Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht.pdf
Tekst van het document
Alle kosten die worden gemaakt om de woning elektrisch te laten koken worden door Mitros betaald. Het gaat hierbij in hoofdlijnen om: aanpassingen in de meterkast en in de keuken, een nieuw kooktoestel en nieuwe pannen die op inductie werken. Ook de kosten die vanuit Stedin gemaakt moeten worden om de aardgasaansluitingen en transportleidingen in de portieken te verwijderen worden door Mitros bekostigd. Mitros kan dit financieel dragen, doordat wijzigingen in de verhuurderheffing haar de ruimte geeft om meer te investeren in hun woningen. Daarnaast is er een subsidiemogelijkheid waar Mitros gebruik van kan maken om een gedeelte van de kosten te compenseren. Er worden geen financiële risico's bij de huurders gelegd. Bewoners in het plangebied gaan daarentegen besparen op de energiekosten, doordat ze elektrisch gaan koken. Deze energiekostenbesparing is, gezien de reguliere marktarieven, significant en treedt vooral op bij het verwijderen van de gasmeter. Bewoners dragen bovendien jaarlijks via de energieleverancier een vastrecht aan de netbeheerder af. Dit bedrag is minimaal €150,- per jaar. Hierin is ook rekening gehouden met de introductie van het prijsplafond, dat per 1 januari wordt ingevoerd (zie onderstaande inspringende en schuine tekst), en het effect hiervan op de hiervoor beschreven kostenbesparing. Het prijsplafond is tijdelijk van aard en loopt tot eind 2023.
Op basis van de reguliere markttarieven is de verwachting dat de energiekostenbesparing van de bewoners meer zal zijn, ook omdat de bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
23
verhouding in markttarieven tussen elektriciteit en aardgas groter is dan met het prijsplafond. Daarnaast besparen bewoners in het plangebied op de verhoging van het vastrecht die jaarlijks door netbeheerder Stedin wordt doorgevoerd. Stedin heeft voor 2023 reeds een verhoging van het vastrecht aangekondigd van ca. € 30,-. De verwachting is dat bewoners mede hierdoor na het prijsplafond meer energiekosten gaan besparen dan hierboven is geprognotiseerd
Prijsplafond op energie Door de sterk stijgende prijzen van energie (aardgas, elektriciteit en warmte) heeft het Rijk moeten ingrijpen door een prijsplafond te introduceren. Vanaf 1 januari 2023 geldt het prijsplafond voor alle huishouden. Hiermee is een maximum tarief afgedwongen van € 1,45 per kubieke meter voor aardgas tot een maximum verbruik van 1.200 kubieke meter. Voor elektriciteit geldt er een tarief van € 0,40 per kWh voor een verbruik van 2.900 kWh per jaar.
maximum
Ook de gebruikers van warmte zoals bewoners die aangesloten zijn op een warmtenet gaan erop vooruit. De koppeling tussen de prijs voor aardgas en warmte zorgt ervoor dat ze niet meer betalen dan € 47,39 per gigajoule warmte.
5.3
Technische uitvoerbaarheid
De technische aanpassingen aan de woningen zijn vrij eenvoudig te realiseren, maar bestaan uit een reeks van werkzaamheden die afhankelijk zijn van de wensen van de bewoners en de beschikbaarheid van partners die ieder voor een deel verantwoordelijk zijn voor de werkzaamheden. De woningen lijken vrij veel op elkaar maar onderscheiden zich onder andere in de opstelling van de keuken en waar de gasaansluiting zich bevindt. Een gedeelte van de woningen heeft de gasmeter buiten de woning op de portiek. Daarnaast zijn beperkt aantal woningen die reeds elektrisch koken en een redelijk aantal woningen die de nodig infrastructuur hebben, een aansluiting in de meterkast, kabel naar de opstelplaats kooktoestel en een perilex-aansluiting. Om maatwerk te kunnen leveren worden de woningen geschouwd vooraf de woningen aangepakt worden. Het aanbod voor de woningen is gebaseerd op basis van een aantal uitgangspunten die voor alle woningen gelijk zijn. Te beginnen bij de aansluitwaarde die de woningen momenteel hebben. Veel van de bestaande woningen hebben een zogenaamde 1-fase-aansluiting. Bij een 1-fase-aansluiting komt een elektriciteitskabel met twee draden de meterkast binnen. De aansluiting wordt verzwaard van 1-fase naar 3-faseaansluiting. Bij een 3-fasenaansluiting komen drie fasedraden de meterkast binnen, ze leveren hierdoor een groter vermogen.
Een groter vermogen is nodig omdat de elektrische kooktoestellen krachtstroom nodig hebben om te kunnen functioneren. De verzwaring moet worden aangevraagd bij Stedin en wordt ook door Stedin uitgevoerd. Hiervoor is een eenmalige investering nodig die door Mitros wordt bekostigd. Een verzwaring van 1-fase naar 3-fase veranderd niet de verschuldigde vastrecht van de bewoners, maar blijft het gelijk. Door een 3-faseaansluiting te nemen worden de woningen ook toekomstbestendig gemaakt. Een 3-faseaansluiting is de nieuwe standaard aansluitwaarde voor woningen. De aanpassing wordt per woning in de meterkast gedaan. Naast een verzwaring moet ook de groepenkast uitgebreid worden met een nieuwe 'kookgroep' voor het elektrische kooktoestel. Dat is nodig om voldoende vermogen naar het kooktoestel te kunnen krijgen. De keukens in deze portieken liggen tegenover de meterkast. De afstand tussen de keuken en de meterkast ca. 3 meter. Er moet een elektradraad naar de opstelplaats in de keuken getrokken worden. Als uitgangspunt is genomen dat dit via een bestaande loze mantelbuis naar de opstelplaats in de keuken kan verlopen. In het geval dat er geen mantelbuis beschikbaar is zal de kabel langs het plafond naar de keuken verlopen. Via de wand naar beneden waar een perilex-aansluiting op de wand gemonteerd wordt. Hier kan het kooktoestel op aangesloten worden.
De bewoners krijgen een kooktoestel aangeboden van Mitros. Uit de pilot die gedaan is, is te concluderen dat ongeveer de helft van de bewoners gebruik maakt van een fornuis en de rest van de mensen een combinatie van inbouw of opbouw kooktoestellen heeft. Om hierin tegemoet te komen bied Mitros haar huurders een verscheidenheid van elektrische kooktoestellen met vergelijkbare mogelijkheden. Zo kan een huurder die in de huidige situatie een gasfornuis heeft in de nieuwe situatie een elektrisch kooktoestel kiezen. De elektrische kooktoestellen zijn allemaal A-kwaliteit inductie, omdat het o.a. energiezuiniger, veiliger en schoner is dan het alternatief. De nieuwe inductiekooktoestellen worden aangesloten en gebruiksklaar voor de bewoners opgeleverd. Mitros bied ook aan om de bestaande kooktoestel te laten verwijderen en afvoeren. Om op inductie te kunnen koken zijn specifieke pannen nodig. Mogelijk dat een gedeelte van de 2 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
bewoners bestaande pannen op inductie werken. Mitros levert in ieder geval een pannenset die op inductie werkt. Zo hoeven de bewoners zelf niet afzonderlijk nog hierin te investeren. De bestaande gasleiding vanuit de gasmeter naar de keuken wordt niet verwijderd maar afgedopt. De gasmeter en de stijgleidingen en beugels die van Stedin zijn worden allemaal verwijderd. Stedin zal alle gasleidingen tot aan het trottoir waar de hoofdtransportleiding van aardgas zit, verwijderen. Op de locaties van de stijgleiding wordend de gaten brandwerend afgewerkt. Hierna zijn de woningen aardgasvrij en kan direct gebruik gemaakt worden van het inductiekooktoestel. De bewoners zijn dan geen vastrecht meer verschuldigd en besparen zo op hun energierekening. De werkzaamheden per woning bestaat uit diverse partijen die een gedeelte van de werkzaamheden voor hun rekening nemen. Om overlast voor de bewoners zoveel mogelijk te beperken is het streven om de werkzaamheden gecoördineerd uit te voeren zodat het in een halve dag geregeld is voor de bewoner.
