Conceptverslag Voorjaarsnota 2023 28 juni 2023
Tekst van het document
Dat is wat anders dan een regeling hebben die niet voor iedereen is. Mevrouw Alblas (ChristenUnie)vindt een moreel appel op die mensen die het zelf kunnen betalen belangrijk. Mevrouw van der Wilt (D66) vraagt of het CU dan verder denkt dan de inkomensafhankelijke bijdrage, mensen die veel geld hebben dat die dan het zelf wel kunnen betalen? Mevrouw Alblas (ChristenUnie)zegt dat een inkomensafhankelijke bijdrage zo is dat een bepaalde groep dan geen recht heeft op toeslag. Daar zou naar gekeken moet worden. Mevrouw van der Wilt (D66) constateert dat dit twee dingen zijn; draag je bij aan zorg als je veel inkomen hebt, of word je uitgesloten van zorg als je veel inkomen hebt. Van dat laatste is D66 geen voorstander. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) zegt dat wanneer iemand het zelf kan betalen, dan wordt iemand niet uitgesloten van zorg. Als vervolgens blijkt dat mensen dan zorg gaan mijden, dan wordt het iets om naar te gaan kijken. Mevrouw van der Wilt (D66) zegt dat als iemand niet het netwerk heeft, als iemand dat niet kan regelen, dan moet zorg nog wel steeds toegankelijk zijn. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) zegt dat als iemand niet weet hoe hij dat moet regelen, dat de gemeente daar dan bij kan helpen. Vervolgt de inbreng met informele zorg. In Utrecht zijn er mooie onmisbare vormen van informele zorg.
De CU is blij met de uitspraak van de wethouder dat vrijwilligerswerk een standaard onderdeel zou moeten uitmaken van de maatschappij. En pleit daarom voor duidelijke waardering van vrijwilligers werk met oprechte aandacht en woorden. Mevrouw Hornsveld (GroenLinks) valt het op dat het 90% vrouwen zijn die vrijwilligerswerk doen en vindt het goed om een beroep op mannen te doen en hun zorgkracht. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) zegt dat ze het daar mee eens is. Vervolgt de inbreng met maatschappelijke opvang en beschermd wonen. De wethouder zit erbovenop, tegelijkertijd is er steeds vaker sprake van een ad-hoc regeling. Continuïteit wordt als kwetsbaar geduid. Over de hele breedte van de zorg is het goed om te stoppen met pilots, programma’s en regelingen die geen specifieke verbetering laten zien aan de uitvoeringspraktijk. Een goede onderbouwing en Pagina 27 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
onderzoek is belangrijk alsmede tijdige communicatie naar de uitvoerder zodat zij voldoende mogelijkheid hebben tot afbouwen of de financiering elders te regelen. Graag een toezegging. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat de kern van een pilot is dat je het gaat onderzoeken en vervolgens kijkt of het door te zetten is. Voordat een pilot start is die afweging nog niet te maken. Mevrouw Alblas (ChristenUnie) beaamt dit en zegt dat per pilot te willen bekijken. Vervolgt de bijdrage. Het cultuurhuis aan de Merwedekanaalzone is een exploitant geselecteerd. Wordt er gekeken of dit cultuurhuis multifunctioneel in te zetten is, als plek voor religieuze en zingevingsbijeenkomsten? Dit voorkomt verdere nieuwbouw en het behoudt groen. Mevrouw Minnaert (Bij1) zegt dat, naar aanleiding van een onderzoek naar ongedocumenteerden in Utrecht, iedereen die in Utrecht leeft ook een Utrechter is. In de praktijk is dit niet altijd het geval. Mensen zonder papieren worden weggezet als gelukszoeker of illegaal, maar daardoor verdwijnen hun mensenrechten niet. Utrecht heeft de plicht om hen zorg, rechtsbijstand, onderdak en onderwijs te bieden. Het is verboden om deze levensbehoeften voorwaardelijk aan te bieden. De gemeente mag niet eisen dat ongedocumenteerde mensen meewerken aan terugkeer voordat zorg wordt aangeboden. Dit gebeurt in Utrecht wel.
Het college wuift te vaak vragen weg met de opmerking dat ze weinig weten over deze mensen. De wet maakt dat zij noodgedwongen in onzichtbaarheid leven. De ombudsman heeft in Amsterdam een onderzoek naar deze mensen gedaan om te zien of zij wel een menswaardig bestaan konden opbouwen. Bij1 stelt voor een onderzoek in Utrecht uit te voeren, is de wethouder bereid de ervaringen van deze mensen te onderzoeken, op de gebieden huisvesting, werk, onderwijs, mensenhandel en uitbuiting en belangenorganisaties te betrekken bij het opstellen en uitvoeren van het onderzoek. Op welke manier zou dit kunnen worden gestart? Dan over tolken in de zorg. Helaas is de gratis inzet van tolken in de zorg in 2012 stopgezet. Instellingen en verloskundigen kunnen dit declareren bij de ziektekostenverzekeraar, het UMCU betaalt de kosten uit eigen zak. Huisartsenzorg, andere ziekenhuizen kunnen dit niet doen. Negatieve gevolgen van het niet inschakelen van een tolk zijn dat de patiënt de klachten niet goed kan verwoorden en dat de zorgverlener onvoldoende uitleg kan geven over de diagnose en behandeling. Bij1 vindt het belangrijk dat goede zorg niet kan zonder tolken. De wethouder wordt gevraagd om een subsidie die zorgverleners kunnen aanvragen voor tolkkosten.
Is de wethouder op de hoogte dat tolken niet meer vergoed worden? Herkent zij de problemen en bereid hier geld beschikbaar voor te stellen? Housing First. De toepassing van dit succesvolle principe is minimaal, enkel bij kleinschalige projecten, waar maar een aantal mensen gebruik kunnen maken en nog lang moeten wachten ook. Door het tekort aan sociale huurwoningen worden mensen meer aan hun lot overgelaten. Het inzicht in de groepsgrootte en hun hulpvraag wordt minder. Dit moet radicaal anders. Bij1 wil dat Housing First breder wordt toegepast in Utrecht, wat is de lezing van de wethouder, is zij voorstander hiervan? Wat wil de wethouder bijdragen om het verder toe te passen en wat heeft ze daarvoor nodig? Is de wethouder bereid om het percentage sociale huurwoningen op te hogen? De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat hulp bij het huishouden niet meer wordt geïndiceerd door het buurtteam, maar nu tijdelijk door zorgaanbieders. Dit is een voorbeeld van verkeerde oplossingen van schaarste aan personeel en geld. Hoe denkt de wethouder hierover? Mevrouw van der Wilt (D66) merkt op dat dit punt bij het spiegelgesprek over de wmo ook naar voren is gekomen. De thuiszorg kijkt wie er allemaal op de lijst staat en wie het meeste de zorg nodig heeft. De buurteams overzien niet het hele plaatje en kunnen dus niet die keuzes maken.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de thuiszorg moeilijk aan mensen kunnen komen en dat richtlijnen een onafhankelijk oordeel aangeven. Er is een prikkel om lager te indiceren bij de thuiszorg zodat iedereen een beetje zorg kan krijgen. Voor de cliënt kan bezwaar ongemakkelijk zijn, om direct te communiceren. Mevrouw van der Wilt (D66) merkt ook aan signalen dat andersom ook plaatsvindt, help ons bij keuzes maken, we kunnen het niet altijd inschatten. De heer Dijkstra (EenUtrecht) ziet dat nadeel ook, maar denkt dat via de buurtzorg de betere optie is. Vervolgt zijn bijdrage. Op het moment is er al sprake van bezuinigingen bij het sociale domein, EenUtrecht constateert bij indexatie dat er een stijging is van een paar procent, terwijl de kostenstijgingen 5-10% waren. Dat staat in schril contrast met de ruimhartige compensatie in het ruimtelijke domein en het ambtelijke apparaat. Herkent de wethouder dat er omgerekend per bewoner al bezuinigd is op het sociaal domein? En dat dit betekent dat we op zoek moeten naar scenario’s bij de wmo waar bij jeugdzorgtekorten integraal opgevangen moet worden en het brede sociale domein maximaal ontzien wordt, ons scenario 4. Wil de wethouder de komende maand kijken wat werkelijk de behoefte onder sociale partners is en om dat inzicht te delen? In welke Pagina 28 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
mate schieten de huidige maatregelen tekort? Welk extra budget zou dan nodig zijn in het programma 2024 om te garanderen dat alle partners in het sociale domein wel dezelfde activiteiten kunnen doen als voorgaande jaren, ook al zijn de kosten hoger dan voorzien? EenUtrecht wil meer investeren in gemeenschapskracht, bijkomend voordeel de huidige inzet en activiteiten met minder geld. Er is een derde golf van burgercollectief is nu actief. In de negentiende eeuw de opkomst van alle collectieven van bankwezen, wonen, welzijn, verzekeringswezen. Na de 2e wereldoorlog door de overheid leeggezogen, sport, cultuur en kerk hebben de dans ontsprongen. De collectieven komen nu ook op, denk aan energiecollectieven, de Dwarsverband adviseert hierin . Er is best kritiek op burgercollectieven, dit moet weer opgebouwd worden, daar weer in te gaan investeren. Beginnende buurt en burgerorganisaties, in het begin hebben die organisaties wat extra steun nodig. Mevrouw Ramaker (VVD) zegt veel van de participatiemaatschappij hierin te herkennen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat dit klopt. Vervolgt zijn inbreng. Ziet de wethouder deze beweging en steunt dit ook? Er is meerwaarde om het meer bij de gemeenschap te leggen. Een bewoner weet goed wat er mis is met zijn woning, buren kunnen goed zien waar de straat onveilig is. Zolang ze worden erkend als sociaal eigenaar van die buurt.
