Concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau (cNRD) en Criteria voor omgevingsrapport Windpark Lage Weide
Tekst van het document
RAPPORT Concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau (cNRD) Windpark Lage Weide Klant:
Gemeente Utrecht
Referentie:
PR9405-HK-RP-0001
Status:
Definitief 2.0
Datum:
4 maart 2026
Projectgerelateerd
HASKONING NEDERLAND B.V.
Amsterdamseweg 13 6814 CM Arnhem Netherlands Industry & Buildings
Trade register number: 56515154 Telefoon: +31 (0)88-7663372 E-mail: info@haskoning.com Website: haskoning.com
Titel document: Ondertitel: Referentie: Uw kenmerk Status: Datum: Projectnaam: Projectnummer: Auteur(s):
Concept Notitie Reikwijdte & Detailniveau (cNRD) Windpark Lage Weide PR9405-HK-RP-0001 / Definitief 2.0 4 maart 2026 Windenergie Lage Weide PR9405 &
Gecontroleerd door: Datum:
04-03-26
Classificatie:
Projectgerelateerd
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets uit dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Haskoning Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van Haskoning Nederland B.V. Voordat publicatie plaatsvindt (of anderszins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. Dit document kan zijn opgesteld met behulp van kunstmatige intelligentie (AI); alle door AI gegenereerde inhoud is beoordeeld en gevalideerd door onze experts. 4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
ii
Projectgerelateerd
Inhoud 1
Aanleiding
1
1.1
Achtergrond project
1
1.2
Waarom een mer-procedure?
2
1.2.1 1.2.2
Inleiding Mer-plicht
2 3
1.3
Procedures en besluiten
5
1.4
Doel en inhoud van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau
6
1.4.1 1.4.2
Doel NRD Inhoud NRD
6 6
1.5
Initiatiefnemers en bevoegd gezag
6
1.5.1 1.5.2
Initiatiefnemers project Bevoegd gezag
6 7
1.6
Leeswijzer
7
2
Beleidskader
8
2.1
Mondiaal en Europees beleid
8
2.1.1
Klimaatconferentie Parijs en Europese doelstelling
8
2.2
Rijksbeleid
8
2.2.1 2.2.2 2.2.3 2.2.4 2.2.5 2.2.6 2.2.7
Energieakkoord voor duurzame groei en Energieagenda Nationaal Klimaatakkoord (2019) Klimaatwet (2019) Klimaatplan 2021-2030 Klimaat- en Energieverkenning 2025 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) Nota Ruimte (ontwerp)
8 8 9 9 10 10 11
2.3
Provincie Utrecht
11
2.3.1 2.3.2 2.3.3
Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021) Omgevingsverordening provincie Utrecht Wijziging provinciale Omgevingsvisie en -verordening (ontwerp)
11 12 12
2.3.3.1
Ontwerp Omgevingsvisie
12
2.3.3.2
Ontwerp Omgevingsverordening
12
2.3.4 2.3.5 2.3.6
Energievisie provincie Utrecht 2024-2050 Programma Energietransitie 2026-2030 PlanMER windenergie provincie Utrecht
13 13 13
2.4
RES-regio Utrecht
14
2.5
Gemeentelijk beleid
15
2.5.1 2.5.2 2.5.3 2.5.4
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040) Beleidsnota Opwekgebieden voor Schone Energie in Utrecht Ontwerp Omgevingsvisie Lage Weide 2040 Beleidskader Werklocaties 2035
15 16 17 18
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
iii
Projectgerelateerd
2.5.5 2.5.6
Actualisatie Groenstructuurplan 2017-2030 Beleidsnota trillingen en geluid
18 19
2.6
Conclusie beleid
20
3
Voorgenomen activiteit en alternatieven
21
3.1
Huidige situatie
21
3.2
Projectbeschrijving
22
3.2.1 3.2.2 3.2.3 3.2.4 3.2.5
Voornemen Projectdoelstelling Windturbines en infrastructuur Activiteiten (bouw en exploitatie) Betrokkenheid omgeving en procesparticipatie
22 23 23 24 25
3.3
Alternatieven
25
3.3.1 3.3.2
Algemeen Ontwikkeling alternatieven
25 25
3.4
Referentiesituatie en autonome ontwikkelingen
37
4
Onderzoek naar mogelijke milieueffecten
38
4.1
Inleiding
38
4.1.1
Beoordeling
38
4.2
Milieueffectenbeoordeling bij de inrichtingsalternatieven
38
4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4
Geluid Slagschaduw Windturbines en gezondheid Natuur
41 42 44 44
4.2.4.1
Gebiedsbescherming – Natura 2000
45
4.2.4.2
Gebiedsbescherming – Natuurnetwerk Nederland (NNN)
46
4.2.4.3
Gebiedsbescherming – Overige (beschermde) gebieden
46
4.2.4.4
Soortenbescherming
47
4.2.5 4.2.6 4.2.7 4.2.8 4.2.9 4.2.10
Archeologie en overige cultuurhistorie Landschap Waterhuishouding en bodemkwaliteit Externe veiligheid Ruimtegebruik Duurzame elektriciteitsopbrengst en vermeden emissies
47 48 49 49 50 50
4.3
Ontwikkelingen in en nabij het projectgebied
51
4.3.1 4.3.2
Autonome ontwikkelingen Overige ontwikkelingen
52 53
4.4
Werkwijze effectbeoordeling
55
4.5
Mitigerende maatregelen
55
4.6
Leemten in kennis en informatie
55
4.7
Evaluatie
55
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
iv
Projectgerelateerd
5
Procedure en besluitvorming
56
5.1
Mer-procedure
56
5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4 5.1.5 5.1.6 5.1.7 5.1.8 5.1.9 5.1.10
Openbare kennisgeving Raadpleging overlegpartners en betrokken bestuursorganen over reikwijdte en detailniveau Reacties indienen NRD Opstellen MER Openbaar maken van het MER en raadpleging Commissie mer Zienswijzen indienen MER Advies Commissie mer Vaststellen vergunningen/projectbesluit Bekendmaken besluit Evaluatie
56 56 57 57 57 57 58 58 58 58
5.2
Vergunningen
58
5.3
Informatie en inspraak
58
Bijlagen Bijlage 1. Criteria Omgevingsrapportage
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
v
Projectgerelateerd
1
Aanleiding
1.1
Achtergrond project
Op 12 december 2024 heeft gemeente Utrecht de ‘’Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie in Utrecht’’ vastgesteld1. In de beleidsnota is een gebied op en rondom het bedrijventerrein Lage Weide aangewezen als focusgebied voor windenergie. In de Beleidsnota wordt een onderscheid gemaakt tussen kansrijke locaties, deze zijn opgenomen als focusgebied, en potentieel kansrijke locaties, deze gebieden zijn opgenomen als zoekgebieden. Lage Weide is de enige locatie binnen de Beleidsnota opwekgebieden die is opgenomen als ‘focusgebied voor windenergie’, dit benadrukt de waardering en belang van de gemeente Utrecht voor het realiseren van wind op deze locatie. De Gemeente Utrecht treedt in samenwerking met lokale grondeigenaren (hierna gezamenlijk te noemen: initiatiefnemers) in deze fase op als gezamenlijk initiatiefnemer in het proces om windenergie op Lage Weide te onderzoeken. Daarbij is ruimte voor andere bedrijven en grondeigenaren binnen het onderzoeksgebied om aan te sluiten bij dit initiatief. De initiatiefnemers gebruiken de procedure van de milieueffectrapportage (mer-procedure) om het realiseren van windenergie op bedrijventerrein Lage Weide nader te onderzoeken en daarbij een optimum te vinden tussen enerzijds maximale duurzame energieopwekking en anderzijds het effect op de omgeving.
