorscholen en opvang belangrijk. In het voorstel is echter niet benoemd hoe kinderen met een ondersteuningsbehoefte op reguliere groepen kunnen blijven, en met welk geld. Er zullen ook middelen uit de jeugdzorg komen, en uit de praktijk is bekend dat het bij elkaar brengen van onderwijs- en jeugdzorggelden taaie materie is. Mevrouw Raaijmakers geeft aan dat juist in de zorgstructuur de laatste jaren veel is veranderd. Ze doet de oproep om niet het wiel opnieuw uit te vinden, maar te bekijken wat in het verleden werkte en dat alsnog te gebruiken. Verder kaart mevrouw Raaijmakers aan dat er bereikcijfers van boven de negentig procent waren. Dat is opnieuw de ambitie. Het zou goed zijn om dat in het voorstel expliciet te benoemen.
Ook refereert mevrouw Raaijmakers aan het coalitieakkoord, waarin staat dat wordt onderzocht of een verplichtend karakter van de voorschoolse educatie mogelijk is. Ze vraagt aan de wethouder wat er van dat onderzoek terecht is gekomen. Pagina 25 van 58
5
Voor wat betreft het beginnen vanaf twee jaar laat mevrouw Raaijmakers weten dat, hoewel de motie uit 2019 heeft geleid tot een pilot en andere soorten van inzet voor kinderen vanaf twee jaar, het teleurstellend is dat er niet meer gedaan wordt. Ze vraagt de wethouder om een reflectie op de keuze om het aantal dagdelen wel te vergroten van één naar twee per kind, maar niet in te zetten op voorschool voor kinderen vanaf twee jaar. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst op het feit dat alles wat de PvdA noemt menskracht kost, en al is geconstateerd dat dat er niet is.
10
15
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat dat samenhangt met haar laatste punt over keuzes die gemaakt moeten worden. Als besloten wordt tot het niet-aanbieden van twee dagdelen per kind, kan dat extra budget opleveren voor het aanbod vanaf twee jaar voor de meest kwetsbare groepen die dat nodig hebben. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) geeft aan dat in de raadsbrief is uitgewerkt hoeveel de verschillende opties kosten. Daaruit blijkt dat er geen extra geld nodig is voor de keuze voor twee dagdelen, maar er wel een grote kostenpost bij zit als naar het aanbod voor tweejarigen wordt gegaan. Ze vraagt of de PvdA kan volgen welke rol dit speelt. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat in deze berekening álle kinderen vanaf twee jaar zijn meegenomen. In het kader van ongelijk investeren voor gelijke kansen zou ze inzicht willen in de kosten als de pilot wordt uitgebreid naar andere wijken dan alleen Overvecht. Daar zijn ook wijkaanpakgelden aangesproken, wellicht zijn er op dat vlak nog mogelijkheden.
20
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) wil ook graag weten wat de uitkomsten van de pilot zijn en die meenemen naar de Voorjaarsnota. Ze vraagt of deze discussie dan opnieuw gevoerd zou moeten worden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat er nu over dit onderwerp wordt gesproken en er nu keuzes moeten worden gemaakt. Deze pilot draait al een aantal jaar. Het is teleurstellend dat nog steeds naar deze ene pilot wordt verwezen. Dat toont weinig ambitie op dit vlak. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of de PvdA kan aangeven waar de middelen vandaan kunnen komen als wordt gekozen voor het uitvoeren van de genoemde opties.
30
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) verwijst naar haar suggesties voor geld van elders, maar ook naar mogelijkheden binnen het huidige budget van passende kinderopvang. Het gaat om keuzes die onderwijsbreed gemaakt moeten worden. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of er ook gedacht wordt aan middelen binnen jeugdzorg. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat ze dat expliciet heeft genoemd, met de opmerking erbij dat dat erg complex is.
35
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de PvdA afziet van twee dagdelen voorschool aan kinderen zonder indicatie ten faveure van meer kinderen met indicatie. Hij geeft aan dat de kleuring van de kinderen die elkaar ontmoeten op de voorschool dan zeer beperkt zou zijn. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat er idealiter een publieke voorziening zou zijn die voor iedereen toegankelijk is. In de praktijk moeten er scherpe keuzes worden gemaakt. De wens van de PvdA is om van een naar twee dagdelen te gaan voor een bepaalde groep kinderen.
40
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) stelt vast dat de PvdA ervoor kiest om voorschoolse groepen te vormen waarbij sprake is van meer achterstand dan nu het geval en wenselijk is. Pagina 26 van 58
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) stelt vast dat de PvdA vindt dat middelen voor onderwijsachterstandenbeleid zo effectief mogelijk worden ingezet voor die kinderen die dat het hardst nodig hebben. 5
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) concludeert dat er dan klasjes in de voorschoolse educatie ontstaan met alleen maar achterstandskinderen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat de stad de kinderen de beste kansen moet gunnen die er mogelijk zijn. Dat wordt gedaan met de voorschool.
