CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie VOWE 23 mei 2024

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 13 juni 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen29.870 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Het college zegt dat de gemeente dezelfde dienstverlening aan kan bieden met kennis van de doelgroep. Daarbij neemt het aan dat de medewerkers ook zullen overstappen. Welke stappen zet het college om ervoor te zorgen dat de medewerkers daadwerkelijk willen overstappen? En wat doet de gemeente om zelf die expertise op te bouwen? Het is niet duidelijk welke taken wel en niet overgenomen gaan worden. Te denken valt aan de toeleiding, de financiële begeleiding en de schuldhulpverlening zelf. Daarbij horen alle partijen betrokken te zijn, maar zeker ook de vertegenwoordigers van de cliënten. Heeft de gemeente een goed beeld wat het betekent als je dit allemaal gaat uitvoeren? En is het haalbaar en verstandig om dit op 1 januari 2025 in te voeren? Er zijn best wel veel cliënten met een bankrekening bij de Tussenvoorziening en dat kan niet zomaar overgenomen worden. Een vraag is ook wat er geleerd kan worden van vergelijkbare inbestedingen bij andere gemeentes. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt of GroenLinks de inbesteding toch een goede stap vindt. Of kan een externe organisatie dit toch beter dan de gemeente zelf? Mw. Kleinrensink (GroenLinks) is niet tegen inbestedingen op zich. De zoektocht is hier welke partij dit het best kan uitvoeren. Dhr. Van Steeg (CDA) wil dus eerst antwoord op deze vragen voordat er sprake kan zijn van een inbesteding.

60

Mw. Kleinrensink (GroenLinks) beaamt dit. Pagina 35 van 51

De voorzitter geeft het woord aan de PvdA. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

Mw. Raaijmakers (PvdA) sluit zich aan bij GroenLinks. Voor de PvdA staan de cliënten voorop. Die verdienen een goede, effectieve schuldhulpverlening. De fractie vraagt welke partij dit het best kan doen. Kan de wethouder erop reflecteren hoe het kan dat er nu twee partijen tegenover elkaar staan? Had dat ook anders gekund? De fractie heeft ook een vraag over de timing: waarom is een jaar geleden niet hiervoor gekozen maar voor een verandertraject? Dat verandertraject heeft ook tot resultaten geleid. De PvdA is niet tegen inbesteden maar is ook een voorstander van langdurige opdrachten. Waarom wordt in dit geval een afspraak voor tien jaar tussentijds gestopt? Deze dienstverlening al 25 jaar door dezelfde partij uitgevoerd. Wat gaat het college doen om de relatie te herstellen? Als de medewerkers van Stadsgeldbeheer naar de gemeente zouden overstappen, zou de werkwijze dan dezelfde blijven? De fractie denkt dat er meer tijd nodig is om de verschillende taken goed in kaart te brengen. Mw. Al-Saqaff (VVD) vraagt of het voor PvdA een gedane zaak is dat er een inbesteding komt. Mw. Raaijmakers (PvdA) zegt dat haar fractie nog veel vragen heeft en dat daar meer tijd voor nodig is maar is niet tegen inbesteding op zich. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt wat er bij de inbesteding gebeurt met de doelgroep, omdat die niet naar de gemeente gaat. Mw.

Raaijmakers (PvdA) zegt dat voorop staat dat die doelgroep goede hulp krijgt. Zij deelt de aanname niet dat deze doelgroep per se niet naar de gemeente gaat, maar erkent wel dat hier een zorg zit. Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of de PvdA denkt dat er niet een significant deel van de groep die nu van Stadsgeldbeheer gebruikt maakt de gemeente zal mijden. Mw. Raaijmakers (PvdA) deelt de causale verbanden van EenUtrecht niet. Zij betwijfelt ook of honderd procent bereik überhaupt haalbaar is. Er zijn ook andere onafhankelijke belangenbehartigers die bij de uitwerking betrokken moeten worden. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van het CDA. Dhr. Van Steeg (CDA) zegt dat de keuze om Stadsgeldbeheer op te heffen en de dienstverlening zelf in de hand te nemen ook bij het CDA veel vragen oproept. Waarom zou de gemeente dit beter kunnen dan Stadsgeldbeheer? De fractie hoort hierop graag een reactie van de wethouder. De afgelopen jaren moest er vaak geld bij, wat het begrijpelijk maakt dat er kritische gesprekken zijn gevoerd. Maar er is ook een verandertraject ingezet wat tot aanzienlijke verbetering heeft geleid, onder andere het opheffen van de wachtlijsten. Hoe kan het dan dat er nu twee partijen tegenover elkaar staan? Hoe en waar is dit misgegaan in de communicatie? En hoe gaat dit er de komende tijd uitzien? Het is vreemd dat er nog geen plan ligt.

Dat wekt de indruk dat hier een ad hoc besluit is genomen. Als er voor inbesteding wordt gekozen, moet er snel duidelijkheid komen voor de mensen die bij Stadsgeldbeheer werken. De voorzitter geeft het woord aan de VVD.

50

55

60

Mw. Al-Saqaff (VVD) zegt haar fractie niet overtuigd is van de noodzaak van de inbesteding. Waarom zou een inbesteding bij de gemeente efficiënter zijn? Er moet nog wel worden nagedacht over de aanpak van de nieuwe doelgroep. Is het dan niet verstandig om die aanpak eerst uit te werken voordat er voor een inbesteding wordt gekozen? De VVD is wel heel kritisch over het voortdurend overschrijden van het budget en de oplopende wachtlijsten. Bij Stadsgeldbeheer heeft de cliënt zorg en schuldhulp onder één dak. De gemeente gaat dit splitsen. Hoe kan zij dan dezelfde kwaliteit van dienstverlening blijven bieden? De VVD wil ook graag een reflectie op het verandertraject. Als de werknemers van Stadsgeldbeheer naar de gemeente overgaan, blijven zij dan hetzelfde werk doen of krijgen zij dan een ander werkpakket? De fractie vraagt zich ook af wat dit betekent voor de druk op de maatschappelijke opvang en beschermd wonen. Ook zij wil het beste voor de cliënten en dat de gemeente dit hoe dan ook gaat borgen. Pagina 36 van 51

Dhr. Otto (EenUtrecht) vraagt of het wel vaststaat dat de werknemers van Stadsgeldbeheer voor de gemeente willen gaan werken. De ziel van een organisatie kun je niet zomaar verhuizen. 5

Mw. Al-Saqaff (VVD) beaamt dit. De voorzitter geeft het woord aan D66.

10

15

20

25

Mw. Dada-Anthonij (D66) zegt dat er geen twijfel over mag zijn dat de Tussenvoorziening voor veel Utrechters een belangrijke organisatie is. Daarom is de situatie die vandaag is ontstaan zo betreurenswaardig. De fractie sluit zich aan bij de vraag van GroenLinks over het verandertraject. Hoe kun je voorkomen dat de inbesteding ten koste gaat van de dienstverlening? De fractie vraagt of de wethouder kan toezeggen dat de overgangsperiode wordt verlengd, zodat die tijd gebruikt kan worden voor een soepele overgang in goede samenwerking met de Tussenvoorziening en dat de cliënten daarbij betrokken zullen worden. Ook vraagt zij of de wethouder kan toezeggen dat het proces goed geëvalueerd gaat worden. Het gebrek aan vertrouwen bij de gebruikers van de Tussenvoorziening kan een oorzaak worden dat zij hulp gaan mijden. Kan de wethouder toezeggen dat de werkwijze van de Tussenvoorziening die zich richt op het opbouwen en verstevigen van vertrouwen bij deze groep over te zullen nemen en voort te zullen zetten? Het stellen van kwantitatieve en kwalitatieve doelen kan richting geven en helpen om het proces goed uit te voeren. De fractie vraagt of de wethouder kan toezeggen dat er zulke doelen worden opgesteld, dat de progressie van het proces gemonitord zal worden en dat de raad hiervan op de hoogte zal worden gehouden. Dhr.

