Bijlagen-Utrechtse-visie-religieus-erfgoed
Tekst van het document
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 1
Bijlagen Utrechtse visie religieus erfgoed 9 mei 2017
-
1 Korte weergave van gesprekken met stakeholders Samenvatting Raadsinformatiebijeenkomst
2 5
-
2 Tabel herbestemde kerken
10
-
3 Tabel gesloopte kerken
11
-
4 Achtergrond binnenstadskerken: restauratiefilosofie en museaal gebruik
12
-
5 De Tien Geboden bij (tijdelijk) herbestemmen
14
-
6 Drie voorbeelden van herbestemmingsprofielen
20
-
7 Kerkgebouwen van de Protestantse Gemeente Utrecht
30
-
8 Rooms-katholieke kerken en onttrekking aan de eredienst
32
-
9 Rijksmonumentale orgels in Utrecht
33
- 10 Overzicht van luidklokken in Utrecht
35
- 11 Overzicht van complexen ensembles en kerkgebouwen
36
- 12 Type en bouwstijl kerken Utrecht
39
- 13 Voorbeelden van herbestemde kerken in Nederland en het buitenland
41
- 14 Literatuur en bronnen
49
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 2
Bijlage 1: Korte weergave van gesprekken met stakeholders Onderdeel van de raadsmotie was het betrekken van plaatselijke en landelijke stakeholders bij de totstandkoming van deze kerkenvisie. Aan de hand van een lijst met vragen zijn in juni 2016 meerdere gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders. Er was een bijeenkomst met vier stakeholders, één stakeholder is telefonisch geïnterviewd, de anderen hebben schriftelijk gereageerd op de vragen. Een korte weergave van de gesprekken staan hieronder. De stakeholders zijn: Vereniging Oud Utrecht, Museum Catharijneconvent, BOEI-Kerk en Klooster, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Nationale Agenda Religieus Erfgoed, Stichting Behoud en Herbestemming Religieus Erfgoed en de Taskforce Toekomst Kerkgebouwen. Met de kerkeigenaren vond op 25 november 2015 al een gesprek plaats met de wethouder, vlak voor de start van het opstellen van de kerkenvisie. Deze bijeenkomst was al gepland voordat de motie van de raad werd aangenomen. Na de zomer zal een vervolg aan het gesprek worden gegeven, waarbij aandacht zal worden besteed aan het concept van de visie. De meeste vragen hadden betrekking op de vier speerpunten van de visie en het maatschappelijke belang van de kerkgebouwen voor de stad.
1.Maatschappelijke betekenis Ten aanzien van de maatschappelijke betekenis merkten de stakeholders op dat deze heel groot en divers is: zowel cultuurhistorisch als stedenbouwkundig, als educatief en economisch, als betekenis van de plek en de betekenis voor de wijk, stad en de bewoners. Belangrijk aandachtspunt bij leegstand en herontwikkeling is om de eigenaar niet uit het oog te verliezen, ook hij heeft een groot belang. 2.Toeristisch potentieel Alle stakeholders zijn het er over eens dat er nog kansen liggen op dit vlak. Vooral bij de binnenstadkerken valt er nog veel te winnen. Het is lastiger om ook toeristenstromen naar de wijken te halen, dat vraagt veel meer inspanning. Er is wel een spanning tussen het “vermarkten” van het kerkgebouw en het laagdrempelig houden van de toegankelijkheid van de kerken, zeker daar waar nog kerkdiensten gehouden worden. Het heffen van entree wordt vooral als kans gezien voor binnen- en buitenlandse toeristen. Het betrekken van het lokale publiek kan op andere manieren worden bereikt bijvoorbeeld door het vragen van 1 euro voor het onderhoud van de kerk, of door bijzondere acties (“koop een appel voor 1 euro in de kerk”) waardoor lokale bewoners zich betrokken voelen bij de kerk. 3. Exploitatie, onderhoud en beheer Alle stakeholders adviseren de gemeente mee te werken bij het verruimen van de bestemming van kerkgebouwen.
Het investeren in duurzaamheid kent een terugverdiendrempel, het loont pas vanaf een jaarlijkse exploitatie per kerk van ongeveer € 50.000. Vrijwilligers zijn en blijven noodzakelijk, maar kunnen nog beter ondersteund en geprofessionaliseerd worden, ook door de gemeente. De gemeente moet vooral faciliteren, maar kan zo nodig ook een financiële bijdrage leveren als de markt het niet alleen aan kan. De stakeholders constateren dat er kansen liggen voor stadsherstel-organisaties en voor organisaties als BOEI die ook ervaring hebben met doelgerichte exploitatie van monumentale gebouwen. Het onderbrengen van kerk(en) in een dergelijke stichting is niet altijd de oplossing. Belangrijker is om het beheer en onderhoud goed te organiseren, zo mogelijk bij
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 3
een derde professionele partij, en om advies te bieden op het gebied van beheer en exploitatie. Soms is het beter eerst in te zetten op het (tijdelijk) organiseren van evenementen in een leegstaande kerk om inkomsten te genereren, dan om als eigenaar meteen stevig te investeren in het kerkgebouw. 4. Profielen voor herontwikkeling De diverse stakeholders hebben meerdere opmerkingen gemaakt over het gebruik van verschillende profielen voor de herontwikkeling van kerkgebouwen. De stakeholders adviseren het volgende: -
voor elke kerk apart de speelruimte bij herbestemming in beeld te brengen is erg intensief, het risico om als overheid op de stoel van de architect te gaan zitten is dan groot; benoem de belangrijkste cultuurhistorische en economische waarden en brede gemeentelijke, ruimtelijke randvoorwaarden voor herontwikkeling;
-
behoud bij voorkeur het publieke karakter van de kerk (meerwaarde voor de wijk);
-
zet de Utrechtse best practices van herbestemde kerken in voor andere herbestemmingen;
-
creëer als kerkeigenaar (tijdelijk) vrije ruimte in kerkgebouwen (skatebaan, startups e.d.), met medewerking van de gemeente;
-
ga als eigenaar/gebruiker/beheerder flexibel om met nieuwe (tijdelijke) functies en vraag daarvoor de steun en faciliteiten van de gemeente;
-
geef als eigenaar tijdelijk gebruik en herbestemming stapsgewijs een kans en betrek daarbij de gemeente;
-
het monumentale interieur van kerken behoeft apart aandacht, elk kerkinterieur is uniek en dat vraagt om een unieke aanpak, het is maatwerk;
-
deel de inventarisaties van de interieurs van kerkgebouwen met (nieuwe) eigenaren;
-
soms is het beter eerst voorzichtig te beginnen met activiteiten, in plaats van meteen fors te investeren in het kerkgebouw.
