Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 9 februari 2023.docx
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Ruimtelijke Ordening en 5 Grondzaken 10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
9 februari 2023 Raadzaal, stadhuis mw. I.B. Koren (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen
15
De voorzitter, mw. M. Al-Saqaff, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, de leden, dhr. G-J. te Hoonte (VVD), mw. V. Smit (Volt), dhr. F. Dekkers (GroenLinks), dhr. M. Koning (D66), dhr. F. Claasen (GroenLinks), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. R. van der Graaf (ChristenUnie), mw. A. Sasbrink (PvdD), dhr. R. van den Enk (Student&Starter), dhr. R. van der Zweth (PvdA), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. H. Bakker (D66), dhr. M. Usta (DENK), dhr. C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de commissiegriffier, dhr. F. de Kok.
Afwezigen
De heer Bosch (PVV). 20
25
Verslag commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 1. Opening en mededelingen ............................................................................................................1 2. Vaststellen van de agenda van 9 februari 2023 ............................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) ................................................................2 4. Verslagen ......................................................................................................................................4 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................4 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................5 9. Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040) .......................................5
1. Opening en mededelingen
30
De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet iedereen van harte welkom. Zij constateert dat wethouder Eerenberg een mededeling heeft.
35
Wethouder Eerenberg geeft aan dat de verschillende scenario’s met betrekking tot de Jan van Galenstraat voor de voorjaarsvakantie naar de commissie gestuurd zouden worden. Het gesprek met omwonenden, ondernemers en eigenaren vindt volgende week plaats maar het wordt dan wel lastig om de brief op tijd bij de commissie te krijgen. Het is mogelijk dat deze in of net na de Pagina 1 van 28
voorjaarsvakantie komt. De wethouder wijst erop dat de afspraak staat, dat zolang er geen finaal debat is geweest het college geen verdere stappen zet. 5
De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat dit onderwerp voor de donderdag na het reces is geagendeerd voor de raad. Als de brief na het reces komt, dan dient de behandeling op te schuiven naar een volgende raadsvergadering. De voorzitter concludeert dat dit voorstel akkoord is.
10
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een mededeling met betrekking tot de Veilinghaven. Komende zaterdag van 10.30-12.00 uur is daar een excursie georganiseerd door bewoners. Hij wijst erop dat iedereen is uitgenodigd om daarbij aanwezig te zijn. Naar aanleiding van dat bezoek wil EenUtrecht de Veilinghaven een keer agenderen.
15
De voorzitter dankt de heer Dijkstra voor de uitnodiging. Daarnaast concludeert zij de agendering te zijner tijd tegemoet te zien. Vervolgens deelt zij mee dat de heer Bosch van de PVV is verhinderd door werkzaamheden.
2. Vaststellen van de agenda van 9 februari 2023
20
25
De voorzitter constateert dat wordt voorgesteld om de behandeling van agendapunt 7, Mobiliteitshub, en agendapunt 9, Oplegger RSU, om te draaien. De voorzitter concludeert dat de commissie met dit voorstel akkoord is. Vervolgens geeft zij aan, dat er een fractie een geheime vergadering wil houden bij agendapunt 7. Zodra de behandeling van agendapunt 7 start, zal hier verder op in worden gegaan. De heer Te Hoonte (VVD) heeft begrepen dat punten in samenhang worden besproken. De raadsbrief die hij heeft geagendeerd kan bij het raadsvoorstel meegaan. De voorzitter constateert dat de heer Te Hoonte het over agendapunt 9 heeft en dat hetgeen hij heeft aangegeven ook zo gedaan zal worden.
30
3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) De voorzitter loopt de lijst met agenderingen langs.
35
40
3.1. Raadsbrief Grondprijzen 2022 en Beantwoording SV 2022, nr. 164 De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat de fracties van PvdA, VVD, GroenLinks, Stadsbelang Utrecht, D66, CDA, Student&Starter, ChristenUnie de raadsbrief agenderen. De PvdD heeft een aanvulling gegeven op datgene wat eerder is verspreid. De agendering borduurt voort op datgene wat uit de raadsinformatiebijeenkomst is gekomen en kijkt daarnaast generiek vooruit naar de nieuwe nota Grondbeleid. De PvdA stelt voor de raadsbrief te agenderen voor de eerstvolgende commissie met een duur van 90 minuten. De voorzitter concludeert dat de raadsbrief Grondprijzen 2022 en Beantwoording SV 2022, nr. 164 voor de eerstvolgende commissievergadering van 16 maart wordt geagendeerd met een behandeltijd van 90 minuten. Vervolgens inventariseert zij of er nog andere agenderingen zijn.
45
Raadsinformatiebijeenkomst UPP De heer Dijkstra (EenUtrecht) stelt voor deze raadsinformatiebijeenkomst op 4 april te houden. Bewoners kunnen dan suggesties doen om het UPP te verbeteren. Volt doet graag mee en EenUtrecht nodigt ook de andere fracties uit om mee te doen.
50
De voorzitter stelt een behandeltijd van 60 minuten voor. De heer Bakker (D66) vraagt waarom de raadsinformatiebijeenkomst niet in maart wordt gehouden.
55
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat hijzelf in maart niet aanwezig kan zijn. Daarnaast heeft een aantal betrokken bewoners tijd en ruimte nodig om zich te verzamelen en een goede presentatie te kunnen voorbereiden. Pagina 2 van 28
5
10
15
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het erop lijkt, dat de raadsinformatiebijeenkomst parallel gaat lopen aan het traject dat de commissie heeft ingezet en dat hij met de heer Van Vliet een en ander voorbereidt met betrekking tot het UPP-traject. Hier zijn sessies voor gepland. Als de raadsinformatiebijeenkomst pas in april wordt gehouden, dan is dat laat. Hij stelt voor de raadsinformatiebijeenkomst in maart te houden. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft ook het idee dat het organiseren van een raadsinformatiebijeenkomst parallel loopt aan de andere zaken die al worden georganiseerd door de VVD en D66. Hij vraagt of de bewoners ook betrokken zijn bij de sessie die plaatsvinden in februari. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat dit technische sessies zijn. Deze lenen zich minder voor het gesprek met de stad. In deze sessie zal wel gesproken worden over hoe het college het gesprek met de stad wil gaan voeren over het UPP. De voorzitter constateert dat er bijval is voor het organiseren van een raadsinformatiebijeenkomst maar dat deze wellicht beter in maart kan plaatsvinden.
20
De heer Bakker (D66) merkt op dat de raadsinformatiebijeenkomst over Stedenbouwvisie op 7 maart doorgeschoven kan worden naar april. In maart ontstaat dan ruimte.
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat hij VVD en D66 heeft benaderd maar dat die partijen niet genegen waren om iets met bewoners te organiseren. Daarnaast is achter gesloten deuren een keer gezegd dat het goed is om de bewoners een keer uit te nodigen. Vandaar zijn initiatief voor een raadsinformatiebijeenkomst. Verder ziet hij niet waarom er haast is met de raadsinformatiebijeenkomst.
30
De voorzitter zegt dat er verschillende meningen zijn over hoe de afstemming is gegaan. Zij constateert dat iedereen de bewoners wil horen of spreken. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wanneer behandeling plaatsvindt als de raadsinformatiebijeenkomst toch op 4 april plaatsvindt.
35
40
Wethouder Eerenberg geeft aan nog geen planning te kunnen delen. De voorzitter inventariseert of de raadsinformatiebijeenkomst plaats moet vinden op 7 maart of 4 april. Zij concludeert dat op 7 maart de raadsinformatiebijeenkomst over het UPP plaats zal vinden. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat de VVD-fractie wil mee agenderen. De voorzitter constateert dat de heer Bakker en de heer Stellinga ook willen helpen.
