Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 9 februari 2023.docx
Tekst van het document
In de leefbarometer zijn heel andere factoren opgenomen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) herhaalt zijn vraag of de energieprestatie van woningen in die leefbarometer zit. Pagina 19 van 28
5
Wethouder Eerenberg benadrukt nogmaals dat de zoektocht naar leefbaarheid geen simpele antwoorden kent en vraagt wat het toevoegen van groen of woningen betekent. Stedenbouw is een ambacht. Het Beurskwartier is een heel andere plek dan Lunetten-Koningsweg. Op elke individuele plek moet gedaan worden wat nodig is. De heer Van der Graaf (CU) zegt dat in de brief ook staat dat er zal worden gekeken of de barcode ook op wijkniveau inzetbaar is. Wat kan de wethouder daarover zeggen?
10
Wethouder Eerenberg antwoordt dat het college in de MPR naar de groei van de stad gaat kijken. Waar worden woningen toegevoegd en welke voorzieningen worden er toegevoegd? En wat betekent dat voor de duurzaamheidsopgave? Leefbaarheid is geen absoluut begrip. Het is ook politiek.
15
De heer Van der Graaf (CU) vraagt wat het plan van aanpak is met betrekking tot de stapsgewijze ontwikkeling van de barcode.
20
Wethouder Eerenberg antwoordt dat de MPR wordt aangepast en dat er wat betreft de stedebouwkundige visie ook nog een participatietraject gaat komen. Met de oplegger is de eerste stap gezet. Over de samenhang tussen al deze zaken krijgt de raad nog een brief van het college. De heer Van der Graaf (CU) vraagt wanneer die brief verwacht kan worden. Wethouder Eerenberg zegt dat hij hier later op terug zal komen.
25
30
35
40
45
50
55
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de barcode en de MPR eerder een diffuus dan een helder beeld opleveren, zeker als het ene gebied een verzorgingsgebied gaat worden voor een ander gebied. Hoe wil het college hier inzicht in geven? Wethouder Eerenberg zegt dat hiervoor het Fonds Bovenwijks wordt ontwikkeld. Voorzieningen voor het ene gebied bevinden zich soms in het andere gebied. Volgens de heer Bos (Stadsbelang Utrecht) is dit een vrij technisch fonds waarmee grondexploitaties weggepoetst kunnen worden. Stadsbelang Utrecht kan met geen enkel project instemmen als hierover geen inzicht is. Wethouder Eerenberg merkt op dat het in de Merwedekanaalzone al gedaan is. Wat betreft de vraag naar de rol van het fonds met betrekking tot grondexploitaties wil hij de desbetreffende stukken afwachten. Wat betreft het marktaspect vraagt de wethouder wat het voor de stad betekent als businesscases onderuit gaan. Ook dit moet per project worden bekeken. Heeft het met de factor tijd te maken of met de eisen van het college? De wethouder denkt dat je niet voor alles wat je in de stad wilt een team kunt eisen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft de indruk dat er van de stad één grote grondexploitatie gemaakt gaat worden om begrotingsgaten te dichten. Hij vraagt de wethouder of die observatie klopt. Wethouder Eerenberg kan dit niet beamen.
Hij vervolgt zijn beantwoording en zegt dat het college een instrument wil ontwikkelen om de marktsituatie voor de raad inzichtelijk te maken. Naar aanleiding van Rijnenburg zegt de wethouder dat er beleggers en projectontwikkelaars zijn die klaar staan om een bouwaanvraag in te dienen voor de Merwedekanaalzone. Daar kan de bouw nu al beginnen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt dat het college wil beginnen in gebieden waarover al lang afspraken zijn gemaakt. Wil de wethouder dan beweren dat het voor nieuwe projecten net zo makkelijk gaat als in de Merwedekanaalzone? Volgens Wethouder Eerenberg zei hij precies het omgekeerde. Hij wil echter Rijnenburg niet versnellen vanwege een wijziging in de marktsituatie.
