CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 14 oktober 2021, gemeente UtrechtBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan en opening grondexploitatie Beurskwartier47.780 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

Klimaatadaptatie De klimaatwetenschappen tonen aan dat de aarde opwarmt, dat klimaatpatronen verschuiven en extremen in weer toenemen. Voor Nederland betekent dit dat in de toekomst langere periodes met hoge temperaturen worden verwacht, onderbroken door intensievere regenbuien in vergelijking met hedendaags. Binnen stedelijk gebied leidt dit met name tot uitdagingen op het gebied van voldoende waterberging en beperken hittestress in gebouwen en openbare ruimte. Gemeentelijke plannen moeten bijdragen aan voldoende waterberging op eigen terrein en het beperken van hittestress. Om hittestress in gebouwen te voorkomen moet het gebouw zo worden gebouwd, dat gevels koel blijven, een goede ventilatie in het gebouw aanwezig is en in de zomer geen directe zoninval optreedt. Om hittestress in de openbare ruimte te voorkomen moet deze zo worden ingericht dat de temperatuur laag blijft. Diervriendelijk bouwen De gemeente heeft ook de ambitie om diervriendelijk te bouwen. Onder “diervriendelijk” bouwen wordt verstaan: bouwen met relatief kleine ingrepen, die verblijfsplekken creëren voor verschillende dieren in het stedelijk landschap. Met “diervriendelijk” bouwen wordt de biodiversiteit van de stad vergroot. De ontwikkelingen op het vlak van duurzaamheid gaan razendsnel. Met de huidige inzichten zijn normeringen opgesteld.

Het is zaak voortdurend in het oog te houden of deze normen in de loop van het ontwikkelproces moeten worden bijgesteld. Op diverse momenten in planproces, met name bij momenten waarbij de gemeenteraad of het college betrokken worden, zal beoordeeld worden of de gehanteerde uitgangspunten en ambities moeten worden bijgesteld. Op 12 maart 2020 heeft de gemeenteraad motie M2020/77 aangenomen, waarin het college wordt opgeroepen te onderzoeken hoe diervriendelijk en natuurinclusief bouwen in bestemmingsplanregels kunnen worden opgenomen. De resultaten van het onderzoek zullen te zijner tijd meegenomen worden in de uitvoering van dit bestemmingsplan. 3.4.1.1

58

Duurzaam gebruik ondergrond

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

Vanwege het intensieve gebruik van de ondergrond en de wens om de ondergrond geschikt te houden voor gebruik door volgende generaties dienen we er zorgvuldig mee om te gaan. Ondergrondkwaliteiten kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan gebiedsopgaven mits dit duurzaam plaatsvindt. Op basis van de volgende principes wordt hier invulling aan gegeven.     

Onomkeerbaarheid: voorkom onomkeerbare veranderingen van de eigenschappen van de bodem) terugneembaarheid. Minimaal ruimtegebruik: ook al is er ondergrondse ruimte genoeg, streef naar een minimaal ruimtegebruik om toekomstige ontwikkeling op voorhand niet te beperken. Robuust: functies op ingrepen in de ondergrond dienen bestendig te zijn tegen veranderingen van de fysieke omgeving en lange termijnbehoeften van de stad. Afwenteling: wentel geen overlast of beperkingen af op derden of naar de toekomst. Nature based solutions: maak gebruik van de veerkracht en eigenschappen van de ondergrond in plaats van de technische oplossingen toe te passen.

Afwijken van deze principes kan alleen naarmate respectievelijk de hernieuwbaarheid, omkeerbaarheid en beheersbaarheid van een ingreep of functie in de ondergrond (gecombineerd) afneemt zal de onderbouwing van het nut, noodzaak en impact van een geplande ingreep die afwijkt van deze principes beter moeten worden onderbouwd vanuit een brede maatschappelijke afweging. 3.4.1.2 Het plan Duurzaamheid algemeen Utrecht wil fase 2 van het Stationsgebied duurzaam en gezond ontwikkelen. De uitgangspunten hiervoor zijn vastgelegd in de Toekomstvisie ”A Healthy Urban Boost” van juni 2015 en de Omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein, naar een groter centrum (7 december 2017). De nadruk binnen duurzaamheid ligt op klimaatadaptatie en het gebruik van het vele groen op de daken en in de parken. De ontwikkeling geeft tevens invulling aan de moties op Utrecht bouwt BENG en Circulair bouwen is de norm. Uitgangspunten zijn daarbij: zuinig omgaan met energie en grondstoffen, duurzaam opwekken van energie, klimaatbestendig en gezond bouwen met hernieuwbare materialen, en het realiseren van een goede leefomgevingskwaliteit. Concrete invulling zal plaats vinden bij de voorwaarden die aan de tenders van de bouwblokken gesteld worden, bij het stedenbouwkundig ontwerp en de ontwerpen van de openbare ruimtes. Slimme oplossingen moeten het Beurskwartier op termijn klimaatneutraal maken.

De parken, verbindend groen, groene daken en mogelijk gevelbegroeiing maken de omgeving aantrekkelijk, vangen overtollig water op en nodigen uit tot ontmoeting en beweging. Energie Er moet rekening worden gehouden met het beperken van uitputting van de bodem: volledig herstel van de bodemtemperatuur is het uitgangspunt. Ook moet rekening worden gehouden met het feit dat alleen het 1e watervoerend pakket tot 50 meter diepte gebruikt kan worden. Gezien de dichte en hoge bebouwing wordt het een uitdaging om het gebied klimaatneutraal te ontwikkelen conform de richtlijnen van het Utrechtse energieprotocol. Een collectief systeem met warmte-koudeopslag sluit aan op het Utrechtse energieprotocol. Vanwege de ligging nabij het Merwedekanaal is een koppeling met het winnen van thermische energie uit oppervlaktewater binnen het plangebied voor de hand liggend. Bij de nadere uitwerking van de bouwblokken moet bij het ontwerpen rekening worden gehouden met zon en wind. Streven is hierbij om de zon en wind te benutten voor passieve verwarming en koeling van gebouwen:    

iedere woning minimaal 50% zonuren per dag; de wind benutten voor ventilatie en koeling; zonering van het programma: kantoren in de schaduw (noordzijde of in slagschaduw van hoge gebouwen); woningen zoveel mogelijk met één van beide gevels op de zon.

Circulair bouwen Uitgangspunt is dat ten minste wordt aangesloten bij de intentie van het betonakkoord dat de gemeente Utrecht heeft ondertekend. Er wordt gestreefd naar 100% hergebruik van vrijkomende grondstoffen en naar toepassing van minimaal 30% hergebruikt beton in nieuw beton in 2020. Het uitgangspunt is om bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

59

aan te sluiten bij het Madaster materialenpaspoort.       

Hergebruik materiaalstromen op zichtbare wijze Hergebruik materiaal vrijkomende materialen in gebied Demontabele gebouwdelen, flexibele indeling Ontwerp openbare ruimte en gebouwen: over dimensionering fundamenten en draagkracht, hergebruik materialen, materiaalarm en biobased ontwerpen, eigenaarschap materialen. Materialenpaspoort gebouwen Bouwlogistiek: Just in time, gezamenlijk bouwdepot Deeleconomie bevorderen

Klimaatadaptatie Het gebied wordt zo ingericht dat het voldoet aan de het nog vast te stellen klimaatbeleid. Hittestress:     

het gebied wordt zo ontworpen dat op hete dagen de temperatuur op straat aanvaardbaar is gebouwen zodanig ontwerpen met groene daken, zonweringen en ventilatie dat het binnenklimaat gunstig is alle doelgroepen kunnen binnen gepaste afstand een koele plek bereiken voldoende waterbuffering zodat openbaar groen ook bij droogte voldoende water krijgt doorspoelbaarheid of voldoende diepe watergangen zodat ze niet te sterk opwarmen.

Forse regenbuien piekwaterhoeveelheden bergen en/of afvoeren:          

openbare ruimte inrichten conform vereisten in hoofdstuk water regenwater voor toilet of bluswater gebruiken (kan) aanleg van twee parken om hittestress te vermindering maatvoering openbare ruimte voor grote bomen 1e orde-categorie, of indien niet mogelijk 2e orde genoeg bomen planten afkoppeling regenwater gebouwen in combinatie met wateropvang in de openbare ruimte en buffering van het water ondergronds maximalisatie toepassen organisch stofgehalte in bodem daken lager dan 25 meter ( streven 50% totaal) groen voor vertraagde waterafgifte, ook als er zonnepaneeldaken worden geplaatst en aandacht voor waterbuffering groene gevels overige maatregelen: lichte kleuren, fysieke maatregelen, etc.

