CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland_Toelichting

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 14 december 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111 - 117, Kanaleneiland47.224 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 6

Om deze ambitie te bereiken zijn de volgende ambitieuze doelstellingen voor 2020 geformuleerd: 30% C O2-reductie ten opzichte van 2010; 20% van het totale energieverbruik wordt duurzaam opgewekt; 10% van de daken zijn voorzien van zonnepanelen. Met het coalitieakkoord 'Utrecht: Ruimte voor iedereen' (2018) zijn voorgaande doelstellingen vervangen. Utrecht wil zo snel mogelijk klimaatneutraal zijn en om hiertoe te komen worden de volgende stappen genomen: de gemeentelijke energie-inkoop is in 2020 volledig verduurzaamd; in 2025 ligt op 20% van de Utrechtse daken zonnepanelen; in 2030 is het Utrechtse systeem van stadsverwarming verduurzaamd; in 2030 zijn minimaal 40.000 bestaande woningen van het gas af; het gemeentelijke vastgoed is in 2040 volledig verduurzaamd. Plangebied In paragraaf 5.20 is aangegeven hoe de energieambities in het plan worden ingevuld.

3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

2.3.2.2.10 Sport, recreatie en toerisme Beleid tijdelijk verblijf (short stay) Op 19 december 2019 is het beleid tijdelijk verblijf (short stay) door de gemeenteraad vastgesteld. Het aantal short stay-accommodaties in Utrecht is de laatste jaren gegroeid. Een toenemende mobiliteit van werknemers en internationale studenten zorgt voor een stijgende vraag naar deze accommodaties. De huisvesting van tijdelijke (internationale) werknemers of studenten mag echter niet ten koste gaan van de leefbaarheid en van de beschikbaarheid van voldoende permanente woonruimte voor verschillende doelgroepen in de stad. Om deze belangen op een goede manier te kunnen wegen zijn uitgangspunten opgesteld. Onder tijdelijk verblijf of short stay wordt verstaan: het bedrijfsmatig (met het oogmerk om winst te behalen) verstrekken van logies met een minimumperiode van twee weken tot 6 maanden met uitloop tot maximaal 12 maanden. Dit gebruik valt onder de bestemming hotel met aanduiding logies voor tijdelijk verblijf. Dit gebruik is niet toegestaan onder een woonbestemming. De regels voor het verlenen van vergunningen voor tijdelijk verblijf zijn vastgelegd in de Beleidsregels tijdelijk verblijf (short stay). Plangebied In het plangebied worden geen short stay accomodaties mogelijk gemaakt.

Ontwikkelingskader Horeca Utrecht 2018 Uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening kan, in verband met de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen, onderscheid gemaakt worden in categorieën van horecabedrijven in een bestemmingsplan of een beheersverordening bij het toelaten van horecabedrijven aan de hand van ruimtelijk relevante criteria als aard, omvang en parkeerdruk. Deze categorieën zijn vastgelegd in het op 12 april 2018 in werking getreden en door de raad vastgestelde Ontwikkelingskader horeca Utrecht 2018 en overgenomen in de bijlage bij de regels, de Lijst van Horeca-activiteiten. In de Lijst van Horeca-activiteiten is een functionele differentiatie in 'zachte' tot 'harde' typen van horecabedrijven opgenomen. De regeling geeft een kwalitatieve beperking ten aanzien van het type horecabedrijf dat zich mag vestigen in de woonomgeving. De regeling heeft tot doel de nadelige invloeden van de vestiging van horecabedrijven op het woon- en leefklimaat in de omgeving te voorkomen. De Lijst van Horeca-activiteiten kent een indeling in vier categorieën. De categorieën van A tot en met D lopen af in de zwaarte van de overlast die horecabedrijven voor omwonenden kunnen meebrengen. In geval van meerdere soorten activiteiten in één inrichting telt de activiteit in de zwaarste categorie voor de type-indeling van de inrichting.

Plangebied In het plangebied wordt geen horeca mogelijk gemaakt. 2.3.2.3 Gebiedsbeleid In gebiedsbeleid maakt de gemeente de koers en het thematische beleid passend binnen een specifiek gebied. Voor het plangebied is geen gebiedsbeleid opgesteld. Deze is wel in ontwikkeling. Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk Op 1 december 2022 heeft de gemeenteraad de Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk vastgesteld. In de Omgevingsvisie wordt meer aandacht gegeven aan: 1. 2. 3.

langzaamverkeerroutes klimaatadaptief maken van de wijk gezond stedelijk leven

Primaire doel voor de Omgevingsvisie is het vergroten van de leefbaarheid in de wijk. Dit kan op verschillende manieren gebeuren, bijvoorbeeld door het introduceren van nieuwe doelgroepen (menging door verdichting), versterken van voorzieningen (introduceren nieuwe doelgroepen), verbeteren verkeersveiligheid (aanpassen wijkstructuur) en het beter benutten van het groen. Ook is er een sterke vraag naar seniorenwoningen. Plangebied Met de herontwikkeling van het plangebied wordt rekening gehouden met de verbindingen voor langzaam verkeer en het behoud en onderhoud van voldoende groen in de wijk. De herontwikkeling ligt dan ook in lijn met de omgevingsvisie, een stimulans voor het ontmoeten en verblijven in een gezonde, groene buitenruimte. Als gevolg van de invoering van betaald parkeren in Merwede, deelgebied 5, wordt gevreest voor overlast in de omliggende wijken. Om deze overlast tegen te gaan is de gemeente voornemens om betaald parkeren in te voeren in onder andere Transwijk. Te zijner tijd zal in overleg met bewoners worden bekeken hoe dit wordt ingevoerd op een manier die aansluit bij de wensen van de buurt. De ontwikkeling van de twee woontorens en de diverse voorzieningen, draagt bij aan de doelen van bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

37

de Omgevingsvisie. De ontwikkeling van de Marco Pololaan zorgt voor een kwaliteitsimpuls, een duurzame uitstraling en een herkenningspunt als het park van de wijk. Daarmee krijgt het Marco Polopark een herkenbare identiteit. De vernieuwing betekent: Menging en verdichting: er is een gevarieerd woonprogramma met daarin sociale huur, middeldure en vrije sector huur; Toegankelijkheid: de nieuwe woongebouwen worden beter toegankelijk door het integreren van een lift en rolstoelvriendelijke woningen (levensloopbestendig). In alle huursegementen is een deel van de woningen bestemd voor ouderen, in het sociale segment (niet begeleid) zijn zelfs alle woningen voor deze groep bedoeld; Meer sociale veiligheid door woningen, entrees en gezamenlijke fietsenstallingen.

2.4

Conclusie

De conclusie is dat de ontwikkeling past binnen de - in dit hoofdstuk beschreven - beleidskaders.

