Concept Verslag openbare commissie Stad en Ruimte, 2021-03-18.pdf
Tekst van het document
Pagina 29 van 38
De voorzitter meent dat er behoefte is aan een tweede termijn. Daar is gelegenheid voor op de avond van 1 april. Dit zal een digitale vergadering worden en de spreektijd is de tijd die nu op de klokken staat. 5
De voorzitter schorst de vergadering om 18.23 uur.
Lijst van toezeggingen Raadsbrief Visie biomassagebruik 10
Wethouder Van Hooijdonk zegt toe dat de raad in Q2 een toelichting ontvangt op de rol die de omgevingswet wel of niet kan spelen op het vergroten van de lokale invloed op vergunningen voor biomassa-installaties
15
Pagina 30 van 38
Verslag vergadering Commissie Stad & Ruimte 5
Datum Locatie Verslag door Vaststelling verslag
18 maart 2021, 20.00-21.30 uur online Rosenbaum Select, notulisten & verslaggevers
Aanwezigen 10
15
De heer G. te Hoonte (voorzitter), wethouder de heer K. Diepeveen en de leden, de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer I. El Abassi (DENK), de heer B. Isik (PvdA), de heer E. van der Marel (VVD), mevrouw M. van Mil (Student & Starter), mevrouw A.M. Podt (D66), de heer T. Schipper (SP), de heer J. Wijmenga (ChristenUnie), de heer P. Zwanenberg (GroenLinks) en mevrouw J. Zwinkels (CDA). Van de griffie is aanwezig mevrouw M. Leenders. Bericht van verhindering: PvdD
Verslag vergadering Commissie Stad & Ruimte 20
1. Opening en mededelingen ........................................................................................................... 1 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten ............. Fout! Bladwijzer niet gedefinieerd. TOEZEGGINGEN ..............................................................................................................................
Heropening 25
De voorzitter heropent de vergadering. Voor de goede orde wijst hij erop dat het agendapunt dat vóór de pauze werd behandeld (Toekomst garage Springweg) niet werd afgehandeld; de beraadslaging wordt hervat op 1 april a.s. De voorzitter adviseert de leden daar rekening mee te houden bij de besteding van hun spreektijd.
30
7.
Raadsbrief Onderzoek toevoegen standplaatsen woonwagens
De gemeente is van plan om onderzoek te gaan doen naar de mogelijkheid om extra standplaatsen in te richten bij reeds bestaande woonwagenlocaties. Hierover is de raad schriftelijk geïnformeerd. De agenderende fracties dringen aan op voortvarende aanpak. 35 Pagina 31 van 38
5
10
15
20
25
30
35
40
Mevrouw Podt (D66) memoreert dat woonwagenbewoners al lang wachten op het antwoord op hun vraag of er in Utrecht standplaatsen bij komen. In 2018 verscheen het beleidskader 'gemeentelijk woonwagen- en standplaatsenbeleid' van het ministerie van BZK: overheden moeten meer doen om de cultuur van woonwagenbewoners te beschermen. Woningzoekende woonwagenbewoners moeten binnen een redelijke termijn kans maken op een standplaats. Voor het onderzoek dat de gemeente Utrecht aankondigde te gaan doen, gaf de gemeenteraad kaders mee. Inmiddels is er anderhalf jaar verstreken en gaat de gemeente vervolgonderzoek doen. Het duurt erg lang allemaal, vindt D66; de fractie wil graag van de wethouder horen wanneer er concrete stappen te verwachten zijn. Wat D66 betreft moet het onderzoek inzicht bieden in de behoefte aan standplaatsen en de mogelijkheden om standplaatsen te creëren. Daarnaast wordt er een locatiesuggestie voor de eerste nieuwe plaatsen verwacht en een voorstel voor monitoring van de gemiddelde wachttijd voor een standplaats. Uitbreiding op bestaande locaties heeft de voorkeur, maar met het voornemen om geen nieuwe locaties toe te voegen is D66 het niet eens. In een groeiende stad moet ruimte zijn voor bescheiden groei van standplaatsen op nieuwe locaties. Het gaat hier om een bijzondere woonopgave, stelt mevrouw Podt, niet over veiligheidsbeleid.