Pagina 20 van 28
De heer Te Hoonte (VVD) vindt Lunetten-Koningsweg van een andere orde. Misschien moet dat eraf gehaald worden. 5
Wethouder Eerenberg zegt dat aan Lunetten-Koningsweg en de A12-zone heel hard gewerkt moet worden, maar dat daar wel een enorme kans voor de stad ligt. Hij stelt voor om de bestaande capaciteit op die drie gebieden te richten, parallel aan de ontwikkeling van Rijnenburg, maar wel met prioriteit voor Lunetten-Koningsweg en de A12-zone.
10
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de aansluitingen van de A12-zone op de snelweg al volledig gebruikt worden voor de Merwedekanaalzone. Hij betwijfelt of die zone aantoonbaar sneller te ontwikkelen is. De heer Te Hoonte zou Rijnenburg, Lunetten-Koningsweg en de A12zone als gelijkwaardig willen behandelen.
15
Wethouder Eerenberg herhaalt dat de plannen voor deze gebieden parallel worden uitgewerkt, maar dat er wel verschil is in de volgorde van uitvoering. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat Overvecht niet bij beslispunt 2b staat.
20
25
30
35
40
45
50
Wethouder Eerenberg antwoordt dat dit een al bestaand project is. Ook elders in de stad lopen projecten om snel woningen toe te voegen, waar de infrastructuur reeds aanwezig is. Vervolgens gaat de wethouder in op de vraag naar de draaglast van de brug over het kanaal. Wat dat betreft is er nog geen nieuwe analyse. In de studie naar Rijnenburg gaan al deze vragen beantwoord worden. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het om een viaduct over de A2 ging dat in opdracht van de gemeente is aangelegd. Op basis daarvan wordt nu een voorkeur voor de Merwedelijn voorgesorteerd. Wethouder Eerenberg hoopt in de tweede termijn op de draaglast van de brug in te gaan, anders krijgt de VVD de gewenste informatie schriftelijk. De heer Te Hoonte (VVD) verduidelijkt dat het hem niet om een technische kwestie ging, maar dat een andere beoordeling van de draaglast consequenties heeft voor de berekening. Hij zou inderdaad graag schriftelijk antwoord krijgen op deze vraag. Wethouder Eerenberg belooft daarvoor te zullen zorgen. In antwoord op de vraag van GroenLinks zegt hij: ja, Lunetten-Koningsweg, ja, A12-zone. Dat de voetprint niet alleen per woning maar ook in totaal wordt bekeken, is inherent aan deze RSU. Compact bouwen is op zich heel duurzaam. Naar houtbouw wordt zeker ook gekeken.
In antwoord op de vraag van de PvdD of je niet zou moeten groeien als de balans niet overal op orde is zegt de wethouder dat het college het daar niet mee eens is. Wat betreft de vraag van het CDA naar het energielandschap zegt de wethouder dat de richting die van Klein Rijnenburg is, zoals aangegeven in de oude RSU en de oplegger. De heer Stellinga (CDA) zegt dat hij bij beslispunt 2 een combinatie van Klein Rijnenburg en een permanent energielandschap zag staan. Betekent dit dat er later nog een besluit over het energielandschap komt? Wethouder Eerenberg zegt dat er wat dit betreft een kader is aangegeven dat het college nog verder gaat uitwerken. De heer Stellinga (CDA) vraagt of er in het voorliggende raadsvoorstel nu wel of niet een besluit wordt genomen over het energielandschap.
55
Wethouder Eerenberg zegt dat de raad wel de kaders vaststelt maar dat daarmee nog niets gedaan is waaraan juridisch-planologisch een richtlijn ontleend kan worden. De heer Stellinga (CDA) zegt dat dat kader dus ook betrekking heeft op dat energielandschap.
