Concept Verslag commissie Mens en Samenleving, 2021-03-04.pdf
Tekst van het document
Griffie Gemeenteraad Utrecht Secretariaat raadscommissie Mens & Samenleving Postadres Postbus 16200 3500 CE Utrecht Telefoon 030 - 286 10 69 Fax 030 - 286 15 18 www.utrecht.nl/gemeenteraad
VERSLAG OPENBARE VERGADERING COMMISSIE MENS & SAMENLEVING D.D. 4 MAART 2021 [Typ hier]
4 maart 2021 Verslag door Aflevering verslag: Vaststelling verslag
10
Stadhuis, digitaal in de raadszaal Geertjan Benus (Notutekst) 9 maart 2021 18 maart 2021
Aanwezigen: Onderwijs: De voorzitter, mevrouw T. Sturkenboom en de wethouder mevrouw A. Klein, en voorts de leden mevrouw J. Kleinrensink (GroenLinks), de heer M. Saiah (D66), mevrouw H. Assen (PvdA), de heer G. te Hoonte (VVD), de heer B. Kos (CDA), mevrouw M. van Mil (Student & Starter), de heer C. Bos (Stadsbelang Utrecht), en van de griffie zijn aanwezig mevrouw W. Kok (commissiegriffier) en I. Arets (commissiesecretaris). Verslag openbare vergadering commissie Mens & Samenleving d.d. 4 maart 2021 1. Opening ...................................................................................................................................................... - 1 2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten .................................................................. - 1 3. Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra ................................................................................. - 1 -
20
Middagvergadering 4 maart 2021
1. Opening De voorzitter, mevrouw Sturkenboom, opent de digitale openbare vergadering van de commissie Mens & Samenleving om 14.00 uur en heet iedereen welkom. Mededelingen De fractie van de Partij voor de Dieren heeft zich afgemeld.
30
2. Vaststellen agenda en inventarisatie te bespreken agendapunten De voorzitter stelt de agenda voor de vergadering conform vast. Besproken zal worden het punt 3 (Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra). Hiermee is de agenda voor deze vergaderdag conform vastgesteld. 3. Raadsvoorstel Uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra Beleidsveld: Onderwijs - wethouder Klein
40
Met dit raadsvoorstel legt het college de raad 2 beslispunten voor: 1. Vaststellen van het Uitvoeringsplan Utrechtse kindcentra, met als belangrijkste onderdeel een afwegingskader voor kindcentra met een huisvestingsbehoefte. Hierbij wordt voorrang gegeven aan kindcentra die voldoen aan 4 nader genoemde criteria. 2. Investeren in huisvesting van kinderopvang voor 0-4-jarigen als onderdeel van een kindcentrum. Het college benoemt hierbij 2 harde voorwaarden; • Huurpenningen die de gemeente ontvangt zijn (conform de kaderbrief vastgoed 2017) tenminste gelijk aan de kapitaallasten t.g.v. de investering; • Er is een inhoudelijk beleidsplan dat aan aantal kwaliteitseisen voldoet.
De voorzitter leidt dit agendapunt in. De bespreking vindt plaats in twee termijnen, en duurt formeel tot 16.00 uur. Pagina 1 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
50
60
70
80
90
Het gaat bij dit agendapunt om een duurzame samenwerking tussen de basisschool, kleuterspeelzaal en allerlei andere aanbieders die samenwerken op het gebied van onderwijs-verzorgings-aanbod voor kinderen van 0-12 jaar. Het college legt de raad twee beslispunten voor: (1) het vaststellen van het uitvoeringsplan Utrechtse Kindcentra met als belangrijkste onderdeel een afwegingskader voor de Kindcentra die een huisvestingsbehoefte hebben. Daarbij wordt voorrang gegeven aan Kindcentra die voldoen aan vier genoemde criteria. (2) het tweede beslispunt gaat over de investering in huisvesting van kinderopvang van nul tot vierjarigen als onderdeel van een kindcentrum. Het college benoemt daarbij twee harde voorwaarden: (a) Huurpenningen die de gemeente ontvangt conform de kaderbrief Vastgoed 2017, zijn tenminste gelijk aan de kapitaallasten Investering. (b) er is een inhoudelijk beleidsplan dat aan een aantal kwaliteitseisen voldoet. De eerste termijn, de commissie Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat met dit voorstel een goede inhoudelijke onderbouwing voorligt en een uiteenzetting over hoe daarop als gemeente in te zetten. GroenLinks vindt dit een goede stap en is daarmee erg tevreden. Haar fractie brengt een aantal punten in: (a) de aanjaagfunctie van de gemeente. Kindcentra zouden ook gestimuleerd moeten worden.
Daarom vindt haar fractie het een goede stap dit op te nemen in de Huisvestingsverordening. De vraag is daarbij hoe ervoor te zorgen dat Kindcentra ook echt worden aangejaagd. Voor haar fractie zou dat onder andere betekenen dat bij nieuwbouw, de school in ieder geval een Kindcentrum is tenzij er redenen zijn om daarvan af te wijken. Zij vraagt naar hoe de wethouder dit ziet. Is dit te borgen? (b) Menging, en Kindcentra voor iedereen. Zij leest in het voorstel dat voorrang wordt gegeven aan Kindcentra in wijken met een lage sociaal economische status. De heer Te Hoonte (VVD) begrijpt dat mevrouw Kleinrensink voorstelt om van alle scholen die nieuw gebouwd worden integrale Kindcentra te maken. Hij merkt op dat de gemeente een plan en een weg heeft waarlangs scholen kunnen vragen om in Utrecht een school te stichten. Dan heeft de gemeente daaraan medewerking te verlenen. Dan kan de gemeente geen verplichting opleggen dat zij zich als IKC moeten vestigen. Hij vraagt hoe mevrouw Kleinrensink dit wil vormgeven. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vindt dat op zich een terecht punt goed te moeten kijken dat scholen een plek krijgen. Bij gebiedsontwikkelingen waarin een school wordt neergezet, stelt zij voor direct na te denken over hoe de school een plek kan zijn waarin ook andere faciliteiten samenkomen.
Ze denkt dan aan kinderopvang, buitenschoolse opvang, eventueel zorg: alles wat met het kind te maken heeft, bij elkaar neergezet. Op die manier is dat automatisch te stimuleren. De huisvesting is dan te realiseren in de vorm van een IKC. De heer Te Hoonte (VVD) handhaaft zijn stellingname. De gemeente zal medewerking moeten verlenen aan de keuze van het schoolbestuur. Hij vraagt hoe mevrouw Kleinrensink dit wil afdwingen binnen de huidige kaders. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) wil nergens iets afdwingen. Scholen met een bijzondere denominatie kunnen ook een integraal Kindcentra worden. Zij vindt het goed om deze manier van denken aan te jagen en daarin stappen te zetten. Dat kan met scholen van allerlei denominaties. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt de opmerking van de heer Te Hoonte en hij begrijpt ook de inbreng van mevrouw Kleinrensink. Hij denkt dat het niet anders kan dan in dergelijke situaties maatwerk toe te passen, ook omdat de schaalgrootte
Pagina 2 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
100
110
120
130
140
van een school het soms niet toelaat een integraal Kindcentrum toe te voegen. Te denken is aan één integraal Kindcentra te benutten in een groot gebied met meerdere scholen. In toekomstige planontwikkeling zou de gemeente daarmee rekening kunnen houden. Hij deelt het uitgangspunt van GroenLinks. Mevrouw Assen (PvdA) zou de vraag van de heer Te Hoonte willen terugleggen bij de wethouder. Zij deelt het punt van mevrouw Kleinrensink. Nu wordt ook in overleg bepaald welke school wordt gevestigd bij een planontwikkeling. Dit bijt de vrijheid van het stichten van een school niet. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) denkt ter aanvulling van de inbreng vanuit een integraal Kindcentrum voor iedereen met voorrang aan centra in wijken met een lage sociaal-economische status, dat dit een mooie manier is om ervoor te zorgen dat Kindcentra niet alleen ontstaan in wijken waar ouders buitenschoolse opvang kunnen betalen. Tegelijkertijd is de gemeente er dan nog niet door IKC’s alleen in deze wijken neer te zetten. Buitenschoolse opvang blijft voor sommige ouders onbetaalbaar waardoor een kind-Centrum wellicht niet voor iedereen haalbaar is. Zij vraagt hoe de gemeente zich ervoor gaat inzetten dat Kindcentra ook echt gemengde plekken worden waar alle kinderen heen kunnen.