Kostenverhaal, planschade en exploitatieplan De gronden in het plangebied zijn in eigendom van woningbouwcorporatie Mitros. Gemeenten zijn op grond van de Wro verplicht om de kosten van een grondexploitatie te verhalen. In dit geval is er geen gemeentelijke grondexploitatie van toepassing. De gemeentelijk kosten voor de begeleiding en toetsing van aanvragen voor vergunningen, worden uit de daarvoor bestemde leges gedekt. De gemeentelijke kosten voor het maken en in procedure brengen van het Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht worden gedekt vanuit het budget voor het project Chw Overvecht-Noord. Het kostenverhaal is in dit geval anderszins verzekerd. In paragraaf 5.2 is beschreven welke kosten worden gemaakt en op welke wijze deze worden gedekt en betaald. Naast de kosten voor het maken van het Chw bestemmingsplan, die zijn gedekt uit het projectbudget, moet een inschatting worden gemaakt van het risico van planschade. Dit Chw bestemmingsplan betreft alleen een juridische regeling om het koken op gas in het plangebied vanaf 1 januari 2024 te verbieden. De woningen die allen in eigendom van woningbouwcorporatie Mitros zijn, worden allen voorzien van een elektrische kookvoorziening. Voor de huurders van deze woningen is dit kosteloos en in het traject worden zij geheel ontzorgt.
Het risico op planschade als gevolg van dit voorliggende Chw bestemmingsplan wordt geschat op nihil. Eventuele kosten van toch toegekende verzoeken tot planschade zijn voor rekening van de gemeente. Gelet op het bovenstaande is er geen noodzaak tot het vaststellen van een exploitatieplan.
5.4
Overleg
Als onderdeel van het opstellen van een (ontwerp-)bestemmingsplan is vooroverleg verplicht met andere overheden die mogelijk in hun belang geraakt kunnen worden, zoals de Provincie en het Waterschap. Ook andere belanghebbenden mogen geraadpleegd worden bij de planvorming. In dit geval zijn de Provincie, het Waterschap en de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente Utrecht geraadpleegd bij het opstellen van dit (ontwerp-)bestemmingsplan.
Provincie Utrecht en het Waterschap HDSR In het vooroverleg met de Provincie Utrecht zijn de kaders van het project en de gevolgen van het Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht nader toegelicht. Ook is de samenwerking voor dit project tussen netbeheerder Stedin, woningbouwcorporatie Mitros en de gemeente toegelicht. Geconcludeerd is, dat het plan, zoals dat in dit bestemmingsplan is omschreven, niet in strijd is met de belangen van de provincie, en daardoor in procedure gebracht kon worden. Bij e-mail van 2 september 2022 heeft de gemeente Utrecht aan de Provincie Utrecht laten weten dat het Chw ontwerp-bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht met ingang van 2 september 2022 gedurende zes weken ter inzage ligt. In reactie hierop heeft de Provincie bij brief van 16 september 2022 (met zaakkenmerk en -nummer: Z2022-00000371 / D2022-00002149) aangegeven dat de gemeente met deze kennisgeving heeft voldaan aan artikel 3.8 lid 1, sub b, van de Wet ruimtelijke ordening (Wro). De Provincie heeft hieraan toegevoegd, dat het Chw ontwerp-bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht geen aanleiding geeft tot het plaatsen van opmerkingen in het kader van het provinciaal belang, zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Provincie Utrecht en geborgd in de bijbehorende Interim Omgevingsverordening Provincie Utrecht.
Het waterschap, in dit geval het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR), is geïnformeerd over de inhoud van dit bestemmingsplan en het daarmee samenhangende project. Dit plan heeft bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
25
geen ruimtelijke impact en heeft naar verwachting ook geen gevolgen voor de waterhuishouding. Het bestemmingsplan kan daardoor in procedure worden gebracht. Het waterschap wordt op de hoogte gehouden van de ontwikkelingen en kan eventueel ook reageren op het Ontwerpbestemmingsplan.
Afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving De rol van de afdeling Vergunningen, Toezicht en Handhaving van de gemeente Utrecht in dit project is vooral gericht op veiligheid van gebouwen. Er worden geen aanpassingen aan de gebouwen gedaan waardoor geen vergunningen nodig zijn voor de aanpassingen. Wel is er extra aandacht bij de uitvoering voor brandcompartimenten en veilige installaties die door professionele partijen uitgevoerd en gekeurd worden. Dit gebeurt binnen de geldende regels vanuit het Bouwbesluit.
2 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 6 Juridische plantoelichting 6.1
Inleiding
Het Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht is opgesteld volgens de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP 2012). De SVBP 2012 maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op eenzelfde manier worden verbeeld. Vergelijkbare bestemmingsplannen leiden tot een betere leesbaarheid, raadpleegbaarheid en helderheid voor de gebruiker en draagt zo bij aan een effectiever en efficiëntere dienstverlening.
6.2
Planvorm
Dit Chw bestemmingsplan is een paraplubestemmingsplan voor een beperkt plangebied in Overvecht-Noord. Dit Chw bestemmingsplan bevat een planologisch-juridische regeling om de uitvoering van het project Chw Overvecht-Noord, zoals uiteengezet is in de planbeschrijving van hoofdstuk 4, mogelijk te maken. De regels uit de reeds geldende bestemmingsplannen in het plangebied blijven grotendeels van kracht.
6.3
Opbouw regels
De regels van dit Chw bestemmingsplan zijn opgenomen in 4 hoofdstukken. De regels bestaan totaal uit 4 artikelen. Hoofdstuk 1 bevat de inleidende regels en bestaat uit een aantal in dit plan gebruikte begrippen. Hoofdstuk 2 bevat de in dit bestemmingsplan opgenomen gebiedsaanduiding. In hoofdstuk 3 zijn de algemene regels van dit plan opgenomen en het laatste en vierde hoofdstuk bevat de slotregel van dit Chw bestemmingsplan.
6.4
Artikelsgewijze toelichting
Een aantal artikelen uit de regels van dit Chw bestemmingsplan worden in deze paragraaf nader toegelicht.
Hoofdstuk 1 Artikel 1.7
Kookgasaansluiting
Een kookgasaansluiting is een gasaansluiting, waarbij de aangesloten onroerende zaak ook een aansluiting heeft op een warmtenet. De gasaansluiting wordt gebruikt voor koken en het warmtenet voor ruimteverwarming en mogelijk verwarming van tapwater. Het begrip kookgasaansluiting wordt in paragraaf 6.3 (juridische toelichting planregels) nader toegelicht met betrekking tot de juridische voorwaarden voor de uitvoering van het project Chw Overvecht-Noord.
Artikel 1.8
Gastransportnet
Een gastransportnet bestaat uit een stelsel van (ondergrondse) leidingen waardoor gas getransporteerd wordt. In het kader van het project Chw Overvecht-Noord gaat het om een lokaal verouderd gastransportnet dat gas transporteert voor koken. Het gastransportnet is via een kookgasaansluiting verbonden met de onroerende zaak. Stedin is op grond van de Gaswet als regionaal netbeheerder verantwoordelijk voor het gastransport.
