Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht_Toelichting.pdf
Tekst van het document
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
39
3.2.2
Monumenten, beeldbepalende elementen en cultuurhistorie
Binnen de wijk Overvecht zijn weinig elementen uit het verleden behouden gebleven. In de wijk bevindt zich een aantal monumenten en een aantal cultuurhistorische waarden en beeldbepalende elementen. Ter plaatse van het plangebied is hier echter geen sprake van. 3.2.3
Structuurbepalende elementen
Het raamwerk is structuurbepalend voor Overvecht, en heeft niet alleen betekenis voor de wijk, maar ook voor de stad als geheel. Het raamwerk takt namelijk ook aan op de hoofdstructuur van de stad. In het raamwerk zijn de netwerken opgenomen voor het auto- en fietsverkeer, de groenstructuur en het watersysteem. Ook voorzieningenclusters maken onderdeel uit van het raamwerk. Het raamwerk is de belangrijkste publieke ruimte van de wijk, en zorgt voor samenhang binnen de wijk. Afbeelding 8:
Groen Raamwerk Overvecht. Bron: Overvecht Noordelijke stadsrand
Het raamwerk bestaat uit verschillende onderdelen, zoals ook volgt uit afbeelding 8. Het plangebied bevindt zich daarbij direct aan de Einstein- en Carnegiedreef. Deze wegen zijn belangrijke verkeersverbindingen met een groen uiterlijk, zogenoemde 'parkways'. Hiermee bevindt zich tussen de weg en de woonbebouwing een groene buffer. De centrale as, de Carnegiedreef/Zamenhofdreef wordt daarbij aan beide zijden begeleid door hoogbouw. De hoogbouw, veelal bestaande uit flatbebouwing, haaks op de weg is beeldbepalend voor de wijk. De huidige flatbebouwing binnen het plangebied staat eveneens haaks op deze weg.
3.3
Beschrijving van de bestaande functies in het plangebied
In de huidige situatie zijn binnen het plangebied wat betreft bebouwing een flatgebouw en een kerk gesitueerd. Het flatgebouw is tien bouwlagen hoog, en biedt ruimte aan 174 sociale huurwoningen. Deze bebouwing is sterk verouderd, en heeft groot onderhoud nodig. De flat heeft portiek ontsluitingen welke zich aan de Ivoordreef bevinden. Voor deze entree bevinden zich fietsparkeerplaatsen. De kerk staat op de hoek van de Kasaidreef en Klipspringerdreef. Rond de kerk is een terrein gesitueerd met circa vijftien parkeerplaatsen voor kerkbezoekers. Opgemerkt wordt dat reeds een aantal jaren geleden is besloten om de flat aan de Ivoordreef te 4 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
slopen, omdat er veel problemen waren in deze flat. Dat kwam doordat de flat bewoond werd door alleenstaanden en (grote) gezinnen, door elkaar heen. Zij hadden verschillende leefritmes en konden daardoor niet goed in dezelfde flat wonen. Deze bewoners zijn inmiddels vertrokken. De flat staat momenteel leeg, na een periode van leegstandsbeheer (sinds mei 2019). In de openbare ruimte is sprake van parkeergelegenheid, speel- en sportvoorzieningen en groen. In afbeelding 9 wordt de lay-out van de huidige situatie weergeven. Afbeelding 9:
Huidige situatie plangebied
Het groen ter plaatse van het plangebied bevindt zich met name langs de Einsteindreef. De Einsteindreef kan worden gezien als een 'parkway'; een weg die door een groene omgeving loopt, waarbij het groen een buffer is tussen de weg en het woongebied. Dit groen is niet enkel bedoeld als buffer, maar ook als recreatief groen. Daarom lopen er tevens voetpaden door het groen. Deze voetpaden worden echter weinig gebruikt, omdat de meeste mensen gebruik maken van het voetpad naast het fietspad aan de Einsteindreef. Er is in de groene buffer een afwisseling van bomen en grasveld. Het groen aan de zijde van de Einsteindreef vormt een contrast met het verharde gebied aan de andere zijde van de flatbebouwing. Het gebied ten noordwesten van de flatbebouwing wordt gedomineerd door parkeerplaatsen. Deze parkeerplaatsen worden echter slechts matig gebruikt. In het plangebied bevinden zich meerdere voetpaden, fietspaden en wegen. De Klipspringerdreef wordt daarbij gezien als een straat waar eveneens gespeeld kan worden. Deze straat is ingericht met sierbestrating en groen. Daarnaast is ten noordwesten van de flatbebouwing ruimte voor sport- en speelvoorzieningen, welke een belangrijke functie vervult als ontmoetingsplaats voor de buurt. Hier is onder andere een spetterbadje, een speeltuin en een basketbal-/voetbalveldje gesitueerd.
Deze elementen zijn op een goed bereikbare locatie gepositioneerd, en worden omgeven door groen. Her en der staan zitbanken. De huidige situatie is niet erg aantrekkelijk om te spelen en te verblijven. Desondanks wordt hier wel gebruik van gemaakt. Afbeelding 10: Impressie huidige situatie
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
41
3.4
Conclusie
Ter plaatse van het plangebied is op dit moment sprake van verouderde flatbebouwing en een kerkgebouw. Daarnaast kan de openbare ruimte deels als onaantrekkelijk worden ervaren, en wordt de groene strook langs de Einsteindreef onvoldoende benut. De herontwikkeling van het plangebied zal daarom zorgen voor een kwaliteitsimpuls voor Overvecht.
4 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 4 4.1
Projectbeschrijving
4.1.1
Programma
Planbeschrijving
De beoogde ontwikkeling betreft de ontwikkeling van een nieuwe woonbuurt. Het bestaande kerkgebouw zal vooralsnog worden gehandhaafd. De beoogde woningbouw zal rondom de kerk worden gesitueerd. In totaal zullen maximaal 310 woningen gerealiseerd worden. Hierbij zal sprake zijn van een mix van sociale huurwoningen, reguliere huurwoningen en koopwoningen. Het plan voorziet in 159 sociale huurwoningen, 74 middeldure huurwoningen en 74 grondgebonden koopwoningen. Daarnaast wordt voorzien in maximaal 150 m2 aan maatschappelijke en/of buurtvoorzieningen, mogelijk in combinatie met een beheervoorziening. De concrete uitwerking hiervan moet nog plaatsvinden. Deze voorzieningen zullen onder de tribune van het te realiseren sportveld worden gesitueerd. Dit zal ook een plek worden waar de bewoners en omwonenden elkaar kunnen ontmoeten. Het plan omvat eveneens de realisatie van een parkeergarage, met een vloeroppervlakte van circa 1.100 m2. Deze parkeergarage zal op het maaiveld worden gesitueerd, en meerdere bouwlagen kennen en voorzien in circa 170 parkeerplaatsen. De in-/uitrit van de parkeergarage bevindt zich aan de Oranjerivierdreef. Het voornemen bestaat om 3 appartementencomplexen en grondgebonden woningen te realiseren (zie afbeelding 11). De appartementencomplexen bevinden zich aan de Einsteindreef. Complex H en I voorzien in sociale huurwoningen, en kennen maximaal 9 bouwlagen.
