Bijlagen Stedenbouwkundig Plan Groenewoud.pdf
Tekst van het document
Stedenbouwkundig Plan Bijlagen Groenewoud, Utrecht definitief februari 2022
Loostad bv Kraaijvanger Architects Urbis bureau voor stadsontwerp Buro Sant & Co Aveco de Bondt Gemeente Utrecht
Inhoudsopgave 1.
Participatie en klankbordgroep 5
2. 2.1 2.2
Parkeren 7 Parkeerbalans 7 Uitwerking Mobiliteitsplan Groenewoud 10
3.
Dijkprofielen 12
4.
Warmte-opwekkingssystemen 14
5.
GPR 17
6.
Geluidsrapport 32
7.
Waterhuishouding 40
8.
Civieltechnische profielen 47
9. 9.1 9.2 9.3 9.4 9.5 9.6 9.7 9.8
Beeldkwaliteit 71 Algemeen 71 Beeldregie per buurt 73 Korrelgrootte 81 Accenten 83 Detaillering 84 School 97 Bestaande hallen + aangrenzende nieuwbouw 99 Relatie bebouwing en buitenruimten 101
10.
Alternatief bij volledige sloop bestaande hallen
11.
Stedenbouwkundige randvoorwaardenkaart 106
104
– een gasloos/zelfvoorzienend Groenwoud en groen/blauwe daken); Voorkeuren inrichting landschap uit participatiebijeenkomst:
voorkeuren inrichting landschap/buitenruimte uit participatiebijeenkomst
Voorkeuren beeldkwaliteit uit participatiebijeenkomst:
voorkeuren beeldkwaliteit gebouwen uit participatiebijeenkomst
4
Communicatie & vervolg participatie Tijdens het opstellen van het Stedenbouwkundig Plan was er een hoge betrokkenheid van belangstellenden
1. Participatie en klankbordgroep
Aanbeveling
Verwerking in plan
Er is een grote bestaande wens voor horeca gelegenheid, maar ook detailhandel.
In de KWS-buurt is een plein opgenomen waar aangrenzend voorzieningen zijn gepland. Tevens is met de gemeente afgesproken dat de aangrenzende bebouwing in de vorm van een duurzame Mobiliteitshub-XL een passend voorzieningenniveau krijgt wat zorgt voor de nodige levendigheid. (zie ook paragraaf 3.2 van het hoofddocument)
Wens voor eigen inbreng in de wijk.
Er worden in het plangebied meerdere plekken aangewezen in de openbare ruimte die samen met bewoners en toekomstige bewoners worden ingericht.
Ruimte voor de ouderen doelgroep.
Er wordt extra rekening gehouden met toegankelijkheid van gebouwen en huizen. Tevens is er ruimte voor levensloopbestendige woonvormen, zoals patiowoningen en is het voornemen om een woon-zorgcomplex te realiseren. Er worden naar aanleiding hiervan minder hoogteverschillen gerealiseerd. Er is voor een gezondheidscentrum ruimte gereserveerd.
Speelplek voor meerdere leeftijdscategorieën.
De hoeveelheid speelplekken is conform het speelkader Groenewoud. Per leeftijdscategorie is hierin het benodigd aantal speelplekken aangegeven. (zie ook paragraaf 3.2 van het hoofddocument spelen en sport)
Ambitie op energie hoog inzetten.
De ambities voor Groenewoud zijn hoger dan gesteld in de startnotitie. Zie voor een toelichting hierop hoofdstuk 5 van het hoofddocument.
Hoogbouw langs het kanaal.
Binnen de stedenbouwkundige opzet wordt hierin voorzien in de vorm van een hoogteaccent. Naar aanleiding hiervan is een discussie met de Supervisie gevoerd over de maximale hoogte van dit gebouw.
Adaptief en leefbaar.
Het plan wordt adaptief en flexibel opgesteld. Op het gebied van water is het plan zeer vooruitstrevend, zie hoofdstuk 6.2 van het hoofddocument.
Balans tussen steen en groen.
Dit is extra benadrukt in het stedelijke contrast van de KWS-buurt en het groene karakter van de overige buurten.
Domein: ‘mindset’ in begrenzing – lees: wens tot ‘sharing space’ en collectief gebruik/beheer en minder privaat eigenaarschap.
Dit onderwerp heeft in de uitwerking van de paragraaf levenskwaliteit extra aandacht gekregen. Ook zijn er gebieden aangewezen waar ruimte is voor sociaal collectieve voorzieningen.
Duurzaam watersysteem: een gescheiden wateropvang (grijs en blauw) – géén regenwaterriool (vertraagd afvoeren en bufferen in gebied).
Zie hoofdstuk 6.2 van het hoofddocument.
Klimaat-adaptieve duurzaamheid: evenwichtige balans tussen verharding en groen – lees: minder verharding, meer groen, benutten van daken (energiewinning – een gasloos/zelfvoorzienend Groenewoud en groen/blauwe daken).
Als uitwerking hiervan is de ambitie geformuleerd om alle daken een functie te geven; recreatie, energie opwekken, of groen/ecologie. Zie hiervoor hoofdstuk 5 van het hoofddocument.
5
K 556 504 296 79 132 61
+3
HUB
M 434 378 321
30 52 40
40
10
18
4
0
32
27
58
+2
31 56 55
55
8
20
8
0
D 232 201 168
27 80 83
25 18
26 28
20
21
27
28
4
0
4
0
2
+1
4
+1
84
11
0
11
+1 P 278 178 169
22 46
17 40 44
51
51
10
0
4
0
45 deelgebied nummer 0 benodigd parkeren
23 47
24 49
36
36
54
5
0
7
0
5
0
7
0
18 33
31 6 bezoekers parkeren alternatief 2 6 +1 parkeren in openbare ruimte 7 6
2
10
54
+3
54
aantal woningen
31
gerealiseerd parkeren 19
0
bewoners parkeren alternatief school parkeren
0
saldo
op eigen terrein
20 5 2
2
0
0
10
23
57
0
2. Parkeren 2.1 Parkeerbalans Er is een parkeerbalans opgesteld voor de basisverkaveling om aan te tonen dat het parkeren binnen het plangebied past. De parkeerbalans laat op basis van de in 2021 door de gemeenteraad vastgestelde parkeernormen voor een B-gebied zien dat er 1265 parkeerplaatsen beschikbaar dienen te zijn of geaccepteerde alternatieven op basis van de beleidsregels. Het streven is om maximaal 75% van de benodigde autoparkeerplaatsen te realiseren binnen het plangebied en voor minimaal 25% van de vastgestelde parkeerbehoefte alternatieven te bieden.
parkeernormen B
norm
bewoners
bezoek
woningen boven 130m² BVO
1,01
0,81
0,2
woningen 80 tot 130m² BVO
0,69
0,49
0,2
woningen tot 55m² BVO
0,43
0,23
0,2
serviceflat / aanleunwoning
0,2
-
0,2
studentenhuurwoningen
0,1
-
0,1
gezondheidscentrum (100m² BVO)
1,53
-
1,53
commercieel (gemiddeld per100m² BVO)
1,25
-
1,25
aanname van 450m² horeca, 600m² balie kantoor, 450m² sportschool
7
loopafstanden Mobiliteitshub hebben invloed op reductie bezoekersparkeerplaatsen per gebied
28 100%
29
30 70%
31 27
60%
40%
26
25 21
35% 40%
60% 60%
24 22
23 60%
HUB
35%
40%
17 18 19 20 60%
50%
14
15
16
60% 35% 30% 11 12
13
40%
35% 25%
9
10 25% 20% 7 8 20% 15%
2
5 10%
10%
3
6
4
5%
1 5% 5%
8
10%
parkeren benodigd
aantal
benodigd
benodigd
benodigd
bezoek
bewoners
totaal
GGB sociaal (80 tot 130m² BVO)
62
0,69
12,4
30,38
42,78
GGB middel (80 tot 130m² BVO)
78
0,69
15,6
38,22
53,82
GGB vrije sector (boven 130m² BVO)
563
1,01
112,6
456,03
568,63
GGB vrije sector TH (tot 55m² BVO)
12
0,43
2,4
2,76
5,16
APP sociaal (80 tot 130m² BVO)
291
0,69
58,2
142,59
200,79
APP sociaal zorg
50
0,2
10
0
10
APP middel (80 tot 130m² BVO)
173
0,69
34,6
84,77
119,37
APP vrije sector(boven 130m² BVO)
227
1,01
45,4
183,87
229,27
studentenhuurwoning (tot 45m² BVO)
44
0,1
4,4
0
4,4
gezondheidscentrum
650
1,53
9,945
0
9,945
commercieel
1500
1,25
18,75
0
18,75
324,295
938,62
1.262,915
1.500
norm
parkeerbalans
gerealiseerd in de openbare ruimte
230
compensatie bezoekers alternatief
124
bewonersparkeren alternatief
192
gerealiseerd op uitgeefbaar gebied
724
totaal gerealiseerd
1.270
waarvan totaal 316 alternatief
9
2.2 Uitwerking Mobiliteitsplan Groenewoud In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op het Mobiliteitsplan voor Groenewoud. In het kader van het op te stellen bestemmingsplan of omgevingsplan zal dit verder worden uitgewerkt in een Mobiliteitsbeheersplan inclusief monitorsystematiek. Het mobiliteitsconcept dat voor Groenewoud wordt voorgestaan beperkt het aantal parkeerplaatsen voor de auto tot maximaal 947, zijnde 75% van het aantal dat op basis van de parkeernormen voor een B1-gebied beschikbaar dient te zijn. Hierdoor wordt invulling gegeven aan de doelstellingen van de gemeente Utrecht waarbij prioriteit wordt gegeven aan duurzame mobiliteitsoplossingen, gezond stedelijk leven en het reduceren van CO2-uitstoot. Voor Groenewoud betekent dit dat voor minimaal 316 van de benodigde plekken alternatieven beschikbaar worden gesteld. Dit is uitgewerkt met de volgende concrete oplossingen: Mobiliteitshub XL Van deze 1265 benodigde parkeerplaatsen zullen er 200 beschikbaar worden gesteld in de Mobiliteitshub XL. Die plaatsen zijn bedoeld voor bewoners van de op kaart aangegeven delen van het plangebied, gelegen binnen van het afstandscriterium van 250 meter van de ingang van de Mobiliteitshub XL Voor bezoekers is uitgegaan het afstandscriterium van 500 meter van de ingang van de Mobiliteitshub XL (zie eveneens de hiernaast afgebeelde kaart om te zien over welke gebieden het gaat).
