Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 3 april 2025
Tekst van het document
Wethouder Eerenberg erkent dat de opvattingen van het CDA en het college op dit punt waarschijnlijk dicht bij elkaar liggen. Gemiste antwoorden
25
De heer Dijkstra (EenUtrecht) geeft aan dat hij het antwoord van de wethouder heeft gemist op zijn vraag of het college bereid is het alternatieve voorstel van EenUtrecht te bestuderen. Hij heeft daar niets over gehoord en dat stelt hem teleur. Ook vraagt hij nogmaals of het college bereid is om eerlijk te zijn over het feit dat er minder groen zal zijn.
30
De heer Snijder (Student&Starter) herinnert eraan dat hij had gevraagd of de bouwhoogtes flexibeler gehanteerd kunnen worden.
35
40
45
50
55
Wethouder Eerenberg erkent dat hij ten onrechte niet is ingegaan op het alternatieve voorstel van EenUtrecht. Hij vraagt om daar niets achter te zoeken; het is simpelweg een kwestie van zijn vragenlijst afwerken geweest. Hij zegt toe het voorstel alsnog te bestuderen en komt in aanloop naar het raadsdebat met een raadsbrief waarin hij specifiek zal ingaan op de suggesties. Hij spreekt zijn waardering uit voor het werk dat in het alternatief is gestoken. Wat betreft het groen merkt hij op dat hij wél iets heeft gezegd over de druk op de openbare ruimte, en dat hij ook in de communicatie naar buiten toe een eerlijk verhaal vertelt. Het gaat daarbij niet alleen om het gespaard groen, maar ook om de kwaliteit en samenhang van de groene ruimte. Hij verwijst naar de bespreking van afgelopen donderdag, waarin de dilemma’s tussen ‘groen’ en ‘rood’ duidelijk naar voren zijn gekomen. De heer Dijkstra (EenUtrecht) blijft echter van mening dat de risico’s van verminderde groenvoorziening onvoldoende zijn benoemd. Wethouder Eerenberg is het daar niet mee eens. Volgens hem is het geen exacte wiskunde waarbij eenvoudig een berekening te maken is. Juist deze stedenbouwvisie maakt volgens hem duidelijk dat het om meer gaat dan oppervlakte: ook kwaliteit speelt een rol.
De heer Dijkstra (EenUtrecht) vindt dat er geen kritisch woord is gezegd over hoogbouw en de negatieve aspecten ervan, zoals lagere energie-efficiëntie en betaalbaarheid. Wethouder Eerenberg weerspreekt dat. Hij heeft wel degelijk aangegeven dat er goede redenen zijn om voor of tegen hoogbouw te kiezen, afhankelijk van de locatie. Als er altijd voor de goedkoopste optie wordt gekozen, leidt dat volgens hem ook niet tot de meest wenselijke uitkomsten. Het is geen zwart-witverhaal, maar afhankelijk van vele factoren. Hij herhaalt dat de hoogbouwkaart maximale bouwhoogtes weergeeft, en dat daarbinnen speelruimte bestaat. Als er hoger gebouwd wordt dan het aangegeven maximum, volgt daarover Pagina 32 van 34
een debat. Als de heer Snijder dit niet flexibel genoeg vindt, ligt het aan hem om daar politieke stappen voor te zetten. 5
De heer Snijder (Student&Starter) vraagt zich af waarom er überhaupt voor deze specifieke hoogtes is gekozen en waarom er niet bij voorbaat voor hogere bouwhoogtes is gekozen.
10
Wethouder Eerenberg legt uit dat hij geprobeerd heeft een balans te vinden tussen verschillende belangen en verhoudingen binnen de stad. Daarbij zijn stedenbouwkundige elementen en uitgangspunten leidend geweest. Tegelijkertijd erkent hij dat hier over een aantal jaren ook weer anders tegenaan gekeken kan worden. Tweede termijn
15
20
25
30
De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat hij gaat kijken naar een voorstel om in de stedenbouwvisie meer aandacht te geven aan bestaande structuren. Hij vraagt de wethouder om een toezegging dat in het nog te verschijnen raadsvoorstel de nadere uitwerking van de bouwhoogtes voor Rijnenburg zal worden opgenomen. De heer Te Hoonte (VVD) sluit hierbij aan en geeft aan dat dit wat hem betreft ook precies is hoe een omgevingsvisie zou moeten werken. Hij stelt voor dat er bij het raadsvoorstel voor Rijnenburg twee pagina’s toegevoegd worden aan de omgevingsvisie, inclusief kaartmateriaal. Daarna zou er een nieuwe versie van het document online moeten verschijnen. Hij vraagt of de heer Van der Zweth het daarmee eens is. De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat dit ook zijn bedoeling is. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan te willen kijken naar de zones, en hoe die scherper vastgelegd kunnen worden. Daarnaast zijn er nog enkele andere onderwerpen waarover hij tekstuele wijzigingen zou willen indienen. De voorzitter merkt op dat de heer Dekkers nog iets wil zeggen, maar dat daar geen tijd meer voor is en zij dus geen tweede termijn meer toestaat.
