Conceptverslag MGOR 13 februari 2025
Tekst van het document
5
10
15
20
25
30
35
40
De vraag van UtrechtNu! over het voorkomen van een rechtszaak met betrekking tot Mariaplaats sluit aan bij de vraag van CDA over juridisering. Stadsbelang Utrecht vroeg naar parkeren op kenteken. De aanleg van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken is altijd maatwerk waarbij rekening wordt gehouden met de aard van de beperking en de behoefte van de aanvrager. ChristenUnie stelde een vraag over informatie over aangepaste fietsen op de website. Geprobeerd wordt de website up-to-date te houden. Als zaken niet kloppen, verneemt zij graag welke URL/website zodat dit proactief kan worden opgepakt. Terecht is gevraagd hoe wordt omgegaan met ervaringsdeskundigen. In de werkwijze wordt het beeld daarover gedeeld. In Q2 geeft zij aan hoe die werkwijze in de binnenstad is en hoe met ervaringsdeskundigen wordt omgegaan. Zij hoopt op een debat over wat hiervan wordt geleerd en hoe dat in de andere gebieden wordt gedaan. Partij voor de Dieren stelde een vraag over druk bezochte plekken in de binnenstad. In de binnenstad zijn meer AGP's dan de 2% CROW-norm, namelijk circa 4%. Dat wordt scherp in de gaten gehouden en een reden waarom ruimte voor maatwerk gewenst is. Gevraagd is naar de app en of er een alternatief beschikbaar is. Informatie over de pilot sensoren wordt opgenomen in de Q2-brief. De voorzitter gaat na of er gemiste vragen zijn.
De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) had de wethouder gevraagd uit te leggen waarom de SOLGU al jaren wordt getraineerd in de uitvoering van haar adviezen. Wethouder Maatoug antwoordt dat het college zich niet herkent in dat beeld, maar men is hier niet altijd scherp op bij gebiedsontwikkelingen. Dit debat wordt breder gevoerd, namelijk over hoe wegingen en keuzes worden gemaakt in de schaarse ruimte. Soms moeten keuzes worden gemaakt. Belangrijk is dat een keuze bewust wordt gemaakt. Omdat het perspectief soms mist, worden soms onbewuste keuzes gemaakt waarover niet wordt gecommuniceerd. En dan wordt men overdonderd. Daar zit geen bewuste intentie achter. Zij kan zich voorstellen dat dat gevoel kan worden opgeroepen als een partij proactief zaken aandraagt, niks terug krijgt maar uitkomsten ziet die men niet herkend. En dat is vervelend.
De commissiegriffier heeft de volgende toezeggingen genoteerd: - Beleidsregels rondom gehandicaptenparkeerplaatsen worden opgenomen in de herziening van het handboek Openbare Ruimte in Q2 2025; - In Q2 ontvangt de raad een raadsbrief met onder meer informatie over de pilot sensoren, werkwijze voor de binnenstad ook voor de toepassing van de beleidsregels, parkeren voor aangepaste fietsen en omgaan met ervaringsdeskundigen; - Bij de volgende herziening van de parkeernormen Auto wordt gekeken hoe de link met de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen kan worden gelegd. Wethouder Maatoug streeft naar Q4, maar dat moet mogelijk worden aangepast.
45
50
55
60
De voorzitter vraagt of de agenderende fracties het doel hebben bereikt dat zij voor ogen hadden en hoe zij het vervolg zien. Mevrouw Passier (Volt) bedankt de wethouder voor de beantwoording van alle vragen van Volt. Volt kijkt uit naar de toegezegde brieven. Dit agendapunt hoeft niet te worden doorgeleid naar de raad. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) had graag willen mee-agenderen. ChristenUnie overweegt een voorstel over het positioneren van ervaringsdeskundigen en stelt behandeling in 15 minuten voor in de raad. De heer Cornielje (PvdA) overweegt een voorstel om nogmaals te kijken naar parkeerplaatsen bij TivoliVredenburg. Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt de beantwoording afdoende. Wat CDA betreft hoeft dit onderwerp niet nu te worden doorgeleid naar de raad, maar wellicht aan de hand van de brieven zodat het in zijn geheel kan worden besproken. Pagina 33 van 53
De heer Cornielje (PvdA) spreekt voorkeur uit dat de mogelijkheden bij TivoliVredenburg zo snel mogelijk worden nagegaan. 5
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) denkt dat het goed als met een motie richting wordt gegeven naar wat gewenst is met betrekking tot de ervaringsdeskundigen. Mevrouw Zwinkels (CDA) trekt graag met Volt op voor een motie om ook richting mee te geven.
10
15
De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) sluit graag aan bij Volt en CDA. UtrechtNu! overweegt daarnaast een eigen voorstel. Mevrouw Passier (Volt) krijgt het gevoel dat haar een motie in de schoenen wordt geschoven. Volt wil de reactie in de brieven afwachten. De voorzitter concludeert dat er mogelijk vier voorstellen komen en adviseert dit punt door te geleiden naar de raad voor behandeling in 15 minuten.
20
Mevrouw Passier verwacht niet dat het DB dit volgende week op de overvolle raadsagenda opneemt. Partijen die moties willen indienen, zijn zelf verantwoordelijk voor de agenderingstekst.
25
De voorzitter geeft de fracties die voorstellen overwegen mee, dat als het volgende week in de raad moet worden geagendeerd, dat morgen voor 12.00 uur met agenderingstekst moet worden aangeleverd. Daarbij moet worden gemeld waarom het voldoende week zou moeten worden behandeld, omdat anders een latere agendering mogelijk is voor de raad in maart. Schorsing voor wisseling van woordvoerders.
30
35
40
45
50
55
9. Beantwoording schriftelijke vragen: Passen al deze projecten wel in het Mobiliteitsplan 2040? De voorzitter licht toe dat CDA verbaasd is over de beantwoording van schriftelijke vragen die niet strookt met de verwachting dat het college projecten prioriteert op basis van de visie in 2040. Dat vraagt om een debat gezien de financiële tekorten van de gemeente. Ook mist CDA de kijk op de regio Utrecht met hubs en intercity-haltering die waarschijnlijk randvoorwaardelijk zijn voor duurzame mobiliteit. Een risico- en kosten-/batenanalyse ontbreekt en daar willen de agenderende fracties met dit debat graag verandering in brengen zodat de raad meer grip krijgt op de keuzes en afwegingen die in de uitvoering worden gemaakt door het college. De agenderende fracties zijn CDA, UtrechtNu!, Stadsbelang Utrecht en Utrecht Solidair. Mevrouw Zwinkels (CDA) ziet in de beantwoording van schriftelijke vragen wel projecten, maar mist het overzicht. Zeker in tijden van bezuinigingen en financiële krapte is het belangrijk dat een goede afweging wordt gemaakt welke projecten worden geprioriteerd. Welke projecten zijn nu aan de orde? Als wordt doorgevraagd welke projecten er zijn, wordt al snel verwezen naar geheime bijlagen of investeringsstaatjes.
