Chw bestemmingsplan Hoogspanningsstation, Oudenrijn_Bijlagen bij toelichting.pdf
Tekst van het document
Iedereen die werkzaamheden uitvoert of activiteiten plant in of nabij waterlopen of dijken, heeft met de Keur te maken en moet bij het niet voldoen aan de Algemene Regels een vergunning aanvragen. De meeste werkzaamheden zijn minimaal meldingsplichtig.
1.3 Doel
Het rapport heeft tot doel om te bepalen of het ontwerp negatieve effecten heeft, of en in welke mate mitigerende of compenserende maatregelen kunnen worden getroffen voor wat betreft de waterhuishouding. Effecten worden voornamelijk kwalitatief beoordeeld, met uitzondering van de toename van het verhard oppervlak. In het bestemmingsplan worden mitigerende en compenserende maatregelen uitgewerkt. Eventueel benodigde vergunningen worden niet met deze watertoets geregeld en zullen via daarvoor bedoelde procedures verkregen moeten worden. Wanneer een bronnering nodig is voor de bouwwerkzaamheden of bij ingrepen op de plaatselijke waterhuishouding (lozing / infiltratie of werkzaamheden in de buurt van een watergang), moeten in het kader van de Waterwet vergunningen/meldingen aangevraagd worden middels het Omgevingsloket.
1.4 Proces
Met Hoogheemraadschap de Stichtse Rijnlanden Waterschap (HDSR) is telefonisch en via de mail contact geweest met de afdeling vergunningsverlening (de Op 5 november 2021 heeft de HDSR inhoudelijk gereageerd per email en een notitie opgestuurd met de relevante wateraspecten. In bijlage I is de notitie toegevoegd. Op 1 juni 2022 is opnieuw contact geweest met het waterschap over de watercompensatie voor fase 2. Het wateradvies van 10 oktober 2022 (zie bijlage II) is verwerkt in deze watertoets.
1.5 Leeswijzer
In het volgende hoofdstuk wordt het ontwerp toegelicht. In dit hoofdstuk volgt een korte beschrijving van het watersysteem als geheel en de punten waarop wordt getoetst. In hoofdstuk 3 wordt per thema het ontwerp getoetst. Tenslotte wordt in de conclusie het eindoordeel gegeven. D81-JBR-KA-2100089 / Proj.nr. MN002912 / Definitief / Versie 2.0 / 17 oktober 2022
4/22
2 2.1 Huidige situatie
Uitgangspunten
In figuur 2 is de bestaande situatie van de huidige locatie weergegeven. Aan de zuidwestkant staat een werkgebouw en diverse materialen. Naast het werkgebouw is een parkeerplaats aanwezig. De hoogspanningsmasten staan in het midden van het terrein.
Figuur 2: Huidige inrichting van het hoogspanningsstation Oudenrijn van Stedin. 2.2 Toekomstige situatie
In figuur 3a is de nieuwe situatie ingetekend, waaruit blijkt dat in de toekomstige situatie nieuwe gebouwen (voor 10 kV en 50 kV) inclusief terreinverharding worden gerealiseerd. Dit gaat deels plaatsvinden aan de noordwestkant, dit betreft de blauwe en beide gelen contouren in figuur 3a. Het betreft vooral het technisch gereed maken en vervangen van installaties en gebouwen voor capaciteitsuitbreiding. In figuur 3b zijn ook de beoogde uitbreidingen in fase 2 weergegeven. Dit betreft de capaciteitsuitbreiding met het plaatsen van extra transformatoren.
2.3 Uitgangspunten
Voor het opstellen van de watertoets zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: Voorlopig ontwerp Stedin d.d. 14 juni 2022 voor uitbreiding fase 1. Notitie concept welstandstoets gemeente Utrecht, initiatief Hoogspanningsstation Oudenrijn, d.d. 8 juli 2022. Omdat er nog geen ontwerp is voor fase 2 wordt aangenomen dat 40% van het terrein verhard oppervlak wordt (worst case). Op basis van de beschikbare informatie is geen drainage aanwezig onder het terrein. Hemelwater wordt ter plaatse van de wegverharding onder afschot afgevoerd en infiltreert in de naastgelegen groenstroken. D81-JBR-KA-2100089 / Proj.nr. MN002912 / Definitief / Versie 2.0 / 17 oktober 2022
5/22
Figuur 3a: Toekomstige inrichting van het hoogspanningsstation Oudenrijn van Stedin.
Figuur 3b: Toekomstige inrichting van het hoogspanningsstation Oudenrijn van Stedin (fase 1 en 2).
D81-JBR-KA-2100089 / Proj.nr. MN002912 / Definitief / Versie 2.0 / 17 oktober 2022
6/22
3
Analyse effecten op water
In dit hoofdstuk wordt de analyse van de gevolgen voor water uitgewerkt en deze spitst zich toe op de volgende onderwerpen: Waterveiligheid (waterkeringen) Maaiveldhoogte Waterhuishouding bestaand systeem Bodemopbouw Grondwater Waterhuishouding klimaat Waterhuishouding toename verhard oppervlak Waterketen / afvalketen 3.1 Waterveiligheid
Er bevindt zich geen regionale waterkering in de directe omgeving van de onderzoekslocatie. Dit onderwerp zal daarom in deze watertoets niet verder worden uitgewerkt. Enkel wateroverlast door extreme neerslag kan de waterveiligheid in gevaar brengen. De locatie is gelegen binnen het peilbesluit Rijnenburg. Het zomerpeil is NAP -1,10 m en het winterpeil is NAP -1,20 m (geldend van 14-05-2010 t/m heden).
Figuur 4: Contour in blauw van het peilbesluit Rijnenburg. In rood de ligging van de onderzoekslocatie. 3.2 Maaiveldhoogte
Aan de hand van de AHN 3 is een inschatting van de hoogte van het maaiveld gemaakt. Het maaiveld ter plaatse van de onderzoekslocatie ligt tussen NAP -0,5 m en NAP -0,4 m. Het omliggende grasland ligt circa 0,3 meter lager. Dit betekent dat de projectlocatie volledig is opgehoogd. Aan de rechterzijde (op circa 55 meter) is sprake van een antropogene ophoging, hier is het maaiveld kunstmatig verhoogd.
D81-JBR-KA-2100089 / Proj.nr. MN002912 / Definitief / Versie 2.0 / 17 oktober 2022
7/22
Figuur 5: Algemene hoogtekaart (AHN3) ter plaatse van de onderzoeklocatie. 3.3 Waterhuishouding (bestaand systeem)
Aan zowel de west- als oostkant van de locatie bevindt zich op basis van de legger een tertiaire legger watergang. De onderhoudsplichtige betreft de aangelande. Op de locatie zelf bevinden zich geen watergangen. De watergangen hebben een ontwaterende functie en de stromingsrichting is zuid gericht.
Figuur 6: Ligging tertiaire watergangen ten westen en oosten van de onderzoekslocatie.
D81-JBR-KA-2100089 / Proj.nr. MN002912 / Definitief / Versie 2.0 / 17 oktober 2022
8/22