Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-07-01.pdf
Tekst van het document
Ten aanzien van de participatie merkt de partij op, dat hiervoor ruimte dient te zijn en dat deze beter dient te worden. Er zal met moties en amendementen worden gekomen. Mevrouw Oosters (Student&Starter) zegt dat de fractie enthousiast is over de voorrang voor de fiets en de voetganger en het leegmaken van het Janskerkhof. Vervolgens is deelmobiliteit de lijm tussen de ontwikkelingen die voorliggen. De overheid speelt hier een belangrijke rol in door bijvoorbeeld een toegankelijk online platform te maken waarin allerlei mobiliteitsvormen samenkomen of het uitschrijven van een gestuurde tender. In de eerste termijn gaf de wethouder aan dat hier landelijk gesprekken over plaatsvinden maar Student&Starter wil graag Utrecht hier een voortrekkersrol in neemt. De heer Işik (PvdA) vraagt hoe Student&Starter de betaalbaarheid wil waarborgen.
30
Mevrouw Oosters (Student&Starter) denkt dat de overheid de regie dient te houden, ook om een en ander betaalbaar te houden. Zij vervolgt haar bijdrage met het onderwerp Zuidpoort. Het einde is nog steeds enigszins open. Student&Starter is voorstander van een voetgangersgebied bij Ledig Erf maar maakt zich zorgen over de effecten voor onder andere de Vondellaan, Briljantlaan en de Goylaan. Welke acties onderneemt de wethouder om de effecten van auto’s op de omringende wegen terug te dringen?
35
40
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) dankt de wethouder voor de beantwoording in de eerste termijn. Voor deze tweede termijn heeft de fractie een tweetal punten. Allereerst dient het mobiliteitssysteem inclusief en voor iedereen toegankelijk te zijn. Hier dient een aparte doelstelling voor te komen. Graag een toezegging. Ten tweede de oversteekbaarheid van nieuwe en bestaande barrières in de stad. Kan de wethouder toezeggen dat een toets gedaan zal worden op de oversteekbaarheid?
45
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat de CDA-fractie moeite heeft met het mobiliteitsplan en de link die wordt gelegd tussen groei en woningbouw. Er is weinig flexibiliteit in het mobiliteitsplan. Daarnaast maakt de partij zich er zorgen over of het een oplossing biedt voor iedereen. Met betrekking tot Zuidpoort merkt het CDA op dat gezien de participatie optie 1 nog steeds logisch is. Ten aanzien van de hubs merkt de fractie op dat dit toch een soort veredelde parkeergarages zijn. Is het niet een idee om te investeren in een echte hub?
50
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt hoe de hub eruitziet die het CDA voor ogen heeft.
55
De heer Van Steeg (CDA) zegt dat een hub niet alleen plek is om een auto te parkeren voordat de stad wordt ingegaan. Er dienen ook andere vormen van mobiliteit te zijn, horeca en plekken voor deeltijdwerken. Hij vervolgt zijn bijdrage met het onderwerp fietsklemmen in de buurten. Volgens de fractie is er nog veel onbekendheid bij bewoners over het aanvragen van fietsklemmen. Tot slot een paar kleine punten. Ten eerste de snelheid op fietspaden. Voor fietspaden ligt die op 30-kilometer per uur. Dit was redelijke nieuwe informatie. Misschien is het handig hier meer aandacht aan de besteden. Ten tweede de vraag of ook gedaan wordt aan deelmobiliteit op het water. Graag een reactie. Ten derde is eerder een motie ingediend in verband Pagina 18 van 58
met de oversteekbaarheid en de barrières waarin het idee werd geopperd een brug aan te leggen over de Graadt van Roggenweg. Kan die worden meegenomen? 5
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) vraagt of water een rol kan spelen in het openbaar vervoer binnen het centrumgebied. Is hier een visie op? De heer Van Heuven (PvdD) merkt op dat bij de voorjaarsnota is toegezegd dat omtrent vervoer over water een overzicht van plannen komt naar de commissie.
10
15
De heer Gaillard (Stadsbelang Utrecht) zegt dat de fractie graag had gezien dat het compartimenteren van de stad verder werd onderzocht. Bij de bespreking van de voorjaarsnota is gebleken dat de wethouder dit niet aandurft. De fractie zal daarom met een motie komen. Verder ziet Stadsbelang Utrecht graag dat de auto niet wordt weggepest en dat de keuzevrijheid van de Utrechter wordt gerespecteerd. Verder dient het dubbel grondgebruik meer meegewogen te worden in het mobiliteitsplan. Met betrekking tot de studie Zuidpoort merkt de fractie op, dat geënquêteerde mensen serieus moeten worden genomen. Er zal daarom met een amendement worden gekomen voor variant 1 in plaats van 4A. Tot slot vraagt de partij of de wethouder denkt dat er voldoende draagvlak is voor het mobiliteitsplan in zijn geheel. Zo ja, durft de wethouder hier dan een referendum over te houden?
20
25
De heer Schipper (SP) merkt op dat de SP zich, net als de VVD, afvraagt waar nu over besloten wordt. Hier dient een helder antwoord op te komen. Met betrekking tot Zuidpoort merkt de fractie op dat hierover een apart raadsvoorstel gestuurd had moeten worden. De fractie wijst erop dat ouderen in Hooggraven aangeven dat de verkeersregelinstallatie bij de Linschotensingel moet blijven staan. Ten aanzien van de barrièrewerking merkt de SP op, dat bij de ovonde bij de Marco Pololaan niet nog meer verkeer moet komen. Voorts dient er geen tramlijn bij Koppelstede te komen. Dan de A27. Het college accepteert de verbreding in het mobiliteitsplan en de ruimtelijke strategie. Dit kan toch geen ambitie zijn van deze coalitie? Er zal een motie komen voor een strekt ter vervanging.
30 De heer Bosch (PVV) kan aansluiten bij de bijdrage van de heer Schipper tot het onderwerp de A27. Het mobiliteitsplan is niet het mobiliteitsplan van de PVV. Ten aanzien van Zuidpoort is de fractie voor variant 1. 35
De voorzitter constateert dat de fractie van DENK geen bijdrage heeft. Hij schorst de vergadering voor vijf minuten.
40
Wethouder Van Hooijdonk dankt de commissie voor de gestelde vragen. Allereerst gaat zij in op vragen over fietsers en voetgangers. D66 vraagt om een plan waarin een en ander concreet wordt uitgewerkt. Dit is een terechte behoefte. Het college wil iets organiseren tussen het MPB en het mobiliteitsplan in, een doorkijk vier, vijf jaar vooruit en die wordt de mobiliteitsagenda genoemd. Deze zal jaarlijks geactualiseerd worden zodat voor de raad helder is wat de prioriteiten zijn voor de eerste vier, vijf jaar. De mobiliteitsagenda wordt aangeboden bij de voorjaarsnota.
45
50
De VVD vroeg wat nu nog precies de hoofdfietsroute is. Het is een terechte constatering dat een verfijnder netwerk wordt aangewezen. Dit is een bewuste strategie. Hierdoor worden meerdere keuzes geboden waardoor drukte op fietspaden verminderd. De heer De Pagter (VVD) vraagt of bepaalde routes niet beter snelfietsroutes of recreatieve routes genoemd kunnen worden. Verder is een brug niet nodig als vanaf de Vleutenseweg wordt gekomen. De route over de Kaatstraat Herenweg kan gebruikt worden. De heer Işik (PvdA) vraagt wat de tijdswinst is als een brug wordt aangelegd.
