CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlagenbundel IPvE gebiedsontwikkeling Ockhuizen.pdf

Gemeenteraad 2 november 2023, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Vaststelling Integraal Programma van Eisen gebiedsontwikkeling Ockhuizen en verruiming van de algemene verklaring van geen bedenkingen voor zonne-energieproject OcK-Zon24.346 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Op het oostelijke deel van dit blok, tegen de Eikslaan, werd de hofstede De Koningshof gevestigd (H).19 Het westelijke deel werd overdwars in tweeën gesplitst door de Ockhuizerdijk, die min of meer parallel aan de Eikstraat werd gelegd en waar twee boerderij aan werden gevestigd (I). Deze Ockhuizerdijk werd ontsloten via de Thematerkade/Ockhuizerlaan, die als kunstmatige grens tussen de afwateringsgebieden van polder De Haar en polder Themaat werd getrokken.20 De stroken waarover 18 19 20

Huiting, 2020, p. 141-142. De Rode Hoeve betrof de hofboerderij, ter plaatse van de huidige dienstwoningen op Wethouder de Greeflaan 15/17. De Koningshof (Eikslaan 9) kwam tussen de nieuwe nederzetting Haarzuilens en het kasteelpark te liggen. Het is aangewezen als rijksmonument, zie: https://monumentenregister.cultureelerfgoed.nl/monumenten/37514. Huiting, 2020, p. 462: reeds de hoevenlijst van 1307 wijst op de Thematerkade als westgrens; in 1405 werd deze als zijdwende benoemd.

15

SB4

Waterstaatskaart, bewerkt in 1869. Binnen het onderzoeksgebied zijn nog drie verschillende waterschappen actief: Themaat, Laag Nieuwkoop en de Haar. Via de Haarrijn, door middel van twee molens, wordt het water afgevoerd naar de Vecht. (Bron: Rijkswaterstaat, krt. 31 Utrecht, nr. 4; www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/ geodata/dmc/waterstaatskaart/.)

Waterstaatskaart, herzien in 1920. Er is nog steeds sprake van gescheiden waterschappen. De Polderweg is aangelegd, maar fungeert niet als waterscheiding. De molens zijn vervangen door een gemaal aan het eind van de Thematerkade. (Bron: Rijkswaterstaat, krt. 31 Utrecht, nr. 4; www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/ geodata/dmc/waterstaatskaart/.)

Waterstaatskaart, herzien in 1950, ged. bijgewerkt in 1952. De waterschappen zijn samengevoegd tot waterschap Haarrijn. Het is onderdeel van de Amstellandsboezem, waarbij de polders binnen het onderzoeksgebied afwateren op het Amsterdam-Rijnkanaal. (Bron: Rijkswaterstaat, krt. 31 Utrecht-Oost; www.rijkswaterstaat.nl/apps/geoservices/ geodata/dmc/waterstaatskaart/.)

16

Ockhuizen te Haarzuilens

de Ockhuizerlaan en Thematerkade werden gelegd (J) liggen nog in lijn met de verkaveling achter De Haar (C) en de daarbij aangelegde Rode Hoeve. Het zuidelijke deel van deze kade werd Ockhuizerlaan genoemd, zoals de uitgang ‘-laan’ als aanduiding van een uitweg voor een polder ook in de Eikslaan en Joostenlaan voorkwam.21 Bij een ontginning was aanvankelijk sprake van een gesloten waterhuishouding, waarbij elke polder verantwoordelijk was voor de afvoer van eigen water. De afwatering vond met name op de natuurlijke waterlopen plaats: op Oude Rijn en Vecht. De maaiveldsdaling, als gevolg van inklinking en oxidatie van het veen, dwong de polderingezetenen om de afwatering telkens te verbeteren. Dit gebeurde onder meer door het bouwen van poldermolens en aanleg van middenweteringen. Poldermolens stonden oorspronkelijk onder meer op de Haarrijn. De Laag-Nieuwkoopse molen ten noorden van Ockhuizen werd in 1478 gebouwd.22 Na 1870 vond bemaling veelal plaats met stoomgemalen. Na 1930 zijn deze geleidelijk vervangen door elektrische gemalen. Een polder werd aan alle zijden omgeven door kades, veelal met een begeleidende sloot. Aan de voorkades lagen de boerderijen, terwijl de zijkades en achterkade onbebouwd waren. Deze werden veelal beplant met geriefhout (elzen, wilgen), zodat ookwel wordt gesproken over houtkades.

Deze 11e- of 12e-eeuw landscheidingen vinden we nog terug in het gebied als Thematerkade, Westdijk, Rijndijk en Oudenaarskade.23 De Haarrijn is een wetering die loopt van de Oude Rijn in het zuiden, langs de Haar- of Rijndijk, aan de zuidgrens van de ontginning van Gieltjesdorp (F) afbuigend naar het noordoosten, om in de Vecht uit te monden. De Haarrijn is waarschijnlijk, net als de Proostwetering, in het begin van de 13e eeuw gegraven om het gebied aan weerszijden van de verzandende Oude Rijn af te laten wateren richting de Vecht.24 Uit de kadastrale kaart van ca. 1832 blijkt dat het noordelijke deel van de Haarrijn dan fungeert om de omliggende polders als Laag-Nieuwkoop en de Themaatsche Polder af te wateren. Hiertoe waren ter hoogte vanhet onderzoeksgebied twee molens op de Haarrijn geplaatst: de Laag-Nieuwkoopse windmolen aan het einde van de Themaatse Kade, en de Themaatsche windmolen aan het eind van de Oudenaars Kade. Vóór 1890 werd de windmolen aan het eind van de Themaatsche kade vervangen door een stoomgemaal, dat in 1949 zou zijn vervangen door een elektrisch gemaal.25 Het gemaal, dat in 2014 uit gebruik werd genomen, en een dienstwoning zijn nog aanwezig.

21 22 23 24 25

Storm van Leeuwen, 1998 nr. 2, p. 29-36. Het betrof dus geen met laanbomen beplante weg. Huiting, 2020, p. 66. Haartsen, A., Ontgonnen Verleden, Regiobeschrijvingen provincie Utrecht, Bureau Lantschap / Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, november 2009, p. 114. Blijdenstijn, 2015, p. 284. Topografische kaart, uitgegeven in 1890; Utrechtse stichting voor Industrieel erfgoed (Usine), Lijst industrieel erfgoed per gemeente, Utrecht gemeente, juni 2020. Zie: RHCR, Inleiding op inventaris van waterschap Bijleveld; https://archief. rhcrijnstreek.nl/httphandler/icoon.ico/HttpHandler/file.pdf?file=9261586. Waterschappen Themaat en De Haar werden in 1949-1950 samengevoegd tot waterschap Haarrijn. In 1959 werd dit opgenomen in waterschap Vleutense Wetering, in 1980 in waterschap Leidse Rijn en in 1994 in Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden (https://rhcrijnstreek. nl/bronnen/lokale-historie/hoogheemraadschap-de-stichtse-rijnlanden/hoogheemraadschap-de-stichtse-rijnlanden/ beknopte-geschiedenis-van-hoogheemraadschap-de-stichtse-rijnlanden/).