Het tussengelegen appartementencomplex (A) voorziet in middeldure huurwoningen en kent maximaal 5 bouwlagen. De overige woonbebouwing betreft grondgebonden (koop)woningen. Ter plaatse van bouwdeel G, zie afbeelding 11, zal een sportveld met een omvang van circa 400 m2 worden gesitueerd. Onder de tribune van dit veld zullen de commerciële/maatschappelijke voorzieningen worden gevestigd. In de openbare ruimte, tussen de woningen in, zullen eveneens speelplekken, en een spetterbadje, worden gerealiseerd. Ter plaatse van bouwdeel F zal de parkeergarage worden gerealiseerd. De omgeving rondom de woningen zal daarnaast aantrekkelijk vormgegeven worden zodat het voor de toekomstige bewoners prettig is om gebruik te maken van de openbare ruimte. Afbeelding 11: Impressie beoogde ontwikkeling
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
43
4.1.2
Ruimtelijke inrichting
Uitgangspunten De beoogde ontwikkeling moet binnen de bestaande context van de omgeving in de wijk Overvecht passen. Sprake zal moeten zijn van een samenhangend geheel welke goed verbonden is met de omgeving. Niet alleen de toekomstige bewoners moeten zich hier thuis voelen, ook overige buurtbewoners moeten zich hier welkom voelen. De openbare ruimte zal daarbij zo groen mogelijk ingericht worden zodat een aantrekkelijke buitenruimte wordt gecreëerd. Hierbij geldt het principe van 'groen, tenzij'. Er is enkel sprake van verharding wanneer dit noodzakelijk is. De openbare ruimte wordt hiermee een plek om te verblijven en te ontmoeten, wat de leefbaarheid van de wijk ten goede komt. Daarnaast bevordert een groene inrichting een gezonde leefomgeving, en stimuleert het bewoners en bezoekers om naar buiten te gaan. Ook wordt de wijk zo worden ingericht dat er geen sprake is van onoverzichtelijke plaatsen waarmee de sociale veiligheid in het geding komt. Opgemerkt wordt dat ten opzichte van de huidige situatie hierbij wel sprake is van een afname aan groen. In de toekomstige situatie is namelijk meer bebouwing aanwezig ter plaatse van het plangebied en neemt de hoeveelheid in kwantitatieve zin af. Aan de kant van de Einsteindreef neemt het ook in kwalitatieve zin voor wat betreft klimaatadaptatie en ecologie af.
Op dit moment is sprake van circa 12.678 m2 aan groen, en in de toekomstige situatie zal circa 8.424 m2 van het plangebied uit openbaar groen en private tuinen bestaan. Daarnaast zal groencompensatie plaatsvinden door middel van groene en bruine daken en gevelgroen. De huidige groenstrook langs de Einsteindreef wordt echter momenteel niet optimaal benut voor wat betreft gebruik en recreatie. Het huidige groen wordt niet als aantrekkelijk ervaren. Het huidige groen aan de Einsteindreef (in de groenstructuur), en vooral de bomen, is wel van grote waarde voor klimaatadaptatie en ecologie. Hier staan veel oude en grote bomen die op de toppen van hun kunnen zijn wat betreft verkoeling, biomassa, C O2 opslag, wateropvang, fijnstofafvang, geluidsdemping, etc. Ook zijn ze van waarde voor de ecologie en biodiversiteit als leefgebied voor een aantal (Utrechtse) soorten. Voor de beoogde ontwikkeling is een compensatieplan gemaakt waarmee invulling is gegeven hoe de waarden gecompenseerd kunnen worden. Hierbij is gekeken naar de oppervlakte van het groen en de kwaliteit ervan. Daarnaast is gekeken naar de 4 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
biodiversiteit. Ter compensatie worden onder andere groene binnenhoven, natuurdaken en groene gevels gerealiseerd. Alsmede worden er nieuwe bomen, struiken, hagen en andere beplanting geplant. Bij de beoogde ontwikkeling zal zorg worden gedragen voor het realiseren van kwalitatief groen, wat bewoners en omwonenden uitnodigt om buiten te verblijven en goed bereikbaar is. Daarnaast zullen ook gevels en daken groen uitgevoerd worden om meer groen toe te voegen. Op meerdere plekken in het plan zullen er klimplanten langs de gevels komen: de tuinmuren tussen de woningen, de fietsenstalling van Blok A, de galerijgevel van Blokken H en I en de gevel van de parkeergarage. Bij de inrichting van het groen binnen de openbare ruimte wordt zoveel mogelijk aangesloten op de bestaande groenstructuren in de omgeving, waarmee een aantrekkelijke openbare ruimte wordt gecreëerd. Hierbij wordt aansluiting gezocht op het groene raamwerk van Utrecht. Bij de herinrichting blijft een substantiële strook groen behouden aan de noordzijde van de Einsteindreef. Hierdoor blijft het groene karakter en de continuïteit van het profiel behouden. De zone langs de Einsteindreef krijgt daarbij een natuurlijk karakter. De grasvelden zullen bestaan uit ruig gras met kruiden. Hier zullen eveneens bomen en heesters zijn gesitueerd.
De openbare ruimte is gericht op verblijven en ontmoeten, en zal dan ook zoveel mogelijk autovrij worden ingericht. De straten zullen dusdanig worden ingericht dat autoverkeer wordt ontmoedigd. Parkeren vindt hoofdzakelijk plaats in de parkeergarage. Hiermee kan er gespeeld worden op de straten, en kan er volop gebruik worden gemaakt van de groene buitenruimte.
Afbeelding 12: Impressie toekomstige situatie
De voornoemde uitgangspunten geven richting aan de herontwikkeling van het plangebied, en zorgen ervoor dat een gezond leefomgeving ontstaat. Een gezonde leefomgeving is een omgeving waarin de druk op de gezondheid zo laag mogelijk is, die uitnodigt tot gezond gedrag en die mensen als prettig ervaren. Een nieuwe aantrekkelijke buurt welke nieuwe kwaliteiten toevoegt en ook goed aansluit op de omgeving.
Ruimtelijke structuur Het plangebied wordt een nieuwe buurt met een meer kleinschalige opzet en een groenere uitstraling. Ook wordt de openbare ruimte autovrij en ingericht voor verblijf en ontmoeting, met bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
45
levendige plinten die grenzen aan de openbare ruimte. Het gehele plangebied krijgt een kleinschalige orthogonale verkavelingsstructuur. Hiermee wordt een uitnodigend en doorwaadbaar gebied gecreëerd. Op stadsniveau sluit het plan aan op routes die al door de wijk lopen en de wijk verbinden met de rest van de stad en het buitengebied. Zo past het plangebied op een natuurlijke manier in het ruimtelijk raamwerk van de wijk en is het goed ontsloten. Er wordt zorggedragen dat de paden en stegen aansluiten op de bestaande structuur in de omgeving. De woningen worden daarbij met de voorkant gericht richting de openbare ruimte. Langs de voorzijde van de woningen zal een stoep worden gesitueerd waarmee overgang van privé naar openbaar wordt gecreëerd. De achtertuinen van de woningen zullen voor zover mogelijk niet aan de openbare paden en stegen grenzen. De buurt is opgebouwd uit zes bouwblokken. Tussen deze bouwblokken liggen straatjes die de woningen ontsluiten. Binnen het plan zal daarnaast een plein worden gesitueerd met een centrale functie. Dit plein is niet alleen gericht op bewoners van de nieuwe buurt, maar ook voor bewoners van omliggende buurten. Het plein zelf wordt grotendeels groen met in het midden een speelplek voor jonge kinderen. Langs deze speelplek worden de randen van de plantvakken voorzien van banken om de verblijfsmogelijkheid te vergroten.
Daarnaast wordt voorzien in een sportveld en speelvoorzieningen. Uitgangspunt is daarbij dat de bestaande voorzieningen in een vergelijkbare of grotere omvang weer een plek krijgen in de nieuwe plannen. Daarom voorziet het plan hierin door de aanleg van een speelplek op het binnenplein voor 4-8 jarigen, een speelplek aan het eind van de Klipspringerdreef voor 8-12 jarigen en een sportveld voor 12-18 jarigen dat even groot is als het huidige veld. Het bestaande kerkgebouw zal zoveel mogelijk ruimtelijk worden ingepast in het plan. Het kerkgebouw past echter niet in de nieuwe rooilijn en is met de achterkant naar de weg gericht. Mocht deze in de toekomst verdwijnen dan kan het bouwblok op de hoek van de Kasaidreef en de Klipspringerdreef verder worden aangeheeld.