Het loont om meer te investeren in zelfsturing, dit is kosteneffectiever op de middellange termijn. Beginnende bbo’s (buurt en burger organisatie) geven aan als zij geholpen worden bij starten van hun organisatie. In het organiseren van subsidie en financiering. In financiële administratie en bij het inhuren van mensen in loondienst. Is de wethouder bekend bij deze behoefte, op meer gezamenlijke ondersteuning en een gesprek over gevoerd. Volgende week komt de volgende motie; om te onderzoeken op welke wijze bbo kunnen worden ondersteund in hun organisatie en door daar als college met hen over in gesprek te gaan. Omdat onderzoek begin 2024 voor te leggen aan de gemeenteraad en alvast een extra budget de reserveren voor versterken van bbo’s mee te nemen in de volgende voorjaarsnota. De programmabegroting van 2024 van minimaal €100.000. Kan en wil de wethouder de motie overnemen en het geld reserveren? De heer Van Steeg (CDA) ondersteunt het pleidooi om te investeren in de samenleving. Hoe verhoudt dat zich tot de wmo en jeugd? De heer Dijkstra (EenUtrecht) op het gebied van de wmo zijn veel van deze organisaties actief, nieuwe startende organisaties hebben de steun nodig. En juist te kiezen voor dat soort nieuwe pilots.
De heer Van Steeg (CDA) is het beeld wat EenUtrecht schetst niet al een aantal stappen verder dan wat er nu voorligt? De heer Dijkstra (EenUtrecht) juist die bbo’s kunnen een hele duidelijke rol spelen in de zaken uit de voorjaarsnota. Wanneer dat ruimte krijgt om zich te ontwikkelen kunnen daar verrassende zaken uit voortkomen. De beweging verdient investering en erkenning. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) richt zich op de zorg. Het is bijzonder om te zien dat cultuur op een na de meeste subsidies ontvangt in Utrecht, meer dan zorg en onderwijs. Intussen wordt kunstenaarswinkel van ZiZo gesloten, omdat er geen geld is voor het exposeren van kunst van mensen met een verstandelijke beperking. Om door middel van kunst Utrecht in het buitenland op de kaart te zetten, wordt veel geïnvesteerd, maar deze mensen moeten werken in een slooppand. Een heleboel gaan dan niet meer naar dagbesteding, daar komt preventie, vastgoed en langere zorg op de langere termijn weer bij kijken. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vertelt over zijn eerste ervaring in het theater; De koopman van Venetië. Een voorstelling die hij bezocht als middelbaar scholier, het maakte veel indruk. Cultuur moet gebracht worden naar de wijk. In de raad moet een andere opvatting over cultuur ontstaan. Kijk naar waar subsidiestromen nu lopen. Tivoli ontvangt per jaar 11,5 miljoen aan subsidie.
Zij zijn qua toegang nu goedkoper dan elders. De subsidie inkomsten van deze culturele ondernemingen kunnen na 5 jaar best afgebouwd worden, hevel dat geld over naar de wijk. Zorg dat mensen in de culturele sector ook ondernemer zijn. Stadsbelang Utrecht vraagt het college om de zaak anders aan te pakken en het cultuurbeleid een andere wending te geven. De voorzitter schorst de vergadering tot 16:41 uur. Wethouder Voortman over de naam Klant contactcentrum zegt de wethouder dat de naam naar buiten toe niet wordt gebruikt. Op websites wordt aangegeven hoe mensen met de gemeente contact kunnen krijgen om te voorkomen dat er nieuwe verwarring ontstaat bij een nieuwe naam. Over de vraag naar het plan arbeidsmarkt en discriminatie, daar gaat wethouder Schilderman over, het zit in de afrondende fase. Dit kan nog voor het reces ontvangen worden. Pagina 29 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
GroenLinks geeft aan; pas op met afschaffen van pilots. Blijf dingen doen die werken. De wethouder zegt dat pilots die al de verwachting geven dat het niet veel gaat opleveren, niet meer gestart zullen worden. Kansrijke pilots waar een reële verwachting is, dat bij succes er reëel middelen zijn om ze voort te zetten, die worden wel uitgevoerd. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of het voorkomt dat pilots uitgevoerd worden die weinig perspectief hebben. Wethouder Voortman antwoordt dat partijen in de stad soms wel het idee kregen: geld zoekt project. Dat dit juist uit de stad kwam maakte de wethouder hier kritisch op. Over de wijziging abonnementstarief, wat betekent dat: precieze details zijn nog niet bekend. Zal in 2026 worden ingevoerd. Het voorstel voor hulp bij het huishouden is, het kabinet is voornemens om dit breder in te voeren, dat er pas vanaf 185% van het sociaal minimum er iets meer dan die 19 euro betaald moet worden. Of dat gaat veranderen is nu nog niet te zeggen, of dat effect gaat hebben op mensen die zorg aanvragen is nog niet te zien. Als het oude voorstel wordt aangenomen dan verwacht de wethouder daar niet veel effect van. Het effect zal ook niet direct zichtbaar zijn, mensen zullen de hulp niet direct stopzetten. Het rijk zal een korting toepassen die groter is dan wat er verwacht wordt aan extra inkomen of een lagere vraag.
Over het voorstel van minder ZZP’ers in de zorg. In principe is dit de verantwoordelijkheid van de organisaties zelf. Ondersteuning moet wel beschikbaar zijn. In het kader van de arbeidsmarktproblematiek is het college wel in gesprek over het werven en behouden van personeel. Dit moet landelijk ook aangepakt worden, het is niet de bedoeling dat zzp’ers naar een andere plek gaan waar het voor hen beter georganiseerd is. Als stad alleen is dit niet gemakkelijk te doen. De suggestie om €100 te geven bij het werven van een nieuwe medewerker, wordt toegejuicht. Er zijn zorgorganisaties die dit toepassen. Wat gaat er financieel nu gebeuren en wat gaat het rijk nog doen? Een tekort wordt verwacht, enerzijds door groei in vraag, mensen die langer thuis wonen en anderzijds door korting op het budget bij jeugd. Door het rijk is er geen structurele oplossing geboden, een toezegging voor twee jaar. Voor het wmo wordt een onderzoek uitgevoerd naar de houdbaarheid van de wmo en komt er een aanpassing in de eigen bijdrage, de afschaffing van het abonnementstarief dus. Een vraag over wat het brede sociale domein nu inhoudt. Het zijn de gebieden die direct of indirect samenhangen met wmo en jeugdzorg. Daaronder vallen de programma’s passende ondersteuning en opvang, werk en bestaanszekerheid, kansrijk opgroeien en levendige en gezonde stad. Dat wil niet zeggen dat er bezuinigd wordt.
