CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Veiligheid Bestuur en Financiën 13 februari 2025

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 20 maart 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen38.194 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

20

9 Raadsvoorstel Zienswijze kadernota 2026 VRU

25

De voorzitter geeft aan dat dit onderwerp wordt besproken omdat de gemeente Utrecht in de gelegenheid wordt gesteld om een zienswijze in te dienen op de kaders voor de begroting 2026 en de geactualiseerde begroting 2025. Zo leiden loon- en prijsaanpassingen tot wijziging van de gemeentelijke bijdrage en liggen er inhoudelijke keuzes voor m.b.t. verschillende toekomstscenario’s. Het voorstel wordt in twee termijnen besproken. Er is 30 minuten voor gereserveerd. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de Partij voor de Dieren.

30

35

40

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zegt dat hier gevraagd wordt om de bezuinigingsopgave van gemeentes, en dat de VRU nog niet in staat is om een beeld te schetsen vanaf 2026, dat begrijpt de Partij voor de Dieren. De dieren komen er in de toekomstscenario’s echter bekaaid van af. Het woord ‘dieren’ komt maar één keer voor en wel in het woord ‘dierentuinen’. De Partij voor de Dieren vindt dat niet alleen in gevangenschap gehouden dieren de aandacht en de bescherming van de VRU verdienen. Ongetwijfeld is het impliciet allemaal wel aan de hand, maar de Partij voor de Dieren zou het graag wat explicieter willen hebben. Aan het college wordt dan ook gevraagd om in de zienswijze op te nemen dat de VRU in de toekomstverkenning ingaat op de aanwezigheid en de veiligheid van het dier in onze regio. Nu wordt de VRU niet eens gevraagd om nieuwe plannen te maken die geld gaan kosten, maar wel om de plannen voor dieren te borgen en zichtbaar te maken in het toekomstbeleid. Als het in de zienswijze komt, dan kunnen we ermee instemmen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks. Mevrouw Fattal (GroenLinks) kan zich vinden in de conceptreactie, en zeker ook de vraag om een realistische begroting. Die is erg belangrijk, zeker in de huidige tijd. GroenLinks vond het moeilijk om te zien dat er redelijk wat geld overblijft, als is de VRU een heel belangrijke partner. 17

GroenLinks verwacht volgend jaar het wijnjaar weer in te gaan en is het geld harder dan ooit nodig. Het is dan ook belangrijk om die roep namens Utrecht te verkondigen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt. 5

De heer Maas (Volt) had graag gezien dat het in kaart brengen van de besparingsmogelijkheden iets urgenter wordt. Volt is erg benieuwd naar de meegroeiplannen die de VRU gaat ontwikkelen. Hoe wordt de raad daar nog bij betrokken? De voorzitter geeft het woord aan de fractie van het CDA.

10

15

De heer Van Steeg (CDA) vindt dat het toekomstscenario een behoorlijke impact op de begroting heeft met 1,2 miljoen. Hij verneemt graag hoe de burgemeester dat ziet. Het is goed om te zien dat er in Utrecht veel vrijwilligers betrokken zijn bij de VRU, wat leidt tot een kostenbesparing. Verder vindt het CDA het opvallend dat de plannen van de VRU dichtbij elkaar liggen, maar een groot verschil laten zien met de nullijn. Is daar nog een ander scenario te bedenken dat impact zal hebben op de Utrechtse begroting maar waarbij wordt bekeken wat er minder kan? De voorzitter informeert of andere fracties een bijdrage willen leveren. Dat is niet het geval. Zij schorst de vergadering. - Schorsing – De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de VVD voor alsnog een inbreng.

20

25

Mevrouw Meerding (VVD) zegt dat de zienswijze de visie ademt dat we in moeilijke tijden zitten en verwachten dat de VRU ook de hand op de knip houdt. Er wordt aangegeven dat er geen nacalculatie voor de prijscompensatie wordt gegeven. De VVD is benieuwd hoe het college verwacht dat dit door de VRU wordt ontvangen, want zowel de gemeente als de VRU wil dit waarschijnlijk. Daarnaast wordt er ingebracht dat de VRU altijd een positief resultaat behaalt, en dat er dus eigenlijk iets te positief wordt begroot. De VVD ziet dat niet als een heel groot probleem. Er kan beter iets te positief worden begroot en geld overgehouden dan dat er problemen ontstaan omdat er teveel geld is uitgegeven. Van de burgemeester horen zij graag of zij het daarmee eens is. De voorzitter geeft het woord aan de burgemeester voor de beantwoording van de vragen.

30

35

40

45

50

Burgemeester Dijksma zegt aan de Partij voor de Dieren toe om de vraag over de positie van dieren in de zienswijze op te nemen. We zijn erg bezig rondom het bestrijden van bosbranden. Daar zijn dieren erg belangrijk in. Sprekend als lid van het Dagelijks Bestuur van de VRU zegt de burgemeester dat de urgentie om te komen tot goede financiële toekomstscenario’s er wel degelijk is. De gemeente Utrecht heeft de suggestie van de nullijn gedaan om niet alleen in groeiscenario’s terecht te komen. Dat wordt breed gesteund in het Algemeen Bestuur. Als er nog drastischer wordt bezuinigd kom je direct aan de kazernestructuur. Dan kom je dus in het hart van de discussie over waar in de regio de kazernes open blijven. Dat ligt bij veel van de collegagemeenten extreem gevoelig. Daar werken ook veel vrijwilligers. Op een gegeven moment moet dat wel in beeld worden gebracht, maar dat zal geen gemakkelijke discussie worden. Scenario’s worden aan het AB voorgelegd, waarbij de raden in de positie worden gebracht om daar iets van te vinden. De impact op de begroting is inderdaad behoorlijk groot. Dat heeft ook met een solidariteitsmove te maken richting de gemeente Amersfoort, die te weinig kazernes had voor een stad van die omvang. Daar betalen we allemaal aan mee. Dat is een niet te vermijden kostenpost.

In de afgelopen tijd is, mede door de nieuwe directeur, veel moeite gedaan om besparingen in de organisatie te realiseren. Zo is de directiestructuur van zeven functies teruggebracht naar drie. Er zijn processen gestroomlijnd om ook efficiënter te werken. De inzet van vrijwilligers is iets om trots op te zijn. Daar wordt, via open dagen, veel aan gedaan. Een ander scenario dan de nullijn is het nucleaire scenario, waarbij er flink wordt bespaard op de kazernestructuur. Het moet echter ook haalbaar zijn binnen de wet- en regelgeving. Dat zal ook in de politiek in de regio geen gemakkelijk scenario zijn. Op de vraag van de VVD antwoordt de burgemeester dat er een standsverschil is tussen hoe 18

5

gemeenten kijken naar het begrip nacalculatie en hoe de VRU dat doet. In het gemeentefonds bestaat dat begrip niet. De discussie daarover is nog niet finaal beslecht. Zo’n zienswijze is daar ook goed geschikt voor. Het klopt dat er in de afgelopen jaren regelmatig geld over is geweest. Dat is vaak teruggegeven aan de gemeenten. Nu wordt dat deels gereserveerd voor slechtere tijden. Dat is een gezonde manier van begroten. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de kazernestructuur wellicht een optie is. Dat wordt niet expliciet genoemd. De VRU geeft juist aan dat extra geld nodig is. Hoe komt dat aan de bestuurstafel en leeft dat ook bij andere gemeenten?

