Bijlage bij NvU Dg6 - Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6 (definitief)
Tekst van het document
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
Inhoudsopgave Uitgangspunten
Mobiliteit in deelgebied 6
Onderbouwing
1. Inleiding Module Mobiliteit
2. Utrechts ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid
3. Merwedekanaalzone deelgebied 6
Pagina 3
Pagina 5
Pagina 9
4. Ambities deelgebied 6
5. Eisen, wensen en randvoorwaarden
6. Governance
Pagina 15
Pagina 18
Pagina 34
A. Analyses
B. Mobiliteitsbehoeften toekomstige bewoners
C. Business case
Pagina 38
Pagina 45
Pagina 51
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
2
1. Inleiding Module Mobiliteit
1. Inleiding Module Mobiliteit Utrecht groeit naar circa 455.000 inwoners in 2040. Een groot deel van deze groei vindt plaats in Utrecht-Zuidwest: circa 32.400 woningen en 19.250 arbeidsplaatsen tot 2030 (Integrale Mobiliteitskoers Utrecht Zuidwest, 2020). Dit betekent een verdubbeling van het aantal inwoners en een toename van driekwart van het aantal arbeidsplaatsen. Dit leidt ongeveer tot een verdubbeling van het aantal verplaatsingen. Als gevolg van het effect van de nieuwe ruimtelijke verdichtingslocaties, bijbehorende mobiliteitsmaatregelen en reeds besloten mobiliteitsprojecten neemt het aantal fietsverplaatsingen toe met circa 190%. Het aantal OV-verplaatsingen neemt toe met ca. 143% en het aantal autoverplaatsingen neemt toe met ca. 30%. De verkeersstromen in Utrecht nemen toe, terwijl de fysieke ruimte niet meegroeit. Het mobiliteitssysteem moet dus efficiënter worden ingericht met prioriteit voor schone en ruimte efficiënte vervoermiddelen.
Op basis hiervan is met behulp van de Checklist Module Mobiliteit een longlist van mogelijke mobiliteitsoplossingen voor het gebied samengesteld. De Checklist bouwt voort op de vijf sporen uit de Utrechtse mobiliteitsaanpak zoals beschreven in het Mobiliteitsplan 2040. Op basis van adviezen van experts van de gemeente Utrecht en Arcadis is deze lijst ingekort naar een selectie van kansrijke mobiliteitsoplossingen voor deelgebied 6. Vervolgens is de vertaalslag gemaakt van voorgestelde oplossingen naar eisen, wensen, randvoorwaarden en onderzoeksvragen. Deze rapportage volgt de opbouw van de Module Mobiliteit. Voor de Nota van Uitgangspunten zijn de uitgangspunten voor mobiliteit beschreven in hoofdstuk 4 (de ambities; bouwsteen 6) en hoofdstuk 5 (de eisen, wensen en randvoorwaarden; bouwsteen 8).
De Merwedekanaalzone transformeert naar een hoogwaardige, aantrekkelijke, gezonde en duurzame stedelijke wijk met een combinatie van wonen, werken en voorzieningen. De Merwedekanaalzone is naast het Stationsgebied, Leidsche Rijn Centrum en Sciencepark één van de vier prioritaire gebiedsontwikkelingen die duurzame groei in Utrecht mogelijk maakt. Deze Module Mobiliteit richt zich op deelgebied 6, het meest zuidelijke deelgebied van de Merwedekanaalzone. Wat is de Module Mobiliteit voor deelgebied 6? Mobiliteit is een belangrijke pijler om kwaliteit van leven centraal te laten staan in deelgebied 6 van de Merwedekanaalzone. Mobiliteit vroegtijdig meenemen bij gebiedsontwikkelingen is belangrijk, maar was in het verleden geen vanzelfsprekendheid. De Module Mobiliteit is een manier om mobiliteit op een goede manier, integraal en vroegtijdig mee te nemen in het planvormingsproces. Deze Module Mobiliteit vormt de input voor de Nota van Uitgangspunten (NvU) voor deelgebied 6. De Module Mobiliteit bestaat uit acht verschillende bouwstenen die achtereenvolgens na elkaar zijn uitgewerkt (zie figuur). Na het in beeld brengen van de ontwikkelopgave vormen de analyses van het huidige beleid, het gebied, het omliggende mobiliteitsnetwerk en de toekomstige doelgroep de input voor de ambities en uitgangspunten voor deelgebied 6.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
4
2. Utrechts ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid
2. Utrechts ruimtelijk- en mobiliteitsbeleid Ruimtelijke Strategie Utrecht De Ruimtelijke Strategie Utrecht (RSU) vormt het integraal kader voor alle ruimtelijke ontwikkelingen van Utrecht in de komende 20 jaar waaronder de (her)ontwikkeling van deelgebied 6 in de Merwedekanaalzone. Utrecht kiest voor een stad waarin alle belangrijke functies voor dagelijks gebruik binnen 10 minuten vanaf de woon- en werkomgeving bereikbaar zijn. Hierbij zet de gemeente in op het concentreren van de groei van de stad op een aantal plekken, waar veel stedelijke functies samenkomen: een mix van wonen, werken, voorzieningen en groen. Onderstaande zes stadsprofielen zijn van toepassing op Utrecht in 2040: • Groene stad: het landschap begint bij de voordeur en loopt via groene verbindingen, plantsoenen, parken en groene scheggen naar de diverse landschappen om de stad. De niveaus zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden en zijn als netwerk nodig om tot een goed functionerende groene stad te komen. •
Verbonden stad: accentverschuiving van ruimte om voornamelijk te verplaatsen naar een ruimte om ook te verblijven. Investeren in een veilig, gezond, toegankelijk en ruimte-efficiënt netwerk voor voetgangers, fietsers en openbaar vervoer is noodzakelijk. Het OV-concept Wiel met Spaken zorgt ervoor dat verschillende gebieden in de stad direct met elkaar zijn verbonden zonder overstap op Utrecht Centraal.