Met betrekking tot de samenwerking met de partners zet mevrouw Kleinrensink uiteen dat een kindCentrum valt of staat bij de samenwerking met partners. Daarvoor is het belangrijk dat de partners elkaar tegenkomen. Haar voorkeur gaat daarom uit naar een Kindcentrum in één gebouw om de natuurlijke ontmoetingen te creëren. Kinderopvangmedewerkers en leerkrachten werken al op verschillende momenten op de dag. Door in een ander gebouw te zitten, wordt die samenwerking bemoeilijkt. Zeker bij nieuwbouw zou zij daarom vooral willen inzetten op een variant waar alles op zijn minst op hetzelfde terrein is. Dit voor de natuurlijke ontmoetingen. Op het voorliggende voorstel ligt de nadruk op de kinderopvang en de BSO. Wat haar fractie betreft is een kindCentrum de samenwerking tussen allerlei partners rondom het kind. Zij denkt daarbij ook aan Gezondheidszorg, Jeugdzorg, Cultuur en sportaanbod. Het is van belang de samenwerking bewuster op te zoeken omdat het gaat om andere beleidsterreinen. Het gaat dan ook weer om andere afdelingen bij de gemeente. Zij vraagt hoe dat extra te faciliteren. Zij vraagt wat te doen wanneer de school gaat groeien. In de praktijk zijn extra vierkante meters aanwezig op de scholen. Die zijn bedoeld voor de kinderopvang in een integraal Kindcentrum.
Hoe ervoor te zorgen dat op een dergelijk moment niet gezegd wordt dat de ruimte toch voor onderwijs gebruikt moet worden? Wat haar fractie betreft kan er geen sprake van zijn dat door de groei van één school enkele partners in de knel komen omdat er een meerwaarde zit in dat die partners in één gebouw zitten. Ook daarin vindt zij het goed om na te gaan hoe de BSO wordt meegenomen in de vierkante meters. Enerzijds is er dubbel gebruik van de ruimte, en anderzijds is het dan wel belangrijk dat zo in te richten dat het ook echt past bij een BSO. Zij pleit ervoor daarover slim na te denken. In het stuk staat dat de gemeente te maken heeft met een publiek private samenwerking en zij schetst daarbij het dilemma dat de samenwerking maatschappelijke meerwaarde heeft waarbij ook een gelijk speelveld gehouden moet worden voor de markt. Zij vraagt of de wethouder bereid is te onderzoeken of de kinderopvang bij integrale Kindcentra opgenomen kan worden in de lijst van algemeen belang voor de wet Markt en Overheid die bij de Voorjaarsnota vastgesteld zal worden. Hiermee rondt zij haar bijdrage af.
Pagina 3 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
150
160
170
180
190
De heer Te Hoonte (VVD) staat in de basis positief tegen de ontwikkeling van het integrale Kindcentra. Door de samenwerking is veel te vergemakkelijken. Tegelijkertijd is kinderopvang een private markt en is de keuze voor de kinderopvangorganisatie die bij de ouder past heel persoonlijk. De baby van drie maanden toevertrouwen aan een onbekende, is voor veel mensen net iets anders dan een kind naar school sturen. Ouders maken daarin eigen keuzes over wat zij zelf doen, welke vorm, gastouder, kinderopvang, wel of geen voorschoolse-educatie. Daarop is het gemeentelijk systeem op dit moment ook ingericht. Daarin spelen vaak ook financiële afwegingen een rol. En tariefstructuren van kinderopvangorganisaties en BSO kunnen behoorlijk verschillen. Ouders moeten zijns inziens daarin een grote mate van keuzevrijheid houden. Er bestaat geen leer- en opvangplicht voor de allerkleinsten. Daarin heeft de gemeente te handelen binnen de landelijke kaders. Daarop zitten zijn zorgpunten. Gekozen wordt voor gebieden met een lage SES-score. Daarbij wordt impliciet aangenomen dat integrale Kindcentra ervoor zullen zorgen dat meer kinderen en ouders gebruik zullen maken van de opvang. Dat zou positief zijn omdat meer ouders in die gebieden een stap kunnen zetten naar de arbeidsmarkt. De VVD vraagt zich af of dit zo wel gaat werken.
Het kan ook zijn dat in die gebieden meer mensen geen kantoorbaan hebben, maar banen waarop de tijden van de kinderopvang slecht aansluiten. Ziekenhuizen zetten vaak zelf kinderopvang op omdat een kinderopvangverblijf vaak pas om 07.00 uur open gaat en dat wringt wanneer mensen om halfacht een dienstwissel hebben of wanneer mensen om 7:00 uur op de bouwplaats moeten staan. Zijn fractie wil graag een toezegging dat de wethouder hier nader onderzoek naar doet en bij het investeren in KDV’s ook eist dat zij in hun aanbod aansluiting zoeken bij dit soort behoeften en dat zij daarbij actief beleid dan wel openingstijden ontwikkelen wanneer zij investeren in die Kindcentra. Dat brengt hem bij zijn tweede punt: in het aanmeldbeleid is stap 2B opgenomen dat kinderen die minimaal 12 maanden vier dagdelen op een IKC zitten, voorrang hebben op die school. Tegelijkertijd wordt het aantal kinderen op de opvang van een IKC beperkt omdat het slechts een bepaald oppervlakte van de school mag beslaan. De samenhang tussen deze twee voorstellen werd hem recentelijk helder. Hij vindt dit een gevaarlijke stap. Op deze wijze zal zo geredeneerd worden: wanneer ouders hun kind op een kinderdagverblijf op een integraal kindcentrum (een Utrechts Kindcentrum genoemd) hebben geplaatst, zit het kind gebeiteld voor een plek op die school.
Vooral voor de aanmelding van een eerste kind, zal dat een rol spelen omdat deze regel direct na de broertjes/zusjes-regel komt. De heer Saiah (D66) begrijpt dat heer Te Hoonte spreekt over de voorrangsregel voor kinderen die op de voorschoolse educatie zitten. De heer Te Hoonte (VVD) antwoordt ontkennend met dat dat 2a is. 2b gaat over IKC. Dit staat niet in het concept van het convenant. Hij vervolgt zijn betoog. Hij heeft nagedacht over of dit is op te lossen door de regel en het convenant aan te passen naar KDV’s die in de school zitten. Het probleem is dat juist in de fase voor 4 jaar er aanbieders zijn die soms geen BSO zijn. Wanneer het kind op een opvangverblijf zit zonder BSO, het buiten die regel valt. Dat is dan nog geen oplossing. Zijn conclusie is dat deze regel in het convenant eigenlijk niet kan, hoe logisch hij ook lijkt. Hij zou de reactie van de wethouder daarop willen vragen en hij zou de
Pagina 4 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
200
210
220
230
240
wethouder willen verzoeken op de samenhang tussen deze twee regels juridisch advies in te winnen. De gemeente heeft de kinderopvangpartijen nodig die niet in het IKC zitten. Het is belangrijk dat de gemeente geen partijen de stad uitjaagt die wel kinderopvang aanbieden. Zijn derde punt in het rijtje betreft de drie grote stichtingen in het bestuur van de huidige opzet van de Utrechtse Kindcentra met een deel van de kinderopvangorganisaties. Zijn fractie zou het wenselijk vinden in een dergelijke stichting altijd ook een plek in te richten in het bestuur of in de andere opvangorganisatie voor de partijen die daar niet door vertegenwoordigd worden: voor de schoolstichtingen die daar niet bijhoren, de kinderopvangorganisaties die niet in dat rijtje staan; dat er altijd een onafhankelijk persoon in zit die nagaat of hun belangen ook worden meegenomen in de afweging. Ook daarop krijgt hij graag een toezegging van de wethouder: dat wanneer de gemeente gaat investeren dat zij daarmee iets gaat doen. Tot slot kijkt hij kritisch naar de toename van de schuld van de gemeente als gevolg van de UK’s, zeker omdat de gemeente gaat investeren in iets dat al in de stad bestaat. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) refereert aan het begin van de inbreng van de heer Te Hoonte: kinderopvangbedrijven zijn private ondernemingen.
