Conceptverslag Commissie Volksgezondheid Onderwijs Werk en Economie 10 april 2025
Tekst van het document
5
10
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
10 april 2025 Stadhuisbrug 1, Utrecht C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
20
De voorzitter, dhr. F. Dekkers (GL), de wethouder mw. S. Schilderman, de commissiegriffier mw. W. Kok, de leden mw. M. Al-Saqaff (VVD), mw. H. Assen (PvdA), mw. G. Barelds (CDA), dhr. S. van Bemmel (PvdD), mw. B. Chirino (CU), dhr. S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), dhr. H. Geleijns (D66), mw. R. Heijne (GL), dhr. R. van den Hoek (UtrechtNu!), mw. R. Leever (PvdA), dhr. J. Otto (EenUtrecht), mw. N. Oul Fakir (BIJ1), mw. I. Raaijmakers (PvdA), dhr. I. Şimşek (DENK), dhr. A. Stam (VOLT), mw. E. Usmany (Student & Starter), mw. M. Vermeulen (GL)
Verslag ochtendvergadering commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie 25
30
1. Opening .........................................................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van 10 april 2025 ...............................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen ....................................................................................2 3.1 Raadsvoorstel Eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht ..................................................................................................2 3.2 Uitnodigingsbericht wethouder Schilderman ...........................................................................2 3.3 Uitnodigingsbericht over werklocaties .....................................................................................3 3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven ................................4 4. Verslagen ....................................................................................................................................10 5. Toezeggingen/moties ..................................................................................................................10 Pagina 1 van 35
6. Raadsvoorstel Beleidsnota Arbeidsmarkt ...................................................................................10 7. Raadsvoorstel Verordening Bedrijven-investeringszone (BIZ) ...................................................30
5
1. Opening 10
15
20
25
De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet de mensen thuis en op de publieke tribune, de wethouder en de commissieleden welkom. Spreker stelt vast dat er geen mededelingen van de commissieleden of van de wethouder zijn.
2. Vaststellen van de agenda van 10 april 2025 De voorzitter merkt op dat er vandaag twee inhoudelijke debatten zijn. Voor de nota Arbeidsmarktbeleid is een uur en 45 minuten uitgetrokken en voor de Verordening Bedrijveninvesteringszone een half uur. Wel zijn er nogal wat agenderingen. Het zou mooi zijn, als het lukt het procedurele deel snel af te doen. Het is zijn bedoeling de debatten af te ronden binnen de eerder door de commissie aangegeven tijd. Dan is de commissie om 12.45 uur klaar. Hij constateert dat de commissie ermee instemt de agenda vast te stellen. Spreker stuurt op de tijd en houdt de interrupties in de gaten.
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen 3.1 Raadsvoorstel Eerste wijziging van de Verordening re-integratie en tegenprestatie Participatiewet gemeente Utrecht
30
35
De voorzitter zet uiteen dat het voorstel is dit onderwerp te agenderen voor de commissievergadering van 22 mei 2025 voor 45 minuten. Misschien kan het korter. De commissie heeft vandaag een groot aantal agenderingen. Hij houdt het lijstje bij. Aan het einde van de agenderingen wordt bekeken of er een prioritering moet plaatsvinden om op 22 mi 2025 binnen de tijd te kunnen blijven. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) denkt dat dit onderwerp in 30 minuten kan worden behandeld. Er is in de afgelopen jaren veel over gesproken, het is een aanpassing. De voorzitter stelt vast dat er geen bezwaar is tegen 30 minuten.
40
45
50
3.2 Uitnodigingsbericht wethouder Schilderman De voorzitter geeft aan dat wethouder Schilderman de commissie ROG ( Ruimtelijke Ordening en Grondzaken) heeft gevraagd met enkele leden deel te nemen aan een werkgroep die een bezoek aan het Utrecht Science Park (USP) voorbereidt. De voorzitter van de commissie ROG heeft deze uitnodiging aan de commissie VOWE doorgestuurd, gezien het eerdere debat in deze commissie over het USP. De commissie ROG heeft vorige week besloten drie commissieleden (van VVD, VOLT en Student & Starter) deel te laten nemen aan die voorbereiding. Spreker vraagt of er behoefte bestaat om vanuit deze commissie een of twee leden aan die werkgroep te laten deelnemen. Hij ziet een reactie van de PvdA en van GL. Nu zijn dat twee leden van coalitiefracties. Is er misschien behoefte om coalitie en oppositie af te vaardigen? Als de commissie geen probleem heeft met deze twee fracties, heeft hij dat ook niet.
Pagina 2 van 35
Mevrouw Vermeulen (GL) merkt op dat de leden die door de andere commissie zijn aangewezen juist tot de oppositie behoren. Zij denkt dat het zo een mooie mix is. Overigens zijn alle fracties betrokken bij het USP. 5
De voorzitter ziet hier fracties die veel belang hechten aan dit onderwerp. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt de naam van haar collega Pieter Stam op de lijst te zetten.
10
De voorzitter zal dit doorgeven. 3.3 Uitnodigingsbericht over werklocaties
15
De voorzitter herinnert eraan dat het de vorige keer erop leek dat de agenda voor de volgende vergadering van deze commissie niet zo vol was. Wethouder Schilderman heeft toen spontaan een wekbezoek aan de werklocaties voorgesteld. Daar was ook wel belangstelling voor. De wethouder nodigt de commissie nu uit voor twee bezoeken op een middag van 13.00 tot 16.00 uur. Spreker vraagt of hiervoor belangstelling is en of de commissie een of twee bezoeken wil.
20
Mevrouw Heijne (GL) heeft de vorige keer aangegeven dat GL hier inderdaad belangstelling voor heeft. Zij beantwoordt de eerste vraag dus met ja. Zij heeft de twee voorstellen gelezen. Zij lijken haar allebei interessant en relevant, maar de commissie zal moeten bekijken of het in te plannen is.
25
De voorzitter ziet dat er in elk geval belangstelling is. Hij vraagt of ander leden een opvatting hebben over een of twee bezoeken. Hij hoort geen reacties Hij neemt het voorstel van GL over en stelt vast dat niemand daartegen bezwaar heeft. Er moeten nog data worden vastgesteld voor die werkbezoeken.
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Kok geeft aan dat de vorige keer de agenda vrij leeg leek. Daarop deed wethouder Schilderman toen het verzoek. Het verzoek is nu of de commissie een datum wil vaststellen, maar voor de volgende commissievergadering zijn er behoorlijk wat agenderingen. Zij schat dus in dat die donderdagmiddag niet vrij is. Zij vraagt of de commissie dan het college verzoekt een voorstel voor een datum te doen. Het college vraagt wel het op een middag te doen, tussen 13.00 uur en 16.00 uur. Het kan een andere ‘raadsdag’ of een heel andere dag worden. Het is wel fijn, als de commissie hierover iets meegeeft. Mevrouw Heijne (GL) vreest dat het heel diffuus wordt. Voor GL hebben donderdagen duidelijk de voorkeur. Als het overdag op een dag anders dan een donderdag wordt, is het voor haar in elk geval heel ingewikkeld om mee te doen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) sluit zich hierbij aan. Op een ander dag dan een donderdag zal de VVD er in de middag niet bij kunnen zijn. Zij zou de wethouderwillen vragen of er opties zijn om te kijken naar een dinsdag wat later in de middag of een avond. De voorzitter acht de kans groot dat deze commissie kijkt naar tijden van andere commissies. Er zijn mensen die in verscheidene commissies zitten. Hij stelt voor dat de commissie uitspreekt het op een donderdag te doen en dat dit verder via de mail wordt geregeld.
