Concept jaarrekening 2021 LSD.pdf
Tekst van het document
ONTWERP JAARVERSLAG& JAARREKENING 2021 APRIL 2022
1 Voorwoord 1.1 Jaarverslag en jaarrekening Voor u ligt het ontwerp jaarverslag en de ontwerp jaarrekening van Plassenschap Loosdrecht e.o. over het jaar 2021. Plassenschap Loosdrecht e.o. is een gemeenschappelijke regeling (GR) op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr). Binnen deze GR werken de gemeenten Wijdemeren, Stichtse Vecht, Utrecht en de Provincies Utrecht en Noord-Holland samen aan het beheer van toegankelijke recreatiegebieden voor inwoners en bezoekers van de regio. Om de belangen van recreatie in het gebied te behartigen is Plassenschap Loosdrecht en omstreken in 1957 opgericht als een samenwerkingsorgaan tussen de recreanten ontvangende gemeenten (Breukelen, Loenen, Loosdrecht en Vreeland) en de recreanten zendende gemeenten (Amsterdam, Hilversum en Utrecht). Het werkgebied van Plassenschap Loosdrecht e.o. omvat alle wateren van de Loosdrechtse Plassen, de legakkergebieden, moeras- en rietlanden en aangrenzende veenweidegebieden. Het recreatiegebied en de verschillende terreinen bieden mogelijkheden voor ontspanning, rust, beweging en plezier voor inwoners én bezoekers van de regio. Plassenschap Loosdrecht e.o. zet zich in voor openluchtrecreatie en zorgt voor het behoud van natuur, landschap en de cultuurhistorische elementen die bepalend zijn voor de kwaliteit het recreatiegebied.
Daarnaast zorgt het Plassenschap voor het nautisch- en vaarwegbeheer van het openbaar water binnen het werkgebied. Het Plassenschap heeft de uitvoering van zijn werkzaamheden - Beheer & Onderhoud, Toezicht & Handhaving, Exploitatie, Bedrijfsvoering en Bestuursondersteuning - belegd bij RMN. RMN is dé uitvoeringsorganisatie voor Plassenschap Loosdrecht e.o., recreatieschap Stichtse Groenlanden, Routebureau Utrecht en het Nationaal Park Utrechtse Heuvelrug. Het jaar 2021 was een turbulent jaar voor het Plassenschap. Vanwege de corona-crisis en maatregelen om de verspreiding van het coronavirus te beperken, werden de gebieden vaker en door meer mensen bezocht. De werkzaamheden en de werkdruk voor onze toezichthouders en beheer- en onderhoudsmedewerkers nam hierdoor toe. Anderzijds zijn er in deze periode door de Covid19-maatregelen geen evenementen in onze recreatiegebieden geweest. Het resultaat over 2021 toont een positief saldo van €150.000. In de jaarrekening is in de paragraaf Overzicht van baten en lasten een analyse opgenomen van het behaalde resultaat ten opzichte van de gewijzigde begroting. Hieruit blijkt dat het behaald resultaat met name een incidenteel karakter heeft en hoofdzakelijk veroorzaakt wordt door onderstaande posities: • • •
Lagere doorbelaste personeelskosten RMN ad. €147.000 (voordelig); Lagere doorbelaste apparaatskosten RMN ad. €191.000 (voordelig); Lagere dekkingsmiddelen ad. €109.000 (nadelig);
Voor een gedetailleerd overzicht van en een nadere toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting verwijzen wij u naar paragraaf 12.2. Eind 2020 heeft het schap uitgesproken geen toekomst te zien in de wijze waarop de samenwerking momenteel georganiseerd is. Eind 2021 is hierover de besluitvorming afgerond. Besloten is, de uitvoeringsorganisatie RMN te liquideren per 1 januari 2023 en ons schap om te vormen tot een ander samenwerkingsverband met een ‘lichtere’ structuur. Gemeente Wijdemeren stelt thans een aanbod op om de uitvoering van de taken van het schap te gaan doen. 2
1.2 Effect COVID-19 (corona) op de jaarstukken Ondanks de grote maatschappelijke impact van de Covid19-pandemie zijn de financiële gevolgen voor het Plassenschap in 2021 beperkt gebleven. We constateren voornamelijk een toename aan opbrengsten (exclusief deelnemersbijdragen) omdat de binnenlandse dagrecreatie is toegenomen. Er zijn bijvoorbeeld veel meer dagontheffingen snelvaren uitgegeven. De extra drukte heeft echter ook tot gevolg dat extra inzet nodig was voor dagelijks beheer en in het bijzonder schoonmaak en vuilafvoer.
3
ONDERTEKENING Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur d.d.
Mevr. C. Larson Voorzitter
Mevr. J. Brand Secretaris
4
Inhoudsopgave 1
VOORWOORD ....................................................................................................................................... 2 1.1 1.2
JAARVERSLAG EN JAARREKENING ........................................................................................................ 2 EFFECT COVID-19 (CORONA) OP DE JAARSTUKKEN .............................................................................. 3
ONDERTEKENING ....................................................................................................................................... 4 JAARVERSLAG............................................................................................................................................ 7 2
PROGRAMMAVERANTWOORDING ..................................................................................................... 7 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
3
PROGRAMMA 1: BEHEER EN ONDERHOUD ............................................................................................. 7 PROGRAMMA 2: TOEZICHT EN HANDHAVING .......................................................................................... 9 PROGRAMMA 3: ONTWIKKELING ..........................................................................................................10 PROGRAMMA 4: EXPLOITATIE .............................................................................................................12 PROGRAMMA 5: ALGEMEEN (INCL. OVERHEAD) .....................................................................................13
PARAGRAFEN .....................................................................................................................................14 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8
LOKALE HEFFINGEN ...........................................................................................................................14 WEERSTANDSVERMOGEN EN RISICOBEHEERSING .................................................................................14 KENGETALLEN ..................................................................................................................................17 ONDERHOUD KAPITAALGOEDEREN ......................................................................................................17 FINANCIERING ...................................................................................................................................18 BEDRIJFSVOERING ............................................................................................................................19 VERBONDEN PARTIJEN .......................................................................................................................19 GRONDBELEID ..................................................................................................................................19
JAARREKENING .........................................................................................................................................21 4
BALANS PER 31 DECEMBER 2021 (BEDRAGEN IN €).......................................................................21
5
OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN (BEDRAGEN IN €)..................................................................23
6
GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING ................................................24 6.1 6.2 6.3 6.4 6.5
7
TOELICHTING OP DE BALANS PER 31 DECEMBER 2021 .................................................................26 7.1 7.2 7.3 7.4 7.5 7.6 7.7 7.8
8
INLEIDING .........................................................................................................................................24 ALGEMENE GRONDSLAGEN VOOR HET OPSTELLEN VAN DE JAARREKENING ...............................................24 VASTE ACTIVA ...................................................................................................................................24 VLOTTENDE ACTIVA ...........................................................................................................................25 VLOTTENDE PASSIVA .........................................................................................................................25
VASTE ACTIVA ...................................................................................................................................26 VLOTTENDE ACTIVA ...........................................................................................................................29 EIGEN VERMOGEN .............................................................................................................................32 VOORZIENINGEN ...............................................................................................................................33 VASTE SCHULDEN .............................................................................................................................33 NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTE TYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR ......................34 OVERLOPENDE PASSIVA .....................................................................................................................35 NIET UIT DE BALANS BLIJKENDE VERPLICHTINGEN .................................................................................35
TOELICHTING OP HET OVERZICHT VAN BATEN EN LASTEN ..........................................................36 8.1 8.2 8.3 8.4
TOELICHTING PER PROGRAMMA ..........................................................................................................36 RECHTMATIGHEID .............................................................................................................................36 OVERZICHT VAN INCIDENTELE BATEN EN LASTEN ...................................................................................36 OVERZICHT VAN DE GEREALISEERDE BATEN EN LASTEN PER TAAKVELD ...................................................37 5
9 WET NORMERING BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN PUBLIEKE EN SEMIPUBLIEKE SECTOR ......................................................................................................................................................38 9.1 9.2 9.3 10 10.1
BEZOLDIGING TOPFUNCTIONARISSEN ..................................................................................................38 OVERIGE RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN OP GROND VAN DE WNT..........................................................39 LEDEN EN PLAATSVERVANGENDE LEDEN EN SECRETARIS VAN HET BESTUUR LSD ....................................39 GEBEURTENISSEN NA BALANSDATUM ........................................................................................41 EFFECT COVID 19 OP DE JAARREKENING............................................................................................41
BIJLAGEN ...................................................................................................................................................42 11
STAAT VAN LANGLOPENDE GELDLENINGEN ..............................................................................42
12
PROGRAMMAREKENING ‘OUDE STIJL’ .........................................................................................43
12.1 12.2
PROGRAMMAREKENING INGEDEELD NAAR VOORMALIGE BEGROTINGSPOSTEN ..........................................43 TOELICHTING AFWIJKINGEN PER BEGROTINGSPOST ...............................................................................43
6
JAARVERSLAG
2 Programmaverantwoording 2.1 Programma 1: Beheer en onderhoud 2.1.1
Wat wilden we bereiken?
