CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk_Bijlagen toelichting

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 19 december 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling bestemmingsplan Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk21.063 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

De dichtstbijzijnde gronden die zijn aangemerkt als NNN liggen op circa 2,1 kilometer afstand van het plangebied. Gezien de aard en omvang van de ontwikkeling en de onderlinge afstand tot het NNN is geen sprake van een aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

17

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

Om de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden te beoordelen heeft BJZ.nu stikstofberekeningen uitgevoerd met behulp van de AERIUS-calculator8. In dit geval is er door BJZ.nu een stikstofberekening met behulp van de Aerius-calculator uitgevoerd. Hieruit blijkt dat er geen stikstofdepositie plaatsvindt op Natura 2000-gebieden als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling. Het plan heeft dan ook geen negatieve effecten ten aanzien van Natura 2000. Het project is in het kader van de Wet natuurbescherming, ten aanzien van de effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden, niet vergunningsplichtig. Daarnaast hoeft er geen passende beoordeling uitgevoerd te worden. Tot slot wordt opgemerkt dat, vanwege de ruime afstand van het plangebied tot Natura 2000-gebieden, op voorhand wordt geconcludeerd dat het voornemen door geluid, licht of trillingen geen negatieve effecten veroorzaakt voor Natura 2000-gebieden. Geconcludeerd wordt dat het aspect ecologie geen negatieve gevolgen heeft voor de voorgenomen ontwikkeling. Soortbescherming In het kader van voorliggende ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd9. Hierna zijn de resultaten uit het onderzoek opgenomen. Met betrekking tot soortbescherming komen de volgende aandachtspunten naar voren: Op de onderzoekslocatie kunnen algemene vogelsoorten tot broeden komen.

Om overtreding te voorkomen dient het groen buiten het broedseizoen verwijderd te worden. Ook de sloop van de bebouwing dient buiten het broedseizoen plaats te vinden. Globaal geldt hiervoor de periode half maart tot half augustus, geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen. Indien er toch in het broedseizoen gewerkt wordt, zal voorafgaand hieraan door een ter zake kundige ecoloog geïnspecteerd moeten worden of er broedgevallen binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Ten aanzien van zoogdieren en amfibieën zijn geen specifieke maatregelen te treffen. Bij het aantreffen van een zoogdier of amfibie dient deze de tijd te krijgen om veilig weg te komen. Utrechtse soortenlijst Econsultancy heeft voor het voornemen getoetst of er eventueel conflict met de doelstellingen van de Utrechtse soortenlijst plaatsvindt. Hierna wordt ingegaan op het veldbezoek en de beoordeling over de mogelijke functie van de onderzoekslocatie voor de 64 soorten van de soortenlijst. Voor de volledige rapportage10 wordt verwezen naar de ‘Memo Utrechtse soortenlijst (aangepaste versie)’ van 1 november 2023. De memo is bijgevoegd in het bijbehorende bestemmingsplan. Vissen De onderzoekslocatie is geheel vrij van water en biedt geen functie voor de soorten rivierdonderpad, bittervoorn en kleine modderkruiper.

Vogels De blauwborst, roerdomp en kleine karekiet zijn moerasvogels die veelal voorkomen in het buitengebied van de provincie Utrecht. Daar vinden ze leefgebied in de vernatte gebieden met veel rietvegetatie. Op de onderzoekslocatie is dit habitat niet aanwezig. De merel en de tjiftjaf komen vaker voor in het stedelijke gebied. De soorten zijn niet waargenomen tijdens het veldbezoek. De tjiftjaf is echter een migrerende vogel en voor het grootste deel niet in Nederland tijdens de herfst. Toch kunnen broedlocaties op de onderzoekslocatie van beide soorten worden uitgesloten omdat de soorten in vegetatie nesten bouwen. De onderzoekslocatie betreft bebouwing. Invloed van de ingreep op vogels van de Utrechtse soortenlijst is niet van toepassing. Paddenstoelen

8

Stikstofonderzoek ‘AERIUS Berekening Veilingstraat 10, Utrecht Oktober 2023, BJZ.nu BV

9

Quickscan natuurwaardenonderzoek Veilingstraat 22 april 2021, Econsultancy, Rapportnummer: 2384.006, Versie: D1 10

Memo Utrechtse soortenlijst (aangepaste versie), Econsultancy, projectnumer: 2384.008, 1 november 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

18

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

Er zijn tien soorten paddenstoelen opgenomen in de Utrechtse soortenlijst. Het veldbezoek is afgenomen in de herfstperiode; de meest geschikte tijd om paddenstoelen waar te nemen. Tijdens het veldbezoek zijn geen paddenstoelen waargenomen. De onderzoekslocatie is bebouwd en verhard en geeft geen ruimte voor paddenstoelen om te groeien. Ook hebben paddenstoelen een bodem nodig waar langdurig geen beroering plaatsvind om complexe schimmelstructuren op te bouwen. Deze bodem is in de stad vaak niet aanwezig. Beschermde soorten zullen er dus ook niet voorkomen. Wilde bijen De Utrechtse soortenlijst telt zes soorten wilde bijen. Bijen zijn afhankelijk van stuifmeel- en nectarplanten om een leefgebied omheen te creëren. De onderzoekslocatie bestaat geheel uit bebouwing. De planten die zijn gevonden bij/aan de onderzoekslocatie (zie kopje planten) zijn geen van allen stuifmeel- of nectarplanten voor de zes wilde bijensoorten. Verplichte vervolgstappen ten aanzien van de Utrechtse soortenlijst zijn niet noodzakelijk. Planten Deze soortgroep neemt het grootste deel van de Utrechtse soortenlijst in beslag. Het grootste gedeelte van de planten groeit wild in het buitengebied van de stad. De onderzoekslocatie betreft bebouwing en biedt geen mogelijkheid voor groei aan de verschillende orchideeën, nectarplanten en de meeste andere soorten op de lijst.

Er staan echter zes muurplanten op de lijst, die mogelijk kunnen groeien aan de bebouwing op de onderzoekslocatie. Tijdens het veldbezoek zijn geen planten gevonden die direct groeiden op de muur. De verschillende zijdes waar planten groeiden zijn weergegeven in figuren 4 t/m 7. De planten die zijn gevonden zijn hemelbloem, kaal knopkruid, muursla (op de straatstenen), hoge fijnstraal, klein kruiskruid, iep (spec.), zandhoornbloem, bastaardwederik (spec.), laurierkers, mahonie, klimop en grote zandkool. Op de oostzijde van de onderzoekslocatie (gelegen bij de ingang) groeiden de meeste plantensoorten. Op de noord- en westzijde groeide veelal een laurierhaag. Achter de laurierhaag was de muur kaal, hoogstwaarschijnlijk door het gebrek aan licht. De zuidzijde betrof veelal braakliggend terrein met de bovengenoemde soorten. Geen van deze planten zijn beschermde muurplanten. Ook komen de soorten niet voor op de Utrechtse soortenlijst. Vervolgstappen ten aanzien van deze soortgroep zijn dan ook niet noodzakelijk. Ten aanzien van de Utrechtse soortenlijst zijn er geen vervolgstappen noodzakelijk. Er worden geen soorten beïnvloed door de werkzaamheden en in de nieuwe situatie. Er is een optie om spreeuwenkasten en maatregelen voor bijen aan te brengen in de nieuwe situatie, om zo een positieve bijdrage te leveren aan de biodiversiteit. 3.6.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.7

Bodem

3.7.1

Algemeen

Voor de voorgenomen ontwikkeling is door Econcultancy een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd 11. Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de sloop van de huidige bebouwing en de realisatie van woningen op de onderzoekslocatie. Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, teneinde te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de sloop en nieuwbouw op de locatie.