10
15
20
Ze gaat verder met haar betoog door aan te geven dat een vrij radicale wijziging wordt voorgesteld in de wijze van indicering. Er wordt gekozen voor maatwerk, wat het risico van subjectieve beoordeling inhoudt. Dat kan druk geven op JGZ-medewerkers om een indicatie af te geven. Het oude systeem bood ook ruimte voor maatwerk. Ze vraagt waarom dat overboord is gegooid. Verder vraagt mevrouw Raaijmakers naar de looptijd van de subsidie, vanaf 2024, en zegt ze dat ze blij is dat het keuzekompas is ingezet. De toelichting erop is echter heel beperkt. Met name het belang van continuïteit vraagt om verdere toelichting. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de PvdA herkent dat kinderen, die nu door middel van Asschergelden naar de voorschool gaan, uiteindelijk toch een indicatie of meer uren nodig hebben. Ze vraagt of dat kan worden opgelost door de groep meer uren te bieden. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) heeft gelezen dat, door over te gaan naar twee dagdelen, kan worden voorkomen dat kinderen een volledige indicatie nodig hebben. Er wordt een nieuwe manier van indiceren voorgesteld, gebaseerd op maatwerk. Dat betekent dat eigenlijk twee maatregelen worden toegepast om die groep te ondervangen. Dat is onnodig. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de VVD.
25
30
35
40
45
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat kinderopvang belangrijk is voor de ontwikkeling van het kind, voor het bieden van een kans op een sterke basis voor ieder kind in Utrecht en als ondersteuning voor ouders die werken. Volgens haar brengt het raadsvoorstel een aantal goede punten naar voren en roept het verzoeken om aanscherping en vragen op. Van de VVD mag punt 4 worden aangepast naar “Bieden van mogelijkheden voor passende kinderopvang in iedere wijk”. Dit omdat er een gebrek aan kinderopvang is in Kanaleneiland. Als uitgangspunt wil de VVD toevoegen dat er een sterke samenwerking tussen kernpartners binnen de regio moet komen. Dit wordt wel genoemd in de brief, maar is geen uitgangspunt als zodanig. Het op basis van maatwerk indiceren vindt de VVD wel een goede ontwikkeling, zeker als dat door consulenten van de JGZ wordt geconstateerd in plaats van op basis van ouderfactoren. Het is mooi als dat aan professionals wordt overgedragen op een latere leeftijd. In het raadsvoorstel over de kinderopvang wordt sterk gefocust op kinderen met een indicatie of ondersteuningsbehoefte. Het is uiteraard van belang om voor deze kinderen geschikte opvang te vinden, maar de kinderen zonder speciale behoefte moeten niet worden vergeten. Ook voor hen is een goede start van belang en ook voor die ouders is het van belang om hun kinderen te zien groeien, bloeien en om zelf te werken.
De VVD onderschrijft de ambities voor meer maatwerk en zorg voor het kwetsbare kind grotendeels, maar merkt op dat alles staat of valt met het beschikbare geld en de beschikbare ruimte. Het vinden van personeel moet prioriteit krijgen. De VVD ondersteunt de lijn van het college om ieder kind in Utrecht een goede basis te bieden, en kiest er daarmee voor om niet te kijken naar opvang van tweejarigen. Mevrouw Al-Saqaff vraagt tenslotte waarom de broertjes- en zusjesregeling niet bij de voorschoolse educatie van kracht is. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van D66.
50
Mevrouw Van der Wilt (D66) laat weten dat D66 blij is met de aandacht voor passende opvang voor ieder kind en het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen. D66 staat positief tegenover het toepassen van maatwerk en is voor de extra toeleiding die er nu mogelijk is vanuit de JGZ. Het is mooi dat voorschool gratis wordt voor juist die ouders voor wie de financiering nu een probleem is. Mevrouw Van der Wilt sluit zich aan bij de praktische vraag van GroenLinks over Pagina 27 van 58
5
10
15
de duur van de nota. Verder heeft zij vragen over de timing van het UKK, met name hoe de actualisatie zich verhoudt tot de nadere regel die zou komen en de samenwerking in het veld. In het UKK komt aandacht voor ouderbetrokkenheid en de effecten van corona. In de Nota was ook veel aandacht voor de groeiende zorgbehoefte van kinderen. In het voorstel wordt het belang van samenwerking met de kernpartners aangegeven, maar de mogelijke effecten op het UKK zijn onduidelijk. D66 is benieuwd hoe de wethouder dit ziet. Voor wat betreft de ruimte en de middelen vraagt D66 zich af of de investeringen voldoende zullen zijn, zeker als wordt gestreefd naar een hoger bereik voor kinderen die het het hardst nodig hebben. Volgens mevrouw Van der Wilt is momenteel 33% van de kinderen op de voorschool geen “doelgroepkind”. Dat is mooi vanuit het idealisme, maar ook spannend vanuit het realisme van schaarste. Zij vraagt de wethouder welk effect het verlagen van het aantal kinderen uit de doelgroep kan hebben op de schaarste, waardoor meer kinderen kunnen worden geholpen die het juist nodig hebben. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of in de praktijk dan alleen nog maar ve-kinderen worden toegelaten. Mevrouw Van der Wilt (D66) verwijst naar de wachtlijsten die er zijn.
