Bijlagenboek Lombokplein PvE/FO.pdf
Tekst van het document
Lombokplein Herstructurering Westplein, Leidse Rijn en Graadt van Roggenweg
Bijlagenboek
'HILQLWLHYHversie, VHSWHPEHU 2020
Inhoudsopgave Bijlage 1 Cultuurhistorisch overzicht Westplein en omgeving
3
Bijlage 2 Bestaande situatie
30
Bijlage 3 Eigendomssituatie
32
Bijlage 4 Bezonningsstudie
34
Bijlage 5 Bomeninventarisatie
45
Bijlage 6 Variantenstudie doorstroming verkeer
50
Bijlage 6a Aanvullende simulaties kruising Sijpesteijnkade en stadsstraat Bijlage 7
101
Voor- en nadelen varianten kruising Van Sijpesteijnkade en stadsstraat
Bijlage 8 Samenvatting onderzoek verkeersreductie Westplein
114 123
Bijlage 1 Cultuurhistorisch overzicht Westplein en omgeving
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. Het gebied dat we nu kennen als de kop van Lombok en het Westplein kent een lange geschiedenis. De Leidscherijn, de Vleutenseweg (en -wetering), de Croeselaan en de aansluiting met de westelijke entree van de stad (nu binnenstad) vormen daarbij de belangrijkste historisch-ruimtelijke actoren. Zij bepaalden lange tijd de ontwikkelingen in dit gebied. De onderlinge relaties zijn met name door de verkeersingrepen in de tweede helft van de twintigste eeuw versnipperd geraakt en soms zelfs opgeheven. Hierna volgt een historisch overzicht van de belangrijkste ruimtelijke ontwikkelingen vanaf de 17eeeuw die hebben geleid tot de huidige situatie.
Ca 1200-ca 1800 Het stadsbeeld aan de westzijde , zoals dat eeuwenlang intact is gebleven, bestond uit de 17eeeuwse Leidscherijn (of Leidsevaart) en de 12e-eeuwse Vleutense wetering (of Vleutensevaart ) die bij elkaar kwamen ter hoogte van de westelijke stadspoort, de Catharijnepoort. Hier vormen beide waterlopen een kleine haven: het Leidseveer. Langs Vleutensewetering en Leidscherijn ontwikkelde zich bedrijvigheid in de vorm van molens, scheepswerfjes en dergelijke. Ze vormden als waterwegen de belangrijkste verbindingen vanuit het westen met de stad. In de 17e-eeuw werden er drie grachten aangelegd parallel aan de westelijke stadsbuitengracht (nu de Catharijnesingel). Elke gracht sloot aan op de Leidscherijn in het noorden en de Vaartserijn in het zuiden van de stad. Het gebied was bedoeld als stadsuitbreiding (plan Moreelse), maar de bebouwing is er niet gekomen. Alleen de grachten zijn gegraven en werden gebruikt door de hoveniers (moesgrachten).
Gezicht vanaf Catharijnepoort naar het westen met links de Leidscherijn en rechts het begin van de Vleutensewetering (achter het bootje). Op de voorgrond het Leidseveer. (1737)
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Het 17e-eeuwse uitbreidingsplan met een systeem van parallelle grachten ten westen van de stadsbuitengracht (nu Catharijnesingel). Binnen de cirkel de aansluiting op Leidserijn en Vleutensewetering. Van de drie 17e-eeuwse grachten zijn er twee als tracé anno 2018 nog herkenbaar in de Kruisvaart en de Croeselaan.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
1800 – 1880 In 1812 kwam de Amsterdamsestraatweg erbij aan de westkant als belangrijke route (route imperiale no II tussen Parijs en Amsterdam). Het afbreken van de middeleeuwse stadsomwalling en het bijbehorende stedenbouwkundig plan van J.D. Zocher (1820) betekende voor de noordwestkant van de binnenstad dat deze bestemd werd voor handel en handelskaden. Met de komst van de spoorwegen vanaf 1845 komen deze in het gebied te liggen tussen de 1e en 2e moesgracht (met de Kruisvaart). Het spoor liep aanvankelijk op maaiveld en vormde door het beperkt aantal oversteekplaatsen wel een barrière voor het doorgaande verkeer, maar nog geen expliciete visuele barrière. De Catharijnepoort werd vervangen door Catharijnebrug. De bebouwing breidde zich uit vanuit het centrum langs reeds bestaande wegen en waterwegen. In 1880 werd het Merwedekanaal gegraven met een sluizencomplex ter hoogte van de kruising met de Leidserijn, in de Leidseweg kwam hier over het kanaal een draaibrug (Muntbrug).
Kaart ca 1880
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
1880 – 1910 Lombok was het eerste ‘geregisseerde’ stedelijke uitbreidingsplan van Utrecht, gebaseerd op een uitwerking van het ‘100-stratenplan’(1879). Er was al wel enige bebouwing hier, onder andere een klein gebiedje met arbeiderswoningen uit ca 1880 ten noorden van de Vleutenseweg (beter bekend nu als ‘het Verdomhoekje). Voor de nieuwe wijk Lombok werd een stedenbouwkundige hoofdstructuur bepaald waarin de tracés van de Kanaalstraat, de J.P. Coenstraat en de Bilitonkade worden vastgesteld. De invulling geschiedde vervolgens door particulieren met kleine reeksen woningen aan zijstraten, loodrecht op de Kanaalstraat. De kopbebouwing, zowel aan de Kanaalstraat, als aan de Leidsekade, als aan de Vleutenseweg was hoger dan de bebouwing in de straten. Over de Leidserijn kwam een groot aantal bruggen: Hagelbrug, Artilleriebrug, Dambrug, J.P. Coenbrug en Abel Tasmanbrug. De kop van Lombok is rond 1900 bebouwd. Ook aan weerszijden van de Vleutenseweg – en wetering ontwikkelde zich bebouwing, gerealiseerd door particuliere bouwers. Langs de Leidseweg groeide eveneens bebouwing vanuit de binnenstad. Het eerste deel tot aan het spoor werd de directe verbinding dus het spoorwegstation/ stationsplein en de binnenstad en kende daarom al snel ontwikkeling met gerelateerde functies als wonen, horeca en kantoren (De Utrecht).
De overzijde: het Leidseveer met de binnenhaven behield nog een tijd zijn water-gerelateerde functies (zoals een scheepswerfje). In het gedeelte van de Leidsweg tussen spoor en Croeselaan kwam vanaf 1870- 1900 een aantal kazernes te liggen (Artillerie-, Dam- en Hojelkazerne). Vanaf de Croeselaan tot aan het Merwedekanaal ontwikkelde zich een lintbebouwing aan de Leidseweg met voornamelijk wonen. Karakteristiek van de Leidserijn in deze periode: kades en een talud. Er vond nog steeds lokale scheepvaart over het water plaats naar de binnenstad. Er kon afgemeerd worden aan de Leidserijn en er was een draaikom tegenover de Kruisvaart.
Hoofdstructuur Lombok
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Kaart ca 1890: bebouwing Lombok tussen Vleutenseweg/wetering en Leidserijn. Aan de Leidseweg (hier Leidsestraatweg genoemd) enkele grote kazernecomplexen en lintbebouwing.
Leidseweg met talud en uitmonding van Kruisvaart (links) en zwaaikom (rechts) in de Leidscherijn. Op de achtergrond de Dambrug.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Hagelbrug: verbinding tussen Hagelstraat en Leidsekade (nu van Sijpesteijnkade). Leidsekade bebouwing Lombok
Dambrug met rechts de Artilleriekazerne , in 1939 hernoemd in Van Sijpesteijnkazerne.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Vleutenseweg (links) en Vleutensewetering, ca 1910
Kop van de Croeselaan en de Leidseweg. In het dubbele woonhuis was bierbrouwerij De Krans gevestigd.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
1920- 1940 De grote groei van de stad aan de westkant gecombineerd met de groei van het (gemotoriseerde) verkeer én van de spoorwegen liet zijn invloed in dit gebied danig gelden. Zowel de Leidseweg, als de Vleutenseweg als ook de Amsterdamsestraatweg werden steeds belangrijker als (auto) invalswegen naar en van het centrum. Hetzelfde gold voor de Croeselaan die transformeerde tot een stadsstraat. Overigens intensiveerde in deze periode ook het openbaar vervoer, eind jaren dertig maakt de tram plaats voor de autobus. De cityvorming (centrum steeds meer als plek van werken, dienstverlening en winkels ten koste van wonen) en de komst van de Jaarbeurs (vaste gebouwen op het Vredenburg) verhoogde de verkeersdruk op deze westelijke toegang tot de stad. De eerste grote ingrepen vonden plaats om de mobiliteit en de bereikbaarheid te verbeteren. Deze ingrepen vonden plaats in het gebied tussen Catharijnebrug en spoor, maar konden niet los gezien worden van maatregelen aan de andere zijde van het spoor. De Catharijneburg werd meerdere malen verbreed. De oude binnenhaven van het Leidseveer werd gedempt en ‘voorlopig’ ingericht als parkeerplaats.
vervangen bestaande bruggen als Artilleriebrug en Dambrug door bredere bruggen, hetgeen ook gepaard ging met overkluizing van een deel van de Leidserijn Leidseweg kreeg een onderdoorgang onder het spoor de Vleutensewetering werd in twee fasen gedempt voor de verbreding van de Vleutenseweg
De druk om steeds meer verkeersmaatregelen te gaan nemen werd alleen maar groter. In dit gebied (omgeving kop van Lombok) uitte zich dit in x x x
Spoor: De barrière van het spoor aan deze kant van de stad was vanaf het begin van de 20e-eeuw onderwerp van studie. Uiteindelijk werd er gekozen voor de verhoging van het spoor en het aanbrengen van een aantal viaducten. Deze werkzaamheden vonden plaats tussen 1938-1941. Voor de directe omgeving van het station betekende het de aanleg van het Leidseveer viaduct (ontwerp: Sybold van Ravesteijn). Daarvoor werd een deel van de omliggende woonbebouwing aan weerszijden van het nieuwe viaduct gesloopt. (naam Leidseveertunnel dateert uit 1953) Tegelijkertijd werden de voorbereidingen getroffen voor een nieuwe invalsweg vanuit het westen naar de binnenstad – de latere Graadt van Roggenweg. Het houdt in dat er een tracé aangelegd zou worden vanaf het Merwedekanaal naar de kop van Lombok en de nieuwe onderdoorgang van het Leidseveer viaduct. De eerste aanzet tot wat het Westplein zou worden is hiermee tot stand gekomen.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Artilleriebrug met beeldhouwwerk ‘verkeer’ van Step
Nieuwe Artilleriebrug en nieuwe Dambrug , de Leidserijn wordt hier overkluisd. 1935.
