CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 3 april 2025

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 15 mei 2025, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen21.098 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Verslag openbare vergadering commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken 5

10

15

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

3 april 2025 Raadzaal, stadhuis mw. S. Donkers (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter, mw. M. Al-Saqaff, de wethouder, de heer E. Eerenberg, mw. L. Voortman de commissiegriffier, dhr. F. de Kok, de leden, dhr. J. Vasters (D66), mw. L. Bode (Volt), dhr. G. te Hoonte (VVD), dhr. M. van Heuven (PvdD), dhr. R. van der Zweth (PvdA), dhr. F. Dekkers (GroenLinks), dhr. G. Dijkstra (EenUtrecht), dhr. D. van Vliet (D66), mw. A. Sasbrink (PvdD), mw. Y. Hessel (Utrecht Solidair), dhr. M. Usta (DENK), dhr. R. Snijder (Student&Starter), dhr. H. Stellinga (CDA), mw. K. Alblas (ChristenUnie), mw. E. Usmany (Student&Starter),

Afwezigen

Er zijn geen afwezigen gemeld.

Verslag openbare vergadering commissie Stad & Ruimte 20

25

30

35

1. Opening en mededelingen ............................................................................................................2 2. Vaststellen van de agenda van tien oktober 2024 ........................................................................2 3. Vasstellen van ingekomen agenderingen .....................................................................................2 3.1 Raadsvoorstel Tijdelijke invulling Parkergarage Paardenveld .................................................2 3.2 Raadsvoorstel realisatie stationsentree (trappen) Moreelsebrug ............................................2 3.3 Uitnodigingsbericht wethouder Schilderman ...........................................................................2 3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen Raadsbrieven. .............................3 4. Verslagen ......................................................................................................................................3 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................4 6. Ingekomen stukken .......................................................................................................................4 7.

Raadsvoorstel Coördinatieverordening wijziging omgevingsplan en omgevingsvergunning gemeente Utrecht ..............................................................................................................................4 8. Raadsvoorstel Beeldkwaliteitsplan Papendorp – De Taats ..........................................................5 9. Raadsvoorstel Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke kwaliteit in de tien-minutenstad en vaststellen reactienota ......................................................................................................................7 Lijst van toezeggingen ....................................................................................................................34

Pagina 1 van 34

1. Opening en mededelingen 5

10

De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet iedereen die meekijkt van harte welkom. Zij geeft aan dat wethouder Voortman tijdens het procedurele deel wethouder Eerenberg vervangt. De heer Dijkstra (EenUtrecht) heeft zojuist een alternatief voor de ruimtelijke visie uitgedeeld. Deze wordt later vandaag besproken. Hij geeft daarbij aan dat hij niet bij het hele debat aanwezig kan zijn, maar dat er mensen uit zijn team meekijken en hem een samenvatting geven, zodat hij op de hoogte is wanneer hij later aansluit. De voorzitter dankt de heer Dijkstra voor het document

2. Vaststellen van de agenda van tien oktober 2024 De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld. 15

3. Vasstellen van ingekomen agenderingen 3.1 Raadsvoorstel Tijdelijke invulling Parkergarage Paardenveld 2025-2035

20

De voorzitter geeft aan dat er al een RIB is geagendeerd op 6 mei, en het voorstel is om de bespreking van het raadsvoorstel op 15 mei 2025 te agenderen voor 150 minuten. De heer Stellinga (CDA) wil graag de RIB mee agenderen; hij twijfelt of dit was doorgekomen.

25

30

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat mevrouw Meerding de eerste agendeerder is. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wil ook mee agenderen. De voorzitter geeft aan dat de mede-agendeerders mevrouw Meerding weten te vinden, en zij concludeert dat het voorstel akkoord is. 3.2 Raadsvoorstel realisatie stationsentree (trappen) Moreelsebrug

35

40

45

De voorzitter stelt voor het raadsvoorstel op 15 mei te agenderen voor zestig minuten en concludeert dat dit akkoord is. De heer Te Hoonte (VVD) zou graag een korte uitleg willen van iemand uit de ambtelijke ondersteuning op de Moreelsebrug, zodat hij een beeld krijgt van hoe het allemaal vorm heeft gekregen. Hij zou dan op een donderdag even een half uurtje een toelichting willen. De voorzitter concludeert dat er meer leden zijn die hier behoefte aan hebben. Wethouder Schilderman gaat ervoor zorgen dat het geregeld wordt. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het een goed voorstel van de technische sessie, maar zestig minuten lijkt hem wat kort. Hij kan zich voorstellen dat er ook over de geheime bijlage gesproken gaat worden en stelt voor om de tijd iets ruimer te nemen. De heer Te Hoonte (VVD) stelt negentig minuten voor.

50

De voorzitter concludeert dat negentig minuten akkoord is, over de technische sessie wordt de raad nog verder geïnformeerd. 3.3 Uitnodigingsbericht wethouder Schilderman

55

De voorzitter geeft aan dat, gezien een eerdere bespreking over de leefbaarheid op het USP bij VOWE, ook deze commissie is uitgenodigd. Zij vraagt of er twee leden willen aansluiten bij de voorbereiding van dit werkbezoek. Pagina 2 van 34

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat commissielid mevrouw Zijdenbos hierbij wil aansluiten. Mevrouw Bode (Volt) geeft aan dat commissielid de heer Stam wil aansluiten. 5

3.4 Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen Raadsbrieven. Mevrouw Sasbrink (PvdD) wil de herziening van de erfpachtvoorwaarden agenderen, samen met Volt, EenUtrecht, VVD, Utrecht Solidair, UtrechtNu!, PvdA, D66, ChristenUnie en GroenLinks.

10

De heer Stellinga (CDA) agendeert ook graag mee. De voorzitter concludeert dat ook Student&Starter wil mee-agenderen. Zij stelt voor het onderwerp voor negentig minuten te agenderen.

15

20

De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om het voor 120 minuten te agenderen, omdat erfpacht soms ook behoorlijk technisch is. De heer Dekkers (GroenLinks) wil waken voor het ophogen van spreektijden en ziet geen noodzaak om deze te verlengen. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) stelt eveneens 120 minuten voor, omdat het onderwerp erg gecompliceerd is.

25

De heer Van der Zweth (PvdA) merkt op dat er ook snel na de zomer weer over gesproken zal worden. Hij kan zich voorstellen dat een deel van het debat dan plaatsvindt. Hij vindt negentig minuten dan ook geen vreemd voorstel.

30

Mevrouw Sasbrink (PvdD) geeft aan dat in de raadsbrief van vorige week de wensen- en bedenkingenprocedure al naar december is verplaatst en dat er pas daarna inhoudelijk gesproken kan worden. Ze vindt dat er met twaalf agenderende partijen best 120 minuten geagendeerd mag worden.

35

Wethouder Voortman geeft aan dat er in de memo juist ruimte is gehouden. Zij wil snel met een specifiekere planning komen, zodat de raad weet waar zij aan toe is. Ze biedt ook graag een technische sessie aan vóór de wensen- en bedenkingenprocedure. Het inhoudelijke voorstel volgt nog, en zij gaat ervan uit dat het debat dan over andere aspecten zal gaan.

40

45

50

Mevrouw Sasbrink (PvdD) wil het niet alleen hebben over de inhoud, maar ook over het proces, de planning en de vertraging. Het lijkt haar goed dit onderwerp spoedig te bespreken. De heer Stellinga (CDA) vindt dat de lengte van de spreektijd moet worden afgestemd op wat het debat zal opleveren, en dat is volgens hem 120 minuten. Mevrouw Hessel (Utrecht Solidair) wil het debat voor de zomer laten plaatsvinden, omdat het uitstel niet duidelijk is. Tijdens het overleg werd aangegeven dat er geen inspraak meer is op het conceptvoorstel. Wat haar betreft had de technische sessie eerder moeten plaatsvinden. De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd naar de relatie met de begrotingscyclus, gezien het verdere uitstel. Waarschijnlijk is er ook geen budget voor extra maatregelen. Dit wil hij toevoegen aan de agendering en dat maakt dat hij 120 minuten een passend voorstel vindt. De voorzitter laat stemmen en concludeert dat het onderwerp voor 120 minuten wordt geagendeerd op 15 mei.

55

Wethouder Voortman reageert op het punt van mevrouw Hessel en geeft aan dat er wél sprake is van inspraak: op dit moment is de wethouder bezig met de derde ronde verwerking van de zienswijzen.