De (concept) Notitie Reikwijdte en Detailniveau (hierna: cNRD) is de eerste stap in de merprocedure om te komen tot een milieueffectrapport (MER)2. Het doel van de cNRD is om betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de inhoud en diepgang (de reikwijdte en het detailniveau) van het op te stellen MER. Het doel is eveneens om betrokkenen en belanghebbenden te raadplegen om reacties waar mogelijk te kunnen meenemen in de te onderzoeken alternatieven en uit te voeren onderzoeken. Het beoogde windpark wordt in deze cNRD Windpark Lage Weide genoemd. Windpark Lage Weide bestaat uit een windpark van minimaal twee tot maximaal acht windturbines. Het projectgebied is gelegen binnen de stad Utrecht, ten noordwesten van het centrum, en bestaat uit een groot bedrijventerrein inclusief haven waar vooral grote middelzware tot zware bedrijven zijn gevestigd (zie Figuur 1.1). Het projectgebied bevindt zich in de stad Utrecht en kent hierdoor een divers aantal functies en activiteiten in de nabije omgeving. Voor het Windpark Lage Weide wordt het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling doorlopen. Het eerste besluit dat daarin wordt genomen is de Nota van Uitgangspunten. In deze Nota stelt de gemeenteraad de kaders vast waarbinnen een windpark (eventueel) mogelijk wordt gemaakt.
Vervolgens wordt het initiatief planologisch-juridisch mogelijk maken met een wijziging omgevingsplan of BOPA en omgevingsvergunningen. Het MER wordt als bijlage bij deze besluiten gevoegd.
1 2
Beleidsnota opwekgebieden voor schone energie in Utrecht Mer = de milieueffectrapportage (de procedure); MER = het milieueffectrapport (het product).
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
1
Projectgerelateerd
Figuur 1.1 Projectgebied Lage Weide
1.2
Waarom een mer-procedure?
1.2.1
Inleiding
De procedure van een milieueffectrapportage (mer) is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten. Het doel van de mer is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over een plan of project. Een mer is dus altijd gekoppeld aan een ‘moederbesluit’ voor het plan of project. Een belangrijk onderdeel van de mer is het objectief beschrijven van de (relevante) milieueffecten van het plan of project in het milieueffectrapport (MER). Het MER moet uitgaan van de maximale mogelijkheden van het plan of project en alternatieven beschrijven en vergelijken. De inhoudelijke vereisten aan een mer zijn vastgelegd in Hoofdstuk 11 van het Omgevingsbesluit (Ob). Een milieueffectrapport wordt opgesteld om de (mogelijke) effecten van de voorgenomen activiteit en eventuele alternatieven daarvoor op de natuur, het milieu, archeologische waarden, leefomgeving en (andere) gebruiksfuncties van het betrokken gebied voor de afweging daarvan bij besluitvorming in beeld te brengen. De functie van het onderzoeken van alternatieven is dat verschillende mogelijkheden voor de voorgenomen activiteit met elkaar vergeleken worden op milieueffecten. Zo wordt het milieubelang volwaardig meegewogen in de besluitvorming over het voornemen en het uiteindelijk te realiseren project. De wettelijke basis voor de mer ligt in Europese wet- en regelgeving.
De Europese richtlijn voor strategische milieubeoordeling (SMB-richtlijn) regelt de mer voor plannen en programma’s; de Europese mer-richtlijn regelt de mer voor projecten.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
2
Projectgerelateerd
1.2.2
Mer-plicht
De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark valt onder de mer-regelgeving. Voor projecten of besluiten waarbij aanzienlijke milieueffecten kunnen optreden geldt een mer(beoordelings)plicht. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen de plan-mer en de project-mer. Een korte toelichting op de mer-beoordeling, plan-mer en project-mer is opgenomen in Kader 1.1. Kader 1.1 Plan-mer en project-mer
Plan-mer Plan-mer ondersteunt de overheid bij strategische afwegingen over ‘wettelijk of bestuursrechtelijk voorgeschreven’ plannen, zoals omgevingsvisies, programma’s, omgevingsplannen en voorkeursbeslissingen bij projectbesluiten. Het milieueffectrapport en plan gaan dan bijvoorbeeld over nieuw omgevingsbeleid, tracés voor hoogspanningsverbindingen of de keuze van locaties voor duurzame energie, woningen of bedrijven. Milieueffectrapportage is verplicht bij een plan als:
•
het plan kaders stelt voor projecten in het plangebied waarvoor volgens het Omgevingsbesluit (Ob) een project-mer of een mer-beoordeling verplicht is, of;
•
de ontwikkelingen binnen het plan mogelijk tot significante gevolgen leiden voor Natura 2000-gebieden waardoor een Passende beoordeling (een wettelijk voorgeschreven beoordeling van gevolgen voor Natura 2000-gebieden) nodig is.
De plan-mer-beoordeling kan een uitzondering vormen op deze situaties. De eerste voorwaarde is dat een plan over projecten gaat die zelf mer-beoordelingsplichtig zijn. De tweede voorwaarde is dat het plan over een klein gebied op gemeentelijk niveau gaat óf een kleine wijziging van een plan omvat. Als aan die voorwaarden is voldaan, mag het bevoegd gezag eerst beoordelen of het plan aanzienlijke milieueffecten heeft, en dus of een milieueffectrapport nodig is. Daarnaast is plan-mer-beoordeling aan de orde als een plan kaders stelt voor andere projecten dan de projecten uit bijlage V Ob. In de praktijk is er snel sprake van ‘kaderstelling’, waardoor deze vorm van de planmer-beoordeling in veel gevallen verplicht is. Project-mer Bij een besluit over realisatie van een project volgt een project-mer over de milieugevolgen van concrete alternatieven. Milieueffectrapportage is verplicht bij een project als:
•
het project in kolom 1 staat van de tabel in bijlage V Omgevingsbesluit; en
•
er een projectbesluit of een besluit als genoemd in kolom 4 van de tabel nodig is, bijvoorbeeld een omgevingsvergunning.
Als het project voldoet aan de voorwaarden in kolom 2 van de tabel in bijlage V Ob, dan is het opstellen van een project-milieueffectrapport verplicht. Voldoet het project niet aan die voorwaarden, dan is kolom 3 van de tabel van toepassing en mag eerst een mer-beoordeling gedaan worden. Met een mer-beoordeling bepaalt het bevoegd gezag of het project aanzienlijke milieueffecten heeft en dus of een milieueffectrapport nodig is.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
3
Projectgerelateerd
Op grond van artikel 16.43 lid 1 Omgevingswet (Ow) worden in bijlage V van het Ob projecten aangewezen waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt. De oprichting, wijziging of uitbreiding van een windturbinepark is opgenomen in onderdeel C2. Voor een windpark van 3 of meer windturbines geldt een mer-beoordelingsplicht, terwijl voor een windpark van 20 of meer windturbines een mer-plicht geldt. Windpark Lage Weide kent een range van twee tot acht windturbines. Indien het windpark drie windturbines of meer kent is er dus sprake van een mer-beoordelingsplicht. Bij twee windturbines geldt deze plicht niet. De initiatiefnemers kiezen voor het opstellen van een vrijwillig MER Het beoogde voorgenomen Windpark Lage Weide bestaat uit twee tot acht windturbines en is dus projectmer-beoordelingsplichtig voor het verkrijgen van de omgevingsvergunning(en). Deze project-merbeoordelingsplicht houdt in dat het bevoegd gezag moet beoordelen of het doorlopen van een project-mer noodzakelijk is. De initiatiefnemers hebben, gezien de aard en schaal van het project en de keuzemogelijkheden voor verschillende alternatieven, ervoor gekozen om direct een (vrijwillig) project-mer op te stellen. Voor het Windpark Lage Weide wordt het Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling doorlopen. Het eerste besluit dat daarin wordt genomen is de Nota van Uitgangspunten.
In deze Nota stelt de gemeenteraad de kaders vast waarbinnen een windpark (eventueel) mogelijk wordt gemaakt. Het MER dat wordt opgesteld vormt de bijlage bij dit besluit. Nota van Uitgangspunten Met de Nota van Uitgangspunten (NvU) stelt de gemeenteraad kaders voor de ontwikkeling van Windpark Lage Weide. In de gemeente Utrecht heeft de gemeenteraad het planproces voor gebiedsontwikkelingen vastgesteld (het zogenaamde Utrechts Planproces Gebiedsontwikkeling). In het planproces is opgenomen dat de raad vroegtijdig kaders stelt in ofwel een beleidsnota voor een deelgebied ofwel in een NvU. Zowel de procedure als het bevoegd gezag voor vaststelling van een NvU liggen vast. De NvU is daarmee een plan of programma als bedoeld in artikel 16.34 lid 1 van de Omgevingswet. Omdat de NvU kaders stelt voor een windpark (categorie C2 uit bijlage V van het Omgevingsbesluit) is de NvU plan-mer-plichtig. In de Omgevingswet is opgenomen dat in een aantal gevallen niet direct een milieueffectrapport gemaakt hoeft te worden, maar dat eerst volstaan kan worden met een beoordeling of het plan of programma aanzienlijke milieueffecten heeft. Dit heet de plan-merbeoordeling. Een plan-mer-beoordeling kan uitgevoerd worden als: 1. Het plan een kleine wijziging van een plan of programma is (< 1% van het grondgebied van de gemeente). 2. Het plan gaat over een klein gebied op lokaal niveau.