17

SB4

Uitsnede van het ontwerp ´Domaine de Haarzuylens´, ca. 1900. De Polderweg, boerderij Dijkzicht, de zichtlijnen en de bosjes ten westen van Ockhuizen zijn aangegeven (rode contour). (Bron: Het Nieuwe Instituut (coll. NAi), archief Cuypers; Bulletin KNOB; RCE, 2013.)

Presentatietekening van het uiteindelijke ontwerp, door Hendrik Copijn, 1909; gerelateerd aan de huidige topografie en het onderzoeksgebied (bolletjeslijn). In rood zijn onder meer enkele zichtlijnen aangegeven. (Bron: WUR, Spec. Coll., tuinprojectimages_i28610_002; ondergrond: Kadaster, pdok.)

18

Ockhuizen te Haarzuilens

3.2. Kasteel De Haar In de 12e of uiterlijk in de tweede helft van de 14e eeuw zou er een versterkte woontoren zijn gebouwd, die later uitgroeide tot kasteel De Haar.26 In de 19e eeuw was het kasteel vervallen tot ruïne, die een bezienswaardigheid was geworden. In de omgeving lagen enkele lanen, boomgaarden en een bos. De bezittingen strekten zich in die tijd ten noorden van het kasteel uit tot aan de Westdijk en lagen in de polderblokken ten westen van het kasteel. Omstreeks 1892 werd door de toenmalige eigenaar, Etiènne baron Van Zuylen van Nyevelt, begonnen met de herbouw van het kasteel, waarbij de bouw van bijgebouwen en de Kasteel De Haar in de 18e eeuw. aanleg van het park tot in de 20e eeuw zou voort- (Bron: HUA, nr. 201348.) duren. Kasteel De Haar zou het centrum van een grootse landschappelijke parkaanleg worden, met diverse deeltuinen en zichtlijnen die tot ver buiten het park reikten. De gebouwen werden ontworpen door Pierre Cuypers en zijn zoon Jos (of Joseph) Cuypers.

Kasteel, park, kapel, boerderijen en bijgebouwen vormen met het naastgelegen ‘brinkdorp’ Haarzuilens een onlosmakelijk ensemble, dat volgens de visie van architect Cuypers naar middeleeuws ideaalbeeld werd vormgegeven.27 Het kasteel werd op de 15e-eeuwse fundamenten herbouwd, maar het dorp werd enkele kilometers naar het oosten verplaatst, zodat het huis in het centrum van het uitgestrekte park kwam te liggen. Vanwege verbroken verbindingen werden nieuwe wegen aangelegd: de Ockhuizerweg vanuit het nieuwe dorp Haarzuilens met een bocht naar de Ockhuizerlaan en de Polderweg tussen Ockhuizerlaan en Rijndijk. Op de kruising van de Polderweg en Rijndijk werd in 1896 een nieuwe boerderij gebouwd: Dijkzicht.28 De Ockhuizerweg ging de entree tot het dorp aan de noordzijde vormen, met een dierenweide, details in de bebouwing die verwijzen naar de kleurstelling van De Haar (rood-wit) en markant in de bocht gesitueerde boerderij op nr. 35. De parkaanleg was naar ontwerp van Hendrik (of Henri) Copijn en betrof een samenkomst van de ideeën van vader en zoon Cuypers, opdrachtgever Van Zuylen, rentmeester Luyten en Copijn. De kern van het park bestond uit verschillende deeltuinen, die verwezen naar het middeleeuwse karakter van het kasteel en de hoogtijdagen van de familie. Ten noorden van het kasteel werd een classicistisch parkdeel aangelegd met ‘grand canal’ (langgerekte vijver).

Aan de oostzijde kwam een uitgestrek landschapspark, waarin een slingerende waterpartij verwees naar de (verdwenen) rivierarm waar het kasteel ooit aan zou zijn ontstaan.29 Aan de noordzijde, met een duiker onder de Polderweg door, werd het water van deze vijver afgevoerd naar een wetering langs de Thematerkade. Vanaf het kasteel waren door het park verschillende zichtlijnen naar de omgeving uitgezet, soms op een zichtpunt dat vele kilometers verderop lag. Zo was er een zichtlijn vanaf het kasteel op de kerktoren in Maarssen (door het zuidoostelijk deel van het onderzoeksgebied). In het noordwestelijke parkdeel tussen Rijndijk en Polderweg kwam een meer eenvoudige landschappelijke aanleg, waarbij tussen de rechte kavelsloten verschillende boomgroepen (clumps) werden aangeplant. De ambitieuze plannen voor uitbreiding van het park in de westelijk gelegen copeverkaveling werd vooralsnog niet gerealiseerd. Wel kwamen noordelijk van de Polderweg diverse bosjes te liggen die aansloten op de parkaanleg. Zo behoorde ook het bosje op de hoek van de Thematerkade hiertoe, vermoedelijk om het aanzicht van boerderij Het Veldhoen in te kleden. 26

27 28 29

Zie: HUA, 1139 Huis en heerlijkheid De Haar te Haarzuilens, inleiding op: Louise Adrienne von Uslar-Gleichen-van Asch van Wijck, T.L.H. van de Sande (ed.), Inventaris van het archief van huis en heerlijkheid De Haar te Haarzuilens (1359) 1381-1933, 2004; Olde Meierink, B., et al., Kastelen en ridderhofsteden in Utrecht, Uitgeverij Matrijs/Stichting Utrechtse Kastelen, Utrecht, 1995, p. 218-224. Zie ook: Landheer, H., De restauratie van kasteel De Haar: van droom tot obsessie, in: Bulletin KNOB, 2004, nr. 5, p. 183-190. Zie: Loeff, Karel, Haarzuilens, dorp uit de schaduw van het kasteel, in: Bulletin KNOB, 1996, nr. 2/3, p. 54-66; Tromp, Heimerick, Cuypers, Copijn en het park van kasteel De Haar, in: Bulletin KNOB, 1996, nr. 2/3, p. 67-74. Polderweg 2, in 1991 door gemeente Vleuten-De Meern aangewezen als gemeentelijk monument. Zie: Kamphuis, M., Met levend materiaal, Copijn 1763-2013, Uitgeverij De Hef, 2014, p. 98-121.

19

SB4

Kadastrale hulpkaart, opgenomen in 1902, verwerkt in dienstjaar 1903. De nieuw aangelegde bosjes ten noorden van de Polderweg zijn met cirkels gemarkeerd. De tekening is gedraaid: het noorden is rechts. (Bron: Kadaster, HK_HZL99_A_69.)

