CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie VOWE 10 oktober 2024

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 28 november 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen26.929 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De gemeente moet ook kijken hoe zij dat in alle buurten en wijken voor elkaar kan krijgen. In de beantwoording van de vele vragen wil zij eerst ingaan op het deel dat gaat over de verre toekomst, zoals de omgevingsvisie, en de vragen die de commissie daarover heeft gesteld. Daarna wil zij overgaan op het hoofdthema van dit debat, het hier en nu leefbaar maken van de buurt voor studenten, medewerkers en andere jonge Utrechters die er wonen. Spreekster begint met een vraag van GL over hoe de studenten bij het proces rond de omgevingsvisie worden betrokken. Ook werd gevraagd of dit gebied ook wordt gezien als een woongebied en niet alleen als een plek om te werken en te studeren. Voor het gedeelte waarvoor de gemeente verantwoordelijk is is er een IBB-traject waar breed mensen bij worden betrokken, inclusief de jonge Utrechters die op het Science Park wonen. Maar het college ziet wel dat er best wat onvrede is over de manier waarop studenten worden betrokken bij de plannen van de gemeente en van de universiteit. Het is goed om met elkaar te kijken hoe zoiets verbeterd kan worden. Het zit soms ook in de hoge doorstroming van studenten die niet altijd het resultaat van die langlopende plannen zien.

Die onvrede wordt daar mogelijk door gevoed, maar zij ziet zeker een taak voor de gemeente en de onderwijsinstellingen om een been bij te trekken en de jonge Utrechters nog beter te betrekken bij de ruimtelijke trajecten die de gemeente doorloopt. Een andere vraag ging over place making, dus over wat er in de periode tot de omgevingsvisie kan worden gedaan en het gebruik van de internationale school en de toezegging die daar eerder over is gedaan. Los van het proces van de omgevingsvisie heeft het wijkbureau dat scherp en het college kan ook kijken wat het hierin kan betekenen. Wat het place making deel betreft kan zij nog geen harde toezegging doen omdat zij niet weet welke ruimte de universiteit kan bieden, maar zij zal dit zeker meenemen. Aan het einde komt zij erop terug. Spreekster gaat in op twee thema’s die door bijna alle fracties zijn genoemd, de supermarkt en sport. Zij begrijpt de onvrede over de supermarkt. Het is niet de eerste keer dat hierover wordt gesproken in de raad. Zij heeft te horen gekregen dat het college nog voor het herfstreces de raad een brief zal sturen met de gevraagde informatie over het onderzoek, de haalbaarheid en wanneer wat. Over sport is er onlangs een uitgebreide raadsinformatiebijeenkomst geweest. Daarin heeft spreekster veel informatie opgedaan.

De gemeente is met Olympos en de studentensportvereniging in gesprek over een convenant en de manier waarop partijen iets meer voor elkaar kunnen betekenen in de sport. Het is niet alleen wat de gemeente kan doen voor Olympos en het Science Park. Het gaat ook om hoe die verenigingen misschien wat meer toegankelijk kunnen worden gemaakt voor andere Utrechters en hoe verenigingen in de stad toegankelijk kunnen zijn voor studenten.

55

De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) ziet dat de wethouder allerlei brieven schrijft. Gaat de wethouder wel eens praten met de mensen met wie zij zaken moet doen? Zij weet dat iemand die een brief ontvangt heel lang kan wachten met reageren en dan is het probleem nog steeds aan de orde. Met andere woorden: wat doet de wethouder echt?

60

Wethouder Oosters antwoordt dat de heer Nyqvist zich geen zorgen hoeft te maken. Zij is ontzettend veel in gesprek met zowel de studentensportverenigingen als met het bestuur van Pagina 15 van 39

Olympos en het CVB. Dat gaat zij in de toekomst ook weer doen met dit in haar rugzak. De brieven waar zij het over had waren brieven aan de raad met b.v. de gevraagde informatie over de supermarkt. 5

Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter) hoort de wethouder spreken over de toegankelijkheid in het convenant, maar haar fractie hoort ook veel over de wachttijden. Zoals zij al aangaf is de wachttijd voor de hockeyverenging twee jaar. Komt dat ook terug in dat convenant of wordt daar op een andere manier iets aan gedaan?

10

Wethouder Oosters ziet dit als een heel herkenbaar probleem. Dat is eigenlijk de reden dat betrokkenen met elkaar die afspraken willen maken. Het college ziet wel dat het echt ingewikkeld is om te kijken waar de verantwoordelijkheid ligt voor in ieder geval de ruimte bij Olympos. De gemeente gaat in de omgevingsvisie kijken hoe die ruimte zoveel mogelijk kan worden uitgebreid zodat er meer capaciteit komt. Maar de knop waar de gemeente aan kan draaien zit misschien wel in het eigen sportpark en de eigen ruimte voor sport van de gemeente. Misschien is dat ook een manier om die studentensportverenigingen te helpen. Zij kijkt ook naar het capaciteitsprobleem dat de studentensportverenigingen ervaren. Spreekster wil overgaan op het hoofdthema van het debat: wat kan de gemeente nu doen? Zij begint met een heel belangrijk punt, het mentale welzijn van de bewoners van De Uithof. Gevraagd wordt of het college dat in beeld heeft, of dat wordt gemonitord, of dit gebied als kwetsbare wijk wordt gedefinieerd en wat het effect is van de campagne mentale gezondheid. Al die vragen probeert zij te beantwoorden. Het eerste antwoord is dat het college het in beeld heeft. Het vervelende daarvan is dat het echt heel slechte cijfers zijn. 20% van de studenten die daar wonen voelt zich niet echt mentaal gezond. Zij ervaren veel stress en dat is echt zorgelijk.

Door de gemeente wordt gelukkig al veel gedaan om dat te verhelpen. Maar zij is het met de CU eens dat dat probleem niet van de ene dag op de andere met een supermarkt of met een evenement is opgelost. Dit heeft ook te maken met de gemeenschapszin van buurten en wijken, de manier waarop naar elkaar wordt omgekeken en de sociale cohesie .Dat is echt iets dat breder is en dat met elkaar moet worden aangepakt. Het college monitort dat ook. Zij denkt dat het niet helpt om met elkaar te discussiëren over de vraag of dit gebied kan worden gedefinieerd als kwetsbare wijk. Zij wil voorop stellen dat er vanuit de gemeente meer nodig is om te kijken naar die sociale cohesie en naar hoe die wijk leefbaarder kan worden. Het buurtteam is onderdeel van die aanpak. Zij heeft begrepen dat de commissie daar al eerder over heeft gedebatteerd, dat de commissie vragen heeft gesteld en dat zij antwoorden heeft gekregen. Het antwoord is in elk geval dat de buurtteamorganisatie stadsbreed moet kijken waar de inzet het meest effectief is. De organisatie heeft daarin een keuze gemaakt. Deze heeft gezien dat de inzet in het USP zeker van waarde is geweest, maar dat die op dit moment niet opweegt tegen de kosten van die inzet. Dat betekent niet dat de buurtteamorganisatie helemaal verdwijnt of dat het buurtteam niet meer vindbaar is voor de jonge Utrechters die daar wonen.

Er wordt echter wel gekeken welke inzet het meest behulpzaam is.

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Dolmans (D66)is haar vraag even kwijt, zij komt er zo op terug. Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt of er dan wel een plek blijft waar de gemeente zichtbaar is en waar de bewoners naartoe kunnen gaan met vragen. . Wethouder Oosters begrijpt die vraag heel goed. Het eerlijke natwoord is dat zij dat nog niet exact weet. Het gaat stapsgewijs, er is nog geen harde grens voor het verdwijnen van het buurtteam Er zijn veel organisaties, ook in de omgeving van het USP, die heel veel doen, ook voor de mentale gezondheid van studenten, zoals Joiners, Joao de Wasverzachter, Geluks B.V., MentalMotion, Enik Recovery College en Mental Health First Aid. Het zijn er ontzettend veel en zij denkt dat het buurtteam daarin nog wel een coördinerende rol kan hebben. Het buurtteam heeft ook nog een vindbare plek in de Biltstraat. Dat is wel ver van De Uithof, maar volgens haar is het ook een zoektocht naar hoe de inzet van de gemeente of van buurtteams zo effectief mogelijk kan gebeuren. Maar met de zichtbaarheid van de gemeente gaat zij samen met het wijkbureau nog wel aan de slag zodat de gemeente daar dichtbij kan blijven. Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt of de wethouder de opvatting deelt dat zo’n laagdrempelig loket echt nodig is op het Science Park, juist om al deze organisaties te kunnen vinden.

