Conceptverslag commissie VOWE 14 maart 2024
Tekst van het document
Het beleid is gebaseerd op ambulante handel waarbij men in de ochtend komt en in de avond weer vertrekt. De gemeente heeft hiervan al gezegd dat zij niet dienen te vertrekken op achtereenvolgende dagen. Wanneer het voorstel is om te mogen blijven staan op Pagina 18 van 60
niet vergunde dagen maakt dat deze ruimte niet beschikbaar komt voor andere vergunningen. Dit is daarmee niet in lijn met de opdracht die gegeven is aan het college. 5
Mevrouw Bode (Volt) geeft aan dat zij specifiek gevraagd heeft of de vergunning kan worden uitgebreid omdat het grootste punt is dat zij opeens mobiel moeten zijn en dat hun bestaanszekerheid hierdoor wordt geraakt omdat er extra kosten gemaakt moeten worden.
10
Wethouder Schilderman merkt op dat het niet opeens gebeurt. Het gaat om een mobiel verkooppunt en daarbij is de ruimte om de wagen te laten staan op aansluitende dagen al opgezocht maar om dan de wagen ook nog te laten staan op niet-verkoopdagen past niet in het beleid van mobiele verkoop.
15
20
25
30
Mevrouw Bode (Volt) is van mening dat de wethouder het beeld heeft dat het niet speelt en dat is begrijpelijk voor standplaatshouders die op verschillende locaties staan. Er zijn echter ook veel ondernemers die dat niet hebben en hier echt door geraakt worden. Wethouder Schilderman is het eens dat de verruiming van het beleid voor sommigen niet nodig is en dat anderen daar heel erg op gewacht hebben. De wethouder geeft nogmaals aan dat wanneer de dagen worden uitgebreid deze ruimte niet voor een ander gebruikt kan worden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat er een stukje geschiedenis geraakt wordt want ten tijde van het uitgeven van de tijdelijke vergunning is het niet duidelijk geweest en zijn ondernemers van iets anders uitgegaan. Dit geldt ook voor de standplaatsen die verrijdbaar moeten zijn dat is niet goed gecommuniceerd en nu is het plotseling dat zij iets anders moeten. Wethouder Schilderman vindt dit niet in dezelfde categorie vallen en is van mening dat er een beeld wordt geschetst dat er niet duidelijk gecommuniceerd is maar er is wel degelijk uitgebreid over gecommuniceerd. De standplaatshouders hebben dit ook ondertekend in de huurovereenkomst. De wethouder snapt dat dit dossier punten heeft van slechte communicatie maar vindt niet dat dit punt daarbij hoort, dit wordt ook duidelijk uit de stukken.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt waarom er de afgelopen jaren niet op gehandhaafd is.
35
Wethouder Schilderman geeft aan dat er ook aanzeggingen zijn gedaan en de overgangsperiode van tien jaar is om die reden ook geboden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt welke mogelijkheid de wethouder ziet om hen toch te laten staan.
40
45
50
55
Wethouder Schilderman vindt dat het aan de raad is om het voorstel te wegen. Een standplaats gaat uit van ‘s ochtends komen en ’s avonds gaan. Daarnaast bestaat er een mogelijkheid om een vergunning aan te vragen voor een kiosk en dat is degelijk iets anders volgens de wethouder. Er kan een bouwwerk gemaakt worden en daar kan een omgevingsvergunning voor aangevraagd worden en dat stelt andere eisen dan de wagens die er nu staan. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) citeert uit de stukken van 2013 dat de verkoopinrichting op de standplaats kan blijven staan en dat het recht voorbehouden wordt wanneer er in de toekomst situaties of ontwikkelingen zich voordoen die het dagelijks verwijderen van de verkoopinrichting wenselijk of noodzakelijk maken, dit standpunt kan worden herzien. Dit is waar de wethouder zich nu op beroept. Dit komt het vertrouwen van de standplaatshouders niet ten goede en zij vraagt een reactie van de wethouder hierop. Wethouder Schilderman snapt dat het niet helpt voor het vertrouwen. In de bijlage van dinsdag zit een brief van 20 november 2013 en daar staat het stuk verkoopwagen niet mobiel, hier worden hele alinea’s beschreven waarin aangegeven wordt dat de wagen wel mobiel zou moeten zijn en wanneer hij niet mobiel is ze hiervoor moeten zorgen.
De wethouder wil ook werken aan het vertrouwen maar dat helpt niet als er gezegd wordt dat er dingen anders gegaan zijn dan dat het daadwerkelijk is gegaan.
Pagina 19 van 60
De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) vraagt zich af of er ook een mogelijkheid zou kunnen zijn dat er een huurtijd van zeven dagen kan worden gerealiseerd zolang de kiosken er nog staan. Hierdoor dienen ze niet dagelijks weggenomen te worden. 5
Wethouder Schilderman concludeert dat er gevraagd wordt om het mobiele karakter van standplaatsen te laten vervallen. Terwijl er juist de vraag gesteld is om de standplaatsen zoveel mogelijk te behouden. De vraag om er dan een kiosk van te maken roept weer hele andere vragen op. Een standplaats en een kiosk worden op een andere wijze beoordeeld.
10
De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) bedoelt dat de kiosken die er nu staan al nagelvast staan en dat de vraag is of deze kunnen blijven staan als standplaats tot het moment dat ze vervangen dienen te worden vanwege technische gebreken of ouderdom.
15
Wethouder Schilderman geeft aan dat er in 2013 al aangegeven is dat ze mobiel moesten. De nieuwe vergunningsperiode is twaalf jaar wat al twee jaar langer is dan de vorige overgangsperiode. In deze overgangsperiode is er echter niets gebeurd en nu wordt er weer een nieuwe overgangsperiode gevraagd wat de wethouder niet reëel vindt.
20
De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) stelt dat het kennelijk niet helder genoeg is geweest waardoor de mensen nu verrast zijn.
25
30
35
40
45
Wethouder Schilderman heeft al veel gezegd over communicatie en zal daar later in de beantwoording nog iets over zeggen. In het voorstel is gekozen om te selecteren op criteria en die heb je nodig om onderscheid te kunnen maken. Hoe meer criteria er zijn hoe meer onderscheid er gemaakt kan worden en hoe meer invulwerk het wordt. De weging is geweest dat hiermee de kans op loting wordt geminimaliseerd. De wethouder geeft aan dat er nog een aantal andere selectiemogelijkheden zijn maar dat deze ook niet allemaal wenselijk of haalbaar zijn. Op de vraag of het criterium binding met de wijk niet te veel risico met zich meebrengt legt de wethouder uit dat er niet gekeken mag worden naar het verleden maar dat er wel naar de toekomst gekeken mag worden. Het college heeft dit met het ministerie overlegd en zij hebben bevestigd dat dit passend is. De heer Stellinga (CDA) vraagt hoe de wethouder reflecteert op het feit dat het criterium binding met de wijk in de tabel heel negatief was en waarom het nu zo’n hard criterium is. Wethouder Schilderman geeft aan dat het criterium negatief was omdat het verleden gebruikt zou mogen worden. Nu is er gekeken hoe dit op een andere manier kan worden ingevuld zonder te kijken naar het verleden. Het ministerie van EZK heeft bevestigd dat het kan op deze wijze.
De heer Stellinga (CDA) ziet er een hypocrisie in dat je het verleden wel mag gebruiken maar niet mag meenemen. Wethouder Schilderman snapt dat er enige mate van juridische spanning in zit. De stukken van uit het verleden mogen niet gebruikt worden als bewijs maar kunnen wel helpend zijn bij het formuleren van de toekomstvisie. EKZ heeft bevestigd dat het op deze manier akkoord is. De voorzitter schorst de vergadering voor de lunch.