Deelmobiliteit Er worden minimaal 10 plaatsen in de openbare ruimte gerealiseerd voor deelmobiliteit, met name in het zuidelijk deel van het plangebied – waar de loopafstanden voor bewoners naar de Mobiliteitshub XL te groot worden. Het deelauto concept is dynamisch en groeit mee met de behoefte. In het noordelijk deel van het plangebied kunnen bewoners ook gebruik maken van deelmobiliteit die beschikbaar is in de Mobiliteitshub XL. De 10 plekken deelmobiliteit in het plangebied vormen conform de beleidsregels een equivalent voor 40 autoparkeerplaatsen. Extra fietsparkeren Naast de 200 plekken die in de Mobiliteitshub beschikbaar zijn en de 40 parkeerplaatsen die niet behoeven te worden aangelegd door het werken met deelmobiliteit, wordt voor minimaal 76 parkeerplaatsen een alternatief geboden in de vorm van extra fietsparkeerplaatsen. Het plangebied is geanalyseerd op de mogelijkheden om daarin te voorzien. Er zijn mogelijkheden voor het realiseren van 284 extra fietsparkeerplaatsen, geschikt voor het veilig stallen van elektrische fietsen (waaronder mogelijk ook elektrische bakfietsen). Om in voldoende alternatieven voor autoparkeren in het plangebied te kunnen voorzien, worden er minimaal 119 van de extra fietsparkeervoorzieningen gerealiseerd als alternatief voor de realisatie van 76 parkeerplaatsen voor de auto.
Dit aantal is – evenals de beschikbare plekken voor deelmobiliteit - geen maximum. Extra voorzieningen bovenop het minimaal noodzakelijke leiden niet noodzakelijkerwijs tot het verminderen van het aantal parkeerplaatsen voor de auto in de eerste fase van planontwikkeling. Wel ontstaat de mogelijkheid om gedurende de planontwikkeling en ook na de realisatiefase in te spelen op veranderingen in het mobiliteitsgedrag van de bewoners. Bovenstaande uitwerking is dan ook flexibel en wordt pas definitief bij vergunningverlening. Eventuele extra speling kan worden ingezet voor nog meer groen, verdichting van woningaantallen, deelmobiliteit of andere supplementaire kwaliteiten. Invloedsgebied Mobiliteitshub XL Op kaart is het invloedsgebied van de Mobiliteitshub XL aangegeven. De bouwblokken 14, 17, 21, 22, 25, 28, 29 en 30 en een deel van de bouwblokken 11 en 18 zijn gelegen op maximaal 250 meter afstand van een ingang van de Mobiliteitshub. Van de parkeerplaatsen in de Mobiliteitshub XL staan er 75 ter beschikking van bewoners van de bouwblokken 28, 21 en 17, gelegen langs de Mercatorlaan. Dit betreft bewoners van zowel sociale huurwoningen als marktwoningen. Ook voor de bewoners van de sociale huurwoningen in de bouwblokken 29 en 30 zijn in totaal 39 plekken in de Mobiliteitshub beschikbaar.
71 parkeerplaatsen in de Mobiliteitshub zijn beschikbaar voor bezoekers van alle genoemde gebieden. Daarnaast 10
kunnen alle bewoners van de genoemde gebieden ook gebruik maken van deelmobiliteit die in de Mobiliteitshub voor een veel bredere doelgroep ruimschoots beschikbaar is (in totaal 100 plekken). De overige 15 parkeerplaatsen die in de Mobiliteitshub voor Groenewoud worden gereserveerd zijn beschikbaar voor de bezoekers van de bouwblokken die op verdere afstand van de Mobiliteitshub XL zijn gelegen (tot 500 meter). Voor een deel van de woningen in de vrije sector die op wat grotere afstand van de Mobiliteitshub zijn gelegen, worden gebouwde parkeervoorzieningen gerealiseerd. Deze voorzieningen worden tezamen met de woning verkocht. Er wordt vanuit gegaan dat voor bewoners van de overige woningbouwsegmenten meer behoefte zal zijn aan het beschikbaar hebben van alternatieven in de vorm van een bewonersabonnement in de Mobiliteitshub (op loopafstand), deelmobiliteit en extra fietsparkeren. Uiteraard staat het elke bewoner van Groenewoud (ook buiten de loopafstand) vrij om een abonnement in de Mobiliteitshub af te nemen, ook buiten de hier gehanteerde loopafstanden (parkeren op afstand). Weliswaar is er in de Mobiliteitshub naar verwachting niet onbeperkt ruimte beschikbaar, maar bij gebleken behoefte bestaat de mogelijkheid om de voorziening uit te breiden met 1.000 extra plaatsen.
Situering fietsparkeren De extra mogelijkheden voor fietsparkeren worden in ieder geval benut in de gebieden op grotere afstand van de Mobiliteitshub. Er is voldoende ruimte beschikbaar om extra fietsen voor bewoners op uitgeefbaar terrein te situeren. Waar dat mogelijk is wordt ook voor bezoekers nagestreefd om fietsparkeren in de openbare ruimte zoveel mogelijk te beperken. In het geval van fietsparkeren op afgesloten binnenterreinen of in parkeerkelders verdient het de voorkeur om zorgvuldig ontworpen oplossingen in de openbare ruimte te benutten, aangezien anders het risico van wild parkeren te groot wordt. In principe zijn voldoende mogelijkheden voor fietsparkeren in de openbare ruimte aanwezig. Bij de uitwerking van de openbare ruimte en de diverse bouwblokken wordt het fietsparkeren nader gepreciseerd. Locaties voor deelmobiliteit Verspreid over deze gebieden bevinden zich ook de faciliteiten voor deelmobiliteit. Dit zijn minimaal 5 locaties in clusters van 2 of 3 plekken, mede afhankelijk van de behoefte van de exploitant en in de toekomst, afhankelijk van het gebruik verder uit te breiden.
loopafstanden parkeren in Mobiliteitshub XL
28 29
30
25 21
Mobiliteitshub XL
22
22
17
18
18
14
11
bewoners parkeren mogelijk in Mobiliteitshub maximale loopafstand wonen 250m bezoekers parkeren mogelijk in Mobiliteitshub maximale loopafstand bezoek 500m
11
3. Dijkprofielen SP A - 01
07.12.2021 STEDEBOUWKUNDIG PLAN
BURO SANT EN
GROENEWEOUD UTRECHT | Dijkprofiel KWS
LANDSCHAPSARCHITEC
Schaal 1:200 op A3
+2.50m NAP
+0.56m NAP
+0.8m NAP
streefpeil
-0.40m NAP
6
7
10
berm
weg
berm
damwand
Huidig profiel profiel- ter - ter hoogte KWS (inschatting afmetingen Sant Huidig hoogte vanvan KWS (inschatting afmetingen Sant en Co)en Co)
Amsterdam Rijnkanaal
uitgeefbaar vanaf 25 m
+2.50m NAP
+0.56m NAP
1,3
1,1
bouwpeil n.t.b. +1.2m NAP ?
1,5
streefpeil
-0.40m NAP
Ø0,315
2,65
K&L tracé
DWA
5
8
1,5
3,5
7
trottoir
parkstrook
voetpad
fietspad
berm
Voorgesteldprofiel profiel Groenewoudhoogte KWS Voorgesteld SPSP Groenewoud - terter hoogte vanvan KWS
12
damwand
Amsterdam Rijnkanaal
+2.50m NAP
+0.56m NAP
streefpeil
-0.40m NAP
-0.45m NAP
2,6
9
4,15
teensloot
binnenteen kering
fietspad
damwand
Amsterdam Rijnkanaal
Huidig profiel - ter hoogte van Dijkbuurt (inschatting afmetingen Sant en Co)
Huidig profiel - ter hoogte van KWS (inschatting afmetingen Sant en Co) vanwege onderhoudsstrook start bebouwing vanaf 28,3 m
uitgeefbaar vanaf 25 m
+2.50m NAP
+0.35m NAP
ruimte voor peilopzet tot -0.30m NAP
streefpeil
-0.45m NAP
waterdiepte 1.20m
+0.56m NAP
streefpeil
-0.40m NAP
talud 1:2
5
4
9
1,5
3,5
onderhoudsstrook
teensloot
binnenteen kering
voetpad
fietspad
damwand
Amsterdam Rijnkanaal
Voorgesteld profielSP SPGroenewoud Groenewoud- ter - ter hoogte Dijkbuurt Voorgesteld profiel hoogte vanvan KWS
+2.50m NAP
ruimte voor peilopzet tot -0.30m NAP
streefpeil
-0.30m NAP
-0.45m NAP
+0.56m NAP
streefpeil
-0.40m NAP
waterdiepte 0 tot 20 cm waterdiepte 1.20m
retentiezone
talud 1:2
5
4
9
1,5
3,5
onderhoudsstrook
teensloot
binnenteen kering
voetpad
fietspad
damwand
Amsterdam Rijnkanaal
13
4. Warmte-opwekkingssystemen Deze bijlage is een toelichting op de energiesystemen zoals genoemd in hoofdstuk 5 van het hoofddocument. A. Open bodemenergiesysteem (WKO) Open bodemenergiesystemen zijn een beproefde techniek, ook in Utrecht. Direct rondom Groenewoud zijn reeds 6 vergunde WKO systemen aanwezig. Omgeving Groenewoud valt binnen de bufferzone tussen bestaande grondwaterverontreinigingen en schoon gebied. WKO is toegestaan in het eerste watervoerend pakket. Dieper gelegen watervoerende pakketten zijn uitgesloten van WKO binnen de bufferzone. Bevindingen De ondergrond is geschikt voor grondwaterbronnen met een vermogen van 60 tot 80 m³/h. Voor de gehele ontwikkeling van Groenewoud zijn naar verwachting circa 12 bronparen benodigd. Dit is ruimtelijk in te passen binnen het plangebied. Verder is onderzoek gedaan naar beschikbare ruimte in Groenewoud om tevens bronparen aan te leggen voor de toekomstige bebouwing in Papendorp Noord. Met oog op Papendorp Noord is deze mogelijkheid aanwezig in de zone langs de Mercatorlaan.
