Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-06-10 FYSIEK.pdf
Tekst van het document
Verslag openbare ochtendvergadering commissie Stad & Ruimte 5
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
10 juni 2021 Stadhuis Raadszaal, Stadhuisbrug 1 G.J. van der Kroon (Notuleerservice Nederland)
Aanwezigen 10
15
De voorzitter: de heer M. de Pagter. De wethouders: de heer K. Verschuure en mevrouw L. van Hooijdonk. De Leden: de heer B. Işik (PvdA), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), mevrouw . E. Oosters (Student & Starters), de heer D. Bosch (PVV), mevrouw A. Sasbrink (PvdD), de heer I. El Abassi (DENK), de heer T. Schipper (SP), mevrouw F. de Koning (GL) de heer B. van Steeg (CDA) , de heer J. Wijmenga (CU), mevrouw S. Schilderman (D66), de heer G. te Hoonte (VVD), de heer F. de Kok (griffie)
Afwezigen Er zijn geen afwezigen gemeld.
Verslag vergadering Commissie Stad & Ruimte, ochtend 20
25
1. Opening en mededelingen ........................................................................................................... 1 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten .............................................. 1 3. Verslagen ..................................................................................................................................... 2 4. Toezeggingen/moties/brievenlijst en Lange Termijn Agenda ........................................................ 2 5. Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 ................................................................................................................................................. 2
1.
Opening en mededelingen
De voorzitter opent de vergadering om 10.00 uur en heet alle aanwezigen en de mensen die thuis meekijken van harte welkom. 30
35
2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten De voorzitter meldt dat voorgesteld wordt een punt van de agenda af te voeren. Hij wil horen wat de aanwezigen daarvan vinden, want hij heeft begrepen dat dit voorstel niet door iedereen verwelkomd wordt. Er volgt een ordedebat waarin het voorstel is (van de heer Bos) om de bespreking van het Mobiliteitsplan en de Ruimtelijke Strategie Utrecht pas na het zomerreces aan de orde te hebben. Dit omwille van de nodige voorbereidingstijd, hetgeen tot een betere besluitvorming zal leiden. Zoals gezegd, niet iedereen is daar gelukkig mee. Het nu volgende Pagina 1 van 46
ordedebat vat de voorzitter ten slotte samen met te concluderen dat er een meerderheid is om beide onderwerpen vandaag wel te behandelen. De agenda wordt dus ongewijzigd vastgesteld.
3. Verslagen 5
Conceptverslag openbare commissie Stad en Ruimte van 27 mei 2021 Er zijn geen wijzigingen ontvangen op dit verslag. Het verslag wordt hiermee vastgesteld. Er blijken ook geen vragen of opmerkingen te zijn naar aanleiding van het verslag.
4. Toezeggingen/moties/brievenlijst en Lange Termijn Agenda 10
15
De voorzitter concludeert dat de toezeggingen-, moties- en brievenlijst en de Lange Termijn Agenda zijn vastgesteld. De heer Te Hoonte stelt vast dat in de Lange Termijn Agenda veel onderwerpen zijn opgeschoven, bovendien is zojuist vastgesteld wat wel en niet voor de zomer gaat plaatsvinden. Hij wil weten of de termijnagenda daarop aangepast wordt. De voorzitter laat zich informeren en stelt vast dat de Lange Termijn Agenda nu is vastgesteld.
5. Raadsvoorstel Vaststelling Utrecht Dichtbij: de tienminutenstad; Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 20
25
30
35
40
45
50
Voor dit agendapunt zijn de wethouders Verschuuren en Van Hooijdonk aanwezig. De tweede termijn van deze behandeling zal in de volgende commissievergadering plaatsvinden. De voorzitter leidt het onderwerp in. De heer Wijmenga begint met aan de woorden van de heer Te Hoonte van vorig jaar (9 juni) te herinneren dat hij het veel te optimistisch vond te veronderstellen dat de RSU binnen een jaar klaar zou zijn en aan de raad voorgelegd zou kunnen worden. Het college en zijn ambtenaren werken kennelijk harder dan sommige mensen denken. De heer Te Hoonte meent te kunnen constateren dat de RSU toch later is dan gepland, vandaar ook het ordedebat van een kwartier van zojuist. De heer Wijmenga zet zijn betoog voort en wijst erop dat het aantal inwoners in Nederland groeit en dat hij verwacht dat die groei nog wel even door zal gaan. Dit leidt tot een toenemende druk op de stad en daar moet men zich op voorbereiden. Tegelijkertijd moet bepaald worden waar Utrecht zijn grenzen trekt. Er ligt daartoe nu een flink aantal voorstellen voor waar zijn fractie positief over is. Hij wijst daarbij op de profielen, waarbij hij zich afvraagt hoe het college denkt dat tot uitdrukking te gaan brengen. Hij vraagt zich af of er nu niet al in dit stuk richting gegeven moet worden aan de ontwikkeling richting een verdichtende stad.
Wat het mogelijk maken van dubbelgebruik van ruimten betreft, wijst hij erop dat zijn fractie in het verleden gepleit heeft voor het overkluizen van wegen en sporen als mogelijkheid om ruimte toe te voegen. In de ideevorming daaromtrent mist hij de mogelijkheden voor wegen. Kijkend naar Overvecht, constateert hij dat grote ontwikkelingen daar pas in fase 4 aan de orde te komen, terwijl er juist nu heel veel geld is voor Overvecht. Daarom vraagt hij zich af of het niet beter is om Overvecht naar voren te halen in de fasering en daarbij dan ook gebruik te maken van de ideeën die vanuit die wijk zijn aangedragen. Hij hoort het college daar graag over. De heer Bosch wil van de CU horen of men daar dan van mening is dat het vele geld dat er voor Overvecht is, besteed moet worden aan het ondertunnelen van dat deel van de stad. De heer Wijmenga wijst erop dat er veel geld beschikbaar is gesteld om de wijk meer kracht te geven. Dat kan op verschillende manieren gebeuren, zoals het investeren in de ruimtelijke omgeving, maar ook in het meer beschikbaar stellen van BOA’s of het opknappen van woningen. Het gaat om een combinatie en de ideeën vanuit de wijk vormen een waardevolle toevoeging daaraan. Ondertunneling vindt hij een mooi idee en daarom vraagt hij zich af of dat iets is dat gerealiseerd zou kunnen worden. Daarom hoort hij er graag van het college over.
Dan de voorzieningen: de Barcode maakt zichtbaar wat de behoefte is. De vraag is alleen hoe ervoor gezorgd kan worden dat die voorzieningen ook ten goede komen van de bestaande stad. Pagina 2 van 46
5
10
15
20
25
30
35
Hij las daar niet zo veel over terug in de RSU. Uitgangspunt van zijn fractie hierbij is de huidige bewoners te laten profiteren van die uitbreiding van voorzieningen in de stad. Dat brengt hem meteen bij een zorgpunt ten aanzien van de RSU, namelijk de sport. Op pag. 167 staat dat er voor een aantal sportvoorzieningen nog ruimte gezocht moet worden. Er wordt verwezen naar de randen van de stad (gemeente) of Rijnenburg. Zijn vraag daarbij is wanneer die knoop doorgehakt gaat worden. Heeft het college daar gedachten over of moet hierover nu besloten worden? Een volgend zorgpunt is ‘hoogbouw’ (pag. 125) waar sprake is van een incidentele afwijking. Hij pleit ervoor die tekst minder cryptisch te maken en dat volgens de regelen der kunst gewoon te regelen via een raadsbesluit. Hij overweegt een amendement. Mocht het college die tekst nu al aanpassen, laat men dan ook meteen goed kijken naar de samenhang tussen beslispunt 2 van het raadsvoorstel en pag. 137 (de nieuwe knooppunten). Het raadsvoorstel noemt andere knooppunten dan de RSU doet. De heer Van Steeg is het wat de hoogbouw betreft eens met de heer Wijmenga. Hij herinnert aan de ingediende motie en wil weten hoe die motie is teruggekomen in deze RSU.