Pagina 3 van 34

De heer Snijder (Student&Starter) maakt een punt van orde. Hij geeft aan dat hij niet heeft opgelet tijdens het agendapunt over het USP, maar dat hij ook graag mee wil organiseren aan het werkbezoek aan het USP. 5

10

De voorzitter geeft aan dat drie personen akkoord is. De heer Te Hoonte (VVD) verwijst naar een brief over BO-MIRT die bij Ruimtelijke Ordening staat, maar die volgens hem thuishoort bij MGOR. Hij kondigt hiervoor een agendering vanuit de VVD aan. De voorzitter geeft tot slot aan dat op de RIB-avond van 6 mei het Raadsvoorstel Paardenveld is geagendeerd.

4. Verslagen 15

Het concept verslag van de commissie vergadering Ruimtelijke Ordening en Grondzaken van 6 maart en het conceptverslag van de commissie vergadering Ruimtelijke Ordening en Grondzaken van 13 maart worden ongewijzigd vastgesteld.

5. Toezeggingen/moties 20

De toezeggingen en motielijst wordt ongewijzigd vastgesteld.

6. Ingekomen stukken 25

30

35

1. Onze kinderen in de dieselstank Peuterspeelzaal ’t Leeuwtje, waarom geen laadpaal gebruiken? De voorzitter geeft aan dat er geen ingekomen stukken zijn. De heer Te Hoonte (VVD) meldt echter dat hij wél een ingekomen stuk heeft. Hij is benieuwd hoe de stad omgaat met stikstof en of hierover al iets is gezegd. Hij hoort graag een reactie en wil dat dit in het afschrift wordt vermeld. Mevrouw Sasbrink (PvdD) dacht dat het stuk bij Milieu thuishoorde, omdat daar al eerder iets is gezegd over dieselaggregaten op bouwplaatsen. Ze overweegt hierover mondelinge vragen te stellen om het proces te versnellen. Ze is benieuwd wanneer de terugkoppeling komt. Wethouder Voortman kan hier op dit moment geen antwoord op geven. Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of zij deze week nog kan horen hoe het stuk is afgehandeld.

40

45

50

De heer Te Hoonte (VVD) verzoekt om een geanonimiseerde versie van het document openbaar te maken, omdat inwoners die meekijken nu niet begrijpen waar het over gaat. De brief staat achter een slotje ter bescherming van de persoonsgegevens van de indiener. De voorzitter geeft aan dat documenten standaard achter een slotje staan, maar dat in dit geval bij uitzondering het document geanonimiseerd openbaar gemaakt zal worden. De voorzitter schorst vervolgens de vergadering voor vijf minuten, in afwachting van de komst van wethouder Eerenberg.

7. Raadsvoorstel Coördinatieverordening wijziging omgevingsplan en omgevingsvergunning gemeente Utrecht Dit voorstel is reeds behandeld in de raadsvergadering van 27 maart jl. en komt daarom te vervallen.

Pagina 4 van 34

8. Raadsvoorstel Beeldkwaliteitsplan Papendorp – De Taats 5

10

15

Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen. De voorzitter geeft aan dat de raad voor Papendorp-Noord eerder een Stedenbouwkundig Programma van Eisen (SPvE, februari 2022) en een bestemmingsplan (april 2024) heeft vastgesteld. In het SPvE is vastgelegd dat er voor het gebied een beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld. Een beeldkwaliteitsplan beschrijft de gewenste beeldkwaliteit van de bebouwing en de buitenruimte, en bevat toetsbare criteria. Voor het gebied – dat nu Papendorp De Taats wordt genoemd – heeft het college een beeldkwaliteitsplan opgesteld. Het college stelt de raad voor dit plan vast te stellen, en om ten behoeve van Papendorp wijzigingen aan te brengen in de Welstandsnota. Eerste termijn

20

25

30

35

De heer Van Heuven (PvdD) is van mening dat de ontwikkeling niet nodig was, omdat deze ten koste gaat van dieren en bomen. Tegelijkertijd complimenteert hij de wethouder voor de aandacht voor diervriendelijk bouwen en het groen dat in het plan is opgenomen. De Partij voor de Dieren zou willen dat er uitsluitend voor biologisch gekweekte planten wordt gekozen. De groene gevels moeten er volgens de PvdD weliswaar mooi uitzien, maar dit mag niet het doorslaggevende argument zijn. Belangrijker is de bijdrage aan biodiversiteit gedurende het hele jaar. Hij vraagt de wethouder of hij dit kan toezeggen. Verder is hij positief over het feit dat de binnenhoven overdag openbaar toegankelijk zijn. De PvdD vindt het daarnaast belangrijk dat er een looproute komt voor grondgebonden dieren en vraagt of de wethouder mogelijkheden ziet voor het aanleggen van een "egelsnelweg". Tot slot vraagt hij of de verlichte reclame 's nachts volledig kan worden uitgeschakeld. Als laatste opmerking wijst hij erop dat dit document in januari is opgeleverd, terwijl de mobiliteitshub XL in maart is vastgesteld. Hij is benieuwd naar de verhouding tussen deze twee plannen en hoe dit plan eventueel aangepast wordt. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het een goed plan dat aansluit op de eerdere plannen.

Het viel hem op dat verschillende illustraties niet goed aansluiten bij de normen, zoals de hoge trap en onnodige drempels en bruggetjes. Hij vraagt of de wethouder de illustraties wil aanpassen aan de norm voor toegankelijkheid. Verder stelt hij de vraag of de raad alle beeldkwaliteitsplannen moet vaststellen en of dit ook op een andere manier georganiseerd kan worden.

40

De heer Stellinga (CDA) vraagt waarom er in dit geval een apart beeldkwaliteitsplan wordt opgesteld, terwijl dit voor andere gebieden niet gebeurt.

45

De heer Te Hoonte (VVD) sluit zich aan bij de vragen van de PvdD en het CDA. In het amendement over de mobiliteitshub staat dat er minimaal 50 procent wordt nagestreefd, maar in het SPvE leest hij dat er slechts tien procent staat en dat het streven is om naar 50 procent te gaan. Ook lijkt het om een ander deel van de gevels te gaan. Hij vraagt om een reflectie van de wethouder en of het amendement nog steeds wordt uitgevoerd zoals bedoeld.

50

De heer Van der Zweth (PvdA) sluit zich aan bij de vragen van het CDA en GroenLinks, en is benieuwd of er een andere vorm mogelijk is. Hij geeft aan dat er eventueel ook een wensen- en bedenkingenprocedure gevolgd kan worden. Hij is benieuwd naar de reactie van de wethouder, en of de griffier hierin een rol kan spelen.

55

De heer Te Hoonte (VVD) had die vraag ook, omdat het lijkt alsof er vanuit de raad een streven is om tot een visie voor de hele stad te komen. Tegelijkertijd is hij sceptisch over het zomaar overdragen van raadsbevoegdheden. Hij vraagt of de heer Van der Zweth de stedenbouwvisie voldoende vindt als kader.

Pagina 5 van 34

De heer Van der Zweth (PvdA) denkt dat dit om een detail gaat en dat het niet nodig is om hierover steeds een debat te voeren. Hij vindt dat het effectiever kan, zonder dat raadsleden hun platform verliezen. 5

De heer Te Hoonte (VVD) kan die redenering volgen en vindt ook dat dit soort processen te weinig worden toegepast. Hij vraagt hoe de heer Van der Zweth dit ziet in relatie tot de stedenbouwvisie die zo meteen behandeld wordt, en of dat dan het juiste kaderniveau is.

10

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt de stedenbouwvisie zeker een goed kader voor de hele stad. Er zitten volgens hem al behoorlijk wat details in. In grotere planvormingen wordt al verder uitgewerkt hoe er wordt gedacht over bijvoorbeeld groen en biodiversiteit. De verdere uitwerking in het beeldkwaliteitsplan mag wat hem betreft in een andere vorm plaatsvinden.

15

De heer Vasters (D66) ziet het beeldkwaliteitsplan als een formaliteit en geeft aan dat D66 het voorstel steunt. Hij sluit zich aan bij eerdere opmerkingen over de vraag of het nodig is om dit op deze manier te behandelen.