Als de kinderen die geen indicatie hebben niet worden geholpen kan er meer ruimte worden geboden aan kinderen die het wel nodig hebben. Dat is niet ideaal, maar het is beter dat de kinderen die het wel nodig hebben sowieso worden geholpen. Ze vraagt dan ook of die maatregel dat effect zal hebben.
20
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of D66 herkent dat de Asschergroep ook recht heeft op peuteropvang. Mevrouw Van der Wilt (D66) refereert aan het voorstel dat voorligt, waarin wordt gevraagd om meer tijd voor die groep. Ze vraagt zich af of het streven om meer kinderen te bereiken, gecombineerd met het aanbieden van meer dagdelen, niet ten koste gaat van de groep die op de wachtlijst staat en het echt nodig heeft. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) verwijst naar de grote diversiteit tussen de wijken, en vraagt hoe dit zal gaan werken. Mevrouw Van der Wilt (D66) antwoordt dat zij die vraag aan het college wil stellen.
30
35
40
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) hoorde bij het vorige agendapunt de oproep aan ouders om hun kind van de kinderopvang af te halen als het ook anders kan. Het voorstel van mevrouw Van der Wilt vindt hij verstrekkender: als het kind geen doelgroepkind is krijgt het geen plaats op de voorschoolse educatie. Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat ze het niet zo scherp stelt. Er is nu al de regel dat kinderen die in de doelgroep vallen voorrang hebben op kinderen die daar niet in vallen. Het doel van de voorschool is dan ook om achterstanden weg te werken en iedereen een gelijke start te geven aan een schoolcarrière. Dat is een belangrijk doel. Helaas zijn er kinderen die moeten wachten of helemaal niet aan bod komen voordat ze aan groep 1 beginnen. Daarover maakt zij zich zorgen. Zij stelt voor om te bekijken of er strenger kan worden beoordeeld wie gebruik kan maken van de voorschool. Ze benadrukt dat ze niet bedoelt dat kinderen er geen recht op zouden hebben, maar dat de voorschool bedoeld is voor een gelijke start. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) concludeert dat het voorstel van D66 inhoudt dat doelgroepkinderen naar de voorschool kunnen, en kinderen die niet in de doelgroep vallen in de kinderopvang terecht komen, waar ook geen capaciteit is. Uiteindelijk moeten ze maar thuis blijven of door opa en oma opgevangen worden.
45
Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat de heer Bos het veel scherper stelt dan dat zij bedoelt. Zij heeft het voorgaande debat niet voor niets aangevraagd. Ze wil ervoor zorgen dat er voor ieder kind een plek is, ofwel in de kinderopvang, ofwel op de voorschool. Ze herhaalt dat de voorschool ten bate moet komen van groepen die daardoor een vliegende start kunnen maken in hun schoolcarrière. Zij vraagt aan de wethouder of daar ruimte voor is. Pagina 28 van 58
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat hij D66 hoort zeggen dat kinderen die geen indicatie hebben geen gebruik kunnen maken van de voorschool. Zij zullen naar de kinderopvang moeten, waar de druk zo hoog zal worden dat ook andere kinderen geen gebruik meer kunnen maken van de kinderopvang. De heer Bos vindt dit onacceptabel. 5
Mevrouw Van der Wilt (D66) is het met de heer Bos eens dat dit niet wenselijk is. In tijden van schaarste wil zij dit onderwerp ter sprake brengen omdat er anders heel veel kinderen zijn die geen hulp krijgen, ook niet van huis uit, en met een grote achterstand beginnen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt hoe D66 tegen het belang van de mix in groepen aankijkt. Uit onderzoek blijkt namelijk dat dit meerwaarde heeft.
10
Mevrouw Van der Wilt (D66) herhaalt dat ze dat vanuit idealistische redenen juist erg belangrijk vindt. Tegelijkertijd ziet ze dat er wachtlijsten zijn en dat er grote achterstanden in groep 1 worden waargenomen. Bepaalde kinderen hebben de voorschool echt nodig. Als er moet worden gekozen tussen die kinderen en kinderen die de voorbereiding al op een andere manier meekrijgen, dan is de keuze volgens haar makkelijk te maken.
15
De voorzitter wijst de commissieleden op de tijd en vraagt hen om hun bijdrage kort te houden.
20
Mevrouw Van der Wilt (D66) vervolgt haar bijdrage met de vraag of er meer maatwerk zou kunnen komen in het aanbieden van de voorschool aan tweejarigen. Ze is benieuwd naar de financiële consequenties daarvan. In de Raadsinformatiebrief is vermeld dat het budget voor de voorschoolse educatie nu toereikend is, ook omdat niet iedereen wordt bereikt. Mevrouw Van der Wilt vraagt of deze krapte klopt en of er mogelijkheden zijn om hierbij een open einde te hanteren. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt.
25
De heer Stam (Volt) geeft aan dat de voorschool een belangrijke bijdrage aan integratie en kansengelijkheid levert. Net als het college wil Volt dat zoveel mogelijk kinderen naar de voorschool kunnen. Tegelijk wordt er een enorme schaarste waargenomen. De heer Stam is dan ook blij en bezorgd over het plan van het college. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) heeft vernomen dat het wel mogelijk is om doelgroepkinderen en kinderen die niet uit de doelgroep komen te plaatsen. Ze ziet dan ook niet waarom wordt gezegd dat dit, gezien de schaarste, niet kan.