Met voorgaande maatregelen kan invulling gegeven worden aan de het ‘Utrechts Energie protocol’ en de ambitie om gebieden optimaal klimaatneutraal te ontwikkelen, alsook biedt dit mogelijkheden voor de toekomstige ontwikkeling in Papendorp Noord om energieopwekking buiten Papendorp Noord te realiseren indien hiervoor binnen Papendorp Noord onvoldoende ruimte aanwezig is. In de effectenstudie voor Groenewoud kan hier al rekening mee gehouden worden indien er overmaat zit in de capaciteit. In de berekening voor Groenwoud wordt rekening gehouden met de maximale stedenbouwkundige variant. Toepassing van WKO is altijd in combinatie met een (individuele of collectieve) warmtepomp. Vanwege het type bebouwing, hoofdzakelijk woningen, zal met name warmte worden onttrokken. Dit zorgt voor netto afkoeling van de ondergrond. Om op de lange termijn efficiënte warmtewinning met behulp van WKO mogelijk te houden, is warmteregeneratie noodzakelijk. Toepassingsmogelijkheden zijn onder meer: • gebruik van (warm) oppervlaktewater (EOI) in de zomer, bijvoorbeeld door middel van het naastgelegen ARK of de nog te realiseren waterstructuur in de wijk; • droge koelers. Toepassing van droge koelers is een bekende (conventionele) wijze om warmte in te vangen voor de grondwaterbronnen. Het gebeurt relatief efficiënt.
Ten opzichte van warmtewinning met droge koelers, kan met oppervlaktewater (EOI) veel efficiënter warmte worden geladen. Gebruik van de watergangen binnen de gebiedsontwikkeling biedt extra kansen en dit heeft op dit moment de grootste voorkeur: • hogere temperaturen ten opzichte van het Amsterdam-Rijnkanaal; • betere circulatie van watergangen; • door lozing van kouder water minder kans op warmtegerelateerde waterproblemen, zoals blauwalg en botulisme; • voorgaande komt tevens ten goede van de biodiversiteit en klimaatrobuustheid van de waterstructuur in Groenewoud. Gezien de schaalomvang is een regeneratie middels oppervlaktewater energetisch en economisch de meest voor de hand liggende oplossing. De EOI dient bij voorkeur gekoppeld te worden op de eerste aan te leggen bronnenparen in Groenewoud. Bij de gewenste fasering van de opstalontwikkeling, waarbij per fase minimaal 2 bronparen nodig zijn, is het mogelijk om per fase de redundantie te waarborgen. Voor WKO geldt een vergunningplicht in het kader van de Waterwet. De provincie Utrecht is bevoegd gezag. Eerst dient een MER beoordelingsnotitie te worden ingediend. Na goedkeuring kan de aanvraag in het kader van de Waterwet worden ingediend. B. Stadswarmtenet Eneco Utrecht heeft een stadswarmtenet van Eneco in Nieuwegein en Utrecht liggen. Het warmtenet 14
wordt zo efficiënt mogelijk gevoed. Eneco werkt de komende jaren aan het verduurzamen van de Utrechtse stadsverwarming. Het betreft een hoge-temperatuurnet en is, zeker bij toepassing van vloerverwarming, niet direct geschikt in verband met de hoge aanvoertemperatuur. Dit water is wel geschikt als tapwatervoorziening. Eneco werkt momenteel aan een afleverset met een lagere aanvoertemperatuur, waardoor minder warmtevraag ontstaat. Deze set is beter geschikt voor nieuwbouw. Ook zijn er ontwikkelingen rondom het retournet van stadswarmte. Dit is een lagere temperatuur en nog beter geschikt voor nieuwbouw. Dit betreft een ‘restproduct’ en past beter in de circulaire gedachte. Dit retournet is echter op relatief korte termijn geen kansrijke optie voor Groenewoud. Bij eventuele toepassing van stadsverwarming is een aanvullende voorziening nodig ter voorkoming van opwarming, en/of koeling. Daarnaast wordt stadsverwarming in de BENG-score (nog) niet meegerekend tot het aandeel hernieuwbare energie. Het kan om die reden een zeer grote uitdaging worden om met behulp van extra PV-panelen aan de BENG-scores te kunnen voldoen, hetgeen niet zonder meer leidt tot een betere BENG-score, danwel MPG score. Met dit systeem kan vooralsnog niet aan de duurzaamheidsambities van Groenewoud worden voldaan.
Tevens gaat toepassing van extra benodigde PV-panelen ten koste van de mogelijkheid om daken in te richten met groen. C. Lucht-lucht warmtepomp Lucht-lucht warmtepomp worden hoofdzakelijk toegepast op kleine schaalgrootte. Zeker voor de grondgebonden woningen kan het een interessante optie zijn. De productie van energie gaat in de buitenunits vaak gepaard met (te veel) geluid. Dat is niet wenselijk en daarom heeft dit niet de voorkeur in verband met de leefbaarheid en gezondheid. D. Gesloten bodemenergiesysteem (BWW) Gesloten systemen hebben binnen de bufferzone te maken met dezelfde regelgeving als voor open systemen. Voor deze systemen geldt in Groenewoud ook een dieptebeperking, zodat niet dieper dan het eerste watervoerend pakket mag worden geboord. Voor Groenewoud is toepassing van gesloten systemen een optie voor kleinschalige (individuele) grondgebonden woningen. Vanwege de beschikbare oppervlakte in het plangebied is het geen optie om ook voor de appartementengebouwen bodemlussen aan te leggen en een mix van open bronnen en bodemlussen is uitvoeringstechnisch niet mogelijk in verband met de vereiste onderlinge afstand tussen open en gesloten bronsystemen.
15
16
5. GPR
GPR Stedenbouw 1.5.0 / LABEL
GPR Stedenbouw 1.5.01
Duurzaamheidslabel Plangebied:
Groenewoud Utrecht
Datum invoer:
19 maart 2020
7,7
7,5
7,6
9,3
8,9
Energie
Ruimtelijke inrichting
Gezondheid
Gebruiks kwaliteit
Toekomst waarde
© W/E adviseurs
17
GPR Stedenbouw 1.5.0 / RESULTATEN GPR Stedenbouw 1.5.01
Resultaten
variant 1
7,7
7,5
7,6
9,3
8,9
variant 2
7,7
7,5
7,6
9,3
8,9
ambitie
0,0
0,0
0,0
0,0
0,0
Energie
Ruimtelijke inrichting
Gezondheid
Gebruiks kwaliteit
Toekomst waarde
10 9 8 7 6 5 4 3 2 1
CO2-emissie door energiegebruik variant 1
variant 2
20 kg/m2.jr
20 kg/m2.jr
© W/E adviseurs duurzaam bouwen
18
CO2 emissiereductie variant 2 tov variant 1 0%
GPR Stedenbouw 1.5.0 / INVOER GPR Stedenbouw 1.5.01
Invoer
Taal Nederlands
Algemene kenmerken
Gebied en plannen
Ambities (invullen optioneel)
Naam plangebied
Groenewoud Utrecht
Locatie
Utrecht
Ruimtelijke inrichting
Ontwikkeljaar huidige opzet
2021
Gezondheid
Naam variant 1
Proefverkaveling SP 2019
Gebruikskwaliteit
Energie
Naam variant 2
Toekomstwaarde
Loggegevens
Beknopte toelichting op opgave
Opdrachtgever
Loostad Vastgoedontwikkeling
Naam invoerder
J.W. Hendriks
Datum invoer
19 maart 2020
Naam valideerder Datum validatie
Kenmerken plangebied variant 1
variant 2 1,0
Gebiedstype
Gebiedstype
Afbeelding gebiedstype
Afbeelding gebiedstype
Oppervlakten [m2]
Oppervlakten [m2]
Plangebied
235.164 m2
100%
Plangebied
235.164 m2
Bebouwd
59.067 m2
25%
Bebouwd
59.067 m2
25%
(Openbaar) groen
33.400 m2
14%
(Openbaar) groen
33.400 m2
14%
100%
Oppervlaktewater
13.900 m2
6%
Oppervlaktewater
13.900 m2
6%
Verhard
110.000 m2
47%
Verhard
110.000 m2
47%
Kenmerken woningvoorraad
typologie, m2 BVO per woning en aantallen bestaande en nieuwe woningen per variant
woningen variant 1 type
woningen variant 2 m2/won
# bestaand
# nieuw
type
# bestaand
# nieuw
1 vrijstaand
200
0
13
vrijstaand
200
0
13
2 2/1 kap
160
0
33
2/1 kap
160
0
33
3 appartement
80
0
590
appartement
80
0
590
4 rij tussen
100
0
705
rij tussen
100
0
705
0
1.341
totaal
0
1.341
m2 bestaand
m2 nieuw
5 6 7 8 9 10
totaal
Kenmerken utiliteitsgebouwen
typologie en m2 BVO bestaande en nieuwe utiliteitsgebouwen per variant
utiliteitsgebouwen variant 1 type
utiliteitsgebouwen variant 2 m2 bestaand
m2 nieuw
1 Bijeenkomst
0
150
type Bijeenkomst
0
150
2 Onderwijs
0
2.140
Onderwijs
0
2.140
0
2.290
totaal
0
2.290
3 4 5 6 7 8 9 10
totaal GPR Stedenbouw 1.5.01
© W/E adviseurs
Deze versie van de GPR-stedenbouw is berekend op 1.341 woningen. In feite heeft de vertaling naar de huidige stedenbouwkundige variant (1.500 woningen) geen grote impact op de berekeningen in dit model. Daarom biedt deze berekening vol3 / 15 19 doende comfort om het vervolgtraject in te zetten en in de bestemmingsplanfase te updaten.
