Conceptverslag commissie MGOR 20 juni 2024
Tekst van het document
Verslag openbare middagvergadering commissie Mobiliteit, Groen en 5 Openbare ruimte 10
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
20 juni 2024 Stadhuisbrug 1, Utrecht dhr. C. de Bouter (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 15
De voorzitter, de heer H. Stellinga (CDA), de wethouders, mw. L. van Hooijdonk, mw. S. Schilderman, mw. L. Voortman, de commissiegriffier mw. M. Friele, de leden dhr. H. Dijkstra (CDA), dhr. R. van der Graaf (CU), mw. J. Kleinrensink (GL), mw. J. Kool (VOLT), dhr. C. Nyqvist (Stadsbelang Utrecht), mw. S. Oskam (PvdD), dhr. M. de Pagter (VVD), dhr. M. Talhaoui (PvdA), mw. Van Tuijl (Student & Starter), dhr. M. Usta (DENK), dhr. J. Vasters (D66).
Verslag commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 20 Aanwezigen…………………………………………………………………………………………………1 25
30
1.
Opening…………………………………………………………………………………………… 1
2.
Vaststellen agenda commissie Mobiliteit, Groen en Openbare Ruimte 20 juni 2024……….2
3.
Raadsvoorstel Jaarstukken 2023………………………………………………………………...2
1.
Opening
De voorzitter opent de vergadering om 15.02 uur en heet de mensen thuis, de (weinige) mensen op de publieke tribune, de wethouders en de commissieleden welkom. Hij stelt vast dat er geen mededelingen van de commissieleden zijn. 35
40
Wethouder Schilderman heeft piket. Als de telefoon gaat, staat zij op. De voorzitter heeft zelf ook een mededeling. Voorgesteld wordt om tijdens het zomerreces net als vorig jaar met een mandaat te werken voor agenderingen. Op de agenda van de commissie MGOR is nog wat ruimte. Als commissieleden tijdens het reces een onderwerp willen agenderen, dan kunnen zij dat via de groepsapp kenbaar maken. De voorzitter kijkt dan vanuit het mandaat en in overleg met de commissiegriffier of er tijd is, vult dan de agenda van 19 september 2024 aan en Pagina 1 van 16
koppelt dit terug. De urgentie wordt meegenomen in de afweging. Hij ziet instemmende reacties van GL, D66 en VVD. Hij constateert dat aldus is besloten.
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
2.
Vaststellen agenda 20 juni 2024
3.
Raadsvoorstel Jaarstukken 2023
De voorzitter stelt vast dat er geen opmerkingen over de agenda zijn. Deze wordt dus vastgesteld.
De voorzitter deelt mee dat voor het debat 90 minuten is gepland. Spreker vraagt de leden op hun tijd te letten, aan te sluiten op wat al is gezegd en interrupties en antwoorden daarop beknopt te houden. Het gaat in dit debat om het inhoudelijke deel van het jaarverslag wat betreft de portefeuille MGOR. In het jaarverslag 2023 geeft het college aan wat het in 2023 zou doen, wat het heeft gedaan en wat het heeft gekost. Hij stelt het op prijs dat er een vrij uitgebreide afvaardiging van het college aanwezig is. De commissie bespreekt dit onderwerp in één termijn. Vanavond spreekt de commissie VBF (Veiligheid, Bestuur en Financiën) met de wethouder Financiën in aanwezigheid van de externe accountant over de jaarrekening en de financiële paragrafen. Wethouder Schilderman heeft dus een drukke dag. De heer Dijkstra (CDA) geeft aan dat het CDA de jaarstukken vanuit drie kernpunten bekijkt: de basis op orde, samen verantwoordelijk en een stad op mensenmaat. Wat de basis op orde betreft, het CDA waardeert de inzet van het college op het gebied van de na-scheiding van afval. Zijn fractie ziet vooruitgang met meer ondergrondse perscontainers, maar de hoeveelheid zwerfaval en het aantal bij-plaatsingen blijft voor het CDA onaanvaardbaar hoog. Zijn fractie wil hiervoor meer inzet, meer middelen en strengere handhaving. Het CDA wil voortbouwen op samen verantwoordelijk b.v.
door de wijkmanagers en de buurt conciërges. Hij vraagt de wethouder wat zij doet tegen het openen van prullenbakken om er statiegeldflessen uit te halen. Bij het streven om de openbare ruimte steeds groener en inclusiever te maken hoort ook dat er meer bankjes in de stad komen die seniorvriendelijk zijn. Zijn fractie overweegt hier een initiatiefvoorstel en vraagt de wethouder voor het komende jaar concrete doelen te stellen, zoals het aantal bankjes per inwoner. Nu zijn er geen kengetallen daarvan. Het CDA is blij met de extra tijdelijke toiletten in de stad. Het CDA ziet graag dat er snel meer vaste bijkomen. Kan de wethouder hierover een update geven? De druk op de beschikbare ruimte voor groen in de stad groeit. Openbaar groen moet hierdoor concurreren met woningbouw, mobiliteit en energie. Waar staat groen volgens de wethouder in de volgorde der dingen? Ondanks de aanwezigheid van GL, de PvdA en andere linkse partijen in het college is deze stad in elk geval cijfermatig niet groener geworden. Er is zelfs een vermindering van de hoeveelheid groen per inwoner. Dat komt volgens het CDA door de focus op inbreiding en het gebrek aan bereidheid om in Rijnenburg snel een groene wijk te ontwikkelen. Spreker hoort over een groene schaalsprong en er zijn ook plannen voor, maar het college kan of wil niet zeggen hoeveel bomen er nu precies bij zijn gekomen.
Zonder gedegen onderbouwing blijft het dus een plan zonder concrete cijfers. De Rekenkamer adviseert de raad in zijn rapport duidelijk een nulmeting en meer samenhang in het groenbeleid. Volgens het CDA is het tijd om aan de slag te gaan Kan de wethouder iets zeggen over het bomenbestand en het monitoren daarvan zodat commissie en raad worden meegenomen? De verkeersveiligheid baart het CDA zorgen. Op de wegen met 30km/uur horen de speedbikes en de fat bikes op de weg en niet op het fietspad. Handhaving op opgevoerde fat bikes moet prioriteit krijgen. Deelt de wethouder deze zorgen en wat doet zijn eraan? Het CDA blijft kritisch op betaald parkeren in de hele gemeente, ook op plekken waar dit niet nodig is. Dit gaat te ver, zijn fractie volgt dit kritisch. Het beleid ten aanzien van fiets-parkeren en deelmobiliteit is een lichtpuntje. Het aandeel van deelmobiliteit stijgt en bewoners maken er meer gebruik van. Uitbreiding en opknappen van openbare fietsstallingen stemt positief. Ook de handhaving van het fiets-parkeren in het stationsgebied lijkt iets te verbeteren. De kortingsregeling voor het P + R moet volgens het CDA meer aandacht krijgen. Zijn fractie roept op tot een grootschalige campagne, gericht op toeristen en dagjesmensen. Tenslotte wil hij graag een update krijgen van de vernieuwde aanbesteding voor het snel-laden.
De heer De Pagter (VVD) vindt het goed om stil te staan bij de verantwoording over het afgelopen jaar. In de begroting voor 2024 stonden veel plannen en doelstellingen en het is voor iedereen belangrijk dat goed wordt gecontroleerd hoe dat geld is besteed. Dat doet de commissie vandaag. Hij heeft vanmorgen in de commissie ROG (Ruimtelijke Ordening en Grondzaken) al aangegeven Pagina 2 van 16
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
dat het controleren met deze jaarstukken nog niet erg eenvoudig is. Het college werkt al wel aan verbetering van de leesbaarheid van de jaarstukken, maar het is er voor de VVD nog niet. Nog steeds staan er heel veel teksten in over waar het college mee bezig is en niet over wat er echt is bereikt. Er staat b.v. in dat het verdiepend mobiliteitsonderzoek Rijnenburg grotendeels gereed is en dat dit in Q1 van 2024 wordt gedeeld met de raad. Los van het feit dat de commissie het resultaat van dat onderzoek nog niet heeft gehad is dit geen informatie die thuishoort in de jaarstukken. Er zou moeten staan dat het in 2023 nog niet is gelukt, wat de reden is en welke financiële impact dat in 2023 heeft gehad. Zijn eerste vraag is hoe de wethouders er het komende jaar nog scherper op zullen zijn dat de jaarstukken echt over verantwoording gaan. Nu is niet altijd goed te volgen wat wel en wat niet is gelukt. Bij de voorbereiding van dit debat heeft spreker de begroting voor 2023 naast de jaarstukken gelegd. Het viel hem op dat niet alle acties uit de begroting in deze jaarstukken terugkomen. In de begroting stond b.v. iets over de uitwerking per gebied van het mobiliteitsplan, maar daarover staat geen woord in de jaarstukken. Wat betekent dat, is het niet gelukt, is het niet gedaan en waarom dan niet? Hij kan nog meer voorbeelden geven.