De heer Stam (VOLT) vraagt of de wethouder iets kan zeggen over wanneer de commissie het debat over deze beleidsnota zal voeren. Dat geeft een beeld van hoe snel de commissie die bezoeken moet plannen. Wethouder Schilderman deelt mee dat deze beleidsnota zich op dit moment in de inspraak bevindt. Zij verwacht de nota binnen afzienbare tijd naar de commissie te kunnen sturen, maar de ervaring leert dat het even neemt voordat de commissie zo’n nota agendeert. Deze bezoeken hoeven dus niet binnen één maand plaats te hebben. Maar volgens haar zijn de commissie en zij op zoek naar een donderdagmiddag omdat de commissie ook buiten iets wil zien en omdat bedrijven ook wel eens dicht zijn. Het lijkt haar daarom wel verstandig om meteen te gaan zoeken. De commissie kan niet nog een halfjaar wachten, dan heeft zij het moment gemist. Pagina 3 van 35
De voorzitter vraagt of de commissie het regelen van die datum, met het verzoek het op een donderdag te doen, aan het college kan overlaten. 5
Volgens wethouder Schilderman is het dan wel handig om met de commissiegriffier of de commissiegriffiers daarover te kunnen overleggen. Het college kan dat niet eenzijdig plannen. Het lijkt erop dat het over een andere commissie heen kan gaan. Als het wordt geprogrammeerd als onderdeel van deze commissie, weet zij zeker dat de commissieleden tijd hebben. Als de commissie daar niet toe bereid is, wordt het wel moeilijker.
10
De voorzitter heeft dat probleem daarnet ook geschetst. Het gaat in afstemming met de commissie, maar het initiatief ligt bij het college.
15
De heer Stam (VOLT) ziet dat er in de volgende raadscyclus in elk geval twee donderdagmiddagen zijn waarin deze commissie geen debatten voert, 15 mei en 5 juni 2025. Wellicht kan nu al worden geïnventariseerd of die data werken voor de commissieleden. Het lijken hem goede data.
20
25
30
De voorzitter merkt op dat dit data voor andere commissies zijn. Hij stelt echt voor om dit buiten de vergadering te doen. Het gaat veel tijd kosten om dit nu te gaan inventariseren. Wethouder Schilderman wijst erop dat, als de opdracht is dat het op een donderdag moet, dat de commissie dan moet kunnen en dat het niet over een andere commissie heen mag gaan, zij nul data zal vinden. De voorzitter geeft aan dat de commissie heeft gezegd dat dit waarschijnlijk over een andere commissie heen moet gaan. Dan is het wel fijn om even te inventariseren of dat erg veel problemen oplevert. Dat is welhaast nodig. De heer Stam (VOLT) meent dat, als dat de kaders zijn, er twee donderdagen zijn tot het zomerreces waarop het kan, 15 mei en 5 juni 2025. Op een van die twee zal het dus uitkomen. Volgens de voorzitter is dat een juiste inschatting. Maar het worden twee dagen, de commissie heeft twee bezoeken gepland.
35
40
45
50
55
60
Spreker gaat over tot het volgende punt: het debat over de ontwerpbegroting 2026 van de GGD Regio Utrecht. In mei 2025 heeft de commissie een debat over het nog te ontvangen raadsvoorstel Zienswijze op de ontwerpbegroting 2026 van de GGD RU. In januari 2025 besloot de commissie hiervoor 45 minuten uit te trekken. Hij stelt vast dat de commissie dit nog steeds voldoende vindt. De GGD-stukken zijn gisteren binnengekomen. Het raadsvoorstel ontvangt de commissie uiterlijk 14 mei 2025. Dan is er de raadstoets Economische Zaken. De raad voert een raadstoets uit op de jaarstukken wonen en economische zaken. De leden Al-Saqaff, Van Bemmel en Heijne zijn raadsrapporteurs; zij nemen namens de commissie het programma technisch door en kijken daarbij naar de drie Wvragen: wat wil de gemeente bereiken, wat heeft de gemeente daarvoor gedaan en wat heeft dit gekost? Op dinsdag 10 juni 2025, de RIB-avond (raadsinformatiebijeenkomst) voor ROG (Ruimtelijke Ordening en Grondzaken) en JWCS (Jeugd, Welzijn, Cultuur en Sport), presenteren de raadsleden beide raadstoetsen aan de raad. Het is fijn, als de woordvoerders voor die onderwerpen daarbij aanwezig zijn. Mevrouw Vermeulen (GL) heeft begrepen dat er dan twee raadstoetsen worden gepresenteerd. Bij de raadstoets wonen zitten mevrouw Vermeulen, de heer Te Hoonte en mevrouw Bode. Volgens de voorzitter klopt dat.
Hij stelt vast dat de commissie akkoord gaat met die RIB-avond. Tijdens die avond vindt de presentatie plaats van die inzichten en daarbij kunnen de woordvoerders voor die onderwerpen aanwezig zijn. De commissieleden ontvangen te zijner tijd een uitnodiging. 3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven Pagina 4 van 35
5
De voorzitter brengt naar voren dat in de app al verschillende suggesties zijn gedaan. Hij gaat het eerst in op het voorstel voor een debat over arbeidsmigratie. In de raadscommissie JWCS is aangegeven dat een aantal fracties in de commissie VOWE een debat wil over arbeidsmigratie. Hij geeft het woord aan mevrouw Raaijmakers om het politieke punt toe te lichten.
15
Volgens mevrouw Raaijmakers (PvdA) klopt dit. De agenderende fracties willen een debat over de situatie van arbeidsmigranten in Utrecht. Arbeidsmigranten hebben vaak een bijzonder precaire woon- en werksituatie en een slechte toegang tot zorg. Dat leidt tot zeer schrijnende situaties. Deze fracties willen in een debat kijken naar wat er wordt gedaan om de situatie van arbeidsmigranten te verbeteren op het gebied van werk, zorg en huisvesting. De agenderende fracties hebben het onderwerp hier willen laten landen, maar zij hebben daarbij ook aangegeven dat zij ook wethouder Streefland vanuit JWCS willen uitnodigen en wellicht ook de burgemeester omdat het echt ook om veiligheid gaat. Het hele college hoeft daar niet te zitten. Uiteraard wordt ook wethouder Schilderman uitgenodigd. Haar fractie heeft dit onderwerp geagendeerd samen met de CU, GL, PvdD, EenUtrecht, Student & Starter, het CDA en Bij1.
20
De voorzitter merkt op dat de agenderende fracties verscheidene leden van het college uitnodigen, maar zij geven het college ook enige ruimte om te kijken wie er precies komen. Er zijn voldoende ‘agendeerders’ en daarmee is er waarschijnlijk ook voldoende steun. Hoeveel tijd stelt mevrouw Raaijmakers voor?
10
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) denkt aan 90 minuten. 25
30
35
De voorzitter stelt vast dat het 90 minuten wordt. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) meent dat het misschien meer dan 90 minuten moet zijn. Zij denkt aan een kwartier erbij. De voorzitter vraagt voor de volledigheid of haar fractie zich heeft aangesloten bij de agendering. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) is ook een van de agendeerders. De voorzitter wijst erop dat de commissie probeert voldoende tijd voor het debat te organiseren, maar dat er veel agendapunten komen. De commissie moet realistisch zijn, zij kent de ‘wet van klets’: als er meer tijd wordt uitgetrokken, wordt die tijd ook vol gemaakt. Hij vraagt of 90 minuten voldoende is. Mevrouw Chirino (CU) denkt dat 90 minuten voldoende is.
40
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) gaat akkoord met die 90 minuten. Zij krijgt het bericht door dat de VVD graag mee agendeert. De heer Stam (VOLT) meldt dat VOLT zich graag aansluit bij deze agendering.
45
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zou met tien fracties erbij wel voor 105 minuten gaan. De voorzitter concludeert dat het 105 minuten wordt.
50
55
60
Spreker gaat naar het voorstel voor een debat over zorg voor ongedocumenteerden. In de commissie JWCS is er onlangs een RIB geweest over zorg voor ongedocumenteerden. Dit valt onder de portefeuille Volksgezondheid. Daarom willen leden van deze commissie hierover een debat. Hij geeft het woord aan mevrouw Oul Fakir om het politieke punt toe te lichten. Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) licht toe dat de commissie een RIB heeft gehad waarin artsen, hulpverleners en belangenorganisaties de werkelijke situatie van deze groep hebben toegelicht. Hoewel gezondheidszorg een fundamenteel mensenrecht is, hebben ongedocumenteerde mensen niet altijd volledig toegang tot de zorg of weten zij de aansluiting op de zorg niet altijd te vinden. Dit leidt in de praktijk tot onnodige en langdurige gezondheidsproblemen. Soms leidt het tot levensgevaarlijke situaties. BIJ1, VOLT, PvdD, PvdA, GL en EenUtrecht willen dus in een commissie met elkaar en met het college bespreken hoe de toegang tot zorg voor Pagina 5 van 35
ongedocumenteerden kan worden verbeterd en welke maatregelen nodig zijn om deze knelpunten lokaal te verhelpen. 5
10
De voorzitter vraagt of er fracties zijn die zich hierbij aan willen sluiten als agendeerder. Hij ziet geen opgestoken handen. Maar met het aantal agendeerders is er voldoende steun. Hij hoort dat mevrouw Oul Fakir 90 minuten behandeltijd voorstelt. Het wordt 90 minuten. Spreker stelt het voorstel voor het debat over de raadsbrief over evenementen en actualiteiten aan de orde.
