CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag commissie VBF 20 juni 2024

Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën (2022-2026) 19 september 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen20.111 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Als het gaat om de spelregels daarover heeft hij goede hoop dat in de voorstellen die gaan volgen de twee doelen bereikt gaan worden: meer duidelijkheid, het budgetrecht scherper zo dat de raad zijn rol kent. Mevrouw Ramaker (VVD) refereert aan de technische sessie over de Berap over het uitvoerderskrediet A en B. Zij vraagt of dat ook iets van de spelregels is: wat gaat naar de raad? Zij weet nog steeds niet wat het verschil is tussen A en B. De heer Van Vugt (accountant) bevestigt dat dit een van de punten is. De gemeente Utrecht kent vervangingsinvesteringen, uitbreidingsinvesteringen A en B, dan zijn er nog routine investeringen, en groei in balans investeringen. Zijn advies is om de verschillende typen investeringen duidelijker te maken en ook iets in te dikken, zodat minder type investeringen overblijven, maar wel duidelijk welke rol de raad daarin heeft. Glashelder moet dan zijn waar het college aan zet is en waar de raad in zijn rol moet zijn. De derde vraag betrof de oorzaak van centraal-decentraal; in zijn ogen heeft dat te maken met dat het punt van concernsturing duidelijker moet worden. Dat betekent Pagina 17 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

820

830

840

850

860

een scherpere kaderstelling vanuit het concern, en een meer adequate monitoring vanuit het concern en het gezamenlijk voorkomen van een eilandencultuur. In het dichter bij elkaar brengen van de “eilanden”, kan de concernsturing een rol spelen. Het heeft ook te maken met duidelijkheid hebben over wie waarvoor verantwoordelijk is. Wie doet wat in dat proces? Daar is te zien dat onduidelijkheden te zien zijn die tot vertraging bij de controle leiden vooral bij de claims. Dat speelt ook bij het risicomanagement en dat speelt bij de specifieke uitkeringen. Daar kan verduidelijking helpen bij een verbetering. Dit proces kan een bijdrage leveren aan meer duidelijkheid bij subsidies en kan de kwaliteit van informatie verbeteren. Hiermee beantwoordt hij de vragen van de VVD en DENK. Wanneer dit sterker wordt, zal het helpen bij het verbeteren van de financiële paragraaf in de raadsstukken. Dan ontstaat de centrale kaderstelling en de centrale monitoring vanuit het concern. Dat proces loopt momenteel. De vraag is gesteld waar het stadsbestuur hierin staat. Hij merkt dat in de organisatie hieraan heel hard gewerkt wordt. Hij is zich er ook van bewust dat dit niet in één jaar opgelost is. Hieraan zit ook een cultuuraspect. Hierin zit ook iets dat al jaren een gewoonte is geworden. Ook dergelijke elementen moeten worden aangepast.

Hij merkt dat op alle niveaus het de intentie is om één en ander dichter bij elkaar te brengen. Hij vindt het lastig in te schatten hoe lang het gaat duren; de bedrijfsvoering is hierin leidend. Mevrouw Ramaker had een specifieke vraag over de Reserve in het Gemeentefonds; hoeveel zin het heeft om die Reserve in te stellen. Dit hoeft niet. Hij kan zich voorstellen dit te doen omdat in de algemene uitkering soms in december in één keer een bedrag zit die voor een specifieke taak aangewend moet worden. Dat geld moet dan worden vastgehouden om dat bijvoorbeeld in 2024 uit te voeren. Dan is het handig om dat niet in het resultaat te laten lopen omdat daarmee weinig mogelijk is, maar het in de Reserve te stoppen om het het jaar daarop te kunnen uitvoeren. Dat geeft meer stabiliteit in de kwaliteit van het resultaat dat gezamenlijk gepresenteerd wordt en dan wordt dat niet vervuild met allerlei posten waar achter toch nog allerlei verplichtingen dan wel taken zitten die gedaan moeten worden. Dat is de reden voor deze Reserve. Dat is een politieke keuze om dit al of niet te willen. Het is niet ongebruikelijk, het komt zeker vaker voor. Mevrouw Ramaker (VVD) vraagt of de raad dit meer terugziet in Beraps wanneer dit niet op deze manier gedaan wordt.

De heer Van Vugt (accountant) licht toe dat wanneer dit niet gedaan wordt het resultaat hoger wordt, en dan zal de raad een nog uitgebreider resultaatbestemmingvoorstel krijgen, want dan gaat in het resultaatbestemmingsvoorstel gezegd worden dat een batig bedrag in 2023 ingezet moet worden in 2024, dus het resultaat moet daaraan besteed worden. Hij vervolgt zijn beantwoording met in te gaan op de vragen van mevrouw Ramaker over verbonden partijen. Naar de opvatting van de accountant is de grip op gemeenschappelijke regelingen, een goed Governance systeem dat de partijen met elkaar hebben. Hij denkt analoog aan wat daar gebeurt nadere afspraken te moeten maken over hoe de raad wordt geïnformeerd in het kader van de drie rollen die de raad heeft op verbonden partijen met meer risico, vooral op de NV's, BV's, stichtingen en verenigingen. De gemeenten zijn vaak afnemers van een dergelijke partij, de gemeente is eigenaar van een dergelijke partij en soms ook een leverancier aan een dergelijke partij. Dan is het goed als raad in het kader van die rollen periodiek geïnformeerd te worden.

Pagina 18 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

870

880

890

900

910

De accountant heeft goede hoop dat de nota Verbonden partijen uit 2015, aangepast zal worden. Daar is de plek om vooral vanuit de raad een rol te spelen over wat de raad wenst over een betere informatie of eerder informatie vanuit zijn toezichthoudende rol als het gaat om de partijen met meer risico's. De heer Van Steeg stelde de vraag waar de raad staat als het gaat om slagkracht personele capaciteit en welke stappen daarin te zetten. De accountant heeft daarop al een beetje een antwoord te geven; daaraan wordt hard gewerkt. Bovendien merkt hij op dat het weerbarstig is. Hij merkt dat ook in deze setting. Iedereen heeft veel plannen, veel ideeën en veel ambities, ook binnen de raad. Hij ziet dat het bestuur in de gemeente hierin gezamenlijk moet optrekken om keuzes te maken. Die keuzes worden gemaakt vanuit capaciteit, dus ook vanuit financiële middelen als het gaat om het financiële gezond te houden in de toekomst. Maar dat betekent ook dat de bestuurlijke partijen gezamenlijk de scherpte van het debat moeten opzoeken: wat willen zij wel en niet? Hierin zit ook een efficiency-vraag. De bestuurders doen er zijns inziens goed aan om onderling uit te maken wat zij samen aan kunnen. Hij ziet die beweging wel steeds meer ontstaan in het bestuurlijke. De accountant bevestigt dat dit wel even tijd in beslag zal nemen. Hij ziet goede stappen gezet worden bij de exploitatie.

Hij heeft gekeken naar de onder uitputting op de lastenkant van de jaarrekening; te zien is dat die onderuitputting over 2,22% gaat van de totale exploitatie. Dan gaat het over ongeveer 42 miljoen euro. Van een dergelijk percentage schrikt hij niet zo. Daar ziet hij een verbeterslag. De uitdaging zit in de Investeringsagenda en de aanwending van de bestemmingsreserves. Daarin ziet hij veel ambitie en planningsoptimisme ten opzichte van wat daadwerkelijk te realiseren is. Vooral in die hoek is in de ambtelijke organisatie en mogelijk ook in het bestuurlijke nog de nodige winst te realiseren. De vraag van D66 heeft de accountant beantwoord. Zijn stelling is dat in de slag om de concernsturing te versterken, de inhoudelijke monitoring meeloopt om de subsidies te versterken. Binnen de vakafdelingen worden de effecten en resultaten van de subsidies gemonitoord. In de jaarstukken zit het nadrukkelijk in de richting van de ontvanger. Er zit een bijlage bij die per doelstelling aangeeft welke subsidie verstrekt is en aan welke partij. Dat zou te versterken zijn met het antwoord op de vraag of met die subsidie de doelen zijn bereikt. De heer Van Bemmel stelde de vraag over het Duurzaamheidsverslag opnemen in de P&C-cyclus.