Otto (EenUtrecht) heeft in de bijdrage van D66 niet gehoord dat de cliënten in dit proces meegenomen moeten worden. Mw. Dada-Anthonij (D66) zegt dat zij dit wel duidelijk heeft gesteld.

30

35

40

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt. Mw. Bode (Volt) stelt dat het belangrijk is dat de cliënten goed geholpen worden. Als dat door inbesteding beter kan, dan steunt haar fractie dat. Zij zou het prettig vinden als de werknemers van Stadsgeldbeheer bij de inbesteding mee zouden gaan. Mw. Dada-Anthonij (D66) merkt op dat het heel complex is wat de Tussenvoorziening doet. Daarom vindt zij dat bij de inbesteding ook de zorgtaken worden meegenomen. Is mevrouw Bode het daarmee eens? Mw. Bode (Volt) heeft begrepen dat alles wordt meegenomen. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt zich af of je sowieso een efficiëntere dienstverlening krijgt als de gemeente die overneemt. Waar baseert Volt dat op?

45

50

55

60

Mw. Bode (Volt) denkt dat de hele keten zo eenvoudiger en daarmee voor de mensen beter te begrijpen wordt. Zij ziet dit als een loket minder. Dhr. Van Steeg (CDA) wijst op de risico’s. Hij zou niet automatisch tot de conclusie komen dat een gemeente dit soort dingen efficiënter kan uitvoeren. Mw. Bode (Volt) denkt dat de dienstverlening simpeler en daardoor overzichtelijker wordt wanneer die bij de gemeente wordt inbesteed. Dhr. Van Steeg (CDA) vraagt of Volt wel deelt dat een gemeente niet per definitie in staat is om iedere vorm van dienstverlening op een goede manier uit te voeren en dat er organisaties zijn die beter begrijpen wat er in Utrecht gebeurt. Mw. Bode (Volt) vindt dat in dit geval niet, omdat het aansluit op wat er al door de gemeente wordt gedaan. Pagina 37 van 51

De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter.

5

10

Mw. van Tuijl (Student & Starter) zegt dat transparantie en communicatie bij deze keuze van groot belang is. Stadsgeldbeheer geeft zelf aan hierdoor verrast te zijn, ook omdat het met het verandertraject juist de goede kant opging. De fractie sluit zich aan bij de vragen die onder andere door GroenLinks zijn gesteld. Bij deze keuze spelen ook andere factoren mee, zoals het vertrouwen in de gemeente en het feit dat de gemeente mogelijk niet de expertise in huis heeft om aan deze groep specialistische hulpverlening te bieden. Hoe denkt het college hierover? De overgang kan voor cliënten zeer ingrijpend zijn en Stadsgeldbeheer gaf aan uitval te verwachten en dat de drempel voor de cliënten te hoog is om bij de gemeente aan te kloppen. Hoe gaat de wethouder de negatieve gevolgen van de overgang zoveel mogelijk beperken? De voorzitter sluit de vergadering om 17.40.

Pagina 38 van 51

Verslag openbare avondvergadering 5 commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

23 mei 2024 Raadszaal, stadhuis mw. E. Wijsman (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 15

20

De voorzitter, dhr. F. Dekkers, burgemeester Dijksma, de wethouders, mw. Voortman, de heer Eerenberg, de leden, mw. M. Al Saqaff (VVD), mw. M. Beekmans (Bij1), dhr. D. van Bergen (CU), mw. L. Bode (VOLT), mw. V. Dada Anthonij (D66), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), mw. M. Fattal (GL), mw. I. Hornsveld (GL), mw. J. Kleinrensink (GL), mw. R. Leever (PvdA), dhr. R. Maas (VOLT), mw. T. Meerding (VVD), dhr. C. Nyquist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. C. Passier (VOLT), mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. I. Simsek (DENK), dhr. R. Snijder (Student&Starter), dhr. D. van Vliet (D66), mw. L. de Vries (PvdD), dhr. R. v.d. Zweth (PvdA)

Afwezigen Verslag vergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 25

30

11. Inbesteding Stadsgeldbeheer ...................................................................................................39 12. Stand van zaken modernisering Sekswerkbeleid .....................................................................43 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................51 Wethouder Voortman ..................................................................................................................51 Burgemeester Dijksma ................................................................................................................51

11. Inbesteding Stadsgeldbeheer 35

De voorzitter heropent de vergadering om 20.00 uur en geeft het woord aan de wethouder.

Pagina 39 van 51

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Voortman beseft dat dit een collegebesluit is dat veel losmaakt bij de raad, maar ook bij inwoners en medewerkers van Stadsgeldbeheer. Het gaat om belangrijke dienstverlening voor een kwetsbare groep mensen. Het college vindt dit een goed besluit vanwege de betere dienstverlening, maar ook vanwege de grip op de financiën. Het gaat namelijk om een miljoenencontract. Met betrekking tot de vragen zegt zij dat het college in de afgelopen jaren heeft ingezet op het herstellen van het vertrouwen van de mensen en er is geprobeerd om alle inwoners begripvol en sensitief te bejegenen. De schuldhulpverleningsmedewerkers zijn toegankelijk, zadelen mensen niet op met stapels formulieren en zijn zeer ervaren op het gebied van financiën, begeleiding en bedrijfsvoering. De doelgroep waar het om gaat is niet nieuw voor de gemeente, omdat deze ook al bij werk en inkomen en het team dak- en thuislozen komt en in de afgelopen jaren is er op het gebied van beleid voor ouderen en mensen met schulden veel verbeterd. Op een vraag van de heer Otto (Een Utrecht) of de wijze waarop dit dossier zich heeft ontwikkeld, namelijk vanuit de gemeente naar Stadsgeldbeheer, ertoe heeft bijgedragen dat het vertrouwen bij kwetsbaren in de stad is toegenomen, zegt zij daar zo op terug te komen. Ze vindt het belangrijk om te investeren in het vertrouwen van mensen en dat blijft de gemeente ook doen.

De medewerkers van Stadsgeldbeheer doen goed werk en daardoor is er veel sympathie en ze doen meer dan alleen schuldhulpverlening, omdat zij ook taken van andere hulpverleners doen. Het is de bedoeling dat iedereen gaat doen waar deze goed in is, zodat het geld ook beter besteed kan worden. Op een vraag van mevrouw Al Saqaff (VVD) of de taken die schuldhulpverlening nu doet, maar waarvoor zij niet gecontracteerd zijn nu extra bij anderen terechtkomen, zegt de wethouder dat de taken die in contracten bij anderen staan ook op die plek moeten worden gedaan en zij zal de instanties houden aan hun contract. Op een vraag van mevrouw Raaijmakers (PvdA) hoe het nu zit met de knip en de holistische benadering zegt spreker dat het hier gaat om taken die niet primair bij schuldhulpverlening horen, maar bij andere partijen. Ook nu worden er al zaken met andere partijen gedaan, maar om de details te doorgronden zal de gemeente met Stadsgeldbeheer aan de slag moeten. Op een vraag van de heer Otto (Een Utrecht) of er een gat valt, omdat Stadsgeldbeheer meer zakendoet die niet geïndiceerd zijn en om voor deze beslissing meer tijd te nemen, zegt de wethouder dat er ook een reden is waarom iets niet geïndiceerd is en dan is het de vraag of dat door Stadsgeldbeheer moet worden gedaan.

Het college doet niets toe of af aan het principe van uitbesteden en zal samen met Stadsgeldbeheer aan de slag gaan. De raad vraagt vaak naar de wacht- en doorlooptijden. Het is de bedoeling dat de contractpartners straks eenduidig vanuit hun eigen domein worden aangestuurd waardoor ze efficiënter kunnen werken en doen waar ze goed in zijn. Op een vraag van de heer Otto (Een Utrecht) hoe mensen die een grote afstand en wantrouwen hebben naar de overheid de weg naar de gemeente vinden, zegt zij dat die mensen nu ook al hun weg vinden. Zij roept op om niet te doen alsof de medewerkers van de gemeente mensen zijn die niet weten waarover zij het hebben. Zij suggereert dat raadsleden wellicht eens met die medewerkers kunnen gaan praten. De heer Otto (Een Utrecht) twijfelt niet aan de goede intenties van de medewerkers van de gemeente, maar als mensen niet naar de gemeente toe komen, kunnen ze ook niet geholpen worden. Hij verzoekt de wethouder om een reflectie. Wethouder Voortman zegt over het moment van overstap dat de dienstverlening in breed perspectief is gewogen. Er moest in het verleden steeds geld bij en dat speelt mee. De gemeente kan beter scheiding maken tussen geld beheren en andere taken en daarom staat het college nog steeds achter dit besluit, omdat zaken beter georganiseerd zullen worden voor de inwoners.