3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Hoofdstuk 3

Bestaande situatie

3.1

Beschrijving van het plangebied

3.1.1

Historische ontwikkeling

Het gebied kent diverse opstallen die in de loop van de jaren zijn gerealiseerd. Binnen het perceel zijn met name functies gerelateerd aan gezondheidszorg en religie te vinden. In het gezondheidscentrum zit ook een verloskundigenpraktijk. Op het achter terrein bevindt zich een voormalige kerk. Het huidige gebruiksoppervlak is in totaal circa 2.500 m2 BVO. De bouwmassa is beperkt tot één enkele bouwlaag. Ook bevinden zich diverse parkeerplaatsen op het perceel. 3.1.2

Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie

Binnen het plangebied bevinden zich geen monumenten, beeldbepalende of andere cultuurhistorische waardevolle elementen. 3.1.3

Structuurbepalende elementen

Op 1 december 2022 heeft de gemeente de Omgevingsvisie Kanaleneiland en Transwijk vastgesteld. Omdat dit project al in ontwikkeling was ten tijde van de vaststelling van de Omgevingsvisie, is niet alleen gekeken naar het destijds geldende beleid (Ruimtelijke Visie Kanaleneiland zoals vastgesteld op 8 december 2005), maar ook naar het gedachtegoed van de nieuwe Omgevingsvisie. In de Ruimtelijke Visie Kanaleneiland is het beleid voor de woningmarkt om een gevarieerder aanbod aan woningen en woonmilieus te realiseren om draagkrachtigere bewoners met een stedelijke woonwens te behouden en aan te trekken. Ook het verbeteren van de kwaliteit van de bestaande betaalbare woningvoorraad is een ambitie. Dit betekent een wijziging van de aard van het woningaanbod door middel van sloop/nieuwbouw, herpositionering en woonmilieudifferentiatie. Voor wat betreft woonbebouwing heeft de gemeente het doel om bij herstructurering meer differentiatie aan te brengen in woningdichtheden, woonsferen en woningtypen. Uitgangspunten hierbij zijn dat het totaal aantal woningen in Kanaleneiland minimaal gelijk blijft en dat er gestreefd wordt naar een hogere overall woningdichtheid van circa 80 woningen per hectare (nu circa 60 woningen per hectare). Tussen de deelgebieden moet echter wel een differentiatie in woningdichtheid worden aangebracht.

Ook in lijn met het gedachtegoed van de Omgevingsvisie draagt de ontwikkeling bij aan verdichting en menging van het woonprogramma. In het Gebiedsplan Kanaleneiland Zuid 2010 is over de woonvoorraad verder benoemd dat (met name de kern van) de wijk wordt gedomineerd door portiekflats zonder lift. Deze woningen zijn niet erg geliefd bij sociale stijgers en ongeschikt voor ouderen. Om deze groepen aan de buurt te binden moet in ieder geval geïnvesteerd worden in verbetering van de uitstraling en identiteit van de flats en moet zo mogelijk nieuw worden gebouwd. De conclusie van de analyse in het Gebiedsplan is dat stedenbouwkundige structuur van de wijk goed is en de volgroeide natuur op veel plaatsen prachtig. Maar de buurt is wel versleten en aan een grondige opknapbeurt toe. De flats zijn in de loop de jaren 'verschilderd'. De oorspronkelijke ontwerpkwaliteiten zijn verloren gegaan. Bovendien mag de soberheid van weleer, bijvoorbeeld bij de entrees, plaats maken voor een meer duurzame uitstraling. Ook bij de eengezinswoningen laat de uitstraling wel eens te wensen over. Met name de erfafscheidingen verdienen daar aandacht. De bewoners willen dat de buurt er weer verzorgd uit gaat zien. Ook willen zij een herkenbare identiteit, want nu lijken de stempels te veel op elkaar.

De ontwikkeling van de Marco Pololaan zorgt voor een kwaliteitsimpuls, een duurzame uitstraling en een herkenningspunt als het park van de wijk. Daarmee krijgt het Marco Polopark een herkenbare identiteit.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

39

Afbeelding: huidige situatie

3.2

Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied

In de huidige situatie staan een aantal gebouwen binnen het plangebied. Deze panden bevinden zich ten zuiden van de Da Costaschool en ten noorden van het speelgebied. Binnen het huidige plangebied zijn de gebouwen als volgt gesitueerd: 1.

2. 3. 4.

Aan de Marco Pololaan 111 is in de huidige situatie een gezondheidscentrum. Het gezondheidscentrum staat op perceel S.1672 en bestaat onder andere uit een apotheek, huisartsenpraktijk en een fysiotherapiepraktijk. Direct aangrenzend aan dit perceel staat op perceel S.1671 een tandartsenpraktijk. Het gezondheidscentrum loopt over in dit perceel en sluit op de tandartspraktijk aan. Op perceel A.1259 staat een voormalige kerk. Dit is ten westen van het gezondheidscentrum. Perceel A.1258 is een parkeerplaats. Ten westen van deze parkeerplaats is nog een pand gevestigd, welke tegen de voormalige kerk aan staat. Het gebouw is in gebruik voor het Leger des Heils.

3.3

Conclusie

Al enkele jaren worden de panden slechts verhuurd voor de genoemde functies. Het plangebied is toe aan een update, welke beter aansluit op de wens en de behoefte vanuit Utrecht. Dit heeft ertoe geleid om een plan met woningen en een nieuw gezondheidscentrum te ontwikkelen. Op die manier ontstaat de gewenste kwaliteitsimpuls voor de wijk.

4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Hoofdstuk 4 4.1

Planbeschrijving

Projectbeschrijving

De initiatiefnemer MPL Real Estate/Cortese heeft het voornemen de bestaande panden aan de Marco Pololaan 111-117 te slopen en nieuwe woningen te realiseren. De voormalige kerk staat leeg en wordt gesloopt. De plek voor de Buurthuiskamer bij Bosshardt komt niet terug in de nieuwbouw, maar verhuist naar verwachting in het eerste kwartaal van 2023 naar de Marco Pololaan 10 samen met st. JOU. Het huidige gezondheidscentrum wordt gesloopt maar komt terug binnen het plan. 4.1.1

Programma

Het planvoornemen bestaat uit de realisatie van 240 appartementen in twee appartementencomplexen en een nieuw gezondheidscentrum van circa 2.055 m². De appartementencomplexen worden 6 en 12 verdiepingen hoog boven een drielaagse plint. De eerste verdiepingen worden binnen het plan voorzien van een gezondheidscentrum, woningen en zorgwoningen. De overige appartementen worden in de verdiepingen daarboven gerealiseerd. Van zowel het middensegment als het vrije segment zijn 25% van de woningen bestemd voor ouderen. Het beoogde plan bevat de volgende nieuwe functies: 53 zelfstandige sociale woningen; 1. 32 zelfstandige zorgwoningen; 2. 21 socale huurwoningen voor ouderen; 79 huurappartementen in het middensegment; 108 huurappartementen in het vrije segment; Een zorgcentrum (2.055 m²) met apotheek.

Afbeelding: Doorsnede 4.1.2

Stedenbouwkundig plan

De planlocatie ligt aan de Marco Pololaan in de wijk Kanaleneiland-Zuid in Utrecht. De wijk kent een sterk ruimtelijk systeem: de wijk is als één geheel ontworpen na de Tweede Wereldoorlog met de moderne tuinstad als gedachte. Dit ruimtelijk systeem bestaat onder andere uit stempels (repeterend ensemble van bebouwing), en een sterk hoogbouwprincipe. Dit hoogbouwprincipe bestaat uit torens (70+m hoog) op knopen van stedelijke schaal (24 Oktoberplein, 5 Meiplein, Europaplein) en bebouwing in de vorm van schijven van 32 m hoog aan de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

41

Beneluxlaan en het Amsterdam-Rijnkanaal. De locatie ligt in de voorzieningenstrook in Kanaleneiland. Dit gebied wijkt af van de stempels en kenmerkt zich door afwijkende, meer solitaire bebouwing met een voorzieningenprogramma. De bijzondere ligging in/aan het park, op de kruising van een toekomstige langzaam verkeersroute, is aanleiding tot het maken van een bijzonder (wijk)accent). Kanaleneiland is een typisch voorbeeld van Nederlandse naoorlogse modernistische stadsuitbreiding: een zelfstandige woonwijk ontworpen als één geheel met eigen kern en voorzieningen, aan de rand van de toenmalige stad (anno jaren 1950). De wijk is volgens een grid-structuur opgebouwd met orthogonale hoofdassen en secundaire straten parallel aan en haaks op het Amsterdam-Rijnkanaal, waarbinnen de bebouwing in wooneenheden volgens een repetitief patroon is gerealiseerd. Stempels van vrijstaande woongebouwen en huizenrijen met elk verschillende woningtypes rondom een groene binnenruimte. Accenten van hoogbouw markeren de hoofdassen en het winkelcentrum in het hart van de wijk. Een opvallend verschil tussen de opbouw van Kanaleneiland en andere uitbreidingen uit de naoorlogse periode is het ontbreken van gemeenschappelijk groengebied binnen de stempels. De grond tussen de hoge bouwblokken is net als bij de laagbouw uitgegeven als privé-tuinen.