5. De rol van de gemeente Kort samengevat komt het erop neer dat alle stakeholders van mening zijn dat de gemeente met haar beschikbare instrumentarium vooral faciliterend en pro-actief moet optreden, dus niet afwachten maar handelen. Een aantal aspecten wordt apart benoemd: -
verzamel en deel kennis en ervaring, ondersteun vrijwilligers;
-
stimuleer een gezamenlijke aanpak van kennisdeling, promotie en public relations;
-
breng vraag een aanbod bij elkaar, pak waar mogelijk de makelrol op;
-
ga flexibel om met verruiming van gebruik;
-
bij de definiëring van de profielen voor herontwikkeling kan de gemeente sturen, of meer op afstand blijven, of alleen kaders stellen, of het over laten aan de markt;
-
denk in een vroeg stadium mee, ook vroeg in het proces, proactief;
-
geef aandacht aan het parkeervraagstuk want dat leidt vaak tot discussie;
-
blijf continu in dialoog met de eigenaren, ook als zaken moeilijk verlopen;
-
stimuleer herbestemming van kerken an sich, de investering loont altijd;
-
profileer Utrecht als stad van de middeleeuwse kerkgeschiedenis en zet dat ook in voor promotie en toerisme;
-
stimuleer nevenfuncties in kerkgebouwen, ook als ze nog in religieus gebruik zijn;
-
geef aandacht aan duurzaamheidsmaatregelen die ook qua kosten reëel en haalbaar zijn.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 4
Subsidies hebben over het algemeen een positief effect, ook voor kleine nevenvoorzieningen in kerken. Een van de stakeholders merkt echter op dat subsidies soms ook averechts kunnen werken. Subsidies (voor bijvoorbeeld onderhoud) die beschikbaar zijn worden soms op voorhand al aangevraagd en dat kan prijsverhogend werken als een kerkgebouw te koop staat. Dat kan leiden tot conflicten tussen alle betrokkenen en stagnatie van het herbestemmingsproces. Een andere stakeholder geeft aan dat de kennis en kunde die de afdeling Erfgoed in huis heeft van grote waarde is en dat deze kennis ook in de toekomst zo optimaal mogelijk dient te worden ingezet en benut. Tenslotte De geraadpleegde stakeholders waarderen over het algemeen de insteek van de kerkenvisie en adviseren ook andere kerkenvisies van gemeenten en andere (kerkelijke) organisaties te raadplegen. Een deel van de opmerkingen is al verwerkt in de concept-kerkenvisie en een deel zal worden meegenomen bij de uitwerking van de definitieve kerkenvisie (toeristisch potentieel, exploitatie, beheer en onderhoud, en de profielen voor herontwikkeling). Foto: Interieur St. Gertrudiskerk (Rivierenwijk). (Bron: www.kerkfotografie.nl)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 5
Samenvatting Raadsinformatiebijeenkomst 24 november 2016, Stefanuskerk, Overvecht Voorzitter Matthijs Sienot (raadslid D’66) opent de bijeenkomst en heet de aanwezigen en in het bijzonder de insprekers van harte welkom. De aanleiding is de concept-Visie te bespreken die wethouder Geldof in juli 2016 naar de raadscommissie heeft gezonden. De raad heeft in november 2015 het college van B&W gevraagd de Visie op te stellen. Wethouder Geldof is vanavond helaas afwezig wegens ziekte. Na twee presentaties komen de insprekers aan bod en de raadsleden kunnen vragen stellen. Diverse insprekers hebben vooraf een uitgebreide schriftelijke reactie ingezonden. Alice Gut en Bettina van Santen van de gemeentelijk afdeling Erfgoed geven een korte presentatie. Alice Gut noemt Utrecht als kerkenstad zeer bijzonder. In de Visie is gekeken naar het huidige gebruik van de kerkgebouwen en naar mogelijke leegstand en afstoten. Het gaat hier om landelijke en actuele problematiek, die ook in de Tweede Kamer heeft geleid tot de vraag om burgers en omwonenden te betrekken. De Visie gaat met name over goede exploitatie, over het toeristisch potentieel, de rol van de gemeente en mogelijkheden voor herbestemming. Van de 58 beschermde kerkgebouwen hebben 43 een kerkelijk gebruik, in 23 gevallen is tevens sprake van zaalverhuur. Voor zeven gebouwen speelt op korte termijn verkoop.
Alice schetst de inzet van de afdeling Erfgoed bij het stimuleren van (neven-)gebruik, van energiebesparing en een nieuw gebruik. Ze noemt enkele recente ontwikkelingen en sluit af met de voorlopige conclusies. Bettina geeft de zoektocht aan naar het herontwikkelingsprofiel, naar hergebruik met aandacht voor de stedenbouwkundige kwaliteiten, voor de monumentale waarden van bijzondere interieuronderdelen en van de kerkruimte, ook van naoorlogse kerkgebouwen. Fons van den Broek: De Vereniging Oud-Utrecht organiseerde in 2015 een symposium over de kerkgebouwen in de gemeente, vanuit de zorg dat de te verwachten leegstand kan leiden tot sloop zoals in de jaren ’70. Hij is bijzonder blij met de Visie met het oog op de toekomst, als de gemeente niets doet is het straks te laat. Hij noemt ook suggesties voor aanvullingen en plaatst enkele kanttekeningen. Naast 58 beschermde kerkgebouwen zijn er ook andere waardevolle kerkgebouwen en hij vraagt om het in beeld brengen van ensembles. Ook hij verwijst naar de mogelijke zeggenschap voor de omgeving over het gebruik van kerken, waar de Tweede Kamer om heeft gevraagd. Het herbestemmingsprofiel is een mooi instrument, dat verder uitgewerkt moet worden. De exploitatieproblematiek is groot, ondanks de restauratiesubsidies van het rijk en de provincie.
Kerkeigenaren zouden soms partners moeten zoeken, vergelijk de Stichting Oude Groninger Kerken. De gemeente heeft ook een rol bij de maatschappelijke verantwoording; de stad en dus ook de kerkgebouwen zijn er voor bewoners en voor de toeristen. Oud-Utrecht wil graag verder meepraten en meedenken. Vragen raadsleden Aline Knip (D’66): een vraag aan Oud-Utrecht, met name over de maatschappelijke rol van de gemeente. Kunt u visie geven over de status van een monument? Fons van den Broek: het herbestemmingsprofiel wordt een belangrijk instrument. In de aan te duiden waarden zitten mogelijkheden en beperkingen. Het is zaak naar effectieve ruimte te zoeken en kaders duidelijk aan te geven. André van Schie (VVD): wat zijn als grootste problemen gesignaleerd? Alice Gut: er is inderdaad behoefte aan duidelijke kaders. Kerkeigenaren willen een antwoord van de gemeente wat de mogelijkheden zijn, voor nevengebruik en herbestemming.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 6
Bettina van Santen: er is veel belangstelling voor de her te bestemmen kerkgebouwen. Soms is het lastig in een vroeg stadium al richting aan te geven, want er moet een integraal advies komen van de gemeente. Jolande Uringa (Christen Unie): praat met de wijk, dat is ook de suggestie van Oud-Utrecht. Is de buurt daadwerkelijk betrokken? Bettina van Santen: er zijn diverse initiatieven uit de buurt om een eigen plek te creëren. En bij initiatieven van anderen: als plannen echt concreet zijn, vindt de buurt er altijd wat van. Bert Jan Brussaard (CDA): Nevengebruik is erg belangrijk. Dat stimuleert de gemeente, hoe doen jullie dat? Henk Jansen (afdeling Erfgoed, medeauteur van de Visie): waar mogelijk moet je de verhuur bevorderen als gemeente. ‘Huur een kerk’ is een goed initiatief, waardoor een kerk makkelijker te vinden is. Verhuren levert op jaarbasis behoorlijk wat op. Benut kerkgebouwen voor allerlei soorten bijeenkomsten. Nevengebruik zoals verhuur is in veel gevallen in het bestemmingsplan geregeld, maar dat is een passief kader. In enkele gevallen maken kerken gebruik van professionele catering. Verhuur is een onderdeel van de exploitatie, naast het verkennen van mogelijkheden om bijvoorbeeld energie te besparen.
Insprekers Maarten van Ditmarsch is van de Protestantse Gemeente Utrecht (PGU), eigenaar van 13 monumentale kerkgebouwen en verantwoordelijk voor het ‘stenen kapitaal’, de culturele betekenis en de toekomst ervan. De PGU is verheugd over de Visie, wel ziet hij graag de eigenaren als stakeholders genoemd. De orgels moeten ook aan bod komen want die zijn onlosmakelijk verbonden met de gebouwen. De PGU vraagt zich af hoe de ‘winst’ bij de eigenaren terecht kan komen. Entreeheffing in het huis van God is geen optie, een kerk is geen museum. Frans Ritmeester (PGU) gaat vooral in op de afname van subsidies, de percentages van het rijk zijn lager en de gemeentelijke onderhoudsbijdragen zijn weggevallen. De PGU kan echter niet alles alleen, subsidie voor zonnepanelen zijn welkom, dan moeten kerkgebouwen wel worden erkend als maatschappelijk vastgoed. Het nevengebruik neemt inderdaad toe, ook buiten de binnenstad. Het parkeerbeleid is met name ongunstig voor mensen die slecht ter been zijn en de kerk niet kunnen bereiken. Een positieve grondhouding en een integrale werkwijze van de gemeente is van belang voor behoud van de kerkgebouwen. Herbestemmingsprofielen bieden kansen maar ook als bedreigingen. De status tot monument van monument is niet vrijblijvend. De gemeente kan niet veel eisen en tegelijk de subsidies schrappen.