30
35
40
45
50
De heer Stam (Volt) laat weten dat hij niet heeft gezegd dat het niet kan. Hij hoort van mevrouw Vermeulen echter de aanname dat het wel kan. Hij wil van het college horen hoe dit mogelijk gemaakt kan worden. De heer Stam vervolgt zijn bijdrage met de vraag hoe het belang gewogen kan worden en wanneer het tweede dagdeel ter beschikking gesteld kan worden. Verder vraagt hij of het plan ook door kan gaan als er nog wachtlijsten zijn. Ook vraagt de heer Stam of er een urenaantal te koppelen is aan de overgang van één dagdeel van vijf uur naar twee dagdelen. Over het indiceren op basis van maatwerk is Volt ook enthousiast. Het is mooi als kinderen die nu geen indicatie hebben, maar daar wel baat bij zouden hebben, die toch zouden kunnen krijgen. De heer Stam vraagt zich tegelijk af wat het effect is op het totaal aantal indicaties. Hij vraagt of de wethouder daar een verwachting van heeft, en of er een risico is dat er een budget- of capaciteitstekort ontstaat als er veel extra kinderen een indicatie zouden krijgen. Verder vraagt de heer Stam of er bescherming is voor de medewerker die ervoor kiest om geen indicatie af te geven terwijl ouders er wel om vragen. De heer Stam complimenteert de afdeling Toeleiding met hun aanpak om te werken met een band van vertrouwen.
Uit het gesprek dat de heer Stam voerde met die afdeling bleek dat zij veel gesprekken hebben met mensen met een taalachterstand of –uitdaging. Deze mensen worden niet altijd doorverwezen naar de beschikbare hulp. De afdeling Toeleiding wil daar meer op inzetten. De heer Stam vraagt de wethouder wat hij kan doen om hen daarbij te ondersteunen. In de raadsbrief is vermeld dat 8% van de kinderen met een indicatie geen gebruik maakt van een voorschool. 2% Daarvan maakt gebruik van ander aanbod. De heer Stam vraagt de wethouder in kaart te brengen welke redenen de resterende 6% heeft om niet deel te nemen aan een Pagina 29 van 58
voorschool, en beleid te formuleren om die bezwaren weg te nemen. Tenslotte complimenteert de heer Stam de stellers van de raadsbrief met de duidelijke weergave van de keuzes en de onderbouwing daarvan. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Stadsbelang Utrecht. 5
10
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat uit onderzoek is gebleken dat taal- en rekenvaardigheden van doelgroepkinderen die op een voorschool hebben gezeten ondanks die voorschool in lesjaar zeven van de basisschool niet van een significant beter niveau zijn als van doelgroepkinderen die niet op een voorschool hebben gezeten. Vanuit dat perspectief vindt Stadsbelang Utrecht dat het geld beter ingezet kan worden in de extracurriculaire begeleiding van basisschoolkinderen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of Stadsbelang Utrecht de hele nota van uitgangspunten heeft gelezen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt hierop bevestigend.
15
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de heer Bos de verwijzingen naar de onderzoeken heeft gezien, waarop de keuzes in Utrecht zijn gebaseerd. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) antwoordt hierop opnieuw bevestigend. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vindt de conclusie van Stadsbelang Utrecht dan vreemd, want er wordt verwezen naar onderzoeken die wat anders beweren dan wat de heer Bos hier voorlegt. Het onderzoek waar de heer Bos naar verwijst is niet gedeeld, en is daardoor niet te controleren.
20
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt of mevrouw Raaijmakers notie heeft genomen van de inbreng die Stadsbelang Utrecht heeft gedaan bij de start van dit dossier met betrekking tot voorschoolse educatie. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) laat weten dat deze wedervraag geen antwoord geeft op haar vraag.
25
De voorzitter stelt voor het hierbij te laten en verzoekt de heer Bos om zijn bijdrage te continueren.
30
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) maakt een punt van het feit dat mevrouw Raaijmakers geen notie heeft genomen van zijn eerdere inbreng op dit dossier. Hij geeft aan een lijst van onderzoeken waarop hij zich baseert te willen aanleveren aan mevrouw Raaijmakers. De heer Bos vervolgt zijn bijdrage door aan te geven dat voorschoolse educatie zich moet richten op taal- en rekenvaardigheid, niet op het strikken van veters of het aanleren van omgangsvormen. Stadsbelang Utrecht kan leven met het voorstel zoals het voorligt vanuit het college. De voorzitter vraagt of er nog fracties zijn die het woord willen. Dat is niet het geval. Vervolgens vraagt zij of de wethouder behoefte heeft aan een korte schorsing.
35
De wethouder wil graag een schorsing om te berekenen hoeveel de inzet van de uren van de niet-indicatie kinderen aan de wel-indicatie kinderen zou opleveren. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt om ook de locaties bij die berekening mee te nemen. De wethouder zegt dat dat niet mogelijk is. De voorzitter schorst de vergadering voor 10 minuten.