Wanneer hij kijkt naar wat nu voorligt, ziet hij dat de gemeente de kapitaallasten die een dergelijke ontwikkeling gaat meebrengen, dat huurpenningen gevraagd worden. De gemeente krijgt dus te maken met organisaties in het IKC die vrij goedkoop hun huisvesting gaan vormgeven. Er zijn genoeg andere organisaties die dure panden huren, die panden in hun bezit hebben, et cetera. Hij maakt zich ernstig zorgen over het levelplaying-field. Hij haalt de vrees van de heer Te Hoonte aan voor het uit de stad drukken van organisaties. Die angst heeft hij niet. Hij denkt wel aan marktbederf te kunnen doen met markt-ingrijpen wanneer het bestuur daarover geen duidelijke afspraken maakt. Wat hem betreft, gaat de voorkeur uit naar een marktprijs in plaats van een kostendekkende huur. Hij zou daarop graag de reactie van de wethouder willen horen. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) is benieuwd te vernemen of dit op te nemen is in de lijst van de wet Markt en Overheid. Daarmee is het probleem te voorkomen dat heer Bos zojuist schetste. Zij is benieuwd hoe Stadsbelang en de heer Te Hoonte dit zien. Op deze manier is aan te tonen dat het gaat om maatschappelijke meerwaarde waardoor de marktwerking minder een probleem is.
De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) begrijpt uit de woorden van Kleinrensink dat de gemeente de particuliere organisaties zou moeten subsidiëren die niet in een IKC gehuisvest worden om daar een top van af te halen. Hij stelt marktprijzen voor, voor particuliere organisaties die een ruimte willen huren in een IKC. De heer Te Hoonte (VVD) bevestigt dat dit zijn zorg is. De gemeente gaat de ene kinderopvangorganisatie voorrang geven op de andere omdat de gemeente een grotere maatschappelijke waarde toekent aan het samen in een gebouw gehuisvest zijn. Alleen tegelijkertijd stelt hij vast dat het niet gaat passen in een IKC wanneer alle ouders hun kinderen naar de opvang zouden brengen voor alle dagen in de week. Daar zit een verkapte zin in de inleiding dat zo lang er geen gefinancierde integrale kinderopvang van 0 – 4 bestaat, de gemeente te maken heeft met een bestaande markt. Hij denkt dat de gemeente die verstoort door huurprijzen aan te bieden zoals gezegd. Zijn verzoek zou zijn dat er altijd een markttoets zou plaatsvinden van wat er gebeurt door toevoeging van een IKC met kinderopvangruimte waardoor een ander centrum leeg komt te staan of leger wordt. Misschien heeft de gemeente daarin ook
Pagina 5 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
250
260
270
280
geïnvesteerd in het verleden of investeerde de gemeente daarin. De gemeente Utrecht gaf de grond uit. Die partij mag te goeder trouw aannemen dat daarin in de komende jaren kinderopvang te leveren is. Hij deelt de zorgen van de heer Bos op dit punt. Ook hij vindt het gevaarlijk dit toe te voegen aan de lijst van de wet Markt en Overheid. Voor ouders zal elke kinderopvangorganisatie die de behoefte van de ouders invult, maatschappelijke meerwaarde hebben omdat kinderopvang nodig is. Volgens hem beginnen de kaders van het stuk over dat in sommige wijken te zien is dat er minder kinderopvang wordt afgenomen en dat het stadsbestuur wil dat het aantal ervan toeneemt. Dan is dat het nagestreefde maatschappelijke doel. Daarvoor is strikt genomen een IKC niet noodzakelijk. Hij denkt dat die lijst dan ook geen stand zal houden. Hij denkt dat het bestuur goed moet opletten en dat kinderopvang organisaties zoveel mogelijk gelijk behandeld moeten worden, ongeacht of ze wel of niet in een IKC zitten. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt welk doel de heer Te Hoonte heeft met een Utrechts Kindcentrum. De heer Te Hoonte (VVD) gaat uit van de stukken en niet van zijn doel: de gemeente wil investeren in wijken met een lage SES-score om meer ouders richting de kinderopvang te verleiden, gezien wordt als een toegevoegde waarde. Tegelijkertijd ontstaan doorgaande leerlijnen.
Dan zou het Utrechts kind Centrum in andere wijken gerealiseerd moeten worden. Mevrouw Van Mil (Student & Starter) vraagt een oplossing voor wanneer uit het onderzoek zou komen dat ouders minder gebruik maken van deze voorziening vanwege werktijden: IKC’s met bredere openingstijden? De heer Te Hoonte (VVD) licht de samenhang in zijn voorstel toe en zet uiteen dat de gemeente investeert door partijen die deelnemen aan een IKC in een bevoorrechte positie komen. De tweede bevoorrechte positie is dat de kinderen voorrang hebben bij het plaatsen op de desbetreffende school. Hij ziet ook voordelen in de doorlopende leerlijnen. Het kinderopvangcentrum kan dat ook als product aanbieden in een commerciële markt. Van daaruit zou de gemeente ook extra eisen kunnen stellen door producteisen die aansluiten bij de behoefte in een bepaalde wijk. Dat zou als eis richting verhuur mee te nemen zijn. Wanneer partijen dat niet willen, sluiten zij zichzelf uit als kind-Centrum in die wijk. Hiermee rondt hij zijn inbreng af. De heer Saiah (D66) is een groot voorstander van de Utrechtse Kindcentra. Het gaat om locaties waar onderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang, sport en cultuur samengebracht worden in een uitdagende en inspirerende leer- en leefomgeving. Hij vindt dat een goede ontwikkeling. Dat was ook een belangrijk punt in het Coalitieakkoord.
In dat akkoord is de stimulering en facilitering van dergelijke centra opgenomen. Dit voorstel bouwt in ieder geval voort op die ambitie. Hij vindt het mooi te zien dat Utrecht al een aantal Kindcentra heeft. Hij ziet dat daarin partners samen de mouwen opstropen om hun ambitie waar te maken. Dat maakt het voor zijn fractie mooi. Hij las over de ambitie met bouwstenen. Eén ervan vindt hij, is het belang van de buurt. Die bouwsteen wil hij hieraan nog toevoegen. Hij vindt dat een belangrijke toevoeging aan de puzzel. Bekend is dat de omgeving een sterke invloed heeft op de ontwikkeling van het kind. Een Utrechts Kindcentrum kan zijns inziens de sociale bindingen tussen de buurtbewoners en de ouders versterken. Dat zorgt voor een informeel netwerk. Hij is benieuwd te vernemen hoe de wethouder dit ziet. Ziet de wethouder ook mogelijkheden om juist dit aspect ergens in het voorstel te verwerken,
Pagina 6 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021 290
300
310
320
330
of in ieder geval in de desbetreffende plannen? Hij krijgt hierop graag de reactie van de wethouder. Kijkend naar de huisvesting is de schaarste en het probleem om locaties te vinden voor onderwijshuisvesting één van de grote vragen. Een van de punten die naar voren komt, is de vraag hoe om te gaan met groei en krimp, juist bij het toewerken naar alles in één gebouw, wordt het steeds lastiger een school te laten groeien. Of hoe daarmee om te gaan wanneer de school krimpt. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van de PvdA. Hij verneemt graag hoe dat samengaat met de ambitie die het college heeft. De heer Saiah vraagt over de gemeentelijke investeringen en de noodzaak aan te tonen dat ze nodig zijn, wat die noodzaak is en hoe die er uit ziet en of die vanuit andere partijen komt of dat het college al een idee heeft van wat partijen zouden moeten aanleveren voordat er overgegaan wordt tot gemeentelijke investeringen. Hij vraagt meer toelichting van de wethouder hierop. De voorkeur van zijn fractie gaat uit naar een variant van waar alle partijen in hetzelfde gebouw gevestigd zijn. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van GroenLinks. Zo is de warme overdracht mogelijk en die goede doorlopende lijn. Mevrouw Assen (PvdA) deelt de voorkeur van mevrouw Kleinrensink en de heer Saiah voor UKC’s op een en dezelfde locatie.