10

15

20

Burgemeester Dijksma antwoordt dat dat breder leeft, want het ravijnjaar staat voor de deur. Dat betekent dat alle gemeenten met argusogen kijken naar hun bijdragen aan de verschillende gemeenschappelijke regelingen. Die druk voelt de VRU. Zij geven terug dat er wat getweakt kan worden met scenario’s als lichte groei en wellicht een nullijn. Maar als je echt drastisch minder zou willen uitgeven, dan kom je in het hart van de kazernestructuur. Dat is niet onmogelijk maar het heeft wel een enorme prijs. Ook een maatschappelijke prijs. Als een kleine gemeente een kazerne kwijtraakt, dan heeft dat een enorme impact op de gemeenschap en op hoe men naar de overheid kijkt. Dat moet met elkaar worden gewogen, maar die druk is er wel. Samen met de directeur van de Veiligheidsregio Utrecht is de burgemeester betrokken bij een kleine groep van burgemeesters die aangewezen is vanuit het Veiligheidsberaad om te onderhandelen met het kabinet over de middelen voor de Veiligheidsregio’s. Het zou kunnen dat, als we daar nog iets voor elkaar krijgen, dat gaat helpen in deze discussie. Het kan ook de gemeenten gaan helpen omdat die dan niet als eersten aan de lat staan om de gaten op te vangen. De voorzitter vraagt of er behoefte is aan een tweede termijn. Dat is niet het geval. Zij vraagt vervolgens hoe men dit wil doorgeleiden naar de raad.

25

De heer Van Heuven (Partij voor de Dieren) zegt dat het fijn is dat de burgemeester een toezegging heeft gedaan over de aanwezigheid van dieren. In afwachting daarop is hij akkoord met agendering als B-punt. Dat zou een A-punt kunnen worden. De voorzitter stelt vast dat het als B-punt doorgeleid kan worden. Zij informeert of een reservering van 5 minuten voldoende is. Dat is het geval.

30

Lijst van toezeggingen 1. In de zienswijzebrief wordt een passage opgenomen over het lot en welzijn van dieren in relatie tot crisisbeheersing. De voorzitter rondt dit onderwerp af en schorst de vergadering.

35

40

19

Verslag openbare middagvergadering commissie Veiligheid, Bestuur en 5 Financiën Datum Locatie Verslag door 10

15

13 februari 2025 Raadszaal, Utrecht mevrouw M. de Mul (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter Linda Bode, de wethouder Eva Oosters, de leden Fred Dekkers (GroenLinks), Gert Dijkstra (EenUtrecht), Stefan Gaillard (Stadsbelang Utrecht), Anneloes Krul (Partij voor de Dieren), Romi Leever (PvdA), Ruud Maas (Volt), Lars van Rooij (Student & Starter), Iskender Şimşek (DENK), Bert van Steeg (CDA), Dirk-Jan van Vliet (D66), Maaike Zijdenbos (VVD), de commissiegriffier

Verslag commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën 20

10 Raadsvoorstel Verordening Samenwerking, participatie en inspraak .......................................20 Lijst van toezeggingen .................................................................................................................36 11 Initiatiefvoorstel Participatie- en inspraakverordening gemeente Utrecht ..................................36

25

De voorzitter heropent de vergadering.

10 Raadsvoorstel Verordening Samenwerking, participatie en inspraak 30

35

De voorzitter zegt dat in de verordening Samenwerking, participatie en inspraak het herziene participatiebeleid verankerd. In de verordening is opgenomen dat het bestuursorgaan de ‘leidende principes voor houding en gedrag’ uit de beleidsnota in acht zal nemen. Daarnaast schrijft de verordening voor dat het kompas voor zeggenschap wordt toegepast om de samenwerkingsvorm te bepalen en moet het bestuursorgaan via een samenwerkingsplan en samenwerkingsverslag inzage geven in het verloop van de samenwerking. Tot slot is ook het Utrechtse uitdaagrecht, het inwonersbod, in de verordening opgenomen. Het voorstel wordt in twee termijnen besproken. Er is 90 minuten voor gereserveerd. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat agendapunten 10 en 11 samenhangen. Hij vraagt zich af hoe dit naar de raad kan worden gebracht. Is het niet slim om het initiatiefvoorstel als één amendement, eventueel met losse amendementen, gaan behandelen? 20

De voorzitter stelt voor om op een later moment te bekijken wat het handigst is. Zij geeft het woord aan de fractie van EenUtrecht.

5

10

15

20

De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het goed is dat vandaag over participatie wordt gesproken. Dit is toch de plek waar burgerrechten kunnen worden vastgelegd en mensen zekerheid kan worden gegeven over waar zij op kunnen rekenen. EenUtrecht zal in het volgende agendapunt met een eigen initiatiefvoorstel komen. Dat doen zij omdat in het voorstel van het college het bewonersbod en de inspraak netjes zijn verwoord, maar kijkend naar het burgerkompas wordt vooral verwezen naar het beleid. EenUtrecht ziet er niet in terug dat er rechten worden vastgelegd. Aan de wethouder wordt gevraagd waarom de rechten, die wel in het initiatiefvoorstel terugkomen, niet zijn benoemd in het voorstel van het college. Daarmee wordt het goed vastleggen van sociaal eigenaarschap bedoeld, het beter vastleggen van burgerparticipatie als belangrijke vorm, dat stakeholders soms op onderdelen zelf moeten kunnen beslissen, voorwaarden voor transparantie en gelijkwaardigheid, als bewoner of stakeholder een eigen voorstel kunnen doen en de optie voor onafhankelijke begeleiding. De heer Van Vliet (D66) vraagt of EenUtrecht het in de praktijk uitvoeren van de rechten belangrijk vindt, of het formeel vastleggen ervan. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt beide belangrijk. De rechten moeten goed worden vastgelegd zodat mensen erop terug kunnen vallen.

Daarnaast is een andere cultuur van hoe om te gaan met participatie ook belangrijk. Ten derde is het belangrijk dat wordt erkend dat stakeholders in sommige gevallen ook eigenaarschap hebben als het hun leefomgeving raakt. Vandaag wordt met name het eerste deel behandeld, maar de andere twee zijn ook belangrijk. De heer Van Vliet (D66) zegt dat, als wordt gewroet in hoe dit moet worden vastgelegd, we een heel aantal raadsdebatten verder zijn. Leidt dat niet af van de praktijk: aan de slag gaan met Samen Stad Maken?

25

30

De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt dat niet. Tot nu is toe is er namelijk weinig houvast. Volgens de Omgevingswet moeten ook particuliere initiatiefnemers een samenwerkingsplan en –verslag maken. Als zij niet van de gemeente meekrijgen waar ze zich aan moeten houden, dan wordt het vogelvrij. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) vraagt of, door het participatieproces helemaal te verankeren, enorm veel processen erg worden vertraagd. De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat als er aan de voorkant goede spelregels worden gemaakt, het spel dan beter zal worden gespeeld. Bovendien wordt het dan goedkoper en sneller. Er moeten meer ankerpunten worden meegegeven over waar men recht op heeft, zodat dat niet betwist kan worden.

35

40

De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) zegt dat die redenering niet opgaat als het gaat om bureaucratie bij de overheid en de wildgroei aan regelgeving. Erkent EenUtrecht dat er ook een punt is waarbij kaderstelling niet het spelversnellende effect heeft? De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dat klopt. Er zijn veel voorbeelden te noemen waar het aantal regels zou moeten worden ingekort. Dit is echter nu net een plek waar geen enkele regel is vastgelegd. De heer Van Steeg (CDA) uit waardering voor de inzet van EenUtrecht op dit thema. Zitten niet veel van de bezwaren die EenUtrecht noemt in het bewonersbod? Zit het niet meer op de uitvoering van het bewonersbod in plaats van het invoeren van meer regels?

45

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat dat twee verschillende dingen zijn. Het is wel goed dat het in één plek samenkomt, maar het bewonersbod gaat over overheidsparticipatie. Wat EenUtrecht betreft moet goed worden vastgelegd dat als stakeholders vinden dat zij er sociaal eigenaar van zijn, zij zelf het initiatief zouden moeten kunnen nemen. Als zij het beter en sneller kunnen doen dan de overheid moeten zij de kans krijgen om het over te pakken. Burgerparticipatie als de gemeente of een particuliere eigenaar aan zet is, daar heeft EenUtrecht 21

5

een aantal voorstellen voor opgesteld. Hij vervolgt zijn betoog. Een ander punt dat zij missen is het amendement A219, het betrekken van stakeholders in fase 1.Tenslotte vinden zij dat dit voorstel van het college tekortschiet omdat het college de ruimte heeft om van participatie af te zien. Er zijn drie redenen vermeld, waarbij “onder andere als” is aangegeven. Dat geeft het college alle ruimte om ervan af te wijken. Dat lijkt EenUtrecht niet verstandig. Aan het college vragen zij een reactie. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat dat een formulering met een slag om de arm is. Is het niet veel ingewikkelder om een lijst te maken waarin alle uitzonderingen zijn benoemd?

