CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Papendorp, toelichting, regels en bijlagen

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 7 maart 2024, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Papendorp41.038 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het realiseren van een terras bij een horecagelegenheid, als wordt aangetoond dat het langtijdgemiddelde geluidniveau ten gevolge van stemgeluid van het terras samen met het stemgeluid van andere terrassen, op de gevels van omliggende geluidsgevoelige functies niet meer is dan 55 dB(A) voor de dagperiode (7-19 uur), 50 dB(A) voor de avondperiode (19-23 uur) en 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur). 14.3.4 Omgevingsvergunning trambaan 1. Het is ter plaatse van de aanduiding 'openbaar vervoer' verboden om zonder omgevingsvergunning een trambaan aan te leggen en te gebruiken. 2. De omgevingsvergunning onder 1 wordt verleend als met een onderzoek wordt aangetoond dat: a. de geluidsbelasting op geluidgevoelige functies die door het gebruik van de trambaan vermeerderd met het geluid van overig verkeer op dezelfde weg wordt veroorzaakt, de door burgemeester en wethouders op grond van de Wet geluidhinder vastgestelde hogere waarde niet overschrijdt; en b. in bestaande gebouwen geen onevenredige trillingshinder optreedt. Trillingshinder is niet onevenredig als voor de aanwezige gebouwfuncties voldaan wordt aan de streefwaarde voor de trillingssterkte Vmax voor 'nieuwe situaties' uit de Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch (SBR-B). c.

als blijkt dat niet doelmatig en niet kosteneffectief aan onderdeel b kan worden voldaan, als het gaat om de maximale trillingssterkte Vmax, kunnen burgemeester en wethouders de omgevingsvergunning toch verlenen als aan de volgende voorwaarden wordt voldaan: uit onderzoek blijkt dat voor de aanwezige gebouwfuncties de streefwaarden voor 'bestaande situaties' uit de Richtlijn deel B van Stichting Bouwresearch niet worden overschreden; e n alle doelmatige en kosteneffectieve maatregelen worden getroffen om de trillingssterkte te verminderen.

Artikel 15 15.1

Verkeer - Parkeergarage

Doel van de functie

Locaties met de functie 'Verkeer - Parkeergarage' zijn bedoeld voor een parkeergarage. De leden 15.2 tot en met 15.4 bevatten de regels die gelden voor deze functie.

2 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

15.2 1. 2. 3. 4.

Activiteiten en voorzieningen die zijn toegestaan

een gebouwde parkeergarage; aan de parkeergarage ondergeschikte en daarmee samenhangende kantoorruimte, zoals een beheerdersruimte; ter plaatse van de aanduiding 'maatschappelijk': maatschappelijke voorzieningen; de bij de bestemming behorende verkeers- en groenvoorzieningen, nutsvoorzieningen, water, tuinen, erven en kunstwerken, waaronder duikers, bruggen en faunapassages.

15.3

Regels voor bouw- en gebruiksactiviteiten

15.3.1 Gebouwen 1. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. 2. Het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag niet meer zijn dan met de aanduiding is aangegeven. 3. De bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte (m)' mag niet hoger zijn dan met de aanduiding is aangegeven. 15.3.2 Bouwwerken, die geen gebouwen zijn 1. De bouwhoogte van bouwwerken, die geen gebouwen zijn, mag niet hoger zijn dan 3 meter. 2. In afwijking van de regel onder 1, mag de bouwhoogte van palen en masten niet hoger zijn dan 6 meter. 15.4

Activiteiten die niet mogen

De volgende activiteiten en voorzieningen zijn in ieder geval verboden: 1.

opslag, anders dan tijdelijke opslag in verband met het bouwen, van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter op onbebouwde gronden.

Artikel 16 16.1

Verkeer - Verblijfsgebied

Doel van de functie

Locaties met de functie 'Verkeer - Verblijfsgebied' zijn bedoeld voor verblijf in de openbare ruimte, gemotoriseerd verkeer, langzaam verkeer, groen en water. De leden 16.2 en 16.3 bevatten de regels die gelden voor deze functie. 16.2 1. 2. 3. 4. 5. 6.

Activiteiten en voorzieningen die zijn toegestaan

verkeers- en verblijfsgebied voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer; water, waterbeheer en waterberging; groenvoorzieningen; speelvoorzieningen; nutsvoorzieningen; voorzieningen die bij de bestemming horen zoals verkeers-, parkeer- en groenvoorzieningen, fietsenstallingen, kunstwerken, civieltechnische bouwwerken en geluidwerende voorzieningen.

16.3

Regels voor bouw- en gebruiksactiviteiten

16.3.1 Gebouwen 1. De oppervlakte van gebouwen mag niet meer zijn dan 6 m² per gebouw. 2. De bouwhoogte van gebouwen mag niet hoger zijn dan 3 meter. 16.3.2 Bouwwerken, die geen gebouwen zijn De bouwhoogte van bouwwerken, die geen gebouwen zijn, mag niet hoger zijn dan 3 meter.

Artikel 17 17.1

Water

Doel van de functie

Locaties met de functie 'Water' zijn bedoeld voor oppervlaktewater, oevers en taluds. De leden 17.2 en 17.3 bevatten de regels die gelden voor deze functie. 17.2 1.

Activiteiten en voorzieningen die zijn toegestaan

waterlopen met bijbehorende taluds en oevers;

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

25

2. 3. 4. 5. 6.

waterhuishouding; waterbeheer en waterberging; kruisingen met wegverkeer; nutsvoorzieningen; voorzieningen en functies die bij de bestemming horen zoals civieltechnische bouwwerken, groenvoorzieningen en kademuren.

17.3 1. 2. 3.

Bouwregels

Binnen deze functie mogen geen gebouwen worden gebouwd. Binnen deze functie mogen bouwwerken, die geen gebouwen zijn, ten dienste van deze functie worden gebouwd waarvan de bouwhoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, niet hoger mag zijn dan 3 meter. Ter plaatse van de aanduiding 'brug' is de maximale bouwhoogte van de regel onder 2 niet van toepassing voor bruggen.

Artikel 18 18.1

Waterstaat - Waterkering

Doel van de functie

Locaties met de functie 'Waterstaat - Waterkering' zijn bedoeld voor een waterkering en het beschermen van een waterkering. De leden 18.2 en 18.3 bevatten de regels die gelden voor deze functie. 18.2

Activiteiten en voorzieningen die zijn toegestaan

Activiteiten die passen bij het in stand houden en onderhouden van een waterkering zijn toegestaan. 18.3

Bescherming van de functie

Om de locatie te beschermen zijn de volgende regels van toepassing: 1. 2.

de activiteiten bouwen en grondwerk zijn verboden. de regel onder 1 geldt niet voor: a. een activiteit die nodig is voor het onderhoud van de waterkering; b. het bouwen van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bij de functie hoort en niet hoger is dan 2 meter.

Artikel 19 19.1

Wonen

Doel van de functie

Locaties met de functie 'Wonen' zijn bedoeld voor woningen. De leden 19.2 tot en met 19.4 bevatten de regels die gelden voor deze functie. 19.2 1. 2.

3. 4. 5. 6. 7.