Zij wil van de wethouder graag weten waarom überhaupt andere vormen van Kindcentra na te streven wanneer de raad al zoveel meer voordelen ziet in een centrum op één plek. De heer Saiah (D66) vervolgt zijn inbreng in zijn termijn met op te merken dat hij de punten heeft ingebracht die hij wilde inbrengen. Zijn fractie wil dat naar school gaan zoveel meer is dan onderwijs alleen. Met deze UK’s is dat zijns inziens te realiseren, juist ook om voorschoolse educatie, buitenschoolse opvang, sport, cultuur, techniek en alle andere beleidsterreinen bij elkaar te brengen. Dat lijkt hem een mooie ambitie die ten goede komt aan iedereen in de stad. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) maakte al eerder gewag van de behoefte in de stad aan Utrechtse integrale Kindcentra. De wethouder zei daarop dat hij nog even moest wachten. Zijn fractie staat positief tegenover het voorstel van het college. Hij heeft enkel opmerkingen over mogelijk marktbederf. Hij ziet dit plan graag juridisch getoetst in dat opzicht, zeker gezien zijn zorgen omtrent de impliciete subsidierelatie: markthuur versus kostprijsdekkende huur die de gemeente aangaat met privaatrechtelijke organisaties. Ten tweede zal de gemeente jeugd van 0-13 jaar bedienen.
Hij heeft sterk het vermoeden dat de gemeente hiermee erg gaat leunen op deze integrale Kindcentra in de groepen 0-13 jaar wanneer het gaat om indicatie en oplossingen voor kinderen met taalachterstanden. Hij krijgt daarop graag de reflectie van de wethouder: hoe het college dit ziet? Is dit “in de plaats van” of staat dit naast de recentelijk ingezette voorschoolse educatielijn? De heer Saiah (D66) merkt op dat het voor zijn fractie “en..en” is. De gemeente zou moeten focussen op wat het kind nodig heeft. Aan de andere kant gaat het om ontwikkelen, spelen en leren. Hij is benieuwd hoe stadsbelang dit zelf ziet. Ziet die fractie het ook als “en..en” of als het één of het ander? De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) gaf eerder al kritiek op de vormgeving van het taalachterstandenbeleid door het college. Zijn fractie ziet graag een taalachterstandenbeleid vormgegeven op de basisschool. Daar is zijns inziens effectiever om te gaan met geld en veel gerichter te werken in de groepen 6, 7 en 8, aan taal achterstanden die kinderen meekrijgen. Om zijn standpunt te benadrukken maakt hij in dit
Pagina 7 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
340
350
360
370
380
verband ook onderscheid tussen het leerelement in de voorschoolse educatie en het spelen in de kinderopvang. Mevrouw Van Mil (Student & Starter) merkt op dat een goed plan voorligt met een goede ambitie. Uit nieuwsgierigheid vraagt zij of er een rangvolgorde zit in de voorrangscriteria of dat die criteria allemaal even zwaar tellen. Zij sluit zich aan bij de voorkeur van een integraal Kindcentrum in één gebouw. Zij beschouwt dat als fijn voor de samenwerking en fijn voor het kind. En zij sluit zich aan bij het punt van GroenLinks om de samenwerking breder te trekken. Zij adviseert het college aan te sluiten bij de belevingswereld van het kind. Bovendien vindt zij maatwerk van belang. Zij kan zich goed vinden in het voorstel van de heer te Hoonte om een onderzoek te doen naar de werktijden van ouders en naar het waarom in sommige wijken minder gebruik wordt gemaakt van kinderopvang. Haar fractie vindt het van belang dat zoveel mogelijk kinderen gebruik maken van het IKC. Zij adviseert het college goed te kijken naar wat in wijken nodig is en naar de redenen voor ouders om hiervan geen gebruik te maken. Hiermee rondt zij haar bijdrage af. De heer Kos (CDA) merkt op dat voor zijn fractie samenwerken centraal staat als het gaat om goed onderwijs in Utrecht. Daarom is zijn fractie in principe enthousiast over de plannen voor het bevorderen van Utrechtse Kindcentra.
Dat biedt mooie mogelijkheden voor samenwerking tussen scholen en partners. Hij staat stil bij drie punten die betrekking hebben op de betrokkenheid bij de buurt, bij de ouders, en de samenwerking met scholen en de financiën. Zijn fractie vindt het goed dat het belang van IKC’s voor de buurt één van de uitgangspunten is in dit uitvoeringsplan. Wanneer hij concreet kijkt naar het afwegingskader en de gevraagde kwaliteitseisen voor het beleidsplan, ziet hij dat die belangrijke punten niet meer terugkomen. Het CDA zou ervoor willen pleiten dit ook daar expliciet te noemen: voorrang geven aan Utrechtse Kindcentra die van grote betekenis voor de buurt kunnen zijn. En wat hem betreft vraagt het college de Kindcentra daarop expliciet beleid te formuleren, zo dat de gemeente en het kindCentrum zelf de wijze waarop zij een rol gaan spelen in de buurt, helder vormgeven. Dat is niet in elke buurt hetzelfde. In sommige buurten zal er misschien meer behoefte zijn aan ondersteunend taalonderwijs en in andere buurten meer behoefte aan ondersteuning op cultuur. Hij krijgt hierop graag de reactie van de wethouder. Zijn fractie is ook blij met het criterium in de businesscase de ruimtes meervoudig te gebruiken.
Ook bij dit punt roept hij op ruimtes niet alleen intern te gebruiken maar ook na te denken over hoe deze ruimtes te gebruiken zodat ze ter beschikking te stellen zijn aan initiatieven van ouders, of initiatieven uit en voor de buurt. Hij vraagt de wethouder hoe zij dit ziet en wat de gemeente kan doen om die ruimtes voor externe doeleinden vanuit de buurt zo goed mogelijk in te zetten. Met betrekking tot zijn tweede punt, de betrokkenheid van de ouders, noemt hij de toegevoegde waarde voor hen. De complexe structuur van Kindcentra, moet ouders niet op afstand zetten, maar hen juist goed betrokken houden. Hoe kan de wethouder daarvoor zorgen? Hoe gaat de gemeente ouders goed betrekken bij het maken van plannen voor een nieuw kindCentrum? Hij denkt daarbij ook aan de behoefte van ouders voor kinderopvang. Hij refereert aan de desbetreffende inbreng van de heer Te Hoonte.
Pagina 8 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
390
400
410
420
430
Met betrekking tot de financiën en de samenwerking met scholen stemt zijn fractie in met de lijn van het college om alleen waar het echt nodig is een rol te spelen; waar een kind-Centrum zonder de financiële steun van de gemeente niet tot stand zou komen. Dit ook om de financiële risico's te beperken. Over de financiële risico's wordt veel gesproken in het document. Vaak blijft het een beetje abstract. Er wordt bijvoorbeeld gesproken over “een aanzienlijk risico” en dergelijke. Hij zou daarover van de wethouder iets meer willen horen. Hij vraagt of een soort van risicoanalyse gemaakt wordt van specifieke losse investeringen in een specifiek kind Centrum. Hij vraagt of de raad daarbij betrokken wordt en of de raad betrokken wordt bij het vaststellen van het jaarlijkse bekostigingsplafond, ook met het oog op die risico’s. Hij vraagt wat er bij de eerdere pilots geleerd is over de financiële risico's van deze investeringen. Hij roept de wethouder op goed samen te werken met andere Utrechtse Kindcentra. Dus niet de Kindcentra waarin geïnvesteerd wordt; juist ook om ervaringen uit te wisselen met deze centra. Mevrouw Assen (PvdA) vindt dat voorop staat dat de centra moeten bijdragen aan de gelijke kansen van kinderen in het onderwijs.