Foto op de eendenkooi, 1960. (Bron: HUA, X15879 - 89599.) Luchtfoto vanuit het oosten op de noordelijke uitbreidingswijk van Haarzuilens en de bebouwing aan de Ockhuizerweg (zuidoostelijk deel van het onderzoeksgebied), 2001. (Bron: HUA, X157584 - L 8648.)

20

Ockhuizen te Haarzuilens

Luchtfoto met het park bij kasteel De Haar, gezien richting het noordoosten, op de in aanbouw zijnde wijk Maarssenbroek, 1979. (Bron: HUA, X9596 - L293.)

Luchtfoto met het park bij kasteel De Haar, gezien richting het noorden, 1979. (Bron: HUA, X9556 - L253.)

3.3. Landgebruik en landschapselementen Direct na de ontginning in de 12e of 13e eeuw zal het mogelijk zijn geweest om plaatselijk graangewassen te verbouwen. Door inklinking en oxidatie van het veen in de ondergrond vond geleidelijk een vernatting van de gronden plaats, waardoor ook het landgebruik wijzigde. Vanaf de 14e eeuw was het grasland dominant geworden, met hooilanden op de meer naar achteren en lager gelegen terreinen.30 De veeteelt ging overheersen en een aanvullende verdienste werd gevonden in het vangen van watervogels, met name in de winter om te verkopen als voedsel in de steden. Hiertoe werden kooibossen ingericht, die meestal bestonden uit een rechthoekig bos met daarbinnen een centrale waterplas met vier vangpijpen. De kooien lagen vaak afgezonderd, zowel vanuit de benodigde rust om de eenden te lokken als gebruik van percelen die voor landbouw minder geschikt waren. Met name in het Utrechtse weidegebied kwamen veel eendenkooien: in de Lopikerwaard waren bijvoorbeeld aan het einde van de 18e eeuw zo’n 40 à 50 eendenkooien.31 Ten noorden van de Oude Rijn lijken er minder aanwezig te zijn geweest.32 De eendenkooi bij Ockhuizen werd aangeduid als het ‘Rijneveldsche Bosch’ en zou reeds in een huurovereenkomst uit 1711 genoemd zijn als ‘vervallen vogelkoij’.33 Gezien de genoemde vervallen staat zal de kooi in ieder geval van vóór 1700 dateren.

Ten noorden van de kooi werd een (dienst)woning gebouwd voor de kooiker. Een smal pad aan weerszijden verdekt met geriefhout verbond het erf met de eendenkooi.34 Aan het begin van de 19e eeuw was de eendenkooi met kooikerswoning eigendom van Diederik baron van Tuijll van Serooskerken, heer van Maarssen en eigenaar van Huis ter Meer. Mogelijk liet deze bij de woning een theekoepel aanleggen als ‘recreatief’ onderkomen tijdens de jacht.35 In 1930 werd de kooi verkocht aan de eigenaar van kasteel De Haar, baron Van Zuylen van Nyevelt. In 2000 werd het eigendom van Natuurmonumenten.36 Naast de eendenkooi kende het onderzoeksgebied enkele kleinere bosjes. Zo lagen in 1832 twee kleine bosjes midden in het veld: één achter De Koningshof en één achter Ockhuizerweg 20.37 De laatste is na 30 31 32 33

34 35 36 37

Haartsen, 2009, p. 113. Blijdenstijn, 2015, p. 342; Haartsen, A., B. Olde Meierink, R. de Groot, J. Dam, Cultuurhistorische waardenkaart van de gemeente Lopik, Lantschapsstudies 148, 2017, p. 37-38; http://www.hetbelokenland.com/over-ons/historie/; https:// www.eendenkooien.nl/ In de directe nabijheid van Ockhuizen is thans nog de eendenkooi in Maarssenbroek aanwezig en was er in de 17e eeuw een kooi ten zuidoosten aanwezig (kad.perc. Haarzuilens A522 in 1832), zie Den Hartog, 2009, p. 15. De naam ‘Rijneveldsche Bosch’ komt al voor op de topografische kaart uit midden 19e eeuw. Mogelijk betreft het een oud toponiem (bos op het veld aan de (Haar)rijn). Zie ook: Margreet Staal-Spekman, Het ‘Rijneveldse Bos’, in: Rond Leidsche Rijn & Vleutensche Wetering: tijdschrift van de Historische Vereniging Vleuten, De Meern, Haarzuilens, jg. 31, 2011, nr. 1, p. 7-12. In 1832 werd dit pad geregistreerd als ‘laan als bosch’ (A434). In 1832 kadastraal geregistreerd als ‘plaisierbosch als koepel’ (A432) https://www.eendenkooien.nl/ockhuizen. Zie ook: Paul Minkjan, deel III, 2010, p. 68-73. Kadastrale percelen A404 en A337.

21

SB4

22

Ockhuizen te Haarzuilens

1945 verdwenen. In de tweede helft van de 19e eeuw kwam er achter De Koningshof een bosje bij. Mogelijk betreffen het pestbosjes, aangezien deze door een sloot zijn omgeven. In pestbosjes werden door ziekte overleden dieren begraven. Deze liggen vaak aan een wetering, op enige afstand van de boerderij en rondom voorzien van een sloot om verspreiding van ziektes te voorkomen. Een andere mogelijkheid is dat het koebochten betroffen. Dit is een plek op enige afstand van de boerderij, waar de boer zijn koeien kon melken in de beschutting van beplanting. De plekken zijn herkenbaar aan hun afgezonderde ligging in de weilanden, beplanting op de kavelrand en rondom gelegen watergang.38 Op de kades zal eveneens geriefhout aanwezig zijn geweest, zoals op de Ouwenaarskade, Thematerkade, Westdijk en langs de Haarrijn. Deze beplanting zal hebben bestaan uit elzen- en berkenhakhout of knotwilgen en -essen. Restanten van de beplanting op de Westdijk zijn thans nog markant aanwezig in de vorm twee rijen met hoogstam-appelbomen. Daarnaast waren perceelsgrenzen soms voorzien van beplanting, zoals de luchtfoto uit 1936 goed laat zien. Dit betroffen onder andere rijen knotwilgen en elzen. Een fraaie rij knotwilgen staat nog langs de boomgaard achter Ockhuizerweg 24. De Polderweg is na aanleg omstreeks 1900 beplant als laan (thans eiken).

