CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Conceptverslag Commissie Onderwijs werk en economie 1 september 2022.docx

Commissie Volksgezondheid, Onderwijs, Werk en Economie (2022-2026) 29 september 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Verslagen19.496 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Verslag openbare ochtendvergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie 5

10

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

1 september 2022 Stadhuishal, stadhuis mw. I.B. Koren (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen 15

20

De voorzitter, mw. I. Hornsveld, de wethouder, mw. S. Schilderman, de leden, dhr. R. Peters (D66), dhr. F. van der Star (PVV), mw. L. Snippe (PvdD), mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. B. van Steeg (CDA), mw. H. Assen (PvdA), dhr. J. Otto (EenUtrecht), dhr. M. Talhaoui (PvdA), dhr. A. Stam (Volt), dhr. I. Simşek (DENK), mw. B. Chirino (ChristenUnie), mw. M. Fattal (GroenLinks), mw. N. Oul Fakir (BIJ1), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. S. van den Brink (Student&Starter), de commissiegriffier, dhr. J. Schueler.

Afwezigen

Er zijn geen afwezigen gemeld.

Verslag commissie Onderwijs, Werk en Economie

25

1. Opening en mededelingen ............................................................................................................1 2. Vaststellen van de agenda van 1 september 2022 .......................................................................2 3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) ................................................................2 4. Verslagen ......................................................................................................................................3 5. Toezeggingen/moties ....................................................................................................................3 6. Raadsbrief Update flitsbezorgers en Beantwoording van schriftelijke vragen 2022-38 en 202239 over de (opkomst van) flitsbezorg-diensten .................................................................................3 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................12

30

1. Opening en mededelingen 35

De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet iedereen van harte welkom. Allereerst staat zij stil bij het overlijden van de gewaardeerde griffiemedewerkster mevrouw Ine Arets. Er wordt een kort moment van stilte gehouden. Vervolgens vertelt de voorzitter dat vorige week in een werksessie met elkaar is gesproken over belangrijke thema’s en dat de voorzitter, de plaatsvervangend voorzitter en de griffier binnenkort met een terugkoppeling komen en met een voorstel voor het vervolg. Bestaanszekerheid is als thema genoemd en de voorzitter inventariseert of de commissie nu al wil vaststellen dat hier een debat over georganiseerd moet worden. De Pagina 1 van 30

voorzitter concludeert dat de commissie het onderwerp bestaanszekerheid wil agenderen voor een debat voor de volgende commissievergadering en dat in de commissievergadering daarna, de armoedemonitor besproken zal worden. 5

10

15

20

25

30

Wethouder Schilderman deelt mee, dat een reactie op de meerjaren strategie van de ROM aan de commissie zal worden toegestuurd. Deze reactie komt in de vorm van een raadsvoorstel en het college zal daarbij het verzoek doen om een raadsinformatiebijeenkomst te houden. De wethouder wijst erop, dat dit raadsvoorstel een fatale termijn bevat en dat dit tijdens de commissie van 17 november uiterlijk behandeld dient te worden. Vervolgens geeft zij aan, dat wethouder Eerenberg twee mededelingen heeft met betrekking tot de verordening leerlingenvervoer. Ten eerste meldt de wethouder dat zoals in het raadsvoorstel te lezen staat, de inhoudelijk behandeling van deze verordening in de commissie van OWE op 29 september zou moeten plaatsvinden vanwege de in werking treding. Dit komt doordat de verordening referendabel is en hierdoor is een vijf wekentermijn van intreding van toepassing. Als de verordening op 1 januari 2023 in werking moet treden, dan is het nodig dat de inhoudelijke behandeling in de commissie plaatsvindt op 29 september en behandeling in de raad op 13 oktober. Ten tweede wordt een aantal aanpassingen gedaan vanwege de inwerkingtreding van een nieuwe wet op het voortgezet onderwijs. De verordening voor het leerlingenvervoer verwijst daar naar en op basis daarvan zal er op korte termijn een strekt ter vervanging komen.

De voorzitter inventariseert of de commissie de verordening leerlingenvervoer inderdaad op 29 september wil behandelen. Mevrouw Assen (PvdA) geeft aan dat zij een aantal vragen ambtelijk heeft uitstaan omdat het lastig inschatten was wat de consequenties zijn van de verordening. Daarnaast wilde zij het onderwerp breder agenderen. Zij heeft begrepen dat de verordening eerder in kan gaan dan dat de raadsinformatiebijeenkomst over leerlingenvervoer in de breedte wordt gehouden. Verder geeft zij aan, dat een dergelijke brief in het vervolg mogelijk beter eerder kan komen. Wethouder Schilderman geeft aan dit signaal te begrijpen. Er zal besproken worden of er mogelijkheden zijn om een en ander in het vervolg eerder te doen.

2. Vaststellen van de agenda van 1 september 2022 De voorzitter concludeert dat de agenda is vastgesteld.

35

40

3. Vaststellen van ingekomen agenderingen (Procedure) De voorzitter loopt de agenderingen langs.

3.1. Raadsvoorstel Verordening bekostiging leerlingenvervoer De voorzitter stelt voor dit raadsvoorstel te bespreken in 15 minuten op de agenda van 29 september. Mevrouw Vermeulen (GroenLinks) denkt aan een behandeltijd van 45 minuten. Mevrouw Assen (PvdA) sluit aan bij het voorstel van GroenLinks.

45

50

55

De voorzitter concludeert dat een behandeltijd van 45 minuten wordt gereserveerd voor dit raadsvoorstel op de agenda van 29 september. 3.2. Agenderingen ter plaatse op basis van de lijst ingekomen raadsbrieven De voorzitter inventariseert of er agenderingen ter plaatse zijn. Mevrouw Assen (PvdA) wil het inhoudelijke onderwerp leerlingenvervoer agenderen voor een raadsinformatiebijeenkomst en waarschijnlijk ook voor een commissiebehandeling. Voor de raadsinformatiebijeenkomst zou zij graag anderhalf uur uittrekken. De voorzitter concludeert dat de raadsinformatiebijeenkomst op 1 november gehouden zou kunnen worden. Pagina 2 van 30

Mevrouw Assen (PvdA) zegt dat haar collega mevrouw Raaijmakers de armoedemonitor wil agenderen voor een commissiedebat. 5

10

De voorzitter concludeert dat het commissiedebat over de armoedemonitor wordt geagendeerd voor de vergadering van 29 september en dat een behandeltijd van 90 minuten wordt gereserveerd. Vervolgens constateert de voorzitter dat de raadsinformatiebijeenkomst over de ROM ook op 29 september gehouden zal worden en dat met betrekking tot het inwerkprogramma Werk&Inkomen nog naar een geschikt moment wordt gezocht. Hier wordt op teruggekomen. De heer Stam (Volt) vraagt of de raadsinformatiebijeenkomst over de ROM op 1 november geagendeerd kan worden. De heer Peters (D66) geeft aan dat hij deze samen met de heer Stam wil agenderen.

15

De voorzitter constateert dat de raadsinformatiebijeenkomst over de ROM op 1 november geagendeerd wordt. De eerstvolgende commissievergadering is dan op 17 november.

4. Verslagen 20

Ter vaststelling: - Concept Verslag openbare vergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie van 2 juni 2022 De voorzitter concludeert dat het verslag is vastgesteld.

5. Toezeggingen/moties

De voorzitter inventariseert of er opmerkingen zijn. 25

Mevrouw Assen (PvdA) heeft een opmerking over de toezeggingen 22T7 en 21/2544 over voorschoolse educatie. Er staat dat deze punten zijn afgehandeld in de raadsbrief van 6 juli maar deze analyse deelt de PvdA niet. De fractie vraagt daarom of deze op de lijst kunnen blijven staan. Er komen namelijk nog andere brieven uit voort in het vierde kwartaal.

30

De voorzitter komt terug op het inwerkprogramma en geeft aan dat dit wordt gepland op 29 september. Hier komt nog bericht over.