Activiteiten en voorzieningen die zijn toegestaan

wonen, waarbij geldt dat het totaal aantal woningen binnen de functies Gemengd – 1, Gemengd – 3 en Wonen maximaal 2000 mag zijn; ter plaatse van de aanduiding 'detailhandel' en op de eerste bouwlaag; a. detailhandel, als dat geen supermarkt is; b. horeca-activiteiten in de categorieën D1, D2 en D3 van de bij deze regels behorende Lijst van horeca-activiteiten; ter plaatse van de aanduiding 'centrum': 1. de onder 2 toegestane functies op de tweede bouwlaag; 2. een supermarkt op de eerste bouwlaag; ter plaatse van de aanduiding 'dienstverlening' en op de begane grond: dienstverlening; water, waterberging; verkeers- en verblijfsgebied voor gemotoriseerd verkeer en langzaam verkeer; voorzieningen en functies die bij de bestemming horen, zoals parkeervoorzieningen, bergingen, groenvoorzieningen, speelvoorzieningen, nutsvoorzieningen, tuinen en erven.

19.3

Regels voor bouw- en gebruiksactiviteiten

19.3.1 Gebouwen 1. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het bouwvlak worden gebouwd. 2 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

2. 3. 4.

5. 6.

Het bebouwingspercentage ter plaatse van de aanduiding 'maximum bebouwingspercentage (%)' mag niet meer zijn dan met de aanduiding is aangegeven. De bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' mag niet hoger zijn dan met de aanduiding is aangegeven. Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de regel onder 3 en ter plaatse van de 'specifieke bouwaanduiding - 2' een omgevingsvergunning verlenen voor een hoofdgebouw met een hogere bouwhoogte dan op een locatie met de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' is aangegeven, mits: a. het hoofdgebouw de aanduidingsgrens van de aanduiding 'maximum bouwhoogte (m)' met niet meer dan 5 meter overschrijdt; b. de afstand tussen twee hoofdgebouwen minimaal 11 meter is; c. de maximale bouwhoogte van het hoofdgebouw niet hoger is dan de maximale bouwhoogte die geldt in het aanduidingsvlak dat wordt overschreden. De bouwhoogte ter plaatse van de aanduiding 'minimum bouwhoogte (m)', mag niet lager zijn dan met de aanduiding is aangegeven. Ter plaatse van de aanduiding 'onderdoorgang' is het oprichten van gebouwen op de eerste bouwlaag niet toegestaan.

19.3.2 Bouwwerken, die geen gebouwen zijn 1. De hoogte van bouwwerken, die geen gebouwen zijn, mag niet meer zijn dan 3 meter, met uitzondering van erf- en perceelafscheidingen die achter de voorgevelrooilijn niet meer dan 2 meter hoog en voor of op de voorgevelrooilijn niet meer dan 1 meter hoog mogen zijn. 2. In afwijking van de regel onder 1 mag de bouwhoogte van palen en masten niet meer zijn dan 6 meter. 19.3.3 Detailhandel Het gezamenlijke bruto vloeroppervlakte, exclusief gebouwde parkeervoorzieningen, dat binnen de functies 'Mobiliteitshub' en 'Wonen' in gebruik is voor detailhandel mag niet meer zijn dan 2.000 m². 19.3.4 Terrassen 1. Terrassen bij horecagelegenheden zoals bedoeld in lid 19.2 zijn niet toegestaan. 2. Burgemeester en wethouders kunnen een omgevingsvergunning verlenen voor het realiseren van een terras bij een horecagelegenheid, als wordt aangetoond dat het langtijdgemiddelde geluidniveau ten gevolge van stemgeluid van het terras samen met het stemgeluid van andere terrassen, op de gevels van omliggende geluidsgevoelige functies niet meer is dan 55 dB(A) voor de dagperiode (7-19 uur), 50 dB(A) voor de avondperiode (19-23 uur) en 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur). 19.3.5 Voorwaardelijke verplichtingen om woningen te mogen gebruiken 1.

Een gebouw mag pas als woning worden gebruikt als de afstand tussen het gebouw en de locaties die op de kaart in Bijlage 1 staan, minimaal 200 meter is. 2. In afwijking van de regel onder 1, mag een gebouw die op een kortere afstand dan 200 meter staat van de locaties die op de kaart in Bijlage 1 staan, pas als woning worden gebruikt als: a. de afstand van het gebouw tot bestaande bedrijfsactiviteiten op de locaties die op de kaart in Bijlage 1 staan, minimaal 200 meter is; of b. de geluidsbelasting door bestaande bedrijfsactiviteiten op de locaties die op de kaart in Bijlage 1 staan, niet meer is dan: 55 dB(A) in de dagperiode (7-19 uur); 50 dB(A) in de avondperiode (19-23 uur); e n 45 dB(A) voor de nachtperiode (23-7 uur). 3. in afwijking van de regels onder 1 en 2, mag ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf – bedrijfsbeëindiging' een gebouw pas als woning worden gebruikt als ter plaatse van die aanduiding de bestaande bedrijfsactiviteiten zijn beëindigd en niet hervat kunnen worden op basis van artikel 39.2 (overgangsrecht gebruik).

19.3.6 Geluidgevoelige functies Voor het realiseren en veranderen van een geluidsgevoelige functie moet vaststaan dat de geluidsbelasting de voorkeursgrenswaarde volgens de Wet geluidhinder of de ten hoogst toelaatbare geluidsbelasting (hogere waarde), volgens het besluit Hogere waarde met inachtneming van de in dit besluit gestelde voorwaarde(n), niet overschrijdt. 19.3.7 Windhinder en windgevaar Een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen wordt slechts verleend als aan de volgende regels wordt voldaan: 1.

Het oprichten en vergroten van gebouwen met een bouwhoogte van 30 meter en hoger is alleen toegestaan als met een onderzoek is aangetoond dat rondom die bouwactiviteit voldaan wordt aan de volgende voorwaarden voor windhinder en windgevaar:

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

27

a.

2. 3.

verblijfsplekken in parken, pleinen, straten en binnentuinen voldoen aan de score 'goed' voor de activiteit 'langdurig zitten'; b. overige plekken voldoen minimaal aan de score 'matig' voor de activiteiten 'doorlopen' en 'slenteren'; c. voor de activiteiten 'slenteren' en 'langdurig zitten' is de kwalificatie van het windgevaar niet een 'beperkt risico' en ook niet 'gevaarlijk'; d. voor de activiteit 'doorlopen' is de kwalificatie van het windgevaar niet 'gevaarlijk'. Of voldaan wordt aan deze voorwaarden, wordt bepaald volgens NEN 8100. Burgemeester en wethouder kunnen voorschriften verbinden aan een omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen voor een gebouw met een bouwhoogte van 30 meter en hoger als dat nodig is om te voldoen aan de regels onder 1.

19.4

Activiteiten die niet mogen

De volgende activiteiten en voorzieningen zijn in ieder geval verboden: 1. 2.

3.

opslag, anders dan tijdelijke opslag in verband met het bouwen, van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter op onbebouwde gronden; parkeerplaatsen voor motorvoertuigen, met uitzondering van: a. voorzieningen voor deelauto's; b. parkeervoorzieningen voor mindervaliden; c. gebouwde parkeervoorzieningen ter plaatse van de aanduiding 'parkeergarage'; d. voorzieningen voor het laden en lossen; shisha-lounges.

2 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 3 Artikel 20 20.1

Bouwen en slopen

Inleidende bepalingen over het bouwen en het slopen

Werking van de regels in dit hoofdstuk

Regels in dit hoofdstuk blijven buiten toepassing voor zover zij niet te verenigen zijn met een regel over de toegewezen functie, met uitzondering van de regel in artikel 21, lid 21.2, die altijd van toepassing is. 20.2

Nieuwe bouwwerken

Het bouwen is alleen toegestaan als de activiteit bouwen past bij het doel van de functie en als ook de activiteit of activiteiten waar het bouwwerk voor gebouwd wordt passen bij het doel van de functie. 20.3 1. 2.