20

Mevrouw Bode (Volt) sluit zich aan bij de vragen van GroenLinks over toegankelijkheid, en merkt op dat hierover niets is opgenomen in het plan. Zij vindt dat er ook een beeld moet worden geschetst waarin toegankelijkheid als belangrijk wordt gepresenteerd. Ze is blij met het bio-based bouwen en de aandacht voor klimaatadaptatie in deze wijk. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten.

25

30

35

40

45

50

55

Wethouder Eerenberg geeft aan dat hij niet uitsluitend biologische planten wil laten gebruiken, omdat dit zou kunnen betekenen dat er minder groen gerealiseerd kan worden. Er is niet altijd een biologisch alternatief beschikbaar, of het brengt extra kosten met zich mee, waardoor er moet worden versoberd op het groen. De wethouder kan geen toezegging doen over het volledig uitschakelen van lichtreclame ’s nachts. Wel spreekt hij af dat de verlichting ingetogen en passend bij de woonbuurt zal zijn. Hij verwijst de heer Van Heuven naar de technische ondersteuning om te bekijken of er politiek iets mee gedaan kan worden, aangezien er ook contracten zijn afgesloten met aanbieders. Bovendien is onduidelijk wat er mogelijk is wanneer bewoners zelf een verlicht bord op hun gevel willen aanbrengen. Normaal gesproken wordt een beeldkwaliteitsplan gekoppeld aan een bestemmingsplan. Dat is in dit geval niet gebeurd, omdat het bestemmingsplan al bijna gereed was en het omgevingsplan eraan zat te komen. Het risico was dat het hele bestemmingsplan anders omgezet had moeten worden naar een omgevingsplan. Voor nieuwe gebieden is een beeldkwaliteitsplan sowieso verplicht; deze worden meestal als bijlage bij een omgevingsplan toegevoegd.

De wethouder geeft aan dat alles is afgestemd op het raadsbesluit van maart, en dat het amendement "meer groen op de hub" nog steeds het uitgangspunt van het college is. Sommige onderdelen, zoals de brandveiligheid, worden nog uitgezocht; hierop kan hij later terugkomen. Verder meldt hij dat er een egelsnelweg mogelijk is in het taludpark. Of onderdoorgangen onder de wegen mogelijk zijn, moet nog onderzocht worden. Egels zouden zich kunnen vestigen in de binnenhoven, maar het is de vraag of zij daar ook vrije doorgang hebben naar andere binnenhoven. De heer Van Heuven (PvdD) is van mening dat het niet ingewikkeld zou moeten zijn om ook een looproute voor egels aan te leggen, zeker als er ook looppaden voor mensen tussen de binnenhoven worden gerealiseerd. Wethouder Eerenberg reageert hierop door te zeggen dat de PvdD waarschijnlijk iets "groeners" bedoelt dan een stuk asfalt waar mensen overheen lopen. De illustraties in het plan moeten worden gezien als impressies. Architecten hebben geprobeerd alles te combineren, maar dat is niet overal gelukt. De toegankelijkheidsregels zijn op dit gebied gewoon van toepassing, en poorten en binnentuinen bevinden zich op maaiveldniveau. Gemiste antwoorden

60

De heer Dekkers (GroenLinks) had gevraagd of het vaststellen van het beeldkwaliteitsplan niet op een andere manier kan. Pagina 6 van 34

De heer Van Heuven (PvdD) had gevraagd of de groene gevels het hele jaar door kunnen bijdragen aan de biodiversiteit, in plaats van alleen aan de esthetiek. 5

10

15

De heer Stellinga (CDA) had gevraagd waarom er in dit geval wél een aparte wijziging van de Welstandsnota komt, terwijl dat in andere gebieden niet gebeurt. Wethouder Eerenberg geeft aan dat bij nieuwe gebieden de beeldkwaliteit moet worden vastgesteld, en dat dit normaal gesproken samengaat met het omgevingsplan. Om tempo te maken, is dit traject nu losgetrokken. Of het ook op een andere manier kan, is volgens hem een vraag voor de raad. Als lid van het college vindt hij het lastig om hier een oordeel over te geven. Door het op deze manier te doen, is de woningbouw versneld. De wethouder is bereid dit verder uit te zoeken, maar benadrukt dat de raad zelf over haar bevoegdheden gaat. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat hij niet wil delegeren, maar het wel op een praktischere manier wil inrichten, bijvoorbeeld via een technische ronde.

20

Wethouder Eerenberg is hierop ook terughoudend. De commissie heeft er namelijk voor gekozen om het op deze manier te agenderen. Als de commissie het anders wil, dan vindt hij dat het ook aan de commissie is om vaker voor schriftelijke rondes te kiezen.

25

De heer Van der Zweth (PvdA) stelt voor om dit verzoek bij de griffier neer te leggen, om te kijken of het mogelijk is het besluitvormingsproces te organiseren via een schriftelijke ronde, waarbij nog wel een raadsbesluit volgt. Hij geeft aan dat hij dit zal inventariseren bij de woordvoerders om te zien waar behoefte aan is. De voorzitter geeft aan dat de griffier dit voorstel meeneemt en dat hierop teruggekomen.

30

35

40

Wethouder Eerenberg geeft tot slot aan dat bij de groene gevels ook expliciet wordt gekeken naar biodiversiteit. Eén van de eisen is bijvoorbeeld dat de gevels nestgelegenheid moeten bieden. Hij kan echter geen toezegging doen dat biodiversiteit boven esthetiek komt te staan. Wel geldt dat het toegepaste groen altijd moet bijdragen aan biodiversiteit. Tweede termijn De voorzitter concludeert dat er geen tweede termijn gewenst is en dat het als A punt naar de raad kan. Zij schorst de vergadering voor 5 minuten voor een woordvoerderswissel. Toezegging Er zijn geen toezeggingen gedaan.

9. Raadsvoorstel Visie stedenbouw Utrecht 2040: Ruimtelijke kwaliteit in de tien-minutenstad en vaststellen reactienota 45

Mededelingen De wethouder heeft geen mededelingen. Mededelingen De commissieleden hebben geen mededelingen.

50

55

De voorzitter geeft aan dat de gemeenteraad in maart 2023 aanvullende afspraken heeft vastgesteld, ook wel de “oplegger” genoemd, die behoren bij de Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU2040). In dit document wordt op hoofdlijnen een keuze gemaakt voor de ruimtelijke ontwikkeling van de gemeente tot 2040, als onderdeel van de Omgevingsvisie Utrecht. Voorzien wordt onder andere in een aanzienlijke groei van het aantal woningen, verdere verdichting van de stad en het mee laten groeien van het voorzieningenniveau. In de aanvullende afspraken is vastgelegd dat wordt gewerkt aan een kwaliteitsimpuls voor zowel bestaande als nieuwe delen van de stad. Om uitvoering te geven aan deze ambitie heeft het college een Visie Stedenbouw Pagina 7 van 34

5

opgesteld, die als doel heeft om sturing te geven aan de kwaliteit en leefbaarheid van de ruimtelijke ontwikkeling. Deze visie zou, na vaststelling door de gemeenteraad, dienen als uitgangspunt voor de verdere ontwikkeling van het gemeentebrede Omgevingsplan. Het college stelt de raad voor om deze visie vast te stellen en de Hoogbouwvisie 2005 in te trekken, omdat de nieuwe visie ook uitgangspunten voor hoogbouw bevat. Eerste termijn

10

15

De heer Snijder (Student&Starter) vindt dit een belangrijke stap voor de stad, omdat er voor het eerst een samenhangende en duidelijke stedenbouwkundige visie wordt gepresenteerd die voor de hele stad geldt. Deze visie zorgt voor duidelijkheid en snelheid in de besluitvorming. Er wordt een minimumnorm neergezet voor heel Utrecht, zodat elke ontwikkeling bijdraagt aan een leefbare stad. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of er met deze visie wel of geen voortuinen komen. De heer Snijder (Student&Starter) geeft aan dat de visie uitgangspunten bevat voor alle gebiedsontwikkelingen in de stad.