55
60
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het niet zozeer gaat om tijdswinst. Het gaat om aantrekkelijkheid van routes, spreiding en ontlasting. Verder werd eerder gesproken over een hoofdfietsroute en een doorfietsroute. Het verschil hiertussen bleek alleen moeilijk uitlegbaar. Op dit moment zijn er hoofdfietsroutes en geen hoofdfietsroutes. De VVD vroeg wat de status is van het netwerk dat is ingetekend. De wethouder geeft aan dat hetgeen is opgeschreven ook gemeend wordt. Dit is dus het voorstel aan de raad. Als fracties bepaalde zaken geen goed idee Pagina 19 van 58
vinden, dan is het van belang om te amenderen. Daarnaast komen bepaalde grotere zaken ook nog langs de raad via de financiële weg en in aparte raadsvoorstellen. Het mobiliteitsplan gaat over alles en heeft het hoogste abstractieniveau. Er zal dus nog van alles uitgewerkt moeten worden. 5 De heer Bosch (PVV) vraagt waarom Zuidpoort niet als apart raadsvoorstel naar de commissie is gekomen. 10
15
20
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dit niet is gedaan omdat dit effect heeft op de cyclus en omdat het ging over circulatie, was het verstandig om een en ander te verankeren. Dan de Vechtbrug. Het is vervelend dat mensen zich niet goed bediend voelen. Men heeft zijn uiterste best gedaan. Er zijn vier-, vijfhonderd pagina’s aan reactiedocumenten verstuurd en het college heeft het idee dat echt inhoudelijk antwoord is gegeven. Blijkbaar is dat niet zo ervaren. Geruststellend nieuws is, dat niet morgen aan de Vechtbrug wordt begonnen omdat deze nog niet geprogrammeerd staat. Zodra dit wel het geval is, zal met de omgeving in gesprek worden gegaan. De PvdD vroeg naar de klinkers. De wethouder geeft aan dat niet overal in Utrecht asfalt komt. Asfalt wordt vooral gereserveerd voor de hoofdfietsroutes. In woonstraten zal bijvoorbeeld niet zomaar asfalt voor fietsers worden neergelegd. Het grootste deel van de stad kan van klinkers worden voorzien. De heer Van Steeg vroeg naar de fietsklemmen in de buurt. Dit is een goed punt. Er zal nog over fietsparkeren gesproken worden in de module fietsparkeren naar aanleiding van de parkeervisie. Het college zal nog met voorstel komen. Met betrekking tot de snelheid op het fietspad aarzelt de wethouder of die meer bekend gemaakt moet worden. 30-kilometer per uur is best wel snel.
25
De heer Van Steeg (CDA) denkt dat het juist helpend is als aandacht wordt gegeven aan de 30-kilometer per uur.
30
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat hier nog even over nagedacht zal worden. D66 vroeg naar de veilige schoolroutes. De wethouder geeft aan dat in het programma van eisen binnen het Utrechts plan proces zaken hieromtrent goed verankerd moeten worden. D66 vroeg naar de ‘shared spaces’. Wethouder Diepeveen is hierop ingegaan bij de voorjaarsnota. Er is in ieder geval geen generiek ‘shared space-beleid’. Eventueel wil de wethouder in een brief opschrijven wat bekend is over ‘shared spaces’.
35
Mevrouw Schilderman (D66) geeft aan dat sommige mensen niet meer in de ‘shared spaces’ durven te komen. Het zou fijn zijn als de wethouder ervaringen door deze bril wil bekijken. Wethouder Van Hooijdonk vindt dit een goede aanscherping. In de brief zal hierop terug worden gekomen. Deze komt in het eerste kwartaal van 2022.
40
45
50
55
De wethouder vervolgt met het kopje ‘anders reizen’. De VVD gaf aan dat als meer mensen thuis gaan werken dat er meer medewerkers kunnen komen. Hier is een rekenvoorbeeld over opgenomen in het plan. Student&Starter vroeg om het verder uitwerken van deelmobiliteit. Als het gaat om doelgroepen dan gaat het om betaalbaarheid, gezinnen en toegankelijkheid en als het gaat om ordening dan gaat het over de rol van de markt, de rol van de overheid en het sturen op het publieke belang. Dit is hetgeen waarvan de wethouder denkt dat hiermee aan de slag moet worden gegaan. Het CDA had het over hubs. De hubs die voor ogen zijn, zijn hubs in de buurt die ruimte op straat vrijspelen en mensen kunnen bedienen met verschillende vormen van deelmobiliteit. De tweede variant zit op de ring Utrecht. Bewoners parkeren daar op afstand en mensen van buiten kunnen daar overstappen. De Papendorphub is een eerste serieuze proef. Hiervoor komt nog een voorstel en uiteindelijk zullen hier dingen van geleerd worden die in Westraven toegepast moeten gaan worden of die verder doorontwikkeld kunnen worden op het Utrecht Science Park. Voor de derde variant is de regio nodig. Dit betreft de hubs die voor de ring zitten zodat niet iedereen door hoeft te rijden tot de ring. Deze bevinden zich in Breukelen, Vianen en Driebergen.
Er zal een module gemaakt worden over de hubs en als die er ligt dan ontstaat het goede moment om het gesprek te voeren. Het CDA had het ook over deelmobiliteit op het water. Wethouder Diepeveen is bezig met een visie op het stadswater en wethouder Eerenberg werkt aan een uitwerking voor goederenvervoer waarin vervoer over water ook een rol speelt. Verder gaat deelmobiliteit meestal over recreatie. Hier zijn wel mogelijkheden voor.
60 Pagina 20 van 58
De heer Van Steeg (CDA) vraagt of er nog iets extra’s kan worden gedaan.
5
10
De heer Van der Graaf (ChristenUnie) constateert dat het ene stuk gaat over recreatie en het andere over logistiek. Wil de wethouder kijken of openbaar vervoer over water ook kan worden onderzocht? Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat er geen traject loopt voor openbaar vervoer over water. Zij oppert hier ook niet al teveel verwachtingen van te hebben. Het is immers erg druk op het water. Vervolgens gaat de wethouder in op het openbaar vervoer. De PvdA vroeg naar het resultaat van de toegankelijke haltes. Hierdoor is 95% van de openbaar vervoerreizen toegankelijk. Rond de jaarwisseling zal aangegeven worden hoe verder naar de uitvoering wordt gegaan. De heer Işik (PvdA) had graag een uitwerking gezien van vervoer voor iedereen.
15
20
25
30
35
40
45
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dit in het mobiliteitsplan is opgenomen. Zij wijst erop dat er sprake is van een overgangsperiode waarbij de verantwoordelijkheid van de provincie wordt afgeschaald en de gemeente een extra taak krijgt. De heer Van der Graaf wil graag dat er een doelstelling komt. Het college heeft bedoeld dat een en ander integraal is maar als dit gemarkeerd moet worden met een extra punt, dan kan dat. Dit kan echter alleen toegezegd worden door middel van een strekt ter vervanging. De wethouder stelt voor dat de heer Van der Graaf een en ander zelf regelt. De ChristenUnie ging ook in op de oversteekbaarheid van barrières. In kwalitatieve zin is hier een en ander in de tekst over opgenomen. Vervolgens gaat de wethouder in op de betaalbaarheid. Het openbaar vervoer zit in de U-pas maar dit is niet altijd laagdrempelig. In de brief die wethouder Van Ooijen heeft toegezegd voor het eind van het jaar moet goed gekeken worden hoe de U-pas maximaal ingezet kan worden op een laagdrempelige, bruikbare manier. De SP vroeg hoe goed openbaar vervoer gedefinieerd kan worden met name gericht op de wijken. Per wijk kan de wethouder een en ander niet definiëren. Er wordt wel uitgegaan van bijvoorbeeld 400m tot een halte. Daarnaast is het zo, dat het Rijksbudget op dit punt niet op orde is omdat het niet geïndexeerd is.
Tot slot wordt op dit moment gedacht over de rol van de gemeente en de rol van de provincie. Hier kan de commissie in het derde of vierde kwartaal informatie over verwachten. Vervolgens gaat de wethouder in op auto gerelateerde zaken. De VVD vroeg naar autoknelpunten. Voor een deel wordt hierop teruggekomen op het moment dat het verkeersmanagement is uitgedacht en uitgewerkt. De PvdD vroeg of meer straten gesloten kunnen worden en of daar een plan voor gemaakt kan worden. De wethouder zegt dat het plan voorligt maar dat daar niet per se sluitingen in zitten. De ruimte wordt vaak herverdeeld en de hiërarchie op straat wordt veranderd. De SP ging in op de A27. Er is geen misverstand over waar het stadsbestuur staat op dit punt. Het zou alleen merkwaardig zijn als ontkend wordt dat de Rijksoverheid hier besluiten over neemt. Verder is al schriftelijk ingegaan op de Papendorproute bij de RSU. Op hoofdlijnen denkt het college dat een en ander kan. Het is alleen nog geen project. De heer Bosch van de PVV vroeg naar de Kardinaal de Jongweg. Het lange termijnperspectief is dat de oversteekbaarheid hier veranderd. De heer Bosch (PVV) vraagt waarom de groene golf daar weg wordt gehaald.