Hij hoeft nu niet per se een antwoord op de vraag waarom dat allemaal niet is gelukt, maar het is wel symptomatisch. Ziet het college dit ook en hoe gaat het voorkomen dat bij de volgende jaarstukken acties uit de begroting niet terug te vinden zijn in de jaarstukken? Zijn fractie wil hier meer grip op en wil ook meer openheid. Een aantal punten is de VVD opgevallen. Spreker gaat in op de indicatoren die op een aantal plekken diep in het rood staan, b.v. die over het aantal fietsen in en buiten een stalling. De doelstelling was 6100 fietsen in stalling, in de binnenstad was dat 10% minder. Ook stonden er niet 19.800, maar slechts 10.600 fietsen in stallingen rond het station. Dat zijn echt grote afwijkingen. In de jaarstukken leest spreker alleen dat dat komt door een nieuw systeem. De vraag die dan opkomt is of dat echt de verklaring is. Hoe kan het dan dat het oude systeem er zover naast zat? Belangrijker is nog wat het college vindt van dat nieuwe, lage getal. De VVD meent dat de cijfers voor fietsen in stallingen omhoog kunnen door te gaan handhaven op fiets-parkeren, maar daarover zal ongetwijfeld worden gesproken bij de Voorjaarsnota. Het CDA zei er ook iets over. De indicator voor P + R-voorzieningen is totaal niet meer inzichtelijk door de wijziging van het kortingsticket een paar jaar geleden.
Hoe ziet het college de cijfers van het P + R-gebruik in 2024 en welke alternatieven heeft het college voor die indicator zodat de gemeente daar meer grip op heeft? De VVD ziet bij de openbare ruimte dat er 500.000 euro minder subsidie is verleend voor groene daken. Misschien kan de wethouder aangeven hoe dat is gekomen en wat het college daarvan vindt. De hoeveelheid groen per huishouden gaat omlaag. Dat baart natuurlijk zorgen, maar wellicht wordt dat ingehaald door op een aantal plekken in Leidsche Rijn nog bomen te plaatsen. Zijn fractie hoopt dat en komt daarop terug bij de bespreking van het Rekenkamerrapport. De VVD wil naar de toekomst kijken. Mevrouw Kleinrensink (GL) merkt op dat dit jaar voor het eerst de jaarstukken los worden besproken. Op het gebied van mobiliteit is veel werk verzet. Het effect is te zien in de monitor van het mobiliteitsplan. Daar zit overigens geen link in met de jaarstukken, terwijl dat wel belangrijk is voor het effect. Moet dit niet worden toegevoegd? Net als de heer De Pagter ziet ook GL dat er nog veel fietsen buiten de stallingen staan. Ook ziet GL dat het aantal verkochte kaartjes voor de kortingsregeling tegenvalt. In de beantwoording van de vragen ziet haar fractie dan wel dat veel parkeerders in de parkeergarage niet overstappen op het openbaar vervoer.
Maar heeft de gemeente ook een beeld van hoeveel parkeerders overstappen op de fiets? GL ziet bij mobiliteit weinig planningsoptimisme. Dat betekent dat het goed gaat met het reëel begroten. Er zijn echter nog wel steeds problemen met de uitvoeringskracht. Verschillende projecten zijn niet uitgevoerd door gebrek aan capaciteit. Ook is er het beeld dat er bij mobiliteit nog veel externe inhuur is. Zij vraagt of dat beeld klopt en wat de gemeente in een tijd van bezuinigingen kan doen om die uitvoeringskracht te versterken. Het is keihard nodig om meer groen te realiseren in de stad. Dat is ook te zien in het nog te bespreken Rekenkamerrapport. GL is wel blij dat het gelukt is het groenloket te realiseren. Zo kan er meer efficiënt worden vergroend in de wijken. Ook is er een grote behoefte aan grotere gebieden in de stad die groen zijn. Op drie plekken zijn grote stappen gezet: het Kromme Rijn Linie Landschap, het Natuurgebied Zuilen en de Hollandse IJssel. Er staat dat in Q1 2024 voor het laatste project de ondertekening plaats zal hebben voor de volgende stap, maar nergens is te vinden of dit echt gebeurd is. Zij vraagt om een reactie. Het groen in de openbare ruimte is onderhouden op het afgesproken kwaliteitsniveau. In de paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen is dan wel te zien dat er een overschrijding is van ongeveer 700.000 euro.
Het lijkt erop dat het college moeite heeft om met het beschikbare geld het bestaande groen te onderhouden. Zij vraagt of dit iets betekent voor de komende jaren. Pagina 3 van 16
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Oskam PvdD) merkt op dat haar fractie al eerder kritiek heeft geleverd op het feit dat het in Natuurgebied Zuilen om bestaand groen gaat dat meer bio-divers wordt gemaakt. Maar wat vindt GL ervan dat in de plannen behoorlijk wat paden zijn ingetekend, die toch wel dieren en groen zullen verstoren? Mevrouw Kleinrensink (GL) doet groen sinds twee maanden. Na de zomer gaat haar fractie er uitgebreid over spreken. Met liefde zal zij hiernaar kijken, maar zij kan hier nu niets over zeggen. Gelukkig kan dat later nog. Het college heeft het over Groei in Balans, maar tegelijkertijd ziet GL dat groen achterblijft. Is het niet nodig om een indicator te hebben om te zien hoe het staat met het groen in Groei in Balans? Zij vraagt ook hier om een reactie. Mevrouw Oskam (PvdD) vindt het fijn dat er nu geen 6000 euro per jaar meer gaat naar het Diergeneeskunde Outdoor Event dat paardenraces organiseert. Er treedt daar zelfs een ruiter op die stierengevechten imiteert met een houten stier. De PvdD vindt dat heel ongepast. Hopelijk stopt Diergeneeskunde nu ook met het paardenentertainment. CDA, VVD en GL hebben al iets gezegd over het achterlopen van het aantal vierkante meters groen per inwoner. Haar fractie vindt dat het college zich er te gemakkelijk vanaf maakt door te verwijzen naar de snelle groei van het aantal huishoudens.
De onbalans tussen de groei van het groen en van het aantal huishoudens had het college moeten zien aankomen. De PvdD vroeg zich af of de wethouder zelf ook ontevreden is over het achterblijven van de groei van het groen. Haar fractie heeft dit eerder aangekaart, de Rekenkamer heeft er ook iets over gezegd. De PvdD maakt zich er zorgen over dat de verhouding groen - steen nog schever gaat worden door de komende bezuinigingen. Het college zegt in het duurzaamheidsverslag dat het scherp moet zijn op de koers. Maar hoe ziet het college dit voor zich, als het in de komende jaren alleen maar moeilijker wordt om Utrecht flink te vergroenen? De PvdD ziet dat meer dieren in de knel komen. Het aantal ritten van de dierenambulance is gestegen in 2023, terwijl de financiering niet meesteeg. Deelt de wethouder de zorgen van de PvdD dat hierdoor de werkdruk en de kosten van de dierenhulporganisaties zijn toegenomen en wat gaat het college hieraan doen? Dit is een extra onderbouwing voor de stelling dat deze organisaties meer geld nodig hebben, zeker nu Stichting Snorhaar erbij is gekomen. Haar fractie mist informatie over een gezonde leefomgeving voor dieren. Heel veel dieren zijn in nood geraakt door het dichtgroeien van de stad.