GPR Stedenbouw 1.5.0 / ENE
GPR Stedenbouw 1.5.01
1 Energie
7,7 invoer variant 1
invoer variant 2
7,7
variant 1 (max)
variant 2 (max)
Totaal subthema 1.1: vermindering energievraag
7,8
(200)
7,8
(200)
Totaal subthema 1.2: energieprestatie
7,7
(800)
7,7
(800)
Vermindering energievraag
7,8
(200)
7,8
(200)
1.1.0 Startwaarde, standaard = 6,0
120
(120)
120
(120)
1.1
toelichtingen
1.1.1 Gebiedsgebonden maatregelen compactheid (floor-space-index, zie 2.1)
-25
(20)
-25
(20)
aandeel dakoppervlakte, geschikt voor zonne-energie
20
(20)
20
(20)
aandeel woningen, zuidverkaveld (+/- 20graden)
10
(10)
10
(10)
aandeel openbare verlichting, energiezuinig
10
(10)
10
(10)
toekomstige betrokkenen hebben een rol in het planproces
7
(7)
7
(7)
duurzaamheid wordt gedurende proces gemonitord
7
(7)
7
(7)
een energievisie is of wordt gemaakt
7
(7)
7
(7)
0,5
0,5
1.1.2 Proces
1.1.3
1.2
Bonus- of maluspunten
(45)
Energieprestatie
1.2.0 Startwaarde, standaard = 6,0 A
Energiebehoefte voor verwarming bestaande gebouwen
(45)
7,7
(800)
7,7
(800)
480
(480)
480
(480)
invoer variant 1
invoer variant 2
variant 1
variant 2
energielabel
energielabel
% van warmtevraag woningen
variant 1 | variant 2
bestaande woningen
0|0 won
kWh/m2 voor var1|var2
1
A+++
2
A++
3
A+
4
A
5
B
6
D
7
A
8
D
9
D A
10 variant 1 | variant 2
bestaande utiliteit
0|0 m2
energielabel
energielabel
1
A
A+++
2
A
A++
3
A
A
4
A
A
5
C
B
6
B
C
7
A
A
kWh/m2 voor var1|var2
8
A+
A
9
A++
A
10
A+++
A
20
% van warmtevraag utiliteit
4 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / ENE B
Energiebehoefte voor verwarming nieuwe gebouwen
invoer variant 1
invoer variant 2
variant 1
variant 2
% van warmtevraag woningen
variant 1 | variant 2
nieuwe woningen
1.341|1.341 won
energielabel
energielabel
1 vrijstaand | vrijstaand
22 | 22
A+++
A+++
3%
2 2/1 kap | 2/1 kap
21 | 21
A+++
A+++
5%
5%
3 appartement | appartement
16 | 16
A+++
A+++
37%
37%
4 rij tussen | rij tussen
16 | 16
A+++
A+++
55%
55%
kWh/m2 voor var1|var2
3%
5 6 7 8 9 10 variant 1 | variant 2
nieuwe utiliteit
0|2.290 m2
energielabel
energielabel
1 Bijeenkomst | Bijeenkomst
70 | 70
A++
A++
9%
9%
2 Onderwijs | Onderwijs
52 | 52
A++
A++
91%
91%
Installaties
invoer variant 1
invoer variant 2
installaties woningen
variant 2
kWh/m2 voor var1|var2
% van warmtevraag utiliteit
3 4 5 6 7 8 9 10
C
aandeel warmtebehoefte
aandeel warmtebehoefte
1 WKO
70%
70%
2 elektrische verwarming
30%
30%
100%
100%
aandeel warmtebehoefte
aandeel warmtebehoefte
100%
100%
100%
100%
invoer variant 1
invoer variant 2
variant 1
2.500
2.500
9,3
9,3
vermogen windenergie gekoppeld aan woningen in locatie
0,0
0,0
utiliteit - totaal geïnstalleerd vermogen (kWp)
PV,eq - m2/100m2 utiliteit
PV vermogen op utiliteitsgebouwen
0,0
0,0
vermogen windenergie gekoppeld aan utiliteitsgebouwen in locatie
0,0
0,0
3 4 5 6 7 8 9 10
installaties utiliteitsgebouwen 1 elektrische verwarming 2 3 4 5 6 7 8 9 10
D
Duurzame elektriciteit (lokaal opgewekt) woningen - totaal geïnstalleerd vermogen (kWp) PV vermogen op woningen
PV,eq - m2/woning
5 / 15
21
GPR Stedenbouw 1.5.0 / ENE
1.2.1 Resultaten energieprestatieberekening
134
(320)
134
(320)
BVO [m2] woningen utiliteitsgebouwen TOTAAL
113.022
113.022
2.061
2.061
115.083
115.083
9,94
Primair energiegebruik [GWh/jaar] woningen
9,94
utiliteitsgebouwen
0,55
0,55
TOTAAL
10,49
10,49
Primair energiegebruik per m2 gbo [kWh/m2.jaar] woningen
88
88
utiliteitsgebouwen
266
266
GEMIDDELD
91
91
woningen
2,13
2,13
utiliteitsgebouwen
0,12
0,12
TOTAAL
2,25
2,25
18,87
CO2-emissie [kton/jaar]
CO2-emissie per m2 gbo [kg/jaar] woningen
18,87
utiliteitsgebouwen
58,67
58,67
TOTAAL
19,58
19,58
7,7
GPR score subthema 1.2 energieprestatie woningen
7,7
utiliteitsgebouwen
4,7
4,7
TOTAAL
7,7
7,7
GPR Stedenbouw 1.5.01
22
© W/E adviseurs
6 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / MIL GPR Stedenbouw 1.5.01
2 Ruimtelijke inrichting invoer variant 1
2.1
invoer variant 2
7,5
7,5
variant 1 (max)
variant 2 (max)
Totaal subthema 2.1: Ruimte en grondgebruik
6,0
(250)
6,0
(250)
Totaal subthema 2.2: Natuur (groen)
7,5
(250)
7,5
(250)
Totaal subthema 2.3: Water (blauw)
7,1
(250)
7,1
(250)
Totaal subthema 2.4: Bebouwing en infrastructuur (rood+grijs)
9,2
(250)
9,2
(250)
Ruimte en grondgebruik
6,0
(250)
6,0
(250)
150
(150)
150
(150)
2.1.0 Startwaarde, standaard = 6,0
toelichtingen
2.1.1 Efficientie en kwaliteit ruimtegebruik dichtheid: floor-space-index (FSI)
0,5
0,5
-19
(15)
-19
(15)
hoeveelheid open ruimte: ground-space-index (GSI)
0,3
0,3
0
(5)
0
(5)
druk op openbare ruimte: open-space-ratio (OSR)
1,3
1,3
-13
(10)
-13
(10)
aandeel gebiedsoppervlakte met gestapelde functies
-13
(10)
-13
(10)
x
ontwikkeling betekent sanering forse bodemverontreiniging
5
(5)
5
(5)
x
toepassing strategische concepten
15
(15)
15
(15)
benutting bestaande hoogteverschillen
-8
(12)
-8
(12)
benutting bestaande geomorfologie
12
(12)
12
(12)
graafdiepte bij ontwikkeling plangebied <1m
0
(8)
0
(8)
in plangebied is/wordt grondwater opgepompt
0
(8)
0
(8)
Bonus- of maluspunten
20
2.1.2 Benutting bestaande elementen
2.1.3
2.2
Natuur (groen)
20
7,5
(250)
7,5
(250)
150
(150)
150
(150)
-33
(27)
-33
(27)
7
(7)
7
(7)
mate van aansluiting op ecologische netwerken
15
(15)
15
(15)
groenstructuur is/wordt drager in het gebied
15
(15)
15
(15)
behoud waardevolle elementen in groenstructuur
15
(15)
15
(15)
aandeel duurzame plantensoorten (inheems, niet pioniers)
6
(6)
6
(6)
aansluiting doelsoortenbeleid gemeente/provincie
6
(6)
6
(6)
balans tussen diversiteit in beplanting en gebruikswaarde
3
(3)
3
(3)
aanwezigheid faciliteiten voor verhogen faunakwaliteit
3
(3)
3
(3)
aandeel openbaar groen, bespeelbaar door kinderen
0
(3)
0
(3)
aandeel openbaar groen, geschikt extensief/ecologisch beheer
3
(3)
3
(3)
2.2.0 Startwaarde, standaard = 6,0
x
2.2.1 Hoeveelheid openbaar groen gemiddeld oppervlakte openbaar groen per woning compensatiegroen in directe omgeving plangebied
24,9 m2
24,9 m2
2.2.2 Samenhang en behoud groenstructuren
2.2.3 Kwaliteit groen
2.2.4
Bonus- of maluspunten
23 7 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / MIL 2.3
Water (blauw)
7,1
(250)
7,1
(250)
150
(150)
150
(150)
-22
(18)
-22
(18)
0
(4)
0
(4)
mate van aansluiting op (ecologische) waternetwerken
7
(7)
7
(7)
waterstructuur is/wordt drager in het gebied
7
(7)
7
(7)
verschillende peilgebieden zijn verbonden
5
(5)
5
(5)
water in gehele plangebied is stromend
7
(7)
7
(7)
stromingsrichting is van 'schoon' naar 'vuil'
7
(7)
7
(7)
behoud cultuurhistorische elementen in waterstructuur
0
(0)
0
(0)
water wordt natuurlijk gezuiverd
6
(6)
6
(6)
Aandeel oppervlakte aan water is dieper dan 1,50 m
-7
(6)
-7
(6)
er zijn faciliteiten voor verhogen faunakwaliteit
3
(3)
3
(3)
aandeel oevers, natuurvriendelijk ingericht
8
(8)
8
(8)
aandeel oevers, kindvriendelijk ingericht
0
(0)
0
(0)
aandeel dak, ontkoppeld van riool
7
(7)
7
(7)
aandeel dak, met groen-daksysteem
4
(4)
4
(4)
aandeel plangebied, met gescheiden rioolstelsel
4
(4)
4
(4)
aandeel verharding, dat waterdoorlatend is
-8
(7)
-8
(7)
9,2
(250)
9,2
(250)
150
(150)
150
(150)
aandeel oorspronkelijke gebouwen, dat bewaard is
0
(12)
0
(12)
aandeel oorspronkelijke casco's, dat hergebruikt is
9
(9)
9
(9)
Sloopmateriaal is/wordt in het plangebied hergebruikt
6
(6)
6
(6)
2.3.0 Startwaarde, standaard = 6,0 2.3.1 Hoeveelheid water aandeel water in plangebied
6%
6%
compensatiewater in directe omgeving plangebied 2.3.2 Samenhang en behoud waterstructuren
2.3.3 Kwaliteit water en waterstructuur
2.3.4 Waterberging
2.3.5
2.4
Bonus- of maluspunten
Bebouwing en infrastructuur (rood+grijs)