15
De heer Van Bemmel (PvdD) brengt naar voren dat deze brief gaat over de zoektocht naar een permanente evenementenlocatie. De PvdD heeft de agendering eerder aangekondigd. Stadsbelang Utrecht, D66, GL, UtrechtNu!, EenUtrecht en VVD willen mee-agenderen. De fracties hebben elk een eigen invalshoek. De PvdD wil met de commissie en de wethouder in gesprek gaan over de keuze om ook onder natuurrijke groengebieden te zoeken naar een locatie, Stadsbelang Utrecht wil het hebben over geluid en D66 vindt dat het sneller mag. Deze perspectieven gaan de initiatiefnemers verwerken in de agendering. Hij vraagt of nog meer fracties meedoen en wat hun insteek daarbij is. De agendeerders denken aan 90 minuten.
20
De voorzitter had ook het CDA op zijn lijstje staan. Klopt dat en willen nog andere fracties zich aansluiten? Mevrouw Barelds (CDA) bevestigt de deelname van haar fractie.
25
30
De voorzitter ziet dat ook de CU en Student & Starter mee willen doen. Die fracties kunnen waarschijnlijk bij de agendeerders aangeven of zij aansluiten bij een specificering van de agendering. Er is in elk geval voldoende steun. De heer Van Bemmel (PvdD) stelt dus 90 minuten voor. De voorzitter ziet dat daar geen bezwaar tegen is. Het wordt dus 90 minuten. Het volgende onderwerp is de RIB over toeleiding naar voorschoolse educatie.
35
40
De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat het hierbij gaat om zowel de voordelen van deze educatie als om de voorschoolse educatie op zich. Zijn fractie wil informatie ophalen over vrij veel kwesties, zoals wachttijden, personeelstekorten, werkdruk, kwaliteit, effectiviteit en het bereik van voorzieningen. Zijn fractie agendeert dit mede namens GL en de PvdA. Gezien het grote aantal onderwerpen en de perspectieven die zijn fractie wil ophalen stelt hij een behandeltijd van 90 minuten voor.
45
De voorzitter vraagt of er fracties zijn die zich als agenderende en dus organiserende fracties bij deze drie fracties willen aansluiten. Hij ziet dat dit niet het geval is. De standaardtijd is 60 minuten. Spreker vraagt of er bezwaar is tegen 90 minuten. Hij ziet dat de leden elkaar die lange tijd gunnen. Dan krijgt deze RIB een plek op 13 mei 2025 voor 90 minuten.
50
Mevrouw Assen (PvdA) is zelf een van de mede-agendeerders en zij besteedt graag nog veel meer tijd aan dit onderwerp. Maar zij denkt dat deze tijd wel wat scheef is. Bij RIB’s over onderwerpen die door meer fracties zijn geagendeerd is haar en anderen immers voorgehouden het tot 60 minuten te beperken. Zij zou 90 minuten hiervoor wel wat inconsequent vinden. Misschien is dit niet logisch. De voorzitter ondersteunt als zodanig deze opvatting.
55
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) volgt mevrouw Assen in deze. De voorzitter stelt voor om het onderwerp toch in 60 minuten te behandelen.
60
De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vindt dat prima. Pagina 6 van 35
De voorzitter concludeert dat het 60 minuten wordt.
5
10
15
20
Spreker vraagt mevrouw Verrmeulen het politieke punt van de RIB over inclusief onderwijs toe te lichten. Mevrouw Vermeulen (GL) heeft dit voorstel nog niet geagendeerd en zij heeft het ook nog niet gedeeld. Zij wacht nog op een brief die de commissie zal krijgen. Op basis daarvan zal zij de teksten invullen en het moment kiezen. De voorzitter geeft aan dat er ook een voorstel is voor een debat over de second opinion nadeelcompensatie Amsterdamsestraatweg. Hij vraagt mevrouw Al-Saqaff het politieke punt toe te lichten. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat het politieke punt natuurlijk de second opinion is. Daarin staan zaken die wellicht kunnen bijdragen aan een ander beeld van het college over de inrichting van de nadeelcompensatie. Om deze reden agendeert de VVD graag deze second opinion. Die second opinion was aangevraagd door de VVD, UtrechtNu! en D66. EenUtrecht en het CDA agenderen nu ook mee. De voorzitter vraagt of andere fracties zich hierbij willen aansluiten. Mevrouw Heijne (GL) deelt mee dat haar collega Fred Dekkers ook graag mee-agendeert.
25
30
De voorzitter ziet dat er dan voldoende steun is voor deze agendering. Mevrouw Assen (PvdA) deelt mee dat haar collega Mohamed Talhaoui ook graag meeagendeert. De voorzitter denkt dat het onderwerp met dit aantal agendeerders in 60 minuten kan worden behandeld. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) had 75 minuten in gedachten. Zij denkt dat de commissie er daarmee wel uitkomt.
35
40
45
50
55
De voorzitter vraagt zich af of bij dit onderwerp veel fracties zich niet bij elkaar aan kunnen sluiten. Volgens mevrouw Al-Saqaff (VVD) heeft de voorzitter gelijk, maar het is de vraag of mensen dat doen. Zij denkt dat de commissie met dit aantal agendeerders de 75 minuten haalt. De voorzitter probeert het omdat de commissie de opdracht heeft de vergadertijd te beperken. Hij stelt vast dat het 75 minuten wordt. Vervolgens vraagt spreker de PvdA om het voorstel voor een debat over het MBO-uitvoeringsplan toe te lichten. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) licht dit toe namens haar collega Talhaoui. De evaluatie van het MBO-uitvoeringsplan is een goed moment om stil te staan bij een aantal thema’s rond kansengelijkheid voor Utrechtse MBO-studenten. De PvdA wil een gesprek in de commissie over drie punten: het functioneren en de verdere ontwikkeling van het stagesysteem, het structureel mogelijk maken van deelname van MBO-studenten aan het Utrechtse studentenleven en de vervolgacties op de position paper ‘Van selectie naar talentenmaatschappij’. Dit debat biedt ruimte om gezamenlijk te reflecteren op de voortgang en mogelijke aanvullende stappen. Het voorstel wordt door acht fracties geagendeerd: naast de PvdA zijn dat CDA, D66, DENK, GL, Student & Starter, EenUtrecht en VVD. De voorzitter vraagt mevrouw Raaijmakers (PvdA) of zij een voorstel heeft voor de duur van het debat.