50
55
60
Wethouder Van Hooijdonk zegt dat een groene golf draait om het faciliteren van autoverkeer op die route. Oversteekbaarheid is dan dus niet belangrijk. Vervolgens gaat de wethouder in op zaken met betrekking tot rekenen. De PvdD vroeg waarom er geen andere scenario’s zijn dan de maximale groei. De wethouder weet niet of zij het eens is met de duiding dat alleen wordt gekozen voor maximale groei. De verwachte groei wordt geprognosticeerd. Er wordt niet gestuurd op maximale groei, er wordt gestuurd op leefbaarheid. Vervolgens had de heer De Pagter een aantal vragen over de memo. Ten eerste geeft de wethouder aan dat het publiceren van de hele technische bijdrage prima is. Ten tweede merkt zij op dat er in het lijstje van de heer De Pagter geen dingen zaten die niet in het mobiliteitsplan staan. Ze vindt het ook voor de hand liggen dat dingen die in het mobiliteitsplan staan worden doorgerekend en dit is ook gebeurd. Pagina 21 van 58
De heer Bosch (PVV) vraagt waarom niet alle scenario’s worden doorgerekend. 5
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat vooral een scenario is doorgerekend dat aan de raad wordt voorgesteld. De heer De Pagter (VVD) wil de toezegging van de wethouder dat duidelijk wordt gemaakt welke scenario’s er zijn bijvoorbeeld als doseren op de snelweg niet wordt gedaan of als openbaar vervoer zaken minder uitgevoerd kunnen worden.
10 Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat wel honderd scenario’s gemaakt kunnen worden maar dat niet precies bekend is wat in de komende twintig jaar gaat gebeuren. Het is wel duidelijk dat er geen geld naar Utrecht zal komen als er geen plannen worden gemaakt. Het doseren op de snelweg zit overigens niet in de rekensommen. 15
20
Vervolgens gaat zij in op Zuidpoort. De wethouder merkt op dat alles eigenlijk neerkomt op uitwerken en effecten in beeld brengen. Het college heeft variant 4A voorgesteld. De wethouder ervaart dat er ook veel gevoel is voor variant 1+. Zij kan zich voorstellen dat de raad zegt dat om een betere keuze te maken, met die twee varianten verder wordt gegaan. De effecten verderop in het netwerk kunnen dan beter in beeld komen en er kan bekeken worden wat een en ander betekent voor het Ledig Erf. De heer Işik (PvdA) vraagt of de verdere uitwerking in overleg met bewoners kan gaan.
25
30
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat dit uiteraard kan. De SP had nog een vraag gesteld over de Linschotensingel. Het is niet zo, dat als daar iets wordt veranderd dat er geen voetgangerslicht meer is. Het college wil daar ook een voetgangerslicht. Dan een aantal opmerkingen over de Ooster- en Westerkade in verband met parkeren en asfalt. Zij vindt het niet fijn dat zo lang over het project is gedaan. Dit heeft met personeelsgebrek te maken. Op dit moment staat men aan de vooravond van een definitief ontwerp en bestek en er is ook al veel geparticipeerd. Mevrouw Schilderman (D66) vraagt of een motie waarin voorgesteld wordt, dat toegewerkt wordt naar veel minder parkeerplaatsen, haalbaar is.
35 Wethouder Van Hooijdonk denkt dat als meer tijd wordt genomen maar wel toegewerkt wordt naar een bepaald eindbeeld, dat dit haalbaar moet zijn. 40
45
De heer Weistra (GroenLinks) vindt dit een goed voorstel. Hij stelt voor gezamenlijk een motie in te dienen. Hij vraagt of dit niet het huidige proces vertraagt. Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het ontwerp voldoende adaptief is. Er kan tijd genomen worden om een plan te maken. Tot slot een aantal variabele zaken. De wethouder geeft aan dat over de 15-kilometer per uur versus 30-kilometer per uur discussie, een brief is geschreven. In de woonbuurten kan gedacht worden aan 15-kilometer per uur en bij straten die een verkeersfunctie hebben wordt gedacht aan 30 of 50-kilometer per uur. Belangrijk hierbij is een passende inrichting. De heer Van Heuven ging in op natuur inclusief ontwerpen. Dit is wat wordt gewild en tegelijkertijd dient aan de mobiliteitstransitie te worden gewerkt. De vraag is, wat kan nog worden afgesproken wat comfort geeft?
50 De heer Van Heuven (PvdD) zegt dat de PvdD-fractie de herinrichting van het Moldaudreefkruispunt lastig vindt. Dit kruispunt moet veiliger worden maar daar moeten wel negen kerngezonde bomen voor sneuvelen. De PvdD zou graag zien dat een uitgangspunt wordt, dat bomen eerst zijn. 55
60
Wethouder Van Hooijdonk zegt zich te kunnen voorstellen dat afgesproken wordt dat bomen een belangrijk criterium zijn. Een discussie over bomen in relatie tot verkeersveiligheid wordt wel snel ingewikkeld. Vervolgens geeft de wethouder aan iets te voelen voor de bloembakken waar de heer Van Heuven het over had. De heer Van Heuven had het ook om het kwantificeren van de CO2afname. De wethouder geeft aan dat de gemeente hier niet de bronnen voor heeft waardoor cijfers Pagina 22 van 58
geleverd kunnen worden. De PvdA kondigde een motie aan met betrekking tot participatie. De wethouder denkt dat veel goed gaat maar dat mensen het niet altijd eens zijn met elkaar. Daarnaast hebben mensen verschillende belangen, beelden en optieken. De wethouder staat open voor de motie maar wijst erop dat er altijd wel wat reuring zal zijn. 5 De heer Işik (PvdA) vindt de houding van het college richting bewoners van belang.
10
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat het college zijn uiterste best doet om alles zo goed mogelijk te doen. Dit leidt alleen niet tot alleen maar blije mensen. De heer Gaillard vroeg waarom er geen referendum wordt gehouden. Dit is niet de gewoonte en is in dit geval ook een moeilijk plan. Met betrekking tot het draagvlak merkt de wethouder op, dat dit volgens haar hoog is. De heer Van Steeg had het over innovatie. Er zit veel innovatie in het mobiliteitsplan vooral ten aanzien van SMART mobility, verkeersmanagement en MAAS-achtige zaken. Het is alleen altijd een middel en geen doel op zichzelf.
15 De heer De Pagter (VVD) merkt met betrekking tot het doseren op de snelweg op, dat daar ‘expert judgement’ bij staat. 20
Wethouder Van Hooijdonk antwoordt dat zij heeft meegekregen dat het doseren op de snelweg niet in de doorrekening zit. De voorzitter stelt voor dat de wethouder hier voor het raadsdebat schriftelijk op terugkomt. De heer De Pagter (VVD) vraagt of de memo bij de raadsbrief wordt meegestuurd.
25 Wethouder Van Hooijdonk stelt voor het hele verhaal dat een verantwoording van de doorrekening is, te publiceren. De voorzitter constateert dat dit in de vorm van een brief of memo mag. 30 Wethouder Van Hooijdonk antwoordt samen met de griffie naar de juiste weg te gaan zoeken. De voorzitter concludeert dat anderhalf uur wordt uitgetrokken voor de behandeling in de raad. Hij inventariseert of er nog antwoorden op vragen worden gemist. 35 De heer Van Steeg (CDA) had nog een vraag gesteld over de Graadt van Roggenweg. Wethouder Van Hooijdonk geeft aan dat de Graadt van Roggenweg wordt heringericht. Als er nog nieuwe inzichten ontstaan, dan komt zij daarop terug. 40
45
50
De voorzitter herhaalt de toezeggingen. Wethouder Van Hooijdonk komt jaarlijks met een uitvoeringsagenda gelijktijdig met het meerjaren programma Bereikbaarheid (MPR) bij de voorjaarsnota. De uitvoeringsagenda gaat over de uitvoering van de maatregelen uit het mobiliteitsplan. Wethouder Van Hooijdonk informeert de commissie in het eerste kwartaal van 2022 over het beleid en de ervaringen in andere steden rondom ‘shared spaces’. Hier wordt naar gekeken vanuit het perspectief van toegankelijkheid. Wethouder Van Hooijdonk voegt het verstrekte memo/rapport toe aan de stukken. Hierin wordt ingegaan op de vraag van de heer De Pagter en de vraag van de heer Van Steeg wordt gecontroleerd. Wethouder Van Hooijdonk gaat nog even in op de vraag van de heer De Pagter over het doseren op de snelweg. Dit zit niet in de rekensom en is dus niet gekwantificeerd. Kwalitatief bezien wordt gedacht dat dit een goede maatregel is. Dit betreft het ‘expert judgement’.