45
50
55
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) denkt dat het goed is als geprobeerd wordt om de raadsinformatiebijeenkomst in het proces in te passen. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een vraag over de behandelvoorraad. Hier staan een aantal zaken in over de omgevingswet. Kan de wethouder een update hieromtrent geven? Wethouder Eerenberg zegt dat gestuurd wordt op het eerste kwartaal. De heer Te Hoonte (VVD) gaat ervanuit dat dan in het tweede kwartaal de behandeling van de raadsvoorstellen kan plaatsvinden. De voorzitter concludeert dat als alles volgens planning loopt dit zo zou moeten zijn. Werkbezoek Jaarbeurs en technische bijeenkomst herijken masterplan Jaarbeurs
Pagina 3 van 28
De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat de technische bijeenkomst al is gepland in maart maar dat het werkbezoek bij de Jaarbeurs pas op 29 maart kan plaatsvinden. De agendering schuift dan door naar april. 5
De voorzitter concludeert dat de agendering doorschuift naar 13 april. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de terinzagelegging dan al beëindigd is.
10
De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat hij hier geen rekening mee heeft gehouden en dit moet navragen. De voorzitter concludeert dat de agendering naar 13 april wordt verplaatst tenzij de deadlines niet worden gehaald.
15
Veilingstraat De heer Bakker (D66) zegt dat hier een werkbezoek voor plaatsvindt. Hij verzoekt namens de heer Van Vliet (D66) en de heer Zwanenberg (GroenLinks) een agendering te plaatsen voor de volgende commissie.
20
De voorzitter constateert dat de heer Dijkstra deze wens ook heeft uitgesproken. Zodra de agendering binnen is wordt deze ingepland. Zij stelt een behandeltijd van 90 minuten voor. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of het ook mogelijk is om de bespreking in april te plannen.
25
30
De voorzitter constateert dat er ruimte is op 16 maart en dat niet helder is of er in april ruimte is. Zij concludeert dat de behandeling plaatsvindt op 16 maart met een duur van 90 minuten. De agendering ziet zij graag tegemoet. 3.2. Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter constateert dat er geen ingekomen raadsbrieven zijn.
4. Verslagen
35
Ter vaststelling: Conceptverslag commissie ROG 8 december 2022 Conceptverslag commissie ROG 12 januari 2023 Conceptverslag commissie ROG 26 januari 2023 De voorzitter inventariseert of de verslagen kunnen worden vastgesteld.
40
45
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat de PvdD een opmerking heeft ingestuurd. De PvdD was op 26 januari afwezig bij de vergadering. De partij wordt alleen wel een aantal keren genoemd in het verslag. De voorzitter concludeert dat hiernaar gekeken zal worden. Zij concludeert dat de verslagen van 8 december en 12 januari zijn vastgesteld. Op het verslag van 26 januari wordt de volgende commissievergadering teruggekomen. Dit verslag wordt nog niet vastgesteld.
5. Toezeggingen/moties
De voorzitter inventariseert of er vragen of opmerkingen zijn. 50
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat er nog wat toezeggingen in de lijst staan voor 2022. Kan de lijst worden bijgewerkt? De heer Te Hoonte (VVD) sluit zich daar graag bij aan. Graag actief met de oude toezeggingen aan de slag gaan.
55
Wethouder Eerenberg merkt op dat hiermee aan de slag wordt gegaan. Er is inmiddels een project gevormd en de ambitie is, dat erin de volgende cyclus, over een week of zes, een opgeschoonde lijst ligt. Pagina 4 van 28
6. Ingekomen stukken
De voorzitter constateert dat er geen ingekomen stukken zijn. 5
10
15
20
De heer Bakker (D66) merkt op dat op 24/25 februari een excursie naar Rotterdam gepland staat in verband met de stedenbouwvisie. Vanuit de wethouder en de ondersteuning is hierover een email gestuurd. Collega’s die mee willen kunnen zich aanmelden. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er een mail is gekomen over de Springweggarage en een alternatief plan daarvoor. Wat is hierbij het voorgestelde afdoeningsvoorstel? De commissiegriffier begrijpt dat de heer Te Hoonte had verwacht dat hier een ingekomen stuk voor op de lijst zou staan. Dit is niet het geval. Hij vraagt of de heer Te Hoonte een afdoeningsvoorstel heeft. De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor dat het college een eerste reactie geeft. De raad kan dan beslissen of er wel of niet iets mee moet gebeuren. Wethouder Eerenberg vraagt wat de heer Te Hoonte precies verwacht. Een schriftelijke reactie in de vorm van een raadsbrief? Of verwacht hij dat het college de beantwoording ter hand neemt en het plan controleert op de door de raad bij dit dossier vastgestelde kaders? De heer Te Hoonte (VVD) vindt de eerste variant interessant omdat er nog moties openstaan over het vergroenen van het gebied bij de Springweg garage.
25
De heer Bakker (D66) dacht dat er een amendement lag. Het is goed om hier aandacht voor te hebben. Daarnaast spreekt de tweede optie hem het meest aan. De initiatiefnemer ontvangt dan een reactie en deze reactie kan dan gelegd worden langs de lijn van hetgeen de raad heeft besloten. Een raadsbrief is niet nodig.
30
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat de raad heeft besloten dat de parkeergarage bij de Springweg op termijn gesloten gaat worden. Wat wordt verwacht als het plan om te vergroenen langs die lijn wordt gelegd?
35
40
45
50
55
De heer Bakker (D66) denkt dat het goed is als het college een korte reactie geeft richting de initiatiefnemer. De heer Te Hoonte (VVD) vindt ook dat er een goede reactie dient te komen richting de initiatiefnemer. De commissie dient daar een afschrift van te krijgen met een korte update rondom de ontwikkelingen bij de Springweg. De voorzitter concludeert dat het college een reactie geeft op het initiatief en dat de commissie hier een afschrift van krijgt. In het afschrift wordt ook ingegaan op ontwikkelingen bij de Springweg.
9. Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 (oplegger RSU2040) De voorzitter constateert dat het raadsvoorstel wordt voorgelegd vanwege het coalitieakkoord waarin is afgesproken dat voor Rijnenburg, volgens het scenario Klein Rijnenburg, een compacte stedelijke wijk wordt gerealiseerd. Hiervoor is nodig dat de Ruimtelijke Structuur Utrecht 2040 wordt aangepast. Het college stelt de raad voor in te stemmen met de aanpassing. Tijdens de vorige vergadering is besloten om de behandeling rondom de genoemde raadsbrief ook bij dit agendapunt te doen. De voorzitter stelt een integrale bespreking voor van beide documenten. De heer Van der Zweth (PvdA) zegt dat voor de PvdA een belangrijk uitgangspunt is, dat groei geen doel op zich is en dat er grenzen zitten aan de groei. Vanwege de woningnood is het bouwen van huizen echter wel urgent. Kwaliteit en leefbaarheid dienen hierbij voorop te staan. Daarnaast is de sociale opgave om een leefbare en betaalbare stad te maken voor iedereen, belangrijk. Deze uitgangspunten dienen te worden vastgelegd in de oplegger van de RSU en de Pagina 5 van 28
5
fractie leest deze zaken voor een groot deel ook terug. Verder heeft de PvdA-fractie een aantal vragen en punten om mee te geven. Allereerst vraagt de fractie om groeien in balans onderdeel te maken van het principe en beslispunt 1B. Ten tweede wordt in de bijlage aangegeven dat de huidige programmering nog niet in balans is. Voor de raad is het moeilijk om hier op te sturen. Hoe wil de wethouder de barcode ontwikkelen en benutten zodat de programmering in balans komt? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of de PvdA vraagt, om in het raadsvoorstel precies te definiëren wat groeien in balans is.
10
De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt bevestigend. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat in het raadsvoorstel expliciet staat, dat Rijnenburg achter vier andere deelontwikkelingen komt. Zou dat er niet uit moeten?