Kan het college toezeggen om in de jaarstukken voortaan ook te rapporteren over in het wild levende dieren en over hoe die eraan toe zijn? In 2023 zijn maatregelen onderzocht om de waterkwaliteit te verbeteren. Maar maatregelen moeten worden uitgevoerd en moeten niet worden onderzocht. Utrecht haalt naar verwachting de doelstellingen van de Kaderrichtlijn Water in 2027 niet. 27 locaties in Utrecht krijgen zelfs het eindbeeld ’laag’. De PvdD wil weten wat het college heeft gedaan en gaat doen om de waterkwaliteit zo snel mogelijk te verhogen. Haar fractie wil echt geen berichten meer over dode vissen en vogels als gevolg van overstorten, zuurstoftekort en olie.
Utrecht trekt samen op met het HDSR (Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden) in de verbetering van de waterkwaliteit, maar in hoeverre zet Utrecht in op het streven naar ‘levendig’, zoals HDSR wil, terwijl de gemeente ‘zichtbaar’ wil? Of heeft HDSR concessies aan de gemeente gedaan en wordt er vooral naar ‘zichtbaar’ gestreefd? Met de vertraging in onderhoud en vervanging van rioolbuizen en gemalen, klimaatverandering en intensiever gebruik maakt de PvdD zich echt zorgen over het waterleven en de deadline van 2027.Een derde van de aangeplante bloembollen is niet biologisch en de helft is semi-biologisch omdat volgens het college biologische bloembollen nog niet verkrijgbaar zijn en de gemeente toch uit esthetische overwegingen wel wil planten. Wanneer wordt dit 100%? Gezien de impact van gif-bollen vindt de PvdD het beter om, zolang er nog geen biologische bloembollen zijn, ook niets te planten. Waarom kiest het college ervoor om met gif geteelde bloembollen te planten? Overigens concluderen onderzoeken dat er wel leveranciers zijn van biologische bloembollen. Hoe verklaart het college dat er zo weinig biologische bloembollen zijn ingekocht? Hoe zit het dan met bomen, planten en heesters? Mevrouw Kool (VOLT) spreekt namens haar fractie waardering uit voor het feit dat voor het eerst in de jaarstukken 2023 wordt gewerkt met indicatoren.
Dit maakt het mogelijk om over de jaren heen de effectiviteit van genomen maatregelen te toetsten. Zij verzoekt wel om een duidelijker link tussen de kwalitatieve tekst van de jaarstukken en de kwantitatieve indicatoren. Uit de tekst blijkt namelijk dat er veel wordt gedaan en dat het goed gaat. Toch is dat niet het beeld dat naar voren komt uit de effectindicatoren. Ook zou het helpen, als bij de effectindicatoren, wanneer het van toepassing is, de uiteindelijke streefwaarde in 2030 of 2050 wordt vermeld. Wat is b.v. het doel per indicator, als het gaat om klimaat-adaptatie? Zo kan de raad beter beoordelen hoe het nu gaat Pagina 4 van 16
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
in verhouding tot het einddoel. In 2023 is er, zoals eerder al gezegd, een sterke afwijking van de doelstelling te zien voor waterkwaliteit. Het gaat dan met name om het aantal keren dat oppervlaktewaterkwaliteitsproblemen optraden en het hoge aantal geregistreerde meldingen van grondwaterloverlast. Uit de antwoorden op eerder gestelde schriftelijke vragen blijkt dat dit deels komt door een storing bij het hoogheemraadschap en deels door periodes van droogte. Op welke middelen wordt ingezet om een herhaling in 2024 te voorkomen, zeker gezien het in de toekomst vaker voorkomen van periodes van droogte? Dit werd haar nog niet duidelijke uit de rapportage en de antwoorden op de vragen. Over groen hebben alle fracties die eerder spraken opmerkingen gemaakt. Het valt op dat de hoeveelheid groen en water per huishouden in de stad afneemt. Uit de beantwoording van vragen blijkt dat er wel groen is toegevoegd. Het aantal park- en straatbomen is afgenomen en de bomen in Utrecht zijn niet evenwichtig verdeeld over de stad, terwijl bekend is dat de hoeveelheid groen en water belangrijk is voor de klimaatadaptatie en voor het tegengaan van hittestress. Hoe kunnen deze cijfers worden verklaard, terwijl in de tekst wordt benadrukt dat door de groene schaalsprong er juist groen wordt toegevoegd? Op het gebied van duurzame bereikbaarheid zijn enkele positieve resultaten geboekt.
Zo gaat het percentage huishoudens dat gebruik maakt van deelauto’s langzaam omhoog en zijn er veertien buurt- en wijkhubs voor deelmobiliteit. Aan de andere kant daalt het percentage inwoners dat meestal per fiets naar de binnenstad komt en stijgt het percentage dat met de auto gaat. Ook is het aantal verkochte P + R- kaartjes veel lager dan de doelstelling. Het kan toch niet zo zijn dat het onbedoelde effect van de maatregelen is dat het gebruik van de auto toeneemt? Zijn de achterliggende redenen bekend en is de verwachting dat voor 2024 deze cijfers wel conform de doelstelling zullen zijn? Klimaatadaptatie gaat om meer dan loskoppelen van hemelwater, monitoren en beheersbaar maken van waterkwaliteit en wateroverlast. Zaken als hittestress en wateroverlast bij wegen komen niet terug in het duurzaamheidsverslag of de jaarstukken, terwijl in de Utrecht-monitor staat dat ruim de helft van de panelleden het afgelopen jaar last heeft gehad van hittestress. Geven de jaarstukken en het duurzaamheidsverslag dan wel de juiste informatie? Als de gemeente echt klimaat-adaptief wil worden, is het van belang zaken als hittestress in kaart te brengen en met indicatoren te sturen op mitigerende maatregelen, zoals het aanplanten van groen specifiek op of in de buurt van de punten waar de meeste hittestress is gemeten.
De voorzitter heeft begrepen dat dit de eerste bijdrage is van mevrouw Kool in de commissie MGOR. Hij feliciteert haar daarmee en heet haar welkom (applaus). De heer Van der Graaf (CU) vindt het goed dat er in deze commissie een debat is over de jaarstukken en dat er meer aandacht is voor het terugkijken naar wat goed ging en wat beter kan. Hij betuigt namens de CU hulde voor deze manier van werken. Hij sluit aan bij de in deze commissie breed gedeelde zorg over het aantal vierkante meters groen dat wordt toegevoegd. De doelstelling was 42 m2 per huishouding en de realisatie is 32 m2. Zijn vraag is hoe de wethouder hierop reageert, ook gelet op alle inzet. Welke dingen heeft de gemeente dan in 2023 gedaan die eigenlijk niet van meerwaarde waren? Als dat zo is, moet ook worden overwogen om met sommige dingen te stoppen. Hoe kijkt de wethouder daartegenaan? Als het ergens anders aan ligt, hoort hij dat ook graag. Zoals het CDA al aangaf, ligt ook het rapportcijfer voor de inzameling van afval ruim onder de doestelling, een 6, 3 in plaats van een 7. Ook zijn fractie hoort en ziet de grote ergernis over het bijplaatsen van rommel op straat. De CU ziet vele campagnes, maar de percentages stijgen alleen maar.
Met welke inzet komt de wethouder om dat cijfer omhoog te krijgen? Het college zegt specifiek dat bij-plaatsingen door bedrijven geen risico meer zijn omdat mogelijke aanwezigheid van bedrijfsafval niet heeft geleid tot een hoger aanbod van restafval. Maar deze bij-plaatsingen gebeuren nog wel veel, dat wordt ook gedaan door mensen die in het weekeinde bijklussen. Dat heeft zijn fractie begrepen van inwoners via de Schone Stadcoach. Er zou dus veel minder afval zijn, als bijklussers en bedrijven zich wel aan de regels zouden houden. Hier is wel degelijk winst te behalen. Hij vraagt om een reflectie van de wethouder. Wat de openbare ruimte betreft, slechts de helft van het aantal kilometers riolering van de doelstelling is vervangen, ondanks verbetering en sturing hierop. Hoe kan dit zoveel achter lopen en wat betekent dit voor de vervanging van riolering in de komende jaren? Bij bereikbaarheid viel het de CU op dat een aantal indicatoren voor de realisatie in 2022 nog ontbreekt. Slechts één is ingevuld. De CU heeft er al eerder op aangedrongen om, als dat zo is, in de jaarstukken aan te geven waarom dat zo is. Het kan een reden hebben, maar dan ziet de CU graag terug in de jaarstukken waarom deze indicatoren ontbreken. Hij hoort graag de reden en de reden waarom dit niet is vermeld.