De heer Schipper wijst erop dat hij aan het eind van de raadsinformatiebijeenkomst van vorige week erop wees dat de SP in 2020 akkoord is gegaan met de uitgangspunten van de RSU. Die uitgangspunten worden nu getoetst in dit raadsvoorstel. Hij hoopt dat die ‘tienminutenstad’ niet al te letterlijk wordt genomen, want het is helemaal niet erg om iets verder te fietsen naar je sportclub of culturele voorziening. Niet alles kan overal en hoeft ook niet overal. De bedenkingen van de SP liggen op het vlak van wonen, ruimtelijke ordening, verkeer en mobiliteit, groen en nog wat losse nummers. Wonen en ruimtelijke ordening: De Werkplaats tot maximaal 8900 woningen inbreiding in Overvecht. De RSU loopt hier zwaar op vooruit. Hij is het eens met degenen die de slimme transformatie geen goed idee vinden. Wat hem betreft moet het college serieus kijken naar het alternatief dat tijdens de informatiebijeenkomst is aangedragen door het wijkplatform. 56% verdichten in Overvecht vindt hij veel te zwaar. Bovendien moet de wijk ook nog eens van het gas af. Er is grote onrust in de wijk over die plannen. Hij roept op die onrust serieus te nemen. Dan de inbreiding met 3000 woningen op het Kanaleneiland. Hij vraagt zich af ‘waar dan en hoe dan?’ Mevrouw Schilderman herkent de spanning betreffende de inbreiding van Overvecht. Dat betekent enerzijds iets voor het woningtekort en de wijkvernieuwing.
Aan de andere kant geldt dat het bestaande groen beschermd moet blijven. Zij wil van de SP horen of men daar vindt dat er helemaal niets mag gebeuren of dat men met elkaar de balans wil zoeken. Als het het tweede is dan vindt de SP D66 aan haar kant. Verder wil zij weten of de wethouder bereid is te bekijken hoe de mensen in Overvecht meegenomen kunnen worden in de plannen, zodat zij zich gekend voelen en de verdere verstedelijking daar eerder ervaren als een kans dan als een bedreiging.
40
45
50
55
60
De heer Schipper herinnert aan zijn motie van 21 januari. Hij vindt niet voor niks dat als er met een zodanige verdichting gewerkt gaat worden dat niet zonder aantasting van het groen kan. Dat wil de SP niet. Men wil dat de Overvechters meegenomen worden. Nu gaat het over hun hoofden heen en daar komt ook nog eens onvrede met het aardgasvrij maken bij. Dat schept geen vertrouwen. Daar wil hij voor waken. Hij gaat verder over de inbreiding van het Kanaleneiland. Hij begrijpt dat het nieuwbouwprogramma van het voormalig ziekenhuis Oudenrijn daar bij hoort. Dat is al opgeleverd, daarom vraagt hij zich af waarom dat nog geplaatst wordt in de ambities tot 2040. De wethouder spreekt van een toevoeging van 2100 woningen op Kanaleneiland en Transwijk. Hij roept op geen groen vol te bouwen of eengezinswoninkjes in Transwijk plat te bombarderen. Hij hoopt dat de wethouder dat kan bevestigen, anders heeft hij een probleem met de SP. Dan de harde plancapaciteit. Daar horen ook de aantallen uit de prestatieafspraken bij, volgens het college. Hij wijst erop dat er nog projecten uit de Utrechtse opgave I van het begin van deze eeuw op deze lijst staan. Hoezo is dit harde plancapaciteit, zo vraagt hij zich af? Hij krijgt hier graag een reactie op.
Dan de Jaarbeurs: gaan die zich ook aan de Woonvisie houden en het programma van 2000 tot 3000 woningen daar, zo vraagt hij zich af? De plannen voor uitstel van de plannen daar stellen hem allesbehalve gerust. Volgens hem komen er daar meer dure spullen te staan. Kan de wethouder bevestigen dat hij de Jaarbeurs aan de Woonvisie gaat houden? De SP vindt sowieso dat al die bouwplannen in dat gebied wel een heel zware belasting vormen voor dat deel de stad. Pagina 3 van 46
5
10
15
20
25
Dat maakt het ook noodzakelijk dat de doorsteek Papendorp wordt gemaakt. Dat lijkt hem slecht nieuws voor de omgeving daar. Verder wijst hij erop dat in de Ruimtelijke Strategie maar ruimte is voor maximaal 300 plekken extra asielopvang. De SP vindt dat wel erg weinig. Het zal hem namelijk niet verbazen als er in de komende decennia nog diverse vluchtelingencrises op ons afkomen. Dus wat de SP betreft, wordt daar meer rekening mee gehouden. Ook daar krijgt hij graag een reactie op. Tot slot verwijst hij naar de passage in § 4.2.1 over Wonen waarin flexwerk en onbetaalbare woningen als oorzaak genoemd dat middeninkomens in de knel komen. Er wordt gedaan alsof dat natuurwetten zijn. Het zijn gewoon gevolgen van decennia neoliberaal beleid. De mensen trekken de stad uit en deze RSU gaat dat niet oplossen. Dan Verkeer. Hij begint met te constateren dat het college het hoofd in de schoot heeft gelegd en volledig gaat voor de verbreding van de A27. Of moet hij het anders zien en wordt er tekstueel voorgesorteerd op boze VVD’ers uit Den Haag? Moet er niet gewoon een persbericht uit, vraagt hij het college, waarin deze acceptatie wordt erkend? Dat zou duidelijk maken waar het college staat. Dan de tramfetisj van dit college. Het is inmiddels bekend wat het kost om dat systeem werkende te krijgen.
Als het daarvan komt, dan toch alsjeblieft niet door het groen! Hij roept op eerst te bekijken wat met het bestaande geld tot stand gebracht kan worden om daar dan vervolgens het programma op aan te passen. Verder wil hij horen of het college definities kan geven van wat met betaalbare en betrouwbare openbaarvervoersverbindingen wordt bedoeld voor de ontsluiting van de wijken. Hij stelt nogmaals dat de stad af moet van het verdienmodel voor het openbaar vervoer. Hij krijgt daar graag een uitleg over. Het groen. Hij las laatst over de plannen voor uitbreiding van het park Transwijk. Hoe vroeg hij zich daarbij af ‘waar en hoe dan?’ Hij hoort het college daar graag nader over. Wat de SP betreft blijft Rijnenburg zo lang mogelijk groen. De fractie staat nog steeds achter de uitgangspunten in de volgorde van de groei van de stad. De heer Te Hoonte is benieuwd te horen hoe de SP aan de ene kant kan zeggen dat het in Overvecht te snel gaat en aan de andere kant pleit om Rijnenburg open te houden.
30 De heer Schipper antwoordt dat hij aanstonds iets gaat zeggen over zijn visie op de groei van de stad en in welke mate dat kan. De SP denkt dat als die uitbreiding al moet, dat dan toch eerst binnen de stadmuren moet gebeuren. En pas in laatste instantie in Rijnenburg. 35
De heer Bosch vraagt de SP te reflecteren op het feit dat de woningbouwcorporaties zeggen dat binnenstedelijk bouwen er juist voor zorgt dat zij bijna geen woningen kunnen bouwen en dat zij daar juist uitleglocaties als Rijnenburg voor nodig hebben.
40
De heer Schipper vindt sociale woningbouw inderdaad belangrijk en hij moet het college nageven dat men daar in ieder geval het streven heeft om 35% te realiseren. Tegelijkertijd moet men ook zuinig zijn op het groen van de stad. Rijnenburg is niet de meest geschikte plek om te bouwen, gezien de lage ligging ervan. De SP staat achter de volgorde van de Ruimtelijke Strategie.
45
De heer Işik hoort de heer Schipper zeggen meer woningbouw te willen, terwijl hij er tegelijkertijd op wijst dat de uitbreiding van het Kanaleneiland een verzwaring is. De heer Schipper weet dondersgoed dat de betaalbaarheid in de bestaande stad gewoon niet goed gaat. Tegelijkertijd gaat de SP bouwen in Rijnenburg uitsluiten. Hoe eerlijk is zijn verhaal?
50
De heer Schipper benadrukt gezegd te hebben de polder Rijnenburg zo lang mogelijk open te willen houden om eerst de mogelijkheden binnen de stad te verkennen. Het is ook onzin ervan uit te gaan dat er morgen al begonnen kan worden in Rijnenburg. De SP staat dus achter de keuze die het college hierin maakt. Hij had daar alleen een aantal kanttekeningen bij.
55
De heer Te Hoonte wijst erop dat de heer Schipper zojuist ook heeft uitgelegd waarom hij in Overvecht ook niet meteen wil bouwen. De heer Schipper meent gezegd te hebben dat er goed gekeken moet worden naar het plan voor daar, omdat daarmee een flink stuk voor de verdichting van Overvecht opgevangen kan worden.