De bebouwing In de architectonische uitwerking wordt aansluiting gezocht bij het karakter van Overvecht: een lichte kleurstelling, horizontale geleding en ritmiek in de gevelwanden. Er worden hoogwaardige materialen gebruikt, gelet op mooie details en de overgangen tussen privéterrein en openbare ruimte worden zorgvuldig vormgegeven. Een aantrekkelijk straatbeeld ontstaat door open, uitnodigende plinten (bijvoorbeeld geen slaapkamers aan de straatzijde), voordeuren aan de straat en herkenbare, transparante entreehallen. Dit draagt ook bij aan de sociale veiligheid. Alle woningen worden voorzien van groene of bruine daken. Groene gevels en daken zijn niet alleen mooi en passend bij het groene karakter van de wijk, ze zijn ook goed voor de biodiversiteit en heel geschikt om regenwater op te vangen. De appartementencomplexen zullen langs de Einsteindreef worden gesitueerd om zodoende de 'parkway' in stad te houden. Sprake zal zijn van twee appartementencomplexen met maximaal negen bouwlagen, en één carrégebouw van vijf bouwlagen. De entrees van deze bebouwing zijn gericht naar de Einsteindreef en het centrale plein. Zorg wordt gedragen dat de plinten van deze bebouwing levendig, aantrekkelijk en open zijn. Rondom het centrale plein worden de woningen voorzien van een pergolaconstructie.
Door het carrégebouw te plaatsen tussen de negenlaagse bebouwing draagt het bij aan de ruimtelijkheid van het centrale plein: er ontstaat een wisselende hoogteopbouw en een levendig plein. Ook het parkeergebouw aan Oranjerivierdreef draagt bij aan de variatie rondom het plein. De eengezinswoningen zijn maximaal drie bouwlagen hoog, en zullen worden voorzien van een Delftse stoep. De hoekwoningen hebben entrees aan de zijgevel, de overige woningen hebben entrees richting de woonpaden. Alle woningen zijn hiermee straatgericht wat de sociale veiligheid ten goede komt. Wanneer achtertuinen grenzen aan openbaar gebied wordt voorzien in afscheidingen welke architectonisch onderdeel zijn van het plan. Uitzondering geldt voor woningen welke zicht hebben op de collectieve hoven binnen het plan. Deze woningen hebben zicht op de hoven en er wordt een verbinding gecreëerd. Door middel van een pergolaconstructie krijgt dit vorm. De woningen krijgen bovendien een groen dak. De parkeergarage is een alzijdig gebouw met een groene gevel, en biedt ruimte aan circa 170 parkeerplaatsen. De bouwhoogte bedraagt maximaal 12 meter. De parkeergarage en het sportveld zullen een ruimtelijk samenhangend geheel vormen. Onder de tribune zal zich een buurtfunctie bevinden welke bijdraagt aan een open en levendige uitstraling.
Traforuimten, schakelstations en overige nutsvoorzieningen worden zoveel mogelijk opgenomen in de bouwblokken. Tot slot zal de kerkbebouwing op zorgvuldige wijze in de omgeving worden ingepast. 4 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
4.2
Verkeer en openbare ruimte
4.2.1
Verkeer
Binnen Utrecht wordt voorrang gegeven aan schone manieren van vervoer die zo min mogelijk ruimte innemen. Lopen, fietsen en openbaar vervoer zijn daarbij gezonde en ruimte-efficiënte vervoerswijzen. Bij de inrichting van de openbare ruimte kan meer ruimte gemaakt worden voor groen door verkeer- en parkeerruimte strategisch te positioneren. Hierbij wordt gestreefd naar relatief weinig hinder van verkeer, en een goede bereikbaarheid. Door Goudappel Coffeng zijn de uitgangspunten voor het parkeerconcept vastgelegd (Bijlage 2). In het plangebied zullen de interne straten zoveel mogelijk autovrij worden uitgevoerd. Daarnaast zal zoveel mogelijk groen worden toegevoegd. De straten zijn met name gericht op fietsers en voetgangers en krijgen een hoge verblijfskwaliteit. Het autoverkeer is voornamelijk aan de randen van het plangebied gesitueerd en zal goed worden aangesloten op de rest van de stad. Hiermee wordt een goede bereikbaarheid zeker gesteld. Autoverkeer rijdt met name van en naar het plangebied via de Oranjerivierdreef, Kasaidreef en Klipspringerdreef (zie afbeelding 13). Het autoverkeer blijft aan de randen van het plangebied, met uitzondering van inprikken voor parkeren op de binnenterreinen aan de zijde van de Klipspringerdreef. De wegen binnen het plan zijn hiermee autovrij. De in-/uitrit van de parkeergarage bevindt zich aan de Oranjeriverdreef.
De parkeergarage zal een toegangscontrolesysteem kennen, en dus niet openbaar toegankelijk zijn. Het merendeel van het verkeer zal via deze parkeergarage verlopen. De parkeergarage zal op zorgvuldige wijze op het omliggende verkeersnetwerk worden aangesloten, waarmee verkeerskundige knelpunten worden voorkomen. Afbeelding 13: Verkeersstructuur plangebied
Het gebruik van de fiets en wandelen wordt gestimuleerd door looproutes door het gebied toegankelijk te maken. Ook sluiten looproutes in het plangebied aan op het bestaande netwerk waardoor goede routes ontstaan naar bijvoorbeeld bushaltes en het winkelcentrum. Voor voetgangers en fietsers is een directe aansluiting op de Einsteindreef wenselijk, zodat je vanuit het gebied direct op de Einsteindreef kan komen en niet via de Oranjerivierdreef hoeft.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
47
4.2.2
Parkeren
De hoogte van de parkeernormen verschilt per locatie en per functie. In centrumgebieden, waar goede OV-voorzieningen zijn en een hoge mate van functiemenging is, is minder behoefte aan autoparkeerplaatsen en zijn de normen voor autoparkeren lager dan in gebieden waar je minder makkelijk komt met OV, en waar minder verschillende functies zijn. Voor functies die meer bezoekers trekken, zijn de normen voor zowel fiets als auto hoger dan voor voorzieningen waar weinig mensen op af komen. Op aangewezen maatwerklocaties wordt meteen bij de ontwikkeling uitgegaan van betaald parkeren. Ook op deze locaties zijn de parkeernormen van toepassing. De afwijkingsmogelijkheden zijn hier echter ruimer op grond van een mobiliteitsconcept en bijbehorend beleidsuitgangspunt om de hoeveelheid parkeerplaatsen en (daarmee) de hoeveelheid autoverkeer te beperken. Voor de ontwikkeling aan de Ivoordreef moet rekening gehouden worden met de (minimum) parkeernormen volgens de nieuwe gemeentelijke parkeervisie (vastgesteld op 25 november 2021). De van toepassing zijnde parkeernormen zijn door de gemeente aangegeven en zijn opgenomen in tabel 1. Door Goudappel Coffeng is aan de hand van deze normen de parkeervraag van de beoogde ontwikkeling bepaald (Bijlage 1). Het programma voorziet in zowel appartementen als grondgebonden woningen.
Daarnaast komen er kleinschalige buurt en/of maatschappelijke voorzieningen en een sportveld. Deze functies zijn met name gericht op de bewoners en omwonenden en kennen daarom naar verwachting geen tot nauwelijks een eigen parkeervraag. Daarnaast zal ook het kerkgebouw een parkeervraag kennen. In onderstaande tabel 1 worden de van toepassing zijnde parkeernormen voor de beoogde ontwikkeling opgenomen. Voor de maatschappelijke voorzieningen wordt aangesloten op normen voor een cultureel centrum/wijkgebouw.