De medewerkers van Stadsgeldbeheer waren verrast over dit besluit, maar het college kon dit niet tevoren met hen bespreken, omdat er dan bij voorbaat al ongerust zou zijn ontstaan. Ambtenaren mogen pas over zoiets spreken als er een collegebesluit ligt en direct na een collegebesluit wordt de raad informeert en is iets openbaar. Dit was een dilemma en daarom is ervoor gekozen om direct duidelijk te zijn en geen onrust te creëren. Op een vraag van mevrouw Kleinrensink (GL) wat het hier anders maakt, omdat bij aanbestedingen de doelgroep vaak betrokken wordt, zegt de wethouder dat de ervaringsdeskundigen wel betrokken zullen worden bij de inhoudelijke punten. Op een vraag van mevrouw Raaijmakers (PvdA) of dit niet ook een inhoudelijke wijziging is, zegt de wethouder dat dit twijfelachtig is. Op een vraag van de heer Van Steeg (CDA) hoe dit, als donderslag bij heldere hemel, gebeurd kan zijn, zegt zij dat dit wel een geschiedenis heeft: in november 2019 is er een contract afgesloten met Stadsgeldbeheer en toen al heeft het college aangegeven dat dit een eenmalige financiële impuls zou zijn. In maart 2022 moesten er weer een aantal tonnen geld bij. In december 2022 heeft het college aangegeven dat het contract niet met twee, maar met een jaar zou worden verlengd en in augustus 2023 is er vanuit beleid aangegeven Pagina 40 van 51

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

dat er met diverse scenario’s uitgewerkt zouden worden. Hierbij zijn verschillende stappen gezet en is men steeds indringender geworden. Op een vraag van de heer Van Steeg (CDA) of het gesprek niet breder had moeten geworden gevoerd en de beslissing niet zo plotseling had moeten komen en de vraag naar de visie hoe het er in de toekomst uit moet zien, zegt spreekster dat het niet logisch was om het scenario van inbesteden te bespreken met de partijen waar het om ging. Zij is verbaasd dat men hierover zo verrast is, omdat dit een pad is geweest dat hierheen heeft geleid. Zij volgt de beantwoording van de vragen en zegt dat stoppen met het contract inderdaad een optie was. Het is niet mogelijk om het besluit tot inbesteding, wat een collegebesluit is, uit te stellen, omdat dit inmiddels door het college genomen is, maar er is wel een overgangsperiode. Op een vraag van mevrouw Al Saqaff (VVD) wat de raad hier dan eigenlijk doet en dat een flink aantal raadsleden hier niet mee akkoord gaat, zegt spreekster dat de raad schriftelijke vragen heeft gesteld die zij vanavond hier beantwoordt. Er is een verandertraject ingezet en dit was erop gericht om het bestaande traject uit te voeren, maar omdat Stadsgeldbeheer weer met een hogere prijs kwam, is dit besluit gevallen. In december 2022 was al aangegeven dat het contract nog maar voor een jaar zou worden verlengd.

Eind 2023 waren de wachtlijsten weer heel fors en daarom heeft het college het resultaat van het verandertraject niet afgewacht, omdat de gemeente het zelf beter kan. Op een vraag van mevrouw Kleinrensink (GL) om een onderbouwing daarvan en wat er gebeurt met specialisaties zegt de wethouder dat de gemeente dit denkt op basis van wat deze al voor de doelgroep doet. De gemeente heeft jarenlange ervaring met deze doelgroep en er is een betere schaalverdeling, minder overhead en alles is onder een dak. Daarom kan de gemeente het beter. Op een vraag van mevrouw Kleinrensink (GL) of taken als budgetbeheer, rekeningen bijhouden en mensen opzoeken ook bij de gemeente terechtkomen en of de gemeente daar zelf ervaring mee heeft, zegt de wethouder dat bekeken zal worden wat er nodig is. De gemeente zal in gesprek gaan met de medewerkers van Stadsgeldbeheer om hen gerust te stellen over de arbeidsvoorwaarden. Bij de gemeente werken overigens al veel schuldhulpverleners en wellicht is het ook aantrekkelijk voor de mensen van Stadsgeldbeheer om bij de gemeente te werken, want dit biedt meer mogelijkheden, terwijl de administratieve taken door collega’s gedaan zullen worden. Invoering hiervan per 1 januari 2025 heeft haar voorkeur, maar er zijn ook stemmen die vragen om een langer overgangstraject.

Morgen zal zij starten met de gesprekken met de mensen van Stadsgeldbeheer en dan kan bekeken worden hoeveel tijd er nodig is. Als blijkt dat de ingangsdatum na 1 januari 2025 moet liggen, dan is zij daartoe bereid. Zij zegt toe om na de zomer een brief aan de raad te zullen sturen waarin een uitgewerkt plan van aanpak staat. Er zullen nog zaken moeten worden uitgewerkt, want het is bijvoorbeeld onwenselijk als cliënten die zich in november hebben aangemeld in januari alweer overgedragen moeten worden. Daarover moeten afspraken worden gemaakt. Met betrekking tot de samenwerking met de tussenvoorziening vertrouwt zij erop dat er op termijn weer goed kan worden samengewerkt. Bij deze beslissing is gebruik gemaakt van het Keuzekompas dat overwegingen gaf en daarmee is het college uitgekomen op inbesteden; dit is ook een logische beslissing, omdat dit al voor een grote groep mensen wordt gedaan. Op een vraag van mevrouw Raaijmakers (PvdA) wat dit besluit voor effecten heeft op andere partners in de stad en waarom deze beslissing niet al een jaar geleden genomen is, zegt de wethouder dat het contract voor negen jaar was en dat die negen jaar gesplitst was in 3-2-2-2 jaar, ook al omdat de raad heeft gevraagd om het tussenmoment heel serieus te nemen.

In het voorjaar van 2023 werd gemeld dat de prijzen omhoog zouden moeten en kwam er een verzoek voor extra geld voor de wachtlijsten en dat is een contractwijziging. Dit betekent dat verlenging niet mogelijk is onder de voorwaarden die Stadsgeldbeheer stelt en daarom moest dit besluit worden genomen. Samen met Stadsgeldbeheer zal gekeken worden naar de werkwijze en of er elementen overgenomen kunnen worden, maar dat zal niet alles zijn. Het doel is om inwoners geen stress te laten ervaren van brieven van deurwaarders en andere partijen. De gemeente Utrecht is overigens al van veel personen het postadres, maar zij wijst erop dat dit ook de zelfredzaamheid van mensen kan verminderen. De werkwijze is daarom niet statisch. Op een vraag van mevrouw Raaijmakers (PvdA) of dit ook terugkomt in de brief antwoordt de wethouder bevestigend. Zij wijst erop dat het gemeentelijke team van schuldhulpverleners de stad heel goed kent. Met betrekking tot de implementatie zegt zij dat er een projectplan ligt dat nog niet met de medewerkers van Stadsgeldbeheer is besproken. De gemeente is bekend met het afstemmen van zaken met externe zorgverleners. De werkzaamheden van medewerkers die overgaan zal niet rigoureus anders zijn dan wat zij tot nu toe hebben gedaan. Zij wijst erop dat partijen als MOBW niet meer hoeven te doen dan zij nu al doen.