Qua oriëntatie zijn alle bouwblokken met de voorzijde naar de openbare straat gericht.

Afbeelding: Overzicht indeling Vanaf het Amsterdam-Rijnkanaal loopt een groenstructuur met waterlint via het Marco Poloplantsoen en het park Transwijk naar sportpark Welgelegen en de Weg der Verenigde Naties die aan de 4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

noordzijde de wijk begrenst. Het Amsterdam-Rijnkanaal en Park Transwijk vormen zeer belangrijke groen- en waterstructuren op stedelijk niveau, maar zijn slecht ontsloten in het recreatieve netwerk. De verkeersstructuur met brede wegen draagt hier niet aan bij en zorgt voor barrières voor het langzaam verkeer. Sinds het begin van deze eeuw is de wijk berucht om de leefbaarheidsproblematiek, die aanleiding heeft gegeven tot een transformatieprogramma. Verbetering van bereikbaarheid en leefbaarheid van de aanwezige kwaliteiten en een sociaal veiligere leefomgeving zijn speerpunten voor de transformatie van Kanaleneiland waarbij diversiteit in woonaanbod (door gerichte sloop en nieuwbouw) een belangrijke impuls aan deze opgaven kan geven. Het Marco Poloplantsoen Het Marco Poloplantsoen is de centrale groene ruimte van Kanaleneiland-Zuid met, zoals genoemd, belangrijke verbindingen met overige groengebieden in de wijk. Kenmerkend voor dit plantsoen is de structuur bestaande uit kamers met daarbinnen buurtfuncties en omzoomd door heestervakken en een rij bomen. Deze kamerstructuur dient behouden te blijven en waar mogelijk versterkt te worden, ook qua beleefbaarheid van het groen en door het faciliteren van interactie tussen de bebouwing en het plantsoen (zichtlijnen, entrees).

Planvoornemen gezondheidscentrummet twee woontorens Het plangebied vormt één van de kamers binnen het Marco Poloplantsoen en dient dus ook als één samenhangend ensemble ontworpen te worden. In lijn met de hoogte-accenten binnen geheel Kanaleneiland wordt de woontoren op de as van de Marco Pololaan gerealiseerd met een hoogte van 15 bouwlagen. Behalve de as wordt daarmee ook het aanwezige groen geaccentueerd. Het naastgelegen volume wordt opgetrokken tot een hoogte van 9 bouwlagen omdat deze de secundaire oost-west as begeleidt. De plint van de woontoren bestaat uit 3 bouwlagen waarin op de eerste bouwlaag een gezondheidscentrum en op de tweede en derde bouwlaag sociale zelfstandige woningen, sociale zorgwoningen (begeleid wonen) en middendure gerealiseerd worden. De ontwikkeling van de Marco Pololaan zorgt voor een kwaliteitsimpuls, een duurzame uitstraling en een herkenningspunt als het park van de wijk. Daarmee krijgt het Marco Polopark een herkenbare identiteit.

4.2

Verkeer en openbare ruimte

4.2.1

Verkeer

In deze paragraaf wordt ingegaan op de bereikbaarheid van het plangebied met de auto, het openbaar vervoer en de fiets of te voet. De verkeerseffecten op de nieuwe ontwikkeling zijn door middel van een onderzoek naar de verkeersgeneratie in beeld gebracht (Bijlage 1). Met de realisatie van 240 appartementen en een gezondheidscentrum ontstaat er een wijziging in verkeer ten opzichte van de huidige situatie. Het plangebied is vanaf de Marco Pololaan ontsloten via de Vasco Da Gammalaan. De Vasco Da Gammalaan sluit aan op de Beneluxlaan. De Beneluxlaan sluit via de Europalaan aan op de A12. Het verkeer zal zich vanaf de Beneluxlaan in verschillende richtingen verspreiden. De Beneluxlaan en Europalaan zijn ontsluitingswegen door Utrecht heen. In de onderstaande tabel is het aantal vervoersbewegingen berekend die ontstaan met de realisatie van het beoogde plan. Op basis van de CROW-publicatie 'Toekomstbestendig parkeren: Van parkeercijfers naar parkeernormen' volgen de volgende toename van verkeersbewegingen door realisatie van het project. De omgevingsadressendichtheid van de buurt Kanaleneiland-Zuid is 2.934 adressen per km2 en voor dit plangebied wordt uitgegaan van een zeer sterk stedelijk gebied. Gezien de ligging buiten het centrum en de schil van Utrecht wordt uitgegaan van rest bebouwde kom.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

43

*voor de berekening van de vervoersbewegingen van en naar het gezondheidscentrum is op basis van de tekeningen uitgegaan van 37 behandelkamers. Vanuit de bovenstaande berekening van het aantal vervoersbewegingen voor de beoogde situatie blijkt dat met de realisatie van het plan 1.816 vervoersbewegingen ontstaan. Dit aantal vormt een relatief beperkt aantal van de bestaande vervoersbewegingen die gebruik maken van de Beneluxlaan en Europalaan richting de A12 dat er geen belemmeringen ontstaan voor de huidige verkeerssituatie. Immers is dit de worst-case berekening en zullen de vervoersbewegingen in praktijk lager liggen. Een deel van de mensen zal in praktijk gebruik maken van het openbaar vervoer. Ook zullen de vervoersbewegingen zich in verschillende richtingen en op verschillende tijden verspreiden. Nader onderzoek is niet nodig. 4.2.2

Parkeren

Uitgangspunten auto parkeren Met de realisatie van de 240 appartementen en gezondheidscentrum wordt een ander gebruik gerealiseerd voor de planlocatie. Aangezien het gebruik verandert, verandert daarin ook de parkeereis mee. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen nodig zijn voor de beoogde ontwikkeling is onderstaand een berekening gemaakt per functie. Voor de bepaling wordt gebruik gemaakt van de parkeervisie van de gemeente Utrecht, beschreven in 2.3.2.2.6 Verkeer en mobiliteit. Op het plangebied is geen parapluplan voor parkeren van toepassing. In de geconsolideerde beheersverordening staat beschreven dat met de werking van de bouwverordening, standaardbepalingen worden gekoppeld aan nieuwe bouwmogelijkheden, waaronder parkeernormen uit de Beleidsregel parkeernormen auto 2021 gemeente Utrecht. De beleidsregel parkeernormen auto 2021 hanteert de volgende realisatie-eisen voor auto parkeren (artikel 10): Parkeerplaatsen voor de auto worden op eigen terrein gerealiseerd. Parkeerplaatsen op eigen terrein worden zoveel mogelijk inpandig gerealiseerd. Op grond van artikel 6 of 7 moet of mag worden afgeweken van de hoofdregel onder a. waarbij aan de hiervoor gestelde eisen over realisatie en beschikbaarheid uit hoofdstuk 3 en 4 van deze beleidsregel moet worden voldaan. Op Aw 1 en Aw 4 t/m Aw 7 (artikel 7) is geen realisatie- eis van toepassing voor de aanvrager.