35

40

45

50

6. Raadsbrief Update flitsbezorgers en Beantwoording van schriftelijke vragen 2022-38 en 2022-39 over de (opkomst van) flitsbezorgdiensten

De voorzitter constateert dat er een aantal meldingen van overlast rondom flitsbezorgers zijn gedaan. Voor de zomer hebben de fracties hierover een raadsinformatiebijeenkomst georganiseerd. De agenderende fracties willen vandaag in debat over de bestaande kaders en de kaders die ontwikkeld moeten worden om paal en perk te stellen aan de overlast. Mevrouw Fattal (GroenLinks) zegt dat de GroenLinks-fractie kritisch is op de komst van platformbedrijven als flitsbezorgers in de stad. De fractie heeft zorgen over leefbaarheid, verkeersveiligheid en arbeidsomstandigheden van koeriers. De heer Peters (D66) vraagt mevrouw Fattal een toelichting te geven in relatie tot de arbeidsomstandigheden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) geeft aan dat de arbeidsinspectie vorig jaar onderzoek heeft gedaan naar de arbeidsomstandigheden van koeriers bij flitsbezorgdiensten. Het rapport kan zij, indien gewenst, toesturen. Zij vervolgt haar betoog. Flitsbezorging is gericht op groei en niet op winst. De vraag is, wat dit betekent voor de werknemers. De arbeidsomstandigheden zijn onder de maat, ook volgens de arbeidsinspectie. Het is mooi dat flitsbezorgers inmiddels een gedragscode hebben opgesteld waarin onder andere de arbeidsomstandigheden van werknemers zijn geregeld.

Hier staat bijvoorbeeld in, dat de veiligheid van personeel de hoogste prioriteit heeft en dat de maximale snelheid van e-bikes is begrensd. GroenLinks vraagt zich alleen af of hoe hier toezicht Pagina 3 van 30

op wordt gehouden en hoe er gehandhaafd wordt. Het is immers de vraag hoe deze inzet samen kan bestaan met de tien minutenbelofte. Kan de gemeente in gesprek gaan om de ‘tienminutendroom’ in te perken om de veiligheid te vergroten? 5

10

15

20

25

30

35

De heer Stam (Volt) zegt dat hij van een aantal flitsbezorgers heeft begrepen dat de tienminutenbelofte al is afgeschaft. Mevrouw Fattal (GroenLinks) beaamt dat dit voor een deel klopt. De marketing is inderdaad wat soepeler geworden en GroenLinks is benieuwd of die tien minuten nog steeds in het businessmodel naar voren komen. Verder verhaalt durfkapitaal het risico ook op de consument. De prijzen gaan op een gegeven moment omhoog net zoals bij bijvoorbeeld Uber het geval was. Ten slotte gaan platformbedrijven niet veilig om met onze data. De heer Peters (D66) vraagt of GroenLinks ook ziet dat de markt zichzelf corrigeert. Anderhalf jaar geleden waren er bijvoorbeeld veel meer flitsbezorgers. Mevrouw Fattal (GroenLinks) zegt dit beeld niet te herkennen. Zij ziet niet dat de markt zichzelf corrigeert. In de grote gemeentes is actief beleid gevoerd om overlast terug te draaien. Zij vervolgt haar bijdrage. Dichte gevels gaan rechtstreeks in tegen het beleid om te komen tot een leefbare stad. Sommige ‘dark stores’ bouwen zichzelf om tot een volwaardige supermarkt of brengen kunst of groen aan om de leefbaarheid te vergroten. Hoe kunnen andere ‘dark stores’ hiertoe bewogen worden? De inzet die wordt gepleegd mag erkent worden maar de situatie is nog verre van perfect.

Flink heeft bijvoorbeeld veruit de meeste meldingen van overlast en hoewel er volgens bewoners wel een dialoog is met Flink, worden de afspraken niet altijd gehonoreerd. Klopt dat en zijn er verbeteringen geweest? Veel omwonenden hebben ook last van de late sluitingstijden. Waarom wordt voor flitsbezorgdiensten niet dezelfde sluitingstijd als voor supermarkten gehanteerd en wat kan worden gedaan om juist die sluitingstijd op te leggen bij bestaande panden in woonwijken waar overlast het grootst is? Verder is het effect van flitsbezorging op circulariteit nog niet helemaal duidelijk. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt op dat flitsbezorgdiensten volgens haar vallen onder de categorie distributiecentra. Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat mevrouw Chirino gelijk heeft maar dat de feitelijke output hetzelfde is: mensen doen boodschappen. De heer Simsek (DENK) vraagt of maaltijdbezorgers ook om dezelfde tijd moeten stoppen als flitsbezorgers.

40

Mevrouw Fattal (GroenLinks) vindt deze twee minder goed met elkaar te vergelijken. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of niet eerst gesproken moet worden over waar flitsbezorging zou moeten komen voordat wordt gekeken naar eventuele beperkingen.

45

Mevrouw Fattal (GroenLinks) antwoordt dat die twee zaken met elkaar verbonden zijn. De heer Van Steeg (CDA) vraagt of er een convenant met de gemeente moet komen waarin een eindtijd voor de bezorging kan worden opgenomen.

50

Mevrouw Fattal (GroenLinks) zegt dat zij een voorstander is van een convenant. Als flitsbezorgers op bedrijventerreinen zouden neerstrijken waar er minder last is voor omwonenden, dan zouden de sluitingstijden wellicht ruimer kunnen zijn.

55

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat vanuit een industrieterrein verder gereden moet worden. Als de bezorgtijden dan worden verruimd, wordt nog later bij mensen thuis gekomen.

60

Mevrouw Fattal (GroenLinks) vindt dat niet alle vervoersbewegingen overlast opleveren. Tot slot de effecten van flitsbezorging op circulariteit. Kunnen er afspraken worden gemaakt over bijvoorbeeld het mee terugbrengen van papierentassen? Ingrijpen is noodzakelijk en GroenLinks is blij met het voorbereidingsbesluit. Toch kan er meer worden gedaan dan het opstellen van Pagina 4 van 30

dwingend beleid. Een convenant kan ook bepaalde zaken regelen. Is de wethouder bereid om die weg te verkennen? 5

10

15

20

25

De heer Peters (D66) zegt dat de bedrijvigheid van flitsbezorgdiensten vernieuwend is en een merkbare impact heeft op de stad. D66 vindt het van belang om met een open blik naar ondernemers en onze stad te kijken. De belangen van ondernemers dienen te worden afgewogen tegen de wensen van de inwoners. D66 vindt niet dat flitsbezorgers moeten worden geweerd uit de stad. Er dient gekeken te worden naar het specifiek reguleren van flitsbezorgdiensten zonder dat deze tak van detailhandel onevenredig hard wordt geraakt waardoor een ongelijk speelveld wordt gecreëerd. Vrije vestiging is een groot goed. Hiermee blijft de Utrechtse bedrijvigheid dynamisch en competitief. Tegelijkertijd moet men niet de ogen sluiten voor wat de komst van flitsbezorgdiensten doet met de stad. ‘Darkstores’ leiden op een aantal plekken tot overlast. Het is fijn dat het voorbereidingsbesluit hier al iets tegen heeft gedaan. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of D66 beweert dat er nu geen overlast meer is. En wat denkt die partij over het beperken van de sluitingstijd tot 21.00 uur? De heer Peters (D66) beweert niet dat er nu geen overlast is. Er dient gekeken te worden hoe die tegen kan worden gegaan zonder dat een specifieke tak van de Utrechtse economie wordt geraakt. Verder ziet D66 geen heil in vroegere sluitingstijden. De grootste overlast bij ‘dark stores’ wordt gegenereerd door de toeleveranciers.

Hiervoor dienen eisen en venstertijden te worden opgesteld. Mevrouw Snippe (PvdD) merkt op dat er ook overlast wordt ervaren door bezorgers die nog laat in de weer zijn. De heer Peters (D66) zegt dat in gesprek moet worden gegaan met de flitsbezorgdiensten om iets aan de overlast te doen.

30

35

40

45

50

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat de sluitingstijden, die nu ongeveer op 23.00 of 24.00 uur liggen, eigenlijk gelijk getrokken moeten worden. De heer Peters (D66) zegt dat D66 zich daar wel in kan vinden. Ten slotte nog een aantal vragen. Kan de wethouder aangeven of de overlast sinds het voorbereidingsbesluit is afgenomen en of er actief op wordt gehandhaafd? Daarnaast vraagt de fractie of de wethouder binnen het huidige beleid nog mogelijkheden ziet om overlast van toeleveranciers en de vervuiling van het straatbeeld tegen te gaan. Mevrouw Snippe (PvdD) sluit allereerst graag aan bij de opmerkingen en vragen over de arbeidsomstandigheden en de vermindering van het afval van GroenLinks. Daarnaast vindt de PvdD een convenant interessant. Verder is de PvdD kritisch op flitsbezorgdiensten. Hoe beoordeelt de wethouder de huidige situatie met betrekking tot verkeersveiligheid? De fractie denkt in dit verband dat als flitsbezorgdiensten op bedrijventerreinen komen, er nog meer verkeersonveilige situaties gaan ontstaan omdat binnen een bepaalde tijd geleverd moet worden. De heer Van Steeg (CDA) vindt ook dat er meer verkeersonveiligheid ontstaat als flitsbezorgdiensten buiten de stad worden gezet. Hij vraagt zich af tot welke conclusie dit leidt.