Er zou dan ook niet steeds een relatie tussen die twee moeten worden gelegd. Hierop aansluitend vraagt de heer Zwanenberg (GroenLinks) de wethouder om uit te leggen waarom het zo lang duurt. Waren er obstakels, en zo ja, welke dan? In samenwerking in de regio kan zijn fractie zich vinden; men is benieuwd hoe het college dat gaat aanpakken en welke effecten er te verwachten zijn. De heer Zwanenberg meldt dat hij zich aansluit bij mevrouw Podt en dat zijn fractie vóór uitbreiding van het aantal standplaatsen is, ook op eventueel toe te voegen nieuwe locaties. De heer Schipper (SP) sluit zich bij de beide vorige sprekers aan, en zou graag zien dat er bij uitbreidingen wordt overlegd met de bewoners over het ruimtebeslag per standplaats. Zijn fractie veronderstelt dat daar iets af kan. Aansluitend op de vorige betogen stelt de heer Isik (PvdA) dat hij de locatie Beukbergen goed kent. Het gaat daar erg goed; Woongoed Zeist, de beheerder, zal dat onderschrijven. De fractie van de PvdA onderschrijft het belang en de noodzaak van uitbreiden van het aantal standplaatsen, zodat families met elkaar op dezelfde locatie kunnen blijven wonen. Volgens de heer Van der Marel (VVD) is de politieke wil om het aantal standplaatsen uit te breiden in zijn fractie niet groot.
Uit de brief van de wethouder heeft hij afgeleid dat er uit de verkenning uit 2019 geen dringende noodzaak tot uitbreiding naar voren komt. Bovendien noemde de wethouder in zijn brief het stedelijk ondermijningsbeleid. De heer Van der Marel veronderstelt dat dit niet zonder reden is, zie het rapport Vijfde monitor georganiseerde criminaliteit (eind 2019). Bij interruptie maken verschillende fractie bezwaar tegen de veronderstelling. Veel woonwagenbewoners zetten zich in om de indruk weg te nemen dat er in de kampen sprake is van criminaliteit, ondermijning en onveiligheid. Het zou lokale politici passen hen daarin te steunen, wordt gezegd.
Pagina 32 van 38
5
10
Vervolgens wijst de heer Van der Marel erop dat Utrecht relatief veel woonwagenstandplaatsen heeft. Hij kan zich dan ook vinden in het voornemen om hiervoor samenwerking te zoeken met de regio. De problemen waar woonwagenbewoners mee kampen, gelden niet alleen voor hen, stelt de heer Van der Marel; voor iedereen die een woning zoekt gelden lange wachttijden, en woonruimte in Utrecht is voor iedereen duur. Hij ziet niet in waarom er voorkeursbeleid voor woonwagenbewoners zou moeten gelden in dezen. Bij het onderzoek naar eventuele uitbreiding van het aantal standplaatsen vraagt de heer Van der Marel om dan ook te kijken naar de demografie op de locaties. De Nederlandse bevolking groeit als gevolg van immigratie; voor de bevolking op de woonwagenlocaties zal dat ook gelden, zie het rapport van de Ombudsman: toewijzing aan niet-woonwagenbewoners doet afbreuk aan de culturele identiteit van de bevolkingsgroep. Hierop wijst de heer Isik op de locatie Beukbergen, waar een samenwerkingsverband van bewoners, gemeente en woningcorporatie over toewijzing beslist.