40
Om 14.50 heropent de voorzitter de vergadering. Ze geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de gestelde vragen.
Pagina 30 van 58
5
10
15
20
25
De wethouder vindt het mooi dat er stappen zijn gezet in dit dossier. Het team Toeleiding is weer op orde, waardoor mensen die een indicatie hebben maar om welke reden dan ook geen gebruik maken van de voorziening maximaal worden gefaciliteerd om dat wel te doen. Aan de andere kant wordt ook gekeken naar de nieuwe inkoop. Daarvoor wordt een vorm gekozen die zo publiek mogelijk is, zodat stappen kunnen worden gezet naar ongelijk investeren in gelijke kansen. De wethouder begint met de vragen die zijn gesteld over bereik, vertrouwen en kwaliteit, vervolgens over wachtlijsten en samenwerking. Tot slot zal hij ingaan op de afweging die in het stuk is gemaakt. De wethouder geeft aan dat het ve-beleid niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een keten die bestaat uit de gezondheidszorg, de ve-locatie en de school. Die keten moet helemaal werken. De wethouder is het eens met GroenLinks dat dat met de locatie te maken heeft. Integrale kindcentra zijn dan ook erg belangrijk voor het succes. Het is ook belangrijk om de goede kinderen te vinden. Dat is de taak van de JGZ. De keuze die in dit voorstel wordt voorgelegd is om afscheid te nemen van de ‘vinkjescultuur’. Daarbij wordt met name op basis van de achtergrond van de ouders bepaald of het kind kans heeft op een taalachterstand.
Dat heeft twee grote nadelen: ten eerste worden op die manier niet alle kinderen gevonden die een taalachterstand ontwikkelen, ten tweede heeft een aantal ouders moeite met de vinkjes die ze moeten zetten omdat het ook over hun culturele achtergrond gaat. Dat betekent dat er heel categorisch uitspraken over worden gedaan. Dat is ingewikkeld en stigmatiserend. Daarom wordt het uitgangspunt omgedraaid, waardoor niet meer wordt gekeken naar de vinkjes die worden gezet maar naar de ontwikkeling van het kind. Bij de consultatiebureaus kan worden bekeken of er echt sprake is van een taalachterstand. De wethouder is het eens met Volt dat dat in een veilige setting moet plaatsvinden, zowel voor medewerkers als voor de rechtsbescherming van ouders. Dit wordt in een uitgangspuntennotitie uitgewerkt. Tenslotte geeft de wethouder aan dat de indicatiestelling ook op de scholen moet plaatsvinden, als duidelijk is dat het kind een taalachterstand heeft. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of bekeken is hoe andere gemeenten de voorschool aanbieden. De wethouder geeft aan dat het merendeel van de gemeenten volgens het ‘malletje’ werkt. Het is hem niet bekend of deze stappen op andere plekken in het land al zijn gezet of worden gezet.
30
35
40
45
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de raad wordt geïnformeerd over de monitoring van de nieuwe werkwijze. De wethouder zegt dit toe, en voegt daaraan toe dat er nog veel onderdelen moeten worden ingeregeld. Hij stelt voor om een jaar schaduw te draaien om te onderzoeken hoe de populaties zich tot elkaar verhouden. Op de achtergrond zou het huidige systeem nog gebruikt kunnen worden om geen kinderen te missen. Om privacy-technische redenen kan dit wel wat ingewikkeld worden. De wethouder gaat vervolgens in op de kwaliteit en het UKK. Hij geeft aan dat het UKK al bestaat en dat er volop mee wordt gewerkt. Er is een grote wijziging aanstaande die door de Universiteit Utrecht wordt begeleid. De aanbieders die zich melden in december moeten zich committeren aan het UKK, hoe dat er ook uit komt te zien. Het project heeft wel enige vertraging opgelopen. Ook de nulmeting heeft vertraging opgelopen. Het is nog niet duidelijk hoe deze meting zal plaatsvinden. De scholen worden hierbij betrokken, maar zij geven aan veel regeldruk te ondervinden. Zij vragen zich af hoe het UKK zich verhoudt tot de onderwijsinspectie. Er moet worden voorkomen dat er twee verantwoordingen over kwaliteit moeten worden afgelegd. Tegelijkertijd moet het instrument wel serieus worden genomen.
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) geeft aan dat het, wat de PvdA betreft, niet alleen een zelfevaluatie kan zijn maar dat er externe toetsing zou moeten plaatsvinden.
50
De wethouder reageert met de opmerking dat er een grote werkdruk is in het onderwijs. De inspectie werkt met een uitgebreid monitoringsysteem. Het is de vraag of de gemeente voldoende is toegerust om bij alle po- en ve-aanbieders een inspectie-achtig onderzoek uit te voeren. Daarover worden gesprekken gevoerd. Hij is het met de PvdA eens dat zelftoetsing niet de juiste methode is, maar de te kiezen methode moet wel praktisch uitvoerbaar zijn. Het bestaan van het Pagina 31 van 58
UKK is mooi, maar er zit een grote mate van vrijwilligheid in dat de wethouder wil koesteren. De wethouder geeft aan dat hij het eens is met de PvdA maar nog niet weet hoe het uit te voeren.