Omschrijving Woning (< 55 m2 bvo) Woning (55 – 80 m2 bvo), sociale en middenhuurwoningen Woning (> 130 m2 bvo) Religiegebouw Cultureel centrum/wijkgebouw
Parkeernorm 0,43 per woning 0,67 per woning 1,01 per woning 0,09 per gebedsplaats 0,85 per 100 m2
Aan de hand van de bovenstaande parkeernormen, in combinatie met het huidige programma voor de beoogde ontwikkeling, is door Goudappel Coffeng de parkeervraag als gevolg van de beoogde functies berekend. Hierbij is ook rekening gehouden met het feit dat de diverse functies binnen het plangebied allemaal een ander aanwezigheidspercentage per moment kennen. Voor het kerkgebouw zal het maatgevend moment bijvoorbeeld zondag zijn. Op overige momenten zullen er minder parkeerplaatsen nodig zijn ten behoeve van de kerk. Voor woonfuncties geldt de nacht als maatgevend moment. De parkeervraag is per locatie bepaald. De parkeergarage voorziet in minimaal 169 parkeerplaatsen voor bewoners en hun bezoek. Auto's komen het parkeergebouw binnen aan de zijde van de Oranjerivierdreef. Er is een rechtstand in de garage, zodat auto's vlak staan vóór zij op de stoep komen. De in-/uitrit zal op zorgvuldige wijze uitgewerkt worden zodat de verkeersveiligheid niet in het geding komt. Hierbij zal ook rekening gehouden worden met de situering van de bushalte aan de Oranjerivierdreef. Daarnaast kan geparkeerd worden langs de Klipspringerdreef en de Kasaidreef, en wordt ter plaatse van het binnenterrein van bouwdeel B voorzien in circa 21 parkeerplaatsen. Die parkeerplaatsen zijn bestemd voor bewoners van bouwdeel B.
In tabel 2 wordt de parkeervraag per locatie op basis van het huidige ontwerp van de beoogde ontwikkeling opgenomen. Daarnaast wordt aangegeven hoeveel parkeerplaatsen naar verwachting gerealiseerd gaan worden.
Tabel 2:
Parkeervraag per locatie
Parkeerlocatie Parkeergarage Maaiveld Bouwdeel B
Parkeervraag 166 29 21
Gepland parkeeraanbod 169 29 21
Uit de bovenstaande tabel volgt dat er voldoende parkeerplaatsen worden gerealiseerd om aan de parkeervraag van de bewoners en bezoekers van de beoogde ontwikkeling te voldoen. Ingeval van 4 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
wijzigingen in het programma zal zorg worden gedragen dat ook dan wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid. Deze parkeerplaatsen zijn allen goed bereikbaar, op loopafstand (< 200 meter), voor de beoogde bewoners en bezoekers. Deze looproutes worden logisch vormgegeven. In de parkeergarage zullen voldoende elektrische laadpunten en voorzieningen voor aanleg van deze laadpunten worden gerealiseerd, zodat voldaan wordt aan de eisen uit het Bouwbesluit en de aanvullende eisen uit het gemeentelijk parkeerbeleid. Daarnaast worden er voldoende fietsparkeerplaatsen en goede fietsverkeersroutes gerealiseerd, zodat het gebruik van de fiets gestimuleerd wordt. De fietsparkeernormen uit het Utrechtse parkeerbeleid zullen bij de bepaling van het aantal parkeerplaatsen voor fietsen aangehouden worden. Voor de fiets geldt, behalve de parkeernorm, ook de mogelijkheid om een gezamenlijke berging voor woningen groter dan 50 m² in appartementsgebouwen te bouwen. Mogelijk zal hierin worden voorzien. Ook voor het parkeren van scootmobiels moet voldoende ruimte zijn. Deze voorzieningen zullen daarbij goed worden aangesloten op de fietsroutes. In het plan zijn inpandige fietsparkeerplaatsen voor de nieuwe bewoners opgenomen. Deze hebben een directe aansluiting op de openbare ruimte.
Voor de blokken aan de Einsteindreef is het wenselijk dat de stallingen aansluiten op de hoofdfietsroute langs de Einsteindreef. Voor bezoekers en voor het kort stallen van de fiets is het nog wenselijk om in de openbare ruimte enkele fietsstallingsopties te hebben. Dit wordt nader uitgewerkt in het ontwerp.
4.2.3
Gezonde openbare ruimte
Alle openbare ruimten, daken en gevels worden maximaal groen ingericht. Ook zal natuurinclusief en diervriendelijk worden gebouwd. De openbare ruimte wordt zoveel mogelijk volgens het 'groen, tenzij' principe ingericht. De herinrichting van de openbare ruimte in het plangebied biedt een kans om bewoners en omwonenden te stimuleren in beweging te komen, te sporten, te recreëren en elkaar te ontmoeten. Opgemerkt wordt dat ten opzichte van de huidige situatie hierbij wel sprake is van een afname aan groen. In de toekomstige situatie is namelijk meer bebouwing aanwezig ter plaatse van het plangebied waarmee de hoeveelheid in kwantitatieve zin afneemt. Voor de beoogde ontwikkeling is een compensatieplan gemaakt waarmee invulling is gegeven aan hoe de waarden gecompenseerd kunnen worden. Ter compensatie worden onder andere groene binnenhoven, natuurdaken en groene gevels gerealiseerd. Ook worden er nieuwe bomen, struiken, hagen en andere beplanting geplant. Ruimte zal worden geboden voor kwalitatief groen dat hiervoor gebruikt kan worden. Ook het centrale plein en de binnenhoven zullen groen worden ingericht en er zal ruimte zijn voor klimgroen en groene daken. Daarnaast worden in twee binnenhoven collectieve tuinen gesitueerd. De trottoirs van de Oranjerivierdreef, Kasaidreef en Klipspringerdreef worden bovendien breder en ingericht met plantvakken.
De nieuwe plantvakken krijgen beplanting die geschikt is voor insecten en welke een bijdrage leveren aan de biodiversiteit. In de toekomstige situatie zullen de plantvakken ingezet worden om het regenwater vast te houden en vertraagd af te voeren. Ook komen bomen langs deze wegen te staan. De straten binnen het plangebied worden voorzien van groenvakken. De zone langs de Einsteindreef krijgt een natuurlijk karakter. Aangesloten wordt op de bestaande structuur. De huidige beplanting langs de Einsteindreef blijft behouden of wordt verbeterd. Het plan voorziet in de aanleg van een speelplek op het binnenplein (4-8 jarigen), een speelplek aan het eind van de Klipspringerdreef (8-12 jarigen) en een sportveld (12-18 jarigen) ter plaatse van het huidige sportveld. Het idee is om daarnaast het spetterbadje terug te laten komen aan het eind van de Klipspringerdreef. Er wordt een fysieke barrière aangebracht om de veiligheid van de speelplek te waarborgen. Het plan voorziet hiermee in plekken om buiten te spelen, sporten en elkaar te ontmoeten. Hierbij zal rekening worden gehouden met de zichtbaarheid, toegankelijkheid en veiligheid van deze plekken. Het moet namelijk aantrekkelijk zijn om hier te verblijven. Deze speelplekken zullen indien mogelijk ook deels groen worden ingericht.
De openbare ruimte zal goed bruikbaar zijn voor fietsers en voetgangers, waarbij sprake is van routes die goed aansluiten op paden van en naar andere plekken in de wijk. Het plangebied is overwegend autovrij. Resumerend zal er een gezonde en groene leefomgeving worden gecreëerd ter plaatse van het plangebied. Voor toekomstige bewoners en bezoekers zal hier sprake zijn van een prettig woon- en leefklimaat.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
49
5 0 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Hoofdstuk 5 Onderzoek en randvoorwaarden 5.1
Geluidhinder
5.1.1
Algemeen
De beoogde ontwikkeling betreft de realisatie van woningen, geluidgevoelige bestemmingen, in een stedelijk gebied met enkele drukke wegen in de omgeving. In de omgeving van het plangebied zijn geen overige geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder, zoals een gezoneerd industrieterrein of spoorwegen. In deze paragraaf wordt daarom alleen nader ingegaan op de geluidbelasting ter plaatse van de beoogde woningen als gevolg van wegverkeerslawaai. 5.1.2
Wettelijk kader
Wet geluidhinder Krachtens de Wet geluidhinder bevinden zich rond wegen geluidzones. Binnen een geluidzone worden eisen aan de geluidbelasting (Lden) vanwege de weg gesteld. In artikel 74 van de Wgh is aangegeven hoe breed de geluidzone (het onderzoeksgebied) langs wegen is. Deze breedte hangt af van het aantal rijstroken en of de weg in stedelijk dan wel buitenstedelijk gebied ligt. Voor de in de omgeving van het woningbouwplan gelegen wegen geldt een zone van 200 meter, omdat het wegen zijn met twee dan wel drie of meer rijstroken binnen de bebouwde kom. De Wgh stelt geen eisen ten aanzien van 30 km/uur-wegen. Voor de 'juridische' geluidbelasting, ten gevolge van wegverkeer op gevels van woongebouwen binnen een geluidzone geldt volgens de Wgh een voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Deze geluidbelasting is inclusief aftrek conform artikel 3.4 van het Reken- en Meetvoorschrift geluid 2012; voor de onderhavige wegen bedraagt deze aftrek 5 dB. De gemeentelijke overheid is in een aantal situaties bevoegd om van deze waarde van 48 dB af te wijken en een hogere grenswaarde vast te stellen tot een maximum van 53 dB respectievelijk 63 dB. De maximum grenswaarde van 53 dB is van toepassing indien sprake is van een buitenstedelijk gebied of van een auto(snel)weg; de maximum grenswaarde van 63 dB geldt indien sprake is van een binnenstedelijk gebied.