Pagina 21 van 28
5
10
15
Wethouder Eerenberg beaamt dit. Dat staat allemaal in de RSU. In antwoord op de vraag naar de BO MIRT zegt hij dat de middelen in BO MIRT niet aan woningen zijn gekoppeld. Wat betreft de schaalvergroting zullen er nog wel aanvullende maatregelen en afspraken komen. Op de vraag van Volt naar een flexibele aanpak zegt de wethouder dat dit met de aard van de RSU te maken heeft. Die levert een kader dat wel voortdurend wordt aangepast op basis van de veranderende situatie. Op de vraag van D66 of de bij de Merwedekanaalzone geleerde lessen qua groen en sociale samenhang ook elders gaan worden toegepast antwoordt de wethouder bevestigend. Wat betreft het 50 kilovolt krachtstation bij Rijnenburg zegt de wethouder dat dit nodig is om het huidige energienetwerk te upgraden. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat op het plaatje twee energiecentrales staan aangegeven, bij Oudenrijn en Rijnenburg. Kan de wethouder dit nader toelichten? Wethouder Eerenberg zegt dat de uitbreiding van Oudenrijn nodig is om de groei van de huidige stad op te vangen. Hoe de twee centrales zich specifiek tot elkaar verhouden zou de wethouder graag schriftelijk willen toelichten. De voorzitter geeft de raadsleden gelegenheid om gemiste vragen te stellen.
20
Mevrouw Smit (Volt) vraagt waarom het besluit expliciet betrekking heeft op 2035? De heer Te Hoonte (VVD) vraagt om een demarcatie wat er binnen het project Rijnenburg valt en wat er binnen andere projecten valt.
25
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt zich naar aanleiding van het plaatje bij de intelligente barcode af of dat al dan niet indicatief is. Ook vraagt zij of de wethouder kan zeggen hoe je bij dubbelgebruik van de ruimte verstoring van de biodiversiteit gaat voorkomen en hoe je tijdelijke woningbouw bij Rijnenburg kunt realiseren zonder dat het een autowijk wordt.
30
De heer Stellinga (CDA) vraagt wat er met de noordkant van de polder Rijnenburg gaat gebeuren als daar windenergie komt te vervallen en wat de status is van het kaartje op pagina 8 van de oplegger.
35
Wethouder Eerenberg zegt in antwoord de op vraag van Volt dat 2035 een politieke keuze is. Daarnaast is 2035 ook al morgen in de realiteit van de planologie. Mevrouw Smit (Volt) herhaalt haar vraag waarom juist voor dat specifieke jaar is gekozen.
40
45
Volgens wethouder Eerenberg is dat het tijdspad waar je ongeveer op uitkomt. De heer Usta (DENK) vraagt of dit betekent dat er vanaf 2035 wel wordt gebouwd. Volgens Wethouder Eerenberg is er geen sprake van vertraging, zal er nog heel hard gewerkt moeten worden om 2035 te halen. Dan moet je toch kiezen waar je het snelst de beste woningen kunt bouwen. De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om de datum gewoon uit het besluit te halen als onduidelijk is of die haalbaar is. Waarom houdt de wethouder per se vast aan 2035?
50
55
Wethouder Eerenberg zegt dat de realiteit van de planologie betekent dat het niet eerder kan dan in 2035. Op de andere vraag van de VVD antwoordt hij dat hij schriftelijk terug zal komen op de demarcatie. Vervolgens beantwoordt de wethouder de vragen van de PvdD. Het plaatje bij de intelligente barcode is inderdaad indicatief. In de plannen zal gereflecteerd worden op de biodiversiteit. In de Merwedekanaalzone is het gelukt om woningbouw en biodiversiteit met elkaar te verenigen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of het plaatje bij de barcode indicatief is of dat zij dat letterlijk moet nemen.
Pagina 22 van 28
5
Wethouder Eerenberg herhaalt dat het plaatje indicatief is. Met betrekking tot de tijdelijke woningbouw in Rijnenburg antwoordt hij op de vraag van GroenLinks dat dit geen autowijk zal worden. Is er een plan B voor Noord-Rijnenburg? Ja, er zijn meerdere scenario’s. Het college heeft echter voor dit scenario gekozen. In antwoord op de vraag naar de status van het kaartje op bladzijde 8 zegt de wethouder dat dit een grofmazig kaartje is, geen bestemmingsplan. De heer Stellinga (CDA) zegt dat het kaartje dus nog nader ingevuld moet worden.