5
De wethouder besluit dit onderwerp door aan te geven dat het UKK een keiharde randvoorwaarde wordt in de nadere regel. Hij gaat vervolgens in op het bereik. Mevrouw Van der Wilt (D66) is blij te horen dat het UKK zo stevig terugkomt in de nadere regel. Zij vraagt zich af of de wethouder verwacht dat factoren als corona iets aan de inhoud van het voorstel zullen veranderen.
10
15
De wethouder geeft aan dat de gevolgen van corona met name effect hebben op de zorgstructuur en de groepsgrootte. Over de zorgstructuur zijn geen afspraken in het UKK opgenomen. De wethouder verwacht niet dat uit het nieuwe UKK volgt dat andere keuzes moeten worden gemaakt in de uitgangspunten voor de ve-structuur. Mevrouw Van der Wilt (D66) zegt dat het antwoord duidelijk maakt dat er in het UKK staat wat er in moet komen. Ze vraagt of de zorg voor de kinderen ook elders, in samenwerking met de kernpartners, wordt belegd. De wethouder beaamt dat de kernpartneraanpak belangrijk is bij de inkoop en de monitoring van zorg. Het aantal zorgkinderen stijgt en de zorg is complexer geworden. De stut-en-steun-structuur rondom de ve wordt erg belangrijk in de uitvraag. Daar moeten zowel de organisatie als de gemeente klaar voor zijn.
20
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt wanneer de nadere regel wordt ontvangen. De wethouder geeft aan dat dit in het tweede kwartaal van dit jaar zal zijn.
25
30
Hij vervolgt zijn beantwoording door in te gaan op het verplichtende karakter. Dat is gesplitst in twee delen: ten eerste is gewerkt aan het op sterkte krijgen van het team Toeleiding en het kijken naar maatregelen om de toeleiding beter te laten werken. Daarbij geeft hij als voorbeeld het verkrijgen van een beter inzicht in de redenen waarom kinderen niet worden bereikt, maar ook het zorgen voor beter vervoer. Ten tweede is er lobby gevoerd naar Kamerleden waarbij is aangegeven dat als er een beweging naar een publieke voorziening wordt gemaakt, de norm zou moeten zijn dat iedereen daarvan gebruik maakt. Bij het publieke karakter van kinderopvang in de toekomst zou een plicht onderdeel kunnen zijn. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of er, gezien de splitsing, later nog iets op verwacht kan worden. De wethouder geeft aan dat een eerdere leerplicht dan vijf jaar kan worden gehanteerd als de landelijke wetgever dit mogelijk maakt. Het college zal op termijn terugkoppelen hoe de lobby op dit thema loopt. Tot die tijd draait het om het verbeteren van de toeleiding.
35
Hij gaat vervolgens in op de vraag van Volt over de kinderen die om onbekende redenen niet deelnemen aan de voorschool. Dit kan gaan om verhuizingen, desinteresse of het kostenaspect, hoewel dat nu wordt doorbroken door het aanbieden van gratis toegang via de U-pas. Het kan ook gebeuren dat ouders niet in beeld zijn of uit beeld zijn verdwenen, of vanwege het stigma dat aan ve hangt.
40
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt hoe de wethouder kijkt naar de keuzevrijheid van de ouders om te kiezen voor een bepaalde locatie.
45
De wethouder antwoordt dat dit niet anders is dan in de huidige praktijk, waarbij men via het centrale aanmeldsysteem een voorkeursschool kan opgeven. In het geval dat er in één wijk meerdere locaties zijn, waarbij er voor de ene locatie een wachtlijst wordt gehanteerd en voor de andere niet, dan kan het zijn dat men op de andere locatie wordt geplaatst. Dat is vervelend maar een minder erge consequentie dan dat men afziet van ve. Pagina 32 van 58
De heer Stam (Volt) vraagt of, naast het registreren dat kinderen afzien van ve, ook geregistreerd kan worden waarom ze daarvan afzien zodat daar beleid op kan worden vormgegeven. De wethouder geeft aan dat niet bekend is wie er niet komen. Dit kan worden onderzocht maar dit is niet nu al in een systeem vastgelegd. 5
10
15
20
25
30
De heer Stam (Volt) veronderstelt dat team Toeleiding mensen die een indicatie hebben motiveert om gebruik te maken van de voorschool. Hij vraagt of zij ook kunnen registreren waarom men daar toch afziet. De wethouder antwoordt dat het team Toeleiding die administratie zal bijhouden, maar dan nog zal er een groep zijn die door het team Toeleiding niet zal worden gevonden. Het team Toeleiding is zeer gemotiveerd om manieren te vinden om deze groep beter te accommoderen. De wethouder bespreekt vervolgens de toelating van tweejarigen. De pilot hiervoor is net twee weken actief. Er wordt verwacht rond de meivakantie nog twee pilotgroepen op te kunnen starten. In de jaarrapportage van Samen voor Overvecht, te publiceren in het voorjaar van 2024, zal worden ingegaan op de bevindingen van de Universiteit Utrecht in deze pilotgroepen. De wethouder geeft aan dat de BSO+-groepen zullen terugkomen in de nadere regel waarover voor de zomer zal worden besloten. Daarin wordt opgenomen dat de pedagogische medewerkers minimaal hbo-niveau moeten hebben. Daarnaast worden de wettelijke eisen die in de Wet Kinderopvang zijn verankerd toegepast. Vervolgens kaart de wethouder de besteding van het budget voor kinderen met de meeste taalachterstand aan.