Welke projecten zijn het belangrijkst? Op basis van welke criteria wordt voor bepaalde projecten gekozen? CDA begrijpt niet dat het college alles lijkt te willen blijven doen en vervolgens alle projecten versobert. Nagegaan moet worden welke projecten bijdragen aan de doelstellingen van het mobiliteitsplan. Daarop kan worden ingezet om de kwaliteit te behouden en een aantal projecten niet te doen. Er kan veel beter worden geacteerd op signalen van inwoners. De prioritering komt daar niet uit naar voren. Hoe kan effectief worden gereageerd op signalen over bijna ongelukken en andere meldingen over verkeersveiligheid? Hubs worden als randvoorwaarde gesteld. Het is goed om de randvoorwaarden op orde te hebben voordat allerlei projecten binnen de gemeente worden gedaan, omdat anders verkeersinfarcten en opbrekingen dreigen. Zij vraagt het college daarop te reageren. Er werd gesproken over een update van de agenda Mobiliteitsplan en dat onzeker is dat deze er komt. Wellicht heeft dat te maken met de bezuinigingen. Komt er een update van het Pagina 34 van 53
mobiliteitsplan? Zo ja, worden dergelijke aanscherpingen daarin opgenomen? Wordt de raad op deze manier in positie gebracht om de prioritering te kunnen controleren? 5
De voorzitter constateert dat de agenderende partij UtrechtNu! niet aanwezig is. De heer Nykvist (Stadsbelang Utrecht) onderschrijft het betoog van CDA. De voorzitter constateert dat de agenderende partij Utrecht Solidair ook niet aanwezig is.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer De Pagter (VVD) stelt dat het college veel droombeelden heeft, maar geen geld voor al die dromen. VVD maakt andere keuzes dan het college. Geen metro door Merwede en Nieuwegein, maar een realistische tramlijn naar Rijnenburg. Geen knips in allerlei wegen, maar investeren in verkeersveiligheid in de buurten en wijken en toewerken naar Leidsche Rijn als intercitystation. Mevrouw Zwinkels (CDA) is het met VVD eens dat het college soms andere keuzes maakt. Heeft VVD wel inzicht in wanneer bijvoorbeeld verplichtingen worden aangegaan zoals aanbestedingen bij mobiliteitsprojecten, zodat de raad zijn controlerende taak goed kan uitvoeren? De heer De Pagter (VVD) vindt dat een zeer brede vraag. VVD maakt zich zorgen over alle ambities die het college stapelt terwijl er geen geld voor is. Dat is een andere vraag dan hoe de projecten nu daadwerkelijk worden uitgevoerd. Mevrouw Zwinkels (CDA) is het eens dat het college veel mobiliteitsprojecten voorstelt waarvoor geen geld is. Zij geeft als voorbeeld de knip van de Catharijnesingel. De raad is in een raadsbrief geïnformeerd over een overschrijding van enkele honderdduizenden euro's, maar er is geen weg terug. Blijkbaar is alles al in gang gezet. Hoe wordt de raad aan de voorkant in positie gebracht? De heer De Pagter (VVD) vindt dat een terecht punt. Dergelijke zaken moeten goed worden geborgd.
VVD heeft daar bij het debat over de Catharijnesingel een punt over gemaakt richting de wethouder. De raad moet nadrukkelijk aan de voorkant kunnen sturen en nadrukkelijker ramingen krijgen over wat bijvoorbeeld zo een knip van de Catharijnesingel gaat kosten. Oorspronkelijk stond deze voor € 250.000,00 in de boeken en wordt inmiddels de € 1 miljoen overschreden. Dat is ontoelaatbaar. Hij vervolgt zijn betoog. Het is frustrerend dat het college alle ambities op papier hoog houdt terwijl dat niet realistisch is, zeker niet met een bezuiniging op de portefeuille Mobiliteit. Kan de wethouder toezeggen dat bij het MPR duidelijke keuzes worden voorgelegd over welke projecten wel of niet doorgaan? De heer Bosch (UtrechtNu!) onderschrijft de betogen van mevrouw Zwinkels en de heer De Pagter en sluit zich daarbij aan. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vindt het goed dat wordt gesproken over een aantal bereikbaarheidsprojecten en hoe de raad goed in positie blijft. Kan de wethouder dat toelichten met het oog op de aanstaande bezuinigingen? Hoe gaat de wethouder dat traject in? Hoe wordt de raad daarover geïnformeerd? Er zijn vragen gesteld over de hubs en de deelmobiliteit die daar aanwezig is. De deelmobiliteit staat onder druk. Recent zijn de Donkey-bakfietsen verdwenen. Het college verwijst vaak naar iets dergelijks als belangrijkere vervanging van de auto.
Kan de wethouder toelichten hoe dat is ontstaan? Is de verwachting dat de bakfietsen weer terug komen? Er wordt met meer commerciële aanbieders samengewerkt. Is het risico dat dit vaker zal gebeuren? Hoe wordt daarop geacteerd? Schorsing zodat de wethouder de beantwoording kan voorbereiden. Wethouder Maatoug wijst erop dat in de door de raad ontvangen agenda Mobiliteitsplan alle projecten zijn opgenomen die de gemeente tot 2040 op lange en middellange termijn wil oppakken. Alle fysieke investeringsprojecten die in de programmering zitten, staan in de bijlage die alleen met de raad wordt gedeeld omdat daarin ook marktinformatie staat. De niet-fysieke Pagina 35 van 53
5
10
15
20
25
30
35
40
45
investeringen, zoals bijvoorbeeld de bijdrage aan Goed op Weg staan in de programmabegroting en jaarverantwoording bij het onderdeel 'Wat heeft het gekost'. Voor de fysieke projecten is er een goed overzicht. Zij herkent wel het beeld dat het soms een puzzel is, specifiek op de niet-fysieke investeringen omdat dit verschillende programmaonderdelen zijn. Uiteindelijk zijn ze goed vindbaar. Er zijn standaarden voor hoe daarover wordt gerapporteerd en er is niet altijd de ruimte om daarvan af te wijken. Nog een brief met nog een overzicht is niet wenselijk. Zij zou het praktisch willen aanpakken, specifiek op het niet-fysieke deel, en vernemen welke behoefte er is zodat kan worden nagegaan hoe dat in de rapportages in het kader van de P&C-cyclus zo goed mogelijk kan worden gedaan. In het MPR 2025 staan investeringsvoorstellen voor de komende vier jaar met het budget. De MPR-brede afwegingscriteria zijn: goede balans, ongelijk investeren voor gelijke kansen, vliegwiel voor meerdere opgaven, werk met werk, cofinanciering en kans die zich nu voordoet. Daarnaast wordt vanuit Mobiliteit specifiek gekeken naar in hoeverre investeringen bijdragen aan de doelen uit onder andere het Mobiliteitsplan 2040. Gevraagd is waarom alles wordt versoberd en niet geprioriteerd. De mobiliteitsvisie is gebaseerd op samenhang.
Het is belangrijk dat de doelen uit het mobiliteitsplan worden gehaald en gewaarborgd. Daarbij wordt niet weggelopen van moeilijke keuzes. Het stoppen van projecten uit de huidige programmering leidt tot verzonken kosten en dan wordt goedkoop duurkoop. CDA stelde een vraag over het effectief reageren op meldingen van onveilige situaties. Los van budgetvraagstukken is dat constant een punt van aandacht. In de langjarige planning is dat een urgente bril waarmee naar projecten wordt gekeken en dat deze op dat criterium voorrang hebben in de planning. Geprobeerd wordt dat zo goed mogelijk te borgen. Een deel van de hubs is randvoorwaardelijk voor de ruimtelijke ontwikkeling, zoals de buurthubs in de Merwedekanaalzone, de stadsrandhubs, de hub-XL in Westraven. Met name het deelparkeren op afstand is randvoorwaardelijk voor Beurskwartier en Merwedekanaalzone. Er wordt hard gewerkt om dat op tijd gereed te hebben. Een parkeergarage en OV-knoop-hub-XL is van belang voor woningbouw bouw Groenewoud. De hub Leidsche Rijn-centrum, parkeren, deelvervoer en OV-knooppunt is op tijd gereed voor afronding lopende bouwopgave Leidsche Rijn-centrum. Gevraagd is om een update van de agenda Mobiliteitsplan. In de beantwoording van de schriftelijke vragen is aangegeven dat een slag om de arm wordt gehouden met betrekking tot de update van de agenda Mobiliteitsplan.
De intentie is het te doen, maar gezien de keuzes rond bezuinigingen wordt ook een weging gemaakt voor wat betreft de capaciteit. Omdat dat nog niet is gedaan, is het zo opgenomen. Gevraagd is of de raad alle informatie heeft om zowel zijn controlerende als sturende taak uit te voeren. Het antwoord daarop zit in de werkwijze met de voorjaarsnota. Zeker in jaren waarin moeilijke keuzes moeten worden gemaakt door budgettekorten is dat nog belangrijker. Met de wethouder van Financiën spreekt de raad over de toegang tot informatie en het college biedt de raad de mogelijkheid voor tegenbegrotingen om eigen voorstellen te kunnen doen en prioriteiten te kunnen wijzigingen. Ook dit jaar zijn deze mogelijkheden er weer. Als die behoefte er is, hoort zij dat graag bij de voorjaarsnota. VVD sprak over het overeind houden van ambities en het aan de raad voorleggen van keuzes. De ambities hangen ook samen met bijvoorbeeld de bouwplannen. Het college wil graag vasthouden aan de ambities, maar ziet ook dat ze moeten worden bijgesteld door de financiële situatie. In de voorjaarsnota wordt duidelijk gemaakt of ambities moeten worden bijgesteld waarna daarover wordt gediscussieerd. De Merwedelijn werd genoemd als een voorbeeld waar ook andere voorstellen worden gedaan.