De gemeente Utrecht heeft een oppervlakte van 9.921 hectare. Het windpark Lage Weide heeft met elke windturbinepositie een invloed op de omgeving voor in ieder geval de overdraai-en tiphoogte afstand. Gezien het beperkte aantal windturbines zal dit onder de 1% blijven van het grondgebied van gemeente Utrecht. Hiermee is dit aan te merken als een klein gebied op lokaal niveau, wat leidt tot een plan-mer beoordelingsplicht. De initiatiefnemers hebben ervoor gekozen om direct een (vrijwillig) plan-mer op te stellen. Aangezien zowel een project-mer als een plan-mer nodig is zal er een gecombineerd project/planmer worden opgesteld. Dit MER dient ook ter onderbouwing van de NvU. Naast het MER wordt ook een Omgevingsrapport opgesteld. In dit rapport worden de effecten van een windpark op de stedelijke belangen van Lage Weide inzichtelijk gemaakt. In Bijlage 1 zijn de criteria opgenomen voor dit onderzoek, zie paragraaf 4.2 voor een verdere toelichting.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
4
Projectgerelateerd
1.3
Procedures en besluiten
De mer-procedure is een hulpmiddel bij het nemen van besluiten en is bedoeld om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over een plan of project. De mer-procedure is daarom altijd gekoppeld aan een (ruimtelijk) besluitvormingsprocedure voor een initiatief, in deze Windpark Lage Weide. Binnen het geldende omgevingsplan van gemeente Utrecht is de realisatie van het windpark niet mogelijk. Een ruimtelijke (besluitvormings)procedure en bijbehorende omgevingsvergunning(en), gekoppeld aan de mer-procedure, is daarom noodzakelijk om het windpark mogelijk te maken. Om het windpark ruimtelijk mogelijk te maken zijn verschillende procedures mogelijk: Projectbesluit (met bijbehorende projectprocedure) door de provincie, een wijziging van het omgevingsplan of omgevingsvergunning(en) voor het afwijken van het omgevingsplan (buitenplanse omgevingsplanactiviteit; BOPA) door de gemeente (zie ook Figuur 1.2). Figuur 1.2 Mogelijke ruimtelijke procedure(keuze) voor Windpark Lage Weide
Sinds 1 januari 2026 is de Energiewet inwerking getreden. In de Energiewet staat opgenomen dat de gemeente het bevoegd gezag is voor windprojecten tot en met 15 MW, de provincie het bevoegd gezag voor windprojecten tussen 15 MW en 100 MW en het Rijk bevoegd gezag is voor windprojecten boven de 100 MW opgesteld vermogen. De gemeente Utrecht is vooralsnog voornemens om als bevoegd gezag op te treden en zal indien nodig de provincie verzoeken de besluitvorming aan hen over te laten. De gemeente Utrecht kan ook zelfstandig besluiten de besluitvorming over het project op te nemen vanuit het gemeentelijke ruimtelijke ordeningsbelang. Het is nu nog niet bekend via welke ruimtelijke procedure het windpark mogelijk wordt gemaakt. Aangezien er vooralsnog van uit wordt gegaan dat de gemeente optreedt als bevoegd gezag zijn er twee mogelijke paden, namelijk een wijziging omgevingsplan of de aanvraag van een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Naast de planologische toestemming is ook een omgevingsvergunning nodig voor verschillende activiteiten voor realisatie van het windpark, waaronder mogelijk (niet limitatief) een omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit, technische bouwactiviteit, milieubelastende activiteit, wateractiviteit, flora- en fauna-activiteit en Natura 2000-actviteit.
De benodigde vergunningen kunnen desgewenst gecoördineerd worden voorbereid met de ruimtelijke besluitvorming, zodat er eenmaal beroep aan de orde is voor alle benodigde besluiten, of in het geval van een afwijking van het omgevingsplan in één vergunning met meerdere activiteiten.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
5
Projectgerelateerd
1.4
Doel en inhoud van deze Notitie Reikwijdte en Detailniveau
1.4.1
Doel NRD
De (concept) NRD (cNRD) is de eerste stap in de mer-procedure om te komen tot het MER voor het Windpark Lage Weide. Het doel van de cNRD is om betrokkenen en belanghebbenden te informeren over de inhoud en diepgang (de reikwijdte en het detailniveau) van het nog op te stellen MER. Het doel is eveneens om betrokkenen en belanghebbenden te raadplegen om reacties te kunnen meenemen in de uit te voeren onderzoeken. De binnengekomen reacties en adviezen worden waar mogelijk betrokken bij de definitieve NRD die door het bevoegd gezag wordt vastgesteld. De NRD is de onderzoeksopzet voor het MER.
1.4.2
Inhoud NRD
In de NRD wordt aangegeven wat de voorgestelde reikwijdte en het voorgestelde detailniveau van het MER zal zijn (het onderzoeksvoorstel). De NRD maakt inzichtelijk wat de aard en het doel is van de ontwikkeling, welke alternatieven in het MER worden bekeken en welke milieuaspecten worden onderzocht. Eenieder krijgt de mogelijkheid om een reactie kenbaar te maken over de in de cNRD beschreven reikwijdte en aanpak voor het MER. In hoofdstuk 5 is aangegeven hoe een reactie op de cNRD kan worden gegeven en wat er met deze reactie gebeurt.
1.5
Initiatiefnemers en bevoegd gezag
1.5.1
Initiatiefnemers project
De initiatiefnemers voor het opstellen van het project-mer voor Windpark Lage Weide is de gemeente Utrecht in samenwerking met lokale grondeigenaren. De gronden in het gebied zijn voornamelijk van de gemeente en enkele lokale groot grondeigenaren. Er is daarom besloten om in samenwerking het merproces op te starten. Het doel van de samenwerking met lokale grondeigenaren is dan ook dat de opgewekte duurzame stroom van Windpark Lage Weide ook gebruikt kan worden door de bedrijven op Lage Weide ten einde de netcongestie te verlichten en bedrijven de mogelijkheid te bieden te verduurzamen. Nadere informatie over het beoogde windpark is te vinden via de website van gemeente Utrecht op https://www.utrecht.nl/wonen-en-leven/duurzame-stad/energie/energieopwekken/windenergie/windmolens-in-lage-weide. Het ontwikkelen en realiseren van het windpark omvat technische, organisatorische en financiële afweging- en beslismomenten, waaronder het bepalen van opstellingsalternatieven, communicatie met de omgeving, het financieren van de bouw en het selecteren van een windturbineleverancier. De initiatiefnemers van een windpark zijn normaliter verantwoordelijk voor het opstellen van het MER ten behoeve van de aanvraag omgevingsvergunning.
Voor Windpark Lage Weide ligt dit net iets anders omdat de gemeente Utrecht en de lokale grondeigenaren nu het voortouw nemen in het opstellen van een NRD en MER. Het MER wordt later overgedragen aan een daadwerkelijke ontwikkelaar van het windpark. In Tabel 1.1 zijn de contactgegevens van de initiatiefnemers opgenomen.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
6
Projectgerelateerd
Tabel 1.1 Contactgegevens initiatiefnemers
Initiatiefnemers Naam:
Gemeente Utrecht
Contactpersoon:
-
E-mailadres:
energie@utrecht.nl
1.5.2
Bevoegd gezag
Zoals toegelicht in paragraaf 1.3 treedt de gemeente Utrecht op als bevoegd gezag voor het MER, de omgevingsvergunning en ruimtelijke procedure.