11

Econsultancy, Verkennend bodemonderzoek Veilingstraat 2 Utrecht, Rapportnummer: 2384.009, Versie: D1, 13

oktober 2023.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

19

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

3.7.2

Huidige situatie

Ter plaatse van de boringen A02, B01-2, E05 en E10 zijn verontreinigingen aangetroffen, geadviseerd wordt nader onderzoek uit te voeren naar de op die locaties aangetroffen matige en sterke verontreinigingen met minerale olie, PAK, koper en/of zink. Tevens wordt geadviseerd een aanvullende peilbuis te plaatsen ter plaatse van deellocatie B teneinde het grondwater van deellocaties B en E alsnog te onderzoeken. Afgezien van de bovengenoemde locaties zijn er geen milieuhygiënische belemmeringen voor de geplande ontwikkeling. Een nader onderzoek naar de bodemkwaliteit op de overige locaties is derhalve niet noodzakelijk. Er zijn op basis van het milieuhygiënisch vooronderzoek bodem, tijdens de terreininspectie en bij de uitvoering van de veldwerkzaamheden aanwijzingen gevonden die aanleiding geven een asbestverontreiniging op de locatie te verwachten. Geadviseerd wordt een onderzoek asbest in bodem conform de NEN 5707 uit te voeren. Opgemerkt wordt dat dit niet mogelijk is zo lang de onderzoekslocatie nog in gebruik is, omdat gaten met een grotere omvang zullen moeten worden gemaakt. Een eenvoudigere optie zou zijn het uitvoeren van een verkennend onderzoek asbest in bodem ná afloop van de sloopwerkzaamheden. 3.7.3

Planvoornemen

Met de beoogde ontwikkeling worden geen bodemvervuilende activiteiten mogelijk gemaakt. Indien verontreinigingen worden aangetroffen, moeten deze worden gesaneerd voordat de functies worden gerealiseerd. Dit betekent dat er mogelijk een verbetering van de bodemkwaliteit optreedt. 3.7.4

Conclusie

Het project heeft geen negatieve effecten op de bodemkwaliteit, bodemsamenstelling of grondwaterstanden. Wel dient voorafgaand aan het realiseren van het gebouw het nader onderzoek te worden uitgevoerd om te onderzoeken wat de omvang van de verontreiniging ter plaatse zal zijn. Geconcludeerd wordt dat er, na vaststellen en eventueel saneren van de verontreiniging, geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.8

Gezondheid

3.8.1 Het voorgenomen initiatief aan de Veilingstraat draagt bij aan een gezond stedelijk leven voor iedereen. Het complex stimuleert gezond gedrag, zorgt dat mensen zich prettig voelen en is zo gebouwd dat de druk op gezondheid zo laag mogelijk is. Deze maatregelen en stimulaties dragen bij aan de gezondheid van de omgeving en gebruikers van de nieuwe gebouwen. Om op de Veilingstraat te komen tot een gezonde en levendige locatie wordt bij deze ontwikkeling aandacht gevraagd voor de verschillende aspecten van gezonden verstedelijking zoals: •

Een gezond binnenklimaat.

•

Gezonde & duurzame mobiliteit stimuleren.

•

In het gebouw wordt de trap aantrekkelijk gemaakt, al is de lift ook bereikbaar i.v.m. toegankelijkheid.

•

Groen, tenzij en daarbij kwalitatief goed groen toevoegen.

•

Ontmoeting stimuleren in en om het gebouw.

•

Aansluiten en verbeteren van het stuk wat aansluit op het Ringpark.

•

Sociale veiligheid van de openbare ruimte.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

20

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

3.8.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat bij de voorgenomen ontwikkeling voldoende aandacht is voor het aspect gezondheid. Er worden concrete maatregelen getroffen waarmee invulling wordt gegeven aan de missie van de gezonde stad. De ontwikkeling is in overeenstemming met het volksgezondheidsbeleid en draagt hiermee bij aan een gezonde omgeving. Als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling zullen er geen belangrijke nadelige milieugevolgen optreden.

3.9

Trillingen

3.9.1 Weg- en railverkeer kunnen leiden tot trillingen in gebouwen. Deze trillingen kunnen op hun beurt leiden tot schade of hinder. Trillingshinder van het spoor is niet aan de orde. De woningen liggen op een grotere afstand dan 100 meter van de spoor- en tramlijn. 3.9.2

Conclusie

Geconcludeerd wordt dat er, gezien de afstand tot spoor- en tramlijnen, geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.10

Klimaatadaptatie

3.10.1 Klimaatadaptatie Waterbuffering op eigen perceel is lastig te realiseren omdat het perceel grotendeels bebouwd wordt. Een van de mogelijkheden is het inzetten van de dakoppervlakken voor het aanbrengen van groen. De daken waar men zicht op heeft (deel van het gebouw met 3 en 5 bouwlagen) worden voorzien van kwalitatief groen en indien PV-panelen benodigd zijn wordt dit gecombineerd met sedum. Andere mogelijkheden zijn er op het te realiseren binnenplein, de Veilingstraat en plein aan de Veilinghaven. Deze plek zal zoveel als mogelijk onverhard worden gerealiseerd. daarbij worden op deze pleinen planten en bomen geplaatst. Zowel de beplanting als het bladerdak van de bomen zal zorgen voor verkoeling en het minder snel uitdrogen van de grond bij langdurige droogte doordat er schaduw ontstaat en regenwater beter wordt vastgehouden. Dit zorgt eveneens voor waterbufferend vermogen waarmee schade door wateroverlast wordt voorkomen. Wanneer het aangebrachte groen voor onvoldoende waterbufferend vermogen zorgt zal de mogelijkheid worden onderzocht om bij hevige regenval het overtollige water middels een Smart flow systeem op de Veilinghaven af te voeren. Andere concrete maatregelen die in latere fase worden onderzocht zijn het toepassen van infiltratiekratten en wadi’s.

Met de infiltratiekratten kan regenwater langdurig worden vastgehouden en langzaam worden afgegeven aan de grond. De wadi’s fungeren bij hevige regenval als wateropslag waarbij het regenwater geleidelijk aan in de bodem zakt. Hiermee wordt voorkomen dat regenwater direct afgevoerd wordt in het riool maar ten goede komt aan het in stand houden van het grondwaterpeil. 3.10.2 Hittestress Door de grote stenige oppervlaktes is het in de steden op zomerse dagen enkele graden warmer dan erbuiten. Er worden geen harde eisen gesteld aan temperatuurverlaging, wel is in de Visie Klimaatadaptatie aangegeven dat er 30 – 40% schaduw aanwezig moet zijn in elke straat zodat er op een hete dag in de schaduw gelopen en gefietst kan worden. Daarnaast is binnen een straal van 200 meter een koele groene verblijfsplek aanwezig in de openbare ruimte van minimaal 200m2. Verder is er in buurten minimaal 40% groen aanwezig in het horizontale vlak. Deze maatregelen moeten hittestress voorkomen. In de huidige situatie is het plangebied bijna geheel verhard, er is haast geen groen of water in het plangebied aanwezig. In de nieuwe situatie verandert dat met de aanleg van het nieuw te realiseren plein aan de

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

21

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

havenzijde, de herinrichting van de Veilingstraat en het te realiseren binnenplein welke zoveel als mogelijk wordt voorzien van beplanting en bomen. Zoals ook beschreven in de vorige alinea zorgt de beplanting en het bladerdak van de bomen voor schaduw en verkoeling wat een gunstig effect heeft op de aanwezigheid van hittestress. Ook de groene daken hebben een positief effect op hittestress. De traditionele daken van bitumen zijn vaak donker van kleur wat erg warm wordt door de warmte absorberende werking. Door groen aan te brengen wordt dit warme oppervlak vervangen door een verkoelende plantjes. Dit heeft zowel een positief effect op de omgeving als het binnenklimaat van het gebouw. Doordat het gebouw een groter volume heeft dan de huidige bebouwing zal er meer schaduw ontstaan. Dit heeft een positief effect op de hoeveelheid schaduw in het openbaar gebied waarmee er meer mogelijkheden ontstaan om in de schaduw over straat te gaan. 3.10.3 Conclusie Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.11