In de onderhavige situatie is sprake van een binnenstedelijk gebied en geldt derhalve de maximum grenswaarde van 63 dB. Conform artikel 110a lid 5 Wgh kan een hogere waarde verleend worden indien de toepassing van maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting ten gevolge van een weg van de gevel van de betrokken woningen tot de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting onvoldoende doeltreffend zal zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoet van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Cumulatie Op grond van artikel 110a, lid 6 van de Wgh moet bij de vaststelling van hogere waarden rekening worden gehouden met cumulatie van geluid ten gevolge van andere relevante geluidbronnen. De Wgh bepaalt dat een hogere waarde alleen wordt vastgesteld, voor zover de gecumuleerde geluidbelasting in een bepaalde situatie niet leidt tot een naar het oordeel van burgemeester en wethouders onaanvaardbare geluidbelasting. In de Wgh is echter niet geregeld in welke situatie sprake is van een onaanvaardbare geluidbelasting. Overigens is in voorliggende situatie, naast wegverkeerslawaai, geen sprake van overige geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder. Dove gevels De geluidnormen uit de Wgh zijn niet van toepassing op dove gevels.
Onder een dove gevel wordt volgens artikel 1b van de Wgh verstaan: "Een bouwkundige constructie waarin geen te openen delen aanwezig zijn en met een in NEN 5077 bedoelde karakteristieke geluidwering, die ten minste gelijk is aan het verschil tussen de geluidbelasting van die constructie en 33 dB onderscheidenlijk 35 dB(A)" of "Een bouwkundige constructie waarin alleen bij uitzondering te openen delen aanwezig zijn, mits die delen niet direct grenzen aan een geluidgevoelige ruimte". In situaties waarbij de maximaal toegestane wettelijke grenswaarde(n) worden overschreden, bestaat daarmee toch een mogelijkheid om de bouw van nieuwe geluidgevoelige bestemmingen te realiseren als deze wordt voorzien van een zogenaamde 'dove gevel'. Gemeentelijk beleid hogere grenswaarden bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
51
De gemeente Utrecht heeft een eigen gemeentelijk geluidbeleid vastgesteld, dat verwoord is in de "Geluidnota Utrecht 2014-2018". Met dit beleid wordt de geluidhinder door wegen, spoorbanen en industrieterreinen bij nieuwe plannen bestreden. Er wordt inzichtelijk gemaakt hoe de beoordeling en afweging met betrekking tot de geluidbelasting plaatsvindt en wat er met de beoordeling wordt gedaan. Dit beleid is omschreven in de volgende uitgangspunten: 1.
2.
3.
4.
5.
6.
7.
In het hogere waarden besluit wordt conform artikel 110 a lid 5 van de Wet geluidhinder gemotiveerd waarom geluidbeperkende maatregelen redelijkerwijs niet of in onvoldoende mate realiseerbaar zijn. Ruimtelijke ontwikkelingen dienen te voldoen aan de ontheffingscriteria. Deze ontwikkelingen moeten een positieve betekenis hebben voor de stedelijke structuur of een gunstig effect hebben op de akoestische kwaliteit van bestaande woningen in Utrecht. Nieuwe woningen, waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, moeten voorzien zijn van een geluidluwe gevel. Een geluidluwe gevel wordt gedefinieerd als een gevel waarop het geluidniveau niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde voor elk van de te onderscheiden onderzoeksbronnen. Voor de indeling van de woningen geldt dat ten minste 30% van het aantal verblijfsruimten of 30% van de oppervlakte van het verblijfsgebied grenst aan de geluidluwe gevel. Hierbij wordt de voorkeur gegeven aan slaapkamers. De buitenruimte is bij voorkeur gelegen aan een geluidluwe en zonnige zijde. Als dit niet mogelijk blijkt mag het geluidniveau maximaal 5 dB hoger zijn dan bij de geluidluwe gevel. Deze eis geldt voor maximaal één buitenruimte per woning. In het geval van vervangende nieuwbouw wordt gestreefd naar de voorwaarde voor een geluidluwe gevel maar een waarde van 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde is ook acceptabel.
De eisen voor de woningindeling en voor de buitenruimte zijn overeenkomstig met die van nieuwbouw. Voor onzelfstandige woonruimten en zelfstandige woonruimten van minder dan 30 m2 worden geen aanvullende eisen gesteld. (De ontheffingswaarde is wel gebonden aan een maximum en er gelden regels ten aanzien van de geluidisolatie om een vast binnenniveau te garanderen.) Op gebouwniveau dient echter ten minste 50% van de wooneenheden te zijn gesitueerd aan een gevel met een geluidbelasting van maximaal 5 dB boven de voorkeursgrenswaarde.
Daarnaast is in de notitie "Geluidaspecten bij planontwikkeling in de gemeente Utrecht" nader ingegaan hoe de gemeente Utrecht met geluid omgaat. Hierin wordt voor nieuwe woningen een ambitiewaarde voor geluid in relatie tot een gezonde leefomgeving aangegeven. Concreet vertaalt zich dit in een lokale ambitiewaarde van 63 dB (zonder aftrek) voor nieuwe situaties langs wegen en spoorwegen. Indien toch sprake is van een hogere geluidbelasting dan dienen er aanvullende maatregelen genomen te worden. Geluidluwe gevel Onder een geluidluwe gevel wordt verstaan een gevel of geveldeel met een geluidbelasting van maximaal de voorkeursgrenswaarde. Ingeval van woningbouw in de vorm van toren of haaks op de weg staande woonflats, ontbreken vaak de stille gevels. In die gevallen kan een stil geveldeel worden gerealiseerd door bouwkundige voorzieningen zoals verhoogde borstweringen op de balkons of aangepaste bouwvormen. Ook is een oplossing in de vorm van serres of afsluitbare loggia's mogelijk. Deze voorzieningen zullen daarbij moeten voldoen aan de randvoorwaarden conform de notitie "Geluidaspecten bij planontwikkeling in de gemeente Utrecht". Het doel van deze voorzieningen is woningen te realiseren met verblijfsruimten, met name slaapkamers, die op een natuurlijke manier geventileerd kunnen worden zonder dat het geluidniveau in de woning de wettelijke binnenwaarde overschrijdt. 5.1.3
Beoordeling
De beoogde ontwikkeling is gelegen binnen de geluidzone van meerdere 50 km/uur-wegen, te weten de Oranjerivierdreef (50 km/uur deel), Humberdreef Einsteindreef, Zambesidreef en Carnegiedreef. Omdat woningen als geluidgevoelige objecten worden aangemerkt dient de geluidbelasting op de gevels van de woningen nader onderzocht te worden. Hiertoe is door Peutz een akoestisch onderzoek uitgevoerd (Bijlage 5) Uit het akoestisch onderzoek volgt, dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeer op de beoogde woningen ten gevolge van wegverkeerslawaai wordt overschreden. Er treden door wegverkeer over de Einsteindreef en de Oranjerivierdreef (50 km/uur)/Humberdreef, op de gevels van de beoogde woningen, geluidbelastingen op van ten hoogste respectievelijk 62 en 59 dB (inclusief aftrek conform artikel 110 g Wgh). De maximale ontheffingswaarde van 63 dB wordt niet overschreden. Aangezien de voorkeursgrenswaarde door het wegverkeer van de Einsteindreef met 14 dB wordt 5 2 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
overschreden en door het wegverkeer van de Oranjerivierdreef met 11 dB, zullen hiervoor hogere waarden verleend moeten worden. Voordat het college van burgemeester en wethouders hogere waarden kan verlenen, dient eerst onderzocht te worden of door het treffen van stedenbouwkundige maatregelen (indeling bouwplan, situering geluidgevoelige bestemmingen), bron- of overdrachtsmaatregelen, dan wel (bouwkundige) maatregelen bij de ontvanger aan de voorkeursgrenswaarde kan worden voldaan. In voorliggende situatie zijn de mogelijkheden voor bron- en overdrachtsmaatregelen beperkt. Daarom zullen (bouwkundige) maatregelen aan de woningen worden toegepast. Hiermee zal ook aangesloten worden op de ontheffingscriteria uit het gemeentelijk beleid voor het verlenen van hogere waarden. Het gemeentelijk geluidbeleid vereist daarbij dat alle woningen worden voorzien van een geluidluwe gevel. Niet alle woningen beschikken zonder (bouwkundige) maatregelen over een geluidluwe gevel. Dit betreft een aantal woningen in het appartementengebouw op de hoek van de Oranjerivierdreef en Einsteindreef (bouwdeel I) en een aantal woningen in het carrégebouw (bouwdeel A). De betreffende woningen in het appartementengebouw (bouwdeel I) zullen worden voorzien van inpandige balkons. Indien nodig zullen de balkons een verhoogde borstwering krijgen, en zullen deze worden voorzien van geluidsabsorberende plafonds.