60
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) antwoordt dat haar collega 120 minuten heeft voorgesteld. Pagina 7 van 35
Mevrouw Oul Fakir (BIJ1) had via de mail aangegeven mee te willen agenderen. 5
10
15
Wethouder Schilderman probeert mee te denken. Daarnet werd een debat geagendeerd dat volgens haar helemaal niet in deze commissie thuishoort. Het gaat om de Amsterdamsestraatweg. Bij het college is dat wijkgericht werken en anders zou het openbare ruimte zijn en dan hoort het in de commissie MGOR (Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte). Als het om een algemene benadering gaat, valt het onder Juridische Zaken en dan hoort het bij de commissie VBF (Veiligheid, Bestuur en Financiën) Mevrouw Al-Saqaff (VVD) begrijpt de wethouder, maar merkt op dat deze discussie eerder heeft plaatsgehad. Toen is geconcludeerd om dit in de commissie VOWE te doen omdat er daar al eerder een debat over nadeelcompensatie is geweest. De voorzitter bevestigt dat dit eerder in deze commissie is besproken. Hij gaat terug naar de duur van het debat over het MBO. Mevrouw Chirino (CU) sluit zich aan bij de agendering. 90 minuten lijkt haar fractie prima.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De voorzitter vraagt de commissiegriffier of dit nog kan. Mevrouw Kok antwoordt dat met de agenderingen die de commissie nu heeft staan nog krap een uur mogelijk zou zijn. Als de commissie meer tijd wil, is het zaak om zo meteen te bekijken wat de commissie de volgende keer in ieder geval wil bespreken. Anders gaat de planning over de tijd. De voorzitter wijst erop dat de commissie de mogelijkheid heeft om dit onderwerp of een ander iets korter te plannen. Dan zit de commissie op een strakke planning in de volgende vergadering. Als dat niet gebeurt, moet de commissie bekijken of er een onderwerp is dat kan worden doorgeschoven. Mevrouw Vermeulen (GL) denkt dat de commissie voor de GGD die 45 minuten niet nodig heeft. Met 30 minuten komt de commissie prima uit. Dan past het net. De voorzitter merkt op dat de commissie dat voorstel nog niet heeft, maar het lijkt hem een goede inschatting dat dat in 30 minuten kan. Maar dan is er nog steeds een tekort aan tijd. De heer Stam (VOLT) zou toch niet willen voorstellen de tijd voor de GGD in te korten. De commissie heeft dat stuk over de GGD nog niet eens gelezen. Hij wil daarvoor gewoon de tijd nemen. Voor hem hoeft de volgende vergadering niet helemaal vol te worden gepland. Dan weet de commissie immers dat zij de volgende keer hier tot diep in de nacht zal zitten.
Hij zou bijvoorbeeld het debat over het MBO willen doorschuiven naar de veegcommissievergadering. Volgens de voorzitter komt dan de vraag aan de orde welk van die onderwerpen het kan verdragen om later te worden besproken. Hij vraagt of de commissie de suggestie onderschrijft om dat voor het MBO-uitvoeringsplan te doen. Of vindt de commissie dat nadere punten goed kunnen worden uitgesteld? Mevrouw Raaijmakers (PvdA) meent dat op zich een debat over het punt arbeidsmigranten ook later zou kunnen. Maar de vraag is wat er nog meer wordt verwacht van die veegcommissie. Het moet wel voor de Voorjaarsnota worden besproken. De voorzitter wijst erop dat de agenda voor de veegcommissie pas later wordt vastgesteld omdat de commissie niet weet wat er allemaal aan raadsbrieven komt die de commissie wil agenderen en wat er komt aan eigen agenderingen. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of er voor de veegcommissie drie uur beschikbaar is of meer tijd. De voorzitter geeft aan dat er drie uur voor beschikbaar is. Dan heeft de commissie dus al de helft van die tijd gevuld. Pagina 8 van 35
5
10
15
20
25
30
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) denkt dat zowel MBO als arbeidsmigranten in de veegcommissie zouden kunnen worden besproken. Dan zou het probleem opgelost zijn, maar zij weet niet hoe andere fracties hierover denken. De heer Şimşek (DENK) heeft de ervaring met veegcommissies dat het vaak spannend kan zijn omdat er vaak één dagdeel is voor één specifieke commissie. Misschien is het goed te kijken welke van de twee onderwerpen, MBO en arbeidsmigranten, meer agenderende fracties heeft. Hij heeft het idee dat er bij MBO meer fracties meedoen. Om die reden is het wellicht beter om arbeidsmigranten door te schuiven. Mevrouw Chirino (CU) doet de suggestie om beide debatten met een kwartier in te korten. Dan zou het wel passen. Zij weet niet wat er nog komt, maar dan is het mogelijk die veegcommissie voor nog iets anders beschikbaar te houden. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is daar niet voor omdat de commissievergadering dan weer tot de nok gevuld is. Het heeft haar voorkeur om het MBO sowieso later te behandelen omdat zij daarvoor ruim de tijd wil nemen. De voorzitter wijst erop dat de commissie de agenda voor de veegcommissie pas de volgende keer definitief vaststelt, maar hij ziet steun voor het idee om het MBO-uitvoeringsplan volgende keer nog niet te agenderen. Dat komt dan waarschijnlijk in de veegcommissie. Dat stelt de commissie dan nu als zodanig vast. Hij ziet namelijk geen bezwaren.
De heer Şimşek (DENK) hoort het niet goed. Welke van de twee wordt nu doorgeschoven naar de veegcommissie? De voorzitter antwoordt dat het MBO-uitvoeringsplan wordt doorgeschoven. Daarvoor is een tijd genoemd van 90 minuten. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) brengt naar voren dat daarvoor 120 minuten was genoemd, door haar fractie. Nee, voor MBO is 120 minuten genoemd.
35
40
45
50
55
60
De voorzitter stelt voor dat de commissie dit laat afhangen van het procedurele deel van de volgende vergadering. Met 120 minuten wordt twee derde van de tijd ingepland. Dan moet de commissie prioriteren en dat zou kunnen betekenen dat de commissie dat net iets korter wil doen. De heer Şimşek (DENK) stelt voor om, als de PvdA daarmee kan leven, één uur te nemen voor arbeidsmigranten. Hij meent dat daarvoor nu 105 minuten is uitgetrokken. Hij stelt voor om in de volgende vergadering pas te beslissen welke van de twee onderwerpen de commissie op die dag gaat doen. Dan komen de leden natuurlijk wel in de knel met de voorbereiding. Zijn voorstel is om arbeidsmigranten naar de veegcommissie te laten gaan en MBO in de eerstvolgende vergadering te behandelen omdat hij er op grond van zijn ervaring vanuit gaat dat het MBO-debat kan uitlopen. De voorzitter vraagt of er leden zijn die hierover een inhoudelijke opmerking willen maken. Mevrouw Chirino (CU) deelt mee dat haar fractie het prima vindt om dat debat dan door te schuiven. Mevrouw Al-Saqaff vraagt de voorzitter twee opties voor te leggen aan de commissie. Dat wil de voorzitter juist doen. Hij legt twee opties voor: de eerste is MBO doorschuiven, de tweede is arbeidsmigranten doorschuiven. De leden kunnen voor de twee opties zijn, maar dan is die commissievergadering al helemaal gevuld.
Hij ziet dat zes leden voor optie 1 zijn en dat twee leden daartegen zijn. Er is een meerderheid om optie 1 door te schuiven. Spreker vraagt wie ervoor is om arbeidsmigranten door te schuiven. Hij ziet dat twee leden daarvoor zijn en dat één lid daartegen is. Er is dus een meerderheid van twee tegen één om dit onderwerp door te schuiven. Hij vraagt of de commissie zich dat goed realiseert. Pagina 9 van 35
5
10
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) hoorde dat de voorzitter als eerste optie aangaf het doorschuiven van het MBO. Toen gingen zeven handen omhoog en toen kwam hij met de optie arbeidsmigranten door te schuiven. Toen gingen er drie handen omhoog. Zij heeft het gevoel dat de commissie dan kan concluderen dat zij MBO doorschuift. De voorzitter heeft, voordat de commissie ging stemmen, gezegd dat dat hij twee opties voorlegt en dat de leden voor beide opties kunnen stemmen. Misschien is dat niet goed tot de leden doorgedrongen. In ieder geval heeft de commissie besloten om het MBO-uitvoeringsplan door te schuiven. Nu ligt de vraag voor of de commissie ook het andere onderwerp wil doorschuiven. De leden kunnen voor of tegen stemmen. De heer Stam (VOLT) meent dat niemand ervoor is om twee debatten door te schuiven. Als MBO wordt doorgeschoven, kan het debat over arbeidsmigranten gewoon in mei 2025 plaatsvinden.
15
De voorzitter wijst erop dat de heer Stam dat gewoon kan laten blijken door er tegen te zijn. Hij vraagt nogmaals wie ervoor is om het door te schuiven. Hij ziet dat niemand ervoor is. Bij de vraag wie daartegen is ziet hij meer handen. Het is wel fijn, als de leden laten merken wat zij vinden. Hij stelt vast dat er geen andere agenderingen zijn.
20
4. Verslagen
25
De voorzitter deelt mee dat er geen tekstuele opmerkingen zijn ontvangen over de verslagen van de openbare vergaderingen van de commissie van 13 maart 2025 en van 20 maart 2025. Hij ziet dat de commissie akkoord gaat met het vaststellen van deze verslagen.