10

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij liever voor een lijst kiest. Dat is duidelijker voor de burger. De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de lijst die door EenUtrecht is opgenomen arbitrair is. Het is een lange lijst die eerder tot meer discussie leidt dan tot minder. Hoe ziet EenUtrecht dat?

15

20

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat het voor bewoners fijner is om te zien dat er op die drie of vier plekken een kans is dat van participatie wordt afgezien, dan dat er een kleinere lijst is met de onzekerheid dat er nog andere redenen zijn die niet zijn benoemd. Hij vervolgt zijn betoog. EenUtrecht is tegenstander van het bewonersbod. Als aan de voorkant een ander kader wordt gesteld en de gemeenschap op een aantal leefdomeinen aan zet is, dan hoeft daar geen bewonersbod voor te worden georganiseerd. Hij haalt het voorbeeld van de gemeente Peel en Maas aan. Voorbeelden zijn huishoudelijke hulp en buurtruimtes. Als de bewoners aangeven het niet te willen geven ze het terug aan de gemeente. Dat is een andere manier van kijken. Aan de wethouder wordt gevraagd of ze dat als visie voor de toekomst deelt. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat het goed is dat het bewonersbod wel in de verordening wordt geregeld. Daarnaast is het nodig dat aanbestedingsprocedures ruimte maken voor het bewonersbod. Is het niet slim om juist te vragen hoe het daarmee staat?

25

30

De heer Dijkstra (EenUtrecht) antwoordt dat hij die vraag deelt. Op het sociaal domein is geconstateerd dat bewoners die een bewonersbod wilden doen er niet tussen kwamen. In de praktijk komt er nog te weinig van terecht. Het kan als vraag worden gesteld aan de wethouder. Hij vervolgt zijn betoog. EenUtrecht hoopt dat hun voorstel straks het uitgangspunt kan zijn om de participatieverordening in te richten, eventueel geamendeerd. Mocht dat niet haalbaar blijken, dan zullen zij het voorstel van het college amenderen. Er zal dan worden genoemd dat EenUtrecht het volledig opnemen van het amendement mist en de gelijke informatiepositie voor alle stakeholders, zoals toegelicht in artikel 7 in het initiatiefvoorstel van EenUtrecht. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van GroenLinks.

35

40

De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat het raadsvoorstel een uitwerking is van vastgesteld beleid. Daar moet het voorstel op worden beoordeeld: is het vastgestelde beleid goed in de nota uitgewerkt. GroenLinks concludeert dat dat in grote lijnen goed is gelukt. Zij vinden het wel jammer dat de leidende principes voor houding en gedrag niet expliciet in het raadsvoorstel en de verordening zijn genoemd. Inclusie en diversiteit worden nu helemaal niet genoemd, terwijl dat wel onderdeel is van het doel. Het college en de raad maken een brede belangenafweging in de besluitvorming, maar voor GroenLinks is inclusie en diversiteit zo belangrijk dat het expliciet in het besluit en de verordening benoemd moet worden. Is de wethouder het daarmee eens? De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat in de verordening rechten en plichten opgenomen moeten worden. Inclusie en diversiteit is moeilijk in rechten en plichten te vatten. Ziet GroenLinks dat ook?

45

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij dat niet zo ziet. In de verordening staat ook het doel van de brede belangenafweging. Wat GroenLinks betreft kan ook het doel van het bevorderen van de leidende principes voor houding en gedrag worden opgenomen, inclusief het expliciet benoemen van die principes.

22

De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat wel lastig. Als wordt vastgelegd dat ieder een gelijk informatierecht heeft dan kan de burger daar een beroep op doen. Als het gaat om cultuur en houding is dat moeilijker. Ziet GroenLinks ook dat dilemma? 5

10

15

20

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij dat niet ziet. Bij gelijk informatierecht kunnen soortgelijke discussies ontstaan. GroenLinks vindt dat als er een aantal belangrijke principes wordt benoemd in het beleid, dan past het om die in de verordening over te nemen. Hij vervolgt zijn betoog. Het versterken van het handelen naar die principes voor houding en gedrag is een heel belangrijke ambitie van Samen Stad Maken. GroenLinks heeft een probleem met de manier waarop dat in zowel het raads- als het initiatiefvoorstel is verwoord. Er staat “Samen Stad Maken wil de beweging maken van een procedurele verplichting van een vinkje zetten bij participatie naar van binnen gevoelde leidende principes van houding en gedrag. Volgens GroenLinks past die formulering niet. Samen Stad Maken kan een stuk beter, maar door het zo te formuleren zeg je in wezen dat alleen vinkjes gezet worden. Dat doet geen recht aan al die projecten waar het wel goed is gedaan en aan alle ambtenaren die zich hebben ingezet voor betekenisvolle en invloedrijke participatie. GroenLinks verzoekt de wethouder om te zoeken naar een iets andere formulering, waarin wel wordt aangegeven dat we geen procedurele vinkjes willen hebben maar waar wordt weggebleven van het idee dat dat nu zo is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil de wethouder juist complimenteren met deze eerlijke formulering.

Daardoor hebben vele Utrechter het gevoel dat gezien wordt dat het in teveel gevallen het een kwestie van vinkjes is geweest. Onderkent GroenLinks dat het ook een waarde heeft om het zo op te schrijven? De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij de waarde onderkent van het zeggen dat het niet zo moet zijn. Het doet echter onrecht aan de grote inspanningen die de gemeente heeft gedaan, samen met Utrechters, om het anders te doen.

25

30

De heer Dijkstra (EenUtrecht) kan zich niet voorstellen dat het fijn is als iemand zijn excuses aanbiedt zonder te zeggen “ja, maar”. Ziet GroenLinks dat het best wel prima is om jezelf niet altijd op de borst te slaan, en kunnen zij zich verplaatsen in de beleving van de Utrechters als ze dit lezen? De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat hij dat niet in deze zin ziet. Er wordt al langer en heel expliciet gezegd dat het uitvoeren van het beleid een stuk beter moet. Zeggen dat het nu altijd zo gebeurt via het zetten van vinkjes is ten onrechte. De heer Van Vliet (D66) werd heel blij van de zin over de procedurele verplichting. Stel dat het wordt aangepast op de manier zoals GroenLinks voorstelt, wat gaat dat in de praktijk veranderen?

35

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat het in de praktijk niet veel zal veranderen. Het neemt wel afstand van de stelling dat Utrecht er altijd een zootje van maakt en dat het alleen maar vinkjes zetten is. Het versterkt de ambitie om het goed te doen. De heer Van Vliet (D66) vraagt of GroenLinks het eens is met het gegeven dat het belangrijker is dat het om houding en gedrag gaat.

40

45

50

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat dat precies is waar het om gaat. Het moet een doorvoelde houding en gedrag zijn. Door te zeggen dat dat nu niet zo was wordt onrecht gedaan aan veel mensen. Hij vervolgt zijn betoog. Het is goed dat de verordening de termen Utrechtse en maatschappelijke organisaties gebruikt en dat ze zo breed zijn gedefinieerd. Dat maakt het mogelijk om ook de stem van bijvoorbeeld de natuur of de toekomst de ruimte te geven in de participatie. Aan het college wordt gevraagd of het niet verstandig zou zijn om deze stemmen expliciet te benoemen, bijvoorbeeld in de toelichting bij de verordening. GroenLinks mist de verwerking van amendement 219 in de verordening. Dat vroeg om het betrekken van stakeholders als wijkplatforms en bewonersgroepen bij het maken van een samenwerkingsplan. Dat is wat GroenLinks betreft een belangrijke eis in het samenwerkingsplan. Aan het college wordt gevraagd of dit in de verordening kan worden verwerkt. 23

De heer Van Vliet (D66) vindt dat het amendement wel goed in het voorstel is verwerkt. Wat mist GroenLinks hier precies?