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Te Hoonte (VVD) blijft benieuwd naar de voortuintjes. De heer Snijder (Student&Starter) is van mening dat deze vraag aan de wethouder gesteld moet worden. Volgens hem gaat het nu over de visie als geheel, niet over specifieke elementen zoals voortuinen. De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat de heer Snijder de visie helder en duidelijk vindt, en vraagt wat hij daar precies duidelijk aan vindt. De heer Snijder (Student&Starter) geeft aan dat er uitgangspunten zijn opgesteld die een basis vormen voor hoe er naar de stad wordt gekeken. Hij kan echter niet oordelen over wat wel of niet duidelijk is voor de heer Te Hoonte. Hij noemt het uitgangspunt dat er ruimte moet zijn voor het onverwachte een mooi principe, maar vindt dat Utrecht expliciet ruimte moet bieden voor innovatie en vernieuwende projecten. Dat betekent niet alleen dat er rafelranden beschikbaar zijn voor tijdelijke initiatieven, maar dat er structureel ruimte moet worden gecreëerd voor nieuwe ideeën. Hij vraagt of het college bereid is het uitgangspunt voor ruimte voor innovatie en vernieuwende projecten expliciet op te nemen in de visie. De heer Snijder vervolgt dat de visie vaag blijft als het gaat om functiemenging in hoogbouw. De plint wordt wel genoemd, maar hoogbouw mag wat hem betreft niet alleen uit woningen bestaan. Ook andere functies moeten meegenomen worden door het hele gebouw.

Wat Student&Starter betreft moet verticaal bestemmen niet de uitzondering zijn, maar juist een gangbare optie. Hij stelt voor dat hiervoor concrete richtlijnen ontwikkeld worden, en vraagt of de wethouder bereid is dit op te nemen en te kijken hoe verticaal bestemmen kan worden meegenomen in de visie. Daarnaast merkt hij op dat middenbouw ontbreekt in de visie. Volgens hem biedt middenbouw een kans om te verdichten zonder de stad vol te zetten met torens. In steden als Wenen, Madrid en Lissabon blijkt dat goed te werken. Hij ziet middenbouw als de gulden middenweg om meer woningen te bouwen en tegelijkertijd de menselijke maat te behouden. Hij vraagt hoe de wethouder hiernaar kijkt en of het college bereid is dit type bebouwing alsnog op te nemen in de visie. De heer Van Vliet (D66) geeft aan Wenen ook interessant te vinden, maar merkt op dat gebouwen daar vaak hoger zijn dan 105 meter. De heer Snijder (Student&Starter) is hier ook voorstander van, maar ziet middenbouw als een waardevolle toevoeging. Wat Student&Starter betreft draagt dit bij aan een gelaagde opbouw van de stad. De heer Van Vliet (D66) wil benadrukken dat veel gebouwen in Wenen juist hoger zijn dan wat Student&Starter nu voorstelt. Hij vraagt of dat beeld past bij de visie van Student&Starter.

Pagina 8 van 34

De heer Snijder (Student&Starter) antwoordt dat hij ook hoogbouw als een optie ziet, en dat deze zeker niet moet worden uitgesloten. Hij is van mening dat hoogbouw juist omarmd zou moeten worden, maar dat middenbouw daar aanvullend en verrijkend op kan zijn. 5

De heer Te Hoonte (VVD) kan zich middenbouw wel voorstellen, maar vraagt zich af of Student&Starter dan in laagbouwwijken blokken gesloopt ziet worden om middenbouw te realiseren. Hij noemt als voorbeeld Vleuten, waar normale rijtjeshuizen staan, en vraagt of daar dan middenbouw tussen geplaatst zou worden.

10

De heer Snijder (Student&Starter) vindt het belangrijk om lokaal te kijken wat mogelijk is. Hij benadrukt dat het hier om een visie gaat en dat goed moet worden onderzocht of het haalbaar is. Student&Starter sluit het echter niet uit.

15

De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat dit precies het probleem is dat hij met de visie heeft: het is onduidelijk waar welke regels gelden. Hij vreest dat wanneer dit stadsbreed in de visie wordt opgenomen, een projectontwikkelaar zomaar middenbouw kan toevoegen op plekken waar de gemeente dat eigenlijk niet wil.

20

De heer Snijder (Student&Starter) vindt dat de heer Te Hoonte vooruitloopt op een voorstel dat nog moet komen. Hij wil juist zorgvuldig bekijken waar middenbouw passend is. Volgens hem staat in de visie duidelijk aangegeven in welke gebieden welke bouwhoogte mogelijk is.

25

30

35

40

45

50

55

De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat de visie hierin niet concreet genoeg is. Hij had gehoopt dat dit na vijf jaar werken aan de visie wel duidelijk zou zijn. De heer Snijder (Student&Starter) herkent zich niet in het beeld dat het onduidelijk zou zijn. Voor hem is het juist helder op welke plekken tot welke hoogtes gebouwd mag worden. Hij benadrukt dat dit altijd plaatsafhankelijk is. Hij vindt dat juist wordt gedaan wat de heer Te Hoonte vraagt: het gesprek aangaan over bouwhoogtes. De heer Dekkers (GroenLinks) vindt het document ook duidelijk, maar merkt op dat er een nieuwe, onduidelijke categorie wordt toegevoegd door de heer Snijder. Het is hem niet duidelijk waar deze middenbouw dan precies zou plaatsvinden en wat er precies mee bedoeld wordt. Ook wil hij weten hoe dit zich verhoudt tot andere gebieden. De heer Snijder (Student&Starter) verduidelijkt dat het gaat om bebouwing van vijf tot zeven verdiepingen, en dat dit wat hem betreft in de hele stad mogelijk moet zijn. Op bepaalde plekken kan er nog hoger gebouwd worden door middel van midden- of hoogbouw, maar dat kan hij op dit moment nog niet exact omschrijven. De heer Dekkers (GroenLinks) merkt op dat de heer Snijder stelt dat het voor de hele stad zou gelden.

Hij vraagt of de heer Snijder niet bang is dat hiermee het karakter van laagbouwwijken wordt aangetast, als er op elk stukje ruimte middenbouw kan worden neergezet. De heer Snijder (Student&Starter) staat achter het principe van vijf tot zeven woonlagen en vindt dat dit vaker zou moeten worden toegepast. Na de reactie van het college kan hij een voorstel doen voor waar in de stad dit mogelijk zou zijn. Student&Starter stelt dat de huidige bouwhoogtes herzien mogen worden. Op knooppunten en in wijken met een stadsoverstijgend belang, zoals Galgenwaard, Westraven, Merwede en Kanaleneiland, pleit hij voor meer flexibiliteit. De heer Stellinga (CDA) vraagt of Student&Starter het toelaatbaar vindt dat er op knooppunten hoger dan de Dom wordt gebouwd. De heer Snijder (Student&Starter) bevestigt dit. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat op ervoor de knooppunten juist een uitgebreider onderzoek nodig is. Volgens hem biedt dit document daarvoor niets concreets.

Pagina 9 van 34

De heer Snijder (Student&Starter) is het daar niet mee eens. Hij stelt dat het stuk juist kaders meegeeft over bouwhoogtes in verschillende gebieden en dat er uitgangspunten zijn geformuleerd waarmee rekening wordt gehouden. 5

De heer Te Hoonte (VVD) merkt op dat er voor Merwede al kaders zijn vastgesteld in de vorm van een stedenbouwkundig plan en een omgevingsvisie. Voor deelgebied 6 bestaat er een nota van uitgangspunten. Volgens hem zijn die plannen veel verder uitgewerkt dan wat in dit document wordt geboden. Wat hem betreft wordt er voor de knooppunten nauwelijks iets toegevoegd.

10

De heer Snijder (Student&Starter) pleit ervoor om Rijnenburg op te nemen in de bouwhoogtekaart. Hij vraagt of het college bereid is om de hoogtelimieten flexibeler te maken en de bouwhoogtekaart in te kleuren. Tot slot vindt hij dat met deze visie een goede stap wordt gezet, maar dat er meer ruimte geboden moet worden. Student&Starter zal met voorstellen komen voor meer ruimte voor experimenten en voor hoog- en middenbouw. Volgens hem is Utrecht nog niet af, en dat moet ook zo blijven.