Pagina 16 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

Wethouder Oosters weet niet of dat altijd per se een loket apart voor iedere organisatie zou moeten zijn. Zij zoekt op welke manier een jonge Utrechter die op De Uithof woont zo gemakkelijk mogelijk hulp kan vinden. Dat hoeft niet altijd via het buurtteam te zijn, via de universiteit of via de hogeschool. Met elkaar moet worden gezocht naar de beste manier. Zij is het met mevrouw Vermeulen eens dat een fysieke locatie daarbij kan helpen. Het college gaat samen met de andere partners die ook de mentale gezondheid hoog op de agenda hebben staan bekijken hoe zij dat kunnen doen. Mevrouw Dolmans (D66) weet haar vraag weer. Het buurtteam is er nog niet zo lang, anderhalf jaar, en nu is er al geëvalueerd en gezien dat de inzet niet voldoende is. Is de wethouder het met haar eens dat het echt te vroeg is om nu al te kijken? Hadden niet eerst andere zaken moeten worden ingezet om de zichtbaarheid te vergroten? Wethouder Oosters is het met D66 eens dat het de voorkeur zou hebben om zolang mogelijk ergens te zitten om te zien of dat goed werkt. De realiteit is echter dat er moeilijke keuzes moeten worden gemaakt. De commissieleden zullen dat ook van haar collega’s horen. Dat geldt voor de gemeente, maar ook voor organisaties als het buurtteam. Er moet worden gekeken welke inzet het meest effectief is in de hele stad met het budget dat de gemeente heeft.

Zij begrijpt dat, hoewel het buurtteam daar pas anderhalf jaar zat, er juist in deze tijd echt wordt gekeken naar waar de inzet het meest effectief is. Zij herhaalt dat dit niet betekent dat de gemeente verdwijnt uit De Uithof. Mevrouw Dolmans (D66) merkt op dat de wethouder allerlei zaken noemt die spelen en die worden opgepakt. Maar het zijn allemaal losse snippers. Wat kan de wethouder nu concreet toezeggen waardoor de zichtbaarheid van zo’n buurtteam of van andere zaken op De Uithof vergroot wordt? Wethouder Oosters heeft net een hele rits organisaties opgenoemd die zich bezighouden met datzelfde thema omdat iedereen de urgentie ziet van het mentale welzijn van jonge Utrechters. Ontzettend veel partijen werken daarin samen. Ook haar collega Eerenberg is daar erg hard mee bezig. Daarom is het belangrijk om te kijken hoe de gemeente samen met die organisaties en de onderwijsinstellingen een duidelijk en vindbaar punt op De Uithof kan vinden om die mentale gezondheid in ieder geval bespreekbaar te maken. Daarmee is niet gezegd dat het buurtteam hetzelfde moet zijn als het in de oude vorm was. Mevrouw Dolmans (D66) hoort dat de wethouder daarnaar wil gaan kijken met al die organisaties. Kan de wethouder een termijn noemen? Wethouder Oosters heeft het gesprek nog niet gehad. Zij kan dus niet zeggen dat betrokkenen het op een bepaalde manier op een bepaalde termijn gaan doen.

Maar het college gaat hiermee aan de slag. Straks zal zij ook nog iets zeggen over de acties die het college verder gaat ondernemen. Daarna kan misschien worden bekeken op wat voor termijn het misschien realistisch is om hierover naar de commissie terug te koppelen.

45

De heer Mulderij (CDA) brengt naar voren dat het CDA het toch wel jammer vindt dat het buurtteam zich eigenlijk al zo snel aan het terugtrekken is. Voor gewone studenten is er redelijk veel zorg, er zijn studentendecanen en studentenpsychologen. Maar er zijn ook veel bewoners van de Uithof, of het USP, die geen student zijn. Daarover maakt hij zich vooral zorgen.

50

Wethouder Oosters zoekt telkens naar hoe zij het goed zegt. Het gaat hier om jonge Utrechters, medewerkers en studenten. Wat haar betreft zijn het de bewoners van De Uithof. Daarop doelt zij, als zij het heeft over het zoeken naar een punt voor die mentale gezondheid. Of zij nu wonen, werken of studeren, heel veel bewoners van het Science Park zijn jong. Zij is het met de heer Mulderij eens dat het voor allen goed vindbaar moet zijn. Misschien kan zij mevrouw Dolmans meteen helpen. Spreekster krijgt juist het bericht dat dit punt ook landt ook in het uitvoeringsprogramma mentale gezondheid dat de raad in Q1 2025 kan verwachten. Zij gaat over naar het thema bereikbaarheid. Student & Starter, PvdA en CDA hebben dit genoemd.

55

60

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft nog een vraag voordat de commissie doorgaat naar het volgende kopje. Er komt een brief over mentale gezondheid in brede zin, maar zij hoort de wethouder ook Pagina 17 van 39

zeggen dat het college meer wil inzetten specifiek op het USP. Hoe wordt de commissie bijgepraat over wat daar nu komt en hoe die gesprekken gaan? 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

Wethouder Oosters komt aan het einde van haar beantwoording met een mooie wrap up waarin allerlei toezeggingen zijn opgenomen. De commissie heeft veel gevraagd, misschien kunnen de toezeggingen worden samengevat in iets waarin zij de commissie kan informeren over de leefbaarheid van het Science Park. Bij het punt bereikbaarheid ging het veel om de veiligheid van bewoners die ook in het donker heen en weer moeten fietsen. Maar het ging ook over de bereikbaarheid die vooral in het weekend te wensen over laat. De commissie weet dat er een pilot is geweest met een tram in het weekend. Dat was succesvol. In kleine stappen gaat het nu naar het uiteindelijk structureel laten rijden van de tram op de zaterdag in 2026. Volgend jaar wordt dat al gedaan op b.v. open dagen van de onderwijsinstellingen of voor FC Utrecht. Dit is een mooie stap vooruit. Het verbeteren van de verlichting van de wegen is nog een zoektocht. Zij wil in elk geval toezeggen dat zij in de brief die zij heeft toegezegd voor het herfstreces daarop terug zal komen om te kijken hoe dit kan worden verbeterd. Zij is het met de commissieleden eens dat het belangrijk is dat er sociale veiligheid is bij het op en neer fietsen naar de stad. Een breder thema is het organiseren van activiteiten, of dat nu de Community Board is of terrassen, bewonersinitiatieven, pop up ontmoetingsplekken, culturele voorzieningen of horeca.

Het zijn eigenlijk allemaal thema’s die door veel studenten en bewoners van het Science Park al eerder naar voren zijn gebracht bij de gemeente of bij de onderwijsinstellingen. Terecht vragen commissieleden waarom dit vastloopt. Zij heeft haar vinger daar ook nog niet achter. Soms ligt het aan een vergunningsmogelijkheid, maar eigenlijk niet zo vaak. Het gaat er misschien ook om wie dat soort ruimtes beheert, hoeveel ruimtes de universiteit of de hogeschool daarvoor wil bieden en of de gemeentelijke fondsen goed vindbaar zijn. Die vragen zijn de knoppen waar de gemeente aan kan draaien. Zij wil graag het gesprek met de onderwijsinstellingen aangaan om te kijken hoe er meer ruimte voor activiteiten op De Uithof kan komen, of dat nu evenementen in de openbare ruimte zijn of evenementen in de panden op De Uithof. Maar het college kijkt al met het wijkbureau hoe het Initiatievenfonds aan de man kan worden gebracht en het gaat dat nog meer doen. Het is immers best een uitdaging. Soms lijkt het een grote opgave voor mensen om een bijdrage aan te vragen. De gemeente is al en paar keer met de koffiekar op het USP gaan staan om de mensen te enthousiasmeren en dat zal de gemeente blijven doen. Ook wil het college de woonbesturen attenderen op de mogelijkheid van het aanvragen van een bijdrage uit het Initiatievenfonds en hen inspireren om activiteiten te organiseren. Zij krijgen b.v.