Hoe kijkt de PvdD aan tegen vestiging in lokale winkelcentra? Mevrouw Snippe (PvdD) geeft aan dat de PvdD geen voorstander is van flitsbezorgdiensten maar dat de partij deze liever ziet op bedrijventerreinen dan in woonwijken, al is de verkeersveiligheid daarbij een punt van zorg.

55

De heer Van Steeg (CDA) constateert dat de PvdD geen oplossing biedt voor het probleem van de verkeersveiligheid.

60

Mevrouw Snippe (PvdD) zegt dat de PvdD vindt, dat flitsbezorging kan worden geschaard onder het toppunt van consumentisme. Tijdens een werkbezoek is gebleken dat er door flitsbezorgdiensten hard wordt gewerkt om de bedrijfsvoering te verbeteren. De bereidwilligheid is te zien maar toch blijven de problemen bestaan. De fractie vindt daarom dat de sluitingstijd voor Pagina 5 van 30

alle flitsbezorgdiensten gelijk dient te zijn. Flitsbezorgers in woonwijken zouden om 21.00 uur moeten sluiten. 5

10

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt wat gedaan moet worden met de overlast overdag. Mevrouw Snippe (PvdD) antwoordt dat die ook opgelost moet worden. Er dient maatwerk te worden geleverd. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt of de sluitingstijd van 21.00 uur dan ook geldt voor pizzabezorgers en andere restaurants. Mevrouw Snippe (PvdD) zegt dat de maatregel die de PvdD voorstelt, betrekking heeft op flitsbezorgdiensten.

15

20

De heer Stam (Volt) vraagt hoe de sluitingstijd van 21.00 uur uitgelegd moet worden aan de sector als om 22.00 uur ’s avonds wel een warme pizza besteld kan worden. Mevrouw Snippe (PvdD) denkt dat het goed is om met de fracties te bespreken wat een acceptabele sluitingstijd is. Zij vraagt de fracties te reageren op het voorstel voor een vervroegde sluitingstijd. De PvdD wil ook graag een reactie van de wethouder. De heer Talhaoui (PvdA) zegt dat de PvdA het belangrijk vindt, dat er regels komen voor flitsbezorgdiensten. Ten eerste dient de vestiging midden in wijken tegen te worden gegaan.

25

30

35

40

45

De heer Peters (D66) vraagt of de PvdA ervan op de hoogte is dat dit al staand beleid is. Het voorbereidingsbesluit zorgt hiervoor. De heer Talhaoui (PvdA) zegt dat het hierbij gaat om nieuwe bedrijven. Het gaat de PvdA ook om bestaande bedrijven. Ten tweede dient er een convenant te worden getekend met de flitsbezorgdiensten en ten derde dient het plaatsen van bedrijfsfietsen in de publieke ruimte tegen te worden gegaan. Vervolgens de sluitingstijden. De PvdA ziet de bedrijven het liefst naar bedrijventerreinen gaan. Er hoeft dan minder gedaan te worden aan de sluitingstijden. Als het niet anders kan qua handhaving dan zou de PvdA wel mee kunnen gaan met een aanpassing van de sluitingstijden. De heer Peters (D66) vraagt of de PvdA ook vindt, dat de detailhandel en flitsbezorgdiensten op zijn minst gelijk behandeld moeten worden. De heer Talhaoui (PvdA) denkt niet dat detailhandel en flitsbezorgdiensten gelijk getrokken dienen te worden. De klachten die er zijn, gaan niet over supermarkten. De PvdA vindt dat het bedrijfsmodel van flitsbezorgdiensten geen houdbaar model is. Het is inherent aan overlast. Toch wil de PvdA de diensten die het goed doen behouden maar dan aan de randen van de stad. De heer Simsek (DENK) vraagt zich af of niet beter gesleuteld kan worden aan de voorwaarden waaronder flitsbezorging plaats mag vinden.

Mevrouw Snippe (PvdD) vindt ook dat als er geen klachten worden gemeld, dit niet betekent dat er geen klachten zijn. Een vroege sluitingstijd kan hierbij zinvol zijn.

50

De heer Stam (Volt) zegt dat Volt kritisch is op flitsbezorging. De fractie vraagt wat de wethouder vindt van de termijn waarop de gemeente heeft gereageerd op de komst van deze sector en wat beter gedaan had kunnen worden.

55

De heer Peters (D66) vraagt of Volt ook vindt dat de stad ruimte moet laten voor nieuw soortige bedrijvigheid.

60

De heer Stam (Volt) antwoordt bevestigend. Flitsbezorging kan binnen de juiste kaders ook wel van toegevoegde waarde zijn. De gemeente dient alleen tijdig kaders te stellen. Verder is inmiddels te zien, dat er al veel is verbeterd in de sector. Echter, aandacht blijft nodig. Er dienen regels te komen. Zo dient de locatie bijvoorbeeld niet direct te grenzen aan een woning maar deze Pagina 6 van 30

dient wel in de buurt daarvan te kunnen komen zodat het bedrijfsmodel houdbaar blijft. Als voorbeeld noemt Volt de vestiging aan de Beneluxlaan. 5

10

15

20

25

30

35

40

45

De heer Peters (D66) merkt op dat als een Jumbo met een flitsbezorgbedrijf gaat samenwerken dat het handig is om het geheel als detailhandel te zien. De heer Stam (Volt) zegt dat het dan gaat om een vermenging van bedrijfsfuncties op een locatie. Binnenkort is hier een ander gesprek over in het kader van ‘blurring’. Volt vindt dat er regels moeten komen voor de arbeidscontracten van de flitsbezorgbedrijven maar vindt dat dit niet de taak van de raad is. Dit is de taak van het Rijk. De taak van de raad is, om de belangen van de inwoners te beschermen. De raad kan dit doen door regels te stellen waardoor de lokale uitwerking van deze bedrijfstak wordt ingedamd. Volt heeft al aangegeven dat er regels moeten komen omtrent de locatie. Daarnaast moeten er ook regels komen voor de bezorging naar de winkel toe, geluidsoverlast voor omwonenden, de kwaliteit van de gevel, de aanspreekbaarheid van het personeel en de openings- en sluitingstijden. Volt heeft niet direct een voorstel voor de openings- en sluitingstijden. Ten slotte dient voor de sector helder te zijn aan welke regels zij moet voldoen en dat als zij daaraan voldoet zij toestemming krijgt om zich te vestigen.

Hoe kijkt de wethouder aan tegen de genoemde criteria en naar de vestigingsafstand tot woningen? Met betrekking tot de vestigingsafstand vraagt de fractie, of de wethouder bereid is te zoeken naar maatwerkoplossingen en hoe die zich verhouden tot het geven van duidelijkheid aan de sector. De heer Van der Star (PVV) zegt dat de PVV de zorgen deelt over de overlast die wordt ervaren door de flitsbezorgbedrijven. De groei van deze ketens moet kunnen maar wel gecontroleerd en dient gericht te zijn op het tegengaan van overlast. Er dienen duidelijke regels te zijn en deze dienen te worden gehandhaafd. De PVV merkt op dat de groei van dit soort ketens het gevolg is van het volbouwen van de stad. Verder verwacht de fractie duidelijke kaders voor de inrichting van de voorgevels. De heer Van Steeg (CDA) deelt de frustratie van Volt met betrekking tot de late reactie van de gemeente. Inmiddels is er een voorbereidingsbesluit genomen maar de problemen die flitsbezorgbedrijven veroorzaken dienen te worden aangepakt en dat gebeurt nog onvoldoende. Vervolgens zegt het CDA tegen inwoners dat het ontvangen van je boodschappen best iets langer mag duren dan vijf, tien of vijftien minuten. Verder zijn drie thema’s belangrijk. Het eerste thema is verkeersveiligheid en de fractie vindt dat het dwingen van de bedrijven naar bedrijventerreinen zorgt voor meer verkeersonveiligheid.