Alle parkeerplaatsen die op eigen terrein worden gerealiseerd hebben leidingdoorvoeren voor (elektrische) oplaadpunten. Parkeerplaatsen die binnen loopafstand extra worden aangelegd en volledig worden betaald door de initiatiefnemer, worden gelijkgesteld met parkeerplaatsen op eigen terrein. Minimaal 1 en minimaal 5 % van de te realiseren parkeerplaatsen moet geschikt te maken zijn om te gebruiken als gehandicaptenparkeerplaats. Ten behoeve van de toetsing van de realisatie-eis worden alle parkeerplaatsen per doelgroep per specifieke functie en bijbehorende voorzieningen die in dit hoofdstuk worden genoemd aangegeven op een inrichtingstekening die onderdeel uitmaakt van de aanvraag omgevingsvergunning. 4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Parkeerberekening auto Het plangebied valt, op basis van de onderstaande gebiedsindeling vanuit de parkeervisie van de gemeente Utrecht, binnen de gebiedszonering B2 (stedelijke gebieden, niet betaald parkeren). Door de ligging van het project, grenzend aan B1 wordt het B1 gebied aangehouden. Op basis van de parkeernormen is het onderstaand aantal benodigde parkeerplaatsen berekend.

Afbeelding: Gebiedsindeling parkeervisie Het volledige programma van de 240 appartementen bestaat uit de volgende onderdelen: 6 sociale huur of middenhuur appartementen 80 tot 130 m2 bvo (norm 0,69) 48 appartementen woning van 55 tot 80 m2 bvo (norm 0,89) 12 sociale huur of middenhuur appartementen van 55 tot 80 m2 bvo (norm 0,67) 142 appartementen tot 55 m2 bvo (norm 0,43) 32 serviceflats (norm 0,2) Daarnaast is er rekening gehouden met een apotheek van ca. 200 m2 (norm 1,53 per 100 m2 bvo), een gezondheidscentrum met 35 behandelkamers (norm 0,60 per kamer) en een wijkgebouw van ca. 200 m2 (norm 0,85 per 100 m2 bvo). Uit de parkeerberekening op basis van de beleidsregel parkeernormen auto 2021, blijkt dat er 89 parkeerplaatsen nodig zijn. Daarbij is rekening gehouden met een reductie van de parkeereis van 23 in verband met dubbelgebruik en een parkeereis van 7 deelauto's. In de berekening is rekening gehouden met de aanwezigheidspercentages op de piekmomenten voor de bewoners en bezoekers van de woningen en het gezondheidscentrum en apotheek. Dubbelgebruik wordt berekend volgens de methodiek van CROW. Om de mogelijkheden voor dubbelgebruik te bepalen worden de aanwezigheidspercentages gehanteerd die in de beleidsregels zijn opgenomen. Binnen het plan is ruimte voor 93 parkeerplaatsen in de parkeerkelder, onder het gebouw.

Daarnaast is er op het maaiveld ruimte voor 3 gehandicaptenparkeerplaatsen en 6 parkeerplaatsen, gereserveerd voor artsen. Deze komen ook op het eigen terrein. Het totaal komt daarmee uit op 102 plekken. Daarmee wordt voldaan aan de parkeereis voor auto's. Uitgangspunten fiets parkeren In de beleidsregels Parkeernormen fiets 2021 van de gemeente Utrecht zijn normen voor fiets parkeerplaatsen opgenomen waaraan moet worden voldaan bij nieuwbouwprojecten. Onderstaand is een onderbouwing gegeven voor het aantal fietsparkeerplaatsen dat nodig is voor de beoogde ontwikkeling om aan de parkeereis te voldoen. In de Beleidsregel parkeernormen fiets 2021 staan de volgende opmerkingen over fietsparkeren: bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

45

1. 2.

3. 4.

Een woonfunctie heeft als nevenfunctie een niet gemeenschappelijke afsluitbare bergruimte met een vloeroppervlakte van ten minste 5 m2 een hoogte daarboven van ten minste 2,3 m. In afwijking van het eerste lid kan bij een woonfunctie met een gebruiksoppervlakte van niet meer dan 50 m2 de bergruimte ten minste 1,5 m2 de bergruimte gemeenschappelijk zijn indien de vloeroppervlakte van per woonfunctie bedraagt. Een bergruimte als bedoeld in dit artikel is vanaf de openbare weg rechtstreeks bereikbaar via het aansluitend e terrein of een gemeenschappelijke verkeersruimte. Per woning geldt een bezoekersnorm van 0,5 fietsparkeerplaats.

In de bouwenvelop voor de beoogd ontwikkeling zijn uitgangpunten opgesteld voor het plan. Voor wat betreft fietsparkeerplaatsen gelden de volgende regels: 5. 6.

7.

Fiets parkeren wordt op kavel opgelost. Er moet voldoende en makkelijke bereikbare stallingen zijn voor fietsers en brommers volgens de nota en/of bouwbesluit. Bij de bouw van fietsvoorzieningen wordt 5% ruimte gereserveerd voor grotere en zwaardere tweewielers die niet in een normaal rek passen en worden voorzieningen voor elektrische fietsen aangebracht. Een gezamenlijke berging voor woningen > 50 m2 in appartementsgebouwen is toegestaan wanneer voldaan wordt aan 'woningen bouwbesluit en gelijkwaardige oplossing' genoemde randvoorwaarden, waardoor sprake is van een gelijkwaardige oplossing (bouwbesluit).

Voor het fietsparkeren worden de uitgangpunten uit de bouwenvelop gehanteerd. Deze gelden boven de gemeentelijke parkeernormen. Binnen het plan is 830 m² aan oppervlakte voor parkeerplaatsen in de kelder, onder het gebouw. Daarmee wordt voldaan aan de parkeereis voor fietsen. 4.2.3

Openbare ruimte en groen

De openbare ruimte en het groen rondom het gebouw krijgt een groene, parkachtige uitstraling. Op het dak tussen de twee woontorens wordt eveneens groen toegepast. Het parkeren wordt volledig binnenpands opgelost, waardoor er voldoende ruimte is voor voetgangers en fietsers. Door het toevoegen van deze openbare ruimte, vindt er een kwaliteitsverbetering plaats welke aansluit op het huidige Marco Polopark. Het plangebied ligt binnen het Marco Poloplantsoen, zie onderstaande afbeelding onder 'voorzieningen'. Het plantsoen is de centrale groene ruimte van Kanaleneiland-Zuid en dient als een verbindingsstuk tussen de omliggende groengebieden in de wijk. De verbinding loopt onder andere in oost westelijke richting tussen Park Transwijk en het Amsterdam-Rijnkanaal. De kamerstructuur van het plantsoen dient behouden te blijven en waar mogelijk versterkt te worden.

4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Afbeelding: Overzicht indeling Marco Polopark De initiatiefnemer, in overleg met de naastgelegen school, heeft het planvoornemen om een gepaste invulling te geven aan het groen inrichten en versterken van de kamer. Daarnaast zal in de uitwerking van de herinrichting, met betrekking op de groenstructuur en de openbare ruimte, het groen behouden en versterkt worden.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

47

4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1

Inleiding

In toenemende mate wordt de milieukwaliteit van belang bij de ontwikkeling van functies in het landelijk en stedelijk gebied. Het milieubeleid heeft zich in de loop van enkele decennia ontwikkeld tot een complexe materie, die er in de praktijk toe leidt dat bij ruimtelijke ontwikkelingen met verschillende milieuaspecten rekening moet worden gehouden. In dit hoofdstuk is een overzicht gegeven van de relevante (milieu)aspecten in het plangebied en de diverse onderzoeken die zijn uitgevoerd.