Het college is van mening dat het ontmoeten van kinderen zonder taalachterstand onderdeel is van het helpen van kinderen die wel een taalachterstand hebben. Daarnaast is het inroosteren van 5 uur voor kinderen zonder indicatie ten opzichte van 16 uur voor kinderen met een indicatie tamelijk ingewikkeld. Het zorgt voor veel onrust. Het verhogen van het aantal uren zal niet alleen capaciteit vragen, maar levert ook rust en eenvoudiger roosters op. Het klopt dat het toevoegen van uren voor kinderen zonder indicatie ten koste kan gaan van de kinderen met indicatie. In het document dat bij het raadsvoorstel is gevoegd is te zien dat het een soort groeimodel is. Op het moment dat het is ingekocht is het dus niet meteen de realiteit. Dit zou bijvoorbeeld kunnen worden toegepast op locaties waar geen wachtlijst is. Bij de uitgangspunten is vermeld dat de kinderen van 5 uur naar twee dagdelen gaan, maar op zodanige wijze dat de meest kwetsbaren er niet de dupe van worden. Het is in de schorsing niet gelukt om inzichtelijk te krijgen wat dit betekent voor locaties. De wethouder zegt toe dit schriftelijk te beantwoorden. Hij geeft daarbij aan dat de stap naar toelating voor tweejarigen een grote, majeure stap is waar veel geld mee is gemoeid.
In het raadsvoorstel is duidelijk gemaakt dat het wel een ambitie van het college is, maar gezien de huidige financiële situatie is dit niet opgenomen in het voorstel.
35
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of er maatwerk kan worden toegepast in de groep die naar twee dagdelen gaat, zodat de meest kwetsbaren eerder bediend kunnen worden.
40
De wethouder antwoordt dat dit is overwogen. Er is onderzocht of dit via de toeslagen zou kunnen, maar dan moet rekening worden gehouden met privacy-technische en juridische consequenties. Bovendien moet dan een knip worden gemaakt die niet altijd overeen komt met de kansenongelijkheidsknip. In het raadsvoorstel is opgenomen waarom dit niet is voorgesteld. De wethouder geeft aan dat hij de draaiknoppen schriftelijk zal verduidelijken. Hij roept de commissieleden op om deze vragen voortaan tevoren te stellen, zodat ze ter plekke duidelijk kunnen worden beantwoord.
45
Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of het voorstel ruimte biedt voor aanpassing als blijkt dat de resultaten van de pilot daartoe zouden leiden. De wethouder geeft aan dat het raadsvoorstel bondiger is dan het document dat de uitgangspunten beschrijft. Daarin zijn meer nuances beschreven. Bovendien moet er rekening worden gehouden met de rechten die mensen hebben.
50
De wethouder gaat verder met de behandeling van het dilemma van het CDA. Het antwoord op de keuze tussen onderwijs of ve in een gebouw is volgens hem een IKC waar beiden in zijn opgenomen. Volgens de wettelijke verdeling hebben scholen echter recht op ruimte, en ve’s in Pagina 33 van 58
veel mindere mate. Als er een ve in een school wordt geplaatst en de school groeit, dan zal er een klas in portocabins moeten worden geplaatst. De wethouder merkt op dat dit op sommige locaties wel een goede oplossing is, omdat het wat waard is om een ve-locatie in een school te plaatsen. 5
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of de wethouder bereid is om in zo’n situatie met het schoolbestuur in gesprek te gaan om de mogelijkheden te bespreken om de ve zo dicht bij de school als mogelijk te houden. De wethouder bevestigt deze bereidheid.
10
Hij gaat vervolgens in op de PvdA-vraag over het keuzekompas en laat weten dat ervoor is gekozen om voor de vorm te gaan die uitgaat van partnerschap. Daartoe moet wel een licht inkoopproces worden doorlopen. De wethouder antwoordt op de vraag van de VVD dat er in deze nota meer naar het individu wordt gekeken dan naar de wijk. Dit komt door een andere manier van indiceren. In de praktijk zal er in wijken met een lage zes-score meer behoefte zijn aan ve dan in andere wijken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD passende maatregelen in iedere wijk suggereerde.
15
De wethouder geeft aan dat daaraan wordt tegemoetgekomen door op individueel niveau te indiceren. Voor wat betreft de broertjes- en zusjesregeling geldt dat ook hierbij is gekozen voor indiceren op maatwerk. Als het ene kind een taalachterstand heeft wil dat niet automatisch zeggen dat het broertje of zusje ook een taalachterstand heeft.