Er zal naar gestreefd worden om de dienstverlening niet te vertragen door samen met Stadsgeldbeheer een implementatieplan op te stellen waarbij het cliëntenbelang voorop staat. Bij de P&C-cyclus wordt al gekeken naar kwalitatieve en Pagina 41 van 51

5

10

kwantitatieve doelen en bij de Voorjaarsnota kan gesproken worden over andere indicatoren. Op een vraag van mevrouw Dada Anthonij (D66) of de wethouder ook in de brief die zij heeft toegezegd iets wil zeggen over de indicatoren, zegt de wethouder dat er nu ook geen aparte indicatoren zijn en dat het gek is om die dan nu wel toe te voegen. Bij de Voorjaarsnota kan daar wellicht wel over gesproken worden. Zij zegt dat er gestreefd zal worden naar zo min mogelijk loketten. Er is door BMC een rapport opgesteld over het functioneren en het bereiken van resultaten van Stadsgeldbeheer in 2022. De conclusie hiervan was noch negatief noch positief, maar het advies was om de stromen te ontvlechten en onderzoek te doen naar de kostprijs. Dit rapport was bedoeld om de gemeente te helpen om de financiën te kunnen sturen. Zij zegt toe dat de raad dit rapport alsnog zal ontvangen. De voorzitter vraagt of er nog openstaande vragen zijn.

15

20

25

30

De heer Van Steeg (CDA) verzoekt de wethouder nog te reflecteren op de inbesteding en vraagt wat er gebeurt als de raad dit anders wil. Wethouder Voortman verwijst naar het Keuzekompas en zegt dat het college over dit soort instrumenten gaat. Als dit besluit niet zou zijn genomen, dan zou Stadsgeldbeheer waarschijnlijk in de knel komen en dat zou jammer zijn, omdat dit consequenties zou hebben voor de cliënten. Mevrouw Dada Anthonij (D66) zou graag zien dat het proces goed wordt geëvalueerd. Mevrouw Al Saqaff (VVD) vraagt of er al zicht is of medewerkers van Stadsgeldbeheer over willen gaan naar de gemeente. Wethouder Voortman begrijpt dat dit besluit tot wrijving leidt bij de tussenvoorziening, maar het proces heroverwegen is nog maar de vraag. Mevrouw Dada Anthonij (D66) zegt dat de tussenvoorziening een bepaalde beleving heeft en de wethouder ook en dat dit schuurt. Zij vindt het belangrijk dat de relatie wordt hersteld vanwege de samenwerking in de toekomst.

35

Wethouder Voortman wil ook een gesprek met de tussenvoorziening aangaan en wil graag de focus op het implementatieplan leggen. Vanaf morgen kunnen er gesprekken met medewerkers van Stadsgeldbeheer worden gevoerd.

40

De voorzitter constateert dat de wethouder heeft toegezegd dat er na de zomer een brief komt met een plan van aanpak inbesteding en informatie over welke elementen er van Stadsgeldbeheer worden overgenomen en dat de wethouder zal praten met Stadsgeldbeheer over de termijn die nodig is. Tevens zal het rapport van BMC naar de raad worden gezonden. De heer Otto (Een Utrecht) vraagt of het rapport van BMC eerder dan september aan de raad kan worden toegezonden.

45

Wethouder Voortman zegt toe dat zij het rapport van BMC zal meesturen met de dashboardbrief werk en inkomen. De voorzitter vraagt hoe de raadsleden verder willen met dit punt.

50

55

Mevrouw Raaijmakers (PvdA) wil dit mee terug nemen naar haar fractie. De voorzitter wijst erop dat dit geen raadsvoorstel is. Als iemand dit punt wil agenderen, dan moet er een agendering worden aangeleverd en het verzoek is om dit voor a.s. woensdag te doen vanwege de planning van de raadsagenda. De voorzitter schorst de vergadering voor enkele minuten.

60 Pagina 42 van 51

12. Stand van zaken modernisering Sekswerkbeleid 5

10

15

20

De voorzitter heropent de vergadering en meldt dat vanmorgen is besloten dat het raadsvoorstel in september zal worden besproken. De heer Van Bergen (CU) constateert dat het rapport van de commissie Sorgdrager ongeveer een jaar geleden in de raad is besproken. Inmiddels heeft het college een aantal documenten gestuurd over de voortgang en dit onderwerp is voor bijna elke fractie erg belangrijk. Zijn fractie maakt zich zorgen, omdat het hier om een sector gaat waar risico’s op de loer liggen en is hierin terughoudend. Er zijn drie voorwaarden namelijk schoon, veilig en transparant, maar de oproep tot het haast maken deelt zijn fractie niet, omdat dit de zorgvuldigheid in de weg staat. Het afgelopen jaar is de gemeente een traject ingegaan van proeftuinen. Het is echter niet duidelijk wat nu precies de vraag is en hoe deze beantwoord wordt. Hij vraagt wie de belanghebbenden zijn, wat de gewenste effecten zijn, wie hierin gekend zijn en hoe het college parameters en succesindicatoren wil meten als er nauwelijks iets geregistreerd is op dit gebied. Op een vraag van de heer Van Steeg (CDA) of spreker het met hem eens is dat de evaluatie van de proeftuinen onvoldoende in de brief staat, terwijl de financiering voor drie jaar vastligt, zegt hij deze zorg te delen.

Het is echter de kern van het rapport van de commissie Sorgdrager om niet een traditioneel onderzoek te doen met een hoofdvraag en dat vindt hij spannend. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat er voor drie jaar geld beschikbaar is gesteld. Wellicht is het beter om na drie jaar te kijken waar men staat en wat er is bereikt en dan kan er een nieuw besluit worden genomen.

25

De heer Van Bergen (CU) denkt dat, als de proeftuinen geen succes zijn, die drie jaar ook niet uitgezeten behoeven te worden. De motie van mevrouw Fattal maakt proeftuinen echter bij succes permanent en daar is hij niet blij mee. Hij bevestigt dat de financiën voor drie jaar zijn vastgesteld en wat zijn fractie betreft blijft het daarbij.

30

De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de vraag van ChristenUnie om indicatoren en de wens tot borging van proeftuinen op gespannen voet staan met elkaar, omdat dan toch gekeken moet worden naar het resultaat. De ChristenUnie zegt echter lerende weg te willen kijken.

35

40

45

50

De heer Van Bergen (CU) vindt de indicatoren niet duidelijk en is benieuwd hoe het succes gemeten gaat worden en wat wel en niet succesvol is. Die vraag moet helder worden. Met betrekking tot het platform Sekswerk in Utrecht is zijn fractie blij dat handhaving, politie en de klankbordgroep elkaar weten te vinden en dat het college veel belang hecht aan hun woorden. Hij mist echter wel de stem van de slachtoffers van uitbuiting en vraagt de wethouder of hij deze analyse deelt en hoe de klankbordgroep en belanghebbenden worden meegenomen. Zijn fractie is teleurgesteld dat de hulpvraag van kwetsbare mensen blijft liggen. Hij vraagt hoe het staat met de afwikkeling van de motie die door VOLT is ingediend. Op een vraag van mevrouw Leever (PvdA) wat voor gesprekken er nodig zouden zijn, zegt hij dat er in deze sector heel kwetsbare mensen werken en daarom is hij tegen het experimenteren met vormen waarbij veiligheid niet kan worden gegarandeerd. Hij betreurt het dat in de brief staat dat die doelgroep niet is bereikt. Op een vraag van mevrouw Leever (PvdA) of hij ook vindt dat juist dan haast geboden is, zegt spreker dat zorgvuldigheid en haast elkaar bijten en dat hij daarom kiest voor zorgvuldigheid.

Op een vraag van mevrouw Fattal (GL) wat volgens spreker het doel van de klankbordgroep is, zegt hij dat het hem niet duidelijk is hoe de samenstelling van de klankbordgroep tot stand is gekomen en wat precies de belangen zijn. Hij mist de stem van mensen die hier onvrijwillig in werken. Hij denkt dat het doel van de klankbordgroep is dat deze representatief is en dat deze voorstellen kan toetsen. De antwoorden van de klankbordgroep komen via de wethouder naar de raad en daarom wil hij weten hoe representatief de klankbordgroep is.