Bestaande bouwwerken

Bouwwerken die legaal zijn gebouwd, zijn in overeenstemming met de regels die dit plan over de activiteit bouwen stelt. Bouwwerken of voorzieningen die zijn gebouwd of aangebracht om te voldoen aan een voorwaarde van een regel over een functie die op een locatie geldt, mogen niet worden gesloopt, verwijderd of veranderd, als daardoor niet meer aan die voorwaarde wordt voldaan.

20.4

Voorbereiding van de bouw: peil aangeven, rooilijnen uitzetten

De bouw van een bouwwerk waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is verleend mag in ieder geval niet beginnen, voordat het bevoegde gezag of zijn vertegenwoordiger: het straatpeil heeft aangegeven e n de rooilijnen en bouwgrenzen op het bouwterrein heeft uitgezet of heeft vastgesteld dat het aangeven van het straatpeil of het uitzetten van rooilijnen niet nodig is.

Artikel 21 21.1 1. 2. 3.

Bijzondere regels over bouwen

Voorwaardelijke verplichting over parkeren

Een vergunning voor het bouwen wordt alleen verleend, als vast staat dat er voldoende parkeergelegenheid wordt gerealiseerd. De regel onder 1 is niet van toepassing op het bouwen van bijbehorende bouwwerken, dakopbouwen of dakterrassen. Aan de hand van beleidsregels waarin de normen voor parkeergelegenheid zijn opgenomen, stellen burgemeester en wethouders vast of aan de regel onder 1 wordt voldaan.

21.2

Woningvorming en omzetting

Het verbouwen, vervangen of vergroten van een woning die de vorming van een extra woning of de omzetting van zelfstandige naar onzelfstandige woonruimte tot gevolg heeft is alleen toegestaan als de eigenaar van de woning voldoet aan artikel 27, lid 27.3.

Artikel 22 22.1

Bouwen is toegestaan

Vergunningvrij bouwen

Op grond van dit plan is voor het bouwen geen vergunning nodig: 1. 2.

als wettelijk bepaald is dat een bouwactiviteit niet hoeft te voldoen aan de regels van het bestemmingsplan; als de locatie niet is aangeduid als overige zone - omgevingskwaliteit e n a. als het bouwwerk op grond van de volgende leden van dit artikel is toegestaan of b. als in de regels over de toegewezen functie regels over het bouwen zijn opgenomen en het bouwen in overeenstemming is met die regels en met de regels in dit hoofdstuk.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

29

22.2 1.

2.

Een bouwgrens die geen bestemmingsgrens is mag, ongeacht de aanduidingen en regels over maatvoering en situering, met maximaal 1,5 meter overschreden worden door bij gebouwen horende trappenhuizen, entreeportalen, veranda's, en afdaken of andere ondergeschikte bouwdelen. De regel onder 1 geldt niet als daarbij gebouwd wordt op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om te bouwen.

22.3 1.

2.

Gevallen waarin het overschrijden van de bouwgrens is toegestaan

Bijbehorend bouwwerk dat aan een openbaar gebied grenst

Een bijbehorend bouwwerk bij een woning dat niet voldoet aan de bepaling in artikel 2, onderdeel 3, onder c, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, maar wel voldoet aan de overige bepalingen van dat onderdeel, mag gebouwd worden, als het openbaar toegankelijke gebied een deel van een binnenterrein is dat aan alle zijden omgeven is door hoofdgebouwen. Voor de toepassing van de regel onder 1 wordt de versie van het Besluit omgevingsrecht gebruikt die geldt op de datum van vaststelling van dit plan.

22.4

Bouwen in de openbare ruimte

In de openbare ruimte is, als de toegewezen functies zich daartegen niet verzetten en de verkeersveiligheid, de waterveiligheid en de veiligheid van personen die in de openbare ruimte verblijven niet worden aangetast, het bouwen van de volgende voorzieningen toegestaan: 1. 2. 3.

sport- of speeltoestellen die niet hoger zijn dan 4 meter en die uitsluitend functioneren met behulp van de zwaartekracht of de fysieke kracht van de mens; geluidwerende voorzieningen e n kunstobjecten.

Artikel 23 23.1 1.

2.

Bouwen met vergunning

Bouwen buiten de bouw- en bestemmingsgrens

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen voor het afwijken van de regels die op een locatie gelden en daarbij toestaan dat een bouw- en bestemmingsgrens, ongeacht de aanduidingen en regels over die functies of over de maatvoering en de situering, met maximaal 1,5 meter overschreden worden door: a. bij gebouwen horende trappenhuizen, entreeportalen, veranda's; b. andere ondergeschikte bouwdelen, zoals bij gebouwen horende stoepen, stoeptreden, hellingbanen; c. balkons, erkers en afdaken, als de vrije hoogte, gemeten van de onderzijde van het overschrijdende bouwdeel tot aan het aansluitende, afgewerkte maaiveld minimaal 2,2 meter bedraagt. Burgemeester en wethouders verlenen de onder 1 bedoelde vergunning niet als: a. de overschrijding niet te verenigen is met het doel van de functie of b. de overschrijding onevenredige hinder voor aangrenzende percelen tot gevolg heeft of c. op een locatie die in verband met een functie beschermd is met een verbod om te bouwen.

23.2

Bouwen met een kleine afwijking van regels

Burgemeester en wethouders kunnen, voor zover geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid, de sociale veiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen, een vergunning verlenen voor: 1. 2. 3. 4.

5. 6.

het afwijken van hoogtematen en bebouwingspercentages met maximaal 10% van deze maten en percentages, voor zover de afwijking niet leidt tot een extra bouwlaag; het afwijken van de regels voor het plaatsen van vlucht- of noodtrappen; het overschrijden van de maximale bouwhoogte van gebouwen met maximaal 1,5 meter voor het plaatsen van hekwerken of borstweringen voor dakterrassen op een locatie zonder de aanduiding 'overige zone - bouwen'; het afwijken van de regels voor het bouwen met een geringe afwijking van de plaats en richting van de bestemmingsgrenzen, als dit noodzakelijk is in verband met onnauwkeurigheden ten opzichte van de feitelijke situatie of in gevallen waar een rationele verkaveling van de gronden een kleine afwijking vraagt; het afwijken van de regels over de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, voor een bouwhoogte van maximaal 10 meter; het afwijken van de regels over de hoogte van bouwwerken voor een bouwhoogte van

3 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

sirenemasten of masten voor mobiel dataverkeer toestaan tot maximaal 30 meter. 23.3 1. 2.