Uiterwaal.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Kop van de Croeselaan en Leidseweg in 1931. Links kazernegebouwen, rechts vm. bierbrouwerij De Krans
Dempen van de Vleutensewetering 1931
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
1936: Leidseveer (rechts van spoor) gedeeltelijk gedempt en eerste deel Vleutensewetering gedempt.
1937: plan spoortunnel met alle nieuwe infrastructuur aan weerszijden van het spoor. Sloop van de eerste huizen van de kop van Lombok, er ontstaan twee geïsoleerde eilandjes met bebouwing.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Huizen aan de Hagelstraat die gesloopt gaan worden voor het nieuwe (Leidseveer) viaduct.
Nieuwe viaduct vanaf de Kanaalstraat (geopend 1941, naam Leidseveer pas in 1953)
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
luchtfoto 1944
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
1950- 1980 De Graadt van Roggenweg werd aangelegd als nieuwe uitvalsweg naar het westen (A2) en als hoofdontsluiting voor een aantal nieuwe Jaarbeurshallen (Julianahal, Bernardhal). Hiervoor is een deel van de bebouwing aan de Leidseweg gesloopt. Voor de aansluiting op de Croeselaan werd een rotonde aangelegd. Het betekende ook een verdere overkluizing van de Leidserijn ter hoogte van de Damstraat. De Dambrug als brug verdwijnt. In 1968 werd de naam Westplein gegeven aan de rotonde bij de aansluiting van Croeselaan, Graadt van Roggenweg en Leidseweg. In volgende jaren zouden ook enkele aanliggende straatnamen opgaan in het Westplein. De situatie op deze plek wordt meerdere malen aangepast. De Vleutens wetering is over de volle lengte gedempt, de Vleutenseweg werd ingericht als volledige autoweg. In het kader van de bereikbaarheid van de stad werden vanaf 1956 grote verkeersplannen ontwikkeld, waaronder de demping van de singels voor een ringweg om het centrum. Deze plannen zouden uiteindelijk uitgevoerd worden in een afgeslankte variant, met de demping van de Weerdsingel en stukje Catharijnesingel. De Daalsetunnel werd de nieuwe aansluiting tussen Vleutenseweg en deze wegen. Opnieuw werd een deel van de nog aanwezige woonbebouwing gesloopt. In 1969 werd een fietstunnel aangelegd onder het Westplein door.
De bouw van Hoog Catharijne betekende sloop van de Van Sijpesteinkazerne en bouw van Holiday Inn (1970). De omgeving van Jaarbeursplein en Croeselaan wijzigden opnieuw, onder andere met de komst van een grote parkeergarage. Stadsvernieuwing betekende de sloop en nieuwbouw van het ‘verdomhoekje’ (Bouwen voor de Buurt). In Lombok startte aarzelend de particuliere stadsvernieuwing. Aanvankelijke sloopplannen (Kanonstraat) gaan (voorlopig) niet door. In 1979 werd de sneltram aangelegd over de Graadt van Roggenweg. In 1987 werd het laatste blokje huizen naast het spoor vervangen door de nieuwbouw van het Scandic Crown Hotel (Westplein 50).
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Graadt van Roggenweg 1954
Graadt van Roggenweg richting Croeselaan – de Julianahal
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Aanleg van de rotonde op de aansluiting Graadt van Roggenweg met Croeselaan. Sloop van bebouwing aan de Croeselaan en hoek Leidseweg . Achter de bebouwing is de Hojelkazerne zichtbaar. Ca 1955
De rotonde bij de Artilleriestraat in 1956. Links begint de Vleutenseweg.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Aanleg Westplein: rechts de Van Sijpesteijnkazerne en kop Croeselaan, links de Dambrug. Ca 1964
Sloop laatste deel van bebouwing kazerne aan de Croeselaan voor bouw Jaarbeursplein en HC.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Aanleg Daalsetunnel 1967. Gezien vanaf Vleutenseweg en Lombok.
Daalsetunnel in 1970
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Holiday Inn en de parkeergarage 1970
Entree Damstraat gezien vanaf Holiday Inn
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Lange Hagelstraat e.o. gezien vanaf Holiday Inn, ca 1970
Aanleg fietstunnel onder Westplein 1969
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Restant huizenblokje bij Leidserijn (links) tegenover de van Sijpesteinkade, 1980.
Rechts het Scandic Crown hotel, 1987 gebouwd op de plek van een restantje huizen
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Sneltram langs Graadt van Roggenweg, 1987.Op de achtergrond de gebouwen van de Jaarbeurs.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
1990 - 2015 Nieuwbouw van de Leidse Poort op de kop van de Leidseweg. Na discussie over de hoogte, werd deze opzettelijk laag gehouden in verband met zicht op de binnenstad (vanaf de Leidseweg). Sloop jaarbeurshallen langs Graadt van Roggenweg en sloop Hojelkazerne. Nieuwbouw kantorencomplex (Hojel city centre) en hoofdkantoor REAAL (verzekeringsmaatschappij). Sloop van de Kanonstraat en nieuwbouw van de kop van Lombok , inclusief een moskee en nieuwe appartementen complexen. Vernieuwing van Hoog Catharijne en omgeving / het centrumgebied, o.a. de bouw van het Stadskantoor en het WTC. Sloop van de kantoorgebouwen Cranenborgh en een deel Leeuwesteyn. Sloop van de parkeergarage. Aanleg van nieuwe busbanen (fly-over), opheffen van een deel van de sneltramlijn, het opheffen (dichtstorten) van de fietstunnel onder het Westplein. Tijdelijke inrichting Westplein, o.a. met fietsenstalling en paviljoen.
Leidse Poort
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Sloop Hojelkazerne , 1990
Nieuwbouw reaal en Hojel city centre
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Kop van Lombok met Ulu moskee en nieuwe appartementen.
Verleggen van de tramrails. Bouw van het stadskantoor en sloop kantoren HC.
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
2019 - stand van zaken
woontoren, eerste woningen in gebruik genomen
x sloop bestaande gebouwen Van Sijpesteijnkade (op monument na), nieuwbouw x parkeergarage Jaarbeursplein geopend, Jaarbeursplein vernieuwd x Croeselaan (deel vanaf de Van Zijstweg) heringericht
Luchtfoto maart 2019
Cultuurhistorisch overzicht Westplein e.o. - november 2019 - Erfgoed/ B. van Santen
Bijlage 2 Bestaande situatie
Bijlage 3 Eigendomssituatie
Bijlage 4 Bezonningsstudie
2.0 Uitgangspunten & streefwaarden 2.1 Bezonning De doelstellingen van de zonstudie zijn als volgt: Inzichtelijk maken van de schaduwwerking van gebouwen op de publieke ruimte en op de gebouwen onderling; Onderzoek van de bezonning op de buitenruimte voor comfortabele verblijfsgebieden. Het bovenstaande zal voor de volgende aandachtsgebieden worden onderzocht: Openbare ruimte op maaiveld Privé- en semipublieke binnentuinen Daken Gevels Voor deze studie zullen voornamelijk drie verschillende dagen, in februari, maart en juni, geanalyseerd worden (zie Figuur 1). In enkele gevallen zal 21 december als uitgangspunt gebruikt worden. 19 februari: de meest nadelige situatie binnen de lichte TNO norm (zie streefwaarden) in relatie tot beschikbare uren zon 21 maart: de gemiddelde lente of herfstdag (de zon heeft in deze jaargetijden dezelfde stand) 21 juni: de langste dag van het jaar en biedt dus de meest aantrekkelijke zon-condities Streefwaarden De streefwaarden voor bezonning zijn als volgt gedefinieerd:
Minimaal 2 mogelijke bezonningsuren op een gevel van een appartement in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober (lichte TNO norm) Voor parken, pleinen, binnenplaatsen en straten met tijdelijke verblijfsfuncties minimaal 2 mogelijke bezonningsuren op een herfst-/lentedag
Figuur 1 – Uitgangspunten winterdag, zomerdag en lente/herfstdag weergegeven in een generiek zonpad-diagram.
3.0 Bezonning 3.1 Bezonning binnenplaatsen en pleinen De volgende pagina’s tonen de analyse resultaten van de zonstudie voor de binnentuinen en pleinen. In deze analyse is eerst de situatie op een typische lente-/herfstdag geanalyseerd. Zoals in de resultaten gezien kan worden zijn sommige gebieden, vooral in de hoeken van de binnentuinen, vrij donker voor deze tijd van het jaar. Hiervoor is een tweede analyse uitgevoerd voor een typische zomerdag; de meest aantrekkelijke dag met betrekking tot bezonning (21 juni).
We kunnen uit deze studie concluderen dat sommige delen van de binnentuinen donker blijven, zelfs in ideale omstandigheden. Deze gebieden zijn rood omcirkeld en zullen extra aandacht vereisen in volgende fasen van het ontwerpproces. De pleinen lijken wat betreft bezonning binnen de streefwaarden te liggen.
3.0 Bezonning 3.1 Bezonning binnenplaatsen en pleinen
21 maart
21 juni
3.0 Bezonning 3.2 Schaduw In dit hoofdstuk worden de resultaten van de schaduw-analyse gepresenteerd. Twee s enario’s zi n ge valueerd Schaduw veroorzaakt door geplande bouw op de omgeving Schaduw veroorzaakt door de omliggende gebouwen op de geplande bouw De analyse is uitgevoerd voor de zonstand van 19 februari, welke de meest nadelige situatie binnen de lichte TNO norm representeert. Op een winterdag verschijnen lange schaduwen voor een korte periode bij zonsopkomst en zonsondergang. Deze zijn niet representatief voor de rest van de dag en zijn buiten beschouwing gelaten in de resultaten van deze studie. De analyse resultaten lieten wat aandachtspunten zien. We hebben hier een aanvullende check op uitgevoerd om na te gaan of de specifieke gevels nog steeds hun minimale eis van 2 uur per dag direct zonlicht ontvangen. De uitkomsten van deze check zijn als volgt:
De nieuwbouw van het project Beurskwartier genereert wel schaduw op de omliggende bestaande bouw. Slechts enkele gevels (in rood aangegeven) voldoen hierdoor niet meer aan de minimale TNO eisen.