Aanbevelingen voor de uitwerking(en): 

60

daken boven de 25 meter worden benut voor energie (eventueel in combinatie met waterberging), daken beneden en op 25 meter worden benut voor groen- en waterberging (met uitzondering van daken met een gebruiksfunctie), waarbij onderlinge combinaties van groen en energie zijn ook mogelijk; bouwblokken hebben een buffercapaciteit van 45mm ten opzichte van het verharde oppervlak, tenzij met een maatwerkberekening wordt aangetoond dat met een afwijkende buffercapaciteit kan worden volstaan. Een extreme bui van 80mm in één uur moet verwerkt kunnen worden zonder dat er schade optreedt in gebouwen en vitale infrastructuur, zoals nutsvoorzieningen, door instromend regenwater.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

3.5

Thematisch onderzoek

3.5.1

Verkeer en parkeren

3.5.1.1

Verkeer

3.5.1.1.1 Inleiding Deze paragraaf gaat in op de effecten van de ontwikkeling van het plangebied op de bereikbaarheid. Daarbij komen de diverse vervoerswijzen aan de orde: autoverkeer, openbaar vervoer, fietsverkeer en voetgangers. Het verkeersbeleid van de gemeente staat in het mobiliteitsplan Slimme routes, slim regelen, slim bestemmen (SRSRSB) dat deel uitmaakt van de gemeentelijke omgevingsvisie. Het mobiliteitsplan SRSRSB wijst het Beurskwartier aan als deel van de A-zone. In zone A is de verkeersruimte schaars en is verblijfskwaliteit van het grootste belang. Fietser en vooral voetganger zijn hoofdgebruiker en krijgen de prioriteit. Hoogwaardig openbaar vervoer krijgt prioriteit bij kruisend verkeer. In zone A rijdt alleen autoverkeer en distributieverkeer met een eindbestemming in deze zone (te gast). Dat verkeer maakt gebruik van aangewezen routes, afleverpunten en parkeervoorzieningen. De inrichting van de openbare ruimte moet zo helder zijn dat het verkeer zichzelf regelt en verkeerslichten nauwelijks nodig zijn. 3.5.1.1.2 Voetgangers De voetganger staat centraal. Het plangebied wordt autoluw door alleen bestemmingsverkeer toe te staan, zoals de deelauto's en bevoorrading. Het aantal parkeerplaatsen in het gebied wordt beperkt tot parkeerplaatsen voor deelauto's.

Zo is het mogelijk om binnen het plangebied Beurskwartier 1 ruimtes te reserveren voor alleen voetgangers. De centrumboulevard is een belangrijke drager van het voetgangersnetwerk. De centrumboulevard loopt van de Jaarbeurs (in de toekomst vanaf het Merwedekanaal) tot aan het Vredenburg. Een andere belangrijke verbinding voor voetgangers is de verbinding via de Moreelsebrug naar de binnenstad. 3.5.1.1.3 Fietsverkeer De fiets heeft een belangrijkere rol in het binnenstedelijke gebied rondom het Beurskwartier. Om het Beurskwartier liggen hoofdfietsroutes:   

Graadt van Roggenweg Van Zijstweg Croeselaan

De fietsvoorzieningen langs een aantal van deze wegen krijgen een kwaliteitsimpuls. Langs de Van Zijstweg worden aan beide zijden fietspaden aangelegd die in twee richtingen te berijden zijn (gereed eind 2020). Langs de Graadt van Roggenweg worden op termijn ook aan beide zijden fietspaden voor twee richtingen aangelegd. Deze zorgen voor verbindingen met de regionale doorfietsroutes zoals de Leidseweg en de Kanaalweg.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

61

Fietsnetwerk SRSRSB, "hoofdfietsroutes" (blauw) en "doorfietsroutes" (bruin) Er is ten zuiden van station Utrecht Centraal een oost-west verbinding over het spooremplacement voor fietsers en voetgangers, de Moreelsebrug. Er wordt onderzocht of er ter hoogte van de Nicolaas Beetstraat een extra verbinding voor fietsers en voetgangers naar het zuidelijke deel van de Binnenstad kan komen. In het plangebied Beurskwartier 1 worden fietsverbindingen toegevoegd, zowel oost-west als noord-zuid, om zo de bereikbaarheid van het gebied en de verbindingen naar de omliggende fietsroutes te optimaliseren.

3.5.1.1.4 Openbaar Vervoer Het plangebied ligt op loopafstand van het station Utrecht Centraal, een openbaar vervoerterminal (OVterminal) die bestaat uit het treinstation, twee busstations en een tramstation. De OV-terminal zorgt ervoor dat het hele Beurskwartier goed bereikbaar is met het openbaar vervoer. Het Hoogwaardig Openbaar Vervoer (HOV) heeft een eigen infrastructuur in het stationsgebied. De HOVZuidradiaal loopt over de busbaan Dichterswijk (gereed in 2020) naar de OV-terminal. Ter hoogte van het Beurskwartier komen er geen in-uitstaphaltes, omdat de OV-terminal op loopafstand ligt. De tram tussen Utrecht en IJsselstein en Nieuwegein rijdt over de Graadt van Roggenweg naar het Jaarbeursplein. De tram heeft haltes aan de Graadt van Roggenweg en op het Jaarbeursplein. In 2021 wordt de deze tramlijn gekoppeld aan de Uithoflijn en daarmee met het tramstation in de OV-terminal (oostzijde). Over de Graadt van Roggenweg rijden momenteel zes buslijnen, drie stadslijnen en drie streeklijnen (richting het zuiden via de A2). Deze buslijnen hebben een halte aan de Graadt van Roggenweg ter hoogte van de tramhalte.

62

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

3.5.1.1.5 Autoverkeer: ontsluiting en onderzoek verkeersbewegingen Zoals eerder aangegeven wordt het Beurskwartier autoluw, alleen deelauto's en logistiek verkeer kan het gebied bereiken. Uiteraard is het ook mogelijk om kort bij de woning of bestemming te parkeren om zaken in- en uit te laden. Voor autoverkeer gaat het om drie ontsluitingen:   

via de Graadt van Roggenweg (huidige ontsluiting parkeerterrein P1 van de Jaarbeurs); vanaf de Croeselaan ter hoogte van Wonderwoods; via de Van Zijstweg ter hoogte van de huidige expeditie-entree.

Ontsluitingsstructuur autoverkeer Berekening verkeersaantrekkende werking De basis voor de berekening van de verkeersaantrekkende werking is het vigerende verkeersmodel VRU 3.4. Voor het Beurskwartier is een modelvariant opgesteld om het programma Beurskwartier en het verkeersmodel in overeenstemming te brengen. Bij het berekenen van de verkeersaantrekkende werking is een aantal aannames gedaan met een worstcasebenadering, zoals bij de berekeningen in paragraaf 3.5.1.2 over het parkeren. Deelauto's parkeren in nieuwe parkeergarages in het plangebied. In paragraaf 3.5.1.2.3 wordt uitgelegd bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

63

dat er sprake kan zijn van een hoger aandeel deelauto's. Andere auto's parkeren op afstand op de parkeerterreinen van de Jaarbeurs aan het Merwedekanaal of in huidige of nieuw te ontwikkelen P+R-garages aan de rand van de stad. Voor de berekening van de het aantal verkeersbewegingen gaan we er van uit dat alle auto's die bij de ontwikkeling Beurskwartier 1 en De Foreest horen parkeren op de parkeerterreinen van de Jaarbeurs, met uitzondering van de deelauto's die in het plangebied parkeren. Dat uitgangspunt maakt deel uit van de worstcasebenadering. Want in de praktijk zullen de wegen van en naar het plangebied minder belast worden, omdat lang niet al het autoverkeer van die parkeerterreinen gebruik zal maken. Er is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd voor de situatie dat er geen of weinig plekken worden aangeboden op P2 en P4 van de Jaarbeurs en voor de situatie dat de helft van deze plekken of alle plekkenplekken beschikbaar worden gesteld op de toekomstige P+R-garage in Papendorp. Analyse Met behulp van verkeersmodel VRU3.4 (modelvariant Beurskwartier) is berekend hoe de verkeersontwikkeling als gevolg van Beurskwartier 1 en De Foreest zich verhoudt tot de autonome ontwikkeling (de natuurlijke groei zonder gebiedstransformatie) tot 2030. In totaal gaat het om circa 6.000 voertuigen per dag.

De 6.000 autoverplaatsingen per etmaal zijn verdeeld over het plangebied (421, alleen deelauto's) en de parkeerlocatie P2/P4 van de Jaarbeurs). In de berekening is geen rekening gehouden met een eventueel minder gebruik van de auto als deze op afstand staat geparkeerd.