1.6
Leeswijzer
In deze NRD komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan de orde:
• Het relevante beleidskader waarbinnen het project zich afspeelt (Hoofdstuk 2); • Een projectbeschrijving en alternatieven (Hoofdstuk 3); • Het uit te voeren onderzoek per milieuthema en een voorstel voor de beoordelingscriteria (Hoofdstuk 4);
• Een beschrijving van de mer-procedure, inclusief momenten en wijze waarop een reactie kan worden ingediend (Hoofdstuk 5).
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
7
Projectgerelateerd
2
Beleidskader
2.1
Mondiaal en Europees beleid
2.1.1
Klimaatconferentie Parijs en Europese doelstelling
In december 2015 zijn (onder auspiciën van de Verenigde Naties) op de eenentwintigste klimaatconferentie in Parijs (COP21) 195 landen akkoord gegaan met een mondiaal klimaatverdrag dat de uitstoot van broeikasgassen moet terugdringen en daarmee de opwarming van de aarde te beperken. De Europese Unie heeft dit verdrag ook medeondertekend. Voor nu is de Europese ambitie gebaseerd op een politieke overeenstemming 3 waarin een bindende doelstelling ten aanzien van duurzame energieopwekking is vastgelegd. In 2030 moet tenminste 32% van het energieverbruik van de Europese Unie duurzaam zijn opgewekt. De uitstoot van broeikasgassen dient in 2030 met ten minste 55% te zijn gereduceerd ten opzichte van het niveau van 1990. Dat doel was eerder op 49% gesteld. Conclusie Mondiaal en Europees beleid: De realisatie van het windpark draagt bij aan de mondiale en Europese ambitie en doelstellingen om het aandeel van duurzame elektriciteit in de totale elektriciteitsvoorziening te verhogen.
2.2
Rijksbeleid
2.2.1
Energieakkoord voor duurzame groei en Energieagenda
Het Energieakkoord voor duurzame groei (2013) biedt een langetermijnperspectief voor een breed gedragen, robuust en toekomstbestendig energie- en klimaatbeleid. Ruim veertig organisaties, waaronder overheden, werkgevers, vakbewegingen en natuur- en milieuorganisaties hebben zich verbonden om afspraken te maken over duurzame groei. Het akkoord is erop gericht om de economische structuur te versterken en om de komende jaren miljarden aan investeringen los te maken in alle sectoren van de samenleving. Door de uitvoering van het Energieakkoord voor duurzame groei werd er een sterke stijging beoogd in het aandeel duurzame energie van 4,5% in 2013 naar 14% in 2020 en 16% in 2023. Met de Energieagenda (2016) is het de bedoeling om invulling te geven aan de doelstellingen voor de lange termijn. Hiermee wordt een duidelijke koers aangegeven om perspectief en zekerheid te kunnen bieden aan bedrijven en inwoners. De Energieagenda beschrijft de te maken stappen om de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 mogelijk te maken.
2.2.2
Nationaal Klimaatakkoord (2019)
Om de doelen te halen die in het Klimaatakkoord van Parijs zijn afgesproken heeft Nederland gewerkt aan een nationaal Klimaatakkoord. In het Klimaatakkoord, onder regie van het kabinet, maken bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden concrete afspraken over de maatregelen waarmee de CO2uitstoot in Nederland gehalveerd kan worden. Het centrale doel van het Klimaatakkoord is het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen in Nederland met ten minste 49% in 2030 ten opzichte van 1990. De verschillende sectoren (zoals gebouwde omgeving, mobiliteit, industrie, elektriciteit, landbouw en landgebruik) hebben hier hun eigen taak en rol in om dit gezamenlijk te bereiken.
3
European Commission (2018). Europe leads the global clean energy transition. Bron: http://europa.eu/rapid/pressreleaseSTATEMENT-18-4155en.htm
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
8
Projectgerelateerd
Aan de sectortafel 'elektriciteit' zijn afspraken geformuleerd die ertoe moeten leiden dat in 2030 meer dan 70% van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen komt. Een belangrijk doel is derhalve het vergroten van de productie van hernieuwbare energie. De omschakeling heeft impact op onze leefomgeving. Gemeenten en provincies hebben hierin met de aanpak van de Regionale Energie Strategie (RES) een belangrijke rol. Daarbij steunt het kabinet de mogelijkheid voor bewoners om te kunnen participeren in lokale energieprojecten. De productie van hernieuwbare energie moet vervijfvoudigen. Concreet wordt hierbij gestreefd naar het opschalen van de elektriciteitsproductie uit hernieuwbare bronnen tot 84 TWh (terawattuur). De productie wind op zee moet worden uitgebreid, maar ook de productie zon en wind op land. In de hoofdlijnen staat als doel beschreven dat in 2030 via windenergie en zonne-energie op land 35 TWh wordt gerealiseerd. Ook wordt benadrukt dat de beschikbare ruimte zo efficiënt mogelijk benut moet worden door meervoudig ruimtegebruik. Vraag en aanbod dienen zoveel mogelijk bij elkaar gebracht te worden. Ten slotte is gesteld dat het belangrijk is om te zoeken naar functiecombinaties en aan te sluiten bij specifieke kwaliteiten van het gebied. Voor hernieuwbaar op land (35 TWh) wordt vooral gekeken naar wind op land en zonne-energie.
Dit zijn namelijk bewezen technieken met technische en economische haalbaarheid. Om deze opwekcapaciteit te realiseren is in het Klimaatakkoord opgenomen dat in dertig regio’s door gemeenten wordt samengewerkt aan een Regionale EnergieStrategie (RES). In deze RES wordt opgenomen waar en op welke manier deze opwekcapaciteit moet worden gerealiseerd. Windenergie is hierbij een van de belangrijkste opties. Ook in Utrecht is windenergie nodig om de opgave in te vullen. In maart 2022 heeft het kabinet drie nieuwe windenergiebieden op zee aangewezen, waarmee de ambities voor energieproductie op zee worden verdubbeld. De doelstellingen voor hernieuwbaar op land (35 TWh) blijft daarmee ongewijzigd.
2.2.3
Klimaatwet (2019)
In de Klimaatwet zijn de Nederlandse klimaatdoelstellingen wettelijk vastgelegd. De Klimaatwet is op 1 september 2019 in werking getreden. In de Klimaatwet staan drie doelen: 1 een vermindering van 49% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2030; 2 een vermindering van 95% (ten opzichte van 1990) van de broeikasgasuitstoot in 2050; 3 100% broeikasgas-neutrale elektriciteit in 2050. Elke vijf jaar komt er een klimaatplan waarin het klimaatbeleid wordt vastgesteld. Dit klimaatplan past in de systematiek van de Integrale Nationale Energie- en Klimaatplannen die voor de EU moeten worden opgesteld en het klimaatakkoord van Parijs. Het eerste klimaatplan (Klimaatplan 2021-2030) is in april 2020 gepubliceerd4.
2.2.4
Klimaatplan 2021-2030
De inhoud van het klimaatplan wordt voor een belangrijk deel bepaald door de hoofdlijnen van het Klimaatakkoord. Dit bevat maatregelen om tot het reductiedoel van 49% in 2030 te komen. Daarnaast bevat het klimaatplan beleid dat volgt uit Europese verplichtingen en ander lopend beleid.
4
Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (2020). Klimaatplan 2021-2030. Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/beleidsnotas/2020/04/24/klimaatplan-2021-2030
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
9
Projectgerelateerd
De volgende beleidslijnen worden ingezet binnen de sector elektriciteit:
• Het stimuleren van wind op zee (WOZ) tot 49 TWh in 2030; • Het stimuleren van hernieuwbare energie op land (HOL) tot 35 TWh in 2030; • Het stimuleren van kleinschalige hernieuwbare productie tot ongeveer 10 TWh in 2030; • Het waarborgen van leveringszekerheid; • Investeren in voldoende elektriciteitsinfrastructuur. 2.2.5
Klimaat- en Energieverkenning 2025
De jaarlijkse Klimaat- en Energieverkenning wordt voorgeschreven door de Klimaatwet en geldt als één van de verantwoordingsinstrumenten van het Nederlandse klimaat- en energiebeleid. Volgens de derde Klimaat- en Energieverkenning5 (KEV) is de kans minder dan 5% dat het wettelijke klimaatdoel van 55% emissiereductie in 2030 ten opzichte van 1990 wordt behaald. De verwachting uit het KEV is dat de broeikasgasuitstoot in Nederland naar verwachting daalt met 45%-53% in 2030 ten opzichte van 1990. De KEV benoemt dat stevig structureel beleid nodig is om maatregelen te nemen die de transitie naar een klimaatneutraal Nederland ondersteunen. De KEV benoemt dat door uitstel de toekomstige opgave alleen maar groter en duurder wordt. Uit de KEV blijkt dat de kans klein is dat de wettelijke klimaatdoelen worden gehaald, het realiseren van duurzame opwekprojecten zoals windparken zijn daardoor enorm belangrijk voor Nederland.