Voor het college staat deze bovenaan de prioriteitenlijst omdat hij samenhangt met middelen vanuit het rijk voor het mogelijk maken van woningbouw, wat ook een ambitie is die het college overeind houdt.
50
De heer De Pagter (VVD) reageert dat het probleem zit in het feit dat de raad vorig jaar heeft besloten enkele miljoenen te bezuinigen op de investeringsportefeuille bij Mobiliteit. Het is dan toch niet mogelijk dat alle ambities blijven staan? Er moeten komend voorjaar dan toch keuzes worden gemaakt?
55
Wethouder Maatoug stelt dat moeilijke keuzes moeten worden gemaakt in deze financiële tijden. Deze worden bij de voorjaarsnota gepresenteerd. Zij wil daar nu niet op vooruitlopen. Richting de voorjaarsnota kan de raad alternatieve voorstellen doen.
60
De heer De Pagter (VVD) hoort de wethouder aangeven alle ambities in stand te willen houden. Het is toch niet mogelijk om moeilijke keuzes te maken én alle ambities in stand te houden? Pagina 36 van 53
5
10
15
Wethouder Maatoug antwoordt dat dat wel is wat wordt gepoogd. Vervolgens is de vraag wat het betekent om aan de ambities vast te houden. Omdat er zo een samenhang is, moet soms worden gekozen om op elke ambitie iets minder te doen. Er wordt nu hard gepuzzeld. Het college kijkt uit naar het debat over de projecten als de voorjaarsnota is gedeeld, want dan wordt het gesprek concreter dan het abstracte debat dat nu wordt gevoerd. Discussies over politieke wensen worden in een financiële context nogmaals gevoerd. Zij vervolgt de beantwoording. Het is belangrijk om onderscheid te maken tussen de programmering en reëel ramen. In het debat rond de Catharijnesingel heeft zij aangegeven dat geprobeerd wordt reëel te ramen om een zo goed mogelijk beeld te hebben. In reactie op de vraag van ChristenUnie hoe de raad wordt geïnformeerd over bezuinigingen, geeft zij aan dat dat onderdeel is van het reguliere proces richting de voorjaarsnota. Voor de fracties is altijd technische ondersteuning beschikbaar om bijvoorbeeld een tegenbegroting te maken. Voor wat betreft het informeren van de raad over de deelbakfietsen, is zij afhankelijk van de afwikkeling door een curator. Zodra er informatie is, informeert zij de raad. De raad wordt uiterlijk in Q2 geïnformeerd over het vervolg van de deelbakfietsen om de onafhankelijkheid van marktpartijen te garanderen.
20
De voorzitter constateert dat er geen gemiste vragen zijn, informeert of de agenderende fracties hun doel hebben bereikt en hoe zij het vervolg zien.
25
Mevrouw Zwinkels (CDA) concludeert dat er een beperkte bespreking was in de commissie, maar is blij met de antwoorden van de wethouder. Als de wethouder kan bevestigen bereid te zijn rondom de voorjaarsnota extra inspanningen te doen om de raad in positie te brengen, dan hoeft dit niet apart naar de raad, maar kan worden gefocust op het moment van de voorjaarsnota.
30
35
40
45
50
Wethouder Maatoug gaat ervan uit dat het reguliere proces in ondersteuning van tegenbegrotingen bekend is. De wethouder van Financiën zal de informatie daarvoor te zijner tijd aanleveren. Zij herkent het punt ten aanzien van de niet-fysieke overzichten. Zij stelt voor buiten de orde van de vergadering met mevrouw Zwinkels te bespreken hoe praktisch kan worden gezorgd dat de raad bij de voorjaarsnota de benodigde informatie heeft. Vervolgens kan CDA besluiten of het wel of niet moet worden geagendeerd. Mevrouw Zwinkels (CDA) bedankt de wethouder voor dit aanbod, maar vindt dat de overige woordvoerders in dat proces moeten worden meegenomen en stelt voor een motie op te stellen met een oproep daartoe. Als daar een vervolgoverleg uit voortvloeit, kunnen andere raadsleden daarbij aanschuiven. De heer Bosch (UtrechtNu!) sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Zwinkels. Wethouder Maatoug kan zich voorstellen dat er wellicht behoefte is aan een specifieke presentatie over waar wat kan worden gevonden. Nog meer papier op verschillende plekken helpt niet in het hebben van overzicht. Alle woordvoerders kunnen aangeven wat de behoefte is. In de P&C-cyclus is men gehouden aan bepaalde rapportagevereisten, waardoor het soms onoverzichtelijk is. Mevrouw Zwinkels (CDA) dient in de raad een motie in die hiertoe oproept.
De voorzitter concludeert dat dit agendapunt wordt doorgeleid naar de raad voor bespreking in vijf minuten. Schorsing voor wisseling van woordvoerders.
55
10. Raadsbrief Plan van Aanpak Rekenkameronderzoek 'Vergroening, van droom naar daad' Pagina 37 van 53
5
De voorzitter licht toe dat de agenderende fracties in gesprek willen over de planning van de aangekondigde acties, of dat wel voldoende en tijdig genoeg is en of de reactie van het college op het betreffende Rekenkamerrapport voldoende passend is. De agenderende fracties zijn EenUtrecht, VVD, Volt, Stadsbelang Utrecht, ChristenUnie, GroenLinks, CDA, Partij voor de Dieren, PvdA, D66 en Student & Starter. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt of eventueel iets langer door kan worden vergaderd.
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter stelt voor de vergadering om 17.00 uur te schorsen en om 20.00 uur te hervatten. Het is niet haalbaar om dit agendapunt voor 17.00 uur af te ronden. Hij constateert dat de agenderende fractie EenUtrecht niet aanwezig is. De heer De Pagter (VVD) vindt dat de rekenkamer een goed en degelijk maar best vernietigend rapport heeft opgesteld over het groenprogramma van de gemeente. De gemeente moet echt meer groen gaan planten. VVD betreurt het dat het Plan van Aanpak van het college nog steeds vaag is en had er meer van verwacht. In het plan lijkt de urgentie te ontbreken en lijkt het college niet te beseffen dat het probleem juist zit in het vertalen van het beleid naar de uitvoering. Dat wordt niet met een pennenstreek of uitvoeringsprogramma opgelost, maar door er als wethouder bovenop te gaan zitten, concrete project te starten voor vergroening en ermee aan de slag te gaan: niet denken maar doen, bomen planten. Hoe komt het college in die actiestand? Wat gaat het college doen om handen en voeten aan de uitvoering te geven? Wat doen de wethouders zelf om het beleid om te zetten in daden? En dan echt op de manier 'groen tenzij', want op veel plekken gaan nog steeds veel stenen en weinig groen de grond in. De uitvoering moet veel beter.
Het is tekenend voor de problemen dat er nog maar weinig is gebeurd op allerlei plekken die diverse partijen hebben opgeworpen voor het planten van bomen en ander groen, bijvoorbeeld bij de schriftelijke vragen 'van banen naar lanen' in 2021, de motie 'snel meer bomen' in 2023. Het is ongelofelijk dat vier jaar na de schriftelijke vragen nog steeds niet op al die plekken al bomen zijn geplant en dat het college onlangs heeft laten weten dat op de ene plek nog wordt gekeken en op de andere plek bomen zullen worden geplant. Dat is vier jaar nadat veel partijen vragen hebben gesteld over het planten van bomen op concrete plekken. Dat had toch al lang gebeurd moeten zijn? Hoe kan dat? En over de motie 'snel meer bomen' zegt het college dat er eerst een stadsbrede aanpak moet komen. Straks zijn er dus allerlei beleidsstukken, een uitvoeringsprogramma, een stadsbrede aanpak. Al het papierwerk op het gebied van groen is niet meer te volgen. Het is de vraag of daarmee niet meer bomen worden verbrast aan al dat papierwerk dan dat er echt nieuwe bomen worden geplant. Het moet echt anders: meer doen, meer aan de slag. Hoe gaan de wethouders hun aanpak concreet verbeteren? Mevrouw Passier (Volt) sluit zich aan bij de inbreng van de heer De Pagter. Groen moet je doen. Dat klinkt simpel, maar blijkt in de praktijk niet zo gemakkelijk.