55 De voorzitter schorst de vergadering om 16.40 uur.
Pagina 23 van 58
LIJST VAN TOEZEGGINGEN 5
Wethouder Van Hooijdonk zal met betrekking tot agendapunt 6, Raadsvoorstel Mobiliteitsplan 2040: • de commissie jaarlijks bij de voorjaarsnota komen met een uitvoeringsagenda gelijktijdig met het MPB (bij de VJN) over de uitvoering van de maatregelen die genoemd staan in het mobiliteitsplan (Q2 2022). • de raad met een brief informeren in Q1 2022 over het beleid rondom shared spaces en ervaringen in andere steden specifiek vanuit het perspectief van toegankelijkheid.
Pagina 24 van 58
Verslag openbare avondvergadering Commissie Stad & Ruimte 5
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
1 juli 2021 Stadhuisbrug 1, Utrecht Remko Schotsman (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 10
15
De voorzitter, mevrouw Sturkenboom, de wethouders, mevrouw Van Hooijdonk en de heer Verschuure, en de leden, mevrouw E. Oosters (Student&Starter), de heer G. te Hoonte (VVD), mevrouw A. Sasbrink (PvdD), de heer H. van Deún (PVV), mevrouw F. de Koning (GroenLinks), de heer B. Işik (PvdA), de heer D. Bosch (PVV), de heer T. Schipper (SP), mevrouw J. Zwinkels (CDA), mevrouw S. Schilderman (D66), de heer J. Wijmenga (ChristenUnie), mevrouw A. Sasbrink (PvdD) en mevrouw M. Leenders (Commissiegriffier). Tevens aanwezig zijn ambtelijke vertegenwoordigers van gemeentelijke afdelingen.
Verslag openbare vergadering Commissie Stad & Ruimte 20
25
7. Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichterbij: de tienminutenstad, Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 ............................................................................................................................................... 26
De voorzitter, mevrouw Sturkenboom, heropent de vergadering om 19.30 uur. De voorzitter heet de aanwezigen en de volgers van de livestream van harte welkom. Voor de bespreking van dit agendapunt zijn op verzoek van de woordvoerders wethouders Verschuure en Van Hooijdonk uitgenodigd.
7. Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichterbij: de tienminutenstad, Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 30
35
40
De voorzitter licht toe dat er begonnen wordt met de beantwoording van de eerste termijn. De afspraak is dat interrupties uit de pot ‘Diversen’ gaan en dat interrupties op het college uit de eigen spreektijd gaan. Mededelingen De wethouders Wethouder Verschuure licht toe dat er 10 juni een eerste termijn is geweest en dat dat toen zo uit de tijd liep dat de wethouder geen beantwoording heeft kunnen doen. Er is toen een brief opgesteld maar de wethouder heeft begrepen dat sommige leden deze brief erg ruim in de beantwoording vonden. Daar wil hij sorry voor zeggen en de ruimte geven om vragen alsnog te beantwoorden. Het waren veel vragen en het college dacht met goede bedoeling om met de brief deze vragen te beantwoorden maar dat is blijkbaar niet bij iedereen goed gevallen. Pagina 25 van 58
De commissie De commissieleden hebben geen mededelingen. 5
10
De voorzitter licht toe dat dit de veegcommissie is en dat er wordt begonnen met de beantwoording van de wethouder in de eerste termijn. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan dat er nu dus geen ruimte is om de wethouder te interrumperen. Spreker vraagt zich af of de wethouder de gehele beantwoording nu gaat uitspreken zodat de commissie ook kan voelen wat de wethouder bij de beantwoording had bedacht. Spreker vraagt uit wiens tijd dit gaat. Bij de behandeling van de eerste termijn is geconcludeerd dat er een overloop was naar deze commissie en dat de restanttijd van die dag mee zou komen. Dat is niet gebeurd, dit terwijl er die avond opgeroepen is om rekening te houden met de spreektijd nu. Spreker wil dat de tijd die over was bij de fracties opgeteld wordt als het krap wordt.
15 De voorzitter stelt dat deze twee ordepunten duidelijk zijn en vraagt of de commissie het hier mee eens is. 20
Mevrouw Oosters (Student&Starter) meent dat de commissie nog best ruim in de spreektijden zit. Spreker stelt voor hoe ver daarmee gekomen kan worden en dit in het achterhoofd te houden als er in de min wordt gelopen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) meent dat de wethouder die brief met de beantwoording niet hoeft voor te lezen en spreker rekent op wat coulance met betrekking tot de spreektijd.
25 De heer Schipper (SP) is ervoor dat er met betrekking tot de tijd er een en dezelfde manier van berekenen wordt gehanteerd. Als het klopt wat de heer te Hoonte zegt dan zou deze tijd er in de reserve bij moeten staan. 30
De heer Wijmenga (ChristenUnie) steunt het punt van de heer Te Hoonte. De voorzitter proeft dat de meeste fracties het er mee eens zijn om de tijd van de eerste termijn erbij te plussen.
35
De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan er niet voor te pleiten dat dit nu berekend wordt en dat daarvoor geschorst moet worden. De voorzitter geeft aan een lijstje te hebben en dit in de gaten te zullen houden.
40
45
50
55
Mevrouw Sasbrink (PvdD) vraagt of het overzicht van hoeveel spreektijd er voor de fracties bijkomt gedeeld kan worden. De heer Van Deún (PVV) hoort spreken over een eindtijd van 24.00 uur en stalt dat wat hem betreft de eindtijd over twee minuten is. De PVV wil graag de beraadslagingen over de RSU schorsen. De Raad van State heeft op 30 juni een uitspraak gedaan over het windpark Delfzijl. Hier is eerder in de raad ook over gesproken. Het arrest komt erop neer dat alles wat met milieu te maken heeft vooraf een milieukeuring moet hebben en een MER. Dit Unierecht is ook van toepassing verklaard op het Nederlandse recht. Het gaat nu over het windpark in Delfzijl en het bestemmingsplan maar uit de uitspraak blijkt dat alles wordt overgenomen door de Raad van State. Vandaag wordt er over de RSU gesproken wat een plan is dat overeenkomstig is met artikel 2 van de SNB-richtlijn en waarvoor overeenkomstig met artikel 3 ook een milieubeoordeling moet worden gemaakt, voorafgaand aan de beslissing van de raad. De PVV stelt vast dat er voorafgaand aan dit besluit en aan andere besluiten en geen Milieueffectrapportage is gemaakt. De PVV vraagt daarom de commissie om het debat te schorsen omdat het in strijd is met de wet. Als het debat wel doorgaat en als er een besluit wordt genomen dan zal de PVV het besluit voordragen voor vernietiging, in dit geval bij de commissaris van de Koning.
De heer Işik (PvdA) meent dat er over een bepaalde visie wordt gesproken en niet over een plan. Om die reden is de PvdA tegen het voorstel van de PVV.
60 Pagina 26 van 58
5
10
15
De heer Wijmenga (ChristenUnie) sluit aan bij de heer Işik. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dit iets te gemakkelijk. Spreker heeft in de woordvoerdersapp al aangegeven dat hij het college om een reactie zou willen vragen. De PVV heeft hier alleen met betrekking tot Energie een reactie op gegeven. Nu dit hier wordt voorgelegd zou spreker het college willen uit nodigen om hun visie hierop te geven zodat ze actief kunnen uitleggen waarom dit wel door kan gaan. Spreker meent dat de raad die informatie wel moet hebben. Wethouder Van Hooijdonk meent dat de tijd te kort is om het hele arrest gelezen te kunnen hebben. Het eerste beeld is echter wel dat omdat er aan alle normen voldaan wordt, dat dit geen betrekking op Rijnenburg zal hebben en de wethouder sluit aan bij de Işik dat dit geen besluit over een windpark is. Dit is een ruimtelijke visie en er wordt een MER gedaan voor Rijnenburg. Het eerste beeld van het college is dan ook dat dit niet van toepassing is. De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan ook zelf uit te zullen zoeken hoe het met Rijnenburg zit. Het gaat spreker echter om de andere windparken die in de RSU staan waarbij op basis van wettelijke normen is gesteld dat die daar kunnen komen en vraagt of dat daar ook voor geldt. De wethouder geeft aan antwoord op Rijnenburg maar er zijn meer windgebieden en daar zou spreker ook graag een visie op willen.