Archeologie en cultuurhistorie

3.11.1 Algemeen Op basis van de gemeentelijke archeologische beleidskaart ligt het plangebied binnen een gebied met archeologische verwachting. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een archeologisch onderzoek uitgevoerd12. 3.11.2 Archeologisch onderzoek Gezien de in het bureauonderzoek opgestelde archeologische verwachting is binnen het plangebied vervolgonderzoek noodzakelijk om deze te toetsen. Het vervolgonderzoek kan het beste worden uitgevoerd in de vorm van een opgraving - variant archeologische begeleiding. In verband met aanwezige bebouwing met een betonvloer en kelder en een dikke ondoordringbare ophogingslaag is een karterend booronderzoek niet mogelijk in het hele plangebied. Vanwege de complexiteit en diepte van de bestaande constructie zal de aanleg van de bouwput aansluitend of gelijktijdig gebeuren met de sloop en verwijdering van de bebouwing, de betonvloeren en ophogingslaag. Het uitgraven van de bouwput onder 1 m + NAP dient onder archeologische begeleiding plaats te vinden. Vanuit praktische en kostentechnische overwegingen is de meest geschikte onderzoeksmethode voor het uitgraven voor de mogelijk diepere bouwput onder de ophogingslaag een opgraving, variant archeologische begeleiding.

Hierbij begeleidt de archeoloog de civieltechnische graafwerkzaamheden waarbij archeologische waarden bij het aantreffen direct geborgen worden en daarmee ex-situ worden behouden. Voor dit onderzoek dient een door het bevoegd gezag goedgekeurd Programma van eisen te zijn opgesteld waarin is vastgelegd waaraan het onderzoek moet voldoen. 3.11.3 Cultuurhistorie Er zijn geen cultuurhistorische waarden waar met de planontwikkeling rekening dient te worden gehouden. Negatieve effecten kunnen vanuit het aspect cultuurhistorie uitgesloten worden.

12

Econsultancy, Archeologisch onderzoek Veilingstraat 2, Utrecht, Rapportnummer: 2384.002, Versie: 2, Datum: 23 oktober 2017

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

22

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

3.11.4 Conclusie De beoogde ontwikkeling heeft geen negatieve gevolgen voor het archeologische of cultuurhistorische resten indien de sloop- en graafwerkzaamheden plaatsvinden onder archeologische begeleiding. Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.12

Windhinder

3.12.1 Door Cauberg Huygen BV is, in samenwerking met Actiflow BV, in opdracht van ten Brinke Bouw B.V. voor het plan Veilingstraat in Utrecht een windstudie13 conform NEN 8100:2006 uitgevoerd op basis van berekeningen met Computational Fluid Dynamics (CFD). Uit het CFD-windhinderonderzoek blijkt dat: •

Rondom het gebouw valt het windklimaat overwegend in klasse A.

•

Het windklimaat in de Veilingstraat is overwegend klasse B. Vanwege een cornerstream een pluim met windhinderklasse C. Deze pluim bereikt gevel van de woningen aan de overzijde van de straat. Windhinderklasse C is slecht voor langdurig zitten. De buitenruimtes aan de overzijde zijn afgeschermd door een gesloten balustrade. Dit heeft een gunstig effect op het wind klimaat. Achter de balustrade is een klasse B te verwachten; ‘matig’ voor langdurig zitten.

•

Lokaal bij de zuidhoek valt het windklimaat in klasse C, dit is een ‘goed’ windklimaat voor doorlopen en ‘matig’ voor slenteren. Bij een matig windklimaat wordt af en toe overmatige windhinder ondervonden.

•

In het steegje is het windklimaat voornamelijk klasse A. Dit is gunstig voor een eventuele ingang naar de (fietsen) berging.

•

De hoofdingang is aan het plein in de zuidwestgevel gesitueerd. Klasse A en B is ‘goed’ voor een ingang. Alleen direct op de hoek van de zuidgevel is een ‘matig’ windklimaat aanwezig voor een ingang.

•

Op het plein aan de voorzijde is een windklimaat klasse A aanwezig. Dit is ‘goed’ voor een eventueel terras op het plein.

In het openbaar gebied rondom het plan is geen risico op windgevaar aanwezig. Er is geen sprake van onacceptabele windhinder. Voor het overgrote deel van het gebied is het windklimaat goed voor de beoogde functies. Op enkele locaties is het windklimaat matig. Om het windklimaat verder te verbeteren zijn in het onderstaande afbeelding mogelijke maatregelen gegeven, die lokaal een positief effect kunnen hebben op het windklimaat.

13

Cauberg Huygen, Veilingstraat te Utrecht CFD Windhinderonderzoek, Referentie: 08619-56085-06v2, Datum: 27 oktober 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

23

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

Afbeelding 6: Maatregelen ten behoeve verminderen windhinder (Bron: Cauberg Huygen)

Toelichting maatregelen: -

Om het windklimaat in de Veilingstraat te verbeteren kan dichte beplanting of een windscherm (terras afscherming) worden geplaatst. In bovenstaande afbeelding is de locatie aangegeven. Deze schermen zullen de wind richting de Veilingstraat gedeeltelijk blokkeren. De schermen kunnen geperforeerd uitgevoerd worden met een ‘open’ percentage van ten hoogste 50%.

-

Door het plaatsen van bomen op het plein wordt een deel van de zuidwestgevel afgeschermd. Hierdoor zal minder wind naar het maaiveld afstromen. Hierdoor zal het windklimaat bij de zuidhoek en in de Veilingstraat verbeteren.

-

Om het windklimaat te verbeteren bij de zuidhoek van de toren kan overwogen worden om een brede luifel boven in hoofdingang te plaatsen. Hoewel het windklimaat bij de hoofdentree goed is, kan het gebied met klasse C naast de ingang verbeterd worden door een brede luifel boven de ingang te plaatsen. De afstromende wind wordt dan opgevangen door de luifel. De wind zal niet afstromen naar het maaiveld.

3.12.2 Conclusie Voor het overgrote deel van het gebied is het windklimaat goed voor de beoogde functies. Op enkele locaties is het windklimaat matig. Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

24

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

3.13

Bezonning

3.13.1 Voor de voorgenomen ontwikkeling is getoetst wat de effecten van de ontwikkeling op bezonning zijn 14. Voor het volledige rapport wordt verwijzen naar de bijlagen van het “Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk”. Om inzicht te krijgen in het effect van de nieuwbouw op de bezonning van de woningen aan de Veilingstraat, Fruitstraat en Croeselaan zijn twee ontwerpvarianten doorgerekend. Deze twee gebouwmassa’s zijn in afbeelding 7 weergegeven. In afbeelding 7 is de gebouwmassa van Model 1 weergegeven zoals is toegestaan vanuit de afwijkingsbevoegdheid in het huidige bestemmingsplan. Dit gebouw heeft een maximale hoogte van 25 meter, gemeten vanaf het maaiveld aan de Veilingstraat. Model 2 is weergegeven in afbeelding 7 en bestaat uit een laagbouw met een hoogte van 10 meter, een middelhoog deel met een hoogte van 16 meter en een hoogte element van 37 meter hoog. Met 37 meter is dit hoogte element ook hoger dan Model 1. Echter wordt het hogere deel van het bouwvolume hier verder van de bestaande woningen aan de Veilingstraat gerealiseerd. Voor beide ontwerpvarianten is het effect op de bezonningssituatie van de omliggende woningen worden beoordeeld.