55

Mevrouw Fattal (GL) verzoekt de ChristenUnie te erkennen dat die groep op een andere manier dan via de klankbordgroep erbij betrokken wordt.

60

De heer Van Bergen (CU) vraagt juist daarom aan het college hoe deze groep bereikt wordt. Hij wijst op de voorwaarden die genoemd worden in de brief van 28 maart jl. Hij vraagt of de proeftuinen van de straat af zichtbaar zijn, vanwege mensen die hiermee niet geconfronteerd willen worden. Hij verzoekt om een toezegging dat er geen ramen geopend zullen worden naast Pagina 43 van 51

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

scholen, kinderdagverblijven en dergelijke. Met betrekking tot participatie verzoekt hij om vroegtijdig in gesprek te gaan met de buurt en hij wil weten wat het minimale draagvlak is om in een buurt een proeftuin te starten en wanneer een locatie afvalt. Op een vraag van de heer Simsek (DENK) of hij bedoelt dat, als een buurt dit niet wil daar ook geen proeftuin moet komen, zegt hij dergelijke geluiden serieus te willen nemen en in de raad te willen bespreken. Op een vraag van de heer Van Steeg (CDA) of spreker ook vindt dat er een participatietraject moet plaatsvinden in plaats van een draagvlakmeting antwoordt hij bevestigend. Bij de zoektocht naar een locatie is het belangrijk dat er geen financiële claims komen. Zijn fractie vindt het onwenselijk dat er middelen geïnvesteerd worden in particuliere initiatieven en hij vraagt de wethouder om een toezegging. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) wat hij vindt van ongelijk investeren in gelijke kansen zegt hij dat het eraan ligt of men dit normaal werk vindt of niet. Hij denkt dat dit geen manier is om kwetsbare mensen een steuntje in de rug te geven. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) of hij het met haar eens is dat, als er geen plekken zijn, de sekswerkers sowieso al in de problemen zitten vraagt hij hoe mevrouw Beekmans dat zelf ziet: hij ziet ongelijk investeren in gelijke kansen anders.

Hij mist verder de uitstap programma’s en de handhaving. Op een vraag van mevrouw Leever (PvdA) dat die uitstapprogramma’s er wel zijn en of hij dat niet voldoende vindt, antwoordt hij dat zorg en handhaving in de laatste brieven verdwenen zijn en dat baart hem zorgen. Hij constateert dat de deze kosten niet in de begroting zijn opgenomen en vraagt om aandacht voor deze groep mensen en hoe de wethouder een en ander invult. Hij heeft waardering voor burgemeester en ambtenaren voor de manier waarop dit uitgewerkt wordt en roept op om het beleid gericht te laten zijn op de kwetsbaren. Op een vraag van de heer Van Vliet (D66) met betrekking tot participatie en dat er besloten is dat bekeken wordt hoe sekswerk georganiseerd kan worden en niet of, zegt spreker het belangrijk te vinden dat er draagvlak is. Er komen proeftuinen in Utrecht, maar het is de vraag waar deze komen. Het college stelt een aantal voorwaarden, maar de vraag is hoe er wordt geparticipeerd en hoe serieus dit wordt genomen. Hij is van mening dat een wijk niet moet worden opgezadeld met iets waarop deze niet zit te wachten. Op een vraag van mevrouw Leever (PvdA) of spreker erkent dat er voorbeelden te over zijn van sekswerk dat wel goed loopt, zegt hij dat niet te weten.

De heer Snijder (Student&Starter) vraagt of de ChristenUnie bereid is om een beslissing te nemen over locaties als die minder steun krijgen van de inwoners van Utrecht, terwijl die wel geschikt zijn voor een groter doel. De heer Van Bergen (CU) kan daar geen duidelijk antwoord op geven, omdat hij niet weet wat het draagvlak is en dan is het lastig om daar harde uitspraken over te doen. De heer Maas (VOLT) is teleurgesteld dat het langzaam gaat en dat er alleen maar stappen gezet zijn op het gebied van thuiswerk. Er is vooral sprake van illegale huur van locaties bij mensen thuis. Zijn fractie ziet uit naar een wijziging van de APV. Op een vraag van de heer Van Vliet (D66) hoe het kan dat er 500 thuiswerkers in Utrecht zijn en dat VOLT zegt hier niets aan te hebben, zegt spreker dat deze niet met naam en toenaam bekend zijn. De heer Van Vliet (D66) verwijst naar het rapport van de commissie Sorgdrager en zegt dat de gemeente daarom hiermee aan de slag is gegaan. De heer Simsek (DENK) wijst erop dat dat debat vandaag niet gevoerd zou worden. De heer Maas (VOLT) is blij dat deze stappen zijn gezet. Hij is tevreden over het platform sekswerk en de contacten met de woningbouwcorporaties en hij denkt dat dat belangrijke stappen zijn voor de realisatie van proeftuinen.

De heer Van Bergen (CU) wijst erop dat hij positief was over het platform, maar kanttekeningen heeft gezet bij de klankbordgroep.

55

60

De heer Maas (VOLT) verwijst naar motie 161 waarin is aangegeven dat er weliswaar locaties gezocht worden, maar dat dit door de ondernemers zelf moet worden gedaan. Wel zijn er voorwaarden opgesteld voor die locaties en zijn fractie wil hier graag later over doorpraten. Hij vraagt de wethouder of hij ook vindt dat woonlocaties minder passend zijn. Op een vraag van de heer Simsek (DENK) wat VOLT met het laatste punt bedoelt, zegt hij te doelen op de locatie aan het Zandpad die een locatie voor sekswerk blijft, maar waar ook woningen zijn gebouwd. Pagina 44 van 51

De heer Van Bergen (CU) zegt dat dit al eerder in de commissie besproken is en dat hierover mondelinge en schriftelijke vragen over zijn gesteld. Hij wil weten wat er nog niet duidelijk is. 5

De heer Maas (VOLT) vindt de formulering in de brief niet duidelijk. De heer Van Bergen (CU) zegt dat hier al diverse debatten over zijn gevoerd en dat de wethouder hieraan gehouden kan worden.

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Maas (VOLT) adresseert zijn zorg daarover. In de nieuwe brief staat dat woonlocaties niet de voorkeur hebben voor sekswerk en hij vraagt of dat betekent dat de situatie aan het Zandpad hetzelfde blijft. Sekswerkers vinden de locaties op industrieterreinen ook goed, maar het is onduidelijk hoeveel ondernemers geïnteresseerd zijn en hoe de gemeente met hen in contact wil komen. De heer Maas (VOLT) vindt het teleurstellend dat de gemeente pas in gesprek gaat als de ondernemers zelf locaties aandienen. Hij vindt het voorbarig om deze motie af te doen, omdat pas eind 2024 bekeken wordt of dit tot kansen leidt. In de brief staat geen oplossingsrichting en hij vraagt wat de wethouder nu precies wil doen. Mevrouw Fattal (GL) verzoekt de wethouder, vanwege de zorgen om een locatie te vinden, te reflecteren op de coöperatieven. De heer Van Steeg (CDA) heeft de brief met belangstelling gelezen. Het uitgangspunt van zijn fractie blijft dat dit geen normaal beroep is en dat er zorgen zijn over de veiligheid. Dit staat echter nauwelijks in de brief en hij vraagt de burgemeester en het college hoe er op dit onderwerp wordt meegekeken. Mevrouw De Vries (PvdD) is van mening dat legalisatie van plekken de veiligheid ten goede komt. De heer Van Steeg (CDA) is daarvan niet overtuigd en vindt dat er voorwaarden moeten worden gesteld in verband met de veiligheid.