Tegen de aanwijzing als monument heeft de PGU nooit bezwaar gemaakt, maar in die tijd waren er wel gemeentelijke subsidies. Robert Stok van de St. Ludgerus-parochie, eigenaar van onder andere de Jacobuskerk (in Zuilen). De mogelijkheden voor nevengebruik zijn in katholieke kerken altijd beperkt, dat is door het Vaticaan en het Bisdom bepaald. Herbestemming is bij enkele kerken van de parochie onvermijdelijk. Daarbij blijft aandacht nodig voor ruimten waar mensen hun geloof kunnen uiten. De monumentenstatus van kerkgebouwen is op zich prima, al is het wegvallen van subsidies ook voor de parochie een slechte zaak. De behoefte aan de expertise van een gemeentelijke afdeling Erfgoed is altijd groot geweest. Het herbestemmingsprofiel kan helpen om grenzen te stellen wat wel of juist niet mag om beter grip te houden op toekomstig gebruik.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 7
Adrian Los van de Holy Trinity Church Utrecht vindt het belang van de kerkgebouwen nog te smal gedefinieerd. De maatschappelijk meerwaarde van de kerken zou in de definitieve versie meer aandacht moeten krijgen. Subsidies voor onderhoud van kerken blijft noodzakelijk. Een uitdaging is om kennis met elkaar te delen, dat is niet vrijblijvend. En de inzet van vrijwilligers is onmisbaar. Jeroen van Oort van de Doopsgezinde kerk heeft veel mooie dingen in de Visie gezien. Exploitatie van het kerkgebouw is moeilijk. Bijdragen in de vorm van subsidies worden gemist, de rijkssubsidie is nu zeer laag. Ook voor de gewenste zonnepanelen zijn geen subsidies. Duurzaamheidsmaatregelen kunnen meehelpen om de exploitatie beter te maken. De eigenaar heeft daarin de grootste verantwoordelijkheid, maar samenwerking maakt het gemakkelijker. Parkeerproblematiek speelt ook bij de Doopsgezinde kerk. Creëren van kansen, zoals cultureel gebruik, mag ook in de Visie. De Visie geeft wel veel de nadruk op hergebruik. Pepijn Zwanenberg (Groen Links): we wilden graag een Visie vanwege de problematiek en de noodzaak van herbestemming. Herman van der Linden van de Stichting Zending en Opwekking (Springweg 162) roept de raadsleden op om de subsidieregeling terug te brengen. De Stichting heeft een bijzondere mooi gebouw en toont het graag, zoals op Open Monumentendagen.
Maar het is niet erg geschikt voor verhuur en dus leent niet elk kerkgebouw zich voor een sluitende exploitatie. De subsidieregeling is daarom van groot belang. Jurriaan de Meijer (PvdA): de PGU wil dat de visie breder gedragen wordt, wat wordt daarmee bedoeld? Dhr. Van Ditmarsch wil graag meer betrokken worden bij de Visie en in de rol van stakeholder. Wouter Roorda van de Christelijk Gereformeerde Kerk Utrecht Centrum: tijd en geld zijn schaars in de kleine gemeenschap van ongeveer 80 huishoudens . De kerk is veel tijd kwijt aan de procedurele eisen vanuit de gemeente. Er is veel onderhoud nodig aan de gebouwen. De subsidie was altijd zeer welkom. Echter een verbouwing heeft veel gekost, de gemeente vroeg meer dan eens om aanvullende tekeningen. Per saldo is de kerk er niet veel mee opgeschoten, ook door de aanzienlijke leges. Advies: eigenaren van religieus erfgoed moeten zelf kunnen bepalen wat ze doen. De subsidieregeling is niet meer nodig, het kost veel tijd en het maken van een onderhoudsplan voor de aanvraag kost ook geld. Belangrijker is dat de bestaande procedures anders, sneller en eenvoudiger moeten. Maureen Baas is van de Metaalkathedraal en is een buitenbeentje als eigenaar van een kerkgebouw zonder kerkelijk gebruik. Met alle mogelijke punten voor het realiseren van het huidige gebruik heeft ze ervaring opgedaan en stelt zich beschikbaar om kennis te delen.
Het gebouw heeft nu een culturele functie, onder meer voor de buurt, voor die functie is ook subsidie ontvangen. De exploitatie is fors en daar moet hard voor gewerkt worden. ‘Wie betaalt, bepaalt’ is niet de praktijk, in dit geval vanwege welstandeisen De procedures moeten soepeler en sneller, in dit geval om kerkgebouwen te behouden. Toch ook complimenten aan de gemeente, de medewerking was cruciaal bij de herbestemming. Dick van Dijk (actief voor diverse kerken en orgelstichtingen): het is andere bijeenkomst dan hij had verwacht, omdat het meer over kerkgebouwen gaat dan over cultuur. Muziek in de kerken is een belangrijk stuk cultureel aanbod. Veel subsidie is niet nodig, wel ondersteuning
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 8
bij de programmering. In 2009 en 2010 zijn alle goede plannen ontwikkeld. Let vooral op het gebruik van de kerk en de samenhang van interieurs en, de orgels en het gebouw. Eiko Smid is de voorzitter van Kerken Kijken Utrecht. KKU is trots op de 60.000 bezoekers in de zomermaanden, de Domkerk nog niet meegerekend. Vrijwilligers zijn hierbij van groot belang. KKU wil graag meewerken aan het verder ontwikkelen van het toerisme in de binnenstad, met name ook openstelling buiten de zomermaanden. Dat leidt wel tot meer (stook) kosten en dan zou de gemeentelijke subsidie omhoog moeten. Idee van entreeheffing in kerken komt niet van KKU, de entree is nu gratis. Aan de bewegwijzering kan nog veel verbeterd worden, fysiek en met modernere technieken. KKU pleit voor het bundelen en delen van kennis en wil samen met Toerisme Utrecht en de gemeente samenwerken om nog meer mensen naar Utrecht te halen. De raadsleden zijn van harte welkom bij de start eind juni van het 35ste seizoen. Pia Verhoeven van het Museum Catharijneconvent: de Visie geeft een goed overzicht, echter Utrecht onderschat de problematiek, er blijven waarschijnlijk maar twee katholieke kerken over en ook bij de protestantse kerken gaat het hard.
De Visie is wat te afwachtend, gelet op de problematiek moeten duidelijke keuzes gemaakt worden: kritisch kijken naar het monumentenbestand en vroeg in het proces in kaart brengen wat waardevol is van de gebouwen, interieur en exterieur en de samenhang daarvan. De gemeente moet proactief zijn en in gesprek gaan met alle eigenaren. Vragen raadsleden Aline Knip: wat houdt waardering en selectie in en categorisering? Is er behoefte aan ranking en een top zoveel? Pia Verhoeven: op landelijk niveau vindt waardering en selectie plaats. De waarden van kerk en interieur moeten leidend zijn voor keuzes over behoud of afstoting. Interieurs zijn kwetsbaar, bij herbestemming wordt het vaak grotendeels verwijderd. Bert Jan Brussaard, vraag aan dhr. Stok: bij parochiekerken is het nevengebruik lastig, maar bij herbestemming bent u op zoek naar breder gebruik en het blijven benutten van kerkruimten, is dit een tegenstrijdigheid? Robert Stok: mijn wens is de gemeenschap de mogelijkheid te geven om in of rond het gebouw nog samen te komen, zodat meerdere plekken blijven bestaan om uiting te geven aan het geloof, ook als er maar twee kerken open zijn. Jolande Uringa kent een studie waarin naar de monumentenstatus bij vier gemeenten is gekeken. Moet je die status tegen het licht houden? Pia Verhoeven: ja, op gemeentelijk niveau moet ook kritisch naar de beschermde monumenten worden gekeken.
Aline Knip: Moet je soms de keuze maken om van sommige kerken afscheid te nemen? Pia Verhoeven: Ja, je moet inderdaad kiezen, niet alles kan bewaard worden. Bert Poortman van de Vereniging Oud-Utrecht: ook niet-monumentale kerken verdienen aandacht. Het herbestemmingsprofiel is van belang om te bepalen wat er veranderd kan worden. In Utrecht is veel vraag naar gebouwen en dat vraagt om het combineren met het behoud en herbestemming van de kerken. Er hoeft dus niet te worden gesloopt. Pia Verhoeven is het hier mee, maar dat vraagt dan om ruimte in een herbestemmingsprofiel en op lokaal niveau kijken waar behoefte aan is. Pepijn Zwanenberg: het gaat hier juist over lokale politiek en lokale belangen en waarden en niet om het landelijk niveau.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 9
Pia Verhoeven: Het een sluit het ander niet uit. Ze ziet wel kansen met het herbestemmingsprofiel. Jolanda Uringa wil graag de reactie weten van de afdeling Erfgoed. Bettina van Santen: de afgelopen jaren is goed gekeken naar de architectuur en de betekenis in een bredere context. En het hoeft niet altijd een monument te zijn om het toch te willen behouden. Wel is de bescherming van de kerkgebouwen up te date. Als je de beschermde status weghaalt, zet je de deur open en dat is niet gewenst. Zorgvuldig omgaan is van belang vanwege de waarde voor de mensen uit de omgeving die daar gekerkt hebben. En er is inderdaad veel belangstelling voor de kerken en dus is een tweede leven mogelijk. André van Schie: vraag aan de kerkeigenaren: is er sprake van hinder, van ‘last’ van de status van het interieur? Levert dat een beperking op voor neven- of hergebruik? Reversibel verwijderen en elders terugplaatsen? Maarten van Ditmarsch: last is niet het goede woord, in de Domkerk zijn allerlei activiteiten mogelijk en sommige interieuronderdelen zijn uiteraard verbonden met de eredienst. Maar het is wel afhankelijk van de soort kerk. Robert Stok: in de Jacobuskerk is juist veel ‘verzameld’, zoals doopvonten. Mensen hebben er ook een binding mee. Voor de St. Joseph geldt dat de kerk eigenlijk alleen geschikt is katholiek gebruik.