Artikel 1.11
Warmtenet
Een warmtenet bestaat uit een stelsel van (ondergrondse) leidingen waardoor warm water wordt wordt getransporteerd. In het kader van het project Chw Overvecht Noord gaat het om een lokaal warmtenet in beheer van Eneco, dat – naast het gastransportnet van Stedin – warm water transporteert voor de verwarming van aangesloten onroerende zaken. Met verwijzing naar het begrip kookgasaansluiting – is de aanwezigheid van een warmtenet (mede)bepalend voor uitvoering van het project.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
27
Hoofdstuk 2 Artikel 2 Specifieke gebiedsaanduiding In dit artikel wordt via een specifieke gebiedsaanduiding 'Overige zone - Kookgasvrij' een gebied aangegeven waarvoor het na 1 januari 2024 verboden is om te beschikken over een kookgasaansluiting. Het in dit bestemmingsplan voor het project Chw Overvecht-Noord aangewezen plangebied geldt vanaf 1 januari 2024 een verbod voor onroerende zaken om te beschikken over een kookgasaansluiting. Binnen deze termijn hebben de betreffende bewoners voldoende tijd om met behulp van het door Mitros ingezette ontzorgtraject een elektrische kookvoorziening te realiseren en een gedwongen beëindiging van de kookgasaansluiting na 1 januari 2024 te voorkomen
Hoofdstuk 3 Artikel 3 Werking van dit bestemmingsplan Voor het plangebied van het project Chw Overvecht-Noord, zoals aangewezen in dit bestemmingsplan zijn reeds eerder door de gemeenteraad van Utrecht vastgestelde bestemmingsplannen van toepassing. Deze bestemmingsplannen komen ten gevolge van de vaststelling van dit bestemmingsplan niet te vervallen. Dit betekent dat het bestaande gebruik van de gronden of bouwwerken, die gelegen zijn binnen het in dit bestemmingsplan, aangewezen plangebied, voor zover niet sprake is van strijd met de verbodsbepaling van artikel 3, is toegestaan. Niet aannemelijk is overigens dat er in de praktijk sprake zal zijn van strijdigheid.
Hoofdstuk 4 Artikel 4 Slotregel In dit artikel is de naam van het bestemmingsplan, de citeertitel, omschreven.
Geen overgangsrecht In dit bestemmingsplan is geen overgangsrecht voor bouwen en voor gebruik opgenomen. Met verwijzing naar artikel 7ag, zesde lid, Bu Chw, is overgangsrecht niet van toepassing. Zie ook bijlage 1 bij de toelichting (Bu Chw Tranche 22) en de opgenomen tekst in paragraaf 6.5.4. Toepassing van het overgangsrecht zou tot gevolg hebben dat een bestaande kookgasaansluiting in het plangebied in gebruik mag blijven. Daarom is het noodzakelijk voor het slagen van het project Chw Overvecht Noord in dit plan geen overgangsrecht op te nemen.
6.5
Juridische toelichting planregels
6.5.1
Bestemmingsplan verbrede reikwijdte
Een bestemmingsplan mag op grond van de Wet ruimtelijke ordening alleen regels bevatten die zuiver vanuit een ruimtelijk perspectief relevant zijn. Deze restrictie heft het project Chw Overvecht-Noord met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op. In een dergelijk bestemmingsplan mogen bijvoorbeeld ook regels worden opgenomen die betrekking hebben op energie en duurzaamheid. Een groot aantal gemeenten experimenteert reeds, vooruitlopend op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en in bijzonder de komst van het omgevingsplan, met een dergelijk bestemmingsplan. Met het toevoegen van de Gaswet in 2019 biedt de Crisis- en herstelwet ruimte aan gemeenten om de bevoegdheid te krijgen om in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte per wijk of gebied een datum op te nemen waarop de gasaansluitingen van bestaande gebouwen afgekoppeld (kunnen) worden en daarmee de wijk of het gebied aardgasvrij wordt. Op die manier kan worden geëxperimenteerd aan de hand van concrete voorbeelden met het terugdringen van het gebruik van de afhankelijkheid van aardgas in de gebouwde omgeving het beste kan worden vormgegeven en tegen welke wettelijke en andere belemmeringen daarbij wordt aangelopen. De gemeente Utrecht is de eerste gemeente die van deze mogelijkheid gebruik maakt.
Met dit experiment krijgt de gemeente de mogelijkheid om in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden aan te wijzen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum. Bij de uitwerking van dit experiment zal de gemeente rekening moeten houden met de randvoorwaarden in artikel 7c en 7ag van het Bu Chw en daarnaast de 2 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
genoemde eigen randvoorwaarden hanteren alvorens gebruik te maken van de bevoegdheid om een verbod in het bestemmingsplan op te nemen. Zoals uit de in hoofdstuk 4 opgenomen planbeschrijving naar voren komt, gaat het om een project in de wijk Overvecht-Noord waarbij alleen een overgang naar elektrisch koken nodig is en daarmee het minst ingrijpende experiment binnen de reikwijdte van deze bevoegdheid is. Voor de gemeente Utrecht is dit experiment in dit stadium van het proces een noodzakelijke stap. Het is voor de gemeente noodzakelijk om een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte, met daarin een verbod op het hebben van een kookgasaansluiting al tijdens deze fase van ontzorgen en verleiden vast te stellen. Als de gemeente zou wachten tot dit proces is afgerond, dan zou het procedureel niet mogelijk zijn om, indien noodzakelijk, van het verbod gebruik te kunnen maken voordat de gasleidingen in de wijk om veiligheidsredenen vervangen moeten zijn. Ook vanuit rechtsbescherming is het vaststellen van een bestemming met daarin een verbod een gewenste stap. Hoewel de bij het project Chw Overvecht-Noord betrokken partijen streven naar een aanbod waar alle bewoners op instappen, houden zij er rekening mee dat een relatief beperkt aantal dat misschien niet doet.
Om te voorkomen dat de verouderde gasdistributieleidingen voor een relatief klein aantal bewoners toch vervangen moeten worden met de overlast die daarmee gepaard gaat, terwijl ze over een paar jaar niet meer nodig zijn, krijgt de gemeente met het experiment in artikel 7ag Bu Chw de mogelijkheid om onder voorwaarden een verbod om te beschikken over een kookgasaansluiting in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te nemen. Zoals hiervoor is aangegeven, gelden op basis van artikel 7ag Bu Chw een aantal voorwaarden waaraan de gemeente Utrecht moet voldoen om in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden aan te wijzen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum. Deze juridische voorwaarden moeten worden onderscheiden van de door de gemeente gestelde voorwaarden, die in hoofdstuk 3 (paragraaf 3.1.3) zijn behandeld. Hieronder worden de juridische voorwaarden van artikel 7ag Bu Chw nader toegelicht. Daarbij wordt ook ingegaan op de vraag op welke wijze de gemeente in haar bevoegdheid een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte op te stellen voor het project Chw Overvecht-Noord, zoals beschreven in hoofdstuk 4, wordt begrensd.
In dit verband wordt tevens, daar waar dat noodzakelijk is, ingegaan op de door de gemeente gestelde voorwaarden, die als extra waarborgen moeten worden aangemerkt om het project Chw Overvecht-Noord te mogen uitvoeren. In aansluiting op de juridische reikwijdte van de gemeentelijke bevoegdheid, die centraal staat in paragraaf 6.5.2, worden vervolgens enkele juridische onderwerpen toegelicht die raken aan de uitoefening van deze bevoegdheid. 6.5.2
Juridische voorwaarden gemeentelijke bevoegdheid
Kookgasaansluiting (artikel 7ag lid 1) Het eerste lid wordt bepaald wat voor de toepassing van artikel 7ag moet worden verstaan onder een kookgasaansluiting. Een kookgasaansluiting is een gasaansluiting, waarbij de aangesloten onroerende zaak ook een aansluiting heeft op een warmtenet. Er zijn gebieden waar gebouwen zijn aangesloten op zowel een warmtenet, het gasnet als het elektriciteitsnet. De aansluiting op het warmtenet wordt dan doorgaans gebruikt om gebouwen te verwarmen en voor warmwater. De aanwezige gasaansluiting wordt dan doorgaans uitsluitend gebruikt voor koken, waar een goed alternatief voor is. Ook wanneer de gasaansluiting feitelijk wordt gebruikt voor andere functies of apparaten, zoals een geiser voor verwarming van tapwater of een gashaard, is er ingevolge het eerste lid sprake van een kookgasaansluiting, omdat er immers tevens een aansluiting is op een alternatief die kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. Het begrip kookgasaansluiting, zoals opgenomen in artikel 7ag Bu Chw, is in overeenstemming met deze bepaling overgenomen in de begrippen die in de regels van dit Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht worden gehanteerd.