Tegelijkertijd zal er ook schaduw van de bestaande bouw of de huidige plannen van Beurskwartier vallen. Binnen het huidige plan wordt er echter bijna nergens onder de norm gedoken.
Aanvullende notitie: in deze analyse is niet gekeken naar de onderlinge beschaduwing van gebouwen binnen de Beurskwartier ontwikkeling. Dit is wel meegenomen in hoofdstuk 3.4 Bezonning gevels.
3.0 Bezonning 3.2 Schaduw
Notitie Schaduw ten tijde van de winter (21 februari) veroorzaakt door de omliggende gebouwen (in het groen) op de geplande bouw Invalhoeken <10° zijn niet beschouwd; deze werpen een lange schaduw tijdens zonsopgang en zonsondergang In de roze gekleurde gebieden bevinden zich de meest getroffen gebouwen
3.0 Bezonning 3.2 Schaduw
Notitie In de meest getroffen gebieden is een check op minimaal 2 uur bezonning van de gevel uitgevoerd. De rode delen ontvangen minder dan 2 uur zon per dag in de winter
3.0 Bezonning 3.3 Bezonning daken Deze analyse is uitgevoerd met als doel inzicht te krijgen in de hoeveelheid mogelijk op te wekken zonne-energie binnen het plangebied. De resultaten op de volgende pagina’s tonen et aarli se potentieel aan straling op de daken in kWh/m2. Deze tonen aan dat niet alleen de hoogste daken maar ook enkele van de lagere daken goed geschikt zijn voor de plaatsing van PV-panelen. Aangezien de gemeente Utrecht de ambitie heeft een energie neutrale wijk te ontwikkelen en de duurzaame energie bij voorkeur lokaal zou worden opgewekt, is het aan te raden het overgrote deel van dit dakoppervlak ook daadwerkelijk voor zonne-energie in te zetten. Aanvullende studies zullen aan moeten tonen in hoeverre de gegenereerde energie voldoende is voor de toekomstige lokale vraag. We komen hier ook op terug in hoofdstuk 6.
3.0 Bezonning 3.3 Bezonning daken
Potentiële opbrengst per jaar
3.0 Bezonning 3.4 Bezonning gevels angaande de ezonning van de gevels zi n t ee s enario’s apart eoordeeld
Het deel van de gevels dat minimaal 50% van de zonuren per dag ontvangt.
Het deel van de gevels dat minimaal 2 uur direct zonlicht ontvangt in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober (o.b.v. de lichte TNO norm)
De uitkomsten van de eerste studie geven een indicatie van de mogelijkheden van het gebruik van zonlicht voor passieve verwarming. De tweede studie richt zich op de leefbaarheid van woningen. Passief verwarmingspotentieel Voor deze studie is de zonnestand op 21 december toegepast: de meest nadelige situatie van het jaar. Zoals de resultaten op de volgende pagina laten zien ontvangen vooral de onderste verdiepingen en gevels aan de noordzijde bijna nooit de gewenste 50% zonuren op de kortste winterdag. De analyse laat ook zien dat deze situatie in de loop van het jaar wel verbeterd, maar de aangegeven gebieden blijven plekken van aandacht. Kwaliteit binnenshuis Als referentie voor de kwaliteit binnenshuis met betrekking tot bezonning is 21 februari genomen als de meest nadelige situatie binnen de lichte TNO norm.
Ook hier zijn in de analyse resultaten in rood plekken van aandacht aangegeven. Wederom zijn het de noordelijk gelegen gevels die niet de gewenste kwaliteitseisen behalen. Aanvullende notitie: Gevels op het noorden vereisen altijd meer aandacht omdat deze niet voldoende zonlicht in de wintermaanden ontvangen. Een oplossing zou kunnen zijn om doorzon oningen’ toe te passen zodat ten inste een gevel per oning voldoet aan de gestelde eisen.
3.0 Bezonning 3.4 Bezonning gevels angaande de ezonning van de gevels zi n t ee s enario’s apart eoordeeld
Het deel van de gevels dat minimaal 50% van de zonuren per dag ontvangt.
Het deel van de gevels dat minimaal 2 uur direct zonlicht ontvangt in de periode van 19 februari tot en met 21 oktober (o.b.v. de lichte TNO norm)
De uitkomsten van de eerste studie geven een indicatie van de mogelijkheden van het gebruik van zonlicht voor passieve verwarming. De tweede studie richt zich op de leefbaarheid van woningen. Passief verwarmingspotentieel Voor deze studie is de zonnestand op 21 december toegepast: de meest nadelige situatie van het jaar. Zoals de resultaten op de volgende pagina laten zien ontvangen vooral de onderste verdiepingen en gevels aan de noordzijde bijna nooit de gewenste 50% zonuren op de kortste winterdag. De analyse laat ook zien dat deze situatie in de loop van het jaar wel verbeterd, maar de aangegeven gebieden blijven plekken van aandacht. Kwaliteit binnenshuis Als referentie voor de kwaliteit binnenshuis met betrekking tot bezonning is 21 februari genomen als de meest nadelige situatie binnen de lichte TNO norm.
Ook hier zijn in de analyse resultaten in rood plekken van aandacht aangegeven. Wederom zijn het de noordelijk gelegen gevels die niet de gewenste kwaliteitseisen behalen. Aanvullende notitie: Gevels op het noorden vereisen altijd meer aandacht omdat deze niet voldoende zonlicht in de wintermaanden ontvangen. Een oplossing zou kunnen zijn om doorzon oningen’ toe te passen zodat ten inste een gevel per oning voldoet aan de gestelde eisen.
Bijlage 5 Bomeninventarisatie
/ hŶŝĞŬŶƵŵŵĞƌ ϭϴϱϰϭϵϱ ϭϴϱϰϯϲϭ ϭϴϱϱϰϳϮ ϭϴϲϬϬϱϵ ϭϴϳϰϳϰϲ ϭϴϴϳϵϳϵ ϭϴϵϭϳϰϴ ϭϴϵϴϰϯϭ ϭϴϵϴϳϴϮ ϭϵϬϬϵϮϬ ϭϵϬϯϬϯϯ ϭϵϬϵϭϭϵ ϭϵϮϭϰϭϬ ϭϵϮϴϭϬϭ ϭϵϮϴϮϱϳ ϭϵϯϰϯϱϳ ϭϵϯϳϴϳϮ ϭϵϰϰϬϰϵ ϭϵϰϳϮϯϱ ϭϵϰϴϬϳϯ ϭϵϱϬϬϴϴ ϭϵϱϴϯϬϬ ϭϵϲϭϲϴϮ ϭϵϲϰϵϴϯ ϭϵϳϬϱϴϬ ϭϵϳϮϳϰϲ ϭϵϳϮϴϱϳ ϭϵϳϰϯϱϮ ϭϵϳϰϲϴϳ ϭϵϳϲϰϳϳ ϭϵϳϴϮϱϱ ϭϵϳϴϲϴϴ ϭϵϳϵϭϭϲ ϭϵϳϵϰϵϬ ϭϵϴϱϵϲϰ ϭϵϵϰϰϬϭ ϮϬϬϴϰϴϯ ϮϬϬϴϳϭϳ ϮϬϬϵϭϭϮ ϮϬϭϮϵϳϰ ϭϴϳϭϯϵϳ ϭϴϳϰϴϳϰ ϭϴϴϵϮϰϵ ϭϴϵϯϭϳϴ ϭϵϭϬϳϱϮ ϭϵϭϲϬϮϬ ϭϵϯϬϵϲϯ ϭϵϯϰϬϵϲ ϭϵϯϱϬϲϬ ϭϵϰϵϱϴϮ ϭϵϱϯϲϭϱ ϭϵϱϯϲϵϳ ϭϵϲϭϮϴϯ ϭϵϲϱϰϴϱ ϭϵϴϭϵϲϵ ϭϵϴϳϯϳϴ ϭϵϴϴϵϲϴ ϭϵϵϱϰϭϴ ϮϬϬϴϭϴϭ ϭϴϲϬϬϰϳ ϭϴϴϯϴϮϮ ϭϴϵϰϬϭϲ ϭϴϵϳϬϲϭ ϭϵϭϬϱϲϯ ϭϵϭϭϳϮϯ ϭϵϭϵϮϵϭ ϭϵϮϯϲϱϯ ϭϵϮϰϮϯϲ ϭϵϵϬϴϵϯ ϮϬϬϳϲϳϯ ϭϴϰϳϲϵϭ ϭϴϰϴϲϭϰ ϭϴϱϬϯϴϮ ϭϴϱϬϳϱϴ ϭϴϱϭϴϭϳ ϭϴϱϰϮϭϵ