15

20

25

30

De heer Van Vliet (D66) is blij met de visie en ziet deze als een beginpunt in een volgende fase van de ontwikkeling van Utrecht. De visie biedt richting om te werken aan een stad waar iedereen trots op kan zijn. Utrecht is altijd in beweging, en de architectuur en cultuur in de stad zijn fluïde. Hij vraagt zich af waarom er dan wordt vastgehouden aan steeds dezelfde vormen. Een groeiende en levende stad verandert, en dat is niet per se slecht. Het kan juist een kans zijn om te vernieuwen en te verbeteren. Volgens hem respecteert de visie de geschiedenis, maar biedt ze ook ruimte aan de toekomst. D66 wil loskomen van rigide denkpatronen, omdat de wijken in Utrecht geen statische ansichtkaarten zijn, maar dynamische plekken waar cultuur en architectuur meebewegen met de tijd. Hij vraagt een toezegging van de wethouder dat er in die geest gebouwd zal worden. De heer Van der Zweth (PvdA) is het eens met de constatering dat er beweging is in de stad, maar vraagt of de heer Van Vliet het er ook mee eens is dat er voortgebouwd moet worden op wat er al in de stad aanwezig is. De heer Van Vliet (D66) vindt dat elk nieuw gebouw een reactie is op bestaande architectuur, en dat zo’n reactie ook een nieuwe richting in kan slaan.

35

De heer Van der Zweth (PvdA) benadrukt dat het niet alleen gaat om de fysieke gebouwen, maar ook om de bewoners en sociale structuren die al aanwezig zijn. Hij vraagt of de heer Van Vliet met de toekomstige ontwikkeling ook rekening houdt met het bestaande, en dat de stad geen leeg canvas is.

40

De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat hij dit juist ook probeerde te zeggen in zijn bijdrage, maar dat hij merkte dat het stuk minder nadruk legt op het toekomstgerichte aspect dat hij belangrijk vindt.

45

De heer Dekkers (GroenLinks) geeft aan dat hij ook niet wil dat de stad stilstaat, maar wil wel waken voor situaties waarin, binnen gebieden met een duidelijk karakter, op "postzegels" een heel ander beeld wordt neergezet. Hij vraagt of de PvdA dat risico ook ziet en of het niet verstandig is om zulke gebieden te typeren.

50

De heer Van Vliet (D66) antwoordt dat het document juist niet bedoeld is om op postzegelniveau in te vullen, maar om bij de hoofdlijnen te blijven. Tegelijkertijd kan hij zich voorstellen dat er op bepaalde plekken wordt gekozen om de stijl en het karakter te behouden.

55

De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat het document een soort heiligverklaring is van wat er in het Beurskwartier en de Merwedekanaalzone is gedaan, en dat deze manier van bouwen nu voor de hele stad wordt afgedwongen. Hij vindt dat de visie geen ruimte biedt voor een meer diverse doorontwikkeling van de stad. De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat het document juist een visie probeert te leggen over de verschillende wijken, omdat Utrecht geen homogeen geheel is. Zijn pleidooi is dat er ruimte moet Pagina 10 van 34

zijn voor flexibiliteit, en dat de gemeente een duidelijke richting moet aangeven voor de ontwikkeling van wijken. 5

De heer Te Hoonte (VVD) hoopt dat het bij de ontwikkelingen helder is dat blokken zoals in het Beurskwartier niet overal in de stad passen. De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat hij daar niet dogmatisch in staat. Volgens hem weet je nooit zeker hoe een stad zich ontwikkelt, en daarom is flexibiliteit belangrijk.

10

De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat niet hij, maar het document zelf dogmatisch is. Volgens hem sorteert het document sterk voor op het type bouw dat er in het Beurskwartier gebruikt is, met uitzondering van Overvecht en Kanaleneiland. Hij vindt niet dat dat type blokkenbouw in elke wijk past, terwijl de visie daar volgens hem wel op aanstuurt.

15

De heer Van Vliet (D66) benadrukt tot slot dat hij graag flexibiliteit en creativiteit in bouwplannen wil meenemen.

20

25

30

35

De heer Usta (DENK) vraagt of de heer Van Vliet het ermee eens is dat besluiten zoveel mogelijk bij de bewoners zelf moeten worden neergelegd. De heer Van Vliet (D66) is van mening dat er veel participatiemiddelen beschikbaar zijn en dat het logisch is om die in te zetten. Ook bij de stedenbouwvisie zijn er veel inspanningen gedaan om bewoners te betrekken en hun wensen op te halen. In het kader van “rust, reuring, ruis” vraagt hij specifiek aandacht voor nachtcultuur. Hij wil dit niet alleen in het centrum een plek geven, maar juist ook daarbuiten, om zo de binnenstad te ontlasten en de stad beter in balans te brengen. Dit mag volgens hem explicieter worden opgenomen in de visie en worden meegenomen bij toekomstige bouwprojecten. Concreet betekent dit volgens hem dat als er bouwplannen zijn buiten het centrum waarbij horecagelegenheden in de plint worden voorzien, er ook ruimte moet zijn om deze langer open te laten blijven. De heer Stellinga (CDA) stelt dat het hier gaat om de stedenbouwvisie, en dat het nachtleven eerder thuishoort in de RSU dan in dit document. De heer Van Vliet (D66) vindt dat de stedenbouwvisie ook raakt aan het concept van de tienminutenstad, en dat het nachtleven daar onderdeel van is. Hij merkt op dat er in de praktijk weinig plannen zijn die hoger reiken dan de Dom, maar dat het hem niet om de hoogte zelf gaat, maar om het dogma daarachter.

Hij vraagt of de wethouder in het geval van een plan dat wél hoger is dan de Dom bereid is om dit wel met de raad te delen.

40

De heer Stellinga (CDA) vraagt hoe D66 de visie precies ziet: als een uitnodiging tot gesprek met ontwikkelaars, of als een toekomstvisie van de stad.

45

De heer Van Vliet (D66) ziet het vooral als een document dat het gesprek moet openen met alle betrokkenen over hoe men de toekomst van Utrecht voor zich ziet. Hij vindt het document vrij abstract. Voor degenen die willen weten hoe een gebied er precies uit komt te zien, is het bestemmingsplan volgens hem geschikter.

50

55

60

De heer Stellinga (CDA) concludeert daaruit dat D66 het document vooral ziet als een gespreksopening en niet als een duidelijke stip op de horizon. De heer Van Vliet (D66) stelt dat het document wél een stip op de horizon biedt, maar dat die nu nog niet scherp omlijnd is. Het is een startpunt dat later vertaald moet worden naar bestemmingsplannen. De heer Usta (DENK) is van mening dat er al veel kaders en kosten zijn gemaakt, maar dat er nog weinig concreets is bereikt. Hij vraagt hoe de heer Van Vliet daar tegenaan kijkt. De heer Van Vliet (D66) had verwacht dat dit document zo concreet zou zijn dat bestemmingsplannen overbodig zouden worden. Voor hem draait dit document om het vastleggen van uitgangspunten. De verdere concretisering komt pas later, bijvoorbeeld in het omgevingsplan. Pagina 11 van 34

De heer Usta (DENK) denkt dat raadsleden wellicht iets anders voor ogen hadden en vraagt of de heer Van Vliet tevreden is met het document zoals het er nu ligt. 5

De heer Van Vliet (D66) geeft aan dat hij tevreden is met het document, al heeft hij er wel enkele vragen en aandachtspunten bij.

10

De heer Snijder (Student&Starter) is van mening dat de nachtcultuur past binnen de ruimte voor het onverwachte die in de visie is opgenomen. Hij wil daarnaast aandacht voor innovatie en experimenten, zonder dat de rafelranden opgezocht moeten worden. Wat hem betreft moet er ook actief ruimte worden ontwikkeld voor dit soort initiatieven. Hij vraagt of D66 hier ook voor openstaat.

15

De heer Van Vliet (D66) vindt het een sympathiek idee, maar vraagt zich af wat de rol van de overheid hierin zou moeten zijn. Hij is er niet tegen, maar meent dat rafelranden zich niet laten organiseren en dat de overheid daar ook niet te veel sturing aan moet geven.