De ontwikkeling op dat vlak is dat dit jaar vanuit een commissie een handreiking zal worden opgesteld om een aantal aspecten van duurzaamheidsverslaglegging in de P&C-cyclus te gaan opnemen. Dat zal voorlopig nog geen wettelijke verplichting zijn. De accountant verwacht dat het wel in die richting gaat en dat het een onderdeel wordt van de P&C-cyclus onder andere in een duurzaamheidsparagraaf. De accountant merkt op dat hij het Duurzaamheidsverslag uit de raad een goed voorbeeld vindt van hoe het mogelijk is. Hij zou dat zeker niet integraal opnemen in de Planning & Control cyclus; want dan is het wel heel veel. Een logische link naar dat verslag zou dan enorm helpen wanneer die prominent in de jaarstukken is opgenomen en de gebruiker gemakkelijk kan doorklikken naar meer diepgang en inhoud in dat Duurzaamheidsverslag zelf. Het zal zeker terugkomen in de hoofdlijnen. De heer Van der Zweth stelde een vraag over planningsoptimisme; de accountant brengt zijn antwoord in herinnering. Hij benadrukt dat het bewustzijn er is richting 2025. Hij denkt ook dat het gaat helpen wanneer de informatievoorziening op het niveau van de investeringen in de jaarstukken verbeterd wordt en dat daarvan een Pagina 19 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

920

930

940

950

960

impuls uitgaat. Het is lastig te zien wat het college van plan was in 2023 en wat daadwerkelijk gedaan is op investeringsniveau. Het wordt steeds afgezet tegenover het krediet. In de voorstellen die tot dusverre zijn uitgewerkt, is zichtbaar hoeveel miljoen de gemeente wilde wegzetten in 2023 en wat daadwerkelijk in 2023 daarvan is waargemaakt. Het zal helpen wanneer dat bewustzijn verder kracht bij gezet wordt. De heer Van der Zweth vroeg ook over risicovol OZB. De accountant vindt de term risicovol OZB niet helemaal passen bij een hogere onroerendzaak belasting. Wat hij beter vindt passen is dat gezamenlijk geconstateerd wordt dat de OZB hoger is dan het landelijk gemiddelde, of hoger dan de G4, of hoger dan de gemeenten met meer dan 100.000 inwoners. Het is aan de politiek om te besluiten of dit risicovol is of niet. De accountant vindt (1) de weging in relatie tot andere steden belangrijker en (2) dat het gemeentebestuur dit altijd blijft wegen in relatie met het voorzieningenniveau in de stad. Die twee punten vindt hij essentiëler. De heer Maas stelde een vraag over de resultaatbestemming; hij heeft die inmiddels beantwoord. Student & Starter stelde een vraag over de integratie van de frauderisicoanalyse in de communicatie met de gemeenteraad. De accountant zou daarmee willen oppassen.

Wanneer alle frauderisico’s in alle openbaarheid besproken worden, ontstaat daadwerkelijk risico wanneer burgers dat zouden willen testen. De nodige vertrouwelijkheid is geboden. De accountant bevestigt dat de frauderisico’s voldoende geborgd zijn in de interne controles. Er is geen 100% garantie, dat er nooit iets gebeurt. De accountant heeft niet geconstateerd dat hier in Utrecht onvoldoende aandacht is voor frauderisico's in de interne controles. De accountant vindt dat Utrecht als gemeente op het totaalniveau veel aandacht heeft voor fraude en integriteit. Student & Starter stelde ook de vraag over het Duurzaamheidsverslag in de verantwoording en deze fractie stelde de vraag over de voorspellende waarde van de begroting en de kwalificatie van de financiële positie en solvabiliteit. De accountant zal daar straks op ingaan naar aanleiding van vragen van de heer Dijkstra van EenUtrecht. DENK benadrukte de vraag van de VVD; hij hoopt die voldoende te hebben beantwoord. EenUtrecht vroeg een reflectie op de financiële kengetallen. De accountant gaat hier uitgebreid op in, en refereert aan de zomersessie van de adviescommissie, hoe hij kijkt naar de financiële positie. Hij doet het aanbod dat dit jaar opnieuw te doen en daarbij stil te staan.

Een aantal keren is het al gezegd dat de indicatoren voldoende tot goed zijn als het gaat om de financiële positie van de gemeente Utrecht op dit moment. De schuldenquote zit in de categorie Goed. De solvabiliteit in de categorie Voldoende. Op dit moment is er niets aan de hand met de financiële positie van de gemeente. Kijkend naar de vraag hoe aan te kijken tegen de solvabiliteit; voor die solvabiliteit zijn geen harde normen. Nergens is een harde norm dat de gemeente niet onder de 20% mag komen. Wel is heel belangrijk dat gezamenlijk het samenstel van indicatoren goed in de tijd gevolgd wordt. Hij is ook geen liefhebber van een indicator op één moment er uitgepakt. Dat zegt niet zoveel. Het gaat over de ontwikkeling en de trend die te zien is. De accountant gebruikt vaak zes jaar terug en vier jaar vooruit; dus een periode van 10 jaar. In een dergelijke periode is het dan van belang te zien wat daar Pagina 20 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

970

980

990

1000

1010

gebeurt. Bij het zien van een trend waarbij de gemeente voortdurend inteert op haar reserves; dus dat de solvabiliteit steeds terugloopt en tegelijkertijd te zien is dat de schulden enorm oplopen, is het duidelijk dat er een moment komt waarop gezegd wordt dat het zo niet langer kan en dat daarop keuzes gemaakt moeten worden. De accountant vindt het veel essentiëler dáárover als bestuur te spreken. Het gaat dan over de kengetallen in onderlinge samenhang. Daarbij is het aantal van 6-7 kengetallen relevant. Hij adviseert het stadsbestuur deze ook te blijven zien in de ontwikkeling en in de trend. Een lage solvabiliteit is niet erg wanneer de gemeente altijd uitkomt met de baten en de lasten. De heer Van Steeg (CDA) verwacht met de informatie van de accountant dat een eenvoudige aanpassing nodig is om de stukken inzichtelijker te maken. De heer Van Vugt (accountant) is het daarover eens met heer Van Steeg. Hij vervolgt zijn beantwoording met nader in te gaan op de solvabiliteit. De provincie let ook op dergelijke kengetallen. Maar de Provincie is geïnteresseerd in twee aspecten: (1) dat de structurele lasten worden opgevangen door de structurele baten, waarbij iets meer ruimte komt om incidenteel geld, de algemene Reserve, in te zetten op structurele lasten. De kern is dat de exploitatie in evenwicht is, dat de meerjarige lasten worden opgevangen door de meerjarige baten.

Ten tweede kijkt de provincie naar of de omvang van de algemene Reserve, of de weerstandscapaciteit toereikend is om eventuele risico's die geïdentificeerd zijn op te vangen. Dan is de factor minimaal 1. Dat zijn de belangrijkste indicatoren waar naar gekeken wordt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) verneemt van de voorzitter dat hij de gelegenheid heeft om de heer Van Vugt te benaderen voor aanvullende informatie die verder reikt dan de strekking van deze bijeenkomst. De heer Dijkstra (EenUtrecht) licht toe dat hij geen technische vraag wil stellen maar een vraag naar het oordeel van de accountant wanneeer hij sec kijkt naar het krijgen van grip op hoe de gemeente ervoor staat. Hij hoopt dat de accountant daar nog iets aan kan toevoegen. Hij vindt het fijn deze vraag te stellen in het collectief omdat het antwoord van de accountant dan gezamenlijk gedeeld wordt. De voorzitter vraagt de accountant een kort antwoord te geven. De heer Van Vugt (accountant) benadrukt dat de gemeente er nu goed voor staat en zoals in het verslag staat dat het interen op eigen vermogen mag en dat de gemeente Utrecht dat ook doet, 71 miljoen euro in 2023. Het bestuur van de stad begrootte het interen op eigen vermogen op 66 miljoen; dan zit de gemeente daar 5 miljoen van af. Naar de toekomst toe kan de gemeente Utrecht het niet eindeloos doen.