Afbeelding 7: Modellen uit bezonningsonderzoek (Bron: Cauberg Huygen)

Uit de resultaten kan worden geconcludeerd dat zowel Model 1, welke past binnen de kaders van het huidige bestemmingsplan, als Model 2 zorgt voor afname in bezonningsuren voor de woningen aan de Veilingstraat en de Fruitstraat op 19 februari. Voor de woningen aan de Croeselaan geldt echter dat deze bij beide ontwerpvarianten nauwelijks effect zullen ondervinden van de nieuwbouw. Op 21 juni geldt voor alle woningen dat deze geen of slechts een beperkte afname van bezonning zullen ervaren. De afname in bezonningsuren ten gevolge van beide modellen heeft als resultaat dat niet meer op alle gevels kan worden voldaan aan de eisen uit de Lichte TNO-norm. Bij Model 1 voldoet 55 m2 van het geveloppervlak van de woningen aan de Veilingstraat 1 tot en met 175 niet meer aan de eisen uit de Lichte TNO norm. Deze geveldelen ontvangen op 19 februari minder dan 2 uur aan zonlicht. Het onderzoek blijkt dat circa 12 woningen hierdoor niet voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Lichte TNO norm. De gemiddelde bezonningsduur op de gevel voldoet echter nog wel ruim aan de minimale eis van 2 uur zonlicht. Ook bij Model 2 ontvangen een aantal geveldelen niet voldoende zonlicht. De oppervlakte die niet voldoet is met 20 m2 echter wel een stuk kleiner dan bij Model 1.

Daarnaast zijn aan deze belemmerde geveldelen geen woningen en ramen gesitueerd, waardoor deze situatie als acceptabel wordt beschouwd. Op de geveldelen waar wel ramen van woningen zijn gelegen wordt bij Model 2 wel overal voldaan aan de eisen uit de Lichte TNO norm.

14

Cauberg Huygen, Notitie Veilingstraat te Utrecht Bezonningsonderzoek, Referentie: 08619-56085-05, Datum: 31

oktober 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

25

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

Uit het onderzoek blijkt dat voor veel van de gevels de gemiddelde toename van beschaduwing ten gevolge van Model 1 groter is dan de toename ten gevolge van Model 2. Dit is met name het geval voor de kritische gevels. Het verschil tussen de modellen wordt veroorzaakt doordat in Model 1 de hoge delen van de nieuwbouw relatief dicht bij de woningen aan de Veilingstraat en Fruitstraat gelegen zijn. In Model 2 is de afstand tussen het hoge deel van het bouwvolume en de bestaande woningen groter. Dit resulteert in een kleinere toename van beschaduwing, ondanks dat Model 2 hoger is dan Model 1. Uit deze berekening blijkt dat zowel Model 1 als Model 2 zal zorgen voor een afname van bezonningsuren op de woningen aan de Veilingstraat en Fruitstraat. Model 2 zorgt gemiddeld genomen wel voor een mindere afname van bezonningsuren dan Model 1, ondanks dat Model 2 hoger is dan het huidige bestemmingsplan toelaat (Model 1). Dit komt omdat het bouwvolume in Model 2 gunstiger is gepositioneerd dan in Model 1. De ongunstige positie van Model 1 zorgt ervoor dat een aantal woningen aan de Veilingstraat niet meer voldoen aan de minimale eis van 2 uur bezonning per dag. Ook voor Model 2 geldt dat er geveldelen zijn waar deze waarde niet behaald wordt. Echter gaat het bij Model 2 enkel om geveldelen waar geen woningen of ramen gesitueerd zijn.

Omdat ook de afname van de gemiddelde bezonningsduur per gevel bij Model 2 lager is dan bij Model 1 kan worden gesteld dat Model 2 een gunstiger effect heeft op de bezonningssituatie van de woningen in de directe omgeving dan Model 1. 3.13.2 Conclusie Ten gevolge van de planontwikkeling zal de situatie ter plaatse voor wat betreft bezonning anders worden dan in de huidige situatie het geval is. Uit de bezonningsstudie volgt dat voor het plangebied wordt voldaan aan de lichte TNO-norm. Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.14

Geur

Binnen het plangebied is er geen sprake van industriële geurhinder. Met de ontwikkeling worden er geen geurhinderlijke functies mogelijk gemaakt. Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.15

Externe veiligheid

3.15.1 De locatie bevindt zich op ongeveer 300 meter van het doorgaande spoor. De locatie bevindt zich niet binnen een veiligheidsafstand of plasbrandaandachtsgebied. Dit betekent dat er vanuit het oogpunt van externe veiligheid geen belemmeringen zijn voor de locatie en aanvullende voorschriften om te beschermen tegen de effecten van een plasbrand niet nodig zijn. Aanvullend onderzoek naar het groepsrisico is niet nodig, omdat het plangebied op meer dan 200 meter van het spoor ligt. Het maatgevend scenario voor het plangebied zijn een explosie of het vrijkomen van giftige of schadelijke gassen. Het explosiescenario treedt in veel gevallen snel op en is lastig te bestrijden. Inzet zal vooral gericht zijn op het bestrijden van secundaire branden. De totale bluswatercapaciteit wordt voor de bestrijding van een (dreigend) zwaar ongeval op het spoor als voldoende beschouwd. De locatie is via de Croeselaan en de veilinghavenkade vanuit meerdere richtingen goed te bereiken. Aanwezigen zullen over het algemeen voldoende zelfredzaam zijn om zich in veiligheid te brengen in geval van een incident, dit is mogelijk in meerdere richtingen van het spoor af gericht. Mochten er bij een incident schadelijke of giftige gassen vrijkomen zal geadviseerd worden om binnen te blijven en ramen en deuren te sluiten.

Mechanische ventilatie dient hierbij afgesloten te worden, het is daarom belangrijk dat gebruikers worden geïnformeerd over de werking van deze ventilatie. De Veiligheidsregio Utrecht heeft in haar advies van 5 oktober15 geadviseerd om bij uitwerking van de plannen;

15

Veiligheidsregio Utrecht, Advies voorontwerpbestemmingsplan Veilingstraat 10, Utrecht, Datum: 5 oktober 2023,

Kenmerk: 2023-016643

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

26

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

•

Vluchtmogelijkheden van het spoor af gericht richting de Veilinghaven te realiseren;

•

De BHV organisatie te laten oefenen met het scenario waarbij zich een incident met gevaarlijke stoffen voordoet op het spoor;

•

Te communiceren over de risico's van het transport van gevaarlijke stoffen en handelingsperspectieven;

•

Het definitieve ontwerp voor te leggen aan de veiligheidsregio zodat zij kan adviseren in het kader van operationele voorbereiding op gebouwniveau.

3.15.2 Conclusie Voor het plangebied is alleen het transport van gevaarlijke stoffen over het doorgaande spoor relevant. Gezien de relatief grote afstand legt dit risico geen beperkingen op voor de ontwikkeling van dit plan. Geconcludeerd wordt dat er geen belangrijke nadelige milieugevolgen zullen optreden.

3.16

Maatregelen

3.16.1 Mitigerende maatregelen Voor wat betreft windhinder zijn er mitigerende maatregelen om de overlast van windhinder te verminderen. Hierna worden kort de maatregelen beschreven. Voor het overige wordt verwezen naar het uitgevoerde onderzoek van Cauberg Huygen16 en paragraaf 3.12 van voorliggende aanmeldnotitie. Toelichting maatregelen: -

Om het windklimaat in de Veilingstraat te verbeteren kan dichte beplanting of een windscherm (terras afscherming) worden geplaatst. In afbeelding 6 is de locatie aangegeven. Deze schermen zullen de wind richting de Veilingstraat gedeeltelijk blokkeren. De schermen kunnen geperforeerd uitgevoerd worden met een ‘open’ percentage van ten hoogste 50%.