Pagina 4 van 46
De heer Van Steeg zegt het pleidooi van de heer Schipper te waarderen, maar dat het ook gaat om de betaalbaarheid van woningen. Als men het groen m.n. in de binnenstad wil behouden, dan blijft er weinig over om daar ook nog eens betaalbare woningen te bouwen. 5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Schipper oppert dat men de groei in deze mate niet moet willen. Bovendien is er nog geen kwartje uit Den Haag voor de dan benodigde infrastructuur. Het bouwtempo moet aangepast worden aan hetgeen men waar kan maken. De heer Te Hoonte wijst erop dat er ook nog geen kwartje is voor de tramlijnen die het college wil aanleggen. De heer Schipper meent zojuist te hebben gezegd dat het college een tramfetisj heeft. Hij zet zijn betoog voort met de mededeling dat de SP benieuwd is wat er van dat energielandschap terecht gaat komen. Hij vindt dat er in dit document weinig over energieopslag wordt gezegd, dat toch een belangrijk onderdeel is van de transitie. Misschien dat het college daar wat toelichting op kan geven. Paragraaf 4.1.3 vond hij een hele nare passage. Daar staat namelijk dat in 2040 62% van de volwassen bevolking overgewicht heeft. Omdat het in dit document steeds over ambities gaat, vraagt hij zich af of dat zo opgeschreven moet worden. In § 124 wordt ineens intelligentie toegevoegd aan de Barcode en dan volgt een opsomming van dingen die al gebeuren. Merkwaardig. Hij wees er al op dat de RSU zwaar afhankelijk is van cofinanciering van Rijk, provincie en Europa. Hij denkt dat men het niet zal redden met de genoemde 7,1 of 7,2 miljard euro.
De voorlopige conclusie van de SP is dan ook dat men hiermee te veel hooi op de vork neemt zonder zicht op afdoende financiering en dát met alle opgaven die de stad kent. Ook vraagt hij zich af of deze mate van groei gezond is. De SP denkt dat het uiteindelijk ‘een flink portie minder zal worden’. Verder is men het dus niet eens met een aantal keuzes die het college maakt, waardoor voor de fractie van de SP dit document de toetst der kritiek niet kan doorstaan. Mevrouw Oosters begint haar betoog met erop te wijzen dat in maart 2019 haar partij een toekomstvisie voor Utrecht 2030 neerlegde. Nog geen drie jaar later wordt er over 10 jaar verder in die toekomst gesproken. Zij vindt het fantastisch om op een dergelijke wijze na te denken over de toekomst van de stad. De ambities zijn fors en de uitdagingen zijn groot. Haar partij wil een bijdrage leveren aan deze toekomstvisie. Zij heeft daarom nog wat kanttekeningen en aanmoedigingen betreffende ‘wonen, levendigheid en duurzaamheid’. Wonen, waarvan de betaalbaarheid hoog op de agenda staat. Zij mist toch een visie op wat voor soort woningen dat dan zouden moeten zijn. Het is niet alleen de ruimte die de komende 20 jaar gaat veranderen, maar het zijn ook de mensen en de wijze waarop zij samenleven.
Haar fractie ziet daarom graag dat er in de RSU wordt gefocust op onzelfstandige huisvesting en ruimte wordt gezocht en geboden voor coöperatieve woonvormen. Utrecht is de snelst groeiende stad van Nederland en daarom is de woningbouwopgave de belangrijkste opgave. Daar verdient Rijnenburg alle aandacht. De ambities voor de polder staan nu te abstract en onduidelijk geformuleerd. Zij roept op een keuze te maken en een concrete stip op de horizon te zetten. Het volledig verdichten van de binnenstad gaat de woningcrisis niet oplossen. Dan creatieve woonvormen: zij roept op te gaan voor verticale dorpen en die 150 meter los te laten. Het is de tijd om de hoogte in te gaan, zoals het ook tijd is om te gaan bouwen boven het spoor. Dat is wellicht op de lange termijn wel mogelijk. Vandaar haar vraag aan de wethouder om deze ambitie ook op te nemen in de RSU. De heer Wijmenga wijst op de veiligheidsissues verbonden aan het bouwen boven het spoor, waardoor aan die ambitie op de voorzienbare termijn geen oplossing gegeven kan worden. Misschien dat mevrouw Oosters daar nog een reactie op heeft? Verder het bouwen. Hij hoort graag welke ambities de partij van mevrouw Oosters zelf heeft als zij stelt dat die 150 meter niet ambitieus genoeg is. Waar ligt voor haar die grens dan? Mevrouw Oosters geeft toe dat er aan het bouwen boven het spoor haken en ogen zitten.
Daarom ziet zij ook dat dat soort bouwen op de voorzienbare termijn ook niet gaat lukken. Zij denkt echter dat als er een meerderheid voor komt in de raad en de ervaring elders ter wereld laat zien dat dat wel kan, dan denkt zij dat het ten slotte toch gaat lukken. Daarom denkt zij dat zo’n ambitie voor 2040 best neergelegd mag worden. Pagina 5 van 46
Verder hoeft er voor haar ook niet hoger dan 150 meter gebouwd te worden, maar zij vindt het niet nodig om daar harde grenzen voor neer te leggen. Zij denkt dat het wegens de verdichting van de stad wel nodig is dat er de hoogte in gegaan wordt. 5
De heer Işik hoorde mevrouw Oosters in eerste instantie de betaalbaarheid benadrukken. Is mevrouw Oosters het echter met hem eens dat hoe hoger men gaat bouwen hoe duurder dat wordt? Mevrouw Oosters ziet dat niet direct in.
10 De heer Işik raadt haar aan daar even studie van te maken. Hoe hoger er gebouwd wordt, hoe duurder het wordt. Dus als de raad de betaalbaarheid zo hoog in het vaandel heeft, dan dient men zich te beperken in het in de hoogte bouwen. 15
De heer Te Hoogte verzucht hoe mooi het was geweest als de stad een visie Hoogbouw had gehad, zoals de aangenomen motie ook opdraagt. Wat vindt mevrouw Oosters ervan dat die er niet is?
30
Mevrouw Oosters geeft aan die door haar gevraagde motie graag gerealiseerd te zien, vandaar dat zij er nu ook aan refereerde. Zij dankt de heer Işik voor diens studieuze aansporing, maar zij denkt dat zij daar wel uitkomt. Wat de levendigheid betreft, vliegen de barcodes de raadsleden om de oren, aldus spreekster. Student & Starters wil net als het college graag nieuwe stadscentra creëren. Dat is niet meer dan een noodzaak met de groei die Utrecht zal doormaken. Zij verschilt wel van mening over de vraag hoe die stadscentra moeten worden ingericht. Toegankelijke openbare ruimte is hierin bepalend plus groen en misschien wel zwembaden. Plekken om te ontmoeten en plekken waar je echt wilt zijn om zo de druk over de stad te verspreiden. Een ander essentieel onderdeel daarvan is horeca. In de RSU wordt voornamelijk gefocust op de bestaande horeca. Zowel buurt- als nachthoreca acht zij essentieel voor een echt stadscentrum. Dat aspect moet echt terugkomen om de Barcodes van de knelpunten te laten slagen.
35
De heer Bosch grijpt terug op hetgeen mevrouw Oosters zei over toegankelijke openbare ruimtes. Hij wijst op een gebied (Merwedekanaalzone) waar dan toch uiteindelijk een soort conciërge in het leven geroepen werd die de sleutel heeft en het ’s avonds afsluit. Begrijpt hij goed dat Student & Stad dat toch geen goed idee vindt?
20
25
40
45
Mevrouw Oosters vindt dat de heer Bosch hier de spijker op zijn kop slaat. Daarom benadrukte zij dat als het om nieuwe openbare ruimten gaat, het ook daadwerkelijk openbare ruimten zijn. De ruimte is schaars, zo zet zij haar betoog voort. Organisatoren van evenementen lopen daar ook enorm tegenaan, terwijl Utrechters met veel plezier naar grote evenementen gaat. De locatieprofielen stellen haar fractie niet gerust. Als het college evenementen niet uit de stad wil verjagen dan moet daar plek voor geboden worden op een manier dat er zo min mogelijk weerstand en zo min mogelijk weerstand is. Evenementenlocaties moeten wat haar betreft zo veel mogelijk terugkomen in de RSU. Zij hoort graag hoe het college hierover denkt. Een onderdeel van leefbaarheid is creativiteit, het rafelrandje dat de stad dient te hebben. De heer Wijmenga is van mening dat dan wel even precies geweest moet worden wat dan die locaties zijn voor grote evenementen. Er zijn immers bewoners die beducht zijn voor overlast.