Daarom zijn alle maatregelen en acties waarmee het bestuur van de stad bezig is in de Voorjaarsnota, belangrijk om af te wegen tegen deze regel. Daarop moet politiek bestuurd worden. Hiermee rondt hij zijn beantwoording af. Korte schorsing van de vergadering en heropening voor de beantwoording door het college. Wethouder Schilderman dankt voor de inbreng van de commissie en voor de complimenten op het gebied van de leesbaarheid; in de afgelopen jaren is daaraan veel aandacht besteed. Zij is blij te zien dat de raad de gezette stappen ziet. Zij begint haar beantwoording met in te gaan op de vragen van de adviescommissie. Gevraagd is naar hoe de uitvoering te bezien en een eventuele uitvoeringstoets. Bij de besluitvorming over de invulling van ambities wordt altijd ook het effect op de Pagina 21 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1020

1030

1040

1050

1060

uitvoering meegenomen. In de Voorjaarsnota van dit jaar keek het college ook nadrukkelijker naar planningsoptimisme en stelde voor de begroting daarop aan te passen. Daarmee geeft het college een invulling en een vorm aan de uitvoeringstoets. Het lijkt haar interessant door te praten over hoe een uitvoeringstoets is die de accountant genoemd heeft. Ook vindt zij het interessant aan te geven dat het altijd onderdeel is van gesprek in alle raadsvoorstellen daarin. De wethouder denkt dat de drempel wel erg hoog wordt als de Uitvoeringstoets gericht wordt op moties. Daarop is moeilijk een Uitvoeringstoets te doen. In allerlei reflecties wordt weergegeven in hoeverre ambities die gesteld worden daadwerkelijk uitgevoerd kunnen worden. De adviescommissie vroeg naar reserves en of daar verder naar gekeken moet worden. De wethouder zegt in zijn algemeenheid dat het verminderen van reserves geen doel op zich is, maar het punt dat de accountant hierop maakt is een hele terechte, en ook een analyse waarmee het college al bezig was. Die analyse had het college eigenlijk gereed willen hebben bij de Voorjaarsnota. De wethouder schat in dat de raad zich kan voorstellen dat op weg naar deze Voorjaarsnota een dergelijk groot aantal uitdagingen was dat het maakte dat een diepgravende analyse op achterstand is komen te staan. Wel is gekeken naar of er ruimte is.

Die is in de Voorjaarsnota terug te zien met de Activareserve, dat is op afstand de grootste losse Reserve. Bij de programmabegroting komen analysebreed de reserves alsnog. Mevrouw Ramaker (VVD) is benieuwd waarom nu wel gekozen is om de reserves te analyseren. Vorig jaar diende zij een motie in waarvoor zij geen meerderheid kreeg. Wethouder Schilderman antwoordt dat zij destijds toegezegd heeft om alle reserves opnieuw tegen het licht te houden. Naar zijn weet heeft zij dat ook in de richting van mevrouw Ramaker toegezegd. De motie zag op een andere vorm daarvan. Dat heeft zij niet toegezegd. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of de wethouder met hem deelt dat ook gezien de stap die wordt gezet met de Activareserve, de analyse van de brede reserves er eigenlijk had moeten liggen. Dat dat wenselijk was geweest gezien de keuzes die in de Voorjaarsnota zijn gemaakt. Wethouder Schilderman antwoordt dat het enerzijds wenselijk was geweest om dat te hebben en dat aan de andere kant een groot gedeelte van die reserves klein is en dat daarnaast al die reserves individueel ingesteld zijn, wordt erop gerapporteerd en worden daarover ook steeds keuzes gemaakt, ook door deze gemeenteraad. Dat geeft ook aanleiding om te denken dat er een wens is om die reserves te hebben.

Het belangrijkste stuk is dat het grootste deel van de uitdaging naar de toekomst toe de structurele ruimte in de begroting is. De Reserve kan dat nooit opvullen. Daarmee is het zeker nuttig om te doen, maar zou ook te zeggen zijn dat een belangrijk deel van het probleem structureel is en daarvoor biedt de Reserve nooit een oplossing. De heer Van Steeg (CDA) beaamt dat. In de Voorjaarsnota wordt wel een principieel besluit genomen over de activa in de Reserve en de dekking van de begroting op de langere termijn. Dat is onderdeel van de brede positie en hoe de raad aankijkt tegen reserves. Die analyse krijgt de raad nu pas bij de programmabegroting. Hij vindt dat te laat in het licht van de Voorjaarsnota. Wethouder Schilderman heeft toegelicht hoe dat is gekomen. Zij geeft ook aan dat zij dit ook op zich eerder had willen delen, maar dat het niet gelukt is op dat gebied en dat er nog een aantal analyses gemaakt moest worden en dat het college ver-

Pagina 22 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1070

1080

1090

1100

1110

wacht dat zij het kan leveren bij de programmabegroting. De Activareserve ligt nu voor als een keuze voor de gemeenteraad. Ook werd gevraagd naar de resultaatbestemming en hoe het stadsbestuur er naar kijkt dat een bedrag overgeheveld wordt, gegeven het tekort. De wethouder begrijpt heel goed waar die vraag vandaan komt. Die vraag had het college andere jaren niet omdat de gemeente altijd een onderbesteding had. Dat maakte dat het college een werkwijze had met een bijstelling in december of begin januari. Meestal kon dit gedekt worden uit het resultaat. Het college heeft er nu voor gekozen uitgaven die op projecten niet gedaan zijn in dit jaar over te hevelen naar het volgende jaar. Een ander voorbeeld betreft Rijkskosten die in december komen en die dan niet uitgegeven kunnen worden; ook die worden overgeheveld. Soms gaat het ook om afspraken over toevoegingen aan reserves die altijd gedaan zijn. Het had gekund ervoor te kiezen al die zaken niet te doen omdat de gemeente op dit moment een tekort heeft. Dat had het college ervaren als een vrij grote verandering van de werkwijze. Daarom heeft het college gekozen voor deze manier. Het lijkt de wethouder verstandig structureel een andere lijn af te spreken wanneer daar anders naar gekeken wordt. Het lijkt de wethouder niet zuiver om nu het Resultaat anders uitvalt, dit incidenteel niet meer te doen.

De adviescommissie vroeg naar het Verbeterplan, ook voor de versterking van de financiële functie. Tijdens de adviescommissie controle en financiën op 18 april zijn de leden daarover geïnformeerd. Voor de zomer wordt gestart met een doorlichting van de financiële functie. Het college verwacht de resultaten in oktober. Tussendoor wordt er gewerkt aan een programmaplan. De raad wordt hierover geïnformeerd via de P&C-cyclus. Maar de adviescommissie zal bij elke vergadering hierover geïnformeerd worden. De VVD ging in op de rekenfout. De wethouder begrijpt dat. Daarover is een debat gevoerd, maar het is een majeure gebeurtenis in de voorgaande jaren. De vraag die hieronder ligt is of de raad dit eerder had kunnen zien. Het college vond een afwijking met de Meicirculairebrief van 23 mei, tegen juni aan. Die afwijking heeft het college ook gerapporteerd aan de raad en het college heeft die ook hersteld. Dat gaf aanleiding om verder onderzoek te doen. Op dat moment had het college niet de idee dat deze afwijking zo groot zou zijn. Wanneer dat wel het geval was geweest waren enorme alarmbellen afgegaan. De wethouder is nog steeds blij met de diepgravende analyse. Anders was het college er nog maanden later achtergekomen; dan was dit op zijn vroegst zichtbaar geworden in de jaarstukken, of in het resultaat.