-

Door het plaatsen van bomen op het plein wordt een deel van de zuidwestgevel afgeschermd. Hierdoor zal minder wind naar het maaiveld afstromen. Hierdoor zal het windklimaat bij de zuidhoek en in de Veilingstraat verbeteren.

-

Om het windklimaat te verbeteren bij de zuidhoek van de toren kan overwogen worden om een brede luifel boven in hoofdingang te plaatsen. Hoewel het windklimaat bij de hoofdentree goed is, kan het gebied met klasse C naast de ingang verbeterd worden door een brede luifel boven de ingang te plaatsen. De afstromende wind wordt dan opgevangen door de luifel. De wind zal niet afstromen naar het maaiveld.

3.16.2 Nader onderzoek Op basis van de bovenstaande aspecten kan geconcludeerd worden dat, behoudens waar voor bodem na sloop van de huidige opstallen nader onderzoek moet worden uitgevoerd, er geen belemmeringen zijn voor de ontwikkeling van dit plan.

16

Cauberg Huygen, Veilingstraat te Utrecht CFD Windhinderonderzoek, Referentie: 08619-56085-06v2, Datum: 27 oktober 2023

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

27

Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht

HOOFDSTUK 4

CONCLUSIE

Uit de informatie in deze aanmeldnotitie blijkt dat het plangebied niet is gelegen in kwetsbaar gebied en/of gebied met een beschermde status. Verder leiden de aard en omvang van het project niet tot belangrijke nadelige milieugevolgen. Het bevoegd gezag zal een besluit nemen of het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk is.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

28

Utrecht

Bijlage 6

m.e.r.-beoordelingsbesluit

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)

51

Ontwikkelorganisatie Ruimte Duurzame Stad Omgevingsrecht Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/

Ten Brinke Vastgoedontwikkeling B.V. Ravenswade 4 t.a.v. Per mail:

tenbrinke.com

Behandeld door

Datum

6 november 2023

Doorkiesnummer

Ons kenmerk

11819868 / 11825919

Onderwerp

m.e.r.-beoordelingsbesluit

E-mail Bijlage(n)

utrecht.nl 1

Uw kenmerk

Verzonden

Uw brief van

Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden

Beste heer Wij hebben de eerste versie van uw aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling ontvangen op 6 september 2023 voor het project ‘Veilingstraat 10’. U heeft deze aangevuld en de definitieve versie hebben wij ontvangen op 3 november 2023 (zaaknummer: 11819868). Uw project Het initiatief op het perceel aan de Veilingstraat 10 betreft de ontwikkeling van een appartementencomplex met een commerciële/maatschappelijke plint. Het plangebied bestaat uit een bedrijfslocatie met een bedrijfsgebouw en erfverharding. De bedrijfsactiviteiten op de locatie zijn beëindigd en de bebouwing in het plangebied wordt gesloopt. In de te realiseren nieuwbouw is op de begane grond ruimte voor ongeveer 350 m2 maatschappelijke of commerciële functies. Verder worden 110 appartementen gerealiseerd verdeeld over 11 verdiepingen. De appartementen komen toe aan de sociale huursector. Het project is opgenomen in onderdeel D categorie 11.2 "Aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject" van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het project blijft onder de drempelwaarden die bij deze categorie in het Besluit m.e.r. is opgenomen.

M.e.r.-beoordelingsbesluit Wij hebben uw aanmeldnotitie beoordeeld en besluiten hierover het volgende: Uit uw aanmeldnotitie blijkt dat, op basis van toetsing aan de criteria zoals opgenomen in bijlage III van het besluit-m.e.r., er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Wij zijn het eens met deze conclusie. Er is daarom geen m.e.r.-procedure nodig, er hoeft er geen milieueffectrapport opgesteld te worden. Daarnaast blijkt uit de aanmeldnotitie dat het project geen significant effect op beschermde natuurgebieden (Natura2000) heeft. Tot slot Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is onderdeel van het (ontwerp) bestemmingsplan. Belanghebbenden kunnen tijdens de procedure van het bestemmingsplan hun reactie geven op het m.e.r.-beoordelingsbesluit. Wilt u meer weten over de procedure van het bestemmingsplan en wie op welk moment kan reageren? Kijk op utrecht.nl/bestemmingsplan. Als u nog vragen heeft over dit m.e.r.-beoordelingsbesluit, kunt u contact opnemen met de heer m.e.r.-coördinator.

Datum Ons kenmerk

6 november 2023

11819868 / 11825919

Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Utrecht, Mevrouw Teamcoördinator Omgevingsrecht Ontwikkelorganisatie Ruimte

op 08-11-2023

Dit document is elektronisch aangemaakt, hierdoor staat er geen geschreven handtekening in de brief. Bijlage 1 Aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht, november 2023

2/2

5 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlage 7

Memo aanmeldnotitie

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)

55

Herziening onderzoeken vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht 10 Oktober 2024

Herziening luchtkwaliteit en stikstofonderzoek vormvrije m.e.r.-beoordeling Veilingstraat 10, Utrecht In november 2023 is er door BJZ.nu een aanmeldnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling opgesteld voor het initiatief aan de Veilingstraat 10 in Utrecht. Dit initiatief behelst een woningbouwontwikkeling van 110 woningen en een commerciële/maatschappelijke plint. Een gewijzigde invulling van de plint heeft geleid tot een nieuwe verkeerssituatie. Voorliggende notitie beschrijft de effecten van een verandering betreffende het aantal verkeersbewegingen. Dit heeft geleid tot een herberekening van de onderzoeken naar luchtkwaliteit en stikstofdepositie. Het verwachte aantal extra verkeersbewegingen door voorgenomen ontwikkeling is verhoogd van 125,43 naar 154,68 verkeersbewegingen per etmaal. In onderstaande tabel is het herziene aantal verkeersbewegingen weergeven. Hierdoor is zijn de onderzoeken naar de luchtkwaliteit en stikstofdepositie herzien. Appartementen

Aantal

pp norm

vkgen/pp

Omrekenfactor naar werkdag

vkgen per werkdag

80m2 - 130m2

43

0,53

1,6

1,11

40,48

55-80m2

61

0,51

1,6

1,11

55,25

<55m2

6

0,28

1,71

1,11

3,19

subtotaal

98,92

Functie

Eenheid m2 BVO

pp norm

vkgen/pp

Omrekenfactor naar werkdag

vkgen per werkdag

Restaurant

2,8

2

5,83

1

32,65

Arts/maatschap/therapeut

4

0,53

8,2

1,33

23,12

subtotaal

55,77

Totaal vkgen per werkdag

154,68

/consultatiebureau

Luchtkwaliteit Via de NIBM-tool berekening is onderzocht of de nieuwe verkeerssituatie wel of niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Uit deze herberekening blijkt dat de nieuwe situatie eveneens 'niet in betekenende mate bijdraagt' aan luchtverontreiniging. Vervolgonderzoek naar de effecten op de luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. Stikstofberekening Via de AERIUS calculator 2024 is de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden onderzocht met betrekking tot de nieuwe verkeerssituatie. Uit deze herberekening blijkt dat de verhoging van het aantal verkeersbewegingen niet tot een stikstofdepositie leidt met een significant effect op Natura 2000-gebieden. Conclusie De verhoging van het aantal verkeersbewegingen heeft geen invloed op de resultaten van de onderzoeken naar luchtkwaliteit en stikstofdepositie. Het nieuwe aantal verkeersbewegingen leidt niet tot significante nadelige milieugevolgen. Hierdoor is een aanpassing van de opgestelde vormvrije m.e.r.-beoordeling voor het project aan de Veilingstraat 10 in Utrecht niet noodzakelijk.

BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies

Utrecht

Bijlage 8 Akoestisch onderzoek wegverkeer

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Veilingstraat 10, Dichterswijk" (vastgesteld)

57

Veilingstraat 10 in Utrecht Akoestisch onderzoek wegverkeer

Opdrachtgever Contactpersoon De heer Kenmerk R003_02_L230824 Versie 02 Datum 24 oktober 2023 Auteur

Kelvinbaan 40, 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

Inhoudsopgave

1

Inleiding ..................................................................................................................................... 5

2

Uitgangspunten ......................................................................................................................... 7 2.1

Gehanteerde gegevens ................................................................................................................................. 7

2.2

Wettelijk kader .................................................................................................................................................. 7

2.3

2.2.1

Onderzoeksgebied.......................................................................................................................... 7

2.2.2

Bouwenvelop Veilingstraat 10 ................................................................................................... 8

2.2.3

Wet geluidhinder ............................................................................................................................. 8

2.2.4

Gemeentelijk geluidbeleid ........................................................................................................... 9

Berekeningen..................................................................................................................................................... 9 2.3.1

3

4

Rekenmethode en rekenmodel ................................................................................................. 9

Rekenresultaten .......................................................................................................................12 3.1

Toetsing aan de Wet geluidhinder ......................................................................................................... 12

3.2

Toetsing gemeentelijk geluidbeleid ....................................................................................................... 14

3.3

30km/u-weg .................................................................................................................................................... 15

3.4

Gecumuleerde geluidbelasting ................................................................................................................ 17

3.5

Aan te vragen hogere waarden................................................................................................................ 18

Conclusie ..................................................................................................................................19

Bijlagen Bijlage I

Wettelijk kader

Bijlage II

Wegverkeergegevens

Bijlage III Rekenresultaten

2 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Samenvatting akoestisch onderzoeksrapport Wat hebben we onderzocht? We hebben een akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidbelasting vanwege wegverkeer op de gevels van 100 - 110 nieuw te realiseren woningen aan de Veilingstraat 10 in Utrecht. >> Inleiding Waarom hebben we dat onderzocht? In het kader van de activiteit “afwijken bestemmingsplan” doen we in dit onderzoek verslag van de geluidbelasting op de gevels vanwege alle akoestisch relevante (gezoneerde) geluidbronnen. Het betreft de Croeselaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening maken we de geluidbelasting inzichtelijk vanwege omliggende 30km/u-wegen Veilingstraat, Veilinghavenkade, Fruitstraat, Van Zijstweg en de Voorsterbeeklaan. De 100 - 110 nieuwe woningen toetsen we aan de Wet geluidhinder, het gemeentelijk geluidbeleid van Utrecht en de ambitiewaarde uit hoofdstuk 5 van de Bouwenvelop Veilingstraat 10. >> Uitgangspunten Hoe hebben we dat onderzocht? We hebben de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gevels van de nieuwe woningen bepaald met behulp van Standaard Rekenmethode II. We berekenden dit met het programma Geomilieu versie 2023.1. >> Uitgangspunten Wat zijn de resultaten? Uit de berekeningen blijkt dat de geluidbelasting vanwege de Croeselaan hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB. De hoogst, berekende geluidbelasting is 50 dB na toepassing van 5 dB aftrek.

De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. De hoogst, berekende geluidbelasting vanwege de 30 km/u-wegen is 52 dB na toepassing van 5 dB aftrek. >> Rekenresultaten Wat betekenen de resultaten van het onderzoek? De berekende geluidbelasting vanwege de Croeselaan is hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de noordoostgevels van nieuwe woningen. Geluidbeperkende maatregelen voor de Croeselaan zijn een optie, dus kan door de gemeente verder onderzocht worden of er sprake is van verkeerskundige, financiële en/of praktische bezwaren. Paragraaf 3.5 geeft een overzicht van de aan te vragen hogere waarden weer.

3 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

We adviseren in een vervolgonderzoek om de geluidwerende gevelvoorzieningen af te stemmen op basis van de gecumuleerde geluidbelasting vanwege wegverkeer. Aan de zuidwestgevel komt er een buitenterras behorende bij de horeca in de plint en is de berekende geluidbelasting vanwege wegverkeer laag. We adviseren om de geluidwerende gevelvoorzieningen van deze gevel van deze gevel af te stemmen op basis van de berekende geluidbelastingen uit rapportage R004_01_L230824_Akoestisch onderzoek stemgeluid nieuw terras. Hiermee worden toekomstige bewoners beter beschermd tegen het omgevingslawaai. >> Conclusie

4 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

1

Inleiding

Onze opdracht In opdracht van

BV uit Nieuwegein heeft LBP|SIGHT een akoestisch onderzoek

wegverkeer gedaan met betrekking tot de voorgenomen ontwikkeling van 100 - 110 woningen aan de Veilingstraat 10 in Utrecht. In het kader van de activiteit “afwijken bestemmingsplan” doen we in dit onderzoek verslag van de geluidbelasting op de gevels vanwege alle akoestisch relevante (gezoneerde) geluidbronnen. Het betreft de Croeselaan. In het kader van een goede ruimtelijke ordening maken we de geluidbelasting inzichtelijk vanwege omliggende 30km/u-wegen Veilingstraat, Veilinghavenkade, Fruitstraat, Van Zijstweg en de Voorsterbeeklaan. De 100 - 110 nieuwe woningen toetsen we aan de Wet geluidhinder, het gemeentelijk geluidbeleid van Utrecht en de ambitiewaarde uit hoofdstuk 5 van de Bouwenvelop Veilingstraat 10. Met de komst van deze rapportage vervalt het rapport met kenmerk R001_01_L230824_Akoestisch onderzoek wegverkeer van 30 augustus 2023. Het project Aan de Veilingstraat 10 is een appartementencomplex voorzien met 100 - 110 woningen en in de plint horeca in combinatie met een maatschappelijke functie. Figuur 1.1 geeft de locatie weer van de planlocatie binnen de rode cirkel. De bestaande bedrijfshal wordt gesloopt.

Figuur 1.1 Huidige situatie | Bron: Cyclomedia 2022

5 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Er worden tussen de 100 en 110 woningen met een woninggrootte tussen de circa 50 en 70 m² GBO gerealiseerd die voor 100% in de sociale huur vallen met als beoogde doelgroep ouderen en starters. In de plint komt er een gecombineerde sociaalmaatschappelijke en commerciële invulling. Ten aanzien van het commerciële deel zal de voorkeur uitgaan naar een horecafunctie met buitenterras. In de rapportage R004_01_L230824_Akoestisch onderzoek stemgeluid nieuw terras wordt er in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geluidniveaus vanwege stemgeluid op het nieuw terras inzichtelijk gemaakt voor bestaande en de nieuwe woningen in dit project. Figuur 1.2 geeft een impressie weer van de nieuwbouw, oriëntatie vanaf de Veilinghaven.

Figuur 1.2 Impressie nieuwbouw

6 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

2

Uitgangspunten

2.1

Gehanteerde gegevens

Voor dit onderzoek hebben we gebruikgemaakt van de volgende documenten: -

20221115_Panelen-inloopavond-Veilingstraat-A0_def_gecomprimeerd, ontvangen op 17 juli van

-

Bouw BV uit Nieuwegein.

Bouwenvelop Veilingstraat 10, definitief, juni 2023, opgesteld door Vastgoedontwikkeling B.V.

2.2

Wettelijk kader

2.2.1

Onderzoeksgebied

Wegverkeer Figuur 2.1 geeft de locatie van de beoogde nieuwbouw weer binnen de rode cirkel. De kortste afstand van de nieuwbouw tot de Croeselaan bedraagt circa 50 meter. De nieuwbouw ligt binnen de van toepassing zijnde geluidzone (zie bijlage I Wettelijk kader). Daarom moet de geluidbelasting bepaald worden.