Beheer & Onderhoud omvat het beheer en (dagelijks, groot- en vervangings-) onderhoud van de terreinen en plassen, fiets- en wandelpaden en het onderhouden van voorzieningen. Het niveau van beheer & onderhoud verschilt per terrein, per seizoen en is afhankelijk van onder meer wet- en regelgeving, de functie, de intensiteit van gebruik en de behoefte van recreanten en de opdracht van het plassenschap Ook op het gebied van beheer & onderhoud moeten we inspelen op en rekening houden met diverse ontwikkelingen. In onderstaande alinea’s worden de belangrijkste ontwikkelingen geschetst. Deze ontwikkelingen hebben financiële gevolgen voor het schap; de onderhoudsbudgetten en reserves zijn ontoereikend om de kosten van deze ontwikkelingen te kunnen dekken. Economisch klimaat Veel beheer & onderhoudswerkzaamheden worden uitbesteed. In het huidige economische klimaat zien we dat de tarieven harder stijgen dan de prijsindex. In 2021 moeten een aantal onderhoudsbestekken opnieuw worden aanbesteed. We gaan ervanuit dat deze duurder uitvallen dan de huidige bestekken plus index. Digitalisering Enkele jaren geleden hebben we GIS-systeem GeoVisia gekocht om ons areaal en alle voorzieningen in onze gebieden digitaal te beheren. Om budgettaire redenen wordt het systeem geleidelijk gevuld en in gebruik genomen.
Naar verwachting is in 2020 het systeem gevuld aan de hand van onderhoudsinspecties, zodat we in 2021 het systeem in gebruik kunnen nemen om dagelijks-, groot en vervangingsonderhoud te plannen en begroten. Tot en met 2021 wordt er begroot aan de hand van technische levensduur, vanaf 2022 kunnen we begroten op basis van de werkelijke staat van onderhoud. Dit zal een effect hebben op de dotatie groot onderhoud. Klimaatverandering en biodiversiteit Het veranderende klimaat heeft directe gevolgen voor het beheer van onze gebieden. We moeten rekening houden met toenemende kosten als gevolg van extreme weersomstandigheden, zoals stormschade, uitspoeling van paden en stranden en langere periodes van onwerkbaar weer. Daarnaast zien we dat het groeiseizoen steeds langer wordt en dat het aantal pieken in het recreatieseizoen toeneemt, waardoor de beheer & onderhoudswerkzaamheden toenemen. Het veranderende klimaat heeft ook gevolgen voor de biodiversiteit, waardoor we te maken hebben met essentaksterfte, overlast van de eikenprocessierups en invasieve exoten (waaronder de reuzenberenklauw en Japanse duizendknoop), overlast als gevolg van cabomba (waterplanten) en de opkomst van de Amerikaanse rivierkreeft, de zwemwaterkwaliteit komt steeds sneller en op meer plekken onder druk te staan als gevolg van blauwalg en de toename in ganzenpopulatie (E-coli bacterie).
Om de biodiversiteit te vergroten, streven we naar een betere mix van boomsoorten, gewassen en planten. Ook willen we graag meer insecten en dieren aantrekken door middel van natuurlijke oevers en bijenvelden. Daarnaast zullen we bij het beheer en de inrichting van de terreinen maatregelen moeten nemen op het gebied van klimaatadaptatie, aangezien we vaker te maken zullen krijgen met droogte, wateroverlast, oplopende temperaturen en bodemdaling. 7
Milieuwetgeving De wettelijke normen en kaders op het gebied van milieu worden steeds verder aangescherpt. Actueel zijn de problemen n.a.v. de stikstofwetgeving (PAS), de bodem en slibwetgeving (TBT, PFAS) en aanscherping van uitstoot- en emissienormen (CO2/fijnstof). We moeten bij het plannen van werkzaamheden rekening houden met het milieueffect, zodat we kunnen zorgen voor compensatie. Dit heeft een kostenverhogend effect. Energietransitie Momenteel wordt er weinig gebruik gemaakt van duurzame energie, maar we streven er naar om te verduurzamen. In 2021 stellen we een plan op om het doel te bereiken voor minimaal 50% gebruik te maken van duurzame energie.
2.1.2
Wat hebben we bereikt/ Wat hebben we daarvoor gedaan?
Een aantal onderhoudsbestekken zijn opnieuw aanbesteed. Het GIS-systeem GeoVisia is verder gevuld aan de hand van onderhoudsinspecties. Er is op basis van deze inspecties een Meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld. Als gevolg van de stikstofwetgeving (PAS), de bodem en slibwetgeving (TBT, PFAS) en aanscherping van uitstoot- en emissienormen (CO2/fijnstof) hebben enkele (groot-)onderhoudsprojecten vertraging opgelopen. Op de Meent en Bosdijk hebben we als pilot meer bloemrijke randen te zaaien voor het tegengaan van de eikenprocessierups. Bij de Bosdijk hebben we flora aangeplant dat beter bestand is tegen het huidige klimaat. We hebben aangepast slootbeheer toegepast op de brede watergangen. Gelet op de beoogde transitie is geen plan meer opgesteld om het doel te bereiken voor minimaal 50% gebruik te maken van duurzame energie. Voor de onderhoudsboten is in 2021 wel gestart met het gebruik van hebben we schonere brandstof.
2.1.3
Wat heeft het gekost?
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Afwijking begroting realisatie
472.533
723.500
1.365.574
1.588.108
222.534
980.006
833.400
830.088
1.332.160
502.072
(507.473)
(109.900)
535.486
255.948
(279.538)
58.987
115.000
17.327
17.327
-
139.000
461.650
478.990
17.340
(133.900)
91.163
(205.715)
(296.878)
Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
(448.486)
8
2.2 Programma 2: Toezicht en handhaving 2.2.1
Wat wilden we bereiken?