Zij deelt met de VVD dat het college het idealiter nog eerder had kunnen zien of dat de fout überhaupt niet gemaakt was. Dit is hoe het college heeft gehandeld toen het een indicatie zag. De VVD vroeg naar de Reserve Gemeentefonds; dit is toegelicht door de accountant. Hij is ingesteld bij de tweede bestuursrapportage van vorig jaar; het ging over technische mutaties bij de resultaatbestemming bij de corresponderende posten. Het college merkte dat over de zaken die hierin stonden in de afgelopen jaren nooit discussie was, dat het toch meer een technische verwerking was. Het college vond de Reserve er heel erg bij passen om de hoofdlijnen in de echte besluiten zichtbaar te maken en zijn met de technische zaken iets meer opzijgezet. Daarmee heeft de raad vorig jaar ingestemd. Mevrouw Ramaker (VVD) merkt op dat in de jaarrekening daarvan niets meer te vinden is. Zojuist werd gesproken over de werkwijze voor de resultaatbestemmingen;

Pagina 23 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1120

1130

1140

1150

in hoeverre denkt de wethouder dat het stadsbestuur naar een nieuwe werkwijze toegaat met deze drastische negatieve cijfers. Wethouder Schilderman merkt op die “drastische negatieve cijfers” niet zomaar op deze manier opnieuw te willen meemaken. Dat neemt niet weg dat het de bedoeling is van het college strakker te sturen op het niet op de plank laten liggen van middelen en dat daadwerkelijk af en toe in een negatief resultaat terecht gekomen wordt. Dat is de ene helft van het verhaal. De andere helft ervan is de vraag of de gemeente het nu anders gaat doen doordat deze Reserve is ingesteld. Daarmee is de hoop op een minder grote resultaatbestemming; dus dat de resultaatbestemming overzichtelijker wordt en naar zij hoopt dat daarmee de werkwijze iets zuiverder kan worden en ook beter toegespitst op de daadwerkelijke politieke besluitvorming. Dat zou de bedoeling zijn. De wethouder stelt voor volgend jaar na te gaan of dit gelukt is. De VVD vroeg naar het bedrag dat uitgegeven is voor versterking van de organisatie, de 9 miljoen werd genoemd. Die 9 miljoen euro heeft niet direct een relatie met de versterking van de organisatie. Het zijn ook voor een deel kosten die gemaakt zijn als gevolg van de complexiteit en de omvang van juridische dossiers om achterstanden weg te werken. Daar was extra personele capaciteit voor ingezet.

Dat was het inlopen van achterstanden die op dat gebied waren ontstaan. De VVD vroeg of de wethouder Financiën of Financiën in brede zin altijd een sturende rol zou moeten hebben in het totstandkomen van raadsvoorstellen die uit het college komen. De wethouders zet uiteen hoe dat op dit moment verloopt: het college heeft een three lines of defense model - de eerste lijn van de controle zit bij het organisatieonderdeel zelf. Die moeten in eerste instantie financieel en juridisch kloppende stukken aanleveren. Vervolgens wordt het stuk eerst beoordeeld door de business controller; de controle gericht op dat organisatieonderdeel. Daar wordt het vervolgens ook getoetst. Daarna wanneer de stukken in het college komen, wordt het voorstel getoetst door concern Control en daarbij wordt hij getoetst op de kaders en de richtlijnen. De wethouder antwoordt bevestigend op de desbetreffende vraag. Zij ziet ook waar de VVD naar zoekt. De VVD wil meer inzicht krijgen in de financiële paragraaf. Zou dat scherper kunnen. Daarbij denkt de wethouder dat het belangrijk is om te weten wat het de partijen zou helpen om “daar verder in terug te zien”. Het college is er nu scherp op dat er niets afgesproken wordt dat niet betaald kan worden. Het stadsbestuur heeft wel de gewoonte beleidsnota's en ambities vast te stellen waarvan het bestuur zegt dat de dekking nog niet gereed is.

Dat is de werkwijze in Utrecht. Die werkwijze wordt ook voortgezet en wordt ook door financiën geaccordeerd, mits duidelijk is welk onderdeel nog niet gedekt is en later bij een nieuw besluitvormingsmoment eventueel te dekken is. Tot die tijd wordt het niet uitgevoerd. Wanneer de raad daarover andere wensen heeft, zou dat een andere politieke richting zijn. Daarmee zouden alle beleidsnota's en visies er anders uit moeten zien. Mevrouw Ramaker (VVD) gaat in op de meer sturende rol van de wethouder Financiën. Zij voorziet dat het stadsbestuur in financieel opzicht droevige tijden tegemoet gaat. Dat is alom bekend. Er moet fors bezuinigd worden. Het is niet ongebruikelijk in overheidsland dat bij forse investeringen of investeringen die financiële impact hebben de wethouder Financiën een sterke rol te geven. Zij geeft mee dat het goed zou zijn, dit in overweging mee te nemen. Zij stelt dat de financiële paragraaf nu niet financieel is, die is vaak beschrijvend. Ook dit geeft zij de wethouder mee. Wethouder Schilderman merkt op dat dit een tipje van de sluier oplicht als het gaat om de vraag hoe het college verbetering kan aanbrengen. Het college heeft dit expliPagina 24 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1160

1170

ciet geborgd voor de risicovolle projecten. Zij zit iedere week met de mensen van Concern Control om de tafel om na te gaan wat in die week weer op de collegeagenda staat. De VVD ging ook in op de raming van de OZB-inkomsten. De wethouder deelt mee dat dit altijd de raming is. De areaalontwikkeling is hoger geweest dan begroot voor niet-woningen. Dat heeft ermee te maken dat er meer in aanbouw is genomen en meer is voltooid. Daar speelt doorheen dat er uitdagingen zijn bij de BghU. Dat werd ook terecht geconstateerd door de VVD. Dat baart ook de wethouder zorgen. Het college werkt wel aan een Verbeterplan. Vorige week heeft zij gesproken met de Waarderingskamer over wat er gebeuren moet om de uitvoering te verbeteren. Het college kijkt of het bestuur daar dichterop moet komen te staan. Daarvoor is een stuurgroep opgericht. Het college gaat na of naar een AB-structuur toegewerkt moet worden; dat zou daarin gedaan moeten worden, is nu de vraag. Zij deelt dat dit een belangrijk punt van aandacht is, ook omdat dit een groot onderdeel is van van de begroting. Daarbij zegt de wethouder dat er drie jaar de ruimte is om op te leggen, maar dat wil zij liever niet. In het laatste jaar is er een goede vooruitgang te zien. De VVD vroeg ook naar het behouden van draagvlak rondom de lokale belastinginning. De wethouder zet uiteen dat dat draagvlak een politieke vraag is.

Vanuit haar positie zou zij wel zeggen dat het draagvlak wel helpt in de belastinginning. Transparante communicatie is daarvoor belangrijk.

1180

De voorzitter schorst de vergadering in verband met de aandacht van de wethouder voor haar piketdienst en heropent die voor voortzetting van de beantwoording.

