Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk_Bijlagen toelichting.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan
Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk Vastgesteld, datum volgt na vaststelling
Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk
Inhoudsopgave Bijlagen toelichting
3
Bijlage 1
Parkeerbalans
5
Bijlage 2
Bezonningsstudie
7
Bijlage 3
m.e.r. aanmeldnotitie
43
Bijlage 4
m.e.r. beoordelingsbesluit
63
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
67
Bijlage 6
Besluit Hogere waarden
123
Bijlage 7
Niet gesprongen explosieven
129
Bijlage 8
Bodemonderzoek
131
Bijlage 9
Quickscan flora en fauna
343
Bijlage 10
Nader onderzoek Gierzwaluw
351
Bijlage 11
Nader onderzoek vleermuizen
367
Bijlage 12
Onderzoek stikstof
395
Bijlage 13
Aeriusberekening aanlegfase
401
Bijlage 14
Aeriusberekening Gebruiksfase
409
Bijlage 15
Leeswijzer voor bestemmingsplan Algemene regels Utrecht
417
Bijlage 16
Belangrijkste wettelijke bepalingen
423
2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlagen toelichting
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
3
4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 1
Parkeerbalans
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
5
11 woningen > 130 m2 bvo 7 woningen 80 130 m2 bvo 19 woningen < 55 m2 bvo 18 studentwoningen
Norm Norm minimaal B2 maximaal B2 1,3 1,5
75 m2 bvo kantoor
Behoefte Behoefte minimaal maximaal 14,3 16,5
1,2
1,4
8,4
9,8
0,5
0,8
9,5
15,2
0,1
0,3
1,8
5,4
0,6
1,3
0,45
0,97
34,45
47,87
TOTAAL Minimale parkeervraag nieuw is 34.45 parkeerplekken Maximale parkeervraag nieuw is 47.87 parkeerplekken Rechtens verkregen niveau
1 woning 80 -130 m2 bvo 1 woning 55 - 80 m2 bvo 12 studentenwoningen 131 m2 bvo kantoor 1290 m2 bvo arbeidsintensief 84 m2 bvo detailhandel 567 m2 bvo fitness Totaal
Norm Behoefte maximaal maxi 1,4 1,4 1,2 1,2 0,3 3,6 1,3 1,2
1,703 15,48
3,7 1,8
3,108 10,206 36,68
Huidige situatie heeft 24 parkeerplekken op eigen terrein. Die worden van het rechtensverkregen niveau afgetrokken. Dus 36.68 – 24 = 12.68 Rechtens verkregen niveau is 12.68 Dus wat is nu werkelijk nodig: Minimaal: 34.45 – 12.68 = 21.77 Maximaal: 47,87 – 12.68 = 35.19
Utrecht
Bijlage 2
Bezonningsstudie
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
7
www.handelbouwadvies.nl
Bezonningsstudie info@handelbouwadvies.nl
+31 85 060 0058
Documentnummer
:
2021-2629
Datum
:
21-10-2021
Opgesteld door
:
Opdrachtgever
:
Samen-thuis vastgoedontwikkeling
Projectnaam
:
Nieuwbouwwoningen Jutfaseweg
Projectlocatie
:
Jutfaseweg, Utrecht
Uitgangspunten De onderstaande gegevens zijn gehanteerd als leidraad voor de rapportage: ●
3D model geleverd door Samen-thuis vastgoedontwikkeling .
Akkoord
:
Paraaf
:
HBA
B.V.
1
Inhoudsopgave 1 INLEIDING
3
2 MEETPUNTEN
5
3 BEZONNINGSSTUDIE - OVERZICHT
6
4 CONCLUSIE
18
5 EXTRA INFORMATIE
19
HBA
B.V.
2
1
INLEIDING
In opdracht van Samen-thuis vastgoedontwikkeling, ten behoeve van het bestemmingsplan aan de Jutfaseweg in Utrecht is dit bezonningsonderzoek uitgevoerd door het in kaart brengen van de invloed van de bouwplannen. Op het terrein achter de panden aan de Jutfaseweg zullen nieuwbouwwoningen geplaatst gaan worden. Dat zal effect hebben op de bezonning van de naastgelegen woningen. Er bestaan geen wettelijke normen en eisen ten aanzien van een bezonningsonderzoek. Daarom wordt er gekozen om de studie a.d.h.v. het bezonningsdiagram te doen.
Bezonningsdiagram Om een zo compleet mogelijk beeld te krijgen van de situatie is een bezonningsdiagram gebruikt. A.d.h.v. het bezonningsdiagram hebben we een aantal data en tijdstippen bepaald, deze kunt u vinden onder hoofdstuk 2 meetpunten.
HBA
B.V.
3
Methode Deze bezonningsstudie wordt uitgevoerd met behulp van het 3D model computer programma Sketchup. De bouwmassa van de nieuwbouw (gekleurd), alsmede de directe omliggende bebouwing (wit) worden in 3D uitgetekend. De locatie is exact ingevoerd door middel van coördinaten beschikbaar uit google maps. Met onze software worden de schaduwen afkomstig van de nieuwe (gekleurd) visueel gemaakt. Daarbij wordt de schaduwval van de huidige situatie vergeleken met de schaduwval na realisatie van de bouwplannen. In de bestaande bouwmassa is een plint ingetekend tot een hoogte van 0,75m (geel). Deze hoogte wordt aangehouden als meetpunt voor de Haagse norm.
HBA
B.V.
4
2
MEETPUNTEN
De volgende data worden meegenomen in deze studie; 1. 2. 3. 4. 5.
21 februari 21 maart 21 april 21 mei 21 juni
De aangegeven data zal achtereenvolgens worden getoetst op de volgende tijdstippen: ● 08.00 uur ● 12.00 uur ● 12.00 uur ● 15.00 uur ● 18.00 uur ● 21.00 uur Naast de bovengenoemde data en tijdstippen waarvoor de bezonning gemodelleerd is, is er ook rekening gehouden met de geografische ligging en winter-(GMT+1) en zomertijd (GMT+2).
HBA
B.V.
5
3
BEZONNINGSSTUDIE - OVERZICHT
21 februari (GMT +1) De tijdstippen zijn 8.00u, 12.00u, 15.00u, 18.00u en 21.00u.
8.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
6
12.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
7
15.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
8
18.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
9
21.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
10
21 maart (GMT +1) De tijdstippen zijn 8.00u, 12.00u, 15.00u, 18.00u en 21.00u.
8.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
11
12.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
12
15.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
13
18.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
14
21.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
15
21 april (GMT +2) De tijdstippen zijn 8.00u, 12.00u, 15.00u, 18.00u en 21.00u.
8.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
16
12.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
17
15.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
18
18.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
19
21.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
20
21 mei (GMT +2) De tijdstippen zijn 8.00u, 12.00u, 15.00u, 18.00u en 21.00u.
8.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
21
12.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
22
15.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
23
18.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
24
21.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
25
21 juni (GMT +2) De tijdstippen zijn 8.00u, 12.00u, 15.00u, 18.00u en 21.00u.
8.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
26
12.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
27
15.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
28
18.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
29
21.00 Bestaande situatie
Variant met 3 lagen
Variant met 2 lagen
HBA
B.V.
30
4
CONCLUSIE
De bezonning van de gevels van de woningen ten noorden van het nieuwbouwproject zullen na de bouw nog steeds minimaal 2 uur bezonning per dag krijgen. Wat wel zal gaan verschillen is het tijdstip van de bezonning. De situatie zal in de ochtend namelijk verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie. De nieuwe woningen zijn een stuk minder diep dan de oorspronkelijke loods. Daardoor zal de bezonning in de ochtend en vroege middag juist verbeteren. De woningrij die geplaatst zal worden op het open stuk van de bestaande situatie zal juist meer schaduwhinder veroorzaken. Dit zal gebeuren in de namiddag wanneer de zon daalt. Het verschil tussen de 2-laagse variant en de 3-laagse variant is met name merkbaar in de achtertuinen van de woningen die links zijn afgebeeld in de afbeeldingen. De schaduw van de 3-laagse variant zal dieper in de tuinen vallen dan in de 2-laagse variant.