15
20
De heer Van der Zweth (PvdA) verduidelijkt dat de PvdA het bij groeien in balans heeft over groeien qua kwaliteit, leefbaarheid en voorzieningen. Dit staat los van Rijnenburg, Lunetten Koningsweg of Merwedekanaalzone. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt met betrekking tot de barcode of de PvdA niet had verwacht dat met de oplegger er een concreet uitgewerkte leefbaarheidstoets zou voorliggen. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt ontkennend. Er is een barcode. De vraag is alleen hoe hier zicht en grip op wordt gehouden.
25
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het college toegeeft, dat erop dit moment er geen barcode is op buurtniveau. De raad kan hierdoor nieuwbouwplannen niet toetsen op leefbaarheid. De heer Te Hoonte (VVD) heeft een punt van orde. Hij geeft aan het lastig te vinden dat de behandeling van de agendapunten is omgedraaid. Als dit niet was gebeurd, dan was eerst de barcode behandeld en daarna pas de RSU. De voorzitter roept iedereen op een goede scheiding te blijven maken tussen de twee debatten.
35
40
45
50
55
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat dit raadsvoorstel principes toevoegt over kwaliteit, leefbaarheid en de groei van de stad. De barcode zit ook in dit raadsvoorstel en daarnaast gaat het over de volgordelijkheid van de gebieden. Tegen de heer Dijkstra zegt hij dat het erom gaat, dat goed bijgehouden kan worden dat de voorzieningen, de kwaliteit en leefbaarheid goed geborgd zijn en meegroeien. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat driekwart van de barcode gaat over zaken die bij of aan de woningen horen. Hoe kan de PvdA ermee leven dat de raad niet kan toetsen op de leefbaarheid van de nieuwbouwplannen? De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat de raad dit wel kan. Het is niet gezegd dat er een barcode op wijkniveau moet zijn. De raad dient een beeld te hebben. Hij vervolgt zijn bijdrage met de vraag of er gestuurd kan worden op de vierkante meters van woningen. Met betrekking tot het principe van ongelijk investeren voor gelijke kansen merkt hij op, dat dit richting geeft aan welke gebieden of voorzieningen geprioriteerd worden. Dan Rijnenburg. Het is een wens van de PvdA dat hier ontwikkeld gaat worden. Betaalbaarheid, leefbaarheid en goed openbaar vervoer zijn hierbij belangrijk. Eind dit jaar of begin volgend jaar komt er een programmatisch vertrekpunt. Dit is een belangrijke stap.
Ten slotte vraagt de fractie of, als de oplegger door de raad is bekrachtigd, de wethouder ervoor kan zorgen dat die bij de RSU komt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdA het plan om een energiepark te combineren met de woningbouw in Rijnenburg, realistisch vindt. De heer Van der Zweth (PvdA) antwoordt dat aangesloten wordt bij de regels die er zijn.
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat de rechter heeft gezegd, dat de normen die worden gehanteerd niet kunnen. Is de PvdA bereid om na te gaan of een risico wordt gelopen? Pagina 6 van 28
De heer Van Zweth (PvdA) antwoordt dat de PvdA zich hierin heeft verdiept. Daarnaast is afgesproken dat als er iets qua regelgeving verandert, dat de raad dan aan zet is. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt waarom de PvdA niet aan de wethouder verzoekt het risico uit te zoeken. De heer Van Zweth (PvdA) merkt op dat de heer Dijkstra bezig is met zijn vendetta tegen windmolens. Mocht er is onvoorzien gebeuren, dan komt het college naar de raad. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat na vijf jaar strijden om Rijnenburg toe te voegen als woningbouwlocatie, een en ander eindelijk wordt geformaliseerd. De VVD is daar blij mee. Het is een belangrijke stap in het op gang houden van de woningbouw in de stad. Een aantal zaken kan nog beter. In het raadsvoorstel wordt expliciet uitgegaan van bouwen na 2035 en dat dit de vier andere ontwikkelgebieden niet mag schaden. De VVD vindt dit wat achterhaald. Uit recente informatie over allerlei projecten blijkt dat de voortgang complex is. De VVD meent dat de vijf ontwikkelgebieden ontwikkeld moeten gaan worden en dat die hun eigen voortgang dienen te hebben. De VVD wil de twee punten hieromtrent meer positief formuleren en zal hiervoor met een amendement komen. Het tweede punt gaat over het taalgebruik in het achterliggende beleidsstuk van de RSU 2040. Hierin staat bijvoorbeeld dat de coalitie iets toepast. Het is echter de gemeente die dingen toepast en het is de raad die in meerderheid een en ander vaststelt. Graag een neutrale tekst en een toezegging hierop. Tenslotte de raadsbrief over de mobiliteitsstudies.
De VVD heeft wat gemengde gevoelens over wat aannames en ramingen. De partij meent dat het goed is om af te bakenen wat bij Rijnenburg hoort en wat bij andere zaken hoort en vraagt de wethouder om te kijken of de aannames rond Papendorp en de Merwedelijn kloppen. Tot slot blijft de VVD tegen windmolens bij Rijnenburg. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de VVD zich er ook zorgen over maakt dat de woningen er wellicht niet kunnen komen doordat de windmolens er te dichtbij staan. De voorzitter wijst erop dat er geen heel windmolendebat gevoerd moet gaan worden. De heer Dijkstra (EenUtrecht) wijst erop dat dit de eerste keer is dat richting een besluit wordt gegaan dat er een windmolenpark bovenop een woningproject komt te staan. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de VVD het onverstandig vindt om windmolens van de voorgestelde hoogte en omvang zo dicht op een woonwijk te plaatsen. De VVD vindt dat er zonnepanelen moeten komen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de woningen er straks mogelijk niet kunnen komen vanwege de windmolens. Dit is een risico. De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat de VVD allerlei planologische risico’s ziet bij het windmolentraject en ook bij het ontbreken van een landelijk kader. De VVD bouwt liever de woningen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat het een risico is dat er eerst windmolens komen.
50
De heer Te Hoonte (VVD) meent dat niet de woningen maar juist de windmolens eerder afvallen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) gaat in op de twee tramlijnen. Hij vraagt of de heer Te Hoonte het ermee eens is, dat uiteindelijk deze tramlijnen ervoor verschillende projecten komen en dat dan ook vanuit verschillende projecten financiering dient te komen hiervoor.
55
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt het hiermee eens te zijn. De Merwedelijn wordt alleen wel aangelegd vanwege de Merwedekanaalzone en niet vanwege Rijnenburg. Daarnaast is het de vraag wat de goedkoopste en beste route is naar Rijnenburg en deze dient strak afgebogen te worden.
60
De heer Van der Zweth (PvdA) vraagt of de VVD voor het raadsvoorstel gaat stemmen. Pagina 7 van 28
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat nog een amendement ingediend gaat worden. De VVD steunt het wel om Rijnenburg toe te voegen als woningbouwlocatie. 5
De heer Stellinga (CDA) vraagt of de VVD niet bang is dat de volgordelijkheid in het nadeel van de woningen is.
10
De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt dat hierom het RO-proces voor woningbouw in Rijnenburg ook tijdelijke woningen mogelijk moet maken. Verder bleek uit de raadsinformatiebijeenkomst over netcongestie van deze week, dat voor 2029 geen windmolen kan worden aangesloten.
15
De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat de RSU richting geeft aan ontwikkelingen in de stad. GroenLinks geeft in grote lijnen steun aan de oplegger voor de RSU en roept het college op de RSU met spoed uit te werken. Alle aandacht dient nu niet alleen naar Rijnenburg te gaan. Er dient vastgehouden te worden aan de volgorde.