50
55
60 Pagina 20 van 60
5
Verslag openbare middagvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door
10
15
20
donderdag 14 maart 2024 Stadhuisbrug 1, Utrecht mw. C. Hilhorst (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
De voorzitter, dhr. D. Bosch, de wethouders mw. S. Schilderman, mw. L. Voortman, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden, mw. M.L. Beekmans (BIJ1), mw. L. Bode (Volt), mw. V. Dada-Anthonij (D66), mw. M. Fattal (GroenLinks), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. M. Hellevoort (GroenLinks), dhr. R. van den Hoek (UtrechtNu!), lid X. Minnaert (Partij voor de Dieren), dhr. C. Nykvist (Stadsbelang Utrecht), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. A. Oudejans (Student & Starter), dhr. V. Paalman (Horizon), mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. M. Talhaoui (PvdA), mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. A. Sasbrink (Partij voor de Dieren), dhr. I. Şimşek (DENK), dhr. B. van Steeg (CDA), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. L. van Straalen (ChristenUnie), mw. N. Stylianou (D66)
Afwezigen Inhoud 25
30
7. Raadsvoorstel Wijziging Ontwikkelingskader Detailhandel 2012, APV Utrecht 2010, standplaatsen en legesverordening gemeente Utrecht 2024 en raadsbrief voortgang standplaatsenbeleid ........................................................................................................................22 8. Raadsbrief evaluatieonderzoek Ondernemersfonds Utrecht 2023 .............................................28 9. Raadsvoorstel Beleidsnota Financiële bestaanszekerheid .........................................................34 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................45
1. Heropening
De voorzitter heropent de vergadering om 14.00 uur en heet iedereen welkom.
Pagina 21 van 60
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
7. Raadsvoorstel Wijziging Ontwikkelingskader Detailhandel 2012, APV Utrecht 2010, standplaatsen en legesverordening gemeente Utrecht 2024 en raadsbrief voortgang standplaatsenbeleid De voorzitter vraagt het college de beantwoording te vervolgen.
Wethouder Schilderman beantwoordt de vragen over de selectiecriteria. De uitwerking is in overleg met de standplaatshouders en de CVAH gemaakt. Deze kan 19 maart a.s. aan de commissie worden gezonden. De sessies in de afgelopen week hebben bijgedragen aan de helderheid ervan, maar ook de sessies in de komende tijd gaan daaraan bijdragen. De criteria zijn geprioriteerd. Bij gelijke score gaat binding met de wijk zwaarder wegen. Dat komt het meest tegemoet aan de wens van de raad en daarmee wordt geprobeerd te voorkomen dat een lotingssituatie ontstaat. Meerdere woordvoerders vroegen naar de periode van twaalf jaar. De periode mag niet te kort en niet te lang zijn en moet goed worden onderbouwd. Vorig jaar is besproken dat de periode twaalf jaar zou worden. De rechter verbindt eraan dat de markt niet langer op slot mag worden gezet dan noodzakelijk. Het onderzoek in opdracht van het ministerie geeft een bandbreedte van negen tot twaalf jaar. Met twaalf jaar zit de gemeente aan de bovenkant van deze bandbreedte. Gegeven de eerdere onrust wordt dat passend geacht. Diverse woordvoerders vroegen of de periode langer kan zijn. Het is verstandig dat de raad afweegt of een langere periode inderdaad gewenst is, want dat betekent ook dat iemand die het niet wordt veel langer moet wachten. Ook vraagstukken over aanpassingen en dergelijke zullen langer duren.
Zij begrijpt de wens van een periode langer dan twaalf jaar. De wet schrijft niet exact voor hoeveel jaar het moet zijn, maar het mag maximaal twaalf zijn. Als wordt gekozen voor een langere periode, is het juridisch onzekerder of dat stand gaat houden. De heer Stellinga (CDA) informeert hoe de wethouder dan reflecteert op de extra investeringen die worden gevraagd en de terugverdientijd langer maken. Is daar juridisch een mouw aan te passen? Wethouder Schilderman antwoordt dat CEO heeft onderzocht wat aanleidingen voor afwijkingen kunnen zijn en daar zit dit niet in. De juristerij is geen exacte wetenschap, maar dit is het voornaamste onderbouwde stuk. Als daarvan wordt afgeweken, begeeft men zich op een onzeker pad. Als amendementen op dit vlak worden overwogen, moeten deze zo goed mogelijk worden onderbouwd. Zij raadt dat niet aan, maar begrijpt de gedachte. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) stelt dat niet alleen de raad hierom vraagt. Het betreft soms flinke investeringen die niet in twaalf jaar kunnen worden terugverdiend. De branchevereniging geeft aan dat twaalf jaar niet meer voldoet en denkt een periode van tussen de vijftien en twintig jaar. De standhouders moeten ook nog iets overhouden voor hun boterham. Het is wenselijk daar verandering in te brengen.
Wethouder Schilderman heeft dat signaal ook gehoord van de branchevereniging die eerder ook een onderzoek heeft laten doen. Dat onderzoek kwam uit op vijftien jaar, maar dat ging over de markt. Het lastige daarvan is dat daar non-food staat en dat doet het vrij slecht. Mogelijk komt daar ook een deel van de langere termijn van vijftien jaar vandaan. In het voorliggende voorstel wordt non-food niet toegestaan en is het de vraag in hoeverre dat van toepassing is op de Utrechtse situatie. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) wijst erop dat de voorzitter van de branchevereniging tijdens de raadsinformatiebijeenkomst heeft aangegeven dat het wenselijk is om naar die termijn te gaan. Spreker denkt dat het een advies is van het onderzoeksbureau en dat het niet vastligt. Wethouder Schilderman vindt dat de raad een oordeel moet vormen over de wenselijkheid. Het gaat er ook om wat juridisch houdbaar is. Als zij een langere termijn goed had kunnen onderbouwen, had zij dat al lang voorgesteld, maar de onderbouwing is dun en daarmee kwetsbaar. Pagina 22 van 60
De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) concludeert dat het aan de commissieleden is om de onderbouwing te vinden en kondigt een amendement aan. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Van Straalen (ChristenUnie) begrijpt wat de wethouder zegt. Van het onderzoek dat de wethouder noemt, wordt aangegeven dat het achterhaald is omdat de gevolgen van de coronaperiode en de emissievrije zones daarin niet zijn meegenomen. Groningen zou wel kiezen voor vijftien jaar en dat zou in lijn zijn met gerechtelijke uitspraken en het advies van het onderzoek van de CVAH. Is er juridisch enige ruimte? Wethouder Schilderman heeft aangegeven dat de wet in dezen niet absoluut is. Het onderzoek van CVAH is kwetsbaar, omdat het op de markt en op non-food is gebaseerd en dat is volgens het voorliggende voorstel niet toegestaan in Utrecht. Er wordt opnieuw onderzoek gedaan, maar onzeker is wat voor periode daar uitkomt. Het is de vraag of de coronacrisis in het voor- of nadeel van de huidige standplaatsen zal werken. Onduidelijk is wat wel of niet juridisch houdbaar is. Het onderzoek van CEO geeft een periode van maximaal twaalf jaar aan. Het is niet aan te raden meer risico te nemen op de juridische houdbaarheid van het besluit, maar de wens is begrijpelijk. CDA vroeg naar een cijfermatige onderbouwing van de huurverhoging. Jaarlijks wordt ongeveer € 250.000,00 huur ontvangen. De begrote extra kosten van toezicht en handhaving op basis van het nieuwe beleid zijn € 30.000,00. Daarmee komt men op 13%.