50
Mevrouw Oosters geeft aan dat zij het juist daarom niet over die concrete locaties heeft, omdat ook zij die knelpunten ziet. Dus als je nu al dat soort knelpunten ziet, geef dan in zo’n visie voor 2040 aan waar je wel dat soort evenementen denkt te kunnen laten plaatsvinden zonder dat je ze meteen uit de stad wilt verjagen.
55
Volgens de heer Wijmenga denkt mevrouw Oosters aan een bepaalde polder bezijden bebouwd gebied waar prima grote evenementen kunnen plaatsvinden.
60
Mevrouw Oosters wil best refereren aan mevrouw De Koning die over die suggestie werd uitgejouwd tijdens de commissie. Zij is echter helemaal niet negatief over die suggestie en denkt dat er wel meer van dat soort voorbeelden zijn. Pagina 6 van 46
5
10
Een groot deel van die levendigheid is dus ook die creativiteit. Dat aspect baart haar grote zorgen. Haar partij is een groot fan van het Westerkwartier. Zij zou graag zien dat zij die ruimte blijven krijgen zonder veel wensen en regels op te leggen. Haar partij zou het liefst zien dat er nog meer gebieden zouden worden aangewezen waar mensen hun creativiteit de vrije loop kunnen laten. Zij roept het college op hiernaar op zoek te gaan. Vervolgens stelt zij vast dat dit alles gepaard gaat met de grootste uitdagen voor de komende 20 jaar en dat is het bestrijden van de klimaatcrisis. Natuurlijk wordt die strijd voor het grootste deel beslecht bij de RES, maar zij ziet tot haar tevredenheid dat het college dit voor een groot deel ook mee wil nemen in de RSU. Zij ziet in dat kader graag dat daken en groen gecombineerd worden door groene daken, zonnepanelen, het verjagen van auto’s uit de binnenstad, gasvrije huizen en het zoeken van inventieve vormen van energieopwekking. Zij roept het college op daarin voorloper te zijn. Zij sluit af met het uitspreken van de wens over 20 jaar nog in Utrecht te wonen en de stad te kunnen zien, zoals zij deze nu voor haar ziet.
15
20
25
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Sasbrink wijst erop dat deze ruimtelijke strategie op grote lijnen duurzamer is dan de huidige. Maar daarmee is meteen wel alles gezegd, want de PvdD heeft er nog steeds grote problemen mee, omdat deze RSU nog steeds uitgaat van groei. Dat noemt zij een verkeerd fundament dat het lastig maakt om dit document te beoordelen. De groei lijkt nu als voorwaarde gesteld te worden voor het realiseren van andere voorzieningen die bijdragen aan een gezonde stad. Maar ook zonder groei moet ervoor gezorgd worden dat Utrecht klimaatneutraal is, de tekorten voor sport en andere voorzieningen zijn ingelopen en de kwantiteit en kwaliteit van het groen in en om de stad omhoog is gegaan. Dan werkt het niet als men in de vicieuze cirkel blijft ronddraaien van meer, meer en meer. Daarom is haar vraag welke mogelijkheden het college ziet om die groei af te remmen en aan te geven waar de grenzen aan de groei zitten. Kan het college een scenario toevoegen waarin de stad niet groeit of misschien een tussenscenario waarin het langzamer gaat? Dat zag men vorig jaar al gebeuren. De groei was minder groot dan verwacht en dat leidde tot het terugdraaien van investeringen in de Voorjaarsnota. Men kan er dus maar beter van uitgaan dat er grenzen aan de groei zijn. In haar bijdrage gaat zij nog in op de Barcode, mobiliteit, klimaat, dieren en groen.
In de Barcode worden woningen gezien als draagvlak voor ontwikkelingen. In principe onderschrijft zij die systematiek ook, maar volgens haar is het ook niet altijd handig, want een aantal van die voorzieningen is zondermeer nodig. Daarom wil zij weten wat de volgorde is waarin de verschillende elementen in de Barcode ontwikkeld worden. Kan de wethouder toezeggen dat groen vóór het rood uit ontwikkeld wordt en dat sport en maatschappelijke voorzieningen vanaf het eerste begin van nieuwe woningen gereed zijn? Is er voldoende spreiding en fijnmazigheid van groen? Kan de wethouder toezeggen om de functie van groen en de verhoudingen daartussen verder uit te werken, zodat het meer inzichtelijk wordt? Kan de wethouder ook toezeggen dat bij voorbeeld kanalen, picknickplaatsen en sportvelden, die geen bijdrage leveren aan de biodiversiteit niet als groen gelabeld gaan worden in het tellen van vierkante meters? Is die Barcode eigenlijk ook al op orde voor de bestaande stad? Dus voldoen nu al de energieopwekking en groen aan die verhouding. Mobiliteit. Ook in deze RSU wordt uitgegaan van groei als noodzakelijke voorwaarde voor die mobiliteitstransitie. Het autoloos ontwikkelen van nieuwe gebieden is een stap en kan op de steun van haar partij rekenen. Maar ook zonder groei is het een goed idee om meer ruimte te scheppen voor wandelaars, fietsers e.d.
Kan de wethouder aangeven op welke wijze aan de invulling van de mobiliteitstransitie invulling gegeven wordt als de groei langzamer of kleiner is dan waar nu op ingezet wordt? Kan de wethouder toezeggen dat het aanleggen van trams niet ten koste gaat van toch al schaarse natuurruimte? Zij ziet graag nu reeds vastgelegd dat tracés niet in het groen komen en dat fietspaden ook niet ten koste gaan van natuur. Verder wil zij weten waarom de verbreding van de A27 ingetekend wordt op de plaatjes in de RSU. Zij sluit zich aan bij hetgeen de heer Schipper daar al over gezegd heeft. Dan het kopje Klimaat. In de RSU stelt het college de ambitie om in 2050 klimaatneutraal te zijn. Het vorige college had de ambitie om in 2030 klimaatneutraal te zijn. Haar fractie wordt daar moedeloos van, want zo veel tijd is er simpelweg niet. Er is sprake van een klimaatcrisis en de wereld gaat in een rap tempo kapot en vervolgens wordt de ambitie gesteld om het een keer over 30 jaar geregeld te hebben. Er moet meer ruimte komen voor de energietransitie. Er moet aan gewerkt gaan worden dat Utrecht in 2030 klimaatneutraal is zonder smoesjes daarbij en zonder dat er nog eens 30 jaar over getreuzeld gaat worden. Kan de wethouder garanderen dat er Pagina 7 van 46
voldoende ruimte komt voor energieopwekking en dat een substantieel deel daarvan in lokaal eigendom komt, zodat de stad niet afhankelijk wordt van grote winstgerichte bedrijven? In hoeverre maakt het faciliteren van lokale energiecoöperaties deel uit van de voorliggende plannen? 5 De heer Bosch wil weten waar die plek is om binnen de grenzen van Utrecht volledig van die duurzame bronnen, die mevrouw Sasbrink ziet, afhankelijk te kunnen leven. 10
15
Mevrouw Sasbrink wijst erop dat er een plan ligt voor energielandschap Rijnenburg. Daar is al een aantal windmolens in het traject vanaf gesnoept. Dus daar ligt een groot plan. Er kan ook gedacht worden aan plekken bijvoorbeeld langs de snelwegen. Er moet echter ook minder energie gebruikt worden. Ook daar kan veel winst geboekt worden. De heer Bosch wil concreet weten hoeveel windmolens er concreet nodig zijn om heel Utrecht daarop te kunnen laten draaien. Mevrouw Sasbrink antwoordt nu overvraagd te worden, want zij is niet de woordvoerder ‘energie’. De klimaatcrisis noopt echter tot moeilijke keuzes. Andere opties zijn er gewoon niet.
20
25
De heer Bosch hoort mevrouw Sasbrink zeggen dat het noopt tot moeilijke keuzes. Houdt zij het voor mogelijk dat ook aan kerncentrales gedacht wordt? Volgens mevrouw Sasbrink zijn kerncentrales daar geen goede oplossing voor, want ook dan worden toekomstige generaties opgezadeld met een hoop troep waarvan men niet eens weet hoe je daar vanaf komt. De PvdD is geen voorstander van kernenergie. De heer Te Hoonte zegt dat het probleem dan wel is dat de PvdD alles omarmt wat ten oosten van Utrecht gebeurt, zoals de Hollandse Waterlinie. Is dat een argument om gelijk niets meer te doen, of wil de PvdD daar ook windmolens neer gaan zetten?