•
Compacte stad: groei allereerst zoveel mogelijk in de bestaande stad opvangen. Om verdere groei te accommoderen maakt Utrecht een verstedelijkingssprong van één centrum naar een stad met meerdere kernen. Om vervoersbewegingen te beperken zet Utrecht in op gemengde gebieden waar wonen, werken, voorzieningen en groen in elkaars nabijheid liggen.
•
Inclusieve en betaalbare stad: diversiteit aan (betaalbare) woonmilieus, werkmilieus voor alle doelgroepen met voldoende voorzieningen die voor iedereen bereikbaar zijn.
•
Toekomstbestendige stad: robuuste ruimtelijke structuur die ongeacht de ontwikkelingen overeind blijft en altijd bijdraagt aan gezond stedelijk leven voor iedereen.
•
Vertraagde stad: groene openbare plekken voor stilte, verkoeling, ontmoeting en ontspanning. Lopen en fietsen zijn niet alleen manieren om te verplaatsen, maar ook om te verblijven en dwalen door de stad.
In de RSU zijn elf uitgangspunten geformuleerd die invulling geven aan de ambitie ‘gezond stedelijk leven voor iedereen’ bij de verdere verstedelijking van de stad (zie figuur rechts). Deze uitgangspunten vormen de kaders voor gebiedsontwikkeling de Merwedekanaalzone.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
6
Utrechtse mobiliteitsaanpak De Utrechtse mobiliteitsaanpak is binnen het Mobiliteitsplan 2040 uitgewerkt in vijf samenhangende stappen, die de basis vormen voor het mobiliteitsconcept in de Merwedekanaalzone. 1. Slim bestemmen Utrecht zet in op het verdichten van de bestaande stad om de nabijheid van wonen, werken en andere voorzieningen te vergroten. De gemeente hanteert hierbij de volgende prioritering: (1) verdichten rondom binnenstedelijke knooppunten, (2) verdichten rondom knooppunten aan de rand van de stad en verdichten binnenstedelijk (waaronder deelgebied 6) en (3) buiten de stad. Dit betekent het intensiveren van het aantal werknemers per hectare bedrijvigheid om OV en deelmobiliteit tegen een hogere kwaliteit aan te kunnen bieden en de sociale veiligheid te borgen. 2. Anders reizen Utrecht zet in op het stimuleren van minder reizen (bijvoorbeeld door thuiswerken en thuis studeren), reizen op ander tijdstippen (buiten de spits) en anders reizen door het gebruik van gezonde en gedeelde vervoerswijzen. De nadruk ligt op het STOMP-principe, waarbij lopen en fietsen prioriteit krijgen, gevolgd door OV en deelmobiliteit. De privéauto komt op de laatste plaats. 3. Netwerk op orde Het Utrechtse multimodale mobiliteitsnetwerk is vormgegeven als een wiel met spaken.
Dit houdt in dat doorgaand verkeer buitenom via het wiel rijdt en bestemmingsverkeer via de radialen de stad in. OV-knooppunten aan de rand zijn de overstaplocaties vanuit de regio naar bestemmingen in stedelijk gebied. Voor voetgangers en fietsers geldt een fijnmazig netwerk, met een maaswijdte van 50-100 meter voor voetgangers bij nieuwe gebiedsontwikkelingen. Voor fiets wordt ingezet op spreiding van drukke stromen, verbeteren van routes, prioriteit bij kruispunten en aandacht voor gedrag. Ten slotte, voor OV betekent dit het versnellen van de SUNIJ-lijn via de Europalaan naar Utrecht Centraal. Verdere groei van autoverkeer wordt zoveel mogelijk geremd en voorkomen. 4. Slim parkeren Slim parkeerbeleid wordt ingezet om efficiënt om te gaan met de bestaande parkeercapaciteit. De auto verdwijnt van de straat door parkeerplekken te realiseren in parkeergarages of voorzieningen aan de rand van de stad. Betaald parkeren voorkomt dat parkeeroverlast ontstaat of de bereikbaarheid van Utrecht in het geding komt.
5. Slim sturen Om duurzame modaliteiten prioriteit te geven zet Utrecht in op het slim sturen van verkeersstromen. Door kruispunten anders vorm te geven en verkeerslichten anders af te stellen geeft Utrecht prioriteit aan lopen, fietsen en OV. Daarnaast wordt dynamisch verkeersmanagement ingezet om de routekeuze te beïnvloeden. Als beide opties niet het gewenste resultaat geven dan worden bepaalde vervoerswijzen niet meer toegestaan op het kruispunt. Netwerkeffecten worden bekeken om te onderzoeken of de keuzes leiden tot nieuwe afwegingen voor andere locaties. Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
7
Mobiliteitsbeleid Merwedekanaalzone In de Omgevingsvisie Merwedekanaalzone zijn de kaders vastgelegd voor de transformatie van de hele Merwedekanaalzone naar een gemengd, aantrekkelijk, duurzaam en gezond leefmilieu met 10.000 woningen. Het gebied kan daarmee beter voorzien in de behoefte aan betaalbare woningen in Utrecht én meer bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit en leefbaarheid van de stad. Om in hoge dichtheden te kunnen bouwen is het voorwaardelijk dat de openbare ruimte hoogwaardig wordt ingericht. Een groene inrichting primair gericht op verblijf, ontmoeten, wandelen, fietsen, sporten en spelen. De ambities voor de Merwedekanaalzone ten aanzien van mobiliteit zijn verder vastgelegd in de Mobiliteitsvisie Merwedekanaalzone. Kwaliteit van leven staat centraal in de Merwedekanaalzone en wordt in het mobiliteitsconcept uitgewerkt door actieve mobiliteit een prominente plek te geven in het gebied. Conform het STOMP-principe zijn lopen en fietsen de belangrijkste vervoerswijzen, gevolgd door openbaar vervoer en deelmobiliteit en ten slotte de privéauto. Dit betekent voorzieningen op loop- en fietsafstand, een fijnmazig langzaam verkeersnetwerk, hoogwaardig openbaar vervoer en inzet van deelmobiliteit. Vanwege de mobiliteitstransitie wordt het gebied autoluw ingericht met lage parkeernormen.