Daarvoor is het nodig dat alle kinderen van 0-12 jaar in een doorgaande lijn leren en ontwikkelen en daarbij kan haars inziens een Utrechts kind Centrum helpen. Aan kansengelijkheid is nog genoeg te doen. Ook huisvesting voor een kindCentrum is in Utrecht waar de ruimte schaars is, niet zo maar geregeld. Haar fractie is blij met deze visie. Haar fractie vraagt zich gelijktijdig af hoe snel dit tot resultaat zal leiden, vooral omdat zij denkt dat de gemeente hierop een inhaalslag te maken heeft. Zij vraagt welke rol de gemeente precies pakt om dit te stimuleren en hoe dit meer gericht is op bepaalde wijken en scholen, samenhangend met de SES-score. Voor haar fractie gaat het in de eerste plaats om de groep kinderen die het meest baat hebben bij het versterken van de doorgaande leerlijn. Voor hen kan wat haar betreft een goed functionerend Utrechts Kindcentrum extra bijdragen aan het eerder naar boven komen van kansen talenten te ontwikkelen. Zij ziet het liefst in de hele stad Utrechtse Kindcentra. Zij vraagt of de wethouder het met haar deelt dat een dergelijke UK, voor elk kind waardevol is, maar voor deze groep kinderen nog waardevoller en dat de gemeentelijke inzet in de eerste plaats op deze groep kinderen gericht moet zijn. Zij vraagt of met dat doel het eerste voorrangscriterium geformuleerd is.
De PvdA is er voorstander van ongelijk te investeren voor het creëren van gelijke kansen. Dat kan betekenen dat de gemeente scholen in bepaalde buurten stimuleert tot oprichting van een UK. Zij vraagt of de wethouder dat van plan is. Zo ja, hoe dat dan concreet gaat nadat de raad dit voorstel zou hebben aangenomen. Die vraag blijft haar bezighouden. Huisvesting is nu vaak al een probleem. Hoe ziet het er in de praktijk uit wanneer veel scholen een aanvraag doen. Gaat het eerste criterium over de SES-score, dan echt altijd voor? Zij refereert aan haar inbreng bij mevrouw Kleinrensink over gebiedsontwikkeling. Scholen die nu al een Utrechts KindCentrum hebben, geven aan dat het voor hen cruciaal is samen in één gebouw te zitten met voldoende ruimte voor ouders, zodat de ouderbetrokkenheid wordt vergroot, maar waar bijvoorbeeld ook logopedie mogelijk is en huiswerkbegeleiding. Er moet wat haar betreft niet alleen gekeken worden naar stenen en naar leerlingaantallen, maar juist ook naar inhoudelijke ontwikkeling. De PvdA is het er zeer mee eens dat daarin de winst zit, kansengelijkheid. Zij vraagt of de wethouder dit met haar deelt. Op welke manier zal de gemeente dit realiseren.
Pagina 9 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
440
450
460
470
480
Haar fractie is minder voorstander van de andere varianten van kindcentra wanneer ze niet geïntegreerd in één gebouw gevestigd zijn. Zij ziet dat niet expliciet genoeg terug. Zij wil graag een toezegging van de wethouder dat het versterken van ouderbetrokkenheid, ook met fysieke ruimten die daaraan bijdragen, standaard is opgenomen in een Utrechts kindCentrum. Dat geldt ook wat haar betreft voor de integratie met huiswerkbegeleiding. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) is blij dat de andere variant buiten alle partijen in één gebouw in het concept zit. Alle partijen in één gebouw geldt eigenlijk alleen voor nieuwbouw. Zij is benieuwd hoe mevrouw Assen dit ziet. Vervolgens noemde mevrouw Assen enkele zaken die zij graag in de vierkante meters opgenomen ziet, zoals huiswerkbegeleiding. Zij begrijpt dat wel maar er is veel dat kan horen bij een kind-Centrum. Ze denkt daarbij ook aan zorg. Of aan de GGD. Wanneer ook gesproken wordt over huiswerkbegeleiding, vindt zij dat wel veel. De heer Te Hoonte (VVD) is benieuwd te vernemen van mevrouw Assen hoe zij aankijkt tegen de onmogelijkheid alle kinderen in het kindCentrum te kunnen plaatsen. Ontstaan dan twee groepen? Hij doet de suggestie dat het beter is wanneer scholen investeren in de relatie met alle kinderopvangorganisaties en VE-organisaties waarvan kinderen hier naar toe geleid worden.
Mevrouw Assen (PvdA) begint haar beantwoording met de laatste vraag met te zeggen de aanname van de heer Te Hoonte niet goed te begrijpen. Zij vraagt naar een bredere toelichting van hem. De heer Te Hoonte (VVD) licht het stuk toe, als zo dat een maximumoppervlakte in de school besteed mag worden aan een Utrechts Kindcentrum: de 40%-norm. Dat betekent dat nooit alle kinderen terecht zullen kunnen op deze kinderopvang. Ook niet in de ideale situatie. Een ander deel zal geplaatst worden bij andere kinderopvangorganisaties of ze hebben geen kinderopvang. Helder is dat de wethouder wil dat meer mensen daarvan gebruik maken. Dat betekent dat het netwerk van de school groter is dan de kinderopvangorganisatie die straks in een dergelijk UK zit. Hij ziet liever geïnvesteerd worden in de relatie met alle kinderopvangorganisaties. Mevrouw Assen (PvdA) ziet voor zich dat in de ideale wereld scholen investeren met alle kinderopvangaanbieders. In de huidige praktijk ziet zij dat niet gebeuren. Door haar oogharen kijkend naar een groot deel van de verkiezingsprogramma's, hoopt zij dat na maart daarin iets zal veranderen. Kijkend naar hoe het nu is, zou zij op zijn minst willen dat zoveel mogelijk Kindcentra gestimuleerd worden voor de versterking van de doorgaande lijn. Daarop richt zij haar hoop.
Zij begrijpt wat de heer Te Hoonte zegt: niet alle kinderen uit die ene kinderopvanglocatie gaan naar dezelfde school. Dan moet er ook geïnvesteerd worden in de relaties met de andere kinderopvangaanbieders. Zij neemt de huidige situatie niet als gegeven aan en beschouwt de situatie met de huidige kinderopvangaanbieders niet als in beton gegoten. Zij formuleert haar inbreng ook zoals zij het ideale voor zich ziet. Zij begrijpt dat die iets afwijkt van hoe de realiteit nu is. Zij is er voorstander van te investeren in de relaties met alle opvangaanbieders. Dat is momenteel teveel gevraagd voor veel scholen. Richting GroenLinks zet zij uiteen dat haar fractie voor zich ziet dat er rondom school heel veel geïntegreerd wordt. Zij is ervan overtuigd dat op dat vlak in Scandinavië het beter geregeld is dan in Nederland door de integratie met sport, cultuur, gezonde voeding, et cetera. Daarmee komt Nederland niet in de buurt van een IKC of een UK. Om daar wel in de buurt te komen is een ander niveau van politiek nodig. Wanneer de raad dit stuk zou aannemen, moet dat wat haar betreft maximaal bijdragen aan
Pagina 10 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
490
kansengelijkheid. Zij herhaalt haar inbreng. Zij verneemt graag van de wethouder hoe reëel het is dat daarop wordt ingezet. Zij hoopt dat ook de bestaande scholen een aanvraag kunnen doen om op een locatie gehuisvest te worden als UK. Zij vervolgt haar inbreng in haar termijn. De PvdA is blij dat er een visie ligt die voorrang geeft op de ontwikkeling van Utrechtse Kindcentra in buurten met een lage SES-score. Haar fractie is er nu nog niet van overtuigd dat dit tot de praktijk gaat zijn dat dit werkelijk op de korte termijn gaat leiden tot meer Kindcentra in die buurten en wil daarvan graag door de wethouder overtuigd worden: dat het gaat gebeuren en dat het ook voor haar het voornaamste doel is het hier te laten plaatsvinden zo dat het echt bijdraagt aan kansengelijkheid. De voorzitter constateert dat alle aanwezige fracties gesproken hebben. Zij schorst op verzoek van de wethouder de vergadering tot 15.00 uur.