Als reactie op de vraag van VVD hoe wordt gezorgd dat het niet te veel administratief werk en dergelijke is, verwijst zij naar de uitwerking die 19 maart a.s. wordt toegezonden. In de rib en naar aanleiding van de rib is in de brief ingegaan op deze vraag. Gekeken is hoe kan worden gezorgd voor zo min mogelijk vaste lasten voor de gemeente. De heer Stellinga (CDA) informeert naar de wenselijkheid van het omslaan van de genoemde 13% op de standplaatshouders. De handhaving is van de gemeente en zij moeten deze betalen. Wethouder Schilderman meldt dat meer kosten stijgen naar aanleiding hiervan, zoals de kosten voor de beoordeling als voor het toezicht en de handhaving. Als dat volledig zou worden doorberekend, zouden de leges vele male hoger zijn dan nu wordt voorgesteld. Het omslaan van de extra kosten voor toezicht en handhaving is passend, omdat extra handhaving wordt ingezet om het gelijke speelveld te creëren. Ook ondernemers vragen om toezicht op het nakomen van afspraken door andere standplaatshouders. Voor het gevoel van eerlijkheid moet meer worden gehandhaafd. Zij vervolgt de beantwoording. Gezocht is naar een beperkt aantal gesloten en open vragen met ruimte voor maximaal 350 woorden. Daarnaast worden informatiebijeenkomsten georganiseerd om mensen goed te informeren wat wordt verwacht. CVAH is voornemens mensen te helpen met het invullen van het formulier.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelde voor slechts gesloten vragen te stellen aan de hand van de criteria en dat, als meerdere mensen zich inschrijven voor één plek, dan wordt gevraagd om aanvullende informatie. Wethouder Schilderman laat weten dat is gezocht naar een juridisch houdbaar stelsel. Vastgesteld is dat iedereen hetzelfde moet aanleveren. Met juristen is tweemaal nagegaan of dit anders kan, maar dat is niet mogelijk. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) reageert dat in vergunningsprocedures aanvullende informatie mag worden gevraagd, maar dat het dan nog steeds gelijk is. Wethouder Schilderman stelt dat het alleen gelijk is als het aan iedereen wordt gevraagd. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of de wethouder hiermee zegt dat de gemeente nu in vergunningsprocedures nooit om aanvullende informatie vraagt. Wethouder Schilderman antwoordt dat dit niet aan de orde is in het geval van schaarse vergunningen. In de technische sessie is aangegeven dat een commissie wordt samengesteld met drie leden, namelijk een vertegenwoordiger van inwoners, een vertegenwoordiger van de gemeente en een vertegenwoordiger van de branche en sector. Dit wordt besproken met CVAH. Pagina 23 van 60
Vertegenwoordigers mogen geen belanghebbende zijn, maar moeten wel op de hoogte zijn van de inhoud. 5
10
15
20
25
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) neemt aan dat de raad een dergelijke commissie mag aanstellen. Wethouder Schilderman laat weten dat de raad dergelijke commissies doorgaans niet aanstelt. VVD vroeg of duidelijk is waarop wordt gescoord en of dat niet nog duidelijker moet worden. Zoals toegezegd wordt dat toegezonden zodat het kan worden beoordeeld. Het formulier is met behulp van standplaatshouders tot stand gekomen. Op de vraag van VVD of kan worden gekeken naar het toevoegen van plekken antwoordt zij dat dit wordt gedaan. Het voorstel is tweemaal per jaar vrijgekomen kavels uit te geven. Daarnaast kunnen de huidige standplaatsen en veertien plekken die nog niet zijn ingevuld, worden vergeven. D66 vroeg wat het college doet om zorgen weg te nemen bij ondernemers en goed te communiceren. Het afgelopen jaar is veel tijd gestoken in het voeren van individuele gesprekken, het langsgaan bij standplaatshouders, het beschikbaar stellen van een e-mailadres en telefoonnummer en het organiseren van meerdere sessies. Ook de CVAH heeft stappen gezet en is actief geweest. Dit is niet het einde van het verhaal. Voor de standplaatshouders is een tussenpunt bereikt, want de voorliggende informatie is bekend. Als het beleid is vastgesteld, moet meer worden besproken. Er worden informatiesessies georganiseerd op verschillende tijdstippen en verschillende dagen.
Op de vraag van D66 of eventuele plekken die overblijven na een eerste verdeling, zo snel mogelijk opnieuw kunnen worden verdeeld, antwoordt zij dat het portal driemaal wordt opengezet. De eerste maal zal op de meeste plekken worden ingeschreven. Als dan nog plekken resteren, gaat de portal ongeveer binnen twee weken na de bekendmaking opnieuw open en zo nodig volgt nog een derde ronde. Vervolgens wordt overgegaan op het ritme van tweemaal per jaar. Mevrouw Stylianou (D66) vraagt waarom het niet direct kan.
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman wil van tevoren aangeven wanneer dat moment is en enige speling inbouwen voor het geval dat iets uitloopt. D66 stelde voor dat wordt geoefend met het selectiesysteem. Dat wordt gedaan en daarin worden de verschillende scenario's nagelopen. De suggestie werd gedaan dat mensen ergens het vers bereide waar kunnen nuttigen. In de rib is al aangegeven dat een statafel mag worden neergezet, maar het blijft over ambulante handel gaan. Op de vraag van Partij voor de Dieren antwoordt zij dat altijd rekening wordt gehouden met duurzaamheid en binding. Partij voor de Dieren vroeg of het concreter kan worden uitgewerkt. De puntentelling wordt gedeeld, maar de gedane suggesties zitten er niet op die wijze in. Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) hoorde de wethouder aangeven dat de uitwerking in overleg met de standplaatshouders tot stand is gekomen. Is dat de enige inbreng geweest of is ook naar gemeentelijk beleid en andere afdelingen dan alleen de afdeling Economie gekeken om tot die uitwerking te komen? Wethouder Schilderman laat weten dat dit vooral met de afdeling Economie en de standplaatshouders tot stand is gekomen. Tot deze selectiecriteria is gekomen op basis van het debat van vorig jaar. Geprobeerd is daar niet allerlei extra zaken aan toe te voegen.
Naar aanleiding van de vraag van Partij voor de Dieren meldt zij dat de raad wordt geïnformeerd over het aanwijzen van nieuwe standplaatsen. PvdA vroeg of de commissieleden per branche kunnen worden gezocht. Het zal lastig zijn iemand te vinden die op de sub-branche actief is. Er wordt iemand gezocht die bekend is met de branche van standplaatshouders. PvdA vroeg om ondersteuning van kwetsbare ondernemers. CVAH is het geëigende orgaan om mensen te helpen met het invullen van het formulier. Het is aan de gemeente om duidelijkheid te bieden. Daar komen een telefoonnummer en e-mailadres voor, zodat mensen vragen kunnen stellen. Wie het formulier beoordeelt, kan niet helpen met het invullen ervan. ChristenUnie vroeg of de standplaatsvergunning kan worden omgezet van vijf naar zes dagen. De kavels zijn vastgelegd in het aanwijzingsbesluit dat bij de stukken is gevoegd. Uitgegaan is van wat er nu staat zodat er zo min mogelijk verandert. Pagina 24 van 60
5
ChristenUnie vroeg of de samenstelling van de commissie verschillend kan worden ingevuld met verschillende mensen vanuit wijken. De commissie komt deze zomerperiode bij elkaar. Dan kan worden beoordeeld of de inwonersvertegenwoordiging kan wisselen per wijk, maar dan moeten voldoende mensen beschikbaar zijn. Nagegaan wordt in hoeverre daaraan tegemoet kan worden gekomen. De heer Van Straalen (ChristenUnie) maakt hieruit op dat het wordt gedaan als er mensen beschikbaar zijn.
10
15
Wethouder Schilderman reageert dat wordt nagegaan of dat mogelijk is. ChristenUnie informeerde naar de handhaving en hoeveel tijd men krijgt. Toezicht en handhaving gaat in verschillende stappen. Eerst wordt het gesprek aangegaan en wordt ruimte geboden om zaken binnen een redelijke termijn op orde te brengen. Uiteindelijk moet worden voldaan aan wat is ingeschreven. Dat is ook in het belang van de standplaatshouders, zodat er geen partij komt die beloftes niet nakomt. De heer Van Straalen (ChristenUnie) stelde op het gebied van communicatie voor om iemand van de gemeente een ronde te laten maken langs de standplaatsen.
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Schilderman laat weten dat in de afgelopen tijd met alle standplaatshouders is gesproken. Daarna heeft zij met de meeste standplaatshouders gesproken. Als het besluit is genomen, worden informatiebijeenkomsten georganiseerd. ChristenUnie vroeg een reflectie op het geheel. Eerder is uitgebreider ingegaan op hoe dit tot stand is gekomen en wat ervan wordt geleerd. Hoe dit de afgelopen tien jaar is verlopen, is geen les voor andere schaarste-vergunningen. Door de lange overgangsperiode kunnen mensen aan iets wennen, maar zijn ook veel zaken vergeten. Tijdens corona is besloten het uit te stellen. Met de gedachte van toen is dat te begrijpen, maar achteraf een verkeerde inschatting. Het gaat ook over de communicatie en hoe het team erin zat. Sinds vorig jaar wordt een aantal zaken anders gedaan en is er een ander team met meer persoonlijk contact en aandacht. Met de branche is dat een zoektocht naar hoe daaruit wordt gekomen. In de beantwoording van schriftelijke vragen in november 2023 is een beeld gegeven van andere schaarste-vergunningen. Voor zover haar bekend is er op dit moment geen schaarse vergunning van bepaalde tijd. Nagedacht moet worden over wat het definitieve beleid wordt voordat de overgangsperiode wordt ingegaan. UtrechtNu! stelde een specifieke vraag over de oliebollenkraam in Lunetten, die in zijn algemeenheid is beantwoord.