Voor logistiek wordt ingezet op oplossingen voor bevoorrading en pakketbezorging die weinig verkeersbewegingen in het gebied opleveren.
Voorzieningen op loop- of fietsafstand Dagelijkse voorzieningen zoals kinderopvang, basisschool, supermarkt en openbaar vervoer bevinden zich op loop- of fietsafstand van de woning zodat de auto niet gebruikt hoeft te worden. In de Merwedekanaalzone wordt ingezet op een fijnmazig loop- en fietsnetwerk met een maaswijdte van maximaal 100 meter voor voetgangers en circa 400 meter voor fietsers. Dit vraagt om nieuwe en ruimere verbindingen over het Merwedekanaal voor het verbeteren van de oostwest verbindingen. Op deze manier zijn voorzieningen buiten de Merwedekanaalzone goed bereikbaar vanuit het gebied, is de omgeving goed verbonden met de nieuwe stadswijk en verbetert de algehele stedelijke fietsstructuur. Openbaar vervoer en deelmobiliteit Het openbaar vervoer in de Merwedekanaalzone is hoogwaardig en frequent. Verschillende opties voor een hoogwaardig openbaar vervoerconcept worden hiervoor onderzocht zoals het tracé van de Merwedelijn. Deelmobiliteit wordt als onderdeel van het woonconcept laagdrempelig aangeboden en het aanbod ontwikkelt mee met het gebruik. Deelvervoermiddelen zijn in het gebied beschikbaar op loopafstand. Met een digitaal deelplatform kunnen gebruikers gemakkelijk en naadloos mobiliteit plannen. Parkeren De Merwedekanaalzone is een autoluw gebied waarvan de openbare ruimten in principe autovrij zijn.
Parkeervoorzieningen, deelauto’s en logistieke voorzieningen worden zoveel mogelijk ondergebracht in mobiliteitshubs aan de randen van het gebied. In de Merwedekanaalzone wordt toegewerkt naar een lage parkeernorm conform de A2-zone in de binnenstad. Tevens wordt parkeren op afstand ingezet zoals bij P+R Westraven aan de rand van de stad. Kantoren en bedrijven gaan mee in deze ontwikkeling.
Bron: Omgevingsvisie Merwedekanaalzone Deel 2
De parkeergebouwen worden adaptief ingericht. Als blijkt dat het autoluw concept succesvol is dan worden de gebouwen getransformeerd naar andere functies. Als meer capaciteit nodig is, dan kan capaciteit (tijdelijk) worden bijgebouwd. Voor fietsparkeren gelden hogere parkeernormen ter ondersteuning van het mobiliteitsconcept. Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
8
3. Merwedekanaalzone deelgebied 6
3. Merwedekanaalzone deelgebied 6 Ligging en bereikbaarheid van het gebied De Merwedekanaalzone ligt in de wijk Utrecht-Zuidwest aan de oostzijde van Kanaleneiland. Deelgebied 6 maakt deel uit van de Merwedekanaalzone en behoort samen met de Woonboulevard (aan de overzijde van de Europalaan), Westraven en Galecop (ten zuiden van de A12) tot de A12-zone. Deelgebied 6 ligt ingeklemd tussen de A12 aan de zuidzijde, de Europalaan aan de westzijde, de Beneluxlaan aan de noordzijde en het Merwedekanaal aan de oostzijde (zie figuur rechts). Fietsers en voetgangers kunnen de Europalaan op drie locaties oversteken (van noord naar zuid): op het Europaplein, ter hoogte van de Australiëlaan en Hollantlaan. Een voetgangersbrug verbindt het gebied met de tramhalte, bushalte in zuidelijke richting en de parallelweg aan de westzijde (zie figuur onder). Met de voetgangersbrug over de rijbanen voor de auto, busbaan en fietspad komt de barrièrewerking van de Europaweg duidelijk naar voren. Fietsers maken gebruik van een vrij liggend fietspad aan de oostzijde. Op de Beneluxlaan is aan beide zijden van de weg een vrij liggend fietspad voor beide richtingen aangebracht. Langzaam verkeer kan de Beneluxlaan oversteken bij de rotonde op het Europaplein en ongelijkvloers ter hoogte van de Socratesbrug.
Het Merwedekanaal is op twee locaties over te steken voor langzaam verkeer: aan de noordzijde van het gebied ter hoogte van de Socratesbrug en aan de zuidzijde van het gebied bij de A12.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
10
De Europalaan vormt de stedelijke verbindingsweg tussen Kanaleneiland en de A12. Deelgebied 6 is via de Europalaan-Zuid direct verbonden met de A12. Het gebied kent hierdoor een goede autobereikbaarheid. In de huidige inrichting van het gebied is de auto dominant aanwezig. Het gebied kenmerkt zich met veel parkeren op straat en in parkeergarages, weinig groen en veel steen (zie foto’s rechts). Het gebied is goed verbonden met het openbaar vervoer. De Sneltram Utrecht – Nieuwegein / IJsselstein (SUNIJ) loopt langs het plangebied en verbindt het gebied via de Europalaan en de Beneluxlaan met Utrecht Centraal (8 min). Tramhalte Kanaleneiland-Zuid ligt aan de westzijde van de Europalaan en is met een voetgangersbrug verbonden met het plangebied. Daarnaast verbinden buslijnen het gebied met Utrecht Centraal, -Centrum, -Lunetten, De Uithof en de regio.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
11
Ontwikkelopgave deelgebied 6 Vanuit versnellingsafspraken met het Rijk voor Groot Merwede is de opgave voor deelgebied 6 om circa 1.500-2.000 woningen te realiseren (zie Nota van Uitgangspunten, NvU). In deelgebied 6 verschuift de dominantie van kantoren, bedrijven en parkeervoorzieningen naar een gemengd gebied met nadruk op de combinatie van wonen, werken en voorzieningen.