Met verwijzing naar de planbeschrijving in hoofdstuk 4, paragraaf 4.2, beschikken alle woningen binnen het door de gemeente in dit bestemmingsplan aangewezen plangebied voor het project Chw bestemmingsplan Overvecht-Noord over een aansluiting op het bestaande warmtenet. De kookgasaansluiting wordt enkel gebruikt om de woningen te voorzien van kookgas en niet ook gebruikt voor verwarming van de woningen.
Afwijking Gaswet (artikel 7ag lid 2) Het tweede lid geeft de mogelijkheid om in afwijking van artikel 62 van de Gaswet en in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening, in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden aan te wijzen waarbinnen het verboden is over een kookgasaansluiting te beschikken vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum. Op grond van het bepaalde in artikel bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
29
7c, dertiende lid, van het Bu Chw kan de gemeenteraad van Utrecht deze bevoegdheid delegeren aan het College van burgemeester en wethouders. Het tweede lid biedt de gemeente samen met het bepaalde in artikel 7c en 7g van het Bu Chw de flankerende maatregel die nodig is voor een succesvol experiment. De afwijking van artikel 62 van de Gaswet is noodzakelijk om de gemeenteraad de bevoegdheid te geven om beperkingen te stellen aan de aanwezigheid van aansluitingen voor het transport en de levering van gas. Zonder deze afwijkingsmogelijkheid van artikel 62 van de Gaswet is de gemeente niet bevoegd deze regels te stellen. In het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte staat de gehele fysieke leefomgeving centraal, waardoor in het plan ook regels gesteld mogen worden met oog op onder andere veiligheid en duurzaamheid. Om in het belang van veiligheid en duurzaamheid regels te kunnen stellen over het beschikken over kookgasaansluitingen, is afwijking van artikel 62 van de Gaswet dus noodzakelijk. Op grond van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet heeft het college van burgemeester en wethouders al de bevoegdheid om gebieden aan te wijzen waar de aansluitplicht voor de netbeheerder niet geldt, indien zich daar een warmtenet of andere energie-infrastructuur bevindt of gaat bevinden die in de verwachte warmtebehoefte kan voorzien.
Met die aanwijzing kunnen echter bestaande gasaansluitingen niet worden verboden. Het tweede lid maakt dit wel mogelijk. Op grond daarvan kan tevens het beschikken over kookgasaansluitingen worden verboden. De gemeente Utrecht heeft middels vaststelling van het Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht een plangebied voor het project Chw Overvecht-Noord aangewezen, waarbinnen woningen vanaf 1 januari 2024 niet meer mogen beschikken over een aansluiting voor kookgas. Dit betekent dat de gemeente Utrecht gebruik heeft gemaakt van de bevoegdheid van artikel 7ag, tweede lid, Bu Chw om te mogen afwijken van artikel 62 Gaswet. Het bestemmingsplan zal eind 2022 of begin 2023 worden vastgesteld door de gemeenteraad van Utrecht. Derhalve zal van delegatie van de aan de gemeenteraad toekomende bevoegdheid aan het college van burgemeester en wethouders geen sprake zijn. Wat betreft het bepalen van de ten hoogste toegestane tijdsduur van de afwijking van de Gaswet, is voor het project Chw Overvecht-Noord geen tijdsduur opgenomen, omdat dit project is gekoppeld aan het experiment met het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte (artikel 7c van het Bu Chw). Daarom geldt de tijdsduur van dat project.
Redelijke termijn (artikel 7ag lid 2) In het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte moet gemotiveerd worden dat sprake is van een redelijke termijn tussen het moment van vaststellen van het bestemmingsplan verbrede reikwijdte en het moment dat het beschikken over kookgasaansluitingen niet meer is toegestaan, gelet op de omstandigheden in het betreffende gebied. Betrokkenen dienen voldoende tijd te hebben om een andere, elektrische kookvoorziening te realiseren. Met het vaststellen van het bestemmingsplan wordt de redelijke termijn als bedoeld in het tweede lid van artikel 7ag van het Bu Chw bestuursrechtelijk geborgd. In artikel 3.2 van de planregels van het Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht is 1 januari 2024 als redelijke termijn bepaald. Vanaf deze datum is het volgens de bepaling verboden om binnen het door de gemeente Utrecht aangewezen plangebied voor project Chw Overvecht-Noord te beschikken over een kookgasaansluiting. In hoofdstuk 4 (planbeschrijving) is uiteengezet dat de gekozen datum van 1 januari 2024 voor het plangebied samenhangt met de gefaseerde vervangingsopgave van Stedin met betrekking tot brosse gasleidingen in Overvecht-Noord. Vervolgens is in hoofdstuk 5 (uitvoerbaarheid bestemmingsplan) uitgewerkt op welke wijze, d.w.z.
in maatschappelijk, financieel en technisch opzicht, de gemeente Utrecht de bewoners in het plangebied zoveel mogelijk op vrijwillige basis voor 1 januari 2024 de overstap wil laten maken van koken op gas naar elektrisch koken. In de periode voor vaststelling van dit bestemmingsplan is de gemeente al beginnen met een traject van ontzorging. Tijdens dit traject worden bewoners begeleid en ondersteund bij het vrijwillig beëindigen van kookgasaansluitingen en de overgang naar een andere, elektrische kookvoorziening. Uit deze toelichting volgt dat de bewoners voldoende tijd wordt gegeven om de overstap te realiseren naar elektrisch koken. Dit betekent dat bewoners in het aangewezen plangebied, die niet ingaan op het aanbod en dus vasthouden aan hun kookgasaansluiting, in strijd handelen met artikel 3.2 van onderhavig bestemmingsplan en er juridisch toe gedwongen kunnen worden vanaf 1 januari 2024 de kookgasaansluiting te beëindigen. De gemeente Utrecht heeft echter als voorwaarde aan deze doorzettingsmacht gesteld, dat ten minste 70% van de bewoners zal moeten instemmen met het (kostenneutrale) 'aanbod', voordat na 1 januari 2024 (direct) zal worden overgegaan tot een gedwongen beëindiging van de kookgasaansluiting.
Fictiebepaling (artikel 7ag lid 3) 3 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Het derde lid regelt dat op de dag volgend op de datum, bedoeld in het tweede lid, degene die over de kookgasaansluiting beschikt, geacht wordt de netbeheerder te hebben verzocht om beëindiging van die aansluiting. Deze bepaling maakt het mogelijk voor de netbeheerder om ook bij bewoners die weigeren of nalaten zelf te verzoeken om beëindiging van de aansluiting, de benodigde handelingen te verrichten om de aansluiting vanaf de vastgestelde datum te beëindigen. De aansluiting is beëindigd op het moment dat er geen verbinding meer is tussen het gasnet en de onroerende zaak. In verband met de beëindiging van de aansluiting kan de netbeheerder op grond van deze bepaling – vanaf de in het bestemmingsplan verbrede reikwijdte vastgestelde datum – tevens het gasnet in het gebied buiten gebruik nemen. Stedin is als netbeheerder op grond van de Gaswet verantwoordelijk voor het gastransport binnen het plangebied voor het project Chw Overvecht-Noord, dat door de gemeente Utrecht in dit bestemmingsplan is aangewezen. Op grond van het bepaalde in artikel 7ag, derde lid, Bu Chw zal Stedin na 1 januari 2024 het transport van gas beëindigen binnen het aangewezen plangebied. Daarmee wordt vanaf dat moment invulling gegeven aan het verbod genoemd in het bestemmingsplan.