En wat te doen met een bijzonder orgels? Verplaatsen is zeer kostbaar. Alice Gut: de Westerkerk wordt verkocht, maar het orgel wil men afzonderlijk verkopen. Zij noemt tot slot de eindmanifestatie van de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed op 8 december in Naarden. Dan gaat het onder meer over de vereiste inzet van alle partners die betrokken zijn bij religieus erfgoed, over de behoefte aan een kenniscentrum en over waardedifferentiatie, ook als opgave voor de overheid. Matthijs Sienot dankt alle aanwezigen voor hun bijdrage aan de avond en sluit de bijeenkomst. Foto: Exterieur Wilhelminakerk (Oost). (Bron: www.amsterdamseschool.nl)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 10
Bijlage 2: Herbestemde kerkgebouwen Herbestemd
Gebouwd
Gezindte
1
1971
1896
Rooms Katholieke Kerk
2
1974
1857
Rooms Katholieke Kerk
3
1978
1917
Nederlands Hervormde Kerk
4
1979
1960
Gereformeerde Kerk
5
1983
1910
Rooms Katholieke Kerk
6
1984
1926
Israëlitische gemeente
7
1984
ca. 14e eeuw
Protestantse Kerk Nederland
8
1985
1967
Rooms Katholieke Kerk
9
1985
1968
Rooms Katholieke Kerk
10
1987
ca. 1500
Nederlands Hervormde Kerk
11
1988
1901
Rooms Katholieke Kerk
12
1990
1886
Nieuw Apostolische Kerk
13
1993
1930
Rooms Katholieke Kerk
14
1995
1922
Gereformeerde Kerk
15
2005
1967
Nieuw Apostolische Kerk
16
2005
1968
Gereformeerde Kerk
17
2005
1930
Protestantse Kerk Nederland
18
2006
1922
Rooms Katholieke Kerk
19
2007
1860
Oud Katholieke Kerk
20
2007
1870
Oud Katholieke Kerk
21
2007
1877
Rooms Katholieke Kerk
22
2008
1972
Rooms Katholieke Kerk
23
2013
1857
Rooms Katholieke Kerk
24
2013
1938
Rooms Katholieke Kerk
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 11
3: Bijlage: Gesloopte kerkgebouwen
Foto: Sloop van de St. Ludgeruskerk in 1977. (Foto: HUA)
Kerk
Adres
Gebouwd
Gesloopt
Gezindte
1
St. Dominicuskerk
Mariaplaats
1853
1940
Rooms Katholieke Kerk
2
Begijnekerk
Breedstraat
1854
1939
Gereformeerd
3
St Monicakerk
Herenweg
1886
1977
Rooms Katholieke Kerk
4
Oosterkerk
Maliebaan
1887
1984
Gereformeende Kerk
5
O.L.V. ten Hemelopneming
Biltstraat
1894
1972
Rooms Katholieke Kerk
6
O.L.V. van Goede Raad
Bosboom Toussaintstr.
1918
1993
Rooms Katholieke Kerk
7
Vredeskerk
J. Camphuysstraat
1920
1987
Rooms Katholieke Kerk
8
St. Ludgeruskerk
Amsterdamsestraatweg
1924
1977
Rooms Katholieke Kerk
9
Oranjekerk
Amsterdamsestraatweg
1925
1983
Nederlands Hervormde Kerk
10
Zuiderkerk
Krommerijn
1925
1987
Gereformeerd
11
H. Nicolaaskerk
Boerhaaveplein
1930
1987
Rooms Katholieke Kerk
12
Julianakerk
Rijnlaan
1931
1983
Nederlands Hervormde Kerk
13
H. Pauluskerk
Linnaeuslaan
1936
1993
Rooms Katholieke Kerk
14
Johannes de Doperkerk
Plettenburgplantsoen
1952
1992
Rooms Katholieke Kerk
15
Lucaskerk
Bernadottelaan
1961
1985
Nederlands Hervormde Kerk
16
Christus Koningkerk
Marshalllaan
1961
1988
Rooms Katholieke Kerk
17
H. Bernarduskerk
Camminghaplantsoen
1962
1992
Rooms Katholieke Kerk
18
H. Salvatorkerk
Pionstraat
1962
1998
Rooms Katholieke Kerk
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 12
Bijlage 4: Achtergrond binnenstadskerken Vijfkerken-restauratieplan: restauratiefilosofie en museaal gebruik In het kader van de hernieuwde aandacht voor de (historische en toeristische) betekenis zijn vrijwel alle oude binnenstadskerken in de tweede helft van de twintigste eeuw ingrijpend gerestaureerd. De resultaten zijn duidelijk gerelateerd aan de toenmalige restauratievisie. In de jaren vijftig en zestig stonden met name de oudste bouwfasen van de kerken centraal, jongere delen en toevoegingen werden gesloopt of verwijderd. Voorbeeld hiervan is het schip van de Pieterskerk, dat bij de restauratie van 1953 tot 1970 gereconstrueerd is in de Romaanse vorm. Bij de restauratie van het koor was sprake van een meer terughoudende restauratievisie, zodat ook jongere bouwfasen gerespecteerd werden. Alleen ‘storende elementen’ zijn verwijderd, voornamelijk van jongere datum. In de periode 1968-1988 is het ‘Vijfkerken-restauratieplan’ voor Hervormde Binnenstads* Voetnoot:
kerken* uitgevoerd door het architectenbureau Van Hoogevest onder regie en begeleiding
Jacobikerk: restauratie
van het Rijk, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg (oude naam voor de Rijksdienst voor
1970 t/m 1976, Nicolaïkerk: 1970 t/m 1978,
het Cultureel Erfgoed). Voorafgaande aan de decentralisatie van de monumentenzorg (vanaf
Janskerk: 1976 t/m 1981,
1988) had de gemeente nog een ondergeschikte rol in dit soort processen. Bij deze
Buurkerk: 1978 t/m 1984 en Domkerk: 1979 t/m
vijf middeleeuwse kerkgebouwen heeft men geprobeerd om de oudste bouwgeschiedenis
1988.
leesbaar te maken, zowel in de ruimtelijke opzet als in de afwerking. Opvallend aspect is ook de verwijdering van pleisterwerk aan binnen- en buitenzijde, waarvoor men koos omdat juist het kale bouwmateriaal (tufsteen of baksteen) de bouwfasering en bouwsporen maximaal leesbaar maakt. Waar nodig zijn deelreconstructies en aanvullingen uitgevoerd om het beeld te versterken. Het merendeel van het negentiende- en twintigste-eeuwse meubilair is verwijderd, waarmee de kerkgebouwen zijn ‘opgeruimd’ of zelfs ‘leeggeruimd’. Dat schiep mogelijkheden voor flexibel gebruik naast de wekelijkse kerkdiensten, zoals concerten, lezingen en tentoonstellingen. De restauratiefase uit de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw is dominant aanwezig in deze kerkgebouwen, juist vanwege het uitgangspunt van afleesbaarheid van de bouwfasering. In de kern zijn de kerken volledig middeleeuws, maar de presentatie van de bouwgeschiedenis is kenmerkend voor deze periode. Ook de ‘leegheid van de kerkgebouwen’ – de dominantie van de lege ruimte en het ‘kale’ materiaal - past bij deze periode. Op deze wijze zijn de kerkgebouwen gemusealiseerd. Dat past ook bij de veel grotere toeristische betekenis die de kerkgebouwen inmiddels hadden gekregen. Openstelling, vooral gedurende de zomermaanden, werd geïnitieerd met het project ‘Kerken Kijken’.