5. Toezeggingen/moties 30
De voorzitter vraagt of iemand vragen of opmerkingen heeft over deze lijst. Hij ziet dat er geen opmerkingen zijn. Hiermee is de lijst ongewijzigd vastgesteld. De voorzitter schorst de vergadering om 10.42 uur en heropent deze om 10.44 uur.
6. Raadsvoorstel Beleidsnota Arbeidsmarkt 35
40
45
50
55
De voorzitter zet uiteen dat het college de raad vraagt de beleidsnota Arbeidsmarkt vast te stellen en in de begroting een nieuwe hoofddoelstelling met indicatoren op te nemen. De nota geeft aan hoe de gemeente in de komende vier jaar het arbeidsmarktbeleid invult en bijdraagt aan het realiseren van een weerbare en wendbare arbeidsmarkt waarin Utrechters een goede kans op een baan hebben en werkgevers succesvol kunnen ondernemen en een goede werkgever kunnen zijn. De commissie bespreekt dit voorstel in 105 minuten en in twee termijnen. De heer Geleijns (D66) brengt naar voren dat D66 vindt dat Utrecht een stad is om in te wonen en in te werken. Het is een stad waarin zoveel mogelijk Utrechters een baan moeten kunnen vinden, naast alleen een huis. Als de gemeente het autogebruik ontmoedigt, het parkeren beperkt en hoog inzet op fiets en OV, dan moet de gemeente er ook voor zorgen dat bedrijven en arbeidsplekken hier blijven en zoveel mogelijk worden ingevuld. Als de gemeente hier een stimulerende rol kan spelen, moet zij dat zeker doen. Daarom staat D66 achter deze beleidsnota en de daarin voorgestelde maatregelen en aandachtsgebieden om de komende jaren de arbeidsmarkt sterk en flexibel te houden.
D66 is in het bijzonder blij met de onderwerpen samenwerking en innovatie (de triple helix overheid, onderwijs en bedrijfsleven/werkgevers), maar ook met de aandacht voor inclusiviteit en gelijke kansen voor iedereen, met speciale aandacht voor kwetsbare groepen in het MKB (midden- en kleinbedrijf). Wel zou D66 graag zien dat de invloed van AI (artificiële intelligentie) ook aandacht krijgt in de beleidsnota. De snelle opmars daarvan zal zowel banen doen verdwijnen als nieuwe banen creëren. Er zullen banen verdwijnen of veranderen, hij denkt dan aan administratieve rollen, eenvoudige logistieke takenrollen en basis klantenservices Pagina 10 van 35
5
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is benieuwd naar waarom AI zo belangrijk is. Andere technologieën zorgen er ook voor dat de samenleving op een bepaalde manier kan veranderen en dat er sneller kan worden gewerkt. Waarom wordt dan die invalshoek genoemd en niet de technologische ontwikkelingen in het algemeen?
10
De heer Geleijns (D66) antwoordt dat AI iets is dat over alle groepen heengaat. De technologische ontwikkeling en de ICT zijn wel dedicated, daar werkt AI natuurlijk ook op in. Het is alles omvattend, het werkt in de overheidsdiensten, in de maakindustrie en eigenlijk bij alle werkplekken.
15
20
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) meent dat iemand het wel heel nauw ziet, als hij het alleen op AI richt. Alles op het gebied van innovatie kan opeens net zo baanbrekend zijn als AI. Waarom wordt alleen daarop de focus gericht? De heer Geleijns (D66) doet dat omdat er rapporten zijn van o.a. de Universiteit van Utrecht van een paar jaar geleden die zeggen dat er daardoor een verschuiving zal zijn met een impact op 80.000 tot 100.000 banen in deze stad. Daaraan mag wel speciale aandacht worden gegeven. Volgens mevrouw Chirino (CU) staat heel duidelijk in de nota dat er aandacht is voor technologische ontwikkelingen en dat het college een wendbare arbeidsmarkt wil. Zij ziet helemaal niet wat D66 hier mist.
25
De heer Geleijns (D66) geeft aan dat D66 de bijzondere aandacht voor AI mist, zoals hij al heeft gezegd. De stad zal daar in de komende jaren veel mee te maken krijgen. Het speelt nu al en D66 vindt dit wel extra aandacht waard, al is het maar om er inhoudelijk aandacht aan te besteden in de nota.
30
Mevrouw Chirino (CU) vraagt zich dan af of dat een hogere ambitie is die bovenop wat er nu al ligt komt.
35
40
De heer Geleijns (D66) antwoordt dat dat niet zozeer het geval is. Het is, zoals hij al zei, de impact die het heeft op al die beroepsgroepen. Dat moet de gemeente goed monitoren zodat zij ook tijdig kan ingrijpen. Als er banen veranderen, moet er immers tijdig worden begonnen met omscholen. Als dit te weinig wordt gemonitord, dan kan dat ertoe leiden dat de ontwikkeling van de arbeidsplekken de gemeente wel eens niet gaat bevallen. Er ontstaan echter natuurlijk ook banen: AI-trainers, data-analisten, ethiekexperts, etc. AI zal in Utrecht waarschijnlijk geen massale werkeloosheid veroorzaken, maar wel een forse verschuiving in de arbeidsmarkt. Routinebanen zullen afnemen en er komt meer vraag naar technisch geschoold personeel en hybride rollen waarin menselijke creativiteit en AI samengaan. Deze mogelijke gevolgen voor de Utrechtse arbeidsmarkt mag de gemeente niet negeren. D66 vraagt de wethouder wat zij daarvan vindt en krijgt graag een reflectie. D66 steunt dus wel deze nota, maar vraagt nogmaals aan de wethouder om expliciet aandacht te besteden aan AI en de impact op de Utrechtse arbeidsmarkt.
45
De heer Stam (VOLT) is blij dat de heer Geleijns aandacht vraagt voor de impact van AI. Spreker vraagt echter wel welke rol hij hier ziet voor de gemeente.
50
De heer Geleijns (D66) meent dat de gemeente de taak heeft te letten op veranderingen of verschuivingen in de arbeidsplaatsen. Dat gaat samen met de ontwikkeling van AI. Als de gemeente dat goed monitort, kan zij met de middelen die daarvoor beschikbaar zijn en de verschillende onderdelen van die nota, de uitvoeringsonderdelen, daar gericht op inspelen.
55
De heer Stam (VOLT) begrijpt dit antwoordt. Hij vindt het wel een beetje algemeen. Spreker vindt dat deze nota al heel dicht aan zit tegen nationale verantwoordelijkheden. Denkt de heer Geleijns ook niet dat de vragen die hij stelt niet veel beter door de Rijksoverheid kunnen worden opgepakt? De heer Geleijns (D66) weet dat er op rijksniveau ook naar wordt gekeken. Maar de commissie heeft het hier over de lokale economie en de lokale arbeidsplekken. Omdat er ook heel veel in de adviseringswereld speelt en ook in de ICT, zal de impact van AI wellicht veel groter zijn. Hij vindt Pagina 11 van 35
het belangrijk dat een gemeente als Utrecht dat goed in de gaten houdt en daar tijdig op inspeelt, voor Utrecht. 5
Volgens de voorzitter had mevrouw Al-Saqaff daarnet al een interruptie over AI . Dit is toch eigenlijk wel hetzelfde onderwerp. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) dacht dat D66 klaar was. Daarom stak zij haar hand op.
10
15
20
25
30
35
40
De heer Geleijns (D66) heeft nog twee zinnen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) komt na die twee zinnen graag met een interruptie. De heer Geleijns (D66) heeft al om de expliciete aandacht van de wethouder gevraagd. Dan zal het Utrecht de komende jaren zeker helpen om een concurrerende plek te blijven om te werken en om te ondernemen met een inderdaad robuuste en flexibele arbeidsmarkt. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) bedacht dat er ook andere technologische ontwikkelingen zijn die door alle sectoren heen lopen. Maar wat vindt D66 van de knoppen waaraan gedraaid kan worden? Hoeveel aandacht is er volgens D66 aan de vraagzijde? De heer Geleijns (D66) begrijpt de vraag niet helemaal. De voorzitter geeft aan dat mevrouw Al-Saqaff haar vraag kan toelichten. Dat is geen tweede interruptie. Dit gaat dus uit Diversen. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zet uiteen dat er op drie manieren kan worden gekeken naar het sturen op de arbeidsmarkt. Dat staat ook in de nota. Dat zijn: het verbeteren van de huidige en de toekomstige match, het vergroten van het arbeidsaanbod en de vraag naar arbeid. Zij heeft het gevoel dat het in de nota scheef ligt met de aandacht voor de vraag naar arbeid. Zij vraagt hoe D66 dat ziet. De heer Geleijns (D66) kan niet zo direct een antwoord op deze vraag geven. Hij ziet in ieder geval wel dat D66 vindt dat AI voor alle sectoren die impact kan hebben.