Onze toezichthouders (BOA’s) zorgen ervoor dat onze inwoners en bezoekers prettig en veilig gebruik kunnen maken van onze recreatiegebieden en -voorzieningen. De toezichthouders zijn gastheer én handhaver en zetten zich in om overlast te voorkomen of bestrijden.
2.2.2
Wat hebben we bereikt/ wat hebben we daarvoor gedaan?
De behoefte aan toezichthouders neemt toe, te meer omdat de politie steeds minder aanwezig is in het buitengebied. Onze toezichthouders handhaven onze eigen verordening (bestuursrechtelijk), maar hebben ook strafrechtelijke taken. We hebben gewerkt aan een intensieve en integrale samenwerking met onze partners op het gebied van ‘snelvaren’, milieudelicten (stroperij) en mogelijke ondermijningszaken. In 2021 is geconstateerd dat er veelvuldig werd snelgevaren met speedboten langer dan 7,20 meter. Hierop is een aanpak ontwikkeld die in 2022 zal worden uitgevoerd.
2.2.3
Wat heeft het gekost?
Lasten Baten Saldo van baten en lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Afwijking begroting realisatie
35.435
250.300
250.300
143.769
(106.532)
386.548
568.400
604.024
442.019
(162.005)
(351.113)
(318.100)
(353.724)
(298.251)
55.474
-
-
-
-
-
-
-
-
(318.100)
(353.724)
(298.251)
55.474
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
(351.113)
9
2.3 Programma 3: Ontwikkeling 2.3.1
Wat wilden we bereiken?
Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. is mede ondertekenaar van het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen (OVP). Het Plassenschap is daarmee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000 en heeft hiervoor een bestemmingreserve gevormd. De totale bijdrage dient volgens een vastgesteld kasritme te worden bijgedragen in de periode 2017- 2028. Het Plassenschap betaalt met name voor uit te voeren baggerwerkzaamheden. Vanaf 2020 wordt rekening gehouden met een jaarlijks te financieren bedrag van € 70.900. In het laatste jaar van het Gebiedsakkoord wordt het resterende deel van de bijdrage verrekend. Terreinen Plassengebied In 2019 is een ontwerp voor de herinrichting van werkhaven ‘Rimboe’ opgesteld. Uitgangspunt is om het terrein zo in te richten dat deze niet alleen als werkhaven kan dienen, maar ook voor recreatiedoeleinden kan worden gebruikt. Rimboe is namelijk één van de weinige plekken waar openbare toegankelijkheid naar het plassengebied voor recreanten gerealiseerd zou kunnen worden. Terreinen Veenweidegebieden Plassenschap Loosdrecht e.o. verkent de mogelijkheden voor passende recreatieve ontwikkeling bij de terreinen – Bosdijk, Zwaan, de Aa, de Geer, Oukoperdijk – in het westelijk weidegebied in de gemeente Stichtse Vecht (Breukelen).
Ontwikkelingen zijn gericht op het verhogen van de recreatieve meerwaarde en het beperken van de kosten voor het beheer & onderhoud van deze terreinen.
2.3.2
Wat hebben we bereikt?
In 2021 is in OVP verband gewerkt aan het Toekomstbeeld Recreatie 2030, in het derde kwartaal is het eindrapport opgeleverd. Een van de aanbevelingen uit de visie was om het Toekomstbeeld nader uit te werken in een Actieplan met concrete projecten, hier wordt in 2022 uitvoering aan gegeven. In de tweede helft van 2021 heeft de stuurgroep OVP gesproken over de governance binnen OVP. In het eerste kwartaal van 2022 worden hier aanbevelingen voor gedaan.
2.3.3
Wat hebben we daarvoor gedaan?
Het Plassenschap heeft in 2021 aan haar financiële verplichtingen voor het OVP voldaan ten behoeve van het uitvoeren van de baggerwerkzaamheden. In 2021 is voorts deelgenomen aan diverse werk- en projectgroepen: baggeren en zwevend slib, exotenbestrijding, uitwerken toekomstvisie Kievitsbuurten. De voorzitter is lid van de stuurgroep en ambtelijk heeft het Plassenschap deel genomen aan de regiegroep en het transitieteam. In 2021 is de herinrichting van de werkhaven ‘Rimboe’ als niet-prioritair in het ontwikkelingsprogramma geschrapt. In het licht van de transitie is de verkenning naar passende recreatieve ontwikkeling bij de terreinen – Bosdijk, Zwaan, de Aa, de Geer, Oukoperdijk – in het westelijk weidegebied van het schap geen verdere uitvoering gegeven.
10
2.3.4
Wat heeft het gekost?
Lasten Baten Saldo van baten en lasten Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Afwijking begroting realisatie
70.914
70.900
70.900
70.914
14
146.572
81.700
81.552
59.485
(22.067)
(75.658)
(10.800)
(10.652)
11.429
22.081
512.637
19.200
-
-
-
512.637
70.900
70.900
70.914
14
(75.658)
(62.500)
(81.552)
(59.485)
22.067
11
2.4 Programma 4: Exploitatie 2.4.1
Wat wilden we bereiken?
De exploitatie van het Plassenschap betreft het uitbaten van bezittingen, via erfpacht-, opstal-, huur- en gebruiksovereenkomsten. Erfpachtovereenkomsten worden voor een lange termijn aangegaan, huur- en gebruiksovereenkomsten zijn vaak voor een korte(re) termijn. Het schap heeft erfpachtovereenkomsten voor Paviljoen De Strook, Recreatiecentrum Mijnden en eiland Robinson Crusöe. Deze exploitanten vormen een belangrijke bron van inkomsten en/of dragen bij aan recreatief gebruik van het Plassengebied. Huur- en gebruiksovereenkomsten worden aangegaan voor het gebruik van terreinen door hondenuitlaatservices, het gebruik van een steiger, visrecht, het gebruik van een eiland of terrein voor een activiteit zoals een scoutingkamp, etc. Dit zijn zeer diverse overeenkomsten voor (regelmatig terugkerende) eenmalige activiteiten of korte termijn gebruik. Exploitatie biedt de mogelijkheid om de recreatieve meerwaarde van het gebied te vergroten en/of meer inkomsten te genereren. Het schap heeft momenteel geen exploitatiebeleid of - doelstellingen geformuleerd, maar zal zich hier in 2020/2021 op bezinnen in het kader van de strategische (her)positionering van het schap. Vooral het eenmalig en kortdurend verhuren van terreinen en eilanden voor bijvoorbeeld een evenement of pop-up-activiteit biedt mogelijkheden.
2.4.2
Wat hebben we bereikt/Wat hebben we daarvoor gedaan??
Nieuw exploitatiebeleid of nieuwe exploitatiedoelstellingen zijn aangehouden in afwachting van definitieve besluitvorming over de transitie. Exploitatiebeleid of -doelstellingen zullen in overleg met of door de toekomstige uitvoerende partijen worden uitgewerkt. De activiteiten in 2021 hebben zich gericht op het continueren van de bestaande exploitatiewerkzaamheden.
2.4.3
Wat heeft het gekost?