HBA
B.V.
31
5
EXTRA INFORMATIE
Onderstaand vindt u de stand van de zon (in graden) geplot voor de zomer en wintertijd.
Wat heb ik aan de grafiek? Deze grafiek geeft de verschillende standen van de zon weer. De grafiek laat zien dat in de zomer de zon veel hoger staat dan in de winter. Dit verklaart waarom er in de winter meer schaduw valt dan in de zomer. Hoe lager de zon, hoe meer schaduw. Hoe hoger de zon, hoe minder schaduw.
Wat heeft dit voor invloed op de resultaten? Voor een standaard bezonningsonderzoek zijn de toetsingsdatums: 22 december, 21 juni, 21 maart en 23 september. In de grafiek kunt u zien hoe de overige maanden zich verhouden t.o.v. de toetsingsdatums.
HBA
B.V.
32
www. handel bouwadv i es. nl
Oz Uo WB E SL UI TB E RE K E Ni I N GEN BB e n n i n g s s t u d e MPGBEREKENI NG
+31655320206
BENGBEREKENI NG GPRGEBOUW BEREKENI NG BEZONNI NGSSTUDI E WARMTEVERLI ES
i nf o@handel bouwadv i es. nl
0850600058
4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 3
m.e.r. aanmeldnotitie
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
43
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.- beoordeling Bestemmingsplan Jutfaseweg 178 Gemeente Utrecht
Aanmeldingsnotitie en vormvrije m.e.r.- beoordeling Bestemmingsplan Jutfaseweg 178 Gemeente Utrecht
Datum:
28-01-2022
Opdrachtgever:
Mozaïek Ontwikkeling- en realisatie B.V.
Betreft:
Ontwikkeling Jutfaseweg 178 Utrecht
Status:
Definitief
Inhoudsopgave
1. INLEIDING 1.1 Aanleiding 1.2 Toetsing aan Besluit m.e.r. 1.3 Doel vormvrije m.e.r.-beoordeling 1.4 Leeswijzer
2 2 2 3 4
2. EFFECTEN OP HET MILIEU 2.1 Inleiding 2.2 Kenmerken van het project 2.3 Plaats van het project 2.4 Kenmerk van het potentiële effect
4 4 6 7 12
3. CONCLUSIE
13
1
1.
INLEIDING 1.1
Aanleiding
Mozaïek Ontwikkelings- en Realisatie B.V. (hierna te noemen: “MOZAIEK”) is eigenaar van de bedrijvenlocatie aan de Jutfaseweg 178, exclusief het gemeentelijk monument en heeft het plan de bedrijvenlocatie te ontwikkelen tot woongebied met circa 35 woningen. Het gemeentelijke monument aan de Jutfaseweg 178, het hoofdgebouw van de oude fabriek, is in eigendom van G.B. van de Zandschulp Beheer B.V. De initiatiefnemer is samen met de eigenaar van het monument van plan de verouderde bedrijfsbebouwing en garageboxen te slopen en na sanering nieuwe woningen in een gemengd programma te realiseren. Tevens zal het monument worden gerenoveerd en herbestemd tot circa 8 (on)zelfstandige appartementen/ studio’s en gedeeltelijk kantoorruimte op de begane grond (hoofdgebouw voormalige tegelfabriek). Ter plaatse van het plangebied geldt het bestemmingsplan Rivierenwijk (onherroepelijk, vastgesteld 15-102008). Op de locatie is tevens het Chw-bestemmingsplan (Crisis- en herstelwet) ‘Algemene regels over bouwen en gebruik’ (onherroepelijk 30-11-2017) van toepassing. De huidige bestemming op de locatie betreft ‘Bedrijfsdoeleinden’. Het garagebedrijf, welke als categorie 3-bedrijf is aangemerkt, heeft een uitzonderingspositie binnen de toegestane categorie 1 en 2-bedrijven. Het is niet mogelijk om het initiatief tot realiseren van woningen binnen het geldende bestemmingsplan te realiseren.
Daartoe wordt een nieuw bestemmingsplan opgesteld en in procedure gebracht. In dat kader dient onderzocht te worden of er sprake is van een plicht tot een milieu effect rapportage (mer-plicht).
Toetsingskader Gemeenten en provincies moeten ook bij kleine bouwprojecten beoordelen of een m.e.r.-beoordeling nodig is. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.- procedure nodig is. Een m.e.r.beoordeling is een toets van het bevoegd gezag om te beoordelen ofbij een project belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden. Wanneer uit de toets blijkt dat er belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen optreden moet er een m.e.r.-procedure worden doorlopen. Met andere woorden dan is het opstellen van een m.e.r. nodig. Beoordeling noodzakelijkheid m.e.r.-beoordeling Om te bepalen of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is dient bepaald te worden of de ontwikkelingde drempelwaarden uit lijst D van het Besluit m.e.r. overschrijdt, of de ontwikkeling in een kwetsbaar gebied ligt en of er belangrijke milieugevolgen zijn. In het plangebied wordt de realisatie van een nieuw woongebied van maximaal 35 nieuwbouw woningen en 8 woningen en kantoorruimte op de begane grond in het bestaande monument mogelijk gemaakt. De ontwikkeling dient getoetst te worden aan de Bijlage bij het Besluit m.e.r.
2
In het geval van een stedelijk ontwikkelingsproject is direct een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk als de activiteit gaat om de bouw van 2.000 woningen of meer in een aaneengesloten gebied of als de activiteit een omvang heeft van 100 hectare. Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling van maximaal 35 nieuwbouw woningen en transformatie van de begane grond van het monument ver beneden de drempelwaarde ligt zoals opgenomen in het Besluit m.e.r. Er kan dan sprake zijn van een vormvrije m.e.r.-beoordelingsplicht. Dit is het geval als de ontwikkeling van maximaal 35 nieuwbouw woningen en 8 woningen in het bestaande monument een stedelijk ontwikkelingsproject is. Volgens de Raad van State (uitspraak 201609536/1/A1) is het antwoord op de vraag of er sprake is van een (wijziging van een) stedelijk ontwikkelingsproject in de zin van het Besluit milieueffectrapportage, afhankelijk van de concrete omstandigheden van het geval, waarbij onder meer aspecten als aard en omvang van de voorziene wijzigingen van de stedelijke ontwikkeling een rol spelen. De bouw van maximaal 35 nieuwbouw woningen en 8 (on)zelfstandige appartementen/ studio’s en kantoorruimte in het monument kan dus een stedelijk ontwikkelingsproject zijn, afhankelijk van de omstandighedenvan het geval.
Concrete omstandigheden in dit geval zijn de ontwikkeling van slechts maximaal 43 woningen in een gebied dat grotendeels is ontwikkeld als woongebied. Daar komt bij dat er naast deze woningen en kantoorruimte geen andere voorzieningen worden aangelegd en er sprake is van een bedrijfsterrein (bestemd als ‘Bedrijfsdoeleinden’) dat omgezet wordt naar een woongebied. Voorts ligt de locatie niet in of nabij een beschermd natuurgebied. Primair is dan ook de conclusie op zijn plaats, dat gelet op de omstandigheden van dit geval, de bouw van 43 woningen aan de Jutfaseweg in Utrecht, niet te beschouwen is als een stedelijk ontwikkelingsproject als bedoeld in categorie D11.2 van het Besluit milieueffectrapportage. In dat geval hoeft er geen (vormvrije) m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd. Deze keuze leidt tot een klein procesrisico. Er is een kleine kans, dat de Raad van State het niet eens is met deze conclusie. Om dit risico weg te nemen is er voor gekozen toch een vormvrije m.e.r. beoordeling uit te voeren. Dit houdt concreet in, dat het college van burgemeester en wethouders (voordat het ontwerpbestemmingsplan in procedure gaat) beoordeelt en besluit aan de hand van een aanmeldingsnotitie of een milieueffectrapport moet worden opgesteld. Dit dient te gebeuren conform paragraaf 7.6 Wet milieubeheer.