30
35
40
45
50
55
60
Mevrouw Sasbrink is van mening dat windmolens niet in de ecologische hoofdstructuur passen. Het kan wel gecombineerd worden. Maar er moeten keuzes gemaakt worden. Zij wil daarom inzichtelijk gemaakt zien hoe de stad in 2030 klimaatneutraal kan zijn. Daar moet niet nu al 2050 van gemaakt worden. Vervolgens maakt zij duidelijk dat in alles waar zij het mee eens is er geen woord wordt gezegd over dieren. Groen wordt dan hoofdzakelijk gezien als iets met functies voor mensen. Als er alleen maar groen toegevoegd wordt voor mensen die hier willen recreëren, dan komt tegelijkertijd het huidige groen steeds meer in de verdrukking. Nu reeds wordt gezien dat er groen, dat belangrijk is voor dieren, aan het verdwijnen is. De mens maakt steeds meer gebruik van het groengebied van Utrecht en de oorspronkelijke bewoners, de dieren, komen steeds meer in de verdrukking. De PvdD wil daarom voorstelling om in deze RSU ook mensvrije zones aan te wijzen. Dat zijn dan gebieden waar dieren straks ongestoord hun eigen gedrag kunnen vertonen. Dat kan aan de rand van de stad, maar ook op kleinere terreinen, die nu in rap tempo steeds drukker worden. Kan de wethouder toezeggen het concept van mensvrije zones over te nemen en verder uit te werken? De RSU zou daardoor een stuk inclusiever worden. De volgende spreker is de heer Işik.
Hij is van mening dat de RSU niet alleen ruimtelijke ambities mogelijk moet maken, maar dat de RSU ook moet bijdragen aan de oplossing van sociaaleconomische en maatschappelijke vraagstukken, zodat iedereen in de samenleving verzekerd kan zijn van goed en fijn wonen, werken, recreëren. De kwaliteit en toegankelijkheid van maatschappelijke voorzieningen ook in oude locaties moet mogelijk zijn. Hij hoort graag een reactie van de wethouder. Hij vraagt zich voorts af hoe realistisch een tienminutenstad is, gezien het gebrek aan ruimte. In een eerdere bespreking is onderwijs wel aangeduid als Barcode. Waarom is dat niet meegenomen? De groei van de stad kent voor- en nadelen. Een van de nadelen is de tweedeling. Het college moet kiezen voor passende grenzen. Het college spreekt van een groei van 455.000 mensen en 60.000 woningen. Zonder bouw in Rijnenburg gaat dat niet lukken. De PvdA is geen voorstander van het aanpakken van de groeikernenvolgorde. De partij komt met een amendement om dat voor elkaar te krijgen. Een van de grootste redenen van de onbetaalbaarheid van de woningen in deze stad is de grondspeculatie. Hij roept het college op om bij nieuwe Pagina 8 van 46
5
10
15
verdichtingslocaties het gemeentelijke voorkeursrecht toe te passen. Daarmee kan de onbetaalbaarheid worden tegengegaan. De partij koppelt een aantal punten aan de verdichtingslocaties. Wil men echt betaalbare woningen hebben, dan moet de variant 40:40:20 toegepast worden. Hij hoort graag de reactie van de wethouder hierop. Hij ziet dat de maatschappelijke voorzieningen vaak niet tegelijkertijd meegroeien. Kan het college toezeggen dat die samengroei wel gelijk op zal gaan? Hij ziet ook dat het college een aantal stadsprofielen heeft. De PvdA wil een stadsprofiel toevoegen, namelijk de betaalbare stad. Kan het college deze schets van de stad overnemen? Anders komt zijn fractie met een motie, maar zeker met een amendement. Als er afspraken gemaakt worden met de ontwikkelaars dat zij sociale woningen bouwen, dan moet de termijn 50 jaar zijn in plaats van 15 jaar. Hij hoort de wethouder hier graag nader over. Die 50 jaar is noodzakelijk om ook op de lange termijn die betaalbaarheid te realiseren. Mevrouw Schilderman ziet dat een aantal projecten overgedragen wordt aan de woningbouwcorporatie. Hoe ziet de heer Işik dit? De heer Işik zou heel graag zien dat de ontwikkelaars dat zelf niet willen, maar dat het wordt overgedragen aan de corporaties, die dan ook een diversiteit in het aanbod kunnen creëren voor het sociale segment.
20 De heer Te Hoonte vraagt zich af of de corporaties dat ook willen, want dat maakt het bouwen alleen maar complexer. 25
De heer Işik wijst erop dat hij dat niet verwacht, want in andere grote steden gebeurt dat al. Het gaat erom dat als de raad meer tot stand wil brengen in deze ruimte, ervoor gezorgd moet worden dat de stad te allen tijde betaalbaar en toegankelijk is. Dat vergt dit soort keiharde afspraken. Worden die afspraken niet gemaakt, dan gaat de ontwikkelaar zogenaamd voor 15 jaar sociaal bouwen en daarna wordt het gewoon onbetaalbaar.
30
Mevrouw De Koning is het enerzijds helemaal eens met de heer Işik, maar volgens haar is dat al geregeld in de Woonvisie, waarin staat dat sociale huur wordt uitgevoerd door corporaties. Dan is het profiel vaak langer dan 50 jaar. Is de heer Işik het met haar eens dat het daarin geregeld moet zijn?
35
De heer Işik geeft aan niet zo veel op te hebben met de Woonvisie, want de daarin genoemde hoeveelheden sociale huur worden toch niet gehaald. Daarom schuift hij die Woonvisie opzij en wil hij bij elk woonproject vastgelegd hebben dat de woningen minstens voor 50 jaar beschikbaar blijven voor de mensen met een kleine portemonnee.
40
De heer Van Steeg vraagt zich af wanneer het niet in de Woonvisie geregeld wordt, waarom het dan wel in dit document geregeld moet worden, want hij vraagt zich af of dat wel tot betrouwbaarheid leidt.
45
50
55
De heer Işik benadrukt dat het nu over ambities gaat. Die ambitie moet vastgelegd worden. In de uitvoering moet vervolgens keihard worden vastgelegd dat het gaat om een periode van minstens 50 jaar. Als de ontwikkelaars aangeven dat niet te willen en het graag overdragen aan woningbouwcorporatie, dan is dat prima. Spreker zet zijn betoog voort met het stadsprofiel van de inclusieve stad en constateert dat er een grote groep mensen is die zich afsluit van de samenleving. Hij vraagt zich hierbij af wat het college, in het kader van die document, heeft gedaan om voor de tweedeling in onderwijs, wonen en gezondheid een oplossing te vinden. Hij wijst op beslispunt 2.2 (60.000 woningen). Mevrouw De Koning vertelt gisteravond nog een mail doorgestuurd te hebben waaruit blijkt dat er vele manieren zijn om (een veelvoud van) 60.000 woningen te realiseren binnen de stad en zonder Rijnenburg. Heeft de heer Işik daar kennis van genomen? De heer Işik is het gedeeltelijk eens met GL dat een deel van de bouwopgave in de stad realiseerbaar is. Maar hij wil niet aan de ene kant het woonprobleem in de stad oplossen en aan de andere kant er een veiligheidsprobleem en leefbaarheidsprobleem creëren. Bovendien voor Pagina 9 van 46
wie wordt er gebouwd als het gaat om bouwen in de stad en het om huurprijzen van 1400 euro per maand gaat. Het is een politieke keuze. 5
10
15
Mevrouw De Koning hoort ´de drukte in de stad´ als argument en de fietsfiles, maar dat zijn files waar je één minuut in staat. Dat is wat anders dan autofiles, die vaak structureel zijn en waar je veel langer in staat. Als er in Rijnenburg gebouwd wordt, komt er 20% tot 30% meer autoverkeer! Dus veel meer drukte en bedreigde leefbaarheid. Waarom ziet de heer Işik niet de voordelen van binnenstedelijk bouwen? De heer Işik ontkent geen voordelen aan het binnenstedelijk bouwen te zien. Hij zegt dat het bouwen in de binnenstad slechts gedeeltelijk mogelijk is. Mevrouw De Koning benadrukt dat het ook gebieden toevoegt aan de stad, zoals dat bij voorbeeld bij bouwen bij de Jaarbeurs het geval zal zijn. Het toevoegen van woningen draagt op bepaalde plekken juist bij aan het verhogen van de leefbaarheid. De heer Işik benadrukt nogmaals dat het niet zo is dat de PvdA niet in de bestaande stad wil bouwen. Het kent wel zijn grenzen. Hij woont al 35 jaar in dit land en heeft altijd gehoord van het woningtekort. De stad heeft Rijnenburg nodig.