In hoofdstuk 5, paragraaf 3 (technische uitvoerbaarheid) is ingegaan op de werkzaamheden, die door Stedin (in samenwerking met Mitros) stapsgewijs moeten worden verricht om de kookgasaansluiting daadwerkelijk te beëindigen.
Vervanging bestaande gasleidingen (artikel 7ag lid 4) In het vierde lid wordt ten eerste bepaald dat dit experiment is beperkt tot gebieden waar de bestaande gasdistributieleidingen om veiligheidsredenen moeten worden vervangen. In hoofdstuk 4, paragraaf 4.1, van dit bestemmingsplan is aangegeven dat netbeheerder Stedin de zogeheten brosse gasdistributieleidingen in Overvecht-Noord dient te vervangen dan wel buiten gebruik te stellen. Dit gebeurt in een aantal fasen. Zoals in hoofdstuk 4, paragraaf 4.2, is vermeld heeft het gebied voor het project Chw Overvecht-Noord, dat door de gemeente Utrecht in dit bestemmingsplan is aangewezen, betrekking op fase 3 van deze vervangingsopgave. Binnen dit plangebied is het verboden dat woningen vanaf 1 januari 2024 nog beschikken over een kookgasaansluiting. Na 1 januari 2024 zal Stedin het transport van gas beëindigen op grond van het bepaalde in artikel 7ag, derde lid, Bu Chw. Daarmee wordt vanaf dat moment invulling gegeven aan het verbod genoemd in het bestemmingsplan.
Aansluiting warmtenet (artikel 7ag lid 4) In het vierde lid wordt ten tweede bepaald dat reeds in de warmtebehoefte van de woningen is voorzien door middel van een aansluiting op een warmtenet. Dit laat onverlet dat de netbeheerder de toestand van de leidingen continu monitort en waar nodig maatregelen treft om de veiligheid te garanderen. De huurwoningen van Mitros binnen het plangebied, waarop dit bestemmingsplan betrekking heeft, zijn aangesloten op het bestaande warmtenet. Dit warmtenet wordt door Eneco geëxploiteerd. In dit verband wordt verder verwezen naar hoofdstuk 4 (planbeschrijving), waarin de achtergrond en omvang van het project Chw Overvecht-Noord nader worden beschreven.
Gebiedsaanwijzingsbesluit (artikel 7ag lid 4) Ten slotte is in het vierde lid opgenomen dat het, om herleving van de aansluitplicht als bedoeld in artikel 10, zesde lid, onder a, van de Gaswet te voorkomen, noodzakelijk is dat de gemeente met gebruikmaking van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet het gebied ook aanwijst als gebied waar zich, in dit geval, een warmtenet bevindt dat in de warmtebehoefte kan voorzien. De gasaansluitplicht geldt alleen als de netbeheerder een verzoek krijgt om een aansluiting te maken. De gebieden waarvoor de gasaansluitplicht geldt staan in de bestaande Gebiedsindelingscode Gas, die gebaseerd is op de Gaswet. De Autoriteit Consument & Markt (ACM) houdt in het kader van de Gebiedsindelingscode Gas een zogeheten gasregister bij. Hierin zijn al bestaande uitzonderingen op de gasaansluitplicht opgenomen.
Per 1 juli 2018 is de Wet Voortgang Energietransitie als onderdeel van de huidige Gaswet opgenomen, die onder andere bepaalt dat gemeenten per 1 juli 2018 gebieden kunnen aanwijzen: • waar nieuwbouw als uitzondering toch op verzoek op gas aangesloten moet worden (artikel 10 lid 7, onder a, Gaswet; • waar ondanks dat er al een gasnet ligt geen nieuwe aansluitingen op het gasnet mogen worden gemaakt, omdat er een warmtenet of andere energie-infrastructuur komt (artikel 10 lid 7, bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
31
onder b, Gaswet). In art. XVa lid 2 Wet VET staat dat gebieden die in de Gebiedsindelingscode gas zijn uitgezonderd vanwege een bestaand of toekomstig warmtenet worden gelijkgesteld met gebieden die zijn aangewezen als bedoeld in art. 10 lid 7 onder b Gaswet. Voor de uitzondering op de gasaansluitplicht voor kleinverbruikers in verband met een bestaand of toekomstig warmtenet staan in de Gebiedsindelingscode gas drie soorten gebieden waar om die reden geen gasaansluitplicht geldt (art. 4.2 sub a Gebiedsindelingscode gas): a. Gebieden met een door de gemeenteraad vastgesteld warmteplan als bedoeld in art. 1.1 Bouwbesluit 2012: b. Gebieden waarin een warmte-aansluitplicht geldt op grond van een gemeentelijke bouwverordening van vóór het Bouwbesluit 2012 (zie art. 9.2.10 Bouwbesluit 2012), c. Gebieden die zijn opgenomen in Bijlage 1 van de Gebiedsindelingscode gas. Dit zijn postcodes van aansluitingen op 31-12-2014 bestaande warmtenetten. Deze kunnen overlappen met sub a en b. Uit het gasregister komt naar voren dat alle adressen van de huurwoningen van Mitros, waarop met verwijzing naar hoofdstuk 4 (planbeschrijving) het bestemmingsplan verbrede reikwijdte voor het project Chw Overvecht-Noord betrekking heeft, hierin vanaf 2016 staan vermeld.
Op basis hiervan dient te worden vastgesteld dat ter voorkoming van het herleven van de gasaansluitplicht van de hiervoor bedoelde huurwoningen van Mitros geen gebiedsaanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 10 lid 7, onder b, Gaswet is vereist.
Plangebied (artikel 7ag lid 7) Het zevende lid bepaalt welk plangebied gebruik kan maken van de toepassing van Chw: Overvecht-Noord in de gemeente Utrecht. Overvecht-Noord is een van de 27 proeftuinen van het Programma Aardgasvrije Wijken. Het plangebied Overvecht-Noord is aangegeven op de kaart in bijlage 185 van tweeëntwintigste tranche van het Bu Chw. Het plangebied dat door de gemeente in dit bestemmingsplan is aangewezen, en waarbinnen het per 1 januari 2024 verboden is voor bewoners om te beschikken over een kookgasaansluiting, valt binnen de reikwijdte van het plangebied Overvecht-Noord, zoals is aangegeven op de kaart in bijlage 185 van tweeëntwintigste tranche van het Bu Chw. In hoofdstuk 4, paragraaf 4.3, is in het kader van de planbeschrijving uiteengezet dat de omvang van het project Chw Overvecht-Noord experiment aanzienlijk is verkleind ten opzichte van de oorspronkelijke omvang van het project. Het aangewezen plangebied is op de bij dit bestemmingsplan behorende verbeelding opgenomen, zie ook paragraaf 1.2 van de toelichting. 6.5.3
Uitvoerbaarheid bestemmingsplan
In het vijfde lid van artikel 7ag Bu Chw is bepaald dat artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2°, van het Bu Chw voor dit experiment niet van toepassing is. Daarmee is geregeld dat bij vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte duidelijk moet zijn dat en op welke wijze het bestemmingsplan financieel, technisch en maatschappelijk uitvoerbaar is. Bij de financiële haalbaarheid van het bestemmingsplan moet de gemeente onder meer aandacht besteden aan de verdeling van de kosten van het uitfaseren van de gasinfrastructuur, zoals gemeente, netbeheerder en betrokken woningcorporaties zijn overeengekomen. In artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2°, van het Bu Chw is voor bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte opgenomen dat van de gemeente niet kan worden verlangd dat ze reeds bij het opstellen van het bestemmingsplan aangeeft hoe dit zal worden uitgevoerd. Reden hiervoor is dat de gemeente mogelijke ontwikkelingen vooral faciliteert en in mindere mate zelf de uitvoering van het bestemmingsplan ter hand neemt. Om deze reden is artikel 3.1.6, eerste lid, onder f, van het Besluit ruimtelijke ordening niet van toepassing voor bestemmingsplannen met verbrede reikwijdte.