Vier van de vijf kerkgebouwen behielden hun religieuze functie, gecombineerd met nevengebruik. De vijfde, de Buurkerk, kreeg een nieuwe functie, namelijk museum ‘Van Speelklok tot Pierement’ (1984). In de zijbeuken en het koor zijn tussenvloeren aangebracht, waaronder zich afgesloten tentoonstellingsruimten bevinden. In de middenbeuk bleef de ruimtelijk opzet van deze gotische kerk behouden. Dat was ook nodig voor het religieuze gastgebruik. De protestantse gemeente kan het gebouw nog twaalf keer per jaar voor kerkelijk gebruik benutten.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 13
Foto: Het beeld van de Nicolaïkerk wordt sterk bepaald door de ‘afleesbaarheid’ van de middeleeuwse bouwgeschiedenis. De – bij de grootschalige restauratie kaal gehakte tufsteen behoort bij de romaanse opzet; de bouwsporen geven inzicht in de oorspronkelijke opzet. Gewelven met schilderingen stammen uit verschillende middeleeuwse bouwfasen. De gotische aanpassingen bepaalden het gebouw in zijn huidige omvang. Het interieur bestaat uit een flexibele opstelling van losse stoelen. Het doophek is verplaatsbaar gemaakt om vrij zicht op het koor te kunnen garanderen. Interieur van de Nicolaïkerk gezien vanaf de orgelgalerij in 1978. (Foto: HUA)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 14
Bijlage 5: De tien geboden bij (tijdelijk) herbestemmen Tijdens de totstandkoming van deze visie hebben zich ontwikkelingen voorgedaan bij meerdere monumentale kerkgebouwen waardoor het aantal af te stoten of te herontwikkelen kerken wat toegenomen is. Ook zijn er kerken (voorlopig, onder voorwaarden) verkocht aan nieuwe eigenaren. Dit betreft de rooms-katholieke St. Jacobuskerk, de Triumfatorkerk en de Westerkerk, gemeentelijke monumenten. De verkoop van de Westerkerk was al bekend. De roomskatholieke St. Jacobuskerk (Zuilen, Prins Bernardplein) en de protestantse Triumfatorkerk (Kanaleneiland, Marco Pololaan) – beide gemeentelijke monumenten – zullen worden verkocht aan andere geloofsgemeenschappen. Dit lijkt een trend te zijn in Utrecht, waar kennelijk behoefte is aan kerkruimte voor bestaande of nieuwe geloofsgemeenschappen. De Pniëlkerk in de Halve Maan was daar in 2015 het eerste voorbeeld van. Van enkele protestantse kerken is de verwachting dat plaatselijke wijkgemeenten mogelijk gaan fuseren in de toekomst omdat kerkgemeenschappen te klein worden. Het is nog niet bekend om welke kerken het gaat. Over de Bethelkerk in Zuilen (gemeentelijk monument - eigendom Protestantse Gemeente Utrecht) is wel een besluit genomen. De protestantse wijkgemeente Zuilen maakt een nieuwe start in september 2017 met de Oranjekapel als vierplek en de Bethelkerk als buurtklooster.
De vernieuwde gemeente kiest ervoor om bewust wijkgericht te zijn: “Geen doelgroepkerk, maar kerk voor de wijk.” De burgelijke gemeente is in gesprek met de eigenaar over mogelijke herontwikkeling. De eigenaar voert een haalbaarheidsonderzoek uit (voorjaar 2017) voor de nieuwe functie waar ook plaats zal zijn voor de kerkgemeenschap. Het afstoten van enkele katholieke kerken (St. Jacobus, St. Dominicus, St. Antonius en St. Joseph) was al langer bekend. Ook de St. Gertrudiskerk (Rivierenwijk) – gemeentelijk monument – heeft een krimpende kerkgemeenschap, het lijkt er dan ook op dat deze kerk niet lang meer levensvatbaar zal zijn voor viering van de eredienst. Het contact vanuit het parochiebestuur met de gemeente in verband met toekomstige herbestemming is al gelegd. De vakgroep Erfgoed wil het instrument van het herbestemmingsprofiel bij deze herontwikkelingen inzetten. In de toekomst (op een termijn van enkele jaren) zullen in de stad Utrecht nog meer katholieke kerken worden afgestoten. Daarover is binnen de katholieke kerk in Utrecht gesproken tijdens de eerste stadssynode van Utrecht. Op dit moment (voorjaar 2017) is nog niet duidelijk welke kerken dat zullen zijn. Ook zullen de parochies in Utrecht opnieuw worden gereorganiseerd en of samengevoegd.
Landelijke ontwikkelingen in het kader van de Nationale Agenda religieus erfgoed Tijdens het slotsymposium van de Nationale Agenda Toekomst Religieus Erfgoed op 8 december 2016 in de Grote Kerk van Naarden, blikte Susan Lammers, directeur van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, terug op de resultaten van de agenda: “Op 8 december 2016 hebben verschillende landelijke partners een collectieve strategie voor de komende jaren gepresenteerd in de Grote Kerk in Naarden. In juni 2014 werd gestart met deze samenwerking op initiatief van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Een brede maatschappelijke coalitie van zo’n twintig partijen heeft de afgelopen 2,5 jaar hard gewerkt om religieus erfgoed op de maatschappelijke en bestuurlijke kaart te zetten. Dit heeft geresulteerd in een aantal actiepunten. “
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 15
Foto: Tekstbord met de Tien Geboden in de Jacobikerk. (Bron: www.protestantsecultuurschatten.nl)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 16
Tien landelijke actiepunten 1.
Vanaf 2017 zal door de partners in vervolg op de Agenda Toekomst Religieus Erfgoed een voorzetting van hun samenwerking worden georganiseerd;
2.
Alle partners zetten zich voluit in om op een actieve manier bij te dragen aan het gebruik, het behoud en de ontwikkeling van het religieus erfgoed alsmede aan de versterking en uitbreiding van het hiervoor benodigde maatschappelijk draagvlak;
3.
De rijksoverheid neemt samen met de eigenaren en met Museum Catharijneconvent het voortouw om te komen tot deling, bundeling en fundering van kennis en expertise in een kenniscentrum/expertisenetwerk (on-)roerend religieus erfgoed. Gezamenlijk ontwikkelen partners nieuwe en noodzakelijke kennis voor het behoud van het religieus erfgoed;
4.
Eigenaren zetten zich in om vroegtijdig toekomstige ontwikkelingen in beeld te brengen en die inzichten te delen en daartoe in overleg te treden met relevante partners;
5.
De rijksoverheid neemt het initiatief tot een waardedifferentiatie religieus erfgoed (onroerend en roerend), waarin een nieuwe balans tussen behoud en ruimte voor transformatie het uitgangspunt vormt. Partners dragen hier vanuit hun eigen verantwoordelijkheid en in onderlinge afstemming aan bij;
6.
De rijksoverheid evalueert in het licht van de opgave in 2018 haar financieel monumenteninstrumentarium en beziet of op basis hiervan een herallocatie van middelen noodzakelijk is;
7.
Provinciale overheden ondersteunen initiatieven op het gebied van behoud of herbestemming van religieus erfgoed door hun instrumenten voor ruimtelijke ontwikkeling actief in te zetten;
8.
Gemeentelijke overheden zetten zich in om lokale scenario’s vroegtijdig in beeld te brengen en ontwikkelen in samenwerking met de lokale partners kennis van en visie op het lokale religieus erfgoed;
9.
Daarnaast maken gemeenten hun wet- en regelgeving nog beter toegankelijk en stellen die dienstbaar aan het voortgezet gebruik of de herbestemming van religieus erfgoed;
10.
Maatschappelijke organisaties zetten hun kracht waar mogelijk in om een kansrijke toekomst voor religieus erfgoed pro-actief te ondersteunen.
Bron: www.toekomstreligieuserfgoed.nl Bron: Nationale Agenda Toekomst Religieus Erfgoed 1
Een kerk is een verhaal, geen hoop stenen
Bron:
Het herbestemmen van een kerkgebouw is geen eenvoudige opgave: er staat veel
Agenda Toekomst
vastgoed leeg en andere monumentale gebouwen vechten voor dezelfde initiatief-
Religieus Erfgoed, december 2016
nemers en gebruikers. Het is dan ook de kunst om de eigen kerk scherp te positioneren
(uitgave Rijksdienst voor
en de bijzonderheden te benoemen. Een mooi orgel, een fraai kunstwerk of
het Cultureel Erfgoed).
een bijzondere inrichting trekken altijd geïnteresseerden. Maar bezoekers komen vooral af op het verhaal van een kerkgebouw. Een kerk kun je immers zien als een persoonlijkheid, waarvan het voorkomen en het karakter gevormd worden door het verleden. Die verhalen hebben het gebouw gemaakt tot wat het is. Wie goed kijkt naar zijn geschiedenis en zijn huidige plek in het dorp, de stad of het landschap kan altijd aanknopingspunten voor een eigen verhaal vinden, een unique selling point. En dat verkoopt.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 17
2
Creëer een aansprekend en passend plan Een goed en aansprekend plan kan mensen enthousiasmeren en meenemen in de realisatie ervan. Bij de zoektocht naar een nieuwe functie zien veel mensen eerst de problemen: de restauratieachterstanden, de benodigde maatregelen om energie te besparen en het comfort te verhogen, de verbouwingskosten. Al die zaken moeten inderdaad worden aangepakt, maar denken vanuit de problemen brengt zelden beweging. Het gaat er om energie vrij te maken, dan volgt het geld ook eerder. Daarbij mag het plan ambitieus zijn, maar tegelijkertijd ook realistisch en passend bij de kwaliteiten van het gebouw. Uiteindelijk gaat het immers om de vraag hoe de exploitatie sluitend te krijgen is.