Opvallend zijn de meidoornhagen die onregelmatig aan weerszijden van de weg zijn aangebracht. Om in het eigen gebruik te voorzien of als extra verdienste naast het (melkvee)bedrijf kende het erf van een boerderij vrijwel altijd fruitbomen. Deze van oorsprong hoogstambomen werden in de vorm van een boomgaard, maar ook langs de toegangsweg of als randbeplanting aangebracht. Bij grotere boomgaarden of boomgaarden in de open ruimte is vaak een randbeplanting (van bijvoorbeeld els) aangebracht om het fruit te beschermen tegen de wind. Een fraai voorbeeld hiervan is de boomgaard met hoogstamfruitbomen en elzensingel op de hoek van de Ockhuizerweg, die reeds vóór 1832 dit landgebruik kende. Ook zijn er nog fruitbomen te vinden op onder meer het erf van Ockhuizerweg 20, langs de Ockhuizerweg (als wegbeplanting), op de voormalige Westdijk en in de eendenkooi. Een kleine boomgaard tegen de Haarrijn, achter Gieltjesdorp 33, verdween in de jaren 80 van de 20e eeuw.

Loodrechte luchtfoto, 1936. (Bron: Kadaster, 1936-31-X-616.)

38

23

Zie ook: Paul Minkjan, deel III, 2010, p. 74-83.

SB4

Ontwerp-landinrichtingsplan, 2004. De uitbreiding van recreatieve voorzieningen rondom De Haar is aangegeven, alsmede enkele belangrijke zichtlijnen, zoals van kasteel De Haar richting Maarssen en tussen de eendenkooi en de Hamtoren. Het viaduct over de A2 is nog op een andere locatie aangegeven dan dat deze zou worden gerealiseerd. (Bron: DLG, 2004.)

24

Ockhuizen te Haarzuilens

Mede in verband met een toenemende vraag nam het areaal van fruitteelt in het begin van de 20e eeuw toe. Diverse percelen werden geheel beplant als fruitboomgaard, waaronder enkele ten noorden van de Polderweg. Ook binnen het noorderpark van De Haar werden enkele velden volgeplant met fruitbomen. Hoewel al deze boomgaarden thans weer zijn verdwenen, verwijst de boomgaard bij Ockhuizerweg 24, die pas na 1990 werd aangeplant, naar deze ontwikkeling. In het kader van ontwikkeling van het gebied vanuit natuur en recreatie werd omstreeks 2005 het natuurgebied ‘Wielrevelt’ door Natuurmonumenten aangelegd ten westen van de eendenkooi, in de naam gelijk aan het gehele beheergebied ten oosten van De Haar. Het bestaat van noord naar zuid uit een wilgen-haagbeuken-essenbos (met voornamelijk wilg, als buffer naar de snelweg), drie blokken griend en een moeras met wilgenopschot en centrale waterplas. Het perceel zou in het verleden door het waterschap zijn gebruikt als baggerdepot. Bij oplevering aan Natuurmonumenten werd afgesproken het terrein natuurlijk af te werken en in te richten als natuur. Het wordt beheerd als hakgriend, geïnspireerd op de in het zuidoosten aanwezige griendcultuur aan de toenmalige Huppeldijk, die met de aanleg van de woonwijk Terwijde en bedrijventerrein De Wetering is verdwenen.

In 2008-2009 is het bos voor het eerst ‘gehakt’.39 Ook in ‘Klein-Limburg’, het gebied tussen De Haar, de Polderweg en de Rijndijk, werden paden gerealiseerd, waterhuishouding aangepast en bomen bijgeplant. In 2010-2013 werden fiets- en wandelpaden gerealiseerd (vanaf de parkeerplaats aan de Polderweg en het ‘Rijnveldsche Pad’ westelijk langs de eendenkooi) en kwam er een fietsbrug over de A2.

Luchtfoto van de eendenkooi, vanuit het noorden gezien, 2021. Rechtsonder het griendbos met waterplas. (Bron: Gemeente Utrecht.) 39

Vr. mededeling mevr. S. van Lochem, Specialist erfgoed en landschap Natuurmonumenten.

25

SB4

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1874. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1911. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1950. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1981. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 1950. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

Uitsnede van de topografische kaart, uitgave 2008. (Bron: Kadaster, topotijdreis.nl.)

26

Ockhuizen te Haarzuilens

3.4. Bebouwing De naam van Ockhuizen is vermoedelijk een samenstelling van ‘husen’ (huizen, nederzetting) en ‘ooc’. Dit laatste zou zijn afgeleid van ‘oken’, in de betekenis van vermeerderen of uitbreiden. Ockhuizen betrof namelijk een (latere) uitbreiding van het ontginningsblok Themaat.40 Het onderzoeksgebied kent enkele clusters van bebouwing, die naar ouderdom en functie verschillen. De oorspronkelijke agrarische bebouwing, gelieerd aan de middeleeuwse ontginning van het gebied, ligt aan de Ockhuizerweg. De oudste bewoningsplekken zijn nrs. 20 en 24, waar in 1832 reeds bebouwing aanwezig is. De huidige boerderij op nr. 20 zou uit de 18e eeuw dateren, de huidige boerderij op nr. 24 zou omstreeks 1850 zijn gebouwd. In circa. 1878 werd de boerderij op nr. 22 toegevoegd. Omstreeks 1900 werd boerderij Het Veldhoen aan Thematerkade 2 gebouwd. Andere vroege bebouwing is aan de randen van het onderzoeksgebied te vinden: de kooikerswoning bij de eendenkooi (Thematerweg 4) uit de 18e eeuw en boerderij De Bom (Polderweg 4) op de Westdijk waar in 1832 reeds bebouwing aanwezig is. Bij het voormalige gemaal is een dienstwoning aanwezig (Thematerkade 4), die vermoedelijk gelijktijdig (in 1949) werd vernieuwd, als voortzetting van de molen met ‘molenhuis’ die hier vanaf de 15e eeuw aanwezig was. Vanuit kasteel De Haar werd in ca. 1896 boerderij Dijkzicht gebouwd aan Polderweg 2.

Een laatste boerderij werd in de tweede helft van de 20e eeuw gebouwd aan Ockhuizerweg 39, die in 2008-2009 is gesloopt en thans wordt herontwikkeld tot enkele woningen. In de jaren 70 van de 20e eeuw werden verschillende woningen in het gebied gebouwd. Dit betroffen de woningen ten zuiden van de Ockhuizerweg (nrs. 51, 53 en 55), Thematerkade 2-1 en twee bungalows aan de Ockhuizerweg (nrs. 37 en 41). Deze laatste twee woningen liggen bij Haarzuilens en zijn te beschouwen als onderdeel van de geleidelijke uitbreiding van het dorp aan de noordzijde.

Luchtfoto van het bebouwingslint aan de Ockhuizerweg-Thematerkade, alsmede de Polderweg en aansluiting op de Rijndijk, vanuit het noorden gezien, 2021. (Bron: Gemeente Utrecht.) 40

Huiting, 2020, p. 131, 462.