20
De voorzitter geeft aan te merken dat de meerderheid voor behandeling van dit onderwerp is.
25
De heer Van Déun (PVV) merkt op dat artikel 3 niet over windmolens gaat maar over telecommunicatie, toerisme en ruimtelijke ordening. Spreker begrijpt dat nu niet deze discussie gevoerd zal worden en vraagt of het college op redelijk korte termijn met een brief naar de raad kan komen over wat zij vinden met betrekking tot het arrest van de Raad van State.
30
35
Wethouder Van Hooijdonk merkt richting de heer Te Hoonte op dat het punt van de PvdA geldt dat dit nog geen finaal besluit is. Gebieden zijn gedefinieerd als zoekgebieden en dat betekent dat als er een initiatief komt, dit in behandeling genomen zal worden. Daarna zal het nog getoetst moeten worden en politiek afgewogen moeten worden. Dit is dus inderdaad niet het finale poortje en de wethouder meent dat dit prima verenigbaar is. Met betrekking tot de vraag van de heer Van Déun worstelt de wethouder wat met de termijn. Het is de vraag hoe snel je zo een arrest helemaal doorwrocht kunt beantwoorden. De wethouder geeft aan niet te weten hoeveel het college al voor de raadsbehandeling weet als dat de vraag van de heer Van Déun is. De voorzitter stelt voor dat het college via een memo laat weten of dat lukt of niet.
40
Wethouder Van Hooijdonk geeft aan in samenwerking met de griffie te laten weten op welke termijn dat zou kunnen.
45
De heer Te Hoonte (VVD) stelt voor om naar aanleiding van dit antwoord toch de beraadslagingen te doen en zou het appreciëren als de non-verbale communicatie van de heer Işik wat zou verminderen. Spreker sluit aan bij het verzoek om voor de raadsbehandeling de brief van het college te hebben. De heer Işik (PvdA) verzoekt de voorzitter haar rol te nemen, de commissie is nu al een kwartier onderweg en wist al waar het aan toe was.
50
De voorzitter roept sprekers op hun interrupties kort, bondig en to the point te doen en geeft het woord aan wethouder Verschuure voor de beantwoording van de eerste termijn.
55
Wethouder Verschuure licht toe dat veel vragen al via de brief zijn beantwoord maar kan zich voorstellen dat er nog vragen zijn. De wethouder heeft zijn beantwoording georganiseerd in de thema’s gezonde groei, fasering, plancapaciteit, gebieden, financiering en overige vragen. De wethouder stelt voor om als en dan nog vragen zijn deze in een van deze thema’s te stellen. Straks zal wethouder Van Hooijdonk nog een aantal vragen beantwoorden die haar portefeuille raken.
60
Gezonde groei en de barcode Pagina 27 van 58
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
Wethouder Verschuure licht dat hier vragen over zijn gesteld door de PvdD, de SP en de PvdA. Gezonde groei en barcode zoals waarom groei nog een uitgangspunt is voor de RSU. Groei is voor het college geen doel op zichzelf. Er zijn echter onderzoeken gedaan, onder andere in Primos met betrekking tot bijvoorbeeld de groei van het aantal huishoudens in de stad en dat maakt dat als je als stad niet groeit, het aan alle kanten gaat knellen. Dan zullen er bijvoorbeeld geen betaalbare huizen meer zijn. Daarom kiest het college ervoor om de groei in goede banen te leiden zodat een barcode meegroeit die niet alleen wonen realiseert maar ook werk, investeringen in groen en recreatie en dat dit op een verantwoorde manier wordt geprobeerd te doen. Dat haakt ook in op de vragen van de SP en de PvdA of deze groei nou wel gezond is en of dit op deze manier wel gedaan kan worden. Het college denkt dat omdat er voor de eerste keer zo een uitgebreide RSU is gedaan met veel aandacht voor kwaliteit over de manier waarop je wilt groeien, dit ook de bestaande inwoners helpt en de groei de bestaande inwoners ook faciliteert. Utrecht is populair, veel mensen willen zich hier vestigen en daarom blijft de druk op de regio bestaan en daarom vindt het college het belangrijk om de vinger aan de pols te houden en enige sturing en richting te geven als stadsbestuur.
Er wordt ook naar de ruimtelijke ambities die niet alleen maar los gezien moeten worden. De PvdA sprak ook over de maatschappelijke problemen in de stad en vroeg of deze zaken niet op elkaar afgestemd kunnen worden zodat de ruimtelijke ontwikkeling ten goede komt van de maatschappelijke opgaven. Dat is zeker iets dat het college met deze ruimtelijke strategie wil doen. Naast het streven naar gemengde wijken wat ook al in het coalitieakkoord staat wordt er, via de Woonvisie ook gestuurd op een gemengde stad met in 2040 een verhouding van 35-25-40 in het woningaanbod. Daarmee wil het college via de barcode maatschappelijke voorzieningen die essentieel zijn mee laten groeien. Het college meent dat de ruimtelijke ambities zo kunnen bijdragen aan de maatschappelijke opgaven in de stad. D66 vroeg of amendement 47 is uitgevoerd rondom de uitgangspunten; ‘bouw niet alle groene pleintjes vol’. Dat is ook niet de bedoeling. Het college wil groene scheggen toevoegen en ‘onverhard, tenzij’ als uitgangspunt nemen om zo kwaliteit aan de stad toe te voegen. Mevrouw Sasbrink (PvdD) heeft antwoord gemist op de vraag of het ook mogelijk een goed idee is om scenario’s toe te voegen. Bijvoorbeeld dat de stad niet groeit, langzamer groeit of minder groeit dan uit de onderzoeken is gekomen.
Wethouder Verschuure licht toe dat uit Primos komt dat in de regio tot 125.000 woningen zouden moeten worden gebouwd, wat voor de stad Utrecht ongeveer 60.000 woningen zou moeten zijn. Je zou kunnen zeggen dat de regio minder hard zou moeten groeien maar de consequentie daarvan zou zijn dat de problemen op de woningmarkt navenant groot zullen zijn. De stadsregio’s Amsterdam en Rotterdam groeien ook en het college is niet van mening dat Utrecht de groei van heel Nederland zou moeten opvangen maar dat maakt het niet reëel andere delen van Nederland te vragen de groei van Utrecht op te vangen. De wethouder is het met mevrouw Sasbrink eens dat het wel in evenwicht moet zijn. De onderzoeken zijn door Primos landelijk uitgevoerd en met deze vertaling wil het college deze opgave faciliteren. Het zal nooit precies 3.000 woningen zijn de komende 20 jaar maar het college probeert hier wel aan te voldoen en tot 2030 is het streven om zelfs iets sneller te groeien. Fasering en uitvoering Met betrekking tot de fasering vroeg mevrouw Zwinkels of de planning wel realistisch en verstandig is. Zoals in de RSU opgenomen zijn er verschillende fases van ontwikkeling geschetst. Fase 1 is de huidige harde plancapaciteit in de Merwedekanaalzone, Cartesiusdriehoek, Wisselspoor, Groenewoud etc. Het college meent dat het reëel is dit verder te gaan uitrollen.
Fase 2 is Papendorp noord en een ander deel van Merwede, deelgebied 5, het USP en het Beurskwartier. Zo kan het college successief in de stappen van de ontwikkeling gaan naar Lunetten Koningsweg en een aantal andere plekken. Het college denkt dat de planning reëel is, zeker als de bouwproductie volgehouden kan worden. Dit omdat er nu elk jaar al 3.000 tot 3.500 woningen worden gebouwd. Op een gegeven moment zullen echter wel grote investeringen in mobiliteit nodig zijn. Hier wordt op andere momenten met elkaar over gesproken maar daar heeft het college wel de hulp van de raad voor nodig. Er zijn hierbij ook grote investeringen van het Rijk en de provincie voor nodig. Als dat niet loskomt, dan komt de financieringsstrategie onder druk te staan.
