CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Openbare vergadering Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 21 november 2024

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 19 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen43.554 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

45

Volgens de voorzitter was dat geen vraag, maar mevrouw Bode kan doorgaan. Mevrouw Bode (VOLT) dankt voor deze informatie. Dat geeft wel aan dat de gemeente in een klem zit en dat college en raad goed moeten gaan kijken naar wat hier een oplossing zou zijn.

50

Mevrouw Hellevoort (GL) begrijpt dat de gemeente moet zoeken naar alternatieven, maar zij zit ook wel met de vertraging die dat gaat opleveren. Er is een heel grote woningnood en er is de heel slechte staat van de huidige woningen. Zij is benieuwd hoe VOLT daarnaar kijkt.

55

Mevrouw Bode (VOLT) wil uit die crisismodus stappen omdat dan vaak besluiten worden genomen waarvan men zich kan afvragen of die over vijftig jaar nog als een goed idee worden gezien. Zouden die woningen er dan ook nog staan? Een vertraging van een of twee jaar bij het realiseren of herbouwen van deze woningen moet acceptabel zijn.

60

Mevrouw Hellevoort (GL) vindt crisismodus wel een ingewikkelde term, als de commissie het heeft over iets dat al jaren gaande is en ook al wat vertraging heeft opgelopen. Zij zou de huidige woningnood eerder een crisismodus kunnen noemen. Een of twee jaar is best lang, als iemand in Pagina 29 van 64

een slechte woning woont en ook al heel lang in onzekerheid verkeert. Mevrouw Bode en zij verschillen hierover van mening. 5

10

De heer Ait Daoua (D66) geeft aan dat zijn fractie grotendeels blij is met het SPvE. Mede dankzij de motie van zijn voorganger Hans Bakker is er aandacht voor het behoud van groen. De voorzieningen, zoals de mandjes-supermarkt, passen in de buurt waardoor de parkeerdruk niet verder toeneemt. Maar ook D66 maakt zich zorgen over de financiële haalbaarheid en de betaalbaarheid van de woningen, met name de middenhuurwoningen. Gezien het grote aantal mensen die single zijn dat een woning zoekt vraagt D66 zich af of het nog betaalbaar blijft voor die groep mensen. Wat kan het college nog meer doen om ervoor te zorgen dat dat soort woningen voor die groep mensen niet onbetaalbaar wordt?

15

Mevrouw Meerding (VVD) hoort dat de heer Ait Daoua begint met te zeggen dat hij blij is dat de motie is aangenomen. Maar uiteindelijk blijkt dat de motie niet volledig kan worden uitgevoerd. Hoe kijkt de heer Ait Daoua daartegenaan?

20

De heer Ait Daoua (D66) geeft aan dat dat antwoord al eerder is gegeven in de debatjes hiervoor. Enerzijds is er natuurlijk het probleem van de inflatie, de kosten stijgen, maar anderzijds moet dit project financieel wel haalbaar zijn. Het is spijtig, maar het kan niet anders. D66 is er juist voor dat dit doorgaat.

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Meerding (VVD) had het specifiek over de motie. In de motie werd opgeroepen om geen parkeerplaatsen te realiseren, ook niet in de bestaande garage. Daarvan zegt het college dat dat niet kan. Wat zegt de heer Ait Daoua daarvan? De heer Ait Daoua (D66) antwoordt dat toen al bleek dat de bewoners niet wilden dat de parkeerdruk toeneemt. Daar staat D66 nog steeds achter. Volgens mevrouw Meerding wordt het een beetje een cirkelredenering. Het college gaat nu immers iets anders doen omdat het plan anders niet overeind blijft bij de Raad van State. Met de kennis van nu had de heer Ait Daoua misschien een net iets andere motie ingediend die wel haalbaar was geweest. De heer Ait Daoua (D66) had met de kennis van toen geen andere motie ingediend. De heer Dijkstra (EenUtrecht) houdt het kort. In de eerste plaats complimenteert hij deze wethouder. Hij is tien keer beter dan de vorige, ook van D66. Na alle gevallen van een slechte participatie is het goed te zien dat het ook beter kan. Verder sluit hij zich aan bij de vragen van de PvdD en de PvdA. Daar laat hij het bij omdat de commissie haar tijd heel hard nodig heeft. De heer Usta (DENK) gaat er snel doorheen. DENK is voorstander van renovatie in plaats van sloop/nieuwbouw. Daarom is zijn fractie ook benieuwd naar het antwoord op de vraag van de PvdD. Het is wel duidelijk voor DENK dat dit gebied verbeterd moet worden.

Zijn fractie is blij dat de gemeente er in elk geval mee bezig is. Maar ook wil zijn fractie benadrukken dat de groei van de stad hand in hand moet gaan met voldoende voorzieningen, waaronder parkeerplekken. In die zin sluit DENK zich ook aan bij de bijdrage van de VVD. Het bijstellen van de parkeernorm van 1,2 naar 0,8 lijkt zijn fractie heel onverstandig. In de reacties heeft DENK gezien dat de betrokkenen dit ook vinden. De redenen liggen voor de hand, het belemmert de toegang tot de supermarkt, het leidt tot overvolle straten en onnodige verkeersdrukte en zorgt uiteraard voor frustratie bij de bewoners. Kan de wethouder toezeggen dat het minimaal 1 wordt? Mevrouw Hellevoort (GL) merkt op dat al meer keren is gezegd dat dit SPvE een voorgeschiedenis heeft. In mei 2023 heft ook GL de motie ondertekend die koos voor het scenario 4B. Het SPvE is bijna helemaal conform die motie uitgewerkt, maar toch is er nog wel een aantal zorgen. Over de belangrijkste, de financiële haalbaarheid, is al veel gesproken. Wat dat betreft kan zij zich aansluiten bij de vragen van de PvdA. De commissie praat daar straks verder over in een geheim gedeelte. In algemene zin ziet GL echter op dit moment geen alternatief dat niet tot vertraging zal leiden en heel veel vertraging is niet wenselijk. Er is een grote woningnood en de huidige bewoners zitten al lang in onzekerheid en in slechte woningen.

Pagina 30 van 64

De heer Stellinga (CDA) vraagt voor zijn beeldvorming of, als mevrouw Hellevoort zegt dat GL er blij mee is, het dan gaat over het oorspronkelijke SPvE of het SPvE nadat het is aangepast. 5

Mevrouw Hellevoort (GL) kan zich niet herinneren dat zij heeft gezegd dat zij ergens blij mee was. Maar in algemene zin is het SPvE goed uitgewerkt conform de motie. Ook ligt er nog een voorstel voor aanpassing waar GL niet erg enthousiast over is. Daar heeft haar collegafractiegenoot ook al iets over gezegd.

10

De heer Stellinga (CDA) begrijpt dat het dus gaat om het oorspronkelijke raadsvoorstel waar GL blij mee is.

15

Mevrouw Hellevoort (GL) meent dat dit in samenhang moet worden bekeken. De heer Stellinga heeft het over oorspronkelijk en nieuw. Voor haar liggen er een SPvE en een tranche met maatregelen. Die bekijkt zij in samenhang. Het SPvE is conform de motie uitgewerkt. Er ligt ook nog een voorstel voor aanvullende maatregelen. Daar is GL iets minder enthousiast over. De heer Stellinga (CDA) meent dat die aanvullende matregelen het oorspronkelijke plan wijzigen. Hoe ziet mevrouw Hellevoort dat?

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Mevrouw Hellevoort (GL) antwoordt dat dat klopt. Een punt van zorg is voor GL wat er nu allemaal wel en niet wordt vastgelegd in dit SPvE. Zoals ook in de reactienota is te zien zijn er veel zorgen bij bewoners en omwonenden dat dingen niet voldoende zijn vastgelegd en alsnog anders kunnen uitpakken in de verdere uitwerking. Gezien de hele geschiedenis van dit project en de houding van de ontwikkelaar tot nu toe kan zij zich daarbij iets voorstellen. Kunnen deze zorgen worden weggenomen en kan de wethouder iets van comfort bieden door concreet aan te geven wat zal worden vastgelegd in de anterieure overeenkomst en wat alleen als wens kan worden meegegeven? Specifiek wil zij dat graag weten wat betreft de participatie van de huidige bewoners over het sociaal plan. Er staat niets over in het SPvE. Volgens de gemeente is dat niet de plek daarvoor, maar zij begrijpt wel goed dat de bewoners iets meer zekerheid willen hebben in een openbaar document. Is de wethouder bereid het SPvE nog aan te passen op dit punt? De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) brengt naar voren dat de hele discussie bij hem overkomt als twee partijen die allebei zeggen dat zij gelijk hebben omdat zij vinden dat zij gelijk hebben. Dat betekent dus dat het ene gelijk niet gelijk is aan het andere gelijk en dat er dus nooit overeenstemming komt over de uitvoering van het plan.