Zodra het om het realiseren van plannen voor de openbare ruimte gaat, verdwijnen de groene dromen naar de achtergrond, zoals in de omgevingsvisie Overvecht waar in plaats van 80 hectare uiteindelijk 57 hectare groen wordt geplant. Het uitgangspunt dat niet in de hoofdgroenstructuur wordt gebouwd is een mooie droom op papier, maar wordt in de praktijk regelmatig niet in daden verwezenlijkt. Het Plan van Aanpak van het college als reactie op het rekenkamerrapport biedt onvoldoende duidelijkheid op een aantal punten. Ten aanzien van aanbevelingen 1 en 2 is niet duidelijk of de prioriteiten worden vertaald naar indicatoren. Kan de wethouder dat toezeggen? Ten aanzien van aanbeveling 3 mist Volt de nulmeting in de beantwoording van het college. Wordt een nulmeting uitgevoerd voordat het dashboard wordt opgetuigd? Bij aanbeveling 4 wordt ingezet op steviger sturen op ontwikkeling, beheer en onderhoud groen.
Kan met de concrete uitwerking daadwerkelijk steviger worden gestuurd? Kan de wethouder toezeggen dat dit wordt geëvalueerd en dat de raad wordt geïnformeerd over de uitkomst? Met betrekking tot aanbeveling 6 komt zij terug op de vraag tijden het commissiedebat op 19 september 2024: Hoe is de wethouder van plan om realistisch te gaan begroten, zodat inzichtelijk is welke dromen met het budget kunnen worden waargemaakt en welke niet? Zij heeft een vraag over de afdrachten vanuit gebiedsontwikkelingen. Bij het uitvoeringsprogramma Rondje Stadseiland las zij dat bijdragen vanuit gebiedsontwikkelingen Pagina 38 van 53
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
worden ingezet voor het casco van de stad waaronder natuurlijk groen. Heeft het effect op de bijdrage aan het groene casco van de stad als bij een gebiedsontwikkeling op groen wordt bezuinigd om deze rond te krijgen en plannen niet of minder goed kunnen worden uitgevoerd? Wat Volt betreft wordt daar niet aan getornd, omdat het groen hoognodig nodig is voor de inwoners. Welke risico's ziet het college daarin? Is het college voornemens maatregelen te treffen voor deze eventuele risico's om het hoognodige groen wel te kunnen realiseren? Mevrouw Steinhart (Stadsbelang Utrecht) sluit zich aan bij het betoog van de VVD. Groen is cruciaal voor een gezonde en prettige leefomgeving, maar blijft bij nieuwbouw iets waaraan achteraf nog even kort aandacht wordt besteed. Vergroening wordt pas aan het einde uitgevoerd. Het is leuk voor erbij, maar ook het eerste dat sneuvelt als er geen tijd en/of budget meer is. Dan wordt kinderachtig omgegaan met elk verzoek tot vergroening. Kan de wethouder toezeggen dit te voorkomen door in het Plan van Aanpak op te nemen dat, naast de harde eis van 75 m2 openbaar groen per huishouden, ook minimaal een boom per inwoner als harde voorwaarde wordt gesteld? Hoe garandeert het college dat groene normen niet worden uitgehold en uitgekleed in de eindfase van projecten? Het boomkroonvolume in Utrecht is ondermaats en schiet ernstig tekort.
Monitoring zal pas in Q2 2026 inzicht bieden, maar intussen worden gekapte bomen vervangen door dunnen sprietjes waardoor de achterstand alleen maar groter wordt. Zoals al eerder gezegd: bomen zijn geen kostenpost maar een investering in de leefbaarheid van de buurten. Groene omgevingen maken de stad aantrekkelijker en aangenamer. Kan de wethouder toezeggen in het Plan van Aanpak op te nemen dat per direct volwassen bomen worden herplant in plaats van symboolgroen om verdere achteruitgang te voorkomen? Zij heeft een vraag over de beleidsnota Samen Stad Maken. Het ontbreken van vaste termijnen voor inspraakprocedures leidt tot vertraging en onzekerheid. Is de wethouder bereid hier duidelijke afspraken over te maken om dit te voorkomen? Mevrouw Alblas (ChristenUnie) vindt het fijn dat er een beknopt Plan van Aanpak ligt, maar het mag concreter. De toezeggingen voor een indicatie van soorten per wijk en financiële strategieën komen hierin terug. ChristenUnie begrijpt dat een deel van de uitwerking in het uitvoeringsprogramma terechtkomt, maar heeft vragen over zaken die niet duidelijk of onvoldoende concreet zijn. Besluit 1 is niet heel concreet. Dat het college gaat zorgen voor meer samenhang, is nog vaag.
Het is goed Ruimte en Stadsbedrijven samen prioriteiten gaan bepalen, maar hoe zorgt dat voor een eenduidige aanpak? Hoeveel tijd is nodig voordat er een goede en eenduidige aanpak is? Voor besluit 2 vraagt ChristenUnie zich af hoe de gemeente gaat zorgen dat alle medewerkers en uitvoerders hier voldoende kennis van nemen en er actief mee aan de slag gaan. ChristenUnie is teleurgesteld over de beantwoording van de schriftelijke vragen 'verhard tenzij'. De boodschap is steeds dat er geen geld is of dat het werk al is afgerond en niet opnieuw wordt gedaan, maar groen delft weer het onderspit. Hoe gaat de wethouder zorgen dat hier meer aandacht voor komt? Verstening is een groot probleem in het kader van klimaatadaptatie. ChristenUnie is blij dat er een nieuwe investeringsraming en een verbeterde investeringsstrategie komen. En het is mooi dat wordt samengewerkt met scholen om meer mensen enthousiast te krijgen voor het mooie werk van groenbeheer. De heer Bart (GroenLinks) sluit zich voor een groot deel aan bij de voorgaande sprekers, zeker als het gaat om de concreetheid van het Plan van Aanpak. Er wordt aangegeven dat meer samenhang wordt aangebracht. Hoe staat het daarmee? Zijn er concrete voorbeelden van hoe die samenhang wordt aangebracht? De ontwikkelingen gaan snel.
Voor veel van de gekozen maatregelen zijn pas op zijn vroegst bij de jaarstukken een eerste resultaat te zien. Welke stappen zet het college om die samenhang in de tussentijd al aan te brengen en dat geen kansen worden gemist in gebiedsontwikkelingen om zowel de kwantiteit als de kwaliteit van het groen te versterken? Hoe zit het bijvoorbeeld met contracten met aannemers voor beheer, ook voor 2026? Als de samenhang pas later zichtbaar is, kan daar wellicht niet meer op worden bijgestuurd. GroenLinks kan zich vinden in de woorden van Volt over de nulmeting. In het rekenkamerrapport zijn twijfels uitgesproken over de kwaliteit van de data die de gemeente heeft. Een intern dashboard is een goede ontwikkeling, maar daarin moeten de juiste data worden opgenomen. Waarom heeft het college ervoor gekozen geen nulmeting uit te voeren? Pagina 39 van 53
5
Vorig jaar is het college al gevraagd hoe meer op de biodiversiteit kan worden gestuurd. Zijn daar nu concrete indicatoren en doelstellingen voor? Hoe wordt daar vervolgens op gestuurd? Vanwege de lastige financiële situatie van de gemeente is voor groen mogelijk niet het gewenste budget beschikbaar. Het college is een mooie crowdfundingsactie gestart op het gebied van het sociaal minimum. Kan niet ook worden gekeken naar meer externe financiering op het gebied van groen? Wellicht kunnen andere partijen ook een steentje bijdragen of andere bronnen worden aangeboord.
10
De heer De Pagter (VVD) vindt GroenLinks best mild. Wat verwacht GroenLinks van het college om het concreter te maken?