ook een budget van woningcorporatie SSH. Het is altijd zoeken naar wat iemand daar allemaal mee kan doen. Het wijkbureau kan daarin ondersteunen en studenten helpen iets te organiseren. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) hoort allerlei beschouwingen over wat de wethouder gaat doen. De sub-vraag is: wat heeft zij in de afgelopen twee jaar gedaan? De onderwerpen zijn al jaren bekend. Zijn tweede punt is dat de gemeente in veel opzichten de vergunning verlenende instantie is. Als het gaat over terrassen voor studenten, dan is het de gemeente die een vergunning kan verlenen. Als de eigenaar van de grond toevallig niet de gemeente is, dan is er één gesprek nodig om dat in het reine te brengen. Dan is het probleem opgelost. Waarom gebeurt dat niet? Wethouder Oosters antwoordt dat toen zij twee jaar geleden begon als wijkwethouder van Oost – in die rol voert zij ook hier het debat – zij dacht dat het een gigantische wijk was. Zij vroeg zich af waar zij haar energie het beste in kon stoppen. Dat zijn het USP, de Sterrenwijk en het Lodewijk Napoleonplantsoen geworden. Ook het wijkbureau vindt dat het USP extra aandacht nodig heeft om een leefbare buurt te worden. De gemeente heeft al op verschillende manieren geprobeerd dat aan te vliegen. De koffiekar is daar een concreet voorbeeld van, maar het gaat ook om het organiseren van overlegstructuren.

Dat klinkt misschien saai, maar die waren er vroeger wel en die zijn er nu niet meer. Dat is ook een van de redenen waarom er een soort vertalingsconflict ontstaat tussen studenten, onderwijsinstellingen en de gemeente. Ook heeft dat invloed op de vindbaarheid van de mogelijkheden die de bewoners bij de gemeente hebben. Zij denkt dat de gemeente op dat terrein mooie stappen maakt, maar zij is het ook met de heer Nyqvist eens dat dat meer moet worden. In haar beantwoording is zij bezig te beschrijven hoe het college in de komende jaren daar nog meer actie aan wil koppelen. Verschillende woordvoerders vroegen naar de culturele voorzieningen. Het college kijkt ook of het mogelijk is om juist op deze plek in de toekomst een wijkcultuurvoorziening te maken, maar dat is dus niet direct. Spreekster ziet wel mogelijkheden om met de nieuwe project- en impuls-subsidieregelingen en ook met de Pagina 18 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

aangrenzende subsidieregeling voor nachtcultuur te kijken of dat juist op het USP extra onder de aandacht kan worden gebracht. Het lijkt haar goed om samen met het wijkbureau en Culturele Zaken te kijken hoe de gemeente organisaties die zich op De Uithof heel erg bezighouden met cultuur nog meer kan ondersteunen met dit soort aanbod en de link kan maken tussen dit soort organisaties en de budgetten die de gemeente heeft. Die zijn er namelijk wel. De heer Mulderij (CDA) vraagt of het een idee zou zijn om Parnassos te benaderen en dit cultuurcentrum te vragen of het een flink aantal van de cursussen die het in de stad geeft op De Uithof te geven. Dat zou veel schelen. Parnassos heeft de infrastructuur en de mensen. Wethouder Oosters vindt het een heel mooie suggestie. Zij zal Parnassos hierbij niet vergeten. Er was nog een specifieke vraag over de manier waarop de gemeente vergunningen voor horecavoorzieningen zou kunnen geven. Er is vergunningsruimte en het is goed dat aan te geven. Het college wil ook samen met de onderwijsinstellingen, de grondbezitters, kijken of zij meer mogelijkheden kan bieden. Het is in elk geval goed te horen dat er in deze commissie in alle leeftijden een grote kennis van zaken is wat betreft de mogelijkheden voor horeca op het Science Park. De heer Van Bergen (CU) vraagt om verheldering.

Er is ruimte en er is een grote mate van welwillendheid in de commissie die zover gaat dat zelfs de CU pleit voor terrassen. Kan hij dan concluderen dat het probleem niet bij de gemeente ligt? Wethouder Oosters denkt dat dat te snel is gezegd. Het is ook nodig dat de gemeente kijkt wat zij daarin nog meer kan doen. Zij wil de schuld niet helemaal bij de gemeente wegschuiven, maar het is wel nodig een been bij te trekken en met elkaar wat te gaan doen. Een ander punt dat werd genoemd was het pakketpunt. Dat vindt zij iets dat heel snel moet kunnen worden georganiseerd. Zij zal in de afronding van haar betoog meedelen waar zij dat zal laten terugkomen. De commissie heeft heel veel goede voorstellen gedaan die zij in haar beantwoording zoveel mogelijk heeft laten terugkomen. De concluderende vraag van de CU was eigenlijk wat voor instrumenten de gemeente heeft om hierop te acteren. Stadsbelang Utrecht sloot zich bij die vraag aan. Omdat de grond niet van de gemeente is dat soms beperkt. Maar zij denkt wel dat de gemeente in het overleg hierover een heel belangrijke rol kan spelen en kan aanzetten tot actie. Dat gaat het college dus ook doen.

Het college wil ook kijken of het in samenwerking met de partners in het gebied mogelijk is om voor de thema’s die mevrouw Vermeulen noemde (informeren van de studenten, ontmoetingsplekken, ruimte om dingen te organiseren en samenwerking met bewoners) echt goede afspraken te maken. Een eerste stap is dat de gemeente in november 2024 met onder andere de bewoners en andere partijen uit het gebied een schouw gaat houden om bijvoorbeeld te kijken wat de gemeente aan de verlichting op de route naar het USP kan doen. Zo zijn er nog veel meer thema’s, zoals het pakketpunt en de horeca, waar de gemeente iets zou kunnen betekenen in de afspraken met deze partijen. Zij krijgt de indruk dat de commissie de behoefte heeft om hierover weer een update te krijgen. Voor de zomer van 2025 komt het college terug bij de commissie met de bereikte resultaten. Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt of dat dan betekent dat er een soort convenant of een soort uitgebreide samenwerkingsovereenkomst komt, zodat het mogelijk is iemand aan te spreken, als iets niet gebeurt. Wethouder Oosters antwoordt dat dit een beetje een worsteling is. Mevrouw Vermeulen en zij waren voor de zomer beiden bij een bijeenkomst op het Science Park. Daar hebben de woonbesturen van de verschillende panden gezegd dat zij het voortouw willen nemen en dat zij vanaf september 2024 alle clubs weer bij elkaar gaan brengen.

Zij willen eigenlijk de regie oppakken. Spreekster wil niet als wethouder vanuit de gemeente zeggen dat partijen het op een bepaalde manier moeten doen. Zij wil samen met de studenten en de andere partijen in het gebied kijken op welke manier zij dat het liefst zouden willen doen. Of het een convenant wordt of iets anders, de gemeente werkt mee en wil echt faciliteren. Maar het lijkt haar goed dit in overleg met de studenten zelf te doen. Mevrouw Vermeulen (GL) lijkt dit heel mooi, maar zij hoort ook van de woonbestuurders dat er veel doorloop is en dat het lastig is om georganiseerd te blijven. Zij denkt dat het goed is dat de gemeente daarin een actieve rol vervult. Is de wethouder het daarmee eens? Pagina 19 van 39

5

10

15

20

Wethouder Oosters deelt die mening absoluut. Zij ziet ook wel dat het door soms snelle wisselingen in de woonbesturen nodig is dit te ondersteunen. Het college wil dat ook doen vanuit het wijkbureau en organisaties als Dock. De heer Van Bergen (CU) hoort de wethouder spreken over goed overleg met vele partijen aan tafel. Op zich wordt hij daar heel blij van, maar er wordt al een tijd goed overleg gevoerd en bij sommige dossiers schiet het gewoon niet op. Dan vraagt hij zich af op welke manier er meer schot in de zaak kan komen en of de gemeente misschien de regie niet meer naar zich toe moet trekken. Wethouder Oosters onderscheidt daarin twee dingen. Als het gaat om de thema’s waar het de raad echt een doorn in het oog is, zoals de supermarkt en de sportvoorzieningen, dan heeft zij al aangegeven dat die een klein beetje op de langere termijn spelen. Daar is het echt goed om een vinger aan de pols te houden. De commissie krijgt daar voor het herfstreces nog extra informatie over. Als het gaat om de leefbaarheid en de interventies die de gemeente op dat punt kan doen op het Science Park, ziet zij eigenlijk een groot gat in het overleg dat er in de afgelopen jaren is geweest met de onderwijsinstellingen en met studentenbesturen. Zij denkt dat het echt tijd is om stappen naar voren te zetten. Zij wil wel van de energie die er nu in zit gebruik maken om mooie stappen te zetten.