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt waarom GroenLinks zo vasthoudt aan de volgordelijkheid van dingen. Is flexibel schakelen op mogelijke ontwikkellocaties niet veel verstandiger? De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks het college vraagt een inspanning te leveren omdat bouwen binnen de bestaande stad en bestaande structuren beter is voor Utrecht. Pas als dit niet gerealiseerd kan worden, dient buiten de stad gebouwd te worden. En Rijnenburg ligt buiten de stad. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat als versneld moet worden, beter naar kansrijke projecten gekeken kan worden. De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks niet van mening is dat projecten een doel op zich zijn. Een goede stad bouwen is een doel op zich. Projecten die daaraan bijdragen zijn de projecten waarop ingezet dient te worden. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt dat GroenLinks accepteert, dat er vertraging kan ontstaan met betrekking tot de groei van de stad. De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks liever een goede stad bouwt in een iets lager tempo. De heer Koning (D66) merkt op dat met dit voorstel Rijnenburg wordt toegevoegd aan de RSU. Daarnaast vraagt hij of GroenLinks het ermee eens is, dat in deze periode vol aan de gang moet worden gegaan met nadenken over hoe de wijk eruit moet gaan zien en ontsloten moet gaan worden.
De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks niet dwarsligt op het nadenken over de ontwikkeling van Rijnenburg. Dit moet er alleen niet toe leiden dat er minder aandacht gaat naar de ontwikkeling van andere delen van de stad. Hij vervolgt zijn inbreng met de ontwikkelingen die het college aangeeft die van invloed kunnen zijn. GroenLinks mist hierbij de verscherping omtrent de ecologische en duurzaamheidscrisis. Is het college bereid om in de uitwerking van de stedenbouwvisie dit een plek te geven? Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat de biodiversiteitscrisis en ecologiecrisis als aandachtspunten bij de uitgangspunten opgenomen kunnen worden. De heer Claasen (GroenLinks) stelt voor dit in de stedenbouwkundige visie op te nemen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) begrijpt dat GroenLinks de ecologische crisis belangrijk vindt maar niet zo belangrijk dat het een uitgangspunt moet worden voor de ruimtelijke ontwikkelingen in Utrecht.
Pagina 8 van 28
De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks vindt, dat het wel een serieus uitgangspunt dient te zijn. 5
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de zonnepanelen en windmolens in Rijnenburg ook toegerekend gaan worden aan de ecologische footprint van Beurskwartier en de Merwedekanaalzone enzovoort.
10
De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat de windmolens en zonnepanelen in Rijnenburg bedoeld zijn voor de energiebehoefte van de hele stad. GroenLinks bedoelt dat telkens als een stuk wijk wordt ontworpen, dat gekeken moet worden hoe met dat stuk wijk bijgedragen kan worden aan de ecologische footprint van de stad.
15
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat dit kan betekenen, dat op sommige plekken minder intensief gebouwd kan worden zodat een wijk volledig zelfvoorzienend kan zijn. De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks de overtuiging heeft, dat een wijk met voldoende dichtheid ruimte creëert om voor dat stuk stad een lagere footprint te realiseren.
20
De heer Koning (D66) merkt op dat duurzaamheid goed terugkomt en dat in het uitvoeringsbeleid ecologie is verankerd. Is GroenLinks het hiermee eens?
25
De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat een en ander goed gekwantificeerd is op het niveau van de individuele woning. Dit is minder het geval op het niveau van stadsdelen in zijn totaliteit. GroenLinks vraagt het college bij de stedenbouwvisie een en ander op het niveau van stadsdelen in zijn totaliteit, beter te kwantificeren. Vervolgens nog een aantal aanvullende punten. Eerder zijn vragen gesteld over het toepassen van hout in bebouwing. Is het college bereid om op dit punt aanvullende stappen te nemen en verder te gaan in het stellen van concrete eisen aan bouwers?
30
De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of bij de tijdelijke bouw in Rijnenburg houtbouw centraal gesteld zou moeten worden.
35
40
45
De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat de tijdelijke huisvesting echt bedoeld is als tijdelijk. Met houtbouw wordt langdurig CO2 opgeslagen en dit leent zich niet voor tijdelijkheid. Verder dient alles wat wordt gedaan, zo duurzaam mogelijk te worden gedaan. Is het college bereid om in het kader van actief grondbeleid mee te denken als duurzaamheid en betaalbare woningen voor ontwikkelaars niet uitkunnen? De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt hoe GroenLinks staat in de situatie dat de stad verlies gaat nemen op grondexploitaties. De heer Claasen (GroenLinks) vindt dat de gemeente zichzelf met betrekking tot kansen de ruimte moet geven om afwegingen te maken. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat actief ook kan betekenen dat de gemeente verlies moet pakken. Hoe staat GroenLinks hierin? De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks openstaat voor de discussie op het moment dat ontwikkelaars er niet uitkomen.
50
55
60
De heer Stellinga (CDA) vraagt of GroenLinks zich gebonden acht aan het uitgangspunt uit het coalitieakkoord en de oplegger, dat pas in 2035 woningen gebouwd worden aan de zuidkant van de polder Rijnenburg. De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat GroenLinks zich gebonden acht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of GroenLinks wil controleren of elk nieuwbouwplan leefbaar en groen is. De heer Claasen (GroenLinks) zegt dat GroenLinks dit wil controleren maar merkt erbij op dat de barcode niet het enige middel is om mee te controleren. Pagina 9 van 28
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat er nu geen leefbaarheidstoets is op buurt- of projectniveau. 5
10
De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt dat dan een beoordeling wordt gemaakt zonder een barcode. De heer Dijkstra (EenUtrecht) constateert dat GroenLinks wil controleren maar daar geen cijfers voor nodig heeft. Het college wil door ontwikkelen op de leefbaarheidstoets maar is dit geen mosterd na de maaltijd? De heer Claasen (GroenLinks) merkt op dat de raad al heel lang plannen beoordeelt ook zonder een kwantitatief uitgewerkt kader in de vorm van een barcode.
15
De heer Koning (D66) denkt dat inhoudelijke ambities bij projecten en beleid ter discussie gesteld moeten kunnen worden. De heer Claasen (GroenLinks) antwoordt het hiermee eens te zijn.
20
De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.
25
Mevrouw Sasbrink (PvdD) zegt dat er grenzen zitten aan de groei. De grens zit op het punt waar groei ten koste gaat van de leefomgeving en het klimaat. De PvdD vindt dat de groei niet gefaciliteerd moet worden maar dat onderzocht moet worden hoe de groei kan worden afgeremd. De fractie gaat vervolgens in op de toe te voegen principes. Het eerste principe stelt dat kwaliteit en leefbaarheid leidend moeten zijn. Kan het college toezeggen een scenario uit te werken dat niet uitgaat van groei maar juist inzichtelijk maakt op welke ambities bezuinigd moet worden?
30
De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat ingezet wordt op kwaliteit en leefbaarheid voor de bestaande stad. Ook als niet wordt gegroeid worden er stappen gezet om het voorzieningenniveau op peil te brengen.