2.2.6
Nationale Omgevingsvisie (NOVI)
Op nationaal niveau is het vigerend ruimtelijk beleid vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 6. De NOVI is een instrument van de recent in werking getreden Omgevingswet. Met de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomst en de ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. Het gaat daarbij om het uitzetten van een koers om opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw, in goede banen te leiden. Het streven is daarbij de kwaliteit van de leefomgeving te behouden en zoveel mogelijk te versterken. Prioriteiten binnen de NOVI zijn:
• Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; • Duurzaam economisch groeipotentieel; • Sterke en gezonde steden en regio’s; • Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn 'nationale belangen'. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De Nationale omgevingsvisie (NOVI) richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. 5
6
Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) (2025). Klimaat- en Energieverkenning 2025. Bron: https://www.pbl.nl/system/files/document/2025-09/pbl-2025-klimaat-en-energieverkenning-2025-5692.pdf Rijksoverheid (2020). Nationale Omgevingsvisie. Bron: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2020/09/11/nationale-omgevingsvisie
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
10
Projectgerelateerd
De NOVI noemt duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit als een van de belangrijkste keuzes. Gesteld wordt dat er meer windturbines en meer zonnepanelen nodig zijn. Voor windturbines op land stelt de NOVI: "De molens op land clusteren we zoveel mogelijk en passen we zo goed mogelijk in het landschap in. Bijvoorbeeld langs snelwegen. Hierbij zorgen we dat bewoners goed betrokken zijn en waar het kan meeprofiteren in de opbrengsten".
2.2.7
Nota Ruimte (ontwerp)
De NOVI zal worden opgevolgd door de Nota Ruimte, het ontwerp daarvan is in 2025 aangeboden aan de Tweede Kamer. De Nota Ruimte is de overkoepelende nationale visie op de leefomgeving. In de Ontwerp Nota Ruimte worden de opgaven voor Nederland richting 2050 ruimtelijk vertaald en wordt een doorkijk naar 2100 gegeven. Het gaat om grote nationale opgaven zoals water en bodem, wonen, economie, defensie, erfgoed, landbouw en natuur. In de Ontwerp Nota Ruimte is het nationale energiesysteem een cruciaal onderdeel van de ruimtelijke inrichting van Nederland. Het is de ambitie om de afhankelijkheid van energie vanuit andere landen te verminderen om leveringszekerheid en betaalbaarheid van energie te kunnen blijven garanderen. Daarom zal Nederland een groter aandeel van het eigen energieverbruik moeten produceren. Voorziene ontwikkelingen zijn onder meer windenergie op zee, wind en zon op land, waterstof, groen gas, kerncentrales en warmtebronnen. Windpark Lage Weide is hiermee in lijn met de Ontwerp Nota Ruimte. Conclusie Rijksbeleid: De realisatie van het windpark draagt bij aan de ambitie en doelstellingen van het Rijk om het aandeel van duurzame elektriciteit uit wind in de totale elektriciteitsvoorziening te verhogen.
2.3
Provincie Utrecht
2.3.1
Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021)
De Omgevingsvisie provincie Utrecht (2021) vormt het strategische kader voor de fysieke leefomgeving in de provincie en beschrijft hoe Utrecht zich ontwikkelt richting een duurzame, gezonde en klimaatbestendige regio. Het beleidsdocument benoemt de energietransitie als een van de meest urgente ruimtelijke opgaven. De provincie streeft naar een klimaatneutrale energievoorziening in 2050, in lijn met nationale en Europese doelstellingen. Voor 2030 richt Utrecht zich op een forse versnelling van de opwek van hernieuwbare elektriciteit, energiebesparing en de verduurzaming van de gebouwde omgeving en bedrijvigheid. Binnen de Regionale EnergieStrategie (RES) U16 heeft de provincie samen met gemeenten en netbeheerders de ambitie vastgesteld om in 2030 circa 1,8 TWh aan hernieuwbare elektriciteit op te wekken met wind en zon. Deze opgave vormt een belangrijke bouwsteen voor de provinciale koers. Voor 2050 geldt dat het energiesysteem vrijwel volledig moet bestaan uit hernieuwbare bronnen, waarbij windenergie een structurele rol blijft spelen om leveringszekerheid en systeembalans te waarborgen. De Omgevingsvisie benadrukt dat de beperkte ruimte in Utrecht vraagt om efficiënt ruimtegebruik, clustering van functies en het benutten van locaties waar grootschalige opwek ruimtelijk en maatschappelijk het best inpasbaar is.
Bedrijventerreinen worden daarbij expliciet genoemd als kansrijke gebieden, omdat hier bestaande infrastructuur, netaansluitingen en industriële activiteiten samenkomen.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
11
Projectgerelateerd
Het windpark Lage Weide draagt direct bij aan de provinciale doelstellingen voor 2030 en vormt een bouwsteen richting het klimaatneutrale energiesysteem van 2050. Door windenergie te realiseren binnen een stedelijk-industriële omgeving wordt de provinciale lijn gevolgd om opwek te concentreren op robuuste locaties en kwetsbare landschappen te ontzien. Lage Weide voldoet volledig aan deze criteria: het is een grootschalig bedrijventerrein, ligt op afstand van woongebieden en beschikt over bestaande energie-infrastructuur. Daarmee past Windpark Lage Weide binnen de provinciale ruimtelijke strategie.
2.3.2
Omgevingsverordening provincie Utrecht
De Omgevingsverordening provincie Utrecht is op 1 januari 2024 in werking getreden. Om de Omgevingsverordening actueel te houden wordt deze wordt regelmatig op onderdelen gewijzigd. De meest recente, en voor dit kader gebruikte, versie is geldend vanaf 13 oktober 2025. De Omgevingsverordening geeft onder Artikel 5.4 instructieregels voor windenergielocaties. Onder Artikel 5.4 staan de instructieregels voor een gebied binnen de kaart ‘’Gebied windenergie’’, wat enkel landelijk gebied betreft. Windenergiegebied Lage Weide wordt dus niet in die hoedanigheid genoemd in Artikel 5.4. In de algemene toelichting wordt dan ook expliciet toegelicht dat de omgevingsverordening betrekking heeft op het landelijk gebied en omschrijft dat het ‘’geen bepalingen voor windenergie binnen het stedelijk gebied’’ bevat. Windenergiegebied Lage Weide bevindt zich in stedelijk gebied wordt daarom niet behandeld in de omgevingsverordening.
2.3.3
Wijziging provinciale Omgevingsvisie en -verordening (ontwerp)
De provincie Utrecht heeft op 16 december 2025 een ontwerp wijziging van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening vastgesteld. De ontwerpen hebben van 6 januari tot en met 16 februari 2026 terinzage gelegen. In de ontwerp wijzigingen beschrijft de provincie hoe zij wil inspelen op grote ruimtelijke opgaven zoals water, bodem, klimaat, natuur, landbouw en een duurzaam energiesysteem. Volgens de systematiek van de Omgevingswet wordt de Omgevingsvisie en -verordening in principe jaarlijks geactualiseerd om nieuwe ontwikkelingen en inzichten.
2.3.3.1 Ontwerp Omgevingsvisie De ontwerp wijziging omgevingsvisie vormt een actualisatie van bestaand beleid en scherpt thema’s aan en voegt nieuwe accenten toe (zoals integraler ruimtegebruik en gebiedsgericht maatwerk). Het ontwerp bevat voorgenomen beleidsaanpassingen die na verwerking van zienswijzen op het ontwerp kunnen leiden tot aangescherpt energie‑ en ruimtelijk beleid. In de ontwerp Omgevingsvisie stelt de provincie dat samen met de RES-regio’s is afgesproken om in 2030 2,4 TWh duurzame elektriciteit op te wekken en dat wordt voorzien dat dit groeit naar 7,5 TWh in 2050. De provincie geeft aan dat het gemeenten ondersteunt en stimuleert bij het maken van plannen voor duurzame opwek uit zonne- en windenergie. Hierbij wordt verwezen naar de planMER windenergie Utrecht waarin Lage Weide als locatie voor windenergie is aangewezen (zie Paragraaf 2.3.6).