5.2

Milieueffectrapportage

Kader Het doel van een milieueffectrapportage (m.e.r.) is om vooraf de mogelijke milieueffecten van plannen en besluiten in beeld brengen en deze een volwaardige rol te laten spelen bij de besluitvorming over deze plannen en besluiten. Het maken van een milieueffectrapport is verplicht bij de voorbereiding van plannen en besluiten, die activiteiten mogelijk maken welke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kunnen hebben. In onderdeel C van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. wordt aangegeven welke activiteiten altijd m.e.r.-plichtig zijn. Bij de activiteiten die in onderdeel D van die bijlage genoemd worden moet beoordeeld worden of de activiteit belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu kan hebben. Uit deze m.e.r.-beoordeling kan de conclusie volgen dat er een milieueffectrapportage moet worden opgesteld. Plansituatie De in het plan opgenomen activiteiten vallen onder categorie D11.2 (aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject) zoals deze is opgenomen in onderdeel D van de bijlagen bij het Besluit m.e.r. Voor deze activiteit is in het Besluit m.e.r. een drempelwaarde opgenomen van 2.000 woningen, een projectgebied van 100 hectare en 200.000 m² bvo aan bedrijfsoppervlakte of meer. Het plan blijft onder deze drempelwaarden en overschrijdt deze niet. Op grond van artikel 2, lid 5, sub b, van het Besluit m.e.r.

dient echter ook in 'overige gevallen' bekeken te worden of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen (de vormvrije m.e.r.-beoordeling). Op basis van deze vormvrije m.e.r.-beoordeling dient het bevoegd gezag (in dit geval de gemeente Utrecht) een besluit te nemen om voor het project wel of geen m.e.r.-procedure te volgen voor het project alvorens het ontwerp bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. Om te beoordelen of sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen is een vormvrije m.e.r.-beoordeling (aanmeldnotitie) opgesteld. In deze vormvrije m.e.r.-beoordeling wordt geconcludeerd dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen en er derhalve geen aanleiding is om een m.e.r.-procedure te doorlopen. De gemeente heeft dan ook op 6 juni 2023 besloten om voor dit plan geen m.e.r.-procedure toe te passen. De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgenomen in Bijlage 2. Het m.e.r. beoordelingsbesluit is opgenomen in Bijlage 3. Conclusie Er is geen sprake van belangrijke nadelige milieugevolgen door de beoogde ontwikkeling. Het opstellen van een milieueffectrapportage is dan ook niet noodzakelijk.

5.3

Bedrijven en milieuzonering

Kader De gemeente Utrecht streeft naar een situatie waarin wonen en werken in de stad op een goede manier samengaan. Beide functies zijn zeer belangrijk voor Utrecht, maar ook dient te worden voorkomen dat milieuhinder van bedrijven een negatieve invloed heeft op de woonomgeving, of dat omgekeerd de bedrijvigheid wordt belemmerd door de aanwezigheid van woningen in de directe nabijheid. Van belang zijn in dit kader de invloed van geluid, geur, veiligheid en luchtkwaliteit van het bedrijf op de gevoelige bestemmingen in het bestemmingsplan. bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

49

VNG systematiek Bedrijven en milieuzoneringen De Vereniging van Nederlandse gemeenten (VNG) heeft een veel gebruikte systematiek ontwikkeld om wonen en werken in elkaars nabijheid te kunnen realiseren. In Bedrijven en Milieuzonering worden afstanden tussen bedrijven en woningen gehanteerd. De aangehouden afstand is afhankelijk van het karakter van de woonwijk: rustig of druk (aangeduid met de term 'gemengd gebied'). In een rustige woonwijk wordt een grotere afstand tot bedrijven gehanteerd en in een drukke woonwijk een kleinere afstand. Daarnaast kent de VNG een systematiek voor functiemenging. Daarin accepteren we een sterkere menging van wonen en werken voor bedrijven die ook op korte afstand (soms zelfs aanpandig) geen hoog geluidniveau hoeven te veroorzaken. Een richtwaarde van 45 dB(A) is daarbij het uitgangspunt hetgeen ook aansluit bij de ambities cf. de Geluidnota Utrecht. Een aandachtspunt wordt gevormd door stemgeluid. Rumoer afkomstig van spelende kinderen op een schoolplein hoort bij een woonomgeving, maar kan ook zorgen voor geluidhinder en moet daarom in het kader van een goede ruimtelijke ordening goed worden afgewogen. Stemgeluid van personen op een onverwarmd en onoverdekt terrein is cf. het Activiteitenbesluit wettelijk niet genormeerd tenzij het terrein kan worden aangemerkt als een binnenterrein.

Plangebied en omgeving Functiemening In Kanaleneiland is op veel plaatsen sprake van een menging van woningen en andere functies zoals winkels, sportinrichtingen en restaurants. Deze passen binnen de VNG-systematiek van functiemenging. Hierin is ook plaats voor functies zoals artsenpraktijken en consultatiebureaus. Deze functies zijn aanpandig aan woonfuncties van derden mogelijk. In deze situatie is ook sprake van een nabijgelegen school met schoolplein. Voor het stemgeluid zijn geen normen van het Activiteitenbesluit van toepassing. Binnen de systematiek van functiemenging dient een school los (dus niet aanpandig) van woningen te blijven. Dat is hier het geval. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het echter wel noodzakelijk om inzicht te hebben in de (akoestische) invloed en uitstraling van de Da Costa school. Hiertoe is onderzoek verricht (d.d. 9 december 2021) door het Geluidburo, zie Bijlage 5. De door de gemeente Utrecht gestelde richtwaarde voor het langetijdgemiddeld beoordelingsniveau is gelijk aan 55 dB(A) in de dagperiode. Het maximaal toegestane piekniveau is gesteld op 70 dB(A) in de dagperiode.

Uit het onderzoek volgt dat voor zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en de optredende piekgeluiden (LAmax) op de gevels van de nieuwe appartementen en op de gevels van het gezondheidscentrum een overschrijding opleveren van de richtwaarde van respectievelijk 55 dB(A) en 70 dB(A) overschrijden. Voor 14 woningen en het gezondheidscentrum aan de noordzijde van het gebouw is sprake van een overschrijding van ten hoogste 5 dB. Voor het piekniveau concludeert het rapport dat sprake is van een overschrijding van 1 dB boven de richtwaarde. Bronen overdrachtsmaatregelen zijn vaak lastig of onwenselijk vanuit organisatorisch, stedenbouwkundig en landschappelijk perspectief. Een door de school voorgenomen herinrichting van het schoolplein waarbij verharding wordt weggehaald ten gunste van meer groen, kan echter enige geluidsabsorptie teweeg brengen en het akoestisch klimaat verbeteren. Het gaat hierbij om 6% van het totaal aantal woningen. Woningen die de wijk verbeteren en aantrekkelijker maken en die vanwege hun locatie en prijsstelling broodnodig zijn in de stad Utrecht. Voor een goed woon- en leefklimaat zullen daarom maatregelen bij de ontvanger moeten worden aangebracht, in de vorm van gevelisolatie, zodat een voldoende binnenniveau kan worden geborgd.

Dit betekent dat voor de woningen waar sprake is van een overschrijding van de norm gevelisolatie van 25 dB moet worden aangebracht. Daarmee wordt voor het binnenniveau voldaan aan de maximaal toegestane waarde van 33 dB en is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Voor de overschrijding op de gevel van het gezondheidscentrum wordt geadviseerd om geen geluidsgevoelige functies aan de zijde met overschrijding te situeren. Omliggende bedrijventerreinen Op grotere afstand van het plangebied bevindt zich enkele bedrijventerreinen. De hoogste milieucategorie geldt voor het asfaltbedrijf, aan de overkant van het Amsterdam Rijnkanaal. Hiervoor geldt milieucategorie 4.2 met een richtafstand van 200 meter. Het plangebied ligt buiten alle bufferzones van de bedrijventerreinen (zie tweede onderstaande figuur). Verder bevinden zich enkele maatschappelijke, gemengde en bestemmingen voor detailhandel. Binnen de gemengde bestemmingen mogen zich enkel bedrijven vestigen tot en met categorie A en B1 zoals vermeld in de Lijst van Bedrijfsactiviteiten functiemenging. Van hieruit ontstaan geen belemmeringen. Onderstaand zijn de bovengenoemde buffers om de bedrijven te zien. 5 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van belemmering van en ten opzichte van omliggende bedrijven.