In de nota staat ook dat de gemeente aandacht moet hebben voor veranderingen van banen of mogelijke werkeloosheid. Er moet dus tijdig worden begonnen met omscholen. Wat spreker betreft moet dat nu al beginnen voor een aantal functies. Dat is zijn antwoord. De voorzitter ziet dat de CU wil interrumperen. Volgens hem gaat dat niet meer over AI, daarover heeft de commissie het gehad. Mevrouw Chirino (CU) heeft een heel andere vraag. Zij vraagt zich af wat D66 vindt van de financiële paragraaf van deze nota.
45
De heer Geleijns (D66) vindt dit een goede vraag. Zijn fractie heeft gezien dat er dekking is, maar ook dat er voor een deel geen dekking is. Zijn fractie heeft misschien wel ideeën over hoe dat geregeld moet worden, maar het lijkt hem dat dit een plek moet krijgen bij de behandeling van de Voorjaarsnota.
50
De heer Şimşek (DENK) was het ontgaan dat de heer Geleijns klaar was met zijn bijdrage. Hij wilde het einde van diens bijdrage afwachten om dan met een interruptie te komen. D66 vindt kansengelijkheid belangrijk. Vindt D66 het dan niet vreemd dat eigenlijk het uitbannen van arbeidsmarktdiscriminatie niet als expliciete doelstelling in deze beleidsnota is opgenomen?
55
60
De heer Geleijns (D66) verstond de vraag niet helemaal. De heer Şimşek (DENK) geeft aan dat er een aantal doelen in de beleidsnota staat. Het uitbannen van arbeidsmarktdiscriminatie is daar niet een van. Vindt D66 ook niet dat het uitbannen van arbeidsmarktdiscriminatie een doel op zich zou moeten zijn dat ook in de nota Arbeidsmarkt thuishoort? Pagina 12 van 35
De heer Geleijns (D66) is het hiermee in die zin eens dat er voor iedereen gelijke kansen moeten zijn. Wat dat betreft hoort dit onderdeel er niet een te zijn. 5
10
15
20
25
30
35
40
De heer Şimşek (DENK) hoort steun van D66 voor het voorstel van DENK om het uitbannen van arbeidsmarktdiscriminatie expliciet in de nota op te nemen als doelstelling. De voorzitter denkt dat de heer .Şimşek dit misschien in zijn eigen inbreng kan meenemen. Hij ziet dat de VVD opnieuw wil interrumperen. Dat is wel bijzonder omdat deze fractie al interrupties had gehad. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) was aan het inventariseren voor haar inbreng. Daarom stak zij haar hand op. Zij brengt naar voren dat de VVD trots is op de Utrechtse ondernemers die met lef en creativiteit mooie, innovatieve producten ontwikkelen om zo een bijdrage te leveren aan de zorgen van morgen. De VVD is ook trots op de mensen die iedere dag keihard werken in de zorg, in het onderwijs, in de veiligheid en op zoveel andere plekken. Zij verdienen niet alleen hun brood, maar leveren ook een onmisbare bijdrage aan de samenleving, volgen hun passie en blijven zich ontwikkelen. Dat verdient de steun van de gemeente. Iedereen is van waarde op de arbeidsmarkt, of het een starter is, of het iemand is met een lange loopbaan of iemand die dolgraag aan de slag wil, maar bij wie dat nog niet is gelukt. Juist daarom vindt de VVD het opvallend dat de nota Werk en Re-integratie en de Regionale Economische Agenda geen onderdeel zijn van deze nota.
Hoe gaat de wethouder ervoor zorgen dat er wel samenhang en integraliteit is? Haar fractie herkent zich in veel onderdelen van deze nota en is blij dat het college erkent dat de economie van deze stad en de mensen die daarin werken meer aandacht verdienen. Toch vindt de VVD de focus op specifieke doelgroepen opvallend. De VVD zegt: “Iedereen is nodig”; waarom wordt dan ingezet op mensen met een flexibele arbeidsrelatie? Iedereen die bereid is om de overstap te maken naar sectoren met grote tekorten verdient toch ondersteuning? Het komt immers iedereen ten goede Zij vraagt een reactie van de wethouder hierop. Ook spreekt haar fractie uit dat het een grote misser is dat er op termijn minder geld is voor het Regionaal Talentfonds. Mevrouw Chirino (CU) vraagt om verduidelijking. De VVD richt de focus specifiek op de mensen met een flexibele arbeidsrelatie. Dat lijkt haar wel de gemakkelijkste groep om op in zetten. Welke groepen bedoelt de VVD dan nog meer? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat het aantal mensen dat zich uiteindelijk omschoolt wel meevalt. Iedereen die naar een sector wil waar er een tekort is of die uit een krimpsector komt zal wat de VVD betreft in ieder geval geholpen moeten worden, wanneer hij hulp nodig heeft. Daarom vindt de VVD het onjuist om bij voorbaat te zeggen dat alleen die mensen met een flexibele arbeidsrelatie geholpen moeten worden.
Die moeten ook geholpen worden, met nadruk op het woord ook. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat het ook een kwestie is van keuzes maken met dit beperkte budget. Vindt de VVD het dan niet logisch om met het beperkte budget hierop in te zetten?
45
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat haar fractie al keuzes maakt. De VVD is het ermee eens dat de focus is gericht op de sectoren die krimpen. Daar worden mensen weggehaald die de gemeente zou willen om- en bijscholen. Ook is de VVD het ermee eens dat de focus wordt gericht op die sectoren waar er een tekort is.
50
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) concludeert dat de VVD niet die stap net verder wil zetten door een echte focus aan te brengen.
55
60
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) geeft aan dat de VVD dit al genoeg focus vindt. Haar fractie kijkt naar wat er nodig is om deze gemeente te laten floreren en om de mensen die een baan willen hebben voor de toekomst te helpen. Dan neemt haar fractie inderdaad deze insteek. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) vraagt of het dan een goed idee zou zijn om de werkgevers te vragen dat financieel mogelijk te maken voor de bredere doelgroep die de VVD zo graag wil bedienen. Pagina 13 van 35
5
10
15
20
25
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) is benieuwd naar een voorstel om dat mogelijk te maken. Er zijn genoeg werkgevers die zorg dragen voor de om- en bijscholing van hun eigen werknemers. Het gaat nu over degenen die niet terecht kunnen bij een werkgever of die uit een bedrijf komen waar er net een faillissement is geweest. Die moet de gemeente toch kunnen helpen. Verder doen werkgevers best veel. Spreekster heeft het bij een interruptie al gehad over de drie knoppen waaraan de gemeente kan draaien. Als het college daarvan uitgaat, dan vindt de VVD de vraagkant onderbelicht. Zij heeft gesproken met de directeur van de Economic Board Utrecht. Volgens hem is er onvoldoende aandacht voor de arbeidsproductiviteit en de inzet van de al eerder besproken AI, dat is dus arbeidsproductiviteit in brede zin met ook andere technologische ontwikkelingen. Vooral het MKB blijft hierin achter. Dat MKB zou zij juist willen verbinden aan ideeën van grote bedrijven hierover. Wat de VVD betreft moet de gemeente op dit gebied echt stappen zetten.