Hoofdgebouwen bouwen of verbouwen in de 'overige zone - bouwen'

Het is verboden om op een locatie met de aanduiding 'overige zone - bouwen' zonder vergunning een hoofdgebouw te bouwen of te verbouwen. Burgemeester en wethouders verlenen een vergunning voor het bouwen of verbouwen alleen: a. als een nieuw hoofdgebouw een bestaand hoofdgebouw op dezelfde plek vervangt en een omvang heeft die vergelijkbaar is met de te vervangen bebouwing; b. als een nieuw hoofdgebouw een bestaand hoofdgebouw op dezelfde plek vervangt, hoger is dan de te vervangen bebouwing en aan de volgende voorwaarden voldoet: het nieuwe hoofdgebouw sluit beter aan bij de omringende bebouwing, het woon- en leefklimaat of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen gaan niet onevenredig achteruit vergeleken met het bestaande hoofdgebouw; c.

als een nieuw hoofdgebouw een bestaand, vrijstaand hoofdgebouw met een maatschappelijke functie vervangt en aan de volgende voorwaarden voldoet: het nieuwe hoofdgebouw staat vrij en sluit in hoogte en situering goed aan bij de omringende bebouwing, het woon- en leefklimaat of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen gaan niet onevenredig achteruit vergeleken met het bestaande hoofdgebouw; de geluidsbelasting op de gevels van het nieuwe hoofdgebouw voldoet aan de Wet geluidhinder e n de invloed van factoren die schadelijk kunnen zijn voor de gezondheid van de gebruikers van het hoofdgebouw en de daarbij horende buitenruimtes is in vergelijking tot de te veranderen situatie aanvaardbaar; d.

op een perceel dat deel uitmaakt van lintbebouwing een hoofdgebouw gesloopt wordt en op een ander deel van het perceel een nieuw hoofdgebouw gebouwd wordt, waarbij het hoofdgebouw een woning is en de functie wonen heeft; de beleving van het lint niet verslechtert, de omvang van het grondvlak niet meer dan 20% en de bouwhoogte niet meer dan 10% groter is dan respectievelijk het grondvlak en de hoogte van het hoofdgebouw dat vervangen wordt, de geluidsbelasting op de gevels van het nieuwe hoofdgebouw voldoet aan de Wet geluidhinder, het woon- en leefklimaat of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig achteruit gaan vergeleken met de plek van het bestaande hoofdgebouw e n het straat- en bebouwingsbeeld niet onevenredig wordt aangetast; e. als de verbouw de vergroting van een hoofdgebouw met een bedrijfsfunctie betreft die niet meer bedraagt dan 10% van het bedrijfsvloeroppervlak, qua omvang aansluit bij de omringende bebouwing, de hinder van het bedrijf op omliggende percelen niet groter maakt e n het woon- en leefklimaat of de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen niet onevenredig aantast.

23.4

Bouwen of verbouwen van ondergeschikte bouwwerken voor mantelzorg

Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van artikel 22, lid 22.1, een tijdelijke vergunning verlenen voor het vergroten van een bijgebouw voor mantelzorg, ongeacht de gezamenlijke oppervlakte van aanbouwen en bijgebouwen, voor zover de vergroting voor het doel noodzakelijk is en geen onevenredige aantasting van het woon- en leefklimaat en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende woonpercelen veroorzaakt. Zodra de vergunning vervalt, moet de vergroting ongedaan gemaakt worden voor zover die in strijd is met artikel 22, lid 22.1. 23.5 1.

2. 3. 4.

Bouwen op locaties waar het bouwen in verband met de functie verboden is

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen om af te wijken van een regel die een locatie in verband met een functie beschermt door de activiteit bouwen te verbieden, als het bouwwerk past bij het doel van de andere aan de locatie toegewezen functies en het doel van de beschermde functie niet doorkruist. De vergunning wordt geweigerd, als het bouwen of het bouwwerk, gezien het belang van de te beschermen functie, schade of gevaar kan veroorzaken of als het te bouwen bouwwerk bij wet als kwetsbaar of zeer kwetsbaar object is aangewezen. Burgemeester en wethouders betrekken het advies van de beheerder van de te beschermen functie bij het besluit over de vergunning. Burgemeester en wethouders kunnen, om schade uit te sluiten of om gevaar te voorkomen, voorschriften aan de vergunning verbinden.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

31

Artikel 24

Bouwen is niet toegestaan

Het bouwen van andere bouwwerken dan de bouwwerken die op grond van de artikelen 20 tot en met 23 toegestaan zijn, is verboden.

Artikel 25 1. 2. 3. 4.

Slopen met vergunning

Burgemeester en wethouders kunnen een vergunning verlenen om af te wijken van een regel die een locatie in verband met een functie beschermt door de activiteit slopen te verbieden, als het slopen het doel van de beschermde functie niet doorkruist. De vergunning wordt in ieder geval geweigerd als niet vaststaat dat het project waar het slopen deel van uitmaakt, uitgevoerd mag worden. Burgemeester en wethouders kunnen in de vergunning voorwaarden opnemen die verband houden met de veiligheid of met de functie, waaronder de voorwaarde dat de sloop alleen is toegestaan, als andere vergunningen voor het project onherroepelijk verleend zijn. Bij de beoordeling van een aanvraag betrekken Burgemeester en wethouders het advies van de beheerder van de te beschermen functie bij het besluit over de vergunning.

3 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Hoofdstuk 4 gebruiken Artikel 26 26.1

Gebouwen en locaties

Activiteiten die niet zijn toegestaan

Een activiteit moet passen bij het doel van functies

Activiteiten die niet passen bij het in de regels beschreven doel van een functie die aan een locatie is toegewezen, gelezen met toepassing van artikel 27, zijn verboden. 26.2 1.

2.

Activiteiten die in het algemeen niet mogen

De volgende activiteiten zijn verboden: a. het plaatsen, laten plaatsen of geplaatst houden van een onderkomen op een sta- of ligplaats op onbebouwde locaties; b. bedrijfsmatige seksactiviteiten; c. zelfstandige horeca-activiteiten, belhuizen en afhaalzaken; d. het aanbieden van logies; e. het permanent bewonen van stacaravans en recreatiewoningen; f. het kamperen op onbebouwde gronden; g. het wonen in vrijstaande bijbehorende bouwwerken; h. het opslaan van goederen voor de voorgevelrooilijn; i. het opslaan van goederen in de openbare ruimte, anders dan opslag die hoort bij een aan de openbare ruimte toegewezen functie; j. het opslaan van voertuigen, vliegtuigen, boten of onderdelen daarvan op onbebouwde locaties; k. het storten of het opslaan van puin en afvalstoffen op onbebouwde locaties, met uitzondering van het voor korte tijd opslaan van huishoudelijk tuinafval. Het verbod onder 1 geldt niet voor locaties met een functie die de activiteit expliciet toestaat.

Artikel 27 27.1 1. 2.

3.

4. 5.

Uniforme toepassing van regels over wonen

Locaties waar op grond van de toegewezen functie de activiteit wonen is toegestaan, zijn voor zover het die activiteit betreft uitsluitend bedoeld voor het wonen in een woning. Als de regels over een functie expliciet andere vormen van wonen toestaan, zoals het wonen in onzelfstandige woonruimtes of in zorgwoningen, dan: a. blijft de regel onder 1 buiten toepassing, als de regels over de functie uitsluitend die andere vormen toestaan, en anders b. wordt het onder 1 genoemde doel aangevuld met die vormen van wonen. De regels over de aantallen, het type of de aard van woningen of woonruimtes die in verband met het doel van de functie wonen op een locatie gelden, blijven onverminderd van toepassing.

27.2 1. 2. 3.

Activiteiten in de woning, nieuwe woonruimte

Algemene regels over wonen

De activiteit wonen is alleen toegestaan op locaties met de functie wonen. In één woning woont slechts één huishouden. Voor de toepassing voor deze regels worden de volgende situaties ook gezien als één huishouden: a. een eigenaar die als hoofdbewoner kamers verhuurt aan maximaal twee personen (hospitaregeling); b. een huishouden dat mantelzorg verleent, waarbij de ontvanger van mantelzorg in de woning woont of in een gebouw dat bij de woning hoort. In afwijking van de regel onder 1 mag een bedrijfswoning, een woonboot en een woonwagen als woning gebruikt worden. In afwijking van de regel onder 2 mogen meerdere huishoudens in een woning wonen, wanneer voldaan wordt aan één van de volgende voorwaarden: a. de eigenaar van de woning verhuurt de woning aan maximaal drie huishoudens en deze huishoudens bestaan gezamenlijk uit maximaal 3 volwassenen, ontvangers van mantelzorg niet meegerekend, b. de eigenaar van de woning heeft een vergunning of een schriftelijke toestemming van

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

33

c. d. 27.3 1. 2. 3.