2.4.0 Startwaarde, standaard = 6,0 2.4.1 Benutting oorspronkelijke bebouwing
2.4.2 Materiaalprestatie gebouwvoorraad Zijn de prestaties of ambities bij GPR Gebouw bekend?
ja
gemiddelde GPR-prestatie bestaande bouw
6,0
6,0
0
(6)
0
(6)
gemiddelde GPR-prestatie nieuwbouw
8,0
8,0
3
(6)
3
(6)
6
(6)
6
(6)
aandeel bestaande wegen opgenomen in verkeersplan
18
(18)
18
(18)
aandeel oorspronkelijke ondergrond, dat hergebruikt is
14
(14)
14
(14)
sloopmateriaal is/wordt in gebied hergebruikt
5
(5)
5
(5)
aandeel infrastructuur+inrichting, op basis ketenbeheerconcept
9
(9)
9
(9)
toepassing materialen met uitlogingsrisico
9
(9)
9
(9)
aandeel gebouwen, conform ketenbeheerconcept 2.4.3 Benutting oorspronkelijke wegenstructuur
x
2.4.4 Ketenbeheerprincipes infrastructuur
2.4.5
Bonus- of maluspunten
GPR Stedenbouw 1.5.01
© W/E adviseurs
24 8 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / GEZ GPR Stedenbouw 1.5.01
3 Gezondheid
7,6 invoer variant 1
3.1
invoer variant 2
variant 1 (max)
variant 2 (max)
Totaal subthema 3.1: Geluid
7,0
(300)
7,0
(300)
Totaal subthema 3.2: Luchtkwaliteit
7,1
(300)
7,1
(300)
Totaal subthema 3.3: Externe veiligheid
8,8
(250)
8,8
(250)
Totaal subthema 3.4: Hinder & Comfort
8,0
(150)
8,0
(150)
Geluid
7,0
(300)
7,0
(300)
180
(180)
180
(180)
0
(0)
0
(0)
3.1.0 Startwaarde, standaard = 6,0 3.1.1
7,6 toelichtingen
Geluidbelasting plangebied en beschikbaarheid cijfers geluidbelasting ligt het plangebied op een geluidbelaste locatie zijn er cijfers over de geluidbelasting bekend locatie valt binnen de zone van een gezoneerd industrieterrein
3.1.2
Aanwezigheid geluidbronnen en maatregelen ter vermindering van de geluidbelasting gebiedstype
3.1.3
3.1.4
3
(3)
3
(3)
buitenstedelijke (snel)weg, rails, vliegverkeer, bedrijfsactiviteit nabij
-4
(3)
-4
(3)
drukke binnenstedelijke weg (bv. wijkontsluitingsweg)
-4
(3)
-4
(3)
mate van geluidbelasting door aanwezigheid van voorgaande bronnen
-2
(3)
-2
(3)
worden bronmaatregelen getroffen (bv. stil asfalt, raildempers):
0
(3)
0
(3)
worden overdrachtsmaatregelen getroffen (bv. scherm, geluidswal)
-4
(3)
-4
(3)
is het ontwerp afgestemd op de geluidsbelasting
10
(10)
10
(10)
Hoe groot is de gevoeligheid van de gebruiksfunctie voor geluid
-13
(10)
-13
(10)
21
(56)
21
(56)
22
(24)
22
(24)
Geluidbelasting geluidgevoelige gebouwen Aandeel gebouwen met belasting: < 48 dB
34%
34%
Aandeel gebouwen met belasting: 48 - 53 dB
30%
30%
Aandeel gebouwen met belasting: 53 - 58 dB
20%
20%
Aandeel gebouwen met belasting: 58 - 63 dB
15%
15%
Aandeel gebouwen met belasting: > 63 dB
1%
1%
100%
100%
Geluidbelasting door gezoneerd industrieterrein aandeel gebouwen met belasting: < 50 dB(A)
90%
90%
aandeel gebouwen met belasting: 50 - 55 dB(A)
10%
10%
aandeel gebouwen met belasting: > 55 dB(A) alle gebouwen totaal 3.1.6
Centrum-stedelijk
Geluidwering gebouwen
alle gebouwen totaal 3.1.5
Centrum-stedelijk
0%
0%
100%
100%
Bonus- of maluspunten
9 / 15
25
GPR Stedenbouw 1.5.0 / GEZ
3.2
Luchtkwaliteit
7,1
(300)
7,1
(300)
180
(180)
180
(180)
jaargemiddelde NO2-concentratie
0
(15)
0
(15)
jaargemiddelde PM10-concentratie
0
(15)
0
(15)
jaargemiddelde PM2,5-concentratie
15
(15)
15
(15)
lokale bijdrage tov achtergrondwaarde
0
(10)
0
(10)
aanwezigheid autovrije / autoluwe gebieden
15
(15)
15
(15)
aanwezigheid parkeergarages (met luchtfilters)
4
(4)
4
(4)
aanwezigheid filters bij vervuilende bedrijven
0
(0)
0
(0)
groenontwerp met minimale risico's voor pollen
0
(8)
0
(8)
belastende bedrijfsactiviteiten overal > 100m van objecten
0
(16)
0
(16)
parkeren overal > 15m van objecten
0
(8)
0
(8)
aanwezigheid gevoelige objecten < 100m van drukke weg
0
(16)
0
(16)
Externe veiligheid
8,8
(250)
8,8
(250)
3.3.0 Startwaarde, standaard = 6,0
150
(150)
150
(150)
aantal risicobronnen binnen of nabij plangebied
-8
(6)
-8
(6)
hoogte groepsrisico bestaande situatie
6
(12)
6
(12)
bijdrage plangebied aan hoogte groepsrisico
0
(9)
0
(9)
afstand locatie tot risicobron
12
(12)
12
(12)
hoogbouw binnen invloedsgebied
10
(10)
10
(10)
bijzondere/drukke objecten binnen invloedsgebied
15
(15)
15
(15)
beperkt redzame groepen binnen invloedsgebied
15
(15)
15
(15)
aanwezigheid voldoende aanrijroutes
10
(10)
10
(10)
aanwezigheid voldoende bluswater
5
(5)
5
(5)
voldoende opstelplaatsen brandweer
5
(5)
5
(5)
3.2.0 Startwaarde, standaard = 6,0 3.2.1 Hoeveelheid schadelijke stoffen in de lucht
3.2.2 Faciliteiten voor reductie uitstoot
3.2.3 Zonering rond gevoelige objecten
3.2.4
3.3
Bonus- of maluspunten
3.3.1 Risicobronnen in relatie tot plangebied x
3.3.2 Gevoelige objecten binnen invloedsgebied bronnen x
3.3.3 Voorzieningen hulpdiensten
3.3.4
26
Bonus- of maluspunten
10 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / GEZ
3.4
Hinder & Comfort
8,0
(150)
8,0
(150)
3.4.0 Startwaarde, standaard = 6,0
90
(90)
90
(90)
aandeel geurgehinderden
10
(10)
10
(10)
maximale geurbelasting
7
(7)
7
(7)
gevoelige functies binnen geurcontouren
7
(7)
7
(7)
gemiddelde kwaliteitsklasse 'lokaal windklimaat'
4
(8)
4
(8)
aanwezigheid hoge gebouwen
3
(5)
3
(5)
aanwezigheid faciliteiten voor windafscherming
0
(3)
0
(3)
aandeel woningen, met > 3 uur zon in woonkamer
0
(6)
0
(6)
aandeel woningen met belemmeringshoek < 30°
0
(6)
0
(6)
overheersende bebouwingshoogte
0
(9)
0
(9)
3.4.1 Geurhinder
3.4.2 Windhinder x
3.4.3 Bezonning
3.4.4
Bonus- of maluspunten
GPR Stedenbouw 1.5.01
x
© W/E adviseurs
11 / 15
27
GPR Stedenbouw 1.5.0 / GEB GPR Stedenbouw 1.5.01
4 Gebruikskwaliteit invoer variant 1
4.1
invoer variant 2
9,3
9,3
variant 1 (max)
variant 2 (max)
Totaal subthema 4.1: Mobiliteit
9,2
(250)
9,2
(250)
Totaal subthema 4.2: Functionaliteit
8,6
(350)
8,6
(350)
Totaal subthema 4.3: Belevingswaarde
10,0
(400)
10,0
(400)
Mobiliteit
9,2
(250)
9,2
(250)
150
(150)
150
(150)
aandeel woningen, < 250m van (H)OV-halte
-3
(6)
-3
(6)
aandeel bedrijven, < 250m van (H)OV-halte
0
(0)
0
(0)
gemiddelde frequentie (H)OV
11
(11)
11
(11)
gemiddelde toegankelijkheid (H)OV voor minder validen
4
(8)
4
(8)
is OV aantrekkelijker dan automobiliteit
4
(8)
4
(8)
aansluiting wijk op hoofd fietsnetwerk
10
(10)
10
(10)
mazen fietsnetwerk in de wijk < 100m
7
(7)
7
(7)
gemiddelde kwaliteit fietsnetwerk
7
(7)
7
(7)
aansluiting voorzieningen op stedelijk fietsnetwerk
5
(5)
5
(5)
voldoende openbare stallingsmogelijkheden
2
(2)
2
(2)
is langzaam verkeer aantrekkelijker dan automobiliteit
2
(2)
2
(2)
aandeel bedrijven, < 100m stedelijke doorgangsweg
9
(9)
9
(9)
aanwezigheid P&R en carpoolfaciliteiten
0
(2)
0
(2)
aandeel wegen, conform concept kindvriendelijke straten
11
(11)
11
(11)
aanwezigheid (te) brede oversteekplaatsen (breedte > 5m)
6
(6)
6
(6)
aandeel wegen, waar inrichting strijdig met max. snelheid
6
(6)
6
(6)
8,6
(350)
8,6
(350)
210
(210)
210
(210)
afleesbaarheid functies en grondgebruik
22
(22)
22
(22)
aanwezigheid helder te onderscheiden ruimtelijke eenheden