15
20
25
30
De heer Van der Marel verzoekt de wethouder om ook te onderzoeken of de mensen voor wie de uitbreidingen bedoeld zijn ook de mensen zijn die daar willen wonen. Want als dat niet zo is, is uitbreiding misschien niet nodig. Betekent dit, vraagt mevrouw Van Mil (Student & Starter), dat de gemeente moet gaan selecteren wie er op een woonwagenlocatie mag gaan wonen? De heer Van der Marel verduidelijkt dat hij verwees naar een rapport van de Ombudsman: de bijzondere cultuur zal verwateren als er mensen gaan wonen die daar niet van jongs af aan vertrouwd mee zijn. Ook de fractie van Student & Starter vindt dat het beloofde onderzoek erg lang op zich laat wachten. Mevrouw Van Mil wijst erop dat openbare ruimte kostbaar is, en sluit zich aan bij de suggestie van de SP, om te kijken of het mogelijk is om minder vierkante meters per standplaats te realiseren. Van het creëren van losse standplaatsen, verspreid over de stad, is mevrouw Van Mil geen voorstander; de bewoners willen immers graag in groepsverband wonen. Zij is het eens met de constatering van het college voor de Rechten van de mens, dat bewoners recht hebben op hun eigen cultuur. Als inclusieve stad moet Utrecht daar wat haar betreft actief op blijven inzetten. De heer El Abassi (DENK) sluit zich aan bij de vorige sprekers en vraagt daarbij aandacht voor de Sinti- en Roma-gemeenschap.
Van hen komen signalen dat er onvoldoende rekening met hen gehouden wordt. Staat de wethouder open voor overleg met de genoemde groepen?
35
40
De heer Wijmenga (ChristenUnie) sluit zich aan bij de reeds gemaakte opmerkingen over het ruimtebeslag van standplaatsen. Dit staat los van de verplichting van de overheid, vindt hij, om ook voor deze groep inwoners verantwoordelijkheid te nemen. De ChristenUnie steunt het plan om naar uitbreidingsmogelijkheden te zoeken, eventueel op nieuwe locaties, echter bij voorkeur met minder vierkante meters.
45
De wethouder 'Het wordt oktober a.s.,' meldt de wethouder in antwoord op de vraag van mevrouw Podt, en het zal dan gaan om de uitkomsten van een nader onderzoek naar uitbreidingsmogelijkheden bij reeds bestaande locaties. Een inventarisatie van de behoeften is er al; deze is vastgelegd in de Pagina 33 van 38
5
10
15
20
25
30
35
40
actuele wachtlijst, en is al enkele jaren stabiel. Er is zowel te weinig doorstroom als te weinig aanbod. Extra standplaatsen creëren op reeds bestaande locaties is niet mogelijk, zo heeft de inventarisatie uitgewezen, maar misschien is het aantal locaties nog wél uit te breiden. Dit wordt nu nader onderzocht, en daarop zal de wethouder in oktober a.s. terugkomen. Hij streeft ernaar om daar een concreet voorstel bij te voegen. Het is wel mogelijk om ten behoeve van monitoring een extra kengetal toe te voegen aan de p&ccyclus. Wat betreft het laten meegroeien van het aantal standplaatsen met de groei van de stad verwijst de wethouder naar het in 2013 vastgestelde beleid, waarin wordt gesteld dat het aantal plaatsen stabiel wordt gehouden. Het zal blijven bij het zoeken naar 'mogelijkheden voor enige uitbreiding.' Het zoeken naar nieuwe ontwikkellocaties kan misschien beter aan de orde komen in het kader van de RSU, vanwege de ruimtelijke afweging die ervoor moet worden gemaakt. Volgens mevrouw Podt voldoet het beleid uit 2013 niet meer; het is ingehaald door het beleidskader van het ministerie. De wethouder erkent dit; er wordt dan ook nieuwe aanpak ontwikkeld, conform de aansporingen van het ministerie van BZK, de Ombudsman en het College voor de Rechten van de mens.
Het aantal locaties laten meegroeien met de groei van de stad is echter iets anders, en dat is tot nu toe niet de lijn van het college. Sommige (dus niet alle) woonwagenlocaties staan bekend als 'kwetsbaar.' Daar wordt rekening mee gehouden in het onderzoek naar uitbreidingsmogelijkheden van bestaande locaties. Hierop merkt mevrouw Podt op dat Veiligheid ook niet per definitie betrokken wordt bij nieuwbouw van een flatgebouw. De wethouder herhaalt dat sommige woonwagenlocaties als kwetsbaar worden gezien, en dat daar dan toch een veiligheidstoets voor wordt gedaan. Op een vraag van de heer El Abassi antwoordt de wethouder dat dit reeds bestaande locaties betreft. Wordt daarmee aangegeven dat de bestaande locaties onveilig zijn, of wordt ermee geanticipeerd op onveilige situaties? Hierop stelt de wethouder dat beide mogelijk zijn. Veiligheid behoort echter niet tot zijn portefeuille. Maar gaat de gemeente ervan uit dat een woonwagenlocatie onveilig is tot het tegendeel is bewezen, of is het andersom? De wethouder veronderstelt dat het onderzoeksrapport hier een afdoende antwoord op zal bevatten. Er staan ongeveer 130 personen op de wachtlijst voor een standplaats, waarvan ongeveer 80 inwoners van Utrecht. De heer Van der Marel vraagt of dat dan inwoners met die specifieke culturele achtergrond zijn.