2.

2.

Bedrijf-aan-huis

Een bedrijf-aan-huis, met uitzondering van een bed-and-breakfast, voldoet aan de volgende voorwaarden: a. het bedrijf-aan-huis past in een woonomgeving, wat onder meer blijkt uit het feit dat de activiteiten geen bijzondere verkeersbewegingen of parkeerdruk veroorzaken in vergelijking tot een normaal gebruik van de woning; b. het totale vloeroppervlak van het bedrijf-aan-huis, de som van de oppervlaktes die bij de toepassing van de regels onder c, d en e gebruikt worden, bedraagt maximaal 60m2; c. het bedrijf-aan-huis gebruikt maximaal een derde deel van het bruto vloeroppervlak van de woning of de bedrijfswoning; d. het bijbehorend bouwwerk dat voor een bedrijf-aan-huis wordt gebruikt staat vrij, waarbij het bedrijf-aan-huis maximaal 40 m2 van het bruto vloeroppervlak van het bijbehorend bouwwerk gebruikt; e. in afwijking van de regel onder d kan een bedrijf-aan-huis maximaal 60 m2 bruto vloeroppervlak van een bijbehorend bouwwerk gebruiken, als het bruto vloeroppervlak van het bijbehorende bouwwerk groter is dan 100 m²; f. de bedrijfsactiviteiten worden binnen verricht; g. de bedrijfsactiviteiten bestaan uit de uitoefening van een beroep of uit activiteiten van een bedrijf in de categorie A of B1 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving; h.

het bedrijf-aan-huis is geen inrichting waarvoor een omgevingsvergunning nodig is op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; i. het bedrijf-aan-huis is geen winkel, geen afhaalzaak, geen belhuis, geen horecabedrijf of seksinrichting. In afwijking van de regel onder 1g, kunnen burgemeester en wethouders een vergunning verlenen voor andere dan de op de lijst aangegeven activiteiten, waaronder bedrijfsactiviteiten in categorie B2 van de Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving, als die activiteit geen of een beperkte invloed op de omgeving heeft, vergelijkbaar met activiteiten die vallen onder de categorie A of B1 van deze lijst.

27.5 1.

Woningvorming en omzetting

Het is verboden om zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte om te zetten of om een woning zo te veranderen dat er een extra woning ontstaat. Het is verboden om een bijbehorend bouwwerk te gebruiken of in te richten als woning. Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de regel onder 1 om woningvorming of omzetting toe te staan, als na toepassing van de algemene leefbaarheidstoets en de fysieke leefbaarheidseisen uit de "Nadere regel Huisvestingsverordening gemeente Utrecht" blijkt dat kwalitatief goede onzelfstandige woonruimten of woningen ontstaan en er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: a. het woon- en leefmilieu; b. de privacy van omwonenden; c. de verkeers- of parkeersituatie; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende percelen.

27.4 1.

burgemeester en wethouders die het gebruik van die woonruimte als onzelfstandige woonruimte toestaat, de eigenaar van de woning beschikt over een gedoogverklaring en de onzelfstandige bewoning heeft sinds het ontvangen van die verklaring onafgebroken plaatsgevonden in maximaal diezelfde omvang of de eigenaar kan aannemelijk maken dat de onzelfstandige bewoning voor 1 mei 1975 bestond en sindsdien onafgebroken heeft plaatsgevonden in maximaal diezelfde omvang.

Logies: bed-and-breakfast en particuliere vakantieverhuur

In afwijking van de regel in artikel 26, lid 26.2, onder 1d, is het aanbieden van logies in een woning toegestaan in de vorm van een bed-and-breakfast, als die voldoet aan de volgende voorwaarden: a. de bed-and-breakfast wordt gedreven door de hoofdbewoner of door een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner; b. de hoofdbewoner houdt minimaal 50% van de woning in gebruik voor zijn huishouden e n c. de hoofdbewoner of een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner is in de woning aanwezig als er gasten zijn. In afwijking van de regel in artikel 26, lid 26.2, onder 1d, mag een hoofdbewoner of een volwassen bewoner die hoort tot het huishouden van de hoofdbewoner logies in een woning aanbieden in de vorm van particuliere vakantieverhuur onder volgende voorwaarden: a. het aantal nachten verhuur bedraagt per kalenderjaar niet meer dan 60 nachten e n b. per nacht biedt een woning onderdak aan maximaal 6 personen, of, als het kadastraal

3 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

woonoppervlak van de woning groter is dan 200m2 b.v.o., aan maximaal 8 personen.

Artikel 28

Additionele horeca

Additionele horeca is als ondergeschikte activiteit toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. 2.

3. 4. 5.

de additionele horeca vindt plaats in een gebouw dat in hoofdzaak wordt gebruikt voor een van de volgende activiteiten: zelfstandige kantoren, bedrijven, maatschappelijke diensten, culturele en sociaal-culturele activiteiten, sport en recreatie; het deel van het gebouw voor de additionele horeca is alleen open tijdens de openingstijden van de genoemde hoofdactiviteit en staat alleen ten dienste van de hoofdactiviteit; verhuur of het anderszins in gebruik geven van deze ruimte aan derden voor feesten of andere bijeenkomsten is niet toegestaan; bij een gebouw met een bruto vloeroppervlak van maximaal 1.200m2 is het deel voor additionele horeca niet groter dan 30% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 300m2; bij een gebouw met een bruto vloeroppervlak van 1.200m2 of groter is het deel voor additionele horeca niet groter dan 25% van het bruto vloeroppervlak; de additionele horecaruimte is alleen bereikbaar via de ingang van het gebouw met de hoofdactiviteit.

Artikel 29 29.1

Bedrijfsactiviteiten

Bedrijfsactiviteiten in een hogere categorie

Burgemeester en wethouders kunnen, in afwijking van de maximale bedrijfscategorie die een functie toestaat, een vergunning verlenen voor andere dan de op de lijst aangeven activiteiten, waaronder bedrijfsactiviteiten in een hogere categorie, als de invloed van die activiteit op de omgeving vergelijkbaar is met activiteiten die binnen de functie passen. 29.2

Kantoren die bij een bedrijf horen

Aan de bedrijfsactiviteiten ondergeschikte en daarmee samenhangende kantoorruimte is onder de volgende voorwaarden toegestaan: 1. 2.

de oppervlakte van de kantoorruimte per bedrijf is maximaal 30% van de totale bruto vloeroppervlakte; de oppervlakte van de kantoorruimte mag maximaal 2.000 m² per bedrijf bedragen.

Artikel 30 30.1

Detailhandel en bezorging

Kenmerken van detailhandel

Alleen in panden met de functie Detailhandel of met een functie die detailhandelsactiviteiten toestaat is de activiteit detailhandel toegestaan, met uitzondering van afhaalzaken, waarbij de activiteit aan de volgende kenmerken voldoet: 1. 2. 3. 4.

de aard en inrichting van de winkel is afgestemd op de verkoop ter plaatse; goederen worden in hoofdzaak verkocht in de winkel; de klant kan in de winkel kiezen welke goederen hij wil kopen; de winkel is geen bezorgdienst of distributiebedrijf, wat blijkt uit het aanbod, zoals het aanbod van een bepaald assortiment of uit de aard van de winkel, zoals bij een supermarkt of warenhuis.