22
(22)
22
(22)
aandeel voorzieningen, dat in een cluster gesitueerd is
11
(11)
11
(11)
mate van functiemenging
-19
(15)
-19
(15)
aandeel openbare ruimte, toegankelijk voor mindervaliden
11
(11)
11
(11)
groen en water afgestemd is op recreatief gebruik
7
(7)
7
(7)
aanwezigheid voldoende speel- en/of sportterreinen
0
(7)
0
(7)
aandeel woningen, < 1000 m tot stedelijke groenstructuur
7
(7)
7
(7)
aandeel woningen, < 250 m tot gebruiksgroen
7
(7)
7
(7)
aanwezigheid ondergronds afvalinzamelingsysteem
5
(5)
5
(5)
aanwezigheid natuurlijke speelplekken
5
(5)
5
(5)
kavels zonder leidingen/kabels naar gebouwen
2
(5)
2
(5)
zichtbare waterafvoer via goten, wadis, helofyten
5
(5)
5
(5)
zichtbare duurzame energiesystemen
2
(5)
2
(5)
zichtbare duurzame materialisatie
2
(5)
2
(5)
10,0
(400)
10,0
(400)
4.1.0 Startwaarde, standaard = 6,0
toelichtingen
4.1.1 Bereikbaarheid met openbaar vervoer
4.1.2 Bereikbaarheid met langzaam verkeer
4.1.3 Bereikbaarheid met auto
4.1.4 Verkeersveiligheid
4.1.5
4.2
Bonus- of maluspunten
Functionaliteit
4.2.0 Startwaarde, standaard = 6,0 4.2.1 Afleesbaarheid structuur
4.2.2 Gebruikskwaliteit openbare ruimte
4.2.3 Stimulering duurzaam gedrag
4.2.4
4.3
28
Bonus- of maluspunten
Belevingswaarde
12 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / GEB
4.3.0 Startwaarde, standaard = 6,0
240
(240)
240
(240)
aanwezigheid externe ontmoetingsplekken
13
(13)
13
(13)
aanwezigheid interne ontmoetingsplekken
13
(13)
13
(13)
aanwezigheid plekken voor gezamenlijk activiteit
13
(13)
13
(13)
aandeel plint (woon- en werkruimten) met zicht op straat
15
(15)
15
(15)
aandeel entrees, zichtbaar vanaf de straat
15
(15)
15
(15)
gemiddelde kwaliteit vormgeving groen, nissen, doorgangen
15
(15)
15
(15)
gemiddeld verlichtingsniveau openbaar gebied
15
(15)
15
(15)
begrijpelijke opzet van de wijk
13
(13)
13
(13)
ruimtelijke eenheden hebben eigen identiteit
27
(27)
27
(27)
parkeeroplossingen dragen bij aan gebruik/beeldkwaliteit
7
(7)
7
(7)
opzet en inrichting nodigt uit tot recreatief gebruik
7
(7)
7
(7)
aanwezigheid kijkgroen, -water en -fauna
7
(7)
7
(7)
4.3.1 Faciliteiten gericht op sociale cohesie
4.3.2 Sociale veiligheid
4.3.3 Beleving openbare ruimte
4.3.4
Bonus- of maluspunten
GPR Stedenbouw 1.5.01
© W/E adviseurs
13 / 15
29
GPR Stedenbouw 1.5.0 / TOE GPR Stedenbouw 1.5.01
5 Toekomstwaarde invoer variant 1
invoer variant 2
8,9
8,9
variant 1 (max)
variant 2 (max)
Totaal subthema 5.1: Toekomstgerichtheid
9,1
(250)
9,1
(250)
Totaal subthema 5.2: Flexibiliteit
8,2
(350)
8,2
(350)
Totaal subthema 5.3: Gebruikswaarde
9,3
(400)
9,3
(400)
Toekomstgerichtheid
9,1
(250)
9,1
(250)
5.1.0 Startwaarde, standaard = 6,0
150
(150)
150
(150)
aandeel plangebied, in risicogebied wateroverlast
11
(11)
11
(11)
faciliteiten gericht op beperken wateroverlast
9
(9)
9
(9)
plangebied is gelegen in windbelaste regio
6
(6)
6
(6)
faciliteiten gericht op beperken stormoverlast
3
(6)
3
(6)
plangebied is gelegen op zandgrond
13
(13)
13
(13)
faciliteiten tegen droogteschade
8
(8)
8
(8)
faciliteiten tegen hittestress
4
(4)
4
(4)
mate waarin is ingespeeld op demografische ontwikkelingen
0
(19)
0
(19)
energie-infrastructuur geschikt voor toekomstige technologie
15
(15)
15
(15)
overig leidingnetten geschikt voor toekomstige technologie
10
(10)
10
(10)
8,2
(350)
8,2
(350)
210
(210)
210
(210)
flexibiliteit van de kavelstructuur
35
(35)
35
(35)
aandeel kavels, dat meerzijdig ontsloten is
14
(14)
14
(14)
aandeel kavels, met voldoende grootte voor functiewijziging
14
(14)
14
(14)
ruimtelijke eenheden zijn afzonderlijk te herstructureren
0
(21)
0
(21)
aanwezigheid overmaat zonder specifieke functie
0
(11)
0
(11)
aandeel eenvoudig verwijderbare verharding
3
(3)
3
(3)
aandeel eenvoudig verwijderbare inrichtingselementen
0
(3)
0
(3)
aansluiten op/afsluiten van hoofdverkeerstructuur is mogelijk
8
(8)
8
(8)
leidingen zijn gebundeld in kabelgoten
3
(3)
3
(3)
aanwezigheid meerdere gebouwfuncties per plandeel
0
(14)
0
(14)
aanwezigheid multifunctionele gebouwen
0
(7)
0
(7)
aanwezigheid gebouwen, geschikt voor functiewijziging
0
(7)
0
(7)
5.1
toelichtingen
5.1.1 Bestendigheid tegen wateroverlast en stormschade
5.1.2 Bestendigheid tegen droogteschade en hittestress
5.1.3 Toekomstgerichte voorzieningen
5.1.4
5.2
Bonus- of maluspunten
Flexibiliteit
5.2.0 Startwaarde, standaard = 6,0 5.2.1 Flexibiliteit verkaveling
5.2.2 Flexibiliteit openbare ruimte en infrastructuur
5.2.3 Flexibiliteit gebouwvoorraad
5.2.4
30
Bonus- of maluspunten
14 / 15
GPR Stedenbouw 1.5.0 / TOE
5.3
Gebruikswaarde
5.3.0 Startwaarde, standaard = 6,0
9,3
(400)
9,3
(400)
240
(240)
240
(240)
5.3.1 Mobiliteit prestatie bij subthema 4.1: Mobiliteit
9,2
9,2
32
(40)
32
(40)
8,6
8,6
36
(56)
36
(56)
10,0
10,0
64
(64)
64
(64)
5.3.2 Functionaliteit prestatie bij subthema 4.2: Functionaliteit 5.3.3 Belevingswaarde prestatie bij subthema 4.3: Belevingswaarde 5.3.4
Bonus- of maluspunten
GPR Stedenbouw 1.5.01
© W/E adviseurs
15 / 15
31
6. Geluidsrapport Memo Ter attentie van Datum Project Onderwerp
Loostad Vastgoedontwikkeling 8 februari 2022 Groenewoud te Utrecht - Rekenresultaten nieuwe stedenbouwkundige invulling - Effect P&R-locatie - Rekenresultaten industrielawaai
In een eerdere fase van project Groenewoud is een geluidsberekening gemaakt op basis van de modellen van de Gemeente Utrecht. De notitie is inmiddels wat verouderd, maar de uitganspunten zijn hetzelfde. Daarom geeft deze nog een goed beeld van de geluidsbelastingen die optreden in het gebied. Er is voor gekozen om in deze fase deze berekeningen en modellen niet opnieuw te modelleren en door te rekenen. Er zijn een aantal redenen om dat in de bestemmingsplanfase te doen: • • •
•
Omdat de huidige berekeningen al voldoende comfort geven van de toekomstige situatie; Het huidige plan Groenwoud in massa niet of nauwelijks is aangepast ten opzichte van het model dat in deze berekeningen is gebruikt; De exacte bebouwing van het naastgelegen plangebied ‘Papendorp Noord’ momenteel nog niet bekend is. Deze hebben een belangrijke invloed op de geluidsbelasting op Groenewoud; Ook is nog niet geheel duidelijk in welke maten de normen worden aangepast, op het moment dat de Omgevingswet in werking treedt. Het is nog niet duidelijk of Groenewoud nog het reguliere bestemmingsplan gaat doorlopen of mee gaat in de nog in te voeren Omgevingswet.
In onderhavige notitie is terugkoppeling gegeven van de rekenresultaten voor de stedenbouwkundige invulling van Groenewoud, het effect van een (vrij ingevulde) Mobiliteitshub tussen het plangebied en de A2, alsmede de rekenresultaten voor het onderdeel industrielawaai. De uitgangspunten die ten grondslag liggen aan de berekeningen zijn gebaseerd op informatie uit het landelijke geluidregister, het zonemodel (industrielawaai) en het gemeentelijke verkeersmodel.