Het kan ook betekenen dat je extra investeert in een onderdeel en zo problematiek op een ander deel kunt voorkomen. Het wordt in samenhang bekeken. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of het dus 4 van de 10 programma’s zijn die onder het brede sociale domein vallen. Wethouder Voortman zegt dat het communicerende vaten kunnen zijn, daarom wordt het in samenhang bekeken. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt dat huisvesting hier dus niet bij hoort. Wethouder Voortman zegt dat het valt onder het programma wonen. Ze vervolgt met de vraag over het meenemen van normalisering. Bij de vraag naar zorg moet er eerst gekeken worden wat wel en niet nodig is, pas daarna in gesprek gaan of dit via zorg in natura of een persoonsgebonden budget wordt betaald. Dus wat is nodig wordt eerst besproken. Het CDA gaf aan een pilot te willen waarbij bewoners initiatieven zorgtaken oppakken. De wethouder deelt de visie en daarom ondersteunt ze veel initiatieven en vrijwilligersorganisaties die veel doen in de sociale basis ondersteunen. Bij de verdere uitwerking van de voorjaarsnota wil ze goed kijken welke organisaties bijdragen tot het voorkomen of verminderen van zorg. Nieuwe pilots en kunnen ook nog, als vooraf duidelijk is hoe ze structureel kunnen bijdragen aan de dagelijkse uitvoeringspraktijk. Bewonersinitiatieven versterken, zeker als ze bijdragen aan zorg.
De heer Van Steeg (CDA) vraagt nadrukkelijk om het debat ook in de stad te voeren, waar is zorg nodig, waar doe je een beroep in de wmo. In pilots zou dit goed kunnen, buiten het kader denken wat je daarin kunt doen. Wethouder Voortman zegt het gesprek in de samenleving zeker te willen voeren, als de raad dat ook doet. De sterke samenleving of burgerkracht deelt de wethouder zeer. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt dat, wanneer vrijwilligersorganisaties verder professioneel organiseert, als ze hybride organisatie worden door mensen betaald in dienst te nemen, dan kunnen ze nog meer doen. De wethouder geeft aan dat dit per se hoeft, dan worden het weer meer reguliere organisaties. Kunnen ze een rol spelen en hoe dan. Dit hoeft dus niet met als voorwaarde betaald dienstverband. Het beleidsdoel staat voorop. De heer Van Steeg (CDA) vraagt naar welke organisaties dit kunnen zijn. Pagina 30 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Voortman zegt dat ze geen specifiek lijstje in het hoofd heeft. De ondersteunende ambtenaren misschien wel. Voor het reces zal het waarschijnlijk niet lukken om een lijstje te produceren. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat het fijn is om duidelijkheid te hebben over welke organisaties een rol hierin spelen. Wethouder Voortman komt er graag op terug in een brief. Gaat verder met de vraag over Reinaerde. Het is belangrijk dat er in Utrecht een gevarieerd en activerend dagbestedingsaanbod is. Tegelijkertijd is het wmo organisaties ook een financieel gezond bedrijf voeren. Het is belangrijk alle mogelijkheden om die voorzieningen te kunnen voortzetten ook echt goed behouden blijft. De schriftelijke vragen van het CDA zullen mogelijk nog voor het reces beantwoord worden. De heer Van Steeg (CDA) vraagt de wethouder toe te zeggen dat dit voor het slotdebat gedaan wordt. En vraagt de wethouder vooral te zorgen dat de mogelijkheden die het dichtst bij de cliënt passen behouden blijven. Wethouder Voortman vindt de diversiteit erg belangrijk, daarnaast zijn er minder mensen die behoefte hebben aan het dagbestedingsaanbod, omdat ze ergens anders naar toe gaan of liever dichterbij huis zijn. Het is geen doel op zich om een instelling in stand te houden. Ze wil de vraag wel voor het slotdebat beantwoorden.
Verder met de uitleggen dat maatschappelijke partners betrokken worden bij de nodige besparingen. Zij hebben zelf ideeën hoe de opgave kan worden gerealiseerd. De arbeidsmarkt vraagt daarom. De verandering vraagt niet alleen wat van professionals en zorgaanbieders, maar ook van inwoners zelf. De wethouder beantwoordt schriftelijke vraag 183, dat gaat over kritischer zijn wat er te besparen valt door strengere monitoring van contractpartijen. Ze zegt niet te verwachten dat hierin veel besparingen te halen zijn als gevolg van bedrijfsvoering maar wel een andere, effectievere inzet van zorg. Mevrouw van der Wilt (D66) vraagt over de cultuurverandering die van de inwoners verwacht wordt. Hoe wordt het iets wat de stad kan dragen, hoe betrekt de wethouder hen erbij? Wethouder Voortman denkt dat dit moet door het gesprek met de stad aan te gaan. Met de wmonota’s zullen gesprekken georganiseerd worden, waar dit ook een onderdeel van is. Wil je een samenleving zijn waar 1 op de 4 mensen in de zorg werkt. De wethouder wil dit niet, dan wordt de zorg niet door de maatschappij gedragen. Toewerken naar een zorgzamere maatschappij. Over het tekort, waar komt het lek vandaan.
Dit is in grote lijnen duidelijk, ouderen blijven langer thuis wonen, de extramuralisering van de wet langdurige zorg, wachtlijsten in de zorgverzekeringswet en de wlz, ggz, vragen over bestaanszekerheid, zorgen allemaal voor extra ondersteuningsbehoefte uit de wmo. Het complexer worden van de samenleving, waardoor grotere groepen mensen hulp nodig hebben om te kunne participeren. Dit beeld wordt door onderzoek ondersteund, het recente regiobeeld is daar een van. En de geest van de wet. Wmo is ter compensatie van wat mensen niet zelf kunnen, soms is het ook een recht. De rechter stelt mensen hierin in het gelijk. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zegt: voer dit juridisch punt, dat het college dit wel mee moet nemen in de toekomst. Wethouder Voortman zegt dat het wel moeilijker maakt, wat wel en niet kan. Het begint met een gesprek in de stad, is het in deze samenleving wel normaal om dan een beroep op de zorg te doen? De voorjaarsnota schetst een aantal scenario’s en de 5e stap, dat is de extra Utrechtse inzet, de gemeente moet oppassen voor een waterbed effect. Dit is zeker belangrijk, ook in het perspectief van de lobby, de verantwoordelijkheid leggen bij die partijen waar het hoort. Nu pakt de gemeente nog wel eens iets op, waarvan het eigenlijk bij het rijk hoort. Niet alle extra Utrechtse inzet wordt afgeschaft.
Wanneer de stappen 1 tot en met 4 leiden tot een extra zorgvraag, dan is het stom om te zeggen de extra Utrechtse inzet moet afgeschaft worden. Alleen als een last resort. De broodnodige vernieuwing, de pilots, de oproep om personeel te betrekken bij de aanpak van personeelstekorten daar is de wethouder het mee eens. In gesprekken met medewerkers, ook gericht op innovatie, worden organisaties betrokken om over organisaties heen te kijken naar innovatiemogelijkheden in zorg en ondersteuning bij de Health and Innovationschool. Het scenario 2b van de fractie Volt houdt in dat het niet schrijnend en onmenselijk mag worden, dan moet er naar scenario 3 uitgeweken worden. Natuurlijk blijft het uitgangspunt om zorg voor inwoners te houden, dat moet wettelijk ook. Er is wel een omslag nodig binnen het sociaal domein om de zorg in de toekomst betaalbaar en werkbaar te houden. Dat vraagt een brede aanpak waar een maatschappelijke dialoog een cruciaal onderdeel van is. De wethouder kijkt met de sector naar het behouden van stagiairs. Stagevergoedingen worden in cao’s geregeld. Via de landelijke aanpak arbeidstekorten zorg en welzijn wordt er middels een stagefonds wel gekeken naar stagevergoedingen. Pagina 31 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Kendir (Student&Starter) vraagt welke rol de wethouder hierin kan spelen. Het raakt wel het gesprek met zorginstellingen. Wethouder Voortman verwijst deze vraag naar de wethouder van onderwijs. Meldt dat zorginstellingen over drie wethouders verdeeld zijn. De fractie Denk vraagt naar woonzorgcomplexen voor migrantenouderen, de raad is geïnformeerd door een brief over een woonzorgvisie die opgesteld wordt. Daarin komt het onderwerp migrantenouderen naar voren. De oproep van mevrouw Alblas om scherp te blijven naar het rijk, is dit college wel toevertrouwd. Zowel in de lobby naar het rijk, als in G4, als in G5 verband. Voor de tweede kamer verkiezingen is dit wel het moment om bij de partijen hier ook op in te steken. Financieel prioriteren, kan dat nu gedaan worden? De mogelijkheden zijn uitgebreid onderzocht, bij het rijk blijft de wethouder aandringen om de inkomensafhankelijke bijdrage zo in te richten dat het ook effect gaat hebben. Een kanttekening blijft wel dat financiële draagkracht niet betekent dat iemand geen zorg nodig heeft, het gaat ook om het signaleren. Groepen die niet bereikt hoeven worden met informatie, daarover zegt de wethouder dat het principe ongelijke investering voor gelijke kansen daarin mee te nemen. Het zorgaanbod is beschikbaar voor iedereen en buurtteams.