Het exacte antwoord hierop is ter vergadering niet paraat; volgens de wethouder wonen de meeste mensen die op de wachtlijst staan nu ook in een woonwagen. Het zouden kinderen van bewoners kunnen zijn, die 'op zichzelf' willen gaan wonen, maar wel in de traditie die zij vanaf hun geboorte kennen. De gemeente toetst daar niet op. Dat dit traject zo lang duurt hangt enigszins samen met de coronamaatregelen, de wisseling van burgemeester en het benodigde ambtelijk en bestuurlijk overleg. De wethouder erkent dat de doorlooptijd (te) lang is. Om die reden wordt het vervolgonderzoek voortvarend aangepakt en kan de raad in oktober a.s. een terugkoppeling verwachten.
Pagina 34 van 38
Over de aanpak in samenwerking met de regiogemeenten vertelt de wethouder dat niet al die gemeenten een woonwagenbeleid hebben. Vanuit de gemeente Utrecht zullen zij daarop worden aangesproken met verwijzing naar de Woondeal. 5
Wat betreft het ruimtebeslag van standplaatsen stelt de wethouder dat hier aandacht aan zal worden besteed in het nu lopende onderzoek, en dat hij hier dus op zal terugkomen, ook op wonen in familieverband. Vanzelfsprekend staat het college open voor een gesprek met vertegenwoordigers van de Roma- en Sinti-gemeenschap. Het is de wethouder niet bekend of zij de gemeente daar al om hebben gevraagd.
10
15
Vervolgens meldt mevrouw Podt voor de goede orde dat zij overweegt om bij de raadsbehandeling een actuele motie in te dienen, om te voorkomen dat de raad in oktober a.s. toch niet helemaal tevreden zal zijn over het resultaat. Zij constateert dat de wethouder welwillend is, maar heeft de indruk dat hij er toch anders naar kijkt dan de agenderende partijen, onder andere met betrekking tot de realisatie van nieuwe locaties. Er lijkt ook verschillend te worden gedacht over veiligheidsaspecten.
Toezeggingen 20
De raad ontvangt in oktober 2021 resultaten van het onderzoek naar de uitbreidingsmogelijkheden van bestaande woonwagenlocaties, alsmede de mogelijkheden voor compactere standplaatsen, met een voorstel voor locaties die zich het beste lenen voor uitbreiding. In de terugkoppeling zal het college ook ingaan op het onderwerp veiligheid. [Vervolgens wordt de vergadering een ogenblik geschorst]
25
8.
30
Raadsbrief Startnotitie islamitische begraafplaats
De heer B. Isik (voorzitter), wethouder de heer K. Diepeveen en de leden, de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), de heer I. El Abassi (DENK), mevrouw J. Kleinrensink (GroenLinks), de heer E. van der Marel (VVD), de heer S. Nagtegaal (PVV), mevrouw J. van Ophem (Student & Starter), mevrouw S. Schilderman (D66), de heer T. Schipper (SP), de heer J. Wijmenga (ChristenUnie), de heer R. van der Zweth (PvdA) en mevrouw J. Zwinkels (CDA). Van de griffie is aanwezig mevrouw M. Leenders. De voorzitter heropent de vergadering.