1190

1200

Wethouder Schilderman zet haar beantwoording voort met nader in te gaan op het draagvlak voor belastinginning. Het lijkt haar bij uitstek een politieke vraag die de commissie zal moeten beantwoorden: wat vindt de raad redelijk in lastenverhoging in relatie tot het dienstverleningsniveau. De VVD vroeg of het verstandig is een team de BghU te laten ontlasten. Het college ziet dat zonder meer als een optie om dat verder te bespreken. Op dit moment ligt de verantwoordelijkheid bij de directie van de BghU. Het college blijft daarvoor verantwoordelijk. De BghU heeft de systemen en de inning. Daar zal het in eerste instantie ook moeten gebeuren. De VVD vroeg ook naar de hondenbelasting en stelde de vraag of die belasting iets oplevert; de wethouder antwoordt bevestigend, ook omdat in een totale samenwerking dit een onderdeel is van het pakket; daarmee zijn er geen aanvullende kosten voor de heffing hiervan. Het is aan de raad om te beoordelen of de raad dit een nuttige belasting vindt. De VVD sprak ook over verbonden partijen en signaleert dat daarvoor meer aandacht nodig is. Zij deelt dat volledig met de VVD. Zij refereert aan de inbreng van de accountant op dit onderwerp. Op dit moment is daarvoor extra aandacht. Het college zal hierover naar de raad komen in Q4.

In de tussentijd worden afspraken gemaakt met de adviescommissie; na de zomer zal een moment gepland zijn om tussentijds van gedachten te wisselen voordat de nota definitief aan de raad wordt voorgelegd. GroenLinks sprak over de teksten rondom rechtmatigheid. De wethouder bevestigt dat het even zoeken is hoe daarop te formuleren. De tekst uit het raadsvoorstel is conform de richtlijn van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoording-red). Die stelt voor dat het een tweetraps is: rekenkundig wordt bepaald of er sprake is van een overschrijding, daarna vindt een toetsing plaats in de tweede trap op basis van de Pagina 25 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1210

1220

1230

1240

1250

eigen richtlijnen en financiële verordening. Daarin staan aanvullende criteria waarin overschrijding als acceptabel of niet? te zien is. Dat is een deel van de aanleiding waarom het er zo uitziet. De wethouder denkt dat dit een goede aanmoediging is om na te gaan of het college dit volgend jaar net iets simpeler kan opschrijven. GroenLinks stelde ook vragen vanuit de raadstoets of meer gewerkt kan worden met benchmarks. Het college maakt daarvan veelvuldig gebruik. Verdiepende onderzoeken zijn daarin ook belangrijk. Een benchmark is een goed middel om te kijken waar de gemeente Utrecht staat ten opzichte van andere gemeenten. Maar dat betekent niet dat soms iets dieper gekeken moet worden. Waar nodig zal het college benchmarks zeker gebruiken. GroenLinks vraagt ook naar meerjarige getallenreeksen. De wethouder vindt het goed na te gaan of dat verder te verbreden is. Het college heeft dat op dit moment op meerdere plekken er in zitten; het is mogelijk interessant na te gaan waar de aanvulling zou kunnen passen. Het lijkt haar goed als er mensen zijn die zeggen dat ze dit erg gemist hebben zo dat het college op die manier er naar kan kijken. GroenLinks en de PvdA vroegen naar de reserves; zij heeft daarop geantwoord richting de adviescommissie. Het CDA sprak over verbeteringen rondom reserves; ook die vraag heeft zij al beantwoord.

De heer Van Steeg (CDA) bedoelde de Reserves in verhouding tot de jaarrekening zelf en hoe de koppeling is te maken van de reserves en de subsidies naar de doelstelling en de jaarrekening. Wethouder Schildeman begrijpt dat heer Van Steeg bedoelt dat meer aan te geven. Afwijkingen ten opzichte van de begroting worden nu in zijn algemeenheid toegelicht per programma en per doelstelling. Dat komt overeen met wat daarover is opgeschreven in de financiële verordening. Reserves worden per programma verantwoord en toegelicht. Dat gebeurt zowel in het programma als in de balans. De doelstelling van de Reserve bepaalt of dat gekoppeld is aan één of meerdere doelstellingen. Dat maakt dat het soms ook er anders uitziet tussen verschillende onderdelen. Die keuze wordt gemaakt bij de instelling van de Reserve. Daarvoor kunnen aanleidingen zijn omdat een Reserve soms meerdere doelstellingen beslaat. Maar dat maakt het moeilijker ze te volgen. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat te begrijpen. Zijn vraag was meer inzichtelijk te maken wat die subsidies doen voor de doelstelling en wat de reserves doen voor de doelstelling. Hij begrijpt dat de reserves meerdere doelstellingen kunnen betreffen. Hij kan dat niet opmaken uit de jaarrekening. Hij ziet daarin een verbeterstap. Hij hoorde de accountant zeggen dat die stap nog te maken is.

Wethouder Schilderman zal hierover terugkomen bij de analyse die over de reserves gaat. Bij de instelling van een Reserve wordt steeds bepaald wat de doelstelling is en hoe die gevolgd wordt. Daarmee staat het voor een gedeelte ook vast vanuit de besluitvorming in het verleden. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat die analyse bij de vaststelling van de reserves hoort. Wanneer hij de jaarrekening leest en hij wil begrijpen wat in de begroting is vastgesteld en hoe dat is aangepast en hoe dat in de jaarrekening terugkomt kan hij de koppeling niet maken naar wat die reserves doen op het resultaat of op de doelstelling en wat de subsidies doen en waarom de subsidies zijn aangevraagd of gebruikt voor de doelstelling. Die koppeling zou directer kunnen zodat hij gemakkelijker als raadslid kan begrijpen waarom de subsidies zijn aangevraagd en waarom de reserves zijn ingezet.

Pagina 26 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1260

1270

1280

1290

1300

Wethouder Schilderman begrijpt dat. Zij licht toe dat dat ook keuzes zijn die gemaakt moeten worden in de beleidscyclus. Zodra bredere subsidies worden vastgesteld die een bredere doelstelling hebben, is die koppeling ook moeilijker te maken in de jaarstukken. Om te zeggen dat dat in één klap te verbeteren is over de hele linie heen, is niet hoe ze tot stand zijn gekomen en dat zijn ook niet de afspraken die gemaakt zijn. Zij wil best in de analyse daarover iets zeggen, maar zij kan niet beloven dat ze ze in één keer helderder gaat maken; dit omdat ze soms ook anders ingesteld zijn. Het wordt ook niet veel helderder wanneer ze ze achteraf eigenhandig gaat aanpassen. Vraag over de BTW op de energietoeslag; naar aanleiding daarvan wordt gevraagd of de raad grip heeft op hoe omgegaan wordt met BTW. Alle centrale financiële processen worden meegenomen in het Verbeterplan; dat maakt dat BTW daarvan ook onderdeel is. Daarbij is er ook afstemming met de belastingdienst om na te gaan of dit samen beter te regelen is. Dat komt zeker terug in het Verbeterplan waar eerder naar verwezen is. D66 is benieuwd naar de maatregelen en acties uit de brief van 5 februari; de wethouder deelt mee dat voor de zomer gestart wordt met een doorlichting.

Ondertussen wordt gewerkt aan een programmaplan en worden er ook maatregelen direct getroffen, zoals de versterking van de interne controle op concernposten, maar ook de regie op het Gemeentefonds. Die regie wordt op dit moment ook al versterkt. D66 stelde ook vragen over capaciteitsuitdagingen binnen de gemeente Utrecht. De wethouder zet uiteen dat daaraan al veel gedaan wordt. Haar collega heeft een uitgebreid arbeidsmarktprogramma waarin de gemeente zowel aandacht heeft voor de werving als voor behoud van personeel. Het lijkt de wethouder verstandig om terug te kijken naar de commissievergadering die vanmiddag heeft plaatsgevonden. Daar is ook iets gezegd dat ook van belang is. D66 vroeg of de gemeente de crisisbeheersingsmaatregelen periodiek evalueert en bijwerkt; binnen de organisatie wordt gebruik gemaakt van risicomanagement, ook op het gebied van informatie- en procesmanagement zijn er businesscontinuïteitsplannen gemaakt voor de kritische processen. Die worden periodiek geëvalueerd en bijgesteld wanneer nodig. D66 stelde vragen naar subsidies; of met de brede bril gekeken wordt naar subsidies. Om als organisatie voor een bepaalde subsidie in aanmerking te komen, moet de organisatie voldoen aan de eisen die door dat programma specifiek gesteld zijn in een nadere regel. Dat betekent dat een toetsing en de controle dan ook daarop wordt gedaan door het subsidiebureau.