Figuur 2.1 Huidige situatie en omliggende wegen

7 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

30km/u-wegen Niet-gezoneerde 30 km/u-wegen worden niet getoetst aan de Wet geluidhinder. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt de geluidbelasting inzichtelijk gemaakt van de Veilingstraat, Veilinghavenkade, Fruitstraat, Van Zijstweg en de Voorsterbeeklaan. Deze wegen bevinden zich binnen circa 20 meter en zorgen voor een geluidbelasting op de gevels van de nieuwbouw. De Van Zijstweg bevindt zich op circa 190 meter van de projectlocatie en kent veel motorvoertuigen per etmaal en wordt voor een deel niet afgeschermd tussen de weg en projectlocatie. Om deze reden is deze 30km/u-weg ook beschouwd. Railverkeer De spoorlijn Utrecht- Arnhem ligt op circa 330 meter van de planlocatie. Het geluidproductieplafond van het spoor ter plaatse van de projectlocatie is 60,1 dB. Dit betekent dat de breedte van de geluidzone van het spoor 200 meter is. De projectlocatie bevindt zich op circa 330 meter, dus er hoeft geen akoestisch onderzoek vanwege railverkeer uitgevoerd te worden. 2.2.2

Bouwenvelop Veilingstraat 10

In de ‘Bouwenvelop Veilingstraat 10, definitief, Juni 2023‘ (vastgesteld door de gemeente Utrecht) beschrijft de kaders voor de ontwikkeling op deze locatie. In hoofdstuk 5 Onderzoek en haalbaarheid van de Bouwenvelop wordt verwezen naar de Nota Volksgezondheid (‘Gezondheid voor Iedereen’, Volksgezondheidbeleid 2019-2022) waarin getoetst wordt aan de ambitiewaarde van een geluidbelasting vanwege wegen van 63 dB (zonder aftrek). Concreet betekent dit 5 dB lager/strenger dan de wettelijke grenswaarde uit de Wet geluidhinder, dus 58 dB na aftrek van 5 dB vanwege één weg. 2.2.3

Wet geluidhinder

In de zin van de Wet geluidhinder is met betrekking tot de Croeselaan sprake van nog te bouwen woningen die nog niet zijn geprojecteerd in stedelijk gebied langs een bestaande weg. De zogenoemde voorkeursgrenswaarde voor de geluidbelasting op de gevels van de woningen bedraagt 48 dB voor iedere weg afzonderlijk. Op grond van artikel 83 lid 2 Wet geluidhinder bedraagt voor iedere weg afzonderlijk de maximale ontheffingswaarde van 63 dB. Geluidbeperkende maatregelen Als de geluidbelasting vanwege een weg hoger is dan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB moeten in principe maatregelen worden getroffen om de geluidbelasting terug te brengen tot die waarde. Hierbij hanteert de Wet geluidhinder de volgende volgorde van voorkeur: -

maatregelen bij de bron (het aanbrengen van een geluidreducerend wegdek, het reduceren van de verkeersintensiteit of het verlagen van de snelheid);

-

maatregelen in de overdracht (het situeren van niet-geluidgevoelige bebouwing tussen de bron en de ontwikkeling of het plaatsen van een geluidscherm of geluidwal);

-

maatregelen bij de ontvanger.

8 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Hogere waarde Als de hiervoor genoemde maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of als deze overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard ontmoeten, kan bij de gemeente Utrecht een zogenoemde 'hogere waarde' voor de geluidbelasting op een gevel aangevraagd worden tot ten hoogste de maximale ontheffingswaarde. De maximale ontheffingswaarde bedraagt 63 dB per weg. Cumulatie De Wet geluidhinder verplicht bij verlening van een hogere waarde de cumulatie van verschillende geluidbronnen in beeld te brengen. De hogere waarde wordt niet verleend als de gecumuleerde geluidbelasting leidt tot een (naar het oordeel van B en W) onaanvaardbare geluidhinder. De cumulatieberekening wordt alleen uitgevoerd als sprake is van een relevante blootstelling aan verscheidene geluidbronnen. Dit is het geval als de zogenoemde voorkeursgrenswaarde van 48 dB vanwege wegverkeer wordt overschreden. 2.2.4

Gemeentelijk geluidbeleid

Volgens het beleid van de gemeente Utrecht moet voor de toekenning van een hogere waarde aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Door deze voorwaarden wordt een leefbare woonsituatie gerealiseerd. Overeenkomstig de indelingseisen van de gemeente moet voor de toekenning van een hogere waarde voor de geluidbelasting op de gevel voldaan worden aan de volgende voorwaarden: -

Per woning moet ten minste één geluidluwe gevel aanwezig zijn. Dit is een gevel waarop de geluidbelasting niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, vanwege elke bron afzonderlijk. In sommige (en aangewezen) gebieden is de geluidluwe gevel een gevel waarop de geluidbelasting ten minste 10 dB lager is dan de vast te stellen hogere waarde.

-

Per woning wordt ten minste 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van het oppervlak van het verblijfsgebied aan een geluidluwe gevel gesitueerd.

-

De buitenruimte wordt gesitueerd aan de gevel met een geluidbelasting van ten hoogste 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde, vanwege elke bron afzonderlijk.

Van de gemeentelijke geluideisen kan worden afgeweken, als er fundamentele en gemotiveerde bezwaren van stedenbouwkundige, volkshuisvestelijke of milieuhygiënische aard zijn.

2.3

Berekeningen

2.3.1

Rekenmethode en rekenmodel

De geluidbelasting hebben we bepaald op basis van het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 (volgens artikel 110d Wet geluidhinder). In de onderhavige situatie hebben we de geluidbelasting bepaald met behulp van Standaard Rekenmethode II overeenkomstig Geomilieu versie 2023.1. Van het onderzoeksgebied hebben we een driedimensionaal rekenmodel gemaakt.

9 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Gebouwen In totaal bestaat de ontwikkeling tussen de 100 en 110 woningen in een woongebouw. Figuur 2.2 geeft een verbeelding weer van het nieuwe bestemmingsplan waar het aantal bouwlagen in de oranje blokken is weergegeven. De hoogte van de nieuwbouw aan de Croeselaanzijde is maximaal drie lagen (blauwe pijn). De hoogte van de nieuwbouw aan de Veilingstraat is 16 meter en bestaat uit maximaal vijf bouwlagen (groene pijl). Het hoogteaccent bestaat uit maximaal 12 bouwlagen (37 meter hoog, zie rode pijl). De begane grond heeft een hoogte van 4 meter. Voor de overige bouwlagen hebben we 3 meter per bouwlaag aangehouden.

Figuur 2.2 Verbeelding nieuw bestemmingsplan Alle bebouwing hebben we gemodelleerd met een reflectiepercentage voor de gevels van 80%, zoals voor normale situaties is voorgeschreven. Bij de berekening van de geluidbelasting hebben we rekening gehouden met de aanwezigheid van de bestaande bebouwing. Rekenpunten De toekomstige geluidbelasting hebben we bepaald voor een aantal representatief te achten rekenpunten op 1,5 meter boven vloerniveau. Dit betekent dat de rekenpunten zijn gemodelleerd op 1.5, 5.5, 8.5, 11.5, 14.5, 17.5, 20.5, 23.5, 26.5, 29.5, 32.5 en 35.5 meter boven maaiveld.