20 De heer Te Hoonte hoort mevrouw De Koning suggereren dat Papendorp binnenstedelijk bouwen is. Dat is gewoon grondexploitatie. Bij Leidsche Rijn is het altijd de bedoeling geweest er meer bij te bouwen. Hij roept op op te houden met die fopperij. 25
30
De heer Işik gaat verder met het punt ´werken en werkgelegenheid´. Op bladzijde 44 spreekt het college van ´werk voor iedereen´, maar hij leest niet één keer het woord VMBO. Is de stad in staat straks voldoende banen te hebben? Hij krijgt hier graag een reactie op. Hij wil ook garanties van het college horen dat de natuurlijke omgeving van de stad voldoende kwaliteit zal hebben en voor iedereen toegankelijk is. Verder kan de PvdA zich vinden in de uitgangspunten betreffende energie. Dan ‘overheid en participatie’. Hij wijst op delen van de stad waar de participatie niet gewerkt heeft. Hij vraagt de wethouder aan te geven wat diens inbreng is geweest in dit voorstel. Waar is de concrete inbreng van de bewoners? Een deel van de samenleving gaat voor een grotere groep mensen bepalen hoe de stad er in 2040 uit gaat zien.
35 De heer Bosch geeft aan het volledig eens te zijn met de laatste opmerkingen van de heer Işik. Hij vraagt zich af hoe die stand van zaken veranderd zou kunnen worden. Denkt de heer Işik aan het langs de deuren van mensen sturen van ambtenaren? Welk voorstel zou de heer Işik daartoe hebben? 40 De heer Işik verklaart het het allereerst fijn te zullen vinden als de bewoners serieus genomen worden. Hij heeft recentelijk van bewoners gehoord dat er inhoudelijk niet op hun zienswijze is ingegaan. Hij stelt voor de wethouder letterlijk terug te sturen naar die bewoners om met hen in gesprek te gaan. Hij roept het nodige draagvlak te zoeken. 45 De heer Bosch zegt vooral te denken aan de mensen die nu nog geen zienswijze indienen.
50
De heer El Abassi is het eens met hetgeen de heer Işik zojuist heeft gezegd, maar hij vraagt zich af hoe zich dat verhoudt tot sommige beslissingen in de PvdA. Hij denkt aan het Zandpad waar heel veel handtekeningen zijn verzameld.
55
De heer Işik wijst erop dat er een raadsvoorstel is vanuit het college over het Zandpad. Richting de PVV legt hij uit wat hij voorstelt. Het Platform Noord/Oost heeft een brief geschreven aan wethouder Verschuuren. Is de wethouder bereid om diens antwoord aan de bewoners en ook aan de raad te sturen? De heer El Abassi benadrukt dat het hem niet ging om het Zandpad op zich, maar dat er een aantal wijken werd genoemd in het kader van haperende burgerparticipatie. Hij vond dat dit punt dan ook meegenomen moest worden.
60 Pagina 10 van 46
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
De heer Işik heeft complimenten voor de aanpassing betreffende ‘vertraagde stad’, omdat de geluiden van de bewoners hier wel zijn overgenomen. Dan OV en mobiliteit. Het college wil de mensen uit de auto halen etc. Naar aanleiding van die tekst roept hij op in de RSU ook de verkeersveiligheid aan de orde te stellen. Is het college bereid om daar een aparte paragraaf aan te wijden? Verder roept hij het college op na te gaan op welke wijze kleinschalig OV tussen de wijken gerealiseerd kan worden. Als men wil dat het station ontlast wordt, zal er nagegaan moeten worden hoe wijken op een andere manier met elkaar verbonden kunnen worden. Over de financiering (4,2 miljard euro) constateert hij dat er niet veel gezegd wordt over financiële risico’s. Hij krijgt daar graag een reactie op. Wat de monitor betreft kan hij zich vinden in de voorgestelde planning. Tot slot § 4.2.1. Daar geeft het college aan dat het voor mensen met een laag en midden inkomen steeds moeilijker wordt om in deze stad een woning te vinden. De kansenongelijkheid dreigt toe te nemen. Hij vraagt de wethouder op welke planeet deze leeft. De kansenongelijkheid is iets dat al jaren aan de gang is. Het is er dus al. Herkent de wethouder dat en wat is diens oplossing? De sociale ongelijkheid wordt bestreden door iets te doen aan de tweedeling. Hij hoort het college hier graag nader over.
De heer Bos wijst erop dat in ambtelijke nota’s al vroeg geconstateerd werd dat Utrecht te weinig ruimte had om binnenstedelijk te groeien en dat er woningnood was. De oplossing was de woningnood buiten de gemeente op te lossen. Hij geeft een historische schets van de ambtelijke pogingen om op nationaal niveau de woningnood op te lossen. Hij wijst daarbij uiteindelijk op de huidige plannen die ten slotte de keuze bevatten voor het bouwen op stedelijke locaties. Utrecht kampt met een ruimtegebruik voor wonen, werken, groen, recreatie, sport en voorzieningen. De stad heeft de regio nodig om in de ruimtebehoefte te voorzien. Het is nog zoeken in de regio naar 60 ha bedrijventerrein en plekken voor energieopwekking. Dit woekeren met ruimte binnen de gemeentegrenzen leidt tot een keuze voor stedelijke woonmilieus met hoge verdichting en hoogbouw. In tal van plannen wordt een loopje genomen met geluidsoverlast om de boel te kunnen dichtregelen. Een schaamlap is ook de Utrechtse Barcode, een truc om allerlei zaken dicht te regelen. Maar verdichting kan niet zonder een hoogwaardig openbaar vervoer en dat vervoer kan ook niet zonder verdichting met hoge woningen. De provincie trekt zich terug omdat men niet wil co-financieren. Ook het Rijk wil niet verder investeren.
Het dichtregelen kan niet, want de verdichting zorgt er voor dat er extra geïnvesteerd moet worden in gebouwen, die ontwikkelaars niet willen betalen. Utrecht heeft het geld niet. Er moet ook extra geïnvesteerd worden in opwekking van extra energie. Als men zo veel wil gaan verdichten, dan worden er ofwel kloven getrokken in de gemeentebegroting, dan wel wordt getracht het terug te verdienen door nog meer te verdichten. Dus nog meer bouwen en tegelijk afscheid nemen van de Utrechtse Barcode, want anders komt de grondexploitatie niet rond. Zijn fractie waarschuwt al jaren voor de negatieve gevolgen van het binnenstedelijk bouwen. Hij heeft ook niet ingestemd met de vorige ruimtelijke strategie. Hij ziet de waarschuwingen bewaarheid worden, maar dit college kan niet terug. De RSU moet terug naar de tekentafel. Hij constateert achteraf dat er vooraf beter ingeschat had moeten worden. Hij constateert dat de bouwplannen niet aansluiten bij de woningbehoefte van Utrechters. Bovendien sluiten de woonmilieus niet aan op de Utrechtse behoefte. In de stukken ontbreken cijfers betreffende grondgebonden woningen. Er wordt veel te aanbodgericht te werk gegaan en te weinig vraaggericht. Mensen die een huis willen met een tuin worden verwezen naar de regio. Dat heeft negatieve effecten op het terug willen dringen van autoverkeer.
Utrechters worden zeer beperkt in de vrije keuze van vervoersmodaliteiten. Het autobezit wordt ontmoedigd. Het beleid streeft naar overal betaalbaar betaald parkeren. Het parkeren wordt ontmoedigd. De heer Işik hoort één grote opsomming van alles wat niet goed is. Wat is het alternatieve plan van Stadsbelang?