20
25
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het volgende kind met een indicatie uit een gezin voorrang krijgt, zodat de kinderen op dezelfde voorschool kunnen worden geplaatst. De wethouder antwoordt dat dat de huidige praktijk is. Hij ziet geen reden waarom dit uitgangspunt anders zou worden, zeker omdat dit een kwetsbare doelgroep betreft waarvoor afstand een barrière is. Hij concludeert dat daarmee alle vragen zijn beantwoord. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) constateert dat de landelijke ontwikkeling van de herziening van de financiering van kinderopvang in dezelfde periode loopt als de voorliggende nota. Ze vraagt hoe de wethouder met die ontwikkeling omgaat.
30
De voorzitter geeft aan dat ze de vragen inventariseert, zodat de wethouder ze achter elkaar kan beantwoorden. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt wat de financiële gevolgen zijn als wél iedereen voor de ve wordt bereikt, en of het mogelijk is om wat open-eind-achtig naar de ve-middelen te kijken. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt naar de koppeling met het jeugdzorgbudget en verzoekt om de ambitie van 90% terug te laten komen in alle stukken.
35
40
De heer Stam (Volt) vraagt of de wethouder een inschatting heeft van de gevolgen van het maatwerk-indiceren voor het aantal indicaties in de stad. Verder vraagt hij wat de wethouder kan doen om de doorverwijzing van het team Toeleiding te verbeteren naar bijvoorbeeld het DigiTaalhuis voor mensen met een taalachterstand. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of open dagen op voorscholen en betere informatievoorziening zal leiden tot laagdrempeliger toegang. De voorzitter concludeert dat dit de vragen zijn en stelt voor om vijf minuten te schorsen. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) constateert dat er in de nota niet veel is vermeld over de aandacht van het ve-personeel voor het contact met ouders. Pagina 34 van 58
De voorzitter schorst de vergadering voor twee minuten. Om 15:35 uur heropent de voorzitter de vergadering. Ze verzoekt de wethouder verder te gaan met de beantwoording van de vragen over voorschoolse educatie. 5
10
De wethouder start met de laatste vraag. Hij antwoordt dat het team Toeleiding vaker de ouders zou moeten doorsturen. Het team heeft die ambitie zelf ook. Op de vraag of er met de nieuwe systematiek meer of minder nieuwe indicaties zullen zijn dan met de oude systematiek antwoordt de wethouder dat is ingeschat dat de ruimte die in het huidige systeem aanwezig is door indicaties voor kinderen die dat eigenlijk niet nodig hebben groter is dat de ruimte die nodig is voor de groep kinderen die extra gevonden zal worden. Op de vraag of er sprake is van een open einde-regeling geeft de wethouder aan dat de raad daarover kan besluiten. Op dit moment is er, met het bedrag van het rijk, sprake van een gefixeerd aantal plaatsen. Omdat tot nu toe niet alle plaatsen bezet werden is er nog ruimte in de regeling. Mevrouw Van der Wilt (D66) vraagt of er een financieel probleem ontstaat als de bezetting omhoog gaat.
15
20
De wethouder laat weten dat er geen probleem ontstaat tot de 90%-grens. Daarmee beantwoordt hij direct de vraag van de PvdA: dat is inderdaad de ambitie. Boven de 90% zal er worden overgegaan tot herverdeling. De wethouder gaat vervolgens in op de vraag of de nieuwe wet voor de financiering van kinderopvang een probleem is. Hij geeft aan dat dat geen probleem is voor het raadsvoorstel en ook niet voor de nadere regel. Hij vermoedt wel dat het effect zal hebben op de arbeidsmarkt. De wethouder zegt verder dat geen normerende afspraken worden gemaakt over de tijd die professionals hebben om met ouders in gesprek te gaan. In het bedrag dat aanbieders ontvangen is ruimte opgenomen voor professionele ontwikkeling en voor afstemming met de school en de ouders.
25
Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) vraagt of dit opgenomen kan worden in de Nota van Uitgangspunten.
30
De wethouder komt daar in de tweede termijn op terug. Voor wat betreft communicatie en informatie laat de wethouder weten dat wordt aangesloten bij de landelijke Dag van de ve. Betreffende de koppeling met de jeugdzorg verwijst de wethouder naar de kernpartneraanpak. Daarbij zitten KOOS en Spoor steeds aan tafel. Bij de plus-groepen, waarbij sprake is van veel ingewikkelde problematieken, zal de jeugdzorg in de groepen komen. De voorzitter laat weten dat de eerste termijn hiermee is afgerond en gaat over naar de tweede termijn.
35
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) laat weten dat haar fractie nadenkt over een motie over de kwaliteit. Ze vraagt of de financiële informatie over het toelaten van tweejarigen komt voor het vaststellen van de nota. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt hoe het college staat tegenover in- en outputmetingen bij ve, om daarmee te meten welk resultaat de ve oplevert.
40
Mevrouw Van der Wilt (D66) geeft aan dat ze nieuwsgierig is naar de toelichting van de wethouder op de mogelijkheden om wat te schuiven, en kondigt aan dat haar fractie wellicht actie zal ondernemen richting de Voorjaarsnota of de raad. De voorzitter constateert dat er geen verdere vragen zijn voor de tweede termijn en geeft de wethouder het woord.