500
510
520
530
Hervatting van de vergadering Wethouder Klein brengt voor het voetlicht dat dit een onderwerp is waaraan het bestuur van de gemeente Utrecht al een aantal jaren werkt. Ook in het land wordt daaraan op bestuurlijk niveau gewerkt, vanuit de gedachte van de versterking van gelijke kansen. In Utrecht zijn vier pilots gedaan, twee in Vleuten en twee in Leidsche Rijn. Die pilots zijn verschillend, om verschillende dingen te leren. Dat is in dit voorstel meegenomen. De allerbelangrijkste conclusies daaruit zijn vooral dat aan de voorkant hele goede afspraken gemaakt moeten worden. Dit vraagt veel van partners. Alle partners hebben te maken met verschillende inspecties, verschillende wetgevingen. De basis hiervan is dat zij dit zelf graag willen. Vervolgens gaf het college in dit voorstel het bijbehorende afwegingskader en hoe om te gaan met de bestaande risico's die zijn er niet alleen voor de gemeente maar ook voor de partner. Hoe ervoor te zorgen dat die verantwoord en welbewust te nemen zijn. Ze begint bij haar beantwoording met in te gaan op de inbreng van GroenLinks. De vraag werd gesteld hoe dit te stimuleren en aan te jagen. Op dit moment denken 12 coalities hierover na. Het college investeerde om ervoor te zorgen dat goed zaken uitgewisseld blijven worden, dat geleerd blijft worden van elkaar en zo gebeurt dat ook op landelijk niveau.
Gevraagd werd of niet altijd bij nieuwbouw IKC’s gerealiseerd moeten worden. De wethouder attendeert op het afwegingskader en welke huisvestingsbehoeften voorrang krijgen. Daarin staat nieuwbouw genoemd. Zij vindt dat dit de partners niet opgedrongen moet worden vanuit haar overtuiging dat dit niet gaat werken; dit vraagt echt veel van ze. Het moet vrijwillig. Partners kunnen zelf beoordelen hoe zij het Utrechts kindCentrum willen inrichten. Gekeken wordt steeds vanuit het kind. Ook de fractie van de PvdA stelde vragen op dit punt: hoe in nieuwe buurten dit altijd te doen. De wethouder benadrukt haar standpunt. Hoe ervoor te zorgen dat er gemengde plekken ontstaan en dat iedereen zijn kind daar heen brengt, werd door ook de fractie van GroenLinks aan de orde gesteld. Het college zet zich vanuit de gemeente Utrecht in, in de lobby richting het Rijk voor een brede kindvoorziening. Dat zal niet alleen vanuit Utrecht te organiseren zijn. Dit helpt wel om te laten zien hoe het vorm te geven is. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) merkt op dat voordat alles gerealiseerd wordt, een planning met bestemmingen gemaakt wordt. Zij kan zich voorstellen dat het goed is voorzieningen in elkaars buurt te zetten door daarover van tevoren na te denken. Op het moment waarop de gebiedsontwikkeling in gang gaat, is die daarna niet meer aan te passen. Zij vraagt hoe het college dat ziet.
Pagina 11 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
540
550
560
570
580
Mevrouw Assen (PvdA) vult dit aan met op te merken dat in haar beleving iedereen altijd in een nieuw gebied wil zitten. Dan moet het mogelijk zijn dat men er met elkaar voor zorgt dat de voorzieningen op een plek geïntegreerd worden in een dergelijk centrum. Wethouder Klein zet uiteen dat nieuwbouw in nieuwe buurten niet voor niets één van de vier voorrangscriteria is. Daarbij zullen zowel de school als de kinderopvang dit wel moeten willen. Er kunnen redenen zijn waarom toch afgezien wordt van een Utrechtse Kindcentrum. Zij bevestigt dat in heel veel gevallen hierin heel veel interesse zal zijn. Haarrijn en Haarzicht zijn goede voorbeelden waarin te zien is hoe dit op verschillende manieren is aan te pakken. Zij bevestigt dat aan de voorkant hierover wordt nagedacht. De wethouder zou deze commissie willen aanmoedigen vooral heel goed aangesloten te blijven op de behandeling van de ruimtelijke stappen in Utrecht, de barcode die daarbij hoort en de maatschappelijke voorzieningen in brede zin die horen bij niet enkel wonen maar ook bij leven. Ook dit is belangrijk daarin terug te laten komen. De heer Te Hoonte (VVD) merkt aansluitend op over de marktwerking dat de situatie bestaat dat er een stichting is met Utrechtse kindcentra. Daarin zitten de grote scholenkoepels. Die zitten ook vaak in de nieuwbouw.
Wanneer het gemeentebestuur ook Kindcentra verplicht gaat stellen in de nieuwbouw, sluit hij zich aan bij de desbetreffende inbreng van de heer Bos; of de markt niet verdeeld wordt via dit systeem. Mevrouw Assen (PvdA) vraagt zich af of het stadsbestuur überhaupt nog losstaande schoolgebouwen wil in een nieuw gebied, denkend aan de RSU. Wanneer zij dat leest, wil het bestuur altijd een grotere maatschappelijke voorziening realiseren. Wethouder Klein gaat in op de laatste vraag. Zij zal ingaan op de marktwerking in de context van een groter geheel. De wethouder zet uiteen dat wanneer een school volledig in zijn recht staat en in een nieuw gebied alleen een school wil beginnen zonder iets daar omheen, het niet aan de gemeente is te zeggen dat dat niet kan. De nieuwe wet Meer Ruimte voor Nieuwe Scholen, maakt het nog meer dat het ministerie degene is die daarover besluit en dat het college na lang lobbyen daarover een advies kan geven en de lokale situatie kan duiden. De conclusie dat het altijd een Utrechts Kindcentrum zal worden in een nieuw gebied, is niet aan de gemeente om te bepalen. Dan gaat het om nationale wetgeving. Zij vervolgt haar beantwoording. De fractie van GroenLinks stelde vragen over de aanpalende beleidsterreinen en wees erop dat dat ook in de gemeente belangrijk is. Dat doet het college momenteel ook. Dat komt hier ook duidelijk terug.
Juist door de coronacrisis is de intensieve samenwerking extra geïntensiveerd tussen de partners die te maken hebben met alles wat met kinderen in verschillende leeftijdsgroepen verband houdt. Zij kan de commissie de verzekering geven dat in het geval er groei is van de school, de plekken kunnen worden weggehaald die er zijn voor het Utrechts Kindcentrum. Het gaat dan niet om de reguliere onderwijshuisvesting. De laatste vraag van de fractie van GroenLinks betreft haar wens om de kinderopvang als een algemeen belang aan te merken. Daarvan zegt zij dat het private partijen zijn. Het college zal ze ook behandelen op die manier. En ter geruststelling van de VVD voegt zij daaraan toe dat het college goed oplet dat het college zich niet begeeft op het terrein waar het college niet mag komen. Het college houdt zich aan de regels die daarvoor gelden. Wanneer beschikt wordt over een huisvestingsaanvraag, zal het college de regels van de wet Markt en Overheid goed toepassen. In dit geval is het niet erg nodig om die discussie over het algemeen belang te voeren. Het
Pagina 12 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
590
600
610
620
630
college vraagt een marktconforme huur. Dit zegt de wethouder ook in de richting van de fractie van GroenLinks: het is niet nodig dit te plaatsen op de lijst van Algemeen Belang om op die manier daaraan uitvoering te geven. Mevrouw Kleinrensink (GroenLinks) vraagt zich af of niet op een andere wijze te kijken is naar de huren, juist om andere kinderen daar een plek te geven. Dan is het wel interessant dit op te nemen in die lijst. Dan is de kinderopvang bij een IKC op die manier maatschappelijk te bekijken. Zij is benieuwd hoe de wethouder zit ziet. Wethouder Klein antwoordt dat de overgangen in het leven van kinderen super belangrijk blijven, bijvoorbeeld van de kinderopvang, voorschool of de reguliere opvang naar de basisschool en later naar het Voortgezet Onderwijs. Ook in de richting van de VVD zet de wethouder uiteen dat het ontzettend belangrijk is met al die partners te blijven werken en alleen aandacht voor elkaar te hebben in het Utrechtse Kindcentrum. Het is niet mogelijk onderscheid te maken tussen de kinderopvangpartijen die wel of niet in een Utrechts Kindcentrum samenwerken. Daarmee zou het stadsbestuur de kinderen geen dienst bewijzen. Uiteindelijk is het de wens alle kinderen de gelijke kansen te geven. Zij benadrukt dat het belangrijk is hier breed naar te blijven kijken.