Lasten Baten Saldo van baten en lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Afwijking begroting realisatie
451.260
633.800
613.997
366.968
(247.029)
1.378.578
1.258.200
1.257.113
849.185
(407.927)
(927.317)
(624.400)
(643.116)
(482.217)
160.899
Toevoegingen aan reserves
-
Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
(927.317)
-
-
12.000
12.000
-
(624.400)
(655.116)
(494.217)
160.899
12
2.5 Programma 5: Algemeen (incl. overhead) 2.5.1
Wat wilden we bereiken?
Programma 5 is een beleidsarm programma. Naast de algemene dekkingsmiddelen en de post onvoorzien zijn tevens de lasten voor overhead opgenomen.
2.5.2
Wat hebben we bereikt/Wat hebben we daarvoor gedaan?
Genoemde taken op het gebied van de instandhouding van de organisatie van het Plassenschap Loosdrecht e.o. zijn in 2021 uitgevoerd door Recreatie Midden Nederland.
2.5.3
Wat heeft het gekost?
Lasten
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Afwijking begroting realisatie
1.528.382
1.138.900
1.138.900
907.491
(231.409)
-
-
907.491
(231.409)
Baten Saldo van baten en lasten
1.528.382
Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Gerealiseerd resultaat
1.528.382
1.138.900
1.138.900
-
-
-
-
1.138.900
1.138.900
907.491
(231.409)
13
3 Paragrafen Op grond van het BBV is het verplicht om voor zeven programma-overschrijdende thema’s verantwoording af te leggen in een afzonderlijke paragraaf. Voor het Plassenschap geldt dat, gelet op de aard van de activiteiten van het Plassenschap, niet alle paragrafen van toepassing zijn. Om die reden zijn alleen die paragrafen opgenomen die van toepassing zijn. Paragaaf Lokale heffingen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Onderhoud kapitaalgoederen Financiering Bedrijfsvoering Verbonden partijen Grondbeleid
Wel/niet opgenomen Wel Wel
Toelichting
Wel
Zie paragraaf 3.3
Wel Wel Wel N.v.t.
Zie paragraaf 3.4 Zie paragraaf 3.5 Zie paragraaf 3.6 Zie paragraaf 3.7
Zie paragraaf 3.1 Zie paragraaf 3.2
3.1 Lokale heffingen Het Plassenschap Loosdrecht e.o. verleent ontheffing van een aantal verboden die zijn opgenomen in de Verordening Plassenschap Loosdrecht, Voorrangsregeling Mijndense Sluis, Woonschepenverordening en het Besluit Motorboten. De tarieventabel wordt jaarlijks aangepast. De belangrijkste rechten, die worden geheven in het Loosdrechts plassengebied betreffen: LOKALE HEFFINGEN Jaarontheffingen snelvaren Dagontheffingen snelvaren Wachtlijst motorbootontheffing Visrecht Rechten pleziervaartuigen Overige ontheffingen Totaal
3.1.1
REKENING 2021 272.330 11.928 7.034 2.270 22.492 5.367 321.421
Snelvaren particulieren (jaar, dag en wachtlijst)
De ontheffingen om te kunnen snelvaren op de 1e t/m 4e plas en de waterskibaan op de 5e plas worden verleend op grond van het Besluit Motorboten. Er zijn maximaal 800 ontheffingen verleend aan natuurlijke personen die in het bezit zijn van een vaarbewijs, ook werden circa 31 ontheffingen verleend aan bedrijven en verenigingen voor het kunnen proefvaren, het geven van waterskilessen en het begeleiden van zeilwedstrijden. De tarieven worden jaarlijks door het bestuur vastgesteld. De geraamde baten overschrijden de ter zake geraamde lasten niet. Er is geen kwijtscheldingsbeleid.
3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing De begroting van het Plassenschap bestaat voor een deel uit te realiseren exploitatie-opbrengsten, zoals schutten bij de sluis, snelvaarontheffingen en evenementen. Het schap onderscheidt per 31 december 2021 de volgende risico’s: 14
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Omschrijving risico Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Uitgifte snelvaarontheffingen Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Aantrekkende markt Kostenstijgingen onderhoud Onvoorziene risico’s Totaal
Bedrag 15.500 15.000 25.000 40.000
Wanneer 2021 e.v. 2021 e.v. 2020.e.v. 2020 e.v.
Frequentie Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
21.700 40.000 9.000 PM 45.000 211.200
2021 e.v. 2021 e.v. 2021 e.v. 2021 e.v. 2021 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Toelichting op de genoemde risico’s: 1. Erfpacht en huur De geraamde omzet voor 2021 bedraagt ca. €310.000. Dit komt door een wijziging in de erfpacht met Mijnden. Het risico wordt ingeschat op 5% van de omzet. Zijnde €15.500. Dit risico heeft zich niet voorgedaan in 2021. 2. Schutgelden Mijndense sluis De omzet voor 2021 is iets hoger dan begroot maar redelijk in lijn met de raming. Dit komt mede door normale weersomstandigheden. Bij tegenvallende weersomstandigheden kan de opbrengst lager uitvallen dan begroot. Het gemiddelde risico bedraagt €15.000. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan 3. Uitgifte snelvaarontheffingen De afgelopen jaren zien we dat de populariteit van de snelvaarontheffingen varieert. Het aantal uit te geven ontheffingen is maximaal 800. De werkelijke afgifte, met name van de dagontheffingen, is variabel en markt -en weersafhankelijk. Dit risico is ingeschat op maximaal € 25.000. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. 4. Van bestrijding naar beheersing van overmatige waterplanten De afgelopen jaren (2018 – 2021) is in OVP verband intensief gewerkt aan het beheersen en terugdringen van cabomba (waterwaaier) en (ongelijkbladig) vederkruid in de Oostelijke Vechtplassen. Het zijn invasieve exotische waterplanten die vooral overlast veroorzaken voor waterrecreanten.
In 2021 is geconstateerd dat woekerende waterplanten niet volledig te bestrijden zijn. Daarom is gewerkt aan een plan van aanpak met een inkadering en concreet stappenplan met tijdsplanning dat moet leiden tot een bestuurlijk ondertekend Beheerplan Woekerende Waterplanten Oostelijke Vechtplassen. De in het uitvoeringsplan OVP geplande co-financier van 50% was niet haalbaar en is geschrapt. Het Plassenschap heeft voor dit project in 2021 geen kosten gemaakt anders dan personele inzet en het reguliere vaarwegbeheer. 5. Rente Het rentepercentage voor nieuwe vaste geldleningen is voor 2021 geraamd op 2,5%. Dit percentage is gebaseerd op een reële inschatting van de marktrente op het moment van afsluiten. Een rente van 1,0% hoger dan deze verwachting resulteert in extra lasten van € 21.700 per jaar. Dit risico heeft zich in 2021 niet voorgedaan. 6. Klimaatverandering 15
Een belangrijke tendens is te zien in de merkbare gevolgen van klimaatveranderingen voor de onderhoudsmaatregelen. Er moet rekening worden gehouden met de volgende aspecten: •
•
•
langer groeiseizoen (waardoor extra maaibeurten nodig zijn), maar ook een korter snoeiseizoen daar bomen weer eerder uitlopen. Daardoor kan achterstand ontstaan in hakhout snoei en omdat te voorkomen moeten er soms ook snoeiwerk uitbesteed worden. Wateroverlast en droogte alsmede wind (storm) hierdoor raken oevers beschadigd alsmede de beschoeiingen. Ook meer kosten aan beplanting en beschoeiingen om de terreinen veilig te houden. Alsmede kosten aan water te geven om jonge aanplant te laten aanslaan ontwikkeling van ziektes en exoten (o.a essentaksterfte die herplant en veilighouden terreinen noodzakelijk maken..