35
40
45
50
55
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het geruststellende woorden van de heer Van der Zweth. Zij vraagt zich of af het college die kan bevestigen. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat er naast woorden ook een investeringspakket is van 130 miljoen euro. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vervolgt haar bijdrage met de vraag wat het concreet betekent dat groei niet ten koste mag gaan van de kwaliteit van de stad. Bij elke ontwikkeling komt er meer vraag naar energie, arbeidsplaatsen en voorzieningen. Is de conclusie niet dat de stad überhaupt niet moet groeien? Graag een reflectie. Gaan nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen inderdaad geen doorgang meer vinden als er geen evenredig groen, energie en voorzieningen kan worden toegevoegd? En hoe wordt gemeten dat de groei in balans blijft en wanneer is de barcode toepasbaar? Ten slotte vraagt de PvdD of bij de berekeningen ook wordt meegenomen wat er kapot wordt gemaakt bij een nieuwe ontwikkeling. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat veel mensen op zoek zijn naar een huis. Waar moeten deze mensen gaan wonen? Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op eerst groen, energie en voorzieningen beschikbaar moeten zijn voordat er in Utrecht woningen bij kunnen komen. De heer Te Hoonte (VVD) herhaalt zijn vraag. Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat geïnvesteerd zou kunnen worden in krimpgebieden.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt dat volgens de PvdD in de bestaande voorraad gekeken moet worden of geoptimaliseerd kan worden om de huisvestingsbehoefte vorm te geven. Pagina 10 van 28
Het gevolg hiervan is, dat de basis helemaal niet meer op orde is doordat uit de bandbreedte voor de voorzieningen wordt gelopen. 5
10
15
20
25
30
Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat de raad er zelf bij is om te zeggen in welke mate er plek is voor bepaalde woonruimte. Zij vervolgt haar inbreng met het tweede nieuwe principe dat gaat over groei in balans. In balans met wat? En waarom is in het beslispunt niet opgenomen dat groei geen doel moet zijn? Verder wil de PvdD voorstellen om in lijn met de uitspraken van de raad over de klimaatcrisis en de biodiversiteitscrisis nog twee extra uitgangspunten toe te voegen. Bijvoorbeeld het uitgangspunt dat ruimtelijke ontwikkeling moet bijdragen aan het tegengaan van de klimaatcrisis en dat er rekening gehouden moet worden met het tegengaan van de biodiversiteitcrisis. Dit zou samengevat kunnen worden als dat groei niet ten koste gaat van klimaat, biodiversiteit en gezondheid. Graag een reactie van de wethouder op het toevoegen van een dergelijk principe. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt wat de PvdD doet als blijkt dat bouwen dicht tegen de stad aan meer klimaatvriendelijk is dan bouwen in krimpgebieden. Mevrouw Sasbrink (PvdD) denkt dat Rijnenburg nodig is als energielandschap. De PvdD gaat niet voor bouwen in Rijnenburg zijn. Vervolgens gaat zij in op de intelligente barcode voor dubbel ruimtegebruik. In de oplegger staat dat die nog in ontwikkeling is en er staat een plaatje bij.
Hoe moet dit plaatje precies bezien worden? Het lijkt erop dat vooral de ruimte voor natuur en groen een dubbele functie krijgt. De fractie denkt dat dit tot meer verstoring van biodiversiteit en dieren leidt. Graag een reactie. Ten slotte nog iets over Rijnenburg. De PvdD blijft tegen bouwen in de polder omdat dit ten koste gaat van biodiversiteit en openheid, rust, ruimte, cultuur en het cultuurhistorisch landschap. Rijnenburg wordt nu genoemd als optie voor tijdelijke woningbouw. Hoe wordt de wijk bereikbaar in deze tijdelijke situatie zonder dat het een tijdelijke autowijk wordt? De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdD het met EenUtrecht eens is, dat eerst bepaald moet worden wat eraan groen en voorzieningen moet komen op een plot en dat het aantal woningen daarop aangepast moet worden. Mevrouw Sasbrink (PvdD) antwoordt dat het verstandig is om van te voren te bedenken wat past. Daarnaast dienen het groen en de voorzieningen er tegelijk te zijn met de woningen.
35
40
45
50
55
60
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of dan of aan de voorkant ook niet duidelijk moet zijn wat leefbaarheid behelst. EenUtrecht vindt het verontrustend dat het college zegt, dat er op project- en buurtniveau geen barcode- en leefbaarheidstoets is. Mevrouw Sasbrink (PvdD) denkt dat het interessant is, als bij elk ruimtelijk plan een barcode zit. Tegelijkertijd weet zij ook wel zonder instrument waar ze op moet letten als ze een ruimtelijk plan voor zich krijgt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de PvdD zich er niet aan ergert, dat er nog steeds geen leefbaarheidstoets ligt. Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat telkens bij elk plan gevraagd moet blijven worden om een leefbaarheidstoets. Op een gegeven moment komt deze dan wel. Zo ging het ook met de bomenparagraaf. De heer Koning (D66) merkt op dat er sprake is van huishoudverdunning in gebieden met vergrijzing. Ziet de PvdD voordelen hieromtrent van bijbouwen in de bestaande stad? Mevrouw Sasbrink (PvdD) merkt op dat de PvdD niet altijd tegen elk bouwplan is. Als er ruimte voor is, dan is de partij een voorstander van bijbouwen. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) zegt dat het belangrijk is, dat de RSU wordt aangevuld met een aantal belangrijke afspraken. Groeien is geen doel op zich maar de kwaliteit en leefbaarheid van de bestaande stad zijn leidend voor de ontwikkeling. Er dient te worden gegroeid in balans.
Hierbij dient de groei van maatschappelijke voorzieningen rand voorwaardelijk te zijn voor de groei van de stad. Het is alleen niet helder hoe gemeten wordt of aan deze randvoorwaarde wordt Pagina 11 van 28
5
voldaan. Hoe wordt een en ander verder uitgewerkt zodat de raad kan toetsen of aan deze randvoorwaarde is voldaan? Verder zijn ruimte en middelen beperkt. Hierdoor kunnen niet alle opgaven even hard meegroeien. De ChristenUnie vraagt op welke manier straks keuzes worden gemaakt? Graag reactie. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of de conclusie niet moet zijn, dat de stad überhaupt niet zo snel kan groeien.
10
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) antwoordt dat dit soms wellicht het geval is. Het gesprek hierover dient gevoerd te worden. Ten slotte vraagt de ChristenUnie of de monitor Groei en Balans komend jaar al in het MPR komt en of de wethouder bereid is komend jaar ook al in te gaan op de leefbaarheid in de bestaande stad.
15
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat bij elk nieuwbouwplan de leefbaarheid leidend moet worden. Hoe ver wil de ChristenUnie daarin gaan? De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat bij elk bouwplan gekeken moet worden naar wat het met de leefbaarheid doet.
20
De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de ChristenUnie nu niet kan controleren of de leefbaarheid leidend is.
25
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) merkt op dat bij elk plan gekeken wordt wat het doet met de leefbaarheid in een wijk. Daarnaast heeft het college een brief gestuurd met daarin de instrumenten die de raad nu al tot zijn beschikking heeft om te oordelen ten aanzien van leefbaarheid.
30
35
40
45
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat er geen concrete toets is. Verstopt in allerlei beleidsnota’s zitten wel allemaal snippers barcode. De heer Van der Graaf (ChristenUnie) geeft aan dat de raad nu op bouwplanniveau en soms op buurtniveau oordeelt over wat het doet met de leefbaarheid. Er wordt dan bijgestuurd door middel van moties en amendementen. De voorzitter constateert dat de interruptie over leefbaarheid op buurtniveau van EenUtrecht vaak terugkomt. De heer Van der Zweth (PvdA) heeft een punt van orde. Hij merkt op dat eerder is aangegeven dat niet steeds dezelfde interruptie gepleegd moet worden bij een andere partij. De voorzitter constateert dat EenUtrecht kan vragen of andere partijen willen reageren of iets in hun eigen inbreng willen zeggen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de heer Van der Zweth verwijst naar een afspraak die hij niet heeft gemaakt. Hij is zich er niet van bewust dat een dergelijke afspraak is vastgelegd. De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat de heer Dijkstra aanwezig was toen erover is gesproken en er ook een terugkoppeling van heeft in zijn mail.