30.2 1.

2.

Bezorging van goederen

Bezorging van goederen is een onderdeel van de activiteit detailhandel als aan de voorwaarden wordt voldaan: a. de activiteiten van de detailhandelsvestiging zijn in overeenstemming met het vorige lid; b. de bezorging vindt in hoofdzaak plaats nadat de klant in de winkel zijn waren heeft gekocht. Onderdeel 1b is niet van toepassing als vanwege maatregelen van het Rijk de verkoop in het winkelpand tijdelijk niet mogelijk is.

Artikel 31 1. 2.

Geluidzone - industrie 1

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 1' ligt de rond het industrieterrein gelegen zone als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein niet meer zijn dan 50 dB(A). De zone van de regel onder 1 geldt alleen zolang de locaties die op de kaart in bijlage 2 staan, in het bestemmingsplan Nedal KWS nog zijn bestemd voor een industrieterrein (als bedoeld in de

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

35

Wet geluidhinder).

Artikel 32

Geluidzone - industrie 2

Ter plaatse van de aanduiding 'geluidzone - industrie 2' ligt de rond het industrieterrein gelegen zone als bedoeld in artikel 40 van de Wet geluidhinder. Buiten deze zone mag de geluidsbelasting vanwege het industrieterrein niet meer zijn dan 50 dB(A).

Artikel 33 33.1

Kruisingen, tunnels, bruggen en viaducten

Werking van dit artikel

Dit artikel is alleen van toepassing op kruisingen van verkeersinfrastructuur of water met andere verkeersinfrastructuur of met water, waarbij de toegewezen functie, een andere functie doorkruist, wat onder meer blijkt uit het feit dat ter plaatse van de kruising aan weerszijden diezelfde andere functie is toegewezen. 33.2

Activiteitenregeling bij kruisingen

Op de locatie van de kruising zijn naast de activiteiten die bij de toegewezen functie horen ook de activiteiten toegestaan die bij de functie horen die gekruist wordt.

Artikel 34 34.1

Ondersteunende horeca in een winkel of verkoop in horeca

Voorwaarden voor ondersteunende horeca in een winkel

Ondersteunende horeca is als ondergeschikte activiteit toegestaan in een winkel, onder de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8.

verkoop van artikelen in de winkel is de hoofdactiviteit; de horeca-activiteit vindt plaats in één deel van de winkel; vanaf de straat is niet zichtbaar dat er een horecadeel in de winkel is; bij een winkel met een bruto vloeroppervlak van maximaal 350m2 is het horecadeel niet groter dan 40% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 100m2; bij een winkel met een bruto vloeroppervlak van 350 tot 1.500 m2 is het horecadeel niet groter dan 30% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 300m2; bij een winkel met een bruto vloeroppervlak boven 1.500 m2 is het horecadeel niet groter dan 20% van het bruto vloeroppervlak; de horecaruimte is alleen bereikbaar via de ingang van de winkel; de winkel heeft een toilet voor bezoekers.

34.2

Voorwaarden voor ondersteunende verkoop in een horecabedrijf

In een horecabedrijf is winkelverkoop als ondergeschikte activiteit toegestaan, onder de volgende voorwaarden: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

de horeca-activiteit is de hoofdactiviteit; de winkel-activiteit vindt plaats in één deel van het horecabedrijf; vanaf de straat is niet zichtbaar dat er een winkeldeel in het horecabedrijf is; bij een horecabedrijf met een bruto vloeroppervlak van maximaal 350 m2 is het winkeldeel niet groter dan 40% van het bruto vloeroppervlak, tot een maximum van 100m2; bij een horecabedrijf met een bruto vloeroppervlak boven 350 m2 is het winkeldeel niet groter dan 30% van het bruto vloeroppervlak; het winkeldeel is alleen bereikbaar via de ingang van het horecabedrijf.

34.3

Gevelbankjes bij ondersteunende horeca of bij horeca met ondersteunende verkoop

Een winkel met ondersteunende horeca of een horecabedrijf met ondersteunende verkoop mag een of meer gevelbankjes plaatsen, als die aan de volgende regels voldoen: 1. 2. 3. 4.

een gevelbankje staat op een locatie met de functie Verkeer, Verkeer - Verblijfsgebied of met een functie die een winkel toestaat; gevelbankjes worden niet gebruikt als horecaterras; op een locatie met de functie Verkeer of Verkeer - Verblijfsgebied ontstaat er geen hinder voor verkeer, waarbij in ieder geval minimaal 1,5 meter voor passerende voetgangers beschikbaar blijft, gerekend van een gevelbankje; de totale breedte van de gevelbankjes bij een winkel of een horecabedrijf bedraagt maximaal 4 meter;

3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

5. 6.

het gevelbankje steekt maximaal 0,6 meter uit, gerekend vanaf de gevel van de winkel; gevelbankjes worden weggehaald of opgeklapt als de winkel gesloten is, in ieder geval uiterlijk om 22.00 uur.

Artikel 35 35.1

Overige zone - nieuwvestiging kantoren

Oppervlakte nieuwe kantoren

Ter plaatse van de aanduiding 'Overige zone - nieuwvestiging kantoren' mag de bruto vloeroppervlakte van nieuwe zelfstandige kantoren in totaal niet meer zijn dan 134.830 m2. 35.2

Toepassing regel oppervlakte nieuwe kantoren

De regel in lid 35.1 moet aan de hand van de volgende regels worden beoordeeld: 1.

2. 3. 4.

Nieuwe zelfstandige kantoren zijn: a. de toevoegingen en uitbreidingen van zelfstandige kantoren, ten opzichte van het bestaand aanwezige bruto vloeroppervlakte van zelfstandige kantoren; b. ongebruikte omgevingsvergunningen voor toevoegingen en uitbreidingen van zelfstandige kantoren. De regel onder 1 geldt niet voor het vervangen en uitbreiden van bestaande zelfstandige kantoren, als dit past binnen de bouw- en gebruiksregels uit hoofdstuk 2 en binnen de afwijkingsmogelijkheden van Artikel 23. De regel onder 1 geldt niet als gebouwen, die voor een andere functie dan kantoren zijn gebouwd, transformeren naar zelfstandige kantoren tot maximaal 1.500 m2 bruto vloeroppervlakte per gebouw. De bruto vloeroppervlakte moet als volgt worden gemeten: de oppervlakte van alle tot het gebouw behorende binnenruimten, waarbij de oppervlakte wordt gemeten op vloerniveau langs de buitenomtrek van de opgaande scheidingsconstructies, die de desbetreffende ruimte of groep van ruimten omhullen.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

37

Hoofdstuk 5 Artikel 36 36.1

Grondwerk

Vergunning in verband met de bescherming van een functie

Grondwerk dat niet is toegestaan

Het volgende grondwerk is niet toegestaan op een locatie die door een functie beschermd is met een verbod om grondwerk uit te voeren: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

het wijzigen van het maaiveldniveau door afgraven of ophogen; het aanbrengen van gesloten oppervlakteverhardingen; het indrijven van voorwerpen in de bodem; het verrichten van graafwerkzaamheden (zoals ten behoeve van rioleringen, kabels, leidingen en drainage); het planten of rooien van bomen of van andere diep wortelende planten; het aanleggen van oppervlaktewater, het verbreden of het dempen van bestaand oppervlaktewater.

36.2 1. 2.

Vergunning voor afwijken

Burgemeester en wethouders kunnen in afwijking van de regel in lid 36.1 een vergunning voor het verrichten van grondwerk verlenen, als het grondwerk, gezien het belang van de beschermde functie, geen onevenredige schade of gevaar kan veroorzaken. Burgemeester en wethouders betrekken het advies van de beheerder van de beschermde functie bij het besluit over de vergunning.