15
De heer Bart (GroenLinks) constateert dat in de beantwoording van de schriftelijke vragen heel veel verschillende stukken worden genoemd, maar de samenhang daartussen is lastig te overzien. GroenLinks wil een duidelijk kader waarop de raad kan sturen en dat dit niet is verspreid over meerdere beleidsdocumenten. In de huidige periode is een extra stap gezet op groen. In de afgelopen jaren is per jaar bijna € 1 miljoen extra geïnvesteerd in groen. De resultaten vallen tegen, maar men kan geen ijzer met handen breken.
20
De heer De Pagter (VVD) memoreert dat diverse raadspartijen meermaals een aantal concrete locaties heeft aangewezen om aan de slag te gaan en dat gebeurt niet, ondanks alle extra investeringen die zijn gedaan. Wat vindt GroenLinks ervan dat, zelfs als concrete locaties worden aangewezen, geen bomen of ander groen worden geplant?
25
De heer Bart (GroenLinks) verwijst naar de antwoorden op de schriftelijke vragen waarin bij die concrete locaties wordt uitgelegd waarom er vertraging is of wat de complicaties zijn. Bij natuurgebied Zuilen was bijvoorbeeld meer groen gewenst, maar hadden de inwoners een andere suggestie met minder bomen en minder groen. Dat gold ook voor het plan van CDA. Dat maakt het lastiger om de groenontwikkeling te realiseren. GroenLinks is teleurgesteld over de resultaten, maar uit de inspanningen blijkt dat extra wordt ingezet op groen. Uiteraard vindt GroenLinks dat meer moet worden gedaan, maar het is niet zo dat er niets gebeurt.
30
35
Mevrouw Zwinkels (CDA) vindt dat men eerlijk moet zijn over ambities, mede gezien de beperkte beschikbare middelen. Wat CDA betreft krijgen groenarme wijken voorrang. Kan de wethouder toezeggen dat geen boekhoudkundige trucjes worden toegepast om het openbare groen op te krikken? Als voorbeeld geeft zij natuurgebied Zuilen. CDA ziet de data graag op buurtniveau.
40
De heer Cornielje (PvdA) vraagt zich af waarom CDA natuurgebied Zuilen als boekhoudkundig trucje ziet om groen toe te voegen.
45
Mevrouw Zwinkels (CDA) reageert dat natuurgebied Zuilen al een groen gebied is. Door dat aan te pakken, zouden de doelstellingen van de RSU worden behaald omdat er dan openbaar groen is gerealiseerd voor Overvecht en Zuilen terwijl in Overvecht en Zuilen zelf niets gaat gebeuren. Dat is een boekhoudkundige truc die niet mag worden herhaald. De heer Cornielje (PvdA) vindt dat het toevoegen van extra hoogwaardig groen in natuurgebied Zuilen niet mag worden gereduceerd tot een boekhoudkundig trucje.
50
55
60
Mevrouw Zwinkels (CDA) is het niet met PvdA eens. Dit is een boekhoudkundige truc. Er is een zogenaamde barcode vanuit de RSU geformuleerd en met een optelsom wordt gesteld dat heel veel vierkante meters groen zijn gerealiseerd in Overvecht en Zuilen. Maar dat is niet het geval. In de straten en de directe woonomgeving in Overvecht en Zuilen is niets veranderd. Het is belangrijk dat ook dichtbij mensen wordt vergroend om hen een fijne woonomgeving te bieden. Geld kan maar eenmaal worden uitgegeven. CDA kiest ervoor de groenarme wijken aan te pakken. De heer Cornielje (PvdA) ziet natuurgebied Zuilen als een project waar veel mensen uit Overvecht en Zuilen kunnen genieten, het groen toegankelijker wordt en hoogwaardiger groen wordt toegevoegd. Dat is geen boekhoudkundige truc. Pagina 40 van 53
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Zwinkels (CDA) wil dan bijvoorbeeld graag zien hoeveel extra bomen worden bijgeplant in natuurgebied Zuilen. Ook Amelisweerd is een prachtig gebied. CDA hoopt dat ook dat in stand kan worden gehouden. Als daarin wordt geïnvesteerd, kan niet tegen mensen worden gezegd dat ze meer groen hebben gekregen. Er moet worden geïnvesteerd in de wijken zelf. Zij vervolgt haar betoog. Groen moet expliciet worden meegenomen in nieuwbouwplannen. Daarbij moet worden gekeken naar samenwerking met de provincie. De provincie heeft mooie successen behaald met het Kromme Rijnlandschap en het Noorderpark. Gedeputeerde Sterk heeft cofinanciering bij het rijk weten binnen te slepen. In Groen Groeit Mee wordt de samenwerking met Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten aangemoedigd. Kan de wethouder toezeggen eventuele samenwerkingen voort te zetten of op te starten? CDA vindt het belangrijk om het samen te doen en vindt zelfbeheer zeer belangrijk. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het fijn dat er zo veel aandacht is voor dit onderwerp. Zij roept haar collega's op dit ook te betogen in de eigen fracties, bijvoorbeeld bij de woordvoerders Ruimtelijke Ordening of Mobiliteit, want daar is in de afwegingen groen toch weer het kind van de rekening. Aanbeveling 5 gaat over het in kaart brengen hoeveel geld en personeel nodig is voor ontwikkeling, beheer en onderhoud van het groen en hoe dat wordt gedekt.
Het college erkent in de reactie daarop dat dit nu niet voldoende is en zegt letterlijk: "Wij hebben niet goed in beeld in hoeverre de benodigde middelen en doelen in balans zijn.". Kan worden waargemaakt wat wordt beloofd en wat de ambitie is? Partij voor de Dieren constateert al sinds die ambities in het coalitieakkoord zijn opgenomen, dat er onvoldoende geld en onvoldoende fysieke ruimte is om ze waar te maken. Continu verwees het college naar 'werk met werk maken' en dat het achteraf wel goed zou komen. Naar aanleiding van het rekenkameronderzoek is ook het college wakker geworden. Maar daarmee zijn al die vierkante meters groen en 60.000 bomen nog niet gerealiseerd. De groene schaalsprong lijkt niet te werken. Het aantal meters groen per woning daalt en met het huidige beleid waarin wel veel wordt gebouwd, maar het groen alleen maar wordt afgebroken, wordt de groene schaalsprong een schaalsprong naar beneden. Van het groenbeleid van het college komt niets terecht. Er is altijd iets: er is geen geld, geen plek, geen draagvlak, mensen zijn te veel gehecht aan hun parkeerruimte of er is geen tijd om het groen in te passen. Partij voor de Dieren baalt ervan dat het college onvoldoende daadkracht heeft om te durven kiezen voor groen.
Ook als het langer duurt of het minder woningen oplevert of parkeerplaatsen moeten wijken of het toch geld kost of bewoners moeten worden teleurgesteld, moet het college zich in het belang van de biodiversiteit aan zijn eigen ambities en afspraken houden. Partij voor de Dieren is teleurgesteld dat het dit college niet lukt om die daadkracht te tonen. In elk project en bij elke kans wordt weer verwezen naar iets anders. Over de monitoring/nulmeting zegt de rekenkamer in aanbeveling 3 dat het nog aandacht behoeft. Niet alleen bij dit onderzoek maar ook in veel andere groene onderwerpen valt het op dat veel informatie er niet is. Het aantal vierkante meters groen op buurtniveau is niet bekend. Er is geen informatie over de iepziekte waarover al driemaal vragen zijn gesteld. Er is geen informatie over het aantal meters kroonprojectie of boomkroonvolume, terwijl het Norminstituut Bomen wel cijfers van het boomkroonvolume kon tonen. Waarom kan het Norminstituut Bomen wel het boomkroonvolume en de kroonprojectie vaststellen en heeft het college daar nog twee jaar voor nodig? Dergelijke informatie is cruciaal om goede acties te kunnen uitvoeren.
Deelt het college dat meer informatie nodig is? Kan de wethouder toelichten wat nodig is om meer inzicht te krijgen en daarmee iets te gaan doen? Ook Partij voor de Dieren wil niet dat de beperkte capaciteit opgaat aan administratie en onderzoek, maar heeft de indruk dat dit als excuus wordt aangedragen om dan maar geen informatie te delen terwijl de raad informatie wil en de Rekenkamer dat ook concludeert. Hoe kan beter inzichtelijk worden gemaakt hoe het daadwerkelijk is gesteld met de biodiversiteit in de gemeente? De voorzitter constateert dat het 16.55 uur is. Om 17.00 uur wordt een training gegeven en is het Vragenuur. Hij schorst de vergadering om 16.56 uur voor de dinerpauze. Schorsing voor de dinerpauze.