Bij gesprekken voor het vaststellen van de indicatie wordt zelfredzaamheid altijd gestimuleerd. De wethouder is erg blij met de inzet voor informele zorg door vrijwilligers. In de wmo beleidsnota wordt hierop ingegaan, de zaken die nu gebeuren zijn de vrijwilligers centrale, de -trofee, de waarderingsactie en de vrijwilligersacademie. Het aanbieden van goede scholing is ook een vorm van waardering. Zorgvuldig afbouwen van hulp wordt eerder gedaan in de vorm het omzetten van ondersteuning naar groepsondersteuning of het combineren van fysieke en digitale zorg. Dit zal naar (bestaande) cliënten zorgvuldig moeten gebeuren. Dat gebeurt ook wanneer pilots stopgezet worden. Tolken in de zorg, daar was een landelijke voorziening voor, in 2012 is deze gestopt, dit gaat niet over gemeentelijke zorg. Binnen de wmo zijn er voorzieningen, dat waar het taalbarrière vaker voorkomt, zoals maatschappelijke opvang, daar zijn tolken of wordt de tolkentelefoon ingeschakeld. Aanbieders maken soms gebruik van het netwerk van de cliënt. De wethouder kent binnen de wmo nog geen signalen dat dit leidt tot problemen, een subsidieregeling lijkt haar dan ook niet van toepassing. Mevrouw Minnaert (Bij1) begrijpt dat het een landelijke regeling was, niet alle vormen van zorg worden door de gemeente geregeld.
Het tegengaan van kansenongelijkheid en sommige gezondheidsproblemen komen op een aantal plekken onevenredig vaak voor. Is het dan niet juist de taak van de gemeente om de inwoners hierin tegemoet te komen? Wethouder Voortman vindt dat de gemeente ook reëel moet zijn over de grenzen waar je invloed op hebt. Als het gaat om de zorgverzekeringswet, dan zijn zorgverzekeraars daarvoor verantwoordelijk. Dan over de indicatiestelling door het buurtteam en wie bepaalt of iemand hulp in de huishouding nodig heeft. De aanbieders bepalen hoeveel hulp er nodig is en wie daar een rol in speelt, dus niet de besparing als richtlijn. De client het beste kent en ook sneller kan schakelen wanneer er meer of minder nodig is. Dat geeft ruimte om te doen wat nodig is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de wethouder onderkent dat er een perverse prikkeling kan zitten. Wethouder Voortman beantwoordt deze vraag negatief. De zorgmedewerker kent de cliënt het best, en kan het best bijsturen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) als de buurtteammedewerker het formeel vaststelt, dan geeft dat de zorgmedewerker ruimte om toch even met de buurteammedewerker contact te hebben. Of via een middenweg, dat het formeel bij het buurtteam blijft wat dat oplost. Wethouder Voortman zegt: als er meer nodig is, dan wordt daar ook naar gekeken. Soms werkt dat bureaucratisch en het werpt een drempel op.
De formele middenweg, daar wordt het alleen maar ingewikkelder mee. Over de te lage indexatie. In 2023 is er een regeling voor incidentele tegemoetkoming in de energiekosten, daarnaast zit er in de voorjaarsnota een voorstel voor ophoging van de indicatie van 2023, hiermee moet de tegemoetkoming geregeld zijn. De wethouder erkent niet dat er bezuinigd is door te laag te indiceren. De heer Dijkstra noemde scenario 4, het integraal opvangen van bezuinigingen, in plaats van binnen het sociaal domein. De wethouder denkt dat dit scenario 3 is. Dat is een uitvoering van een gemeente brede afweging, dat vraagt meer tijd en leidt tot een lang groeipad en risico’s. Stelt dat wanneer een noodzakelijke kentering niet te bewerkstelligen valt, wat dan de risico’s zijn voor de financiële ruimte. Voor een houdbaar systeem kan dit betekenen dat de investeringen in wonen, groen en sportvoorzieningen dan weer kleiner gemaakt moeten worden. Daarom stelt het college scenario 2 ook voor. Exact in kaart brengen van de werkelijke behoefte aan indexatie voor 2024is vergt veel onderzoek, het is niet voor alle partijen hetzelfde. De Pagina 32 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
indexatie die de gemeente biedt is op basis van het budget dat daarvoor van het rijk verkregen wordt en een gemiddelde kostenontwikkeling. Als er meer aan indexatie nodig is, dan is daar geen geld voor. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het verder ging dan alleen indexatie. Soms heeft iemand meer behoefte, soms zijn er organisaties die meer nodig hebben. Organisaties kunnen goed inschatten wat er bij inwoners nodig is. Wethouder Voortman antwoordt dat er dan geredeneerd wordt vanuit organisaties en niet vanuit wat inwoners nodig hebben. Gemeenschapskracht, in de voorjaarsnota is opgenomen dat aandacht nodig is voor makers van de samenleving, waarbij kritisch gekeken moet worden of ze werkelijk bijdragen aan de hulpvraag van inwoners. Er zijn veel voorbeelden van werkende initiatieven. Een goed antwoord bieden op de hulpvraag moet leidend zijn. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat het gemeenschapskracht iets heel anders is dan makers van de samenleving. Wethouder Voortman legt uit dat de gemeente niet alles via reguliere organisaties doet, maar dat er allerlei initiatieven voor vrijwilligers, voor bewoners. Het is goed om te om dat verder te versterken ten behoeve van het wegnemen van een zorgvraag. Over de 3e golf van burgerorganisatie steunt de wethouder dat waar het bijdraagt aan de doelen.
Het voorkomen van zorg kan betekenen dat er aan de voorkant meer gebeurt, juist met vrijwilligers en inwoners, de keuzes moeten op inhoudelijke grond gemaakt worden. De behoefte van de vereniging Dwarsverband aan centrale ondersteuning wordt erkend. De gemeente steunt Dwarsverband om zelfbeheer initiatieven te ondersteunen en zij adviseren over administratieve kant, voor het overnemen van die taken zou extra budget nodig zijn. De gemeente doet er alles aan om de administratieve last zo laag mogelijk te maken en is daarover ook met Dwarsverband in overleg. De aangekondigde motie van bbo’s van EenUtrecht wacht de wethouder graag af. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat tot nu toe afwijzend is gereageerd op het verzoek van het Dwarsverband, slaat dit om in een positief meedenken? Er zijn 5 punten die de heer Dijkstra noemde in dit verband, het gaat om breder dan alleen Dwarsverband. En wil de wethouder kijken naar die 100.000 euro? Wethouder Voortman legt uit dat ze met Dwarsverband in gesprek is om de administratieve lasten zo laag mogelijk te houden, dat lijkt haar beter dan ondersteuning te regelen op de administratie. De oorzaak zijn die hoge administratieve lasten dat ze meer tijd zijn daarmee dan met het helpen waarvoor ze in het leven geroepen zijn. In de voorjaarsnota is geen ruimte voor 100.000 euro. Het gesprek met Dwarsverband is eerst een goede route.