20

25

30

35

40

45

50

55

De heer Snijder (Student&Starter) licht toe dat het hem niet om het organiseren van rafelranden gaat, maar om het openstellen van principes en het creëren van ruimte om experimenten toe te staan. De heer Van Vliet (D66) geeft aan hier niet op tegen te zijn. D66 wil bouwen met een blik omhoog: het dak moet benut worden als ruimte met betekenis, bijvoorbeeld voor daktuinen, groendaken of het opwekken van energie. Hij verwijst naar Rotterdam als goed voorbeeld en wil dat dit ook in Utrecht standaard wordt. Hij pleit voor zo functioneel mogelijk gebruik van ruimtes, waarbij ruimtes op zoveel mogelijk momenten door zoveel mogelijk mensen gebruikt kunnen worden. Daarnaast vindt hij dat gebouwen mooi moeten zijn, en niet bestaan uit inspiratieloze blokken die slechts een ruimte ontsluiten. Hij wil bouwen met karakter, waarbij specifieke gebouwen een kroon krijgen die het gebouw afmaakt. Hij vraagt de wethouder om een toezegging om extra aandacht te geven aan architectuur, en in het bijzonder aan deze ‘kronen’. Mevrouw Bode (Volt) is verbaasd over dit laatste punt van D66. Zij dacht juist dat er al veel aandacht is voor mooie, betekenisvolle gebouwen, en begrijpt niet goed waar de zorg vandaan komt dat er puur functioneel gebouwd wordt. De heer Van Vliet (D66) erkent dat dit al veel gebeurt, maar wil het graag explicieter opgenomen zien in de visie.

De heer Van der Zweth (PvdA) vindt dat het document vooral bedoeld is om te sturen op leefbaarheid en kwaliteit, en dat steunt de PvdA. Ook de hoogbouw die mogelijk wordt gemaakt, wordt gesteund, maar dat mag geen doel op zich worden. Hij vraagt de wethouder of het stuk niet iets meer zegt over verdichting, of dat het puur een invulling is van de RSU. In de praktijk is hoogbouw namelijk duurder, vooral boven de 70 meter, omdat er dan extra eisen gelden. Daardoor wordt het lastiger om betaalbaar te bouwen, en daar gaat de PvdA nooit in mee. Voorop staat betaalbaar wonen. De heer Van Vliet (D66) is het ermee eens dat de visie niet in tegenspraak mag zijn met de RSU. Hij vraagt of de PvdA het ermee eens is dat, als het woningtekort verder toeneemt en verdichting noodzakelijk wordt, dit document dan juist behulpzaam kan zijn. De heer Van der Zweth (PvdA) is van mening dat dit document kan helpen bij het sturen op het soort bouw, maar dat de vraag hoe er verdicht moet worden thuishoort bij de RSU, en niet bij dit stuk. Hij vraagt om die bevestiging van de wethouder. De heer Snijder (Student&Starter) vraagt of hoogbouw meer waard is als het de woningnood kan oplossen, of dat er dan toch voor goedkopere laagbouw gekozen moet worden. De heer Stam (PvdA) benadrukt dat betaalbaarheid voorop staat. Als hoogbouw duurder is, dan is hij daar tegen.

De voorgestelde locaties voor hoogbouw vindt hij realistisch en prima, maar Pagina 12 van 34

betaalbaar wonen is daar wel een randvoorwaarde. Op andere plekken vindt hij hoogbouw niet logisch. Hoogbouw waarbij het betaalbare programma verloren gaat, is voor hem onbespreekbaar. 5

De heer Snijder (Student&Starter) merkt op dat hij de heer Van der Zweth niet heeft horen zeggen dat verdere hoogbouw onbespreekbaar is.

10

De heer Van der Zweth (PvdA) zegt daarover dat hij duidelijk is geweest over zijn standpunt ten aanzien van verdichting en hoogbouw. Zelfs als het betaalbaar zou kunnen, wat hij betwijfelt, hoort die discussie thuis in de RSU en niet in dit document. Hij is bovendien geen voorstander van verdere verdichting, omdat de aantallen in de RSU al buitensporig ambitieus zijn.

15

20

25

30

35

40

De heer Stellinga (CDA) zegt dat hij de opmerking van de PvdA dat "groei geen doel op zich is" niet begrijpt, omdat in de RSU groei juist wél expliciet wordt benoemd. Hij vraagt of het niet beter is om te zeggen dat hoogbouw geen doel op zich moet zijn. Hij wijst erop dat de PvdA heeft ingestemd met de RSU en met de omgevingsvisie Overvecht, en dat daarmee groei wel degelijk als doel is omarmd. De heer Van der Zweth (PvdA) erkent dat hij de RSU heeft gesteund, maar ook het amendement dat stelt dat de genoemde aantallen een streven zijn. Hoogbouw is voor hem geen doel op zich. In de raad is afgesproken, met de oplegger, dat groei niet het hoofddoel is, maar dat leefbaarheid en kwaliteit voorop staan, en dat voorzieningen mee moeten groeien. De heer Stellinga (CDA) stelt dat het resultaat wel is dat de 5.000 woningen in Overvecht gerealiseerd moeten worden. De heer Van der Zweth (PvdA) bevestigt dat hij de omgevingsvisie heeft gesteund, maar dat daarbij de kaders uit de RSU-oplegger gelden. Binnen die ambitie steunt de PvdA de woningbouwdoelstellingen. Groei moet echter in balans plaatsvinden, en mag nooit een doel op zich worden. Het belangrijkste punt voor de PvdA is dat de identiteit van de stad behouden blijft. De mogelijkheden binnen een wijk moeten altijd bekeken worden vanuit wat er al is. Dat gaat niet alleen over gebouwen, maar ook over de bestaande sociale structuren.

Zoals hij het document nu leest, ligt de nadruk vooral op nieuwbouw. Monumenten en historische gebouwen worden als uitzonderingen benoemd, maar er zijn meer gebouwen die karakter geven aan een wijk. Als die verdwijnen, worden ook sociale structuren doorbroken en raken gemeenschappen verloren. Hij vraagt de wethouder of hij dit herkent. Als het bestaande wordt omarmd, biedt dat volgens hem juist kansen voor nieuwbouw, bijvoorbeeld door op te toppen of uit te buiken. Hij mist deze benadering in het stuk over de identiteit van de stad. Hij vindt dat gemeenschappen gekoesterd moeten worden, los van de fysieke gebouwen, en dat er gewaakt moet worden voor gentrificatie. De heer Te Hoonte (VVD) had verwacht dat de PvdA zou benadrukken dat het in de visie lijkt alsof er veel nieuwbouw komt, en dat er juist minder gesloopt gaat worden.

45

De heer Van der Zweth (PvdA) geeft aan dat hij sloop inderdaad onvoldoende terugziet in het stuk. Hij benoemt dit ook door te pleiten voor verder bouwen op wat er al is. Volgens hem staat er niet in het document dat er overal massaal de hoogte in wordt gegaan.

50

De heer Te Hoonte (VVD) vraagt hoe de heer Van der Zweth aankijkt tegen het versnellen of vertragen van woningbouw. Hij stelt dat grote bouwblokken juist voor relatief veel vertraging zorgen, terwijl er nu een versnelling nodig is. Hij is van mening dat deze visie de woningbouw juist vertraagt.

55

De heer Stam (PvdA) is van mening dat sloop en nieuwbouw vaak juist leiden tot vertraging. Hij denkt niet dat dit plan die vertraging veroorzaakt. Volgens hem is het eerder de mate van verdichting die ertoe leidt dat er later gestart wordt met bouwen. Deze discussie hoort volgens hem eerder thuis binnen de RSU. Tot slot geeft hij aan verbaasd te zijn dat Rijnenburg buiten beschouwing is gelaten. Volgens hem is het voor iedereen duidelijk wat daar gaat komen, en hij had verwacht dat hierover meer in de visie zou staan. Hij vraagt de wethouder waarom dit niet is uitgewerkt in de stedenbouwvisie.

Pagina 13 van 34

5

10

De heer Stellinga (CDA) had uitgekeken naar de stedenbouwvisie, omdat de hoogbouwvisie geen toetsingskader bood en aan vervanging toe was. Hij is blij dat er nu iets op tafel ligt, maar is teleurgesteld in het voorstel. Voor hem is niet duidelijk of het gaat om een strategische visie op hoofdlijnen of om een toetsingskader voor ruimtelijke projecten. In hoofdstuk 2 worden concrete grenzen aan hoogbouw gesteld, terwijl hoofdstuk 3 vooral algemene uitgangspunten bevat waar het CDA zich goed in kan vinden, maar die geen kader bieden. Hij vraagt zich af of het niet slimmer was geweest om het te splitsen in een visie op stedenbouw en een apart kader voor hoogbouw. Volgens hem is het nu vlees noch vis. De visie geeft zelf aan dat zij doorwerkt in thematisch beleid, gebiedsbeleid en projecten, en hij vraagt de wethouder om een reflectie op de geschiktheid van dit document om al die functies te vervullen. De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat er al een document is, namelijk de omgevingsvisie. Nu lijkt het erop dat er allerlei losse visies worden opgesteld zonder samenhang.