5

10

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt dat er in staat dat er een samenwerkingsplan moet komen. Daarin moeten stakeholders en wijkplatforms worden betrokken, want zij hebben een procedurele rol. Hij vervolgt zijn betoog. GroenLinks vindt het verder jammer dat de voorschriften voor initiatiefnemers in het kader van de UPG en buitenplanse activiteiten nog niet zijn verwerkt in de verordening en dat hierop moet worden gewacht tot Q3. Aan het college wordt gevraagd waarom dat er nu nog niet inzit en waarom dat niet wat sneller kan. De benoeming van de eerdere besluitvorming in het raadsvoorstel is volgens GroenLinks niet volledig. Er zijn meerdere relevante besluiten en amendementen. Ook het advies van de werkgroep participatie ontbreekt. Afgezien van de genoemde opmerkingen is de hoofdconclusie van GroenLinks dat de voorzet van deze verordening een goede verwerking is van het vastgestelde beleid. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of GroenLinks nog andere aanvullende zaken mist.

15

De heer Dekkers (GroenLinks) antwoordt heeft ervoor gekozen om de opmerkingen over de verordening in deze behandeling te doen, en de opmerkingen over het initiatiefvoorstel bij het volgende agendapunt. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van D66.

20

25

De heer Van Vliet (D66) zegt dat de verordening een logische uitwerking is van de principes van Samen Stad Maken. Zij zien geen bijzonderheden waar zij aandacht aan willen besteden. Het hoofddoel is dat er wordt geluisterd naar de ongehoorde stem, bijvoorbeeld bij bouwplannen. Dat er ook wordt geluisterd naar diegenen die nog geen huis kunnen krijgen. Bij ervaren overlast moet ook worden geluisterd naar degenen die gebruik maken van bijvoorbeeld nachtcultuur, en niet alleen naar degenen die overlast ervaren. Bij de inrichting van de openbare ruimte en het verkeer moet ook worden geluisterd naar diegenen die gebruik maken van die openbare ruimte en verkeersroutes, in plaats van alleen maar naar de mensen die daar wonen. De heer Şimşek (DENK) zegt dat D66 begint over mobiliteitsbeleid als het gaat om inspraak. Hoe vindt D66 dat er tot nu toe is geluisterd naar mensen die kritiek hebben op het mobiliteitsbeleid, zoals het parkeerbeleid of het versmallen van wegen?

30

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat dat een debat is dat thuishoort in de daarvoor bedoelde commissie. Het gaat D66 er om dat er vanuit Samen Stad Maken ook naar dit soort projecten wordt gekeken. De heer Şimşek (DENK) vraagt of D66 niet vindt dat er toe nu toe vooral is geluisterd naar de stemmen die de mening van het college bevestigen, zeker als het gaat om mobiliteit of overlast.

35

40

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat het hem gaat om de ongehoorde stem, die in de processen zoals die nu zijn ingericht niet goed aan bod komt. Samen Stad Maken en de uitwerking in de verordening is een mooie stap om ook te gaan luisteren naar die ongehoorde stem. De heer Şimşek (DENK) heeft het idee dat bewoners best vaak hun mening geven, maar dat er ook heel vaak niet naar wordt geluisterd als dat niet uitkomt. Hij hoopt dat houding en gedrag met deze verordening echt gaan veranderen. De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij zich aansluit bij de laatste woorden van DENK.

45

Mevrouw Leever (PvdA) hoort D66 zeggen dat ze ook de ongehoorde stem een stem willen geven. Is D66 het met de PvdA eens dat de gemeente voortaan ook actief langs de deuren moet gaan om te horen wat bewoners vinden van de plannen, en dat een wijkbericht of online enquête hiervoor onvoldoende is?

24

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat dat zou kunnen in sommige gevallen, zoals in het participatieproces rondom de locatieprofielen is gebeurd. Dat moet per geval worden bekeken. Ook het kostenplaatje moet worden meegenomen. D66 wil het niet uitsluiten. 5

10

15

Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat er, door aan te bellen, zeker een brede groep Utrechters wordt bereikt en niet alleen mensen die er op af gaan. Is D66 het er wel mee eens dat het belangrijk is om die brede groep aan te spreken? De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij dat snapt. Tegelijkertijd wordt er een groep gemist als alleen wordt gefocust op de mensen die er wonen, terwijl je misschien juist wil spreken met mensen die er gebruik van maken en heel ergens anders wonen. Het is soms een heel goed instrument, maar niet in elk geval. Hij vervolgt zijn betoog. D66 wil hier zo snel mogelijk mee aan de slag gaan en er niet teveel over filosoferen. Immers, filosofische principes volgen uit actie en de praktijk, en niet andersom. D66 zegt dat er een tijd is om te spreken, maar die tijd is niet nu. Nu is een tijd om te zwijgen en aan de slag te gaan. De heer Dekkers (GroenLinks) wijst er op dat D66 twee punten aanhaalt die ook GroenLinks heeft benoemd: inclusie en bouwplannen. Waarom sluit D66 niet aan bij GroenLinks om de dingen die zij belangrijk vinden te onderstrepen? De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij daar niet bij aansluit omdat hij het niet persé nodig vindt om het in de verordening vast te leggen.

20

25

De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de stem die wel probeert om gehoord te worden vaak niet wordt gehoord. Om tot participatie te komen hebben tientallen Utrechters een brief gemaakt waarin bewonersadviezen worden genoemd. Daarvan is nagenoeg niets geland in de verordening. Hoe reflecteert D66 daar op? De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat in de praktijk moet worden bewezen dat dit handen en voeten gaat krijgen. Het gaat niet om het vastleggen, het gaat om het uitdragen en het doen. Het vastleggen ervan roept juist weer extra discussie op. De heer Dijkstra (EenUtrecht) had van D66 verwacht dat zij zouden oproepen om naar die actieve groep bewoners te luisteren die die brief heeft gestuurd.

30

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hier sprake is van een verschil van mening. D66 gelooft niet dat het helpt om alle rechten en plichten op te nemen. Het moet in de praktijk worden waargemaakt, vervolgens worden geëvalueerd en wellicht aangepast. En daarna kan weer naar de theorie worden gekeken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat veel actiegroepen zich daar landelijk mee bezighouden, LSA voorop. Zij roepen op om de rechten beter vast te leggen. Dit is het moment om dat te doen.

35

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat hij het betoog van EenUtrecht hoort maar het er niet mee eens is. We moeten hiermee aan de slag gaan. D66 ziet geen heil in het theoretiseren. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Student & Starter.

40

45

De heer Van Rooij (Student & Starter) zegt dat Student & Starter positief is over deze verordening. Een belangrijke verbetering is dat er per fase in het project een samenwerkingsplan komt. In tegenstelling tot wat GroenLinks beweert is in het samenwerkingsplan expliciet vastgelegd hoe de leidende principes uit Samen Stad Maken worden toegepast. Dit is cruciaal, zeker op het vlak van inclusie en diversiteit. Te vaak bereiken participatietrajecten vooral de usual suspects, terwijl jongeren, woningzoekenden en andere minder georganiseerde groepen onvoldoende worden gehoord. Door vooraf vast te leggen hoe we deze groepen wel betrekken wordt een stap vooruit gezet. Student & Starter zou graag zien hoe het samenwerkingsplan inzichtelijk maakt wie wordt benaderd en hoe. Omdat de verordening hier niet concreet over is wordt aan de wethouder gevraagd of dit een standaard onderdeel van elk samenwerkingsplan 25

wordt. Daarnaast roept de verordening vragen op over het moment waarop de raad een samenwerkingsplan ontvangt.