De gemeente is met Reinaerde in gesprek. Het signaal is gisteren ontvangen, iedere cliënt moet in een goede omgeving deel kunnen nemen aan de activiteiten. Over een lijstje van organisaties, waar het CDA op doelt, dat is niet heel duidelijk. Er wordt met een breed palet aan partners gesproken, van aanvullende zorg, tot basiszorg, van cliëntenraden tot kleine initiatieven. Als het gaat om een lijstje van bewonersinitiatieven of vrijwilligersorganisaties of informele zorg, dat gaat om een Sterke samenleving, dat wordt ondersteund. De moeilijke keuzes die langs de inhoudelijke uitgangspunten uitgewerkt gaan worden gelden ook daarvoor. Concrete gevolgen die komen bij de verdere uitwerking en ook bij de wmo beleidsnota, die in het 4e kwartaal komt. Concreet maken met welke organisaties de wethouder spreekt in het werken naar een oplossing, dat kan in de wmo beleidsnota. Wethouder De Vries beantwoordt de vraag over het principeakkoord van de hervormingsagenda. In dit geval gaat het over minder minder. De taakstelling ligt er, 17 miljoen in 2026 voor jeugd, tegelijkertijd staat er ook een risico. In het voorlopig akkoord betekent dat er in 2024 1,5 miljoen en in 2025 2,8 miljoen minder bezuinigd hoeft te worden. Dat is een ingroeipad, de vraag is nog hoe dat gemonitord moet worden.
Qua maatregelen is er de reguliere cyclus bij ontwikkelingen in de jeugdhulp, dat monitoren we continu door middel van data over bereik, beschikbaarheid, met de P&C cyclus. Begin Q4 informeert de wethouder de raad over de hervormingsagenda en wat er dan bovenop komt. Over taskforce die er is, over de maatregelen en wat dit betekent voor jeugd en jeugdzorg. De wethouder garandeert dat er capaciteit is bij de wijkbureaus. De vacatures worden uitgezet zodra er beschikbaarheid komt. Er wordt ook voor vervanging gezorgd. De raad wordt op de hoogte gehouden van veranderingen. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt dat er een aantal vacatures niet ingevuld konden worden. Wethouder de Vries antwoordt dat dit over het afgelopen jaar ging, met de vacatureruimte die er toen was, dit is in september met de raad besproken en daarna is de vacatureruimte vernieuwd, zijn de vacatures vervuld, ook door organisatieontwikkeling bij wijken. Pagina 33 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Er wordt kritisch gekeken naar de uitgaven en effectiviteit van Herstel en Veerkracht. De gemeente neemt de aanvragers mee, laat ze meedenken over de doelstelling en hoe ze dit meetbaar maken, daar zit een verandertheorie aan vast. Aan de voorkant is het niet altijd hard te maken. Als het onvoldoende scoort in de aanvraag, dan wordt het niet goedgekeurd. Bij andere subsidieregelingen worden vergelijkbare afspraken gemaakt, dit komt bij accountgesprekken terug. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt om een toelichting over de verandertheorie. Wethouder de Vries zegt dat in het sociaal domein pas een maatregel toegepast kan worden als er goed onderzoek onder ligt. In veel gevallen kan dat werken, niet overal. Het sociaal domein gaat over mensen, de omgeving, wijken. Kritisch kijken naar de doelgroep en de doelstelling, daar ligt de verandertheorie onder, die volg je en die toets je ook. De raad wordt geïnformeerd bij grote investeringen en subsidieregels, bij jeugd en jeugdzorg wordt er taakgericht gewerkt vanuit het vierkant. De gemeente loopt gezamenlijk met de zorgpartijen op. De bevoegdheid ligt bij het college, daarom is de wethouder terughoudend hierbij. Over de nota’s die eraan komen wordt het debat graag aangegaan. De hervormingsagenda van de jeugd.
Als daar kritisch naar gekeken wordt, dan wordt dit in Utrecht al gedaan, de huisartsondersteuning, buurtteams, die dingen gebeuren er allemaal al. Waar ligt dan de bezuiniging nog? In het vierde kwartaal stuurt de wethouder een brief hierover. Bij jeugdzorg is er in bepaalde wijken verschil in de zorgvraag. Ongelijk investeren is belangrijk, zodat hoog specialistische hulp bereikbaar blijft voor meest kwetsbare jeugd en gezinnen. De taskforce is in overleg met de partners in de stad, over hoe het debat in de stad te voeren is, gericht op prestatiedruk, om de individuele hulpvraag groepsgericht aan te vliegen. Vanuit een inhoudelijke visie, is er in een groep van elkaar te leren. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat er dan in de zorgvraag te zien is van die beweging. Wethouder de Vries antwoordt dat de wettelijke taak om passende jeugdhulp aan te bieden, als een jeugdige dat nodig heeft. Het aanbod wordt afgestemd op welke vraag er in welke wijk te zien is. Is de stap mogelijk van individueel aanbod naar groepsgericht aanbod, dat is dan de vervolgvraag. Sommige zorgvragen zijn heel licht, die zijn lokaal op te lossen. Wanneer de zorgvraag aan de voorkant afgebakend wordt, dan blijft die vraag er wel, dus bekijk samen hoe dat zo vroeg mogelijk wel aan te pakken, te signaleren is. Kwetsbare gezinnen met zwaardere hulpvragen, om hen te bedienen, dat zijn communicerende vaten.
Mevrouw Assen (PvdA) vraagt wat er dan gebeurt om het te doorbreken. Worden wijkteams groter? Wethouder de Vries voert met de taskforce het gesprek, dat begint met een goede analyse, de specifieke zorgvraag in de wijk. Daar zijn verschillen, bijvoorbeeld bij echtscheidingen. Er kan bekeken worden welke wijk prioriteit heeft. De inhoud van de zorgvraag die er is en hoe dat wijkgericht georganiseerd kan worden. De aanpak Vleuten Versterkt over prestatiedruk en de invloed op mentale gezondheid, staat niet onder druk. Met partners zijn de uitkomsten besproken van Vleuten Versterkt om het in Vleuten te implementeren. Dit kan ook in andere wijken. Het wordt nu gefinancierd van uit Nadere regel Herstel en Veerkracht. Prestatiedruk speelt een rol in de vraag om jeugdhulp, daarom wil de wethouder blijven inzetten op het verminderen van die druk en zorgen dat pilots die eraan bijdragen ingebed worden. Het gesprek rond prestatiedruk is lastig, want het zit in jeugdzorg en in de manier waarop het onderwijs wordt ingericht. Er worden hierin al heel wat stappen genomen, zoals de Utrechtse onderwijsagenda, die onderwijs betrekt bij jeugdhulp, door het op school zelf te organiseren. Dat mag een podium krijgen. Het is niet iets wat morgen opgelost is.