Op een vraag van mevrouw De Vries (PvdD) hoe hij dat vorm wil geven, zegt spreker een en ander te willen registreren en er moet meer contact zijn met handhaving. Hij is ook benieuwd hoe het daarmee staat. Mevrouw De Vries (PvdD) merkt op dat sekswerkers geen fan zijn van registratie. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat er ook andere signalen zijn. Hij vraagt hoe het in de toekomst zit met de financiën. Hij is het eens met de heer Van Bergen dat ondernemerschap en participatie belangrijk zijn en hij vraagt het college hoe een en ander wordt ingericht. De heer Van Vliet (D66) vindt dat langsrijdende auto’s bij raamwerk ook onder mobiliteitsbeleid valt. De autonomie en de veiligheid kunnen beter en hij vraagt of het college bereid is om hiervoor een oplossing op tafel te leggen. Met betrekking tot een alternatieve route voor mensen die hiermee niet geconfronteerd willen worden, vindt hij dat de nood van proeftuinen zwaarder weegt dan van mensen die niet met de werkelijkheid geconfronteerd willen worden en hij verzoekt het college een dergelijke locatie toch op tafel te leggen. Hij vraagt het college om mee te nemen welke wijk specifiek voor raamwerk is. Op een vraag van de heer Van Steeg (CDA) wat hij van participatie vindt, zegt hij dat de proeftuinen er sowieso zullen komen, maar dat er wel een participatieproject moet komen.

Dit moet echter gaan over tijdstippen en niet over of het raamwerk wordt ingericht. De heer Van Steeg (CDA) constateert dat D66 dus geen participatietraject wil over de wijk waar dit gaat gebeuren. De heer Van Vliet (D66) zegt dat het alleen om de voorwaarden gaat en niet om de plek. Op een vraag van de heer Simsek (DENK) of er voor D66 ook grenzen zijn of dat dat dit ten koste van alles gaat, zegt spreker dat het zijn fractie gaat om het borgen van autonomie en veiligheid van sekswerkers. Als dat er niet is, dan moet daar geen proeftuin komen. Op een vraag van de heer Pagina 45 van 51

Simsek (DENK) of de veiligheidsbrief voor D66 geen rol speelt, zegt spreker dat een wijk niet onleefbaar wordt door sekswerkers. 5

De heer Simsek (DENK) is het daar niet mee eens, omdat prostitutie tot veel veiligheidsissues leidt. Hij vraagt hoe D66 vindt dat er paal en perk gesteld moet worden als er problemen zijn. De heer Van Vliet (D66) zegt dat sekswerk een normaal beroep is en als er veiligheidsissues komen, dan moeten die hetzelfde worden behandeld als in de horeca.

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat haar fractie vindt dat sekswerk een legaal beroep is, maar dat er wel vaak veiligheidsrisico’s zijn voor zowel de sekswerker als voor de bezoekers en de omwonenden. Het college gaat twee proeftuinen uitwerken. Met betrekking tot sekswerk vanuit huis heeft haar fractie zorgen over hoe dit in de praktijk uitgewerkt wordt en of er geen overlast ervaren wordt in de wijk. Het college zegt in de brief dat er gesprekken zijn gevoerd met bewoners en wijkplatforms. Zij wil weten of dit ook is gedaan voor het voorstel van thuis sekswerk of dat dit later nog wordt gedaan. Ze vraagt of bewoners kunnen laten weten wat zij vinden van sekswerk thuis en hoe de participatieprocessen eruit komen te zien. Op een vraag van de heer Van Bergen (CU) wat de VVD zelf vindt en wat er moet gebeuren als een wijk nee zegt, zegt zij dat eerst moet worden gevraagd of een plek een geschikte locatie is, want haar fractie vindt de stem van de buurt belangrijk. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) hoe spreekster de rol van educatie ziet en hoe het zit met het proces vanaf de omwonenden, zegt zij dat haar fractie het belangrijk vindt dat bewoners goed worden bijgepraat, maar het is aan de bewoners wat zij ervan vinden en dat moet wel serieus genomen worden.

Op een vraag van mevrouw Leever (PvdA) wat spreekster bedoelt en of sekswerk er dan niet moet komen, zegt zij dat, als de buurt dat niet wil, daar ook geen sekswerk moet komen. De raad moet echter zelf een oordeel vellen. Op een vraag van mevrouw Leever (PvdA) of het haar gaat om de overlast of om de kwetsbare positie van sekswerkers in de stad en wat voor haar zwaarder weegt, zegt zij het over thuis sekswerk te hebben dat in woonwijken plaatsvindt. Dit is nog niet eerder gedaan en het is de vraag wat de impact hiervan op gewone gezinnen is. Haar fractie maakt zich daar zorgen over en vindt dat bewoners zich moeten kunnen uitspreken. Mevrouw Leever (PvdA) meldt dat in Amersfoort en Tilburg is gebleken dat thuis sekswerk ertoe heeft geleid dat er meer vertrouwen in de gemeente en een betere sfeer in de buurt is gekomen. Mevrouw Meerding (VVD) hoopt dat dat in Utrecht dan ook zo is. Ze vraagt de wethouder wanneer de inwoners van Utrecht kunnen laten horen wat zij van het voorstel vinden. Zij vraagt de wethouder hoe het zit met registratie van sekswerk vanuit huis en wil hiervan graag een beeld krijgen in het kader van de veiligheid. Op een vraag van de heer Van Bergen (CU) wat zij vindt van de brief waarin staat dat de motie van de ChristenUnie die opriep tot registratie is afgedaan als niet uitvoerbaar, zegt zij dat er juridisch wellicht blokkades zijn.

Zij vraagt de wethouder of dat in beeld kan worden gebracht om ervan te kunnen leren en te kunnen evalueren. In de brief van het college zijn er meer kaders gegeven voor de locaties voor sekswerk, maar een en ander blijft toch vaag. Industrieterreinen lijken af te vallen en zij vindt dat jammer, omdat juist daar de overlast voor omwonenden beperkt is. Zij vindt het opvallend dat sekswerklocaties niet met de auto bezocht mogen worden, omdat dit voordelen met zich mee kan brengen. Met betrekking tot de financiën wil zij weten wat er voor de proeftuinen gereserveerd is en zij is blij dat er in de raadsbrief inzicht in de financiën is gegeven. Zij constateert dat het geld dat gereserveerd was voor handhaving meer is dan het geld dat nodig is voor uitwerking van de proeftuinen in drie jaar en constateert dat er dus geld over is. Zij vraagt of het een truc is om dat overschot dan in plaats van over 5 over 3 jaar te spreiden. Zij verzoekt om realistisch te begroten en het overgebleven geld terug te laten vloeien naar veiligheid in plaats van het koste wat kost in te zetten voor sekswerk, terwijl de opgave veranderd is.

Op een vraag van mevrouw De Vries (PvdD) hoe de VVD erbij komt dat er geld over is en dat zij problemen ziet, zegt zij dat er eerder geld gereserveerd was voor het Zandpad, maar dat bedrag wordt daar nu niet meer voor gebruikt en wordt nu overgeboekt naar het uitwerken van de proeftuinen. Zij zou echter liever zien dat er een nieuwe begroting wordt gemaakt. Dit hele bedrag kan niet in drie jaar worden uitgegeven en daarom wordt dit over vijf jaar gespreid. Zij vraagt burgemeester en wethouder om een antwoord. Juist omdat de gemeente ook al voor grote financiële uitdagingen staat, vraagt ze zich af of hierop bezuinigd kan worden.

Pagina 46 van 51

De heer Van Steeg (CDA) is het eens met mevrouw Meerding en zegt dat er voor de jaren 2026 en 2027 nu 500.000 euro begroot staat. 5

10

15

20

25

30

Mevrouw Meerding (VVD) is het eens met de heer Van Steeg. Zij constateert dat er in deze begroting geen geld is vrijgemaakt voor handhaving en vraagt de wethouder of dat er wellicht wel in moet staan. Zij constateert dat het punt veiligheid niet in de raadbrief is genoemd, maar haar fractie vindt dat wel heel belangrijk en daarom vraagt zij de burgemeester en wethouder of veiligheid nog steeds prioriteit is. Mevrouw De Vries (PvdD) had gehoopt dat er op dit moment meer concreet zou zijn, maar constateert dat er nog geen proeftuinen zijn. Zij vraagt de wethouder wat de raad van de nota s\Sekswerk kan verwachten en wil graag een verduidelijking van de processen van de wethouder. Het omgevingsplan werkt wellicht vertragend en ze vraagt of in het najaar kan worden besproken dat het opheffen van het verbod automatisch meegenomen wordt als wijziging in het omgevingsplan. Haar fractie is blij dat er gekeken wordt naar thuiswerk met twee personen. Zij vraagt wat de wethouder bedoelt met de randvoorwaarden van kleine woningbouw en verzoekt de wethouder toe te zeggen dat er kleinschalig sekswerk op het Zandpad gerealiseerd zal worden. Zij verwacht dat de APV-wijziging pas in Q4 zal komen en vraagt waarom nu pas duidelijk is dat er zoveel onduidelijkheden zijn over de APV-wijziging en of het college dat niet eerder had kunnen oppakken.