1.3
Doel vormvrije m.e.r.-beoordeling
Het doel van een vormvrije m.e.r.-beoordeling is om aan het bevoegd gezag inzicht te geven in de milieueffecten van de voorgenomen activiteit. Achterliggende gedachte hierbij is dat ook kleine projecten het milieu relatief zwaar kunnen belasten en ook bij kleine projecten van geval tot geval moet worden beoordeeld of een m.e.r.procedure nodig is.
3
Op basis van de informatie die de initiatiefnemer met de vormvrije m.e.r.-beoordeling verstrekt, kan het bevoegd gezag tot een gerichte conclusie komen: •
belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen milieueffectrapportage noodzakelijk;
•
belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een milieueffectrapportage worden opgesteld.
Procedure De initiatiefnemer dient de aanmeldingsnotitie in bij de gemeente. De gemeente (het bevoegd gezag) neemt binnen 6 weken na ontvangst van de aanmeldingsnotitie (mededeling) een beslissing of een m.e.r. gemaakt moet worden.
1.4
Leeswijzer
Hoofdstuk 2 vormt de aanmeldingsnotitie met een beschrijving van het project en de mogelijke gevolgen voor het milieu. Hoofdstuk 3 bevat de eindconclusie over de vraag of bij de voorbereiding van het bestemmingsplan, vanwege de belangrijke nadelige gevolgen die de activiteit voor het milieu kan hebben, een milieueffectrapport moet worden gemaakt. De beoordeling of het noodzakelijk is een milieueffectrapport op te stellen is geheel afhankelijk van het feit of er sprake is van ‘bijzondere omstandigheden’. De bijzondere omstandigheden kunnen betrekking hebben op: a. de plaats waar de activiteit plaatsvindt, o.a. in relatie tot gevoelige gebieden; b. de kenmerken van de activiteit; c. de kenmerken van de belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu die de activiteit kan hebben. d. de samenhang met andere activiteiten ter plaatse (cumulatie).
4
EFFECTEN OP HET MILIEU
In dit hoofdstuk wordt aan de hand van de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EU-richtlijn milieubeoordeling projecten de informatie verstrekt op basis waarvan het bevoegd gezag kan bepalen of al dan niet de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen. In deze paragraaf worden de kenmerken van het project besproken. De aard en omvang van het project worden in beeld gebracht. Ook wordt gekeken naar overige aspecten: cumulatie, het gebruik van natuurlijke hulpbronnen, de productie van afvalstoffen, verontreiniging en hinder en het risico van on- gevallen. Kenmerken van het project Aard en omvang van het project (en voor zover relevant sloopwerken) • Cumulatie met andere projecten • Gebruik van natuurlijke grondstoffen • Productie van afvalstoffen • Verontreiniging en hinder • Risico van ongevallen, mede gelet op de gebruikte stoffen en technologieën Plaats van het project •
Bestaand grondgebruik Relatieve rijkdom aan kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied • Het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor gevoelige gebieden (wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden), gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden, gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid, landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang Kenmerken van het potentiële effect
•
•
• • • •
Bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van het effect Waarschijnlijkheid van het effect Duur, frequentie en de omkeerbaarheid van het effect
De vormvrije m.e.r.-beoordeling is opgesteld op basis van de onderzoeken die zijn uitgevoerd in het kader van het ruimtelijke plan. In de onderstaande tabellen vindt de beoordeling/toets plaats aan de criteria die zijn genoemd in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling.
5
2.2
Kenmerken van het project
Kenmerken van het project Criteria
Toets
Omvang van het project
Het plan richt zich op de herontwikkeling van een terrein, dat nu voor verschillende bedrijfsdoeleinden in gebruik is, waaronder een garagebedrijf, een bandenservice, garageboxen, 2 bedrijfswoningen en een fiets- en scootmobielwinkel/kringloopwinkel en kantoorruimte, naar een woongebied met 35 nieuwbouw woningen in een groene woonomgeving en 8 (on)zelfstandige appartementen/ studio’s en kantoorruimte in het monument. Het perceel heeft nu de bestemming ‘Bedrijfsdoeleinden‘.
Kenmerken van het project Criteria
Toets Op het terrein zal circa 2.000 m² BVO van verouderde bedrijfsbebouwing en 2 verouderde woningen worden gesloopt. Hiervoor in de plaats komen circa 35 duurzame nieuwbouwwoningen en worden in het bestaande monument circa 8 woningen gerealiseerd. Er zal een ontsluitingsweg worden aangelegd. Deze is alleen bedoeld voor de ontsluiting van de nieuw te bouwen woningen. Tevens zal er een groen binnengebied worden aangelegd welke ook gebruikt kan worden door bewoners uit de omgeving.
Cumulatie met andere pro-
Nee.
jecten Gebruik van natuurlijke hulp-bronnen
Productie van afvalstoffen
De nieuwe functies maken geen gebruik van natuurlijke hulpbronnen in de directe nabijheid van het projectgebied. Tijdens de bouwfase wordt gebruik gemaakt van brandstof, elektriciteit, eventueel spoelwater en eventueel grond bij graafwerkzaamheden. De precieze hoeveelheden en de te gebruiken bouwstoffen zijn op dit moment nog niet inzichtelijk te maken. In het geheel legt het project geen bijzonder beslag op natuurlijke hulpbronnen. Op het terrein zijn verschillende verouderde gebouwen aanwezig waaronder garagebedrijven, 2 woningen en garageboxen. Deze opstallen zullen worden gesloopt. De opstallen bestaan voornamelijk uit staal en baksteen. Het uitkomende sloopmateriaal zal zoveel mogelijk worden hergebruikt. Staal kan worden gerecycled en stenig materiaal kan als puinbaan onder verharding worden gebruikt. Overig puin zal ook worden afgevoerd en zo veel mogelijk worden hergebruikt/ gerecycled. In de ondergrond is tot een diepte van circa 1,5 meter een puinlaag aanwezig. Deze puinlaag omvat lichte verontreinigingen. Het verontreinigde puin zal worden afgevoerd en het puin dat kan worden hergebruikt kan onder wegen en paden worden aangelegd. In de bouwfase zullen de werkzaamheden in beperkte mate gepaard gaan met afvalstoffen, zoals verpakkingen en overtollige bouwmaterialen.
Naast het reguliere afval van de toekomstige bebouwing en functies zal geen sprake zijn van de productie van andere afvalstoffen.
6
Verontreiniging en hinder
De ontwikkeling vindt plaats in stedelijk gebied. Tijdens de aanlegfase is er mogelijk sprake van tijdelijke hinder als gevolg van bouwverkeer en bouwwerkzaamheden. Na de aanleg zijn maximaal 35 nieuwe woningen aanwezig in het plangebied en circa 8 nieuwe woningen in het monument. De woningen veroorzaken geen verontreiniging en hinder buiten de reguliere effecten van woningen. Effect van het verkeer van het plan op de omgeving: In de oude situatie betreft het plan- gebied een bedrijfsterrein met opslag ten behoeve van een garagebedrijf, een bandenservice, garageboxen, 2 bedrijfswoningen en een fiets- en scootmobielwinkel/ kringloopwinkel. Het terrein met bedrijfsbebouwing, heeft een (met een bedrijfsvloeroppervlakte van circa 2.070 m2) een verkeersaantrekkende werking. Wanneer naar de kengetallen van het CROW voor een 'bedrijf bezoekersextensief (loods, opslag, transport)" wordt gekeken met een bruto oppervlakte van circa 2.500 m2, wordt geconcludeerd dat het terrein een berekende verkeersgeneratie van circa 178 mvt/etmaal heeft (gemiddelde werkdag). Hoewel dit waarschijnlijk een overschatting is van de daadwerkelijke feitelijke verkeer aantrekkende werking van het terrein, kan wel geconcludeerd worden dat dit initiatief feitelijk niet tot nauwelijks zorgt voor een toename aan verkeer.