Programmaverdeling
Woonprogramma
Het plangebied bestaat grofweg uit drie delen. Een noordelijke strook bebouwing ten noorden van de Vliegend Hertlaan met bestaande kantoren en woningen en woningen die in aanbouw zijn. Een zuidelijke strook bebouwing ten zuiden van de Winthontlaan met bestaande kantoren, het Van der Valk Hotel en het Holland Casino. Het middengebied betreft het gebied tussen de Vliegend Hertlaan en de Winthontlaan. Fase 1 van de herontwikkeling van deelgebied 6 is hoofdzakelijk gericht op het oostelijke deel van dit middengebied. Hier is een woonprogramma voorzien van circa 1.500 woningen. De westzijde kent een goed verhuurd kantoorprogramma waarvoor transformatie voorlopig niet nodig en haalbaar is. In de NvU van deelgebied 6 wordt nader invulling gegeven aan de ontwikkelingsmogelijkheden. Fase 2 richt zich met name om de westzijde van het middengebied. Het is echter nog onduidelijk hoe dit gebied zich ontwikkelt. De NvU doet hierom geen concrete uitspraken over fase 2. De eigendomssituatie in het plangebied is divers. Zo is de zuidelijke strook geheel in particulier eigendom maar is er bij de noordelijke strook en het middengebied sprake van particulier bezit en erfpacht. Het eigendom is verdeeld over diverse eigenaren. De gemeente Utrecht heeft in 2022 een Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) geplaatst op het oostelijke deel van deelgebied 6.
Maatschappelijke voorzieningen
Hotel
Kantoren
Casino
Bedrijven
Parkeervoorzieningen
Commerciële voorzieningen
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
12
Bereikbaarheid voorzieningen vanuit deelgebied 6 De Ruimtelijke Strategie Utrecht stelt dat dagelijkse voorzieningen binnen 10 minuten bereikbaar zijn van de woon- en werkomgeving. Nabijheid van dagelijkse voorzieningen draagt bij aan het verminderen van de verwachte verkeersgeneratie. Een grote nabijheid van voorzieningen betekent dat meer voorzieningen binnen loopof fietsafstand te bereiken zijn. Op de kaart hiernaast is weergegeven welke voorzieningen vanuit deelgebied 6 binnen 10 minuten lopen en fietsen bereikbaar zijn. In algemene zin wordt de barrièrewerking van het Merwedekanaal zichtbaar doordat voorzieningen aan de oostzijde minder goed bereikbaar zijn. Vanwege de gewenste realisatie van een kinderopvang, basisschool en gezondheidscentrum in het plangebied zijn deze voorzieningen voor alle bewoners van het deelgebied binnen 10 minuten bereikbaar. Een middelbare school, supermarkt en sportvoorzieningen zijn voor een deel van de bewoners niet binnen 10 minuten lopen te bereiken. Deze voorzieningen zijn daarentegen binnen 10 minuten fietsen wel voor iedereen bereikbaar. De stations Utrecht Vaartsche Rijn en Utrecht Lunetten zijn eveneens binnen 10 minuten fietsen te bereiken en de fietstijd naar Utrecht Centraal bedraagt iets meer dan 10 minuten. De fiets kan hierdoor goed ingezet worden voor ketenreizen.
Het ziekenhuis bevindt zich voor alle bewoners op grotere afstand. Voorziening
10 min lopen
Ledig Erf
Utrecht Science Park
Utrecht Centraal
Utrecht Vaartsche Rijn
Galgenwaard Supermarkten
P+R Papendorp
Basisscholen
Utrecht Lunetten Binnen 10 min lopen Woonboulevard
10 min fietsen
P+R Westraven
Binnen 10 min fietsen
Kinderopvang Basisschool Middelbare school
Binnen 20 min fietsen
Supermarkt Gezondheidscentrum
Volledig deelgebied 6
Ziekenhuis
Gedeelte deelgebied 6
Sportpark
Niet vanuit deelgebied 6
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
13
Bereikbaarheid van deelgebied 6 in de regio Voor deelgebied 6 is het gebied in kaart gebracht dat binnen 10, 20, 40 en 60 minuten met verschillende vervoermiddelen bereikbaar is. De bereikbaarheid van het gebied en de kwaliteit van het netwerk zijn hiermee getoetst. Met de (elektrische) fiets zijn alle werkbestemmingen in de directe omgeving van Utrecht binnen 40 minuten te bereiken. Werklocaties die buiten de binnenste schil van Utrecht vallen, zijn met een normale fiets echter niet binnen een uur te bereiken. Met een elektrische fiets daarentegen vallen sommige van deze bestemmingen (zoals Woerden, Hilversum en Soest) net wel binnen een uur reistijd. Voor deze locaties is de elektrische fiets concurrerend met het OV. Dit is met name het geval wanneer de werklocatie zich niet in de nabijheid van een OV-halte bevindt. Vanwege meerdere bus- en tramlijnen die langs het gebied lopen, is de stad Utrecht per OV goed ontsloten. Naast de stad en de directe omgeving biedt het OV ook mogelijkheden voor bestemmingen verder weg. Door de sterke connectie met Utrecht Centraal is een groot deel van Amsterdam binnen 60 minuten met het OV bereikbaar.
Fiets
Maarssen
Maarssen Woerden
Zeist
Utrecht Centrum
USP
Nieuwegein
Houten
Werklocaties
20 minuten
60 minuten
Woerden
OV
Utrecht Centrum
USP
Nieuwegein
Houten
Zeist
Auto Amsterdam
Amsterdam
Hilversum
Hilversum
Amersfoort
Amersfoort Woerden
Woerden
Ede
Ede Nieuwegein
Veenendaal
Rotterdam Alexander
40 minuten
Amersfoort
Amersfoort
Gouda
10 minuten
Soest
Soest
Hoewel OV voor veel werklocaties een goede vervoeroptie vormt, biedt de auto (in filevrije situatie) in veel gevallen een sneller alternatief. De ligging van deelgebied 6 aan de Europalaan met een directe aansluiting op de A12, maakt dat automobilisten snel de snelweg op kunnen rijden. Om de Utrechtse ambitie om de auto een minder prominente rol te laten spelen waar te maken, is het belangrijk om maatregelen te treffen die de aantrekkelijkheid van fiets en OV vergroten en autogebruik ontmoedigen.