Deze balkons zorgen voor geluidluwe gevels bij de woningen in dit appartementengebouw. Daarnaast zullen de appartementen in het carrégebouw (bouwdeel A) zo worden geplaatst, dat alle woningen een verblijfsruimte aan het geluidluwe binnengebied van dit gebouw hebben. Opgemerkt wordt dat voor één woning in bouwdeel E ook sprake is van een situatie, waarbij zonder maatregelen geen sprake is van een geluidluwe gevel. Ter plaatse van deze woning is sprake van een geluidbelasting van maximaal 49 dB. Hiermee wordt de voorkeursgrenswaarde met slechts 1 dB overschreden. Voor deze woning zal een geluidluwe gevel worden gemaakt door rondom de tuin van deze woning een afscherming te plaatsen. Tot slot wordt opgemerkt dat een relatief hoge geluidbelasting op een dergelijke stedelijke locatie niet ongebruikelijk is. De beoogde woningen zullen wat betreft het binnenniveau voldoen aan de nieuwbouweisen uit het Bouwbesluit 2012. Hiermee wordt ook een comfortabel woon- en leefklimaat gewaarborgd. 5.1.4
Conclusie
Uit akoestisch onderzoek volgt dat de voorkeursgrenswaarde van 48 dB voor wegverkeerslawaai door het wegverkeer van de Einsteindreef met 14 dB wordt overschreden en door het wegverkeer van de Oranjerivierdreef met 11 dB. Hiervoor zal door het bevoegd gezag op grond van het gemeentelijk beleid een hogere waarde besluit verleend moeten worden. Het ontwerp besluit Hogere waarde is opgenomen in Bijlage 6. In de omgeving van het plangebied is geen sprake van andere geluidbronnen in het kader van de Wet geluidhinder.
5.2
Inleiding
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het effect van de beoogde ontwikkeling op de van toepassing zijnde milieuaspecten. Eventuele effecten worden getoetst aan de van toepassing zijnde wet- en regelgeving.
5.3
Milieueffectrapportage
5.3.1
Wettelijk kader
Op grond van de Wet milieubeheer is het verplicht ten aanzien van plannen en besluiten die (mogelijk) grote gevolgen kunnen hebben voor het milieu, een procedure voor milieueffectrapportage (m.e.r.) te doorlopen. De m.e.r. is bedoeld om milieubelangen meer expliciet af te wegen bij het opstellen van plannen en het uitvoeren van projecten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen 'm.e.r.--plichtige activiteiten' waarvoor een volledig milieueffectrapport (MER) moet worden opgesteld en 'm.e.r.--beoordelingsplichtige activiteiten' waarbij moet worden afgewogen of sprake kan zijn van significante negatieve gevolgen voor het milieu (indien significant wordt een MER opgesteld). Op 1 september 2017 is het gewijzigde Besluit milieueffectrapportage in werking getreden. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer er voor plannen en besluiten een milieueffectrapportage opgesteld moet worden.
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
53
5.3.2
Beoordeling
Om te kunnen beoordelen of vanuit het Besluit m.e.r. de verplichting bestaat een m.e.r.-(beoordelings)procedure te doorlopen, dienen de ontwikkelingen die mogelijk gemaakt worden door het bestemmingsplan, te worden getoetst aan de C- en D-lijst uit dit Besluit. De beoogde ontwikkeling van 310 woningen valt in het Besluit m.e.r. onder één van de categorieën waarvoor afgewogen moet worden of er sprake is van een m.e.r.-(beoordelings)plicht. De beoogde ontwikkeling valt in het kader van een stedelijk ontwikkelingsproject in het Besluit milieueffectrapportage in de D-lijst onder D.11.2 . 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen'. Hierbij zijn drempelwaarden opgenomen vanaf wanneer er voor een stedelijk ontwikkelingsproject een milieueffectrapportage nodig is. Er is sprake van een m.e.r.-(beoordelings)plicht in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op: een oppervlakte van 100 hectare of meer; een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat; of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Deze drempelwaarden worden met het bouwplan voor de Ivoordreef niet overschreden. Dit betekent dat er dus geen m.e.r.-(beoordelings)plicht geldt.
Op basis van artikel 2 lid 5, gelezen in samenhang met categorie D.11.2, Kolom 3 van het Besluit milieueffectrapportage, dient voor het te nemen besluit wel een vormvrije m.e.r.--beoordeling te worden opgesteld. Voor de beoogde ontwikkeling is een aanmeldingsnotitie in het kader van de m.e.r.--beoordeling opgesteld (Bijlage 3). Ten tijde van het opstellen van deze aanmeldnotitie is het eerdere voornemen van maximaal 325 woningen opgenomen in plaats van het huidige maximum van 310 woningen. Voor de beoordeling maakt het verschil van 15 woningen echter niet uit. Het college van burgemeester en wethouders heeft op 17 november 2021 besloten (Bijlage 4) dat uit deze aanmeldnotitie blijkt dat er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Er is daarom geen m.e.r.-procedure nodig. Ook hoeft er geen milieueffectrapport opgesteld te worden. Daarnaast heeft het project geen effect op beschermde natuurgebieden (Natura2000), waardoor er geen passende beoordeling noodzakelijk is vanuit de Wet natuurbescherming. 5.3.3
Conclusie
Voor deze ontwikkeling hoeft geen milieueffectrapport opgesteld te worden en er is geen passende beoordeling noodzakelijk vanuit de Wet natuurbescherming.
5.4
Geur
De beoogde ontwikkeling voorziet niet in bedrijfsactiviteiten die gepaard gaan met een geuremissie. In het kader van een goede ruimtelijke ordening dient echter ook beoordeeld te worden of geen sprake is van geurhinder in de omgeving van de beoogde ontwikkeling. In de directe omgeving van het plangebied is voornamelijk sprake van woningen, en aan de woonfunctie gerelateerde voorzieningen. Op korte afstand van het plangebied zijn dan ook geen bedrijven gesitueerd, die mogelijk geurhinder veroorzaken.