Er is namelijk geen significant verschil met de verkeersgeneratie van de nieuw te bouwen woningen. De verkeersgeneratie voor de nieuwe woningen is circa 4 tot 5 per dag en bedraagt daarmee totaal circa 175 mvt/etmaal. De aard van het verkeer verandert: geen zware en grote voertuigen, maar alleen personenauto’s. Dit zal zeker de verkeersveiligheid op de Jutfaseweg vergroten. Ook de geluidssituatie voor de omgeving zal verbeteren. Parkeren: Voor het plan gelden de parkeernormen uit de Nota Stallen en Parkeren (2013) en het Addendum Parkeernormen (maart 2019). In dit parkeerbeleid wordt een gebiedsindeling gehanteerd waarbij het te ontwikkelen plan momenteel valt onder de zone B2 (Stedelijk zonder betaald parkeren). In het gebied geldt geen betaald parkeren. Ook is het geen maatwerklocatie in de Nota Stallen en Parkeren. Het gebied valt binnen de invloedsferen van de nog te ontwikkelen Merwedekanaalzone. Om overlast te voorkomen in de omliggende wijken is de gemeente voornemens om betaald parkeren in te voeren in o.a. Rivierenwijk. Voor het plan is een parkeerbalans opgesteld welke uitgaat van het huidige parkeerregime B2 waarbij rekening is gehouden met het van rechts verkregen niveau van de huidige bestemming en gebruik. Conform de parkeerbalans worden er 20 nieuwe parkeerplaatsen in het plangebied gerealiseerd en langs de Jutfaseweg komen 4 nieuwe langsparkeerplaatsen.
Geluid: In het kader van dit project is een onderzoek naar wegverkeerslawaai uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat de geluidbelasting t.g.v. de Jutfaseweg maximaal 65 dB en ten gevolge van de ’t Goylaan/Socrateslaan maximaal 55 dB bedraagt (beide zonder aftrek). Hiermee wordt de maximale grenswaarde van 68 dB niet overschreden. Wel wordt de ambitiewaarde langs de Jutfaseweg nog overschreden. Hiervan is het overigens de verwachting dat bij invoering van
7
30km/uur deze alsnog behaald gaat worden. De Jutfaseweg wordt een fietsstraat met een snelheidsregime van 30 km/uur. Het plan is vastgesteld door het college van B&W. Verwachting is dat er eind 2022/begin 2023 gestart wordt met de werkzaamheden. De zelfstandige woningen in de appartementen aan de Jutfaseweg hebben allemaal een gevel waarbij de geluidbelasting de voorkeurswaarde niet overschrijdt. Bij de verdere planuitwerking zullen tenminste 30% van de verblijfsruimten, bij voorkeur de slaapkamers, aan deze luwe gevel dienen te worden gesitueerd. In het monument zijn 8 nieuwe (on)zelfstandige woonruimtes voorzien. Deze voldoen aan de gestelde beleidseisen voor onzelfstandige woningen. Op basis van het geluidsonderzoek zal een hogere waarde besluit worden genomen. Voor de woningen waar de geluidsbelasting boven de voorkeurswaarde komt zullen aanvullende geluidsisolerende maatregelen aan de betreffende gevels van de geluidsgevoelige bebouwing nodig zijn, teneinde te voldoen aan de maximale binnenwaarde van 33 dB (Bouwbesluit). In de uitwerking van het plan zal rekening worden gebouwen met het tegengaan van geluidhinder van warmtepompen. Hiervoor zullen de nieuwe en geldende regels zoals opgenomen in het Bouwbesluit in acht worden genomen. Bedrijven en milieuzonering: De huidige bedrijven en bestemming kent een milieuzonering.
In de nieuwe situatie zijn er geen bedrijven met een milieuzonering in de directe omgeving aanwezig. Luchtkwaliteit: De Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen) ofwel de ‘Wet luchtkwaliteit’ dient om mensen te beschermen tegen luchtverontreiniging. In de wet staan onder andere grenswaarden voor vervuilende stoffen in de buitenlucht (o.a. fijn stof en stikstofdioxide). De wet stelt bij een (dreigende) grenswaardenoverschrijding aanvullende eisen en beperkingen voor ruimtelijke projecten die ‘in betekenende mate’ (IBM) leiden tot verslechtering van de luchtkwaliteit. Daarnaast vindt uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een afweging plaats of het aanvaardbaar is het project op deze plaats te realiseren. Hierbij speelt de blootstelling aan luchtverontreiniging een rol, ook als het project ‘niet in betekenende mate’ (NIBM) bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Allereerst moet er een beoordeling plaatsvinden of in en nabij het plangebied wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Vervolgens of het aannemelijk is dat ook ná het realiseren van het plan nog steeds geen sprake is van een feitelijke of dreigende overschrijding van de grenswaarden. Als het plan NIBM bijdraagt, is het aannemelijk dat ook na de planrealisatie aan de grenswaarden wordt voldaan.
Uit een beoordeling van de luchtkwaliteit in de omgeving en de nomen blijkt dat de luchtkwaliteit in het plangebied ruimschoots valt binnen de normen. Daardoor is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde voor de stoffen stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5).
De normen voor fijnstof en stikstofoxide zijn:
8
De Regeling NIBM geeft voor woningbouwlocaties getalsmatige (kwantitatieve) grenzen. Een project is in ieder geval NIBM, als het aantal woningen binnen deze grenzen valt. De getalsmatige grens bedraagt 1.500 woningen (netto) bij minimaal één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij minimaal 2 ontsluitingswegen met een gelijkmatige verkeersverdeling. Met de voorgenomen ontwikkeling van circa 43 woningen valt het plan ruim binnen deze grenzen. Gezondheid: Er kan vanuit een aantal invalshoeken worden gewerkt aan ruimtelijke plannen als het gaat om het thema gezondheid. Het is belangrijk om de druk op gezondheid zo laag mogelijk houden om zo de gezondheid van de toekomstige bewoners te beschermen. Het plangebied ligt niet direct aan een drukke binnenstedelijke weg of snelweg, maar bevindt zich wel in de invloedsfeer van ‘t Goylaan, en Socrateslaan. Daarnaast wordt voldaan aan de gemeentelijke ambities voor geluid en luchtkwaliteit. In het plangebied wordt ingezet op de openbare toegankelijkheid, voor ontmoeting tussen bewoners, voor sporten, spelen en/of bewegen, hierdoor wordt de gezondheid bevorderd. Er wordt een groen binnen gebied gecreëerd dat voor kinderen allerlei mogelijkheden biedt om aantrekkelijk buiten te zijn, te bewegen en veilig te kunnen spelen.
Ook wordt gezonde en duurzame mobiliteit bevorderd, door het gebruik van de fiets te stimuleren en ook looproutes door het gebied toe te voegen en toegankelijk te maken. Het gebruik van de auto wordt minder gemakkelijk gemaakt, met als doel het gebruik van de fiets te stimuleren. Mensen voelen zich prettig in een rustige en groene omgeving. Door het toevoegen van groen en doordat de woningen rond een gemeenschappelijk binnen gebied worden geplaatst, zullen zij eigenaarschap voelen voor dit gebied. Dit kan een plek worden waar bewoners samen kunnen zitten en verblijven. Dit is goed voor de sociale cohesie en leefbaarheid in de buurt. Geur: Binnen het plangebied is geen sprake van (industriële) geurhinder.