Deelgebied 6
Elektrische fiets Hilversum
Hilversum
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
Gouda Arnhem
Nieuwegein
Veenendaal Arnhem
Rotterdam Alexander
14
4. Ambities deelgebied 6
4. Ambities deelgebied 6 Op basis van het Utrechtse mobiliteitsbeleid voor de stad Utrecht en Merwedekanaalzone en de kenmerken van deelgebied 6 zijn ambities benoemd voor het plangebied. Deze ambities zijn benoemd voor de mobiliteitssporen in het Utrechtse mobiliteitsbeleid (zie rechts) en de verschillende mobiliteitsthema’s (zie volgende pagina). Deze ambities vormen het uitgangspunt voor het mobiliteitsconcept in deelgebied 6. De eisen, wensen en randvoorwaarden vormen de uitwerking van deze uitgangspunten voor mobiliteit in het gebied (zie hoofdstuk 5).
Ambitie mobiliteitssporen 1. Slim bestemmen Alle dagelijkse voorzieningen zijn vanaf deelgebied 6 binnen 10 minuten lopen en fietsen bereikbaar. Binnen het plangebied is ruimte voor een mix van functies (wonen, werken en voorzieningen) om (auto)verplaatsingen naar bestemmingen buiten het gebied zoveel mogelijk te beperken. De bestemmingen in deelgebied 5 zijn vanuit deelgebied 6 bereikbaar via directe loop- en fietsverbindingen. 2. Anders reizen Bewoners en bezoekers van deelgebied 6 worden gestimuleerd om waar mogelijk niet of met duurzame, actieve en ruimtebesparende vervoermiddelen te reizen. Lopen en fietsen krijgen prioriteit, gevolgd door OV en deelmobiliteit. Om drukte te spreiden wordt ingezet op reizen op ander tijdstippen en andere routes, bij voorkeur met een duurzaam vervoermiddel. 3. Netwerk op orde De infrastructuur voor lopen en fietsen is binnen deelgebied 6 dominant aanwezig en er zijn hoogwaardige loop-, fiets- en OV-verbindingen naar bestemmingen buiten het gebied. Dit betekent rechtstreekse hoogfrequente OV-verbindingen naar de rest van de stad en werkbestemmingen in de regio. Autoverkeer krijgt beperkte ruimte in het gebied en wordt aan de randen van het gebied afgevangen. 4. Slim parkeren Deelgebied 6 is autoluw en parkeren in de openbare ruimte kan alleen met de fiets.
De bestaande parkeercapaciteit in gebouwde voorzieningen aan de randen van het gebied wordt zoveel mogelijk benut. Voor de fiets is er een ruim aanbod aan fietsparkeervoorzieningen voor bewoners en bezoekers, nabij de entree van woningen en voorzieningen. 5. Slim sturen De barrièrewerking van de Europalaan, Beneluxlaan, Merwedekanaal en A12 wordt geminimaliseerd door het verbeteren van de bestaande loop- en fietsverbindingen. De positionering van autoparkeergarages aan de randen van het gebied zorgt voor een scheiding van verkeersstromen in het gebied.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
16
Ambitie mobiliteitsthema
Ambitie mobiliteitsthema
Nabijheid Alle dagelijkse voorzieningen zijn lopend of fietsend binnen 10 minuten te bereiken via aantrekkelijke, directe loop- en fietsverbindingen. De meest essentiële dagelijkse voorzieningen bevinden zich binnen 10 minuten loopafstand.
Auto Het gebied is autovrij afgezien van de inprikkers. Parkeren vindt deels plaats in het plangebied in collectieve parkeervoorzieningen aan de randen. Ook is er parkeercapaciteit beschikbaar op afstand buiten het plangebied. De autoafhankelijkheid is laag en gebruik wordt ontmoedigd.
Lopen De voetganger heeft prioriteit. In de openbare ruimte staat verblijven en verplaatsen te voet en met de fiets centraal. Directe, aantrekkelijke en toegankelijke wandelroutes verbinden het gebied met de omgeving waarbij de barrièrewerking van omliggende infrastructuur is geminimaliseerd. Fietsen Fietsen is na lopen de belangrijkste manier van verplaatsen in het gebied en de belangrijkste manier van verplaatsen van/naar de rest van Utrecht. Directe, aantrekkelijke en toegankelijke fietsroutes die de barrièrewerking van omliggende infrastructuur slechten, verbinden het gebied met de binnenstad en de omgeving. Fietsparkeren wordt optimaal gefaciliteerd voor bewoners en bezoekers. Openbaar vervoer Deelgebied 6 is met hoogfrequent openbaar vervoer verbonden met Utrecht Centraal en de rest van de regio. OV vormt daarmee een volwaardig alternatief voor de auto naar belangrijke bestemmingen buiten het plangebied.
Logistiek Logistieke stromen komen gebundeld binnen in het plangebied. Binnen het gebied is logistiek emissievrij en wordt het aantal bewegingen geminimaliseerd.
Zero emissie Het gebruik van zero-emissie vervoermiddelen wordt gestimuleerd. Oplaadinfra wordt aangelegd in samenhang met de groei van volledig uitstootvrij vervoer.
Digitalisering Bestaande slimme data- en mobiliteitstoepassingen worden gebruikt voor een digitaal deelplatform waarbij gebruikers met één smartphone-applicatie hun individuele mobiliteit kunnen plannen. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten op bestaande diensten.