5

De heer Şimşek (DENK) vraagt of Student & Starter wel of niet vindt dat het onderdeel van de verordening moet worden hoe bepaalde doelgroepen worden bereikt of hoe ervoor wordt gezorgd dat de processen inclusief zijn. De heer Van Rooij (Student & Starter) antwoordt dat zij dat zeker wel vinden. Zij zijn blij dat in de verordening is genoemd dat de leidende principes in de samenwerkingsplannen worden meegenomen.

10

15

20

25

30

35

40

De heer Şimşek (DENK) vraagt of Student & Starter het ermee eens is dat inclusiviteit en diversiteit ook in de verordening vastgelegd zou moeten worden. De heer Van Rooij (Student & Starter) antwoordt dat zij het daar mee eens zijn. Hij vervolgt zijn betoog. De verordening roept vragen op over het moment waarop de raad een samenwerkingsplan ontvangt. Nu staat er dat een plan wordt opgesteld zodra een bestuursorgaan voor een samenwerkingsvorm heeft gekozen, maar wat betekent dit concreet? Student & Starter vindt dat een samenwerkingsplan altijd naar de raad moet komen voor de start van een project, zodat zij op tijd over de juiste informatie beschikken. Aan de wethouder wordt gevraagd of zij die mening deelt. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat bij Samen Stad Maken uitgebreid is gesproken over samenwerkingsplannen. Er is toen geformuleerd dat het transparant en goed terugvindbaar moet zijn. Dat is iets anders dan het altijd naar de raad sturen. Wat is de bedoeling van het naar de raad sturen? De heer Van Rooij (Student & Starter) antwoordt dat de raad de informatie voorafgaand aan een project tot zijn beschikking moet hebben, zodat zij er iets van kunnen vinden voordat er stappen worden gezet. Hij vervolgt zijn betoog. Voor het samenwerkingsverslag dat na afloop van het participatieproces wordt opgesteld zouden de voorwaarden moeten worden aangescherpt.

Het verslag moet inzicht bieden in wie er heeft deelgenomen, hoe inzichten zijn gewogen en wat is geleerd van de samenwerkingsvorm. Wat Student & Starter betreft ontbreekt er iets essentieels: een reflectie op de leidende principes van Samen Stad Maken. Opvallend genoeg zijn deze wel een voorwaarde bij het samenwerkingsplan maar niet bij het samenwerkingsverslag. Student & Starter vindt het essentieel dat bij de beoordeling van opgehaalde inzichten expliciet wordt gekeken naar inclusie en diversiteit, en dat moet verder gaan dan een terugblik op de inspanningen die zijn geleverd. Ook de daadwerkelijke resultaten moeten meewegen. Hebben we de groepen bereikt die we wilden bereiken, is de opbrengst representatief voor de betrokkenen en wat betekent dat voor de weging van de inzichten die wel zijn opgehaald? Een participatietraject waarbij bepaalde groepen niet of nauwelijks aan bod komen levert een incompleet beeld op. Het is onverstandig om daar beleid op te maken. Is de wethouder het met Student & Starter eens dat inclusie en diversiteit een expliciete rol moet krijgen bij de beoordeling van inzichten uit een participatietraject, en erkent zij dat een nadere bepaling in de verordening kan bijdragen aan meer helderheid en waarborging daarvan in samenwerkingsverslagen? De voorzitter geeft het woord aan de fractie van Volt.

45

50

De heer Maas (Volt) ziet dat deze verordening veel globaler is dan het voorstel van EenUtrecht. Het is ook minder precies dan de concept-verordening van de VNG. Kan de wethouder toelichten waarom gekozen is voor deze aanpak? Mocht dit voorstel op deze manier worden aangenomen dan zal Volt om een evaluatie of horizonbepaling vragen, want Volt is benieuwd hoe dit verder gaat als het zo globaal blijft. EenUtrecht heeft al verwoord waarover veel preciezer informatie in de verordening gewenst is, zoals eigenaarschap en het vroeg betrekken van Utrechters. Tenslotte wijst Volt erop dat in de verordening staat dat het college een bewonersbod kan afwijzen. Krijgt de raad daar nog inzicht in, gaat het college daar bijvoorbeeld jaarlijks over rapporteren? De voorzitter geeft het woord aan de fractie van het CDA. 26

5

10

15

De heer Van Steeg (CDA) ziet een verordening die een uitvoering is van de nota die eerder is besproken. Voor wat betreft inclusiviteit merkt hij op dat het inderdaad belangrijk is dat een brede groep wordt betrokken. Het CDA is blij met het bewonersbod dat er in staat. Aa de andere kant vraagt het CDA zich af of het iets gaat veranderen. Het bestaat al heel lang en heeft niet altijd tot succes geleid. Het amendement dat bij de nota is ingediend ging over hoe ervoor wordt gezorgd dat het echt wordt gebruikt en niet wordt afgewezen. Hoe ziet de wethouder dat? Het CDA steunt de wethouder in haar lijn dat dit echt gaat over houding en gedrag. Participatie was vaak alleen een vinkje. Door het veranderen van houding en gedrag wordt de stad misschien meer met inwoners gemaakt, waarbij inwoners de ruimte krijgen, dat de mensen die op het stadskantoor werken bekend zijn in de stad en dat het geluid van de inwoners eerder wordt gehoord en gebruikt. Dat is belangrijker dan heel precies vastleggen welke rechten inwoners hebben. Daar moet misschien wel een stap op gezet worden, maar de verandering van de houding is het belangrijkst. De heer Dijkstra (EenUtrecht) deelt het punt van houding en gedrag volledig. Hij hoort bij het CDA ook twijfel over hoe ver je moet gaan met het vastleggen van een aantal rechten.

Deelt het CDA dat er nu eigenlijk geen concreet recht vastligt? De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij daar zeker naar wil kijken. Hij ziet in het voorstel van EenUtrecht ook dat het niet altijd tot meer duidelijkheid leidt. De vraag is dan ook of het breed in de stad zal leiden tot meer participatie. Want daar gaat het om, en om houding en gedrag.

20

25

30

35

40

45

50

De heer Dijkstra (EenUtrecht) denkt dat rechten niet direct zullen leiden tot meer participatie. Die rechten zijn vooral voor de situatie dat iemand wel wil participeren, maar niet kan of mag. Volgt het CDA de lijn dat het kan helpen voor die mensen? De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij het niet te zwart-wit wil maken. In sommige gevallen kan het helpen. Het is juist de bedoeling dat meer mensen betrokken worden en dat mensen die het gevoel hebben afstand te hebben tot wat op het stadskantoor gebeurt betrokken worden. Dat lukt niet door het vastleggen van rechten maar door het openstaan voor geluiden om te weten wat er in wijken gebeurt. Die lijn zit wel in het voorstel. Het kan op sommige plekken wat duidelijker, dat deelt het CDA. Maar het neigt naar illusie om te denken dat door het vastleggen de participatie beter wordt. Misschien worden de mensen die toch wel de weg weten te vinden geholpen, en wellicht kunnen zij zelfs misbruik maken van die rechten. Maar het is de vraag of de mensen die we willen bereiken daar gebruik van zullen maken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) informeert wat het CDA bedoelt met het genoemde misbruik. Er zijn gelukkig veel rechten in dit land, en natuurlijk is er altijd iemand die daar misbruik van maakt. Voor de grote meerderheid die er geen misbruik van maakt helpt het wel enorm.