Zij vraagt of er gesprekken gevoerd worden tussen gemeente en ondernemers en wil weten waarom de gemeente geen inventarisatie maakt van potentiële locaties in de stad en die lijst niet met de ondernemers deelt. Dat zou het proces omtrent sekswerk wellicht ten goede komen. Met betrekking tot leren en evalueren vraagt zij waarom hier extern onderzoek nodig is. Zij vraagt ook waarom het college voor deze weg kiest en of de wethouder het met haar eens is dat dit ook anders kan. Op een vraag van de heer Van Bergen (CU) of zij nu voorstelt dat sekswerkers zelf in de klankbordgroep gaan zitten, zegt zij dat het haar erom gaat hoe er geëvalueerd wordt en of het lukt met de werkplekken bij sekswerkers. De heer Van Bergen (CU) denkt dat op die manier de slager zijn eigen vlees keurt en vindt het vreemd dat mensen uit de proeftuinen dit zelf gaan onderzoeken. Mevrouw De Vries (PvdD) zegt dat niet alleen de klankbordgroep dit moet doen, maar ook het platform.

35

40

45

50

55

60

De heer Van Bergen (CU) denkt dat het er vooral om gaat wie het onderzoek uitvoert. Mevrouw De Vries (PvdD) wil graag dat sekswerkers meegenomen worden bij de evaluatie ze vraagt of de wethouder oog heeft voor alle sekswerkers die geen plek kunnen krijgen in de proeftuin en wat de boodschap voor hen is. Mevrouw Leever (PvdA) sluit zich aan bij de opmerkingen van PvdD en GroenLinks en wil graag dat sekswerkers kunnen werken vanuit een locatie, want als sekswerkers in de illegaliteit moeten werken, dan werkt dat onveiligheid in de hand. Zij vindt ook dat haast geboden is. De heer Van Bergen (CU) denkt dat kwetsbare mensen niet geholpen zijn met de proeftuinen. Mevrouw Leever (PvdA) is bang dat, als het zo doorgaat, er geen locatie komt en verzoekt daarom de wethouder ook naar andere locaties te kijken. Ze denkt dat thuiswerken nodig is en wil ook graag het vertrouwen herstellen en autonomie geven aan de sekswerkers zelf. Mevrouw Beekmans (Bij1) maakt zich zorgen om de schaarste aan werkplekken van sekswerkers in Utrecht. Zij zitten in een moeilijke positie en hebben te maken met uitbuiting en moeilijk werk dat vooral buiten gebeurt. Zij heeft ook zorgen over het beheer van de proeftuin en denkt dat daarin geen marktpartijen geïnteresseerd zijn.

De opzet daarvan kost tijd en geld en zij vreest dat er geen marktpartijen zullen komen, omdat zij geen zin hebben om tijdelijk te investeren. Ze vraagt de wethouder hoe deze dat op andere wijze wil stimuleren. Zij verzoekt de gemeente om zelf sekswerk locaties te zoeken volgens het Belgische model. Zij denkt dat een tippelzone belangrijk is voor sekswerkers en ze vraagt hoe de wethouder zich wil inspannen om sekswerkers, die toch in een kwetsbare positie zitten, zouden kunnen meedoen in de proeftuinen. Daarnaast denkt zij dat sekswerk moet kunnen plaatsvinden in huizen en ze vraagt de wethouder of deze daarvoor Pagina 47 van 51

5

10

open staat. Op een vraag van de heer Simsek (DENK) of zij bedoelt dat er leegstaande woningen geregeld moeten worden, zegt zij dat er verschillende opties zijn. Sekswerkers moeten op een veilige en fatsoenlijke wijze hun werk kunnen doen en de stemmen van de sekswerkers dienen altijd centraal te staan. Zij verzoekt sekswerkers snel een plek in Utrecht te geven. De heer Snijder (Student&Starter) heeft afgelopen week met een jonge mannelijke sekswerker gesproken. Hij was tevreden dat de gemeente dit wil regelen, maar gefrustreerd over het taboe dat er ligt op sekswerk. Hij roept op tempo te maken en het vertrouwen te herstellen en dat kan door het realiseren van veilige werkplekken. Op een vraag van de heer Van Bergen (CU) wat hij bedoelt met een taboe zegt spreker dat sekswerk vaak als immoreel wordt gezien en zo ervaren sekswerkers dat ook. De heer Van Bergen (CU) merkt op dat niemand in deze zaal dat heeft gezegd.

15

20

25

30

De heer Snijder (Student&Starter) zegt dat er hardnekkig een taboe blijft bestaan op dit onderwerp en hij vindt dat men daar met elkaar iets aan moet doen. Op een vraag van de heer Simsek (DENK) hoe het college het taboe dan moet doorbreken, zegt hij dat de gemeente bezig is met een beleid waardoor er op een andere manier naar sekswerkers wordt gekeken en dit ook wordt gedecriminaliseerd. Mevrouw Leever (PvdA) vraagt of de heer Snijder het met haar eens is dat het creëren van proeftuinen al helpt om het taboe te doorbreken. De heer Snijder (Student&Starter) denkt dat dit een van de stappen is. Hij vraagt het college hoe de landelijke ontwikkelingen van invloed zullen zijn op dit beleid en op welke manier het college wil signaleren dat dingen fout gaan, bijvoorbeeld op het gebied van de financiën. Op een vraag van de heer Maas (VOLT) welke landelijke ontwikkelingen spreker bedoelt, zegt deze dat het kabinet anders naar sekswerk kan kijken en hij vraagt of het college daar meer over kan vertellen. Er zijn verschillende perspectieven op sekswerk die moeilijk met elkaar te verenigen zijn, maar hij denkt dat veiligheid belangrijk is.

35

De heer Simsek (DENK) zegt dat het prostitutiebeleid van het college zijn fractie blijft verbazen. Er moet bezuinigd worden, maar er wordt wel 2 miljoen euro besteed aan de proeftuinen en hij denkt dat een onverantwoorde keuze is. Hij roept de wethouder daarom op om te stoppen met de proeftuinen en het geld te besteden aan dringende problemen in de stad en hij verzoekt de wethouder om een toezegging. DENK is groot tegenstander van raamprostitutie in woonwijken, omdat dit een negatief effect heeft op de leefbaarheid in de buurt en ongewenst publiek aantrekt.

40

Mevrouw Leever (PvdA) denkt dat de meerderheid van de inwoners van Utrecht niet voor iets dergelijks zijn, maar de raad kennelijk wel en ze vraagt hoe de mening van de burgers in de raad kan terugkomen.

45

De heer Simsek (DENK) zegt dat er wel vaker plannen worden doorgeduwd zonder draagvlak. Hij zegt dat prostitutie op veel plekken tot overlast heeft geleid en tot onveiligheid van de omgeving en daarom denkt hij dat dit niet moet plaatsvinden in woonwijken. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat in andere steden dergelijk beleid tot beter contact heeft geleid. Zij vraagt of DENK erkent dat dit ook mogelijk is.