Elk seizoen is anders en onderhoudswerkzaamheden zijn lastig te vergelijken per jaarschijf. Extra water en extra maaien zijn lastig te kwantificeren. In 2021 zijn er echter geen grote excessen geweest welke direct verband houden met klimaatverandering. 7. Aantrekkende markt We merken dat aannemers veel meer vragen voor het uit te voeren werk. Gelukkig zijn de bestekken doorlopend en bevatten voor nu geen hogere kosten voortkomend uit de aantrekkende markt. 8. Uitkomsten inspecties MJOP In 2021 zijn we verder gegaan met het uitvoeren van inspecties en zodoende konden we met de 1e begrotingswijziging een MJOP aan u voorleggen. Uit dit MJOP blijkt dat we te maken hebben met achterstallig onderhoud en dat we z.s.m. aan te gang moeten om de veiligheid in het gebied te kunnen waarborgen. Daarnaast zien we dat de prijzen sterkt toenemen en dat dit mogelijk niet gedekt kan worden door de huidige voorziening groot onderhoud. Het exacte effect hiervan is op dit moment nog niet in te schatten. 9. Onvoorziene risico’s Naast bovengenoemde grote risico’s heeft onze gemeenschappelijke regeling te maken met kleinere risico’s, zoals het illegaal dumpen van giftige afvalstoffen, niet verhaalbare vernielingen en wijzigingen in wetgeving met mogelijk financiële gevolgen.
Deze worden niet afzonderlijk benoemd en gekwantificeerd, maar hiervoor wordt gedurende de meerjaren termijn een gelijkblijvend risicobedrag aangehouden van € 50.000. We gaan er vanuit dat niet alle risico’s zich tegelijkertijd zullen voordoen. Om hiervoor te corrigeren wordt een percentage van 90% berekend over het totaal berekende risicobedrag.
16
Conclusie
1 2 3 4 5 6 7 8 9
Omschrijving risico
Bedrag
Wanneer
Frequentie
Erfpacht en huur Schutgelden Mijndense sluis Uitgifte snelvaarontheffingen Bestrijding overmatige waterplanten Rente Klimaatverandering Aantrekkende markt Kostenstijgingen onderhoud Onvoorziene risico’s
15.500 15.000 25.000 40.000
2021 e.v. 2021 e.v. 2020.e.v. 2020 e.v.
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
Realisatie 2021 0 0 0 0
21.700 40.000 9.000 PM 45.000 Totaal
2021 e.v. 2021 e.v. 2021 e.v. 2021 e.v. 2021 e.v. 211.200
Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks Jaarlijks
0 0 0 0 0
Geen van de geïdentificeerde risico’s heeft zich voorgedaan in 2021.
3.3 Kengetallen De kengetallen geven inzicht in de financiële positie van het Plassenschap.
Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen Solvabiliteitsratio Grondexploitatie Structurele exploitatieruimte Belastingcapaciteit
3.3.1
Jaarrekening 2020 61% 61% 40% nvt 16% nvt
Jaarrekening 2021 49% 49% 30% nvt 6% nvt
Netto schuldquote
Hoe hoger de schuld, hoe hoger de netto schuldquote. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van het Plassenschap ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossingen op de exploitatie.
3.3.2
Solvabiliteitsratio
Dit kengetal drukt het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen uit. Hoe hoger het percentage hoe beter het Plassenschap in staat is aan de financiële verplichtingen te voldoen.
3.3.3
Structurele exploitatieruimte
Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele exploitatieruimte is, doordat gekeken wordt naar de structurele baten en de structurele lasten en deze worden vergeleken met de totale baten. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken.
3.4 Onderhoud kapitaalgoederen Het MJOP is in het derde kwartaal van 2021 opgesteld op basis van inspecties en inventarisatie bij de beheerders en percentage berekening van niet kapitaalintensieve goederen (meubilair). Hieruit zijn budgetten en tijdspad geraamd voor groot onderhoud, investeringen en (verdere) inspecties. Het MJOP is een eerste stap naar het maken van uitvoeringsplannen, niet alle objecten in het gebied zijn in beeld. Verreweg het grootse deel wel en het beeld zal in 2022 steeds completer gaan worden. Het MJOP is voor een periode van 6 jaar opgesteld, waarbij is uitgegaan van een inflatie van 1,5%. Inmiddels is duidelijk dat dit niet meer van toepassing is. Dit is bij vaststelling van het MJOP door het schap als risico benoemd en zal naar de huidige 17
inflatiecijfers moeten worden bijgesteld. Tevens dient rekening te worden gehouden met kosten voorbereiding (VAT-kosten) bij de herijking van het MJOP in 2022. Niet alle inspecties zijn in 2021 verwerkt in GeoVisia. Dit komt door het ontbreken van lagen in het systeem waardoor vooral externe inspectie resultaten kunnen niet in GeoVisa kunnen worden overgezet. Dit geldt met name voor de gebouwen en kunstwerken. Voor het boomveiligheidsplan is er aan gewerkt om het juiste Geopakket te verwerven maar dit is in 2021 nog niet gerealiseerd.
3.4.1
Wegen
In 2021 zijn er geen herstelwerkzaamheden aan wegen uitgevoerd. Wel zijn er in 2021 inspecties uitgevoerd die verwerkt gaan worden in een uitvoeringsplan. op basis van deze gegevens zal een raambestek verhardingen worden opgezet, onderhoud en voorbereiden van vervangingsonderhoud (MIJP) zal in 2022 zijn vervolg krijgen.
3.4.2
Watergangen en oevers
Onderhoud aan watergangen en oevers heeft in 2021 stil gelegen. Er is intensief overleg met Provincie Noord Holland en de Omgevingsdienst NHN over de voortgang van beschoeiingswerkzaamheden in relatie tot stikstofproblematiek. Er zijn wel onderzoeken gedaan om het werk aan de oevers te kunnen voorbereiden, een inventarisatie van het grootste deel van de oevers en QuickScan flora en fauna zijn in kaart gebracht. Deze onderzoeken worden gebruikt om het werk in 2022 op de markt te kunnen zetten.
3.4.3
Groen: beplantingen
Op locaties de Meent en de Strook was er overlast van de eikenprocessierups. Deze zijn middels zoveel mogelijk opgezogen.
3.4.4
Schoonhouden en vuilafvoer
Ook in 2021 is, net als in 2020, meer afval ingezameld door intensiever gebruik.
3.4.5
Materieel
In 2021 is het schip de PL3 (vuilwaterschip en vuilophaaldienst) aan groot onderhoud ondergaan, veiligheid, betrouwbaarheid en levensduurverlenging zijn de speerpunten geweest. Tevens is er een nieuw maaidek aangeschaft, de oude was totaal op en versleten.
3.5 Financiering In het Treasurystatuut is het treasurybeleid opgenomen met daarin de producten, partijen en limieten, de treasury-organisatie met taken, bevoegdheden en verantwoordingsrelatie en de bijbehorende informatievoorziening, in totaliteit bedoeld ter beperking van te lopen risico’s.