Kan het college hierop reageren? Zou de wethouder het voortouw willen nemen bij het opzetten van een inhoudelijk netwerk van MKB-ers, eventueel op regionaal niveau? Haar fractie heeft namelijk het gevoel dat MKB-ers nu moeite hebben om te voldoen aan de vraag van morgen en om mee te gaan in bepaalde ontwikkelingen, terwijl juist het delen van kennis en het met elkaar in gesprek gaan daarbij zouden kunnen helpen. De VVD concludeert dat dit er nog niet is in Utrecht. De heer Stam (VOLT) is het met mevrouw Al-Saqaff eens dat er weinig invulling wordt gegeven aan het verminderen van de vraag. Hij heeft de indruk dat er ook niet zoveel oplossingsrichtingen voor zijn waar de gemeente de aangewezen partij is. Hij denkt dat het eerder een taak is van de private sector. Welke taak ziet mevrouw Al-Saqaff hier voor de overheid? Mevrouw Al-Saqaff (VVD) stelt dat juist MKB-ers achterlopen als het gaat om technologische ontwikkelingen en dergelijk. Als de gemeente een netwerk faciliteert waarin die MKB-ers met elkaar kunnen praten en waar zij ook kunnen leren van die grote bedrijven die wel meekunnen, dan wordt al gefaciliteerd dat degenen die erover gaan in gesprek gaan over het verminderen van de vraag.
30
De heer Stam (VOLT) begrijpt dat. Maar hij is wel benieuwd wat dan precies het knelpunt is dat wordt opgelost. Hij heeft ook het idee dat er vanuit de private sector al heel veel aandacht is voor dit soort ontwikkelingen en dat er heel veel scholingsmogelijkheden zijn voor ondernemers die hier iets mee willen. Wat voegt de gemeente daar dan aan toe?
35
Mevrouw Al-Saqaff (VVD) antwoordt dat zij daarom juist belt met organisaties als de Economic Board Utrecht. Het MKB komt niet mee, ook al zijn er misschien mogelijkheden. Er zijn voorbeelden van andere gemeenten waar juist door zo’n netwerk van ondernemers, waarin kennis wordt gedeeld en waar grote bedrijven worden uitgenodigd, MKB-ers gemakkelijker meegaan. Dat is een mooi voorbeeld en het is ook laaghangend fruit omdat de gemeente er niet enorm veel geld aan hoeft te besteden, maar wel faciliteert. Het is goed dat deze arbeidsmarktagenda vorm wordt gegeven vanuit de triple helix benadering. Toch vraagt haar fractie aandacht voor één ander urgent punt, het groeiende tekort aan MBO-ers. Is de wethouder bereid om in gesprek te gaan met de Utrechtse MBO-instellingen over opleidingen gericht op beroepen waaraan nu en in de toekomst grote behoefte aan is in Utrecht en daarbij wellicht te bekijken hoe opleidingen kunnen worden aangepast aan de vraag in Utrecht?
40
45
50
55
60
Aan de heer Van Bemmel (PvdD) werd in een van zijn eerste economielessen tien jaar geleden al verteld dat vergrijzing een enorm probleem zou worden. Het grote risico was krapte op de arbeidsmarkt bij essentiële beroepen, zoals zorg en onderwijs. Dat was een spannende boodschap voor veertienjarigen, maar gelukkig was er nog tijd om te sturen. Tien jaar later krijgt hij een nota voor zich over de arbeidsmarkt in Utrecht waarin staat dat vergrijzing en krapte op de arbeidsmarkt inderdaad een probleem zijn, dat de tekorten bij essentiële beroepen alleen maar groter worden en dat de gemeente nu meer gaat inspelen op omscholing. Die boodschap is goed, Utrecht moet inderdaad omscholen, maar toch vraagt hij waarom dit zo laat komt, terwijl deze problemen al zolang bekend waren. Volgens de PvdD wordt een belangrijke stap overgeslagen in de beleidsnota. De gemeente moet niet alleen mensen motiveren om in essentiële tekort-sectoren te werken, maar zij moet ook kritisch kijken naar de werkgelegenheid die de gemeente actief naar Utrecht haalt. De arbeidsscan laat namelijk zien dat Utrecht een stuk meer banen heeft dan inwoners. Tegelijkertijd komt het college wel met plannen om b.v. Lage Weide te verdichten. In de Omgevingsvisie van vorig jaar staat letterlijk dat de gemeente zich gaat inzetten voor een sterke Pagina 14 van 35
verdichting om meer werkgelegenheid te creëren. Hoe rijmt het college dit met elkaar? Hij hoopt in elk geval dat het niet nog tien jaar duurt voordat een college deze link legt, terwijl de stad intussen zit met nog grotere tekorten in de zorg en het onderwijs. 5
Mevrouw Chirino (CU) hoort de PvdD zeggen dat het allemaal een beetje laat is. Maar gaat de PvdD er dan vanuit dat er hierover nooit iets is gezegd?
10
De heer Van Bemmel (PvdD) zegt dat niet en hij is het gelukkig ook eens met vele van de plannen die hier worden voorgesteld. Maar dit is de eerste keer dat een beleidsnota op deze manier is ingestoken. Hij vraagt zich af of dat niet eerder had gekund. Het is meer een constatering dan iets anders.
30
De heer Stam (VOLT) is over het algemeen positief over de beleidsnota Arbeidsmarkt, maar hij heeft ook een paar kritische opmerkingen. VOLT is blij met de plannen voor om-, bij- en herscholing. Zijn fractie is het ook eens met de gekozen prioriteitssectoren. Voor VOLT zijn met name IT, energietransitie en circulaire economie erg belangrijk. Ook is VOLT blij met de aandacht voor maatschappelijke verantwoordelijkheid van bedrijven. Hij plaatst ook enkele kanttekeningen. De eerste gaat over het terugdringen van de vraag naar arbeid. In het interruptiedebat met de VVD gaf hij al aan dat hij niet denkt dat de gemeente oplossingen moet zoeken in die richting, niet omdat het niet kansrijk is, maar omdat het niet de taak van de gemeente is. Het is een zaak van de private sector om te automatiseren, slimmer te organiseren en kosten te besparen. Dat is de core business van de private sector. De gemeente heeft hieraan niet zoveel toe te voegen. Het is dus ook logisch dat er niet veel beleid wordt voorgesteld op dit punt. Hij ziet ook dat de nota een beetje worstelt met die vraag. Hij leest dat de gemeente kan sturen op het verminderen van de arbeidsvraag door b.v. het faseren van de grote woningbouw als opgave voor de stad. Volgens hem is dat het paard achter de wagen spannen. Die bouwvakkers zijn nodig omdat de samenleving zoveel woningen wil bouwen.
De gemeente kan niet de woningbouwopgave faseren om het tekort aan bouwvakkers op te lossen. Daarom vraagt hij aan de wethouder waarom de verwachting wordt gewekt dat dit een effectieve oplossingsrichting is. Vindt zij ook niet dat dit meer een taak is voor de particuliere sector?
35
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) merkt op dat de gemeente wel gaat over het vestigingsklimaat. De PvdD noemde daarnet als voorbeeld Lage Weide. De gemeente moet wel nadenken over het soort werk dat zij naar de stad toehaalt. Daar komt ook een vraag naar werknemers vandaan. Dat is een rol die de gemeente in ieder geval toch wel heeft.
40
De heer Stam (VOLT) ziet die rol op zich wel, maar hij denkt dat het wel iets anders is dan wat in de nota nu wordt bedoeld met het terugdringen van de vraag. Dan gaat het b.v. echt over werkgeverschap, anders inrichten, automatiseren en onderling samenwerken. Dat gaat meer over hoe een bedrijf functioneert en niet over welke bedrijven er in Utrecht zijn.
15
20
25
45
50
55
60
Mevrouw Raaijmakers (PvdA) denkt dat VOLT het er toch mee eens zal zijn dat het hier wel in thuis zou kunnen horen, wanneer de gemeente bij het verminderen van de vraag zelf het goede voorbeeld geeft en naar zichzelf kan kijken. De heer Stam (VOLT) antwoordt dat het er dan aan ligt wat wordt bedoeld met het goede voorbeeld geven. Als er wordt gezegd dat er voor die prioriteitssectoren altijd genoeg ruimte is in Utrecht en dat die niet moeten worden verdrongen door andere vormen van bedrijvigheid, dan is hij het daar erg mee eens. Maar dat gaat wel over het inrichten van de stad en de kaders die de gemeente stelt. Dat is iets anders dan de eigen voorbeeldrol van de gemeente. Dat staat los van elkaar. Uiteraard zegt spreker iets over indicatoren. Hij vindt die niet voldoende. De gemeente meet vooral dingen waar zij nauwelijks invloed op heeft, b.v. de mate waarin werkenden geen nieuwe kennis of vaardigheden hoeven op te doen om aan de eisen van de arbeidsmarkt te kunnen blijven voldoen. Dit klinkt alsof de gemeente wil sturen op de waterstand in de Rijn met de gieter in de Oude Gracht. De gemeente heeft geen invloed op wat zij aan het meten is met de instrumenten waarover zij beschikt. Hij zou b.v. liever het aantal mensen zien dat via de gemeente een opleiding heeft gevolgd en hoeveel daarvan zes maanden later een nieuwe baan heeft.