Met de deelmobiliteit gaat het goed, maar het aantal deelauto’s is in 2023 bijna gelijk gebleven en dat strookt niet met de ambitie om deelmobiliteit uit te breiden. Er is wel inzet, maar Pagina 5 van 16
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
het resultaat valt tegen. Bij snel-laadpunten loopt Utrecht achter door een juridische ruzie. De CU vraagt of het al beter gaat. Er is veel behoefte aan de fiets-hub. Hij stuit op de nieuwe benamingen fietsdeals en fietsenbank. Hoe loopt dit en kan de wethouder hierover meer vertellen en kan zij bevestigen dat dit de nieuwe naam is? De heer Vasters (D66) wijst erop dat een belangrijke doelstelling van het gemeentelijke beleid is het doen toenemen van meer duurzame vervoerswijzen. Een voorbeeld zijn de mensen die van de P + R garages gebruikmaken. GL zei daar ook iets over. Zijn fractie was negatief verrast toen zij zag dat het aantal verkochte P + R kaartjes enorm achterbleef bij de doelstelling. Dat bleek te komen door een verandering in de definitie. Maar toen hij het resultaat ging vergelijken met voorgaande jaren, zag hij juist een heel positieve trend: 55.000 kaarten in 2021, 91.000 in 2022 en 154.000 in 2023. Dat is drie keer zoveel in twee jaar tijd. Dat lijkt hem heel positief. Tegelijkertijd ziet hij meer inkomsten uit parkeren in garages en kort parkeren op straat. Dat doet vermoeden dat mensen juist meer de auto pakken.
Kan de wethouder een reflectie geven op het gebruik van de P + R voorzieningen en het parkeren in garages en op straat en kan zij een oordeel geven over het succes hiervan in relatie tot de doelstelling? Met de cijfers die D66 ziet was het best lastig om dit te interpreteren bij een zo belangrijk beleidspunt. D66 is blij dat iets is gedaan met het idee om bewoners mee te laten beslissen over de inrichting van hun straat, b.v. wanneer parkeerplekken worden verwijderd. Het is mooi dat er nu een webpagina bestaat waarop bewoners die plannen hebben voor de verandering en verfraaiing van de openbare ruimte, zoals meer groen of meer fietsenstallingen, kunnen zien waar zij terecht kunnen. D66 heeft destijds gepleit voor een ‘menukaart’, maar toen hij zelf probeerde de betreffende website te vinden bleek dat nog niet zo gemakkelijk. Hij is benieuwd hoeveel mensen inmiddels deze website hebben bezocht en hij vraagt de wethouder of deze site echt te vinden is of dat dit te wensen overlaat. Er wordt aangegeven dat er stappen worden gezet voor de groene schaalsprong. Andere fracties hebben daarnet al betoogd dat het aandeel groen per huishouden afneemt. Hij gaat daar niet op in, maar hij heeft nog wel een vraag over de bomen. De ambitie is om in 2040 60.000 extra bomen te planten.
Met dank voor de ondersteuning kwam zijn fractie na veel navragen tot de conclusie dat het college niet goed weet hoeveel bomen het afgelopen jaar zijn geplant. Hoe kunnen het college zelf en de raad dan die ambitie controleren? Spreker vraagt een toezegging dat het college dit cijfer in de volgende jaarstukken wel paraat heeft. Hij gaat in op de openbare ruimte. In juni 2023 is het rapport Schoon Water gepresenteerd. Dat was een enorm onderzoek met concrete maatregelen. Het college beloofde: “In de tweede helft van 2023 gaan we die verder uitwerken en we sturen een uitwerkingsprogramma Water en Riolering met de Voorjaarsnota 2024 mee”. Die uitwerking heeft D66 niet gezien. De vraag was dus wat op dit punt concreet is bereikt in het afgelopen jaar. Het antwoord was dat het college naast het planten van oeverplanten en het aanbrengen van kokosrollen heeft gewerkt aan een samenwerkingsovereenkomst met HDSR en aan een uitvoeringsplan. Dat baart zijn fractie toch wel zorgen: het water is van slechte kwaliteit, andere fracties wezen daar ook op. Er ligt een duidelijk onderzoek met voorstellen voor concrete maatregelen, maar zijn fractie mist hierbij de urgentie. Een jaar lang worden plannen gemaakt, terwijl bekend is wat er moet worden gedaan. Hij hoopt dat de wethouder zijn zorgen kan wegnemen.
De vraag is hoe de raad hier wat meer aan zet kan zijn en wat meer grip krijgt op dit punt. Mevrouw Oskam (PvdD) vindt het fijn dat D66 over de slechte waterkwaliteit begint. Maar zij heeft ook gehoord dat D 66 graag meer wil zwemmen en varen. Hoe gaat die fractie daarmee om? De waterkwaliteit wordt immers ook slechter doordat mensen zoveel recreëren in het water. De heer Vasters (D66) denkt dat er een balans moet worden gevonden. Zijn fractie vindt het ook belangrijk dat er voldoende zwemwater is in deze gemeente. Daar is uitgebreid over gedebatteerd. Het gaat natuurlijk niet alleen om het zwemwater, maar om water in zijn algemeenheid. Daarvoor ligt er een duidelijk plan en D66 mist daar de actie vanuit het college. Voor een deel kan zijn fractie zich vinden in het standpunt van de PvdD, maar wel met de uitzondering dat D66 echt wel het belang ziet dat mensen kunnen recreëren in water. De heer Usta (DENK) brengt naar voren dat DENK net als het CDA het bijplaatsen van afval zorgwekkend vindt. Het is een hardnekkig probleem en het geeft een slecht beeld van de wijk, maar het brengt ook het gevaar mee van ongedierte en rattenplagen. Hij vraagt de wethouder hoe hier vroegtijdig een grens kan worden getrokken zodat hieraan straks geen middelen moeten worden verspild. Pagina 6 van 16
Mevrouw Oskam (PvdD) stelt dat het woord ongedierte sowieso een rotwoord is. Maar wat wil de heer Usta dan met deze dieren? Wil hij preventie, wil hij ze doodmaken? 5
10
15
20
25
30
35
De heer Usta (DENK) vindt deze opmerking van de PvdD wel heel ver gezocht. Het gaat hem natuurlijk niet om wat er met die dieren wordt gedaan. Het gaat hem erom te voorkomen dat die dieren door de aanwezigheid van afval worden verwelkomd. Dat moet worden voorkomen. Hij heeft niets tegen die dieren, maar zij kunnen wel voor overlast zorgen. Hij heeft dat in praktijk ervaren in b.v. Overvecht. Het kan ook gevaarlijk zijn en kleine kinderen kunnen door een dierenplaag een beetje worden bedreigd. DENK blijft natuurlijk fel tegen betaald parkeren. Hij heeft gelezen dat boetes die worden uitgedeeld vanwege parkeren de gemeente meer geld kosten dan zij opleveren. Hij vraagt de wethouder of dit goed is meegenomen in de cijfers. Zijn fractie kan zich voorstellen dat dit zal toenemen met betaald parkeren. Vindt de wethouder dit zorgelijk en kan zij hierop reflecteren? Mevrouw Van Tuijl (Student & Starter) merkt op dat Student & Starter blij is met een aantal dingen die het afgelopen jaar zijn bereikt binnen het gebied van deze commissie. Zij gaat in op de bereikbaarheid. Haar fractie is blij dat het digitale aanvraagloket fiets-parkeren zo vaak is gebruikt dat nu wordt gewerkt aan plannen voor het realiseren van meer fiets-parkeerplekken in combinatie met meer groen.