2.3.3.2 Ontwerp Omgevingsverordening De ontwerp wijziging van de Omgevingsverordening7, de terinzagelegging en besluitvorming gaan alleen over de te wijzigen onderdelen van de verordening. In de ontwerp Omgevingsverordening wordt wederom benoemd dat deze voor windenergie enkel van toepassing is voor het landelijk gebied. Echter, in de toelichting wordt benadrukt dat de voorkeur voor windturbines uitgaat naar een combinatie van 7
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2026-12.html
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
12
Projectgerelateerd
meerdere windturbines met elk een vermogen van 3 megawatt (MW) of meer in de door de provincie Utrecht in het PlanMER Windenergie (2023) aangegeven Meest Kansrijke Gebieden Windenergie. Windenergie Lage Weide is één van deze meest kansrijke gebieden (zie Paragraaf 2.3.6).
2.3.4
Energievisie provincie Utrecht 2024-2050
De Energievisie provincie Utrecht 2024-2050 beschrijft de koers naar een duurzaam, betrouwbaar en toekomstbestendig energiesysteem. De provincie erkent dat de energietransitie een ingrijpende ruimtelijke opgave is en dat de beperkte ruimte in Utrecht vraagt om slimme combinaties van functies, clustering van opwek en zorgvuldig ruimtegebruik. In de Energievisie van de provincie Utrecht wordt geschetst hoe het energiesysteem in de provincie zich ontwikkelt tot 2050 en waar de provincie in 2030 en 2040 staat. De visie omschrijft dat zonne- en windenergie de belangrijkste bronnen voor elektriciteitsopwekking zijn. De energievisie omschrijft dat lokaal zeggenschap en minimaal 50% lokaal eigendom bij ontwikkeling van windparken het uitgangspunt betreft. In de energievisie is een energietransitiemodel gebruikt om aannames te maken over hoe het toekomstige energiesysteem van provincie Utrecht eruit gaat zien. Er wordt vanuit gegaan dat er in 2050 1,66 TWh opgewekt kan worden met windenergie, wat volgens dit document neerkomt op 80-90 windturbines. Voor 2030 wordt uitgegaan van 0,93 TWh windenergie. Voor 2040 betreft dit 1,47 TWh aan windenergie.
2.3.5
Programma Energietransitie 2026-2030
Het programma Energietransitie 2026-2030 is gebaseerd op de Energievisie provincie Utrecht 2024-2050. In het programma Energietransitie staan drie ambities genoemd. De provincie wil: 1 In 2030 55 procent minder broeikasgassen uitstoten; 2 Streven naar een klimaatneutrale (CO2-neutrale) energievoorziening 2040; 3 In uiterlijk 2050 klimaatneutraal zijn en voldoende schone energie opwekken voor alle gebouwen in de provincie. In het programma staat hoe er wordt toegewerkt naar het behalen van de ambities. Hierbij wordt aangesloten bij de verschillende doelen van de RES-regio’s. Uit tussenbalansen is gebleken dat er onvoldoende voortgang wordt gemaakt voor om de doelen tijdig te halen. In het programma wordt aangegeven dat waar nodig, in samenwerking met gemeenten, netbeheerder, waterschappen en RESregio’s, projectbesluitprocedures moeten worden opgestart. In het programma wordt verwezen naar het Beleidskader Lokaal Eigendom & Participatie bij Windenergieprojecten. Dat beleidskader omschrijft dat er een streven is naar 100% lokaal eigendom met een minimum van 50% en maximale participatie van de omgeving. Het programma sluit aan op de Energievisie waarin de noodzaak van de realisatie van windenergie wordt in de provincie wordt omschreven. Daarnaast sluit het programma aan bij het doel om 1,7 TWh aan duurzame elektriciteit met windturbines op te wekken in 2050.
2.3.6
PlanMER windenergie provincie Utrecht
In de Tussenbalans Regionale Energie Strategieën (juli 2022) is naar voren gekomen dat de grootschalige opwek van wind- en zonne-energie op land achterloopt. Hieruit kwam ook naar voren dat de verhouding zonne-/windenergie uit balans is, namelijk 90% zon ten opzichte van 10% wind. Provincie Utrecht is hier bewust van en streeft naar een verdeling van duurzame opwek van zonne- en windenergie. Als gevolg 4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
13
Projectgerelateerd
daarvan heeft de provincie Utrecht in 2022 gemeenten opnieuw opgeroepen om met nieuwe locaties voor windenergie te komen. Om gemeenten hierbij te ondersteunen heeft de provincie in een planMER verschillende onderzoeksgebieden onderzocht en met elkaar vergeleken om alvast inzicht te krijgen in welke gebieden het meest kansrijk zijn voor windenergie. Naast de resultaten van het planMER hebben ook het advies van het burgerforum en de inwonerraadpleging, de haalbaarheid van aansluiting op het elektriciteitsnet en de mogelijkheden voor lokaal eigendom een belangrijke rol gespeeld bij het aanwijzen van de gebieden. Gemeenten en provincie kunnen de informatie uit de planMER gebruiken om te bepalen, welke gebieden zij willen benutten voor de ontwikkeling van windenergie. Het planMER is dus bedoeld om gemeenten en provincie te ondersteunen om de RES-doelstelling te behalen. In het planMER zijn er verspreid over de provincie 99 onderzoeksgebieden onderzocht, waarvan er uiteindelijk 27 zijn aangemerkt als meest kansrijk voor windenergie. Het bedrijventerrein Lage Weide betreft één van deze 27 aangewezen locaties. In de planMER staat opgenomen dat op Lage Weide 129 GWh kan worden worden opgewekt middels 5 windturbines. De keuze voor deze 27 gebieden is aangeboden aan de Provinciale Staten in een Statenbrief op 14 januari 2025.
Hierin wordt meegenomen dat de gemeente Utrecht het gebied Lage Weide heeft opgenomen als focusgebied voor windenergie in de gemeente.
Conclusie provinciaal beleid: De locatie voor windpark Lage Weide is provinciaal aangewezen als kansrijke locatie voor windenergie. De realisatie van windpark Lage Weide draagt bij aan de concrete doelstellingen van provincie Utrecht voor 2030 en 2050 voor het opwekken van duurzame energie en specifiek windenergie.
2.4
RES-regio Utrecht
In het Klimaatakkoord, de Nederlandse uitwerking van de internationale klimaatafspraken van Parijs (2015), is afgesproken dat we met elkaar de CO2-uitstoot sterk verminderen (zie ook Paragraaf 2.2.2). Eén van de afspraken uit het Klimaatakkoord is dat 30 energieregio’s in Nederland onderzoeken waar en hoe het best 35 TWh duurzame elektriciteit op land (wind en zon) opgewekt kan worden. In een Regionale EnergieStrategie (RES) beschrijft elke energieregio zijn eigen keuzes. Het Klimaatakkoord brengt dus een opdracht aan de regio’s met zich mee. Gemeente Utrecht, en dus bedrijventerrein Lage Weide, maakt onderdeel uit van RES-regio Utrecht, voorheen bekend als RES U16. De RES-regio Utrecht heeft in 2021 in de RES 1.0 de ambitie uitgesproken een totaal bod gedaan om 1,8 TWh aan duurzame elektriciteit op te wekken. Dit is tot stand gekomen uit een samenwerking van de provincie, 16 gemeenten en 4 waterschappen in de regio Utrecht. In 2025 is de RES Herijking regio Utrecht 2025 gepubliceerd8. Doel van de publicatie is om goed zicht te houden op de voortgang, nieuwe technische en juridische ontwikkelingen, wordt er rekening gehouden met veranderingen in de ruimte en omgeving en worden de gemaakte afspraken met elkaar geactualiseerd. In de RES Herijking wordt de voortgang van projecten bijgehouden en wordt tevens een optelsom gemaakt met de opwek in TWh.