5.5
Externe veiligheid
5.5.1
Wettelijk kader
Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving ten gevolge van: het vervoer van gevaarlijke stoffen over weg, water, spoor en door buisleidingen; het gebruik, de opslag en de productie van gevaarlijke stoffen (inrichtingen); het luchtvaartverkeer. Er zijn twee situaties waarbij externe veiligheid een rol speelt, namelijk bij het ontplooien van een risicovolle activiteit (zoals hiervoor omschreven) en bij het realiseren van een (beperkt) kwetsbaar object binnen het invloedsgebied van een dergelijke “activiteit”. Met betrekking tot de risico's voor de externe veiligheid zijn in het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) risiconormen opgenomen die aan de orde zijn bij de realisatie van (beperkt) kwetsbare objecten. 5 4 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
Naast de wettelijke risiconormen laat de wet- en regelgeving ook ruimte aan de gemeente om eigen veiligheidsambities te formuleren. In de 'Nota Externe veiligheid' van gemeente Utrecht uit 2007 wordt hier invulling aan gegeven. De gemeente Utrecht kiest daarbij om geen zwaardere veiligheidseisen op te leggen dan wettelijk vastgelegd.
Relevante begrippen Relevant voor toetsing van de externe veiligheid op een locatie nabij vervoer met gevaarlijke stoffen zijn de begrippen plaatsgebonden risico, groepsrisico en het invloedsgebied. Deze zijn als volgt gedefinieerd: Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is gedefinieerd als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken, onbeschermd op een bepaalde plaats verblijft, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting of op een transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is gedefinieerd als de cumulatieve kans dat een groep van ten minste N personen overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen een inrichting of op een transportroute waarbij een gevaarlijke stof betrokken is, of als rechtstreeks gevolg van een vliegtuigongeval. Bij het PR is het niet van belang of er daadwerkelijk personen op die bepaalde locatie aanwezig zijn. Voor het GR geldt dat hoe meer slachtoffers er bij een ongeval in één keer kunnen vallen hoe lager (strenger) de norm (de oriëntatiewaarde). Grote slachtofferaantallen geven namelijk meer kans op maatschappelijke ontwrichting.
Invloedsgebied Het invloedsgebied is gedefinieerd als het gebied rondom een risicovolle activiteit waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn en waar een onbeschermde persoon een kans van 1% op overlijden heeft, gegeven het risicoscenario en de weerklasse. Het invloedsgebied van een activiteit met gevaarlijke stoffen of het vervoer van gevaarlijke stoffen is normaliter de afstand tot de 1%-letaliteitsgrens. 5.5.2
Beoordeling
Het voornemen omvat de realisatie van woningen, welke conform wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid als kwetsbare objecten kunnen worden gedefinieerd. Opgemerkt wordt dat ook in de huidige situatie ter plaatse van het plangebied sprake is van kwetsbare objecten. Door de beoogde ontwikkeling zal het aantal aanwezige personen ten opzichte van de huidige situatie toenemen. Ook verandert de positie van deze personen in het plangebied. Ter bescherming van kwetsbare objecten moet een bepaalde afstand aanwezig zijn ten opzichte van risicobronnen. Voor kwetsbare objecten geldt het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar als grenswaarde. Vanwege de realisatie van kwetsbare objecten dienen risicovolle activiteiten in de nabije omgeving van het plangebied te worden geïnventariseerd. In het kader van de externe veiligheid is er in de omgeving van het plangebied een aantal risicobronnen gesitueerd. Binnen een straal van 1,0 kilometer bevinden zich de volgende risicobronnen (zie afbeelding 14) die om aandacht vragen: 1. 2. 3. 4. 5.
Methanoltank aan het Zandpad 1a LPG-tankstation aan de Albert Schweitzerdreef 12 LPG-tanktstation en opslag van propaan aan de Gageldijk 12 Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor Transport van gevaarlijke stoffen via een aardgasbuisleiding.
Afbeelding 14: Uitsnede risicokaart.nl
bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
55
Uit de risicokaart volgt dat er in de nabije omgeving van het plangebied geen verdere relevante risicobronnen zijn gelegen. Wel wordt opgemerkt dat conform het vigerende bestemmingsplan eveneens sprake is van transport van gevaarlijke stoffen over de Noordelijke Randweg Utrecht (NRU). Deze weg is geen door de gemeente Utrecht aangewezen route voor gevaarlijke stoffen. Over deze weg vinden echter wel transporten van LPG en propaan plaats via ontheffingen. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan het zijn dat er beperkingen worden gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen een zone van 200 meter aan weerszijden van een transportroute. Aangezien deze weg echter op een ruime afstand van circa 500 meter is gesitueerd van het plangebied, geeft dit dit geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Methanoltank Aan het Zandpad 1a bevindt zich op circa 625 meter van het plangebied een rioolwaterzuiveringsinstallatie. Bij deze inrichting ligt een ondergrondse methanoltank. De aanwezigheid van een methanoltank heeft niet tot gevolg dat sprake is van een inrichting in het kader van het Bevi. Gezien voorgaande, in combinatie met het feit dat deze tank op zeer ruime afstand van het plangebied is gelegen, vormt dit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
LPG-tankstation Albert Schweitzerdreef Aan de Albert Schweitzerdreef 12 bevindt zich een BP LPG-tankstation. Dit tankstation bevindt zich op een afstand van circa 620 meter van het plangebied. Een LPG-tankstation is een inrichting die ressorteert onder het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi). Het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar volgt uit de Regeling externe veiligheid inrichtingen (Revi). Voor respectievelijk het vulpunt, het ondergronds reservoir en de afleverzuil zijn deze afstanden 40 meter, 25 meter en 15 meter. De beoogde ontwikkeling is op ruime afstand van dit tankstation gelegen, en het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar is dan ook niet over het plangebied gelegen. Een LPG-tankstation kent bovendien een invloedsgebied van 150 meter (zowel vanaf het vulpunt als vanaf het reservoir). De beoogde ontwikkeling is eveneens niet binnen het invloedsgebied van dit tankstation gelegen, en vormt hiermee geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. LPG-tankstation Gageldijk Aan de Gageldijk 12 bevindt zich het LPG-tankstation 'Iesbert Tankstation Gageldijk'. Dit tankstations is op een afstand van circa 925 meter van het plangebied gesitueerd.
Ook voor dit tankstation is het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar vanaf het vulpunt, het ondergronds reservoir en de afleverzuil op respectievelijk 40 meter, 25 meter en 15 meter gelegen, en bedraagt het invloedsgebied 150 meter. Aan deze afstanden wordt ruimschoots voldaan. Daarnaast is op deze locatie sprake van een ondergrondse propaantank, propaanvulpunt en een bovengrondse 5 6 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
tank-/gasflessenopslag. Conform gegevens van de risicokaart is het invloedsgebied van de gehele Bevi-inrichting op 319 meter gelegen. Aangezien de beoogde ontwikkeling op ruime afstand van deze inrichting is gelegen, vormt dit geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Transport van gevaarlijke stoffen over het spoor Ten zuiden van de beoogde ontwikkeling is een spoortraject gelegen waarover transport van gevaarlijke stoffen plaatsvindt. De beoogde ontwikkeling is op circa 1,2 kilometer van het spoortraject Utrecht – Amersfoort gelegen. Het plaatsgebonden risico van 10-6 per jaar is op 0 meter gelegen, en is hiermee aldus niet over het plangebied gelegen. Conform het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) kan het zijn dat er beperkingen worden gesteld aan ruimtelijke ontwikkelingen binnen een zone van 200 meter aan weerszijden van een transportroute. Het spoor bevindt zich echter op meer dan 200 meter afstand van de beoogde ontwikkeling, hetgeen betekent dat de externe veiligheidsrisico’s niet nader inzichtelijk gemaakt hoeven te worden. Transport van gevaarlijke stoffen via een aardgasbuisleiding In de omgeving van het plangebied bevindt zich de aardgasbuisleiding met kenmerk W-500-01. Voor deze aardgasbuisleiding geldt een inventarisatieafstand van 140 meter.
Deze aardgasbuisleiding is op circa 1,1 kilometer van het plangebied gelegen, waardoor een verdere beschouwing van de externe veiligheidsrisico’s niet aan de orde is. 5.5.3
Conclusie
In de nabije omgeving is geen sprake van risicobronnen die relevant zijn voor de beoogde ontwikkeling in het kader van externe veiligheid. Dit betekent dat het aspect externe veiligheid geen belemmering oplevert voor de beoogde ontwikkeling en aldus wordt voldaan aan de wet- en regelgeving op het gebied van externe veiligheid.