50
55
60
De voorzitter verzoekt niet dezelfde interruptie te plegen bij iedere spreker. De heer Stellinga (CDA) zegt dat de fractie kennis heeft genomen van de oplegger RSU 2040. Rijnenburg wordt uitgewerkt conform scenario Klein Rijnenburg tot een compacte wijk in combinatie met permanente energieopwekking. Het CDA is blij met het einde op het taboe op woningbouw in Rijnenburg maar geeft aan dat dit niet de invulling van de wijk van het CDA is. Het CDA steunt het coalitieakkoord op dit punt niet. De volgorde binnenstedelijk en buiten stedelijk klopt niet gelet op de gewenste snelheid die buiten stedelijk oplevert voor de wooncrisis ten opzichte van binnenstedelijk. De projecten dienen op zijn minst gelijk op te lopen. Daarnaast vindt het CDA windenergie zeer noodzakelijk maar niet op deze plek. In verband met de windturbines vraagt de fractie of ervoor de noordkant van Rijnenburg een plan B is aangezien de wieken van de Pagina 12 van 28
5
10
molens niet geheel over grond van de gemeente draaien. Is het college bereid om eventueel een andere invulling voor te stellen voor de noordkant van de polder? Dan de participatie. In het raadsvoorstel staat, dat er geen participatie heeft plaatsgevonden maar dat in maart 2022 gemeenteraadsverkiezingen waren. Vindt het college dat door de verkiezingen vier windturbines van 270m hoog gelegitimeerd zijn en hoe reflecteert de wethouder op de vraag of participatie over het energielandschap nu nog zinvol is? Ten slotte de oplegger zelf. Complimenten voor de vormgeving en heldere uitleg van de plannen. De heer Koning (D66) vraagt of de heer Stellinga het ermee eens is, dat eerder een uitnodigingskader is vastgesteld voor het windenergiepark. Hierin zijn kaders gesteld. De heer Stellinga (CDA) vraagt of erover die kaders participatie heeft plaatsgevonden.
15
20
25
30
35
40
De heer Koning (D66) antwoordt dat er zeer uitgebreid participatie over heeft plaatsgevonden. De heer Stellinga (CDA) zegt benieuwd te zijn naar de uitkomst van die participatie. De heer Koning (D66) denkt dat er sprake is van een spraakverwarring. Hij dacht dat de heer Stellinga ter discussie stelde of er destijds over het windpark participatie is geweest. De heer Te Hoonte (VVD) dacht dat het zoekgebied al in de RSU stond. Hetgeen voorligt is een doorvertaling. Er wordt eigenlijk alleen een woningbouwgedeelte toegevoegd. Herkent het CDA dit en kan de wethouder bevestigen dat een en ander niets verandert aan het traject dat qua windenergie wordt doorlopen op die locatie? De heer Stellinga (CDA) geleidt die vraag door aan de wethouder. Verder wijst hij erop dat in de beslispunten de combinatie wordt gemaakt met een energielandschap. Is er ook sprake van besluitvorming over het energielandschap? De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het niet de bedoeling kan zijn, dat planologisch bezien de vier windmolens mogelijk worden gemaakt. Is de heer Stellinga voornemens een amendement in te dienen? De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat het CDA dit zeker van plan is. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of de heer Stellinga het eens is, dat het voor het eerst is dat de gemeenteraad een besluit gaat nemen over de combinatie woningen en energiepark.
De heer Stellinga (CDA) antwoordt dit voorlopig wel zo te zien. Hij hoort graag de wethouder hierover. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat hierover geen participatie heeft plaatsgevonden.
45
De heer Stellinga (CDA) wacht eerst de reactie van de wethouder af. De heer Dijkstra (EenUtrecht) vraagt of een burgerberaad niet op zijn plaats is. De voorzitter constateert dat dit in de tweede termijn besproken kan worden.
50
55
De heer Stellinga (CDA) gaat in op de oplegger zelf. Op pagina 8 staan ruimtelijke ingrepen. Hoe definitief zijn deze ingrepen? Wat is de status van het kaartje en kan er al een tijdslijn worden gegeven? Het CDA hoort graag wanneer het park voor sport en recreatie met regionale functies ontwikkeld gaat worden. Graag reactie. Dan de rapportage Mobiliteit en de notitie Aanlegkosten. Het CDA sluit aan bij het punt van de VVD over welke kosten daadwerkelijk aan Rijnenburg kunnen worden toegerekend. Ten slotte vraagt het CDA zich af in hoeverre de gelden die in het kader van het BO-MIRT vanuit het Rijk zijn toegezegd, door het Rijk afhankelijk zullen worden gesteld van de hoeveelheid woningbouw die in Rijnenburg gaat plaatsvinden. Graag een reflectie. Wordt er genoeg gebouwd in Rijnenburg voor al die miljoenen?
Pagina 13 van 28
5
10
15
20
25
30
35
40
Mevrouw Smit (Volt) zegt dat Volt blij is dat de RSU wordt geactualiseerd met toevoeging van Rijnenburg. Het college vraagt de raad om drie besluiten te nemen. Allereerst het gevraagde besluit om de woningbouw in Rijnenburg niet voor 2035 te starten. Dit verbaast Volt en de partij sluit aan bij hetgeen de VVD hierover heeft gezegd. Waarom wordt bouwen na 2035 expliciet als besluit gevraagd? Ten tweede de toevoeging van twee principes aan de ruimtelijke ontwikkeling van Rijnenburg. Wat betekenen die in de uitvoering? Bij groeien in balans gaat de ontwikkeling van groen, werkgelegenheid, mobiliteit et cetera in verhouding tot woningen? Wat is precies de balans? Vervolgens vraagt Volt welke prioriteiten worden gesteld en hoe de raad daarbij wordt betrokken. Voorts wil Volt graag een aantal principes toevoegen. Zo dient het woonprogramma te worden opgesteld volgens de geldende regels 40% sociaal, 35% midden huur, en 25% vrije sector. In bijlage 2 staat dat Rijnenburg circulair, klimaat adaptief, energieneutraal en natuur inclusief wordt. Deze zaken mist de partij bij de principes voor ruimtelijke ontwikkeling. Is de wethouder het met Volt eens, dat deze ook moeten worden toegevoegd? Verder is 2035 nog ver weg. Tegen die tijd zullen er nieuwe innovaties, wetgeving en inzichten zijn.
Welke mate van flexibiliteit is er om daar in mee te kunnen gaan? Ten slotte vraagt Volt om meer toelichting op de participatie. Er worden zogenoemde toekomstgesprekken georganiseerd naast andere participatie op gebieds- en projectniveau. De heer Koning (D66) vraagt of Volt wil wachten met het ontwerpen van de toekomstige stadswijk. Mevrouw Smit (Volt) antwoordt ontkennend. Volt vraagt om flexibiliteit en een aanpak van de wethouder zodat helder is hoe omgegaan moet worden met mogelijk veranderde wetgeving en innovaties. De heer Koning (D66) vraagt of Volt ook vindt, dat nu aan de slag moet worden gegaan om in 2035 een schop in de grond te kunnen zetten. Mevrouw Smit (Volt) antwoordt dat Volt het hiermee eens is. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het staand beleid is, dat toekomstige wetgeving op dat moment wordt verwerkt. Mevrouw Smit (Volt) geeft aan dat het belangrijk is, dat men open blijft staan voor die zaken die nog niet bekend zijn. Zij vervolgt haar bijdrage met de participatie. Wat is het doel van de participatie en wat is het mandaat van de deelnemers? Dan het klimaat adaptief bouwen en de klimaatadaptatie in het gebied. De openbaar vervoer ontwikkeling gaat uitdagend zijn in laaggelegen drassig gebied.
Wat gaat het college inbouwen om een financieel fiasco als de Uithoflijn te voorkomen? En hoe gaat het college ervoor zorgen dat de afwenteling van de kosten van wateroverlast niet bij de inwoners, gemeente of waterschap komt te liggen? De heer Koning (D66) merkt op dat de RSU meerdere centra in de stad mogelijk maakt. Dit is de kracht van de RSU.