Ligging van het parkeerterrein P2 en de parkeergarage P4 van de Jaarbeurs

Uitkomsten Uit de analyse van de berekeningen blijkt dat de planontwikkeling, vergeleken met de autonome ontwikkeling, vrijwel dezelfde ontwikkeling in de aantallen verkeersbewegingen van en naar het plangebied en de parkeerterreinen van de Jaarbeurs laat zien. Over het algemeen komt er gemiddeld een 64

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

paar procent verkeer bij op bijna alle wegvakken in het westelijke deel van het beschouwde invloedsgebied. Voor de analyse van de verkeersbewegingen is gekeken naar het effect op de diverse routes van en naar het plangebied. De westelijke route vanaf de snelweg A2 is de belangrijkste route. Deze route loopt via Hooggelegen, de Martin Luther Kinglaan, de Weg der Verenigde Naties, de Overste den Oudenlaan, de Van Tellegenlaan en de Van Zijstweg. De zuidelijke verbinding loopt via de Europalaan en de Overste den Oudenlaan. Een deel van het autoverkeer uit het zuiden komt over de Croeselaan-zuid (ca. 400 per etmaal) of via Papendorp circa 300 op etmaal). De oostelijke verbinding loopt over het Westplein, de Graadt van Roggenweg, de Overste den Oudenlaan en verder. Op de Overste den Oudenlaan zijn in het verkeermodel de grootste relatieve toenames van autoverkeer waar te nemen. Met deze groei is in het verleden al rekening gehouden met de reconstructie van de Overste den Oudenlaan die onder andere onderbouwd is in de toelichting van het bestemmingsplan Busbaan Transwijk. In onderstaande tabel wordt de autonome verkeersontwikkeling vergeleken met verkeersontwikkeling die verwacht als gevolg van Beurskwartier 1. De cijfers geven de verkeersintensiteit weer, uitgedrukt in het aantal motorvoertuigen per etmaal.

wegvak

autonoom

Croeselaan ten noorden van de 13.300 Van Zijstweg Croeselaan ten noorden van de 7.500 Van Zijstweg Vondellaan 12.500 Bleekstraat 7.800 Catherijnesingel ten noorden 14.000 van de Bleekstraat Catharijnesingel ten zuiden van 6.900 Bleekstraat Rijnlaan ten noorden van 7.000 Waalstraat Rijnlaan ten zuiden van 6.000 Waalstraat Balijebrug 13.100 Europalaan noord 17.000 Europalaan Zuid 34.400 't Goylaan ter hoogte van de 18.900 Julianaweg Beneluxlaan ten zuiden van 15.400 Wilhelminalaan Beneluxlaan ten noorden van 21.800 Wilhelminalaan Bevrijdingslaan 9.900 Koningin Wilhelminalaan 11.000 Overste den Oudenlaan ten 13.600 zuiden van Van Tellegenlaan Overste den Oudenlaan ten 17.600 noorden van Van Tellegenlaan Van Zijstweg 12.800 Dominee Martin Luther Kinglaan 54.700 Weg der Verenigde Naties 34.900 Graadt van Roggenweg 28.200 Westplein 17.900 Daalsetunnel 22.300 Daalsesingel 13.200 Amsterdamsestraatweg 11.900 Weerdsingel Westzijde 12.100

plan 13.100

verschil plan en autonoom aantallen percentage -200 -2%

7.900

400

5%

13.000 8.000 14.000

500 200 0

4% 3% 0%

6.900

0

0%

7.000

0

0%

6.000

0

0%

13.900 17.600 35.000 18.700

800 600 600 -200

6% 4% 2% -1%

15.600

200

1%

22.300

500

2%

10.200 11.500 15.300

300 500 1.700

3% 5% 13%

20.300

2.700

15%

12.800 55.600 36.200 28.800 18.400 22.800 13.200 11.900 12.200

0 900 1.300 600 500 500 0 0 100

0% 2% 4% 2% 3% 2% 0% 0% 1%

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

65

Vleutenseweg Vleutenseweg (Hoge Weidebrug) Cartesiusweg Spinozaweg Joseph Haydnlaan Winthontlaan Mauritiuslaan Europalaan zuid (van A12)

10.300 31.900

10.200 31.900

-100 0

-1% 0%

41.500 28.500 28.000 6.000 9.200 15.100

41.500 28.700 28.100 6.000 9.300 15.200

0 200 100 0 100 100

0% 1% 0% 0% 1% 1%

Verkeersdoorstroming Het adviesbureau Royal Haskoning heeft de verkeersdoorstroming berekend in een onderzoek voor het gebied Busbaan Dichterswijk (Onderzoek doorstroming Voorlopig Ontwerp Busbaan Dichterswijk, Royal Haskoning - DHV (2 januari 2018), zie bijlage 14). Dit onderzoek is gedaan met behulp van een “capaciteitstool” (ook wel dynamische simulatie genoemd), waarmee op basis van toekomstig te verwachten verkeersstromen en wegontwerp inclusief de verkeersregelingen een analyse wordt gemaakt van de doorstroming op de wegen. Een dergelijk onderzoek geeft inzicht in aspecten als wachtrijen bij kruisingen en wachttijden bij verkeerslichten. De berekening met de capaciteitstool voor de Busbaan Dichterswijk heeft de ontwikkeling van het Beurskwartier 1 meegenomen. Die ontwikkeling heeft bijvoorbeeld als gevolg dat het verkeer dat het Beurskwartier uit rijdt over de nieuwe aansluiting van Beurskwartier 1 op de Van Zijstweg niet linksaf kan slaan de Van Zijstweg op en dat het kruispunt Croeselaan - Van Zijstweg samen met het wegvak Croeselaan-zuid tot de Jan van Foreeststraat wordt aangepast (momenteel in voorbereiding). Zoals hierboven aangeven neemt het verkeer op de Overste den Oudenlaan (noord 15% toename, zuid 13% toename) relatief het meest toe. In de 2e Actualisatie aanvullend MER stationsgebied Utrecht, Arcadis Nederland B.V.

(14 juli 2017, verder: het MER (2017)) zijn de effecten al onderzocht. De berekende verkeersintensiteiten op de Overste den Oudenlaan lagen in het MER (2017) hoger dan de nieuw doorgerekende verkeersintensiteiten (VRU 3.4) voor Beurskwartier 1. Uit het onderzoek voor het MER (2017) bleek al dat de verkeerstoename niet tot knelpunten zou leiden. Daarom worden er met de actuele inzichten en de lagere verkeerstoename ook geen knelpunten verwacht op de Overste den Oudenlaan. Ook in de capaciteitstool zijn geen doorstromingsproblemen in de ochtend- en avondspits op de Overste den Oudenlaan geconstateerd. Op basis van de actuele inzichten is er geen sprake van een knelpunt op de Overste den Oudenlaan. Uit de capaciteitstool blijkt dat de doorstroom van auto's in de avondspits goed is op de Jan Foreeststraat, de Van Zijstweg en de Croeselaan. Dit houdt in dat al het verkeer dat wacht voor een verkeerslicht bij het eerstvolgende groen door kan rijden. In de ochtendspits (tussen 7.45 en 9.00 uur) kan een wachtrij op de Croeselaan (zuid) ontstaan met een maximale lengte van circa 700 meter. De verkeerslichten worden zo afgesteld dat de Van Zijstweg meer prioriteit krijgt dan de Croeselaan-zuid. Op de Van Zijstweg kan tussen 8.00 en 8.30 uur een wachtrij ontstaan, maximaal tot aan de Veilinghavenkade. De fietsers krijgen in deze situatie voldoende groen en hun wachttijd blijft beperkt.