3
Benut expertise en ervaring Niet veel mensen zullen vaak meemaken dat ze een groot gebouw als een kerk gaan herbestemmen. Toch zijn er inmiddels al vele voorbeelden in Nederland en daarbuiten van geslaagde transformaties. Er is dus kennis aanwezig bij collega kerkbeheerders en bij verschillende organisaties in Nederland. U hoeft het wiel niet helemaal opnieuw uit te vinden. Daarnaast is het van belang om ook het eigen (stichtings)bestuur te voorzien van een diversiteit aan deskundigheid en ervaring. Schroom echter niet om advies en hulp in te schakelen. Veel partijen zijn maar wat trots op de bereikte resultaten en helpen u graag op weg.
4
Ken het gebouw en de behoefte in de buurt De geschiktheid voor een nieuwe functie verschilt per kerkgebouw. Zo varieert de indeling en het aantal ruimtes (inclusief de bijgebouwen rondom de kerk) die op verschillende wijzen gebruikt kunnen worden. Ken daarom uw gebouw, weet wat er wel en niet kan en forceer functies niet. Denk ook na over de mogelijkheden ‘per ruimte’ en niet alleen over de kerk als geheel. Naast het kennen van uw gebouw dient u zich ook op de hoogte te stellen van de behoeften in de buurt: is er vraag naar multifunctionele zaalruimte of juist woonruimte? U kunt gaan zitten wachten tot iemand met een vraag zich aandient of juist gericht op onderzoek uitgaan naar de plannen van de gemeente, de lokale school, een vereniging in de buurt etc. Die actieve houding verdient de voorkeur! Ken de behoefte op de korte en langere termijn voor de buurt of wijk en wellicht kan het kerkgebouw daar een rol in spelen. Zorg dat u deze kansen opzoekt en benut.
5
Zonder lokaal draagvlak geen duurzame exploitatie Natuurlijk zijn er soms ondernemers die de exploitatie van een kerk op hun schouders nemen. Of nieuwe eigenaren die een (kleine) kerk verbouwen tot woning. Maar veelal wordt het voortbestaan van een kerkgebouw gedragen door de lokale gemeenschap er om heen. Een local hero c.q. trekker is hierbij onmisbaar. Er moeten mensen zijn die tijd én energie vrijmaken voor de toekomst van het kerkgebouw. Het gaat daarbij niet om veel vergaderen, maar om veel doen en zorgen voor verbinding met partijen in de buurt. Samen gaat het sneller, dus vaar een gezamenlijke koers en zorg voor lokaal draagvlak en partnerschap in plaats van concurrentie met andere partijen in dorp of stad. Een vergadering redt geen gebouw; een doener wel.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 18
6
Blijf communiceren Het is belangrijk dat u investeert in een open dialoog en een constructief overleg. Ook al liggen de belangen tussen partijen soms uiteen, als u de waarde van de kerk voorop stelt moet er altijd common ground te vinden zijn voor een gesprek. Wees niet bang om daarbij de olifant in de kamer te benoemen, respecteer elkaars inzet en standpunten en wees naar buiten toe fair over elkaar. Voorkom dus dat u via de pers gaat zitten zwarte pieten; dat lucht misschien tijdelijk even op, maar dergelijke uitspraken keren zich uiteindelijk altijd tegen u.
7
Open ramen en deuren Mensen hebben de neiging – zeker in onze vergadercultuur – om eerst zelf na te denken, achter de schermen veel te vergaderen en plannen uit te broeden. U mist dan heel veel kansen. De kunst is om zo snel mogelijk deuren en ramen te openen. Creëer reuring en zorg voor leven in de brouwerij; mensen moeten weten dat deze plek er is, dat er mensen zijn die voor het kerkgebouw opkomen en dat er initiatieven worden gezocht. Voorkom dat iedereen de kerk voorbij loopt en het stil wordt. Ook met kleine investeringen kunt u laten zien dat u serieus bezig bent. Realiseer u dat andere mensen ideeën hebben die u nooit had kunnen verzinnen. En het één leidt tot het ander. Dus zet die deur open en nodig de buren uit. Wek hun nieuwsgierigheid door activiteiten te organiseren of bied de ruimte aan om hier iets te organiseren en voor je het weet ontstaan er serieuze alternatieven.
8
Creëer een uitnodigende sfeer Vaak ontstaat er een neerslachtige sfeer als aangekondigd wordt dat een kerk gaat sluiten. Begrijpelijk. Maar er ontstaat soms ook het idee dat niets meer kan: men zucht onder de onderhoudslasten (maar dat is slechts spreadsheet-denken) of de taxatiewaarde (maar die staat los van de mogelijke opbrengsten en begint dus aan de kostenkant). Ook is het eigendom vaak onzeker, net als de vraag wie nou precies waar over gaat. Dit soort zaken werkt verlammend. Genoeg redenen om niet meer uit de startblokken te komen. Als u echter wilt dat er mensen aanhaken moet u zorgen dat het leuk is om mee te doen en mee te werken. Waardeer het initiatief van anderen. Er zijn meer mensen die tijd hebben om de handen uit de mouwen te steken dan u op voorhand denkt. De één wil graag praktisch aan de slag, de ander kan goed lobbyen, onderzoek doen of schrijven. Voorwaarde is wel dat mensen zich aan het plan voor de kerk en de toekomstige invulling ervan moeten kunnen verbinden. Als het uw privé initiatief betreft dat slechts gericht is op eigen ambities, dan zullen mensen er minder snel aan bijdragen. Maar als u het gebouw ook van betekenis wilt laten zijn voor de gemeenschap, zult u versteld staan van de bereidwilligheid van buurt- of dorpsbewoners. Kijk dus niet alleen naar de problemen, maar onderzoek de mogelijkheden.
9
Neem de tijd Verwacht niet dat alles binnen een jaar geregeld is maar zie de herbestemming als een proces waarbij elke stap vooruit er weer eentje is. En soms gaat u ook een stapje achteruit en moet u wachten tot de goede wind opsteekt om weer vooruit te komen. Het is duidelijk dat u er veel energie in zult moeten stoppen en vasthoudend zult moeten zijn, maar dan krijg u er ook het nodige voor terug.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 19
10
Wees creatief Een dooddoener als laatste? Niet helemaal, want we zijn geneigd om vanuit bepaalde gegevenheden te denken. Eerst moet er bijvoorbeeld gerestaureerd worden. Maar is dat wel zo? Als het niet lekt en niet gevaarlijk is, dan kunt u toch al snel beginnen met het organiseren van activiteiten die wellicht zelfs geld opleveren. Eerst moeten we eige naar zijn. Maar is dat wel altijd nodig? Misschien zijn er afspraken te maken met de huidige eigenaar over bepaalde tijdelijke activiteiten. Eerst moeten het plan en de financiering rond zijn. Maar hoeveel tijd kost dat wel niet? Leiden daden en zichtbare bedrijvigheid niet veel eerder tot enthousiasme om deel te nemen? Kortom, denk buiten de geijkte paden. Herbestemming is geen nieuwbouw die u planmatig kunt opzetten en uitrollen. Het zoeken naar een nieuwe functie is vanuit de vrolijke chaos van het bestaande iets nieuws proberen te maken. Dat vraagt per definitie om veel creativiteit.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 20
Bijlage 6: drie voorbeelden van herbestemmingsprofielen Voorbeeld 1: Nicolaïkerk – Nicolaaskerkhof Bescherming: Rijksmonument nr. 36380 Typologie: 12de-eeuwse romaans-gotische kruisbasiliek met gotische uitbreidingen Functie: Kerkelijk gebruik. Nevengebruik als tentoonstellingsruimte in samenhang met naastgelegen museum, concerten en bijeenkomsten. Orgels en klokken: Klokkenspel, bestaande uit 23 klokken van François en Pieter Hemony, gegoten in 1649-1651 (met 20 moderne klokken). Trommelspeelwerk uit ca. 1589. Hoofdorgel – 1956- Marcussen & Son. Gebruikte bronnen: L.H. Boot, ‘De middeleeuwse kapconstructie van de Nicolaïkerk te Utrecht’, in: Restauratie vijf hervormde kerken in de binnenstad van Utrecht, jaarverslag 1977-1978, nr. 5, pag. 115-144. Th. Haakma Wagenaar, ‘De ramen in het schip van de St. Nicolaaskerk’, in: Het vijf kerken restauratieplan, 1e jaargang nr. 2 (1973), pag. 2-8. Th. Haakma Wagenaar, ‘Nicolaïkerk’, in: Restauratie vijf hervormde kerken in de binnenstad van Utrecht, jaarverslag 1977-1978, nr. 5, pag. 67-96. W. Haakma Wagenaar, ‘De restauratie van het schilderwerk op het laat-romaanse gewelf in de Klaaskerk’, in: Restauratie vijf hervormde kerken in de binnenstad van Utrecht, jaarverslag 1977-1978, nr. 5, pag. 105-114. T. van Hoogevest, ‘Restauratie van de Nicolaïkerk’, in: Het vijf kerken restauratieplan, 3e jaargang nr 1 (1975), pag. 1-5. T.
van Hoogevest, ‘De restauratie van de Nicolaïkerk’, in: Het vijf kerken restauratieplan, 6e jaargang nr 1 (1978), pag. 1-16.