35 Het college heeft de raad schriftelijk laten weten dat het realiseren van een islamitische begraafplaats haalbaar wordt geacht, met als voorkeurslocatie Begraafplaats Tolsteeg. De PVV en Stadsbelang Utrecht hebben om bespreking van de raadsbrief gevraagd. 40
45
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) geeft aan dat de functie die de begraafplaats voor de moslimgemeenschap krijgt, uitgangspunt is voor zijn fractie. Zie Art. 37 van de Wet op de lijkbezorging; daar wordt aangegeven dat een bijzondere begraafplaats kan worden aangelegd en in stand gehouden door een kerkgenootschap, een privaatrechtelijke rechtspersoon of een natuurlijk persoon. Daarbij heeft het college voorkeur aangegeven voor een kerkgenootschap én aan transparantie, maar die twee gaan volgens de heer Bos niet per definitie samen, want een Pagina 35 van 38
5
10
15
20
25
kerkgenootschap hoeft niet bij de KVK te worden ingeschreven en wie de bestuurders zijn hoeft niet kenbaar te worden gemaakt. Privaatrechtelijke rechtspersonen moeten wél worden ingeschreven, en moeten ook aangeven wie hun bestuurders zijn. Stadsbelang Utrecht zal niet akkoord gaan met de startnotitie, omdat de heer Bos vindt dat de raad de kaders dient te stellen, en niet het college. Misschien is het zelfs wel wenselijk dat er meer kaders worden meegegeven. Waarom wil het college een islamitische begraafplaats door een kerkgenootschap laten instellen? Er zijn andere modellen, vindt de heer Bos, die betere waarborgen leveren voor transparantie. Zijn fractie maakt zich daar zorgen over, want Milli Görüş en de Islamitische Stichting Nederland (ISN) behoren tot de initiatiefnemers, die volgens het college de voorkeur genieten. Er is aanleiding om aan te nemen dat er een relatie is tussen deze organisaties en de Turkse overheid; bovendien is bekend dat de genoemde organisaties begrafenisverzekeringen aanbieden. De heer Bos vraagt zich ernstig af of de gemeente Utrecht daar wel zaken mee moet willen doen. Wat willen de genoemde organisatie in ruil hebben voor hun investeringen in de begraafplaats? Stadsbelang Utrecht hecht eraan dat alle Utrechtse moslims van de nieuwe voorziening gebruik mogen maken.
Hoe zorgt het college ervoor dat moslims van alle stromingen en nationaliteiten er begraven mogen worden? Stadsbelang pleit ervoor om zaken te doen met een ervaren exploitant van begraafplaatsen en/of met uitvaartverzorgers. Onze standpunten zijn bekend, stelt de heer Nagtegaal (PVV); zijn fractie zal niet instemmen met het instellen van een islamitische begraafplaats zoals die in de startnotitie wordt omschreven, en volgt daarbij grotendeels de standpunten van de vorige spreker. De heer Nagtegaal dringt er bij de wethouder op aan om de plannen uiterst kritisch te beoordelen. Bij interruptie vraagt mevrouw Schilderman (D66) de wethouder om te bevestigen dat het college zaken doet met bonafide partijen. De heer Nagtegaal merkt op dat er op islamitische begraafplaatsen eeuwige grafrust geldt. Dat betekent dat de locatie nooit meer ergens anders voor kan worden gebruikt. Hij vraagt zich af of er geen betere locaties te vinden zijn.
30
35
Goed dat het proces loopt, vindt de heer Wijmenga (ChristenUnie), het heeft zijn steun dat elke bevolkingsgroep die dat wil, in Utrecht gefaciliteerd kan worden. Hij heeft gesproken met Stichting BIBIN (Bijzondere Islamitische Begraafplaatsen In Nederland), die aangaf de indruk te hebben dat er wantrouwen bij de gemeente is jegens hun organisatie. De heer Wijmenga vraagt om een reactie van de wethouder. De heer Schipper (SP) meldt dat zijn fractie geen standpunt inneemt vóór de reeds geplande raadsinformatiebijeenkomst. Wel is hij het met het college eens dat Begraafplaats Tolsteeg een goede en geschikte locatie is.