Deelmobiliteit Deelmobiliteit is overal in het gebied op loopafstand aanwezig en is afgestemd op de behoeften van gebruikers van het gebied. Het gebruik van deelauto’s, deelbakfietsen en deelfietsen is gemakkelijker en aantrekkelijker dan het bezit en gebruik van de eigen auto.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
17
5. Eisen, wensen en randvoorwaarden
5. Eisen, wensen en randvoorwaarden De eisen, wensen en randvoorwaarden voor mobiliteit in deelgebied 6 zijn per thema samengevat op de volgende pagina’s. Hierin komen alle mobiliteitsthema’s uit het Utrechtse Mobiliteitsplan terug. Per thema is conform de werkwijze in de Module Mobiliteit onderscheid gemaakt tussen: Ambitie: Welke ambities gelden voor deelgebied 6? Eisen: Welke toetsbare eis wordt gesteld om de ambitie te behalen? Wensen: Welke wens kan verder bijdragen aan het behalen van de ambitie? Randvoorwaarden: Welke randvoorwaarden moeten worden ingevuld om de ambitie te behalen? Onderzoeksvragen: Wat zijn onderzoeksvragen bij de verdere uitwerking voor mobiliteit in deelgebied 6? Voor de eisen, wensen en randvoorwaarden is daarnaast aangegeven voor welke realisatiefase de betreffende maatregel geldt. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: 1. Start: Geldt vanaf de start van de ontwikkeling. 2. Gefaseerd: Geldt bij oplevering van het betreffende perceel. 3. Eindsituatie: Geldt bij oplevering van het gebied.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
19
Nabijheid Ambitie Alle dagelijkse voorzieningen zijn lopend of fietsend binnen 10 minuten te bereiken via aantrekkelijke, directe loop- en fietsverbindingen. De meest essentiële dagelijkse voorzieningen bevinden zich binnen 10 minuten loopafstand.
#
Eis
E1
Alle dagelijkse voorzieningen, zoals groen, scholen, kinderopvang, supermarkt, zijn binnen 10 minuten loopafstand vanaf de woon- of werkomgeving bereikbaar.
2. Gefaseerd
E2
Alle wekelijkse voorzieningen, zoals als sportvoorzieningen en zorg, zijn binnen 10 minuten fietsafstand van de woon- of werkomgeving bereikbaar.
2. Gefaseerd
E3
Functiemenging van wonen, werken en voorzieningen om te zorgen voor minder en minder lange verplaatsingen.
3. Eindsituatie
E4
Verdichten van bedrijvigheid en aantal werknemers op loop- en fietsafstand van OV en voorzieningen voor deelmobiliteit om deze met hogere kwaliteit te kunnen organiseren.
3. Eindsituatie
E5
Zo veel mogelijk ruimtelijk scheiden van verblijfs- en gemotoriseerd verkeersruimte om de openbare ruimte een veilige, groene en rustige uitstraling te geven die aantrekkelijk is om te verblijven.
3. Eindsituatie
#
Wens
W1
De entree van woningen en voorzieningen krijgen een primaire oriëntatie op de voetgangers- en fietsontsluiting.
#
Randvoorwaarde
R1
(Regionale) wekelijkse voorzieningen die autoverkeer aantrekken of genereren, worden geweerd.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
2. Gefaseerd
3. Eindsituatie
20
Lopen Ambitie De voetganger heeft prioriteit. In de openbare ruimte staat verblijven en verplaatsen per voet en fiets centraal. Directe, aantrekkelijke en toegankelijke wandelroutes verbinden het gebied met de omgeving waarbij de barrièrewerking van omliggende infrastructuur is geminimaliseerd.
#
Eis
E1
Alle bestemmingen in deelgebied 6 zijn voor iedereen te voet goed toegankelijk.
1. Start
E2
Via een netwerk van looproutes zijn alle functies in het gebied en de haltes van het openbaar vervoer goed bereikbaar.
1. Start
E3
Voorzieningen zijn geclusterd langs de belangrijkste looproutes.
3. Eindsituatie
E4
Breedte van het voetgangersnetwerk is afgestemd op verwachte verkeersintensiteit bij volledige oplevering van deelgebied 6 en in samenhang met het ruimtelijke ontwerp, waarbij de maatvoering (conform CROW-richtlijnen) in acht wordt genomen.
3. Eindsituatie
E5
Het voetgangersnetwerk heeft een maaswijdte van maximaal 100 meter met voldoende logisch gelegen oversteekvoorzieningen naar buiten de wijk.
3. Eindsituatie
E6
De Zeehaenkade, welke onderdeel is van Rondje Stadseiland en een belangrijke fietsverbinding vormt, is tevens aantrekkelijk ingericht als recreatieve loopverbinding.
2. Gefaseerd
#
Wens
W1
Loop- en fietsbrug ter hoogte van de Jutfasepunt (westelijk deel).
2. Gefaseerd
W2
Recreatieve looproute vanuit het deelgebied en langs het Merwedekanaal.
3. Eindsituatie
#
Randvoorwaarde
R1
Veilige oversteken voor voetgangers en fietsers op maaiveldniveau over de Europalaan en de Beneluxlaan.
3. Eindsituatie
R2
Verbeteren van de oversteekbaarheid van de Europalaan voor nieuwe oost-westfietsroutes door het beter vormgeven van de oversteken.
3. Eindsituatie
R3
Bij gereguleerde kruisingen geldt de volgende prioritering: voetganger, fietser, OV, auto.
1. Start
R4
Kruispunten zijn goed en veilig oversteekbaar met voldoende kansen om veilig over te steken, korte oversteeklengtes en korte wachttijden.
2. Gefaseerd
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
21
Lopen Ambitie De voetganger heeft prioriteit. In de openbare ruimte staat verblijven en verplaatsen per voet en fiets centraal. Directe, aantrekkelijke en toegankelijke wandelroutes verbinden het gebied met de omgeving waarbij de barrièrewerking van omliggende infrastructuur is geminimaliseerd.
#
Onderzoeksvraag
O1
Zijn extra voetgangersbruggen te rechtvaardigen bezien vanuit bereikbaarheid, ordegrootte van de voetgangersstromen en recreatief oogpunt?
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
22
Fietsen Ambitie Fietsen is na lopen de belangrijkste manier van verplaatsen in het gebied en de belangrijkste manier van verplaatsen van/naar de rest van Utrecht. Directe, aantrekkelijke en toegankelijke fietsroutes die de barrièrewerking van omliggende infrastructuur slechten, verbinden het gebied met de binnenstad en de omgeving. Fietsparkeren wordt optimaal gefaciliteerd voor bewoners en bezoekers.
#
Eis
E1
Via een netwerk van fietsroutes zijn alle functies in het gebied en de haltes van het openbaar vervoer goed bereikbaar.