35
De heer Dekkers (GroenLinks) maakt een punt van orde: de wethouder heeft aangegeven positief te staan tegenover tekstuele verbeteringen van de nota. Hij geeft aan dat het lastig is om dit concreet te formuleren en vraagt of het ook op hoofdlijnen aangegeven mag worden. Hij ziet dat de wethouder dit bevestigt met een knik.
40
De voorzitter geeft aan dat het strikt genomen geen ordepunt is, maar begrijpt de opmerking, aangezien het meerdere fracties betreft.
45
Wethouder Eerenberg begrijpt de vraag van de PvdA en zegt toe dat hij zal proberen een hoogtekaart voor Rijnenburg op te stellen. Als dat niet lukt, zal hij in de raadsbrief motiveren waarom. Verder bevestigt hij dat moties die tot een tekstuele wijziging oproepen, verwerkt zullen worden in het definitieve stuk, zonder dat daarvoor per se uitgebreide amendementen nodig zijn. Mevrouw Sasbrink (PvdD) geeft aan dat zij de werkwijze niet goed begrijpt. Een motie zou een opdracht moeten zijn om iets te wijzigen vóórdat het voorstel wordt vastgesteld, en niet erna.
50
De voorzitter reageert dat er gevraagd kan worden om de motie voorafgaand aan de besluitvorming te behandelen. Zij vraagt aan de wethouder hoe hij daartegen aankijkt. Wethouder Eerenberg is het eens met de voorzitter en geeft aan dat hij hier soepel in staat.
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat het college in principe alleen een besluitenlijst publiceert. Het is voor hem onduidelijk hoe het aangepaste document voor de raad en de inwoners te volgen is. Hij vraagt of er een openbare besluitenlijst komt met zichtbare track changes. Wethouder Eerenberg geeft aan dat hij zich niet wil uitspreken over de interne werkwijze van het college, maar dat er wél gewerkt wordt aan een werkwijze waarbij op stukniveau aanpassingen Pagina 33 van 34
worden verwerkt. Dit is voor het eerst dat het college deze methode toepast, en hij verwacht dat dit leidt tot meer transparantie voor de raad en voor inwoners. 5
10
15
De heer Te Hoonte (VVD) benadrukt dat de gemeenteraad mandaatgever is voor het document. Hij vraagt of er in de motie een passage moet komen om het mandaat aan te passen als het stuk daarna alsnog gewijzigd wordt. Wethouder Eerenberg geeft aan dat hij vooral een werkwijze zoekt die eenvoudig en werkbaar is voor iedereen. De voorzitter concludeert dat er geen formele toezegging is gedaan over een uitwerking van het alternatieve voorstel van EenUtrecht voorafgaand aan de raadsvergadering. Ze constateert dat het voorstel als een B-punt naar de raad wordt doorgeleid. Gezien het aantal aangekondigde voorstellen schat zij in dat het agendapunt met een spreektijd van vijfenveertig minuten in de raad zal worden behandeld. De voorzitter sluit de vergadering om 15.35 uur.
20
25
Lijst van toezeggingen Naar aanleiding van agendapunt 9: Raadsvoorstel Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke kwaliteit in de tien-minutenstad en vaststellen reactienota zegt wethouder Eerenberg tnamens het college toe dat: • het college kijkt of bij het voor Q1 2026 aangekondigde raadsvoorstel Leidende Principes van verder ontwikkeling Rijnenburg ook kaderstelling voor hoogbouw in dat gebied kan worden meegenomen. Zo dit niet kan krijgt de raad dat op dat moment toegelicht waarom niet.
Pagina 34 van 34