Wat betekent de voorjaarsnota voor de EVU? De Expertiseteams Veiligheid Utrecht worden op dit moment nog gefinancierd door subsidie vanuit het ministerie van Justitie en Veiligheid. Dat biedt voor dit jaar voldoende ruimte. Het werkt om jeugdbescherming in de wijk zo vroeg mogelijk in samenwerking met buurtteams te organiseren. Tegelijkertijd werkt het rijk met tijdelijke financiering. Voor 2024 is geen duidelijkheid over de omvang daarvan. Dus blijft de wethouder de lobby voeren en kijken of het in de begroting te passen is. Op termijn wil het college meer van deze teams uitbreiden naar de hele stad, omdat het een positief effect heeft. Mevrouw Nederhand (Volt) zegt dat er twee dagen eerder een brief verstuurd is, waarbij juist behoefte was aan een integrale aanpak met andere organisaties. Wethouder de Vries zegt dat de zorgvraag, waar mogelijk, zo lokaal mogelijk in de wijk georganiseerd wordt. Jeugdzorg en jeugdbescherming worden betrokken. Dan kunnen vragen sneller aangevlogen worden, dan is er meer uitwisseling tussen professionals in de wijk. Een vraag vanuit het buurtteam hoeft niet altijd een vraag te worden voor de jeugdbescherming, de korte lijnen zijn dan al voldoende om te voorkomen dat het probleem groter wordt, dit werkt. Dat is Pagina 34 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
de discussie in relatie tot Drijf en de hervormingsagenda. Er zijn gevallen waarbij gespecialiseerde jeugdhulp/ jeugdbescherming nodig is. Dan helpt het wel om het bovenregionaal aan te vliegen, omdat het zo gespecialiseerd is en er zulke hoge kosten aan verbonden zijn. Mevrouw Assen (PvdA) zegt te schrikken van de informatie over de EVU en vraagt of de wethouder kan toezeggen om de raad te informeren over de stand van zaken bij het EVU. Wethouder de Vries zegt toe de commissie na de zomer te informeren over de EVU. Volwassenen-GGZ, dat gebeurt ook in deze teams. De financiering gebeurt nu nog via de subsidie van het Justitie en Veiligheid. Afgelopen jaar zijn er 80% van de huisartsenpraktijken gekoppeld aan ondersteuning jeugd. Er wordt verder onderzocht hoe die samenwerking nu versterkt kan worden. De wethouder zegt toe in Q2 2024 te komen met een raadsbrief met daarin een update over de versteviging van deze samenwerking. De wethouder wil de ambtenaren de ruimte geven om de hervormingen aan te gaan. De CU vraagt naar de daling van Nederland op de ranglijst voor de rechten van het kind en hoe Utrecht zich daartegen verhoudt. De wethouder betreurt het dat Nederland zo slecht scoort, het geeft aan dat er voldoende middelen beschikbaar moeten blijven voor de jeugd, het plaatst de hervormingsagenda in een perspectief. Het gesprek landelijk is belangrijk.
Utrecht is misschien de minst slechte, met nog steeds wachtlijsten en kinderen krijgen nog niet allemaal de zorg die nodig is. Het is urgent, dit moet kwalitatief verbeterd worden. Utrecht is vaak een voorbeeld. De wethouder kijkt erg kritisch naar de oproep van de ombudsman, om zorg centraal te organiseren. De vraag om terugkoppeling over echtscheidingen. Er wordt met partners aan planvorming gewerkt, met gezinsadvocaten bij scheiding. In Q4 komt de terugkoppeling via een raadsbrief. De wethouder wil lokaal de jeugd, 18 min 18 plus, niet zonder passende zorg laten zitten. Naar het rijk blijft de lobby gevoerd, ook vanwege de financiering. Wethouder Streefland zegt dat naar aanleiding van de brief over toezicht, de positieve effecten ervan en de lasten dat goed toezicht inzicht geeft in hoe de inhoudelijke zorg gevoerd wordt en de middelen besteed worden. De wethouder zegt de commissie de komende tijd te informeren. De samenwerking met de partners gaat goed, het moet nu met minder geld, het liefst met open boeken, dat werkt het best. De VVD vraagt of de zoektocht naar een tweede azc nu nodig is. De wethouder geeft aan dat er nu netevenredig wordt opgevangen met de realisatie van de Voorveldse polder en de Pahud Mortagnesdreef en aan de Jozef Haydnlaan een vaste locatie.
Om voor de toekomst evenredig te kunnen blijven opvangen is een locatie extra nodig, het college heeft voor twee vaste aangevraagd om de locaties die er komen en ze kleinschalig te houden. De zoektocht wordt met de raad gedeeld, het college besluit. Mevrouw Meerding (VVD) krijgt de indruk dat locaties nu nog gezocht worden. De locaties hoeven voor de VVD niet permanent, daarom zou 1 vaste en 1 tijdelijke locatie ook een oplossing kunnen zijn. Wethouder Streefland zegt dat het te maken heeft met kwaliteit, duurzaamheid en het kunnen op- en afschalen als dat nodig is. Want als het niet meer nodig is, zijn er andere mensen die daar weer opvang kunnen krijgen. De bestaande 2 locaties worden zo lang mogelijk ingezet, om de zoektocht te kunnen doen en niet elke keer bezig te zijn met crisisnoodopvanglocaties. Over minderjarige asielzoekers zegt de wethouder dat zij een kwetsbare positie hebben. Kwalitatief goede opvang voor jongeren en hun ouders. Hoge kwaliteit is het streven, door organisaties eromheen, plan Einstein, het onderwijs goed te regelen en veel activiteiten te organiseren. Uiteindelijk is het COA die de opvang doet, daar is nauwe samenwerking mee, maar dat betekent dat Utrecht wel beperkte inbreng heeft. In de tijdelijke commissie asiel komt deze gedeelde zorg terug.
Een van de belangrijkste punten van de provincie naar het rijk is kwalitatief goede opvang, dus stoppen met crisis noodopvang als het niet meer nodig is. Het begint met de goede zorg, ook in de azc’s is een tekort aan mensen. Over de verdeling van statushouders geeft de wethouder aan Mevrouw Deldjou-Fard (GroenLinks) is wel overtuigd dat Utrecht het beter doet dan andere steden. Zorgen zijn er over jonge kinderen en zwangere vrouwen, of ze in beeld zijn en wat hen geboden kan worden. Wethouder Streefland zegt de zorgen goed te begrijpen. In hoeverre Utrecht inzicht heeft op de opvang door het coa. Dat is lastig, ondanks de nauwe samenwerking. Utrecht heeft veel vragen en probeert zoveel mogelijk invloed te hebben. De vraag over statushouders en de verdeling ervan. De gemeente pleit ervoor dat wie hier in het azc zit, dat die hier ook in de regio komt te wonen. Het coa hanteert een systeem waarin er een koppeling is gemaakt, aan de plek van het azc, maar soms is dat ook een plek waar familie woont. Het is niet zo dat de wethouder zelf op een knop kan drukken om te bepalen wie waarheen gaat. Wel spreekt ze naar het rijk toe de zorg Pagina 35 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
steeds uit, zodat onzekerheid weggenomen kan worden. Het is bellen en pleiten om te zorgen dat mensen een geschikte woonlocatie krijgen, ook voor de schoolgaande kinderen. Mevrouw Deldjou-Fard (GroenLinks) is dankbaar voor de zorg die Utrecht heeft. Wanneer ze googelt dan staat aangegeven dat Utrecht zorgt voor verlening van het verblijf. De signalen die zij krijgt, kloppen niet met het beeld wat de wethouder geeft, dat zo min mogelijk mensen hier of zelfs in de regio opgevangen worden. Wethouder Streefland zegt dat de gemeente er niet over gaat. Ze zou het willen. De visie is, dat wanneer je op het azc hier woont dat je dan ook Utrechter bent, maar als meer mensen opgevangen worden dan dat er gehuisvest gaan worden, dan is dat niet mogelijk. En er is wel een huis in Nieuwegein, dan gaan die mensen daarheen. Vanuit de provincie naar het rijk wordt sterk aangedrongen om mensen niet steeds heen en weer te sturen. Er voorlichting gewenst over het programma Niet nu Zwanger. Het coa en het GGD stemmen af welke voorlichting er gegeven wordt. Het coa staat hier wel voor open. Dit wordt met Niet nu Zwanger opgepakt, ook wordt er afgestemd wat er voor het azc specifiek nodig is in dit opzicht. De wethouder informeert de commissie voor het einde van het jaar hierover. Het CDA stelt dat er minder budget voor inburgering is. Het college neemt twee jaar de tijd om lerend te ontwikkelen.
Uiterlijk Q1 2024 zal het college de commissie informeren over de geleerde lessen van de afgelopen twee jaar. En een voorstel doen voor doorontwikkeling van de aanpak inburgering. Het verzoek van D66 om kansrijke asielzoekers zo snel mogelijk aan het werk laten gaan. De wethouder zegt te willen kijken welke belemmeringen je al eerder kunt wegnemen door trainingen. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vraagt of het wel een toezegging op lobby is. Wethouder Streefland beaamt dit, in het BOT-overleg is dit een gedeelde wens van bijna alle gemeenten. Over de NVV onderhandelingen, die lopen op dit moment. Het is zoeken naar de politieke Haagse realiteit en de realiteit op straat. Ongedocumenteerden moet je bed, bad, brood, zorg en onderwijs bieden. Een deel van hen kan of gaat niet terug, voor hen zoekt de gemeente perspectief. D66 vraagt om bij erfgoed, verduurzaming toe te laten. De wethouder is blij dat de verordening is aangenomen, waarin het makkelijker is zonder vergunning aan verduurzaming te doen. Isolerend glas, zonnepanelen die uit het zicht zijn bijvoorbeeld. Ten aanzien van de huisdieren van daklozen zegt de wethouder dat bij verschillende hostels huisdieren wel zijn toegestaan. Bij het plan van aanpak dakloosheid, wat een regionale aanpak is, komt wordt dit verder verkend. Het plan komt in Q1.