Mevrouw Assen (PvdA) is benieuwd hoe dit zich verhoudt tot de doelen op de voorschool en tot het versterken van de doorgaande leerlijn; niet iedere aanbieder biedt de voorschool aan. Zij krijgt daarop graag nog een reactie. Wethouder Klein bevestigt dat een goede overdracht belangrijk is tussen de voorschool en de basisschool en dat er zicht is op wat een kind geleerd heeft en welke aandachtspunten er zijn. Dat geldt ook voor de andere overgangen. Op het moment waarop samengewerkt wordt in een Utrechts Kindcentrum, gaat het juist om de talentontwikkeling van 0 – 12; dat wil zeggen niet slechts één keer kijken maar het kind blijven volgen. Zij spreekt dan over de pedagogische begeleiding en die doorlopende ontwikkeling. Dat maakt dat dit niet alleen voor de voorschool geldt en niet alleen voor de eerste fase. Dat is wel een hele belangrijke. Zij zegt dit ook in de richting van de heer Bos van Stadsbelang Utrecht: de investering in de jongste kinderen is ontzettend belangrijk. Alles wat dan opgebouwd wordt aan achterstand, is bijna niet meer in te halen. Dat is de reden niet alleen op de basisschool te werken aan taal ontwikkeling, maar zodra dat mogelijk is in groepjes. De wethouder gaat over naar de beantwoording van de vragen van de VVD. Zij bevestigt dat er kinderopvangorganisaties zijn die de voorschool aanbieden en andere organisaties die die niet aanbieden.
Ook niet iedereen op de kinderopvang, is op de voorschool. De gebieden met de lage SES-score vormen één van de vier voorrangscriteria. Het is een terechte opmerking dat daar heel goed gekeken moet worden hoe ervoor te zorgen dat het aanbod goed aansluit op waaraan behoefte is. Dat heeft zeker ook te maken met openingstijden. Ter geruststelling zet de wethouder uiteen dat de partners dat zelf ook zullen bekijken. Ook zij hebben die financiële risico’s genomen. De verwachting is dat zij ook een businesscase zullen maken waarin gebruik wordt gemaakt van hun aanbod. De gemeente doet niet alles voor ze. Die partners hebben een groot belang daar goed naar te kijken. Dat betekent ook dat niet ieder kindCentrum lijkt op een ander centrum. Dat kan ook gaan over openingstijden en dat het goed moet aansluiten bij de omgeving. De vraag die ook gesteld werd was hoe de relatie is met het aanmelden op de basisschool. Daarvan is gezegd dat kinderen die op de voorschool zijn, ook met voorrang naar de basisschool moeten kunnen waarmee samengewerkt wordt. Dat geldt ook voor de kinderen op een Utrechts kindCentrum. Dat heeft alles te maken met de
Pagina 13 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
640
650
660
670
gezamenlijke pedagogische begeleiding daar. Het zou jammer zijn wanneer dat wordt doorgeknipt. Dat neemt niet weg dat partijen in elkaar blijven investeren voor kinderen die daar nog niet zijn. Zij ziet dat op dat het een prikkel kan zijn voor ouders om hun kind daar naartoe te brengen wanneer het kind voorrang krijgt zodra het op het Utrechts Kindcentrum zit. Dat is iets om in de komende jaren ook goed in de gaten te blijven houden. Bekend is dat het college het aanmeldbeleid goed blijft monitoren. De wethouder denkt dat het juist heel goed is dat ouders het een goed idee vinden hun kind naar een Utrechts kindCentrum te brengen. Op de vraag die ook terecht is over ook over het juridisch advies zet de wethouder uiteen dat de risico's die op de loer liggen op het moment waarop partijen hier instappen, juist vanwege het eerlijke speelveld voor commerciële partijen onderling, maken dat het college er sterk op let en dat het dat blijft doen en dat het college in juridisch opzicht zal blijven kijken naar de goede gang van zaken. In antwoord op de vraag die gesteld werd over de stichting en de partijen die daar in zitten, zet de wethouder uiteen dat het college dat niet aan de voorkant kan opleggen. Het gaat om initiatieven uit de samenleving, het gaat om partners die zich zelf melden om deel te nemen in een dergelijke stichting.
Het is zeker de insteek van de wethouder kleinere spelers of spelers die nog niet bij alles zijn aangesloten er wel bij te betrekken. In de Utrechtse Onderwijsagenda wordt breed samengewerkt waarin ook alle kinderopvangorganisaties mee kunnen spreken. Dat geldt ook voor de schoolbesturen. Wanneer partijen niet vaak aanwezig zijn, zorgt het college ervoor dat zij bijgepraat kunnen worden en dat ze “up to speech” zijn. Feit is dat grotere organisaties meer menskracht hebben en dat ze het in dat opzicht gemakkelijker hebben bij het voeren van beleidsdiscussies. De fractie van Stadsbelang Utrecht vroeg naar het level-playing-field en de belangrijke afspraken. De wethouder bevestigt dat het college de kaderbrief Vastgoed hanteert ten behoeve van kinderen van 0 – 4 jaar. De onderwijshuisvesting begint pas vanaf het vierde jaar. Om de huurprijs te bepalen, hanteert het college de kostprijsdekkende huur. Wanneer de markthuur lager is, wordt het de markthuur. Het college verstrekt geen subsidie via de huur voor alle commerciële huurders. De prijs wordt bepaald door een gecertificeerde taxateur. Er wordt geen korting gegeven vanwege het Utrechts kindCentrum. Er wordt betaald wat er betaald moet worden. De heer Te Hoonte (VVD) vindt dat hij halve antwoorden heeft gekregen op elke vraag die hij stelde.
Hij constateert dat de wethouder de door hem gevraagde toezeggingen niet doet of vergeet uit te spreken. Hij zou hierop graag een bevestiging krijgen. Hij heeft gezegd juridische haken en ogen te zien en vroeg het college dat in juridisch opzicht nader te laten uitzoeken. Zijn vraag was dit juridisch te laten adviseren en de uitkomst ervan te delen met de raad. Hij krijgt daarop graag een antwoord. Volgens hem wordt er geen markthuur gevraagd wanneer die huur lager is dan de kostprijsdekkende huur. Dan wordt er een kostprijsdekkende huur gevraagd, tenzij de markthuur lager is. Hij vraagt of er ook markthuur gevraagd wordt wanneer die huur hoger is dan de kostprijsdekkende huur. Punt van orde De heer Te Hoonte (VVD) is van mening dat hij geen antwoord heeft gekregen op het hele concrete vragen en toezeggingen. Hij vindt dat de wethouder dan concreet
Pagina 14 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021 680
690
moet zeggen een toezegging wel of niet te doen. Het herhalen van een al gestelde vraag kost hem tijd. De voorzitter geeft het woord aan de wethouder. Wethouder Klein zet uiteen dat het stuk dat het college nu heeft voorgelegd aan de raad, juridisch getoetst is en dat het daarmee in orde is. Het punt met in de toekomst ook nieuwe ontwikkelingen, zal het college ook juridisch blijven bekijken. Dit wat nu voorligt, is in juridisch opzicht in orde. De heer Te Hoonte (VVD) vraagt het college de juridische toets te delen met de raad via het bestaande systeem daarvoor. Wethouder Klein zal nagaan hoe dat in Ibabs te kunnen delen met de raad. Dit is geen toezegging omdat dit voor de behandeling bij de raad komt. De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op dat de heer Te Hoonte vragen heeft gesteld met betrekking tot de marktprijs. Hij deelt die vragen. Hij vraagt hoe het college ermee omgaat wanneer de marktprijs hoger is dan de kostprijsdekkende huur. Hij merkt op dat daarop geen antwoord is gegeven.