UtrechtNu! vroeg naar de administratieve lasten en de leges en of deze verschillen met die van andere steden. Veel andere steden zijn ook bezig met de schaarste-vergunningen en hanteren verschillende uitgangspunten. De leges in de G4 ontlopen elkaar niet heel erg. Het tarief van € 190,00 dat Rotterdam hanteert voor een standplaats van maximaal vijf jaar, is ongeveer gelijk aan het bedrag dat Utrecht hanteert voor twaalf jaar. Het is een absoluut niet-kostendekkende lege die door deze verdeling nog minder kostendekkend is geworden. De gemeente lost dit op. De lege wordt eenmaal in de twaalf jaar betaald en komt niet elk jaar terug. De heer Otto (EenUtrecht) wijst erop dat men de lege kwijt is als men de vergunning uiteindelijk niet krijgt. Dat is in Utrecht een behoorlijke kostenpost in vergelijking tot Rotterdam. Wethouder Schilderman antwoordt dat dit voor alle leges geldt. Utrecht Solidair vroeg naar een omgevingsvergunning voor een specifiek bouwwerk. Een omgevingsvergunning voor een gebouwde kiosk is iets anders dan een standplaats en wordt aan andere en meer eisen getoetst. De leges daarvoor zijn hoger. In dit geval is een indicatieaanvraag gedaan en geen aanvraag voor een omgevingsvergunning. Geconcludeerd is dat het bouwwerk niet passend was op deze plek.
Dat betekent niet dat er nergens kiosken kunnen zijn, maar daarvoor wordt gezocht naar plekken waar veel ruimte of leegstand is. Een standplaats is een mobiel verkooppunt waarmee het openbare karakter van de openbare ruimte in stand wordt gehouden. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) geeft aan dat deze allemaal al vast op standplekken staan. Waarom mogen deze niet blijven staan zodat deze ondernemers niet op kosten worden gejaagd?
Pagina 25 van 60
5
10
15
20
25
30
Wethouder Schilderman heeft al aangegeven dat dat tien jaar geleden al niet mocht. Men heeft tien jaar de tijd gehad om het mobiel te maken. Er zijn ondernemers die dat niet hebben gedaan. Als een kiosk op een standplaats moet komen, neemt het aantal standplaatsen voor mobiele verkooppunten af en wordt de openbare ruimte verkocht. Voor ondernemers is het onzeker of er wel een omgevingsvergunning voor kiosken komt. Dat is een lastiger pad dan een standplaatsvergunning. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) begrijpt dat. Kan een tijdelijke vergunning worden verleend totdat een kiosk ophoudt te bestaan? Wethouder Schilderman constateert dat dat in overleg de afgelopen tien jaar is gebeurd. Eerst was vijf jaar afgesproken met het idee dat daarna zou worden gehandhaafd. In overleg is gekozen voor een overgangsperiode van tien jaar en die periode is net geweest. Utrecht Solidair vroeg naar de passages die daarover gaan. Het beeld werd geschetst dat het om 90% van de mensen zou gaan, maar dat is onjuist want de meeste mensen met een standplaatsvergunning zijn mobiel en wisselen van plek. Utrecht Solidair informeerde naar de Utrechtse Heuvelrug, maar deze is in strijd met de dienstenrichtlijn. Horizon vroeg hoe binding met de wijk wordt gemeten en gehandhaafd. Binding met de wijk wordt getoetst op basis van de vergunningaanvraag die onderdeel wordt van de vergunning.
Als in de vergunningaanvraag staat dat een stageplek wordt aangeboden, wordt gecontroleerd of een redelijke inspanning is gedaan om tot een stageplek te komen. Horizon vroeg om een proactief loket. De komende maanden worden informatiebijeenkomsten georganiseerd, wordt een mailadres aangemaakt en is er persoonlijk contact. Voor de commissie wordt met de branchevereniging iemand uit de branche gezocht die geen directe binding heeft met de standplaatsen in Utrecht. Horizon vroeg of niet toch rekening kan worden gehouden met het verleden. Op grond van de Dienstenwet moeten er gelijke kansen en een gelijke toetreding zijn. Het verleden mag daarin niet worden meegewogen. Zij begrijpt het gevoel, dat ook leeft bij diverse standplaatshouders en inwoners, maar de wet staat dit niet toe. De heer Paalman (Horizon) vroeg om commissies per kern of wijk en dat het in de zomer wordt opgepakt als voldoende mensen interesse hebben. Hoe wordt dat aangepakt?
35
Wethouder Schilderman komt in de tweede termijn terug op de informatiemomenten die er nog zijn. De voorzitter informeert of fracties vragen hebben gemist.
40
45
50
55
60
De heer Nykvist (Stadsbelang Utrecht) vroeg waarom het voorstel van Stadsbelang Utrecht niet verder is uitgediept. Wethouder Schilderman memoreert dat dat gesprek vorig jaar is gevoerd. Op het voorstel van Stadsbelang Utrecht is gereageerd en dat is niet aangenomen. Volgens de heer Nykvist (Stadsbelang Utrecht) is dat een misvatting. De vorige keer heeft de wethouder enigszins verbolgen gereageerd door te zeggen dat het idee van Stadsbelang Utrecht in strijd is met de Dienstenwet en de richtlijn en dat het juridische probleem was opgelost, maar dat zij werd geconfronteerd met een economisch probleem. Waarom denkt de wethouder economische problemen te hebben in plaats van juridische? Wethouder Schilderman heeft zich geenszins verbolgen gevoeld over dit punt. Zij heeft vorig jaar aangegeven dat, als er geen sprake zou zijn van juridische schaarste er alsnog sprake zou zijn van economische schaarste, ook in de binnenstad. Daarom is toen ook gesproken over de wenselijkheid van het al dan niet overal toestaan van een standplaats. Daarmee is er geen verder onderzoek geweest. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) heeft gevraagd of er een stedelijk overleg komt over de administratieve last van de criteria, zodat die criteria enigszins gelijk zijn. Pagina 26 van 60
Wethouder Schilderman weet niet of er een dergelijk overleg komt, want de andere steden wachten op het voorstel in Utrecht. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Tweede termijn Mevrouw Al-Saqaff (VVD) maakt uit de beantwoording op dat de scores en uitwerking van de selectiecriteria 19 maart a.s. worden toegezonden. Wat betekent dat voor de behandeling van het raadsvoorstel? De raad moet zeggenschap hebben in de selectiecommissie. VVD zal een voorstel hiervoor indienen. VVD is niet overtuigd door de beantwoording met betrekking tot de procedure en het vergemakkelijken van de administratieve last en is van mening dat aanvullende vragen mogelijk zijn. Dit wordt verder uitgezocht. Een voorstel hiervoor mag worden verwacht. Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) vindt het lastig dat de criteria pas 19 maart a.s. worden verkregen. Hoe kan de commissie dan inschatten of ze voldoende zijn en welke behandeling in de raad gewenst is? Het criterium 'duurzaamheid' is alleen meegegeven als manier om loten te voorkomen. Ondernemers die de openbare ruimte gebruiken, moeten daadwerkelijk maatregelen nemen om te verduurzamen en bijdragen aan de gemeentelijke ambities op dat vlak.