45
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat D66 in de vorige periode heeft gestuurd op hoge dichtheden in gebieden bij het station en de westzijde van de stad. D66 zegt nu dat het mooi is dat gebouwd kan gaan worden in Rijnenburg zodat op die andere plekken de druk eraf wordt gehaald. De heer Koning (D66) zegt dat D66 wil inzetten op meerdere knooppunten in de stad en dat Rijnenburg daar nu aan toe is gevoegd. Hij vindt dat de heer Te Hoonte hem woorden in de mond legt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de D66 wethouder aangeeft, dat de leefbaarheid leidend gaat zijn. Gaat D66 bij elk plan kijken wat eraan groen en voorzieningen nodig is? De voorzitter wijst erop dat de heer Dijkstra te vaak dezelfde vraag stelt. Zij staat de vraag niet toe. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. Hij maakt hier ernstig bezwaar tegen. Hij wil van een aantal partijen weten hoe zij de woorden van de wethouder interpreteren. Pagina 14 van 28
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vermoedt dat de heer Dijkstra niet het antwoord krijgt wat hij graag zou willen hebben. Hij vraagt gehoor te geven aan de oproep van de voorzitter. 5
10
15
20
25
De heer Van der Zweth (PvdA) sluit aan bij hetgeen de heer Bos zegt. Wellicht kan EenUtrecht een motie voorleggen. De voorzitter geeft aan dat het niet de bedoeling is de heer Dijkstra zijn woorden te ontnemen. Er zijn andere manieren die minder tijd kosten. De heer Koning (D66) vervolgt zijn bijdrage. Het college stelt voor Rijnenburg toe te voegen aan de RSU. Op dit moment is er het scenario Klein Rijnenburg. D66 wil graag verdiepende besluitvorming hieromtrent in de komende jaren. De partij sluit aan bij de vraag van de heer Van der Zweth over een masterplan. Voor D66 is belangrijk dat in de uitwerking van de RSU het tien minutenprincipe overeind blijft vooral voor maatschappelijke voorzieningen. Verder benadrukt D66 het belang van werklocaties in de stad. Het amendement van Bijsterbosch op de RSU over 80.000m2 extra aan broedplaatsen is voor D66 essentieel in de uitwerking. Cultuur en werk zijn onlosmakelijk verbonden met iedere wijk. Met Merwede ontstaat de kans om op grote schaal een wijk te realiseren met een vooruitstrevende kijk op meer mobiliteit. Dit levert veel leerervaringen op voor Rijnenburg, de A12-zone en Lunetten Koningsweg. Op welke manier worden lessen geborgd in de organisatie? Is er vanuit de raad iets nodig? Ten slotte wil D66 weten hoe het staat met de locaties die een belangrijke rol hebben in de RSU en dan in het bijzonder Koningsweg Lunetten.
Is het college het ermee eens, dat deze locatie vaart mag krijgen en hoe staat het inmiddels met de lobby voor het omzetten naar een intercity station? De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat die lobby belangrijk is. In het BO-MIRT staat alleen dat er voorlopig geen intercity stations bijkomen in Utrecht.
30
De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft een punt van orde. De heer Te Hoonte stelt voor de tweede keer een vraag over het station.
35
De voorzitter begrijpt dat de heer Dijkstra vragen heeft en daar antwoorden op wil. De heer Dijkstra is alleen heel aanwezig met dezelfde vraag die hij meer dan twee keer heeft gesteld. De voorzitter wijst erop dat er andere manieren zijn om antwoorden te verkrijgen. Zij vraagt de heer Dijkstra rekening te houden met de orde in het debat. De heer Dijkstra (EenUtrecht) verlaat de vergadering.
40
De voorzitter geeft aan dat zij straks in gesprek zal gaan met de heer Dijkstra als hij daartoe bereid is. Zij schorst de vergadering om 13.00 uur.
Pagina 15 van 28
5
10
Verslag openbare middagvergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken Datum Locatie Verslag door
donderdag 9 februari 2023 Stadhuisbrug 1, Utrecht Robert Vernooy (Notuleerservice Nederland)
N.B. Er staat een gele arcering in het verslag.
Aanwezigen
15
20
Voorzitter, mw. M. Al-Saqaff, de wethouder, dhr. E. Eerenberg, dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. M. Koning (D66), dhr. G. te Hoonte (VVD), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. C. Bos (Stadsbelang Utrecht), mw A. Sasbrink (PvdD), dhr. R. van der Graaf (CU), dhr. D. van Bergen (CU), dhr. M. Usta (DENK), dhr. R. van der Zweth (PvdA), dhr. F. Claassen (GroenLinks), dhr. H. Bakker (D66), mw. V. Smit (Volt).
Afwezigen
Er zijn geen afwezigen gemeld.
Verslag commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken
25
Eerste termijn ……………………………………………………………………………………………16 1. Opening ……………………………………………………………………………………………….16 9. Vervolg van het debat Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040 ……………………..17 Tweede termijn ………………………………………………………………………………………….24 8. Debat over de kwaliteitstoets RSU2040 …………………………………………………………..24 Derde termijn ……………………………………………………………………………………………26 7. Debat over de aanvraag voorbereidingskrediet mobiliteitshub XL Papendorp-Noord ……….26
30
Eerste termijn 1. Opening
De voorzitter opent het middagdeel van de vergadering om 14.00 uur en heet iedereen welkom. Pagina 16 van 28
De voorzitter heeft twee mededelingen: wethouder Eerenberg blijft in de vergadering en de heer Dijkstra van EenUtrecht zal straks zijn interruptie uit het ochtenddeel vervolgen.
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
9. Vervolg van het debat Raadsvoorstel Aanvullende afspraken RSU2040
De voorzitter geeft het woord aan de heer Te Hoonte (VVD)
De heer Te Hoonte (VVD) vervolgt zijn interruptie en vraagt aan de heer Koning, de fractievoorzitter van D66: als er gekozen moet worden tussen de ontwikkeling van Rijnenburg en de ontsluiting van Lunetten-Koningsweg, waar neigt D66 dan naar? De heer Koning (D66) zegt dat Lunetten-Koningsweg een ingewikkelde knoop is. Er ligt nu al een infrastructuur die beter benut kan worden, zeker als het in de toekomst een intercitystation kan worden. In de tussentijd zouden daar ook tijdelijke woningen gebouwd kunnen worden. Dat hoeft de ontwikkeling van Rijnenburg niet in de weg te staan. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de keuze voor een intercitystation bij LunettenKoningsweg voorlopig van de baan is. Moet er dan in de besluitvorming worden opgenomen dat daarop gewacht moet worden? De heer Koning (D66) vindt dat de locaties per stuk bekeken moeten worden. Zolang er geen intercitystation bij Lunetten-Koningsweg komt, kunnen daar misschien geen duizenden maar wel honderden tijdelijke nieuwe woningen komen. D66 wil dat het college hier echt mee aan de slag gaat, zodat het gebied dat nu grotendeels braak ligt goed benut gaat worden. De voorzitter geeft het woord aan EenUtrecht. De heer Dijkstra (EenUtrecht) merkt op dat de leefbaarheid leidend is.
Betekent dit voor D66 dat er eerst gekeken gaat worden wat er nodig is aan groen en voorzieningen en dat je dan misschien wat betreft het aantal woningen lager uit gaat komen dan in het huidige plan? De heer Koning (D66) ziet het bijbouwen van woningen als een van de financieringsmogelijkheden om het voorzieningenniveau met de groei van de stad mee te laten groeien. Daarvan profiteren ook de bewoners van de woningen die er al staan. De voorzitter geeft het woord aan Student & Starter. De heer Van den Enk (Student & Starter) sluit zich aan bij het eerste punt van de PvdA over het belang van een goede balans in Utrecht. Het gaat niet alleen om woningbouw, maar ook leefbaarheid en werkbaarheid zijn cruciaal. Het is heel begrijpelijk dat de woningbouw in Rijnenburg pas in 2035 kan beginnen. Voor Student & Starter is een goede mobiliteitsstructuur een voorwaarde voordat er begonnen wordt met bouwen. Zo kan het aantal auto’s worden teruggedrongen en hebben de bewoners goede verbindingen met de rest van de stad. In Klein Rijnenburg is er de juiste combinatie van woningbouw, permanente energieopwekking, voorzieningen en recreatie. In de oplegger wordt gesproken over het belang van inspraak.