700
710
720
De voorzitter geeft de wethouder het woord. Wethouder Klein gaf aan dat de kostprijsdekkende huur het uitgangspunt is. Zij veronderstelt dat als bekend bij de heer Bos. Op het moment waarop de markthuur lager is dan de kostprijsdekkende huur, gaat het om de markthuur. Punt van orde De heer Bos (Stadsbelang Utrecht) merkt op niet te hebben gesproken over een marktprijs die lager is dan de kostprijsdekkende huur. Hij sprak over de marktprijs die hoger is dan de kostprijsdekkende huur. Utrecht bevindt zich in een situatie met partijen die ergens een pand huren. Hij herhaalt zijn vraag. Wethouder Klein zet uiteen dat wanneer die hoger is, de marktprijs geldt. Zij gaat ervan uit dat er situaties kunnen zijn waarin de gemeente zegt het niet te kunnen betalen. Zij herhaalt haar standpunt van “geen subsidie via de huur”. De heer Te Hoonte (VVD) licht toe dat de situatie kan bestaan dat een partij die in het UK zit ten opzichte van de marktpartij 1000 euro korting kan hebben. Die situatie wil hij niet. Hij overweegt een motie op dat punt. Wethouder Klein nam hiervan notie. Zij beantwoordt de vragen van D66. Gevraagd werd naar het belang van de buurt, of dat belang niet opgenomen zou moeten worden. Het college vraagt van de Utrechtse Kindcentra goed vast te leggen hoe de partijen onderling willen samenwerken, welke partners daarin onderkend worden.
Het lijkt haar heel logisch dat ze de buurt betrekken. Zij benadrukt dat het aan de partners zelf is om daaraan vorm te geven en niet aan het college om dat voor te schrijven. De ervaring met de brede scholen leert ook dat scholen en kinderopvangpartners zich zeer bewust zijn van het belang van de sociale binding in de buurt. Zij benadrukt haar standpunt. De fractie van D66 vroeg ook naar groei en krimp en of dat allemaal in de stad past. Zij refereert aan het antwoord over de ruimtelijke planning in de stad. Het college blijft ook lang vooruit kijken in het meerjarenprogramma Onderwijshuisvesting. Daar zal het college bij blijven aansluiten. Bij het Utrechts Kindcentrum is altijd een school betrokken. Dat is ook de manier hoe vooruit te blijven kijken, wat nodig zal zijn in deze huisvesting. De heer Saiah (D66) gaat in op ouderlokalen en meer ruimte, het punt dat samenloopt met de punten van het CDA en de PvdA. Het gaat hem er om dat in het
Pagina 15 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
730
740
750
760
770
voorstel ambities en bouwstenen gesorteerd zijn; dan is zijns inziens een visie op hoe de buurt mee te nemen, een ambitiepunt. Hij vindt dat dit een punt van aandacht om rekening mee te houden in het geval een organisatie in het Utrecht Kindcentrum wil worden. De organisatie doet het niet alleen voor de school maar voor de hele directe omgeving. Dan past daarin een ouderlokaal en de andere elementen, zonder het voor te hoeven schrijven. Wethouder Klein merkt aanvullend op dat wat hier nu aanvullend voorligt, het raadsvoorstel is dat specifiek ziet op een samenwerking in een dergelijk kindCentrum met een huisvestingsbehoefte. Dit gaat echt over dat stukje waarin partijen stappen en niet zozeer over de vraag hoe partners dat willen invullen. Zij herhaalt haar desbetreffende inbreng. Zij benadrukt dat het maatwerk is en aan de partijen zelf om ervoor te zorgen dat het goed blijft aansluiten. De heer Saiah (D66) merkt op dat de buurt niet een directe partner is. Kijkend naar de Utrechtse Kindcentra worden die vormgegeven door allerlei externe partijen: de kinderopvangorganisatie, de school. Voor bijvoorbeeld een ouderlokaal is een uitgangspunt nodig waar een en ander samenkomt: de ouders betrekken, de buurt betrekken, et cetera. Zijn zorgen gaan uit naar oog houden voor de buurt gezien de vele partijen. De heer Kos (CDA) sluit hierop aan.
In het stuk wordt de prioritering gemaakt in welke Utrechtse Kindcentra geïnvesteerd gaat worden. Een aantal kwaliteitseisen wordt genoemd waarover een kind-Centrum moet gaan nadenken. Bijvoorbeeld wordt gevraagd beleid te formuleren op gelijk kansenbeleid en brede talentontwikkeling. Hij vindt het heel goed om daar aan de voorkant naar te vragen. Ook daarvan zegt hij dat het natuurlijk is dat een kindCentrum dat doet. Hij vindt het in dat licht vreemd dat het stadsbestuur wel vraagt naar een brede visie op het gelijke kansenbeleid, maar niet naar de verbinding met de buurt. En dat terwijl dat genoemd wordt als één van de essentiële elementen. In de afweging is zijns inziens een inhoudelijk beeld nodig van hoe een school gaat aansluiten bij de buurt. Dat zijn verschillende behoeftes in verschillende buurten om rekening mee te houden. Hij zal hierop een reactie willen horen van de wethouder. De voorzitter attendeert de commissie op het tijdsverloop in deze vergadering. Vervolg van het debat. Wethouder Klein zegt in de richting van de heer Saiah dat die buurt niet alleen voor de gemeente een relevante factor is, maar juist ook voor alle partners. Dat is de reden voor het college in dit stuk aan te sluiten bij het kind.
De gelijke kansen, de brede talentontwikkeling en het pedagogisch plan zijn meer specifiek op het kind ingezoomd en op de overgangen waarmee het kind te maken heeft. De partners kunnen dat vervolgens vormgeven op de wijze waarop zij het Utrechtse Kindcentrum voor zich zien. Zij gaat ervan uit dat de buurt daarin een rol zal spelen wanneer zij daarvoor kiezen. Dat is de reden waarom dit nu niet hier genoemd is. Zij vervolgt haar beantwoording. De vraag van D66 over de noodzaak om als gemeente te zeggen dat dit iets is dat niet zonder haar kan. Dat heeft betrekking op de meerwaarde in de samenwerking. Te zien is dat scholen vaak vanwege wetgeving niet mogen investeren. Dat zijn de plekken waar het college wil instappen. Daarvoor is het afwegingskader gevraagd met de vier duidelijke uitgangspunten. De PvdA vroeg aansluitend waarom andere vormen na te streven dan alleen alles in een gebouw. Het eenvoudige antwoord is de behoefte daaraan. Wanneer echt een gebouw gestart is, zou dat jammer zijn. De wethouder noemde aan het begin van dit
Pagina 16 van 22
Griffie Gemeenteraad Utrecht Verslag van de openbare vergadering van de Commissie Mens & Samenleving op 4 maart 2021
780
790
800
810
820
debat “de huwelijkse voorwaarden”. Voor sommige mensen is wellicht een LATrelatie vele malen beter dan alles in een gebouw. Dan is het mogelijk om met meerdere partners die intensieve samenwerking te hebben, dan ooit is te huisvesten op een goede manier in één gebouw. Dat maakt dat er meerdere opties zijn die goed passen bij waar het om gaat bij het Utrechts kindCentrum. De wethouder vervolgt haar beantwoording met in te gaan op de inbreng van Stadsbelang Utrecht. Zij dankt die fractie voor haar positieve insteek. Het college ziet in het gevaar van marktbederf goed in de gaten te moeten houden, nu en in de toekomstige ontwikkelingen. Kinderopvang is een commerciële instelling. Die instellingen moeten op een gelijke manier behandeld worden. Het college blijft dat doen. Dat betekent dat het college in de verdere ontwikkelingen blijft nagaan hoe dat netjes te doen. De fractie van Stadsbelang Utrecht maakte het punt ervoor te zorgen op vooral de basisschool goed te werken aan de taalontwikkeling van kinderen. De wethouder bevestigt het belang daarvan. Daar moet ook extra aandacht zijn in de vroegschoolse educatie. Dat neemt niet weg dat het college er nadrukkelijk van overtuigd is dat vooral de voorschoolse educatie echt het verschil maakt voor kinderen: wat de wethouder betreft, moet daarmee zo jong mogelijk begonnen worden. Het is niet “in de plaats van de voorschools”.