Rekenresultaten nieuwe stedenbouwkundige invulling
In de figuren in deze memo betekent een groene kleur dat aan de wettelijke voorkeursgrenswaarde (48 dB) is voldaan, oranje dat niet aan de voorkeurgrenswaarde is voldaan maar wel aan de maximale ontheffingswaarde (53 dB voor de rijkswegen en 58 dB1 voor de overige wegen) en rood betekent een overschrijding van de maximale ontheffingswaarde.
1
32
datum
Maximale ontheffingswaarde voor uitleggebieden conform Geluidbeleid gemeente Utrecht
8 februari 2022
Referentie
16.2399/memo/5
pagina
1 van 8
Een van de voorwaarden van de gemeente Utrecht bij een hogere grenswaarde is dat elke woning kan voorzien in een geluidluwe gevel. Als criterium voor geluidluw geldt de hoogste waarde van de voorkeursgrenswaarde (48 dB) of de hogere waarde (53/58 dB) minus 10 dB. Met andere woorden, geluidluw betekent niet hoger dan 48 dB. Rijkswegen A12 en A2 Zoals afgestemd met de gemeente en overeenkomstig artikel 3.8 van het RMG 2012 zijn de A12 en A2 cumulatief beschouwd en getoetst aan de grenswaarden uit de Wet geluidhinder. Aandachtspunten vanwege de geluidbelasting als gevolg van de A12 en de A2 zijn: ▪ Overschrijding van de maximale ontheffingswaarde op de bovenste bouwlagen van de uiterst noordwestelijk gesitueerde woongebouwen (zie figuur 1). Hiermee dient in het ontwerp rekening gehouden te worden, bijvoorbeeld door het toepassen van ‘dove’ gevels en/of gesloten galerijen, vooral bij eenzijdig georiënteerde appartementen; ▪ Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op meerdere gevels van woongebouwen (zie figuur 1 – 3), waardoor appartementen mogelijk niet kunnen voorzien in een geluidluwe gevel.
Geluidluwe gevels kunnen door middel van bouwkundige voorzieningen, zoals afsluitbare loggia’s2, worden gerealiseerd; ▪ Een geluidluwe gevel voor eenzijdig georiënteerde appartementen aan een gevel waar overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (oranje) optreedt, kan door middel van bouwkundige voorzieningen, zoals afsluitbare loggia’s, worden gerealiseerd; ▪ Overschrijding van de voorkeursgrenswaarde treedt niet alleen op ter plaatse van de eerstelijns bebouwing, maar ook op de hoger gesitueerde bouwlagen (3e en hoger) achter de eerstelijns bebouwing; ▪ Door de ligging ten opzichte van de A2 en reflecties in andere gebouwen dient ook rekening te worden gehouden met overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op gevels die niet in de richting van de A12 liggen (zie figuur 2). Er zijn verschillende denkbare bouwkundige voorzieningen mogelijk om op geluidbelaste locaties te voldoen aan het gemeentelijk geluidbeleid.
2
datum
Mits voldaan wordt aan de eisen uit de ‘Notitie geluidsaspecten bij planvorming – 2017 V8.0’
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
2 van 8
33
Figuur 1: Geluidbelasting A12 en A2, gezien vanuit het noordwesten
Figuur 2: Geluidbelasting A12 en A2, gezien vanuit het noordoosten
Figuur 3: Geluidbelasting A12 en A2, gezien vanuit het zuidwesten
34
datum
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
3 van 8
Dominee Martin Luther Kinglaan De geluidbelasting vanwege de Dominee Martin Luther Kinglaan overschrijdt de voorkeursgrenswaarde, maar voldoet aan de maximale ontheffingswaarde. Aandachtspunten zijn: ▪ De voorwaarde dat elk appartement kan voorzien in een geluidluwe gevel, in het ontwerp moet hiervoor mogelijk rekening worden gehouden met bouwkundige voorzieningen, zoals afsluitbare loggia’s; ▪ De noordgevels van het plangebied worden afgeschermd door de gebouwen aan de Groenewoudsedijk. Zonder deze gebouwen is het aannemelijk dat er op meer gevels overschrijding van de voorkeursgrenswaarde optreedt.
Figuur 4: Geluidbelasting Dominee Martin Luther Kinglaan, gezien vanuit het noorden
Mercatorlaan Als gevolg van de Mercatorlaan treedt overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op ter plaatse van de eerstelijns bebouwing. Aan de maximale ontheffingswaarde van 58 dB is voldaan (zie figuur 5 en 6). Aandachtspunten zijn: ▪ Een geluidluwe gevel voor eenzijdig georiënteerde appartementen aan een gevel waar overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (oranje) optreedt, kan door middel van bouwkundige voorzieningen, zoals afsluitbare loggia’s, worden gerealiseerd; ▪ In het beleid van Utrecht is opgenomen dat een gevel als geluidluw aangemerkt kan worden als de geluidbelasting van elk van de te onderscheiden geluidsbronnen ten hoogste 48 dB bedraagt. Of kan worden voldaan aan deze voorwaarde vergt een nadere beschouwing op gebouw- en appartementniveau in de verdere uitwerking van het plan. Voor meerdere woongebouwen in het in figuur 5 en 6 weergegeven deel van het plangebied is het kunnen voorzien in een geluidluwe gevel een aandachtspunt.
datum
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
4 van 8
35
Figuur 5: Geluidbelasting Mercatorlaan, gezien vanuit het zuidwesten
Figuur 6: Geluidbelasting Mercatorlaan, gezien vanuit het noordwesten
Bevrijdingslaan Als gevolg van de Bevrijdingslaan treedt overschrijding van de voorkeursgrenswaarde op ter plaatse van de eerstelijns bebouwing en de verder gelegen woningen aan de kanaalzijde van het plan. Aan de maximale ontheffingswaarde van 58 dB is voldaan (zie figuur 7 en 8). Aandachtspunten zijn: ▪ Een geluidluwe gevel voor eenzijdig georiënteerde appartementen aan een gevel waar overschrijding van de voorkeursgrenswaarde (oranje) optreedt, kan door middel van bouwkundige voorzieningen, zoals afsluitbare loggia’s, worden gerealiseerd; ▪ In het beleid van Utrecht is opgenomen dat een gevel als geluidluw aangemerkt kan worden als de geluidbelasting ten hoogste 48 dB bedraagt. Of kan worden voldaan aan deze voorwaarde vergt een nadere beschouwing op gebouw- en appartementniveau in de verdere uitwerking van het plan. Voor meerdere woongebouwen in het in figuur 7 en 8 weergegeven deel van het plangebied is het kunnen voorzien in een geluidluwe gevel een aandachtspunt.
36
datum
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
5 van 8
Figuur 7: Geluidbelasting Bevrijdingslaan, gezien vanuit het zuidwesten
Figuur 8: Geluidbelasting Bevrijdingslaan, gezien vanuit het zuidoosten
datum
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
6 van 8
37
Taatsenplein Het wegverkeer op het Taatsenplein, in het verlengde van de Bevrijdingslaan, overschrijdt de voorkeursgrenswaarde niet en vormt hiermee geen belemmering voor de woningbouw.
Effect P&R-locatie
Het effect van een P&R-locatie tussen het plangebied en de A2 is inzichtelijk gemaakt. Uitgegaan is van gesloten bebouwing van 5 bouwlagen, met een hoogte van 15 meter. De positie van de P&R-bebouwing en de resultaten zijn weergegeven in figuur 10 en 11.
Figuur 10: Geluidbelasting A2 en A12, gezien vanuit het noordwesten
Figuur 11: Geluidbelasting A2 en A12, gezien vanuit het zuidwesten
38
datum
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
7 van 8
Rekenresultaten industrielawaai
Voor industrielawaai vanwege het gezoneerde industrieterrein ten noorden van het plangebied geldt een voorkeurswaarde van 50 dB(A) en een maximale ontheffingswaarde van 55 dB(A).
Figuur 12: Geluidbelasting industrieterrein, gezien vanuit het noorden
datum
8 februari 2022
referentie
16.2399/memo/5
pagina
8 van 8
39
7. Waterhuishouding
Memo onderwerp bestemd voor ter attentie van
opgesteld door gecontroleerd door
Milieuplanologisch advies Ontwikkeling Groenewoud Utrecht Loostad Vastgoedontwikkeling B.V. Joris van den Brink Hendri Broekhuizen Dennis Damink ir. Reijn van Rooyen ir. Thijs Visser
datum referentie projectnummer
3 februari 2022 162399_AdB_MEM_0001_v3 162399
1.1 Aanleiding Loostad is voornemens de ontwikkeling Groenewoud, gelegen langs het Amsterdam-Rijnkanaal nabij KWS Utrecht, te realiseren. Op het moment van schrijven van deze notitie, wordt het stedenbouwkundig plan (vanaf nu SP) voor de bouw van woningen en appartementen, incl. bijbehorende infrastructuur en openbare ruimte, vastgesteld. Om zorg te dragen voor een goed functionerende waterhuishouding, wordt het SP in deze fase getoetst op waterhuishoudkundige elementen. In voorliggende notitie staan de belangrijkste elementen en aandachtspunten voor het huidige SP op het gebied van afwatering en waterhuishouding. 1.2 Stand van zaken Het concept SP is reeds gedeeld met de gemeente en het hoogheemraadschap. Beide partijen hebben tijdens meerdere contactmomenten inhoudelijk gereageerd op de plannen hoe om te gaan met waterbelangen (keringen etc.), het regenwater, grondwater, oppervlaktewater, vuilwater en klimaatverandering. De aandachtspunten die door het hoogheemraadschap worden genoemd zijn hieronder genoemd (bron: Notitie_waterhuishouding_Groenewoud_in_Utrecht_(002), 18 december 2018, Jeroen Worm en Dries Schuwer (HDSR)). In latere gesprekken is samen met het hoogheemraadschap op enkele onderdelen al een uitwerking gegeven aan deze aandachtspunten. •
•
•
De kering langs het Amsterdam-Rijnkanaal. De kering is in beheer bij RWS en afstemming met RWS wordt aangeraden. Er is reeds contact gelegd met RWS, waaruit is gebleken dat de betreffende kering een andere status krijgt. Dit heeft gevolgen voor de beschermingszone en de regelgeving omtrent ontwikkelingen en werkzaamheden op, in en rond de kering. Het plan wordt ook in het vervolg nader afgestemd met RWS. Het watersysteem in en rond het plangebied (reeds getoetst en verwerkt). Binnen het plangebied wordt op dit moment een peil van -0,45 NAP gehanteerd. Dit mag in de toekomstige situatie verlaagd worden naar een peil tussen -0,50 en -0,70 NAP. Het streefpeil binnen het plangebied dient overal gelijk te zijn. Op dit moment is er 4.270 m2 oppervlaktewater binnen het plangebied aanwezig. Dit dient minimaal te worden teruggebracht in het SP. In het huidige SP is in totaal 12.807 m2 permanent oppervlaktewater voorzien. Hiermee wordt aan de eis voldaan dat er minimaal 4.270 m2 oppervlaktewater aanwezig dient te zijn. De toename van verhard oppervlak door de ontwikkeling (reeds getoetst en verwerkt). Wanneer een verhardingstoename plaatsvindt, zal water sneller tot afstroming komen. Om te voorkomen dat dit voor overbelasting van het bestaande watersysteem zorgt, dient compensatie voor deze toename van verhard oppervlak plaats te vinden.