1. Start
E2
Breedte van het fietsersnetwerk is afgestemd op de verwachte verkeersintensiteit bij volledige oplevering van deelgebied 6 en in samenhang met het ruimtelijke ontwerp, waarbij de maatvoering (conform CROW-richtlijnen) in acht wordt genomen.
3. Eindsituatie
E3
Fijnmazig hoofdfietsroutenetwerk met een maaswijdte van maximaal 400 meter om de drukte te spreiden en fietsen te stimuleren.
3. Eindsituatie
E4
De fietsstructuur in deelgebied 6 sluit direct aan op de hoogwaardige, brede en verkeersluwe routes die deelgebied 6 verbinden met de rest van de stad en de regio.
1. Start
E5
De verbinding tussen deelgebied 6 en de Socratesbrug is verbeterd om de fietsaantrekkelijkheid te vergroten.
1. Start
E6
Er zijn comfortabele, brede tweerichting fietspaden langs de Europalaan en de Beneluxlaan.
1. Start
E7
Dag en nacht kan men snel, veilig en comfortabel vanaf parkeren op afstand naar de Merwedekanaalzone fietsen.
1. Start
E8
Voor fietsparkeerplaatsen voor woningen, commerciële en maatschappelijke voorzieningen gelden de gemeentelijke parkeernormen voor gebied centrum A2.
1. Start
E9
Het grootste deel van de fietsparkeerplaatsen wordt inpandig gefaciliteerd en de rest van de fietsparkeerplaatsen bevindt zich in de openbare ruimte.
2. Gefaseerd
E10
20% van de fietsparkeerplaatsen is geschikt voor stallen van speciale fietsen zoals fietsen met mandjes, cargobikes en escooters.
2. Gefaseerd
E11
Fietsparkeren voor bewoners wordt per blok gefaciliteerd, zo veel mogelijk nabij entrees en inpandig op maaiveld.
1. Start
E12
Fietsparkeren voor bezoekers en publieke voorzieningen wordt op gebiedsniveau gefaciliteerd, zo veel mogelijk in collectieve voorzieningen, inpandig of gebouwd (bijvoorbeeld in parkeergarages of een ondergrondse parkeerkuil) en goed bereikbaar vanaf fiets- en looproutes.
3. Eindsituatie
E13
Voor kort parkeren kunnen mensen hun fiets kwijt in de openbare ruimte in een beperkt aantal daarvoor bestemde parkeervakken. Deze zijn verspreid door de wijk aanwezig zonder dat dit tot overlast in de openbare ruimte mag leiden.
1. Start
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
Fietsbruggen In de huidige situatie is de dichtstbijzijnde verbinding vanuit deelgebied 6 over het Merwedekanaal de Socratesbrug. De ontwikkeling van fase 1 leidt niet direct tot een (te) grote toename van fietsers op de Socratesbrug. Dit komt mede door de reeds geplande verbreding van de fietspaden aan beide zijde van, naar en op de Socratesbrug, als onderdeel van de herinrichting Socrateslaan. Met de verwachte verdere groei van Utrecht en Zuidwest in het bijzonder zal het fietsverkeer verder toenemen. Vanuit de ontwikkeling van deelgebied 6 is de verwachting dat tussen fase 1 en de volledige realisatie van deelgebied 6 (in fase 2) een verdere spreiding van het fietsverkeer en verdichting van het fietsnetwerk - en daarmee een brug ter hoogte van de Jutfasepunt - noodzakelijk wordt. Zie bijlage A4 voor een toelichting van de analyse.
23
Fietsen Ambitie Fietsen is na lopen de belangrijkste manier van verplaatsen in het gebied en de belangrijkste manier van verplaatsen van/naar de rest van Utrecht. Directe, aantrekkelijke en toegankelijke fietsroutes die de barrièrewerking van omliggende infrastructuur slechten, verbinden het gebied met de binnenstad en de omgeving. Fietsparkeren wordt optimaal gefaciliteerd voor bewoners en bezoekers.
#
Wens
W1
Loop- en fietsbrug ter hoogte van de Jutfasepunt tussen fase 1 en volledige realisatie van deelgebied 6 als Socratesbrug onvoldoende capaciteit biedt.
2. Gefaseerd
W2
Fietsbrug ter hoogte van de Overijssellaan voor het vergroten van de fijnmazigheid van het stedelijk fietsnetwerk.
3. Eindsituatie
W3
Fietspaden langs de Europalaan en Beneluxlaan zijn verlengd naar het zuiden en sluiten aan op de fietspaden bij P+R Westraven.
2. Gefaseerd
#
Randvoorwaarde
R1
Veilige oversteken voor voetgangers en fietsers op maaiveldniveau over de Europalaan en de Beneluxlaan.
1. Start
R2
Verbeteren van de oversteekbaarheid van de Europalaan voor nieuwe oost-westfietsroutes door het beter vormgeven van de oversteken.
2. Gefaseerd
R3
Bij gereguleerde kruisingen geldt de volgende prioritering: voetganger, fietser, OV, auto.
1. Start
R4
Fietsers krijgen bij verkeerslichten waar mogelijk langer of vaker groen.
2. Gefaseerd
#
Onderzoeksvraag
O1
Wanneer zijn extra fietsbruggen ter hoogte van de Jutfasepunt en Overijssellaan noodzakelijk bezien vanuit bereikbaarheid, verkeersveiligheid, comfort en ordegrootte van de fietsersstromen?
O2
Is het mogelijk om de fietspaden langs de Europalaan en Beneluxlaan naar het zuiden te verlengen om daarmee aan te sluiten op de fietspaden bij P+R Westraven?
O3
Welke verdeling tussen inpandig fietsparkeren en fietsparkeren in de openbare ruimte is wenselijk in deelgebied 6 bezien vanuit financiële haalbaarheid en ruimtelijke inpasbaarheid?
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
24
Openbaar vervoer Ambitie Deelgebied 6 is met hoogfrequent openbaar vervoer verbonden met Utrecht Centraal en de rest van de regio. OV vormt daarmee een volwaardig alternatief voor de auto naar belangrijke bestemmingen buiten het plangebied.