Tekening: Plattegrond van de Nicolaïkerk, naar een tekening van T. Brouwer in 1986. (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, beeldbank nr. BT-031282)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 21
Tabel: Categorie met
Categorie
Kernwaarden
Cultuurhistorie,
Eén van de drie middeleeuwse parochiekerken in de binnenstad,
getoetst aan
oorspronkelijk het centrum van een van de prestedelijke kernen
gaafheid en
van Utrecht. Onderdeel van groot kerkenrestauratieproject in de
zeldzaamheid
jaren ‘70 en ‘80 van de twintigste eeuw.
Architectuur- en
Belangrijk voorbeeld van de romaanse en gotische bouwstijl in
kunsthistorie,
Utrecht. Enige middeleeuwse parochiekerk met twee torens
getoetst aan
– in de middeleeuwen symbool voor grote religieuze/
gaafheid en
maatschappelijke betekenis van de kerk. Eenduidigheid van
zeldzaamheid
de buitengevels ondanks gefaseerde totstandkoming (voor-
kernwaarden Nicolaïkerk – Nicolaaskerkhof.
namelijk gotische vormentaal). Klokkenspel en luidwerk zijn belangrijk in de historische stedelijke voorziening. Van belang voor de restauratiegeschiedenis van de vijf oudste kerken van Utrecht. Uitgangspunt was het leesbaar maken van de ruimtelijke ontwikkeling van de kerk. Museale opstelling van orgels en klokken en oude bouwfragmenten. Relatief weinig historisch meubilair. Bijzondere 17e-eeuwse kansel en vrijstaande dooptuin met toebehoren. Meerdere historische orgels. Hoofdorgel is een van de belangrijkste orgels uit de Wederopbouw-periode. Het tweede Marcussen-orgel is van elders afkomstig (NCRV-studio, 1953). Diverse grafzerken getuigen van begravingen in de kerk. Relatie met ondergrond verstoord (herschikking van vloer en zerken). Belangrijk zijn twee grafkapellen met hoge kunsthistorische waarde vanwege beeldhouwwerk en ornamentiek (‘stijlkamer’). Bouwhistorie,
Herkenbare bouwfasering van de 12de – 16de eeuw.
getoetst aan
Oudste bouwfase is in het gebouw leesbaar gemaakt door
gaafheid en
gedeeltelijke ontpleistering en gedeeltelijke reconstructie.
zeldzaamheid
Diverse elementen uit jongere bouwfasen zijn bij de restauratie verwijderd. Bijzondere gewelven met schilderingen. Unieke kappen van hoge ouderdom 12de en 13de eeuw).
Stedenbouw/
Herkenbaarheid van het oorspronkelijke kerkhof, deels als
ensemble, getoetst
stadsplein en deels als tuin. Herkenbaar als Centrum van
aan gaafheid en
de zuidelijke prestedelijke kern van de stad Utrecht (ouder dan
zeldzaamheid
de 11de eeuw).
Uitgangspunten bij eventuele herbestemming en/of verbouwing -
Het kerkgebouw heeft op dit moment een beperkte religieuze functie. Er is sprake van nevengebruik met een seculier karakter. Een passende herbestemming behoort tot de mogelijkheden, met zichtbaar behoud van de bouwhistorische sporen.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 22
-
Uitbreidingen niet of nauwelijks door eenduidigheid van massa en gevels en de vrije ligging aan tuin en plein (beide onderdeel van voormalig kerkhof). Er zijn al enkele ondergeschikte aanbouwen die ondersteunend zijn in gebruik: kosterswoning, portaal en zijkapel.
-
Toevoegen van vensters of doorgangen in de gevels voorkomen, aangezien de onderste delen van de gevels vanouds een gesloten karakter hebben. De kerkvensters zijn gereconstrueerd naar historisch model, zodat aanpassingen alleen mogelijk zijn rekening houdend met de bestaande kwaliteiten en uitvoering.
-
Geen aanpassingen in de kap mogelijk door de bijzondere kapconstructies, betekenis van
-
Bespelen van klokkenspel en luidwerk draagt bij aan de beleving van de historische stad
-
Toevoegingen tussenwanden en inbouwen beperkt mogelijk zonder aantasting van
het gesloten dakvlak en grote zichtbaarheid vanaf openbaar terrein. en behoud van de instrumenten. de afleesbaarheid van de bouwfasering (ruimte/ materiaal). Rekening houden met de zichtbaar gemaakte bouwsporen, schilderingen (gewelven) en grafzerken. -
Alleen functies met grote, ongedeelde ruimten komen in aanmerking bij herbestemming.
-
Beide grafkapellen zijn te beschouwen als ‘stijlkamers’ met bijbehorende inrichting.
-
Kansel met klankbord, dooptuin (met entreeboog, lezenaar en kandelaars) en orgels
Ongewijzigd behoud is uitgangspunt. zijn onderdeel van de voor de kerk gemaakte inrichting. Museaal toegevoegde interieur-onderdelen kunnen eventueel verplaatst of elders ondergebracht worden.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 23
Voorbeeld 2: Marcuskerk – Wijnesteinlaan 2 Bescherming: Gemeentelijk monument nr. 3441402 Typologie: Naoorlogse zaalkerk met bijgebouwen. Architect en bouwjaar: Ir. J.B. Baron van Asbeck. 1958. Functie: Kerkelijk gebruik. Nevengebruik van de bijgebouwen. Orgels en klokken Van Vulpenorgel (voorheen Immanuëlkerk, geen beschermd monument). Luidklok met opschrift Marcus 1 vers 15b. Gebruikte bronnen: H.R. Blankesteijn, W.G. Overbosch, Een hut om in te schuilen. Kerken van nu en morgen, Baarn 1964. J. Hautus, Bouwhistorische opname en waardestelling Marcuskerk. Werkgroep architectuurhistorie en monumentenzorg. Universiteit Utrecht, Utrecht 2013. P. Meurs, M. Steenhuis e.a., Cultuurhistorisch onderzoek en ruimtelijke analyse Utrecht NaOorlogse Wijken: Tolsteeg-Hoograven, Schiedam 2006. W.G. Overbosch, W.J.G. van Mourik, ‘Over de hervormde Marcuskerk te Utrecht van J.B.van Asbeck’, Mededelingen Van der Leeuw-stichting (1958) 12, p. 371-377. Luchtfoto: Marcuskerk met bijgebouwen. (Bron: gemeente utrecht)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 24
Categorie
Kernwaarden
Cultuurhistorie,
Naoorlogse kerk met bijgebouwen als voorbeeld van het door de
getoetst aan
protestantse kerk geformuleerde belang van de wijkfunctie,
gaafheid en
passend in de naoorlogse wijkgedachte.
zeldzaamheid
Genoemd als exemplarisch in zijn tijd vanwege de opzet met drie aparte bijgebouwen met eigen entree, maar wel verbonden aan de voor religieuze doeleinden bestemde kerkzaal. De kerk heeft daarmee zeldzaamheidswaarde.