9
Kenmerken van het project Criteria
Toets Flora en fauna: Gezien de ligging van het projectgebied ten opzichte van de beschermde gebieden en de aard van de ontwikkelingen, kunnen negatieve effecten op in het kader van Wnb en het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid beschermde gebieden op voorhand worden uitgesloten. Een vergunning van de Wnb is niet nodig. Een nadere analyse van het provinciaal ruimtelijk natuurbeleid is eveneens niet noodzakelijk. De ontwikkeling is op het punt van provinciaal ruimtelijk natuurbeleid niet in strijd met de provinciale ruimtelijke verordening. Uit de quick scan flora en fauna is gebleken dat nader onderzoek naar soorten vleermuis, gierzwaluw en huismus noodzakelijk is. Daarnaast dient bij de uitvoering van het project rekening dient te worden gehouden met het broedseizoen van vogels. Het nader onderzoek naar deze soorten heeft plaatsgevonden en de conclusie is dat er geen beperkingen zijn voor de voorgenomen ontwikkeling. Volgens de wetgeving en volgens soortinventarisatieprotocol zijn er in de optimale periode en onder redelijke weersomstandigheden en op de juist tijdsstippen waarnemingen verricht. Er zijn geen verblijfplaatsen of nesten aangetroffen in de te slopen bebouwing. Er zijn geen paarroepjes of baltsbedrag waargenomen. Het plangebied zelf heeft geen belangrijke waar als jachtgebied of onderdeel van een verblijfsplaats of vliegroute.
Er gaan hiermee geen verblijfplaatsen of essentiële functies verloren door of tijdens de geplande ingreep. Wel is de aanbeveling voor het nemen van maatregelen om de sloopwerkzaamheden op een natuurvriendelijke wijze uit te voeren. Er behoeven er geen ontheffingen te worden aangevraagd vanwege de Wet natuurbescherming. Het plangebied is niet gelegen binnen het NNN. Het dichtstbijzijnde onderdeel van het NNN ligt ongeveer 2,5 kilometer ten noordwesten van het plangebied. Gezien de aard van de voorgenomen plannen zullen de omgevingscondities redelijkerwijs gelijk blijven, waardoor de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN niet worden aangetast. Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen van een gebied dat aangewezen is als Natura 2000-gebied. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Oostelijke Vechtplassen”, bevindt zich op circa 8,0 kilometer afstand ten noorden van het projectgebied. Indien er sprake zou zijn van een effect, betreft dit een extern effect als gevolg van storingsfactoren als toename van geluid, licht of depositie van stikstof. Mede gezien de afstand tot het plangebied zijn externe effecten als gevolg van licht en geluid uitgesloten. Stikstofdepositie: Door middel van een aeriusberekening is onderzocht of de verkeersgeneratie vanwege de 43 woningen leidt tot extra stikstofdepositie op Natura 2000gebieden.
Uitgegaan is van de inzet van (mobiele) werktuigen van bouwjaar 2015 of later. De conclusie is dat bij zowel de aanlegfase als de gebruiksfase er geen rekenresultaten hoger zijn dan de stikstofdepositie norm van 0,00 mol/ha/j. Daarmee kunnen op voorhand negatieve effecten op Natura-2000 gebieden vanwege stikstofdepositie uitgesloten worden. Water: Om de waterhuishouding op orde te houden en wateroverlast te voorkomen,
10
zijn volgens de Keur van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (HDSR) bij een verhardingstoename van meer dan 500 m2 maatregelen vereist (dit is de ondergrens voor watercompensatie binnen de bebouwde kom). Als maatregel is een compensatie aan oppervlaktewater nodig van 15% over de verhardingstoename of er moet minimaal 45 mm water geborgen kunnen worden in het plangebied. De gemeente Utrecht heeft een hogere ambitie dan alleen compensatie bij een toename aan verharding. Bij nieuwbouw moet het terrein volgens de huidige normen en maatstaven worden ontwikkeld. Klimaatbestendig voor de toekomst betekent dat er bij een neerslag van 80 mm per uur geen overlast in de vorm van schade mag optreden. Het huidige terrein is “100% verhard” door enerzijds bestaande bebouwing en anderzijds bestaande bestrating. Iedere vierkante meter minder verharding is dus direct winst voor de infiltratie mogelijkheid van regenwater en daarmee een mindere belasting van het rioolstelsel dan in de huidige vorm. In het stedenbouwkundig plan is openbaar toegankelijk groen opgenomen. Tevens wordt er rekening gehouden met infiltratiemogelijkheden en mogen de tuinen van de bewoners niet geheel verhard worden. De verharding zal al met al afnemen ten opzichte van de huidige situatie. Hemelwater en afvalwater moeten gescheiden worden.
Het hemelwater wordt bij voorkeur bovengronds afgevoerd en vanaf het maaiveld geïnfiltreerd. Het nieuwe groene binnengebied zal (plaatselijk) als inflatiegebied fungeren waarbij er een noodoverloop op het riool wordt aangesloten. Bij de ontwikkeling van het plan is er geen sprake is van verhardingstoename, maar van verhardingsafname. Ook verwacht de gemeente met de genoemde maatregelen voor klimaatadaptie te kunnen voldoen aan de ambitie van de gemeente om minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag wordt vasthouden t.b.v. infiltratie op de plek waar het valt. Dat betekent in de praktijk vaak gemiddeld een bergingsopgave van 15 mm/ m2 verhard oppervlak. Bodem: Uit bodemonderzoek is gebleken dat sanering noodzakelijk is vanwege de aanwezigheid van verontreiniging in de bodem. In overleg met het bevoegd gezag zal er een saneringsplan worden opgesteld. De sanering zal plaatsvinden kort voordat met de bouw van de woningen begonnen wordt. Externe veiligheid: In de directe omgeving van het plangebied komen geen risico- bronnen voor externe veiligheid voor. Het plangebied ligt op voldoende afstand van risicobronnen waardoor er geen sprake is van risico’s.
11
2.3
Plaats van het project
In deze paragraaf wordt gekeken naar de omgeving waarin de activiteiten plaatsvinden en de eventuele kwetsbaarheid van deze omgeving voor de voorgenomen activiteiten. Plaats van het project Criteria
Toets
Bestaand grondgebruik
De gronden binnen het projectgebied zijn nu ingebruikname door: een garagebedrijf, een bandenservice, garageboxen, 2 bedrijfswoningen en een fiets- en scootmobielwinkel/ kringloopwinkel.
Relatieve rijkdom aan kwaliteit en N.v.t. het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen van het gebied Het plangebied ligt niet in de directe nabijheid van het Het opnamevermogen van het Natuurnetwerk Neder- land (NNN), een Vogel- of natuurlijke Habitatrichtlijngebied en overig beschermd na- tuurgebied (Natura milieu, met in het bijzonder 2000). Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied, “Oostelijke aandacht voor: Vechtplassen”, bevindt zich op circa 8,0 kilometer afstand ten • gevoelige gebieden noorden van het projectgebied. Zie de eerdere onderbouwing onder ‘verontreiniging en hinder’ voor het aspect stikstofdepositie. (wetlands, kustgebieden, Verder ligt het plangebied en haar directe omgeving niet binnen berg- en bosgebie- den, wetlands, kustgebieden, berg- en bosgebieden, reservaten en natuurparken. reservaten en natuurparken, Habitat- en Vogelrichtlijngebieden) gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen in-zake milieukwaliteit reeds worden overschreden
Het plangebied ligt niet in de omgeving van gebieden waarin bij communautaire wetgeving vastgestelde normen inzake milieukwaliteit reeds worden overschreden. Het plangebied ligt niet in een gebied met een hoge bevolkingsdichtheid.
Gebieden met een hoge bevolkings-dichtheid
12
Plaats van het project Criteria
Toets
Landschappen van historisch,
Archeologie: Uit het bodemonderzoek blijkt dat direct onder de klinkerverharding tot een diepte van circa 1,5 meterr beneden maaiveld een puinver- hardingslaag is aangetroffen. De verstoring van de gronden ten gevolge van de bouw van de woningen zal minder zijn dan deze dikte. Er zal een archeologisch booronderzoek worden uitgevoerd. Indien blijkt dat het om recent puin gaat zal het gebied archeologisch worden vrijgegeven. Wanneer het om archeologisch puin gaat wordt de ontgraving en sanering onder archeologische begeleiding uitgevoerd.
cultu-reel of archeologisch belang.