Hoe ziet de wethouder dit criterium? Moet iets aan de ambities worden gedaan of is het slechts een manier om een verschil te maken? Gaan de aangekondigde maatregelen bijdragen aan verduurzaming? Hoe wordt het eenzijdig uitwerken van het criterium daarbij gewogen, in de zin van dat alleen de eigen afdeling en de branche daarbij zijn betrokken en er geen andere afdelingen of belangen zijn meegenomen? Binnen de gemeentelijke organisatie zijn wellicht specialisten die daar een goed advies over hadden kunnen geven. Zijn er geen kansen blijven liggen bij het uitwerken van dat criterium? Als er maar één open vraag is, is er dan voldoende informatie om tot een onderscheidende beoordeling te komen? Misschien wil men bij alle criteria weten hoe men het concreet gaat doen? Bestaat het gevaar dat, door de administratieve last zo licht te maken, er onvoldoende informatie is voor een goede afweging? Mevrouw Bode (Volt) komt terug op de vaste kiosken. Kunnen standplaatshouders een bouwvergunning aanvragen die ten koste gaat van een standplaats? Wethouder Schilderman reageert op de vraag van VVD hoe de selectiecriteria moeten worden beoordeeld als ze pas 19 maart a.s. worden ontvangen. Het betreft de uitwerking van wat in dit voorstel staat en wat in de technische sessie is besproken.
Het gaat om een aantal gesloten vragen en bij de criteria één open vraag met een maximum aantal woorden zodat de administratieve last wordt beperkt maar wel onderscheid kan worden gemaakt en er ruimte is voor eigen inbreng. Met betrekking tot 'binding met de wijk' kan een standplaatshouder laten zien wat hij weet van de wijk en welke zaken passend zijn. Met de selectie is enige administratieve last niet te voorkomen. Ook de standplaatshouders en de branchevereniging vinden dit een haalbaar voorstel. Voorstellen voor de commissie ziet zij graag tegemoet. Partij voor de Dieren vroeg door over duurzaamheid en de criteria. Gekeken is hoe het goed kan passen. Daar is de expertise van andere afdelingen bij betrokken. De aanleiding van dit beleid komt vanuit Economie en de wens van de raad. De wens was niet om de meest duurzame standplaatsen over te houden, maar te zoeken naar een systeem dat past binnen de wet en waaraan bestaande standplaatshouders kunnen meedoen. Er zijn geen drempelverhogende duurzame zaken toegevoegd. Duurzaamheid wordt onderdeel van de vergunning, zodat daarop kan worden gecontroleerd. De duurzame ontwikkeling die Partij voor de Dieren wil, is gebaat bij dit voorstel. Volt vroeg of kiosken mogelijk zijn. De eisen aan een kiosk zijn anders dan die aan een standplaats.
Een standplaats is wellicht mogelijk op een drukkere plek of een plek die ook voor iets anders wordt gebruikt of wordt herontwikkeld. Een kiosk is een vast bouwwerk waarbij de grond wordt overgedragen en met andere eisen.
Pagina 27 van 60
Mevrouw Bode (Volt) bedoelde die standplaatshouders die nu een wagen zonder wielen hebben en daarvoor een bouwvergunning zouden willen aanvragen. Dit zou betekenen dat een aantal standplaatsen verdwijnt. Zijn daar mogelijkheden voor? 5
10
Wethouder Schilderman wijst erop dat de raad heeft uitgesproken dat het aantal standplaatsen niet mag afnemen. Een kiosk vraagt ook een bouwvergunning en een investering. Dat iemand geen wielen meer heeft, maakt niet dat de plek geschikt is voor een permanent bouwwerk. Het is de vraag of het niet voor veel meer onzekerheid gaat zorgen. Als een aanvraag wordt gedaan, wordt deze beoordeeld, maar het is niet zo dat deze per definitie kansrijk is als iemand een standplaats heeft. De heer Van den Hoek (UtrechtNu!) kondigt amendementen aan over de looptijd, de kiosken en hun standplekken en het verlengen van het aantal stadagen.
15
20
25
De voorzitter concludeert dat de wethouder heeft toegezegd 19 maart a.s. een uitwerking van de selectiecriteria en de puntentelling erbij aan de raad te sturen. Wethouder Schilderman zegt ook toe dat de raad rond de zomer op de hoogte wordt gebracht van de informatiebijeenkomsten en de zaken die moeten worden uitgezocht. De voorzitter concludeert dat dit als B-punt wordt doorgeleid naar de raad. De heer Paalman (Horizon) vraagt of een selectiecommissie per kern of wijk bij voldoende interesse, een toezegging is. Wethouder Schilderman neemt dat mee in de brief. De heer Stellinga (CDA) kondigt voorstellen aan en stelt behandeling in 60 minuten voor.
30
Mevrouw Fattal (GroenLinks) vindt behandeling in 30 minuten voldoende. Mevrouw Sasbrink (Partij voor de Dieren) denkt dat behandeling in 60 minuten nodig is.
35
De voorzitter constateert dat een meerderheid voor behandeling in 60 minuten is. Het DB wordt verzocht het op een raadsagenda te plaatsen. Schorsing voor een wisseling van woordvoerders.
40
45
50
55
8. Raadsbrief evaluatieonderzoek Ondernemersfonds Utrecht 2023
De voorzitter meldt dat deze raadsbrief is geagendeerd door DENK, EenUtrecht, PvdA, VVD, Student & Starter en CDA voor een debat over de diversiteit binnen het Ondernemersfonds. Behandeling is in één termijn van 60 minuten met de resttijden van de vorige commissie. De heer Şimşek (DENK) laat weten dat er ondernemers zijn die via de ozb meebetalen aan het Ondernemersfonds Utrecht (OfU), maar zijn aangesloten bij ondernemersverenigingen die niet tot het trekkingsgebied horen. Er zijn ondernemersverenigingen die zich richten op ondernemers met een migratieachtergrond. De Turkse ondernemersvereniging kan bijvoorbeeld geen beroep doen op het OfU, omdat ze niet behoort tot een trekkingsgebied, terwijl veel aangesloten ondernemers meebetalen aan het OfU. Het is onacceptabel dat ondernemers die meebetalen aan het fonds er geen aanspraak op kunnen maken. Het OfU moet zo worden ingericht dat ondernemersverenigingen die niet tot de trekkingsgebieden behoren, maar juist specifieke groepen ondernemers vertegenwoordigen, ook een beroep kunnen doen op het OfU.
Kan de wethouder bij het OfU aansturen op een aanpassing van de regels in die richting? Kan de wethouder op basis daarvan met een voorstel aan de raad te komen om de voorwaarden voor het financieren van het OfU uit de ozb hieraan te verbinden? Volgens mevrouw Al-Saqaff (VVD) is het idee van het OfU om het initiatief bij lokale ondernemers in hun eigen gebied te laten. Het is niet zo dat bijvoorbeeld de Turkse ondernemersvereniging Pagina 28 van 60
geen aanvraag kan indienen. Ze moeten dat via het systeem doen, dus via hun eigen trekkingsgebied. Hoe ziet DENK dat? 5
10
15
20
25
30
De heer Şimşek (DENK) reageert dat de Turkse ondernemersvereniging zich richt op een specifieke groep ondernemers. Voor die vereniging is het lastig om een aanvraag gehonoreerd te krijgen via het systeem, omdat zij niet bij een specifiek trekkingsgebied is aangesloten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat de aangesloten ondernemers via hun eigen trekkingsgebied of op de plek waar ze iets willen organiseren een aanvraag kunnen indienen. De heer Şimşek (DENK) vindt dat het systeem moet worden aangepast. Het systeem moet zo worden ingericht dat ook ondernemersverenigingen die zich inzetten voor specifieke groepen ondernemers, er aanspraak op kunnen doen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) begrijpt de worsteling. Wie gaat een aanvraag beoordelen als het voorstel van de heer Şimşek wordt ingevoerd? Nu doen de ondernemers in een trekkingsgebied dat. Volgens de heer Şimşek (DENK) kennen veel ondernemers die verbonden zijn aan een ondernemersvereniging, vaak niet de weg richting het OfU. Het zou enorm helpen als ook hun ondernemersvereniging een beroep kan doen op het OfU. De heer Van Steeg (CDA) begrijpt de zorgen van de heer Şimşek. Welk wijzigingsvoorstel doet de heer Şimşek? De heer Şimşek (DENK) stelt voor dat het systeem zo wordt ingericht dat ook ondernemersverenigingen die specifieke groepen ondernemers vertegenwoordigen, een beroep kunnen doen op het OfU.