Het tweede thema betreft de sluitingstijden. Het CDA vindt: gelijke monniken, gelijke kappen. In een convenant dient hier een afspraak over te worden gemaakt. De heer Talhaoui (PvdA) denkt dat er juist minder verkeersonveiligheid ontstaat als de bedrijven naar de randen van de stad gaan. Op fietspaden kan rechtdoor worden gereden en op grote wegen kan de wijken in worden gegaan. De heer Van Steeg (CDA) denkt dat verder gereden moet worden en daarnaast is het de bedoeling dat de klant snel bereikt wordt. Bestellingen kunnen daardoor moeilijk worden gebundeld. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of een eventueel convenant dan gaat over alle bezorging of alleen over flitsbezorging.

50

55

60

De heer Van Steeg (CDA) herhaalt dat het CDA vindt: gelijke monniken, gelijke kappen. Daarnaast hebben de flitsbezorgers zelf al een gedragscode opgesteld. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of het gesprek met de gemeente tweezijdig gaat zijn of dat de gemeente met een aantal eisen gaat komen. De heer Van Steeg (CDA) vindt het logisch dat de gemeente een aantal eisen heeft. Daarnaast is het uiteraard een gesprek van twee kanten. Het derde thema is de toegankelijkheid van de stad. Bij veel panden staan de stoepen vol. Tot slot zal misschien een samenwerking met supermarkten de beste oplossing zijn. Pagina 7 van 30

De heer Peters (D66) ziet daar ook kansen liggen. Een risico is wel, dat de verkeersbewegingen bij een supermarkt worden geïntensiveerd. 5

10

De heer Van Steeg (CDA) merkt op dat hier ook afspraken over gemaakt zullen moeten worden. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt hoe het CDA een en ander voor zich ziet als flitsbezorgbedrijven nog steeds in woonwijken zitten. De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat de flitsbezorgdiensten niet meer in woonwijken moeten komen. Verder hoort hij graag van de wethouder hoe het nu staat met de klachten die er zijn. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt op dat supermarkten die mogelijk een samenwerking kunnen aangaan met flitsbezorgbedrijven vaak in woonwijken zitten.

15

20

De heer Van Steeg (CDA) denkt dat door het maken van deze combinatie de problemen makkelijker zijn op te lossen. De heer Simşek (DENK) zegt dat DENK innovatief ondernemen in principe toejuicht en vindt dat de grondhouding van het college jegens flitsbezorging in principe positief hoort te zijn. De fractie is wel op de hoogte van de problemen. Echter, het verbannen van flitsbezorgdiensten naar industrieterreinen zou het bedrijfsconcept onmogelijk maken en kan leiden tot gevaarlijke situaties doordat bezorgers geneigd zijn om harder te fietsen.

25

Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of DENK het met de ChristenUnie eens is, dat de belangen van inwoners eerst komen en daarna pas een bedrijfsconcept.

30

De heer Simşek (DENK) vindt dat rekening gehouden moet worden met de belangen van inwoners. Tegelijkertijd hebben inwoners ook belang bij snelle boodschappen en werkgelegenheid. DENK vindt dat eerst meer ruimte moet zijn voor verkenning. Wellicht kunnen de flitsbezorgdiensten zich bijvoorbeeld vestigen in winkelcentra. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) vraagt of een verkenning van twee jaar niet voldoende is.

35

40

45

De heer Simşek (DENK) antwoordt dat de kaders nog niet duidelijk zijn. Hij vervolgt zijn betoog. Het mobiliteitsbeleid is er op gericht om drukte op fietspaden te vermijden en een en ander rondom flitsbezorgdiensten wordt hierin meegenomen. In hoeverre worden andere ondernemingen hier ook in meegenomen? Tot slot is een veel gehoord bezwaar de ondoorzichtige gevels. DENK ziet graag dat distributiecentra van flitsbezorgers de gevel afdekken met iets moois. Mevrouw Snippe (PvdD) vraagt of er niet meer aandacht moet komen voor de overlast die omwonenden ervaren. De heer Simşek (DENK) antwoordt dat dit inderdaad nodig is. Per locatie dient daarom maatwerk te worden geleverd. DENK vindt overigens niet dat er een generieke maatregel moet komen voor sluitingstijden. Mevrouw Snippe (PvdD) heeft de indruk dat de prioriteit van DENK ligt bij de belangen van de ondernemers. Klopt dat?

50

55

60

De heer Simşek (DENK) verduidelijkt dat er geen generieke maatregelen genomen moeten worden om een groep ondernemers uit te bannen en dat overlast zoveel mogelijk beperkt dient te worden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) merkt op dat het bij detailhandel de bedoeling is, dat mensen een winkel binnen kunnen lopen. Bij ‘dark stores’ kan dat niet. Deze horen dan toch niet thuis bij de detailhandel. De heer Simşek (DENK) denkt dat het essentieel is voor de bedrijfstak om zich ook in winkelgebieden te kunnen vestigen. Hierbij is het belangrijk dat een mooie gevel wordt gecreëerd. Pagina 8 van 30

10

Mevrouw Chirino (ChristenUnie) zegt dat voor de ChristenUnie flitsbezorging niet past binnen datgene wat wordt verstaan onder gezond stedelijk leven. De fractie vindt dat flitsbezorgdiensten zoveel mogelijk buiten de woonwijk en de buiten winkelstraat gevestigd moeten worden. Er kan gedacht worden aan industrieterreinen, plekken waar weinig hinder kan worden ervaren of plekken aan de rand van de stad. Hieromtrent sluit de ChristenUnie aan bij vragen van de PvdD over verkeersveiligheid. Daarnaast is het belangrijk te letten op de druk bij handhaving. Wat zijn precies de knelpunten bij VTH? Tot slot sluit de fractie aan bij de suggesties om in gesprek te blijven onder andere via het convenant. Het is ook belangrijk om vooruit te kijken naar het zakelijk fietsparkeren, de sluitingstijden, het laden en lossen, het bevorderen van duurzaamheid en het bewerken van afval.

15

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de flitsbezorging een ontwikkeling is van deze tijd. De VVD ziet de behoefte hieraan maar tegelijkertijd zijn er steeds vaker klachten over deze diensten. Er dient dan ook gekeken te worden naar hoe bezorgdiensten in de stad passen terwijl de leefbaarheid wordt behouden.

5

Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt op dat supermarkten ook bezorgen. Flitsbezorgers zijn eigenlijk niet nodig. 20

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat het concept anders is. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) merkt op, dat soms geaccepteerd moet worden dat niet alles binnen tien minuten te krijgen is.

25

30

35

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) zegt dat de VVD vraag en aanbod zoveel mogelijk samen wil brengen maar wel met een aantal regels. Zij vervolgt haar bijdrage. Wat vindt de wethouder ervan om ‘dark stores’ te zien als distributiecentra en niet als winkels? De VVD-fractie denkt dat met deze uitgangspositie veel overlast in woonwijken voorkomen kan worden. Verder ondersteunt de fractie dat het college de in bestemmingsplannen een en ander wil verbeteren zodat bezorgdiensten zich niet zonder vergunning in een leegstaande winkel kunnen vestigen. Vervolgens vindt de fractie dat men af moet van het idee dat binnen een paar minuten boodschappen bezorgd moeten kunnen worden. Dit is niet werkbaar en geen veilig uitgangspunt voor de bezorgers. Kan de gemeente hierover in gesprek met de bezorgdiensten? Ten slotte wil de VVD dat er zo snel mogelijk duidelijk komt over het kader voor flitsbezorging. Kan de wethouder toezeggen dat er binnen drie maanden een nieuw bestemmingsplan ligt zodat de raad daar tijdig over kan besluiten?

40

De heer Otto (EenUtrecht) geeft aan al veel goede dingen te hebben gehoord met name van Volt. Als later blijkt dat er toch flitsbezorgers komen in gebieden waar mensen wonen, dan vindt EenUtrecht dat bewoners hiermee dienen in te stemmen. Dan de sluitingstijd van 21.00 uur die de PvdD opperde. Het lijkt discriminerend om een groep uit te sluiten van bezorging na 21.00 uur. Tot slot vraagt EenUtrecht aan de wethouder of het klopt dat er een projectleider is aangesteld die de komende tijd inventariseert wat er allemaal speelt. Zo ja, wat is de status daarvan en op welke termijn komt deze projectleider met zijn bevindingen en hoe komen die bij de commissie?