ŽŽŵƐŽŽƌƚ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ WůĂƚĂŶƵƐdžŚŝƐƉĂŶŝĐĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖ'ƌŽĞŶĞǀĞůĚΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ ĂƌƉŝŶƵƐďĞƚƵůƵƐΖ&ĂƐƚŝŐŝĂƚĂΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ ŵĞůĂŶĐŚŝĞƌĂƌďŽƌĞĂΖZŽďŝŶ,ŝůůΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ WůĂƚĂŶƵƐdžŚŝƐƉĂŶŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ DĂůƵƐŚLJďƌŝĚĞ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ WůĂƚĂŶƵƐdžŚŝƐƉĂŶŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ ŵĞůĂŶĐŚŝĞƌĂƌďŽƌĞĂΖZŽďŝŶ,ŝůůΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ ^ŽƌďƵƐĂƌŝĂ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ ^ŽƌďƵƐĂƌŝĂΖDĂũĞƐƚŝĐĂΖ 'ůĞĚŝƚƐŝĂƚƌŝĂĐĂŶƚŚŽƐ ^ŽƌďƵƐĂƌŝĂ dŝůŝĂdžĞƵƌŽƉĂĞĂΖWĂůůŝĚĂΖ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ dŝůŝĂdžĞƵƌŽƉĂĞĂΖWĂůůŝĚĂΖ ^ŽƌďƵƐĂƌŝĂΖDĂŐŶŝĨŝĐĂΖ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ ^ŽƌďƵƐĂƌŝĂ dŝůŝĂdžĞƵƌŽƉĂĞĂΖWĂůůŝĚĂΖ ^ŽƌďƵƐĂƌŝĂ 'ůĞĚŝƚƐŝĂƚƌŝĂĐĂŶƚŚŽƐ dŝůŝĂdžĞƵƌŽƉĂĞĂΖWĂůůŝĚĂΖ dŝůŝĂƚŽŵĞŶƚŽƐĂ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂΖhŵďƌĂĐƵůŝĨĞƌĂ ^ŽƌďƵƐdžƚŚƵƌŝŶŐŝĂĐĂ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŶŐƵƐƚŝĨŽůŝĂΖZĂLJǁŽŽĚΖ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂ
ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂΖĞƐƐŽŶŝĂŶĂΖ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂΖĞƐƐŽŶŝĂŶĂΖ DĂůƵƐĐƵůƚŝǀĂƌƐ ZŽďŝŶŝĂƉƐĞƵĚŽĂĐĂĐŝĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖĂŵƉŝĞƌŝΖ ƌĂƚĂĞŐƵƐŵŽŶŽŐLJŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ
EĞĚĞƌůĂŶĚƐĞŶĂĂŵ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ƉƉĞůŵ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ƉƉĞůŵ 'ĞǁŽŶĞĞƐ 'ĞǁŽŶĞĞƐ 'ĞǁŽŶĞƉůĂƚĂĂŶ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ 'ĞǁŽŶĞĞƐ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ƉƉĞůŵ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ƉƉĞůŵ ƉƉĞůŵ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ƉƉĞůŵ <ĞŐĞůǀŽƌŵŝŐĞŚĂĂŐďĞƵŬ 'ĞǁŽŶĞĞƐ <ƌĞŶƚĞŶŵ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ 'ĞǁŽŶĞĞƐ 'ĞǁŽŶĞĞƐ 'ĞǁŽŶĞƉůĂƚĂĂŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ƉƉĞůŵ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ 'ĞǁŽŶĞƉůĂƚĂĂŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ <ƌĞŶƚĞŶŵ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ DĞĞůďĞƐ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ DĞĞůďĞƐ sĂůƐĞĐŚƌŝƐƚƵƐŵ DĞĞůďĞƐ ǁĂƌƚĞůŝŶĚĞ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ ǁĂƌƚĞůŝŶĚĞ DĞĞůďĞƐ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ DĞĞůďĞƐ ǁĂƌƚĞůŝŶĚĞ DĞĞůďĞƐ sĂůƐĞĐŚƌŝƐƚƵƐŵ ǁĂƌƚĞůŝŶĚĞ ŝůǀĞƌůŝŶĚĞ ŽůĂĐĂĐŝĂ >ŝũƐƚĞƌďĞƐ 'ĞǁŽŶĞĂĐĂĐŝĂ 'ĞǁŽŶĞĂĐĂĐŝĂ Ɛ 'ĞǁŽŶĞĂĐĂĐŝĂ 'ĞǁŽŶĞĂĐĂĐŝĂ ĂĐĂĐŝĂ ĂĐĂĐŝĂ ^ŝĞƌĂƉƉĞů 'ĞǁŽŶĞĂĐĂĐŝĂ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ 'ůĂĚĚĞŝĞƉ DĞŝĚŽŽƌŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ
>ĞĞĨƚŝũĚ Ϯ ϰϳ Ϯ Ϯ ϰϳ Ϯϳ ϭϳ ϰϳ Ϯ Ϯϰ ϭϳ ϯϳ ϰϳ ϰϳ ϭϬ Ϯ ϰϳ ϰϳ ϰϳ ϰϳ Ϯ Ϯ ϰϳ ϰϳ ϭϱ ϯϮ ϭϬ ϯϮ Ϯ ϯϮ Ϯϳ ϰϳ Ϯ Ϯ ϰϳ ϰϳ ϰϳ ϰϳ ϭϬ ϯϳ ϭϳ ϯϳ ϭϳ ϭϳ ϭϳ ϳ Ϯϳ ϯϳ ϰϮ ϭϳ ϰϮ ϯϮ ϭϳ ϭϳ ϰϮ Ϯϳ ϭϳ ϰϮ ϭϳ Ϯ Ϯϳ ϭϭ ϭϭ ϭϳ ϱϳ ϭϭ ϱϳ ϱϳ ϭϳ ϭϵ ϭϲ ϰϳ ϰϳ ϯϴ ϰϮ ϭϲ
^ƚĂŵĚŝĂŵĞƚĞƌ ϭϬ ϭϴ ϭϯ ϭϮ Ϯϭ Ϯϯ Ϯϯ ϳϰ ϱ Ϯϱ ϮϬ Ϯϲ ϰϭ ϭϴ Ϯϰ ϭϰ Ϯϵ ϮϮ Ϯϰ ϯϰ ϭϯ ϭϰ Ϯϲ ϭϴ ϭϱ Ϯϭ ϵ Ϯϴ ϭϮ ϯϭ ϭϵ ϲϰ ϭϳ ϭϭ Ϯϲ ϰϴ ϴϲ ϳϯ ϵ ϯϱ Ϯϵ ϭϴ Ϯϲ Ϯϳ Ϯϵ ϴ Ϯϲ ϭϵ ϯϯ Ϯϱ ϰϭ Ϯϭ Ϯϵ ϭϬ ϯϭ ϭϯ ϭϴ ϯϰ Ϯϱ ϲ ϭϯ Ϯϵ ϭϳ ϭϭ ϰϳ ϰϬ ϵ ϭϬ ϭϬ ϯϬ Ϯϯ ϰϳ ϰϭ Ϯϭ ϯϴ Ϯϭ
<ƌŽŽŶĚŝĂŵĞƚĞƌ Ϯ͕ϱ ϰ ϯ ϯ ϰ ϱ ϱ͕ϱ ϭϭ ϭ ϰ͕ϱ ϱ ϲ ϵ͕ϱ ϰ ϱ ϯ ϱ ϲ͕ϱ ϲ ϳ ϯ͕ϱ ϯ͕ϱ ϳ ϯ͕ϱ ϰ ϱ ϯ ϴ ϯ ϵ ϱ ϭϭ ϯ͕ϱ Ϯ͕ϱ ϱ ϵ͕ϱ ϭϮ ϭϮ ϯ ϴ ϳ ϯ ϱ ϱ ϲ Ϯ ϳ ϯ ϴ ϱ ϴ ϰ͕ϱ ϱ Ϯ ϳ ϰ ϳ ϴ͕ϱ ϱ ϭ͕ϱ Ϯ͕ϱ ϴ ϲ ϯ ϴ ϴ ϰ ϰ Ϯ ϴ ϯ͕ϱ ϴ͕ϱ ϵ ϱ ϳ ϱ
ŽŶĚŝƚŝĞ;njŝĞƚŽĞůŝĐŚƚŝŶŐͿ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ
dŽĞŬŽŵƐƚǀĞƌǁĂĐŚƚŝŶŐ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ
^ƚĂŶĚƉůĂĂƚƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ
sĞƌƉůĂŶƚďĂĂƌŚĞŝĚ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ ũ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ ũ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ ũ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ ũ ũ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ
ZĞĚĞŶŝŶĚŝĞŶŶŝĞƚǀĞƌƉůĂŶƚďĂĂƌ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ͕ƐĐŚĞĞĨƐƚĂŶĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ͕ŝŶƌŽƚƚŝŶŐ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ >ĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐƚĂŶĚƉůĂĂƚƐ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ >ĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐƚĂŶĚƉůĂĂƚƐ <ƌŽŽŶŽƉďŽƵǁ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨƐƚĂŶĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐƚĂŶĚƉůĂĂƚƐ
^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ŵďĞĞůĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ
KƉŵĞƌŬŝŶŐĞŶ
ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ͕ŝŶƌŽƚƚŝŶŐ
ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ͕ŝŶƌŽƚƚŝŶŐ
ƐĐŚĞĞĨƐƚĂŶĚ
ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ďŝŶŶĞŶƉůĂĂƚƐĂĨŐĞƐůŽƚĞŶ ǀŽƌƐƚƐĐŚĞƵƌ ƐƚĂŵͲƐƚĂŵǀŽĞƚƐĐŚĂĚĞŝŶƌŽƚƚŝŶŐ ďŝŶŶĞŶƉůĂĂƚƐĂĨŐĞƐůŽƚĞŶ
ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ ƚǁĞĞƚŽƉƉŝŐ ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ͕ĂĂŶƌŝũƐĐŚĂĚĞ