Via de ozb betalen deze ondernemers wel mee aan het fonds. De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat daar de voorwaarden van zijn en hoe dat er gaat uitzien. De heer Şimşek (DENK) stelt dat veel ondernemers afhankelijk zijn van een ondernemersvereniging. Ook zij moeten een beroep kunnen doen op het OfU.
35
De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat concreet de wijziging is die de heer Şimşek voorstelt. Welke structuur stelt de heer Şimşek voor?
40
De heer Şimşek (DENK) wil dat ook ondernemersverenigingen die specifieke groepen vertegenwoordigen een beroep kunnen doen op het OfU. Nu vallen ondernemers met een migratieachtergrond vaak buiten de boot, terwijl zij wel meebetalen.
45
Volgens de heer Talhaoui (PvdA) is de heer Şimşek op zoek naar een manier om dit te kunnen bewerkstelligen. In het rapport staat de aanbeveling voor een strategische agenda en het samenwerken op thema's. Stelt de heer Şimşek voor dat op basis van thema's stadsbreed zou kunnen worden gewerkt? De heer Şimşek (DENK) bevestigt aan, maar denkt ook aan ondernemersverenigingen die doelgroepen vertegenwoordigen die de weg naar het OfU niet weten te vinden.
50
55
De heer Talhaoui (PvdA) stelt dat dat dan een thema zou kunnen zijn. Het gaat erom dat het inclusief is en een structuur ontstaat waarin iedereen kan samenwerken. Zou het thema dan altijd overkoepelend moeten zijn? De heer Şimşek (DENK) is het eens met hoe de heer Talhaoui het verwoordt. De heer Paalman (Horizon) vraagt of de heer Şimşek concrete voorbeelden van doelgroepen kan noemen.
Pagina 29 van 60
Volgens de heer Şimşek (DENK) kan dat van alles zijn, maar nu vallen ondernemers met een migratieachtergrond vaak buiten de boot vallen omdat zij in ondernemersverenigingen zitten die niet tot trekkingsgebieden behoren. 5
De heer Paalman (Horizon) vraagt of het alleen om deze doelgroep gaat.
10
De heer Şimşek (DENK) krijgt signalen dat ondernemers met een migratieachtergrond vaak de weg niet weten te vinden. De ondernemersverenigingen waarbij zij zijn aangesloten, kunnen vaak geen aanspraak doen op het OfU. Dat geldt ook voor ondernemersverenigingen die specifieke ondernemers die stadsbreed verspreid zijn, vertegenwoordigen. De heer Paalman (Horizon) vraagt de heer Şimşek daar voorbeelden van te geven.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Şimşek (DENK) vindt het niet noodzakelijk voorbeelden te noemen. DENK verzoekt de wethouder bij het OfU aan te sturen op het aanpassen van de regels en met een voorstel aan de raad te komen om hieraan voorwaarden te verbinden voor de financiering van het OfU vanuit de ozb. Veel ondernemers weten de weg naar het OfU niet goed te vinden of weten niet hoe ze een aanvraag moeten doen. Uit een enquête blijkt dat 38% van de ondervraagden niet weet hoe trekkingsrechten werken, terwijl dat essentieel is om aanspraak te maken op het OfU. Daarbij komt dat de representativiteit van de enquête twijfelachtig is. Het werkelijke percentage kan dus nog hoger liggen. Ondernemers met een migratieachtergrond vinden vaak weinig aansluiting bij een trekkingsgebied. Het aanbod van de trekkingsgebieden past niet altijd bij deze doelgroep. Is de wethouder bereid met het OfU een campagne te starten voor het vergroten van de bekendheid van het OfU, met bijzondere aandacht voor ondernemers uit buurten en wijken die vaak de weg naar het OfU niet goed weten te vinden? De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of DENK contact heeft met ondernemers die überhaupt niet bekend zijn met het OfU, los van de trekkingsrechten. De heer Şimşek (DENK) reageert dat veel ondernemers de weg niet weten te vinden en niet weten dat ze aanspraak op het OfU kunnen doen, terwijl ze er wel aan meebetalen.
De heer Otto (EenUtrecht) heeft het rapport van Berenschot met belangstelling gelezen. Het is fijn dat het beter gaat en dat ontwikkelingen de goede kant opgaan. 25% van de respondenten op de enquête kent het OfU niet, maar dat zijn alleen de ondernemers die op de enquête hebben gereageerd. Veel vaak kleine ondernemers, vaak in kwetsbare wijken, kennen het OfU niet en weten niet dat zij daar belasting voor betalen. De kans is groot dat meer dan 25% van de ondernemers niet bekend is met het OfU. Het OfU heeft plannen om de campagne breder te voeren, maar veel ondernemers worden niet bereikt langs de klassieke routes als sociale media of brieven. Deze moeten outreachend worden benaderd en erop worden gewezen dat zij recht hebben op geld. Onderschrijft de wethouder dat met het OfU moet worden gesproken over outreachend werken? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat een aantal medewerkers van het OfU altijd op pad is. Op het vlak van het aantal medewerkers in relatie tot de trekkingsgebieden is wellicht verbetering nodig. Moet niet worden gekeken hoe de staf van het OfU kan worden uitgebreid? De heer Otto (EenUtrecht) denkt dat het zowel kwalitatief als kwantitatief is. Het OfU heeft wellicht meer mensen nodig die outreachend werken, maar het aantal trekkingsgebieden dat onvolwassen zou zijn of waar te weinig gebruik wordt gemaakt van het OfU, is te groot.
EenUtrecht is in gesprek met STRO/de Utrechtse Euro. Is de wethouder daarmee bekend? Utrechtse Euro stelt voor een deel van de middelen die via het OfU worden verdeeld, onder Utrechtse Euro te hangen. Daarmee wordt het geld binnen Utrecht en bij voorkeur binnen het eigen trekkingsgebied uitgeven. Ondernemers uit Utrecht vormen met elkaar het sociale en economische weefsel. De Utrechtse Euro heeft daar een methodiek en platform voor. Is de wethouder het eens dat het binnen de stad uitgeven van belastinggeld voor Utrecht goed zou kunnen zijn? Het risico bestaat dat projecten anders door bedrijven van buiten Utrecht worden uitgevoerd waarmee kansen worden gemist. Pagina 30 van 60
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Het kan ook een haakje zijn met de in november 2023 aangenomen motie van GroenLinks om onderzoek te doen naar Community Wealth Building. Ook daar zit het idee achter hoe de stad van binnenuit sterker kan worden gemaakt. De gedachte van de Utrechtse Euro borduurt daarop voort. Amsterdam kijkt gericht om op dezelfde wijze om te gaan met geldstromen binnen de stad en daarmee kwetsbare ondernemers te helpen. De heer Talhaoui (PvdA) vindt het een sympathiek voorstel. Over de Utrechtse Euro is al eerder een motie ingediend. Waarop is de aanname gebaseerd dat het geld nu niet in Utrecht terechtkomt? De heer Otto (EenUtrecht) verwacht dat de activiteiten deels in Utrecht plaatsvinden, maar zeker niet altijd. Een voorbeeld is een ijsbaan in een trekkingsgebied bij een grote supermarkt. De vraag is of het geld aan een ijsbaan moet worden besteed als dat bedrijf uit Breda komt. Wellicht kan een Utrechts bedrijf de bloemen leveren voor hanging baskets in plaats van een bedrijf uit Aalsmeer. Zo zijn er diverse voorbeelden van kansen die worden gemist in de eigen stad. De Utrechtse Euro geeft aan een halfjaar/negen maanden in de eigen stad na te gaan wie er al is en welke kansen er zijn en daarna kan die euro vrijelijk stromen. Natuurlijk gebeurt dat deels al, maar waarschijnlijk te weinig. Daar kan wellicht onderzoek naar worden gedaan.