3.5.1
Risicobeheer
Binnen de Wet FIDO zijn twee normen vermeld waaraan dient te worden voldaan. Het doel van deze normen is te voorkomen dat bij herfinanciering van de leningen bij (aanzienlijk) hogere rente grote schokken optreden in de hoogte van de rente die het Plassenschap moet betalen. De normen beperken de budgettaire risico’s.
3.5.2
Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet is een bedrag ter grootte van 8,2% van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar met als doel de kortlopende leningen te beperken. De kasgeldlimiet bedraagt € 231.026. In de praktijk is in 2021 geen kasgeld opgenomen.
3.5.3
Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bedrag ter grootte van een percentage van het begrotingstotaal. Het doel van deze norm was en is het beperken van de gevolgen van een stijgende kapitaalmarktrente op de rentelasten van de organisatie. De norm stelt dat per jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal in aanmerking mag komen voor verplichte aflossingen en renteherzieningen. De renterisiconorm bedraagt 18
over 2021 € 563.480. Op de vaste geldleningen is een bedrag afgelost van € 185.643. Renteherziening op vaste schuld heeft niet plaatsgevonden.
3.6 Bedrijfsvoering Het onderhoud en beheer, de ontwikkeling, de bedrijfsvoering en handhaving en toezicht van het schap wordt uitgevoerd door de gemeenschappelijke regeling (GR) Recreatie Midden-Nederland (RMN). Naast het uitvoeren van taken door RMN in eigen beheer worden veel externe partijen ingeschakeld voor de uit te voeren opdrachten als (groot)onderhoud en het verrichten van investeringen. Het recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht e.o. zijn deelnemer in RMN. De exploitatiebaten en lasten van RMN worden volledig doorberekend aan de betalende deelnemers. In 2021 had het Plassenschap Loosdrecht e.o. een belang van 28,3% in de bedrijfsvoering organisatie RMN.
3.7 Verbonden partijen Het recreatieschap is deelnemer aan de bedrijfsvoering organisatie RMN, de uitvoeringsorganisatie voor twee recreatieschappen. Recreatie Midden Nederland (RMN) Vestigingsplaats
Utrecht
Rechtsvorm
Gemeenschappelijke regeling – bedrijfsvoeringsorganisatie (BVO)
Doelstelling/Publiek belang
Het bieden van een op de behoefte van de recreatieschappen afgestemd uitvoeringsapparaat en het vervullen van de daarmee samenhangende rol van werkgever, alsmede het bevorderen van de onderlinge afstemming tussen de recreatieschappen van de uit te voeren werkzaamheden
Zeggenschap / bestuurlijk belang
Het bestuur van RMN bestaat uit 3 leden en een secretaris. Namens LSD heeft dhr. M. van Dijk zitting in het bestuur van RMN.
Samenwerkingspartners
RMN kent drie deelnemers: Recreatieschap Stichtse Groenlanden, Plassenschap Loosdrecht en provincie Utrecht.
Financieel belang
Deelnemers financieren via een deelnemersbijdrage de kosten van RMN en zijn gezamenlijk aansprakelijk voor eventuele tekorten.
Risico's / weerstandsvermogen
Er zijn geen materiële risico’s die effect hebben op de jaarrekening van het plassenschap. Alle kosten van RMN worden doorbelast aan de deelnemende schappen.
Kerncijfers
Bedragen in €
31-12-2020
31-12-2021
Eigen vermogen
0
0
Vreemd Vermogen
1.462.162
1.845.428
Resultaat
0
0
3.8 Grondbeleid Het Plassenschap Loosdrecht e.o. bezit totaal 660 hectare grond en water binnen het werkgebied. 19
Deze bezittingen zijn op hoofdlijnen onder te verdelen in dagrecreatieterreinen (eilanden, Strook, Bosdijk etc.), de legakkers (Zuidelijke Kievitsbuurt e.d.), oeverlanden, sluizen, water en het recreatiecentrum Mijnden. Het schapsbeleid is er op gericht zijn terreinen zoveel mogelijk gratis en openbaar toegankelijk aan te bieden aan de recreant. Ruiling van percelen die tot verbetering van het algemeen nut zullen leiden, worden overwogen. Aankoop van grond is alleen aan de orde als verwerving ervan van belang is voor uitvoering van een project. De bestemming die de gemeenten, tot nog toe, aan de gronden hebben toegekend, biedt geen ruimte voor commerciële exploitatie. Alleen de grond waarop het recreatiecentrum Mijnden is gevestigd, is eeuwigdurend in erfpacht uitgegeven aan een exploitant. Op het terrein de Strook zijn twee opstalrechten verleend aan een horecaondernemer. Deze opstalrechtovereenkomsten worden één keer per 5 jaar verhoogd met het prijsindexcijfer over de afgelopen periode. Met deze horecaondernemer is verder een erfpachtovereenkomst met opstalrecht afgesloten inzake een woning op de strook.
20
JAARREKENING
4 Balans per 31 december 2021 (bedragen in €) Hierna wordt via de balans met toelichting en het overzicht van baten en lasten met toelichting de financiële verantwoording afgelegd over het in jaar 2021 gerealiseerde beleid. Activa (bedragen in €) Immateriële vaste activa Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Subtotaal immateriële vaste activa
31-12-2021
31-12-2020
1.067 1.067
2.134 2.134
857.940
854.163
Subtotaal materiële vaste activa
2.601.752 3.459.692
2.700.850 3.555.013
Totaal vaste activa
3.460.759
3.557.147
-
-
262.132 820.706
62.422 654.158
3.846 1.086.684
134 25.766 742.480
103.076
176.914
-
-
1.398 1.398
1.433 1.433
Totaal vlottende activa
1.191.158
920.827
Totaal activa
4.651.917
4.477.974
Materiële vaste activa Investeringen met een economisch nut Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
Voorraden Gereed product en handelsgoederen Subtotaal voorraden Uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Vorderingen op openbare lichamen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekening-courantverhoudingen met niet-financiële instellingen Overige vorderingen Subtotaal uitzettingen rentetypische looptijd < 1 jaar Liquide middelen Kas- en banksaldi Overlopende activa - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige overige nog te ontvangen bedragen en de vooruitbetaalde bedragen die ten laste van volgende begrotingsjaren komen Subtotaal overlopende activa
21
Passiva (bedragen in €)
31-12-2021
31-12-2020
Eigen vermogen Algemene reserve Bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat Subtotaal eigen vermogen
503.488 733.207 150.177 1.386.872
241.296 1.265.785 274.192 1.781.273
746.447 746.447
-
2.173.571 -
2.359.214 -
28.215 2.201.787
36.760 2.395.974
4.335.106
4.177.247
Netto vlottende schulden Overige schulden Subtotaal netto vlottende schulden
61.137 61.137
271.596 271.596
Overlopende passiva Verplichtingen die in het begrotingsjaar zijn opgebouwd en die in een volgend begrotingsjaar tot betaling komen
255.674
28.787
Subtotaal overlopende passiva
255.674
344 29.131
Totaal vlottende passiva
316.811
300.727
4.651.917
4.477.974
Voorzieningen Kosten die in een volgend begrotingsjaar zullen worden gemaakt (egalisatievoorziening) Subtotaal voorzieningen
Vaste schulden Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen Waarborgsommen Vooruitontvangen bedragen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer Subtotaal vaste schulden Totaal vaste passiva
De van de Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen voor uitkeringen met een specifiek bestedingsdoel die dienen ter dekking van lasten van volgende begrotingsjaren; - Overige Nederlandse overheidslichamen Overige vooruitontvangen bedragen
Totaal passiva
22
5 Overzicht van baten en lasten (bedragen in €)
Programma
Realisatie 2020
Begroting 2021
Begroting 2021 na wijziging
Realisatie 2021
Afwijking begroting realisatie
472.533
723.500
1.365.574
1.588.108
222.534
35.435 70.914 451.260
250.300 70.900 633.800
250.300 70.900 613.997
143.769 70.914 366.968
(106.532) 14 (247.029)
1.528.382 1.528.382 2.558.525
1.138.900 1.138.900 2.817.400
1.138.900 1.138.900 3.439.671
907.491 907.491 3.077.250
(231.409) (231.409) (362.421)
980.006
833.400
830.088
1.332.160
502.072
386.548 146.572 1.378.578
568.400 81.700 1.258.200
604.024 81.552 1.257.113
442.019 59.485 849.185
(162.005) (22.067) (407.927)
2.891.704 (333.179)
2.741.700 75.700
2.772.777 666.894
2.682.850 394.400
(89.927) (272.494)
Mutaties reserves Toevoegingen aan reserves Onttrekkingen aan reserves Totaal mutaties reserves
521.623 512.637 58.987
134.200 209.900 (75.700)
17.327 544.550 (527.223)
17.327 561.904 (544.577)
17.354 (17.354)
Gerealiseerd resultaat
(274.192)
-
139.671
(150.177)
(289.848)
Lasten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien - Transitie RMN Totaal lasten Baten Programma 1 Beheer & onderhoud Programma 2 Toezicht en handhaving Programma 3 Ontwikkeling Programma 4 Exploitatie Programma 5 Algemene dekkingsmiddelen en overhead, te onderscheiden in: - Overhead - Bedrag onvoorzien Totaal baten Saldo van baten en lasten
23
6 Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling 6.1 Inleiding De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV).