Een ondergrens hanteren van zorg, door onder andere slapen bij Smakkelaarsveld, of het Nieuwe Westplein. Deze groep mensen is goed in beeld, ze worden naar een opvang gestuurd of naar een plek waar zij kunnen verblijven. Een plan van aanpak over kwetsbare EU-arbeidsmigranten, dat komt voor de voorjaarsnota nog. Hier is een beperking van het geld wat er van het rijk komt is hier duidelijk, dat wordt elk jaar minder. Door de late uitkomst van de meicirculaire laat dit plan iets langer op zich wachten. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) constateert dat er dus geen humanitaire ondergrens is. Wethouder Streefland zegt dat binnen de kaders en de middelen die er zijn, dat de gemeente doet wat er kan, zo humanitair mogelijk. De tegel bij de tunnel wordt met belangenbehartigers en de HKU gerealiseerd, na de zomer komt hier meer over. Vervolgens gaat de wethouder in op een structurele bijdrage aan zorg voor asielzoekers. Met het geld wat er is gaat het om zo duurzaam mogelijk opvangen, de basiszorg wordt door het coa geleverd. Mevrouw Oudejans (Student&Starter) vraagt of het plan voor de komende jaren dan het incidenteel inzetten van zorg is. Wethouder Streefland zegt dat de definitie van zorg die geleverd kan worden is, andere zorg dan huisartsenzorg en zorg in de opvang. Plan Einstein wordt geleverd om het welzijn te verhogen, dit is nog niet structureel.
Dan gaat de wethouder verder over ongedocumenteerden, Utrecht heeft hier best goed zicht op, vergeleken met de LVV partners. De gemeente biedt voor deze brede groep bed, bad, brood en zorg. Niet alle ongedocumenteerden doen hier een beroep op. Recentelijk is de raad geïnformeerd over de cijfers gebaseerd op de landelijke evaluatie van het WODC. Een aanvullend onderzoek kan wel een meerwaarde hebben om beter te richten, daar is op dit moment geen middel voor, het is niet goedkoop. Housing First, is een belangrijk in de regionale aanpak dakloosheid. De afgelopen twee jaar zijn er 220 woningen gerealiseerd voor dit concept. Het klopt dat dit lang niet genoeg is, dit jaar heeft de gemeente te maken met 1600 mensen in kwetsbare positie, een woning is voor hen en het herstel cruciaal. Het ophogen, als draaiknop van de 30 naar 40% dat wordt uitgewerkt en komt weer terug naar de raad. De fractie Denk vraagt naar woon-zorgcomplexen voor migrantenouderen, de raad is geïnformeerd door een brief over een woonzorgvisie die opgesteld wordt, samen met Wonen en zorg, daarin wordt Pagina 36 van 67
gekeken naar migrantenouderen. Over de ovv zegt de wethouder dat die moet doorgaan, ze spant zich maximaal in. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter overlegt met de commissie over de resterende vergadertijd. Eerst krijgen de wethouders Streefland, De Vries en Voortman de tweede termijn, dan de gemiste vragen. Zodat er om 18:30 ook geschorst kan worden. Dan start om 20:00 wethouder Oosters, met aansluitend de tweede termijn en gemiste vragen. Gemiste antwoorden Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt naar het kastje naar het muurbeleid en naar bestaande ongelijkheid die gezondheidsverschillen tegengaan. Wethouder Voortman wil ongelijkheid in gezondheidszorg voorkomen, zodat de meest kwetsbare mensen zorg en ondersteuning krijgen, het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen wordt toegepast. Voor wat betreft het kastje naar de muur gestuurd worden, het klopt dat er sprake is van problematiek en van de relatie van het één tot het ander. In schrijnende gevallen probeert de wethouder met de citydeal aanpak eenvoudig maatwerk daarin doorbraken te realiseren. De komende maanden verschijnen op verschillende beleidsvelden beleidsnota’s waarbij het streven is deze goed op elkaar af te stemmen. Tweede Termijn Mevrouw van der Wilt (D66) wil het gesprek over cultuur ook echt aangaan met de inwoners, over cultuur en hoe op zorggebied een andere koers te varen. Mevrouw Assen (PvdA) overweegt een motie op het EVU en een motie op de taskforce.
Mevrouw Nederhand (Volt) overweegt een motie op het gebied van asiel en integratie en op het wmo beleid. De heer Van Steeg (CDA) kijkt naar een motie over de kracht van de samenleving. Overweegt nog iets te doen met Reinaerde, afhankelijk van de antwoorden die hierop komen. Overweegt ook nog iets met publieksdienstverlening te doen, noemt hierbij wijkbureaus en dat dit niet bij elkaar hoort. Mevrouw Deldjou-Fard (GroenLinks) overweegt twee moties over asiel en integratie. Mevrouw Kendir (Student&Starter) zegt de wethouder nog te bevragen over jeugd en gezondheid te bevragen, afhankelijk van de antwoorden te zullen komen met een motie. Mevrouw Minnaert (Bij1) komt met een motie over tolken, een motie over onderzoek naar ongedocumenteerden. Er wordt nog gekeken naar Housing First. De heer Dijkstra (EenUtrecht) komt met een motie over een tussenoplossing bij de hulp in het huishouden, een motie over scenario 4 en een motie over gemeenschapskracht. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) overweegt om met een motie op asiel en werk te komen en mogelijk op jeugd. Wethouder Voortman is erg benieuwd naar alle moties. Er komt een stadsgesprek over de verschillende nota’s want het heeft met elkaar te maken. Wmo, werk en inkomen. Het 2e spoor uit de voorjaarsnota gaat over meer gesprekken gedurende langere tijd. Het initiatief daarvoor komt bij de raad. Het college denkt er graag over mee.
Mevrouw van der Wilt (D66) zegt dat een dialoog niet moet afhangen van het initiatief van de raad. Ze wil het wat minder vrijblijvend op een andere manier organiseren. Want anders blijft het erbij. Wethouder Voortman neemt het initiatief tot een afspraak. De voorzitter schorst de vergadering om 18:30 uur en heropent de vergadering om 20:00 uur. Wethouder Oosters gaat in op cultuur en sport, in die volgorde. De wethouder zegt een beetje streng te moeten zijn naar de commissie, veel van de vragen die gesteld zijn komen een paar dagen later bij de uitgangspunten notitie van de cultuurnota aan de orde. Ze wil het debat graag daar voeren. Aangaande de bezuinigingen op cultuur zoals het CDA dit uitlegt, ten opzichte van het coalitieakkoord wordt er op cultuur bezuinigd. Dit zit hem in het groeibudget, de stad groeit, het budget van de cultuurnota kan nog niet meegroeien. Tijdens de komende cultuurnota stijgen de kosten in de cultuursector, de verwachting is dat het budget overvraagd zal worden en er dus moeilijker keuzes gemaakt moeten worden dan bij de vorige nota’s. Student en Starter vraagt naar Pagina 37 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
de trap op trap af van 2027 in het groeikader, de wethouder geeft aan nu niet vooruit te willen lopen op de scenario’s. Bij de beantwoording van de schriftelijke vragen worden er bij de betreffende voorjaarsnota ook voorstellen gedaan, hoe de plussen en de minnen precies verdeeld zullen worden. Toch investeert de gemeente nog steeds, onderdeel daarvan is de Fair practice code. Er zijn al een tijd gespreken hierover met de sector, van de nieuwe cultuurnota is dit expliciet een onderdeel. Cultuur gaat mee trap op met de groei van de stad als deze weer aantrekt. Subsidies. De wethouder constateert een toenemende druk op culturele instellingen, bij de komende uitgangspunten notitie wordt gekeken hoe deze druk verminderd kan worden, de stad en instellingen beter helpen te kiezen. Subsidies zijn geïndexeerd, al is er geen ontkomen aan en moeten er keuzes gemaakt worden. Er is veel inzet om het aanvragen van subsidies zo gemakkelijk mogelijk te maken. Na de zomer krijgt de raad een update over de uitvoering van het convenant broedplaatsen, hoeveel m² al is benut, hoe de rafelranden en creatieve broedplaatsen behouden kunnen worden en het zoeken naar nieuwe plekken. De urgentie wordt gedeeld. Om jonge makers vanuit verschillende opleidingen of autodidacten, te behouden wordt er gewerkt om hen ruimte te bieden.