&ŽƚŽŶƵŵŵĞƌ ϳϭ ϱϰ ϳϭ ϳϭ ϱϯ ϵϵ ϭϬϭ ϱϭ ϭϬϬ ϱϲ ϭϬϬ ϵϵ ϰϳ ϱϯ ϳϬ ϳϭ ϳϰ ϱϯ ϱϯ ϳϰ ϳϭ ϳϭ ϳϰ ϱϰ ϭϬϭ ϵϵ ϲϵ ϳϯ ϳϭ ϳϯ ϵϵ ϱϭ ϳϭ ϳϬ ϱϯ ϰϳ ϱϭ ϱϳ ϲϵ ϵϵ ϲϳ ϳϮ ϲϴ ϲϴ ϲϴ ϳϮ ϱϱ ϳϮ ϲϭ ϲϳ ϲϭ ϲϮ ϲϳ ϳϮ ϲϭ ϲϯ ϱϱ ϲϭ ϲϳ ϲϬ ϲϬ ϲϲ ϲϲ ϱϵ ϲϰ ϲϲ ϲϱ ϲϰ ϱϵ ϲϰ Ϯϳ ϳϱ ϴϭ ϴϵ ϵϳ Ϯϳ
ϭϴϱϰϯϲϱ ϭϴϱϲϭϮϵ ϭϴϱϳϱϵϮ ϭϴϲϭϭϬϴ ϭϴϳϬϰϯϳ ϭϴϳϬϴϯϮ ϭϴϳϯϵϲϭ ϭϴϳϰϰϯϱ ϭϴϳϲϯϳϳ ϭϴϳϲϳϵϳ ϭϴϳϴϴϬϲ ϭϴϳϵϴϵϲ ϭϴϴϬϬϮϱ ϭϴϴϬϰϮϱ ϭϴϴϭϱϭϱ ϭϴϴϯϮϮϯ ϭϴϴϯϰϰϭ ϭϴϴϰϱϭϯ ϭϴϴϰϱϵϬ ϭϴϴϱϬϲϳ ϭϴϴϱϯϲϴ ϭϴϴϲϭϳϵ ϭϴϴϴϱϵϱ ϭϴϵϭϵϮϳ ϭϴϵϮϰϱϵ ϭϴϵϯϲϯϳ ϭϴϵϱϬϳϳ ϭϴϵϱϲϮϭ ϭϴϵϵϮϵϮ ϭϵϬϬϰϱϳ ϭϵϬϭϵϵϭ ϭϵϬϲϭϯϲ ϭϵϬϲϰϮϰ ϭϵϬϴϲϯϰ ϭϵϬϵϯϱϴ ϭϵϭϬϭϬϮ ϭϵϭϬϯϴϲ ϭϵϭϱϴϭϱ ϭϵϭϳϬϮϬ ϭϵϭϳϱϲϮ ϭϵϭϴϲϭϲ ϭϵϮϭϴϬϱ ϭϵϮϮϭϰϯ ϭϵϮϮϯϴϱ ϭϵϮϯϲϱϳ ϭϵϮϲϭϰϳ ϭϵϮϲϱϵϳ ϭϵϮϵϴϮϬ ϭϵϯϮϴϮϭ ϭϵϯϯϴϮϱ ϭϵϯϯϴϯϲ ϭϵϯϳϮϲϵ ϭϵϰϬϰϳϭ ϭϵϰϱϬϮϬ ϭϵϰϱϱϴϴ ϭϵϰϳϬϲϳ ϭϵϰϳϮϲϳ ϭϵϱϬϳϴϮ ϭϵϱϭϳϬϲ ϭϵϱϯϮϲϭ ϭϵϱϱϰϲϭ ϭϵϱϳϱϭϴ ϭϵϱϵϯϮϱ ϭϵϲϭϰϵϭ ϭϵϲϮϳϯϯ ϭϵϲϯϱϵϭ ϭϵϲϳϰϱϱ ϭϵϲϴϱϮϲ ϭϵϲϵϵϴϰ ϭϵϳϭϵϭϵ ϭϵϳϮϯϯϭ ϭϵϳϯϭϰϳ ϭϵϳϯϮϳϴ ϭϵϳϰϲϮϱ ϭϵϳϲϲϳϯ ϭϵϳϲϳϭϭ ϭϵϳϴϬϱϰ
hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ ĐĞƌŶĞŐƵŶĚŽΖsĂƌŝĞŐĂƚĂΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖĂŵƉŝĞƌŝΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ WůĂƚĂŶƵƐdžŚŝƐƉĂŶŝĐĂ DĂŐŶŽůŝĂŬŽďƵƐ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ ^ƚLJƉŚŶŽůŽďŝƵŵũĂƉŽŶŝĐƵŵ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ hůŵƵƐŐůĂďƌĂΖdžŽŶŝĞŶƐŝƐΖ WƌƵŶƵƐĂǀŝƵŵΖWůĞŶĂΖ hůŵƵƐŐůĂďƌĂΖdžŽŶŝĞŶƐŝƐΖ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐŐůĂďƌĂΖdžŽŶŝĞŶƐŝƐΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖĂŵƉŝĞƌŝΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ ƌĂƚĂĞŐƵƐŵŽŶŽŐLJŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖĂŵƉŝĞƌŝΖ ^ƚLJƉŚŶŽůŽďŝƵŵũĂƉŽŶŝĐƵŵ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ ĐĞƌŶĞŐƵŶĚŽΖsĂƌŝĞŐĂƚĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐŐůĂďƌĂΖdžŽŶŝĞŶƐŝƐΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ
hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖĂŵƉŝĞƌŝΖ hůŵƵƐŐůĂďƌĂΖdžŽŶŝĞŶƐŝƐΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ hůŵƵƐŐůĂďƌĂΖdžŽŶŝĞŶƐŝƐΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖĂŵƉŝĞƌŝΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ WLJƌƵƐŚLJďƌŝĚĞ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ
,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ŽŶƚĞǀĞĚĞƌĞƐĚŽŽƌŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ 'ůĂĚĚĞŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ 'ĞǁŽŶĞƉůĂƚĂĂŶ :ĂƉĂŶƐĞŵĂŐŶŽůŝĂ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽŶŝŶŐŵ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ WůƵŝŵŝĞƉ ƵďďĞůĞƐŝĞƌŬĞƌƐ WůƵŝŵŝĞƉ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ WůƵŝŵŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ 'ůĂĚĚĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ DĞŝĚŽŽƌŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ 'ůĂĚĚĞŝĞƉ ,ŽŶŝŶŐŵ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŽŶƚĞǀĞĚĞƌĞƐĚŽŽƌŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ WůƵŝŵŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ 'ůĂĚĚĞŝĞƉ WůƵŝŵŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ WůƵŝŵŝĞƉ 'ůĂĚĚĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ WĞĞƌ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ
ϰϳ ϯϯ ϯϮ ϭϮ ϰϯ ϰϮ ϰϳ ϰϮ ϯϮ ϰϳ ϰϳ ϰ ϲ ϱ ϰϮ ϱ ϰϮ ϮϮ ϰϳ ϱϳ ϯϮ ϲϳ ϭϴ ϲϳ ϰϳ ϰϴ ϰϮ ϴ ϲϳ ϰϮ ϰϳ ϰϳ ϰϳ ϰϮ ϯϯ ϯϴ ϰϮ ϰϳ ϱ ϰϮ ϰϳ ϰϮ ϯϯ ϭϲ ϯϳ ϰϮ ϮϮ ϰϮ ϳ ϭϮ ϲϳ ϰϳ ϰϳ ϰϯ ϭϲ ϭϮ Ϯϳ Ϯϳ ϰϮ ϲϳ ϰϳ ϰϮ ϰϳ ϰϳ ϲϳ ϯϮ ϰϳ ϯϳ ϰϳ ϭϮ ϯϯ ϯϯ Ϯϳ ϰϯ ϯϮ ϰϳ ϰϳ
ϰϵ ϰϬ ϰϭ ϭϮ Ϯϵ ϰϲ ϯϳ ϰϰ ϯϰ ϰϰ ϰϱ ϭϱ ϲ ϴ ϰϵ ϱ ϰϱ ϭϰ ϰϰ Ϯϴ ϭϵ ϰϵ ϴ ϰϯ Ϯϳ ϱϭ ϯϵ ϭϴ ϱϯ ϯϰ ϰϱ ϰϵ ϰϰ ϯϮ ϭϴ ϭϴ ϰϬ ϳϬ ϲ ϱϯ ϰϮ ϰϭ
ϴ ϳ ϭϬ ϭ͕ϱ ϲ ϳ ϭϬ͕ϱ ϵ ϳ ϭϭ ϴ ϱ͕ϱ ϭ Ϯ͕ϱ ϭϯ ϭ ϳ ϭ͕ϱ ϳ ϴ ϰ ϭϭ ϭ͕ϱ ϭϬ ϲ ϴ ϴ Ϯ͕ϱ ϭϬ ϳ ϳ ϭϮ ϭϭ ϳ ϰ ϰ ϳ ϭϯ ϭ͕ϱ ϭϰ ϴ ϴ
KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ
KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ
ϯϲ ϯϯ ϰϬ ϭϯ ϰϯ Ϯϴ ϭϵ ϰϵ ϰϭ ϲϳ ϰϭ Ϯϳ ϰϬ ϮϬ Ϯϯ ϱϳ ϯϳ ϰϮ ϰϳ ϰϭ ϰϲ ϱϲ Ϯϵ ϲϮ Ϯϴ ϰϱ ϭϮ ϰϬ ϯϱ Ϯϱ ϯϭ ϮϮ ϭϮ ϱϮ
ϲ ϭϬ ϴ Ϯ͕ϱ ϳ ϳ ϯ ϭϬ ϱ͕ϱ ϭϬ ϴ ϱ ϭϬ ϱ ϯ ϭϱ ϵ ϳ ϭϰ ϭϬ ϭϭ ϭϭ͕ϱ ϲ ϭϬ ϲ͕ϱ ϵ ϭ ϵ ϳ ϯ ϲ ϱ ϯ ϵ
'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ ^ůĞĐŚƚ
'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ ^ůĞĐŚƚ ^ůĞĐŚƚ
ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ
Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ ũ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ
^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨƐƚĂŶĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ƐƚĂŵǀŽĞƚƐĐŚĂĚĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ͕ŵďĞĞůĚ 'ƌŽĞŝƐƚĂŐŶĂƚŝĞ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ŽŽŵďĞĞůĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ͕ƐƚĂŵǀŽĞƚƐĐŚĂĚĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨƐƚĂŶĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ƐƚĂŵǀŽĞƚƌŽƚƚŝŶŐ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĞĞŶnjŝũĚŝŐĞŬƌŽŽŶ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ
^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ĐŚĞĞĨƐƚĂŶĚ͕ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ͕ŐƌŽĞŝƐƚĂŐŶĂƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ 'ƌŽĞŝƐƚĂŐŶĂƚŝĞ͕ŬƌŽŽŶƐƚĞƌĨƚĞ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ͕ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ
ŝŶƌŽƚƚŝŶŐƐŶŽĞŝǁŽŶĚĞŶƐƚĂŵ
ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ƐƚĂŵǀŽĞƚŚŽůƚĞ ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ ĚŽŽĚŚŽƵƚ ǀŽƌƐƚƐĐŚĞƵƌ͕ƌŝď ǀŽƌƐƚƐĐŚĞƵƌ͕ƌŝď ĚŽŽĚŚŽƵƚ
ŝŶƌŽƚƚŝŶŐŐĞƐƚĞůƚĂŬ
ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ ůŝĐŚƚĞnjǁĂŵĂĂŶƚĂƐƚŝŶŐ ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ĞŶnjŝũĚŝŐĞŬƌŽŶ͕ƚǁĞĞƐƚĂŵŵŝŐ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ ĚŽŽĚŚŽƵƚ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ
WƌŽďůĞĞŵƐƚĂŵǀŽĞƚ
,ŽůƚĞƐƚĂŵǀŽĞƚ ŽŽĚŚŽƵƚ͕ƐƚĂŵƐĐŚĂĚĞ
ϴϬ ϵϭ ϵϬ ϯϭ ϵϰ ϯϭ ϴϵ ϯϬ ϯϮ ϴϭ ϳϱ ϵϯ ϳϵ ϵϴ ϵϰ ϵϴ ϵϲ Ϯϵ ϵϳ ϴϴ ϴϮ ϴϰ ϵϮ ϴϯ ϴϴ ϵϲ ϴϬ ϯϯ ϴϯ ϵϲ ϴϬ ϴϲ ϴϭ ϵϲ ϵϲ ϴϵ ϵϳ ϴϳ ϯϯ ϵϰ ϵϴ ϳϵ ϴϵ Ϯϳ ϵϬ ϯϬ ϯϮ Ϯϵ ϴϭ ϯϮ ϴϯ ϴϵ ϳϱ ϵϳ Ϯϳ ϳϵ ϴϮ ϯϭ ϵϰ ϴϴ ϴϬ ϵϰ ϴϵ ϴϭ ϴϰ ϯϮ ϳϱ ϴϰ ϴϭ ϯϬ ϵϭ ϵϭ ϯϯ ϵϳ ϴϮ ϴϴ ϴϵ
ϭϵϴϭϵϲϯ ϭϵϴϯϬϭϮ ϭϵϴϯϲϵϭ ϭϵϴϲϮϱϲ ϭϵϴϴϭϵϴ ϭϵϵϬϰϯϲ ϭϵϵϰϭϰϱ ϭϵϵϲϯϳϮ ϭϵϵϳϭϲϮ ϭϵϵϳϳϵϵ ϭϵϵϴϵϭϯ ϮϬϬϬϴϰϲ ϮϬϬϭϭϲϳ ϮϬϭϭϯϴϳ ϮϬϭϮϵϱϳ ϮϬϭϯϴϮϬ ϮϬϭϰϱϬϮ ϮϬϭϰϵϭϭ ϮϬϭϱϰϭϰ ϭϵϮϱϴϲϰ ϭϵϯϰϬϳϭ ϭϵϱϴϭϵϵ ϭϵϲϬϮϵϯ ϭϵϳϭϲϬϬ ϭϵϳϭϳϵϱ ϭϴϱϴϭϮϰ ϭϴϴϴϬϬϯ ϭϵϲϰϮϮϬ ϭϵϳϳϱϮϲ ϭϵϵϬϭϴϴ ϭϴϵϵϱϭϬ ϭϴϵϲϳϵϳ ϭϵϭϲϭϬϬ ϭϵϭϳϵϲϴ ϭϵϳϳϱϭϱ ϮϬϭϱϱϭϮ ϭϴϱϴϮϭϯ ϭϴϴϲϴϬϵ ϭϴϵϰϯϯϮ ϭϵϱϰϲϱϲ ϭϵϲϱϬϰϯ ϮϬϬϱϵϵϱ ϮϬϬϴϬϱϳ ϭ Ϯ ϯ ϰ ϱ ϲ
KƐƚƌLJĂĐĂƌƉŝŶŝĨŽůŝĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ &ƌĂdžŝŶƵƐĂŵĞƌŝĐĂŶĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ ĞƐĐƵůƵƐŚŝƉƉŽĐĂƐƚĂŶƵŵΖĂƵŵĂŶŶŝŝΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ WƌƵŶƵƐĂǀŝƵŵΖWůĞŶĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ &ƌĂdžŝŶƵƐĞdžĐĞůƐŝŽƌ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖŽŵŵĞůŝŶΖ WŽƉƵůƵƐdžĐĂŶĂĚĞŶƐŝƐ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂΖsĞŐĞƚĂΖ ĞƐĐƵůƵƐŚŝƉƉŽĐĂƐƚĂŶƵŵ ĐĞƌƐĂĐĐŚĂƌŝŶƵŵ ůŶƵƐdžƐƉĂĞƚŚŝŝ YƵĞƌĐƵƐƌŽďƵƌ YƵĞƌĐƵƐƌŽďƵƌ YƵĞƌĐƵƐƌŽďƵƌ YƵĞƌĐƵƐƌŽďƵƌ ůŶƵƐdžƐƉĂĞƚŚŝŝ WŽƉƵůƵƐdžĐĂŶĂĚĞŶƐŝƐ WŽƉƵůƵƐŶŝŐƌĂΖ/ƚĂůŝĐĂΖ WŽƉƵůƵƐŶŝŐƌĂΖ/ƚĂůŝĐĂΖ WŽƉƵůƵƐdžĐĂŶĂĚĞŶƐŝƐ WŽƉƵůƵƐŶŝŐƌĂΖ/ƚĂůŝĐĂΖ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ dŝůŝĂdžĞƵƌŽƉĂĞĂ ^ƚLJƉŚŶŽůŽďŝƵŵũĂƉŽŶŝĐƵŵ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ KƐƚƌLJĂĐĂƌƉŝŶŝĨŽůŝĂ dŝůŝĂdžĞƵƌŽƉĂĞĂ ŽƌLJůƵƐĐŽůƵƌŶĂ >ŝƋƵŝĚĂŵďĂƌƐƚLJƌĂĐŝĨůƵĂ hůŵƵƐΖWůĂŶƚŝũŶΖ >ŝƋƵŝĚĂŵďĂƌƐƚLJƌĂĐŝĨůƵĂ >ŝƋƵŝĚĂŵďĂƌƐƚLJƌĂĐŝĨůƵĂ ƌĂƚĂĞŐƵƐŵŽŶŽŐLJŶĂ hůŵƵƐdžŚŽůůĂŶĚŝĐĂ
ƵƌŽƉĞƐĞŚŽƉďĞƵŬ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ŵĞƌŝŬĂĂŶƐĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ƵďďĞůďůŽĞŵŝŐĞƉĂĂƌĚĞŶŬĂƐƚĂŶũĞ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ƵďďĞůĞƐŝĞƌŬĞƌƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ 'ĞǁŽŶĞĞƐ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ĂŶĂĚĞƐĞƉŽƉƵůŝĞƌ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ ,ƵŶƚŝŶŐĚŽŶŝĞƉ tŝƚƚĞƉĂĂƌĚĞŶŬĂƐƚĂŶũĞ ŝůǀĞƌĞƐĚŽŽƌŶ ůƐ ŽŵĞƌĞŝŬ ŽŵĞƌĞŝŬ ŽŵĞƌĞŝŬ ŽŵĞƌĞŝŬ ůƐ ĂŶĂĚĞƐĞƉŽƉƵůŝĞƌ /ƚĂůŝĂĂŶƐĞnjǁĂƌƚĞƉŽƉƵůŝĞƌ /ƚĂůŝĂĂŶƐĞnjǁĂƌƚĞƉŽƉƵůŝĞƌ ĂŶĂĚĞƐĞƉŽƉƵůŝĞƌ /ƚĂůŝĂĂŶƐĞnjǁĂƌƚĞƉŽƉƵůŝĞƌ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ,ŽůůĂŶĚƐĞůŝŶĚĞ ,ŽŶŝŶŐŵ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ƵƌŽƉĞƐĞŚŽƉďĞƵŬ ,ŽůůĂŶĚƐĞůŝŶĚĞ ŽŽŵŚĂnjĞůĂĂƌ ŵďĞƌŵ ,ŽůůĂŶĚƐĞŝĞƉ ŵďĞƌŵ ŵďĞƌŵ DĞŝĚŽŽƌŶ ,ŽůůĂŶĚƐĞďĂƐƚĂĂƌĚŝĞƉ
ϰϳ ϯϮ ϱϮ ϰϮ ϰϮ ϭϴ Ϯϵ ϰϳ ϭϬ ϱ ϰϳ ϭϲ ϯϴ ϭϮ ϱϳ ϮϮ ϰϮ ϰϳ ϯϮ ϱϮ ϲϴ ϰϳ ϰϳ ϲϴ Ϯϴ ϯϮ ϰϳ ϰϳ ϰϳ ϰϳ ϰϮ ϲϳ ϲϴ ϲϴ ϲϳ ϲϴ ϳϳ ϰϴ ϳϳ ϳϳ ϳϳ ϰϴ ϳϳ ϱ ϱ ϳ ϮϬ ϮϬ
Ϯϱ ϯϴ ϱϴ ϲϭ ϱϴ Ϯϳ ϯϯ ϯϳ ϳ ϱ ϰϵ ϮϬ ϰϲ ϭϯ ϲϯ ϭϵ ϯϰ ϰϳ Ϯϴ ϴϰ ϱϯ ϱϱ ϲϯ ϴϱ ϯϳ ϲϯ ϰϭ ϯϰ ϰϬ ϰϵ ϲϱ ϭϬϬ ϴϯ ϵϱ ϭϬϬ ϴϯ ϯϮ ϰϮ ϱϬ ϰϭ ϯϭ ϰϯ ϲϭ ϴ ϱ ϳ ϭϮ Ϯϱ Ϯϭ
ϭϯ ϵ ϭϱ ϭϱ ϭϰ ϲ ϳ ϭϮ ϭ͕ϱ ϭ ϭϮ ϰ ϵ Ϯ ϭϮ Ϯ͕ϱ ϲ ϵ ϱ ϮϬ ϵ ϭϬ ϭϬ ϭϭ ϳ ϭϮ ϭϬ͕ϱ ϴ ϵ ϭϬ͕ϱ ϭϮ ϭϳ ϳ͕ϱ ϳ͕ϱ ϭϳ ϳ ϲ͕ϱ ϵ͕ϱ ϭϮ ϭϭ ϵ ϵ͕ϱ ϭϬ Ϯ ϭ ϭ ϯ ϱ ϲ
'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ
'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ ^ůĞĐŚƚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ KŶǀŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ sŽůĚŽĞŶĚĞ sŽůĚŽĞŶĚĞ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ 'ŽĞĚ
ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ƉĂƌƚŝĐƵůŝĞƌĞŵ ƉĂƌƚŝĐƵůŝĞƌĞŵ ƉĂƌƚŝĐƵůŝĞƌĞŵ ƉĂƌƚŝĐƵůŝĞƌĞŵ ƉĂƌƚŝĐƵůŝĞƌĞŵ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶŐƌĂƐ ŵŝŶǀĞƌŚĂƌĚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ ďŽŽŵŝŶďĞƉůĂŶƚŝŶŐ
Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ Ŷ ũ Ŷ ũ Ŷ Ŷ Ŷ
ŽŽŵďĞĞůĚ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ŽŽŵďĞĞůĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ĐŽŶĚŝƚŝĞ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ͕ůĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐƚĂŵŚŽůƚĞ >ĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ >ĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ͕ƐƚĂŵǀŽĞƚƐĐŚĂĚĞ >ĞĞĨƚŝũĚ >ĞĞĨƚŝũĚ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ
>ĞĞĨƚŝũĚ͕ƐĐŚĞĞĨŐƌŽĞŝ ^ŽŽƌƚƐƉĞĐŝĨŝĞŬ
ŵĞĞƌƐƚĂŵŵŝŐ ƚǁĞĞƐƚĂŵŵŝŐ
ƚǁĞĞƐƚĂŵŵŝŐ͕ĚŽŽĚŚŽƵƚ
ƌŝĞƐƚĂŵŵŝŐ
ĚŽŽĚŚŽƵƚ
ǁŽƌƚĞůƐĐŚĂĚĞ
'ĞŬĂŶĚĞůĂďĞƌĚǀĞƌǁĂĂƌůŽŽƐ
ŐĞŬĂŶĚĞůĂďĞƌĚǀĞƌǁĂĂƌůŽŽƐ
^ĐŚĂĚƵǁĚƌƵŬ ƚǁĞĞƐƚĂŵŵŝŐ
ŵĞĞƌƐƚĂŵŵŝŐ
ϴϴ ϯϮ ϴϱ ϵϰ ϵϰ ϵϭ Ϯϴ ϴϴ ϵϮ ϵϲ ϴϴ Ϯϳ ϵϭ ϯϯ ϴϴ ϯϯ Ϯϵ ϴϬ ϯϮ ϯϰ ϯϳ ϯϰ ϯϰ ϯϳ ϯϱ ϳϳ ϳϲ ϳϲ ϳϲ ϳϲ ϳϴ ϱϬ ϰϵ ϰϵ ϱϬ ϰϵ ϴϴ ϰϴ ϴϴ ϴϴ ϴϴ ϰϴ ϴϴ ϯϲ ϯϬ ϱϮ ϱϵ ϵϰ ϵϱ
Bijlage 6 Variantenstudie doorstroming verkeer
doorstroming
Oplegnotitie bij de Movares- rapportage Graadt van Roggenweg/Westplein Variantenstudie
Inleiding
Datum: 21 april 2020
1. In de Movares-rapportage “Graadt van Roggenweg-Westplein Variantenstudie doorstroming” zijn verkeersprognoses gebruikt die zijn gebaseerd op het vigerende verkeersmodel VRU 3.4 voor het jaar 2030. De verkeersprognoses voor het Lombokplein zijn in dat model hoger (ca. 19.500 mvt/etm) dan de gewenste 15.000 resp. 17.000 mvt/etmaal op het Lombokplein. Daarom zijn deze prognoses handmatig verlaagd tot die 15.000 resp. 17.000 mvt/etmaal. De handmatig tot stand gekomen cijfers zijn (en dan voor de ochtendspits) als input gebruikt voor de genoemde variantenstudie.
In de Studie Noordwest is de output van deze variantenstudie vervolgens gebruikt om de effecten van de begrenzingsvariant modelmatig door te rekenen. Hierbij is gebleken dat de ochtendspitscijfers die