Dit kan door het realiseren van extra oppervlaktewater (15% van toename
P 1/4 40
•
•
•
verhard oppervlak) of door het vasthouden van regenwater in bergings- of infiltratievoorzieningen (45 mm berging voor de toename verhard oppervlak) binnen het plangebied. Voor dit plan wordt gekozen voor een combinatie van deze twee maatregelen. Een nadere uitwerking is te vinden in het volgende hoofdstuk. De omgang met regenwater en waterkwaliteit. Dakwater mag direct geloosd worden op het oppervlaktewater. Water van wegverharding en parkeervoorzieningen dient via een berm of infiltratievoorziening af te wateren naar het oppervlaktewater. Het gebruik van uitlogende materialen is niet toegestaan. Regenwater dient te worden verwerkt volgens de voorkeurstrits vasthouden – bergen – afvoeren. Het grondwater binnen het plangebied. Drooglegging en ontwateringsdiepte dienen voldoende te zijn voor de voorziene gebruiksfuncties. Indien tijdelijke grondwateronttrekkingen plaatsvinden dient dit met hoogheemraadschap afgestemd te worden. Algemene aandachtspunten en vervolg: − Kering; zie eerste bullet. − Een berekening van de toename van verhard oppervlak en uiteindelijk een nadere uitwerking van de waterhuishouding. De berekening van toename van verhard oppervlak is in deze notitie indicatief gemaakt. De nadere uitwerking vindt in een later stadium plaats. − Mogelijkheid voor drijvende woningen. Deze zijn niet voorzien in het SP.
− De aansluiting van het nieuwe systeem op het bestaande systeem aan de plangrenzen dient met peil regulerende kunstwerken te worden uitgevoerd. Dit kan in de nadere uitwerking van het plan plaatsvinden. − Vervolgproces bestaat uit het opstellen van een ontwerp, het doorlopen van de ruimtelijke procedure (waterparagraaf) en het aanvragen van vergunningen.
Aandachtspunten van de gemeenten richten zich op: • •
• • •
De groenblauwe structuur / wadi’s. Het cunet onder de wadi’s kan doorgegraven worden tot de diepere zandlaag, om infiltratie en vasthouden binnen het plangebied mogelijk te maken. De gemeente Utrecht stelt de eis dat minimaal 90% van de jaarlijkse neerslag in het plangebied geïnfiltreerd dient te worden op de plek waar het valt. Dit komt neer op de infiltratie van 15 mm voor al het verhard oppervlak binnen het plangebied. Water dat op daken wordt geborgen hoeft niet te worden geïnfiltreerd. De voorkeurstrits is hergebruik, vasthouden, bergen. De afvoerelementen onder en in de verharding. Vanuit beheer en onderhoud wordt het gebruik van ondergrondse goten niet aangeraden. Voor gootjes in het trottoir is toegankelijkheid een aandachtspunt. Afstemming tussen het onderhavige plan en plan Taats Noord m.b.t. het oppervlaktewatersysteem is noodzakelijk. Klimaatadaptatie. Er is behoefte aan inzicht in het functioneren van het ontwerp bij hevige neerslag (80 mm in 1 uur). Overlast bij woningen dient bij deze bui voorkomen te worden.
1.3 Afwateringsprincipes 1.3.1 Verwerking regenwater De verwerking van hemelwater wordt in het plangebied vormgegeven door een groenblauwe structuur. Elk straatprofiel wordt voorzien van een groene greppel, waar regenwater oppervlakkig naartoe wordt geleid. Om locaties af te kunnen wateren waar oppervlakkige afvoer niet mogelijk is, zoals de parkeerhoven en pleinen, wordt aanvullende een robuust regenwaterriool aangelegd. De groene greppels zorgen voor oppervlakkige berging en afvoer van regenwater. Bij een extreme belasting zorgen slokops voor een versnelde afvoer naar het regenwaterriool. Onderdeel van het plan is een toename van de hoeveelheid oppervlaktewater in het plangebied.
datum referentie
3 februari 2022 162399_AdB_MEM_0001_v3
P 2/4 41
Het dakwater en het water van de infrastructuur wordt zoveel mogelijk middels oppervlakkige afstroming op de greppels aangesloten. Dit betekent dat de weg een afschot heeft richting de greppel die aan één zijde van de infrastructuur ligt. Afwatering vanaf de parkeerhoven binnen de bouwblokken gebeurt middels een HWA stelsel. Dit stelsel vult zich via kolken en voert het water af naar het oppervlaktewater. Het rioleringsstelsel zal voornamelijk de afwatering van de parkeerhoven en het voormalige KWS terrein voor de rekening nemen. Het rioleringsstelsel is een zogenaamd ‘verdronken’ stelsel, wat inhoudt dat het stelsel onder het waterpeil ligt. Het stelsel ligt onder vrij verval naar het oppervlaktewater en beschikt over meerdere uitlaatpunten. 1.3.2 Compensatie verhard oppervlak en berging regenwater De waterhuishouding van de omgeving mag niet verslechteren door realisatie van de voorgenomen ontwikkeling. Het hoogheemraadschap hanteert daarom de stelregel dat een toename van verhard oppervlak binnen het plangebied gecompenseerd dient te worden. Compensatie kan plaatsvinden door het graven van extra oppervlaktewater (stelregel 15% van toename verhard oppervlak) of door het voorkomen van versnelde afstroming van regenwater (een berging voor regenwater, waarin 45 mm voor de toename van het verhard oppervlak geborgen kan worden).
Naast het compenseren van een toename van het verhard oppervlak, dient ook het gedempte oppervlaktewater 1-op-1 gecompenseerd te worden. In de bestaande situatie is ca. 4.270 m2 oppervlaktewater in het plangebied aanwezig. Binnen het plan is in totaal 12.807 m2 oppervlaktewater voorzien. Dit betekent dat er 8.537 m2 oppervlaktewater extra wordt gerealiseerd. Deze hoeveelheid oppervlaktewater kan als compensatie voor de toename van verhard oppervlak ingezet worden. De toename van verhard oppervlak welke in het plan is voorzien bedraagt 80.676 m2 (tabel 1). Conform de regels van het waterschap dient dit gecompenseerd te worden met 12.100 m2 nieuw oppervlaktewater, 3.630 m3 berging of een combinatie van deze twee. Aangezien de toename van oppervlaktewater reeds 8.537 m2 betreft, dient nog rekening gehouden te worden met 3.563 m2 extra oppervlaktewater, of een berging van 1.070 m3. Het oppervlaktewatersysteem binnen Groenewoud geeft middels een knijpstuw de mogelijkheid om bij een bui van 45 mm al het water vast te houden binnen het plangebied. Het waterpeil zakt na de neerslagsituatie door infiltratie in de ondergrond en de geknepen afvoer (landelijke afvoernorm) langs de stuw. Water dat in het oppervlaktewater beland zal daardoor niet persé worden afgevoerd, maar kan middels infiltratie in het gebied verwerkt worden.
De greppels langs de infrastructuur zijn niet meegerekend met de 12.807 m2 oppervlaktewater binnen het SP. Deze greppels dienen als berging voor regenwater. In totaal bevat het plan ca. 5.300 m2 greppel. Met een gemiddelde bergende schijf in de greppels van 0,10 meter (10 centimeter) bedraagt de berging 530 m3. Langs de watergang is waterberging op de oevers voorzien. De waterbergende schijf is gemiddeld 15 centimeter. Het oppervlak oever dat kan inunderen langs de watergang en in de parken is ca. 7.500 m2. Hierdoor kan in deze zone 1.125 m3 geborgen worden. In totaal bieden de greppels en de natuurvriendelijke oevers een waterberging van 1.655 m3, wat de restopgave van 1.070 m3 volledig invult. Naast het oppervlaktewater de greppels en de waterbergende oevers, die gezamenlijk voldoende capaciteit bieden om het regenwater binnen het plan te bergen en af te wateren, zijn er mogelijkheden om water in de fundering van de elementverharding te bergen en worden er 3 klimaatpleinen ingericht in de KWS buurt. Hier is ook waterberging en infiltratie van regenwater mogelijk. Een nadere uitwerking van de klimaatpleinen wordt nog gemaakt. Op dit moment wordt voor de verhardingsberekening rekening gehouden met 100% verharding. Op kavelniveau wordt nog gekeken naar de inrichting van de daken. Platte daken kunnen groen worden ingericht of van waterbergingscapaciteit worden voorzien.