De ontwikkeling Beurskwartier 1 heeft dus een (beperkte) afname van de bereikbaarheid door gemotoriseerd verkeer tot gevolg. In de ochtendspits kunnen er aanzienlijke wachtrijen op de Croeselaan en Van Zijstweg ontstaan. De verkeersdruk neemt toe en leidt tot meer wegvakken met een hogere verkeersbelasting. De gemeente beschouwt deze uitkomst, met in achtneming van het gemeentelijke mobiliteitsplan, als aanvaardbaar. De genoemde wegen maken op grond van dit plan deel uit van een Azone, waar het primaat ligt bij het openbaar vervoer, de fiets en de voetganger. De doorstroming van de auto staat hier niet voorop. Een matige doorstroming (tijdens de spits) wordt daarom als voldoende gezien. Gevoeligheidsanalyse bij gebruik van andere parkeerlocaties In aanvulling op bovenstaande analyse, zijn voor twee scenario's analyses gemaakt waarin auto's niet of gedeeltelijk niet op de parkeerterreinen van de Jaarbeurs parkeren: 4. scenario 1: 50% van de parkerende auto's maakt gebruik van de parkeerterreinen P2/P4 van de Jaarbeurs en de andere 50% van de toekomstige P+R-parkeergarage Papendorp; 5. scenario 2: alleen de toekomstige P+R Papendorp wordt gebruikt. Intensiteiten wegvakken scenario 1 Wegvak

66

autonoom

plan

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

verschil plan en autonoom

Utrecht

Croeselaan ten noorden van de 13.300 Van Zijstweg Croeselaan ten noorden van de 7.500 Van Zijstweg Vondellaan 12.500 Bleekstraat 7.800 Catherijnesingel ten noorden 14.000 van de Bleekstraat Catharijnesingel ten zuiden van 6.900 Bleekstraat Rijnlaan ten noorden van 7.000 Waalstraat Rijnlaan ten zuiden van 6.000 Waalstraat Balijebrug 13.100 Europalaan noord 17.000 Europalaan Zuid 34.400 't Goylaan ter hoogte van de 18.900 Julianaweg Beneluxlaan ten zuiden van 15.400 Wilhelminalaan Beneluxlaan ten noorden van 21.800 Wilhelminalaan Bevrijdingslaan 9.900 Koningin Wilhelminalaan 11.000 Overste den Oudenlaan ten 13.600 zuiden van Van Tellegenlaan Overste den Oudenlaan ten 17.600 noorden van Van Tellegenlaan Van Zijstweg 12.800 Dominee Martin Luther 54.700 Kinglaan Weg der Verenigde Naties 34.900 Graadt van Roggenweg 28.200 Westplein 17.900 Daalsetunnel 22.300 Daalsesingel 13.200 Amsterdamsestraatweg 11.900 Weerdsingel Westzijde 12.100 Vleutenseweg 10.300 Vleutenseweg (Hoge 31.900 Weidebrug) Cartesiusweg 41.500 Spinozaweg 28.500 Joseph Haydnlaan 28.000 Winthontlaan 6.000 Mauritiuslaan 9.200 Europalaan zuid (van A12) 15.100 Papendorpseweg 15.700 Marinus van Tyrusviaduct 12.500 afslag 8a Papendorp 2.300

13.100

aantallen -200

percentage -2%

7.800

300

4%

12.900 8.000 14.000

400 200 0

3% 3% 0%

6.900

0

0%

7.000

0

0%

6.100

100

2%

13.700 17.300 34.500 19.000

600 300 100 100

5% 2% 0% 1%

15.700

300

2%

22.500

700

3%

11.300 11.700 14.400

1.400 700 800

14% 6% 6%

18.900

1.300

7%

12.800 55.100

0 400

0% 1%

35.800 28.700 18.200 22.600 13.000 11.800 12.200 10.200 31.900

900 500 300 300 -200 -100 100 -100 0

3% 2% 2% 1% -2% -1% 1% -1% 0%

41.600 28.700 28.200 6.000 9.200 15.100 16.200 13.200 2.600

100 200 200 0 0 0 500 700 300

0% 1% 1% 0% 0% 0% 3% 6% 13%

plan

verschil plan en autonoom

13.100

aantallen -200

Intensiteiten wegvakken scenario 2 wegvak

autonoom

Croeselaan ten noorden van de 13.300 bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

67

percentage -2%

Van Zijstweg Croeselaan ten noorden van de 7.500 Van Zijstweg Vondellaan 12.500 Bleekstraat 7.800 Catharijnesingel ten noorden 14.000 van de Bleekstraat Catharijnesingel ten zuiden van 6.900 Bleekstraat Rijnlaan ten noorden van 7.000 Waalstraat Rijnlaan ten zuiden van 6.000 Waalstraat Balijebrug 13.100 Europalaan noord 17.000 Europalaan Zuid 34.400 't Goylaan ter hoogte van de 18.900 Julianaweg Beneluxlaan ten zuiden van 15.400 Wilhelminalaan Beneluxlaan ten noorden van 21.800 Wilhelminalaan Bevrijdingslaan 9.900 Koningin Wilhelminalaan 11.000 Overste den Oudenlaan ten 13.600 zuiden van Van Tellegenlaan Overste den Oudenlaan ten 17.600 noorden van Van Tellegenlaan Van Zijstweg 12.800 Dominee Martin Luther 54.700 Kinglaan Weg der Verenigde Naties 34.900 Graadt van Roggenweg 28.200 Westplein 17.900 Daalsetunnel 22.300 Daalsesingel 13.200 Amsterdamsestraatweg 11.900 Weerdsingel Westzijde 12.100 Vleutenseweg 10.300 Vleutenseweg (Hoge 31.900 Weidebrug) Cartesiusweg 41.500 Spinozaweg 28.500 Joseph Haydnlaan 28.000 Winthontlaan 6.000 Mauritiuslaan 9.200 Europalaan zuid (van A12) 15.100 Papendorpseweg 15.700 Marinus van Tyrusviaduct 12.500 afslag 8a Papendorp 2.300

7.800

300

4%

12.800 8.100 14.200

300 300 200

2% 4% 1%

6.800

-100

-1%

6.900

-100

-1%

6.000

0

0%

13.600 16.900 34.300 19.000

500 -100 -100 100

4% -1% 0% 1%

15.800

400

3%

22.700

900

4%

12.700 11.900 14.400

2.800 900 800

28% 8% 6%

17.500

-100

-1%

12.900 54.800

100 100

1% 0%

35.400 28.600 18.100 22.500 13.000 11.800 12.200 10.200 31.900

500 400 200 200 -200 -100 100 -100 0

1% 1% 1% 1% -2% -1% 1% -1% 0%

41.600 28.700 28.200 6.000 9.200 15.000 16.700 13.900 2.700

100 200 200 0 0 -100 1.000 1.400 400

0% 1% 1% 0% 0% -1% 6% 11% 17%

Uit deze analyse blijkt dat de toename van verkeer op de wegen rond het Beurskwartier 1 een lagere groei laten zien dan in de situatie waarin al het parkeren bij de Jaarbeurs is georganiseerd. Op de wegen naar Papendorp neemt het aantal verkeersbewegingen toe, zoals op de Papendorpseweg, het Marinus van Tyrusviaduct en de afslag 8a Papendorp van de A2. Dit beeld doet zich logischerwijs nog sterker voor bij scenario 2, als al het parkeren op afstand modelmatig verplaatst is naar de P+R-parkeergarage Papendorp. Daarnaast valt op dat routes vanuit de stad naar de P+R Papendorp drukker worden. Autoverkeer rijdt in hoofdzaak via de Bevrijdingslaan (Prins Clausburg) naar Papendorp om daar te parkeren. Hierbij gaat het model ervan uit dat op P+R Papendorp even veel parkeerplaatsen beschikbaar zijn als bij de Jaarbeurs. Er is in deze cijfermatige analyse geen rekening gehouden met een te 68

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

verwachten afname van de hoeveelheid autobewegingen doordat men kiest voor een andere vervoerswijze (bijvoorbeeld de trein). Per saldo verwachten we een afname van autoverkeer ten opzichte van het scenario met veel plekken op P2 - P4 bij de Jaarbeurs, omdat mensen geen gebruik maken van de mogelijkheid om op de P+R te parkeren en uitwijken naar andere vervoerswijzen. Dit zal zeker gelden voor automobilisten die uit de stad Utrecht komen. Hier is in de berekeningen geen rekening gehouden. Wanneer dit P+R-scenario (scenario 1 of 2) wordt uitgevoerd zal de gemeente vanaf het begin van de gefaseerde ontwikkeling van Beurskwartier nauwgezet monitoren hoeveel parkeerplaatsen op de P+R Papendorp daadwerkelijk nodig zijn voor bezoekers, werkenden en bewoners van het Beurskwartier. De verwachting is dat zij vaak andere vervoerskeuzes zullen maken, omdat alle aanwezige voorzieningen binnen fietsafstand liggen, het station Utrecht Centraal dichtbij is en er deelauto's op de locaties beschikbaar zijn. Dus in de praktijk zal de uitkomst altijd dicht in de buurt liggen van scenario 1. De plekken bij de Jaarbeurs worden niet meer beschikbaar gesteld maar toch zal 50 % van de potentiële bezoekers van de P+R een andere vervoersoplossing kiezen en geen gebruik maken van de P+R. In de paragraaf 3.5.1.2 over parkeren wordt hier nader op ingegaan.