Deze bepaling zou voor dit project Chw Overvecht-Noord er echter toe leiden dat bij vaststelling van het bestemmingsplan met verbrede reikwijdte de haalbaarheid en betaalbaarheid van het alternatief van de kookgasaansluitingen nog niet hoeft te worden aangetoond. Dit is onwenselijk. Daarom is deze bepaling buiten toepassing verklaard. In hoofdstuk 5 van dit bestemmingsplan heeft de gemeente inzicht te geven in de financiële, technische en maatschappelijke uitvoerbaarheid. Dit vormt daarmee een bestuursrechtelijke onderbouwing en borging van het 'aanbod' ten behoeve van een vrijwillige overstap naar elektrisch koken. Voor de gemeente Utrecht is het bovendien noodzakelijk om het bestemmingsplan al tijdens de fase van ontzorgen en verleiden vast te stellen. Als de gemeente zou wachten tot dit proces is afgerond, dan zou het procedureel niet mogelijk zijn om, indien noodzakelijk, van het verbod gebruik 3 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
te kunnen maken voordat de gasdistributieleidingen in de wijk om veiligheidsredenen vervangen moeten zijn met de eerder genoemde ongewenste effecten tot gevolg. 6.5.4
Overgangsrecht
In het zesde lid van artikel 7ag Bu Chw is bepaald dat het opnemen van het in de artikelen 3.2.1, 3.2.2 en 3.2.3 van het Besluit ruimtelijke ordening voorgeschreven overgangsrecht niet van toepassing is. Op grond van dit eerbiedigend overgangsrecht in het Besluit ruimtelijke ordening mogen bouwwerken die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan legaal aanwezig zijn en met het nieuwe bestemmingsplan in strijd zijn, blijven voortbestaan. Hetzelfde geldt voor met het nieuwe bestemmingsplan strijdig gebruik; dit mag worden voortgezet. Het overgangsrecht heeft dus onder meer tot gevolg dat een bestaande kookgasaansluiting in gebruik mag blijven. Daarom is het noodzakelijk van dit eerbiedigend overgangsrecht af te kunnen wijken om te voorkomen dat het aanwijzen van gebieden waarin het beschikken over kookgasaansluitingen niet langer is toegestaan, niet effectief kan worden geëffectueerd. 6.5.5
Onderzoeken
De ruimtelijke gevolgen van de in dit Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht mogelijk gemaakte ontwikkeling zijn nihil. Ten behoeve van dit bestemmingsplan zijn dan ook geen speciefieke ruimtelijke onderzoeken uitgevoerd. Besluiten over activiteiten met ingrijpende gevolgen voor het milieu kunnen alleen dan verantwoord worden genomen indien de mogelijke milieugevolgen van te voren goed bekend zijn. Door een zorgvuldig, met procedurele waarborgen omgeven onderzoek voorafgaande aan milieurelevante besluiten moet worden verzekerd dat de milieubelangen een volwaardige plaats krijgen in de besluitvorming en niet bij voorbaat ondergeschikt worden gemaakt aan het streven van de (publieke of particuliere initiatiefnemer tot realisering van zijn voornemens. Om deze reden is het instrument milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. Voordat sommige voor het milieu verstrekkende besluiten worden genomen moet een m.e.r. worden opgesteld waarin de mogelijke gevolgen voor het milieu van het te nemen besluit worden geïnventariseerd. Het m.e.r.-instrument is overeenkomstig Europees recht in de Nederlandse wetgeving verankerd, in het bijzonder de Wet milieubeheer (Wm). Ten eerste wordt op grond van artikel 7.2 lid 1, onder a, van de Wm in (onderdeel C van de bijlage bij) het Besluit m.e.r. een aantal activiteiten aangewezen die altijd m.e.r.-plichtig zijn.
Daarbij zijn soms drempelwaarden aangegeven. Ten tweede zijn op grond van artikel 7.2 lid 1, onder b, van de Wm in (onderdeel D van de bijlage bij) het Besluit m.e.r. activiteiten aangewezen die alleen onder bijzondere omstandigheden m.e.r.-plichtig zijn. Het bevoegd gezag moet in ieder concreet geval beoordelen of, gezien de concrete omstandigheden, een m.e.r. noodzakelijk is. In verband met de beoogde vaststelling door de gemeenteraad van het Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht, waarin het verboden is over een kookgasaansluiting te beschikken vanaf 1 januari 2024, heeft de gemeente dit Chw bestemmingsplan en het project Chw Overvecht-Noord getoetst aan de op grond van de Wm geldende m.e.r.-regels. Uitkomst van deze toetsing is dat er geen sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht met betrekking tot het project Chw Overvecht-Noord en de hieraan verbonden uitvoeringsactiviteiten. Er is voor dit project en voor dit Chw bestemmingsplan dan ook geen milieueffectrapport opgesteld. 6.5.6
Handhaving
Door handhaving controleert de overheid of burgers, bedrijven en bijvoorbeeld overheidsorganen zich aan de wet- en regelgeving houden. Onder handhaving wordt verstaan het door controle (toezicht en opsporing) en het toepassen (of dreigen daarmee) van bestuursrechtelijke sancties, bereiken dat het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift wordt nageleefd. De handhaving van de van toepassing zijnde regeling binnen de gemeente Utrecht, wordt uitgevoerd door diverse diensten en afdelingen. Zo wordt namens het college onder andere gehandhaafd op de regels van voorliggend bestemmingsplan. Dit betekent dat de regels voor wat betreft het gebruik en de bebouwingsregels worden gehandhaafd. Dit gebeurt veelal door toetsing tijdens het behandelen van de aanvragen om omgevingsvergunning, maar kan ook gebeuren als gevolg van toezicht tijdens de uitvoering van de bouw of op grond van een eigen constatering indien een bouwwerk of een perceel in strijd met het bestemmingsplan wordt gebruikt. Indien er bijvoorbeeld sprake is van illegale ingebruikname van gemeentelijke grond, dan zal hiertegen worden opgetreden. Doel handhavend optreden Het doel van het handhavend optreden van de gemeente is niet direct gekoppeld aan de noodzaak van een actueel bestemmingsplan.