Voor de zomer van 2025 kan de commissie haar opnieuw vragen of dat genoeg is geweest. De voorzitter vraagt of er nog vragen zijn die niet beantwoord zijn.

25

30

35

De heer Otto (EenUtrecht) heeft een antwoord op twee vragen gemist. Misschien zijn ze heel semantisch, maar ze zijn wel wezenlijk. Hij had gevraagd of de wethouder de wijk als kwetsbaar ziet. Als zij de wijk als kwetsbaar ziet, is het voor hem een soort ja/nee vraag. Het is misschien een beetje flauw, maar het is wel belangrijk. Hij weet niet of zij kan reflecteren. De tweede vraag ging over een soort routekaart naar de toekomst. De wethouder heeft het wel over de omgevingsvisie gehad, maar dat is een visie. De gemeente hanteert barcodes, die gaan over groen of voorzieningen. Ligt er dan ook een barcode op De Uithof? Als dat zo is, dan heeft de gemeente volgens hem een routekaart nodig om daarnaar toe te werken. De voorzitter wijst de heer Otto erop dat hij de vraag niet helemaal hoeft te herhalen. Hij kan verwijzen naar de gestelde vraag. Dat kan de PvdD ook doen Mevrouw De Vries (PvdD) heeft de wethouder specifiek gevraagd om toe te lichten hoe zij een vergroeningsslag in het gebied ziet en of zij dit wil meenemen richting universiteit.

40

45

50

55

60

Mevrouw Vermeulen (GL) heeft nog geen antwoord gehad op haar vraag of al bekend is of bewoners ook toegang hebben tot de voorzieningen in het Van Unnikgebouw. Mevrouw Dolmans (D66) heeft geen antwoord gehad op de vraag of op die motie kan worden gereageerd en op de vraag om concreter te worden over het Initiatievenfonds. Wethouder Oosters dacht de vraag over de kwetsbaarheid van EenUtrecht te hebben beantwoord door te zeggen dat jongvolwassenen in de terminologie van de gemeente kwetsbaar zijn. Er zijn op De Uithof veel jongvolwassenen en daardoor kan worden gezegd dat dit een gedeeltelijk kwetsbare wijk is, maar dat geldt niet specifiek voor studenten. Het is inderdaad een semantische discussie en daarom trok zij de conclusie dat raad en college het niet alleen moeten hebben over die kwetsbaarheid. Zij moeten met elkaar constateren dat er iets moet gebeuren in deze wijk om deze meer leefbaar te maken en dat de inzet van de gemeente nodig is om dat buurtgevoel te maken. Dat gaat het college dus ook doen. De heer Otto (EenUtrecht) is het duidelijk. Dan krijgt dit gebied dus niet een soort label zoals andere wijken die hij al noemde, zoals Overvecht of Kanaleneiland. Het wordt dus ook in de omgevingsvisie geen kwetsbare wijk. Als wethouder Oosters het goed begrijpt, is dit gebied in de omgevingsvisie niet als kwetsbaar gelabeld.

Ook bij de andere vraag van de heer Otto gaat het een beetje om de semantiek. De Pagina 20 van 39

5

10

15

20

25

30

35

commissie heeft het nu gehad over heel veel punten die ervoor kunnen zorgen dat deze buurt verbetert en veel leefbaarder wordt. Dat kan natuurlijk worden uitgewerkt in een barcode met percentages voor de hoeveelheid groen en ontmoetingsruimte. Maar zij heeft er vooral behoefte aan om samen met de studentenbesturen, de bewoners van het Science Park en de onderwijsinstellingen te zoeken naar wat echt nodig is en waar zij initiatieven willen ontwikkelen om samen aan te werken. Zij gelooft namelijk ook dat, als het initiatief van de bewoners zelf komt, dat uiteindelijk kan bijdragen aan die gemeenschapskracht daar. De heer Otto (EenUtrecht) worstelt toch een beetje met het antwoord van de wethouder omdat die barcode er niet voor niets is. Als blijkt dat er te weinig horeca of andere voorzieningen zijn en de barcode dat onderschrijft, dan vindt hij dat de gemeente daar wel iets mee moet doen. Kan de wethouder ook in de richting van de omgevingsvisie iets doen met die barcode zodat die wat steviger wordt uitgewerkt naar de praktijksituatie toe? Spreker is bang dat de barcode op geen enkel vlak wordt gehaald. Volgens wethouder Oosters is dat een discussie die de raad bij de omgevingsvisie heeft gevoerd en in de toekomst ook nog zal kunnen voeren.

Met de procedures die er in de gemeente zijn heeft de gemeente een prima routekaart, ook in de richting van het halen van de doelen die in de omgevingsvisie staan. Het debat dat de commissie en zij nu voeren gaat echt over de huidige situatie en hoe die wordt verbeterd. Zij zou daar de focus op willen richten. De PvdD vroeg naar het groen en de dieren in de wijk en vroeg ook hoe de wijk naar een vergroening kan gaan. Met de toekomstvisie en de omgevingsvisie komt er wel een plus op groen bij. Dit aspect komt wel terug, als de gemeente aan de bewoners en de studenten vraagt wat zij missen. Daarin komt groen wel vaak terug. Zij denkt dat met de mogelijkheden die er nu zijn met het Initiatievenfonds bijvoorbeeld voor vergroening mooie stappen kunnen worden gemaakt. Mevrouw De Vries (PvdD) vindt dit mooi en zij ziet het Initiatievenfonds ook als een goede optie om hiermee aan de slag te gaan. Maar zij heeft nog wel een vraag. De wethouder zegt dat de gemeente met alle bewoners wil gaan spreken en wil kijken naar wat hun initiatieven zijn. Hoe worden dieren daar dan in meegenomen? Dieren kunne dat niet echt zelf zeggen. Op welke manier worden de dieren hierin meegenomen? Wethouder Oosters vindt dit een heel goede vraag. Zij heeft daar nog niet zo specifiek over nagedacht.

Zij gaat daar nu wel over nadenken en bekijken hoe dat geluid binnen de gesprekken die de gemeente voert en in misschien in de initiatieven die komen een plek kan worden gegeven. Mevrouw De Vries (PvdD) vindt het mooi dat te horen. Krijgt de commissie daarover iets te horen en komt dit terug in de brief die de wethouder zal sturen?

40

45

50

55

60

Wethouder Oosters zal specifiek op dit punt reflecteren in de brief die de commissie voor de zomer van 2025 krijgt. Er was ook nog een gemiste vraag van GL over het Van Unnikgebouw en de mogelijkheden daar. Dat past een beetje in het verhaal over het gesprek dat de gemeente met de onderwijsinstellingen moet hebben over de mogelijkheden die er zijn ook in het bestaande vastgoed. Het Van Unnikgebouw wordt daar zeker in meegenomen. Zij neemt dit mee in die afspraken. Er was nog een vraag van D66 over een reflectie op de motie. Zij hoopte in haar beantwoording van de vragen over alle aspecten die zouden kunnen bijdragen aan die leefbaarheid en die levendigheid voldoende te hebben gereflecteerd op de motie. Als D66 nog iets anders wenst, dan hoort zij dat graag, maar volgens haar is het duidelijk dat het college hier actie wil ondernemen en stappen wil zetten. De andere onbeantwoorde vraag van D66 ging over het Initiatievenfonds. Zij meent dat zij dit in haar beantwoording echt heeft aangeraakt. Het college heeft in het afgelopen jaar geprobeerd dat meer onder de aandacht te brengen. Dat heeft tot een beperkt succes geleid, maar zij denkt dat het college daarmee gewoon hard verder moet gaan. Zij heeft ook gezegd dat er andere budgetten zijn die hierop lijken. De woningcorporatie SSH heeft een woonbesturenbudget om activiteiten te stimuleren.