Daarnaast is het goed dat mensen vaker lopend of met het openbaar vervoer de stad weten te vinden en dat vaker van deelmobiliteit gebruik wordt gemaakt. Haar fractie ziet graag dat de doelstellingen voor fietsen ook worden bereikt, niet alleen die voor het aantal personen dat de fiets gebruikt, maar ook die voor het aantal fietsen dat in de fietsvoorzieningen wordt geparkeerd. Zij sluit zich aan bij de vragen die door andere fracties zijn gesteld over het achterblijven van het fietsgebruik, het gebruik van de stallingen en de communicatiecampagne die hiervoor is ingezet. De waterkwaliteitsproblemen en de grondwateroverlast zijn al eerder aangehaald. Student & Starter sluit zich aan bij de door o.a. VOLT en de PvdD gestelde vraag hoe deze problemen worden voorkomen. De heer Talhaoui (PvdA) kan zich aansluiten bij heel veel dat is gezegd over de groen-onbalans, en over het bijplaatsen van de afval. Natuurlijk baart dat ook de PvdA zorgen. Het is fijn dat het steeds beter gaat met de deelmobiliteit. Hij leest in de jaarstukken iets anders dan VOLT erin leest, namelijk dat het aantal inwoners dat per auto naar de binnenstad komt wel op schema ligt en dat juist minder bewoners met de auto naar de binnenstad gaan. Hij is benieuwd naar het antwoord van de wethouder. Hij leest ook dat het aantal inwoners dat per fiets naar de binnenstad gaat wel achter loopt.
Zijn vraag is wat de verklaring daarvan is, wat de genomen maatregelen zijn en wat de te nemen maatregelen zijn. Dat is ook te zien qua drukte op de verkeerspaden.
40
De heer Dijkstra (CDA) heeft een punt van orde. Hij is daarnet begonnen over afval. Dat hoort formeel thuis in de commissie EDVW (Energie/transitie, Duurzaamheid, Vastgoed en Wonen). Hij verneemt wel dat beantwoording nog kan komen, maar hij ziet dat andere fracties daarop ingaan. Hij excuseert zich hiervoor, maar het is fijn dat er antwoorden komen.
45
De voorzitter merkt op dat het punt wordt gemaakt dat dit wellicht in een ander commissie zit. Als voorzitter heeft hij daarbij het punt dat de commissies wel eens de neiging hebben om elkaar te overlappen. Hij wil gewoon toestaan wat de heer Talhaoui zegt. De wethouder moet dan maar beslissen waarop zij reageert in welke commissie. Hij neemt dit voor kennisgeving aan.
50
55
60
De heer Talhaoui (PvdA) is blij dat de gemeente en de provincie inmiddels, niet in 2023 maar in 2024, hebben gezegd dat de tram naar De Uithof vaker gaat rijden, ook bij wedstrijden in het weekend. Dat is ook belangrijk voor het gebruik van P + R vanuit De Uithof. Reizigers bezoeken dan de binnenstad van Utrecht op een duurzamere manier. Spreker sluit zich aan bij de vragen van D66 over een betere verklaring voor het gebruik van P + R. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat elke keer dat hij gewend is aan een geluidsapparaat, er weer een nieuw apparaat wordt gekocht waardoor hij niet meer weet hoe hij daarmee om moet gaan. Maar hij is blij met de aandacht die de voorzitter hem geeft. Hij had eerst niets willen zeggen, alles wat is gezegd is bekend en hij sluit zich daarbij aan. De problemen bij afval, openbare ruimte, groen en woningbouw zijn allemaal bekend. Over de fiets wil hij het niet eens hebben. Dat is immers het grootste kwaad dat een mens kan overkomen. Naarmate het Pagina 7 van 16
aantal fietsen toeneemt, neemt ook het aantal ongelukken toe, dit nog afgezien van de speciale types die wel of niet worden begrensd voor het rijden onder een bepaalde leeftijd. 5
10
15
Mevrouw Kleinrensink (GL) vindt het wel een vrij bizarre uitspraak dat fietsen het probleem zijn, terwijl iedereen weet dat er, sinds de auto is gekomen, er zoveel problemen zijn ontstaan en dat de fiets niet het probleem is dat ongelukken veroorzaakt. Zij hoort graag van Stadsbelang dat het toch wel iets genuanceerder is. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) rijdt zijn hele leven al auto. Hij heeft er nooit een probleem mee gehad. Sinds hij in deze stad is gaan fietsen, heeft hij zich elke keer afgevraagd of hij levend thuis zou komen. Het is dus duidelijk een verschil in beleving. Iemand kan zeggen dat hij dat niet zo mag voelen, maar het is zo. Naarmate het aantal fietsen toeneemt worden de ongelukken ook steeds groter. Hij heeft eens in de commissie verteld dat een vriend ooit vanuit De Meern naar het centrum is gefietst. Hij heeft daar twee uur over gedaan en moest nog sportief fietsen ook. Hij was blij dat hij levend aankwam. Iemand moet niet gaan vertellen dat de fiets heilig is, want dat is hij niet. De voorzitter wijst de heer Nyqvist erop dat hij nu in zijn eigen tijd spreekt.
20
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) is bezig te reageren op een interruptie. De voorzitter merkt op dat de heer Nyqvist mag reageren op een interruptie, maar spreker moet wel een beperking in de tijd aanbrengen.
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Van der Graaf (CU) wil niemand ergens toe dwingen, maar zijn fractie is erg geïnteresseerd in het standpunt van Stadsbelang. Hij is wel benieuwd wat Stadsbelang dan voorstelt. Moeten al die mensen die nu fietsen weer in de auto? Wat is het alternatief? De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) heeft helemaal niet gezegd dat iedereen weer in de auto moet gaan zitten. Stel je voor, dan is er geen ruimte meer voor zijn eigen auto! De essentie is dat iemand op een verantwoorde wijze gebruik maakt van de modaliteiten die er zijn en dat hij rekening houdt met de mensen die er gebruik van moeten maken. Mensen op zijn jonge leeftijd zijn blij dat zij de auto ter beschikking hebben. Als hij het op de fiets zou moeten doen, dan doet hij het niet meer. Hij heeft die fiets ook verkocht. Als hij het met een ander vervoermiddel moet doen, dan leeft hij niet lang meer. Het is een slechte keuze. De essentie voor zijn fractie is dat rekening moet worden gehouden met mensen op een bepaalde leeftijd die niet meer in staat zijn op die fiets of wat dan ook te rijden. De voorzitter vraagt de heer Nyqvist zijn betoog te vervolgen. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) valt het verder op dat, wanneer zich een probleem voordoet dat naar voren uitschuift. Dat is b.v. het geval met de inbreng van de PvdD.
Op een bepaald moment is er een categorie beesten en die moeten een positie hebben en daarmee moet rekening worden gehouden. Vroeger ging het over de honden en de katten die buiten de deur werden gezet. Een ander hoofdstuk is dat er elke keer weer nieuwe beestjes komen die vinden dat zij aandacht verdienen. Op dit moment staat de schildpad in het brandpunt van de belangstelling. Schildpadden komen in overvloedige mate voor omdat de mensen die ze eerst in huis hebben gehaald zich nu afvragen hoe zij ze kwijt raken. Dat is wreed, want zij kruipen nu in de moestuin rond en tegen de tijd dat het koud wordt gaan zij dood. Dat vindt hij niet leuk, maar het zijn de feiten. Hij verwacht nu eigenlijk een voorstel van de PvdD om dit probleem te lijf te gaan. De voorzitter wijst de heer Nyqvist erop dat hij via de voorzitter moet zeggen dat hij van de PvdD een voorstel verwacht. Mevrouw Oskam (PvdD) bedient de heer Nyqvist op zijn wenken. Om 17.00 uur stelt de PvdD namelijk vragen over de schildpadden, samen met zijn fractiegenoot mevrouw Steinhart. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) weet dit. Maar het zijn vragen, hij vraagt om een oplosing. Pagina 8 van 16
De voorzitter merkt op dat ook mevrouw Oskam via de voorzitter moet praten. Hij gaat terug naar de heer Nyqvist. 5
10
15
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) rondt zijn betoog af omdat hij begrijpt dat hij allerlei gemoederen op hogere temperaturen brengt. Daar is hij niet op uit en dat is niet gezond. Zijn punt is dat Stadsbelang Utrecht het over het algemeen wel eens is met wat er wordt geboden, maar ook constateert dat er altijd nieuwe ontwikkelingen zijn waarop ad hoc moet worden gereageerd. Daarvoor vraagt hij de aandacht van een wijs, verstandig en voortvarend bestuur. Mevrouw Oskam (PvdD) merkt op dat de heer Nyqvist vraagt of de PvdD met een oplossing komt. Maar de vraag is natuurlijk bedoeld om te kijken wat voor oplossing het college voor zich ziet. Dan kunnen zij altijd verder kijken. Dat zal zij nog aanvullen. De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) constateert dat de PvdD en hij dit keer met elkaar eens zijn. Dat is ook nooit weg. De voorzitter stelt vast dat de fracties hun bijdragen hebben geleverd. Hij bedankt hen voor de bijdragen en de beknoptheid daarvan.