Zo staat opgenomen dat er voor 0,6 TWh aan zonnevelden en windparken is vergund (en deels gerealiseerd). Het provinciale document Tussenbalans II (provincie Utrecht)9 stelt dat de RES-regio U16 een tekort kent van minimaal 0,25 TWh aan opwekking (ongeveer 12 moderne turbines) om het doel in 2030 te behalen. Dit is onder andere reden geweest om aanvullende zoek-gebieden aan te wijzen, zoals besproken in Paragraaf 2.3.6. 8 9
https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/Documenten/1-RES-Herijking-regio-Utrecht.pdf https://www.stateninformatie.provincie-utrecht.nl/documenten/Tussenbalans-II-RES.pdf
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
14
Projectgerelateerd
Zoals omschreven in Paragraaf 2.3.6 heeft de provincie aanvullende zoekgebieden voor windenergie aangewezen. De RES Herijking omschrijft dat om de regionale ambitie te kunnen realiseren, er daadkrachtige besluitvorming nodig is door gemeenten over de bestaande en aanvullende zoekgebieden. In de RES Herijking worden de doelen uitgesplitst per deelnemer. Voor de gemeente Utrecht komt dit neer op een opwek van 0,355 TWh aan grootschalige opwek op land in 2030. Conclusie RES-beleid: De realisatie van het windpark draagt bij aan de doelstellingen van RES-regio U16 voor het opwekken van duurzame energie. Uit voortgangsdocumenten zoals Tussenbalans II blijkt dat de RES-regio achterloopt op de doelstellingen. Windpark Lage Weide is om deze reden van groot belang voor de RES-regio.
2.5
Gemeentelijk beleid
Voor de ontwikkeling van een windpark op bedrijventerrein Lage Weide is het noodzakelijk om de voorgenomen activiteit te toetsen aan het relevante gemeentelijke beleid. De gemeente Utrecht heeft in diverse beleidsdocumenten ambities, randvoorwaarden en kaders vastgelegd voor duurzame energieopwekking, ruimtelijke kwaliteit, gezondheid en participatie
2.5.1
Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU 2040)
De Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU 2040) vormt het integrale ruimtelijke ontwikkelkader voor de groei van de stad richting 2040. De strategie gaat uit van een gezonde, duurzame en inclusieve groei, waarbij ruimtelijke keuzes bijdragen aan een toekomstbestendige leefomgeving. De RSU benoemt de energietransitie als een van de centrale opgaven en onderstreept dat Utrecht ruimte moet bieden aan duurzame energie-infrastructuur om de klimaatdoelen te behalen. Binnen de RSU wordt aangegeven dat grootschalige energieopwekking bij voorkeur wordt geconcentreerd op locaties waar deze ruimtelijk en functioneel passend is. Bedrijventerreinen en infrastructuurzones worden daarbij expliciet genoemd als logische plekken voor energievoorzieningen met een grotere ruimtelijke impact. Lage Weide wordt in de strategie aangeduid als een belangrijk economisch cluster met mogelijkheden voor verduurzaming en energietransitie. De ontwikkeling van een windpark sluit daarmee aan bij de ruimtelijke koers om bedrijventerreinen te benutten voor duurzame energieopwekking, mits zorgvuldig ingepast. De RSU stelt dat ruimtelijke ontwikkelingen moeten bijdragen aan een gezonde leefomgeving. Dit betekent dat effecten op gezondheid, geluid, slagschaduw, veiligheid en ecologie integraal moeten worden afgewogen.
Voor windenergie geldt dat hinder en risico’s zoveel mogelijk moeten worden beperkt en dat cumulatie met andere bronnen moet worden meegenomen. Voor het windpark op Lage Weide betekent dit dat het milieueffectonderzoek moet aantonen dat de turbines passen binnen de stedelijke context en geen onaanvaardbare effecten veroorzaken voor omwonenden, werknemers en natuurwaarden. Daarnaast benadrukt de RSU het belang van participatie en samenwerking. De strategie vraagt om een transparante en inclusieve benadering bij ruimtelijke projecten, waarbij bewoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties vroegtijdig worden betrokken. Voor Lage Weide is dit relevant vanwege de aanwezigheid van diverse bedrijven, logistieke functies en nabijgelegen woongebieden. In beleidsmatige zin biedt de RSU 2040 daarmee een duidelijk kader voor de ontwikkeling van een windpark op Lage Weide. Het initiatief draagt bij aan de energietransitie, past binnen de ruimtelijke 4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
15
Projectgerelateerd
structuur van het bedrijventerrein en sluit aan bij de gemeentelijke ambitie om duurzame groei te combineren met een gezonde leefomgeving.
2.5.2
Beleidsnota Opwekgebieden voor Schone Energie in Utrecht
De Beleidsnota Opwekgebieden voor Schone Energie in Utrecht geeft richting aan waar binnen de gemeente ruimte is voor grootschalige duurzame energieopwekking en onder welke voorwaarden deze ontwikkelingen kunnen plaatsvinden. De nota onderscheidt daarbij focusgebieden en zoekgebieden. Focusgebieden zijn locaties waar de gemeente actief inzet op realisatie van duurzame opwek, omdat deze ruimtelijk, functioneel en maatschappelijk het meest kansrijk/geschikt worden geacht. Zoekgebieden zijn plekken waar mogelijkheden bestaan, maar waar aanvullende onderzoeken of afwegingen nodig zijn voordat ontwikkeling kan plaatsvinden. Binnen deze beleidskaders wordt Lage Weide aangeduid als een focusgebied voor windenergie. Lage Weide is hiermee de enige locatie die voor windenergie wordt aangewezen als focusgebied, de andere mogelijke locaties zijn allen opgenomen als zoekgebied (zie Figuur 2.1). In de Beleidsnota staat beschreven dat Lage Weide één van de meest kansrijke gebieden is voor windenergie in provincie Utrecht. De gemeente beschouwt bedrijventerrein Lage Weide als een robuuste locatie waar grootschalige energieopwekking ruimtelijk goed kan worden ingepast. De industriële setting en de aanwezigheid van bestaande energie-infrastructuur maken het terrein geschikt voor windturbines.
De aanwijzing als focusgebied betekent dat de gemeente de ontwikkeling van windenergie op Lage Weide actief ondersteunt, mits de milieueffecten binnen aanvaardbare grenzen blijven (gezien de nabijheid van woongebieden). Figuur 2.1 Aangewezen gebieden
Bron: Beleidsnota Opwekgebieden voor Schone Energie in Utrecht.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
16
Projectgerelateerd
In Figuur 2.2 staat de potentiële opwek per focusgebied en zoekgebied opgenomen. Zoals te zien in deze figuur is Lage Weide een belangrijke locatie voor gemeente Utrecht gezien de potentiële opwek als focusgebied. In het overzicht van de zoekgebieden staan locaties opgenomen met een vergelijkbare opwek, maar deze locaties zijn minder kansrijk en daarmee minder belangrijk voor gemeente Utrecht. Figuur 2.2 Potentiële opwek focusgebieden en zoekgebieden
Bron: Beleidsnota Opwekgebieden voor Schone Energie in Utrecht.
2.5.3
Ontwerp Omgevingsvisie Lage Weide 2040
De Omgevingsvisie Lage Weide 2040 schetst de langetermijnontwikkeling van het bedrijventerrein als een modern, duurzaam en toekomstbestendig economisch cluster. De visie richt zich op het versterken van de economische positie van Lage Weide, het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en het faciliteren van de energietransitie. Duurzaamheid vormt een centrale pijler, waarbij het terrein wordt gezien als een strategische plek voor de opwek, opslag en distributie van energie. In de Omgevingsvisie staat binnen het hoofdstuk Visie beschreven wat de concrete ambities zijn per thema. De drie hoofdthema’s zijn: • ‘Scherper economisch profiel Lage Weide’, waarin de economische ambities centraal staan. • ‘Verbonden Lage Weide’, waarin de ambities voor de mobiliteitstransitie centraal staan. • ‘Groen en aantrekkelijk Lage Weide’, waarin de ambities voor de openbare ruimte centraal staan. Scherper economisch profiel Lage Weide Het windpark sluit aan bij de ambitie om Lage Weide te ontwikkelen tot een toekomstbestendig, circulair en energie-efficiënt bedrijventerrein. De Omgevingsvisie benoemt de noodzaak om het terrein te transformeren naar een modern en duurzaam economisch cluster, waarin energiezekerheid een randvoorwaarde is voor groei.