3.5.1.1.6 Conclusie De uitvoering van het bestemmingsplan Beurskwartier 1 voldoet aan de gemeentelijke mobiliteitseisen over openbaar vervoer, voetgangers, fietsers en gemotoriseerd verkeer. De ontwikkeling van Beurskwartier 1 heeft, met inachtneming van het gemeentelijk beleid en de voorziene mobiliteitsmaatregelen, geen onaanvaardbare negatieve effecten op de doorstroming van het auto- en vrachtverkeer. De doorstroming voldoet aan de gemeentelijke eisen. De conclusie volgt uit de volgende feiten en overwegingen:    

 

voetgangers en fietsers staan bij de inrichting van het gebied centraal; alle nodige voorzieningen zijn uitstekend per fiets of zelfs te voet bereikbaar; het plangebied is uitstekend ontsloten door openbaar vervoer; de regels van het bestemmingsplan borgen dat de verkeersaantrekkende werking beperkt blijft door de parkeerbehoefte te maximeren en het parkeren, afgezien van deelauto's, buiten het plangebied te houden; de primaire analyse en de analyse van twee alternatieve scenario's laten zien dat de doorstroming ook op wegen die extra belast worden aanvaardbaar blijft; de deskundigen verwachten dat het aantal verkeersbewegingen gedempt wordt door minder autobezit als gevolg van de uitstekende bereikbaarheid per fiets of openbaar vervoer, vanwege het op afstand parkeren, de beschikbaarheid van deelauto's en de verandering van levensstijl.

3.5.1.2

Parkeren

3.5.1.2.1 Inleiding Door de nieuwbouw in het plangebied ontstaat een behoefte aan parkeergelegenheid. Het voldoen aan die parkeerbehoefte is een onderdeel van de ontwikkeling van het gebied. De gemeente heeft beleid vastgesteld om ervoor te zorgen dat planontwikkelingen voorzien in voldoende parkeergelegenheid voor auto's en fietsen en om de partij die ontwikkelt duidelijkheid te geven over wat dan "voldoende" is. Het beleid is vastgelegd in de Nota Stallen en Parkeren (2013) en in het bij die nota horende Addendum Parkeernormen Fiets en Auto (2019; "addendum" betekent: toevoeging). In het Addendum is vastgesteld dat voor sociale huurwoningen en voor middenhuurwoningen die groter zijn dan 55m 2 een 25% lagere parkeernorm mag worden gebruikt. Met de vaststelling van de omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein heeft de gemeenteraad bepaald: 

dat het plangebied, in plaats van in de B-zone, binnen de zogenoemde A-zone van de nota Stallen en Parkeren valt (dat betekent dat bij het berekenen van de parkeernorm een lagere norm geldt, want bij de A-zone hoort een lagere norm dan bij de B-zone) en dat bij de berekening van de parkeerbehoefte de minimumnorm van die nota moet worden gebruikt (dat betekent dat de planontwikkeling moet rekenen met de laagste parkeerbehoefte).

De bedoeling van dit besluit van de gemeenteraad is om ervoor te zorgen dat de ruimte in het plangebied zo min mogelijk wordt gebruikt voor parkeervoorzieningen en dat het aantal verkeersbewegingen als gevolg van de beperkte aanwezigheid van parkeervoorzieningen beperkt wordt. De Nota Stallen en Parkeren, het bijbehorende Addendum, de bijlagen en beleidsregels bij de nota en de nuancering in de omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein noemen we in deze paragraaf kortweg bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

69

"de parkeernota". De parkeernota geeft aan hoe de parkeerbehoefte berekend moet worden. Omdat de berekende behoefte niet altijd aansluit bij de planontwikkeling, biedt de parkeernota ook mogelijkheden om de uitkomst van de behoefte te nuanceren. Die nuancering leidt tot wat we noemen de parkeereis. Het getal dat de parkeereis weergeeft is dus het aantal parkeerplaatsen dat nodig is om te voldoen aan de eis uit de parkeernota dat de ontwikkeling zorgt voor voldoende parkeerplaatsen. Deze paragraaf laat zien hoe de parkeerbehoefte is berekend en aan welke parkeereis de planontwikkeling moet voldoen (paragraaf 3.5.1.2.2), hoe het project de parkeereis uitvoert (paragaaf 3.5.1.2.3), de conclusie over het parkeren (paragraaf 3.5.1.2.4) en hoe het stallen van fietsen wordt geregeld (paragraaf 3.5.1.2.5). 3.5.1.2.2 Berekening van de parkeerbehoefte van auto's, de parkeereis Om de parkeerbehoefte te berekenen moet het programma voor plangebied Beurskwartier 1 en De Foreest vertaald worden in de termen en categorieën van de parkeernota. De berekening in deze paragraaf gebruikt het programma dat in de tabel in de omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein is opgenomen. Dat is namelijk het programma dat dit bestemmingsplan mogelijk maakt. Beurskwartier 1 In de parkeernota wordt gewerkt met vier categorieën op basis van grootte van de woning.

Bij elke categorie is aangegeven wat de parkeernorm is. De parkeernorm wordt uitgedrukt in het benodigde aantal parkeerplaatsen per woning. Een parkeernorm van 0,98 betekent dat er iets minder dan één parkeerplaats per woning nodig is (per 100 woningen moeten er 98 parkeerplaatsen zijn). Het woonprogramma in de omgevingsvisie Beurskwartier en Lombokplein is uitgedrukt in vierkante meters. Het totale woonprogramma, inclusief de 15.000m2 wonen of werken uit de tabel op pagina 66 van de omgevingsvisie, heeft een omvang van 223.500m2 (bruto vloeroppervlak). Om de normen van de parkeernota te kunnen toepassen moeten deze vierkante meters vertaald worden aantallen woningen per categorie. Deskundigen van de gemeente hebben een inschatting gemaakt van het aantal woningen per categorie dat naar verwachting in het plangebied gebouwd wordt. Daarbij hebben zij rekening gehouden met het aandeel sociale huur van 20% dat in de regels van het bestemmingsplan is opgenomen. Het resultaat staat in onderstaande tabel. Programmatabel Beurskwartier 1, wonen (totaal 3384 woningen) woningtype appartementen (80-130 m2) appartementen (55-80 m2) woning sociale huur (55-80 m2) woning sociale huur (tot 55 m2) appartementen koop klein (tot 55 m2)

aantal woningen 358 1.278 406

parkeernorm per woning 0,9 0,83 0,62* 0,38 0,38

269 1.073 3.384 *Dit is inclusief de 25% aftrek voor sociale woningbouw conform het addendum

aantal parkeerplaatsen 322 1.061 253 102 408 2.146

De categorie middeldure woningen is nog niet uitgesplitst naar huur en koop. Op dit moment kan geen realistische inschatting worden gemaakt. Dat betekent dat de aftrek die de parkeernota toestaat voor middenhuur niet benut kan worden. In de berekening is daarom alleen de aftrek voor het aandeel van sociale huurwoningen die groter zijn dan 55 m2 meegenomen. Het bestemmingsplan staat naast wonen een groot aantal andere functies toe, zoals maatschappelijke voorzieningen, detailhandel, horeca, cultuur en sport. In de programmatabel van de omgevingsvisie vallen die functies onder “werken” (kantoor), “plint grootschalig”, “plint kleinschalig” en “voorzieningen”. De parkeernota geeft de parkeernormen aan per functie (zie bijlage 13), uitgedrukt in het benodigde aantal parkeerplaatsen per 100m2. Om de parkeerbehoefte te kunnen uitrekenen, is, net als bij de woningen, een inschatting nodig van de verdeling van de vierkante meters over de diverse functies binnen "plint" en "voorzieningen". Een inschatting van die verdeling, zoals bij de grootte van woningen, is op dit moment niet te maken. In plaats van die verdeling zijn voor de berekening de functies restaurant (50%) en detailhandel (50%) ingevuld. De functie restaurant heeft de hoogste parkeernorm. De keuze voor deze functie zorgt ervoor dat de parkeerbehoefte berekend wordt op basis van een worstcasescenario.