45

De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten.

50

55

60

Wethouder Schilderman gaat allereerst in op het bestemmingsplankader. Het ruimtelijk ordeningsbeleid stelt dat het gebruik van een locatie aan moet sluiten bij een bestemming. Hetzelfde is het geval voor flitsbezorgdiensten. Zij dienen zich te vestigen op een plaats die aansluit bij de bestemming. In dit geval heeft het college bepaald dat de flitsbezorgingsdiensten distributiebedrijven zijn. De flitsbezorgdiensten vinden zelf, dat zij detailhandel zijn maar de definitie van detailhandel wekt echter de suggestie dat iemand op de locatie komt en er iets kan kopen. Bij flitsbezorgdiensten is dit niet het geval. Dit betekent dat een flitsbezorgdienst zich alleen mag vestigen op een plek met de bestemming distributie zoals bij Lage Weide en Papendorp. Dit betekent niet dat een flitsbezorgdienst nergens anders is toegestaan. Er kan altijd een omgevingsvergunning worden gegeven waarin afgeweken wordt van het bestemmingsplan. Hier moet wel een aanvraag toe worden gedaan en die wordt dan beoordeeld. Een heel aantal flitsbezorgdiensten die er nu is in Utrecht, voldoen niet aan het bestemmingsplan en hebben ook geen omgevingsvergunning. Dit is ook de reden waarom er nu wordt gehandhaafd en dit gebeurt puur op basis van de bestemming en een en ander is verder verduidelijkt in het Pagina 9 van 30

5

10

15

20

voorbereidingsbesluit dat begin dit jaar is genomen. Een voorbereidingsbesluit bevriest de juridische situatie voor een jaar en in die tijd wordt een bestemmingsplan gemaakt. Dit bestemmingsplan is al gemaakt en heeft al ter inzage gelegen en zal waarschijnlijk in oktober naar de commissie komen. Vervolgens zal handhaving plaatsvinden op plekken waar flitsbezorgdiensten illegaal gevestigd zijn. Verder wordt er gewerkt aan nieuwe beleidsregels en hier is inderdaad een projectleider voor aangesteld en die zal maandagochtend om 9.00 uur starten. GroenLinks stelde een vraag over de tien minutenbelofte. Op dit moment is het zo, dat de flitsbezorgdiensten al minder uitgaan van het tien minuten bezorgmodel. GroenLinks vroeg ook of zij in gesprek zou willen gaan over het mooier maken van gevels. Als er een aanvraag wordt gedaan voor een omgevingsvergunning, wordt eerst gekeken of een en ander in brede zin past en daarna kan ook worden gesproken hoe wordt omgegaan met de gevel. De wethouder wijst erop dat flitsbezorgdiensten zich wellicht beter aan de achterkant van een winkelcentrum kunnen vestigen dan achter een winkelruit. GroenLinks vroeg ook naar Flink. Er is veel bereidheid om met bewoners in gesprek te gaan en in sommige gevallen is de situatie inderdaad verbetert. Er zijn ook vragen gesteld over sluitingstijden.

GroenLinks vroeg of de sluitingstijden van de supermarkt niet hetzelfde zijn als die van de flitsbezorgers. Dit is niet het geval want op dit moment is een flitsbezorgdienst geen supermarkt en daarmee voldoen zij niet aan dezelfde soort regels. Een supermarkt kent meestal een sluitingstijd tussen 20.00 en 22.00 uur. Het college vindt het niet logisch om aan te sluiten bij de sluitingstijd van supermarkten omdat die dienen aan te sluiten op de omgeving. Mevrouw Fattal (GroenLinks) vraagt welke sluitingstijden wel worden gehanteerd in de gesprekken met flitsbezorgers.

25

30

35

40

Wethouder Schilderman antwoordt dat op dit moment juridisch onderzocht wordt wat een logische sluitingstijd zou zijn. Op dit moment gelden die voor bevoorrading en dan gaat het om de tijd tussen 7.00 en 19.00 uur. GroenLinks vroeg naar circulariteit en de mogelijkheid om afval terug te dringen. Afspraken op dit gebied zijn op dit moment afhankelijk van bereidwilligheid. Vervolgens gaat de wethouder in op de arbeidsomstandigheden. De wethouder geeft aan dat de gemeente geen bevoegd gezag is als het gaat om arbeidsomstandigheden. Het sluiten van een convenant op dit gebied, raadt zij dan ook af omdat de inspectie over arbeidsomstandigheden gaat en anders de suggestie gewekt wordt dat de gemeente zou kunnen handhaven hierop. De gemeente kan alleen op basis van een bestemmingsplan handhaven. D66 vroeg of meldingen rondom flitsbezorgdiensten sinds het voorbereidingsbesluit zijn afgenomen. In de tijd is te zien dat het aantal minder is geworden maar er lijkt geen causaal verband te zijn met het nemen van het voorbereidingsbesluit. D66 heeft ook gevraagd of er actief wordt gehandhaafd. Dat is het geval. De vestiging aan de Amsterdamse straatweg is bijvoorbeeld gesloten en op meerdere plekken lopen handhavingsprocedures. D66 vroeg ook naar de mogelijkheden om overlast van toeleveranciers en vervuiling tegen te gaan. Bij de aanvraag van een omgevingsvergunning wordt hierover gesproken.

De heer Peters (D66) vraagt of hij goed begrijpt dat de bestaande vestigingen nog een vergunning verleningstraject in zullen gaan.

45

50

55

Wethouder Schilderman antwoordt dat ze niet allemaal per definitie een vergunningstraject in gaan. Er dient sprake te zijn van een aanvraag voor een vergunning. De heer Peters (D66) vraagt hoe de wethouder ervoor zorgt dat overlast en vervuiling wordt tegengegaan op plekken waar overlast wordt ervaren en er geen vergunningsaanvraag loopt. Wethouder Schilderman zegt dat op basis van de meldingen, de handhaving van de illegaal gevestigde bedrijven wordt geprioriteerd. Dit betekent dat als er veel meldingen zijn rondom een flitsbezorgingbedrijf dat niet voldoet aan het bestemmingsplan, dat er een last onder dwangsom zal worden opgelegd. Dit is ook al op een aantal plekken gebeurd. De PvdD had het over de verkeersveiligheid. De situatie rondom de verkeersveiligheid is zorgelijk en heeft de aandacht. Ten aanzien van het debat over het verplaatsen van flitsbezorgdiensten naar bedrijventerreinen merkt de wethouder aanvullend op, dat een bedrijventerrein vaak rustiger is en dat de openbare ruimte daar wat breder is.

Pagina 10 van 30

De heer Van Steeg (CDA) vraagt of er wordt gewerkt aan een soort convenant voor sluitingstijden en verkeersveiligheid. 5

Wethouder Schilderman zegt dat de beleidsregels die worden gemaakt daar antwoord op moeten geven. Of een convenant of beleidsregels logischer zijn, daar twijfelt de wethouder nog over. Verder vinden er gesprekken plaats met de flitsbezorgdiensten. De heer Van Steeg (CDA) vindt het goed te horen dat er gesprekken plaatsvinden.

10

Wethouder Schilderman geeft aan dat in het eerste kwartaal van 2023 de commissie wordt geïnformeerd over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsregel en over de vraag of het nuttig is een convenant te sluiten. Er zal dan worden ingegaan op de afspraken op het gebied van verkeerveiligheid, de sluitingstijden en de gevels.

15

De heer Van Steeg (CDA) antwoordt dat dit laat is als de beleidsregel zelf nu al in oktober komt.

20

Wethouder Schilderman merkt op dat de beleidsregel niet in oktober komt. Het bestemmingsplan komt in oktober en de beleidsregel komt later. De heer Stam (Volt) vraagt de wethouder uit te leggen wat precies het verschil is tussen een bestemmingsplan en een beleidsregel. Wat wordt nu waarin geregeld? De voorzitter constateert dat dit een technische vraag is. Zij vraagt de wethouder kort te antwoorden.

25

30

Wethouder Schilderman legt uit dat in het voorbereidingsbesluit is verduidelijkt hoe de vorm van een bedrijf wordt geclassificeerd. Dit wordt vervolgens verder vastgelegd in een bestemmingsplan maar dit is geen totaal antwoord op hoe gemeente breed wordt omgegaan met flitsbezorging. Een en ander hieromtrent dient vervolgens te landen in de beleidsregels. De PvdA ging in op het tegengaan van vestigingen midden in wijken. Ook op basis van het huidige kader is dit niet zomaar mogelijk. Het zou alleen mogelijk zijn middels een omgevingsvergunning maar de kans dat die hiervoor wordt afgegeven is niet heel groot. De heer Talhaoui (PvdA) vraagt hoe het zit met bestaande flitsbezorgbedrijven.