Afbeelding: Afstand tot omliggende bedrijven en sportveld

Afbeelding: Bedrijven en milieuzonering bedrijventerreinen bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

51

Op basis van de bovenstaande afbeelding wordt geconcludeerd dat er geen belemmeringen ontstaan vanuit omliggende bedrijven. Er worden in de vigerende beheersverordening geen bedrijven aangewezen waarvan een belemmering ontstaat voor het plangebied. Conclusie Gelet op het bovenstaande vormt het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering voor de voorgenomen planontwikkeling

5.4

Geluidhinder

Geluid beïnvloedt vaak de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Aangezien woningen geluidgevoelig zijn, dient overeenkomstig de Wet geluidhinder (Wgh) beoordeeld te worden of aan wet- en regelgeving wordt voldaan en sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt in dat ter plaatse van de nieuwe woningen een aangenaam woon- en leefklimaat gewaarborgd dient te zijn. Geluidsoverlast kan veroorzaakt worden door lawaai afkomstig van industrie, railverkeer, wegverkeer en/of luchtvaartverkeer. Er bevinden zich in de buurt van het plangebied geen grote lawaaimakers overeenkomstig bijlage 1 onderdeel D van het Besluit omgevingsrecht (Bor), noch een gezoneerd industrieterrein conform artikel 40 Wgh (industrielawaai). Ook is er in de nabijheid van het plangebied geen drukke weg, of spoorlijn (railverkeerlawaai) en ligt het plangebied niet binnen een geluidszone ('20 Ke-contour') van een luchthaven (luchtvaartverkeer-lawaai). Volgens de Wet geluidhinder (Wgh) hebben alle wegen een 'zone', uitgezonderd een aantal situaties waaronder wegen met een maximumsnelheid van 30 km/uur. De 'zone' is een aandachtsgebied waarbinnen een nader akoestisch onderzoek verplicht is. Toetsing van niet gezoneerde wegen is in het kader van de Wgh niet aan de orde.

In het kader van een goede ruimtelijke onderbouwing dient echter wel aangegeven te worden in hoeverre nabij gelegen 30 km/uur wegen een relevante invloed uitoefenen op het akoestisch klimaat ter plaatse. Plansituatie In het kader van het voorontwerp van het bestemmingsplan is op 2 december 2021 akoestisch onderzoek uitgevoerd door het Geluidburo, zie Bijlage 4. Onderzoek is verricht naar de geluidsbelasting op de gevels van de nieuw te bouwen appartementen. Hieronder volgen de uitkomsten uit het onderzoek: De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op het gezoneerde deel van de Marco Pololaan ligt onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 41 dB inclusief aftrek op de voor- en zijgevel van het gebouw; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Beneluxlaan ligt onder de voorkeursgrenswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 31 dB inclusief aftrek op de voorgevel van het gebouw; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de niet-gezoneerde wegen ligt op of onder de voorkeursgrenswaarde.

De hoogst bepaalde geluidbelasting is 48 dB inclusief aftrek op de voorgevel van het gebouw; Omdat er geen overschrijdingen optreden van de voorkeursgrenswaarden is het onderzoek naar geluidreducerende maatregelen en het verlenen van hogere waarden niet van toepassing; Samenvattend kan gezegd worden, dat er vanuit de Wet geluidhinder geen bezwaar is tegen het bouwplan; De toename van de geluidbelasting ten gevolge van het bouwplan op de gevels van de bestaande woningen wordt aanvaardbaar geacht; deze overschrijdt de 1,5 dB niet. Geluidnotitie Schoolplein Da Costaschool Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is het noodzakelijk om inzicht te hebben in de (akoestische) invloed en uitstraling van de Da Costa school. Hiertoe is onderzoek verricht (d.d. 9 december 2021) door het Geluidburo, zie Bijlage 5. De grenswaarde voor het langetijdgemiddeld beoordelingsniveau is gelijk aan 55 dB(A) in de dagperiode. Het maximaal toegestane piekniveau is gesteld op 70 dB(A) in de dagperiode. Uit het onderzoek volgt dat voor zowel het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau (LAr,LT) en de optredende piekgeluiden (LAmax) op de gevels van de nieuwe appartementen en op de gevels van het gezondheidscentrum een overschrijding opleveren van de door de gemeente Utrecht gestelde richtwaarde van respectievelijk 55 dB(A) en 70 dB(A) overschrijden.

Voor 14 woningen en het gezondheidscentrum aan de noordzijde van het gebouw is sprake van een overschrijding van ten hoogste 5 dB. Voor het piekniveau concludeert het rapport dat sprake is van een overschrijding van 1 dB boven de richtwaarde. Bron- en overdrachtsmaatregelen zijn hier niet wenselijk vanuit organisatorisch, stedenbouwkundig en landschappelijk perspectief. 5 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

Het gaat hierbij om 6% van het totaal aantal woningen. Woningen die de wijk verbeteren en aantrekkelijker maken en die vanwege hun locatie en prijsstelling broodnodig zijn in de stad Utrecht. Voor een goed woon- en leefklimaat zullen daarom maatregelen bij de ontvanger moeten worden aangebracht, in de vorm van gevelisolatie, zodat een voldoende binnenniveau kan worden geborgd. Dit betekent dat voor de woningen waar sprake is van een overschrijding van de richtwaarde gevelisolatie van 25 dB moet worden aangebracht. Daarmee wordt voor het binnenniveau voldaan aan de maximaal toegestane waarde van 33 dB en is sprake van een goed woon- en leefklimaat. Voor de overschrijding op de gevel van het gezondheidscentrum wordt geadviseerd om geen geluidsgevoelige functies aan de zijde met overschrijding te situeren. Conclusie Op basis van de uitgevoerde akoestische onderzoeken wordt geconcludeerd dat geen belemmering wordt ervaren vanuit het aspect geluid. Ten aanzien van wegverkeer is sprake van een goede ruimtelijke ordening, omdat de geluidbelastingen ten gevolge van de gezoneerde wegen de voorkeursgrenswaarde van de Wet Geluidhinder niet overschrijden.

Ten aanzien van de school zal ter plaatse van overschrijdingen van de richtwaarde op de gevels van de woningen een hogere gevelisolatie worden gerealiseerd en zullen aan die zijde ook geen geluidsgevoelige functies voor het gezondheidscentrum worden gesitueerd. Door deze maatregelen is geborgd dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening voor het aspect geluid. Er bestaat geen aanleiding om dit aspect nader te onderzoeken.

5.5

Trillingen

Negatieve aspecten als gevolg van trillingen zijn uitgesloten. Er zijn geen specifieke trillingsbronnen in de directe omgeving waar rekening mee gehouden moet worden bij de vaststelling van dit bestemmingsplan.

5.6

Geur

Bepaalde bedrijven kunnen geurhinder veroorzaken. Voor specifieke bedrijven is in de Wet milieubeheer een richtwaarde aangegeven voor de hoeveelheid geur (uitgedrukt in geureenheden/m3) die acceptabel is in de omgeving van bedrijven. Deze geuruitstoot heeft ruimtelijke consequenties. In de directe omgeving van het bedrijf zijn vanuit de norm van de Wet milieubeheer beperkingen gesteld aan de mogelijkheid voor nieuwe ontwikkeling van gevoelige bebouwing (met name wonen). Dit soort bedrijven bevindt zich niet binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan. Kleinere bedrijven zoals horecavestigingen, of een bakkerij kennen soms ook geurhinder maar daarvoor zijn geen richtlijnen opgesteld. Daarnaast kan de mestopslag bij agrarische bedrijven geurhinder veroorzaken. Door een geschikte locatie van de mestopslag te bepalen, is een deel van de hinder te voorkomen. Echter bij grotere bedrijven is voldoende afstand ten opzichte van woningen van derden noodzakelijk. Dit wordt geregeld in de bestemmingsplanregels. Onderzoek en resultaten Binnen het plangebied bevinden zich geen geur producerende bedrijven. Paragraaf 5.3 gaat verder in op bedrijven en milieuzonering (inclusief geurhinder). Conclusie Binnen het plangebied is geen sprake van industriële geurhinder.