De bepaling van de vereisten komt in de nadere regel naar voren. Of de subsidies doelmatig worden ingezet, kan alleen beoordeeld worden door het organisatieonderdeel zelf op basis van de eisen die gesteld zijn in die nadere regel. Daaronder ligt de vraag of alle subsidies doelmatig zijn. Het is moeilijk om daarin in te treden, soms zijn er politieke keuzes gemaakt. Met vanuit de hoogte ingrijpen op een subsidie omdat die niet doelmatig gevonden wordt, wordt een stuk politieke besluitvorming tekort gedaan. De heer Peters (D66) vraagt hoe gecontroleerd wordt dat er geen overlap zit tussen subsidies aan verschillende organisaties wanneer dit zo per programma wordt gedaan. Wethouder Schilderman zet uiteen dat voor alle subsidies verantwoording wordt afgelegd. Daarbij wordt aangegeven welke subsidies er zijn met welk doel. Zodra het gaat om meerdere doelstellingen waarvoor verschillende partijen in aanmerking kunnen komen en daarvoor gesubsidieerd, behoort dat tot de mogelijkheden. Pagina 27 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1310

1320

1330

1340

1350

De heer Peters (D66) vraagt of de wethouder het met hem eens is dat het stadsbestuur juist moet kijken naar hoe de overlap zoveel mogelijk weg te nemen en het geld nuttig besteed kan worden; bovendien houdt hij het voor mogelijk dat partijen kans maken op subsidie die dat nu niet maken omdat de pot op is. Hij vindt dat er veel meer slagen te winnen zijn. Wethouder Schilderman stelt voor een keer een diepgravend gesprek te voeren over in hoeverre de gemeente integraal wil sturen op subsidies. Zoals zij in het voorbeeld aangaf, worden de mogelijkheden beperkt voor subsidies en wordt invloed van hoog over een inbreuk op de nadere regel. Dat heeft als nadeel dat er minder beleidsvrijheid is dan het inhoudelijke onderwerp behandeld wordt. Wanneer dit breed gedeeld wordt is het mogelijk hierop dieper in te gaan vanuit de vraag of er meer centrale sturing op subsidies gezet moet worden. De heer Peters (D66) vindt het heel verstandig. Subsidies zijn bij uitstek instrumenten om beleid te sturen. Het lijkt hem logisch dat het stadsbestuur daarop wil sturen. Hij neemt de uitnodiging graag aan en hoopt dat raadsbreed te kunnen doen, misschien in een adviescommissie om na te gaan hoe extra slagen hierop te maken zijn. Wethouder Schilderman lijkt het goed hierover te spreken met de adviescommissie; of voldaan wordt aan de eisen die vooraf gesteld worden.

De Partij voor de Dieren vroeg naar het financiële plaatje en de rekenfout en hoe zich dat verhoudt tot andere gemeenten. De wethouder zet uiteen dat alle gemeenten last hebben van de bezuinigingen van het Rijk op het Gemeentefonds en het ravijnjaar 2026. Amsterdam heeft op dit moment alleen een bijsturing van het huidig jaar laten zien en niet het meerjarige stuk. Amsterdam heeft een incidenteel overschot ten opzichte van vorig jaar; dat verklaart de verschillen. De individuele financiële situatie van alle gemeenten verschillen. De wethouder geeft daarvan een schets. De problemen rondom het ravijnjaar zijn breed. In Utrecht is een fout gemaakt in de berekening van het Gemeentefonds en daarover is eerder gesproken. De wijze waarop vanuit het Gemeentefonds verdeeld wordt is veranderd. Dat speelde ook nog in een situatie met een grote inflatie waarmee ook een verandering zat in de prijscompensatie. De zaken door elkaar maakten het lastig te zien op dat moment. Daarover is eerder dit jaar gesproken. De Partij voor de Dieren vroeg of de wethouder het positief zou vinden om het Duurzaamheidsverslag op te nemen in de P&C-cyclus. Op dit moment biedt het Duurzaamheidsverslag ruimte om dieper in te gaan op duurzaamheid zowel op indicatoren als op beleidsontwikkeling. Wanneer dit geïntegreerd wordt in de jaarstukken is dat mogelijk.

Zij heeft begrepen dat de wens was vanuit de raad veel dieper en uitgebreider op de duurzaamheid te kunnen ingaan. Wanneer de raad dat niet wil en een korte behandeling wil via de jaarstukken is dat mogelijk. Zij had niet de idee dat dit destijds de wens was van de raad. De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) herkent dat de vragen die gesteld zijn laat beantwoord worden en tegelijk met de Voorjaarsnota; zijn fractie wil er graag dieper op ingaan, maar het moment wordt daarvoor niet gecreëerd. Om die reden vroeg hij het te betrekken bij de jaarstukken. Wethouder Schilderman merkt op dat het aan de raad is wanneer dit behandeld wordt in de commissie en in de raad. Wanneer zijn fractie de wethouder vraagt het Duurzaamheidsverslag te integreren in de jaarstukken, is dat mogelijk maar dan wordt het verslag een stuk korter met minder informatie. De Partij voor de Dieren vroeg naar de onderbesteding op het verduurzamen van evenementen. De wethouder zet uiteen dat de middelen onderdeel uitmaken van het Pagina 28 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1360

1370

1380

1390

1400

jaarrekeningresultaat en ook niet afzonderlijk in te zetten zijn. De onderbesteding voldoet ook niet aan de eisen voor een resultaatbestemming en kunnen ook onder die vlag niet zomaar meegenomen worden naar het volgende jaar. De PvdA vroeg of voldoende rekening gehouden wordt met planningsoptimisme. De wethouder zet uiteen dat in deze Voorjaarsnota het college aanvullend kijkt naar planningsoptimisme, maar ook in de meelopende stukken rondom het MPR. De onderbesteding heeft de aandacht van het college. Het college kijkt ook specifiek naar de beleidsvelden die genoemd werden door de PvdA. De wethouder kan zich voorstellen dat het college volgend jaar hierop een volgende stap wil zetten. Dit omdat zij in het MPR meer zou willen terugzien van de zaken waarop bijsturing nodig is met welke vragen daarin. Het lijkt de wethouder goed om na te gaan of het college voldoende heeft gedaan met deze Voorjaarsnota op het gebied van reëel ramen of dat het college wellicht teveel heeft gedaan en dat het averechts begint te werken; dat is ook altijd nog de mogelijkheid. Dat is de aanleiding voor de stukken in de Voorjaarsnota. Gesproken is over de woonlasten en wat risicovol is; de wethouder benadrukt dat dit altijd een politieke afweging is. Deze woorden worden hierin regulier gebruikt en zijn daarom ook gebruikt door het college.

Voor het overige vindt de wethouder het belangrijk te benoemen dat Utrecht wat woonlasten betreft een stuk hoger zit dan het landelijk gemiddelde; dat zou 100% zijn. De norm die de provincie hanteert als risicovol, is 105%. Utrecht zit op 112,4%. Het percentage eenpersoonshuishoudens is hoog in Utrecht. Ook daarom vertekent het beeld. Utrecht differentieert meer naar huishoudens. In hoeverre de raad dat problematisch vindt, is aan de raad voor een afweging. VOLT vraagt naar het verbeteren van indicatoren. De accountant heeft gedeeltelijk daarop geantwoord. Het opstellen van de begroting en van de afgelopen begroting keek het college kritisch naar indicatoren en deed daarin ook aanpassingen. De begroting van dit lopende jaar ziet de raad pas terug bij de jaarstukken van volgend jaar. De wethouder verwacht daar een stap terug te zien die dit jaar door het college is gezet. Inhoudelijk is het belangrijk met het inhoudelijk beleidsveld te spreken over of dit de juiste indicator is. Zij heeft als wethouder financiën een systeemrol om te kijken naar verbetering van de indicatoren. Voor de lopende begroting is daarop een stap gezet. VOLT vroeg ook naar de capaciteit; de wethouder heeft die al eerder beantwoord. De heer Maas (VOLT) bevestigt die beantwoording. Het antwoord was niet helemaal duidelijk. Zijn vraag is of nu wel of niet een uitvoeringstoets gedaan gaat worden.