15

20

25

De heer Stellinga (CDA) benadrukt dat alles uiteindelijk in een omgevingsplan zou moeten landen, maar constateert dat die droom nog niet is gerealiseerd. In afwachting daarvan is dit document voorgelegd, maar hij weet niet goed wat het precies beoogt te zijn. De heer Te Hoonte (VVD) ziet vooral dat er steeds meer stukken worden geproduceerd rondom de omgevingsvisie, zonder dat deze bijdragen aan een samenhangende omgevingsvisie zoals de wetgever die heeft bedoeld. De heer Stellinga (CDA) is het ermee eens dat er nagedacht moet worden over de juiste vorm. Uiteindelijk zou er inderdaad één integrale omgevingsvisie moeten komen. Hij constateert dat het huidige voorstel op twee gedachten hinkt. De heer Snijder (Student&Starter) vraagt of het niet gewoon uitgangspunten zijn voor gebiedsontwikkeling en stedenbouw.

30

De heer Stellinga (CDA) zegt zich eraan te storen dat niet duidelijk is of het om uitgangspunten of om een beleidskader gaat. Gezien de tijd die er op is gewacht, is hij teleurgesteld over de inhoud. De heer Snijder (Student&Starter) vindt dat het document juist een toevoeging is aan de RSU.

35

De heer Stellinga (CDA) beaamt dat dat inderdaad de bedoeling is, maar vindt dat daarmee nog steeds niet duidelijk is wat het document precies beoogt te zijn. Is het een beleidskader waaraan toekomstige plannen worden getoetst, of is het een visie, een stip op de horizon? Voor het CDA is dat niet helder.

40

De heer Snijder (Student&Starter) vindt dat niet zo ingewikkeld. Vanuit de uitgangspunten wordt gekeken naar de ontwikkelingen in de stad en wordt er invulling aan gegeven. Tegelijkertijd biedt het een toekomstvisie op hoe de stad eruit moet komen te zien. Hij begrijpt niet goed wat het CDA daar niet aan begrijpt.

45

De heer Stellinga (CDA) herhaalt dat het document op twee gedachten hinkt. In het ene hoofdstuk staan uitgangspunten, in een ander hoofdstuk worden harde grenzen gesteld waaraan bouwplannen moeten voldoen. Volgens hem zit daar een spanning in. De visie zegt zelf ook dat zij doorwerkt in thematisch beleid, gebiedsbeleid en projecten. Wat het CDA vooral stoort, is de vrijblijvendheid in het stuk, met name over bouwhoogtes. De visie stelt dat deze bij uitwerkingen moet worden gevolgd, maar dat daarvan kan worden afgeweken als de omstandigheden daarom vragen. In theorie maakt dat het dus mogelijk om hoger dan de Dom te bouwen. Het CDA heeft in het verleden ingestemd met het MARK-project als uitzondering, maar wil het daar ook bij laten.

50

55

De heer Van Vliet (D66) hoort hierin toch een dogmatische benadering van het CDA. Hij vraagt waarom er dan toch een dogma is. De heer Stellinga (CDA) reageert dat het eerde ging om de opmerkingen van D66, niet om iets dat het CDA zelf had ingebracht.

60 Pagina 14 van 34

De heer Van Vliet (D66) vraagt waarom het CDA geen gebouwen wil toestaan die hoger zijn dan 105 meter. 5

De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat het CDA een duidelijke grens wil stellen: er mag niet hoger gebouwd worden dan de Dom. Het CDA heeft het MARK-project gesteund vanwege het grote aandeel betaalbare woningen, maar wil dat dit een uitzondering blijft. Vooral in de directe omgeving van de Dom moet het stadsbeeld behouden blijven.

10

De heer Van Vliet (D66) vraagt of het bouwen boven 105 meter per definitie leidt tot een aantasting van de beeldkwaliteit van de stad. De heer Stellinga (CDA) kan dat niet per definitie zeggen, maar acht het wel zeer waarschijnlijk. Hij wil graag verdergaan met zijn inbreng, omdat zijn punten dan duidelijker worden.

15

De heer Usta (DENK) vraagt waarom het CDA principieel vasthoudt aan de regel dat er niet hoger dan de Dom gebouwd mag worden, terwijl er sprake is van een woningcrisis. Hij vraagt zich af of de beeldkwaliteit belangrijker is dan het bouwen van woningen.

20

De heer Stellinga (CDA) geeft aan dat hij het belangrijk vindt dat er woningen worden bijgebouwd. Hij is echter van mening dat daarvoor niet noodzakelijk hoger gebouwd hoeft te worden dan de Dom. Hoogbouw is volgens hem vaak geen optie omdat het duurder is en meer tijd kost om te realiseren.

25

De heer Usta (DENK) vindt het kortzichtig om op voorhand uit te sluiten dat er hoger gebouwd mag worden dan de Dom. Hij pleit ervoor om op het moment zelf, in samenspraak met bewoners, te bepalen of het wenselijk is. Hij vraagt waarom het CDA deze mogelijkheid bij voorbaat uitsluit.

30

De heer Stellinga (CDA) legt uit dat het CDA het stedenbouwkundig beeld van de stad wil beschermen en daarvoor regels nodig acht. In individuele gevallen kan er van deze regel worden afgeweken, zoals het CDA eerder heeft gedaan bij het MARK-project. Desondanks wil hij de hoofdregel in stand houden en zal hij daar later in zijn betoog verder op ingaan.

35

40

45

De voorzitter geeft aan dat de volgende interruptie niet opnieuw over de Dom mag gaan, aangezien de heer Stellinga heeft aangegeven hier later op terug te komen in zijn inbreng. De heer Usta (DENK) begrijpt dat het zicht wordt aangetast wanneer er direct naast de Dom wordt gebouwd, maar hij begrijpt niet waarom dat ook een probleem zou zijn op grotere afstand, als het slechts indirect invloed heeft op het stadsbeeld. De heer Stellinga (CDA) antwoordt dat hij hier al op is ingegaan en dat hij hier later in zijn betoog nog op zal terugkomen. De heer Te Hoonte (VVD) maakt een punt van orde. Hij wijst erop dat het gebruikelijk is om interrupties over één onderwerp in meerdere delen op te bouwen. Hij vraagt naar de regel die hierin is veranderd. De voorzitter legt uit dat er al drie keer dezelfde vraag is gesteld en dat zij erop wil toezien dat dit niet herhaald wordt.

50

55

60

De heer Usta (DENK) maakt eveneens een punt van orde en geeft aan dat hij zich hierdoor beperkt voelde en licht geïrriteerd raakte. De voorzitter antwoordt dat er is afgesproken dat interrupties niet steeds dezelfde vraag herhalen, en dat zij die lijn aanhoudt. De heer Van der Zweth (PvdA) vindt het terecht dat de voorzitter stuurt op herhaling van vragen. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de voorzitter al vóór het stellen van de vraag aangaf dat het niet meer over de Dom mocht gaan, terwijl een serie van drie interrupties daar juist voor bedoeld is. Volgens hem moet er ruimte zijn voor zo’n opbouw. Pagina 15 van 34

De voorzitter blijft bij haar standpunt dat bij de derde interruptie geen vraag over de Dom mocht worden gesteld, en dat zij ook in de toekomst op dit punt zal blijven sturen. 5

10

15

De heer Stellinga (CDA) benadrukt dat het CDA het MARK-project bij uitzondering heeft gesteund. Voor het CDA blijft de hoofdregel dat er niet hoger gebouwd mag worden dan de Dom. Hij vraagt waarom de raad dit document zou moeten vaststellen, terwijl er nu al bekend is dat er van afgeweken kan worden. De visie wekt de indruk dat het college zichzelf de ruimte wil geven om stedenbouwkundig vrij te opereren. Hij noemt als voorbeeld de toren van 137 meter aan de Veilingstraat 10, die niet binnen de in de visie gestelde hoogte-eisen past, maar toch mogelijk zou zijn doordat van het beleid mag worden afgeweken. Volgens hem is het onwenselijk om die afwijkingsmogelijkheid in het beleid zelf op te nemen. Het CDA wil het college duidelijke richtlijnen meegeven over bouwhoogtes en zal voorstellen doen om het bouwen boven de Dom te beperken en de vrijblijvendheid uit het document te halen.