Omdat het niet reëel is om het totale programma als horeca in te vullen, is de helft ingevuld als "restaurant" en de andere helft van het beschikbare programma voor voorzieningen als detailhandel. De uitkomst van dit scenario is vertaald in de regels van het bestemmingsplan. Detailhandel is de functie met de hoogste parkeernorm na de horeca. Het resultaat staat in onderstaande tabel. Programmatabel Beurskwartier, overige functies 70

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

functie

omvang in m2 b.v.o.

kantoor (zonder baliefunctie) detailhandel restaurant

50.000 7.500 7.500

parkeernorm per 100 m2 0,4 2,03 6,0

aantal parkeerplaatsen 200 152 450 802

De Foreest Het programma voor De Foreest is in artikel 6, lid 6.1, van dit bestemmingsplan opgenomen. In onderstaande tabellen is dat programma weergegeven. De vertaling van het programma is voor deze locatie eenvoudig en is gemaakt zoals hierboven bij Beurskwartier 1 beschreven is, met als uitkomst de onderstaande tabellen. Programmatabel De Foreest, wonen woningtype

aantal woningen

appartementen (55-80 m2) woning sociale huur* (55-80 m2)

parkeernorm per woning 0,83 0,62

aantal parkeerplaatsen 25 19 44

parkeernorm per 100 m2 2,03

aantal parkeerplaatsen 7

30 30 60 *Dit is inclusief de 25% aftrek voor sociale woningbouw conform het Addendum Programmatabel De Foreest, overige functies functie

omvang in m2 b.v.o.

detailhandel

350

Plangebied bestemmingsplan Het totale aantal parkeerplaatsen dat na toepassing van de parkeernorm nodig is, bedraagt 2999. Dat is de som van de totalen in de tabellen van de vorige paragraaf: 2.146+802+44+7. 3.5.1.2.3 Realiseren van voldoende parkeergelegenheid De parkeernota geeft aan in welke gevallen van de parkeereis mag worden afgeweken. In het Beurskwartier worden de volgende mogelijkheden toegepast:   

10% van het aantal parkeerplaatsen worden vervangen door fietsplekken; dat is de maximumaftrek die de parkeernota toestaat; 20% van het aantal parkeerplaatsen bij woningen wordt vervangen door parkeerplaatsen voor deelauto's, waarbij één parkeerplaats voor een deelauto vier gewone parkeerplaatsen vervangt. aftrek voor dubbelgebruik.

Deelauto's De parkeernota neemt een omzetting van 20% van het aantal parkeerplaatsen bij woningen naar plaatsen voor deelauto's als uitgangspunt. Op bijzondere locaties geeft de parkeernota ruimte voor maatwerk. Dit geldt onder andere voor het centrumgebied (zone A1: binnenstad en stationsgebied). Zo'n locatie mag uitgaan van het gebruik van meer deelauto's. Door zijn ligging bij het station Utrecht Centraal zijn de mogelijkheden voor ander vervoer dan vervoer met de eigen auto heel gunstig. De centrale ligging maakt bijvoorbeeld het gebruik van de fiets aantrekkelijker dan het rijden in de eigen auto. Om de doelen van de omgevingsvisie te halen komen in het plangebied alleen parkeerplaatsen voor deelauto's; andere auto's moeten op afstand geparkeerd worden. Deze maatregel en de centrale ligging van het plangebied maken het reëel om ervan uit te gaan dat minimaal 40% van de benodigde parkeerplaatsen voor de woningen vervangen wordt door deelauto's. De onderstaande berekening gaat daarom uit van een vervanging van 40%, in plaats van de standaardaftrek van 20% voor deelauto's. Parkeereis op grond van de parkeernota Aftrek 10% voor extra fietsgebruik Aftrek 40% ten behoeve van deelauto's, woonprogramma Subtotaal parkeerplaatsen na aftrek deelauto's en extra fiets Parkeerplaatsen voor deelauto's (1/4*40%) bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

2999 -300 -876

-10% -40%

1.823 +219 71

Totaal

2.042

Dubbelgebruik De aftrek voor het dubbelgebruik betekent dat rekening gehouden wordt met de tijden waarop een bepaalde functie een parkeerplaats gebruikt. Het daadwerkelijke gebruik van parkeerplaatsen fluctueert namelijk over de dag en de week. Op een doordeweekse dag zijn er overdag bijvoorbeeld minder parkeerplaatsen nodig voor bewoners, omdat een deel van de bewoners de auto dan voor het werk gebruikt. Die parkeerplaatsen kunnen gebruikt worden door een bezoeker van een andere bewoner of door iemand die een winkel bezoekt. De onderstaande berekening gaat ook uit van een worstcasescenario. In plaats van een mix van functies die allemaal eigen aanwezigheidstijden hebben, is weer gekozen voor de functies restaurant en detailhandel. Uit de analyse van de parkeerbehoefte per dagdeel blijkt dat de zaterdagavond maatgevend is voor de vraag naar parkeerplaatsen. De zaterdagavond is het drukste moment, omdat een overgroot deel van de bewoners thuis is, bezoek heeft en de restaurants dan drukbezet zijn. Een deel van de parkeervraag doet zich niet voor, omdat kantoorpersoneel en -bezoek niet aanwezig is. Ook personeel en bezoek van de detailhandel is dan niet aanwezig. De parkeerplaatsen voor deelauto's zijn bij de berekening van het dubbelgebruik buiten beschouwing gelaten. De aftrek voor dubbelgebruik levert een aftrek op van 464 parkeerplaatsen.

De parkeereis voor het plangebied (Beurskwartier 1 en De Foreest) ziet er dan als volgt uit: Parkeerbehoefte na deelauto's en extra fietsparkeren Aftrek dubbelgebruik op basis van zaterdagavond Subtotaal: parkeereis voor parkeren op afstand Parkeerplaatsen voor deelauto's (1/4*40%) in het plangebied Totaal

1.823 -464 1.359 +219 1.578

Uit bovenstaande volgt dat de planontwikkeling Beurskwartier 1 en De Foreest in beginsel moet zorgen voor 1.578 parkeerplaatsen, bestaande uit 1.359 parkeerplaatsen voor bewoners, personeel en bezoek, en 219 parkeerplaatsen voor deelauto's. Parkeren plantonwikkeling De Foreest Bovenstaande parkeereis is voor Beurskwartier 1 en De Foreest gezamenlijk. Hier wordt apart ingezoomd op parkeren voor De Foreest. Parkeereis De Foreest op grond van de parkeernota Aftrek 10% voor extra fietsgebruik Aftrek 40% ten behoeve van deelauto's, woonprogramma Subtotaal: parkeerplaatsen na aftrek deelauto's en extra fiets Aftrek dubbelgebruik op basis werkdagavond Subtotaal Parkeerplaatsen voor deelauto's (1/4*40%) Totaal

-10% -40%

50,7 -5,1 -17,4 28,2 3,5 24,7 +4 28,7

Voor de Foreest zijn er 29 (afgerond) parkeerplaatsen nodig, waarvan 4 voor deelauto's. Een deel, te weten de bewoners die vanaf de woningen aan de Croeselaan meeverhuizen naar De Foreest houden desgewenst hun rechten op een parkeervergunning (waar ze nu al over kunnen beschikken). De Foreest ligt in hetzelfde parkeerrayon als de Croeselaan. Door dubbelgebruik kan het aantal benodigde parkeerplaatsen op 29 uitkomen. Dit is op basis van optimaal dubbelgebruik. Nieuwe bewoners komen niet in aanmerking voor een parkeervergunning, ook niet de bewoners die na het vertrek van de eerste bewoners hier gaan wonen. Nieuwe bewoners maken gebruik van deelmobiliteit, en als ze een eigen auto hebben parkeren ze net zoals de bewoners van Beurskwartier 1 op afstand. Datzelfde geldt voor personeel van de voorziening en de bezoekers. De bewoners die gebruik willen maken van deelauto's, maken van dezelfde voorzieningen gebruik als van Beurskwartier 1. Deelauto's In het plangebied worden parkeergarages voor deelauto's gebouwd. De beschikbare parkeerplaatsen in parkeergarages in de directe omgeving, zoals de garages aan de Graadt van Roggenweg, kunnen ook gebruikt worden. Eigen auto's en auto's van bezoekers 72

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

In het plangebied komen geen parkeerplaatsen voor eigen auto's of voor auto's van bezoekers. De parkeernota geeft in zo'n situatie als uitgangspunt mee dat de bewoners met een eigen auto op een loopafstand van maximaal 750 meter moeten kunnen parkeren. Personeel en bezoekers moeten hun auto op een loopafstand van maximaal 1000 meter kunnen parkeren. Als de activiteiten van de Jaarbeurs niet de volledige capaciteit nodig hebben, stelt de Jaarbeurs parkeerplaatsen binnen loopafstand beschikbaar op het jaarbeursterrein aan de zijde van de Merwedekanaalzone (P2/P4). Specifiek maatwerk: parkeren op afstand in de P+R Het Addendum Parkeernormen Fiets en Auto (2019) heeft voor maatwerkgebieden de mogelijkheid geïntroduceerd om de benodigde parkeergelegenheid op grotere afstand te regelen in parkeergarages. De gemeente heeft het voornemen om ten behoeve van diverse gebiedsontwikkelingen een P+R-garage op Papendorp (bij Hooggelegen) aan te leggen. Het bestemmingsplan Kop van Leeuwesteyn Zuid maakt hier al een P+R-garage van 2.000 parkeerplekken mogelijk. In dit bestemmingsplan wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte van de toekomstige bewoners, bezoekers en personeel van het Beurskwartier.