De stekker is uit de Machinerie, het enthousiasme over de film en beeldcultuur blijft bij de partijen, er wordt gezocht naar een plek om talentontwikkeling haalbaar te maken. Aan de commissie zullen initiatieven voorgelegd worden, wanneer die er zijn. De raad en wethouder hebben al mooie bijeenkomsten gehad over streetculture. In het volgende kwartaal komt een plan om deze mensen een zet in de rug te geven, op basis van het streetculture-overleg. De culturele diversiteit kan beter in het Utrechtse, daar is de sector zich bewust van, het speelt een grote rol in de uitgangspuntennotitie, net als meer cultuur in de wijk. Na de zomer een debat over de notitie. Duurzaamheid is een ander aspect binnen de notitie, een doel is om het eigen vastgoed te verduurzamen. Dit jaar is er ook een subsidie voor verduurzaming van evenementen gekomen om makers op weg te helpen. Mevrouw Ramaker (VVD) de raad van cultuur geeft aan dat verduurzaming ook betekent dat er minder cultuur is, hoe ziet de wethouder dat? Wethouder Oosters verwijst naar de uitgangspuntennotitie, waar er meer duidelijk wordt. Nieuwe invulling aan het wijkcultuurhuis Merwedekanaal. De nieuwe exploitant gaat samenwerken met verschillende partijen om activiteiten en ruimte zo slim mogelijk te benutten.
De raad speelt een rol bij de invulling van het uitvoeringsprogramma voor cultuurparticipatie, die in het derde kwartaal toegezonden zal worden, de exploitant wordt al eerder gekozen. Een breed en divers cultuuraanbod maakt deel uit van het uitvoeringsprogramma, zo worden de actieve deelnemers aan amateurkunsteducatie als indicatie opgenomen bij de programmabegroting van 2024. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of er naast het aantal kinderen ook meer gegevens meegenomen worden. Het is de bedoeling kinderen te bereiken die anders moeilijk bereikt worden. Wethouder Oosters geeft aan al veel gegevens verzameld te hebben, deze zullen vertaald worden in het uitvoeringsprogramma. De capaciteit voor dergelijk onderzoek wordt liever ingezet voor de uitvoering van het programma. Het is de zoektocht hoe je het aanbod brengt bij kinderen die het nodig hebben. Wethouder Oosters Het signaal van werkdrukverhoging door cultuur bij onderwijsinstellingen is bekend, organisatie voor cultuur en school heeft voor scholen een werkdruk verlagend aanbod. Domplein 4 en 5 en de samenwerking met vastgoed. De pandvisie is onder de loep genomen en bleek niet meer actueel. Een update, samen met een plan van aanpak voor een stevige structuur voor partijen wordt in Q3 naar de raad gestuurd.
De samenwerking tussen de organisatieonderdelen van de wethouders De Vries en Oosters levert al mooie zaken op, zoals de vlampijpateliers en het broedplaatsenconvenant. Een culturele activiteit inplannen bij meerdaagse werkbezoeken, de wethouder geeft aan dat het college dit zelf betaalt en niet uit het cultuurbudget haalt. Dan sport. De ruimtelijke capaciteit voor sport is een uitdaging er wordt gezocht naar mogelijkheden buiten sportparken in de openbare ruimte en op bedrijventerreinen. Het actieplan Sport, spelen en bewegen in de openbare ruimte, samen met wethouder Schilderman uit te werken, wordt daar ook naar gekeken. Daarbij zijn er meer belangen in de stad, invoegen in het bestemmingsplan blijkt niet mogelijk, dus wordt er voor sporten op bedrijventerreinen wel gezocht naar mogelijkheden. De wethouder zegt toe de reeks suggesties van D66 in dit plan mee te nemen. Verenigingen en culturele instellingen hebben te maken met financiële uitdagingen, die door verhoging van de OZB nog groter zijn geworden. Deze worden door de gemeente samen met Sport Utrecht in de gaten gehouden, waar nodig worden maatregelen getroffen. Tot dusver zijn er nog geen verenigingen aan onderdoor gegaan. De heer Brouwer (CDA) vraagt of de wethouder dit in de toekomst kan garanderen.
Wethouder Oosters garandeert dat niet, maar merkt wel, bijvoorbeeld met de stijging van de energielasten, dat er al veel mogelijk is door de samenwerking met Sport Utrecht. Nederlandse Pagina 38 van 67
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
kinderen blijken Europees kampioen stilzitten, de wethouder deelt het belang van bewegen met de raad. De subsidie zal gebruikt worden voor het realiseren van groene schoolpleinen en sport en speelplekken in de openbare ruimte. Sporten en bewegen op scholen als onderdeel van de rijke schooldag wordt meegenomen in de uitwerking van het beweegprogramma. Mevrouw Nederhand (Volt) vraagt of de investering in het beweegprogramma ook ten koste van investeringen in buitenspelen. Wethouder Oosters geeft aan dat er in beide geïnvesteerd wordt ook in samenwerking met de wethouder die over vastgoed gaat. Het wordt niet tegen elkaar weggestreept. Kinderen in armoede en het sportfonds jeugd en cultuur. Het doel is om sporten voor kinderen in armoede zo toegankelijk mogelijk te maken. Dit is breder dan een subsidie voor stichting Leergeld regelen. Het sportonderzoek living edge werkt aan het wegnemen van de drempel om te sporten uit armoede. In september gaan de verbeteringen beginnen, ook het toekomstbestendig maken van het jeugdfonds sport en cultuur, met de begrotingen zal hier meer duidelijkheid in zijn. Het gehele plan kinderen in armoede en sport komt aan het einde van het jaar. Samen met onderwijsinstellingen en verenigingen werkt de gemeente aan een convenant om de kloof tussen onderwijsinstellingen en sportverenigingen te verkleinen, zij zetten zich hier gezamenlijk goed voor in.
Gemiste antwoorden Mevrouw Minnaert (Bij1) wil graag meer weten over wat Utrecht doet om jonge makers te behouden en wat de gemeente doet om afgestudeerden van de HKU voor de stad te behouden. Ook extra duidelijkheid over groene schoolpleinen. Wethouder Oosters herkent het punt en vindt het zonde. Bij het broedplaatsenconvenant en de zoektocht naar meer betaalbare ruimten, daar is een slag te maken. De subsidie voor de groene schoolpleinen gaat zeker gebruikt worden. De wethouder onderwijs gaat daar specifiek over. Buiten spelen en bewegen wordt in samenwerking met wethouder Schilderman gedaan. De heer Nyqvist (StadsbelangUtrecht) wil weten of de subsidie voor bijvoorbeeld Tivoli ook af te bouwen valt en het geld naar de wijken kan gaan. Wethouder Oosters heeft een pleidooi gehouden over cultuur in de wijken en wil dit niet met het budget van Tivoli in aanraking brengen. Verwijst naar de komende uitgangsnotitie. Mevrouw Assen (PvdA) wil meer weten over de Fair Practice en inflatie. En over de diversiteit van de amateurkunst educatie. Wethouder Oosters in het coalitieakkoord is 7 ton vrijgemaakt. Die is eerlijk verdeeld in de cultuurnota maar inflatie is hierin niet meeberekend. Het is niet genoeg om de hele vraag voor Fair Practice te dekken. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of dit nooit zo is, of dat dit nu niet zo is. Wethouder Oosters moet daarop het antwoord schuldig blijven.