Het gaat al tien jaar zo door, met andere woorden, als college en raad zo doorgaan, zit de commissie over tien jaar nog te leuteren over allerlei randvoorwaarden. Zijn vraag is of de wethouder in alle openheid of misschien vertrouwelijk mee kan delen waar nu de pijn zit. Een projectontwikkelaar speelt een bepaalde rol en die rol is over het algemeen erg duidelijk. De gemeente heeft ook een rol. Als zij op een bepaald moment zaken wil doen, dan moet de gemeente een bepaalde marge meegeven aan de mensen die met die projectontwikkelaar aan tafel gaan om met hem te onderhandelen over het doorgaan van het plan en met welke condities. Nu is het zo dat de gemeente condities stelt waarvan de raad van te voren weet dat die niet worden gerealiseerd. Bovendien is hij het eens met het CDA dat de commissie praat over een voorstel dat in feite een nieuw voorstel is. Dat betekent in wezen dat de commissie praat over het oude voorstel omdat daarover onderhandeld is tussen de gemeente en de projectontwikkelaar. Met andere woorden, de commissie praat over niets. Hij verzoekt de voorzitter aan de wethouder te vragen de commissie zodanig te informeren dat de commissie concrete uitspaken kan doen zonder elke keer op iedere punt en komma te letten. Het is niet het belang van een links GL/PvdA, van DENK of van Stadsbelang, het is het belang van die burgers.

Zij zullen de gemeente oneindig dankbaar zijn, als zij straks in die appartementen kunnen gaan wonen en zij vergeten al het gedoe in deze commissie. De voorzitter ziet dat de commissie aan het einde is gekomen van de eerste termijn. De wethouder moet een deel van de vragen in het geheime deel beantwoorden. Om die reden gaat zij de vergadering vijf minuten schorsen. Daarna begint het geheime deel. Degenen die op het scherm meekijken zullen een zwart scherm zien. Degenen op de publieke tribune die niet hier zijn om uit hoofde van hun functie de wethouder te ondersteunen of die geen raadslid zijn moeten de zaal verlaten. Zij vraagt de staf achter in de zaal daar op te letten. De voorzitter schorst het openbare gedeelte van de vergadering om 12. 43 uu Pagina 31 van 64

Verslag openbare middagvergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 5

10

15

Datum Locatie Verslag door

21 november 2024 Raadszaal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter Mariam Al-Saqaff, de wethouder Eelco Eerenberg, de leden Achraf Ait Daoua (D66), Linda Bode (Volt), Fred Dekkers (GroenLinks), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Rik van der Graaf (CU), Meike Hellevoort (GroenLinks), Gertjan te Hoonte (VVD), Maarten Koning (D66), Tess Meerding (VVD), Chris Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), Victor Paalman (Horizon), Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren), Ruben Snijder (Student & Starter), Floor Steinmetz (BIJ1), Hessel Stellinga (CDA), Mirac Usta (DENK), Joost Vasters (D66), Louise de Vries (Partij voor de Dieren), Rick van der Zweth (PvdA), de commissiegriffier Frank de Kok

Verslag commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 20

8 Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Programma van Eisen Jan van Galenstraat / Huizingalaan / Van Ginnekenlaan ...................................................................................................33 9 Onderzoek optimalisaties deelgebied 6 Merwedekanaalzone: Uitgangspunten en planning besluitvorming .................................................................................................................................35 11 Raadsbrief Programmatische Verkenning Rijnenburg ...............................................................47

25 De voorzitter heropent het openbare deel van de vergadering en vervolgt met de behandeling van agendapunt 8.

Pagina 32 van 64

8 Raadsvoorstel Vaststelling Stedenbouwkundig Programma van Eisen Jan van Galenstraat / Huizingalaan / Van Ginnekenlaan De voorzitter geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Eerenberg geeft aan dat hij door de omwonenden aan het begin van deze collegeperiode is uitgenodigd om een gesprek te voeren over de Jan van Galenstraat. Zij maakten zich zorgen. Zij stelden dat de supermarkt te groot was, de logistiek naar de Kardinaal de Jongweg moest en het aantal parkeerplaatsen teruggebracht moest worden. Verder wilden zij meedelen in de voordelen van het plan door gebruik te maken van de stadstuin. Het college heeft keihard geknokt om die wensen in het plan te krijgen. Er zijn verschillende avonden georganiseerd. Het plan werd complexer doordat de ondernemers ook wensen aangaven. Zij wilden dat de winkelstrip interessant bleef. Dat staat ook in het gemeentelijk economisch beleid. Er is gezocht naar de bodem van levensvatbaarheid van de winkelstrip. Daarom is een hele kleine supermarkt ingetekend, net groot genoeg om levensvatbaar te zijn en te zorgen voor wat reuring. Ook is gesproken met de bewoners van de huidige appartementen. Zij wilden goede woningen en een fatsoenlijk proces. Daarom is het als een corporatieproject behandeld, inclusief een onafhankelijk begeleider betaald door de initiatiefnemer. Er is vervolgens een scenario gekozen dat het meest tegemoet kwam aan de verschillende wensen. Aan de bewoners, omwonenden en ondernemers is aangegeven dat er geen scenario bestaat waarbij aan alle wensen wordt voldaan.

Er zijn nu eenmaal gedeeltelijk botsende belangen. De gemeente heeft daarbij de pijn genomen op het groen. De raad had aangegeven dat er geen bomen mochten worden geofferd langs de Kardinaal de Jongweg, en dat is gelukt. Nu zijn we op een punt beland waarop de volgende stap gezet moet worden. Nog meer vragen en scenario’s opperen doet geen recht aan het proces, niet aan de persoonlijke inzet van de wethouder en niet aan wat de initiatiefnemer van de overheid mag verwachten. Daarmee reageert de wethouder op de suggesties voor meer renovatie, meer groen of meer woningen. Er kunnen binnen het plan vast dingen slimmer worden gedaan. Dat is in het geheime deel aan de orde gekomen bij de bespreking van de business case. Over motie 94 heeft de wethouder eerder al geantwoord: “Ik ben het eens met de VVD dat we heel precies moeten zijn met parkeren. Als u deze motie aanneemt dan ga ik die uitvoeren binnen de kaders van het vigerende parkeerbeleid. Dat zijn door u vastgestelde kaders. […] Het zou kunnen dat dat botst met het parkeerbeleid, dan zal ik mij uiteraard weer bij u melden.” En dat is precies wat de wethouder heeft gedaan. Hij vervolgt met de beantwoording van de gestelde vragen. De PvdA vroeg naar de sociale huur. De wethouder antwoordt dat er gesprekken lopen met een corporatie. Hij is hoopvol dat deze gesprekken positief zullen eindigen.

Voor wat betreft de peiling zegt de wethouder dat de huurders en de initiatiefnemer onder begeleiding van een externe begeleider een sociaal plan maken. Dat zal in Q1-2025 klaar zijn. Over het woord “circa” bij de supermarktoppervlakte van 850 vierkante meter zegt de wethouder dat dat met de bouw te maken heeft. Er is nu eenmaal geen sprake van een perfecte rechthoek. Hij adviseert niet om per amendement te maximeren op 850 vierkante meter, maar wellicht een afwijking van maximaal 5% toe te staan mits er een bouwkundige reden voor de afwijking is. Betreffende de openbare toegankelijkheid van de daktuin zegt de wethouder dat het juist de wens van de buurt is om de daktuin niet openbaar toegankelijk te maken, maar alleen voor bewoners. Zij voorzien overlastsituaties bij openbare toegankelijkheid. De stadstuin kan wel openbaar toegankelijk worden. Op de vraag van de Partij voor de Dieren over het behoud van de bomen antwoordt de wethouder dat de bomen aan de Kardinaal de Jongweg inderdaad worden behouden. De zes bomen op het bestaande parkeerterrein worden ofwel gecompenseerd ofwel herplant. Er wordt 17 vierkante meter groen per woning extra toegevoegd ten opzichte van de bestaande situatie. Voor wat betreft de rolcontainers verwacht het college dat mensen fatsoenlijk met hun omgeving omgaan, dus ook met de bomen die er staan.