Verbonden Lage Weide Binnen het thema ‘Verbonden Lage Weide’ draagt het windpark bij aan een robuust en toekomstgericht energiesysteem dat de samenwerking tussen bedrijven, netbeheerders en de omgeving versterkt. Het windpark leidt niet direct tot nieuwe hoofdwegen of netwerken van het openbaar vervoer, maar het wordt
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
17
Projectgerelateerd
wel in afstemming en samenwerking gerealiseerd. Daarbij kan de omgeving wellicht zelfs nog profiteren van het verzwaren van enkele wegen (ten behoeve van de aanleg van het windpark).
Groen en aantrekkelijk Lage Weide De Omgevingsvisie zet sterk in op vergroening, klimaatadaptatie en het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit van het bedrijventerrein. Het windpark wordt ontwikkeld met aandacht voor landschappelijke inpassing en impact op ecologie, zodat het bijdraagt aan een aantrekkelijker en toekomstbestendig gebied.
2.5.4
Beleidskader Werklocaties 2035
De ontwikkeling van een windpark op Lage Weide sluit nauw aan bij de kernambities uit de Beleidsnota Werklocaties 2035. De gemeente streeft naar toekomstbestendige werklocaties die bijdragen aan een duurzame, energiezuinige en concurrerende economie. Een belangrijk speerpunt is het versterken van de energie-infrastructuur op strategische bedrijventerreinen, zodat bedrijven kunnen blijven groeien binnen de grenzen van het energiesysteem. Lage Weide is in de beleidsnota benoemd als een regionaal belangrijk logistiek en industrieel knooppunt waar verduurzaming en efficiënt ruimtegebruik prioriteit hebben. De realisatie van een windpark draagt hier direct aan bij door lokaal opgewekte hernieuwbare energie beschikbaar te maken voor bedrijven op het terrein. Dit ondersteunt de gemeentelijke doelstelling om werklocaties te vergroenen, de CO₂‑uitstoot te reduceren en de energiezekerheid te vergroten. Daarnaast past het windpark binnen de ambitie om werklocaties multifunctioneel en toekomstgericht in te richten. Door energieopwekking te integreren binnen een bestaand bedrijventerrein wordt schaarse ruimte optimaal benut en wordt Lage Weide gepositioneerd als voorbeeldlocatie voor duurzame economische ontwikkeling.
2.5.5
Actualisatie Groenstructuurplan 2017-2030
De Actualisatie Groenstructuurplan Utrecht 2017-2030 vormt het gemeentelijke kader voor de bescherming, versterking en ontwikkeling van het stedelijk groen. De gemeente streeft naar een robuuste, samenhangende groenstructuur die bijdraagt aan klimaatadaptatie, biodiversiteit, recreatie en een gezonde leefomgeving. Het plan benadrukt dat groen een essentiële bouwsteen is voor de leefkwaliteit in een groeiende stad en dat ruimtelijke ontwikkelingen zorgvuldig moeten worden afgestemd op bestaande en toekomstige groenstructuren. Binnen het Groenstructuurplan wordt onderscheid gemaakt tussen hoofdgroenstructuren, wijkgroen en ecologische verbindingen. Hoewel Lage Weide primair een industrieel terrein is, kent het gebied diverse groenlinten, waterstructuren en ecologische routes die onderdeel uitmaken van de stedelijke groenstructuur. De visie benadrukt dat deze structuren behouden en waar mogelijk versterkt moeten worden, ook binnen bedrijventerreinen. Voor windenergie betekent dit dat nieuwe installaties geen onnodige aantasting mogen veroorzaken van ecologische verbindingen, groenstroken of watergebonden natuurwaarden. Het Groenstructuurplan vraagt om een integrale afweging van biodiversiteit, ecologie en groenkwaliteit bij ruimtelijke ingrepen.
Voor een windpark op Lage Weide betekent dit dat het milieueffectonderzoek moet aantonen hoe effecten op flora en fauna worden beperkt, met specifieke aandacht voor vogels, vleermuizen en groenstructuren die als migratieroute of leefgebied functioneren. Ook vraagt het plan om kansen te benutten voor natuurinclusieve maatregelen, zoals versterking van groenstroken, ecologische oevers of biodiversiteitsvriendelijk beheer.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
18
Projectgerelateerd
Daarnaast benadrukt het Groenstructuurplan dat groen een rol speelt in gezondheid, klimaatadaptatie en beleving. Hoewel windturbines zelf geen directe impact hebben op hittestress of waterberging, moet de ruimtelijke inpassing rekening houden met de beleving van groen en open ruimte. Dit is relevant voor de zichtrelaties vanaf omliggende groengebieden en recreatieve routes. In beleidsmatige zin biedt de Actualisatie Groenstructuurplan Utrecht 2017–2030 daarmee een kader voor het zorgvuldig inpassen van een windpark op Lage Weide. Het initiatief moet aantoonbaar rekening houden met ecologische structuren, biodiversiteit en de kwaliteit van het stedelijk groen, en waar mogelijk bijdragen aan de versterking daarvan.
2.5.6
Beleidsnota trillingen en geluid
De Beleidsnota Geluid en Trillingen van de gemeente Utrecht beschrijft hoe de stad omgaat met geluid en trillingen in zowel bestaande situaties als bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. De nota sluit aan op de Omgevingswet en de Utrechtse Omgevingsvisie, met als centrale ambitie een gezonde en leefbare stad. Het document bevat kaders en uitgangspunten, waaronder ambitiewaarden voor geluid en eisen aan geluidluwe gevels en buitenruimtes. Het behandelt hoe geluid moet worden beoordeeld bij nieuwbouw, transformatie, infrastructuur en scheepvaart. Daarnaast gaat de nota in op geluid door activiteiten zoals bedrijven, evenementen en geluid in de openbare ruimte. Ook trillinghinder door verkeer en bouwactiviteiten komt aan bod, inclusief beoordelings- en beheersmaatregelen. Het plaatsen van windturbines op Lage Weide wordt gezien als een nieuwe activiteit die impact heeft op de aspecten geluid en trillingen.
Conclusie gemeentelijk beleid: De realisatie van een windpark op het bedrijventerrein Lage Weide sluit naadloos aan op de doelstellingen en visie van gemeente Utrecht. Het windpark wordt geplaatst binnen een focusgebied voor windenergie, en levert een belangrijke bijdrage aan de opwek-doelstellingen van gemeente Utrecht.
4 maart 2026
NRD LAGE WEIDE
PR9405-HK-RP-0001
19
Projectgerelateerd
2.6
Conclusie beleid
De realisatie van het windpark op bedrijventerrein Lage Weide levert een substantiële bijdrage aan de duurzame‑energieopgave op alle bestuursniveaus. Het project sluit aan bij de nationale ambitie om het aandeel hernieuwbare elektriciteit uit wind te vergroten en vormt daarmee een directe invulling van de rijksdoelstellingen voor de energietransitie. Op provinciaal niveau draagt het windpark bij aan de concrete doelen van de provincie Utrecht voor 2030 en 2050, waarbij zowel de totale duurzame opwek als de balans tussen zonne‑ en windenergie moet worden versterkt. De provincie onderkent dat juist windenergie noodzakelijk is om deze balans te herstellen; het project op Lage Weide levert hiervoor een betekenisvolle impuls. Binnen de RES‑regio U16 ondersteunt het windpark de regionale doelstellingen voor duurzame elektriciteit. Uit recente voortgangsrapportages blijkt dat de regio achterloopt op de afgesproken opwekvolumes. Windpark Lage Weide is daarom van strategisch belang om de regionale ambitie te realiseren en de noodzakelijke versnelling te bereiken. Ook op gemeentelijk niveau sluit het project naadloos aan bij de Utrechtse energie‑ en klimaatdoelen. Lage Weide is door de gemeente aangewezen als focusgebied voor windenergie, waardoor het project zowel beleidsmatig als ruimtelijk logisch is gepositioneerd.