•
Cultuurhistorie: Het plangebied ligt aan een de Vaartse Rijn. Aan de Vaartse Rijn waren vroeger veel bedrijven aanwezig. Zo ook een tegelfabriek aan de Jutfaseweg 178. Het oude hoofdgebouw van de fabriek is nog aanwezig en betreft een gemeentelijk monument. De afgelopen decennia is een autogarage en showroom in het monument zich gevestigd. Een groot deel van de oorspronkelijke details en bouw zijn hierin verloren gegaan. Met de ontwikkeling wordt het monument weer als vrijstaand object geplaatst en krijgt het zijn historische waarde weer terug.
In onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r is bepaald wat verstaan wordt onder een gevoelig gebied. Als gevoelig gebied zijn gebieden aangewezen die beschermd worden op basis van de natuurwaarden, landschappelijke waarden, cultuurhistorische waarden en waterwingebieden. Gevoelig gebied (conform onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r.) Gevoelig gebied
Toets
Beschermd natuurmonument
Er is geen sprake van een beschermd natuurmonument
Habitat en vogelrichtlijngebieden
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een Habitat of vogelrichtlijngebied.
Watergebied van internationale beteke-nis Natuurnetwerk Nederland (voormalige EHS)
Het plangebied ligt niet in de nabijheid van een watergebied van internationalebetekenis. Het plangebied ligt op een afstand van circa 2,5 km van Natuurnetwerk Nederland.Er is geen sprake van negatieve effecten op het NNN.
Landschappelijk waardevol gebied
Er is geen sprake van een landschappelijk waardevol gebied.
Waterwinlocaties. Er is geen sprake van een waterwinlocatie, waterwingebied of waterwingebieden,en grondwaterbeschermingsgebied. grondwaterbeschermingsgebieden Beschermd monument
Gemeentelijk monument Jutfaseweg 178: Onderdeel van de ontwikkeling is het monument aan de Jutfaseweg 178. Dit betreft de voormalige
13
tegelfabriek van de gebroeders Van Ravestein (1845), gebouwd in 1904. Er is een bouwhistorische verkenning uitgevoerd en de monumentale delen zijn gewaardeerd. De monumentale onderdelen blijven in stand en worden gerenoveerd. Het monument zal met de ontwikkeling worden ontdaan van de niet monumentale onderdelen welke in de jaren ’70 zijn aangebouwd. De voorgevel zal gerenoveerd worden waarbij de historische onderdelen worden hersteld. Belvedere-gebied
Het plangebied betreft geen Bélvèdere gebied.
14
2.4
Kenmerk van het potentiële effect
In deze paragraaf worden de potentiële effecten van de activiteiten in beeld gebracht. Het gaat om de interactie van de beide voorgaande paragrafen: in hoeverre de kenmerken en de plaats van het project tot effecten kunnen leiden. Kenmerken van het potentiële effect Criteria
Toets
Bereik van het effect
De effecten van de aanleg zijn beperkt tot de locatie zelf. Deeffecten zijn
(geografischezone en grootte
daarmee zeer beperkt.
van de getroffen bevolking) Grensoverschrijdende karakter van heteffect
Er is geen sprake van een grensoverschrijdend effect.
Waarschijnlijkheid van het effect
Van belangrijke nadelige effecten voor de omgeving is geensprake.
Duur, frequentie en de
Er is sprake van de bouw van 35 nieuwbouw woningen en realisatie van 8 (on)zelfstandige woningen in het bestaande monument. De effecten zijn blijvend. Zoals echter al verwoordt in het voorgaande zijn deze effecten niet van dien aard dat sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu.
omkeerbaarheidvan het effect
15
3.
CONCLUSIE
Gezien het vorenstaande en indien het plan wordt vergeleken met de drempelwaarden uit onderdeel D van het Besluit m.e.r. kan worden geconcludeerd dat er, rekening houdend met: 1. de kenmerken van het project; 2. de plaats van het project; en 3. de kenmerken van het potentiële effect; sprake is van een wezenlijk ander (geringer) schaalniveau en een activiteit die vele malen kleinschaliger is. Bij elk plan is sprake van invloed op het milieu, maar deze is niet zodanig dat normen worden overschreden. De potentiële effecten van het plan, in relatie tot de kenmerken en de plaats van het plan, zijn dusdanig beperkt van aard en omvang dat deze geen belangrijk nadelige milieugevolgen tot gevolg hebben die het doorlopen van een m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Wij bevelen u aan - na nadere kennisname van deze beoordeling - een gemeentelijk besluit voor te bereiden waarin wordt aangegeven dat voor de verdere planvorming van het bestemmingsplan ‘Jutfaseweg 178’ te Utrecht geen milieueffectrapportage wordt vereist.
16
Utrecht
Bijlage 4
m.e.r. beoordelingsbesluit
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
63
Ontwikkelorganisatie Ruimte Duurzame Stad Omgevingsrecht Postadres Postbus 16200, 3500 CE Utrecht Telefoon 14 030 www.utrecht.nl/
NCB Projectrealisatie b.v. t.a.v. Per mail:
.nu
Behandeld door
Datum
12 april 2022
Doorkiesnummer
Ons kenmerk
9491084; 992900/220412
Onderwerp
m.e.r.-beoordelingsbesluit
Bijlage(n)
1
Uw kenmerk
Verzonden
Uw brief van
Bij antwoord datum, kenmerk en onderwerp vermelden
Beste
,
Wij hebben uw aanmeldnotitie voor een vormvrije m.e.r.-beoordeling ontvangen op 7 maart 2022 (zaaknummer: 9491084; 9929009) voor het project ‘Jutfaseweg 178’. Uw project Het terrein ter plaatse van de Jutfaseweg 178 te Utrecht zal herontwikkeld worden naar een woongebied met 35 nieuwbouwwoningen in een groene woonomgeving. Daarnaast zal het gemeentelijke monument worden gerenoveerd en herbestemd tot 8 (on)zelfstandige appartementen/studio’s en kantoorruimte. Het project is opgenomen in onderdeel D categorie 11.2 "Aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject" van de bijlage bij het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.). Het project blijft onder de drempelwaarden die bij deze categorie in het Besluit m.e.r. is opgenomen. M.e.r.-beoordelingsbesluit Wij hebben uw aanmeldnotitie beoordeeld en besluiten hierover het volgende: Uit uw aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er is daarom geen m.e.r.-procedure nodig, er hoeft er geen milieueffectrapport opgesteld te worden. Daarnaast blijkt uit de aanmeldnotitie dat het project geen significant effect op beschermde natuurgebieden (Natura2000) heeft. Tot slot Het m.e.r.-beoordelingsbesluit is onderdeel van het (ontwerp) bestemmingsplan.
Belanghebbenden kunnen tijdens de procedure van het bestemmingsplan hun reactie geven op het m.e.r.-beoordelingsbesluit.