6.2 Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume, worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden en overlopende verlofaanspraken. Voor arbeidskostengerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (bijvoorbeeld door reorganisaties) dient wel een verplichting opgenomen te worden.
6.3 Vaste activa 6.3.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs verminderd met de afschrijvingen en waardeverminderingen die naar verwachting duurzaam zijn. De kosten van onderzoek en ontwikkeling worden in 5 jaar afgeschreven. De afschrijving van de geactiveerde kosten onderzoek en ontwikkeling vangt aan bij ingebruikname van het gerelateerde materiële vaste actief.
6.3.2
Materiële vaste activa
6.3.2.1 Algemeen Activa worden gewaardeerd op basis van de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De verkrijgingsprijs omvat de inkoopprijs en de bijkomende kosten. De vervaardigingsprijs omvat de aanschaffingskosten van de gebruikte grond- en hulpstoffen en de overige kosten, welke rechtstreeks aan de vervaardiging kunnen worden toegerekend. In de vervaardigingsprijs kunnen voorts worden opgenomen een redelijk deel van de indirecte kosten en de rente over het tijdvak die aan de vervaardiging van het actief worden toegerekend; in dat geval vermeldt de toelichting dat deze kosten worden geactiveerd. 6.3.2.2 Investeringen met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. De volgende afschrijvingspercentages worden gehanteerd: 24
Actief Grond en water Bouwkundige werken Beschoeiing Bedrijfsgebouwen Machines, apparaten en installaties Vervoermiddelen Overige vaste activa
Percentage 0% 2,5% - 20% 2,5% - 4% 2,5% - 8,33% 5% - 20% 3,33% - 20% 5% - 20%
6.4 Vlottende activa 6.4.1
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
6.4.1.1 Vorderingen De vorderingen worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid wordt een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op basis van de geschatte inningskansen. Daarnaast zijn de vorderingen uit hoofde van rekening-courant saldi van RMN met Recreatieschap Stichtse Groenlanden en het Plassenschap Loosdrecht conform artikel 39 van het BBV met ingang van 2019 gepresenteerd als rekening-courant saldo niet-financiële instellingen. 6.4.1.2 Liquide middelen en overlopende activa De liquide middelen en overlopende activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
6.5 Vaste passiva 6.5.1
Eigen vermogen
Het eigen vermogen kent geen eigenstandige waardering. Feitelijk vormt het eigen vermogen de resultante van alle overige in de balans opgenomen posten, die wel een eigenstandige waardering kennen.
6.5.2
Voorzieningen
Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting c.q. het voorzienbare verlies. De voorzieningen ter egalisering van kosten stoelen op een actuele meerjarenraming van het uit te voeren groot onderhoud. Uitgevoerd achterstallig onderhoud is daarbij ten laste van de exploitatie verantwoord. Deze lasten zijn niet ten laste van de gevormde voorziening gebracht. De vorming van voorziening, dan wel een dotatie aan de reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten lasten van de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord.
6.5.3
Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer
Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde verminderd met gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer.
6.6 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
25
7 Toelichting op de balans per 31 december 2021 7.1 Vaste activa 7.1.1
Immateriële vaste activa
De immateriële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen:
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief Bijdragen aan activa in eigendom van derden Totaal
Boekwaarde per 31-12-2021 -
Boekwaarde per 31-12-2020 -
1.067
2.134
1.067
2.134
Boekwaarde per 31-12-2021
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2020
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de immateriële vaste activa weer:
Kosten verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio Kosten van onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief
-
2.134
-
-
1.067
1.067
In 2021 zijn geen investeringen in de immateriële vaste activa gedaan.