Pagina 41 van 53
Lijst van toezeggingen 5
10
15
Raadsbrief versnellen 30 km-aanpak (wethouder Maatoug): - Het college komt in Q2 2025 met een raadsbrief over het uitvoeringsprogramma voor 30 km/uur-aanpak inclusief een monitoringsprogramma. Bereikbare en toegankelijke stad (wethouder Maatoug): - Beleidsregels rondom gehandicaptenparkeerplaatsen worden opgenomen in de herziening van het handboek Openbare Ruimte in Q2 2025; - In Q2 ontvangt de raad een raadsbrief met onder meer informatie over de pilot sensoren, werkwijze voor de binnenstad ook voor de toepassing van de beleidsregels, parkeren voor aangepaste fietsen en omgaan met ervaringsdeskundigen; - Bij de volgende herziening van de parkeernormen Auto wordt gekeken hoe de link met de algemene gehandicaptenparkeerplaatsen kan worden gelegd, onder voorbehoud in Q4. Beantwoording schriftelijke vragen: Passen al deze projecten wel in het Mobiliteitsplan 2040 - De raad wordt uiterlijk in Q2 geïnformeerd over het vervolg van de deelbakfietsen.
20
Pagina 42 van 53
Verslag openbare avondvergadering commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 5
10
15
Datum Locatie Verslag door
13 februari 2025 Stadhuishal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter Gertjan de Hoonte, de wethouder Linda Voortman, de leden Kirsten Alblas (CU), Joachim Cornielje (PvdA), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Marijn de Pagter (VVD), Charlotte Passier (Volt), Youness Raghib (DENK), Anne Sasbrink (Partij voor de Dieren), Kerstin Steinhart (Stadsbelang Utrecht), Nadia Stylianou (D66), Jantine Zwinkels (CDA), de commissiegriffier Marjolein Friele
Verslag commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 10 Raadsbrief Plan van Aanpak Rekenkameronderzoek ‘Vergroening, van droom naar daad’ ....43 Lijst van toezeggingen .................................................................................................................52 20 De voorzitter heropent de vergadering.
25
10 Raadsbrief Plan van Aanpak Rekenkameronderzoek ‘Vergroening, van droom naar daad’ De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdA.
30
De heer Cornielje (PvdA) zegt dat vergroening van de stad belangrijk is voor de luchtkwaliteit, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Het is dan ook goed dat de stad daar sterk op inzet. Na de tendens die in het debat werd weergegeven wil de PvdA benadrukken dat er ook heel veel wel gebeurt. Dit college maakt extra geld vrij voor vergroening. Er is bijna een miljoen euro per jaar bijgekomen, en vanaf 2026 wordt het zelfs verhoogd naar tien miljoen euro per jaar. Er is ook dertig hectare groen bijgekomen. Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) vraagt wat de PvdA ervan vindt dat er een miljoen per jaar bijkomt, maar dat dat niet resulteert in het toenemen van het groen.
35
De heer Cornielje (PvdA) zegt dat dat de kern van dit debat is: hoe zorgen we ervoor dat dat geld daadwerkelijk effect heeft op de groenvoorziening in onze stad. Pagina 43 van 53
Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) zegt dat dat de afgelopen jaren nog niet is gelukt. Wat vindt de PvdA daarvan? De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat er al wel dingen zijn gelukt. Zo is er dertig hectare groen bijgekomen. Het gaat nog niet snel genoeg, maar we gaan wel een goede richting op. 5
10
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe de PvdA reflecteert op de capaciteiten van het college op dit onderwerp, gezien het feit dat er weinig resultaat is geboekt in de afgelopen jaren. De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat de Rekenkamer voorstelt om er één opgave van te maken, in plaats van allemaal eilandjes. Het groenstructuurplan, bomenbeleid, RSU 2040, fysieke klimaatadaptatie: daar moet een integraal voorstel voor worden gedaan. Daarmee kan uiteindelijk meer succes worden geoogst met het geld dat naar groen wordt gebracht. Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe de PvdA naar de afgelopen drie jaar kijkt. De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat er te weinig integraal naar groen is gekeken. Daardoor was het niet slagkrachtig genoeg. Dat had beter gekund.
15
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat het gereserveerde geld volgens het Rekenkamerrapport een fractie is van wat nodig zou zijn om de gestelde ambities te realiseren. Het staat niet met elkaar in verhouding. De reactie van het college is dan dat zij opnieuw gaan proberen om het met elkaar in balans te brengen. Volgen EenUtrecht hoort daar een heel hard oordeel bij. Wanneer komt dat oordeel van de PvdA over het gevoerde beleid tot nu toe en de disbalans tussen ambities en beschikbaar geld?
25
De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat de financiële situatie waar de gemeente voor staat moeilijk is. De miljoenen die volgens de Rekenkamer nodig zijn er niet. Dan zou op andere ambities moeten worden ingeleverd. De PvdA is wel blij met de dertig hectare groen die in de periode 2017-2023 is gerealiseerd. Ook zijn zij blij dat het college ziet dat er extra geld naar toe moet. De PvdA is het met EenUtrecht eens dat de resultaten er nog niet zijn en dat het beter moet. Zij zien echter ook de beweging die wel wordt gemaakt.
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat er twee mogelijkheden zijn: of het budget wordt vertienvoudigd en de honderden hectares worden gehaald, of je bent eerlijk over het feit dat er maar een halve boom per woning komt en maar een paar hectares extra groen. Wanneer zegt de PvdA eerlijk dat, als het geld er niet is, er bijna geen groen bijkomt en het groen per woning naar beneden gaat? De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat de ambitie van één boom per inwoner door het college al is losgelaten. Het kan inderdaad beter in balans. Het Rekenkamerrapport bevestigt dat het moeilijk is om de kosten per boom in te schatten.
35
40
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdA ook van mening is dat het reële cijfer op tafel moet komen: één boom per woning lukt niet, het wordt 0,2. Binnen een paar weken zouden bijgestelde ambities over het eerlijke verhaal verteld moeten worden. De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat het college wel ambities heeft. Zij willen de vergroeningsslag maken en zetten daar ook middelen tegenover. De ambities kunnen niet de prullenbak in, maar zij kunnen wel beter in balans zijn. Hij vervolgt zijn betoog. Het Rekenkamerrapport laat zien dat alleen extra geld niet voldoende is. Om de vele plannen, ambities en programma’s te verenigen komt er één uitvoeringsprogramma voor groen, bomen en klimaatadaptatie. Dat vindt de PvdA een goed idee, maar alleen op het moment dat het de andere programma’s vervangt. Hierop voortredenerend ziet de PvdA ook dat de gemeente nieuwe doelen en indicatoren wil maken voor biodiversiteit. Kan de wethouder toezeggen dat deze doelen en indicatoren worden meegenomen in dit uitvoeringsprogramma? Tenslotte vraagt de PvdA zich af waarom er is besloten om geen nulmeting te maken van het gemeentelijk groen. Is het niet handig om een inschatting te hebben van hoeveel groen de stad nu bevat? Wat zouden de mogelijke kosten zijn van een dergelijke nulmeting? Pagina 44 van 53
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat een nulmeting ingewikkeld kan zijn. Vindt de PvdA een nulraming ook voldoende? De heer Cornielje (PvdA) antwoordt dat hij dat een interessant voorstel vindt. Hij vraagt de wethouder wat de kosten zouden zijn van zo’n nulraming. 5
De voorzitter geeft het woord aan de fractie van D66.