Het onderwerp veiligheid is besproken met de Fietsersbond en Royal Haskoning. Een aantal bewoners beleeft de situatie anders, maar de wethouder ziet geen objectieve redenen om de situatie daar dermate onveilig te verklaren dat de ontwikkeling moet worden geannuleerd. Verder vroeg de Partij voor de Dieren of renovatie kan worden afgedwongen via de huurcommissie. Volgens de wethouder kan dat niet, want de huurcommissie kan alleen acteren op dingen die wat kleiner van aard zijn. Het hele plan wijzigen moet via een gang naar de rechter, maar daar is niemand bij gebaat. Bovendien worden woningen toegevoegd, dat gebeurt Pagina 33 van 64

15

bij renovatie niet. Het CDA vroeg of het raadsvoorstel wel klopt. Volgens de wethouder is dat het geval, want het SPvE klopt. Het college mag best gebouwen voorstellen die een negatieve business case hebben, want het is niet de business case van de gemeente. In het geheime deel van de vergadering is hierover van gedachten gewisseld. Voor wat betreft de parkeervergunningen zegt de wethouder dat de huidige bewoners met een parkeervergunning een plek in de garage krijgen, en dus niet in de openbare ruimte. Ook voor mensen met een beperking is er een oplossing in de garage. Op de vraag of de supermarkt nodig is voor de business case antwoordt de wethouder bevestigend. Voor wat betreft het verkeer zegt de wethouder dat een hele kleine supermarkt een assortiment voert waarvoor men niet met de auto komt, maar eerder met de fiets. De wethouder zegt dat de VVD gelijk heeft met haar motie. Een grotere supermarkt helpt wel voor de businesscase, maar niet voor het draagvlak. Het uitsterfbeleid voor parkeervergunningen is inderdaad bestaand beleid, waarmee steeds minder automobiliteit wordt gefaciliteerd. Betreffende de suggestie van Volt om het plan helemaal tijdelijk niet te doen wijst de wethouder erop dat de meerderheid van de raad in het vorige debat juist om haast heeft gevraagd.

20

Mevrouw Bode (Volt) nuanceert dit: het gaat er niet om dat het plan in de ijskast wordt gezet. De situatie is nu anders. De vorige keer is breed gedragen gekozen voor scenario 4B en is gevraagd om haast te maken. Dat blijkt nu niet mogelijk te zijn. Zij stelt voor om nu breder te kijken welke opties er zijn. Het getuigt van oogkleppen als er een richting is gekozen, en er niet meer achterom wordt gekeken om te zien of er beter een andere afslag genomen had moeten worden.

5

10

25

30

35

Wethouder Eerenberg begrijpt dat Volt tot die weging komt, maar de inhoud van het plan wijzigt niet. De alternatieven respecteren het participatieproces niet. Het ene of het andere belang prevaleert daarin. Daarom adviseert de wethouder om door te gaan met het plan. Hij vervolgt zijn beantwoording door EenUtrecht te bedanken en te melden dat hij de sessies met de bewoners, omwonenden en ondernemers als prettig heeft ervaren. De gesprekken waren af en toe stevig, maar wel zoekend naar de juiste oplossing. Op de vraag van DENK over de parkeernorm antwoordt de wethouder dat daarbij de grens is opgezocht om zo min mogelijk parkeerplaatsen te realiseren. GroenLinks vroeg naar wat in de anterieure overeenkomst wordt opgeschreven. Alles over het haalbaar maken van het plan wordt daarin opgenomen. Verder kunnen afspraken worden opgenomen over het terugvloeien naar de gemeente van financiële middelen die achteraf niet nodig blijken te zijn. Ook de rechten van de huurders, het sociaal plan, kunnen daarin worden vastgelegd. De wethouder zegt tenslotte dat de initiatiefnemer al heel lang met dit plan rondloopt en over het hele proces wel wat frustratie heeft opgebouwd. Maar hij was er elke keer bij en heeft zeer coöperatief meegewerkt om het plan aan te passen naar de wensen van de bewoners, omwonenden en ondernemers, en haalbaar en betaalbaar te maken.

Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) vraagt of het sociaal plan kan worden opgenomen in het SPvE in plaats van in de anterieure overeenkomst.

40

45

Wethouder Eerenberg antwoordt dat er toch een anterieure overeenkomst moet worden gesloten. Daarin zou het dan kunnen worden opgenomen. Hij is terughoudend met het aanpassen van het SPvE. De toezegging om het in de anterieure overeenkomst vast te leggen moet voldoende zekerheid bieden aan de raad. Mevrouw Hellevoort (GroenLinks) zegt dat de SPvE een openbaar document is, een anterieure overeenkomst niet. De bewoners kunnen die dus niet inzien. Wethouder Eerenberg zegt toe om het op te nemen in het document over de haalbaarheid van dit plan. De voorzitter informeert naar gemiste vragen.

50

De heer Stellinga (CDA) is het niet met de wethouder eens over de haalbaarheid van de supermarkt. Wat doet het college als de supermarkt door de onzekerheid belly-up gaat? Ook vraagt hij welke actie wordt ondernomen als er wel parkeeroverlast optreedt. Pagina 34 van 64

5

Wethouder Eerenberg antwoordt dat de raad het college heeft gevraagd om aan de onderkant van supermarktafmetingen te gaan zitten. Daarmee neemt het risico van de business case van de supermarktondernemer toe. Voor de ondernemers in de winkelstrip is het fijn als er een supermarktje zit, want het helpt hen in de levensvatbaarheid van hun eigen onderneming. De wethouder kan de wat-als vraag niet beantwoorden. Experts op de afdeling Economische zaken hebben hiernaar gekeken. Volgens hen zou het goed moeten gaan. Als er parkeeroverlast ontstaat wordt het reguliere instrumentarium ingezet. De wethouder denkt dat het mee gaat vallen gezien het beperkte assortiment van de supermarkt. Het reguliere parkeerbeleid stimuleert mensen om met de fiets boodschappen te doen.

10

De voorzitter vraagt of de commissie behoefte heeft aan een tweede termijn. De fractie van de PvdA heeft daar behoefte aan.

15

De heer Van der Zweth (PvdA) is blij te horen dat wordt bekeken of de sociale huur naar corporaties kan. Het opnemen van een maximale procentuele afwijking van het supermarktoppervlak vindt hij een goede suggestie. De PvdA zal daarover met een amendement komen. Verder vraagt hij om in de brief goed te expliciteren wat er gebeurt als er geen draagvlakmeting is. De draagvlakmeting is leidend bij de bepaling of het plan doorgaat. Dat heeft de wethouder al eerder toegezegd, de PvdA vraagt om dat goed op papier te zetten. Wethouder Eerenberg neemt deze suggestie mee.

20

De voorzitter vraagt hoe de commissie dit onderwerp wil doorgeleiden naar de raad. De PvdA gaf al aan een amendement in te dienen. Ook het CDA wil een voorstel indienen. De voorzitter stelt voor om hier 10 minuten voor te reserveren. Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat er nu niet de mogelijkheid is om het extra raadsvoorstel in de commissie te bespreken. Zij vindt 10 minuten wat kort voor de behandeling van beide voorstellen. De kans dat de VVD een voorstel wil indienen is aanwezig.

25

De voorzitter geeft aan dat het onderwerp als B-punt zal worden doorgeleid naar de raad met een tijdsreservering van 15 minuten. De raad ontvangt dus een tweede raadsvoorstel, dat gelijk met voorgaande raadsvoorstel wordt behandeld. Zij sluit dit agendapunt af en schorst de vergadering. -

30

Schorsing –

De voorzitter heropent de vergadering.