Voor de bewoners van het plangebied is duidelijk waar zij aan toe zijn (qua bouwen, zoals bijvoorbeeld uitbreiding van de woning, en qua gebruik), maar het niet bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
33
handhaven haalt de effectiviteit van een actueel bestemmingsplan onderuit. De toegevoegde waarde van het verlenen van een omgevingsvergunning voor een vrijstaand bijbehorend bouwwerk is niet groot, indien er op andere plaatsen - zonder vergunning - vrijstaande bijbehorende bouwwerken zijn geplaatst. Dit wordt nog eens problematischer zodra een omgevingsvergunning wordt geweigerd, terwijl diverse vergelijkbare bouwwerken reeds illegaal zijn geplaatst. In dit laatste geval is de roep om handhavend op te treden dan ook het grootst. Wijze van handhaven Op grond van de Algemene wet bestuursrecht heeft het college een tweetal instrumenten bij handhaving van bestemmingsplannen tot haar beschikking: bestuursdwang en dwangsom. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt de overtreding (het geconstateerde illegale bouwwerk c.q. gebruik) ongedaan gemaakt op kosten van de overtreder. Dit kan betekenen dat een bouwwerk door de gemeente wordt afgebroken en de kosten van bijvoorbeeld de aannemer en de gemeentelijke (voorbereidings)kosten op de overtreder worden verhaald. Het is tevens mogelijk om, indien er zonder omgevingsvergunning wordt gebouwd en de bouw wordt stilgelegd door middel van een bouwstop, de bouwmaterialen weg te slepen en elders op te slaan.
Het opleggen van een last onder dwangsom betekent bijvoorbeeld dat het illegale gebruik moet worden gestaakt binnen een door het college gestelde termijn. Overschrijdt men de termijn, dan zal de dwangsom in rekening worden gebracht bij de overtreder. Doel van de dwangsom is het onaantrekkelijk maken van het voortzetten van de geconstateerde overtreding. De dwangsom zal dan ook in relatie moeten staan tot (en zal derhalve altijd hoger zijn dan) het voordeel dat de overtreder heeft bij het voortzetten van de illegaliteit. In het Chw bestemmingsplan kookgasvrij Overvecht is het plangebied vastgesteld waarbinnen bewoners niet meer over een kookgasaansluiting mogen beschikken vanaf een in dit bestemmingsplan opgenomen datum. Deze datum betreft 1 januari 2024. In de periode voor vaststelling van dit bestemmingsplan is de gemeente in samenwerking met woningbouwcorporatie Mitros al begonnen met een traject van ontzorging van de huurders. Tijdens dat traject worden de bewoners van de van huurwoningen van woningbouwcorporatie Mitros begeleid en ondersteund bij het vrijwillig beëindigen van kookgasaansluitingen en de overgang naar een andere, elektrische kookvoorziening.
Indien een minderheid van bewoners niet wil meegaan in dit traject en hun kookgasaansluiting weigert te beëindigen, zal netbeheerder Stedin na 1 januari 2024 het transport van gas beëindigen op grond van het bepaalde in artikel 7ag, derde lid, Bu Chw. Daarmee wordt vanaf dat moment invulling gegeven aan het verbod genoemd in het bestemmingsplan. Handhavend optreden door de gemeente is dan niet meer nodig. Het opleggen van een dwangsom aan bewoners zal niet aan de orde zijn. 6.5.7
Huurrecht
De woningen in het plangebied Overvecht-Noord zijn allen huurwoningen in bezit van woningbouwcorporatie Mitros. De gemeente Utrecht, de netbeheerder Stedin en de woningcorporaties werken al geruime tijd samen aan de uitfasering van de gasinfrastructuur in Overvecht-Noord. Zoals reeds beschreven, leidt de uitvoering van het project Chw Overvecht-Noord ertoe dat kookgasaansluitingen moeten worden beëindigd op grond van een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Bij de uitoefening van haar bevoegdheid van artikel 7ag Bu Chw zal de gemeente met de hiervoor genoemde samenwerkingspartners rekening moeten met enkele huurrechtelijke bepalingen. De werkzaamheden die in het kader van het project Chw Overvecht-Noord moeten worden verricht in huurwoningen moeten worden aangemerkt als dringende werkzaamheden in de zin van artikel 7:220, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW). Dit houdt in dat de huurder die werkzaamheden moet gedogen. Tegelijkertijd leiden de werkzaamheden als gevolg van dit experiment niet tot een hogere huurprijs op grond van 7:255 BW. Verder leidt het verbod op het hebben van een kookgasaansluiting tot een verbouwing van de opstelplaats voor een kooktoestel. De kookgasaansluiting moet immers worden beëindigd.
Voorts volgt uit de artikelen 4.38, 4.40 en 4.42 van het Bouwbesluit 2012 de verplichting tot het aanwezig zijn van een opstelplaats voor een kooktoestel, zowel bij nieuwbouw, verbouw als bestaande bouw. Eventuele noodzakelijke werkzaamheden, bijvoorbeeld aanpassingen in de meterkast, om aan die verplichting te kunnen voldoen, zijn daarom ook te kwalificeren als dringende werkzaamheden in de zin van artikel 7:220 van het BW. Indien de woning is verhuurd met een kooktoestel geldt ook voor eventuele noodzakelijke werkzaamheden om het kooktoestel veilig en goed te laten functioneren dat die te kwalificeren zijn als dringende werkzaamheden in de zin van artikel 7:220 BW. De verhuurder moet de huurder het ongestoorde genot van het gehuurde verschaffen. Indien het kooktoestel tot het gehuurde behoort, geldt die verplichting ook daarvoor. Gelet op het feit dat de werkzaamheden bij huurwoningen, die voortvloeien uit het in het bestemmingsplan opgenomen verbod om te beschikken over een kookgasaansluiting, zijn aan te merken als dringende werkzaamheden, is het (formele) instemmingsrecht van de huurder richting de 3 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
verhuurder in het geval project Chw Overvecht-Noord derhalve niet aan de orde. Dit doet echter niet af aan de door de gemeente Utrecht gestelde voorwaarde dat ten minste 70% van de bewoners binnen het plangebied, dat in dit bestemmingsplan is aangewezen voor het projoct Chw Overvecht-Noord, op vrijwillige basis bereid is de overstap te maken naar elektrisch koken. 6.5.8
Eigendomsrecht
Het opnemen van een verbod op het hebben van een kookgasaansluiting in een bestemmingsplan is een inperking van het eigendomsrecht, in die zin dat middels een dergelijk verbod het gebruik van het eigendom wordt gereguleerd. Een eigenaar wordt immers verboden een kookgasaansluiting te hebben. De met dit experiment geïntroduceerde bevoegdheid om in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte een verbod op het hebben van een kookgasaansluiting op te nemen, dient ertoe om het gebruik van aardgas te verminderen in relatie tot de klimaatdoelstelling en een betaalbare infrastructuur te borgen. De mogelijke inbreuk op het eigendomsrecht is noodzakelijk en proportioneel, omdat alleen door middel van regulering geborgd kan worden dat daadwerkelijk alle bewoners stoppen met het gebruiken van gas. Het inzetten van (uitsluitend) alternatieven, zoals stimulering en financiering, kan ertoe leiden dat een klein aantal bewoners gas blijft gebruiken, waardoor de gasleidingen alsnog vervangen moeten worden.
De proportionaliteit van de inbreuk wordt verder versterkt door de harde randvoorwaarden van de gemeente Utrecht dat bewoners geen extra kosten als gevolg van deze overstap hebben en desgewenst volledig ontzorgd worden bij dit proces en er een positief advies ligt van de onafhankelijke partijen die de belangen van huurders en woningeigenaren vertegenwoordigen over het aanbod en de gestelde randvoorwaarden. Omdat de regulering van het eigendom in overeenstemming is met het algemeen belang en de vereisten van noodzakelijkheid en proportionaliteit, is deze gerechtvaardigd en is er derhalve geen sprake van strijd met het eigendomsrecht. 6.5.9
Nadeelcompensatie
Indien een bestuursorgaan in de rechtmatige uitoefening van zijn publiekrechtelijke bevoegdheid of taak schade veroorzaakt die uitgaat boven het normale maatschappelijke risico en die een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het bestuursorgaan de benadeelde desgevraagd een vergoeding toe. Schade blijft in elk geval voor rekening van de aanvrager voor zover: hij het risico van het ontstaan van de schade heeft aanvaard. hij de schade had kunnen beperken door binnen redelijke grenzen maatregelen te nemen, die tot voorkoming of vermindering van de schade had kunnen leiden; de schade anderszins het gevolg is van een omstandigheid die aan de aanvrager kan worden toegerekend of de vergoeding van de schade anderszins is verzekerd. In hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 (randvoorwaarden gemeente Utrecht), is vermeld dat de gemeente Utrecht randvoorwaarden heeft gesteld aan het gebruik van de bevoegdheid op grond van artikel 7ag Bu Chw tot het opnemen van een verbod op een kookgasvoorziening in het bestemmingsplan. Eén van deze voorwaarden is dat de betreffende bewoners als gevolg van de overstap van koken op gas naar elektrisch koken er financieel niet op achteruit mogen gaan. In hoofdstuk 5, pararaaf 5.2 (financiële uitvoerbaarheid), is uiteengezet op welke wijze de gemeente invulling geeft aan deze randvoorwaarde.