Over het effect dat het parkeren op afstand heeft op de parkeervraag van Beurskwartier 1 van de verschillende doelgroepen (bewoners, bezoekers, personeel) zijn binnen en buiten de gemeente nog geen ervaringscijfers beschikbaar. De deskundigen verwachten dat een deel van de bewoners, bezoekers of werknemers afziet van het gebruik van de auto, als het parkeren alleen op afstand kan. In welke mate dit het geval is, is afhankelijk van meerdere factoren. Deze factoren zijn onder andere:    

de afstand en de reistijd naar de P+R-garage ; de beschikbare alternatieven voor de reis, zoals de fiets en het openbaar vervoer (waaronder het reizen met de trein naar P+R-garages in de regio); de prijsstelling van alternatieve parkeerlocaties en de prijsvergelijking tussen de aangeboden P+R en alternatieve locaties op afstand; de leefstijl van de bewoner.

Voor Beurskwartier 1 gaan we uit van de onderstaande verdeling per doelgroep. 

 

Bezoekers Er zijn op loopafstand van het plangebied openbare parkeerplaatsen en openbaar toegankelijke parkeergarages en parkeerterreinen. Bezoekers die met de auto willen blijven reizen, zullen naar verwachting eerder gebruik maken van deze parkeerplaatsen. Werknemers De parkeernorm voor het Stationsgebied houdt rekening met de beschikbare alternatieven. Het aantal parkeerplaatsen is berekend op basis van werknemers die vanaf een locatie komen, waarvandaan openbaar vervoer of de fiets geen optie is. Deze werknemers zullen op afstand parkeren. Vanwege de hoogte van de parkeernorm die voor werknemers in de A-zone al erg laag is wordt geen substantiële vraaguitval verwacht. Bewoners Voor bewoners speelt vooral de afstand en wijze van verplaatsing naar de P+R-garage, de prijsstelling en de leefstijl een rol. Wat wel bekend is, is dat bewoners vaak ondanks de alternatieven de auto op afstand parkeren. Voorbeelden zijn hiervan: centrumbewoners die de auto in de ongereguleerde schil parkeren en de auto misschien 1x per maand gebruiken of de auto in afwachting van een parkeervergunning of abonnement in een garage parkeren; bewoners die in een parkeervrij gebied wonen en aan de rand van dat gebied parkeren in een parkeergarage, gebruiken de auto minder vaak, maar houden wel de auto; bewoners die hun auto bij een station buiten Utrecht parkeren en met de trein of de bus reizen.

We verwachten dat de ruime beschikbaarheid van deelauto's vlakbij, zal betekenen dat meer mensen zullen besluiten dat zij geen auto meer hoeven te bezitten. Hierbij zijn het vertrouwen in het systeem (altijd over een deelauto kunnen beschikken) en de prijsstelling (het abonnement van de deelauto moet opwegen tegen het hebben en gebruiken van een eigen auto) cruciale elementen. De gemeente zorgt ervoor dat er steeds een goed aanbod van deelauto's is. Daarbij accepteren we dat een aantal bewoners en bezoekers (aanvankelijk) geen gebruik maakt van de aangeboden parkeerplaatsen op afstand of deelauto's en een parkeerplaats in de omgeving van het plangebied zoekt. Eventuele overlast voor de omgeving zal beperkt blijven, omdat bewoners en werknemers uit het plangebied geen parkeervergunning krijgen voor het parkeren op de openbare weg en als bezoeker een hoog tarief moeten betalen in het A-gebied. Als in plaats van op de parkeerterreinen P2/P4 van de Jaarbeurs op grotere afstand worden geplaatst, is volgens deskundigen maximaal 50% van het aantal berekende parkeerplaatsen buiten het plangebied bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

73

nodig. Als dit scenario optreedt zal de gemeente nauwgezet monitoren hoeveel parkeerplaatsen op de P+R daadwerkelijk nodig zijn voor bezoekers, werknemers en bewoners van het Beurskwartier. De dan beschikbare instrumenten zoals het voeren van prijsbeleid, het invoeren van Mobility as a Service (MaaS) en het verbeteren van de alternatieven voor de eigen auto in regioverband (snelfietsroutes, verbetering van het openbaar vervoer en P+R-parkeren in de regio) zullen worden ingezet om de vraag en het aanbod op elkaar af te stemmen. Ontwikkelingen in de toekomst De uitvoering van Beurskwartier 1 zal in 2023 kunnen starten en zal een looptijd van vele jaren kennen. Momenteel wordt er gewerkt aan een nieuwe parkeervisie met nieuwe parkeernormen. De vaststelling door de gemeenteraad van deze nieuwe parkeervisie wordt begin 2021 verwacht. Elementen uit dit nieuwe beleid die van invloed zijn op de vraag naar parkeerplaatsen en uiteindelijk het aantal parkeerplaatsen dat beschikbaar zal moeten zijn voor Beurskwartier 1 worden vertaald naar de uitvoering. Ook wordt gedurende de ontwikkeling gekeken in hoeverre verder vormen van maatwerk kunnen worden geïntroduceerd, hierbij wordt gedacht aan extra inzet deelmobiliteit.

De markt wordt maximaal uitgedaagd om met maatwerk, zoals vernieuwende concepten Mobility as a Service (MaaS) of met andere maatregelen, het gebruik van de auto te minimaliseren. Zo is er momenteel, volgens de parkeernota, gerekend met het omzetten van vier reguliere parkeerplaatsen voor één parkeerplaats voor deelauto's. In de praktijk zou kunnen blijken, mede in combinatie met het aanbod van particuliere parkeerplaatsen op grotere afstand, dat hier ook sprake kan zijn van acht à tien reguliere parkeerplaatsen. 3.5.1.2.4 Conclusie over het parkeren Beurskwartier 1 en De Foreest zijn volgens de parkeernota bijzondere locaties door hun ligging in het centrum van de stad, direct naast het station Utrecht Centraal. Op deze locatie mag een ander autogebruik verwacht en gevraagd worden van nieuwe bewoners. De gemeente kiest ervoor om geen ruimte te bieden aan parkeerplaatsen voor de eigen auto. Alleen deelauto's kunnen in plangebied terecht. De toepassing van de normen van de parkeernota leveren een parkeereis van 2.999 parkeerplaatsen op. De parkeernota biedt ruimte aan maatwerk voor bijzondere locaties en mogelijkheden van dubbelgebruik. De toepassing van het maatwerk leidt tot de volgende uitgangspunten voor het parkeren:   

215 parkeerplaatsen voor deelauto's, maximaal 1.359 parkeerplaatsen voor bewoners, bezoekers en werknemers in het gebied met de bestemming Woongebied, maximaal 29 parkeerplaatsen voor De Foreest, waarvan 4 deelauto's.

De parkeerplaatsen die gebruikers (bewoners, werkenden) en bezoekers van het plangebied nodig hebben, zijn deels beschikbaar op het parkeerterrein van de Jaarbeurs aan de overzijde van het Merwedekanaal en verder kan hierin worden voorzien in een gemeentelijke P+R-garage Met deze oplossingen wordt het parkeren adequaat opgelost op basis van de huidige inzichten. Uitvoering zal vanaf 2023 plaatsvinden. Er zullen zich in de tussenliggende jaren nog de nodige ontwikkelingen voordoen die van invloed zullen zijn op de daadwerkelijke vraag naar parkeerplaatsen. De verwachting is dat die ontwikkelingen leiden tot een vermindering van de vraag. Artikel 5 van het bestemmingsplan staat een toename van de vraag niet toe. Mocht die toename er toch komen, dan zal het uitvoeringsprogramma aangepast moeten worden of zal het bestemmingsplan met een zorgvuldige onderbouwing herzien moeten worden. Omdat de gemeente in de berekening van het aantal parkeerplaatsen is uitgegaan van een worstcasescenario, waarbij nog geen rekening is gehouden met toekomstige mobiliteitsontwikkelingen, is de verwachting dat het aantal parkeerplaatsen dat werkelijk nodig is lager zal uitvallen. Het beleid van de gemeente is hierop gericht. 3.5.1.2.5 Fietsen stallen Ook voor stallen van fietsen geldt de Nota Stallen en Parkeren (2013) en het Addendum Parkeernormen Fiets en Auto (2019).