Hoe zorgt de wethouder ervoor dat ook de geluiden van toekomstige Utrechters worden meegenomen? Ten tweede zijn er de grootstedelijke projecten die een enorme boost gaan geven aan de Merwedekanaalzone, Cartesius, de Lunetten-Koningsweg en de A12-zone. Aan deze gebieden moet op een verantwoordelijke manier worden vormgegeven. Student & Starter sluit zich aan bij D66 wat betreft het belang van culturele broedplaatsen. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt aan Student & Starter of er niet tempo gemaakt moet worden met de plannen als er dan een goede infrastructuur moet zijn voordat er in 2035 gebouwd gaat worden. De heer Van den Enk (Student & Starter) beaamt dat er tempo gemaakt moet worden met het onderzoeken van die plannen. Pagina 17 van 28
Volgens De heer Te Hoonte (VVD) moet er vooral tempo worden gemaakt met de uitvoering van de plannen. De heer Van den Enk (Student & Starter) vindt dat eerst de andere gebieden vorm moeten krijgen. 5
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat Student & Starter bij die andere gebieden ook Cartesius wordt genoemd. Wordt daar nu al gebouwd? De heer Van den Enk (Student & Starter) vindt dat er eerst naar de binnenstedelijke gebieden en dan naar Rijnenburg gekeken moet worden.
10
De heer Stellinga (CDA) vraagt of Student & Starter het ermee eens is dat buitenstedelijk altijd sneller ontwikkeld kan worden dan binnenstedelijk en dat je daarom bij deze volgorde vraagtekens kunt zetten. De heer Van den Enk (Student & Starter) is het daar niet mee eens. De heer Stellinga (CDA) wat is dan de motivering van Student & Starter voor deze volgorde?
15
De heer Van den Enk (Student & Starter) zegt dat voor Student & Starter de infrastructuur de belangrijkste voorwaarde is. De voorzitter geeft het woord aan Stadsbelang Utrecht.
20
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de prioritering van de groei de primaire reden was waarom Stadsbelang Utrecht niet met eerdere versies van deze plannen kon instemmen. Door in ‘Klein Rijnenburg’ de leefbaarheid centraal te stellen matigt dit college het eerdere standpunt enigszins, al is het nog steeds niet helemaal wat Stadsbelang Utrecht voorstaat. De heer Bos vraagt wanneer, waar en op welke wijze het nieuwe 50 kilovolt krachtstation in Rijnenburg gerealiseerd wordt. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder..
25
Wethouder Eerenberg beantwoordt de gestelde vragen. Volgens hem is de oplegger tot stand gekomen omdat er in het coalitieakkoord door de meerderheid van deze raad is vastgesteld dat de RSU op een aantal punten aangepast moest worden.
30
De heer Te Hoonte (VVD) merkt als punt van orde op dat er telkens wordt gezegd dat het coalitieakkoord door deze raad is vastgesteld. Er is echter geen besluit over genomen. Wel is er een motie over aangenomen. Dat is geen vastgesteld beleidsdocument.
35
Volgens Wethouder Eerenberg moet de oude RSU in samenhang worden gelezen met wat hier nu ligt. In antwoord op de vraag van de PvdD zegt hij dat in de huidige RSU veel staat over de biodiversiteit en ecologie. Dat dit niet in de oplegger staat, betekent niet dat het college dit niet relevant vindt.
40
45
Mevrouw Sasbrink (PvdD) zegt dat het niet een van de leidende principes is die de PvdD aangeeft. Klopt het dat dit niet in de oplegger staat. Wethouder Eerenberg herhaalt dat dit al in de oude RSU stond. Hij vindt het niet nodig om biodiversiteit nogmaals als speerpunt aan te geven. De wethouder vervolgt zijn beantwoording. De belangrijkste motivatie om 60.000 woningen bij te bouwen is het aantal woningzoekenden. Groei is geen doel op zich. Het gaat om groei in balans. De wethouder wil op basis van de suggesties van de diverse fracties nog een keer goed kijken naar de tekst van het coalitieakkoord. Als de meerderheid van de raad hiermee kan leven, zal de tekst op die punten verbeterd en verduidelijkt worden. De voorzitter vraagt wanneer dit verwacht mag worden. Pagina 18 van 28
5
De volgende raadsvergadering is in maart gepland. De wethouder zegt toe dat de raad de aangepaste tekst voor die tijd zal krijgen. Vervolgens gaat hij in op de vraag hoe de oplegger qua participatie tot stand is gekomen. Daarbij heeft op zich geen participatie plaatsgevonden, maar er zal nog wel een gesprek met de stad worden gevoerd. De heer Stellinga (CDA) vraagt of die participatie ook tot een heroverweging kan leiden.
10
15
20
Wethouder Eerenberg zegt dat die participatie vooral zal gaan over het toevoegen van woningen en voorzieningen aan de stad. De opgave staat niet ter discussie, wel de manier waarop die uitgevoerd gaat worden. De wethouder weet niet of dit tot een heroverweging zal leiden. De heer Stellinga (CDA) vat samen: zuidkant woningen, noordkant energielandschap, al is de precieze invulling nog niet duidelijk. Daarover zal de participatie gaan. Klopt dat? Wethouder Eerenberg zegt dat de participatie wat het college betreft over de hele stad gaat, over de prioriteiten wat betreft de verschillende voorzieningen, de manier waarop er gebouwd gaat worden en welke consequenties dit heeft voor de sociale samenhang. De heer Stellinga (CDA) vraagt of de hele stad ook Rijnenburg omvat. Wethouder Eerenberg zegt dat dit uiteindelijk zal worden meegenomen in de stedenbouwkundige visie met de principes voor de toekomstige vormgeving van de stad.
25
30
De heer Te Hoonte (VVD) zegt dat er bij RSU2040 is gekozen voor inspraak. Dat is hierbij niet het geval. Hoe sluit dit op elkaar aan? Wethouder Eerenberg zegt dat inspraak bij deze oplegger niet van toepassing is, maar dat groei in balans wel aan de bestaande RSU zal worden toegevoegd en dat bij de ontwikkeling van de stedebouwkundige visie wel participatie zal zijn. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de wet voorschrijft dat er bij structuurvisies wel inspraak moet zijn. Dat kan hij niet rijmen met de opmerking dat deze oplegger geen inspraak behoeft.
35
40
45
50
55
60
Wethouder Eerenberg herhaalt dat het college die inspraak bij dit stuk niet nodig achtte. Hij vervolgt zijn beantwoording wat betreft de leefbaarheid. Wat is balans en hoe ziet dat eruit? Kun je daar kaders voor maken? Leefbaarheid is een ingewikkeld begrip. Er is een leefbarometer waarop te zien is dat Utrecht qua groen en duurzaamheidsambitie nog niet voldoet aan de visie op de toekomst van de stad. Maar leefbaarheid gaat ook over andere, minder tastbare zaken waarop de RSU niet direct invloed heeft. De leefbarometer is geen wiskundig instrument, maar kan wel gebruikt worden om de duurzaamheid van de stad als geheel te beoordelen. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) vraagt hoe je die duurzaamheidsambitie strookt met het behoud van slecht energetische sociale huurwoningen. Volgens wethouder Eerenberg onderstreept dit dat leefbaarheid van heel veel zaken afhangt en moet je de barcode op een hoger niveau zien. De barcode gaat niet vertellen hoe dat in Lombok ingevuld moet worden. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) heeft het niet zozeer over Lombok als wel over stadsdelen waar woningen al heel lang op de nominatie staan om gesloopt te worden. Hij vraagt of de energieprestatie van zulke woningen in de barcode is opgenomen. Wethouder Eerenberg zegt dat dit niet in de barcode zit. Daarom vindt hij dat geen geschikt instrument om op wijkniveau de leefbaarheid van een buurt te bepalen.