Deze kostenneutrale inzet van de gemeente aan de voorkant van het proces moet er toe leiden dat eventuele verzoeken om nadeelcompensatie als gevolg van onevenredige schade aan de achterkant grotendeels kunnen worden beperkt dan wel kunnen worden afgewezen.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
35
3 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
37
3 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 1 Besluit uitvoering Crisisen herstelwet Tranche 22
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Kookgasvrij Overvecht" (vastgesteld)
39
Staatsblad van het Koninkrijk der Nederlanden Jaargang 2021
0
600 Besluit van 1 december 2021 tot wijziging van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet (tweeëntwintigste tranche)) Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau, enz. enz. enz. Op de voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 9 juli 2021, nr. 2021-0000350283, gedaan in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; Gelet op artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet; De Afdeling advisering van de Raad van State gehoord (advies van 22 september 2021, nr. W04.21.0204/I); Gezien het nader rapport van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 26 november 2021, nr. 2021-0000607886, uitgebracht in overeenstemming met Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat; Hebben goedgevonden en verstaan:
ARTIKEL I Het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet wordt als volgt gewijzigd: A In artikel 1 wordt in de alfabetische volgorde ingevoegd: bestemmingsplan met verbrede reikwijdte: bestemmingsplan als bedoeld in artikel 7c of 7g;. B Artikel 6j wordt als volgt gewijzigd: 1. Onder vernummering van het eerste tot en met vijfde lid tot tweede tot en met zesde lid wordt een nieuw eerste lid ingevoegd, luidende: 1. Het verbod uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht geldt, voor zover het gaat om de gronden, bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, onder b, c of d, van die wet, tot 1 september 2025 niet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het derde lid
Staatsblad 2021
600
1
die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel. 2. Het tweede lid (nieuw) komt te luiden: 2. In afwijking van het eerste lid geldt het verbod uit artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet niet voor een bouwactiviteit als bedoeld in het derde lid die wordt uitgevoerd onder verantwoordelijkheid van een architect of een dienstverrichter als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de architectentitel die voldoet aan de in het vierde lid genoemde eisen. 3. In het vierde lid (nieuw) wordt «eerste lid» vervangen door «tweede lid». 4. Het vijfde lid (nieuw) wordt als volgt gewijzigd: a. In de aanhef wordt «eerste lid» vervangen door «eerste en tweede lid». b. In onderdeel a wordt «de architect heeft» vervangen door «indien het tweede lid van toepassing is, heeft de architect». 4. In het zesde lid (nieuw) vervalt «tot zes maanden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet». C Artikel 6p wordt als volgt gewijzigd : 1. In het eerste lid vervalt onderdeel a, onder verlettering van de onderdelen b tot en met i tot a tot en met h. 2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende: 4.
In aanvulling op artikel 8 van de Woningwet kunnen in de periode tot de inwerkingtreding van de Omgevingswet voor te bouwen gebruiksfuncties waarvoor een omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht vereist is, in de bouwverordening voorschriften worden opgenomen die voorzien in lagere maximumwaarden voor energiebehoefte en primair fossiel energiegebruik en een hogere minimumwaarde voor het aandeel hernieuwbare energie dan bedoeld in artikel 5.2, eerste lid, van het Bouwbesluit 2012. D Na artikel 6t wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 6u 1. Dit artikel is tot 1 januari 2035 van toepassing op de gebieden Carnisse, Oud Charlois en Tarwewijk in de gemeente Rotterdam, zoals aangegeven op de kaart in bijlage 187. 2. In aanvulling op artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet kunnen burgemeester en wethouders een vergunning als bedoeld in dat lid ook verlenen voor de verhuur van een woning welke ten tijde van het aanvragen van de vergunning bestemd is om te worden samengevoegd met een of meerdere andere woningen.
Staatsblad 2021
600
2
3. In afwijking van artikel 15, tweede lid, van de Leegstandwet stellen burgemeester en wethouders een formulier beschikbaar via welke de eigenaar een vergunning als bedoeld in het tweede lid kan aanvragen. 4. In afwijking van artikel 15, derde lid, van de Leegstandwet wordt de vergunning, bedoeld in het tweede lid, slechts verleend indien: a. de woning, voor de verhuring waarvan de vergunning wordt aangevraagd, leegstaat; b. de eigenaar aantoont dat de te verhuren woonruimte, gelet op de omstandigheden en mogelijkheden, in voldoende mate zal worden bewoond; en c. de eigenaar, bedoeld onder b, de gemeente Rotterdam of een op grond van artikel 19, eerste lid, van de Woningwet toegelaten woningcorporatie is. 5. Onverminderd artikel 15, zesde lid, tweede volzin, van de Leegstandwet kunnen burgemeester en wethouders de vergunning, bedoeld in het tweede lid, op verzoek van de eigenaar telkens met ten hoogste drie jaren verlengen, met dien verstande dat de vergunning tot uiterlijk 1 januari 2035 kan worden verlengd. 6. Artikel 15, vijfde lid en zesde lid, laatste volzin, van de Leegstandwet is niet van toepassing. 7. In afwijking van artikel 15, negende lid, laatste volzin, van de Leegstandwet is het bepaalde in het derde lid van overeenkomstige toepassing. 8.
Artikel 16 van de Leegstandwet is van overeenkomstige toepassing, behoudens het tweede lid, met dien verstande dat in het vierde en zesde lid van dat artikel een vergunning als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdelen a, b en c, van de Leegstandwet wordt gelezen als een vergunning als bedoeld in het tweede lid. E Na artikel 7af wordt een artikel ingevoegd, luidende: Artikel 7ag 1. In dit artikel wordt verstaan onder kookgasaansluiting: aansluiting als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder m, van de Gaswet waarbij de onroerende zaak ook een aansluiting heeft op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet dat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte. 2. In afwijking van artikel 62 van de Gaswet en in aanvulling op artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening kunnen in een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte gebieden worden aangewezen waarbinnen het verboden is te beschikken over een kookgasaansluiting vanaf een in dat bestemmingsplan gestelde datum. 3. Op de dag volgend op de in het bestemmingsplan gestelde datum, bedoeld in het tweede lid, wordt degene die over een kookgasaansluiting beschikt geacht de netbeheerder te hebben verzocht om beëindiging van die aansluiting. 4. Het tweede lid kan uitsluitend worden toegepast, indien: a. de bestaande gastransportleidingen om veiligheidsredenen aan vervanging toe zijn; b.
de onroerende zaken zijn aangesloten op een warmtenet als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Warmtewet dat kan voorzien in de verwachte warmtebehoefte; en c. het college van burgemeester en wethouders het gebied, bedoeld in het tweede lid, heeft aangewezen als een gebied in de zin van artikel 10, zevende lid, onder b, van de Gaswet. 5. Artikel 7c, negende lid, onder a, onder 2°, is niet van toepassing.