Deelt het CDA die waarneming? De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat misbruik misschien niet het goede woord is, maar het kan wel tot vertraging leiden. Dat mensen recht hebben op participatie is geregeld, en dat moet goed georganiseerd zijn. Hij vervolgt zijn betoog. Een belangrijke verantwoordelijkheid voor cultuurverandering ligt bij de wethouder zelf. Het gaat ook om hoe het college daarin optreedt en hoe met andere wethouders wordt omgegaan. Hoe ziet de wethouder dat en hoe gaat zij dat bevorderen? De wethouder hield een overtuigend verhaal over hoe het college dat op het stadskantoor ging aanpassen. Daarna is er een bezuiniging geweest op dit onderwerp. Wat gaat dat betekenen om die mentaliteitsverandering tot stand te brengen? Wat het CDA betreft is het bewonersbod belangrijk. Verder vraagt het CDA hoe de raad wordt geïnformeerd over de keuzes in het participatieproces. In raadsvoorstellen wordt dat momenteel heel summier toegelicht. Dat mag van het CDA wat uitgebreider, zodat de keuze uit het kompas verduidelijkt wordt. De heer Dekkers (GroenLinks) meent dat het informeren van de raad inderdaad belangrijk is. Hij vraagt of dat niet voldoende in het voorstel is opgenomen, via het samenwerkingsvoorstel en het samenwerkingsverslag. De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat hij dat hoopt. Hij vindt dat het in de raadsvoorstellen vrij summier is.

Het kompas maakt duidelijke keuzes, die wat meer onderbouwing mogen krijgen. 27

De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de PvdA.

5

10

15

20

Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat Utrecht veel bewoners heeft die zich met liefde en energie inzetten voor hun buurt en stad. Zij willen meedenken, meehelpen of eigen initiatieven opzetten. Daarvan zijn talloze voorbeelden. Regelmatig gaat dat goed maar helaas niet altijd. Een tijd geleden lanceerde de PvdA zijn participatieplan. Daarin werden meerdere voorstellen besproken om de stem van bewoners meer plek te geven. Het gaat om meedoen, tegenmacht en zeggenschap. Dat zal dan ook de leidraad van de PvdA zijn en blijven als het om participatie gaat. Het belangrijkste voor nu is niet elk jaar iets nieuw proberen, maar eerst doen wat is afgesproken in Samen Stad Maken en daarmee vaart maken. Eerder heeft de PvdA een amendement ingediend genaamd ‘Ruimtelijke ontwikkeling doe je in de wijk’. Ambtenaren moeten frequent in de wijk komen als ze er beleid over gaan maken. Dit amendement moet goed uitgevoerd blijven worden, en er zijn meerdere opties in mogelijk. Bijvoorbeeld een rondleiding in de wijk door bewoners. Aan de wethouder wordt gevraagd welke mogelijkheden daar verder in zijn. De PvdA vindt het moeilijk om over nieuwe of bestaande participatietrajecten te spreken terwijl de reguliere dienstverlening niet altijd op orde is. Daarbij doelen zij niet alleen op participatietrajecten maar ook op het contact met bewoners en dienstverlening aan mensen die hulp nodig hebben.

Niet altijd krijgen bewoners opvolging van een participatietraject of een melding die zij hebben gedaan over overlast. We moeten mensgericht werken en willen naar een dienstbare overheid. Vaak is een participatiebijeenkomst, een ambtenaar die langskomt in de wijk of een brief die ze van de gemeente krijgen het enige contact dat een bewoner met de gemeente heeft. Dit is impactvol contact, dat hen bijblijft en het enige is waar ze aan refereren als het om de gemeente gaat. Dit contact moet dus altijd goed gebeuren. De PvdA vraagt daarover een reflectie aan de wethouder. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt dat de PvdA hiermee een hele brede scope aanbrengt in het onderwerp dat nu wordt besproken. Moet de discussie niet vooral over de verordening gaan?

25

Mevrouw Leever (PvdA) antwoordt dat zij daar inderdaad weinig over heeft gezegd omdat de PvdA vindt dat er haast moet worden gemaakt met wat er nu ligt, en geen nieuwe dingen moeten worden verzonnen. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van DENK.

30

35

40

45

De heer Şimşek (DENK) sluit zich aan bij de eerder gemaakte punten over inclusie en diversiteit. Wat DENK betreft wordt vastgelegd dat dat een duidelijk uitgangspunt moet zijn voor participatie. Goede participatie is dat participatie en inspraak kan plaatsvinden door een goede afspiegeling van de samenleving, en niet door een specifiek groepje mondige bewoners die de weg doorgaans goed weten te vinden. Aan de wethouder wordt een toezegging daarop gevraagd. Verder sluit DENK zich aan bij het punt van het CDA over hoe de raad geïnformeerd wordt. De voorzitter geeft het woord aan de Partij voor de Dieren. Mevrouw Krul (Partij voor de Dieren) ziet deze verordening als een logische volgende stap, waarin de principes uit de eerder vastgestelde nota Samen Stad Maken nu juridisch kracht worden bijgezet. Wat dat betreft heeft de Partij voor de Dieren er weinig op aan te merken. In mei gaven zij echter aan dat de onderliggende nota erg mensgericht is. Samen Stad Maken kan alleen echt samen, dier, natuur en mens. Diversiteit en inclusie moet ook volgens de Partij voor de Dieren worden opgenomen in de verordening. Zij zijn ook benieuwd hoe de ongehoorde stem, niet alleen van mensen maar ook van dieren en de natuur, in de uitvoering van het participatiebeleid vorm gaat krijgen.

Verder kijken zij uit naar de brief die zij dit kwartaal nog tegoed hebben van de wethouder waarin zij ingaat op de mogelijkheden om van de natuur een rechtspersoon te maken. Kan de wethouder daar al op ingaan? Vanwege het belang om dier en natuur een stem te geven zal de Partij voor de Dieren dit blijven benadrukken. Zij hebben daarover een initiatiefvoorstel in de maak, want zij vinden het de hoogste tijd dat Utrecht het recht van de natuur erkent. De voorzitter geeft het woord aan de fractie van de VVD.

50

Mevrouw Zijdenbos (VVD) vindt het beleidsvoorstel Samen Stad Maken vaag, en dat is het raadsvoorstel ook. De VVD vraagt het college waarom ervoor gekozen is om af te wijken van de modelverordening van de VNG. De modelverordening is namelijk wel duidelijk, in tegenstelling tot 28

5

10

dit raadsvoorstel. Zo staan in de modelverordening duidelijke kaders over het opstellen van een plan met proces en planning. De VVD leest deze heldere kaders niet terug in het raadsvoorstel. Alleen artikel 5 gaat over een samenwerkingsplan, dat opgesteld moet worden als bepaalde voorwaarden van toepassing zijn. Dit samenwerkingsplan maakt echter nog steeds niet duidelijk wat er van de gemeente en het participatieproces verwacht mag worden. De VVD vindt dat deelnemers vooraf moeten weten wat de kaders zijn en wat er met de participatie of inspraak gebeurt. Waar in het beleid is nog ruimte voor verandering, hoeveel impact heeft de participatie op het beleid? Graag ziet de VVD bij elke vorm van participatie vooraf een plan met het doel, het proces en de planning. Aan de wethouder wordt een toezegging daarop gevraagd. Ook ziet de VVD veel willekeur in de verordening. Het college geeft zichzelf daarnaast veel ruimte om van participatie af te zien door ‘onder andere’ op te nemen in artikel 2.1. De heer Dekkers (GroenLinks) vraagt wat de VVD zoekt. Het uitgangspunt van een startnotitie van een proces is dat daar in staat wat de vastliggende kaders, de ambitie en de te bespreken punten zijn.

15

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat er duiding aan de inwoner nodig is, zodat zij vooraf weten waarvoor zij participeren. Dat staat niet in de verordening. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat dat al in het participatietraject wordt gebruikt. Wat mist de VVD dan nog?

20

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat het heel goed zou zijn als dat nu al in participatietrajecten wordt gebruikt. Het staat echter niet in artikel 5 van de verordening. De heer Van Rooij (Student & Starter) heeft artikel 5 erbij gepakt. Daar staat welke vraag of kwestie aan Utrechters wordt voorgelegd, welke Utrechters daarin een rol hebben en een verwijzing naar de principes uit Samen Stad Maken. Wat wil de VVD in de verordening aanpassen?