35

40

45

50

55

60

Wethouder Schilderman antwoordt dat een bestaand bedrijf aan de Winthonlaan legaal vergund is en dat andere flitsbezorgingsbedrijven grotendeels illegaal gevestigd zijn. Hier wordt op gehandhaafd. Volt heeft gevraagd naar de termijn waarop er is gereageerd. De gemeente Utrecht is de eerste gemeente die nu een bestemmingsplan in procedure heeft. De wethouder merkt op dat de gemeente uiteraard graag hiermee nog eerder had willen zijn. Volt heeft gevraagd naar stevige regels met betrekking tot bevoorrading. Als een omgevingsvergunning wordt aangevraagd dan wordt hier naar gekeken. Volt vroeg ook naar maatwerkoplossingen en duidde hiermee op de situatie bij de Beneluxlaan. Hier kan een omgevingsvergunning worden aangevraagd. De heer Stam (Volt) vraagt hoe duidelijk het is voor de sector wanneer een omgevingsvergunning wordt toegekend en wanneer niet. Zijn er heldere criteria? Wethouder Schilderman merkt op dat als een flitsbezorgbedrijf zich vestigt op een locatie waar een bestemming distributiecentrum is, dat dan de zaak geëxploiteerd kan worden. Als gekozen wordt voor een locatie die afwijkt van het bestemmingsplan, dan is het lastig om vooraf zekerheid te geven. De PVV vroeg of aan de voorkant al sprake is geweest van een gesprek. Meestal is voor de vestiging niet gesproken met de gemeente. Op dit moment vinden wel gesprekken plaats.

Het CDA schetste een interessante toekomst waarbij flitsbezorgbedrijven samenwerken met supermarkten. Het college vindt dit ook interessant maar ziet geen mogelijkheid om dit af te dwingen. DENK vroeg of de flitsbezorgdiensten niet gelijkgesteld moeten worden met andere diensten zoals maaltijdbezorgers. Maaltijdbezorging is vaak onderdeel van een andere functie namelijk het eten ter plaatse. Er is dan sprake van een ander bedrijfsmodel. Er bestaan inmiddels ook ‘dark kitchens’ waar alleen gekookt wordt en vervolgens bezorgd. Dit betreft een maatbestemming die niet generiek is toegestaan. In relatie tot de beleidsregels dient hierover te worden gesproken. DENK vroeg ook naar de mogelijkheden om een gevel mooier te maken of gedeeltelijk transparant te maken. Dit is onderwerp van gesprek. Pagina 11 van 30

De heer Otto (EenUtrecht) vindt dat ‘dark kitchens’ erg lijken op ‘dark stores’ als het gaat om de overlast die deze veroorzaken. 5

De heer Talhaoui (PvdA) vraagt hoe beter kan worden geanticipeerd op nieuwe fenomenen. Wethouder Schilderman geeft aan dat zij geen aanleiding heeft om te denken dat ‘dark kitchens’ in opkomst zijn. Deze worden ook niet generiek toegestaan.

10

De heer Van Steeg (CDA) vraagt wat de inzet van de wethouder is ten aanzien van de bedrijven. Wethouder Schilderman geeft aan dat het college de flitsbezorgdiensten als een aanvulling ziet. Er dient alleen gekeken te worden hoe deze ruimtelijk goed kunnen worden ingepast.

15

20

25

De heer Stam (Volt) vraagt of de wethouder een tijdspad kan schetsen voor de handhavingsprocedures die lopen tegen de huidige vestigingen. Wethouder Schilderman antwoordt een tijdspad niet uit haar hoofd te weten. De voorzitter herhaalt de toezegging. Wethouder Schilderman zal in het eerste kwartaal van 2023 de commissie informeren over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsregel en over de vraag of het nuttig is een convenant te sluiten. Er zal dan worden ingegaan op de afspraken op het gebied van verkeerveiligheid, de sluitingstijden en de gevels. De voorzitter schorst de vergadering om 13.05 uur.

LIJST VAN TOEZEGGINGEN 30

Wethouder Schilderman zal met betrekking tot agendapunt 6, Raadsbrief Update flitsbezorgers en Beantwoording van schriftelijke vragen 2022-38 en 2022-39 over de (opkomst van) flitsbezorgdiensten: De raad zal uiterlijk in Q1 2023 geïnformeerd worden over de stand van zaken met betrekking tot de beleidsregels flitsbezorging. In het bijzonder de onderwerpen ten aanzien van de openingstijden, mogelijkheden tot een convenant en de verkeersveiligheid.

Pagina 12 van 30

Verslag openbare middagvergadering commissie Onderwijs, Werk en Economie 5

10

15

Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag

1 september 2022 Raadzaal, stadhuis mw. J.E. van der Wiele (Notuleerservice Nederland)

Aanwezigen

De voorzitter, mw. Ingeborg Hornsveld, de wethouders, mw. S. Schilderman en dhr. E. Eerenberg, de leden, dhr. R. Peters (D66), mw. M. Al-Saqaff (VVD), dhr. S. Gaillard (Stadsbelang Utrecht), dhr. H. Dijkstra (CDA), mw. B. Chirino (ChristenUnie), dhr. J. Otto (EenUtrecht), dhr. A. Stam (Volt), mw. M. Fattal (GroenLinks), mw. S. van den Brink (Student & Starter), dhr. M. Talhaoui (PvdA), mw. L. Snippe (Partij voor de Dieren), mw. L. Bode (Volt), dhr. R. Penders (CDA), mw. H. Assen (PvdA), mw. M. Vermeulen (GroenLinks), mw. B. van der Wilt (D66), mw. N. Oul Fakir (Bij1), dhr. H. Stellinga (CDA), dhr. I. Simsek (DENK), mw. E. Kendir (Student & Starter), de commissiegriffier, ….

Verslag commissie Onderwijs, Werk en Economie 20

25

1. Opening.......................................................................................................................................13 7. Raadsbrief Evaluatie tijdelijke terrassen 2021 en technische wijzigingen beleidsregel terrassen ........................................................................................................................................................13 8. Raadsvoorstel Herziening legesverordening m.b.t. evenementen en bijschrijving leidinggevenden in horeca ..............................................................................................................23 9. Loten voor de middelbare school (PoVo regeling) oorzaken en oplossingen ............................24 LIJST VAN TOEZEGGINGEN.........................................................................................................30

1. Opening

De voorzitter heropent de vergadering om 14.00 uur.

30

7. Raadsbrief Evaluatie tijdelijke terrassen 2021 en technische wijzigingen beleidsregel terrassen De voorzitter licht het voorstel toe. Zij vraagt of iedereen instemt met bespreking in één termijn. Dat blijkt het geval.

35

40

De heer Peters (D66) zegt dat D66 blij is met de steun die ondernemers tijdens corona hebben gekregen en die zij nodig hadden en dat zij van Utrecht een gezellige plek hebben weten te maken. Uit de enquête blijkt dat 93% instemde met extra terrasruimte tijdens corona. D66 wil graag weten van de wethouder hoeveel aanvragen naar permanente terrasuitbreiding na corona zijn goedgekeurd. De evaluatie geeft aan dat er binnen de huidige kaders geen ruimte meer is voor terrasaanvragen. Hij gaat graag spreken over verantwoorde kaders voor terrasaanvragen die passen bij deze tijd. Daarbij wil hij vooral kijken naar de gebieden buiten de singels. Pagina 13 van 30

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of zij goed begrijpt dat D66 niet wil praten over uitbreiding van terrassen in de binnenstad. De heer Peters (D66) komt daar zo op terug. De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) wijst erop dat D66 en andere partijen graag het argument aanhalen dat inwoners van de binnenstad hadden kunnen weten dat er (geluids)overlast zou zijn. Hoe gaat dat argument dan op als er buiten de singels ook vormen van overlast ontstaan? De heer Peters (D66) zegt dat de voornaamste reden voor overlast van horeca in de binnenstad de immense druk is op de binnenstad en dat er weinig spreiding is van horeca. De heer Peters (D66) vervolgt dat er momenteel voor elk terras buiten de binnenstad een omgevingsvergunning nodig is. Kan het college, gezien ook het coalitieakkoord, deze terrasvergunningaanvragen versoepelen, nu ondernemers tegen langdurige en kostbare aanvraagprocedures aanlopen? Kan het afwegingskader flexibeler worden gemaakt, door een mogelijkheid tot afwijken in te bouwen? Generieke regels zijn vaak slecht uit te leggen en klinken onlogisch. Is er ruimte voor maatwerk, waardoor de vergunningverlener bijvoorbeeld ter plekke de situatie kan inschatten? De heer Dijkstra (CDA) vraagt of de heer Peters dan ook niet vindt dat men naar de generieke regels moet kijken, in plaats van naar de uitzonderingen, want daarmee zou men rechtsonzekerheid creëren.