30
Mevrouw Stylianou (D66) zegt dat het Rekenkamerrapport in juni is ontvangen. In september werd het raadsvoorstel besproken. In oktober werd het geld en groen tijdens de PGB besproken, en in november werd een plan van aanpak aangeleverd waarin verwezen werd naar juni. Gisteren ontving de raad antwoorden op schriftelijke vragen waarin ook werd verwezen naar de jaarstukken. Het jaar is bijna rond. D66 heeft het idee dat de keuzes die de raad kan en moet nemen worden uitgesteld. Daarmee zegt zij niet dat er niet hard wordt gewerkt, maar wel dat er geen enkel gevoel van extra grip is verkregen. Terwijl we wel voor grote uitdagingen staan. Daarom vroeg D66 tijdens de PGB ook om inzicht in de kosten. Niet alleen de grote posten beheer, onderhoud, planvorming en inkoop, of icoonprojecten versus reguliere inzet, maar inzicht in de kosten van alle eisen die de raad stelt. Wat kostte het extra om biodivers groen in te kopen? Wat kostte het extra om enkel biologisch geteelde bollen en zaden in te kopen? Zijn duizend jonge bomen even duur als dertigduizend struiken? Waar wordt voor gekozen, hoe wordt ons geld uitgegeven? De wethouder heeft dit al twee keer afgewezen, maar D66 verzoekt haar met klem om dat inzichtelijk te maken. In ieder geval met een inzichtelijke lijst bij de Voorjaarsnota te komen met verschillende financiële keuzes.
D66 staat open voor elke handreiking om dit soort keuzes te kunnen maken. Er komt wel een kostenraming aan, maar zij verwachten niet dat zij daar als raad de juiste afweging in kunnen maken. Uit het rapport blijkt verder dat op particuliere grond de meeste kansen liggen, terwijl de particuliere inzet juist is afgeschaald. Is dat wel de verstandigste keuze? In de beantwoording van de vragen ‘Groen, tenzij’ is te zien dat geldtekorten op aparte projecten effect hebben. De ambities zijn er, maar er worden geen keuzes gemaakt. D66 krijgt er geen grip op. Bij nieuwe bouwprojecten is er altijd aandacht voor groen, zowel in de aanloop als realisatie. Als het project eenmaal staat en de ontwikkelaar weg is moet het beheer worden opgepakt. Het groen blijkt dan vaak te verpieteren. Hoe is dat nu geborgd, wanneer gaat het over naar het gemeentelijk beheer? Aan de wethouder wordt gevraagd om daarop een reflectie te geven.
35
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of D66 het ermee eens is dat anders moet worden gekeken naar particuliere grond en naar publieke grond. Misschien is het zo dat als publieke grond beschikbaar wordt gesteld aan bewoners, dat zij zelf bomen gaan aanschaffen en planten. Is het een idee om de focus op publiek groen te verbreden naar publiek en particulier groen, of andere opties?
10
15
20
25
Mevrouw Stylianou (D66) antwoordt dat de harde scheiding tussen publiek en particulier inderdaad een verkeerde keuze is. Zij heeft echter niet de kennis om helemaal voor zo’n keuze te gaan. Zij kijkt graag mee. 40
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het zelfbeheer van groen een mogelijkheid kan zijn. Aan D66 wordt gevraagd of zij daar ook positief tegenover staan. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt of EenUtrecht bedoelt dat er meer zelfbeheer wordt toegestaan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat hij bedoelt dat niet alleen boomsingels en geveltuintjes maar grotere stukken groen of versteend gebied vrij worden gegeven aan bewoners die daar iets groens van willen maken.
45
Mevrouw Stylianou (D66) staat daar voor open. Zij kan zich nu geen gebied indenken wat daar een mooie plek voor zou zijn maar wil daar wel in meekijken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) verduidelijkt dat het niet alleen meer groen kan opleveren, maar ook dat er meer bomen kunnen komen. In het verrijken van kwalitatief arm groen ziet EenUtrecht veel mogelijkheden. Pagina 45 van 53
Mevrouw Stylianou (D66) maakt daarbij de kanttekening dat ook moet worden gedacht aan de ondergrond. Het is geen carte blanche om er alles te doen.
5
Mevrouw Passier (Volt) zegt dat blijkt dat als bewoners in zelfbeheer boompjes planten met een diameter van vijftien centimeter, ze aan de beheersregels moeten voldoen. Dat houdt onder andere in dat ze kaarsrecht en in een rechte lijn geplant moeten worden. Als dat niet voldoet worden de boompjes gekapt. Volt denkt dat de regels voor zelfbeheer best wel wat versimpeld kunnen worden. Hoe denkt D66 daarover? Mevrouw Stylianou (D66) antwoordt dat als de regels makkelijker kunnen, wat beter is voor de natuur en beter te handhaven, dan is zij daar voorstander van.
10
15
Mevrouw Passier (Volt) constateert dat er een gigantische opgave ligt, veel te weinig geld en dat het veel te langzaam gaat. De hulp van de inwoners is daar heel hard bij nodig. Het versimpelen van deze regels zou daar bij kunnen helpen. Deelt D66 dat? Mevrouw Stylianou (D66) antwoordt dat ze die oproep steunt. Zij complimenteert de organisatie Straatboer, die tuinen van sociale huurwoningen vergroenen en daar een collectief van de hele straat van maakt. D66 gelooft heel erg in de samenwerking tussen de gemeente en bewoners. De heer Raghib (DENK) benoemt het grote groene gebied in de wijk Overvecht, achter het tuincentrum. Daar is een luxe golfbaan gebouwd. Waarom is daar niet iets voor de bewoners van Overvecht gebouwd? De voorzitter geeft aan dat die golfbaan in een andere gemeente ligt.
20
De heer Raghib (DENK) zegt dat het hem om de denkwijze gaat. Kan daar iets in worden betekend voor de wijkbewoners? Mevrouw Stylianou (D66) antwoordt dat het niet de gemeente Utrecht is. Daar heeft zij dan ook geen antwoord op. Verder acht zij die vraag buiten de reikwijdte van dit debat.
25
De heer Raghib (DENK) vraagt wat D66 daarvan denkt, als het wel onder de gemeente Utrecht zou vallen. De voorzitter zegt dat dat niet tot de orde van de vergadering behoort. De heer Raghib (DENK) vraagt of er een stuk groen kan worden gebouwd tussen Overvecht en die groenvoorziening. Hij is op zoek naar een creatieve oplossing. Mevrouw Stylianou (D66) heeft geen antwoord op deze vraag.
30
35
40
45
De voorzitter geeft het woord aan de fractie van EenUtrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het Rekenkameronderzoek laat zien dat er een gapend gat ligt tussen enerzijds wat de coalitie al jarenlang belooft en anderzijds wat aan geld is gereserveerd. Het Sweco-rapport laat zien dat Utrecht eerder een van de meest versteende steden is dan een van de meest groene. EenUtrecht vraagt om helderheid daarover. Er veel geld bijstoppen, en als dat niet kan eerlijk zijn over welke groenambities wel kunnen worden gerealiseerd. Het college geeft als reactie op aanbeveling 6 van de Rekenkamer “we maken inzichtelijk voor welke ambities er budget beschikbaar is en voor welke ambities nog niet”. EenUtrecht had een duidelijker tekst verwacht. Aan het college wordt gevraagd of zij kunnen toegeven dat het beschamend is dat zij nu pas met die duidelijkheid komt en nu pas gaat aangeven wat een realistische opgave is van het extra groen dat er wel kan komen, gelet op de beschikbare euro’s. EenUtrecht mist nogal wat en vraagt om vijf toezeggingen. Op de eerste plaats of het college kan aangeven wat de ondergrens op groen is in eenduidig meetbare eenheden. Daarbij wordt gedacht aan cijfers die al beschikbaar zijn, percentages aan groen aan de hand van luchtfoto’s, aantal bomen particulier en openbaar, en groen per woning.