25

30

35

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat zij het doel, het proces en de planning erin wil opnemen. Het is namelijk goed om te weten welke Utrechter eraan meedoet en welke kwestie er wordt voorgelegd. Een kwestie geeft nog geen richting waar we heen gaan, en dat is wel belangrijk. De heer Van Rooij (Student & Starter) zegt dat in de verordening ook staat hoe de volgende fase wordt doorlopen, wat de volgende stappen in het proces zijn om invulling te geven aan de samenwerkingsvorm. Dat is toch precies wat de VVD vraagt? Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat zij dat heel vaag beleid vindt. De bewoording “invulling te gaan geven” betekent dat het wat beleidsmatige stappen zijn. Er wordt niet aangegeven wat er nu echt gevraagd wordt van de mensen die inspreken. Het is belangrijk dat iedereen dat weet en niet achteraf teleurgesteld wordt. De heer Van Rooij (Student & Starter) zegt dat de leidende principes juist over transparantie, over diversiteit en inclusie gaan, en wat er gebeurt met het resultaat. Hij raadt de VVD aan om de verordening en Samen Stad Maken nog eens goed door te nemen.

40

45

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat zij in de leidende principes leest “we tonen lef, we leren en verbeteren continu, we zijn open en eerlijk”. Dat zijn mooie woorden die geen richting geven. In de beleidsnota is dat prima, maar de verordening moet duidelijk zijn. Daarin moet een richtlijn staan die door de VVD wordt gemist. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat het samenwerkingsplan over de participatie gaat. Daarnaast is er altijd een soort startnotitie die meer over de inhoud gaat. Het samenwerkingsplan is daarin een soort paragraaf. In de rest van de startnotitie staan de ambities en de inhoudelijke vragen. Heeft de VVD dat beeld ook? Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat het prima is als dat in de startnotitie staat. De VVD wil wat de modelverordening zegt en dat is een duidelijk plan opstellen. 29

5

10

Zij vervolgt haar betoog. De VVD verwacht dat een raadsvoorstel of verordening in correct Nederlands is geschreven. Helaas kwamen zij het Engelse woord ‘stakeholders’ tegen. Waarom heeft de wethouder ervoor gekozen om een Engels woord in de verordening op te nemen? Is zij het met de VVD eens dat de verordening in het Nederlands moet zijn en dat ‘stakeholders’ vertaald moet worden naar ‘belanghebbenden’? Daarnaast is het onduidelijk wat dit begrip omvat. Het is niet terug te zien in de definities. Aan de wethouder wordt gevraagd om dit toe te voegen. Ook is het de VVD opgevallen dat de definitie van Utrechters bijzonder breed is. Is een Utrechter niet gewoon een inwoner van de stad? De andere groepen zijn vanzelfsprekend ook belangrijke groepen om mee te nemen in het participatieproces. Elk belang moet worden afgewogen, maar een zogeheten ‘gebruiker’ is geen Utrechter. De VVD vraagt de wethouder om de definities te herzien en daarbij ook ruimte te geven aan Utrechtse ondernemers die nu onbesproken blijven. De heer Dekkers (GroenLinks) zegt dat het juist zo mooi is dat de term Utrechters zo breed wordt omschreven. Daardoor worden alle belangen bereikt.

15

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat inderdaad alle belanghebbenden meegenomen moeten worden. Een Utrechter is iemand die in Utrecht woont, of er studeert maar nog op zoek is naar een kamer. Anders is het een belanghebbende of een synoniem daarvoor. De heer Dekkers (GroenLinks) verzoekt de VVD nog even te kijken naar de omschrijving van de Utrechter in de verordening, want die staat daar juist heel mooi omschreven.

20

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat het begrip Utrechter omschreven is als “inwoner, toekomstig inwoner, gebruiker, maatschappelijke partijen, rechtspersonen en andere organisaties in Utrecht”. Dat vindt de VVD veel te breed voor een Utrechter. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het breed is geformuleerd, zodat iedereen die zich Utrechter voelt zich aangesproken zou moeten voelen. Is het niet verstandig om op deze plek juist te voorkomen dat je iemand buitensluit of uitsluit?

25

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat de VVD niemand wil uitsluiten. De andere groepen die worden genoemd moeten ook worden meegenomen in het participatieproces. Zij vraagt de wethouder om de definities te herzien omdat ze niet helemaal duidelijk zijn. Mevrouw Krul (Partij voor de Dieren) vraagt of het klopt dat de VVD de definitie nu te breed vindt, maar ook wil dat de ongehoorde stemmen erin worden opgenomen.

30

Mevrouw Zijdenbos (VVD) antwoordt dat zij idealiter ziet dat het begrip belanghebbende wordt toegevoegd, waaronder alle groepen worden toegevoegd. De voorzitter informeert of er verder fracties zijn die een bijdrage willen leveren. Dat is niet het geval. Zij schorst de vergadering. - Schorsing –

35

40

45

De voorzitter heropent de vergadering en geeft het woord aan de wethouder voor de beantwoording van de vragen. Wethouder Oosters is blij om te constateren dat de commissie een gezamenlijk doel heeft, namelijk dat de samenwerking met de stad en participatie op een zo goed mogelijke manier gaat. Volgens de wethouder gaat de discussie vooral over de vorm en de wijze waarop het is opgeschreven. Op de vraag waarom voor deze aanpak is gekozen, en niet om de VNG-verordening te kopiëren, antwoordt de wethouder dat Utrecht in het traject voorliep op de VNG. Zij hebben de Utrechtse verordening als inspiratie gebruikt voor het ontwikkelen van het model. Dat model heeft een minder breed beslag voor de mogelijkheden van samenwerking met de stad dan wat in het Utrechtse beleid is opgeschreven. Daarom is dat op een andere manier ingericht. De Utrechtse verordening vraagt om een cultuurverandering. Daar wil het college in de uitvoering en de waarborging richting de stad op focussen, inclusief de belangrijke waarborg voor het proces en samenwerking. 30

5

10

15

Op de vragen over waarom de leidende principes niet worden genoemd in de verordening en het raadsvoorstel antwoordt de wethouder dat de leidende principes in alle volledigheid zijn genoemd in de toelichting op het artikel daarover. Inclusief inclusie en diversiteit. Het staat inderdaad niet in volledigheid genoemd in het raadsvoorstel. Op de vraag over het vinkje zetten antwoordt de wethouder dat dat niet in die formulering in de verordening staat, en ook niet in de informatieve toelichting. Het staat wel in het raadsvoorstel om te laten zien dat het college een stap vooruit wil zetten. Daarmee zeggen zij niet dat alle participatie van de gemeente Utrecht hiervoor slecht is gegaan. Dat willen zij ook niet met die zin zeggen. Als die indruk wel wordt gewekt dan kijkt de wethouder uit naar de suggestie van GroenLinks om het anders in te steken. Op de vraag van Student & Starter over of de leidende principes onderdeel zijn van de samenwerkingsverslagen antwoordt de wethouder dat in artikel 5 staat dat reflectie onderdeel is van het verslag, en wat er geleerd kan worden van de toepassing van de samenwerkingsvorm(en). Wat het college betreft valt daar ook de reflectie op de leidende principes onder. De heer Van Rooij (Student & Starter) zegt dat het Student & Starter ook om artikel 2c gaat, over de weging van de inzichten.

Wethouder Oosters antwoordt dat de leidende principes bij de ambtelijke uitwerking juist bij de inzichten, de evaluatie, de reflectie sterk naar voren komen.

20

De heer Van Rooij (Student & Starter) vraagt of met reflectie de reflectie op de samenwerkingsvorm, de vorm van participatie of de uitkomsten van zo’n participatietraject wordt bedoeld. En hoe wordt die gewogen? Wethouder Oosters antwoordt dat het verslag over de evaluatie van de samenwerkingvorm(en) gaat.