bij de variantenstudie bij 15.000 mvt/etm horen (500 mvt/uur), bij de Begrenzingsvariant leiden tot 17.000 mvt/etm. In bijgaande notitie wordt ingegaan op de verklaring van deze verschillen. Tevens wordt ingegaan op de verkeerskundige onderbouwing van het begrenzen in het project Lombokplein (Westplein en Graadt
Verkeersprognoses Lombokplein
van Roggenweg). 2. Het concept FO Lombokplein kan ongeveer 500 mvt/uur/richting verwerken.
Als je dat vergelijkt met de huidige (globale) verdeling van verkeer over de dag (spits-dalverhouding) komt dat overeen met ongeveer 15.000 mvt/per dag (zie fig. 1). Dit is uitgangspunt geweest voor de simulatiestudie Lombokplein.
1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324
Het vigerende verkeersmodel VRU 3.4 voor het prognosejaar 2030 gaat uit van ca. 19.500 mvt/etm.
600 500 400 300 200 100 0 Fig. 1: Normale verkeersverdeling ochtendspits-, dalperiode, avondspits (voorbeeld)
Het is echter niet te verwachten dat de intensiteiten in de daluren in de nieuwe situatie lager zullen zijn dan in de spitsuren: in de daluren zal de knijpende werking die voortkomt uit het terugbrengen naar
2x1 rijstrook minder groot zijn. Door de effecten van de Begrenzingsvariant (o.a. spitsverbreding) is er ook in daluren voldoende verkeersaanbod. Hierdoor wordt het daluur opgevuld (vergelijk de grafiek in figuur 2 met die uit figuur 1). Bij een maximumcapaciteit van 500 mvt/uur berekent het VRU-model
(Begrenzingsvariant VRU 3.4) dan ook ongeveer 17.000 mvt/dag bij dit ontwerp met 2x1 rijstrook. Dit aantal auto’s kan verkeerskundig ook verwerkt worden zonder dat er structureel lange wachtrijen
ontstaan.
1
600 500 400 300 200 100 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 101112131415161718192021222324
Motie 2017/241
Fig.2: Effect van opvulling daluren (voorbeeld)
3. De raad heeft in een motie bij de omgevingsvisie Beurskwartier/Lombokplein aangeven dat er gestreefd moet worden naar 15.000 mvt in periode 2023-2030 zonder dat dit negatieve uitstraling heeft op ander wegen:
Hoe te komen van 17.000 naar 15.000 mvt/etmaal
Van het nieuwe 'Westplein' een leefbare straat te maken, met op termijn (2023 - 2030) maximaal 15.000 motorvoertuigen per etmaal, en daarbij: • Maatregelen gericht op mobiliteits- en verkeersmanagement uit te werken in het SPVE en die zo snel mogelijk uit te voeren; • In alle bouw-, verkeers- en parkeerprojecten in de stad met uitstraling op het nieuwe Westplein, te streven naar een verdere daling van het aantal motorvoertuigbewegingen op het nieuwe Westplein, zonder het probleem te verschuiven naar elders in de stad en alle mogelijkheden van het Mobiliteitsplan Slimme Routes, Slim Regelen, Slim Bestemmen in samenhang te benutten. 4.
Inzet op alternatieven, minder groei autoverkeer
Om van 17.000 naar 15.000 auto te komen zijn er verschillende mogelijkheden:
1.
Het college heeft als ambitie geen groei van autoverkeer. In slimme routes, slimme regelen, slim
bestemmen (SRSRSB) uit 2016 is het beleid vastgelegd om te komen tot een duurzamer gebruik van de openbare ruimte. In het addendum SRSRSB wordt dit beleid nader uitgewerkt met maatregelen tot 2040.
In het huidig model voor 2030 zijn de nu bekende maatregelen opgenomen. Te verwachten is dat door extra maatregelen voor stimuleren van fiets, OV en lopen en het inzetten op parkeermaatregelen als
parkeren op afstand, de hoeveelheid auto’s verder zal dalen op het Westplein.
Hard afdwingen
Hierbij wordt voldaan aan de twee bullit uit de motie.
2.
Door de capaciteit van het Westplein verder terug te brengen, conform het concept FO Lombokplein,
zal de hoeveelheid autoverkeer die verwerkt kan worden, dalen. Dit geldt vooral voor de spitsen maar
ook voor de daluren. Indien de capaciteit terug wordt gebracht naar 400 auto’s per uur (doseren) is de verwachting dat er in een etmaal maximaal 15.000 auto’s verwerkt zullen worden.
De gevolgen zullen zijn, dat er regelmatig een (lange) wachtrij op de Graadt van Roggenweg komt te staan als de vraag toch groter is dan 400 mvt. De kruispunten waar dit verkeer gedoseerd kan worden
2
is de kruising Koningsbergerstraat en in mindere mate de Overste den Oudenlaan. Hier kan met bewuste wachtrijvorming bij de VRI-kruisingen het verkeer vertraagd en beïnvloed worden. Op de overige delen van het netwerk in de stad zijn de effecten hiervan overigens beperkt. E.e.a. op basis van analyses van het verkeersmodel. Kans op langere wachtrijen bij meer aanbod van verkeer. Als zich meer verkeer aandient dan waarvoor de situatie is ingericht, ontstaat een wachtrij. Afhankelijk van het succes van de inzet van maatregelen als alternatief voor de auto is kans op wachtrijen groter of kleiner. Daarnaast verschilt het verkeer per dag in de week en per seizoen. Een eerste belangrijke stap in duurzame gedragsverandering kan bereikt worden door tijdens de verbouwing van het Westplein goede alternatieven voor de auto aan te bieden (o.a. P+R aan de westkant van de stad). De capaciteit zal in die periode beperkter zijn en verkeer kan verwezen worden naar de beschikbare alternatieven. Indien zich na deze periode toch meer verkeer aandient dan voorzien kan de wachtrij ‘beheerst’ worden met dynamisch verkeersmanagement (DVM). De wachtrij mag daarbij groeien tot een maximumlengte (in dit geval bijvoorbeeld tot aan de Overste de Oudenlaan).