Datum Ons kenmerk
12 april 2022 9491084; 992900
Wilt u meer weten over de procedure van het bestemmingsplan en wie op welk moment kan reageren? Kijk op utrecht.nl/bestemmingsplan. Als u nog vragen heeft over dit m.e.r.beoordelingsbesluit, kunt u contact opnemen met mevr. m.e.r.-coördinator. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Utrecht,
Teamcoördinator Omgevingsrecht Ontwikkelorganisatie Ruimte Dit document is elektronisch aangemaakt, hierdoor staat er geen geschreven handtekening in de brief. Bijlage 1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Jutfaseweg 178, d.d. 28-01-2022
2/2
6 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
Utrecht
Bijlage 5
Akoestisch onderzoek
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Jutfaseweg 178, Rivierenwijk" (vastgesteld)
67
Ak oes tis ch onde r zoek Bes te mm in gspl an Ju tf ase we g 178 te Utre ch t, geme en te Utrec h t
Ak oes tis ch onde r zoek Bes te mm in gspl an Ju tf ase we g 178 te Utre ch t, geme en te Utrec h t
Inhoud
Rapport met bijlagen
12 oktober 2020 Projectnummer 249.31.50.00.00
Inhoudsopgave 1
Inleiding
3
2
Situatie
4
3
Wet geluidhinder
5
3.1
Wegverkeerslawaai
5
3.1.1
Zones
5
3.1.2
Normstelling en ontheffing
6
3.1.3
Binnenwaarde
7
3.1.4
Dove gevels
7
3.1.5
Aftrek artikel 110 g
7
3.2
Cumulatie
7
4
Rekenmethode
9
5
Uitgangspunten
10
5.1
Fysieke gegevens
10
5.2
Verkeersgegevens
10
6
7
8
Berekening en toetsing
11
6.1
Berekening geluidsbelastingcontouren
11
6.2
Berekening geluidsbelasting woningen in de nabijheid van de gecumuleerde 48 dB geluidsbelastingcontour
11
6.3
Toetsing
13
6.4
Cumulatie
14
Hogere waarde
15
7.1
Maatregelen weg en overgangsgebied
15
7.2
Beleid gemeente hogere waarde
15
7.3
Maatregelen aan de gevel
16
Conclusie en samenvatting
Bijlagen
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
18
1
Inleiding In opdracht van Mozaïek Ontwikkeling- en Realisatie B.V. heeft BügelHajema Adviseurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd naar geluidsbelasting op de te realiseren 15 appartementen en 8 onzelfstandige woonruimten in het kader van het Bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht in de gemeente Utrecht. De Wet geluidhinder beschouwt een woning als een geluidsgevoelig gebouw. Daarom dient er een toetsing plaats te vinden aan de eisen uit de Wet geluidhinder. Een akoestisch onderzoek is op grond van de Wet geluidhinder noodzakelijk wanneer een geluidsgevoelig gebouw gelegen is binnen een door deze wet aangewezen geluidszone. De nieuw te realiseren woningen bevinden zich binnen de geluidszone van de Jutfaseweg, Rijnlaan en Socrateslaan/’t Goylaan. Doel van het onderzoek is het bepalen van de geluidsbelasting op de gevel van de woningen en deze te toetsen aan de Wet geluidhinder. Toetsing van de karakteristieke geluidwering voor het vaststellen van de binnenwaarde van de woningen valt buiten het kader van dit onderzoek. Het akoestisch onderzoek heeft plaatsgevonden overeenkomstig het “Reken- en meetvoorschrift geluid 2012” (RMG 2012). De resultaten van het akoestisch onderzoek zijn opgenomen in de voorliggende rapportage.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
3
2
Situatie Het initiatief heeft betrekking op de locatie gelegen aan de Jutfaseweg 178 in Utrecht in de gemeente Utrecht. Voor deze locatie worden plannen voorbereid waarbij de realisatie van een aantal woningen mogelijk wordt gemaakt. De volgende afbeelding geeft de voorgenomen situering van de te realiseren woningen weer.
Figuur 1. Locatie woningen in rood weergegeven
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
4
3
Wet geluidhinder In de Wet geluidhinder (Wgh) dient met betrekking tot de geluidsbelasting van een (spoor)weg de LAeq over alle perioden van 07.00-19.00 uur, van 19.00-23.00 uur en van 23.00-07.00 uur te worden bepaald. De Lden is de logaritmisch gemiddelde waarde van de berekende geluidsbelasting in genoemde dag-, avond- en nachtperiode, waarbij gebruik wordt gemaakt van een ‘energetische’ middeling. Een en ander volgens de formule:
De Wet geluidhinder geeft uitsluitend grenswaarden ten aanzien van de geluidbelasting op de gevels van woningen en andere geluidsgevoelige bestemmingen. De definitie van een gevel luidt: ‘De bouwkundige constructie die een ruimte in een woning of onderwijsgebouw scheidt van de buitenlucht, daaronder begrepen het dak, met uitzondering van een constructie zonder te openen delen en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die constructie en 33 dB’. De berekende geluidsniveaus worden afgerond naar het dichtstbijzijnde gehele getal, waarbij een halve eenheid wordt afgerond naar het dichtstbijzijnde even getal zoals aangegeven in artikel 1.3.1 van het RMG 2012.
3.1
Wegverkeerslawaai
3.1.1 Zones De Wgh richt zich wat betreft wegverkeerslawaai op de zogenaamde zoneringsplichtige wegen. In principe zijn alle wegen zoneringsplichtig behalve: -
wegen die deel uitmaken van een woonerf (art. 74.2a);
-
wegen waarvoor een maximumsnelheid van 30 km/uur geldt (art. 74. 2b).
Langs zoneringsplichtige wegen is een geluidszone gelegen waarvan de breedte wordt bepaald door het aantal rijstroken alsmede de ligging in stedelijk of buitenstedelijk gebied conform artikel 74 van de Wgh. Indien wordt gebouwd binnen de geluidszone, verplicht de Wgh door middel van akoestisch onderzoek aandacht te besteden aan de geluidssituatie. Het stedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
5
verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
Het buitenstedelijk gebied wordt gedefinieerd als: ‘Het gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van hoofdstukken VI (zones langs wegen) en VII (zones langs spoorwegen) voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg.’
In onderstaande tabel zijn de zonebreedtes opgenomen. Tabel 1. Zonebreedtes wegverkeer Aard gebied
Aantal rijstroken
Zonebreedte ter weerszijden van de weg
stedelijk
1 of 2
200 m
buitenstedelijk
De in de nabijheid van het plangebied gelegen Jutfaseweg, Rijnlaan en Socrateslaan/’t Goylaan kennen ter plaatse een maximum snelheid van 50 km/uur. De wegen zijn gelegen in stedelijk gebied. Deze wegen kennen derhalve een zone van 200 m. De te realiseren geluidsgevoelige bebouwing ligt binnen de zone van deze wegen en er dient daarom akoestisch onderzoek plaats te vinden. De overige in de nabijheid van het plan gelegen wegen (Berkelstraat en Hoendiepstraat) kennen een maximum snelheid van 30 km/uur en zijn als zodanig vormgegeven. De intensiteit op deze wegen is laag. Ook in het kader van een goede ruimtelijke ordening behoeft wat betreft deze wegen geen akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden. 3.1.2 Normstelling en ontheffing Behoudens situaties waarbij door Gedeputeerde Staten of Burgemeester en Wethouders een hogere waarde is vastgesteld, geldt voor geluidsgevoelige objecten binnen een zone een ten hoogste toelaatbare waarde van 48 dB als geluidsbelasting op de gevel. Bij het voorbereiden van een plan dat geheel of gedeeltelijk betrekking heeft op grond behorende bij een zone, dienen Burgemeester en Wethouders een akoestisch onderzoek in te stellen. Indien nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen worden blootgesteld aan een geluidsbelasting hoger dan 48 dB, is het noodzakelijk dat een verzoek tot het mogen toestaan van een hogere waarde wordt ingediend.
De maximale ontheffingsgrenswaarde voor nog te realiseren geluidsgevoelige bebouwing gelegen in buitenstedelijk gebied bedraagt 53 dB. In stedelijk gebied bedraagt deze waarde 63 dB. De locatie is in stedelijk gebied gelegen.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
6
Bij een eventuele ontheffing moeten de mogelijkheden tot het treffen van maatregelen worden onderzocht en afgewogen. Bij de afweging van de te treffen maatregelen moet rekening worden gehouden met de noodzaak van een veilige verkeersafwikkeling. Ook moet rekening worden gehouden met de inpasbaarheid van de maatregelen in het landschap en de kosten van de maatregelen. Bovendien moeten te plaatsen geluidsbeperkende voorzieningen voldoende doelmatig zijn (art. 110a lid 5 Wgh). 3.1.3 Binnenwaarde Indien geen of onvoldoende maatregelen ter beperking van de gevelbelasting (kunnen) worden getroffen, dient het binnenklimaat te worden beschermd. De geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie dient hierop te zijn afgestemd. Voor geluidsgevoelige bebouwing is dit geregeld in het Bouwbesluit. De karakteristieke geluidwering van een uitwendige scheidingsconstructie die de scheiding vormt tussen een verblijfsgebied en de buitenlucht moet, ter beperking van geluidhinder in het verblijfsgebied, ten minste gelijk zijn aan het verschil tussen de geluidsbelasting van die uitwendige scheidingsconstructie en 33 dB. 3.1.4 Dove gevels Gevels die geen te openen delen bevatten, zijn niet geluidsgevoelig en worden dove gevels genoemd. Voor dergelijke gevels hoeft geen hogere waarde te worden vastgesteld.