9 Onderzoek optimalisaties deelgebied 6 Merwedekanaalzone: Uitgangspunten en planning besluitvorming 35

40

45

De voorzitter licht toe dat de raad in juni de nota van uitgangspunten voor de ontwikkeling van deelgebied 6 van de Merwedekanaalzone heeft vastgesteld, waarmee kaders zijn vastgesteld voor een wijziging van het Omgevingsplan voor fase 1 van dit gebied. Bij de behandeling heeft het college aan de hand van een motie toegezegd alvorens een wijziging van het Omgevingsplan verder voor te bereiden verschillende scenario’s, oftewel optimalisaties, aan de hand van onderzoeken voor te leggen. Op 24 oktober heeft de raad hierover een raadsbrief ontvangen waarin de raad vier scenario’s wordt voorgehouden. Het college geeft aan graag scenario 4 te willen uitwerken. Op 12 november werd de raad in de gelegenheid gesteld om een technische toelichting op de scenario’s te ontvangen. Vandaag worden de scenario’s besproken, waarbij de fracties in de positie zijn om hun voorkeur voor een scenario uit te spreken. Deze brief wordt in één termijn behandeld, waarvoor 90 minuten is gereserveerd. De heer Stellinga (CDA) heeft de motie 2018 in juni gesteund, die het college opdraagt om meer onderzoek te doen naar meer woningen en flexibiliteit in het bouwprogramma. Dank voor de uitvoering van de motie. Er worden weer een aantal scenario’s voorgelegd, waarbij alleen scenario Pagina 35 van 64

5

10

15

4 als enige onontkoombare juiste keuze wordt gepresenteerd. De anderen zijn immers om uiteenlopende, met name financiële, oorzaken niet haalbaar. Het CDA worstelt hiermee. Het enige haalbare scenario valt namelijk terug op de Wet betaalbare huur, en alle andere gaan uit van het actieprogramma middenhuur. In het kader van de Utrechtse aanpak kan wat het CDA betreft de Wet betaalbare huur incidenteel worden toegepast, maar er moet worden voorkomen dat dit structureel gaat gebeuren. Utrecht is een populaire stad en de toepassing van het actieprogramma is nodig in aanvulling op de Wet betaalbare huur. Daarnaast constateert het CDA dat één argument heel belangrijk is, namelijk de voortgang. Als bijvoorbeeld op scenario 3 de 3025-45-verhouding wordt toegepast, in plaats van de gewenste 40-35-25-verhouding, dan zijn de betaalbare woningen gemiddeld 65 vierkant meter, houden we ons aan het actieprogramma en is het plan ook voor de ontwikkelaar haalbaar. Het kan echter niet want dan moet er een nieuwe mer worden uitgevoerd. Daar is geen tijd voor, want dan verloopt het voorkeursbesluit. Het CDA verneemt graag de consequenties daarvan. Stel dat de raad het verlopen van het voorkeursbesluit voor lief zou nemen, wat zou dat dan betekenen? De heer Vasters (D66) zegt dat de voortgang inderdaad belangrijk is. Het voorkeursrecht dat is gevestigd loopt binnenkort af.

Hoe ziet het CDA dat, gezien de vraag om een nieuwe mer? De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat dat precies de vraag is die hij bij de wethouder neerlegt. Hij wil de consequenties daarvan in de afweging betrekken.

20

De heer Vasters (D66) vraagt hoe het CDA er zelf instaat. Is het CDA bereid de vertraging te nemen, of vinden zij het, net als D66, belangrijk dat de woningen er gebouwd gaan worden? De heer Stellinga (CDA) laat dat afhangen van de beantwoording door de wethouder. De heer Te Hoonte (VVD) ziet dat als een reden waarom het onverstandig is om de motie te steunen, terwijl bekend is dat er een beperkte doorlooptijd is.

25

De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het een onderzoeksmotie was. Hij ziet geen aanleiding om het onderzoek af te raden. Het indienen van een onderzoeksmotie zelf leidt niet tot vertraging. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of het nu niet te laat is om dat nog te vragen. Had dat niet eerder in het proces moeten worden besproken? Juist tempo maken is ook belangrijk. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat tempo maken erg belangrijk is, maar daarbij moet wel zorgvuldig worden gehandeld en een goede afweging worden gemaakt.

30

35

40

45

De voorzitter geeft het woord aan D66 voor hun inbreng. De heer Vasters (D66) zegt dat via de nota van uitgangspunten aan de raad is meegegeven wat belangrijk is bij de ontwikkeling van dit gebied, en dan vooral voor fase 1. Voor D66 staat voorop dat er alles aan wordt gedaan om hier voldoende woningen te realiseren. Tijdens het vorige debat hierover werd duidelijk dat de financiële haalbaarheid bij het oorspronkelijke plan zo laag is dat woningbouw op dit moment niet waarschijnlijk is. Het is voor de ontwikkelaars maar ook voor de gemeente zelf niet aantrekkelijk genoeg om te bouwen. Daarom is het heel fijn dat het college terug naar de tekentafel is gegaan om te kijken of er alternatieven zijn die wel financieel haalbaar zijn. We realiseren ons allemaal dat er concessies moeten worden gedaan. Een positieve business case voor zowel de gemeente als ontwikkelaars, zoveel mogelijk bouwen in de betaalbare segmenten met een zo laag mogelijke huurprijs, woningen met een groot woonoppervlak, stevige investeringen in de openbare ruimte en alles binnen de wettelijke kaders en de mer. Die combinatie is niet reëel. Met de vier scenario’s brengt het college de afwegingen goed in beeld. Voor D66 heeft scenario 4 de duidelijke voorkeur. Er worden hierbij veel woningen gebouwd, vooral in het betaalbare segment. Het gaat hierbij om 1312 betaalbare woningen.

Dat zijn 410 extra betaalbare woningen, oftewel een toename van 45% ten opzichte van het originele plan. Daarbij wordt er iets teruggegaan in de gemiddelde woninggrootte. Meer dan de helft van de Utrechtse huishoudens bestaat tegenwoordig echter uit één persoon, en woningbouwverenigingen geven aan dat er juist veel vraag is naar kleinere woningen terwijl hun bestand vaak bestaat uit ruimere woningen. D66 vraagt zich dan ook af hoe erg dit in de praktijk is. Pagina 36 van 64

Mevrouw Bode (Volt) vraagt wat D66 dan zegt tegen tweepersoonshuishoudens die ook wel eens de neiging hebben om uit te groeien tot een drie- of vierpersoonshuishouden.

5

De heer Vasters (D66) antwoordt dat er moet worden gezocht naar een mix van woningen. Er kunnen niet alleen maar kleine woningen zijn. In dit binnenstedelijke gebied is het niet logisch om hele grote woningen te gaan bouwen. Mevrouw Bode (Volt) vraagt wat D66 dan zegt tegen die twee mensen in zo’n woning, die gaan uitbreiden. De heer Vasters (D66) antwoordt dat het niet de enige wijk in Utrecht is. Men kan bij gezinsuitbreiding ook verhuizen.

10

Mevrouw Bode (Volt) vraagt wat D66 dan zegt tegen mensen die willen verhuizen, maar het moeilijk vinden om een woning in Utrecht te vinden, die betaalbaar is en waar met meer mensen kan worden gewoond.

15

De heer Vasters (D66) antwoordt dat het goed is om te bouwen voor verschillende doelgroepen. Voor D66 is het het meest belangrijk dat daar wordt gebouwd. Er moeten dan wel concessies worden gedaan.

20

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of D66 het ook belangrijk vindt om een sociale structuur in een wijk op te bouwen. Daarmee wordt bedoeld dat mensen er wat langer wonen, elkaar kennen, vriendschappen ontstaan, burenborrels ontstaan, onderlinge hulp, dat men weet wie er naast zich woont. Deelt D66 de zorg dat dat anders wordt als mensen na drie jaar weer doorverhuizen? Dat betekent wat voor de sociale structuur en samenhang in een wijk. De heer Vasters (D66) antwoordt dat zij die zorg delen, maar het is niet mogelijk om tegen alle wensen ja te zeggen. Als dat betekent dat met gemiddeld wat kleinere woningen toch een woningbouwproject met flinke omvang door kan gaan, dan is dat voor D66 het belangrijkst.