Is de wethouder bereid dat met het OfU te verkennen? Wil de wethouder met de Utrechtse Euro in gesprek over de juridische mogelijkheden en over welke bedragen het gaat? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) staat niet negatief tegenover het idee van de Utrechtse Euro. Zou EenUtrecht zijn verzoek tot onderzoek niet breder willen trekken in plaats van het neer te leggen bij de OfU die al in ontwikkeling is? De heer Otto (EenUtrecht) vindt dat een sympathieke gedachte. Zijn vertrekpunt waren de gesprekken met de Utrechtse Euro en het rapport van Berenschot. Het kan geen kwaad om het breder te trekken. Het is een goede suggestie aan de wethouder om met de OfU in gesprek te gaan, maar ook breder te onderzoeken wat kansen zijn op het gebied van de Utrechtse Euro. De heer Talhaoui (PvdA) maakt uit de evaluatie en de brief op dat de activiteiten van het OfU zeker maatschappelijke meerwaarde hebben. Mensen werken, wonen en verblijven graag in Utrecht. De samenstelling van het OfU en de trekkingsgebieden moeten meer in lijn zijn met de diversiteit van de Utrechtse ondernemers. Dat sluit aan bij het gemeentebeleid en eerdere oproepen om het OfU inclusiever te maken.
Wat zijn de concrete stappen die het college zet om de inclusiviteit en diversiteit binnen het OfU en de trekkingsgebieden te vergroten? Hij onderschrijft het punt van DENK dat ondernemers met een migratieachtergrond nog te vaak buiten de boot vallen. Ondernemersverenigingen staan vaak dichter bij de ondernemers. Kan de wethouder reflecteren op een structuur waarin op basis van de thema's stadsbreed wordt samengewerkt, zoals in het rapport wordt aanbevolen, zodanig dat specifieke ondernemers met een migratieachtergrond meer worden betrokken bij het OfU? Het onbenutte budget van 20% wordt nu verdeeld over de verschillende trekkingsgebieden. Kan het college in de gesprekken bevorderen dat het onbenutte budget actief wordt ingezet ter bevordering van de werkgelegenheid en de koppeling tussen de arbeidsmarkt en (mbo)stageplaatsen in de trekkingsgebieden? Volgens mevrouw Al-Saqaff (VVD) is het OfU juist wat verder van de gemeente gezet zodat ondernemers over de eigen afdracht van de ozb kunnen gaan. Vindt de heer Talhaoui niet dat ondernemers zelf moeten kiezen hoe ze het geld uitgeven? De heer Talhaoui (PvdA) wijst erop dat de gemeente bijdraagt aan het OfU, aangezien de gemeente ook ozb betaalt. PvdA heeft maatschappelijke wensen en ideeën hierover en ziet graag dat de wethouder in gesprek gaat met het OfU over de bestedingen.
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat het OfU voor en door ondernemers is. Moeten de ondernemers niet zelf beoordelen waaraan zij het geld het beste kunnen besteden? De heer Talhaoui (PvdA) is het daar natuurlijk mee eens. Nu wordt geëvalueerd en bijgestuurd op zaken die misgaan. Pagina 31 van 60
5
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt het OfU een waardevol initiatief voor en door ondernemers. Het verbindt ondernemers en helpt hen het verschil te maken in Utrecht. Het belangrijkste punt uit de evaluatie is het betrekken van de trekkingsgebieden die nu nog niet volwassen zijn en waar de gelden nog niet volledig worden benut. De aanbevelingen van de onderzoekers moeten worden overgenomen. De OfU moet kijken naar de eigen staf. Er werken enthousiaste mensen die veel goeds doen, maar het zijn er niet voldoende om alle trekkingsgebieden even goed te kunnen betrekken. Het is nu tijd voor een volgende stap naar uitbreiding van de staf. Kan het college toezeggen dat dit punt wordt besproken met het OfU? De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of VVD ideeën heeft bij de uitbreiding van de staf. Moet wellicht een ander type profiel worden overwogen met een meer outreachend karakter?
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) weet dat een aantal medewerkers van het OfU continu buiten de deur is om met ondernemers te spreken en hen te helpen met het doen van aanvragen en dergelijke. Dat mag worden uitgebreid. De heer Otto (EenUtrecht) memoreert dat de agendering ook ging om ondernemers met een specifieke migratieachtergrond. Moet wellicht worden nagegaan of ondernemers behoefte hebben aan een andere benadering om te beoordelen of het dan wel lukt om de stap te zetten naar het OfU? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) kan zich nu niets voorstellen bij een andere benadering. De ondernemersverenigingen staan dichtbij de ondernemers in hun eigen gebied. VVD kan zich erin vinden als meer aandacht wordt geschonken aan de bekendheid van het OfU. De gemeente staat het OfU toe te plussen op de ozb-niet-wonen. Daarvoor mag iets worden terugverwacht in de vorm van duidelijke plannen en resultaten. Er moet een professionaliseringsslag worden gemaakt, waardoor de strategische agenda en hoe OfU werkt aan stadsbrede en thematische initiatieven duidelijk worden. Kan de wethouder toezeggen dit onder de aandacht te brengen? Het OfU is niet bij iedereen bekend. Het OfU heeft de gemeente eerder gevraagd om een mogelijkheid om ondernemers te bereiken.
Kan de wethouder toezeggen dat het college bij andere gemeenten nagaat hoe gegevens met andere fondsen worden gedeeld? VVD stelt voor bij brieven van de BghU een toelichting op het OfU te geven, omdat iedereen deze brieven ontvangt. Wat vindt het college hiervan? Mevrouw Oudejans (Student & Starter) stelt dat het OfU ondernemers ruimte biedt iets voor de omgeving te doen in de breedste zin van het woord. Een aantal voorbeelden zijn: 'Kleur de Stad' waarbij kleurplaten van Utrechters de gebouwen in de binnenstad versieren, een gratis apk voor je fiets of een schoonmaakactie in de wijk. Utrecht is onderverdeeld in trekkingsgebieden en niet elk trekkingsgebied is actief. Dat is zonde, want men zou in elk deel van Utrecht mooie activiteiten van het OfU willen terugzien. Berenschot adviseert daarom per trekkingsgebied een kartrekker aan te stellen. Student & Starter vraagt de wethouder dit advies over te nemen. Berenschot merkte ook op dat in een aantal trekkingsgebieden geen gebruik wordt gemaakt van het budget en dat het idee is om na drie jaar een deel te gebruiken voor andere trekkingsgebieden en het betreffende trekkingsgebied te helpen in de organisatie.
Is de wethouder het eens dat in eerste instantie moet worden ingezet op het gebruik van het budget door deze onder besteedde trekkingsgebieden en daarna pas te kijken naar het verspreiden van de middelen? Student & Starter sluit zich aan bij de vraag van PvdA over de stageplekken. Een groep is nog niet bekend met de werking van de trekkingsrechten. Welke ruimte ziet de wethouder om de informatiebijeenkomsten en uitwisseling te blijven organiseren? Een aantal ondernemers is wel geïnteresseerd in dergelijke bijeenkomsten, maar heeft er geen tijd voor vanwege hun drukke werk. Ziet de wethouder ruimte om onder ondernemers te inventariseren welke vorm van informatieverstrekking wel zou aanslaan? Student & Starter sluit zich aan bij vragen over het inclusiever maken van het OfU en de vragen over het opzetten van een strategische agenda, zoals in de adviezen van de evaluatie staat.
Pagina 32 van 60
5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Van Steeg (CDA) vindt het OfU een succes. Het doet veel goede dingen, ook voor winkelgebieden. Die investeringen zijn enorm belangrijk. Er blijft veel geld op de plank liggen. Op dit moment is meer dan € 15 miljoen niet geïnvesteerd. Dat moet beter, mede gezien de subsidies die worden verstrekt. CDA is het eens met de partijen die aangegeven dat moet worden nagegaan hoe dat beter kan. Mogelijk heeft het te maken met de capaciteit bij het OfU zelf. Het geld dat beschikbaar is, moet worden besteed. Berenschot constateert dat de Raad van Advies nu slapend lijkt. Worden vragen over de diversiteit en het uitgeven van het budget voldoende gesteld? Kan de organisatie daarop verder worden versterkt? Ook CDA krijgt signalen dat ondernemers het OfU niet kennen of in een trekkingsgebied het gevoel hebben dat niet naar ze wordt geluisterd. Dat moet beter. Wellicht kan dat met extra capaciteit of het versterken van de Raad van Advies. Het beschikbare geld moet meer en beter worden besteed en het gevoel dat het OfU voor alle ondernemers in Utrecht is, moet worden versterkt. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt de mening van CDA over het verkennen van Utrechtse Euro. De heer Van Steeg (CDA) vindt het een sympathiek idee om het geld in Utrecht te besteden, maar het moet niet te rigide worden. De verplichting het alleen in Utrecht te doen, is riskant.