Pagina 28 van 58
Mevrouw Zwinkels (CDA) vraagt hoe concreet de planning is als de stad steeds afhankelijk is van de financiering op het gebied van mobiliteit en of de gemeente niet ook een planning zonder die financiering zou moeten hebben. 5
10
15
20
25
30
35
Wethouder Verschuure meent dat de planning voor de eerste fases heel reëel is omdat deze hard in de boeken staat. Met betrekking tot bijvoorbeeld de Merwedekanaalzone kan er tot ongeveer 4.000 woningen in het gebied worden gegaan en voor volgende stappen naar 6.000 of 10.000 woningen is de Merwedelijn nodig. Deze staat in alle plannen en staat ook op de lijstjes voor de MIRT-verkenning. Hier zit gewoon een financiële afhankelijkheid is. Het geld is er nu niet maar het college heeft er wel vertrouwen in dat het Rijk dit ook zo belangrijk vindt dat de middelen op termijn zeker los gaan komen. De wethouder vervolgt en licht toe dat D66 vroeg of er zaken zijn die de optimale verdeling van huizen in de weg staan. De wethouder vraagt of daarmee woonmilieus, een programma over een goede verdelen voor knopen of profielen mee wordt bedoeld. In elk geval is het antwoord in al deze gevallen: ja. Het college denkt dat het tot een optimale verdeling in de RSU kan komen. Mevrouw Schilderman (D66) geeft aan dat de achtergrond van de vraag is dat de gemeente zelf ook veel regels maakt, bijvoorbeeld over waar de splitsing van een huis aan zou moeten voldoen. Spreker vraagt of er zaken zijn die vaak terugkomen, zoals een regel die de raad heeft gesteld die het realiseren van meer woningen vaak in de weg blijkt te staan.
Als dat het geval is, is de vervolgvraag of de wethouder bereid is daar iets aan te doen. Wethouder Verschuure licht toe dat tussen droom en daad wetten en praktische bezwaren in de weg staan en hier geldt dat ook. De vraag is of je die wetten en bezwaren wilt opheffen en wat dat je kost. In het kader van het Gezondheidsbeleid is bijvoorbeeld afgesproken geen woningen te bouwen binnen 100 meter van een snelweg of dat alleen te doen als er zware geluidsisolerende maatregelen zijn genomen. In die zin zijn er regels die op bepaalde plekken woningbouw beperken. De wethouder zou echter niet willen voorstellen om die regels terzijde te schuiven omdat hij meent dat het verstandig is om deze te hanteren. Dat geldt ook voor andere zaken als het Bouwbesluit of kwaliteits- en duurzaamheidseisen. Dat maakt een ontwikkeling ingewikkelder maar als je gezond stedelijk leven serieus wilt nemen dan moeten en goede basisuitgangspunten worden geformuleerd. Mevrouw Schilderman (D66) meent te hebben begrepen dat de wethouder nog niet over een regel is gestruikeld waarvan hij denkt dat die eigenlijk alleen maar in de weg zit. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of de gemiste vragen per blokje worden behandeld. Wethouder Verschuure geeft aan dat dat inderdaad zijn voorstel was.
40 De heer Te Hoonte (VVD) geeft aan een gemiste vraag te hebben gesteld over of het niet beter is om met betrekking tot de fasering 6b als einddoel te stellen en daarnaartoe te werken en dat over een iets langere tijd te doen. 45
Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan met betrekking tot de optimale verdeling van woonmilieus dat er geen duidelijk onderscheid wordt aangebracht tussen typen woonmilieus. Overvecht en Kanaleneiland vallen bijvoorbeeld ineens in de ‘groene wijk’. De fractie is benieuwd of je ook een dichtheid kunt koppelen aan de woonmilieus. In de schriftelijke beantwoording stond dat dit niet gekoppeld wordt en de fractie vraagt zich af of dat wel mogelijk is.
50
55
60
Wethouder Verschuure antwoordt inderdaad niet gestruikeld te zijn over een regel die dat in de weg zou staan omdat de regel vaak een basis hebben als gezondheid of geur- of milieucontouren. De afweging is dat je wonen en werken in wijken soms wilt mengen en dan zal je wellicht iets in de bestemming moeten doen. Dat zijn echter oplosbare regels. De wethouder herinnert zich de vraag van de VVD als of de RSU niet tot 2050 verlengd zou moeten worden en dan de totale plannen die ook in de fasering 4a, 4b, 5 en 6 realiseren omdat je dan ineens veel meer plancapaciteit hebt. Dat is een idee, maar het is niet noodzakelijk om aan de 130% plancapaciteit te komen. De afspraak met BZK om tot 130% te komen is in regionaal verband gedaan. De wethouder meent dat er 170.000 tot 180.000 woningen in zachte plancapaciteit zijn in de regio. Voor de stad Utrecht is de opgave 60.000 woningen maar in zachte Pagina 29 van 58
5
10
15
20
plannen zijn er 70.000 woningen. Er zouden 78.000 woningen nodig moeten zijn om tot 130% plancapaciteit te komen. Daar zit Utrecht dus niet heel ver van af. De wethouder heeft eerder gezegd dat Utrecht een substantieel gedeelte moet doen van de 130% in de regio en Utrecht doet dat ook met 10.000 woningen bovenop de 60.000 woningen. In 20 jaar is er ook wel eens plantoeval en de wethouder meent dat Utrecht een heel eind komt in het gene wat de VVD wil met betrekking tot de 130%. Als je verder gaat na 2040 kun je de faseringen 5 en 6 toevoegen maar dat zijn keuzes die in de toekomst gemaakt moeten worden. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat er 60 woningen in de RSU staan en constateert dat dat geen 130% is en dan komt er opeens iets achter de gordijnen vandaan en dan is het wel opeens 130%. Spreker vindt dat ingewikkeld. Spreker wijst de wethouder erop dat hij op 17 sept 2020 heeft gezegd dat hij vindt dat Utrecht een ‘fair share’ moet doen in de130%. Spreker heeft dat geïnterpreteerd dat Utrecht zelf ook 130% nastreeft. Dit staat echter nu niet in de RSU. De wethouder wordt gevraagd of hij de RSU gaat aanpassen zodat de 78.000 woningen erin komen te staan. Wethouder Verschuure geeft aan de RSU niet aan te zullen passen omdat de 60.000 woningen de Utrechtse opgave is, wat gerealiseerd moet worden. In de MPR zit hier 10.000 woningen bovenop in de zachte plannen.
De wethouder probeert de heer Te Hoonte gerust te stellen dat het college wel degelijk kijkt naar een substantiële overprogrammering. De barcode is ook op 100% in plaats van 130% geprogrammeerd met betrekking tot de overige voorzieningen, het groen en dergelijke. Als je nog 8.000 woningen zou kunnen vinden in Utrecht bovenop de 70.000 woningen in de MPR of als je een van de knooppunten zou kunnen ‘laden’, dan zou je al op de 130% kunnen komen en de wethouder is ervan overtuigd dat dit gerealiseerd zou kunnen worden.
25 De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de kern van de bijdrage van de VVD is dat de 130% er goed in moet zitten. Spreker vraagt of het mogelijk is om met een technisch amendement wel naar de 130% plancapaciteit te gaat en wat er in het plan gebeurt als dat wordt gedaan. 30
35
Mevrouw De Koning (GroenLinks) merkt dat dat veel partijen vragen hebben gesteld over de 130%, waaronder GroenLinks, en meent dat het debat nu daar ook over gevoerd zou moeten worden. Er is inderdaad afgesproken dat de 130% regionaal gedaan zou worden maar GroenLinks had niet verwacht dat er nu 60.000 woningen voor Utrecht in de RSU zouden staan. Dit lijkt ook niet de intentie van de wethouder omdat er in het MJPR wel 70.000 woningen staan. In de beantwoording van de technische vragen is ook aangegeven dat er bij de knooppunten nog meer kan. De manier waarop die nu is opgesteld is ook voor GroenLinks verwarrend en spreker vraagt waarom niet in een strekt ter vervanging verduidelijkt kan worden dat de geprogrammeerde 60.000 woningen een ondergrens is maar dat er wel richting de 130% binnen de knooppunten gerealiseerd kan worden.