Dan pas wordt duidelijk wat de balans kan zijn tussen extra woningen en extra groen. Op de tweede plaats vraagt EenUtrecht om te laten zien hoe zelfbeheer van groen gaat meetellen. Zij verwijzen naar Pagina 46 van 53
toezegging 785 dat in Q1 een evaluatie wordt toegestuurd over het Actieplan Zelfbeheer. Ten derde vraagt EenUtrecht een toezegging op het uitvoeren van een nulraming. Mevrouw Passier (Volt) vraagt of kan worden toegelicht wat met een nulraming wordt bedoeld. 5
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het best ingewikkeld is om deze technische gegevens boven water te krijgen. Dat kan wel met een raming. Dat zou al een goed inzicht geven. Hij vervolgt zijn betoog. In de reactie van het college staat dat participatie soms tot minder groen leidt. Daarop vraagt EenUtrecht een toelichting en een toezegging dat het college dat beeld corrigeert. Tenslotte wordt een toezegging gevraagd om heel concreet te laten zien wat er wel met beschikbaar geld kan. Dat ontvangt EenUtrecht graag binnen drie maanden, volgens de drie genoemde indicaoren. De voorzitter vraagt of er fracties zijn die een aanvullende inbreng willen leveren. Dat is niet het geval. Hij schorst de vergadering. - Schorsing –
15
20
25
30
35
40
De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Voortman ziet een brede wens in de commissie om meer te vergroenen. Daar is zij blij mee. Aan de andere kant begrijpt ze ook de oproep van de Partij voor de Dieren, dat meer groen ook ten koste mag gaan van andere zaken. Andere ruimtelijke behoeften, zoals een sportveld of een parkeerplaats, zijn ook legitieme wensen. De wethouder is van mening dat groen zwaar moet wegen bij dit soort afwegingen. Daarom wordt het principe ‘groen, tenzij’ gehanteerd. Er wordt ook steeds meer voor groen gekozen, ook als de tenzij groot is. Hoe dat gebeurt wordt opgenomen in het uitvoeringsprogramma, dat over een paar maanden wordt toegestuurd. Dat zal veel inzicht geven. Op de vraag of het plan van aanpak niet te vaag is antwoordt de wethouder dat er inderdaad meer zal worden gedaan. Bij projecten en herinrichtingen wordt zoveel mogelijk gekeken naar de mogelijkheden voor groen. Zowel boven- als ondergronds is er echter weinig ruimte. Er moeten veel wensen worden gerealiseerd. Het staat allemaal op het netvlies van het college: behouden, uitbreiden, herplant, compensatie. Bij iedere ingreep is het college scherp op de afweging. Er wordt niet alleen naar het aantal, maar ook naar de kwaliteit van bomen gekeken.
Ook de raad heeft een rol om bij concrete plannen rondom gebiedsontwikkeling die afweging op groen te laten uitvallen. Er komt ieder jaar groen bij, maar dat houdt geen gelijke tred met de ontwikkeling van andere functies zoals wonen, werken en mobiliteit. De ambitie groen in balans is dus hoog, maar dat betekent ook oog op de lange termijn zoals ook is vastgelegd in de RSU. Op de vraag van de VVD over waarom het zo lang duurt antwoordt de wethouder dat het planten van bomen niet zo simpel is als het lijkt. Het vinden van geschikte locaties waar goede groei plaats kan vinden maakt het moeilijk. Bij de Veldhuizerweg bijvoorbeeld wordt de aanplant van bomen bemoeilijkt door de ligging van het aardgashoofdtracé. Dat is boven de grond niet te zien. Het college is zich er steeds meer van bewust dat groeiplaatsen ook van belang zijn voor het daadwerkelijk groot en oud worden van bomen. Dat is van belang voor het klimaat. Dat kost ruimte en geld, en daardoor duurt het langer en is het ingewikkelder. De heer De Pagter (VVD) zegt dat iedereen de moeilijkheden begrijpt bij het realiseren van extra groen. Maar er zijn echt locaties die allang gerealiseerd hadden kunnen worden. Hij verzoekt de wethouder te erkennen dat het echt niet snel genoeg gaat.
45
50
Wethouder Voortman antwoordt dat in de schriftelijke vragen specifieke locaties werden genoemd. Bij die locaties is aangegeven wat het probleem is. Soms is dat de ondergrond, soms is het iets anders. De heer De Pagter (VVD) zegt dat al drie jaar wordt gewerkt aan het vergroenen van de Landschapsbaan, maar er is nog geen boom geplant. Voor de Burgemeester Middelweerdbaan wordt nu gekeken of er ruimte is aan de noordzijde van de baan. Bij de Vleutsebaan zullen er eindelijk bomen worden geplant. Dit zijn plekken waar het gewoon kon. Pagina 47 van 53
Wethouder Voortman zegt dat er op heel veel plekken tegelijk wordt gewerkt. Er moet worden bekeken wat prioriteit heeft. Er is ook een aantal fracties die heeft gezegd dat in de groenarme wijken moet worden begonnen. Niet alles kan tegelijk. 5
De heer De Pagter (VVD) constateert dat de urgentie totaal ontbreekt. De wethouder erkent niet dat er een aantal plekken is waar dit sneller kan en sneller moet. Dit is precies wat de Rekenkamer aangeeft. Als er beleid wordt gemaakt duurt het jaren voordat er daadwerkelijk een boom wordt geplant. Hij vraagt de wethouder dat te erkennen en ermee aan de slag te gaan. Wethouder Voortman zegt dat ze best wil toegeven dat het soms lang duurt voordat het groen wordt, maar dat ligt aan verschillende factoren.
10
Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) zegt dat de wethouder eerst aangeeft dat het geld en ruimte kost, en daarom lang duurt. Tegen de VVD zegt ze dat er de capaciteit niet is om overal aan de slag te gaan. Welke factor zit nu het meest in de weg? Wethouder Voortman antwoordt dat het een combinatie van factoren is.
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt hoe kan dat een VVD-raadslid aan een GroenLinkswethouder moet uitleggen dat er wel meer groen kan in deze stad. Wethouder Voortman antwoordt dat er wel meer groen kan in de stad, maar het is wel steeds een afweging. Verder speelt een aantal andere dingen mee, bijvoorbeeld de ondergrond en dat niet alles tegelijk kan. Ze zou willen dat het heel simpel is, maar dat is niet altijd zo. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat dat geen antwoord is, maar hij laat het erbij.
20
25
30
35
40
45
50
Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) zegt dat er over het algemeen wel ruimte voor groen beschikbaar is in bouwplannen. De VVD suggereert ook een aantal plekken. Het gebrek aan ruimte zou dus niet het probleem moeten zijn om in elk geval een deel van de ambitie waar te maken. Wethouder Voortman antwoordt dat op de ene plek het ene probleem speelt, en op de andere plek het andere. De Rekenkamer geeft aan dat er wel groen is bijgekomen, dertig hectare in vijf jaar tijd in een stad waar ook andere zaken zijn bijgekomen. Het is dus niet zo dat er niets gebeurt. Zij vervolgt met haar beantwoording. Over de nulmeting zegt zij dat die al voor verschillende thema’s beschikbaar is. Daarover is de raad geïnformeerd in raadsbrieven, in het duurzaamheidsverslag en in de jaarstukken. Voor het uitvoeringsprogramma wordt het referentiejaar 2021 als nulmeting gebruikt, de vaststelling van de RSU. Van daaruit kunnen de resultaten van De Groene Schaalsprong worden gevolgd via het duurzaamheidsverslag en het meerjarig groenprogramma. Het belang van rapporteren en evalueren deelt de wethouder. Dat wordt in het uitvoeringsprogramma gedaan. Samenwerking en het stroomlijnen en vereenvoudigen van processen tussen beleid en uitvoering maakt daar onderdeel van uit. De evaluatie van de samenwerking zal altijd kwalitatief zijn. Dilemma’s op het gebied van samenwerking worden dan besproken.
Verder werd er gevraagd naar realistisch begroten. Er wordt gewerkt aan een strategie om de financiële basis van de groenopgave te versterken. Daarbij wordt gekeken naar mogelijkheden als het opdelen en faseren van de uitvoering. Een strategie op investeren helpt om de financiële planning op de langere termijn in beeld te krijgen. Als in het ene jaar de activiteiten niet worden gehaald wordt in een volgend jaar de planning overschreden. Over meerdere jaren komen we dan goed uit. Voor de financiering zijn we deels afhankelijk van externe partijen. In het Meerjarenprogramma Ruimte wordt getoond voor welke ambities al budget beschikbaar is en welke nog extra financiering nodig hebben. CU vroeg verder naar het Nota Fonds en Bovenwijks. Op grond van de Nota Kostenverhaal Bovenwijkse Voorzieningen kan het kostenverhaal bij gebiedsontwikkelingen voor bovenwijkse voorzieningen in rekening worden gebracht. Inkomsten uit het fonds worden gebruikt bij investeringen in de mobiliteits- en de groenstructuur. Op dit moment hebben veel gebiedsontwikkelingen een onrendabele top. Er kunnen niet meer kosten worden verhaald dan er Pagina 48 van 53