36.3

Vergunningvoorschriften

Burgemeester en wethouders kunnen, om onevenredige schade uit te sluiten of om onveilige situaties te voorkomen, voorschriften aan de vergunning verbinden.

Artikel 37 37.1

Bescherming van archeologische waarden

Grondwerk waarvoor geen vergunning in verband met archeologische waarden nodig is

Met inachtneming van artikel 36 is het volgende grondwerk toegestaan: 1. 2.

3. 4.

grondwerk dat wordt verricht op een locatie die niet is aangeduid als een archeologische verwachtingszone en die niet is aangewezen als archeologisch monument; in gevallen waarin het grondwerk in omvang en diepte binnen een bestaande bodemverstoring plaatsvindt: a. grondwerk dat normaal onderhoud en beheer betreft, zoals onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; b. grondwerk dat samenhangt met vervanging, vernieuwing of verandering van bestaande bouwwerken, waarbij de oppervlakte, voor zover gelegen op of onder peil, niet wordt uitgebreid en waarbij gebruik wordt gemaakt van de bestaande fundering; grondwerk dat nodig is voor archeologisch onderzoek; grondwerk dat in overeenstemming met de wettelijke voorschriften al in uitvoering is op het tijdstip van de inwerkingtreding van dit plan.

37.2

Grondwerk zonder vergunning in verband met de zone archeologische verwachtingswaarde

Met inachtneming van artikel 36 en lid 37.3 mag het volgende grondwerk op een locatie binnen een zone met een archeologische verwachtingswaarde zonder vergunning uitgevoerd worden, voor zover de activiteit aan de op de locatie geldende voorwaarden voldoet: 1. 2. 3.

op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 2' onder de voorwaarde dat het grondwerk geen verstoring veroorzaakt dieper dan 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 3' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 30m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt dieper dan 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 4' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 100m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt dieper dan 30cm onder het maaiveld;

3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

4. 5.

op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 5' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 500m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt dieper dan 30cm onder het maaiveld; op een locatie met de aanduiding 'overige zone - archeologische verwachting - 6' onder de voorwaarde dat het grondwerk een oppervlakte van maximaal 5000m2 verstoort en geen verstoring veroorzaakt dieper dan 50cm onder het maaiveld.

37.3 1. 2.

Als de verstoring in meer dan één zone valt, geldt voor de toepassing van lid 37.2 de zone die de minste verstoring toestaat. Bij een gefaseerde uitvoering van een project waarvoor grondwerk nodig is, is voor het bepalen van de verstoring de totale verstoring (oppervlak en/of diepte) van het gehele project bepalend.

37.4 1. 2. 3. 4.

5.

Regels over het bepalen van de omvang van het grondwerk en van de zone

Vergunning in verband met de archeologische waarde

Op een locatie met een van de in lid 37.2 genoemde aanduidingen is het verboden om zonder vergunning grondwerk te verrichten, behalve als de activiteit op grond van lid 37.1 of lid 37.2 is toegestaan. De vergunning wordt verleend, als is gebleken dat het grondwerk geen directe of indirecte gevolgen heeft voor het archeologische erfgoed of als er maatregelen zijn getroffen waardoor de archeologische resten in de bodem worden behouden. De vergunning wordt geweigerd als op voorhand zeker is dat de vergunning die op grond van artikel 36 voor het grondwerk nodig is niet verleend kan worden. Bij de aanvraag voor een vergunning als bedoeld onder 1 wordt een deskundigenrapport overlegd dat goedgekeurd is door of namens het bevoegd gezag, als zo'n rapport over de gevolgen van het grondwerk op de archeologische waarde nodig is voor een goede beoordeling van de aanvraag. Aan de vergunning als bedoeld onder 1 kunnen in ieder geval de volgende voorschriften worden verbonden: a. de verplichting tot het treffen van maatregelen waardoor de archeologische resten in de bodem worden behouden; b. de verplichting tot het doen van archeologisch onderzoek; c. de verplichting om het grondwerk te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

39

Hoofdstuk 6 Beheer van natuur, flora en fauna Artikel 38 38.1 1. 2.

3.

Aantasten van bomen of andere houtopstanden

Vergunningplicht

Het is verboden zonder vergunning een houtopstand te vellen, zoals het kappen van een of meer bomen. Het verbod geldt niet in de volgende gevallen: a. het kappen van een boom met een diameter kleiner dan 15 centimeter, gemeten op 1,30 meter boven het maaiveld; b. het kappen van een boom jonger dan 50 jaar: op een kadastraal perceel van 300 m2 of kleiner; of die in een tuin staat op een huurperceel die inclusief tuin kleiner is dan 300 m2; c. het periodiek vellen van hakhout voor het uitvoeren van regulier onderhoud; d. het periodiek knotten of kandelaberen als cultuurmaatregel bij daarvoor geschikte boomsoorten; e. bomen die moeten worden gekapt op grond van de Plantgezondheidswet of vanwege een aanschrijving op grond van artikel 4:12 van de Algemene Plaatselijke Verordening; f. bomen die moeten worden gekapt vanwege een aanschrijving van de gemeente. Voor tijdelijke natuur, botanische tuinen en bosplantsoenen kan het college een vergunning met de strekking van een jaarvergunning verlenen, waardoor het verbod van lid 1 niet geldt voor het afzonderlijk vellen van houtopstanden.

38.2

Beoordeling van de aanvraag

Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning weigeren: 1. 2.

als de Utrechtse hoofdbomenstructuur onevenredig wordt geschaad; als een van de volgende waarden onevenredig worden geschaad: a. de ecologische waarde van een houtopstand, b. de cultuurhistorische waarde van een houtopstand, c. de ruimtelijke waarde van een houtopstand, d. de milieuwaarde of e. de boomwaarde.

38.3

Vergunningvoorschriften algemeen

Burgemeester en wethouders kunnen op grond van artikel 38.2 voorschriften aan de vergunning verbinden. 38.4 1.

2.

3. 4. 5.

Vergunningvoorschriften over vervanging ("herplantplicht")

Bij vergunningvoorschrift wordt in ieder geval bepaald dat herplant: a. binnen 14 maanden vanaf het moment dat de kapvergunning is verleend voor bomen die op de gemeentelijke vellijst staan, of in het geval van langlopende of complexe projecten, of bij andere bomen die niet op de gemeentelijke vellijst staan, binnen een door het college op te leggen termijn; b. volgens de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen plaatsvindt; c. op of zeer nabij de kaplocatie plaatsvindt; e n d. binnen twee weken na voltooiing gereed wordt gemeld door vergunninghouder bij burgemeester en wethouders met een melding die een dagtekening en locatie van de herplant bevat. Bij het bepalen van een locatie voor herplant wordt de volgende volgorde aangehouden: a. herplant op locatie; b. herplant dichtbij locatie; en c. herplant elders. Als blijkt dat herplant niet mogelijk is, kan, in afwijking van onderdeel 1, worden bepaald dat de gevelde houtopstand financieel wordt gecompenseerd. Bij vergunningvoorschrift, bedoeld in het eerste lid, kan de locatie en wijze van herplant, vervanging bij niet-geslaagde herplant, worden bepaald. De bepalingen onder 1 tot en met 3 gelden niet in geval van tijdelijke natuur, botanische tuinen,

4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

bosplantsoenen en er een door burgemeester en wethouders goedgekeurd beheerplan is van de aanvrager. 38.5

Indieningseisen voor een vergunning

De aanvrager levert bij de aanvraag de volgende gegevens aan: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

een identificatie met een nummer en de locatie van iedere te vellen houtopstand op een kaart, foto of tekening; de soort houtopstand; de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel achtererf; de diameter in centimeters van de te vellen bomen of struiken, gemeten op 1,30 meter vanaf het maaiveld; een overzicht van de houtopstanden die als vervanging worden herplant en de locatie waar deze worden herplant en, als de locatie niet op of dichtbij de locatie ligt, een motivering waarom een andere locatie elders nodig is; in plaats van de gegevens onder 5, als vervanging niet mogelijk is, een motivering waarom vervanging alleen in de vorm van een financiële compensatie kan plaatsvinden.