5.7

Externe veiligheid

Kader In het hoofdstuk planbeschrijving zijn de gevolgen en randvoorwaarden al beschreven. In deze paragraaf vindt de toetsing plaats Plangebied en omgeving Met behulp van de Risicokaart is onderzocht of er relevante risicobronnen in de directe nabijheid van het projectgebied gelegen zijn. Hierbij is zowel gekeken naar de plaatsgebonden risico-contouren groter dan 10-6/jaar als individuele risico-elementen, te weten risicovolle inrichtingen (bedrijfsactiviteiten), transport van gevaarlijke stoffen en luchtvaart. Zie onderstaande figuur.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

53

Risicovolle inrichtingen Er bevinden zich bijna geen risicovolle inrichting in de nabijheid van het plangebied. Ten noorden van het plangebied is een zwembad gevestigd. Van hieruit komen geen belemmeringen voort. Ten oosten van het plangebied ligt een Lpg-station, aan de Europalaan. Er is geen belemmering vanuit dit tankstation. Immers bevindt het plangebied zich op zo'n 800 meter afstand. Nader onderzoek is niet nodig. Kwetsbare objecten Rondom het plangebied vindt zich: Een aantal onderwijsinstellingen; Een aantal publieksgebouwen; Een ziekenhuis. De kwetsbare objecten liggen op voldoende afstand. Alleen het ziekenhuis bevindt zich nabij het plangebied, maar zorgt voor geen negatief effect op het planvoornemen. Er is geen belemmering vanuit de kwetsbare objecten voor het planvoornemen. Andersom is er geen belemmering van het planvoornemen voor de kwetsbare objecten. Verder onderzoek is niet nodig. Transport gevaarlijke stoffen over de w e g Over de Europalaan worden gevaarlijke stoffen vervoerd, namelijk voor de bevoorrading van het tankstation. Uit een berekening blijkt dat er geen PR=10-6 contour aanwezig is. Het groepsrisico blijft onder de oriëntatiewaarde. Echter bevindt het plangebied zich op zo'n 800 meter van het tankstation. Daarnaast worden gevaarlijke stoffen vervoerd over de A12.

Rond de A12 bevindt zich een veiligheidscontour (PR=10-6) van 25 meter (vanaf de as van de weg). Deze contour komt echter niet buiten de rand van het wegtracé. Verder heeft het relevante invloedsgebied slechts een beperkte overlap heeft met het gehele plangebied van de beheersverordening. Het plangebied voor de ontwikkeling bevindt zich op grote afstand van de A12. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Verder onderzoek is niet nodig. Transport gevaarlijke stoffen over het spoor Op grote afstand ten oosten van het plangebied ligt een spoorlijn waarover gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Voor de spoorlijn bestaat volgens het Basisnet geen PR 10-6 contour. Ook zijn 5 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

volgens het Basisnet geen plasbrandaandachtsgebieden aanwezig. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Verder onderzoek is niet nodig. Transport gevaarlijke stoffen via buisleidingen Er bevinden zich geen buisleidingen in de nabije omgeving van het plangebied waarin gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Dit aspect vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Verder onderzoek is niet nodig. Transport via de lucht Het plangebied bevindt zich ver buiten de afwegingsgebieden voor externe veiligheid van het Luchthavenindelingsbesluit van Schiphol (LIB). Er is geen belemmering vanuit luchtverkeer. Conclusie Het aspect externe veiligheid vormt geen belemmering voor het planvoornemen. Andersom bevat het planvoornemen geen risicovolle activiteiten en belemmeringen in het kader van de externe veiligheid voor de omgeving.

5.8

Ontplofbare Oorlogsresten

Kader Als gevolg van gevechtshandelingen kunnen er ontplofbare oorlogsresten (OO) in het onderzoeksgebied zijn achtergebleven. Er ontstaat bij het spontaan aantreffen en beroeren van OO uit de Tweede Wereldoorlog mogelijk een verhoogd veiligheidsrisico. Onbedoelde detonaties kunnen bij de uitvoering van werkzaamheden in het ergste geval leiden tot dodelijk letsel en zware schade aan materieel en omgeving. Spontane OO vondsten kunnen resulteren in meerwerkkosten door stagnatie van de uitvoeringswerkzaamheden. In het plangebied worden bodemroerende werkzaamheden uitgevoerd. De Arbeidsomstandighedenwet stelt dat er gezorgd moet worden voor een veilige werkplek. Daarom moet een onderzoek naar de aanwezigheid van Ontplofbare Oorlogsresten worden uitgevoerd. Plangebied Voor dit bestemmingsplan is door adviesbureau IDDS een Quickscan Ontplofbare Oorlogsresten uitgevoerd (Bijlage 6 d.d. 23 september 2022), waarmee een beknopt bronnenonderzoek is uitgevoerd naar indicaties voor in het plangebied aanwezige ontplofbare oorlogsresten. Uit het onderzoek volgt dat er te weinig indicaties zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten in het plangebied. De aanwezige indicaties wijzen erop dat de werkzaamheden zonder speciale maatregelen of nader onderzoek kunnen worden uitgevoerd.

Conclusie Vanuit het aspect ontplofbare oorlogsresten zijn er geen berperkingen voor de ontwikkeling van dit plan.

5.9

Luchtkwaliteit

Kader Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met fijnstof, door vooral verkeer, maar - naar mate het verkeer schoner wordt - ook door andere bronnen zoals houtstook. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer, mobiele (bouw)werktuigen en houtstook zijn, samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. In artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening moet houden met de effecten op de luchtkwaliteit. De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor een aantal stoffen. Deze zijn in het algemeen strenger dan de in de wet Milieubeheer gehanteerde grenswaarden. Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze WHO-advieswaarden zijn bedoeld om de gezondheid te beschermen. Deze zijn voor fijnstof strenger dan de grenswaarden van de EU.

De WHO stelt zelfs dat er géén veilige concentratie is aan te geven voor fijnstof; op grond van haalbaarheid heeft zij daarom een gezondheids-kundige advieswaarde vastgesteld voor PM10 en PM2,5. Stof NO2 (stikstofdioxide)

Grenswaarde EU 40 µg/m³

WHO-advieswaarde-2005 40 µg/m³

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Toetsingsperiode Jaargemiddelde 55

PM10 (fijnstof) 40 µg/m³ PM2,5 (fijnstof) 25 µg/m³ WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5

20 µg/m³ 10 µg/m³

Jaargemiddelde Jaargemiddelde

In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) naast de wettelijke grenswaarden ook te voldoen aan de WHO-advieswaarden uit 2005 voor fijnstof. Deze advieswaarden (WHO 2005) zijn strenger dan de wettelijke grenswaarden voor PM10 (20 µg/m3) en voor PM2,5 (10 µg/m3). Deze motie is uitgewerkt in het raadsbesluit 'Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma' van december 2020, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden-2005, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het raadsbesluit. Op 22 september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit. Plangebied In bijlage 3A van de Regeling NIBM is aangegeven dat een woningbouwlocatie met netto maximaal 1.500 woningen aan een ontsluitingsweg (of netto maximaal 3.000 woningen aan twee ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling) is aan te merken als een ontwikkeling die niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit.