10
15
Wethouder Eerenberg beaamt dit. De voorzitter vraagt de commissie of er behoefte is aan een tweede termijn en kondigt twee moties aan. Zij geeft het woord aan de PvdA. De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of het masterplan voor Rijnenburg nog in deze coalitieperiode komt. En kan er voor Lunetten-Koningsweg een tijdspad worden aangegeven? De voorzitter geeft het woord aan de heer Stellinga voor de tweede termijn.
20
25
30
35
De heer Stellinga (CDA) zegt dat het CDA een amendement voor deze oplegger overweegt. Op dit moment wegen voor het CDA de negatieve aspecten van dit raadsvoorstel zwaarder dan de positieve. De andere fracties worden uitgenodigd om na te denken over dit amendement. De heer Van der Zweth (PvdA) zou het jammer vinden als het CDA met zo’n amendement zou komen. Hij vraagt waar het amendement over gaat. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het gaat over de volgordelijkheid en het schrappen van 2035 als begindatum. Over de precieze inhoud wordt nog nagedacht. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de VVD haar amendement al in de eerste termijn heeft aangekondigd. De VVD gaat beslispunt 2 wijzigen en zal die tekst delen met de rest. Als punt van orde merkt hij op dat amendementen en moties buiten de spreektijd zouden moeten vallen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) had ook twee moties willen aankondigen, maar vraagt zich af hoe het met de spreektijd zit. De voorzitter zegt dat dat van de spreektijd af gaat. Volgens de heer Te Hoonte (VVD) zijn hierover verschillende instructies gegeven.
40
De voorzitter zegt dat er in dezen voor iedereen één lijn moet worden getrokken.
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat EenUtrecht met twee moties komt. De eerste zal gaan over inspraak bij de oplegger, en de tweede over de participatie, een voorstel van de burgerraad om de stad mee te laten denken over de minimumeisen voor een buurt om de openbare ruimte en voorzieningen op een leefbaar niveau te brengen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) zegt dat haar fractie twee moties wil indienen. De PvdD wil biodiversiteit als leidend principe benadrukken.
50
55
60
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. Wethouder Eerenberg kan niet zeggen wanneer het masterplan gereed zal zijn. Wat betreft de volgorde is er voor het tweede kwartaal dit jaar een brief aan de raad toegezegd. Er is ook een strekt ter vervanging aangekondigd voor de volgende raadsvergadering op 10 maart. Wat betreft het plan van aanpak en de samenhang der dingen zou de wethouder graag zien dat dit in het MPR wordt meegenomen. De heer Bakker (D66) vraagt of de wethouder toch een indicatie kan geven op welke termijn het masterplan te verwachten valt. Pagina 23 van 28
Wethouder Eerenberg stelt voor om dat toe te voegen aan de reeds eerder toegezegde brief over grote projecten. Gelijktijdig met de strekt ter vervanging komt er een brief met tekst en uitleg over onder andere de hoogspanning en de demarcatie. 5
10
De voorzitter zegt dat de aangekondigde moties aan de raad zullen worden doorgeleid en vraagt of 30 minuten daarvoor voldoende zullen zijn. Na de schorsing zal de raad doorgaan met het volgende agendapunt. De heer Bakker (D66) stelt voor om in plaats van een half uur drie kwartier uit te trekken voor het doorgeleiden van de moties en amendementen. De voorzitter zegt dat vanwege een conflicterende agenda de heer Bos het voorzitterschap zal overnemen.
15
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de vergadering doorgaat als de resterende tijd voor twee debatten niet genoeg zal zijn. De voorzitter bevestigt dit.
20
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat het goed is om ’s avonds door te gaan en dat raadsbesluit te behandelen. De heer Van der Zweth (PvdA) hoopt dat dit niet nodig zal zijn.
25
De voorzitter sluit de eerste termijn af en schorst de vergadering om 15.27.