De heer Peters (D66) meent dat men ook als generieke regel zou kunnen stellen dat er naar specifieke situaties moet worden gekeken als blijkt dat generieke regels niet goed werken, zeker als men kijkt naar situaties buiten de binnenstad. De heer Peters (D66) vervolgt dat sommige regels willekeurig klinken. ´Zicht vanuit de bar op het terras´ of de regel dat er geen weg tussen terras en horecagelegenheid mag zijn (logisch op een weg waar men 50 km mag rijden, maar dat is niet overal het geval). Alleen de burgemeester heeft een afwijkingsbevoegdheid. De binnenstad staat onder druk, dat blijkt ook uit de evaluatie. Daarom is het belangrijk om hier ook te spreken over terrassen buiten de binnenstad. Op sommige plekken zijn horecaondernemers met omwonenden in gesprek gegaan en tot goede afspraken gekomen, waardoor geen overlast wordt ervaren, maar waar de regels dat nu tegenhouden. Ook voor dat soort plekken in de binnenstad zouden we moeten bekijken of daar iets mogelijk is. Graag ontvangt hij daarop ook een reactie van de wethouder. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt of zij goed begrijpt dat dus eigenlijk alleen als een ondernemer in de binnenstad niet in aanmerking komt voor een vergunning, bekeken zou kunnen worden of terrasuitbreiding mogelijk is.

De heer Peters (D66) antwoordt dat zeker in de binnenstad aandacht moet zijn voor de leefbaarheid, maar op plekken waar blijkt dat er ook bij de omwonenden draagvlak is voor een terrasuitbreiding(aanvraag), zou dat volgens D66 mogelijk moeten zijn. Mevrouw Al-Saqaff merkt op dat er voorbeelden te noemen zijn waar één omwonende tegenover tientallen omwonenden geen terras wil. Hoe moet dat dan worden afgewogen? De heer Peters geeft aan dat die voorbeelden hem ook bekend zijn en in de raad zijn besproken. Draagvlak betekent voor D66 niet dat er 100% draagvlak voor een besluit moet zijn. Maar overlast moet serieus genomen worden. Hij wil van de wethouder horen hoe in zo´n situatie beoordeeld wordt. Mevrouw Chirino (ChristenUnie) geeft aan dat zij een aantal functies van de openbare ruimte miste bij D66 ten opzichte van terrassen. Het onderzoek toont ook aan dat in de openbare ruimte groen kan worden toegevoegd, of fietsenrekken. Vindt D66 ook niet dat deze zaken eigenlijk belangrijker zijn in de beperkte ruimte die er is? De heer Peters is blij met deze vraag, omdat er ook aandacht moet zijn voor publieke terrassen. Daar hoort ook groen bij. Utrechters moeten buiten op een leuke en verantwoorde manier kunnen genieten. De vraag is niet of er groen of een fietsenrek of een terras moet komen. Het is geen of-of-of discussie. Het gaat om het vinden van balans.

Hij heeft het volste vertrouwen dat deze wethouder die balans kan vinden. Mevrouw Chirino merkt op dat in de brief letterlijk staat dat er afgewogen moet worden wat de gemeente gaat neerzetten. De ChristenUnie meent dat die andere zaken prioriteit hebben boven terrassen. Is D66 het daar niet mee eens? De heer Peters antwoordt dat wat betreft het stimuleren van horeca in de wijken, op sommige plaatsen juist een terras zou moeten komen, terwijl andere plaatsen zich weer goed lenen voor groen of fietsenstallingen. Het sluit elkaar niet uit maar we moeten slim bekijken wat op welke plaats iets toevoegt.

Pagina 14 van 30

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

De heer Dijkstra (CDA) vraagt wat een bestemmingsplan nog waard is, als met de buurt moet worden bekeken of er voldoende draagvlak is voor een terras. De heer Peters antwoordt dat bestemmingsplannen regelmatig worden herzien. Nu is er in de wijk vaak nog geen bestemming voor terras of horeca. De heer Dijkstra vraagt of het dan klopt dat eerst moet worden bekeken of het bestemmingsplan kan worden gewijzigd, in plaats van andersom. De heer Peters begrijpt die prioritering niet helemaal. Volgens hem gaat het nu om het bespreken van kaders voor terrassen. Daaruit kan volgen dat het bestemmingsplan moet worden gewijzigd, maar dat hoeft niet. Volgens hem is deze discussie over de volgorde nu niet zo relevant. Mevrouw Al-Saqaff (VVD) vraagt hoe publieke terrassen zich verhouden tot commerciële terrassen. Want de ruimte is schaars en horecaondernemers hebben soms nu al veel moeite om ruimte of een terras erbij te krijgen. De heer Peters antwoordt dat het hier ook weer draait om balans. We moeten niet de hele openbare ruimte vercommercialiseren, want de openbare ruimte is van iedereen. Tegelijk moet er in de openbare ruimte ook ruimte zijn voor commerciële aanbieders om daar (tegen betaling) gebruik van te maken.

Mevrouw Al-Saqaff heeft het niet over vercommercialisering maar stelt voor te kijken naar de horecaondernemers die het nu al zwaar hebben, in plaats van er nog een ander, publiek terras bij te zetten. De heer Peters repliceert dat er in de stad ook veel mensen zijn geen biertje van 3,50 euro kunnen betalen en die ook van de openbare ruimte gebruik moeten kunnen maken. Ook mevrouw Al-Saqaff vindt het belangrijk dat er recreatiemogelijkheden zoals bankjes zijn in de openbare ruimte. Maar ze vindt dat het nu weer over de rug gaat van de ondernemers. De heer Peters antwoordt dat mevrouw Al-Saqaff hiermee impliceert dat die ruimte van de ondernemer is, maar die ruimte is van ons allemaal, daar betalen we belasting voor. Horecaondernemers moeten terrassen kunnen uitbaten, maar het is niet zo dat de publieke ruimte over de ruggen van deze ondernemers gaat. De heer Otto (EenUtrecht) vraagt wat D66 ervan vindt als het bestemmingsplan zo wordt aangepast dat omwonenden moeten instemmen met horeca en terrassen. Volgens de heer Peters (D66) is dan een vervolgvraag of alle omwonenden er unaniem mee moeten instemmen of dat er draagvlak moet zijn. D66 meent dat laatste. De heer Otto vraagt wanneer er sprake is van voldoende draagvlak. De heer Peters vindt dat zij daar met elkaar nog eens verder over moeten praten, mede op basis van een voorstel van het college.

De heer Stam (Volt) verbaast zich over de prioriteit die D66 lijkt te geven aan terrassen, en het meest bij het plan voor openbare terrassen. Volgens hem moeten eerst de andere problemen zijn opgelost. Kan D66 toelichten hoe zij, te midden van een klimaat-, energie- en duurzaamheidscrisis blijkbaar tijd en geld over hebben om het probleem op te lossen van iemand die niet 3,50 euro kan neerleggen voor een biertje? De heer Peters zegt dat het dan lijkt of ambtelijke capaciteit over het een of het ander gaat. Volgens hem wordt daar een valse tegenstelling gecreëerd. Hij is het wel met de heer Stam eens dat ze tijdens corona veel te lang over tijdelijke terrassen hebben gepraat, al was er tijdens corona veel behoefte om buiten te komen, in het park of op een terras, en om daarvoor ruimte te bieden, en werd dit ook door Utrechters goed ontvangen. De heer Stam is zich ervan bewust dat er verschillende ambtelijke onderdelen zijn die hierover gaan. Hij constateert dat D66 het moeilijk vindt om ergens ´nee´ tegen te zeggen zodra terrassen aan de orde zijn. In de binnenstad is er ruimtegebrek. Een plek die wordt ingenomen door een openbaar terras kun je niet gebruiken voor vergroening, terwijl dat ook een belangrijke ruimtelijke uitdaging is. De heer Peters weet niet op welk moment hij ´nee´ heeft gezegd.