20
25
30
35
40
45
50
55
De voorzitter schorst de vergadering om 15.50 uur voor de beantwoording door de wethouders en heropent deze om 16.00 uur. Wethouder Schilderman zal de tot haar portefeuille behorende vragen beantwoorden en denkt dat het haar ook zal lukken de vragen over de circulaire die in de commissie EDVW thuishoort te beantwoorden. Het CDA vroeg wat de gemeente doet tegen het openmaken van prullenbakken voor statiegeld. Het college heeft de raad hierover geïnformeerd in een raadsbrief over diverse onderwerpen op het gebied van de openbare ruimte. Daarin is het college teruggekomen op het verloop van de pilot ‘doneerbeugels’. Het college ziet dat in zijn algemeenheid de doorloopsnelheid zo hoog is dat er heel vaak niet iets in zit en dat het heel vaak direct gaat. Het college heeft nog niet veel negatieve gevolgen ervaren en daarom breidt het college de pilot uit tot de binnenstad in de hoop dat dat leidt tot het minder openbreken van prullenbakken. Het CDA vroeg ook naar bankjes, een onderwerp dat haar zeer na aan het hart ligt. Die vraag ging voor een deel over senioren. Het college is nu bezig met het actualiseren van he Handboek Openbare Ruimte. Het college kijkt of daaraan kan worden toegevoegd dat expliciet wordt getoetst op het gemakkelijk opstaan en gaan zitten. Het CDA vroeg ook of zij iets kan zeggen over het monitoren van bankjes.
In het algemeen verschilt de behoefte aan bankjes per wijk. Tot op heden zet het college ook in op logische routes. Er worden dus ook geen exacte cijfers van bijgehouden, maar het college zou kunnen kijken of op basis van meldingen daarover iets meer kan worden weergegeven. Maar dan zou eerst moeten worden nagezocht wat de gemeente nu al heeft. Het CDA vroeg verder om een update van het aantal toiletten. Er zijn vier toiletgebouwen bijgeplaatst, op het Lepelenburg, in het Wilhelminapark, in het Griftpark en in de Voorveldse polder. Verder zijn er vier UriLiften, één toilet bij de Moreelse Helling en drie mannentoiletten in de openbare ruimte. Nieuwe toiletvoorzieningen leiden natuurlijk ook tot meer beheerskosten. De beheerskosten lopen ook op door vandalisme dat aan de orde van de dag is. Het college blijft zoeken naar extra locaties, b.v. in Paardenveld. De VVD vroeg of het college er scherper op kan zijn dat de jaarstukken over het afgelopen jaar gaan. Spreekster vindt dat wel een terechte opmerking. Natuurlijk staan prestaties van het afgelopen jaar niet los van waar de gemeente mee doorgaat. Niet alle activiteiten houden immers magisch op aan het einde van het jaar, maar gaan over de jaargrens heen. Zij denkt dat het wel zal helpen dat het college bezig is geweest met vernieuwing van de P en C stukken (planning & control).
Het college heeft de begroting nieuwe stijl ingericht. Zij denkt dat dit volgend jaar zal helpen bij de jaarstukken. De heer Dijkstra (CDA) vindt het fijn dat de wethouder meedenkt over de bankjes. Kan de commissie iets horen over hoe de wethouder gaat terugkoppelen of het in het handboek komt en hoeveel bankjes er zijn? Wethouder Schilderman vraagt of het goed is dat zij daar aan het einde van haar betoog op ingaat.
Pagina 9 van 16
5
De heer De Pagter (VVD) komt terug op het punt van de jaarstukken voor volgend jaar dat de wethouder daarnet afmaakte. Hij ziet ook dat de P en C cyclus doorgaat, maar het lastige is dat met name bij projecten in de ruimtelijke portefeuille staat: “Er wordt gewerkt aan”. Hoe wordt dat verbeterd richting volgend jaar?
35
Wethouder Schilderman denkt dat het er ook om gaat scherper te zijn op de teksten. Het college geeft altijd aan waarmee het gaat stoppen, waar het mee doorgaat en dat soort zaken. Zij meent oprecht dat het helpt, als het college iets specifieker is ten aanzien van de maatregel die echt in een bepaald jaar wordt uitgevoerd. Zij denkt dat dat al wat helpt om in het format te komen van wat het college nu precies heeft gedaan, maar voor een deel is het ook gewoon gedrag. Zij zegt in elk geval toe dat het college daar scherper op zal zijn. De VVD stelde ook een vraag over minder subsidie voor groene daken. Het college heeft daarover recent een brief gestuurd. In de coronatijd vierde de populariteit van de subsidie voor groene daken hoogtij, iedereen was druk bezig in zijn eigen huis. Toen is de gemeente ook gestopt met het communiceren hierover omdat er meer aanvragen binnenkwamen dan er ruimte was. Daarna zakte het in en was er sprake van onderbesteding. Nu is het college weer begonnen met een communicatiecampagne en extra maatregelen om de besteding weer omhoog te krijgen. GL stelde een vraag over de overschrijding bij groenonderhoud. Dit was een eenmalige en incidentele overschrijding als gevolg van de inhaalslag bij de boomveiligheidscontrole. Hierover is de raad in november 2023 geïnformeerd.
De verwachting is dat het beschikbare budget wel voldoende is om het groen te blijven onderhouden. De PvdD vroeg naar de waterkwaliteit en de doelstellingen voor waterkwaliteit. Ook andere fracties vroegen daarnaar. Het uitvoeringsplan Gezond Water wordt op dit moment opgesteld. Naar verwachting is dat eind van dit jaar klaar. Het plan bevat een aanpak en een prioritering van 120 maatregelen ter verbetering van de waterkwaliteit. Dat is inderdaad later dan ingeschat. Daar is wel een verklaring voor. Het programma is een samenwerking tussen het waterschap en de gemeente. Het oprichten van een gezamenlijke programmaorganisatie en het maken van afspraken over de samenwerking vergen ook tijd. Dan blijkt dat partijen soms op een andere manier werken. Verder is het wel goed om in het achterhoofd te houden dat het gaat om een programma van 14 miljoen euro. Dat is dus een serieus programma. Daar komt bij dat het ook zaken zijn die om bestuurlijke besluitvorming vragen, ook in deze Voorjaarsnota. Dat betekent overigens niet dat de gemeente in die tijd niets doet. De voorbereiding van de maatregelen gaat door, dus ook de veldinventarisatie evenals de voorbereiding van de aanbesteding. Daarnaast zijn er ook al ruimtelijke plannen in uitvoering. De drijvende eilanden aan de Jutfaseweg vormen daar een voorbeeld van.
De PvdD vroeg ook naar vertraging bij de riolen, maar dat was niet deze vraag.
40
Mevrouw Oskam (PvdD) is het eens met het tegengaan van vertraging bij vervanging van de riolering. Maar haar fractie had gelezen dat HDSR het streefbeeld ‘levendig’ voor ogen heeft en de gemeente het streefbeeld ‘zichtbaar’. Daar is al eerder een discussie over gevoerd. Dat is waarschijnlijk een van de discussiepunten geweest, maar wat is de uitkomst daarvan?
10
15
20
25
30
45
50
55
Wethouder Schilderman kwam net bij die vraag aan. De gemeente is bezig met het waterschap om in ieder geval de minimale ambitie van ‘zichtbaar in 2027’ te halen. De maatregelen die nodig zijn om de doelstelling ‘levendig’ te halen volgen dan daarna. Dat is dan ook onderdeel van dat uitvoeringsprogramma. Dit gaat eigenlijk in twee fasen. De PvdD vroeg ook naar de bloembollen en stelde daarover enkele vervolgvragen. Bij bloembollen gaat het college uit van een soort drietrapsraket. Eerst wordt gekeken of dit product biologisch geteeld beschikbaar is. Als dat niet zo is, dan wordt gekeken of het product via het milieucertificaat beschikbaar is en, als het dan nog niet leverbaar is, wordt het gekeken of de bollen voldoen aan de minimale duurzaamheidseisen voor overheidsaankopen. Op dit moment is het nog niet mogelijk om 100% biologisch groen in te kopen omdat het niet op de markt verkrijgbaar is. Het college koopt toch bloembollen omdat het de bloembollen uit een esthetisch oogpunt bekijkt, maar het plant ze ook ter versteviging van de biodiversiteit. Er is een aantal verschillende bloembollen nodig om te komen tot die biodiversiteit. De PvdD vroeg ook of het aanbod van biologische bollen dan niet groeiende is. Het klopt inderdaad dat het aanbod groter is geworden, maar de afzetmarkt is ook steeds groter geworden.