27

SB4

Uitsnedes van loodrechte luchtfoto’s door de R.A.F. uit 1945. De Polderweg is duidelijk zichtbaar, losliggend van de historische kavelstructuur. Er zijn meerdere boomgaarden langs de Polderweg aanwezig. Aan de oostzijde is het cunet voor de A2 uitgegraven, waarbij de grond onder meer ter plekke van de latere verzorgingsplaats ‘Haarrijn’ werd opgebracht. (Bron: WUR, Spec.Coll., nrs. 3171 [9 april 1945], 3141 [9 april 1945] en 4068 [19 april 1945].)

28

Ockhuizen te Haarzuilens

3.5. Infrastructuur De wegenstructuur was nauw verbonden met de ontginning van het gebied. De hoofdroutes lagen veelal ter plaatse van de ontginningsbasis, waar ook de boerderijen aan gelegen waren, zoals de Thematerweg en Ockhuizerdijk. De zijkades vormden verbindingen tussen de dorpslinten en kenden meestal geen bebouwing, zoals de Rijndijk. Daarnaast waren er ‘uitwegen’ ter ontsluiting van ontginningsblokken, zoals de Ockhuizerlaan en Eikslaan. Achterkades zoals langs de Haarrijn, Westdijk of de Oudenaarskade kenden veelal wel een voetpad, maar lijken geen belangrijke verbindingen te hebben gevormd. De Haarrijn had naast de waterstaatkundige functie ook betekenis voor het vervoer over water. Zo zou bij de aanleg van het park van Kasteel De Haar aan het einde van de 19e eeuw nog bouw- en plantmateriaal over de Haarrijn zijn aangevoerd.41 En bij de aanleg van het Merwedekanaal werd de verbinding met de Haarrijn in ieder geval van zodanige importantie bevonden dat deze werd behouden door de aanleg van een overtoom om kleine transportschepen over de kade te ‘tillen’.42 Buiten deze middeleeuwse ontsluitingsstructuur werd er aan het eind van de 19e eeuw één belangrijke route gerealiseerd in het onderzoeksgebied. Deze vormde een soort ‘rondweg’ van kasteel De Haar.

Gezien de oriëntatie van boerderij Dijkzicht op deze weg (Polderweg 2) en de datering ervan op 1896, zullen de Polderweg en de Ockhuizerweg kort vóór dit jaar zijn aangelegd. Deze nieuwe wegen vormden een verbinding vanuit het dorp richting het noorden en compensatie voor (o.a.) afsluiting van het zuidelijk deel van de Ockhuizerlaan. Als onderdeel van het Rijkswegenplan werd omstreeks 1954 ter hoogte van Utrecht de 2x2-baans autosnelweg A2 als verbinding tussen Amsterdam en ‘s-Hertogenbosch geopend voor autoverkeer. In 2012 werd met de opening van de tunnel bij Leidsche Rijn de verbreding van de A2 naar 2+3+3+2 rijstroken afgerond. Ten noorden van de Haarrijn kwam een verzorgingsplaats met tankstation dat naar de oude wetering werd vernoemd. Meer zuidelijk langs de A2 ontstond in de jaren 2000 de Haarrijnse Plas, waaruit zand werd gewonnen voor onder meer de ophoging van de nieuwbouwwijk Leidsche Rijn.

41

42

Het zuidelijke deel van de Haarrijn diende aan het begin van de 19e eeuw nog ter ontsluiting van Kasteel De Haar langs de Lagehaarsedijk, verbonden met de Heycop. Tussen kasteel De Haar en de Westdijk lijkt aan het begin van de 19e eeuw geen sprake meer van een bevaarbare wetering langs de Haar- of Rijndijk, maar zal via de Heycop een verbinding moeten zijn gevonden. Bemmel, H. van, Het Amsterdam-Rijnkanaal – een streep door het landschap, juli 2014; Es, Henk J. van, Gravers, grondeigenaren en gevolgen van het Merwedekanaal bij Breukelen, in: Tijdschrift Historische Kring Breukelen, jg. 7 (1992), nr. 3, p. 121-137; SB4 en Arcx, Inventarisatie van historische vaarwegen in de provincie Utrecht, 2017.

29

SB4

4b 4a

15

19

1

4d 4d

6

2

3

18

9

4c

13

20

10 15 8 10

4c

12

5a 11

3

5b

5a

16 11

14

7 11 8 17 17

vóór 1830 vóór 1900 vóór 1940 vóór 1966 na 1966 Datering van diverse elementen binnen het onderzoeksgebied. (Bron ondergrond: PDOK.)

30

Ockhuizen te Haarzuilens

3.6. Resume: datering huidige situatie Een belangrijk deel van het onderzoeksgebied gaat qua tijd van ontstaan terug op de middeleeuwse ontginning. Hieraan verbonden zijn het open polderlandschap, de verkaveling, het agrarisch landgebruik en de wegenstructuur. Enkele landschapselementen waren in hun huidige vorm vóór 1800 reeds aanwezig, zoals het bosje in het zuidoosten, de eendenkooi, de Thematerkade en de beplanting op de waterkanten van de Haarrijn. De sporen uit de 19e en begin van de 20e eeuw zijn relatief beperkt. Het betreft met name de toevoeging van de Polderweg-Ockhuizerweg tussen Haarzuilens en de Rijndijk, twee erven en enkele bosjes. Voor de ontsluiting van het gebied en daarmee de verdere ontwikkeling was de aanleg van de Polderweg-Ockhuizerweg wel zeer bepalend, net als later de aanleg van de A2 cruciaal was en lange tijd een grens vormde tussen stad en Groene Hart. Beeldbepalende wijzigingen van het landgebruik van meer recente datum zijn de woningen met tuinen in het zuidelijk deel van Ockhuizen, de grote boomgaard achter Ockhuizerweg 24, het natuurgebied ten westen van de eendenkooi en het fietspad vanaf de Ockhuizerweg met viaduct over de A2.

Hierbij is te constateren dat het zuidelijke deel een grotere dynamiek kent en heeft gekend, hetgeen logischerwijs een gevolg is van de ligging van de bebouwing met erven en de toegankelijkheid via de Polderweg-Ockhuizerweg. Enkele elementen zijn in de loop van de tijd verdwenen, bijvoorbeeld enkele bosjes, boomgaarden, dwarssloten en kavelrandbeplantingen. Ook de naoorlogse boerderij aan Ockhuizerweg 39 is thans niet meer aanwezig. Als belangrijkste relicten binnen het onderzoeksgebied zijn te noemen, naar periode van ontstaan of dominante verschijningsvorm: •

Van vóór ca. 1830: 1. verkaveling en slotenstelsel 2. eendenkooi met kooikerswoning Rijnveldsche Bosch 3. Thematerkade-Ockhuizerdijk 4a. Haarrijn met molenplaatsen 4b. Ouwenaarskade 4c. Uitschuit en Middelwetering 4d. Restanten Westdijk 5a. erven Ockhuizerweg 20 en 24 5b. boomgaard tegenover Ockhuizerweg 20 6. erf De Bom (Rijndijk 4) 7. bosje (I) in zuidoosten