40
45
In de standpunten van de beide agenderende fracties kan de heer El Abassi (DENK) zich niet vinden. Hij had liever gezien dat zij zich met hun vragen tot de moslimgemeenschap hadden gewend. De procedure duurt inmiddels lang, stelt de heer El Abassi; overledenen kunnen in deze tijd niet worden begraven in hun land van herkomst omdat de grenzen gesloten zijn vanwege de coronacrisis. Is er een indicatie wanneer de islamitische begraafplaats gerealiseerd wordt? Pagina 36 van 38
5
10
15
20
25
Mevrouw Schilderman twijfelt eraan of de Wet op de lijkbezorging voorziet in eeuwigdurende grafrust. Zij vraagt de wethouder om aan te geven wat dit betekent voor de stedelijke ruimtelijke ordening. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) geeft aan vertrouwen te hebben in de lopende procedure. Zij wacht de raadsinformatiebijeenkomst en de commissievergadering af. Mevrouw Zwinkels (CDA) sluit zich aan bij de vragen over eeuwigdurende grafrust in relatie tot ruimtelijke ordening. In de raadsbrief wordt aangegeven dat de samenwerking tussen de organisatie te wensen overlaat; zij vraagt de wethouder om hierover opheldering te geven. De heer Van der Marel (VVD) sluit zich aan bij de vragen van de heer Bos. Daar voegt hij aan toe dat er bij de locatie Tolsteeg is gesproken over het in erfpacht uitgeven van de grond; kan de Wet Bibob daarbij worden ingeschakeld? Verder vindt de heer Van der Marel dat het college in elk geval moet vasthouden aan de Beheerverordening Gemeentelijke Begraafplaatsen Utrecht. Ook de heer Van der Zweth (PvdA) wacht het vervolg af (raadsinformatiebijeenkomst en commissievergadering), maar meldt nu al dat zijn fractie het belangrijk vindt dat Utrecht een islamitische begraafplaats krijgt. De wethouder Er komt nog een raadsinformatiebijeenkomst, en het onderwerp is ook al geagendeerd voor een commissievergadering.
De heer Diepeveen wil tijdens die bijeenkomsten nader op het onderwerp ingaan. Hij zal vanavond, gezien het feit dat het onderwerp nog uitvoerig behandeld zal worden, de belangrijkste vragen beantwoorden. Het college kiest voor een kerkgenootschap vanwege inbedding, continuïteit en het wettelijk kader. Een besluit wordt echter van de gemeenteraad gevraagd, zie Art. 38 en 39 van de Wet op de lijkbezorging. Het college is nu, omdat er twee partijen bij het initiatief betrokken zijn die vooralsnog niet voornemens zijn om met een gezamenlijk voorstel te komen, bezig met een juridische toets. De uitkomst daarvan zal aan de raad worden teruggekoppeld via een raadsbrief, want uiteindelijk besluit de raad. De raad kan deze brief over enkele weken verwachten.
30
Op de vragen die de heer Bos stelde over transparantie, buitenlandse inmenging en achtergronden van de intenties van de initiërende partijen kan een antwoord worden verwacht, want zo is dat in de startnotitie aangeven. Ook het college wil zich ervan overtuigen dat het beheer van de toekomstige begraafplaats goed wordt geregeld.
35
De locatie Tolsteeg wordt als enige onderzocht; het college heeft geen andere locaties op het oog. Op de vraag van de heer Wijmenga meldt de wethouder dat hij zowel met BIBIN als met de beide initiatiefnemers ordentelijk in gesprek is, zowel ambtelijk als bestuurlijk. Hij heeft niet de indruk dat er belemmeringen zijn in het traject.
40
Op de vraag naar eeuwigdurende grafrechten geeft de wethouder aan dat het aan de partij is die de begraafplaats gaat exploiteren om hier invulling aan te geven. Onderdeel van het traject is een onderzoek naar de financiële achtergronden van partijen.
Pagina 37 van 38
De heer Bos constateert dat niet al zijn vragen zijn beantwoord. Hij rekent op schriftelijke beantwoording vóór de raadsinformatiebijeenkomst. Hierop zegt de wethouder toe dat hij tijdens de informatieavond zal terugkomen op die vragen. 5
5.
Sluiting
De voorzitter bedankt de raadsleden voor hun aanwezigheid en inbreng, en sluit de vergadering.
Pagina 38 van 38