Hij vond het antwoord een beetje in het midden liggen. Hij wil graag een heel helder antwoord. Zijn fractie ziet graag de uitvoeringstoets en bij voorkeur ergens in de jaarstukken. Hij vraagt of de wethouder dit gaat toezeggen. Wethouder Schilderman heeft dan een helderder beschrijving nodig van wat de heer Maas voor zich ziet bij een uitvoeringstoets. Het college kijkt altijd bij raadsvoorstellen die voorliggen of de juridische mogelijkheden en de capaciteit en het geld er is om datgene te kunnen realiseren wat onherroepelijk wordt afgesproken in dat raadsvoorstel. De toets wordt altijd gedaan bij voorstellen. De vraag is wat de heer Maas verlangt bij een uitvoeringstoets. De heer Maas (VOLT) zal daarvoor gaan zorgen. Wethouder Schilderman houdt zich aanbevolen om met de heer Maas te sparren. Zij vervolgt haar beantwoording. VOLT sprak over zaken die een andere besteding hadden dan begroot bij DUS. Zij zet uiteen dat een bestedingsvoorstel daarvoor is Pagina 29 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1410

1420

1430

1440

1450

ingediend voor 2024. Dat betekent dat de kosten later gemaakt worden dan oorspronkelijk begroot. Om die reden is er sprake van onderbesteding in het voorgaande jaar. VOLT vroeg ook naar sturen en verantwoorden; of het college daarin een belangrijke taak ziet van de afdeling Control. De wethouder antwoordt bevestigend. Bijna iedere week spreekt zij hierover met Control en in het college. Belangrijk is om aan te geven dat bij het vaststellen van de beleidscyclus met elkaar gewisseld is dat zaken niet overnacht veranderd zouden zijn, zeker niet voor alle bestaande beleidsstukken. Dat zou jaren kosten voordat te komen is tot een dekkend beeld conform het sturen en verantwoorden. Belangrijker dan dat is dat er een verandering moet plaatsvinden in de organisatie waarin veel strakker gekeken wordt naar het kader dat met het beleidsvoorstel wordt gemaakt met welke consequenties. Dat gaat stukje bij beetje. Zoals iedere cultuurverandering in een organisatie, kost dat enige tijd en is te zien met beleidsstukken waaraan lang gewerkt is dat de gedachte en het schrijven allang zijn begonnen voordat er opnieuw kritisch naar gekeken wordt. Zij begrijpt waarom de heer Maas het zegt. En zij deelt dit ook met hem. Maar zij vraagt hem ook een klein beetje respijt omdat het soms tijd kost. De heer Maas (VOLT) vertrouwd de wethouder op haar rol hierin. Dat is hij ook van de wethouder gewend.

In het afgelopen jaar is geworsteld met de cyclus en hoe die is vormgegeven. Hij refereert aan de woordenwisselingen daarover binnen commissies en met het college. Hij is op zoek naar de sturende rol vanuit de gedachte dat het beter en dat het beter wordt. Hij hoopt dat het bij deze wethouder in goede handen is. Wethouder Schilderman vindt heel herkenbaar dat het juist moet gaan over de sturende rol. Die focus heeft het college: of het kaderstellende helder is zodat de raad helder kan kiezen en kan amenderen. Student & Starter vroeg een duidelijker verband te stellen in de jaarrekening met de resultaatbestemming. De wethouder zet uiteen dat die duiding bewust niet meegenomen is in de jaarstukken omdat de besluitvorming over de resultaatbestemming plaatsvindt na de jaarstukken. Als de resultaatbestemming dan niet wordt gehonoreerd, zijn de jaarstukken onjuist; om die reden is hij “los”. De wethouder is al ingegaan op de gewenste verbeteringen rondom de financiën, ook ging zij al in op de reserves. De accountant ging al in op de frauderisicoanalyse; het blijft een continu proces om fraude in al haar verschijningsvormen het hoofd te bieden; ze blijven ook ontwikkelen. Dat betekent dat het college dat ook blijft doen.

Wel moet goed worden nagegaan op welk niveau dit gecontroleerd wordt, ook vanwege eventuele ongewenste effecten, maar ook omdat het bestuur zeker moet weten dat het klopt als gesproken wordt over fraude. DENK stelde vragen over fouten in de begroting en gaf aan dat die onacceptabel zijn. De wethouder deelt dat met DENK. Zij heeft dat ook eerder aangegeven; zij heeft gezegd dat het niet had moeten gebeuren en dat het niet had moeten kúnnen gebeuren. Dat was de aanleiding voor de brief aan de raad. De maatregelen zijn opgenomen in de Voorjaarsnota met een versterking om dit in het vervolg te voorkomen. DENK vraagt ook hoe te voorkomen is dat de raad achter de feiten aanloopt; daarvoor zijn de ontwikkelingen in de P&C-cyclus heel belangrijk. Op een aantal van die zaken gaf zij antwoord.

Pagina 30 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1460

1470

1480

1490

De ChristenUnie gaf aan dat in veel programma's sprake is van onderbestedingen; wat te doen om dat te voorkomen. De wethouder benadrukt dat dit altijd de aandacht heeft van het college en dat dat ook niet gaat veranderen omdat er nu een jaar van overbesteding is geweest. Bij het opstellen van de bezuinigingsvoorstellen in de Voorjaarsnota is er scherp gekeken naar mogelijke bijsturingsvoorstellen. Dit zal het college ook tussendoor steeds sterker gaan doen. De wethouder benadrukt dat het onmogelijk is om alle onderbestedingen te voorkomen. De ChristenUnie vroeg ook naar indicatoren. De wethouder heeft daarop geantwoord. Zij merkt op dat vaak verwezen wordt naar de inwonersenquête. Maar die enquête wordt slechts eens in de twee jaar vormgegeven. Zij ziet dat daarover vaak vragen zijn. Wanneer de raad jaarlijkse indicatoren zou kiezen, zou de raad ook in heel veel gevallen ook de inwonersenquête jaarlijks moeten doen. Daarvoor is eerder niet gekozen, ook in het licht van de kosten. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) bevestigt dat dit zo is; de bezuiniging op de de inwonersenquête is een keuze geweest. Dan vindt hij het wel belangrijk dat dat erbij staat. Hij wist dat op een aantal vlakken. Tegelijkertijd is hier dan ook de vraag of het logischer is als dit aan de hand het jaar 2021 te laten zien zodat breder is te kijken.

Wethouder Schilderman antwoordt dat dat soms de oplossing kan zijn. Daarbij geldt ook wat de wethouder eerder beantwoordde; dat het college in de begroting van 2024 een aantal indicatoren heeft aangepast. Dat leest de raad nog niet terug in de jaarstukken van 2023; die zijn opgesteld op basis van de begroting van het jaar daarvoor. De ChristenUnie gaf aan in de jaarstukken soms de reflectie te missen over wat er niet gelukt is en de reden daarvoor en of daaraan meer aandacht te besteden is. Het college zal dit jaar daarmee aan de slag gaan zodat dit volgend jaar goed terugkomt. EenUtrecht vraagt naar de inhuur en ziekteverzuim; de wethouder zet uiteen dat dit ook thema’s zijn waarvoor zeker ook aandacht is. Dat is ook landelijk erg hoog. Haar collega wethouder Streefland werkt daaraan hard. Over inhuur is vanmiddag gesproken. Wanneer de commissie hierover nader van gedachten wil wisselen kan dat ook bij de Voorjaarsnota. Het klopt dat het college plannen heeft om een uitgebreide aanpak daarop in te vullen. EenUtrecht vraagt ook naar kengetallen en de kritische factor. Die zijn ook bekend. Anders is dit een technische vraag die terug kan komen. Bij de programmabegroting wordt dat specifiek berekend. De reden dit bij de programmabegroting te doen, is omdat de toezichthouder, de provincie, tijdig de begroting controleert.