Op grond hiervan wordt gesteld dat de voorgenomen planontwikkeling, met de bouw van drie woningen, niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. In het kader van een goede ruimtelijke ordening zijn ook de jaargemiddelde achtergrondconcentraties NO2, PM10 en PM2,5 bepaald ter plaatse van het projectgebied. Deze worden getoetst aan de grenswaarden zoals genoemd in bijlage 2 van de Wet milieubeheer. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de NSL-monitoringstool waarin deze achtergrondconcentraties langs de belangrijkste wegen zijn bepaald. In de volgende figuur zijn de jaargemiddelde concentraties NO2, PM10 en PM2,5 weergegeven ter hoogte van het plangebied voor het peiljaar 2020.

Uit de toetsing blijkt dat de jaargemiddelde concentraties NO2 en PM10 langs de Beneluxlaan en Churchilllaan nabij het plangebied voor de voorgenoemde stoffen achtereenvolgens maximaal 23,2 en 18,1 ìg/m³ zijn. De jaargemiddelde grenswaarde van 40 ìg/m3 wordt niet overschreden. Eenzelfde geldt voor de grenswaarde van 25 ìg/m3 voor PM2,5. Deze is in de nabijheid van het plangebied maximaal 10,0 ìg/m3. De daggemiddelde grenswaarde voor PM10 van 50 ìg/m3 mag overeenkomstig de Wet milieubeheer maximaal 35 keer per jaar worden overschreden. In het plangebied komen maximaal 6,4 overschrijdingsdagen voor. Conclusie Het project draagt niet in betekenende mate (NIBM) bij aan de luchtkwaliteit. Tevens voldoet de 5 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

Utrecht

luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied ruimschoots aan de gestelde grenswaarden in de Wet milieubeheer. Het onderdeel luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.

5.10 Bodem Kader Bij het bestemmingsplan wordt getoetst of de bodemkwaliteit geschikt is of geschikt gemaakt kan worden voor de geplande functies. Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten uit de Wet bodembescherming: Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en als er toch bodemverontreiniging ontstaat, moet de bodem direct worden gesaneerd. Een geval van bodemverontreiniging waarbij de verontreiniging geheel of grotendeels na 1987 is ontstaan, is een 'nieuw' geval. Deze zorgplicht houdt in dat nieuwe gevallen van bodemverontreiniging zoveel mogelijk ongedaan dienen te worden gemaakt. Overige gevallen van ernstige bodemverontreiniging moeten binnen een bepaalde termijn worden gesaneerd als er tevens sprake is van risico's. Het gaat daarbij om humane of milieuhygiënische risico's en om risico's voor verspreiding van de verontreiniging. De sanering gebeurt ten minste functiegericht en kosteneffectief. Nieuwbouw op of graafwerkzaamheden in een geval van ernstige bodemverontreiniging zijn ongeacht de risico's niet toegestaan zonder saneringsmaatregelen, middels een melding of een vergunning. Hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond kan bij onverdachte terreinen plaatsvinden op basis van de bodemkwaliteitskaart en het bodembeheerplan.

Bij een aanvraag van een omgevingsvergunning moet een bodemonderzoek conform de NEN 5740 worden verricht. Op basis van dit onderzoek wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek of een bodemsanering noodzakelijk is, voordat de locatie geschikt is voor de geplande functie. Als er voor de bouwwerkzaamheden een grondwateronttrekking nodig is, moet gekeken worden of nabij gelegen grondwaterverontreinigingen hierdoor kunnen verplaatsen, waarbij een saneringsvergunning aangevraagd of melding (eventueel op grond van gebiedsgerichte aanpak Utrecht) gedaan moet worden. Plansituatie Door IDDS is op 1 september 2021 een Milieuhygiënisch vooronderzoek en Verkennend milieukundig bodemonderzoek opgesteld voor de betreffende locatie (Bijlage 7). Vanuit het onderzoek wordt geconcludeerd: 1. 2. 3. 4. 5. 6.

De grond bevat zeer plaatselijk bijmenging met baksteen of asfalt; Visueel is geen asbestverdacht materiaal waargenomen; De baksteenhoudende zandgrond (bovengrond) is licht verontreinigd met enkele zware metalen, PCB en minerale olie; De zintuigelijk schone zandgrond (ondergrond) is niet verontreinigd; De kleigrond (ondergrond) is licht verontreinigd met nikkel; Het grondwater is licht verontreinigd met barium

Op basis van de onderzoeksresultaten, namelijk de aangetoonde overschrijding van de achtergrondwaarden (grond) en streefwaarden (grondwater) dient de hypothese uit het vooronderzoek te worden verworpen. De gemeten waarden zijn echter zo gering dat aanvullend onderzoek naar het voorkomen van deze stoffen in de bodem op het perceel niet noodzakelijk is. Er is in voldoende mate een beeld verkregen van de chemische bodemkwaliteit ter plaatse van de onderzoekslocatie. Belemmeringen inzake het voorgenomen gebruik worden vanuit milieuhygiënisch oogpunt niet voorzien. Wel zal na de sloop van de opstallen een aanvullend onderzoek moeten worden verricht ter plaatse van die opstallen. Conclusie Op basis van het onderzoek is geconcludeerd dat gemeten waarden gering zijn. Een nader onderzoek van deze kleine overschrijding in de bodem is niet noodzakelijk. Er is geen belemmering voor realisatie van het boogde plan. Na de sloop van de opstallen zal een aanvullend onderzoek ter plaatse van de gesloopte opstallen uitgevoerd moeten worden.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Marco Pololaan 111-117, Kanaleneiland" (ontwerp)

57

5.11 Natuurbescherming Op grond van de Wet natuurbescherming moeten initiatiefnemers onderzoek doen naar de effecten van hun activiteiten op beschermde dier- en plantensoorten en beschermde gebieden. Bij het vaststellen van een bestemmingsplan moet van tevoren duidelijk zijn dat de Wet natuurbescherming niet in de weg staat aan de uitvoering van het plan. Daarnaast kunnen regels gelden op grond van de Interim Omgevingsverordening. Beschermde dier- en plantensoorten Voorafgaand aan de vaststelling van een bestemmingsplan moet er worden onderzocht: 1. 2. 3.

of er beschermde soorten voorkomen in het plangebied; of er verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden; of er vrijstellingen gelden of dat er een ontheffing nodig is.

Als er een ontheffing nodig is, moet aannemelijk zijn dat deze verleend zal worden. Daarnaast moet er duidelijkheid zijn over eventuele ontheffingsvoorwaarden en het treffen van mitigerende maatregelen. Utrechtse soortenlijst Naast de beschermde soorten onder de Wet natuurbescherming, geldt binnen de gemeente de Utrechtse soortenlijst. Hierin staan kwetsbare soorten die voor Utrecht erg belangrijk zijn opgenomen. De algemene bescherming van deze soorten op grond van de voormalige Flora en faunawet is met het in werking treden van de Wet natuurbescherming per 1 januari 2017 vervallen. De Utrechtse Soortenlijst is onderdeel van de Omgevingsvisie. De gemeenteraad heeft besloten dat bij gemeentelijke ruimtelijke plannen de Utrechtse soortenlijst bij het onderzoek en ontwikkelingen wordt betrokken zodat de soorten zo goed mogelijk beschermd worden. Bij ruimtelijke plannen van derden beveelt de gemeente nadrukkelijk aan om de Utrechtse soortenlijst mee te nemen in onderzoek en ontwikkelingen. Wanneer de Utrechtse soortenlijst niet wordt meegenomen in het plan of project, dan wordt dit gemotiveerd. Diervriendelijk bouwen Door het realiseren van een groene, parkachtige openbare ruimte, wordt er een bijdrage geleverd aan een diervriendelijk ontwerp. In de verdere planuitwerking wordt rekening gehouden met diverse opties voor wat betreft diervriendelijk bouwen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=5a8a29c7-b1f6-4d7c-8612-43d74950523e