55
60
De heer Bos besluit, gezien zijn spreektijd, door te gaan met zijn betoog. De collegepartijen streven naar een gezond stedelijk leven, maar wat is er zo gezond aan de verdichte wijk? Zijn partij vindt dat de plannen van het college niet bijdragen aan de behoeften van de Utrechters. Als het college ten slotte alles heeft uitgevoerd, dan zal men tot de conclusie komen dat de groei van de stad met 40.000 inwoners in 2030 niet binnenstedelijk kan worden opgevangen. Pagina 11 van 46
5
10
15
20
25
30
35
40
45
50
55
De heer Te Hoonte geeft een gefingeerde schets van de woningbouwproblematiek in 2040, wanneer de wijk Rijnenburg half af zal zijn. Hij concludeert dat deze inleiding duidelijk maakt dat er veel goeds staat in de RSU 2040, maar er staan ook veel dingen in (of juist niet in) waar de VVD zich niet in kan vinden. Dat die dingen er niet in staan heeft zijns inziens te maken met een vooringenomen manier van kijken en niet van het hanteren van een goede strategie. Op hoofdlijnen wil de VVD de RSU op een viertal punten aanpassen. Allereerst wil hij de uitvoering van het verzoek van de raad om de plancapaciteit minimaal op 130% van de behoefte te hebben, nogmaals bij de wethouder neerleggen. De wethouder gaf in het verleden aan dat Utrecht hier zijn fair share moet realiseren, iets waarnaar hij zei ook te streven door fase 6b naar voren te halen en te kiezen voor bouwen in Rijnenburg. Onder andere daarmee kan makkelijk worden voldaan aan 130%. De stad zou daardoor aantrekkelijker worden voor investeringen door het Rijk. Deelt de wethouder dit, zo wil spreker weten. Is de wethouder bereid het voorstel daarop aan te passen? In de reactienota staat dat er in 2035 in Rijnenburg gebouwd gaat worden. Het kader loopt tot 2040. Binnen 18 jaar zo veel bouwen. Men kan zich afvragen of dat gaat lukken, gezien de complexiteit.
Kan de stad dat binnen de bestaande contouren wel aan? Is er wel voldoende rekening gehouden met de bouwintensiteit en de gevolgen die dat de komende 20 jaar voor de stad heeft. Hij krijgt daar graag een reactie op. Ten tweede stelt de VVD daarom voor om, nu Rijnenburg is opgeplust, de RSU te verlengen naar 2050 en simultaan te gaan werken aan én Rijnenburg én aan de binnenstedelijke verdichting. Hij hoort graag de reflectie hierop van de wethouder. Ten derde wijst hij erop dat veel van de woningbouw, maar ook van andere functies gepland is op terreinen waarop nu nog bedrijvigheid is. Tegelijkertijd is er binnen het IRP nog een tekort aan bedrijventerreinen. Hij krijgt graag de toezegging van de wethouder dat hij een deel daarvan binnen het Utrechtse grondgebied oplost. Niet omzetten als er geen nieuwe locaties beschikbaar zijn, is voor hem noodzakelijk. Deelt de wethouder dat? Het vierde punt. Leidsche Rijn is onderdeel van Noordwest, maar verder zijn er kennelijk de komende 20 jaar geen opgaven aan de westkant van het kanaal. Het herkent dat ook voor andere gebieden. De VVD zou de RSU graag aangepast zien, waarin er ook voor de wijken duidelijker is vastgelegd wat de opgaven zijn. Kan de wethouder dat toezeggen? Dan nog wat andere punten. Er wordt qua mobiliteit met het VNU-model gewerkt waar rijksinvesteringen inzitten waar dit college zelf afstand van neemt.
Daar mist hij een doorrekening in tegen het verkeersmodel waar dit college wél op inzet. Wat is het verkeersmodel waar het college op inzet en hoe is doorgerekend dat de plannen die zij neerzetten er ook bij passen. Dezelfde doorrekening mist hij ook op de 7,2 miljard. Als dat minder blijkt te zijn, wat is dan het effect op de RSU? Dat ontbreekt. Wat ook ontbreekt is dekking voor de roeibaan. Hij wil een toezegging dat er daadwerkelijk geld komt voor de realisatie van die baan. Het college/de coalitie heeft een plan gemaakt dat vooral van hen is. Hij mist de urgentie bij het college om draagvlak achter hun voorstel te krijgen voor de ruimtelijke strategie van de stad voor de komende 20 tot 30 jaar. Het zou passend zijn als dat draagvlak er wel is, want er is niets vergankelijker dan je zetel in deze raad. De heer Wijmenga vindt het lastig om hier een coalitieverhaal van te gaan maken. Hij wijst erop dat de raad over Rijnenburg een oordeel gegeven heeft. Dat zit verwerkt in de RSU. Dat is een gegeven waar ook het college niks meer aan kan veranderen. Hij snapt daarom niet dat de heer Te Hoonte zegt dat het college moet luisteren naar de raad. De heer Te Hoonte verzucht ‘stond het er allemaal maar zo duidelijk in’. In de beantwoording van de zienswijzen staat heel regelmatig dat er voor 2035 niet gebouwd gaat worden in Rijnenburg.
De gepresenteerde plankaart loopt echter tot 2040. Nergens is aangegeven dat Rijnenburg een transitiegebied is na 2035, want dan had dat ook op de kaart moeten staan. In het IRP valt duidelijk te zien dat de wethouder voorsorteert op niet bouwen in Rijnenburg. Dus hij vindt dit wel degelijk een ‘coalitiedingetje’. Hij denkt dat het verstandig is om zich te realiseren dat het op deze wijze opnemen van Rijnenburg leidt tot problemen. Iedereen in de stad kan zien dat er omfloerst omheen gepraat wordt. De heer Wijmenga stelt dat de heer Te Hoonte met veel woorden zegt dat zolang de burger niet anders in de RSU komt, de VVD er niet mee gaat instemmen. Dan vindt hij het wat makkelijk dat Pagina 12 van 46
de heer Te Hoonte allerlei aanpassingen zegt te willen, omdat diens partij er toch niet voor gaat kiezen. 5
10
15
De heer Te Hoonte zegt te hebben beweerd dat het best om een mooi plan gaat, maar dat zijn fractie denkt dat het net niet uit kan. Het zou helpen als de wethouder de moties, die hij aangenomen heeft, zou volgen en zeggen er naar te streven die 130% ook in Utrecht gewoon uit te voeren en zou uitspreken dat Rijnenburg toch echt toegevoegd moet worden. Al het andere nog verder verdichten, is onzin. De heer Işik sluit zich aan bij de opmerking van de VVD en hij kijkt ook even naar de CU. Het is niet alleen maar Rijnenburg. Er zijn nog meer dossiers. Hij benadrukt dat er daarbij ook ruimte gegeven moet worden aan de oppositie en dat ontbreekt. De heer Te Hoonte wijst er nog op dat bij de behandeling van de uitgangspunten van de RSU een enorme trits aan moties en amendementen is ingediend bij de behandeling van Rijnenburg. Daarom is de wens van een groot deel van de oppositie heel erg duidelijk. Van die moties zijn er twee overgenomen, waarvan er een over die 130% plancapaciteit gaat. Daarvan zegt de wethouder die motie niet uit te voeren. Maar die motie heeft hij wel en hij zegt dat hij er naar streeft.
20 Mevrouw Schilderman begint met tegen de heer Schipper te zeggen dat D66 tegen de verbreding van de A27 is en blijft. 25
De heer Schipper hoort dan graag hoe mevrouw Schilderman aankijkt tegen de wijze waarop het college hier in staat. Mevrouw Schilderman is het ermee eens dat het college daar duidelijker over kan zijn.
30
35
De heer Te Hoonte wil dan weten hoe D66 aankijkt tegen de tweede overkapping, waardoor er geen goede centrumvorming in Lunetten/Koningsweg mogelijk is. Mevrouw Schilderman is van mening dat Lunetten/Koningsweg nog veel meer uitwerking vraagt. Voor haar is het een locatie waar nogal wat woningen zouden kunnen belanden. Maar er moet volgens haar op veel meer vlakken van alles gerealiseerd worden, voordat dat allemaal gerealiseerd kan worden. Dus daar liggen nog heel wat vragen, maar dat neemt niet weg dat D66 de ambitie om daar te bouwen ondersteunt. De heer Van Steeg geeft aan wel te begrijpen dat het college er zo inzit, want juist ook daar is de route belangrijk, want het heeft consequenties voor al die gebieden die ontwikkeld worden.