Daar moet dit in terugkomen, en dat moment moet dan ook bepaald worden. Het college heeft een aantal al benoemd die spannend kunnen zijn: de woonlasten waar Utrecht boven zit. Terugkijkend naar het voorgaande jaar zit Utrecht op de meeste plekken ruimer. Dat verandert bij deze Voorjaarsnota. Daarbij zullen de structurele exploitatieruimte en de solvabiliteitsratio onderwerpen zijn die het bestuur zeker zal tegenkomen. EenUtrecht vroeg naar de harde grens daarin. De grenzen van de provincie zullen bekend zijn. Daarin deelt zij de inbreng van de accountant over dat het altijd in gezamenlijkheid bekeken zal moeten worden. Om een tipje van de sluier richting de Voorjaarsnota op te lichten, is te zien dat de schuldquote gaat oplopen door meer investeringen die gedaan worden, de solvabiliteitsratio gaat achteruit omdat het college een grote ingreep doet in de reserves, het weerstandsvermogen heeft nog

Pagina 31 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1500

1510

1520

1530

1540

ruimte, maar zij kan zich voorstellen dat het college het weerstandsvermogen bijstelt richting de begroting, en rondom de woonlasten zit Utrecht hoog. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of het mogelijk is om de kengetallen langjarig in beeld te brengen zodat de raad daarvan een duidelijk overzicht heeft in de begroting en in de beleidscyclus. Wethouder Schilderman bevestigt dit te doen en zij licht toe dat dit terugkomt bij de programmabegroting. De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat dit niet het geval is in de jaarstukken. Hij zal dit laten uitzoeken. Wethouder Schilderman bevestigt dat het college dat altijd laat zien bij de programmabegroting. De programmabegroting wordt ook gecontroleerd door de provincie. De wethouder zal nagaan of er voldoende jaren bijzitten. Als dat onvoldoende is, zal zij nagaan of daaraan nog iets is toe te voegen. EenUtrecht vroeg het college te refereren aan hoe het college tegen de financiële positie aankijkt ten opzichte van andere steden. Bij de meeste gemeenten blijft wat geld over; dat heeft soms ook te maken met dat het geld van het Rijk later komt of dat dingen net over de jaargrens heenvallen. Dat is in die zin anders. Er zijn andere gemeenten die al veel langer er financieel slechter bijstaan dan de gemeente Utrecht. Het college heeft lange tijd allerlei bezuinigingen weten te voorkomen; dat is op dit moment echt anders.

Zij beschouwt dit als de algemene reflectie. EenUtrecht vraagt alvast naar de toekomst: hoeveel buffer heeft de gemeente richting de toekomst. Wanneer zij de weerstandratio in de jaarstukken bekijkt, is te zien dat die voldoende is en dat de gemeente boven de risico's zit. Voor het overige meldt de wethouder dat het college hierover terugkomt bij de begroting. Van andere indicatoren in de Voorjaarsnota is te zien dat de reservepositie afneemt. Gemiste vragen De heer Snijder (Student & Starter) gaat in op de resultaatbestemming. De wethouder gaf aan dat die bestemming nu in een ander licht staat doordat met het negatieve resultaat waarschijnlijk ook een andere werkwijze mogelijk is. Hij vraagt of dit iets is om verder te bespreken met de adviescommissie en ook de link met de jaarstukken te bekijken, en zo ja wanneer het college daartoe in de gelegenheid is. Wethouder Schilderman antwoordt dat de adviescommissie over haar eigen agenda gaat. Het lijkt haar een logisch onderwerp om daar te bespreken. Ook wanneer overwogen zou worden om de werkwijze aan te passen. Zij heeft aangegeven waarom het college dit over het afgelopen jaar niet heeft gedaan; het is in het beeld een beetje vreemd een resultaatbestemming te doen terwijl er geen resultaat is, dan wel een negatief resultaat.

Dat zou een grote afwijking zijn van hoe het tot nog toe is gedaan omdat niets ingericht is om dit van tevoren bij te sturen. Om die reden is het college er op deze manier mee doorgegaan. Dat betekent niet dat de wethouder het per se een goed idee zou vinden om dit los te gaan doen; dat zou betekenen dat aan het eind van het jaar het gemeentebestuur komt te zitten met allerlei aanpassingen die grotendeels dan ook weer technisch zijn met extra druk richting de kerst. Zij vraagt zich daarenboven af hoeveel discussie er is over veel van dit soort zaken; iets wat niet is uitgevoerd in december en alsnog in januari uitgevoerd gaat worden of afspraken die er altijd zijn over waar een bestemming van een Reserve naar toe gaat. Dat zou ook op deze wijze te hanteren zijn.

Pagina 32 van 34

Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Veiligheid, Bestuur en Financiën d.d. 20 juni 2024

1550

1560

De heer Van Bemmel (Partij voor de Dieren) had gevraagd hoe het college ervoor gaat zorgen dat er ruimte blijft voor nieuwe en onverwachte ambities vanuit de raad in het kader van het capaciteitsprobleem. Wethouder Schilderman zou op meerdere manieren rekening kunnen houden met nieuwe en onverwachte ambities. Het is mogelijk om meer incidenteel te gaan begroten en veel minder structureel, bijvoorbeeld minder structurele subsidies, minder structurele budgetten toekennen. In een dergelijk geval zou veel gemakkelijker met middelen geschoven kunnen worden. Dat heeft als nadeel dat de inzet minder langjarig is. Daarmee is er minder continuïteit van beleid. Dit zou voor externe partners heel lastig kunnen zijn. Een andere manier kan zijn door te zeggen steeds een deel vrij besteedbaar te willen hebben. Dat betekent dat ieder jaar bezuinigd moet worden om dat geld vrij te maken. Dit zou de methode zijn hiermee rekening te houden. Tweede termijn De voorzitter vraagt of de inbreng van de wethouder en van de accountant nog geleid hebben tot overige vragen bij de commissie.

1570

De heer Maas (VOLT) merkt op dat de wethouder iets verteld heeft over het Verbeterplan Financiële functie. Zij zei dat dat terug gaat komen in de P&C-cyclus. Hij vraagt wanneer hij dat kan verwachten. Zal dat gedaan worden bij de programmabegroting, bij de Berap, bij de jaarstukken? Hij vraagt waarom dit niet één keer per kwartaal gedaan wordt. De heer Claassen (GroenLinks) merkt op dat er besloten is om voor wat betreft de rechtmatigheidsnorm een ingroeitraject te hanteren. Vorig jaar is het besluit voorgelegd om dat ingroeitraject nog even uit te stellen en op 1,5% te gaan zitten. Hij ziet nu niet een voorstel om opnieuw uit te stellen; dat roept bij hem de vraag op wat de tolerantie wordt over 2024.

1580

De heer Van der Graaf (ChristenUnie) is blij met de toezegging van de wethouder om volgend jaar scherper te gaan kijken naar wat niet goed ging en dat te vermelden. Hij vraagt of de wethouder voornemens is om de raad tussentijds te informeren over op wat voor manier het college dit gaat doen. De beantwoording Wethouder Schilderman beantwoordt de vraag van VOLT hoe vaak teruggekomen wordt op de verbetering van de financiële functie. Haar voorstel is om dit te doen bij de Beraps. Dat is dan tweemaal per jaar. Wanneer dit elk kwartaal gedaan wordt, is er wellicht net te weinig te melden en is er niet per se een logisch bespreekmoment.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=bf047359-cbef-4ff4-9b8e-60a1460dc4cf