Steeds meer gemeenten zijn geïnteresseerd in die biologische bollen en daardoor ontstaat het probleem dat de gemeente meer zoekt dan zij kan krijgen.
Pagina 10 van 16
Mevrouw Oskam (PvdD) brengt naar voren dat gif-bollen sowieso niet goed zijn. Haar fractie had dan ook gezegd dat het dan beter is niet te planten. Dat klinkt heel krom, maar de PvdD wil niet dat de dieren worden vergiftigd door esthetische oogpunten. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Schilderman heeft aangegeven dat het college bij voorkeur biologisch, anders met de milieukeur en altijd onder de minimale duurzaamheidseisen voor overheidsinkopen plant. Het beeld van gif-bollen deelt zij dus echt niet. Zij heeft ook aangegeven dat in de afweging van het college om toch bollen te planten, ook als ze niet biologisch zijn, biodiversiteit, dus het hebben van verschillende soorten in een variatie, zeker meeweegt. VOLT stelde een vraag over het oppervlaktewaterprobleem en het aantal meldingen van grondwateroverlast. Het college is op dit moment al bezig met het verbeteren van de waterkwaliteit, samen met het waterschap. Het vraagt zeker nog een extra inspanning om die waterkwaliteit te verbeteren. Zij heeft daar richting PvdD al meer over gezegd. De gemeente maakt gebruik van de nieuwe stresstest waterkwaliteit die landelijk wordt ontwikkeld op basis van de nieuwe klimaatscenario’s van het KNMI. Dit jaar worden de scenario’s ook weer verwerkt in de landelijke standaardisering van de stresstests en die worden dan ook weer bovenregionaal uitgevoerd. De nieuwe stresstests volgen in 2025 en de uitkomsten worden dan weer gebruikt voor de afwegingen die de gemeente dan weer nodig heeft. VOLT vroeg ook naar hittestress en wateroverlast en naar het meenemen daarvan in het duurzaamheidsverslag.
Het college heeft op 19 april 2023 een brief aan de raad gestuurd met de indicatoren voor de klimaatadaptatie. De commissie en het college hebben daar toen ook uitgebreid over gesproken. Het college heeft meegedeeld dat er jaarlijks zes stresstests plaatsvinden en dat het college jaarlijks indicatoren opneemt. Die worden op dit moment uitgewerkt. Die heeft het college nog niet kunnen opnemen in het duurzaamheidsverslag over vorig jaar omdat nog geen nulmetingen waren uitgevoerd. Zij verwacht dat het college in het duurzaamheidsverslag van volgend jaar de eerste resultaten kan opnemen. Zij zei al dat in 2025 die zes jaarlijkse stresstests weer plaatsvinden. Ook dat wordt weer gebruikt voor de meting hiervan. Het CDA vroeg naar het inzamelcijfer. Deze fractie gaf ook aan dat er ergernissen zijn en vroeg wat de inzet van het college is ten aanzien van bij-plaatsingen. In 2021 heeft het college de aanpak hotspots bij-plaatsingen opgesteld. Vorig jaar heeft het college daarover een update gegeven. Er is ook een goed debat over geweest dat leidde tot enkele aanpassingen. Bijplaatsingen vragen de continue aandacht van het college.
De gemeente verwijdert veel en ook steeds meer en slaagt erin om te legen op de vulgraad, maar het college ziet dat bij-plaatsingen nog steeds een rol hebben, ook na het ophalen van meer bij-plaatsingen, het invoeren van efficiëntere routes, meer voorlichting, meer materiaal en meer personeel. Daardoor nemen ook de kosten toe, die komen terug in de afvalstoffenheffing. Volgende week gaat er nog een brief naar de commissie met meer toelichting en informatie over hoe het staat met de aanpak van bijplaatsingen. De hoofdmoot is dat de gemeente aanzienlijk meer inspanning heeft geleverd, maar dat er alsnog meer bij-plaatsingen te zien zijn. Het CDA vroeg ook naar bij-plaatsingen door ondernemers. Vaak is niet goed te achterhalen of bij-plaatsingen van ondernemers komen of niet. Als een bij-plaatsing gemakkelijk te herleiden is, b.v. door adresgegevens, dan gaat de gemeente het gesprek aan of schrijft zij in het ultieme scenario een boete uit. Op de locaties waar overlast wordt ervaren vindt ook extra toezicht en handhaving plaats. De CU vroeg hoe het komt dat er vertraging is bij het vervangen van een aantal kilometers riolering en wat het college daarmee doet in de komende jaren.
Het college heeft de vervangingsdoelstelling voor de riolering nog niet gehaald omdat het bij ieder rioleringsproject ernaar streeft om tegelijkertijd de openbare ruimte klimaatbestendig en groener in te vullen en ook circulariteit daarin een rol te geven. Het college ziet dat het vaak meer tijd kost doordat wordt geprobeerd dingen te combineren. Het college verwacht vanaf 2025 weer op de achterstand in te lopen, ondanks het feit dat de vervangingsdoelstelling in het afgelopen jaar niet is gehaald. Op dit moment is er nog geen aanzienlijke vervangingsachterstand en achterstallig onderhoud, maar dat betekent niet dat het college niet alsnog zijn strategie zal moeten evalueren. Het college kijkt ook of het dit proces kan verbeteren. Het aanhaken van verschillende opgaven is op zich nastrevenswaardig en fijn voor de inwoners die hun straat één keer zien open gaan en in één keer een prachtige nieuwe straat zien ontstaan. Maar het college ziet ook dat dit vertragingen veroorzaakt en soms ook teleurstelling omdat het achteraf vaak nog net niet is wat mensen hadden gehoopt. D66 vroeg naar het programma Maatregelen Schoon Water. Zij heeft daar al antwoord op gegeven in haar reactie op de vragen van de PvdD. Zij kan bevestigen dat het college, ook al wordt er aan dat programma gewerkt, in de tussentijd nog steeds heel veel andere zaken aanpakt.
De gemeente heeft wilgenteenbollen waarop waterplanten kunnen groeien geplaatst en kokosrollen bij de Biltsche Grift aangebracht, water- en oeverplanten bij de Heldammersingel aangebracht en zij heeft Pagina 11 van 16
5
10
15
20
25
30
35
40
45
drijvende eilanden op het Science Park en een natuurvriendelijke oever bij de Linschotensingel aangelegd. Er worden dus in de tussentijd maatregelen genomen om de waterkwaliteit te verbeteren. Dan heeft zij het nog niet over de ontkoppeling van het hemelwaterriool en het andere riool waardoor het risico van riool-overstort minder wordt en een verbetering van de waterkwaliteit mogelijk wordt. DENK stelde ook een vraag over bij-plaatsingen. Spreekster heeft al aangegeven dat er volgende week een brief komt over hoe het daarmee staat. Dit onderwerp heeft het hele jaar de aandacht van het college en van de organisatie in brede zin. Het college organiseert ook een wijkgerichte campagne voor de wijken waar er veel bij-plaatsingen zijn. In Overvecht is er op dit moment een aanvullende aanpak met meer communicatie, maar ook met meer mogelijkheden voor grofvuil. Maar het college ziet ook dat bij-plaatsingen dieren aantrekken, zoals DENK stelt. Voor een deel worden die aangetrokken door bij-plaatsingen, maar zeker zorgt het voeren van eendjes ervoor dat heel veel andere dieren, zoals ratten en meeuwen, ook worden gevoerd. In de communicatiecampagne zal dan ook worden aangegeven dat dat niet gewenst is. Tegen het CDA zegt zij dat zij in ieder geval in de jaarstukken van het volgende jaar terugkomt op de bankjes. Zij zal kijken of zij hierover nog meer kan zeggen.