Dan meet de gemeente iets wat iets zegt over de inzet van de gemeente. Hij vraagt dus aan de wethouder waarom er is gekozen voor dergelijke indirecte indicatoren en of de gemeente niet veel beter zou kunnen werken met indicatoren die veel dichter liggen bij wat de gemeente Pagina 15 van 35
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
daadwerkelijk doet. In het voorstel zijn verschillende regisseurs opgenomen, maar er wordt voorgesteld te korten op het budget voor de regisseur kinderopvang. Hij vraagt aan de wethouder waarom daarvoor wordt gekozen. Hij kan zich ook voorstellen dat de regisseur onderwijs wordt geschrapt omdat er daar veel overlap is met Utrecht Leert. Hij vindt onderwijs niet minder belangrijk, maar dat is misschien beter gedekt door die inzet. Mevrouw Heijne (GL) geeft aan dat GL het een goed plan vindt met een goede inzet. Voor GL is het belangrijk dat er een duidelijke link is met de nota Werk en Re-integratie. Dat ziet haar fractie ook terug. Dat is een goed punt. Bijzonder opvallend is de aandacht voor circulaire economie. GL vindt het goed dat er naast aandacht voor sectoren waar redelijk algemeen wordt gezien dat er tekorten zijn ook aandacht is voor juist de sectoren van de toekomst waar in de toekomst veel werk zal zijn. Dan gaat het specifiek om energietransitie en circulaire economie. Energietransitie is doorgaans wat meer in beeld, maar vaak is er nog geen aandacht voor circulaire economie. Utrecht loopt hier voorop en GL is daar erg blij mee. Haar fractie heeft drie aandachtspunten. De ontwikkeling naar één regionaal werkcentrum is een goede ontwikkeling, in elk geval gezien vanuit de werkgevers.
Nu is het voor werkgevers echt heel ingewikkeld om zicht te krijgen op de veelheid aan regelingen voor mensen met ondersteuningsbehoeften en voor scholing en opleiding. Meer werken in een regionaal werkcentrum draagt echter ook het risico in zich dat de gemeente minder kan sturen en minder grip heeft op wat daar gebeurt. Zij vraagt de wethouder welke mogelijkheden zij ziet om ook binnen die ontwikkeling van de regionale werkcentra als gemeente wel grip te houden op de inzet en de prioriteiten van deze gemeente. Wat de doelgroepen betreft kan zij aansluiten bij de VVD. Ook GL miste de benoeming van MBO-studenten als specifieke doelgroep. De VVD heeft daar goede vragen over gesteld. Juist in het MBO worden mensen opgeleid die de maatschappij nu juist zo nodig heeft. Zij vraagt om een reactie van de wethouder hierop. Er is bijzondere aandacht voor werknemers in een kwetsbare positie. Voor GL is dat heel logisch vanuit het perspectief van ongelijk investeren voor gelijke kansen. GL zou het echter jammer vinden dat mensen buiten deze groep die zich melden voor ondersteuning zouden worden geweigerd. Zij vraagt een toezegging dat die directe focus voor de actieve inzet op die groepen niet ten koste gaat van mensen uit andere groepen die zichzelf melden, b.v. om omgeschoold te worden voor een van de technische tekortsectoren. Voor werkgevers geldt eigenlijk hetzelfde.
GL meent dat er vooral voor moet worden gezorgd dat werkgevers die veel willen doen om mensen in die tekortsectoren te helpen ook een kans krijgen. Het MKB verdient echt extra aandacht, dat kwam al naar voren. Een werkgever die veel kan betekenen voor het aan de slag helpen van mensen moet ook op steun kunnen rekenen. Intrinsieke motivatie is namelijk ook een goede voorspeller van succes. Zij vraagt een reactie van de wethouder. Wat de indicatoren betreft kan spreekster zich grotendeels aan sluiten bij VOLT. Zij voegt daaraan toe dat GL het logisch zou vinden dat meer de link wordt gelegd juist met die tekortsectoren en de beroepen van de toekomst. Dat ontbreekt nu helemaal, in het bijzonder bij de indicator van werk naar werk. Zij vraagt een reactie van de wethouder. Mevrouw Raaijmakers (PvdA) zet uiteen dat de PvdA goed werk en bestaanszekerheid wil voor alle Utrechters. Ook haar fractie kan zich grotendeels vinden in dit stuk. Het is een goede focus vanuit ongelijk investeren voor gelijke kansen. Toch mist haar fractie het belang van goed en zeker werk. Vanuit dat perspectief komt zij met haar inbreng. Goed werkgeverschap wordt wel genoemd, maar het wordt nergens concreet. De doelstellingen focussen zich grotendeels op werknemers, de werkzoekenden, en amper op de werkgevers.
De nota ademt nog de geest van mensen klaarmaken voor de arbeidsmarkt, terwijl het tegenwoordig eerder andersom is, de arbeidsmarkt klaarmaken voor alle mensen. Volgens de PvdA is meer aandacht nodig voor de inclusieve arbeidsmarkt. Goed werkgeverschap kan ook terugkomen in de lobby-agenda, b.v. door aandacht voor een hoger minimumloon en het tegengaan van uitbuiting van arbeidsmigranten. Zij vraagt om een reactie. De PvdA mist de aandacht voor het soort werk, zij sluit hier aan bij de inbreng van de PvdD. Het maakt b.v. bij het vestigingsbeleid nogal wat uit wat voor soort werk de gemeente wil stimuleren. Dit hoort voor de PvdA echt thuis in een arbeidsmarktbeleid. Wat haar fractie betreft geeft de gemeente prioriteit aan bedrijven die zeker en goed werk bieden en die ook mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt werk bieden en niet aan nog meer consultancy. Wat het MBO betreft sluit zij zich aan bij GL en VVD. Haar fractie mist ook de aandacht voor meer banen voor MBO-ers. Er wordt een MBO-traineeship genoemd voor de gemeente Utrecht. Zou zoiets ook in de regio Utrecht opgezet kunnen worden? Er komt nog een apart debat over arbeidsmigranten, maar hier gaat het er ook al over. De PvdA vindt het een gemiste kans dat hier vooral naar het Rijk wordt verwezen. Hier is namelijk samenwerking met de werkgevers in de Pagina 16 van 35
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
regio echt van belang. De gemeente moet hen aanspreken op hun verantwoordelijkheid en moet samen met hen optrekken om malafide uitzendbureaus en ondernemers die te kwader trouw zijn aan te pakken. De gemeente moet er ook voor zorgen dat arbeidsmigranten misstanden gemakkelijker kunnen melden. Tenslotte komt zij met haar stokpaardje dat zij vaak bij zorgdebatten inbrengt: waar is de stem van de medewerkers zelf? Hoe worden zij gehoord? Medezeggenschap van medewerkers binnen bedrijven is heel belangrijk en dat zou ook terug moeten komen in deze nota. Zij vraagt om een reactie. Mevrouw Barelds (CDA) leest een nota met duidelijke doelstellingen en oplossingsrichtingen. Tegelijkertijd mist haar fractie een aantal onderwerpen. Haar fractie weet van een lichte toename van het aantal faillissementen van ondernemers in Utrecht. Hoe begeleidt de gemeente hen naar een nieuwe plek op de arbeidsmarkt? In de nota wordt de vergrijzing genoemd, dat is een gegeven, maar ook een gegeven waar de gemeente mee kan werken. Ziet de wethouder mogelijkheden om mensen die de pensioengerechtigde leeftijd bereiken te stimuleren om langer door te werken op hun manier , b.v.