20

De heer Stellinga (CDA) leest in de visie dat er uitgangspunten worden geformuleerd voor leefbaarheid en kwaliteit in zowel bestaande als nieuwe stadsdelen. In het raadsvoorstel leest hij echter niets specifieks over het behoud van karakter en identiteit van bestaande buurten en wijken. Hij vraagt hoe hij deze verhouding moet zien en of dit overlapt met andere nota’s, en zo ja, hoe die documenten zich tot elkaar verhouden.

25

De heer Van Vliet (D66) reageert verbaasd op het betoog van het CDA. Hij merkt op dat het CDA pleit voor meer duidelijkheid in het document, maar zelf aangeeft dat er in principe niet hoger dan de Dom gebouwd mag worden. Hij vraagt of het CDA die regel dan ook daadwerkelijk als harde eis wil vastleggen.

30

De heer Stellinga (CDA) vindt dat het document op dit moment vaag is en dat het tegelijkertijd twee problemen combineert: enerzijds gaat het over beleidsuitgangspunten, anderzijds over toetsingskaders. Tot slot verzoekt hij het college om de visie nogmaals grondig te controleren op taal- en spelfouten, omdat de kwaliteit volgens hem te wensen overlaat. De voorzitter schorst de vergadering voor vijf minuten voor een sanitaire pauze.

35

40

45

50

Mevrouw Sasbrink (PvdD) vindt het lastig dat de nota uitgaat van het uitgangspunt van de RSU. De PvdD is niet tegen verdichting, maar wel tegen de gigantische groei waarop de RSU is gebaseerd. Wanneer er toch verdicht wordt, vindt zij het belangrijk dat dit zorgvuldig gebeurt. Vanuit die gedachte begrijpt de PvdD waar deze nota vandaan komt. Zij vraagt zich af of het haalbaar is om de kwaliteit en leefbaarheid te garanderen wanneer er dertig procent woningen wordt toegevoegd. Inhoudelijk heeft de PvdD gekeken naar de vraag of er voldoende aandacht is voor kwaliteit en leefbaarheid voor dieren, en dat valt haar niet tegen. Aan de voorkant is over dieren nagedacht, wat de PvdD waardeert, maar dit moet beter verankerd worden. Onder punt 7 komt dit terug, maar pas in het laatste punt wordt er een expliciete link gelegd tussen groen en dieren. Zij vraagt de wethouder waarom er niet voor is gekozen om dieren als medebewoners mee te nemen en dit als een extra uitgangspunt op te nemen. De PvdD wil vastleggen dat bij elke gebiedsontwikkeling uitgegaan moet worden van kansen voor dieren, van behoud of mitigatie van hun leefgebied, en van het behoud van bestaande bomen. Daarnaast moet de hoofdgroenstructuur ook verankerd worden in dit uitgangspunt, aangezien die in de nota niet wordt genoemd, terwijl het juist gaat over verbonden groen.

In dat kader vraagt zij de wethouder hoe dit uitgangspunt in de praktijk wordt geborgd, zeker wanneer er plannen zijn om bomen te kappen in de hoofdgroenstructuur ten behoeve van verdichting. De heer Van der Zweth (PvdA) concludeert dat de PvdD op voorhand nee zegt tegen veel ontwikkelingen.

55

Mevrouw Sasbrink (PvdD) is van mening dat de stedenbouwvisie een uitgangspunt vormt voor gebiedsontwikkeling, en dat de PvdD daarbij wil uitgaan van de kansen voor dieren die er al zijn. Zij vindt het passend dat er bij gebiedsontwikkeling ook gekeken wordt naar wat er al aanwezig is voor dieren, en dat dit prima past binnen de stedenbouwvisie.

Pagina 16 van 34

De heer Van der Zweth (PvdA) concludeert dat de PvdD ontwikkeling niet onmogelijk wil maken, maar dat zij wil dat deze zo wordt vormgegeven dat dieren er een goede plek in krijgen. 5

10

15

20

Mevrouw Sasbrink (PvdD) bevestigt dit. Volgens haar kan de conclusie ook zijn dat een gebied zó waardevol is voor dieren dat compensatie niet mogelijk is. Dan zou bouwen geen optie moeten zijn. Bij veel ontwikkelingen is bouwen wél mogelijk, maar wordt onvoldoende gekeken naar wat er voor dieren kan worden gedaan, terwijl er in veel gevallen maatregelen mogelijk zijn en kansen gecreëerd kunnen worden. De heer Dekkers (GroenLinks) is verbaasd over de vraag van de PvdD, omdat juist de genoemde regels zorgen voor een verbinding tussen de visie en de hoofdgroenstructuur. Mevrouw Sasbrink (PvdD) is van mening dat de groenblauwe verbindingen weliswaar behouden blijven, maar dat zij plannen ziet langskomen waarin verdichting plaatsvindt binnen de hoofdgroenstructuur. Juist deze structuur zou volgens haar behouden moeten blijven. Zij wil daarom in het uitgangspunt laten opnemen dat de hoofdgroenstructuur in stand moet blijven, omdat anders de waarde van de groenblauwe verbindingen verloren gaat. De PvdD is daarnaast blij dat er iets is opgenomen over mensenvrije zones, maar zij vraagt zich af waarom dit is ‘verstopt’ in een algemeen kader. Ze wil weten welke garantie er is dat er in elk gebied daadwerkelijk een mensenvrije zone komt. Ze vraagt de wethouder om een toezegging dat mensenvrije zones expliciet als richtlijn worden opgenomen in dit uitgangspunt.

De heer Usta (DENK) vraagt hoe de PvdD zich mensenvrije zones concreet voorstelt.

25

30

35

40

Mevrouw Sasbrink (PvdD) ziet dit als een groen stuk terrein, afgeschermd met een heg of hek, zodat mensen worden weerhouden de rust van dieren te verstoren. Op die manier blijft er ook voor dieren een plek over in de stad. De heer Usta (DENK) vraagt of dit soort plekken zich dan in woonwijken zouden moeten bevinden. Mevrouw Sasbrink (PvdD) noemt als voorbeeld het Griftpark, waar bij de paddenpoel een hek is geplaatst dat mensen weert. Zij vindt dat in elke buurt zo’n plek zou moeten zijn, juist omdat er meer dieren dan mensen in de stad leven De heer Usta (DENK) is van mening dat mensen er vrede mee hebben dat zij samen met dieren leven, en vraagt zich af of dat andersom ook het geval zou kunnen zijn. Mevrouw Sasbrink (PvdD) beschouwt dat als een vorm van wederzijds respect. Nu wordt er steeds verder gebouwd in het leefgebied van dieren, wat ten koste gaat van hun welzijn. Volgens haar is het dan ook veel gevraagd om van dieren te verwachten dat zij zich schikken naar de mens. Als mensen vrede willen hebben met dieren, moeten men daar ook zorgvuldiger mee omgaan.

45

De heer Usta (DENK) maakt een punt van orde. Hij stelt dat hij niet heeft gezegd dat dieren vrede met mensen moeten hebben, maar alleen de vraag stelde of ze dat zouden kunnen.

50

Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt tot slot hoe de wethouder ervoor gaat zorgen dat de openbare ruimte per inwoner niet afneemt door de gewenste verdichting, en of dit kwantitatief onderbouwd kan worden met cijfers. Daarnaast wijst zij op de bijdrage van Solgu, die inmiddels door iedereen is ontvangen, en stelt zij dat er nog onvoldoende aandacht is voor toegankelijkheid in de openbare ruimte. Ze vraagt hoe dit geborgd wordt, en verzoekt de wethouder om een reactie.

55

60

De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat er een flinke slag is gemaakt en dat er veel werk is verzet, maar hij is nog niet overtuigd van de nut en noodzaak van deze stedenbouwvisie. Zijn twijfel begint al bij de inleiding, waarin staat dat Utrecht bij verdichting bestaat uit stedelijke blokken. Volgens hem bestaat de welstandsnota uit twaalf gebiedstypes, en komt daarin bijvoorbeeld lintbebouwing voor, wat volgens hem juist een van de meest karakteristieke vormen van bebouwing in de stad is. Dit komt niet terug in de nota, en daarmee is de onderbouwing wat hem betreft niet compleet. Hij pleit voor aanpassing. Pagina 17 van 34

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=ecb8f01f-96d8-4caa-a272-05333b4a243b