25

30

De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat het zou kunnen dat dan vooral wordt gebouwd voor passanten die snel doorverhuizen. Daardoor ontstaat geen sociale structuur. Een andere zorg van de PvdA is wat er gebeurt als de stad over 10 à 20 jaar minder populair wordt. Willen hier dan nog steeds zoveel mensen wonen, gezien de beoogde dichtheid en beperkte grootte van de woningen? Hoe toekomstbestendig is de keuze van D66? De heer Vasters (D66) antwoordt dat het belangrijk is om een mix van woningen te maken en niet alleen kleine studio’s te bouwen. Dat is ook niet het plan. Richting de buitenwereld moet eerlijk worden verteld dat er niet alleen hele grote woningen gaan komen. De heer Stellinga (CDA) vraagt of D66 generiek voor het loslaten van de 65 vierkante meter is, of geldt dat alleen om deelgebied 6 in de lucht te houden.

35

De heer Vasters (D66) antwoordt dat zij de 65 vierkante meter generiek niet loslaten. Er moet op projectbasis worden bekeken wat nodig is en wat past. De heer Stellinga (CDA) vraagt of D66 dit dan als een project ziet. Het gaat wel om 1500 woningen. D66 laat nu iets los waarvan in de toekomst de verleiding misschien groot is om dat weer te doen, en weer te doen, totdat de 65 vierkante meter daadwerkelijk een wassen neus is geworden.

40

De heer Vasters (D66) antwoordt dat er in de gemeente Utrecht voldoende gebieden zijn met ruimere woningen om de balans te krijgen. De heer Stellinga (CDA) vraagt of D66 daar voorbeelden van kan geven. De heer Vasters (D66) noemt Rijnenburg als voorbeeld. Ook daar is een mix van kleinere appartementen en grotere woningen. Pagina 37 van 64

De heer Usta (DENK) vindt het spijtig dat D66 het perspectief heeft dat mensen moeten ophoepelen als ze groter willen wonen. De heer Vasters (D66) zegt dat dat niet de woorden zijn die hij heeft gebruikt. 5

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt naar de hoeveelheid woningen. Dat gaat in dit scenario omhoog naar 2050 woningen op een plek dicht bij de snelweg. Daar maakt de VVD zich zorgen over. Het maximum van 10.000 woningen in de Merwedekanaalzone wordt ruim overschreden, terwijl een breed deel van de raad heeft aangegeven binnen de Omgevingsvisie te willen blijven. Hoe kijkt D66 daarnaar?

10

De heer Vasters (D66) antwoordt dat bij kleinere woningen een lagere mobiliteitsnorm qua autobewegingen zit. Juist door wat kleinere woningen toe te voegen gaat het totaal aantal omhoog en wordt de impact op het mobiliteitsvraagstuk beperkt.

15

De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat er in de praktijk rondom de max een parkeertekort is. Het is marchanderen met de cijfers. In de Omgevingsvisie staat niet dat woningen waar geen auto bij zit wel gebouwd mogen worden. Daarin staat dat er wordt verwacht dat er, wegens het verkeerssysteem, nog maximaal 10.000 woningen bij kunnen komen. Wat levert D66 dan extra aan middelen of ideeën om die extra woningen in het wegennet kwijt te kunnen? 400 Woningen is gewoon een wijk.

20

De heer Vasters (D66) antwoordt dat 10.000 extra woningen was gebaseerd op de verkeersbeweging. Als het allemaal gezinswoningen zouden worden met mensen die één of twee auto’s hebben ontstaat een heel andere wijk dan een wijk met veel eengezinshuishoudens die zich hopelijk richten op het openbaar vervoer en de fiets. Het vasthouden aan de 10.000 vindt D66 dan ook niet terecht.

25

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de raad het maximum op 10.000 heeft gezet. Er is zelfs bij deelgebied 5 een noodrem ingebouwd voor als het te intensief wordt. Vervolgens komen er 350 daarbij, nu 400 hierbij. Er wordt telkens opgeplust. Dat is toch niet hoe de Merwedekanaalzone is afgesproken?

30

De heer Vasters (D66) antwoordt dat de alternatieven minder goed zijn. Als er minder woningen worden gebouwd, dan moeten er meer vrije sector–woningen worden toegevoegd om het programma haalbaar te houden. Die keuze maakt D66 niet. D66 vindt dat met meer woningen in een hele goede mix met veel betaalbare woningen een beter programma wordt neergezet dan het voorstel waar de VVD op doelt. De heer Snijder (Student & Starter) vraagt of het antwoord op de vraag van Volt niet heel makkelijk is. Er kunnen veel Utrechters, geen passanten maar mensen die hier graag willen wonen, een plek krijgen. Die keuze ligt nu voor. Is D66 het daarmee eens?

35

40

De heer Vasters (D66) antwoordt dat dat precies het mooie is van dit plan. Er worden veel woningen gebouwd voor de mensen die hier willen wonen. Hij vervolgt zijn betoog en vraagt de wethouder naar de verdeling van huurwoningen in scenario 4 qua oppervlakte en huurprijs. Tenslotte meldt hij dat het voor D66 glashelder is dat als dit project niet wordt uitgevoerd het over enkele jaren terug zal komen in de tranches omdat het niet te ontwikkelen is. De woningnood is groot en dat blijft het ook nog wel een tijd. D66 wil net als veel andere partijen echt werk maken van het bouwen van woningen. Daarnaast loopt het voorkeursrecht binnenkort af. Kortom: het is nu het moment om hiermee in te stemmen en broodnodige woningen bij te bouwen. De voorzitter geeft woord aan Student & Starter voor hun bijdrage.

45

De heer Snijder (Student & Starter) zegt dat Student & Starter bij het vorige debat over deelgebied 6 actief heeft bijgedragen met moties en een amendement gericht op het realiseren van meer woningen en een optimaal woningbouwprogramma. Zij constateren dat er slechts één echt werkbaar scenario op tafel ligt. Aan de wethouder wordt gevraagd om toe te lichten waarom er niet meer echt haalbare opties zijn ontwikkeld. Desondanks is Student & Starter heel erg Pagina 38 van 64

5

positief over de richting die nu is ingeslagen. De voorgestelde verdeling van woningen, met een balans tussen sociale huur en vrije sector, sluit goed aan bij de ambities van Student & Starter en het college. Dit zorgt voor een diverse mix van doelgroepen wat bijdraagt aan de inclusiviteit van de toekomstige wijk. Student & Starter waardeert bijzonder de aandacht voor studentenwoningen. Ook de vooruitzichten voor starters zijn bemoedigend. Mevrouw Bode (Volt) vraagt wat Student & Starter zegt tegen doorstromers die geen woning kunnen vinden. De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat het fijn is om überhaupt een plek te hebben in deze prachtige stad.

10

15

20

Mevrouw Bode (Volt) zegt dat dit dan wel een plek in een hele kleine woning zal zijn. Er zijn veel voorbeelden van mensen die vastzitten omdat ze onvoldoende woonruimte hebben, en daardoor nog bij hun ouders wonen of niet durven denken aan het krijgen van kinderen omdat ze niet weten waar ze die letterlijk zouden moeten laten. Hoe kijkt Student & Starter daarnaar? De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat zij ook aandacht proberen te geven aan middenhuur en betaalbare koop. Het is voor veel mensen niet duidelijk waar ze kunnen wonen in deze stad. Daarvoor moet een loket komen. Hij deelt de analyse niet dat Student & Starter zich niet inzet voor die groep. Mevrouw Bode (Volt) zegt dat betaalbare woningen gelijk oplopen met oppervlakte van de woningen. De betaalbare woningen, de middenhuurwoningen, zijn hele kleine woningen. Daarmee is er nog steeds het probleem voor de doorstromer. Hoe kijkt Student & Starter daarnaar?