50

55

60

De heer Simsek (DENK) wil niet zeggen dat het op alle plekken goed ging. Hij vindt het onrealistisch dat bewoners een alternatieve route moeten zoeken om hun eigen buurt te kunnen bereiken en verzoekt de wethouder om een toezegging dat raamprostitutie nooit in woonwijken komt. Daarnaast wil hij een toezegging dat raamprostitutie niet bij scholen of religieuze instellingen in de buurt komt. Het college zegt dat industrie- en bedrijventerreinen niet geschikt zijn als locatie voor sekswerkers, maar hij verzoekt de burgemeester om reflectie en vraagt hoe deze kan uitleggen dat prostitutie belangrijker is dan veiligheid. Met betrekking tot participatie zegt hij dat er wel vaker plannen met weinig draagvlak door de raadsvergadering heen zijn gekomen en hij vraagt de wethouder hoeveel leden van die wijk het college gesproken heeft. Ook wil hij weten hoeveel inwoners hebben ingesproken als het gaat om wijzigingen in de APV om deze plannen uit te voeren. Hij verzoekt de wethouder om een toezegging voor een gedegen participatiebeleid en Pagina 48 van 51

5

10

15

dat dit alleen doorgaat met instemming van de buurt. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) waarom hij dit niet als normaal werk ziet, terwijl de belangenorganisaties anders hebben aangegeven, zegt hij dat zijn fractie dit niet als normaal werk ziet en niet aan deze symboolpolitiek wil meedoen. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) wat sekswerk is, zegt hij het niet goed te vinden dat de nadruk op een sector ligt. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) of sekswerkers ook burgers zijn, antwoordt hij bevestigend. De heer Nyquist (Stadsbelang Utrecht) adviseert om dit stap voor stap te doen en stelt voor dat sekswerkers zich eerst laten registreren. Als deze mensen niet geregistreerd willen worden, dan is het de vraag waarom dat niet wordt gedaan en wellicht moet dat dan strafbaar gesteld worden. Op een vraag van mevrouw Beekmans (Bij1) wat spreker zelf zou antwoorden op de vraag waarom mensen niet geregistreerd willen worden, zegt hij dat mensen die in de verdrukking zouden kunnen komen, dan op de juiste manier geholpen kunnen worden. Hij vraagt de wethouder of dit meegenomen is in de beschouwing en wil ook weten waarom niet overal het woord prostitutie in plaats van sekswerk wordt gebruikt. Hij vindt dat taalkundig helderder. Mevrouw De Vries (PvdD) geeft aan dat het woord sekswerk overgenomen is uit een motie en dat dat het juiste woord is.

De heer Nyquist (Stadsbelang Utrecht) vindt dat taalkundig onjuist.

20

25

30

35

40

45

De heer Van Bergen (CU) zegt dat raads- en commissieleden over hun eigen woorden gaan. De heer Nyquist (Stadsbelang Utrecht) denkt dat een en ander grote consequenties kan hebben voor de buurt of wijk en daarom vindt hij dat het uitgangspunt moet zijn dat, als een wijk niet wil, daar ook geen raamwerk komt. Hij vindt de proeftuinen en de handhaving vaag en vraagt de burgemeester hoe deze denkt te gaan handhaven. Hij vraagt ook of de raadsleden wel op de hoogte zijn van de categorie mensen die zich met deze bedrijfstak bezighouden. De heer Snijder (Student&Starter) heeft moeite met dit betoog en adviseert om met sekswerkers in gesprek te gaan. De heer Nyquist (Stadsbelang Utrecht) zegt dat deze categorie mensen, als zij zich niet willen registreren, daar een belang bij hebben om dat niet te doen. Sekswerkers blijven al decennialang buiten beeld en dat is een zorg. De heer Otto (Een Utrecht) vraagt de wethouder of participatie kan leiden tot het niet doorgaan van een locatie. Wethouder Eerenberg zegt dat er 60 vragen zijn gesteld en dat hij per vraag een minuut nodig heeft. De heer Snijder (Student&Starter) vindt het geen probleem als zijn vragen schriftelijk beantwoord worden. Mevrouw Fattal (GL) gaat uiterlijk om 23:00 uur weg en vraagt of de termijn van het college kan worden uitgesteld. De voorzitter zegt dat is afgesproken dat een onderwerp wordt afgemaakt.

50

55

De voorzitter schorst de vergadering voor 5 minuten. De voorzitter heropent de vergadering. Mevrouw Fattal (GL) doet een ordevoorstel en verzoekt om vanavond alleen de burgemeester nog te laten antwoorden en de antwoorden van de wethouder te verschuiven naar een volgende vergadering. De voorzitter wijst op de consequenties daarvan, omdat het lastig is om het vervolggesprek op een ander moment te agenderen.

60

De heer Van Steeg (CDA) heeft hier moeite mee. Pagina 49 van 51

De voorzitter brengt het ordevoorstel in stemming. Dit wordt met meerderheid van stemmen aangenomen. 5

De voorzitter meldt dat er op 11 juli a.s. een raadsinformatiebijeenkomst gehouden wordt, maar dat daar nog wel wat ruimte is voor afhandeling van dit debat. De aanwezigen kunnen zich hierin vinden en geven aan dat voor de afronding van het debat nog circa drie kwartier nodig is. De meerderheid gaat hiermee akkoord.

10

Burgemeester Dijksma zegt dat de veiligheid van groot belang is voor de sekswerkers zelf. Zij werken in een kwetsbare branche. Deze beroepsgroep is gebaat bij een veilige werkomgeving. Dit staat misschien niet altijd in de brieven, maar bij de voorbereiding van de proeftuinen is wel degelijk gesproken over de veiligheid, de partners en de politie; alles komt langs in de driehoek. Deze kan een oordeel vellen over de stukken. Binnenkort komt er een brief over mensenhandel en financiële uitbuiting en er is dus zeker aandacht voor deze situatie. Op een vraag van de heer Van Bergen (CU) of hetgeen de burgemeester nu zegt nadrukkelijker in de brief kan worden opgenomen, antwoordt zij bevestigend. Met betrekking tot de proeftuinen zegt zij dat er eisen zijn voor legalisatie, namelijk dat iemand ouder is dan 21 jaar en langer dan drie maanden op het thuisadres ingeschreven staat. Daar zal actief en passief op worden toegezien. Wel is het vermoeden dat er 400 à 500 mensen thuis als sekswerker werken. Dit is een illegale vorm van werk en dat kan tegen hen gebruikt worden. Het college hoopt dat met legalisatie er meer ruimte en vrijheid voor de sekswerkers ontstaat om hulp te zoeken of zich te melden. De ervaring in andere steden is dat de overlast niet per definitie toeneemt.

Het feit dat je iets legaliseert leidt niet tot grotere vormen van overlast en er zal steeds weer worden gehandhaafd. De burgemeester zal in de volgende brieven de veiligheid nog beter meenemen. Op een vraag van mevrouw Meerding (VVD) of het klopt dat de vragen over de registratieplicht door de wethouder beantwoord zullen worden, antwoordt zij bevestigend. Zij benadrukt dat de wetgeving in de Tweede Kamer nog niet akkoord is en daarom is het nog niet mogelijk om in dit dossier slagvaardig op te treden.

15

20

25

30

De voorzitter vraagt of er nog onbeantwoorde vragen zijn. Dit is niet het geval. Hij constateert dat de burgemeester heeft toegezegd dat de veiligheid in de brieven over de proeftuin in het vervolg nadrukkelijker zal worden benadrukt. De voorzitter schorst de vergadering om 22.55 uur tot dinsdag 11 juni a.s.

Pagina 50 van 51

LIJST VAN TOEZEGGINGEN 5

Wethouder Voortman zegt m.b.t. agendapunt 11 toe: • •

10

Dat zij na de zomer een brief aan de raad stuurt met een plan van aanpak de elementen die van Stadsgeldbeheer worden overgenomen en de termijn. Dat zij het rapport van BMC zal meesturen bij de dashboardbrief Werk en Inkomen.

Burgemeester Dijksma zegt m.b.t. agendapunt 12 toe: •

Dat in brieven over de proeftuin de veiligheid in het vervolg meer zal worden benadrukt.

15

Pagina 51 van 51

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=98f6c8c4-d6e0-4712-aa1b-23a20b896bd4