38.6

Bebouwingscontour

De geometrische begrenzing van de bebouwingscontour houtkap, bedoeld in artikel 5.165b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, waarbinnen de regels over houtopstanden van het Besluit activiteiten leefomgeving niet van toepassing zijn, is aangeduid met 'overige zone - bebouwingscontour houtkap'. 38.7 1.

2. 3.

4.

Herplantplicht zonder vergunning

Indien een houtopstand, waarop het verbod tot vellen als bedoeld in lid 38.1 van toepassing is, zonder vergunning is geveld, dan wel op andere wijze teniet is gegaan, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevond danwel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen zo snel mogelijk maar in ieder geval binnen 14 maanden te herbeplanten. Wordt een verplichting als bedoeld onder 1 opgelegd, dan kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de herbeplanting en op welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen. Indien een houtopstand waarop het verbod tot het vellen als bedoeld in lid 38.1 van toepassing is, door uitvoering van werkzaamheden, in het voortbestaan ernstig wordt bedreigd, kunnen burgemeester en wethouders aan de zakelijk gerechtigde van de grond waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit anderen hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting opleggen om overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn voorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt weggenomen. Degene aan wie een verplichting als bedoeld onder 1, 2 of 3 is opgelegd, alsmede aan diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te voldoen.

38.8

Overgangsrecht

De bepalingen van afdeling 4.3 van de Algemene plaatselijke verordening, zoals deze luidden voorafgaand aan de inwerkingtreding dit bestemmingsplan, zijn van toepassing op: 1. 2.

besluiten en de daaraan verbonden voorschriften die zijn verleend voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan; aanvragen om vergunning die zijn ingediend voorafgaand aan de inwerkingtreding van dit bestemmingsplan, maar die na inwerkingtreding worden afgehandeld.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

41

Hoofdstuk 7 slotregels Artikel 39 39.1 1.

2. 3.

2. 3. 4.

Overgangsrecht

Overgangsrecht bouwwerken

Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, of dat gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, a. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; b. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is tenietgegaan. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het eerste lid een vergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan.

39.2 1.

Overgangs- en

Overgangsrecht gebruik

Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. Als het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsregels van dat plan.

Artikel 40

Slotregel

Deze regels worden aangehaald als: regels van het bestemmingsplan Papendorp.

4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Utrecht

Bijlagen regels

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

43

Bijlage 1

Kaart locaties te beëindigen bedrijfsactiviteiten

4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Bijlage 2

Kaart opheffing industrieterrein

4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

pap_ locaties_op_te_heffen_industrieterrein_kd.dgn

Bijlage 3

Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving

4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Papendorp" (vastgesteld)

Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving Inhoud A. Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving .................................................................1 B. Verklaring van de afkortingen en tekens ..............................................................................2

A. Lijst van bedrijfsactiviteiten in de woonomgeving

OMSCHRIJVING

SBI-CODE 2008

SBI-CODE

CATEGORIE

nr 1993

Ambachtelijke voedselbereiding Consumptie-ijsfabrieken, p.o. < 200 m² Broodfabrieken, brood- en banketbakkerijen, v.c. < 7.500 kg meel/week Verwerking cacaobonen en vervaardiging chocolade- en suikerwerk: − cacao- en chocoladefabrieken, vervaardigen van chocoladewerken met p.o. < 200 m² − suikerwerkfabrieken zonder suiker branden, p.o. < 200 m² Vervaardiging van wijn, cider en dergelijke Ambachtelijke bierbrouwerij Ambachtelijke koffiebranderij

1052

2

1552

B1

1071

1

1581

B1

10821

0

1584

10821

3

1584

B1

10821

6

1584

B1

1102 t/m 1104

Ateliers en werkplaatsen 139 Vervaardiging van textielwaren Vervaardiging van gebreide en gehaakte stoffen 139, 143 en artikelen 141 Vervaardiging kleding van leer, schoenmaker Timmerwerkfabrieken, vervaardiging overige 162 artikelen van hout, p.o. < 200 m² 162902 Kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken 231 Glasbewerkingsbedrijven Aardewerkfabrieken met vermogen elektrische 232, 234 ovens totaal < 40 kW 237 Natuursteenbewerkingsbedrijven: - zonder breken, zeven en drogen indien p.o. < 237 2.000 m² 2391 Slijp- en polijstmiddelen fabrieken Smederijen, lasinrichtingen, bankwerkerijen en 255, 331 dergelijke, p.o. < 200 m² Kleinschalige metaalbewerkende industrie, 2562, 3311 inpandig, p.o. < 200 m² Kantoormachines- en computerfabrieken, inclusief 26, 28, 33 reparaties Fabrieken voor medische en optische apparaten en instrumenten en dergelijke, inclusief reparaties 26, 32, 33 9524 Meubelstoffeerderijen b.o. < 200 m² 321 Fabricage van munten, sieraden en dergelijke 322 Muziekinstrumentenfabrieken 32991 Sociale werkvoorziening Aannemersbedrijf met werkplaats, b.o. < 41, 42, 43 1.000 m² 45204 Autobeklederijen

1

1

1593 t/m 1595

B1 B2 B2

174, 175

B2

176, 177

B2

181

B2

203, 204, 205

B2

2615

B1 B2

1

262, 263

B1

0

267

2

267

B2

2681

B2

B1

284

B2

1a

2852

B2

A

30

B1

A

33

B1

2

361

205

3663.1

A B1 B1 B1

3

45

B1

B

5020.4

A

362 363

Reparatie ten behoeve van particulieren (exclusief 952 auto's en motorfietsen) Handel in auto's en motorfietsen, reparatie- en 451, 452, 454 servicebedrijven Grafische bedrijven Kleine drukkerijen en kopieerinrichtingen Grafische afwerking Binderijen Grafische reproductie en zetten Overige grafische activiteiten Reproductiebedrijven opgenomen media

18129

Nutsvoorzieningen en -bedrijven Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen < 10 MVA Gasdistributiebedrijven: reduceer-, compressor-, meet- en regelinstallaties categorie A gasdrukregel- en meetruimten (kasten en gebouwen), categorie B en C Warmtevoorzieningsinstallaties, gasgestookt blokverwarming Waterdistributiebedrijven met pompvermogen < 1 MW

527

A

501, 502, 504

B1

2222.6

1813

2224

1814

2225

182

223

B1 A B1 B1 B1 A

B1

1814

A

2223

1814

B

2223

35

C1

40

35

D3

40

35

D4

40

B1

35

E2

40

B1

36

B1

41

B1

A

Vervoer en leveringen over land Taxibedrijven Post- bezorg- en koeriersdiensten Catering Overige bedrijven Computerservice- en informatietechnologiebureaus en dergelijke Plantsoenendiensten en hoveniersbedrijven, b.o. < 500 m²

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=69fc3f6f-47e8-4441-aa06-8bfa5277b36a