5.6
Luchtkwaliteit
5.6.1
kader
De realisatie van de beoogde ontwikkeling kan invloed hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied en de nabije omgeving. In deze paragraaf wordt nader ingegaan op het aspect luchtkwaliteit. Luchtkwaliteit heeft betrekking op luchtverontreiniging door gasvormige stoffen en verontreiniging van de lucht met fijnstof, door vooral verkeer, maar - naar mate het verkeer schoner wordt - ook door andere bronnen zoals houtstook. De luchtkwaliteit beïnvloedt in belangrijke mate de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Wegverkeer, mobiele (bouw)werktuigen en houtstook zijn, samen met de hoge achtergrondconcentratie in Utrecht, de belangrijkste lokale bronnen van luchtverontreiniging. In artikel 5.16 lid 1 van de Wet milieubeheer is vastgelegd dat het bevoegd gezag bij het vaststellen van een bestemmingsplan dat gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, rekening moet houden met de effecten op de luchtkwaliteit. Wet milieubeheer De belangrijkste wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit is vastgelegd in titel 5.2 'Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer, ook wel de Wet luchtkwaliteit genoemd. In de Wet luchtkwaliteit en bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn regels en grenswaarden opgenomen voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes, lood, koolmonoxide en benzeen.
In tabel 5.1 zijn de grenswaarden voor de luchtkwaliteit bepalende verbindingen fijnstof (PM2,5 en PM10) en stikstofdioxide (NO2) opgenomen. Tabel 3:
Grenswaarden conform de Wet milieubeheer
Stof PM2,5 PM10
Type norm Jaargemiddelde Jaargemiddelde Daggemiddelde dat 35 keer per jaar mag worden overschreden Jaargemiddelde Uurgemiddelde dat 18 keer per jaar mag worden overschreden
NO2
Concentratie in µg/m3 25 40 50 40 200
De overige in de Wet milieubeheer opgenomen verbindingen vormen geen probleem meer in Nederland. De concentraties van deze verbindingen vertonen een dalende trend en zijn dermate laag dat overschrijding van de daarvoor geldende grens- of richtwaarden redelijkerwijs uitgesloten bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
57
is. Deze verbindingen worden dan ook niet nader beschouwd. WHO-advieswaarden De Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO) heeft in 2005 advieswaarden opgesteld voor gezonde lucht. Deze advieswaarden zijn voor fijnstof strenger dan de wettelijke (Europese) grenswaarden. De WHO stelt zelfs dat er géén veilige concentratie is aan te geven voor fijnstof; op grond van haalbaarheid heeft zij daarom een gezondheids-kundige advieswaarde vastgesteld voor PM10 en PM2,5. Tabel 4:
WHO-advieswaarden voor NO2, PM10 en PM2,5
Stof NO2 (stikstofdioxide) PM10 (fijnstof) PM2,5 (fijnstof)
Grenswaarde EU 40 µg /m3 40 µg /m3 25 µg /m3
WHO-advieswaarde-2005 40 µg / m3 20 µg /m3 10 µg /m3
Toetsingsperiode Jaargemiddelde Jaargemiddelde Jaargemiddelde
Op 22 september 2021 heeft de WHO nieuwe advieswaarden voor fijnstof en stikstofdioxide opgesteld, die (beduidend) lager liggen dan de WHO-advieswaarden uit 2005. Deze WHO-advieswaarden bedragen voor stikstofdioxide 10 µg/m3 en voor fijnstof 15 µg/m3 voor PM10 en 5 µg /m3 voor PM2,5. Niet in betekenende mate Titel 5.2 van de Wet milieubeheer maakt onderscheid tussen kleine en grote ruimtelijke projecten. Kleine projecten waarvan vooraf duidelijk is dat deze de luchtkwaliteit 'niet in betekenende mate' (NIBM) verslechteren, hoeven niet meer op luchtkwaliteit te worden getoetst. Dit is opgenomen in het 'Besluit niet in betekenende mate bijdrage luchtkwaliteitseisen'. Het gaat daarbij om projecten die leiden tot een maximale bijdrage van 3% van de grenswaarde voor NO2 en PM10. De grenswaarde voor het NIBM betreft een jaargemiddelde concentratie van PM10 en NO2 onder de 1,2 µg/m3. Schone lucht in Utrecht Sinds 2017 wordt overal in Utrecht voldaan aan de Europese grenswaarden, zoals opgenomen in de wet Milieubeheer. In 2015 heeft de gemeente Utrecht een motie aangenomen waarin de gemeente zich als doel stelt om in de toekomst (2030) niet alleen aan de wettelijke grenswaarden te voldoen, maar ook aan de strengere WHO advieswaarden uit 2005 voor fijnstof.
Deze motie is uitgewerkt in het Raadsbesluit 'Utrecht kiest voor gezonde lucht - luchtkwaliteitsbeleid en uitvoeringsprogramma' van december 2020, waarin is vastgelegd om toe te werken naar de WHO-advieswaarden-2005, die expliciet zijn benoemd in de samenvatting bij het Raadsbesluit. Ook neemt de gemeente Utrecht deel aan het Schone Lucht Akkoord, waarin rijksoverheid, provincies en gemeenten samenwerken aan maatregelen ter verbetering van de luchtkwaliteit, met als doel een gezondheidswinst te behalen van minimaal 50 procent in 2030 ten opzichte van 2016. Beperkingen vanwege volksgezondheidsbeleid (gevoelige bestemmingen) Conform het Utrechtse volksgezondheidsbeleid dienen daarnaast binnen 50 meter van een drukke weg geen voorzieningen te worden gerealiseerd voor groepen mensen, die extra gevoelig zijn voor luchtverontreiniging (ouderen, mensen met een zwakke gezondheid (luchtweg- of hart/vaataandoening of suikerziekte) en kinderen van 0-18 jaar). Hierbij gaat het in de praktijk om scholen, kinderopvang en woon(zorg)voorzieningen. Hiermee wordt aangesloten op de GGD-richtlijn om binnen 50 meter van een 'drukke' weg bij voorkeur geen nieuwe gevoelige bestemmingen te realiseren vanwege het aspect luchtkwaliteit. Sinds 2009 beperkt het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) de vestiging van 'gevoelige bestemmingen' in de nabijheid van provinciale en rijkswegen.
In dit besluit is ook helder gedefinieerd wat gevoelige bestemmingen zijn. De volgende gebouwen met de bijbehorende terreinen zijn daarbij een gevoelige bestemming: scholen, kinderdagverblijven, en verzorgings-, verpleeg- en bejaardentehuizen.
5 8 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Ivoordreef, Overvecht" (vastgesteld)
Utrecht
5.6.2
Plansituatie
Niet in betekenende mate Artikel 2 van het Besluit NIBM geeft, in samenhang met bijlage 3A en 3B van de Regeling niet in betekende mate bijdrage luchtkwaliteitseisen (Regeling NIBM), aan, dat de te verwachten toename van de jaargemiddelde concentratie PM10 en NO2 < 1,2 µg/m3 (3% van de grenswaarde) bedraagt indien het aantal woningen < 3000 bedraagt, bij minimaal 2 ontsluitingswegen en < 1500 bij 1 ontsluitingsweg. Op grond hiervan kan de realisatie van 310 woningen dus als een project worden beschouwd dat in niet betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Omdat er in dit plan echter ook andere functies worden gerealiseerd, bekijken wij in deze paragraaf op kwantitatieve wijze het effect van de ontwikkeling op de luchtkwaliteit. Wijziging verkeersgeneratie Door de realisatie van de beoogde ontwikkeling is sprake van een verandering van het aantal verkeersbewegingen. Dit kan een effect hebben op de luchtkwaliteit ter plaatse. In totaal zal in de nieuwe situatie sprake zijn van 1.507 verkeersbewegingen per etmaal. Aangezien sprake is van een woongebied, zal het hierbij met name om personenwagens gaan. Het aantal van 1.507 verkeersbewegingen is berekend aan de hand van de CROW-publicaties, waarmee de verkeersgeneratie van de huidige situatie en van de nieuwe ontwikkeling inzichtelijk is gemaakt.