Het aanvragen van een bijdrage is heel laagdrempelig. Mevrouw Dolmans (D66) merkt op dat onderdeel van haar vraag ook was of er extra hulp of een campagne kan komen om dat toch nog even onder de aandacht te brengen. Zij is vooral benieuwd naar die extra hulp omdat het best lastig kan zijn voor bewoners om subsidie aan te vragen. Pagina 21 van 39

5

10

Wethouder Oosters antwoordt dat die hulp er absoluut is. Het initiatief van bewoners blijft bij de bewoners zelf, zij bedenken het idee. Een voorbeeld van hoe de gemeente dat in het afgelopen jaar heeft gedaan is het IBB Fest dat is teruggekeerd. Daarvoor is de gemeente naar de woonbesturen toegegaan om hen te wijzen op de mogelijkheden van het Initiatievenfonds. Het wijkbureau ondersteunt echt bij het indienen van een aanvraag. Dat gebeurt zeker ook voor bewoners van het Science Park. De voorzitter ziet dat er geen onbeantwoorde vragen meer zijn. Hij geeft het woord aan de commissiegriffier voor de toezeggingen. Mevrouw Kok deelt mee dat er drie toezeggingen zijn gedaan: -

15

20

25

30

35

40

45

50

55

-

voor het herfstreces 2024 ontvangt de commissie een brief over het onderzoek naar en de haalbaarheid van een supermarkt op het USP, de wethouder neemt de straatverlichting mee in deze brief; het uitvoeringsprogramma mentale gezondheid komt in Q1 2025 naar de raad; de gemeente gaat met partners samenwerken op onder meer het informeren van bewoners over het samenwerken met bewoners en gaat met partners spreken over ontmoetingsplekken en de ruimte op het USP; in november 2024 vindt een schouw plaats en het college informeert de raad voor de zomer van 2025; in de brief gaat het college ook in op de positie van dieren in het USP.

Volgens de voorzitter is het een goede samenvatting. Hij ziet de wethouder knikken, maar de PvdD heeft nog een reactie. Mevrouw De Vries heeft nog wel een toevoeging. De wethouder heeft toegezegd om in te gaan op de positie van de dieren, maar ook specifiek op de vraag hoe de dieren een stem krijgen in die gesprekken. De voorzitter vraagt ter afronding van dit debat aan de agenderende fracties of zij hun doel hebben bereikt of dat zij zich verder willen inzetten om dit doel te bereiken. Mevrouw Vermeulen (GL) is blij met alle informatie in het antwoord van de wethouder. GL wil dat er wat gebeurt en overweegt een motie om het traject kracht bij te zetten. Mevrouw Van Meerveld (Student & Starter) sluit zich aan bij het verhaal van GL. Ook haar fractie denkt na over een motie, met name over het buurtteam en het mentaal welzijn van de bewoners. Mevrouw Dolmans (D66) sluit zich daar ook bij aan. De Voorzitter oppert de mogelijkheid dat deze fracties tot een gezamenlijke motie komen. Zij weten wat zij moeten doen om tot agendering te komen. Zij moeten de moties op tijd inleveren, dan kan het op agenda van de raad komen. Hij denkt dat dit in de raad in vijftien minuten kan worden besproken. Hij sluit dit agendapunt af. De voorzitter schorst de vergadering om 11.58 uur en heropent deze om 12.04 uur.

9. Raadsvoorstel Vaststellen Verordening Leerlingenvervoer; wijziging Beleidsregel bekostiging leerlingenvervoer De voorzitter licht toe dat het college de raad vraagt om de nieuwe Verordening Leerlingenvervoer vast te stellen. De aanpassingen zijn onder meer dat de norm van de OV-tijd van 45 minuten naar 60 minuten gaat, dat de nadruk komt te liggen op zelfstandig vervoer en dat de verordening in lijn is gebracht met de modelverordening van de VNG in tekst en normbedragen. Voor dit agendapunt staat 90 minuten, het wordt in twee termijnen besproken. Spreker daagt de commissie uit om het in minder dan die 90 minuten te doen. Dan kan dit punt Pagina 22 van 39

misschien worden afgerond voor de lunchpauze. Hij zoekt in ieder geval een natuurlijk moment om te schorsen. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Sungur (DENK) ziet een plan dat uitsluitend gemotiveerd is vanuit het perspectief van kostenbesparing. Voorgesteld wordt om een stukje van sociaal Utrecht af te breken. Kwetsbare leerlingen die vervoer nodig hebben worden overboord gegooid. Er wordt een mooie naam voor verzonnen, zoals ‘eigen regie’ of ‘zelfstandigheid’ en de bezuiniging is weer mooi gepakt. De werkelijkheid is dat het college minder geld wil vrijmaken voor een groep kwetsbare leerlingen. Zijn fractie vraagt aan de wethouder of er ook kritisch is gekeken naar de mogelijkheid om op een andere manier kosten te besparen. DENK weet dat de huidige aanbieders van leerlingenvervoer verschillende onderaannemers inzetten. Er wordt dus winst over winst gemaakt. Het is belangrijk dat kleinere vervoersbedrijven een kans krijgen om deel te nemen. Dit kan bijdragen aan innovatie en kwaliteitsverbetering omdat kleinere ondernemingen meer maatwerk en persoonlijke zorg kunnen leveren. Zij kunnen specifiek inspelen op de behoeften van kwetsbare leerlingen en hun ouders.

Hoe kijkt het college naar het inzetten van kleinere bedrijven bij leerlingenvervoer? Is er ook gekeken naar de mogelijkheid om de grens van 45 minuten op te schroeven naar 50 of 55 minuten en naar de besparing die dat oplevert? Waarom zou het in één keer een kwartier moeten zijn? DENK is het niet eens met deze bezuiniging en maakt zich ook grote zorgen over de uitvoering. Spreker vraagt aan de wethouder of er werkelijk een plan klaarligt om de leerlingen te leren om zelfstandig te reizen. Zijn fractie denkt dat bij het vervoeren van kwetsbare leerlingen met het openbaar vervoer kwaliteit ingeleverd zal worden. Niet moet worden vergeten dat het hier om kwetsbare leerlingen gaat die om speciale aandacht en zorg vragen, juist bij het vervoer. Over dat laatste leest hij weinig. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of DENK de mening van de PvdA deelt dat het ook voordelen kan hebben, als leerlingen, mits goed begeleid, wel kijken naar de mogelijkheden om zelfstandig te reizen. De heer Sungur (DENK) denkt dat het wel een wedervraag zal zijn, maar hij hoort dan graag op welke manier het zou kunnen helpen. Hij heeft die mogelijkheden niet kunnen bedenken. Mevrouw Assen (PvdA) wil het wel verduidelijken. Deze kinderen zijn niet allemaal hetzelfde, ondanks het feit dat zij afhankelijk zijn van leerlingenvervoer. Wat zij kunnen of kunnen leren kan heel erg verschillen.

Dat kan hen ook helpen om hun zelfstandigheid te vergroten. Is DENK het er wel mee eens dat, als die mogelijkheden er zijn, mits goed begeleid en niet van de ene dag op de andere, die kansen er liggen? De heer Sungur (DENK) antwoordt dat die kansen er theoretisch zouden kunnen liggen, maar hij heeft weinig gelezen hoe dat dan in de uitvoering wordt geborgd. Hij komt daar zo meteen op. Zijn fractie denkt namelijk dat het opschroeven van 45 minuten naar 60 minuten alleen een gedachte van kostenbesparing is. Vele leerlingen hebben speciale behoeftes die niet zo maar kunnen worden opgevangen door het reguliere openbaar vervoer. Door extra nadruk op zelfstandig reizen dreigt het risico dat zorg voor en begeleiding van de leerlingen afneemt. Dit kan leiden tot moeilijke situaties en stress voor leerlingen die niet in staat zijn zelfstandig te reizen. Hoe gaat de gemeente ervoor waken dat deze kwetsbare kinderen hiervan geen last ondervinden? Het OV is tijdens de spits vaak overvol. Hoe voorkomt de gemeente dat prikkelgevoelige kinderen hier last van krijgen? Hoe gaat de gemeente ervoor zorgen dat de randvoorwaarden goed worden geborgd om de verandering die wordt ingezet om te zetten in een kwaliteitsverbetering? Mevrouw Vermeulen (GL) wijst erop dat er veel zorg is over het leerlingenvervoer in de regio Utrecht.