Wethouder Van Hooijdonk wil eerst wat algemene zaken bespreken die met de rapportering te maken hebben. Daarna gaat zij in op de modaliteiten lopen, fiets, auto, mobiliteit, parkeren, verkeersveiligheid en deelmobiliteit. Tot slot gaat zij in op de zaken in de portefeuille van haar collega Oosters. Die horen hier niet thuis, maar zij neemt die in één moeite mee. Zij begint met de wijze van rapporteren en de opmerking van de heer De Pagter daarover. Zij meent dat de heer De Pagter gewoon gelijk heeft: het moet beter vergelijkbaar zijn. Zij wil voor de portefeuille mobiliteit de volgende voortgangsrapportage of die voor het najaar aangrijpen om de verschillende analyses te maken zodat de raad daar alsnog over beschikt. Zij vindt dit een terecht punt. Mevrouw Kleinrensink zei dat de monitor er wel in kan als link. Spreekster is het daarmee van harte eens, maar zij vreest dat de monitor 2023 nog in aantocht is. Die was gepland voor de Voorjaarsnota, maar dit is ook een mental note dat die monitor er beter nog een paar weken eerder kan zijn zodat die ook voor dit debat beschikbaar is. Ook dit neemt het college mee als les voor het volgend jaar. De heer Van der Graaf had het over ontbrekende indicatoren. Voor zover zij het kan overzien zijn dat allemaal indicatoren die samenhangen met de inwonersenquête.
Die zullen dus ook nooit worden ingevuld omdat die enquête tegenwoordig maar eens in de twee jaar plaatsvindt. Dat is niet ideaal, maar zij vreest dat er dit jaar grotere financiële noden moeten worden opgelost. Dit is namelijk een oude bezuiniging. Spreekster gaat in op de modaliteiten. De heer Van der Graaf vroeg ook naar de fietsdeals en de fiets-hub. Kort geleden heeft het college in een brief aangegeven dat het nog op zoek is naar een tweede plek in de wijk Kanaleneiland. Het uitgeven van fietsen verloopt volgens schema. Het streven is duizend per jaar, het aantal ligt nu op vijfhonderd. Dit blijft dus goed doorlopen. Het is grappig te zien dat verschillende leden begonnen over de vraag hoe mensen naar de binnenstad gaan. Zij hoort de heer De Pagter lachen. Volgens haar speelt hier dat meer mensen zijn gaan lopen en in het OV zijn gaan zitten. De 5% die het fietsgebruik achterblijft is precies het deel dat lopen en OV extra hebben. In alle eerlijkheid weet zij niet of zij dat zo erg vindt. Utrecht heeft immers best drukke fietspaden en het kost best veel moeite om genoeg stallingsplaatsen te organiseren. Dat mensen meer zijn gaan lopen, waarschijnlijk door corona, en dat zij ook het OV hebben teruggevonden vindt zij eigenlijk goed nieuws.
Zij merkt dat een aantal leden een grote behoefte heeft aan die cijfers als bewijs dat de gemeente de goede dingen doet, maar raad en college moeten dit wel voortdurend goed blijven inspecteren. De automobiliteit zit nu op 5%, raad en college willen naar 4%; dat is een procentje meer, maar dat valt weg in de onzekerheden. Zij denkt dat, zowel in Nederland als internationaal, heel veel collega’s dromen over zo weinig auto’s die naar de binnenstad komen.
50
De heer Talhaoui (PvdA) komt terug op de opmerking dat het goed is dat er minder fietsers naar de binnenstad komen. Hij begrijpt de redenering, maar eigenlijk is het toch minder goed nieuws, als mensen dat zouden doen omdat het op de fietspaden zo druk is, met andere woorden omdat het levensgevaarlijk is. Kan de wethouder hier iets meer over zeggen?
55
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat de heer Talhaoui hiervoor een eigen verklaring heeft. Haar verklaring is dat mensen tijdens de coronacrisis het lopen hebben ontdekt als een volwaardige manier om zich te verplaatsen. Dat geldt ook voor haarzelf. Dat is ook breder te zien in de modal split. Daarin is er een uitwisseling in met fietsen.
Pagina 12 van 16
De heer Nyqvist (Stadsbelang Utrecht) vraagt of de wethouder ook heeft berekend hoeveel mensen niet kunnen lopen en die dus niet voorkomen in haar patroon. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Wethouder Van Hooidonk wordt bevraagd op hoe mensen reizen naar de binnenstad. Zij probeert op geen enkele manier te zeggen dat mensen verplicht zijn te lopen. Als mensen niet kunnen lopen, dan kan dat natuurlijk niet. De voorzitter wijst de heer Nyqvist erop dat hij even moet wachten totdat spreker hem het woord geeft. De heer Nyqvist (Stasbelang Utrecht) brengt naar voren dat er categorieën mensen zijn, vooral ouderen, die allang blij zijn, als zij de volgende stoep halen, laat staan dat zij naar de binnenstad lopen. Die categorie vergeet de wethouder helemaal. Wethouder Van Hooijdonk probeert vragen te beantwoorden die verscheidene raadsleden hebben gesteld over het achterblijven van het fietsen naar de binnenstad. Zij probeert uit te leggen dat dit voor meer dan de helft komt doordat mensen meer zijn gaan lopen. Daarmee zegt zij op geen enkele manier dat mensen verplicht zijn om dat te doen. Zij probeert alleen een verklaring te geven. Mevrouw Kool bedoelde misschien dat het autogebruik in bredere zin toeneemt. Dat is niet wat het college ziet. Het autogebruik in Utrecht ligt nog steeds onder dat van voor corona. Wel is het sinds corona wat gestegen. Het college is benieuwd of dit zich op een bepaald moment gaat stabiliseren. Ook P + R was vandaag een hoogtepunt.
Mevrouw Kleinrensink vroeg of het college ook cijfers heeft over mensen die van parkeren op de fiets overstappen. Het antwoord is helaas nee. Zij denkt dat het ook lastig te meten is, zeker als mensen daar een eigen fiets neerzetten. Dat komt niet in de registratie terug. De heer Usta vroeg of het college er, ook in de prognoses van de parkeerinkomsten, rekening mee houdt dat naheffingen de gemeente geld kosten. Het antwoord is ja. Heel veel commissieleden vroegen naar de P + R cijfers. De heer Vasters legde het eigenlijk goed uit. Meer dan vroeger ziet iemand nu de ‘kale’ cijfers, dus de mensen die de P + R als P + R gebruiken en niet alleen als parkeergarage. In zekere zin zijn die cijfers transparanter geworden. Het klopt dat er een sterke stijging is geweest, waarschijnlijk door het herstel na corona. De heer De Pagter vroeg of dit de goede indicator is. Zij denkt van wel, maar raad en college zullen met elkaar moeten oefenen om te zien hoe die zich ontwikkelt. Volgens haar zag de heer Vasters een stijging bij P + R, maar ook bij het normale parkeren. Het college probeert altijd de parkeerinkomsten zo goed mogelijk in te schatten. Het probeert daarbij ook zoveel mogelijk te leren, maar het is wel heel lastig om raak te schieten.
Dat heeft onder andere te maken met het effect van economische ontwikkelingen, zoals hoeveel mensen gaan reizen, hoeveel mensen gaan winkelen en dat soort zaken. Ook is het lastig de prijselasticiteit in te schatten. Wat doet de ontwikkeling van de prijs met de keuzes van mensen? Als de taxatie er een beetje naast zit, gaat het meteen over grote bedragen omdat het wel een grote inkomstenpost is. De heer Vasters probeerde hieruit een soort conclusie te trekken over de inhoud, maar zij heeft het idee dat dat niet de conclusie hoeft te zijn. Er zijn inmiddels weer wat andere parkeerontwikkelingen waardoor die kosten wat conservatiever worden. De heer Vasters (D66) merkt op dat zijn belangrijkste punt was dat hij probeerde een beetje een beeld te krijgen van hoe effectief en succesvol die P + R’s nu zijn. Hij begrijpt van de wethouder dat het niet zo eenvoudig is om die vraag te beantwoorden. Hij heeft nog wel een vraag over die prijselasticiteit. Dit jaar en volgend jaar is er een aantal verhogingen in de parkeertarieven. Dit is misschien een goed moment om daar een goed beeld van te krijgen omdat het prijsbeleid bij het parkeren toch een heel belangrijke prikkel is en college een raad een bepaald beleid voorstaan. Hij doet het college de suggestie daar de komende jaren goed naar te kijken omdat daarover in de toekomst wel weer beslissingen moeten worden genomen.