De heer Stam brengt in dat voor Volt openbare terrassen een lage prioriteit hebben terwijl D66 dit kennelijk heel belangrijk vindt. Waarom moet dit überhaupt besproken worden, nu de stad met zoveel problemen wordt geconfronteerd en ruimte zo schaars is? De heer Peters antwoordt dat dit met een brede groep partijen is geagendeerd. D66 heeft een aantal prioriteiten. De klimaat-, energie- en duurzaamheidscrisis hebben een hoge prioriteit, maar ook ontspanning, vertier en plezier van Utrechters is belangrijk. De gemeente gaat bij uitstek over de openbare ruimte en D66 heeft daar een mening over. De voorzitter vraagt om zowel de interrupties als de antwoorden kort te houden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) bedankt voor het onderzoek, dat een goed startpunt biedt voor een discussie, en dat moet worden gelezen in het licht van de coronamaatregelen. Er blijkt nu geen draagvlak te zijn voor permanente terrassen. Tijdens corona was er wel veel draagvlak om de horeca te ondersteunen, ook voor de mentale gezondheid. Maar er was ook overlast. De binnenstadbewoners waren het meest kritisch over de tijdelijke terrassen. Voor GroenLinks kan Pagina 15 van 30

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

60

maatwerk in het terrassenbeleid belangrijk zijn, zolang dit begrensd blijft. Uitbreiding van mogelijkheden in gebieden in de stad waar nu de meeste overlast is, is niet mogelijk. Spreiden van horecagelegenheden is belangrijk, ook om buurten levendiger te maken. Terrassen buiten de binnenstad werden over het algemeen door de bewoners daar goed ervaren. Ondernemers met veel draagvlak voor uitbreiding van hun terrassen lopen tegen juridische kaders aan en merken weinig bewegingsruimte bij de gemeente. Enerzijds moet er robuust beleid zijn dat geldt voor iedereen. Teveel ruimte voor maatwerk is ook ruimte voor ongelijkheid en willekeur. Maar het is jammer als mooie plannen met draagvlak in de buurt stuklopen op technische details. Zij vraagt de wethouder of er voldoende ruimte is in het vergunningproces om een situatie met maatwerk integraal af te wegen. Ook mevrouw Al-Saqaff (VVD) vindt dat bij draagvlak een terrasvergunning verleend zou mogen worden. Ze vraagt of dat dan ook voor de binnenstad geldt. Mevrouw Fattal antwoordt dat het draagvlak van omwonenden voor alle omgevingsvergunningen geldt, dus ook in de binnenstad. Het is niet logisch om nu prioriteit te leggen bij meer terrassen in de binnenstad, waar de overlast het grootst is. Maar de mening van omwonenden wordt altijd meegenomen bij de aanvraag van een terras, ook nu.

Mevrouw Al-Saqaff vraagt hoe het dan moet als tientallen mensen voor zijn en één tegen. Mevrouw Fattal zegt dat volgens het huidige beleid alle direct omwonenden moeten instemmen met de komst van een terras, een uitstekende regel. Er zouden nog wel wat meer omwonenden bij betrokken mogen worden. Mevrouw Al-Saqaff concludeert dat één tegenstemmer een terras dan kan tegenhouden. Mevrouw Fattal bevestigt dat. De heer Gaillard (Stadsbelang) vraagt wat het onderliggende morele of pragmatische principe is dat GroenLinks daarvoor hanteert (dat één persoon een terras kan tegenhouden), en waarom dat niet geldt in andere gevallen (een windmolen bijvoorbeeld). Mevrouw Fattal (GroenLinks) geeft aan dat het voor de leefbaarheid belangrijk is dat bij de aanleg van iets nieuws in de stad omwonenden geraadpleegd worden. De gemeente doet dat bij alles, en zij vertrouwt erop dat die systemen goed lopen. Zij spreekt zich hier niet uit over windmolens. Mevrouw Fattal (GroenLinks) vervolgt dat het grootste probleem is dat als er eenmaal openbare ruimte wordt weggegeven, die niet zo makkelijk terugkomt. Die ruimte kan dan dus niet naar groen, fietsenstallingen of speelpleinen. Gratis genieten van de buitenlucht moet mogelijk blijven. We mogen openbare ruimte dus niet onbeperkt commercialiseren. Verschillende ondernemers kwamen met het voorstel voor een pilotperiode.

Dat is een manier voor de gemeente om grip te krijgen op de openbare ruimte zonder dat het permanent wordt weg-vergund. De ondernemer kan dan ook laten zien dat een terras meerwaarde heeft en dat samenwerking met de buurt goed verloopt. Zij is benieuwd hoe het college een experiment met tijdelijke terrasvergunningen zou willen vormgeven. Zij vraagt of maximale sluitingstijden (buiten de binnenstad, ter voorkoming van overlast) meegenomen kunnen worden in zo´n pilot. Zij merkt op dat het contact met de omwonenden bij sommige ondernemingen in de praktijk snel verwatert. Het advies is om deze voorwaarde beter te waarborgen na het verlenen van de vergunning. De heer Dijkstra (CDA) vraagt hoe het standpunt van GroenLinks dat één persoon een terras kan tegenhouden, zich verhoudt tot het wel benieuwd zijn naar experimenten. Mevrouw Fattal (GroenLinks) heeft het over de direct omwonenden, niet over ´iemand uit de wijk´. De instemming van direct omwonenden is een van de criteria voor vergunningverlening. Voor GroenLinks staat voorop bij een vergunning dat er meerwaarde is voor de wijk en dat de direct omwonenden worden meegenomen in het besluit. De heer Dijkstra vraagt of GroenLinks bij een pilot wel of niet aan de voorwaarde zou vasthouden dat de direct omwonenden eerst gehoord worden. Mevrouw Fattal meent dat bij een pilot niet alle regels overboord moeten worden gegooid.

Dus ook dan moeten de direct omwonenden gehoord worden. Mevrouw Fattal (GroenLinks) herneemt dat belangrijk is om te verzekeren dat de communicatie ook na een vergunningverlening goed blijft. Zij vraagt of het bij een potentiële pilot een vereiste kan zijn om later, mocht er wel overlast zijn, te checken of het contact met de omwonenden nog goed is. Tot slot vraagt ze hoe de wethouder aankijkt tegen de aanbeveling uit het rapport om de afwegingen die leidend zijn bij uitbreiding van terrassen helder uiteen te zetten. De heer Stam (Volt) geeft aan dat Volt zich kan aansluiten bij de standpunten van GroenLinks. Hij heeft een paar aanvullende vragen. Hij denkt niet dat de gemeente de evaluatiebrief tijdelijke Pagina 16 van 30

5

10

15

20

25

30

35

40

45

50

55

vergunningen kunnen gebruiken als argument voor het verlenen van meer permanente terrasvergunningen of om de huidige beleidsregels aan te passen. De situatie was toen anders, tijdelijk en afwijkend. Wel denkt hij dat in algemene zin gekeken mag worden wat er geleerd is in specifieke situaties tijdens die afgelopen twee jaar. Bijvoorbeeld welke vrijheid heeft de afdeling Vergunningen om maatwerk toe te passen? Hij weet van andere situaties dat ambtenaren soms meer vrijheden hebben om af te wijken met hardheidsclausules dan zij zelf weten. Welk zicht heeft de wethouder daarop? Kan het zijn dat er mogelijkheden voor maatwerk onbenut blijven omdat ambtenaren bang zijn af te wijken van de algemeen geldende regels? Mevrouw Van den Brink (Student & Starter) geeft aan dat corona hen vele lessen heeft geleerd: ze zijn flexibeler, wendbaarder en creatiever geworden. Als steuntje in de rug konden ondernemers terrassen tijdelijk uitbreiden of aanvragen. Er bleek veel draagvlak te zijn voor deze tijdelijke uitbreiding, die op veel plekken meerwaarde bleken te hebben. Zij vindt het jammer dat de evaluatie niet meer inzoomt op deze successen, om daar lering uit te kunnen trekken. Voor Student & Starter hoeven succesvolle tijdelijke terrassen niet te verdwijnen. Zij sluit aan bij de vragen die zijn gesteld door D66.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=1f109209-859c-44a5-bda9-d64b151dc81a