Uitgangspunt is dat alle voorzieningen voor het stallen van fietsen binnen het Beurskwartier worden aangeboden. Zowel het parkeren van bewoners, als voor medewerkers en bezoekers. In de verdere uitwerking van de Omgevingsvisie worden keuzes gemaakt voor deze stallingen:   

per bouwblok een voorziening voor het betreffende blok, het combineren van voorzieningen voor verschillende bouwblokken tezamen of een collectieve voorziening voor bezoekers in een beperkt aantal bouwblokken.

74

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

Utrecht

3.5.2

Bodem

3.5.2.1 Bodemkwaliteit Het gemeentelijk bodembeleid gaat uit van de volgende algemene uitgangspunten: Bodembescherming Nieuwe bodemverontreiniging moet worden voorkomen en als er toch bodemverontreiniging ontstaat moet de bodem in zijn geheel direct worden gesaneerd. Dit speelt met name bij bedrijfsmatige activiteiten en/of calamiteiten. Bodemsanering Locaties die in het verleden (ernstig) verontreinigd zijn geraakt moeten gesaneerd worden als er milieuhygiënische risico's zijn. Bij immobiele verontreinigingen in de bovengrond (zoals zware metalen en PAK) wordt uitgegaan van een zogenoemde functiegerichte benadering. Dit houdt in dat de kwaliteitseisen die aan de bodem worden gesteld afhankelijk zijn van de (toekomstige) functie van de locatie. Bij mobiele verontreiniging die zich via het grondwater kan verspreiden (zoals minerale olie), wordt mede afhankelijk van de kosteneffectiviteit, zoveel mogelijk verwijdering van de verontreiniging nagestreefd. Een ander uitgangspunt is dat bij nieuw in te richten gebieden of terreinen hogere eisen worden gesteld aan de bodemkwaliteit dan bij milieuhygiënisch onvermijdbare saneringen in gebieden waar geen nieuwe inrichting plaats vindt. Bij nieuwe situaties ligt het criterium voor saneren bij ernstige verontreiniging.

Bodembeheer Bij hergebruik van (schone of licht verontreinigde) grond wordt uitgegaan van het principe "wat schoon is moet schoon blijven" en "wat vies is mag niet viezer worden". Waar mogelijk wordt een verbetering van de kwaliteit nagestreefd, zodat de bodem duurzaam geschikt wordt voor elk gewenst gebruik. Bij een aanvraag om omgevingsvergunning, een functiewijziging of aan- dan wel verkoop dient een (actualiserend) bodemonderzoek conform de NEN 5740 verricht te worden. Op basis van dit onderzoek wordt beoordeeld of de locatie geschikt is voor de geplande functie of dat er nog een nader onderzoek of misschien zelfs een bodemsanering noodzakelijk is. De resultaten van het onderzoek dienen bij de in te dienen bouwaanvraag te worden overlegd voor deze in behandeling wordt genomen. Ten behoeve van het bestemmingsplan is in het gemeentelijk bodeminformatiesysteem onderzocht of er van het gebied de volgende gegevens bekend zijn: Relevante informatie uit bodeminformatiesysteem over historisch bodemgebruik. Zijn er in het plangebied bekende verontreinigde locaties aanwezig. Wat is bekend is van bodemkwaliteit, wat is gesaneerd, wat is een potentieel risico vanwege huidig gebruik. In dit verband is nog het volgende van belang. Voor de binnenstad is sprake van omvangrijke, diepere grondwaterverontreinigingen met vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen (VOCl).

Om deze verontreinigingen te kunnen aanpakken en beheren, om de omgeving te beschermen en om de ondergrond te kunnen benutten zijn een beleidsregel en een saneringsplan (genaamd 'Biowasmachine') opgesteld, op basis van een gebiedsgerichte aanpak. Het plangebied 'Beurskwartier 1' ligt binnen de zone waarvoor de gebiedsgerichte aanpak geldt. Dit betekent dat de alom aanwezige VOCl verontreinigingen in het grondwater ten gevolge van activiteiten die ingrijpen in de ondergrond zoals bouwputbemalingen en WKO-systemen (bodemenergie) verplaatst en/of verminderd mogen worden op basis van het saneringsplan en de Beleidsregel. Hier moet wel een melding van gedaan worden bij de gemeente Utrecht, die vervolgens beoordeelt of de activiteiten binnen de randvoorwaarden van de gebiedsgerichte aanpak uitvoerbaar zijn. Aan het gebruik van de gebiedsgerichte aanpak zijn kosten verbonden. 3.5.2.2 Plansituatie Beurskwartier 1 In de loop der jaren zijn op en rond het Beurskwartier 1 de nodige bodemonderzoeken uitgevoerd. Het volgende beeld komt daaruit naar voren: 

 

Het Beurskwartier 1 wordt doorkruist door gedempte sloten en er zijn nog enkele ondergrondse brandstoftanks aanwezig. De tanks en de gedempte sloten gelden als mogelijke bron van verontreiniging. Op het Jaarbeursterrein, ter plaatse van parkeerterrein P1, is nog een olie(rest)verontreiniging aanwezig nabij de ondergrondse tanks. Het betreft hier petroleum. Nabij Jaarbeursboulevard 300 (voormalige fabriekscomplex van de Electro-Technische) alsmede de Van Zijstweg 3 zijn verschillende sterke, immobiele verontreinigingen (PAK en zink) aanwezig.

bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Beurskwartier 1" (vastgesteld)

75

   

Nabij de Jaarbeursboulevard zijn sterke verontreinigingen met minerale olie en PAK aanwezig. Nabij het toekomstige Amrâth hotel, de Galaxy Tower, is een sterke olieverontreiniging geconstateerd. Deze zal met de bouw van het hotel worden verwijderd. In de ondergrond is sprake van omvangrijke, diepere grondwaterverontreinigingen met vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen (VOCl). Verder worden in het hele gebied lichte verontreinigingen met voornamelijk immobiele stoffen (zware metalen en PAK) aangetroffen.

3.5.2.3 De Foreest Ter plaatse van het te ontwikkelen perceel ten noordwesten van de Jan van Foreeststraat was in het verleden sprake van ernstige verontreinigingen met minerale olie, vluchtige aromaten (BTEXN) en vluchtige organische chloorkoolwaterstoffen (VOCl), zowel in grond als grondwater. De verontreinigde locaties zijn de afgelopen jaren gesaneerd, met name de verontreinigingen in de grond en het freatisch grondwater. Wel moet in het diepere grondwater (> ca. 6 m minus maaiveld) nog rekening worden gehouden met restverontreinigingen met olie, BTEXN en VOCl. 3.5.2.4 Conclusie Op basis van de reeds uitgevoerde onderzoeken worden voor dit plangebied geen risico's voor bodemkwaliteit verwacht die een beletsel of beperking opleveren voor het bestemmingsplan. Wel moet rekening worden gehouden met sterk verontreinigd grondwater en plaatselijke sterke en eventueel ernstige (rest)verontreinigingen in de grond. Dit geldt voor zowel Beurskwartier 1, als De Foreest. 3.5.2.5 Warmte Koude Opslag (WKO) Er is nagegaan of WKO-bronnen (van Gemeente Utrecht/ van andere partijen) consequenties hebben voor de positionering van bouwblokken in het Beurskwartier. In het Masterplan Ondergrond is rekening gehouden met leidingtracés rondom het gebied van de omgevingsvisie Beurskwartier - Lombokplein.

Zoekgebieden voor warme en koude bronnen in en om Beurskwartier zijn geprojecteerd op huidige situatie, niet op blokken uit de omgevingsvisie. In principe is er binnen een zoekgebied voldoende ruimte om een bron in te passen, rekening houdend met toekomstige bouwblokken, ook als deze anders zijn dan in de omgevingsvisie. Een WKO-bron ligt idealiter op enige afstand van een gebouw. Deze afstand is ook afhankelijk van de bouwmethode. Het is niet mogelijk om een gebouw op een WKO-bron te plaatsen in verband met bereikbaarheid door materieel (o.a. een vrachtwagen of een kraan voor het uittillen van een pomp). Binnen de contouren van het bestemmingsplan liggen geen bestaande WKO-bronnen. Er zijn wel enkele zoekgebieden die erin vallen, waaronder het zoekgebied voor de warme bron voor de Galaxy Tower. Er wordt samen met de ontwikkelaar en diens adviseur gezocht naar een geschikte locatie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=45502621-fdf6-4486-9266-5cb7175063e4