25

De heer Snijder (Student & Starter) antwoordt dat er natuurlijk aandacht gegeven moet worden aan die specifieke groep. Student & Starter wil meegeven dat een woning verdwijnt en onbetaalbaar blijft als het zomaar in de vrije sector wordt gegooid. Hij vervolgt met zijn inbreng. De organische ontwikkeling van het gebied is belangrijk. Dat brengt complexiteit met zich mee waar rekening mee moet worden gehouden. Dat wordt goed gedaan in scenario 4, want daarin worden de grondeigenaren gestimuleerd om te blijven ontwikkelen, al is dat nog steeds niet helemaal zeker. Student & Starter pleit voor scenario 4 want dat biedt de beste balans tussen duurzaamheid, betaalbaarheid en haalbaarheid, meer betaalbare woningen, een lagere parkeernorm.

30

De voorzitter geeft het woord aan de Partij voor de Dieren voor hun inbreng.

35

40

45

Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) zegt dat hun voorkeur uitgaat naar scenario 2, want scenario 0 en 1 vallen volgens hen tegen voor wat betreft de verdeling van de woningen. 45 Procent vrije sector vinden zij niet okay. Scenario 3 en 4 vallen af qua ophoging van het aantal woningen en daarmee de druk op de leefbaarheid van het gebied. Die leefbaarheid vindt de Partij voor de Dieren een belangrijk uitgangspunt. Zij hebben zorgen over inperking van de openbare ruimte en tegelijkertijd de ophoging van het aantal woningen. In zo’n nieuw te ontwikkelen gebied moet ook ademruimte blijven, niet alleen voor mensen maar ook voor alle dieren. In de technische toelichting werd benadrukt dat voorzieningen in verhouding mee zullen groeien, terwijl tegelijkertijd werd gezegd dat bekeken gaat worden welke openbare ruimte het meest waardevol is zodat die ruimte gespaard kan worden. De vraag hierbij is: waardevol voor wie? Wat de Partij voor de Dieren betreft moet niet alleen worden gekeken naar de waarde voor mensen, maar ook voor dieren. Deelt de wethouder dat en deelt hij dat ook de openbare ruimte een voorziening is voor de mensen die er gaan wonen, en die ook goed in verhouding moet staat? De heer van de Zweth (PvdA) geeft aan dat is uitgelegd dat scenario 2 überhaupt niet gaat vliegen.

Wat stelt de Partij voor de Dieren voor om dit wel een optie te maken? Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) wil dat scenario 2 niet direct van tafel wordt geschoven. De financiële haalbaarheid van de scenario’s is inderdaad moeilijk. De Partij voor de Dieren zit niet te wachten op ophoging van het aantal woningen. Hoe dat financieel opgelost zou moeten worden kan zij niet direct uitleggen. Pagina 39 van 64

De heer van de Zweth (PvdA) geeft aan dat dat juist het dilemma is. Als je het haalbaar wilt maken dan moet ergens worden toegegeven. Als de Partij voor de Dieren kiest voor scenario 2 dan kiest zij eigenlijk voor het laten vallen van voorkeursrecht. 5

10

15

20

25

30

Mevrouw De Vries (Partij voor de Dieren) zegt dat zij vaak kiest voor het ophogen van gebouwen. In de hele Merwedekanaalzone wordt echter zoveel bijgebouwd dat de Partij voor de Dieren zich daar zorgen over maakt. Als scenario 4 wordt uitgewerkt, wordt dit dan wel een fijn leefgebied voor mens en dier? Zij gaat verder met haar betoog. Zij ziet niets terugkomen over de biodiversiteit en de dieren. Het te ontwikkelen Eendrachtspark wordt ingestoken als recreatieplek voor mensen. Eerder is een motie en amendement van de Partij voor de Dieren aangenomen om biodiversiteit toe te voegen als leidend principe. Dat ziet de Partij voor de Dieren niet terugkomen. Deelt de wethouder het beeld dat er steeds meer wordt afgesnoept van ruimte voor groen en dieren, en kan hij toezeggen dat hij dat in verdere planvorming voldoende oog blijft voor dier en natuur? De Partij voor de Dieren ziet dit graag terugkomen in de toelichting bij het plan. De voorzitter geeft woord aan GroenLinks voor hun inbreng. De heer Dekkers (GroenLinks) is blij dat gezocht is naar optimalisaties voor Merwedekanaalzone deelgebied 6, met name naar aanleiding van de motie die vroeg om voor de mix van woningen aan te sluiten bij het coalitieakkoord.

GroenLinks kan de gevonden optimalisaties goed volgen, zoals het beter aansluiten bij de bestaande kavels, het vergroten van de ontwikkelgebieden en sommige ontwikkelingen van de openbare ruimte verschuiven naar fase 2. Op zich kan GroenLinks ook de zoekrichting om de gemiddelde oppervlakte te verkleinen en daarmee zowel het aantal woningen te vergroten als binnen de norm van de mer te blijven ook wel volgen, ook al zijn ze zeker niet enthousiast omdat bij het zoeken naar een rendabele ontwikkeling al heel snel naar een lagere oppervlakte wordt gekeken. Die normen zijn niet voor niets vastgesteld. Met deze optimalisatie is er ruimte voor meer woningen. Het aantal woningen sociaal en midden is net iets lager dan in het scenario 3. De toename zit vooral in de vrije sector. GroenLinks maakt zich met name zorgen over twee punten. Ten eerste of de betaalbare woningen echt wel worden gerealiseerd, en niet alleen de vrije sectorwoningen. Ten tweede heeft GroenLinks problemen met het loslaten van de eigen regels voor middenhuur. De landelijke regels leiden te snel tot te kleine woningen met te hoge huren. De grote vraag is of die wet nog wel bestaat als die woningen echt gebouwd gaan worden. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat dat wel diep in de tranches zit. Waar komt de suggestie vandaan dat de wet binnenkort niet meer zal bestaan?

35

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat er een groot verschil zit tussen de Utrechtse aanpak, waarbij later in het proces wordt bekeken of ontwikkelingen nog wel kunnen worden gerealiseerd. GroenLinks is zeer terughoudend om al heel vroeg in het proces in te leveren op deze ambities. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat die wet er gewoon is. Dat is dus de ondergrens waar je je aan moet houden. Dat doet het voorstel toch nog steeds?

40

De heer Dekkers (GroenLinks) denkt dat de wet niet meer bestaat tegen de tijd dat er wordt gebouwd. Hij vervolgt zijn inbreng en zegt dat de effecten van de afzonderlijke stappen van 3 naar 4 niet goed te zien zijn. Dat maakt de beoordeling van de scenario’s moeilijk. Aan de wethouder wordt gevraagd om dat alsnog inzichtelijk te maken.

45

De heer Vasters (D66) hoort GroenLinks zeggen dat een nadeel van scenario 4 een toename van het aantal vrije sector woningen is. Dat gaat echter niet ten koste van sociale of middengroepen. Waarom ziet GroenLinks dat dan zo negatief?

50

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat de absolute aantallen tussen 3 en 4 relatief dicht bij elkaar liggen. De winst in aantallen zit in de vrije sector. Het is goed dat in dat segment nog naar bepaalde doelgroepen wordt gezocht. GroenLinks vreest echter dat straks alleen de vrije sectorwoningen gerealiseerd gaan worden omdat daarop verdiend kan worden. Pagina 40 van 64

De heer Vasters (D66) vraagt wat er nodig is om die zorg te verminderen. Dit zijn namelijk wel de afspraken die worden gemaakt met de ontwikkelaars.

5

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat dat ook het probleem is. Er zijn verschillende eigenaren die op hun eigen plot gaan ontwikkelen, en er zijn weinig sturingsmogelijkheden. Dat vergroot de zorg. De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat GroenLinks tussen scenario 3 en 4 twijfelt. EenUtrecht ziet enorme verschillen tussen die twee scenario’s. Wat wil GroenLinks feitelijk?

10

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij expliciet heeft aangegeven wat zij waarderen en wat zij minder waarderen. De zoekrichting naar meer woningen door iets kleiner te kijken kunnen zij volgen, ook al zijn zij best huiverig om dat zomaar overal te doen. Zij hebben problemen met het aanhangen van de landelijke regels voor middenhuur. De voorzitter geeft het woord aan PvdA voor hun inbreng.