In de gemeente Utrecht gaat het helaas ook niet altijd goed, maar de situatie is gelukkig beter dan in vele omliggende gemeenten waar een tijd helemaal geen vervoerder was door een fout in de aanbesteding. Haar fractie hoort van ouders en scholen dat het in Utrecht niet goed gaat met de afspraken met de vervoerders. De gemeente kent de onrust over het inzetten van onderaannemers. Het gaat dan vooral om het laat ophalen en onduidelijkheid over het melden van klachten. Deze onderaannemers zijn namelijk weinig bekend met de doelgroep en zoeken weinig contact met de scholen. Hoort de wethouder deze signalen ook en welke acties zijn ondernomen om dit te verbeteren? Is er hierover contact met de scholen en de vervoerders? Worden die aangesproken en op welke wijze? Neemt het college deze signalen mee bij een volgende aanbesteding en is het ook geen tijd om na te denken over steviger maatregelen, als er problemen Pagina 23 van 39

5

10

15

20

25

zijn met de vervoerder? Zij vraagt om een reflectie van de wethouder. GL vraagt zich af of het wel zo passend is dat het leerlingenvervoer wordt aanbesteed. Hoe kijkt de wethouder aan tegen opties zoals die van Tim Robbe die in zijn proefschrift oproept om ervaringen van eindgebruikers leidend te laten zijn bij leerlingenvervoer? Hoe kijkt de wethouder aan tegen andere opties zoals de bij Stadsgeldbeheer toegepaste inbesteding, de optie die wordt toegepast bij Sociale Basis met transparantie vooraf of de door DENK genoemde optie? Vorig jaar vreesde GL grote bezuinigingen in het leerlingenvervoer en gelukkig kwam deze verwachting niet uit. In deze verordening ziet haar fractie wel enkele wijzigingen, zij ziet ook verbeteringen. Maar GL vraagt zich wel af of deze voorstellen het gewenste effect hebben. Zij heeft hierover nog enkele vragen. Haar fractie hoort uit de stad dat het Team Leerlingenvervoer betrokken en bereikbaar is. Verder is de verordening verbeterd qua taalgebruik. GL is daar blij mee omdat dit eerder tot verwarring en onduidelijkheden leidde. Haar fractie is ook positief over de aandacht voor zelfstandig reizen. Het stimuleren van zelfstandig reizen per fiets of OV helpt jongeren zich voor te bereiden op hun toekomst.

Maar in de verordening ziet GL alleen een verwijzing naar plannen om fietsen te stimuleren en geen concrete plannen om dat te stimuleren, terwijl haar fractie wel van scholen en sportclinics hoort en in Amsterdam fietscoaches staand beleid zijn. Kan de wethouder de commissie informeren over wat er nu concreet gebeurt en welke rol de gemeente speelt om dit te stimuleren? Zij leest ook dat er altijd ruimte moet zijn voor maatwerk. Daar is GL het mee eens omdat zelfstandig reizen niet voor elk kind haalbaar is. Hoe zorgt de gemeente ervoor dat in de afstemming over het leerlingenvervoer niet zo mondige ouders durven aan te geven waar zij tegenaan lopen en wat wel en niet haalbaar is? Worden de scholen hierbij betroken? Mevrouw Assen (PvdA) vraagt of GL maatwerk ook op een ander vlak ziet dan dat van de mondigheid van de ouders, bijvoorbeeld de inkomenspositie van een gezin. Mevrouw Vermeulen (GL) denkt dat ook daarbij moet worden gekeken naar wat wel of niet haalbaar is. Dat wordt al wel gedaan met de eigen bijdrage, maar er is sowieso een rol om te kijken naar maatwerk.

30

Mevrouw Assen (PvdA) denkt dat het er ook in zit dat de ene ouder misschien voor zijn werk al veel vroeger ergens anders moet zijn dan de ander, verder zijn er eenouder- en tweeoudergezinnen. Haar punt ging erover hoe dat dan wordt geborgd. Kunnen GL en PvdA dan hierover een gezamenlijke visie constateren?

35

Mevrouw Vermeulen (GL) denkt dat de twee fracties het hierover eens zijn. Het komt voor dat het gaat om drie kinderen op verschillende plekken. Het is echt maatwerk. De grootste verandering is de verandering van de reisafstand van 45 naar 60 minuten. Dit zou een besparing opleveren en de inschatting is dat ongeveer dertig kinderen minder worden vervoerd. Deze kinderen moeten straks op een andere manier naar school reizen. GL vraagt zich af of dit wel voor iedereen mogelijk is. Gezien de langere afstand zal waarschijnlijk vaker moeten worden overgestapt en mogelijk is extra begeleiding nodig om te voorkomen dat kinderen niet of later op school komen. Maatwerk blijft mogelijk, maar hoe ziet dat er dan in de praktijk uit? Zij vraagt om een reactie van de wethouder. Zij sluit zich hier aan bij haar collega van DENK.

40

45

50

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoort dat mevrouw Vermeulen hierbij een aantal vragen stelt, maar kan zij concluderen dat mevrouw Vermeulen het ophogen van 45 minuten naar 60 minuten wel OK vindt? Mevrouw Vermeulen (GL) antwoordt dat GL zich afvraagt of dit echt de gewenste besparing oplevert. Daarover wil haar fractie wat meer duidelijkheid van de wethouder. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) begrijpt dat het dan echt zou gaan over het kostenbesparingspunt. Als er kosten worden bespaard zoals wordt voorgesteld, is mevrouw Vermeulen dan akkoord?

55

60

Mevrouw Vermeulen (GL) wil daarbij dan wel weten hoe de gemeente het gaat doen, bijvoorbeeld in het geval dat iemand extra begeleiding nodig heeft. Is daarover nagedacht? Daarover zou zij meer willen weten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) concludeert dan dat het nu niet zo is. Pagina 24 van 39

5

10

15

20

25

30

35

Mevrouw Vermeulen (GL) geeft aan dat haar fractie er nu nog niet uit is. GL wil eerst meer informatie. In de brief leest GL dat de aanvragen straks voor een jaar worden beschikt en niet langer voor de hele schoolcarrière. Dat geeft ruimte voor maatwerk, maar kan ook leiden tot meer regeldruk voor ouders en andere betrokkenen. Haar fractie hoort dat in andere gemeenten in het afgelopen jaar ouders zijn vergeten een aanvraag in te dienen en plotseling zonder vervoer zaten. Hoe ziet de wethouder dit en is er rekening mee gehouden? Kan de wethouder toezeggen om te kijken naar een verkorte aanvraag zoals b.v. die voor de bijstand? Kan hij toezeggen om ook de ervaringen van ouders hierin mee te nemen? Tenslotte wijst spreekster erop dat de kwaliteit van het leerlingenvervoer het afgelopen jaar landelijk en in de gemeente aandacht kreeg. Wat GL betreft mag dit nog meer aandacht krijgen met de kwaliteitsmonitor ouderen- en jongerenparticipatie en klachtenmelding. In dit kader is GL benieuwd of er al zicht is op de benchmark-vergelijking en hoe het gaat met de uitvoering van de motie van GL over ouderparticipatie in het leerlingenvervoer. De heer Van Bergen (CU) brengt naar voren dat het voorliggende raadsvoorstel wat de CU betreft een goede en noodzakelijke bezuiniging is. Het wordt soberder, maar de regeling blijft volgens zijn fractie ruimhartig.

Dat is terecht omdat het kwetsbare kinderen betreft die met zoveel mogelijk zorg omringd moeten worden. Zijn fractie is blij dat er ook is gekeken naar de ouders die buiten de regeling in de nieuwe formulering zullen vallen, maar op dit moment wel recht hebben op leerlingenvervoer. Zijn fractie heeft twee vragen. De eerste gaat over de transitie waarbij er waar mogelijk meer met het OV wordt gereisd. Kinderen moeten dit oefenen, zij kunnen niet van de ene op de andere dag zo het OV in. Dit oefenen kost tijd en geld. Voor veel ouders zal dit geen probleem zijn, maar voor sommigen is het een grote hap uit de begroting. Hij vraagt zich af of er een mogelijkheid is om deze kosten te declareren of te verhalen. Hij vraagt om een reactie. Dan is er iets dat niet in de brief staat, maar wel in de verordening zelf. Het woord ‘psychisch’ is eruit gehaald. Betekent dit dat psychisch gehandicapte kinderen niet meer als gehandicapte leerlingen worden gezien of betekent het dat alleen verstandelijk, lichamelijk en zintuigelijk gehandicapte kinderen nog recht hebben op vervoer? Dit lijkt zijn fractie onwenselijk. Hij vraagt om een reactie van de wethouder. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) merkt op dat de gemeente de afgelopen tijd stappen heeft gezet op het gebied van leerlingenvervoer. Vergeleken met andere gemeenten is de regeling niet perfect, maar Utrecht doet het wel relatief goed.