•

Van vóór ca. 1900: 8. Polderweg-Ockhuizerweg 9. boerderij Dijkzicht (Rijndijk 2) 10. parkbosjes ten noorden van Polderweg 11. zichtlijnen vanaf kasteel De Haar 12. erf Ockhuizerweg 22 12. erf Het Veldhoen (Thematerkade 2) 13. bosje (II) in zuidoosten

•

Van vóór ca. 1966: 14. Gemaal met dienstwoning (Thematerkade 4)

•

31

Van na ca. 1966: 15. woningen met tuin Ockhuizerweg 51, 53, 55 en Thematerkade 2-1 16. woningen met tuin Ockhuizerweg 37, 41 17. fruitboomgaard achter Ockhuizerweg 24 18. natuurontwikkeling ten westen van de eendenkooi 19. fietspad vanaf Ockhuizerweg met viaduct over de A2

SB4

Verkaveling en slotenstelsel (1).

De eendenkooi (2) vanuit het zuidoosten.

Kooikerswoning ‘Rijnveldsche Bosch’ (2).

Eén van de vangpijpen op de eendenkooi (2).

Knotessen en -wilgen langs één van de vangpijpen.

Knotbomen in de eendenkooi (2).

Pad tussen kooikerswoning en eendenkooi (2).

Thematerkade, gezien richting het noorden (3).

32

Ockhuizen te Haarzuilens

Zuidelijk deel van de Thematerkade (3).

De voormalige Ockhuizerdijk (thans Ockhuizerweg) (3).

Zicht op de kade langs de Haarrijn, richting oosten (4a).

Zicht naar de Haarrijn, richting westen (4a).

Achterwetering polder, rechts de Ouwenaarskade (4b).

De ‘Uitschuit’ (4c), richting A2.

Markering van rijen bomen van de vml. Westdijk (4d).

Ockhuizerweg 20 (5a).

33

SB4

Ockhuizerweg 20 (5b).

Boomgaard tegenover Ockhuizerweg 20 (5b).

Boerderij De Bom (6)

Geriefhoutbosje in het zuidoosten (7).

Polderweg met haag en laanbeplanting (8).

Boerderij Dijkzicht (9).

Bosje aan de Polderweg (10).

Bosje aan de Thematerkade (10).

34

Ockhuizen te Haarzuilens

Doorzicht vanaf bruggetje over Polderweg (11).

Zichtlijn vanaf De Haar richting Ockhuizerweg (11).

Boerderij Ockhuizerweg 22 (12)

Boerderij Het Veldhoen (13).

Geriefhoutbosje in het zuidoosten (14).

Geriefhoutbosje in het zuidoosten (14).

Gemaal met dienstwoning aan het eind van de kade (15).

Voormalig gemaal op de Haarrijn (15).

35

SB4

Thematerkade 2-1 (15).

Bungalow op Ockhuizerweg 37 (16).

Bungalow op Ockhuizerweg 41 (16).

Knotwilgen aan de rand van de boomgaard (17).

Fruitboomgaard bij Ockhuizerweg 24 (17).

Natuurontwikkeling (18).

Viaduct voor langzaam verkeer over de A2 (19).

Fietspad, gezien richting eendenkooi (19)

36

Ockhuizen te Haarzuilens

4. waardering

4.1. Waarderingsmethode De in onderliggend rapport gevolgde waarderingsmethode is afgestemd op de ‘Richtlijnen Tuinhistorisch Onderzoek’ en richtlijnen ‘Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening’.43 Hierin wordt onder meer nadruk gelegd op het belang van goede doorgronding van de ontwikkelingsgeschiedenis van een plek en een heldere en verifieerbare methode om te komen tot een duidelijke representatie van de waarden in beschrijvingen en tekeningen. Bij een waardebepaling kan zowel sprake zijn van een externe als van een interne waardestelling. Bij de externe waardestelling wordt het onderzoeksgebied als geheel gerelateerd aan de nationale of regionale betekenis en de positie ten opzichte van vergelijkbare gebieden in Nederland of de regio. Wat betreft de rijksmonumenten die zijn aangewezen, heeft er reeds een externe waardering plaatsgevonden en zijn van nationaal of lokaal hoge waarde beoordeeld. De interne waardestelling vindt plaats op deelgebied- en elementsniveau, waarmee wordt bedoeld dat de waarden van deelgebieden en elementen op het terrein in relatie tot het onderzoeksgebied als geheel worden afgewogen, en dus in principe niet gerelateerd worden aan vergelijkbare elementen in andere gebieden.

Een nadere waardering op deelgebied- of elementsniveau geeft inzicht in de specifiek aan een plek of element toe te kennen betekenis, waarbij oudere, meer gave en meer in samenhang verkerende zaken een hogere verwachtingswaarde kennen. Welke elementen zijn in de loop der tijd ongewijzigd en behoren tot de kern of het karakter van het gebied? Of welke elementen zijn later ingevoegd, maar op zorgvuldige wijze waarbij een nieuwe samenhang met de oudere situatie is ontstaan? Zo ontstaat ook een onderscheid tussen hoofdstructuren, bijzonderheden en bijzaken: wat kan zonder impact worden verwijderd of wat draagt bij tot de essentie van dit gebied. In de waardestellingen zijn de volgende aspecten in ogenschouw genomen: • algemeen historische waarde: deze waarde wordt bepaald door representatie van culturele, sociaaleconomische en/of geestelijke ontwikkeling, representatie van geografische, landschappelijke en/of bestuurlijke ontwikkeling, representatie van technische en/of typologische ontwikkeling, of te typeren als innovatief, vroeg of pionier. In dezen is met name het ontstaan en de ontwikkelingsgeschiedenis van belang, niet (enkel) het huidig aanzien. In deze is de ouderdom op zich niet bepalend voor de waarde, maar wel een belangrijke graadmeter voor de beleving, bijzonderheid (zeldzaamheid) en continuïteit in vorm en functie (gaafheid).