40
45
Mevrouw Schilderman (D66) ervaart dat ongemak ook, juist omdat je snel op die 130% in wilt zetten. Het is namelijk niet alleen planuitval, maar soms ook vertraging. Spreker heeft de RSU lezend ook niet het idee dat er op alle plekken op 130% wordt ingezet. Spreker is dan ook benieuwd naar de reactie van de wethouder op de vraag van GroenLinks. Zij kan zich voorstellen dat dit weer nieuwe vragen oproept over wat dit voor de barcode betekent en vraagt waar die knelpunten liggen omdat zij meent dat dit wel de ambitie van de raad was. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt of D66 van mening is dat Rijnenburg ook gewoon een woonlocatie zou moeten zijn die in elk geval in de RSU gearceerd weergegeven zou moeten zijn.
50
55
60
Mevrouw Schilderman (D66) meent dat er ook andere plekken zijn waarvan je je kunt afvragen hoeveel woonprogramma je daar neer kunt zetten. GroenLinks heeft al terecht aangegeven dat niet overal het maximale programma wordt geprogrammeerd. Dat betekent dus niet per definitie dat je dan bij Rijnenburg bent. Spreker ziet Rijnenburg echter duidelijk als een optie op 6b in de RSU staan. Als de gemeente er binnen de bestaande stad niet uitkomt zal Rijnenburg dus op termijn een plek worden om naar te kijken. Wethouder Verschuure meent dat dit een belangrijk en relevant debat is waarbij het hem ook niet lukt om steeds een klip en klaar antwoord te geven. De Utrechtse opgave is 60.000 woningen, deze zijn geprojecteerd in de knooppunten per locatie. Per knooppunt zou je meer woningen Pagina 30 van 58
5
10
15
kunnen gaan laden en in die zin is dit een soort ondergrens. Daarbij is echter wel steeds gekeken of je een bijpassende barcode in het gebied zou kunnen realiseren. Dit ook met het concept van een tien-minutenstad in gedachten zodat alles nog in evenwicht blijft. Het is echter mogelijk meer te laden en er zou dus 130% van gemaakt kunnen worden. Dan doet de wethouder echter wel iets waarvan hij niet helemaal achter staat omdat hij een barcode in evenwicht wil realiseren. Op dit moment is deze bijna rond. Maar er moet echter ook de energie-opgave gerealiseerd worden en spelen er nog punten met betrekking tot bedrijventerreinen en sportvelden. De heer Işik (PvdA) geeft de VVD en GroenLinks gelijk en kan zich voorstellen dat als het niet zeker is of je de 60.000 woningen kunt realiseren, dat je het aantal omhoogtilt om het risico op het niet halen van de 60.000 te verkleinen. Mevrouw Schilderman (D66) heeft hier begrip voor maar heeft de wethouder ook horen zeggen dat andere voorzieningen in de barcode dan niet meer gerealiseerd kunnen worden en vraagt de wethouder of dat klopt. Spreker vraagt of het college gekeken heeft hoeveel woningen er wel extra in de knooppunten geladen kunnen worden zonder dat je met de barcode in de knel komt.
De heer Işik (PvdA) vraagt in relatie tot de woorden van D66 wat voor consequenties dit zou kunnen hebben op de barcode en of dat inzichtelijk gemaakt kan worden.
20
25
30
35
40
45
50
55
60
De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de VVD dit punt al heel lang maakt. Zonder Rijnenburg in ontwikkeling te brengen wordt het lastig om de barcode in de stad te realiseren en ook te voldoen aan de eis van 130%. Daarom stelt de VVD om dit wel toe te voegen en om de RSU te verlengen. De VVD zegt niet dat er 90.000 woningen gebouwd moeten worden maar 60.000 woningen op twee plekken. De wethouder geeft aan dat dat niet nodig is maar spreker meent dat dat wel nodig is als je 60.000 woningen wilt bouwen met planuitval én de barcode. Daarnaast heeft de wethouder ook nog aangegeven dat er nog een aantal bedrijventerreinen zoek zijn. Mevrouw De Koning (GroenLinks) licht toe dat de gemeente graag voor 130% wil programmeren maar dat de barcode uiteindelijk natuurlijk maar voor 100% nodig is. Spreker meent dat energie, cultuur en sportvoorzieningen op de zelfde manier gerealiseerd kunnen blijven worden en dat alleen nog specifieke buurtvoorzieningen toegevoegd moeten worden. Spreker gelooft niet dat als er bij de knooppunten zoveel extra woningen gebouwd kunnen worden er geen plek voor deze buurtvoorzieningen gevonden kan worden. De opgave die opgelost moet worden is dat er in de RSU voor 130% geprogrammeerd moet worden en dat de barcode voor 60.000 woningen gerealiseerd moet kunnen worden. Wethouder Verschuure meent dat dit een welles-nietes-discussie begint te worden.
Het college heeft ervoor gekozen om de Utrechtse opgave te programmeren en dit zit in de knooppuntenanalyse zoals die is opgesteld. Hier kunnen tot 60.000 woningen in gerealiseerd worden. In de overige delen van Utrecht zullen er nog ongeveer 10.000 woningen in de plannen zitten. Dan kom je voor de 130% nog 8.000 woningen tekort. Dit zitten niet in de overprogrammering en het is ook niet de bedoeling om tot 2040 130% van de woningen te gaan realiseren. De wethouder is ervan overtuigd dat als het op de ene knoop wat minder lukt, je de andere knoop wat meer kunt aanzetten. Dit is echter niet zo ingetekend omdat de raad dan tegen de wethouder zegt dat hij maar 78.000 woningen moet gaan bouwen. Daarom staat de overprogrammering nu niet in de boeken. Als je echt veel meer dan 60.000 of 70.000 woningen wilt bouwen vraagt de wethouder of raad en college dat nog binnenstedelijk willen doen. Je kunt best een knooppunt nog iets steviger aandoen, maar je wilt wel dat de barcode in evenwicht blijft. De heer Te Hoonte (VVD) licht toe dat de wethouder heeft aangegeven dat als hij de lijstjes in de MJPR optelt, hij tot 60.000 woningen komt. Nu zegt de wethouder in zijn beantwoording dat het optelt tot 78.000 woningen Spreker snapt dan niet wat de lijstjes zijn en vraagt waar de overige 18.000 in dit plan zijn gebleven.
Spreker vindt dat dit moet kloppen en dat de raad dit moet kunnen volgen en sluit dan ook aan bij GroenLinks en D66 dat dit verbeterd moet worden. Wethouder Verschuure geeft aan dat dit geen vraag is maar een statement van de heer Te Hoonte waar hij het niet mee eens is. De wethouder heeft zijn standpunt hierover helder gemaakt. De wethouder vervolgt merkt op dat er met betrekking tot de woonmilieus op dat ook hier onderzoek aan ten grondslag ligt. Er is gekeken welk woonmilieu je het meeste nodig hebt. In Pagina 31 van 58
5
verhouding heeft Utrecht nu veel gezinswoningen en in de groei van de stad is er meer behoefte aan appartementen voor 1 of 2 personen. Elke wijk heeft daarbij een benoeming gekregen en daarbij is gekeken wat je in die wijken het beste zou kunnen bouwen. Het college meent dat het daar een goed evenwicht in heeft kunnen vinden. Dat zorgt wel voor verschillende ritmes in de stad. De heer Bosch (PVV) meent dat de heer Te Hoonte wel een vraag heeft gesteld en is benieuwd naar het antwoord van de wethouder.