D66 vindt het fijn dat de nadruk komt te liggen op de zelfstandigheid. Kinderen verdienen het immers de ruimte te krijgen om zelfstandig te reizen, het hoort bij het opgroeien. Ook deze kinderen, hoe kwetsbaar ook, dienen deze kans te krijgen. Toch vraagt haar fractie de wethouder te bevestigen dat leerlingen voor wie dit echt niet mogelijk is daar niet nodeloos toe worden gedwongen. Zij vraagt om een toezegging.

40

Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd naar de mening van D66 over het pleidooi van mevrouw Vermeulen om te kijken naar de optie om het leerlingenvervoer niet aan te besteden.

45

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vindt dit lastig. In de omliggende gemeenten is de ellende te zien die daaruit voortkomt. In vergelijking met andere gemeenten loopt het hier wel beter. Er zijn hier niet van die scenario’s als in Woerden waar er geen bus komt of er een touringcar moet komen die een uur later komt of helemaal niet op komt dagen. Zij vindt het lastig om te zeggen dat Utrecht het niet goed doet omdat zij de rampscenario’s zich ziet voltrekken in de omringende gemeenten. Dan vindt zij dat het hier best goed gaat.

50

55

Mevrouw Assen (PvdA) begrijpt dat door die zo ernstige situaties in andere gemeenten het lijkt alsof het hier heel goed gaat. Toch heeft de raad in de afgelopen jaren vaak stilgestaan bij wat in het leerlingenvervoer niet gaat zoals eigenlijk alle raadsleden het zouden willen, qua tijd, qua drukte in de bus, qua situatie voor de chauffeur en qua personeelstekort. Zij vindt die conclusie toch lastig, ondanks de vergelijking met andere gemeenten waar het inderdaad slechter is. Zij daagt dus D66 toch uit om te kijken of er geen kansen liggen, als de gemeente dit inbesteedt of op een andere manier organiseert. De voorzitter merkt op dat deze interruptie wel korter had gemogen.

Pagina 25 van 39

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) denkt dat er nog andere mogelijkheden zijn. Zij zal er eentje aandragen waarbij mogelijk verbeteringen optreden. Zij weet niet of het per definitie in het inbesteden of aanbesteden moet liggen. 5

10

De heer Van den Broek (CDA) zat te kauwen op het betoog van zijn collega van D66. Zij zei dat het mooi is dat leerlingen zo meer de vrijheid krijgen om zelf te reizen. Hij zat erover na te denken en vond het echt wel vreemd. Hij begrijpt dat D66 vrijheid hoog in het vaandel heeft staan, maar hij kan zich niet vorstellen dat er leerlingen zijn die nu staan te juichen en te springen bij deze bezuiniging die voorkomt in de verordening omdat zij nu zelf mogen gaan reizen. Hij vraagt zich toch een beetje af hoe D66 dit precies bedoelt. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) komt dan met en wedervraag. Waaruit komt de perceptie voort dat er geen kinderen zijn die die vrijheid wel waarderen?

15

De voorzitter wijst erop dat de commissie niet doet aan vraag en wedervraag. Mevrouw DadaAnthonij kan die vraag ook in een antwoord vervatten.

20

Mevrouw Dada-Anthonij (D66) is benieuwd waar dat vandaan komt. Zij heeft zelf drie kinderen en zij heeft veel kinderen in haar omgeving. Haar jongste kind bijvoorbeeld stond niet te juichen, maar er zijn andere kinderen binnen haar gezin die dat wel heel fijn vinden. Er komt ook een stukje kracht uit het zelfstandig kunnen reizen. Zij ontkent niet dat het zorgen kan geven, maar op het moment dat het lukt is het ook iets dat je bereikt als kind. Dat hoort wel bij het opgroeien.

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Van den Broek (CDA) vindt dat heel mooi en het zou ook goed zijn, als zoveel mogelijk mensen zelf kunnen reizen. Maar het gaat hier om een kwetsbare groep kinderen. Binnen de huidige verordening is er ook al de mogelijkheid om zelf te reizen. Die kinderen worden niet verplicht om gebruik te maken van het leerlingenvervoer. Een groep die om wat voor reden ook ervoor heeft gekozen om gebruik te maken van het leerlingenvervoer valt dadelijk buiten de boot. Hij stelt de vraag of de raad er per se blij mee moet zijn dat deze kinderen die nu om voor hen zwaarwegende redenen niet zelfstandig reizen dat wel moeten gaan doen. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) denkt dat het natuurlijk afhangt van wat die redenen zijn. Daarom vraagt zij expliciet om maatwerk voor kinderen die het echt niet kunnen. Maar zij blijft erbij dat een stukje zelfstandigheid gewoon kracht geeft aan kinderen. Zij gunt ze dat. De heer Sungur (DENK) meent dat heel veel mensen kinderen die zelfstandigheid gunnen, maar deze kinderen zitten niet voor niets bij het leerlingenvervoer. Als hij het betoog van D66 hoort, lijkt het alsof die ouders die kinderen gedwongen met het leerlingenvervoer laten reizen. Zouden die ouders die kinderen die vrijheid niet gunnen? Mevrouw Dada- Anthonij (D66) vindt dit vooral een aanname van DENK. Deze fractie legt haar woorden in de mond die zij niet heeft gebruikt.

Zij heeft gezegd dat sommige ouders waarschijnlijk niet in beeld hebben dat hun kinderen dit kunnen. Zij begrijpt dat, als ouder kijkt iemand hier op een andere manier naar. Als zij in hun schoenen stond, zou zij dit ook doen. Maar dat neemt niet weg dat, als er een mogelijkheid is voor een kind om zelfstandig op pad te kunnen, die mogelijkheid wel moet kunnen worden geboden. De heer Sungur (DENK) vindt dit prima. Maar volgens hem is die mogelijkheid voor die ouders er op dit moment ook. Wat hier ligt is gewoon een kostenbesparingsvoorstel. Het budget komt niet uit en daarom brengt de gemeente een aanpassing aan, althans dat wordt voorgesteld. Waarom wordt gedacht dat met dit voorstel een gunst wordt verleend aan die kinderen en hun ouders? Dat is zijn vraag. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) vindt het geen gunst. Zij gunt het kinderen alleen wel om, als zij dat kunnen, uit te vinden dat zij zelfstandig kunnen reizen. In de brief wordt duidelijk vermeld dat maatwerk mogelijk blijft. Zij zegt ook heel duidelijk dat voor kinderen die dat echt niet kunnen leerlingenvervoer mogelijk moet blijven. Maar zelfstandigheid hoort ook bij opgroeien. Om een goed beeld te krijgen van de genomen stappen en ook van wat hier wordt voorgesteld blijft het belangrijk om goed te evalueren.

Zij vraagt de wethouder dan ook om in de brief die beloofd is voor Q1 de structurele ontwikkelingen die hieruit of uit eerdere stappen voortkomen duidelijk te Pagina 26 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

benoemen. Haar fractie is erg benieuwd op basis waarvan het voorstel wordt gedaan om het criterium van 45 naar 60 minuten te verhogen. Tenslotte komt zij met een mogelijk verbeterpunt, zij hoort graag van de wethouder of dit mogelijk is. Soms zijn er ook uitdagingen in de bus. Het is niet alleen het vervoer, maar ook de sfeer in de bus en het pedagogische klimaat voor de kinderen die dat nodig hebben. Is het mogelijk een vrijwilligersorganisatie, bijvoorbeeld NIZU, in te schakelen om daaraan bij te dragen? Mevrouw Vermeulen (GL) deelt de mening dat er zorg is over de onrust in de bus. Ook hoort haar fractie klachten van scholen over hoe het nu gaat met het vervoer in Utrecht, zoals lange wachttijden, te laat ophalen, onduidelijkheid over het melden van klachten en problemen met onderaannemers. Hoe kijkt D66 hiernaar? Mevrouw Dada-Anthonij (D66) heeft al aangegeven dat het hier nog steeds niet perfect gaat en dat er ruimte is voor verbetering. Er is nu een aantal stappen gezet. Vorig jaar heeft de commissie hierover een technische sessie gehad waarin werd aangegeven wat er veranderd werd. De commissie moet nu op de resultaten wachten. Als er ruimte is om te verbeteren, is er altijd de ambitie om te verbeteren, maar niet alles tegelijk De gemeente zit nu eenmaal met de komende bezuiniging.

Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt hoe D66 aankijkt tegen het aanspreken van de vervoerder op de gemaakte kwaliteitsafspraken. Zou de gemeente hardere maatregelen moeten nemen of zou zij dit mee moeten nemen naar een ander bij een komende aanbesteding? Mevrouw Dada-Anthonij (D66) denkt terug aan de technische sessie waar mevrouw Vermeulen ook aanwezig was. Daarin kwam dit ook aan de orde. Er worden wel degelijk gesprekken gevoerd. Wat er moet gebeuren is afhankelijk van de oorzaak. Als er bijvoorbeeld te weinig personeel is, is er te weinig personeel. Iemand kan er niet zomaar personeel bij toveren. De gemeente moet dus in gesprek blijven. Het is mogelijk er maatregelen op te plakken, maar dat betekent niet dat het probleem is opgelost. Het is goed om als gemeente met de vervoerders in gesprek te gaan om tot de kern van het probleem te komen en samen te kijken hoe kan worden samengewerkt om die problemen aan te vliegen. Mevrouw Vermeulen (GL) vraagt of D66 dan wil dat met name de rol van die onderaannemers die niet goed worden geïnformeerd een aandachtspunt is. Mevrouw Dada-Anthonij (D66) antwoordt dat, als dat het geval is, dat zeker een aandachtspunt is. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) wijst erop dat de VVD eerder heeft gepleit voor meer aandacht voor zelfstandig vervoer. Haar fractie is blij dat er nu extra aandacht voor is.

Hoe mooi is het immers, dat de gemeente leerlingen op jonge leeftijd de mogelijkheid kan bieden om zelfstandig te reizen. Uitgangspunt blijft voor de VVD uiteraard dat het leerlingen betreft die het kunnen. Wat de VVD betreft gebeurt dat ook in samenspraak met de ouders. Voor leerlingen die dat niet kunnen verwacht haar fractie nog steeds b.v. de taxibussen. De tijd voor aangepast vervoer is verhoogd van 45 naar 60 minuten en dat betekent dertig leerlingen minder. Haar fractie is benieuwd wat het profiel is van deze leerlingen, of zij zelfstandig kunnen reizen en of het college in gesprek is met de ouders. Dertig lijkt wel mee te vallen, maar het kan een grote impact hebben. Verder wil haar fractie weten waarom de tarieven voor de eigen bijdrage van de ouders zo fors omhoog gaan, het is een enorme stijging. De voorzitter geeft het woord aan de heer Van den Broek. Hij had hem de inbreng al eerder beloofd, maar toen stak mevrouw Al-Saqaff al haar hand op. De heer Van den Broek (CDA) was teleurgesteld dat hij daarnet werd overgeslagen, maar gelukkig gaat het nu goed. De heer Sungur verwoordde het mooi in zijn inbreng. Spreker schrok wel een beetje toen deze verordening werd voorgelegd. De commissie heeft het in de afgelopen jaren vaak gehad over dit onderwerp. Er zijn veel problemen rond het leerlingenvervoer. Sommige dingen gaan nu beter, maar andere niet.

Nu volgt er een bezuiniging. Het CDA heeft wat moeite met de onderbouwing van deze bezuiniging en de relatie tussen de bezuiniging en de problemen. Het is immers moeilijk voorstelbaar dat een bezuiniging helpt bij het oplossen van de bestaande Pagina 27 van 39

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

problematiek. Hij vraagt de wethouder hoe deze bezuiniging zich verhoudt tot de problemen in het leerlingenvervoer. Daarnaast viel het op dat er over maatwerk heel weinig in het stuk is opgenomen. GL refereerde daar al aan. Zijn fractie hoort graag wat preciezer van de wethouder wat de plannen voor maatwerk zijn en hoe de gemeente ervoor zorgt dat er niemand buiten de boot valt. Het is al een aantal malen gevraagd, maar spreker vraagt toch nog eens hoe is gekozen voor die tijd van 60 minuten. Er wordt erop gewezen dat het in de andere G4-steden 90 minuten is. Waarom is hier dan gekozen voor 60 minuten en niet voor 55 of 65 minuten? Is dit willekeurig gekozen of zit daar een filosofie achter? In het raadsvoorstel wordt kort gesteld dat er sprake is geweest van participatie, maar er staat verder alleen dat deze input is meegenomen in het proces rond de totstandkoming van dit voorstel, maar het wordt niet exact duidelijk wat er met deze participatie is gedaan. Het CDA hoort graag van de wethouder wat er met deze participatie is gebeurd en of die tot veranderingen in het voorstel heeft geleid, Zijn fractie wil dit met name weten omdat tijdens een debat in april 2024 een motie van mevrouw Vermeulen is aangenomen.

Daarin wordt gesteld dat wordt toegewerkt naar een vorm van ouderbetrokkenheid waarbij ouders zeggenschap hebben in het proces en betrokken worden bij het ontwikkelen, uitvoeren en verbeteren van het leerlingenvervoer. Tenslotte viel het zijn fractie op dat deze verordening zal leiden tot een bezuiniging van 185.000 euro. Later wordt gesproken over een beleidsregel die vanuit het college wordt vastgesteld en die leidt tot een bezuiniging van 360.000 euro. Het CDA is benieuwd wat er dan in die beleidsregel komt te staan. De voorzitter excuseert zich voor het noemen van een verkeerde naam voor de woordvoerder van de PvdA. Mevrouw Assen (PvdA) zal de volgende keer ‘bingo’ roepen. Zij vindt het fijn vandaag te spreken over deze verordening nadat de raad in de afgelopen jaren daar al vaak aandacht aan heeft besteed. Ieder kind en ieder gezin dat afhankelijk is van vervoer naar school moet erop kunnen vertrouwen dat dit vervoer betrouwbaar, veilig en tijdig plaatsvindt. Voor elke chauffeur in dit vervoer moeten de omstandigheden goed zijn en eigenlijk zo aantrekkelijk dat meer mensen dit willen doen. Daarop toetst de PvdA deze verordening. Dat de gemeente ook hier te maken heeft met minder geld van het Rijk maakt het echt moeilijk.

Ondanks de financiële realiteit, de situatie op de arbeidsmarkt en de gevolgen daarvan moet de gemeente altijd focussen op kwaliteit en de gevolgen voor leerlingen, ouders, leerkrachten en chauffeurs. De PvdA heeft deze week al een aantal vragen ambtelijk gesteld en haar fractie is blij dat de goedkoopste optie zo is benoemd vanwege de VNG- lijn, maar dat de inzet op kwaliteit leidend blijft. Over het punt aanbesteding kan haar fractie zich geheel aansluiten bij GL. Een algemeen punt dat op meer terreinen speelt is de systematiek in de tijd. Deze commissie vergadert nu in oktober, daarna moet de verordening nog aangenomen worden en dan gaat zij al in op 1 januari 2025. De effecten van deze verordening mogen niemand verrassen en mogen zeker niet tot gevolg hebben dat kinderen na de kerstvakantie niet meer gewoon naar school kunnen. Hierover wil zij graag een toezegging omdat de PvdA wil voorkomen dat er hierdoor stress ontstaat. Zij vraagt om een warme en zachte overgang. Dat geldt ook voor maatwerk. Daarover is al veel gezegd. Zij noemde het voorbeeld van hoe de situatie in een gezin van invloed kan zijn op hoe gemakkelijk dit te dragen is. Zij vraagt hoe dat maatwerk eruitziet omdat maatwerk ook tijd en geld kost. De PvdA ziet de voordelen van inzetten op zelfstandig vervoer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=1866dab1-9a8f-4b86-ae9f-c37800366558