25

30

35

40

45

50

De heer Van Rooij (Student & Starter) vraagt hoe de raad dan achteraf wordt geïnformeerd over wat de uitkomsten zijn van een participatietraject. Wethouder Oosters antwoordt dat er een samenwerkingsplan aan de voorkant is. Vervolgens wordt er een traject gestart waarin afspraken met bewoners en andere stakeholders worden gemaakt. Op het einde krijgt de raad een verslag waarin wordt getoond hoe de samenwerking is gegaan, als bijlage van een raadsvoorstel. Zij vervolgt haar beantwoording. Op de vraag van het CDA hoe de wethouder houding en gedrag gaat aanpakken antwoordt zij dat dat een van de belangrijkste uitgangspunten is van Samen Stad Maken. Dat wordt momenteel uitgerold. Binnen een goede maand krijgt de raad een brief over de stappen die daarin zijn gezet en gaan zetten. Natuurlijk is het spannend met de bezuinigingen die zijn geweest, gelukkig heeft de raad er iets bij gezet in de afgelopen begrotingsbehandelingen. De wethouder verwacht dat er mooie stappen in gemaakt kunnen worden en zal daar uitgebreid over rapporteren. In het kader van de leidende principes stelde de PvdA dat goed contact met bewoners belangrijk is, ook los van de samenwerkingstrajecten die we met hen hebben. Dat is de wethouder met hen eens.

Juist in de leidende principes heeft het college willen vertalen dat het niet alleen gaat om de formele trajecten maar ook over houding en gedrag van ambtenaren, collegeleden en raadsleden richting bewoners en de stad. Mevrouw Leever (PvdA) zegt dat er veel geluiden van bewoners zijn dat bepaalde dingen niet worden opgevolgd. De wethouder wil daarop inzetten, maar tot nu toe is er nog niet veel veranderd. Wanneer kan dat worden verwacht? Een cultuurverandering duurt lang, maar voor bewoners is dit wel heel belangrijk. Wethouder Oosters antwoordt dat ze niet zo ver wil gaan dat er niets is veranderd of uitgevoerd. Daar wordt in de organisatie erg hard aan gewerkt. Zij vervolgt met de beantwoording met de vraag van DENK over diversiteit en inclusie en niet alleen participatie bij kleine groepen bewoners. Dat is een van de kernprincipes van het nieuwe beleid. Er wordt gekeken naar een bredere groep Utrechters om input te leveren voor beleid. 31

De heer Şimşek (DENK) vraagt waarom dat niet is opgenomen in de verordening, en of de wethouder wel bereid is om dat te doen.

5

Wethouder Oosters antwoordt dat dat wel is opgenomen in de verordening. De leidende principes voor houding en gedrag zijn letterlijk vertaald in de verordening. In de toelichting zijn alle leidende principes genoemd, waaronder diversiteit en inclusie. Voor wat betreft het bewonersbod zegt de wethouder dat dat een belangrijke stap op dit terrein kan zijn, juist om te oefenen en te kijken hoe dat op een goede manier kan worden gedaan. Het college wil meer trainen in het overlaten van werkzaamheden aan de stad en de regie bij de bewoners leggen. Daarop zal het college terugkomen bij de Voorjaarsnota.

10

De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de wethouder het heeft over oefenen en kijken. Dat gebeurt al een aantal jaren. Het staat nu in de verordening, dus nu moet het ook echt gaan gebeuren.

15

Wethouder Oosters antwoordt dat met het vastleggen van het bewonersbod in de verordening de eerste stap is gezet om ervoor te zorgen dat er gebruik van wordt gemaakt. Verder wordt de manier waarop wordt omgegaan met de leidende principes voor houding en gedrag gestimuleerd, zodat er ook gebruik wordt gemaakt van zo’n bewonersbod. Met het kompas voor zeggenschap wil het college steeds meer sturen op een terughoudende rol van de overheid en meer eigenaarschap voor bewoners. Ambtenaren zullen worden getraind om met dit middel om te gaan. Daarop ontvangt de raad in Q1 een extra reflectie.

20

De heer Van Steeg (CDA) zegt dat het allemaal nog vrij voorzichtig klinkt: oefenen, een eerste stap. Het CDA wil de wethouder aanmoedigen om hier echt werk van te maken zodat het ook echt gebruikt gaat worden in de stad.

25

Wethouder Oosters antwoordt dat het daadwerkelijk in de verordening is opgeschreven. Het college gaat er mee aan de slag. Zij vervolgt met de vraag of en hoe de raad inzicht krijgt in de resultaten van zo’n traject met een bewonersbod. In de verordening is opgenomen dat het voor iedereen inzichtelijk is, en daarmee ook voor de raad. De heer Maas (Volt) vraagt of dat betekent dat de raad niet automatisch wordt geïnformeerd, maar zelf de informatie moet opzoeken.

30

Wethouder Oosters antwoordt dat dat nog niet is afgesproken. Zij vraagt aan de raad hoe zij op de hoogte zou willen worden gehouden. Het middel is nog niet zo veel ingezet. Zij kan zich dan ook voorstellen dat de raad iets actiever op de hoogte zou willen worden gehouden. De heer Maas (Volt) zegt dat Volt daar naar zal kijken.

35

Wethouder Oosters zegt dat het betreffende de samenwerkingsplannen kan via DenkMee. Zij kan zich ook voorstellen dat de raad er iets diepgaander in meegenomen wil worden. Zij staat open voor suggesties. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wil dat wat concreter maken. In het afgelopen jaar zijn er een paar bewonersboden geweest in het sociaal domein. Die zijn allemaal afgewezen. Dat is niet zichtbaar geweest voor deze raad. Zou het helpend zijn als de wethouder de raad op een aantal van die initiatieven meeneemt en daarover rapporteert?

40

Wethouder Oosters antwoordt dat het haar niet zo functioneel lijkt om daar nu nog over te rapporteren, maar misschien wel over toekomstige bewonersboden. Zij stelt voor om dat aan het eind van het jaar te doen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor om bewonersboden vanaf medio 2024 mee te nemen. Dan is er een wat langer perspectief.

45

Wethouder Oosters antwoordt dat het wellicht meegenomen kan worden bij de monitor van Samen Stad Maken. Dat wordt altijd in het begin van het nieuwe jaar gedaan. De eerstvolgende is in maart, dat is wat te snel, maar bij de volgende monitor kan het worden meegenomen. 32

5

10

15

20

25

De wethouder snijdt vervolgens het thema samenwerkingsplan aan. Wie betrokken wordt en hoe staat verwoord in artikel 5, lid 1b en 1d. Op de vraag over het betrekken van de raad bij de samenwerkingsplannen zegt de wethouder dat het gesprek daarover al is gevoerd. Het voorstel is om de informatie ter beschikking te stellen voor de raad en de rest van de stad via publicatie op DenkMee. De verordening gaat ervan uit dat de raad op die manier wordt geïnformeerd. Er wordt geen vaststelling van ieder samenwerkingsplan gevraagd want dat zorgt voor teveel vertraging. Bij ieder raadsvoorstel staat wel een paragraaf Samen Stad Maken waar duidelijk wordt gecommuniceerd welke afslag is genomen bij het kompas. De heer Van Rooij (Student & Starter) wijst er op dat bij een samenwerkingsplan inzichtelijk moet worden gemaakt wie er benaderd gaan worden om deel te nemen. In de verordening staat dat moet worden vermeld welke inzichten zijn opgedaan en door wie die inzichten zijn ingebracht. Kan dat worden gelezen als het meenemen van de hele scope van wie er benaderd gaan worden? Wethouder Oosters antwoordt dat dat inderdaad zo gelezen mag worden. Zij vervolgt met het punt over samenwerking in de wijk. De wethouder ondersteunt de PvdA daarin helemaal. Het is een hele mooie manier om samenwerkingstrajecten in de stad aan te gaan en om een brede groep bewoners aan te spreken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=d6048533-d7b7-43a9-b3ff-ca69124913a0