10
15
20
25
30
35
40
De voorzitter meent dat er nu in herhaling gevallen wordt maar geeft op dit punt nog één keer het woord aan de wethouder. Wethouder Verschuure licht toe dat het uitgangspunt de afspraak is die is gemaakt met het ministerie van Binnenlandse Zaken om de woningbouwbehoefte in de regio op te lossen. Vanwege die zorg die er ook aan die kant was is de afspraak gemaakt om tot een overprogrammering te komen van 130% Dit is regionaal afgesproken en regionaal zijn alle potentiële woningbouwlocaties in beeld gebracht. Daar komt ruim boven de 130% plancapaciteit uit naar voren. Er wordt dus voldaan aan de afspraak die met BZK is gemaakt. In een eerder debat heeft de raad de wethouder gevraagd wat hij vindt dat Utrecht zou moeten doen. De wethouder heeft geantwoord dat Utrecht daar een ‘fair share’ in zou moeten nemen. De Utrechtse opgave is 60.000 woningen en in de planvorming zit 70.000 woningen. Daarmee heb je nog niet de 130% mee, daar zijn 8.000 extra woningen voor nodig. De wethouder meent dat deze 8.000 gevonden kunnen worden op een moment dat er op een van de knooppunten veel planuitval zou plaatsvinden. Dit is echter niet zo in de RSU ingetekend omdat de opgave 60.000 woningen is en daarmee is in evenwicht gerekend. 10.000 woningen betekent namelijk 160 tot 200 hectare aan andere voorzieningen, dat is de barcode.
Als hier 30% extra bij wordt gevraagd dan komt de wethouder in de knel met de barcode. De wethouder denkt echt dat er aan de opgaves voldaan kan worden maar heeft er niet voor gekozen om 78.000 woningen in te tekenen tot 2040. Na 2040 komen vanaf fase 4a nog meer mogelijkheden. Zo zou Overvecht wellicht zwaarder ontwikkeld kunnen worden en misschien zou Rijnenburg dan ook ontwikkeld kunnen worden. Tot 2040 staat er echter voldoende in de plannen om aan de opgaves te kunnen voldoen en de wethouder meent dat daarmee een verantwoord document is neergelegd. De heer Te Hoonte (VVD) wil een schorsing aanvragen omdat zijn vraag veel explicieter was. Op pagina 141 wordt verwezen naar het MPR en spreker heeft alle getallen in dat document opgeteld en kwam tot 60.000 woningen. Blijkbaar is er dus nog een stukje MPR dat niet in de RSU zit. Spreker wil schorsen om de wethouder te laten lezen wat hij bedoelt zodat de wethouder kan toelichten wat er staat. Mevrouw Schilderman (D66) stelt voor om de wethouder hier in de tweede beantwoording op te laten terugkomen. Wethouder Verschuure verwijst de heer Te Hoonte naar pagina 19 van het MPR waarin staat dat de plancapaciteit 70.567 woningen is.
45 Mevrouw Zwinkels (CDA) geeft aan ook te hebben gevraagd naar de dichtheden. In de beantwoording staat dat er geen koppeling is maar de wethouder gaf aan wel te kijken naar de samenstelling van de huishoudens. 50
55
Wethouder Verschuure antwoordt dat er geen correlatie is tussen de dichtheid en het huishoudenstype. Er zit geen automatische correlatie tussen woonmilieu en dichtheid, ook niet in de RSU. Plancapaciteit De wethouder geeft aan van dit kopje al veel te hebben behandeld. De SP vroeg of er voldoende woonprogramma is voor de inpassing van een tram. Er is eerder aangegeven dat het college een wiel met spaken wil realiseren en daar moet je knooppunten voor ontwikkelen. Voor het realiseren van een lightrail heb je een bepaald aantal reizigers nodig en dat hangt weer af van de hoeveelheid werkgelegenheid en wonen die je op een knooppunt realiseert. Pagina 32 van 58
De tram is dus niet een doel op zichzelf, maar maakt wel iets mogelijk en natuurlijk wil je wel hoogwaardig OV hebben. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Werk en economische zaken D66 vroeg om een actieplan voor Lage Weide. Het college wil in de RSU dat Lage Weide een werkgebied blijft. Een belangrijke opgave voor de regio is het vinden van een oplossing voor bedrijventerreinen. Dat betekent dat de bestaande bedrijventerreinen gekoesterd maar ook geïntensiveerd moeten worden. Het college wil de vrijliggende terreinen op Lage Weide op een goede manier, met dubbel ruimtegebruik intensiveren zodat er meer werkgelegenheid per vierkante meter komt. Er zijn daar ook een paar niet ruimte-intensieve bedrijven en dat is jammer voor dat gebied. Dat is niet direct een actieplan maar het college wil dit wel de komende jaren uit gaan voeren. Bij een van de herstelpakketten rondom corona is er ook geld vrijgemaakt voor de OMU om te kijken of de wat braakliggende en ingewikkelder hectares kunnen worden opgepakt en kunnen worden verbeterd. GroenLinks vroeg naar de Koffieknoop De gemeente is met Douwe Egberts in gesprek om te kijken wat daar in de komende periode gedaan kan worden. Dat is een goed gesprek maar hier moet vanwege wederzijdse belangen wel de tijd voor genomen worden. Er werken 1.600 mensen on ook de gemeente wil die werkgelegenheid koesteren. Er zal onderzocht moeten worden wat er in de toekomst mogelijk is. Dit zal ook investeringen vragen en daar moeten nog afspraken over gemaakt worden.
Mevrouw De Koning (GroenLinks) is blij dat het gesprek met Douwe Egberts wordt gevoerd en geeft aan dat GroenLinks ook de werkgelegenheid koestert. De oproep van GroenLinks is om een ambitie op te nemen om wellicht woningbouw mogelijk te maken. Dat zou een goede opmaat kunnen voor het maken van afspraken en het doen van investeringen. De wethouder geeft aan dat dit een traject van lange adem is maar de RSU loopt ook tot 2040 dus hier zouden best lange termijnambities in kunnen worden opgenomen. Wethouder Verschuure licht toe dat de locatie nu als werkgelegenheidslocatie is ingetekend. Een optie is dus ook dat er in dit gebiedje nog meer gewerkt gaat worden. Het Thomas à Kempisplantsoen aan de overkant van de weg zal in elk geval wel herontwikkeld worden. De gemeente is ver in de planvorming met Mitros en Portaal om daar meer woningen te laden. De heer Te Hoonte (VVD) licht toe dat er ook nog een lijst is met 70 schriftelijk te beantwoorden vragen. Daarin is de vraag gesteld of Utrecht genoeg bedrijventerreinen heeft. Er is geantwoord dat de bestaande bedrijventerreinen behouden blijven worden en zullen worden geïntensiveerd. Vanmorgen is bij de Merwedekanaalzone al gesproken over bedrijventerreinen die worden omgezet naar een lagere milieucategorie en nu gaat het over het kleiner maken van de Koffieknoop.
Spreker vraagt hoe de wethouder dit duidt en hoe ervoor gezorgd gaat worden dat er voldoende ruimte blijft voor bedrijven als er nu al uit het IRP een tekort blijkt. Wethouder Verschuure merkt op dat vorig jaar in regionaal verband is geïnventariseerd hoeveel behoefte er is aan bedrijventerreinen. Daaruit bleek een behoefte aan 218 hectare tot aan 2040. Door intensiveringsopgaven is dit teruggebracht tot 70 hectare. De regio is nu aan het kijken waar er regionale bedrijventerreinen ontwikkeld zouden kunnen worden. Er zijn meerdere locaties op het oog maar dit leidt natuurlijk ook tot politieke discussies in de regio. Dit is nog niet rond maar vanuit de regionale tafel wordt ervan uitgegaan dat dit moet kunnen lukken. Dit kan in elk geval niet in Utrecht worden gerealiseerd maar de wethouder heeft wel aangegeven dat het indikken van de Koffieknoop nog niet in de RSU is opgenomen. De wethouder heeft in de RSU wel willen schetsen dat een gebied als Lage Weide geïntensiveerd zou kunnen worden en dat het college het gebied Werkspoor voor werkgelegenheid wil bestemmen. Zo wil het college zuinig zijn op de plekken waar maakindustrie en creatieve industrie is om klaar te zijn voor de toekomst waarin de circulaire economie belangrijk wordt.
In het werkgelegenheidsonderzoek is te zien dat in de regio de opgave ongeveer 80.000 banen is waarvan er 70.000 in Utrecht zullen gaan landen en een daal daarvan zal op de bedrijventerreinen zijn. De heer Te Hoonte (VVD) stelt dat de wethouder aangeeft in andere gemeente 70 hectare uitleglocaties te willen inrichten zodat Utrecht de woningbouw binnenstedelijk kan oplossen en vraagt of dat juist is. Pagina 33 van 58