40
45
50
55
60
Mevrouw Schilderman weet niet zeker of dat consequenties moet hebben. Er is ook een verbreding mogelijk mits het meer gaat om het vergroten van de capaciteit van de weg. Zij heeft er het volste vertrouwen in dat het een goede uitwerking kan krijgen. Dan begint zij eindelijk haar betoog en laat weten blij te zijn dat de nieuwe RSU er ligt. Zij wil ingaan op het podiumtekort, de leefbaarheid in de stad, op werken en voorzieningen en de uitvoering. Het belangrijkste vraagstuk is het enorme woningtekort m.n. waar het betaalbare woningen betreft. Zij is daarom blij dat er zoveel woningen bijgebouwd gaan worden, maar het is nog steeds onvoldoende om tegemoet te komen aan de vraag. Ze wil van de wethouder horen of er voldoende ambtelijke capaciteit is om deze strategie daadwerkelijk uit te voeren en zo veel mogelijk woningen te bouwen. Ze hoort daarbij graag wat de raad kan doen om hieraan bij te dragen. Zij kan zich aansluiten bij de vragen die eerder over de 130% plancapaciteit zijn gesteld. Dan de A12-zone. De ambitie daar qua bouwen kan volgens haar best omhoog. Verder hoort zij graag van het college of er nog vragen zijn die een optimale verdeling van huizen in de weg staan. De opgave waar de stad voor staat, valt niet te onderschatten. Daarom is het van belang om de stad leefbaar te houden.
Hetgeen voorgesteld wordt ten aanzien van het groen en een stad waarbinnen alles binnen 10 minuten bereikbaar is, is natuurlijk een prachtig voorstel. De heer Işik hoort D66 klagen over het feit dat er onbetaalbare woningen zijn, maar hij hoort geen enkele ambitie over hoe de partij dat probleem wil bestrijden. Waarom heeft D66 destijds niet de Pagina 13 van 46
moties van de PvdA gesteund die erop gericht waren de problemen rond de betaalbaarheid te voorkomen. Waar komt die tegenstrijdigheid vandaan? 5
10
15
20
25
30
35
Mevrouw Schilderman ziet die tegenstrijdigheid niet, want volgens haar is de belangrijkste drager van de huizenprijzen de lage rentestand. Zij denkt daarom dat het een illusie is te denken dat de stad alleen de prijzen van de huizen kan laten dalen. Dat neemt volgens haar niet weg dat de stad daar toch een belangrijke opgave heeft. De Woningvisie is bij uitstek de plek als het gaat om de vraag hoe de huizen betaalbaar gehouden kunnen worden. Zij meent dat de tienminutenstad nog een extra impuls mag krijgen op het gebied van groen. Haar fractie sluit zich aan bij andere partijen die zich reeds uitgesproken hebben voor groene ommetjes. Zij denkt graag mee als het erom gaat daar nog een impuls aan te geven. Bij de uitgangspunten dient D66 een amendement in om de volgorde van de verdichting in te passen. Een belangrijk element van dat amendement is dat niet ieder pleintje of iedere groene strook volgebouwd zou worden. Er moet ook ruimte blijven voor lucht en een paar bankjes. Zij hoort graag van de wethouder of dit ook inderdaad de wijze is waarop er in het vervolg naar het groen gekeken wordt. Voorkomen moet worden dat de druk op ieder klein pleintje wordt opgevoerd. Zij hoort graag van de wethouder of er bij ontwikkelaars nog mogelijkheden zijn voor het realiseren van balkonnetjes en dakterrassen.
Kan de wethouder dat in kaart brengen? Belangrijk is dat als men lekker wil wandelen in de stad, de stad op ooghoogte mooi ontwikkeld moet zijn. Zij verwijst naar het CDA-voorstel voor het Beeldkwaliteitsplan en naar de D66-motie over de vierjarigentoets Kan de wethouder aangeven dat dit het onderdeel gaat zijn van de standaard? Wat haar fractie betreft wordt er nu te veel gefocust op algemene welstand en te weinig voor de beeldkwaliteit op ooghoogte. Zij hoort de wethouder hier graag over. Wonen in een stad zonder werk is drie keer niks. Daarom is zij blij om hetgeen zij hierover terugleest m.n. voor wat de circulaire economie en de maakindustrie betreft. Daar heeft zij wel wat vragen bij, want D66 vindt het van groot belang dat er nieuwe werkgelegenheid ontstaat die passend is. Er moet werkgelegenheid geschapen worden die past bij de bewoners van de stad. Zij vindt het van groot belang dat de potentie van Lage Weide gezien wordt en dat eraan gewerkt wordt om die plek nog beter te benutten. Dit door meer werk toe te voegen en te zorgen voor betere fietsverbindingen. Is de wethouder van plan met een actieplan Lage Weide te komen en in ieder geval meer werk aan het gebied toe te voegen met name op het gebied van circulaire economie? De transitie brengt ook andere banen met zich mee en zij kan zich voortellen dat daar speciaal voor geschoold moeten worden.
Lage Weide zou een mooie plek kunnen zijn om te bezien of er specifiek op die scholing aangesloten kan worden. Kan de wethouder aangeven of deze ruimtelijke strategie daaraan bijdraagt en kansen ziet om dat ook elders te doen? Een andere manier om aan de werkgelegenheid te werken zijn creatieve werkplekken. Er wordt gezegd dat er behoefte is aan 80.000 m2 extra creatieve werkplekken tot 2040. Toch staan er tot die tijd maar 6 ingepland. Zij hoort daar de wethouder graag nader over.
40 De heer Te Hoonte vraagt zich af er bij D66 ook ruimte is voor niet circulaire en niet creatieve bedrijven in de stad. 45
50
55
Voor wat D66 betreft is er juist ruimte voor werk van alle kanten. Dat is ook de reden waarom zij dat amendement indiende bij de bespreking van de uitgangspunten, omdat het leek dat de focus vooral lag op allerlei kantoorwerkzaamheden. Het is belangrijk om meer ruimte te maken voor circulaire economie en maakindustrie. Zij is van mening dat men expliciet aandacht moet hebben voor creatieve werkplekken, omdat dat soms ruimte wegens lawaai vergt. Zij onderschrijft in ieder geval hetgeen in de RSU staat over de uitbreiding van ruimte voor creatieve broedplaatsen. Bij de Schepenbuurt kan dat misschien wat spanning opleveren, wegens de bedrijven die daar nog zitten. Dat zou een mooi terrein zijn voor creatieve bedrijvigheid. Zij vraagt de wethouder nader in te gaan op welke specifieke mogelijkheden hij hier ziet voor het nog verder uitbreiden met creatieve werkplekken. Dan de voorzieningen en de Barcode. Het voornemen om de uitbreiding van de voorzieningen in de pas te laten lopen met de uitbreiding van de stad, wordt breed ondersteund. Wat sport betreft kan zij zich aansluiten met wat de heer Wijmenga hierover zei. Zij voegt daar de mogelijkheid van stedelijke hardlooproutes aan toe die met elkaar in verbinding staan. Ze is benieuwd of de wethouder daarover iets zou kunnen zeggen.
Ook zwemmen vindt zij belangrijk en dat niet alleen in zwembaden, maar ook in open water (met buitendouche). Kan de wethouder aangeven op Pagina 14 van 46
5
10
15
welke wijze er gewerkt wordt aan meer zwembaden. Ziet de wethouder daar ook ruimte voor recreatief zwemmen? Ook warmte vraagt ruimte ten behoeve van een grootschalige opwek, zeker als er gekozen zou worden voor uitbreiding van hogetemperatuursnetten. De enige oplossing die daarvoor lijkt te bestaan is geothermie te gaan gebruiken. Maar er wordt aangegeven dat de onderzoeken daaromtrent nog te pril zijn. Dat vergt nogal wat ruimte en daarom vraagt zij zich af of dit onderwerp niet terug moet naar de ruimtelijke strategie en moet er niet op zijn minst een verkenning zijn van welke ruimte hiervoor nodig is? Dan de uitvoering, waar de RSU mee staat of valt. Een spannende opgave. D66 heeft een voorstel om daar wat extra daadkracht achter te zetten. Zij wijst erop dat er in Utrecht veel kennis aanwezig is bij onderwijsinstellingen, bedrijven, ontwikkelaars en individuele bewoners. Om een extra impuls aan de uitvoering te geven moet er met hen samengewerkt worden aan die uitvoering en dat juist voor de uitdagingen die nu nog niet voorzien worden. Daarom denkt D66 dat het een goed idee zou zijn om te starten met de Innovatieagenda met betrekking tot de RSU en deze in te vullen met de partners in de stad, zoals onderwijsinstellingen. Is de wethouder bereid om zoiets te starten? Wat gezegd werd voor de uitvoering, geldt zeker ook voor de Barcode.