Tweede termijn 8. Debat over de kwaliteitstoets RSU2040 30
35
40
45
De voorzitter heropent de vergadering om 15.30 uur voor de tweede termijn, punt 8 op de agenda, de kwaliteitstoets RSU2040. Dit debat is aangevraagd door EenUtrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt dat de gemeenteraad niet kan controleren of de nieuwbouwplannen op buurtniveau wel voldoende leefbaar en groen zullen zijn. Het om 60.000 nieuwe woningen in een grotendeels binnenstedelijk gebied met een extreem hoge woningdichtheid. De barcode om die leefbaarheid te toetsen is echter nergens ingezet en is ook nog erg onduidelijk en onvolledig. Bij navraag is gebleken dat die nog doorontwikkeld moet worden. Volgens EenUtrecht is de barcode op dit moment onbruikbaar als leefbaarheidstoets. Het college schrijft dat het zeker niet de bedoeling is om de barcode toe te passen op wijk- en buurtniveau.
EenUtrecht heeft 4 vragen voor de wethouder: 1) erkent de wethouder dat de gemeente bij nieuwbouw niet beschikt over een leefbaarheidstoets? 2) Zo ja, vindt hij het dan ook dat dit onverantwoord is en zo snel mogelijk hersteld moet worden? 3) Hoe verklaart de wethouder dat als er geen leefbaarheidstoets is, diverse projectontwikkelaars aangeven dat ze die wel van de gemeente hebben gekregen? Zou hij de raad die toets dan ook kunnen toesturen? 4) Hoe kan het dat de gemeente zelf niet voldoet aan de leefbaarheidstoets die zij wel aan die projectontwikkelaars stuurt? In plaats van een groene leefbare stad wordt Utrecht nu een grijze versteende stad. De voorzitter maant de heer Dijkstra om op de tijd te letten.
50
55
De heer Bakker (D66) herkent zich niet in het door de heer Dijkstra geschetste beeld van de stad. Hij vraagt de heer Dijkstra of deze erkent dat leefbaarheid een erg subjectief begrip is waarover je geen eenduidige uitspraken kunt doen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) erkent dat leefbaarheid ingewikkeld en niet eenduidig is. Daarvoor zijn wel 50, 60 indicatoren. Niettemin gelooft hij dat je hierin wel minimumpunten kunt benoemen.
Pagina 24 van 28
De heer Bakker (D66) zegt dat EenUtrecht wel andere keuzen kan maken wat betreft de inrichting van de stad, maar hij gelooft niet in een eenduidig zwart-wit antwoord. 5
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat je veel transparanter en explicieter een ondergrens kunt aangeven om tot een leefbare buurt te komen. De heer Stellinga (CDA) vraagt of je met zo’n leefbaarheidstoets de stad niet kapotreguleert. Volgens hem moet er per project maatwerk worden geleverd.
10
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat het een richting is en niet een norm, dat er nu geen enkele toetsing is. De heer Stellinga (CDA) zegt dat je bij het stellen van minima wél eisen stelt waaraan een plan moet voldoen. Waarin verschilt de leefbaarheidstoets van EenUtrecht dan van de barcode van het college? De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat de huidige barcode veel transparanter kan.
20
Volgens de heer Stellinga (CDA) wordt er al getoetst op het individuele project. Omdat de praktijk weerbarstig is, moet je per bouwplan maatwerk leveren. De heer Dijkstra (EenUtrecht) beaamt dit maar zegt dat hij bij de Merwedekanaalzone die toets niet heeft gezien.
25
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat de heer Dijkstra vindt van de beantwoording van vraag 4 in de schriftelijke vragen, hoe de barcode is ingevuld voor die ontwikkelgebieden. Volgens de heer Dijkstra (EenUtrecht) is die vraag volledig onbeantwoord gebleven.
30
35
40
45
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt: als het met de barcode niet lukt, waarom zou het met het voorstel van de heer Dijkstra dan wel lukken? De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat deze gemeenteraad nooit op een transparante en verifieerbare manier heeft vastgesteld waarover het zou moeten gaan. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat er te veel nadruk wordt gelegd op het middel en te weinig op het doel. De gemeente moet gewoon goede projecten maken. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat de gemeente niet iets moet doorontwikkelen wat niet werkt. Een toets lijkt hem echt een belangrijk hulpmiddel. De heer Dijkstra vervolgt zijn bijdrage en zegt dat EenUtrecht voor leefbare groei is. Hij vindt dat er eerst naar groen en voorzieningen moet worden gekeken voordat het maximale aantal woningen per hectare wordt vastgesteld. Verder vraagt hij aan de wethouder of die bereid is om hier anders over te denken. Is het college bereid om een leefbaarheidstoets te overwegen? De heer Dijkstra roept iedereen op om hierover mee te denken. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of het niet beter zou zijn om gewoon te stoppen met de barcode?