Belangrijker is dat het beschikbare geld wordt gebruikt. Mevrouw Stylianou (D66) onderschrijft dat het OfU een organisatie is voor en door ondernemers. D66 ziet de rol van de gemeente meer als gesprekspartner en heeft moeite met alles wat over verplichten of eisen stellen gaat. Dat moet bij de ondernemers worden gelaten. D66 sluit zich aan bij de opmerkingen over het meer toegankelijk maken van het OfU en een betere informatieverstrekking. In het evaluatierapport staat dat er een verschil is in de volgroeiing van de trekkingsgebieden en de mate waarin de middelen worden besteed. Kunnen trekkingsgebieden van elkaar leren? Hoe wil het college dit volgen? Mevrouw Fattal (GroenLinks) verwijst naar de motie over Community Wealth Building. Dat kan goed worden ingeschat bij de 20% onderbesteding bij het OfU waarover GroenLinks zich zorgen maakt. Kan de wethouder toezeggen het OfU te vragen het bedrag dat jaarlijks overblijft in lokale munt te verlenen aan de ondernemers van het OfU. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of die lokale munt wat GroenLinks betreft de Utrechtse Euro of een andere munt zou moeten zijn. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat dit ook een andere munt kan zijn. Er moet vooral worden aangesloten bij initiatieven die in Utrecht zijn. Schorsing zodat de wethouder de beantwoording kan voorbereiden.
45
50
55
Wethouder Schilderman bedankt de commissie voor de aandacht voor het OfU. Het OfU is een mooi initiatief van, voor en door ondernemers, dat zichtbaar die functie heeft op de organisatiegraad van ondernemers. Op een aantal punten is groei mogelijk en van veel zaken kan worden geleerd. Met het OfU kan worden besproken welke zaken kunnen worden toegevoegd. DENK vroeg aandacht voor ondernemers met een migratieachtergrond. Dat is een belangrijk punt. De Turkse ondernemersvereniging is in contact met het OfU gebracht. Ze zijn onlangs uitgenodigd voor de MKB-oploop en die hebben ze bijgewoond. Met deze ondernemersvereniging wordt veel gesproken. DENK vroeg of meer kan worden gedaan zodat zij gebruik kunnen maken van het OfU. In het debat is daar al het een en ander over gewisseld. De werking gaat uit van de trekkingsgebieden en dat heeft draagvlak van de ondernemers. Met het OfU kan worden besproken of nog meer kan worden gedaan om ondernemers aan te trekken en of nog meer duidelijkheid kan worden gegeven over hoe ze het in een trekkingsgebied kunnen aanvragen. Diversiteit is wellicht een breder aandachtspunt en er moet altijd naar worden gestreefd om dat beter te doen. Ook dat zou kunnen worden besproken met het OfU.
Pagina 33 van 60
De heer Şimşek (DENK) hoort de wethouder zeggen dat er draagvlak is voor de manier waarop het OfU nu is ingericht. Onder wie is daar draagvlak voor? 5
Wethouder Schilderman antwoordt dat dit onder de ondernemers is. De heer Şimşek (DENK) vraagt of dat dan onder alle ondernemers is. Heeft de wethouder alle ondernemers gesproken? Of is dat onder de ondernemers die de weg naar het OfU nu al goed weten te vinden?
10
Wethouder Schilderman zou nooit pretenderen alle ondernemers te hebben gesproken. De evaluatie zegt ook iets over de mate van tevredenheid.
15
De heer Şimşek (DENK) vond de evaluatie niet erg representatief. Zelfs daaruit blijkt dat veel ondernemers niet wisten hoe het systeem werkt, laat staan de ondernemers die het OfU nog niet hebben gevonden. De ondernemers die aan de evaluatie hebben deelgenomen en de weg kennen, zijn tevreden met hoe het werkt. Erkent de wethouder dat een grote groep ondernemers achterblijft en dat voor hen dit systeem niet goed werkt?
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman denkt dat men pas tevreden kan zijn als iedere ondernemer het OfU weet te vinden. Dat is een hoog doel waarnaar wordt gestreefd, ook door het OfU. DENK informeerde naar mogelijkheden om de naamsbekendheid te verbeteren. Daarover is met het OfU gesproken. Het OfU heeft daarvoor een medewerker aangetrokken en budget vrijgemaakt. EenUtrecht vroeg of meer outreachend zou moeten worden gewerkt. Dat gebeurt vrij uitgebreid. Er gaan kartrekkers langs de deuren en er worden bijeenkomsten en pitchavonden voor ondernemers georganiseerd. Het blijft een aandachtspunt. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of het volume voldoende is. Zijn wellicht meer handen en monden nodig? Wethouder Schilderman kan zich daar iets bij voorstellen en vindt het een goed onderwerp om met het OfU te bespreken als de daarvoor aangetrokken medewerker enige tijd aan de slag is. EenUtrecht sprak over de Utrechtse Euro en of meer kan worden gedaan om de bestedingen meer in Utrecht te laten landen en verwees naar de motie van GroenLinks. Deze ging niet zozeer over de Utrechtse Euro, maar over Community Wealth Building. Daarop wordt teruggekomen bij de actieagenda. Het is een interessant idee om bestedingen meer in Utrecht te laten landen. Ook ondernemers willen dit. Wellicht kan het makkelijker en meer vanzelfsprekend worden gemaakt om lokaal in te kopen.
Het is goed om met het OfU te bespreken hoe dat mogelijk kan worden gemaakt en kan worden aangemoedigd. De heer Otto (EenUtrecht) vroeg of lokaal besteden mogelijk is met de systematiek, methodiek en aanpak van de Utrechtse Euro. Is de wethouder bereid daarover in gesprek te gaan met het OfU en de Utrechtse Euro? Wethouder Schilderman vindt het niet chique alles via één partij te laten besteden. De ideeën erachter en dat Utrechtse Euro een rol daarin zou kunnen spelen, zijn interessant. Daarover zou kunnen worden gesproken. De heer Otto (EenUtrecht) bedoelde dat zou moeten worden verkend of de Utrechtse Euro een plek zou kunnen krijgen, maar zeker niet monopolistisch moet zijn. Andere ideeën mogen daardoor niet worden uitgesloten. Wethouder Schilderman zal met het OfU spreken over de mogelijkheden van lokale besteding. De Utrechtse Euro is een daarvan. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of de wethouder bereid is dat ook met de Utrechtse Euro te bespreken. Wethouder Schilderman vindt het lastig dat de besteding via één partij zou moeten gaan. Dat is niet passend en waarschijnlijk niet toegestaan. Pagina 34 van 60
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
PvdA vroeg naar mogelijkheden om de diversiteit in de trekkingsgebieden te vergroten. In antwoord op de vragen van DENK gaf zij aan dat diversiteit van belang is. Het is niet aangetoond dat het per se bij mensen met een migratieachtergrond is. Vaak betreft het kleinere ondernemers. Er moet goed op worden gelet, want het wordt makkelijk vergeten. Met het OfU wordt besproken of meer kan worden gedaan om de diversiteit te vergroten. De heer Talhaoui (PvdA) vindt dat wat vrijblijvend. Ook Koninklijke Horeca Nederland geeft aan dat ondernemers met een migratieachtergrond achterblijven. Heeft de wethouder dat nooit eerder gehoord? Wethouder Schilderman heeft niet gezegd dat nooit eerder te hebben gehoord. Dit debat gaat over het OfU. De vraag is waarop is gebaseerd dat dit zo is bij het OfU. Dit is van groot belang. Zij heeft aangegeven welke extra stappen de gemeente heeft gezet om te zorgen dat de genoemde partij meer wordt aangehaakt en hoe met het OfU in gesprek wordt gegaan om te zorgen dat het meer gebeurt. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt of er cijfers zijn van ondernemers die meedoen en hun achtergrond. Uit het rapport blijkt dat het aantal ondernemers met een migratieachtergrond achterblijft. Wethouder Schilderman gaat daar zeker het gesprek over aan. Het is een bekend fenomeen, maar het wordt niet direct aan het OfU gekoppeld.