Architectuur- en
Zaalkerk met drie uitwaaierende nevenruimten rondom centrale
kunsthistorie,
gang. Eenduidigheid van de opzet van kerkgebouw met
getoetst aan
bijgebouwen.
gaafheid en zeldzaamheid
Bijzonder vormgegeven noord- en zuidgevel met terugspringende geveldelen. Het gaat telkens om zeven terugspringende geveldelen ter weerszijden van een middenrisaliet. Het getal zeven heeft symbolische betekenis. De noordgevel heeft tevens een klokkenstoel. In de zuidgevel is een reeks aan kleine, verspringende vensteropeningen onderdeel van de architectuur. Tien meter hoge vlaggenmast met koperen leeuw met bladgoud. Symboliek verbonden met evangelist Marcus. Kerkzaal met zeshoekige plattegrond voor optimaal zicht op liturgisch centrum. Bijzondere architectuur van noord- en zuidgevel in het interieur met schoon metselwerk (bij noordgevel deels), vanwege de architectonische vormgeving analoog aan de beide buitengevels. Doopvont van Pieter d’Hont.
Bouwhistorie,
De kerk en bijgebouwen hebben geen structurele wijzigingen
getoetst aan
ondergaan. Er is op onderdelen gewijzigd aan de interieurs,
gaafheid en
met name in de bijgebouwen.
zeldzaamheid Stedenbouw/
Gelegen in singelstructuur van Nieuw Hoograven,
ensemble, getoetst
die is ontworpen als verbindende groenstructuur in de wijk.
aan gaafheid en
In het stedenbouwkundig plan wordt de bijzondere bebouwing
zeldzaamheid
opgenomen in deze groenstructuur. Noord- en zuidgevel beeldbepalend in singelstructuur.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 25
Toelichting De opzet van de Marcuskerk is de weerslag van de in de naoorlogse protestants-christelijke kerk geformuleerde ‘wijkgedachte’. Een kerk moet naast een religieuze functie ook een maatschappelijke bijdrage leveren aan de wijk. Deze typologie ontwikkelt zich van een ‘verdiepingskerk’ (zoals de Bethelkerk in Utrecht) naar apart gesitueerde bijgebouwen. De Marcuskerk wordt als (landelijk) voorbeeld aangehaald in de eigen tijd, vanwege het geslaagde ontwerp van een aparte kerkruimte (de ‘ongedeelde’ religieuze ruimte) met drie losse bijgebouwen die enerzijds apart toegankelijk zijn, maar anderzijds wel met elkaar en met de kerk verbonden zijn via een gezamenlijke gangstructuur. Het ontwerp wordt als geslaagd beschouwd vanwege de functionele opzet én vanwege de architectonische uitwerking van het ensemble in een waaiervorm. Daarmee onderscheidt de Marcuskerk zich van de in die tijd gebruikelijke verdiepingskerk, maar ook van de generatie kerken die er na komt, waarbij de bijruimten minder nadrukkelijk als losse volumes worden weergeven. In dat opzicht is de Marcuskerk in zijn opzet uniek in Utrecht. Deze opzet is nog gaaf aanwezig. Het religieus gebruik van het kerkgebouw zal gezien de krimp van de kerkelijke gemeente in de toekomst waarschijnlijk veranderen. Herbestemming van het kerkgebouw met bijgebouwenen is goed mogelijk.
Uitgangspunten bij eventuele herbestemming en/of verbouwing -
Uitbreiding van hoofdvorm niet of nauwelijks vanwege de ensemblewaarde van het kerkgebouw en drie bijgebouwen in waaiervorm aan een centrale gang en vanwege de beeldbepalende ligging in de singelstructuur.
-
Uitbreiden van bijgebouwen (beperkt) mogelijk, mits in onderlinge verhouding en in
-
Noord- en zuidgevel van de kerk hebben hoge architectuurhistorische waarde.
-
Ingrepen in de zijgevels van de kerk zijn mogelijk.
-
Ingrepen in de kap mogelijk, mits ondergeschikt in vorm en massa.
-
Indelen van de kerkzaal is mogelijk, rekening houdend met de bijzondere architectuur
-
Wijzigingen (passend) in de gevels en het interieur van de bijgebouwen is mogelijk.
-
Behoud van klokkenstoel en vlaggenmast en – indien mogelijk- van doopvont als
verhouding met het kerkgebouw. Toevoegen van vensters of doorgangen in deze gevels voorkomen.
van noord- en zuidgevel.
onderdeel van de kerk en de bijbehorende symboliek.
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 26
Voorbeeld 3: Sint Josephkerk – Draaiweg 44 Bescherming: gemeentelijk monument, nr. 3440141. Typologie: laat-neogotische kruisbaliek, gebouwd in 1901. Huidige functie: kerkelijk gebruik door verschillende (buitenlandse) geloofsgemeenschappen, activiteiten vanuit de wijk(bewoners). Ontwerp: architect A. Ebbers, interieur ontwerpen van W.F. Mengelberg, O. Mengelberg en H. Mengelberg en S. Uiterwaal. Diverse beelden en kerkmeubelen van verschillende (deels onbekende) kunstenaars. Orgel: Historisch Duits orgel van Friedrich Meyer uit 1873 – rijksmonumentnr. 527006, in 1920 geplaatst in de kerk, gewijzigd in 1926, gerestaureerd in 2008-2010. Ensemble: pastorie (GM), klooster en schoolgebouw (GM). Deze gebouwen zijn niet in eigendom van de parochie. Gebruikte bronnen: T. Boekhout, De cultuurhistorische waardestelling St. Josephkerk, gemeente Utrecht 2015. F. van den Broek, “Een toekomst voor Utrechtse kerken. De gemeentelijke visie op religieus erfgoed”, Tijdschrift Oud-Utrecht, nr. 5, oktober 2016. G. Groener, De Joseph zingt met aandacht, Utrecht 2016. M. Hengeveld, “De Sint Josephkerk op weg naar een nieuwe toekomst!“ in: Mens en wijk. Het magazine voor Utrecht Noordoost, zomer 2016 nr. 13, p.6-7. C. Staal, tekst van lezing gehouden in de St. Josephkerk op 25 maart 2017.
Tekening: Plattegrond van de St. Josephkerk uit circa 1900. (Bron: HUA)
Utrechtse visie religieus erfgoed bijlagen: 09-05-2017 - blz. 27
Categorie
Kernwaarden
Cultuurhistorie,
Eén van de weinig nog resterende neogotische kerken in Utrecht.
getoetst aan
In de vorige eeuw zijn alle neogotische kerken in de negen-
gaafheid en
tiende-eeuwse stadsuitbreidingen in Utrecht en voormalige
zeldzaamheid
gemeente Zuilen gesloopt. Deze kerkgebouwen (Monicakerk, OLV Vrouwekerk Biltstraat enz.) vertegenwoordigden een belangrijke reeks neogotische kerkgebouwen gelieerd aan het Utrechtse Bernulphusgilde. De St Josephkerk behoort tot het enige nog resterend voorbeeld van een neogotische parochiekerk buiten het centrum. De kerk heeft daarmee zeldzaamheidswaarde.
Architectuur- en
Eenduidige opzet van de kruisbasiliek met korte zijarmen,
kunsthistorie,
koor met zijkapellen. Gesloten gevels in schoon metselwerk in
getoetst aan
neo-gothisch.
gaafheid en
Interieurafwerking met hoogmonumentaal zandstenen hoogaltaar
zeldzaamheid
uit 1913 naar ontwerp van F.W. Mengelberg (1837-1919). Hoogaltaar is deels gepolychromeerd en heeft een uniek iconografisch programma (Mirakel van Amsterdam, en “de genadestoel”). Uniek altaarstuk uit het Mengelberg atelier, uniek binnen zowel het Nederlandse als Duitse werkgebied van het atelier Mengelberg. Glas-in-loodramen uit drie (stijl)perioden uit het Mengelbergatelier, naar ontwerp van W.F. Mengelberg, O. Mengelberg (1867-1924) en W. Mengelberg (1897-1969). Bijzonder iconografisch programma gewijd aan het leven van Joseph, de apostelen van Nederland (in het bijzonder van de Friezen en van Utrecht): St. Willibrord, St. Bonifatius en St. Gregorius, en heilige vrouwen uit Nederland (Cunera, Oda, Sura, etc.). Unieke houten geornamenteerde lambrisering uit 1951 naar ontwerp van S. Uiterwaal (1898-1960), met Maria- en Josephaltaar, de vier evangelisten en beeld van Joseph en Maria. Beeld: Pieta uit atelier W.F. Mengelberg (ca 1900), oorspronkelijke polychromie is overgeschilderd. Polychrome afwerking in schip en koor, zoals apostelkruisjes. Terrazzovloeren in schip, zij- en kruisbeuken. Priesterkoor en zij-altaren met marmeren vloer uit 1901 en 1951. Lourdeskapel met beeld van Maria (gerestaureerd in 1996), doopkapel met bijzondere tegelvloer uit 1907. Koorbanken met lambrisering, hekwerken links en rechts van absis uit 1951van S. Uiterwaal.