15

20

25

30

35

De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat voor de PvdA het uitgangspunt moet zijn dat de Merwedekanaalzone een betaalbare, leefbare en duurzame wijk moet zijn, met een focus op betaalbaarheid en voorzieningen. Verder moeten de woningen groot genoeg zijn om er een leven in op te bouwen, om er een tijdje in te wonen. De grote dichtheden die er in de Merwedekanaalzone überhaupt komen vragen om goed nadenken over leefbaarheid. Wat als de woonwensen veranderen? Er moet niet alleen met de bril van nu worden gekeken. Het moet niet alleen over 10 jaar fijn wonen zijn, maar ook over 40 en 70 jaar. Dat is de keuze die hier voor ligt. De PvdA dankt het college voor de uitwerking. De omschrijving is gecompliceerd maar geeft wel veel inzicht. De PvdA kijkt naar scenario 3. Daar zit veel in wat zij willen maar het is niet haalbaar. Ambtelijk is geïnformeerd of er wel uit kan worden gekomen als één van de keuzes wordt gemaakt, bijvoorbeeld percentages, formaat middenwoningen, actieplan middenhuur. Dat blijkt niet zo te zijn. Aan de wethouder wordt gevraagd of scenario 3 haalbaar kan worden gemaakt als investeringen in de openbare ruimte worden gefaseerd en grotendeels op het boek van de gemeente worden gezet. Voor scenario 3 wordt overigens al over de 10.000 woningen heen gegaan voor de Merwedekanaalzone, hoewel dat in vorige raden een absolute max was.

Als het antwoord daarop nee is, dan komt de PvdA uit op scenario 4 . Dan vraag de PvdA zich toch af of scenario 1 niet evenwichtiger is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdA het niet jammer vindt dat er wel vier scenario’s worden voorgelegd waarvan er maar één in de plus zit. Het zou goed zijn als het college iets te kiezen geeft. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het zo complex en krap is dat het de vraag is of er wel veel verschillende andere scenario’s kunnen worden voorgelegd. De PvdA ziet scenario 1 ook als mogelijke optie, naast scenario 4. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdA aan dan aan de wethouder verzoekt om te onderzoeken of scenario 1 in de plus kan worden gekregen, zodat een volwaardig alternatief ontstaat.

40

45

De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt zich af of dat wel mogelijk is. Volgens de tabel kan het gewoon, maar volgens de tekst verwacht men dat er dan niet tot ontwikkeling kan worden overgegaan. Hij vraag aan wethouder waar dat op hangt en hoe ervoor kan worden gezorgd dat het wel doorgaat. De heer Dekkers (GroenLinks) hoort de PvdA het aantal van 10.000 woningen noemen. GroenLinks volgt de zorgen over hoge dichtheden en leefbaarheid. Is de PvdA het ermee eens dat aantal van 10.000 altijd in relatie met mer moet worden gezien? De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat het een grote samenhang met leefbaarheid heeft. Als alle woningen heel klein worden en gericht op doelgroepen die niet in de spits reizen, zoals ouderen en studenten, dan kunnen volgens de mer ongekende aantallen worden gebouwd. De leefbaarheid komt dan echter ook onder druk te staan. Dat is een integraal onderdeel van de Pagina 41 van 64

5

10

discussie. Hij vervolgt zijn inbreng en zegt dat de PvdA er niet uit is. Is scenario 1 niet wat evenwichtiger, hoewel ook dan over de 10.000 heen wordt gegaan? Dan is wel zeker dat het middensegment betaalbaar is en dat de woningen een behoorlijk formaat hebben. De percentages redden het dan niet en blijven bij de eerdere besluitvorming. Dan wordt wel een toekomstbestendiger wijk gebouwd. Of wordt voor scenario 4 gekozen, waarbij wordt gegaan voor de ambitie en zoveel bouwen als kan maar wel inboeten op. Het is een dilemma. Scenario 1 past beter bij een realistisch beeld. Als er al gekozen zou worden voor scenario 4 dan komen er nog meer woningen maar wordt binnen de mer gebleven. Dat zou betekenen dat er buiten de discussie over de bruggen kan worden gebleven. Kan de wethouder dat bevestigen? De heer Te Hoonte (VVD) vraagt hoe de PvdA kijkt naar hoe het actief grondbeleid uitpakt.

15

De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat dat voor tempo zorgt. Dat is heel goed. Er moet wat met het Merwedekanaalgebied gebeuren, zeker in deelgebied 6. Daar liggen veel kansen. Het voorkeursrecht heeft voor tempo gezorgd. Het dilemma was er ook zonder het voorkeursrecht geweest, tenzij er nog tien jaar was gewacht. Dat had de PvdA überhaupt niet gewild. De voorzitter geeft woord aan de CU voor hun bijdrage.

20

25

30

35

40

De heer Van der Graaf (CU) zegt dat de CU in juni de motie ‘Ruimte voor levensbeschouwing’ heeft ingediend omdat zij vinden dat de wijk pas echt compleet is als er ook ruimte voor ontmoeting, zingeving en verbinding is. Helaas zien zij in de reactie van het college onvoldoende ambitie hierop. Er staat in de reactie dat ruimte wordt gelaten voor maatschappelijke functies en dat levensbeschouwelijke organisaties daarin passen. Dat klinkt mooi maar in de praktijk zijn vierkante meters voor algemeen maatschappelijke functies lang niet altijd geschikt voor levensbeschouwelijke organisaties als kerken en moskeeën. Het blijft dus onduidelijk hoeveel vierkante meters er specifiek beschikbaar komen en er wordt ook geen garantie gegeven of deze ruimten voldoen aan de specifieke eisen van kerken, moskeeën of gebedshuizen. Kan het college hierover alsnog duidelijkheid geven? Daarnaast schuift het college de verantwoordelijkheid door naar het makelpunt. Alsof het simpelweg een kwestie is van vraag en aanbod. Was het maar zo’n feest, want dan was het een stuk makkelijker geweest voor dit soort organisaties. Er ligt een duidelijke verantwoordelijkheid voor de gemeente om bij stedenbouwkundige plannen ook ruimte te reserveren wat voldoet aan de behoefte van deze levensbeschouwelijke organisaties.

Is het college bereid om deze verantwoordelijkheid op te pakken? Pas in het eerste kwartaal van 2025 worden gesprekken gevoerd met de betreffende organisaties. Waarom zijn die gesprekken nu nog niet gevoerd, gezien de motie die een meerderheid behaalde? Als deze gesprekken niet snel plaatsvinden dan is er het risico dat deze organisaties opnieuw worden vergeten en op een zijspoor belanden. De CU vraagt het college specifiek om ruimte te reserveren voor deze organisaties in deelgebied 6, dit niet alleen over te late aan het makelpunt maar de verantwoordelijkheid actief te pakken en versneld in gesprek te gaan met deze organisaties. De heer Dijkstra (EenUtrecht) is het hartgrondig eens met deze vraag aan de wethouder. Hij bemerkt dat de nadruk vaak wordt gelegd op levensbeschouwelijke organisaties. Moet het niet juist gaan om sociaal-culturele organisaties, in breder opzicht? De heer Van der Graaf (CU) antwoordt dat kerken en moskeeën daar een grote bijdrage aan leveren, en kunnen daar dan ook onder vallen. Tegelijk zit daar een valkuil, want kerken en moskeeën hebben soms andere eisen aan een gebouw. Het is goed om daar rekening mee te houden en ze apart te benoemen.

45

De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil graag samen optrekken en ze allebei noemen, want veel sociaal-maatschappelijke organisaties hebben ook specifieke eisen aan de ruimte. Ziet de CU dat het belangrijk is beide groepen hierin te betrekken? De heer Van der Graaf (CU) antwoordt dat dit aansluit bij de oproep om op tijd met deze organisaties in gesprek te gaan.