De groei van de wachtrij kan beperkt worden door op het Westplein tijdelijk wat meer verkeer door te laten (tot wat maximaal past binnen het ontwerp, dus maximaal 500/auto’s per uur). Zo blijft de wachtrij wel staan maar groeit niet meer aan. Van de wachtrij zal nog steeds een ontmoedigend effect uitgaan met mogelijk
gedragsverandering tot gevolg. Het Westplein zal gedurende enige tijd iets meer verkeer verwerken, maar dit zal niet leiden tot structureel meer verkeer dan de gewenst.
Door deze dosering zal naar verwachting autoverkeer andere routes kiezen, aan de rand van de stad parkeren, of voor andere vervoerswijzen kiezen.
De prognose is dat de intensiteit hiermee tussen 15.000-17.000 mvt/etm uitkomt. Waarbij richting
Samenvatting
2030 deze steeds dichter bij de 15.000 mvt/etm zal komen. 5.
De beschikbare infrastructuur met 2x1 rijstroken en beperkte kruispuntcapaciteiten begrenst de
capaciteit tot maximaal 500 voertuigen per uur per richting. Dit komt overeen met ca. 17.000 mvt/etm (500 mvt/uur).
De wens is te komen tot maximaal 15.000 mvt/etm (400 mvt/uur). Dit gewenste aantal kan worden bereikt door te doseren met de beschikbare VRI’s op de Graadt van
Roggenweg, alsmede met DVM. Dit doseren1 kan zowel in de spits- als daluren worden toegepast. Het
effect van deze maatregel zal zijn dat er op piekmomenten een wachtrij op de Graadt van
Roggenweg/Weg der VN kan staan. De verwachting is dat zo’n wachtrij vooral tijdens of in de eerste periode na realisatie van het nieuwe Lombokplein de verkeersvraag zal optreden. Ook uitvoering van
Doseren is het hard tegenhouden van verkeer om te voorkomen dat het drukker wordt dan gewenst (bv. op
beleidsmaatregelen zorgen voor een daling van de intensiteit waarmee de wachtrij zal afnemen.
1
etmaalniveau 15.000 i.p.v. 17.000 mvt/etm). Dit is geen onderdeel van Dynamisch Verkeersmanagement. Met DVM wordt lokale en tijdelijke hinder (bijvoorbeeld dreigende filevorming op het wegvak Graadt van Roggenweg richting
Lombokplein) zo goed mogelijk voorkomen door het beperken van de toestroom van verkeer of vergroten van de
uitstroom van verkeer op dit wegvak.
3
5HVXOWDWHQ9LVVLPVLPXODWLHV
DSULO9HUVLH
8WUHFKW*UDDGWYDQ5RJJHQZHJ :HVWSOHLQ 9DULDQWHQVWXGLHGRRUVWURPLQJ
$XWRULVDWLHEODG
:|VWHQ5$YDQGHU
1DDP
9
9
$NNRRUG 'DWXP 9
8WUHFKW*UDDGWYDQ5RJJHQZHJ:HVWSOHLQ
9DULDQWHQVWXGLHGRRUVWURPLQJ
2SJHVWHOGGRRU
:|VWHQ5$YDQGHU
*HFRQWUROHHUGGRRU %DNNHQHV+- 9ULMJHJHYHQGRRU
'DWXP
.RUWHWRHOLFKWLQJ
2SGLWDXWRULVDWLHEODGRQWEUHNHQGHKDQGWHNHQLQJHQZHJHQVGHGLJLWDOHYHUZHUNLQJYDQ RQVYULMJDYHSURFHV'LWUDSSRUWLVDDQWRRQEDDUYULMJHJHYHQ 9HUVLHKLVWRULH 9HUVLH 1DDP
(5:g.$3URMQU509ULMJHJHYHQ9HUVLHDSULO
,QKRXGVRSJDYH
%LMODJH
%LMODJH
%LMODJHQ
&RQFOXVLH
6LPXODWLHUHVXOWDWHQ ,QOHLGLQJ &DSDFLWHLWVEHSDOLQJQHWZHUN 5LMWLMGHQEXV )LHWV 5HLVWLMGHQDXWR
%LMODJH
,QOHLGLQJ $FWXHOHDDQOHLGLQJ 3URFHVEHVFKULMYLQJ /HHVZLM]HU
%LMODJH
%LMODJH
8LWJDQJVSXQWHQ 2QWZHUS 9HUNHHUVFLMIHUV )LHWVFLMIHUV 9RHWJDQJHUV 2SHQEDDU9HUYRHU 95, 6LPXODWLHQHWZHUN *HKDQWHHUGHSHULRGH26YHUVXV$6
%LMODJH
%LMODJH
9DULDQWHQ ,QOHLGLQJ 'RHOHQ 9DULDQWHQ 6DPHQYDWWHQGHWDEHO
&RORIRQ
(5:g.$3URMQU509ULMJHJHYHQ9HUVLHDSULO
$FWXHOHDDQOHLGLQJ
3URFHVEHVFKULMYLQJ
/HHVZLM]HU
,QOHLGLQJ
'HJHPHHQWH8WUHFKWLVEH]LJPHWKHWRSVWHOOHQYDQHHQ3URJUDPPDYDQ(LVHQHQ )XQFWLRQHHO2QWZHUSYRRUKHWJHELHGURQGRPKHW:HVWSOHLQHQGH*UDDGWYDQ 5RJJHQZHJ9RRUGHYHUNHHUVNXQGLJHRQGHUERXZLQJYDQGHRQWZHUSHQKHHIW0RYDUHV LQKHWUHFHQWHYHUOHGHQDOGLYHUVHG\QDPLVFKHPRGHOVWXGLHVPHWEHKXOSYDQ9LVVLP XLWJHYRHUG 0HWKHWEHVFKLNEDDUNRPHQYDQHHQQLHXZHYHUVLHYDQKHWYHUNHHUVPRGHOYDQGH JHPHHQWH8WUHFKWHQQLHXZHRQWZHUSXLWJDQJVSXQWHQLVHURSQLHXZEHKRHIWHDDQHHQ GRRUUHNHQLQJYDQGHGRRUVWURPLQJLQKHWJHELHG 'RHOYDQGHVWXGLHLVRPHHQGRRUUHNHQLQJWHPDNHQYRRUGHVLWXDWLHPHW PYWHWPDDOWHUSODDWVHYDQKHW:HVWSOHLQ 7LMGHQVKHWSURFHVEOHHNGDWKHWDDQWDOYDQPYWHWPDDOSUREOHPHQOLHW]LHQWHQ DDQ]LHQYDQGHGRRUVWURPLQJ,QGHRFKWHQGVSLWVZDVHUVSUDNHYDQZDFKWULMYRUPLQJ WRWRSGHDIULWWHQYDQGH$2PGHRRU]DDNKLHUYDQWHDFKWHUKDOHQ]LMQGLYHUVHURQGHV RSWLPDOLVDWLHVVODJHQXLWJHYRHUG'H]HKHEEHQQLHWKHWJHZHQVWHHIIHFWEHUHLNW ,QGH]RHNWRFKWQDDURSORVVLQJHQLVHUYRRUJHNR]HQRPKHWDDQWDOPRWRUYRHUWXLJHQSHU HWPDDOWHYHUODJHQWRWPYWHWPDDO+LHUPHHZHUGGHZDFKWULMLQGHRFKWHQGVSLWV WRWDFFHSWDEHOHDIPHWLQJHQWHUXJJHEUDFKW (HQXLWJHYRHUGHDQDO\VHZHHVXLWGDWKHWDDQWDOYRHUWXLJHQGDWKHW:HVWSOHLQNDQ SDVVHUHQYRRUEHLGHLQWHQVLWHLWHQ HQPYWHWPDDO QDJHQRHJJHOLMNLV
+LHUPHHNDQZRUGHQJHFRQFOXGHHUGGDWKHWDDQWDOYDQPYWHWPDDOKHW PD[LPXPLVZDWNDQZRUGHQDIJHZLNNHOGLQGHRFKWHQGVSLWVLQKHW)XQFWLRQHHO 2QWZHUSYDQHHQVWDGVVWUDDWYDQ[ULMEDQHQHQNPK %HVORWHQLVRPYDULDQWHQWHEDVHUHQRSGH]HPD[LPDOHLQWHQVLWHLWYDQ PYWHWPDDO'HXLWNRPVWHQHQDQDO\VHVLQGH]HUDSSRUWDJH]LMQGDQRRNKLHURS JHEDVHHUG,Q%LMODJH]LMQRQWZHUSRSWLPDOLVDWLHVZHHUJHJHYHQGLH]LMQXLWJHYRHUGELM GHLQWHQVLWHLWYDQPYWHWPDDO 1DDVWGHVLPXODWLHVYRRUHQPYWHWPDDO]LMQJHYRHOLJKHLGVDQDO\VHV XLWJHYRHUGYRRUHQPYWHWPDDO'LWRPWHDFKWHUKDOHQZDWKHWHIIHFWLV ELMHHQYHUGHUHYHUPLQGHULQJYDQKHWDDQWDOYRHUWXLJHQ 'H]HUDSSRUWDJHLVRSJHVWHOGDOVHHQWHFKQLVFKHUDSSRUWDJHRSKRRIGOLMQHQ(UZRUGW LQJHJDDQRSWHFKQLVFKHDVSHFWHQPDDUQLHWWRWGHNOHLQVWHGHWDLOV 'HUDSSRUWDJHLVWUDGLWLRQHHORSJHERXZG,QKRRIGVWXN]LMQGHXLWJDQJVSXQWHQ EHVFKUHYHQ,QKRRIGVWXNLVHHQEHVFKULMYLQJRSJHQRPHQYDQGHYDULDQWHQ,Q KRRIGVWXNHQ]LMQDFKWHUHHQYROJHQVGHUHVXOWDWHQHQGHFRQFOXVLHVEHVFKUHYHQ