10 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Wegen De wegverkeergegevens van de wegen zijn opgegeven door de gemeente Utrecht. Als basis voor de berekening van de geluidbelasting zijn de prognoses voor het wegverkeer in het jaar 2033 beschouwd. Dat jaar wordt representatief geacht voor de bepaling van de toekomstige geluidbelasting. Alle gebruikte verkeersgegevens zijn gespecificeerd in bijlage II. Bodemgebied In het rekenmodel is rekening gehouden met harde, reflecterende bodems, zoals wegen en parkeerplaatsen en akoestisch absorberende bodems, zoals grasvlakken (bodemdemping 1,0). De aanwezige groene bodemvlakken betreffen akoestisch absorberende bodems. De standaard bodemfactor van het model is 0. Dit komt overeen met een harde, reflecterende bodem. Geometrie Figuur 2.3 geeft een tweedimensionaal modeloverzicht. Figuur 2.4 geeft een driedimensionaal modeloverzicht weer. Binnen de rode cirkel is de ontwikkeling van 100 – 110 woningen weergegeven. De Croeselaan ligt circa 1,1 meter lager dan de Veilinghavenkade. Dit betreft geen relevant hoogteverschil voor de berekeningen die gemaakt zijn. In het onderzoeksgebied zijn verder nabij de ontwikkeling geen relevante hoogteverschillen aanwezig.

Figuur 2.3

Figuur 2.4

Tweedimensionaal modeloverzicht

Driedimensionaal modeloverzicht

11 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

3

Rekenresultaten

3.1

Toetsing aan de Wet geluidhinder

Bijlage III geeft alle rekenresultaten weer van paragraaf 3.1, 3.2 en 3.4. Figuur 3.1 geeft de hoogst, berekende geluidbelasting weer vanwege de Croeselaan na toepassing van 5 dB aftrek. De hoogst, berekende geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Croeselaan is 50 dB na toepassing van de wettelijke aftrek en is berekend op de noordwestgevel van het woongebouw. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde van 48 dB met ten hoogste 2 dB overschreden. De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Er wordt voldaan aan de ambitiewaarde zoals opgenomen in de Bouwenvelop van 58 dB na toepassing van 5 dB aftrek.

Figuur 3.1 Hoogst berekende geluidbelasting vanwege de Croeselaan na toepassing van 5 dB aftrek

12 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Geluidbeperkende maatregelen Geluidbeperkende maatregelen kunnen getroffen worden om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. De gemeente Utrecht kan een hogere waarde voor de geluidbelasting op de gevels vaststellen, als hieronder beschreven geluidbeperkende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren van stedenbouwkundige, verkeerskundige, technische en/of financiële aard ontmoeten. Geluidreducerend wegdek Het aanbrengen van bijvoorbeeld Dunne deklagen A of B geeft bij een snelheid van 50 km/u voor lichte voertuigen een reductie van de geluidbelasting van 3 à 4 dB. Voor zware voertuigen is de geluidreductie 1 à 2 dB. Deze afname is voldoende om voor de nieuwbouw de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Echter, een geluidreducerend wegdek aanbrengen voor slechts enkele woningen zullen financiële bezwaren met zich meebrengen. Tevens moet er een geluidreducerend wegdek worden aangebracht op het kruispunt Croeselaan/Veilinghaven. Dit leidt tot technische bezwaren door het wringende verkeer dat op kruispunten aanwezig is. Geluidscherm Voor een voldoende geluidafschermende werking moeten geluidschermen een hoogte hebben die een relatie heeft met de hoogte van de achterliggende bebouwing.

Om in de onderhavige situatie de hogere bouwlagen te beschermen zou een scherm met een hoogte van meer dan 3 meter langs de Croeselaan geplaatst moeten worden. Een dergelijk hoog scherm vormt in de onderhavige situatie een stedenbouwkundig en architectonisch ongewenste barrière. Tevens kunnen zich verkeersgevaarlijke situaties voordoen nabij de kruising Croeselaan/Veilingstraat (belemmering zicht). Bovendien is het realiseren van een gesloten geluidscherm praktisch onmogelijk in een stedelijk gebied. Verlagen snelheid Door het verlagen van de maximumsnelheid van 50 naar 30 km/u is de Croeselaan niet gezoneerd in de zin van de Wet geluidhinder. Geluidgevoelige objecten die langs een niet-gezoneerde weg zijn gelegen, hoeven niet in een akoestisch onderzoek betrokken te worden. De weg betreft een (doorgaande) ontsluitingsweg waar een goede doorstroming van het verkeer gewenst is. Om deze in te richten als 30 km/u-zone, zouden snelheidsbeperkende voorzieningen gerealiseerd moeten worden die de doorstroming van het verkeer juist zouden belemmeren. Het is een mogelijkheid om de maximale snelheid van de Croeselaan te verlagen. Echter, dit moet in een verkeersbesluit worden vastgesteld. Door het verlagen van de snelheid neemt de geluidbelasting met circa 2 dB af.

Hierdoor zal de geluidbelasting zonder toepassing van de aftrek circa 53 dB zijn en er dus voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde als de kaders van de Wet geluidhinder gevolgd worden.

13 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Conclusie geluidbeperkende maatregelen Bij dit project zijn geluidbeperkende maatregelen voor de Croeselaan een optie. De maatregelen zoals het realiseren van een geluidreducerend wegdek en/of het verlagen van de snelheid zorgen ervoor dat de voorkeursgrenswaarde niet overschreden worden. Echter, het realiseren van een geluidreducerend wegdek zal voor een project met 100 - 110 woningen tot financiële bezwaren leiden en zijn er technische bezwaren. Het verlagen van de snelheid voor de Croeselaan (zoals de Van Zijstweg) behoort tot een mogelijk geluidbeperkende maatregel. Voordat een eventueel verkeersbesluit wordt genomen, moeten verkeerskundigen een afweging maken of de snelheidsverlaging tot de mogelijkheden behoort en of de maatregel geen verkeerskundige, technische, praktische en/of financiële bezwaren kent. De gemeente Utrecht kan in dit geval een hogere waarde voor de geluidbelasting vaststellen. Echter, er zijn voorwaarden vanuit het gemeentelijke geluidbeleid waaraan voldaan moet worden.

3.2

Toetsing gemeentelijk geluidbeleid

Volgens het beleid van de gemeente Utrecht moet voor de toekenning van een hogere waarde aan een aantal voorwaarden worden voldaan. Geluidluwe gevel (voorkeursgrenswaarde) De voorkeursgrenswaarde van 48 dB wordt ten hoogste met 2 dB overschreden. Voor in totaal 14 woningen waar een overschrijding van 48 dB plaatsvindt, moet er sprake zijn van een geluidluwe gevel. Figuur 3.2 geeft een deel van de plattegrond weer van de tweede verdieping. Waar een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde optreedt, is de gevel oranje weergegeven. Bij woningen waar een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde optreedt, is een geluidluwe (groene) gevel aanwezig. Voor de woningen waar we de gevels geen kleur hebben gegeven, wordt er ook voldaan aan de voorwaarden uit het gemeentelijk geluidbeleid aangezien de voorkeursgrenswaarde niet wordt overschreden.

14 R003_02_L230824 | 24 oktober 2023

Figuur 3.2 Deelplattegrond tweede verdieping geluidbelaste (oranje) en geluidluwe (groen) gevels Geluidluwe buitenruimte (voorkeursgrenswaarde+5 dB) Omdat de berekende geluidbelasting vanwege de Croeselaan lager is dan 53 dB na toepassing van 5 dB aftrek, wordt ook direct voldaan aan de eis van een geluidluwe buitenruimte. Conclusie toetsing geluidbeleid Er wordt zondermeer voldaan aan de voorwaarden die zijn opgenomen in het gemeentelijk geluidbeleid van Utrecht.

3.3

30km/u-weg

Bij de vaststelling van ruimtelijke besluiten, zoals een bestemmingsplan of het verlenen van een omgevingsvergunning, moet de gemeente (B en W) in het kader van een goede ruimtelijke ordening onder meer beoordelen of er sprake is van een goed woon- en leefklimaat. Figuur 3.3 geeft de hoogst, berekende geluidbelasting weer vanwege 30km/u-wegen. De berekende geluidbelasting is ten hoogste 57 dB zonder aftrek.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=92a85a46-c9bd-4042-a77f-6bd619239c60