50
55
60
De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. Wethouder Eerenberg zegt dat het college de barcode zou willen verlaten, maar dat er niettemin aan de leefbaarheid moet worden gewerkt. Er is geen wiskundige formule om de leefbaarheid te berekenen. Het is ook een kwestie van politieke keuzen. De wethouder ziet dat de bouw van nieuwe woningen overal leidt tot een toename van groen en voorzieningen. De gemeente hanteert het criterium dat groen en voorzieningen overal binnen 10 minuten bereikbaar moeten zijn. In plaats van energie te steken in een leefbaarheidstoets zoals voorgesteld door EenUtrecht steekt de wethouder die energie liever in het realiseren van bouwplannen en in een betere beredenering van hun balanskant. Pagina 25 van 28
5
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat hij twee gemiste vragen heeft. Kan de wethouder het document verstrekken op basis waarvan de projectontwikkelaar tot maximaal 80 woningen per hectare komt? En is de wethouder bereid om vanuit de leefbaarheid alle plannen nog eens kritisch te bekijken? Wethouder Eerenberg zegt dat zo’n document er niet is. Bij Groenewoud heeft de projectontwikkelaar op eigen initiatief een poging gedaan om de barcode toe te passen, maar ook dat is geen bruikbaar instrument voor de hele stad. Wat betreft de tweede vraag ziet de wethouder niet de noodzaak om de bestaande plannen te heroverwegen. De voorzitter vraagt aan EenUtrecht of de kwestie nu voldoende besproken is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) zegt dat EenUtrecht nog terug zal komen met een motie.
15
De voorzitter schorst de vergadering om 16.00 uur.
7. Debat over de aanvraag voorbereidingskrediet mobiliteitshub XL Papendorp-Noord 20
25
30
35
40
De voorzitter heropent de vergadering om 16.07 uur. Dit deel is een besloten vergadering waarbij de VVD geheimhouding heeft aangevraagd. Alle aanwezigen stemmen hiermee in. De voorzitter heropent om 16.37 uur het openbare gedeelte van de vergadering. Het raadsvoorstel met betrekking tot de mobiliteitshub wordt in twee termijnen behandeld, waarvan de eerste termijn al is geweest. De voorzitter geeft het woord aan het CDA. De heer Stellinga (CDA) staat in principe welwillend tegenover het verstrekken van het krediet. Het CDA vraagt zich wel af of er een indicatie van het tijdspad gegeven kan worden. Het CDA vraagt verder hoe het staat met een motie die op 4 februari 2021 is ingediend. Daarin wordt het college opgedragen om oog te houden op variatie in de bouwstijl, het openbare groen te behouden en expliciet vast te leggen hoe het veilige oversteekplaatsen gaat realiseren. De wethouder mag deze vraag mag ook schriftelijk beantwoorden. De heer Van Bergen (CU, vervangt de heer Van der Graaf) vraagt of het klopt dat de kredietaanvraag voor dit project nog los langs de raad komt.
Het is nu nog geen risicovol project maar blijft dat ook zoals het straks veel groter wordt? Hoe sluit het aanbod van dit concept aan bij de behoeften van de verschillende doelgroepen? Is de wethouder bereid om de raad hierover inhoudelijk te informeren? Er wordt gesproken over 2000 parkeerplaatsen, indien nodig uit te breiden met nog eens 1000. Wordt er ook gekeken naar wat er in de tussentijd op het naastgelegen terrein gerealiseerd kan worden? De CU zou graag zien dat het reparatiepunt in de mobiliteitshub zo breed mogelijk wordt opgevat. Is de wethouder bereid om dit te onderzoeken? En hoeveel parkeerruimte is er uitgetrokken voor deelmobiliteit? De voorzitter vraagt aan de commissie wie er nog wil inspreken. Dat zijn vier fracties. Besloten wordt om de vergadering iets langer te laten duren. De heer Te Hoonte (VVD) sluit zich grotendeels aan bij de CU. De VVD is enthousiast over een grote parkeergarage maar vindt het project nog onvoldoende uitgewerkt.