7.1.2
Materiële vaste activa
De materiële vaste activa bestaan uit de volgende onderdelen: Boekwaarde per 31-12-2021 857.940 -
Boekwaarde per 31-12-2020 854.163 -
Investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut
2.601.752
2.700.850
Totaal
3.459.692
3.555.013
Investeringen met een economisch nut Waarvan in erfpacht uitgegeven Investeringen met een economisch nut, waarvoor ter bestrijding van de kosten een heffing kan worden geheven
26
Gronden en terreinen - Waarvan in erfpacht uitgegeven Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde per 31-12-2021
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2020
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met economisch nut weer:
407.753 42.257
1.867
407.753 40.390
321.126 69.431 13.596 854.163
21.550 12.208 1.865 37.490
299.576 98.490 11.731 - 857.940
44.649
3.382
44.649
3.382
-
De belangrijkste investeringen in 2021 zijn: Omschrijving Cirkelmaaier Werkzaamheden PL3 Totaal
Investering 2021 8.100 36.549 44.649
De belangrijkste desinvesteringen betreffen: Omschrijving ‘Oude’ cirkelmaaier Aanhanger Totaal
Investering 2021 601 2.781 3.382
27
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond-, weg- en waterbouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa Totaal
Boekwaarde per 31-12-2021
Duurzame waardeverminderingen
Bijdragen van derden
Afschrijvingen
Desinvesteringen
Investeringen
Boekwaarde per 31-12-2020
Onderstaand overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met maatschappelijk nut weer:
549.721 25.461 2.039.807
62.219
10.822 132.932
549.721 14.639 1.969.094
2.960
-
598
2.362
82.901
-
16.965
65.936
2.700.850
62.219
-
161.317
-
-
2.601.752
De belangrijkste investeringen met maatschappelijk nut in 2021 zijn: Omschrijving Beschoeiing en oeverbescherming Eiland Meent Beschoeiing en oeverbescherming 's-Gravelandse Meent Beschoeiing en oeverbescherming Muyeveldse Vaart Raambestek beschoeiingen Totaal
Investering 2021 9.371 3.124 9.082 40.282 62.219
28
7.2 Vlottende activa 7.2.1
Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar
De uitzettingen met een rentetypische looptijd < 1 jaar zijn als volgt onderverdeeld: Uitzetting per Voorziening 31-12-2021 oninbaarheid Vorderingen op openbare lichamen Verstrekte kasgeldleningen aan openbare lichamen Overige verstrekte kasgeldleningen Uitzettingen in ’s Rijks schatkist Rekeningcourantverhouding met het Rijk Rekeningcourantverhoudingen met niet-financiële instellingen Uitzettingen in de vorm van Nederlands schuldpapier Overige vorderingen
262.132
820.706
3.846
Overige uitzettingen Totaal
1.086.684
-
Boekwaarde Uitzetting per Voorziening per 31-12-2020 oninbaarheid 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2020
262.132
62.422
-
62.422
-
-
-
-
-
-
-
-
820.706
654.158
-
654.158
-
-
-
-
-
134
-
134
3.846 1.086.684
25.766 742.480
-
25.766 742.480
7.2.1.1 Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen bestaan uit openstaande debiteuren betreffende diverse gemeenten en de provincie Utrecht. Gelet op de aard van de vorderingen wordt het niet noodzakelijk geacht een voorziening voor oninbaarheid te vormen. 7.2.1.2 Uitzettingen in ‘s Rijks schatkist Op balansdatum heeft LSD geen overtollige middelen boven de drempel van het schatkistbankieren in het kader van de Wet Houdbare Overheidsfinanciën (wet HOF). De middelen boven de drempel dienen in de schatkist van het Rijk worden aangehouden. Wel staat op balansdatum nog €820.706 op de rekening van het schatkistbankieren. Deze middelen staan ter vrije beschikking aan LSD. In principe dienen alle overtollige middelen in de schatkist te worden aangehouden. Er is echter een aantal uitzonderingen, zoals het drempelbedrag. Dit is een minimumbedrag afhankelijk van de omvang van de organisatie dat gemiddeld per kwartaal buiten de schatkist mag worden gehouden. Voor het Plassenschap was dat voor 2021 € 1.000.000. Voor organisaties met een begrotingstotaal kleiner dan € 500 mln. bedraagt de drempel € 1.000.000. Het Plassenschap heeft met de BNG de afspraak gemaakt dat het saldo boven de drempel op de reguliere betaalrekening automatisch dagelijks wordt afgeroomd naar het schatkistbankieren.
In onderstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2021 is geweest:
29
Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) Verslagjaar Drempelbedrag
(1)
(2)
(3a) = (1) > (2) (3b) = (2) > (1)
Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen Ruimte onder het drempelbedrag Overschrijding van het drempelbedrag
1000 Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
200
111
152
100
800
889
848
900
-
-
-
-
(1) Berekening drempelbedrag Verslagjaar (4a)
Begrotingstotaal verslagjaar
2.790
(4b)
Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen
2.790
(4c)
Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat
(1) = (4b)*0,02 + (4c)*0,002 met een minimum van €1.000.000 als het begrotingstotaal kleiner of gelijk is aan 500 mln. En als begrotingstotaal groter dan € 500 miljoen is is het drempelbedrag gelijk aan € 10 miljoen, vermeerderd met 0,2% van het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat.
Drempelbedrag
1.000
(2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
(5a)
(5b)
(2) - (5a) / (5b)
Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) Dagen in het kwartaal Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen
Kwartaal 1
Kwartaal 2
Kwartaal 3
Kwartaal 4
17.964
10.093
13.941
9.171
90
91
92
92
200
111
152
100
Uit de tabel blijkt dat geen sprake is van een overschrijding van het drempelbedrag gedurende 2021.
30
7.2.1.3 Overige vorderingen De overige vorderingen bestaan uit de volgende bedragen. Er is geen voorziening voor dubieuze debiteuren gevormd. 31-12-2021 31-12-2020 Debiteuren 21.753 2.099 Vordering belastingdienst inzake BTW 23.667 Vorderingen op debiteuren 21.753 25.766
7.2.2
Liquide middelen
Deze activa worden tegen nominale waarde opgenomen en zijn als volgt te specificeren: Boekwaarde per 31-12-2021 103.076 103.076
Banksaldi Kassaldi Totaal
7.2.3
Boekwaarde per 31-12-2020 176.428 486 176.914
Overlopende activa
De overlopende activa bestaan uit de volgende onderdelen:
De van Europese en Nederlandse overheidslichamen nog te ontvangen voorschotbedragen van: - Europese overheidslichamen - Het Rijk - Overige Nederlandse overheidslichamen Nog te ontvangen bedragen Vooruitbetaalde bedragen Totaal
Boekwaarde per 31-12-2021
Boekwaarde per 31-12-2020
-
-
1.398 1.398
1.433 1.433
7.2.3.1 Vooruitbetaalde bedragen Vooruitbetaalde bedragen zijn bedragen die voor 31 december 2021 betaalbaar zijn gesteld, maar waarvan de lasten betrekking hebben op latere jaren. De vooruitbetaalde bedragen bestaan ultimo boekjaar voornamelijk uit: Omschrijving Overige posten < € 5.000 Totaal
Bedrag 1.398 1.398
31
7.3 Eigen vermogen Het eigen vermogen van het Plassenschap wordt gevormd door de reserves en het rekeningresultaat. Het eigen vermogen bestaat uit de volgende onderdelen: Reserve
Algemene reserve Subtotaal algemene reserve Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen Bestemmingsreserve onderhoud Bestemmingsreserve inspecties Subtotaal bestemmingsreserves Gerealiseerd resultaat
Saldo per 3112-2020
Toevoegingen Saldo per 1-1en 2021 onttrekkingen uit hoofde van het voorgaande boekjaar
241.296
274.192
515.488
241.296
274.192
515.488
804.122
804.122
461.663
461.663
-
-
Toevoegingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
-
Onttrekkingen bij het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening
-
Verminderinge Saldo per 31n in verband 12-2021 met afschrijvingen op activa
12.000
503.488
12.000
503.488
70.915
733.207
461.663
-
17.327
17.327
-
1.265.785 274.192
-
1.265.785
17.327
478.990
70.915
733.207 150.177
1.781.273
274.192
1.781.273
17.327
478.990
82.915
1.386.872
Totaal
32
7.3.1
Bestemmingsreserve Oostelijke Vecht en plassen
Deze reserve is ontstaan als gevolg van deelname aan het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen. Het plassenschap is hiermee een verplichting aangegaan van in totaal € 906.000, hetgeen conform een vastgesteld kasritme voldaan moet worden. In 2021 is heeft er conform begroting een onttrekking plaatsgevonden van € 70.915.
7.3.2
Bestemmingsreserve Onderhoud
In 2021 is het MJOP vastgesteld. Dat betekent dat de basis voor het instellen van een voorziening weer hersteld is. Om die reden heeft het AB op 27 september 2021 het MJOP vastgesteld. Dit leidt ertoe dat in de jaarrekening 2021 wederom een voorziening groot onderhoud opgenomen is. In 2021 is het saldo wat in de bestemmingsreserve onderhoud zat overgeheveld naar de voorziening onderhoud.