Wel moet bij de bouw de geluidwering van de gevels zodanig zijn dat de wettelijke maximale binnenwaarden worden gerespecteerd. 3.1.5 Aftrek artikel 110 g Met het oog op de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst zal afnemen door technische ontwikkelingen en aanscherping van typekeuringen, mag een aftrek worden gehanteerd op de berekende geluidsbelastingen alvorens deze aan de wettelijke grenswaarden worden getoetst (art. 110g Wgh). De aftrek bedraagt: -
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 km/uur of hoger is geldt een aftrek van:
-
-
4 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 57 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
3 dB voor situaties met een geluidsbelasting van 56 dB zonder aftrek volgens art. 110g Wgh;
-
2 dB voor andere waarden van de geluidsbelasting.
Voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen lager is dan 70 km/uur geldt een aftrek van 5 dB.
Bij toetsing van het binnenniveau van geluidsgevoelige bebouwing moet worden gerekend met een gevelbelasting zonder aftrek conform artikel 110g van de Wgh.
3.2
Cumulatie
De beoordeling van de geluidssituatie vindt afzonderlijk plaats voor de onderscheidbare zoneringsplichtige wegen. Cumulatie van meerdere geluidsbronnen mag echter niet leiden tot een onaanvaardbare situatie (art 110f Wgh).
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
7
Het RMG 2012 geeft in hoofdstuk 2 van bijlage 1 aan dat er alleen sprake kan zijn van cumulatie indien de ten hoogste toelaatbare waarde van meerdere bronnen wordt overschreden. Voorgeschreven wordt verder dat moet worden aangegeven op welke wijze rekening is gehouden met samenloop bij de te treffen maatregelen. Hiermee wordt rekening gehouden in die zin dat de cumulatie wordt betrokken bij het beoordelen van de gevelwering van de geluidsgevoelige bebouwing.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
8
4
Rekenmethode Akoestisch onderzoek in het kader van de Wgh dient plaats te vinden overeenkomstig het RMG 2012, de regeling als bedoeld in artikel 110d en e (Wgh). Bijlage III bij dit voorschrift geeft twee rekenmethoden weer: -
Standaard Rekenmethode I, gebaseerd op een vereenvoudiging van de situatie waarbij de weg bij benadering recht is en de invoergegevens zoals de verkeersintensiteiten en de hoogteverschillen in de weg geen belangrijke variaties vertonen.
-
Standaard Rekenmethode II, bedoeld voor de meer complexe situaties die niet voldoen aan de randvoorwaarden voor de Standaard Rekenmethode I.
De onderhavige situatie is te complex om met rekenmethode I te kunnen berekenen. Dit maakt het gebruik van Standaard Rekenmethode II noodzakelijk. Voor het uitvoeren van de methode II berekeningen van het wegverkeer is gebruik gemaakt van het computerprogramma Winhavik versie 9.04. Hiertoe is de situatie gedigitaliseerd. In het invoermodel worden rijlijnen ingebracht, reflecterende bodemgebieden, hoogtelijnen, gebouwen en eventueel schermen. De rijstroken zelf, de zijwegen, waterpartijen en andere verharde oppervlakken zijn beschouwd als reflecterende bodemgebieden, de overige gebieden als absorberend. Bij de berekeningen zijn verder de volgende uitgangspunten en rekenparameters gehanteerd: − aantal reflecties:
maximaal 1 stuks;
− openingshoek:
2 graden;
− bodemfactor:
0 (harde bodem), vervolgens zijn alle bodemoppervlakten in het reken-
De aftrek op grond van artikel 110g Wgh en het Europees bronbeleid op de berekende geluidsbelasting is in het rekenmodel verdisconteerd in de groepsreductie. Op de gevel van de betreffende geluidsgevoelige bebouwing liggen de waarneempunten op verschillende hoogten afhankelijk van de hoogte van het betreffende gebouw en of het een geluidsgevoelige functie betreft. De invoergegevens van het opgestelde Standaard Rekenmethode II rekenmodel, alsmede de grafische weergaven daarvan zijn als bijlagen bij dit onderzoek toegevoegd. De rekenresultaten worden besproken in hoofdstuk 6.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
9
5
Uitgangspunten 5.1
Fysieke gegevens
Ten behoeve van het onderhavige onderzoek is gebruik gemaakt van door de opdrachtgever verstrekte ondergronden (bijlage 3). De overige ten behoeve van de modellering benodigde gegevens met betrekking tot terreingesteldheid en gebouwen zijn met behulp van Google Streetview geïnventariseerd dan wel door opdrachtgever aangeleverd.
5.2
Verkeersgegevens
De verkeersgegevens van de Jutfaseweg, Rijnlaan en Socrateslaan/’t Goylaan zijn verkregen uit het verkeersmodel van de gemeente Utrecht, VRU 3.4 2030 (versie b20). Het betreft hier weekdaggegevens. Deze verkeersgegevens zijn weergegeven in tabel 2 en opgenomen in bijlage 2. Per wegvak is behalve de etmaalintensiteit van belang hoe het verkeer verdeeld is tussen dag-, avond- en nachturen. Bovendien is de verdeling van de aantallen en snelheden per voertuigcategorie uitgesplitst. De voertuigcategorieën worden hierbij als volgt ingedeeld: -
lichte motorvoertuigen (personenauto’s en bestelauto’s);
-
middelzware motorvoertuigen (autobussen, vrachtwagens met twee assen en vier achterwielen);
-
zware motorvoertuigen (vrachtwagens met drie of meer assen, vrachtwagens met aanhanger, trekkers met oplegger).
Deze gegevens zijn eveneens uit het model verkregen (tabel 2. Tabel 2. (Verwachte) weekdagintensiteit, samenstelling en verdeling verkeer per wegvak) Weg Jutfaseweg (noordelijk deel)
dab
Etmaal intensiteit 2030 3.449
Jutfaseweg (zuidelijk deel)
dab
4.486
sma nl 8
6.018
Socrateslaan westelijk deel
dab
19.004
Socrateslaan oostelijk deel
modus
19.196
‘t Goylaan
modus
18.095
Rijnlaan
Wegdek
Periode
%
dag avond nacht dag avond nacht dag avond nacht dag avond nacht dag avond nacht dag avond nacht
6.90 2.87 0.72 6.74 3.18 0.80 6.39 3.88 0.97 6.55 3.56 0.90 6.47 3.72 0.94 6.39 3.87 0.97
Samenstelling verkeer % lmv % mzw % zw 99.33 0.56 0.11 100.00 0.00 0.00 100.00 0.00 0.00 99.39 0.50 0.11 99.82 0.18 0.00 99.30 0.70 0.00 98.46 1.02 0.52 99.25 0.54 0.21 98.51 1.07 0.43 98.54 1.12 0.33 99.45 0.44 0.11 98.75 1.03 0.22 98.58 1.01 0.42 99.47 0.39 0.14 98.89 0.84 0.28 98.62 0.91 0.46 99.50 0.36 0.14 99.01 0.71 0.28
In de berekeningen is verder rekening gehouden met de wettelijke maximumsnelheid ter plaatse van 50 km/uur.
Akoestisch onderzoek bestemmingsplan Jutfaseweg 178 te Utrecht - 12 oktober 2020
10
6
Berekening en toetsing 6.1
Berekening geluidsbelastingcontouren
De berekende 48, 53 en 58 dB cumulatieve geluidsbelastingcontouren van de Jutfaseweg, Rijnlaan en Socrateslaan/’t Goylaan op 4,5 m boven het maaiveld ter hoogte van het plangebied zijn weergegeven in bijlage 1 en in onderstaande afbeelding. Deze geluidscontouren zijn inclusief de aftrek op grond van artikel 110g Wgh.