Te meer omdat groen erfgoed een grotere vergankelijkheid kent (ten opzichte van ‘rode elementen’), zijn oudere elementen in de regel ook zeldzamer. • ensemblewaarde: deze waarde wordt bepaald door de context of samenhang: een object kan onderdeel zijn van een structuur of patroon, dat ruimtelijk/fysiek of in betekenis met elkaar in verbinding staat. Een dergelijke relatie kan bijvoorbeeld bestaan uit een logisch en als geheel gerealiseerd ontwerp waarbij een object dient als onderdeel van een groter geheel (ontginning, tuin) of bijvoorbeeld als begeleiding van een weg of perceelsgrens. • tuinhistorische waarde: deze waarde volgt uit een belang voor de geschiedenis van de (tuin)architectuur en/of tuinhistorie, voor het oeuvre van de (tuin- en landschaps)architect, wegens het idee achter de aanleg en/of motief van de opdrachtgever, vanwege de afleesbaarheid van de historische gelaagdheid, vanwege de esthetische en ruimtelijke kwaliteiten (van het ontwerp), ornamentiek en/ of afwerking, vanwege de compositie, onderlinge samenhang en/of ordening van onderdelen, of vanwege het (innovatieve) materiaalgebruik, horticulturele traditie, gebruikte beplanting en/of dendrologische aspecten. Hierin spelen onder meer de tuinstijlen een rol. • gebruikshistorische waarden: Gebruikshistorische waarde komt voort uit een belang vanwege (de 43

Hendriks, L., R. van Immerseel, Richtlijnen tuinhistorisch onderzoek, Voor waardestellingen van groen erfgoed, 2012; Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Cultuurhistorisch onderzoek in de vormgeving van de ruimtelijke ordening, Aanwijzingen en aanbevelingen, Amersfoort, 2013.

37

SB4

‘Waarderingskaart Haarzuilens’ uit de toelichting bij het Beschermd Dorpsgezicht. (Bron: RCE, 2013.)

38

Ockhuizen te Haarzuilens

•

ordening, samenhang of inrichting van onderdelen, passend bij) een (historisch) gebruik, functie of productie, of als herinnering aan een historische gebeurtenis of prominente bewoner (herinneringswaarde), gebruiker of opdrachtgever. Hierbij speelt ook de gaafheid ten opzichte van de primaire vorm: in de loop der tijd kunnen vorm en functie gewijzigd zijn, waarbij de primaire vorm is aangetast in fysieke staat en/of herkenbaarheid. Er wordt waarde toegekend aan een element of structuur die in het verleden nadrukkelijk een functionele rol heeft gespeeld (die thans nog herkenbaar is), bijvoorbeeld een wal of bomenrij, pad of waterloop. belevingswaarde: Hier speelt het belang van afleesbaarheid van (historisch) gebruik, continuïteit, verhaal en gelaagdheid, van ruimtelijke kwaliteit en verzorgdheid, en van aanzicht, beeld of silhouet. Ook de ouderdom van bomen kan bijdragen aan de belevingswaarde. Belevingswaarde is in principe niet gerelateerd aan openbaarheid of toegankelijkheid van plekken.

De waardering wordt uitgedrukt in de volgende kwalificaties: • hoog (blauw): essentieel en onlosmakelijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde; • positief (groen): belangrijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde, bijvoorbeeld vanwege de instandhouding en afleesbaarheid van de ontwikkelingsgeschiedenis; • indifferent (geel): geen wezenlijk onderdeel in de cultuurhistorische waarde. Een waardestelling is geen absoluut gegeven, maar dient om een gewicht (of weging) toe te kennen en om met elkaar in gesprek te gaan over unieke of bijzondere kenmerken. Naarmate een hogere waarde is toegekend, zal een meer krachtig argument benodigd zijn om deze waarde aan te tasten. De waardering die in navolgende hoofdstukken is toegekend (in tekst, tabel of kaart), is het resultaat van gevolgde methode.

4.2. Cultuurhistorische waarden en karakteristiek van het gebied Beschermd Dorpsgezicht “Het beschermd gezicht Haarzuilens is van algemeen belang vanwege het vanuit één concept ontworpen ensemble van kasteel, park en dorp te midden van het bijbehorende agrarische open polderland. Deze voor Nederland unieke grootschalige aanleg heeft zowel ideologisch als fysiek gebruikgemaakt van een middeleeuws verleden, waarbij de oude bestaande structuren en restanten uit die periode respectievelijk zijn aangepast, aangevuld en intact gelaten”.44 In het onderzoeksgebied zijn de volgende aangeduide waarden van belang: • de landschappelijke parkaanleg rond kasteel De Haar naar ontwerp van H.

Copijn als cultuurhistorisch en landschappelijk zeer waardevolle groenstructuur te midden van en in contrast met het vlakke en open polderland; • kasteel De Haar als kern van deze aanleg met diverse zichtassen over het weidegebied richting Maarssen, Breukelen en Utrecht en als voorbeeld van een voor Nederland grootschalige particuliere 19e-eeuwse ontwikkeling; • de bijzondere, vanuit één concept ontwikkelde ruimtelijkhistorische samenhang tussen kasteel, park en dorp in een geheel landschappelijke omgeving; • de historisch-functionele relatie tussen het kasteel, het park en de omringende agrarische gronden als onlosmakelijke onderdelen van het gehele multifunctionele landgoed; • de middeleeuwse ontginningsstructuren betreffende de verkavelingen, de ontginningsassen, de zijen achterkaden, de waterlopen en de doorgaande wegen, in het kasteelpark deels geïncorporeerd in de nieuwe aanleg en in de omringende polders nog grotendeels gaaf en onderling visueel herkenbaar; • de in het gebied aanwezige historische bebouwing, archeologische terreinen en bijzondere elementen als de bij het kasteel behorende eendenkooi en de Hamtoren.45 44 45

RCE, 2013, p. 13. RCE, 2013, p. 12.

39

SB4

Uitsnede van de Cultuurhistorische Atlas van provincie Utrecht, met provinciaal erfgoedbeleid naar speerpunt: historische buitenplaatsen (roze) en agrarisch cultuurlandschap (groen). (Bron: Provincie Utrecht, CHAT.)

Uitsnede van de Cultuurhistorische Atlas van provincie Utrecht, ingedeeld naar thema: wonen (geel), bedrijvigheid (bruin), infrastructuur (grijs), kastelen en buitenplaatsen (roze), waterbeheersing (blauw) en agrarisch cultuurlandschap (groen). (Bron: Provincie Utrecht, CHAT.)