45
De heer Bakker (D66) steunt het voorbereidingskrediet. Hij vraagt of de urgentie wel zo hoog is als wordt gezegd. Wat betreft de vraag naar risicovolle projecten sluit D66 zich aan bij de CU. Het is goed om daar rekening mee te houden.
50
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of de wethouder kan toezeggen dat er voor de eventuele tweede fase geen bomen gekapt zullen worden. Heeft het college daarvoor al een plek op het oog? Kan er bij de bouw van parkeergarage rekening worden gehouden met groene daken en groene gevels? Wat voor toezeggingen kan de wethouder doen met betrekking tot voorwaarden als duurzaamheid en groen? Pagina 26 van 28
De heer Dekkers (GroenLinks) steunt het voorbereidingskrediet. In deze fase is het nog geen risicovol project, maar GroenLinks dat het dat het dat wel zou kunnen worden.
5
10
Wethouder Eerenberg beantwoordt de gestelde vragen en zegt dat de hub in het eerste kwartaal van 2027 klaar zal zijn. Wat betreft de bouwstijl zal er oog voor variatie zijn. De wethouder kan nu nog niet zeggen of dit een risicovol project zal worden. Hij is niet erg hoopvol dat er in afwachting van de uitbreiding veel met het naastgelegen terrein gedaan zal worden. Een bewonerskorting op parkeerabonnementen kan wel maar dat zal consequenties hebben voor de begroting. Er is geen reden waarom het reparatiepunt niet uitgebreid zou kunnen worden. Het aantal deelauto’s is nu nog niet bekend, maar dat gaat voldoen aan het gemeentelijke beleid. Daar wordt in de hub ook ruimte voor gereserveerd en dat gaat ten nadele van het aantal reguliere parkeerplaatsen. De heer van Bergen (CU) vraagt of hij goed heeft begrepen dat de parkeerplekken voor deelauto’s van het totaal van 2000 parkeerplekken af gaan. Wethouder Eerenberg bevestigt dit en vervolgt zijn beantwoording van de vraag of er bomen gekapt gaan worden.
15
Mevrouw Snippe (PvdD) zegt dat het om de tweede fase ging. Wethouder Eerenberg zegt dat hij dat moet overleggen. Uiteraard wordt er nog teruggekomen op het krediet voor de realisatie. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt hoe het zit met de voorwaarde van de groene gevels en de groene daken.
20
Volgens wethouder Eerenberg is groen bouwen een onderdeel van de ontwerpopgave. De vraag van de PvdD over bomenkap in de tweede fase zal hij schriftelijk beantwoorden. De heer Stellinga (CDA) vraagt naar de motie van zijn collega Zwinkels. Wethouder Eerenberg zegt dat dit een onderdeel van de ontwerpopgave is.
25
De heer Te Hoonte (VVD) denkt dat het verstandig is om rekening te houden met een motie of een amendement. Voor de behandeling daarvan kan met een kwartier worden volstaan. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of de raad de brief met informatie over de bomenkap in de tweede fase voor de volgende vergadering mag verwachten. Volgens wethouder Eerenberg hangt de bomenkap in de tweede fase af van het ontwerp. Daarover kan hij nu nog niets zeggen.
30
Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of de wethouder bereid is om het ontwerp hierop aan te passen. Wethouder Eerenberg belooft hierop terug te komen als het een dilemma oplevert. De voorzitter sluit de vergadering om 16.53 uur.
35
TOEZEGGINGENLIJST Wethouder Eerenberg zegt t.a.v. agendapunt 9: Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040) toe: Pagina 27 van 28
•
het college komt met een plan van aanpak (waarin de samenhang der dingen zijn opgenomen) terug in de MPR 2023.
Pagina 28 van 28