50

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de CU het eens is met oproep die hij zojuist deed om dit breder te bekijken. Pagina 42 van 64

De heer Van der Graaf (CU) antwoordt dat het op sommige punten inderdaad breder is bedoeld, namelijk om aan de voorkant met die organisaties in gesprek te gaan. Maar kijk ook specifiek naar kerken en moskeeën, want die hebben echt andere wensen en eisen. 5

10

De heer Vasters (D66) heeft begrip voor de oproep van de CU. Hij vraagt naar een reflectie op de scenario’s van de CU. De heer Van der Graaf (CU) antwoordt dat zij daar wat minder op hebben gefocust. Voor de CU is het belangrijk om te doen wat nodig is om aan de woningbouwopgave te voldoen. De woningen zijn hard nodig, dus als er wat meer kan moeten dat worden gedaan. Daarbij moeten we niet schuwen om te kijken wat in de vrije sector kan zodat het ook haalbaar is. Voor de CU is de haalbaarheid van het plan het meest leidend. Voor een definitieve keuze wachten zij de beantwoording van de wethouder af. De voorzitter geeft het woord aan DENK voor hun inbreng.

15

20

De heer Usta (DENK) zegt dat de komst van nieuwe woningen noodzakelijk is in deze periode van woningnood. Daar is DENK blij mee. Veel fracties geven aan dat de leefbaarheid op orde moet zijn, maar hoe wordt leefbaarheid geïnterpreteerd? Huisvesting en wonen is een basisbehoefte. Moet niet eerst de basis op orde zijn? DENK is klaar met woningen als kippenhokken en woningen die niet toekomstbestendig zijn, waardoor mensen telkens moeten vertrekken waardoor de sociale cohesie en de investeringen verloren gaan. DENK heeft dan ook een voorkeur voor scenario 3. Tenslotte sluiten zij zich aan bij de oproep van de CU om ruimte voor kerken en moskeeën te maken. De voorzitter geeft woord aan de VVD voor hun inbreng.

25

30

35

40

45

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de VVD als enige partij tegen de motie en voor het raadsvoorstel heeft gestemd. Dat was een verstandige keuze. Het raadsvoorstel was prima om uit te voeren en dan had het geld voor het verdichtingsonderzoek uitgespaard kunnen worden. We zaten eigenlijk al aan de limiet voor de Merwedekanaalzone. Het verbaast de VVD dat het bij de technische sessie moeite kost om aan te geven hoeveel woningen er gebouwd worden. Soms wordt er verdicht om het verdichten. Dat is hier echt niet nodig. De locatie zit dicht op de snelweg en het is onduidelijk waar de tramhalte komt. Maar er wordt wel een wijk gebouwd met bijna 2.000 woningen. De VVD roept dan ook op om bij scenario 1 te blijven, en dat scenario iets rendabeler te maken. Als er dan iets toegevoegd moet worden dan veronderstelt de VVD dat het toevoegen van enkele vrije sectorwoningen, voor gezinnen, de beste oplossing is om het snel rendabel te maken. Voor de VVD is het bouwen van bruggen een no go en niet volgens de afspraken die voor de Merwedekanaalzone zijn gemaakt. De heer Vasters (D66) zegt dat in het vorige debat en uit de ontvangen documentatie duidelijk blijkt dat scenario 0, het raadsvoorstel zelf, financieel echt niet haalbaar is. Het toevoegen van meer vrije sectorwoningen komt in de buurt van scenario 4.

Waarom kiest de VVD nu dan niet voor scenario 4? De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat er dan weer 400 woningen bijkomen. Dat zijn twee hele grote gebouwen met 200 woningen erin. Dat is niet niks. Richting de zuidkant is het heel moeilijk om woningen in te passen vanwege de geluidsoverlast, dus dan zou het richting het noordelijke stuk moeten. Daar wordt het echter al heel druk met deelgebied 5. De VVD kan er mee leven als er wordt geprobeerd om intensief te bouwen, waarbij een aantal plots over wordt gehouden die niet in ontwikkeling worden genomen als blijkt dat het teveel is met 1.750 woningen. Zoals de noodrem is ingebouwd bij deelgebied 5. Er staat nog steeds niets in deelgebied 5. Niemand weet of het gaat werken. De heer Vasters (D66) zegt dat de dichtheden in deelgebied 5 meer worden dan in deelgebied 6. De opzet is juist wat ruimer. Wordt dit een wijk die zo dicht bebouwd gaat worden dat dat het woonplezier in de weg staat of valt dat internationaal gezien nog wel mee? Hoe kijkt de VVD daarnaar? Volgens D66 wordt het niet zo onleefbaar als de VVD schetst.

Pagina 43 van 64

5

De heer Te Hoonte (VVD) ontkent dat het onleefbaar wordt. Er blijven ook gebouwen staan op maaiveldniveau, met één laag. Dat betekent dat er intensieve dichtheden gehaald moeten worden. Dat is op zich wenselijk want er zijn veel woningen nodig. Wat de VVD betreft wordt eerst veel energie gestopt in het bouwen in de polder, dan in de tussentijd de 10.000 woningen in de Merwedekanaalzone en daarna kijken of er nog woningen toegevoegd kunnen worden. Voor hetzelfde geld werkt het niet goed en moeten de aantallen naar beneden bijgesteld worden. Dat kan dan niet als de plannen op deze manier worden dichtgerekend. De voorzitter geeft woord aan Volt voor hun bijdrage.

10

15

Mevrouw Bode (Volt) komt ook tot de conclusie dat er niet echt een keuze lijkt te zijn. Alleen scenario 4 lijkt haalbaar en realistisch. Volt heeft grote zorgen over de leefbaarheid. Zowel de hoeveelheid woningen als de afnemende oppervlakte zorgt ervoor dat er minder ruimte is om echt prettig te kunnen wonen. Volt kan wel leven met het verschuiven van de investering naar fase 1 en 2. Ook met een lagere parkeernorm, en ook met een middenhuur conform de Wet betaalbare huur. Volt komt dan tot scenario 2 met de optimalisaties van scenario 4. De wethouder wordt verzocht dit verder uit te zoeken. De heer Vasters (D66) vraag wat Volt bedoelt met de optimalisaties van scenario 4. Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat het dan gaat om een lagere parkeernorm en middenhuur conform de Wet betaalbare huur.

20

De heer Vasters (D66) vraagt of Volt denkt dat dat voldoende is om de financiële haalbaarheid op voldoende niveau te krijgen. Mevrouw Bode (Volt) hoopt dat. Volt wil wat te kiezen hebben, zodat een goede afweging kan worden gemaakt. Die keuzes lijken nu uitgesloten te zijn. Daarom wil Volt een combinatie van de voorgestelde scenario’s.

25

De heer Dekkers (GroenLinks) constateert dat Volt wel voor een lagere parkeernorm is maar niet voor kijken naar de oppervlakte. Zijn die niet aan elkaar gekoppeld? Mevrouw Bode (Volt) vindt dat het niet is gekoppeld. Er kunnen best minder parkeerplekken worden gerealiseerd op het plan van scenario 2. De heer Dekkers (GroenLinks) constateert dat dan de parkeernorm wordt aangepast. Mevrouw Bode (Volt) antwoordt dat dat voor Volt bespreekbaar is.

30

35

40

45

De voorzitter vraagt of andere partijen een inbreng willen leveren. Dat is niet het geval. Zij geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Eerenberg geeft aan dat ook hij worstelt met de tijdsklem die door de WVG is geplaatst. Al helpt dat ook, want we willen snel woningen bouwen. Dat betekent dat er snel keuzes moeten worden gemaakt. Als het Omgevingsplan wordt vastgesteld mag er geen publiek tekort op het plan zijn. Stel dat het plan een publiek tekort van 10 miljoen heeft, dan moet dat bedrag zodra het Omgevingsplan wordt vastgesteld geregeld worden om de negatieve grondexploitatie te compenseren. Een van de vertrekpunten bij dit dilemma is dat het afdekken van het tekort met middelen uit de begroting niet voorhanden is. Het tweede vertrekpunt is dat we geen private tekorten in het plan willen zien. Dat zou los gelaten kunnen worden, zoals in scenario 1, maar dan gaat er niet gebouwd worden. Rekening houdend met die twee vertrekpunten resteren er al minder scenario’s. Verder is er een amendement ingediend dat zegt dat de percentages van het vorige college moeten worden gehanteerd. Dan neemt het tekort zowel publiek als privaat fors toe, maar het is wel een knop waaraan gedraaid kan worden. Een ander vertrekpunt is dat het binnen de mer moet blijven, wat van invloed is op de verkeersbewegingen en dus het aantal woningen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=dccef73b-1aa3-4c5d-8dc4-39395164894b