40

Ockhuizen te Haarzuilens

Complex Kasteel De Haar In het onderzoeksgebied zijn de volgende aangeduide waarden van belang: • als voorbeeld van een voor Nederland uniek complex van Kasteel of hoofdgebouw, Châtelet, bij- en dienstgebouwen, historische tuinen, tuinsieraden en parkaanleg, dat naar omvang, gevarieerde samenstelling en verscheidenheid van de onderdelen, tot stand is gekomen tijdens één restauratie- en herbouwperiode. Dit complex kan alleen vergeleken worden met enkele internationale voorbeelden. • vanwege de bij de buitenplaats behorende parkaanleg in landschapsstijl, die een representatief voorbeeld is van het werk van de tuin- en landschapsarchitect Hendrik [Henri] Copijn.46 De historische tuin- en parkaanleg van Kasteel De Haar is in cultuurhistorisch opzicht van algemeen belang: • vanwege de ontstaansgeschiedenis; • als zeldzaam gaaf bewaard voorbeeld van een aanleg in landschapsstijl van Hendrik Copijn, aansluitend op de geometrische delen van de aanleg en liggend in het landgoed van De Haar; • vanwege het belang van de aanleg voor de geschiedenis van de tuin- en landschapsarchitectuur; • vanwege de, ook in detail, gaaf bewaarde structuur; • vanwege de voor Nederland ongebruikelijke omvang; • vanwege de esthetische kwaliteit van het ontwerp.47 Landschap Het onderzoeksgebied wordt in belangrijke mate bepaald door het rurale karakter van open gebied met grasland, opstrekkende percelen,

rechte sloten en een handvol erven. Het ligt in het overgangsgebied van de oeverwallen en stroomruggen van de Oude Rijn (met de dorpen Vleuten, De Meern en Harmelen) naar het open veenweidelandschap (met lintdorpen als Gerverscop, Portengen of Kamerik). Voor het Utrechtse deel van het Groene Hart zijn door de provincie de volgende kernkwaliteiten aangegeven: • openheid; • (veen)weidekarakter, inclusief strokenverkaveling, lintbebouwing, etc.; • landschappelijke diversiteit; • rust en stilte.48 Voor het onderzoeksgebied geldt dat de verkavelingsstructuur van Ockhuizen nog relatief gaaf aanwezig is. De occupatiegeschiedenis met de relatief kleinschalige ontginningsbasis van Ockhuizen is nog herkenbaar en karakteristiek voor de relatief late ontginning van het gebied, of in ieder geval in contrast met de aanliggende grootschalige cope-ontginningen. Daartoe behoren enkele typische landschapselementen, zoals de eendenkooi, geriefhoutbosjes, hoogstamboomgaard, (voormalige) houtkades en knotwilgenrijen; sommige van hoge ouderdom. Hierin tekent zich tevens een gradiënt in het landschap af, als gevolg van de natuurlijke ondergrond. Namelijk een geleidelijke wijziging van het landgebruik van zuid naar noord, waarbij de openheid van het gebied toenam. Daarbij kwam dat het van oudsher een relatief geïsoleerd gebied betrof met doodlopende insteekwegen.

De aanleg van de Polderweg heeft hier omstreeks 1900 al een belangrijke wijziging in gebracht. De wandel- en fietspaden creëren een meer ontsloten en doorgaanbaar gebied.

46 47 48

RCE, complexnr. 527891. RCE, mon.nr. 527893. https://www.provincie-utrecht.nl/onderwerpen/natuur/landschap?PagClsIdt=1257376#groene_hart; OKRA landschapsarchitecten, Kwaliteitsgids Utrechtse Landschappen - Katern Groene Hart, Provincie Utrecht, 2011.

41

SB4

H

C A

F G

B D

E

Hoge waarde Positieve waarde Indifferent

Waardering: beoordeling per deelgebied van de cultuurhistorische waarde. (Bron ondergrond: Kadaster, pdok.nl.)

42

Ockhuizen te Haarzuilens

4.3. Waardering van deelgebieden Per deelgebied is gekeken naar het ‘totaalbeeld’ van cultuurhistorische waarden voor betreffend terrein, beoordeeld naar de verschillende deelwaarden. Deelgebied

Toelichting

Waardering

Waarde

A.

Open weidelandschap, met in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling, herkenbaar als afzonderlijk ontginningsblok.

Relatief gaaf historisch landschap, van waarde door ouderdom van landschapsstructuren en continuïteit van landgebruik, in samenhang met omliggende ontginningen, met hoge landschappelijke belevingswaarde

Hoog

B.

Open weidelandschap, met in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling, doorsneden door de Polderweg. Beïnvloed door de parkaanleg op De Haar door aanleg bosjes (en bouw boerderij Dijkzicht).

Relatief gaaf historisch landschap, van waarde door ouderdom van landschapsstructuren en continuïteit van landgebruik, in samenhang met omliggende ontginningen, onderdeel van het ontworpen landschap rondom Kasteel De Haar, met hoge landschappelijke belevingswaarde

Hoog

C.

Open weidelandschap, met in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling.

Relatief gaaf historisch landschap, van waarde door ouderdom van landschapsstructuren en continuïteit van landgebruik, in samenhang met omliggende ontginningen, met hoge landschappelijke belevingswaarde

Hoog

D.

Bebouwingslint van Ockhuizen, bepaald door de oorspronkelijke boerderijerven, aansluitend op de in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling, met enkele (restanten van) kavelrandbeplanting.

Ontginningsbasis met historische boerderijen, van waarde door oude bebouwingslocaties en herkenbaar lint, mede bijzonder vanwege de geringe omvang, met enkele oudere en karakteristieke agrarische (onderdelen op de) erven, in samenhang met omliggende ontginningen, met hoge landschappelijke belevingswaarde

Hoog

E.

In oorsprong open weidelandschap, met in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling. Later met tijdelijk gebruik als boomgaard en invoeging van enkele woonhuizen met grote tuinen, beïnvloed door de ligging nabij dorp Haarzuilens.

Van waarde in relatie tot het oorspronkelijke landschap, als onderdeel van het ontginningsblok, doch minder herkenbaar door later ingevoegde bebouwing met tuinen

Positief

F.

In oorsprong open weidelandschap, met in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling. Relatief recent in aanzicht en gebruik gewijzigd door fruitteelt, natuurontwikkeling, bebouwing aan de Ockhuizerweg en recreatieve voorzieningen.

Van waarde in relatie tot het oorspronkelijke landschap, als onderdeel van het ontginningsblok, doch minder herkenbaar door later ingevoegde functies

Positief

G.

Open weidelandschap, met in hoofdzaak middeleeuwse verkaveling. Met historische eendenkooi (16e of 17e eeuw). Lichtelijk beïnvloed aan noordzijde door de A2.

Relatief gaaf historisch landschap, van waarde door ouderdom van landschapsstructuren en continuïteit van landgebruik, in samenhang met omliggende ontginningen, met hoge landschappelijke belevingswaarde

Hoog

H.

Randen van ontginningsblokken: achterzijde van de ontginning van Ockhuizen, met de Haarrijn met voormalige molenplaatsen; achterzijde van de ontginning Maarssenbroek (Oudenaarskade), aangesneden door de A2

Van waarde als randzone, in samenhang met de ontginningsblokken en de bijzondere functie in de waterhuishouding, doch aangetast door het verdwijnen van de molens en aansnijding door de A2, waardoor de historische context minder herkenbaar is geworden.

Positief

43

SB4

Waardering: beoordeling per element van de cultuurhistorische waarde. (Bron ondergrond: Kadaster, pdok.nl.)

Hoge waarde Positieve waarde Indifferent

44

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=f0d0de4f-0e32-454f-bd7b-752c35ebc22e