#
Eis
E1
OV-haltes rond het plangebied zijn goed bereikbaar via herkenbare loop- en fietsroutes.
3. Eindsituatie
E2
Bij OV-haltes rond het plangebied zijn voorzieningen voor fietsparkeren aanwezig om een eenvoudige overstap te faciliteren.
1. Start
E3
Een tramhalte voor de SUNIJ-tram en een bushalte voor regionale buslijnen op de Europalaan zijn overal in het gebied binnen 10 minuten lopen bereikbaar.
1. Start
E4
Alle OV-haltes zijn toegankelijk voor mensen met mobiliteitsbeperking (CROW-richtlijnen).
1. Start
E5
De OV-haltes zijn zichtbaar vanuit het plangebied door vrije zichtlijnen.
3. Eindsituatie
E6
De grootte van de fietsenstalling bij OV-haltes groeit mee met het aantal gebruikers. Hierbij wordt rekening gehouden met het ruimtebeslag van verschillende typen fietsen.
2. Gefaseerd
#
Wens
W1
Realisatie van de Merwedelijn: het versnellen van de tramlijn Nieuwegein en IJsselstein via de Europalaan-Noord (vanaf Europaplein) en van Zijlstweg naar Utrecht Centraal voor betere bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het plangebied.
3. Eindsituatie
W2
De tram-/bushalte op de Europalaan bevindt zich ter hoogte van het midden van het gebied om de loopafstanden te beperken.
3. Eindsituatie
W3
Bedrijven in het gebied worden middels een werkgeversaanpak, welke opgenomen is in de regionale aanpak vanuit de mobiliteitsalliantie Goedopweg, geholpen bij verduurzamen van de mobiliteit van hun werknemers, om de autoafhankelijkheid te verminderen en alternatieven zoals fietsen en OV te stimuleren.
1. Start
W4
De route naar OV-haltes is op elke kruising van de doorgaande loop- en fietsroute aangegeven.
1. Start
#
Randvoorwaarde
R1
Deelgebied 6 is 7 dagen per week verbonden met frequent openbaar vervoer van hoge kwaliteit naar Utrecht Centraal, P+R Westraven, de binnenstad, Utrecht Science Park en de regio (Nieuwegein, IJsselstein).
1. Start
R2
De capaciteit van openbaar vervoer groeit mee met de vervoersvraag en de betrouwbaarheid en doorstroming van OV wordt geoptimaliseerd.
2. Gefaseerd
R3
Goede OV-verbinding tussen P+R Westraven en deelgebied 6 om parkeren op afstand te stimuleren.
1. Start
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
25
Deelmobiliteit Ambitie Deelmobiliteit is overal in het gebied op loopafstand aanwezig en is afgestemd op de behoeften van gebruikers van het gebied. Het gebruik van deelauto’s, deelbakfietsen en deelfietsen is gemakkelijker en aantrekkelijker dan het bezit en gebruik van de eigen auto.
#
Eis
E1
De gemeente faciliteert het publiek-toegankelijke aanbod van deelmobiliteit middels afspraken/vergunningen met deelmobiliteitsaanbieders.
1. Start
E2
Het aangeboden deelmobiliteitsconcept in het gebied sluit aan op het aanwezige stedelijke deelsysteem.
1. Start
E3
Alle deelmobiliteit in het gebied is zo veel mogelijk interoperabel, zodat gebruikers eenvoudig kunnen plannen, reserveren en betalen via MaaS-apps.
2. Gefaseerd
E4
De gebiedsorganisatie ontwikkelt een deelmobiliteitsaanpak die aansluit op de behoeften van zowel bewoners als bezoekers gedurende alle fasen van de gebiedsontwikkeling.
1. Start
E5
Deelauto's bevinden zich overal in het gebied binnen acceptabele loopafstand in parkeervoorzieningen aan de randen van het gebied.
3. Eindsituatie
E6
Deelauto’s zijn inpandig in parkeergarages aanwezig als publieke voorziening, en toegankelijk voor bewoners en bezoekers.
2. Gefaseerd
E7
Deelauto’s staan geclusterd op goed zichtbare parkeervakken, op de beste bereikbare etage van publieke parkeervoorzieningen en nabij ingang of uitgang van de parkeergarage.
1. Start
E8
Deelfietsen en deelscooters zijn aanwezig als publieke voorziening op daarvoor aangewezen publiek-toegankelijke locaties, waarbij zoveel mogelijk wordt aangesloten op fietsparkeren (voor bezoekers). Deze publiektoegankelijke locaties worden hiertoe ingericht door de ontwikkelaar, zodat ze herkenbaar en eenvoudig te gebruiken zijn.
1. Start
#
Wens
W1
Aanbieders van deelmobiliteit en projectontwikkelaars spannen zich gezamenlijk in voor het promoten van deelmobiliteit en/of MaaS-diensten. Hierbij kan worden gedacht aan het lanceren 1. Start van proefabonnementen of het gezamenlijk financieren van deelmobiliteit.
W2
Gebruik van bestaande MaaS-apps wordt zoveel mogelijk gepromoot, zodat gebruikers deelmobiliteit in de stad zoveel mogelijk via hetzelfde systeem kunnen plannen, reserveren en betalen.
#
Onderzoeksvraag
O1
Welke deelmobiliteitsvervoermiddelen zijn passend voor het mobiliteitsconcept in deelgebied 6 en in de verschillende fasen van de ontwikkeling?
O2
Welk aanbod van deelmobiliteit is passend in de verschillende fasen van de ontwikkeling?
O2
Welke loopafstand van woningen/bedrijven/voorzieningen naar deelmobiliteit is acceptabel en realistisch in de verschillende fasen van de ontwikkeling?
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
1. Start
26
Auto Ambitie Het gebied is autovrij afgezien van de inprikkers. Parkeren vindt deels plaats in het plangebied in collectieve parkeervoorzieningen aan de randen van het plangebied. Ook is er parkeercapaciteit beschikbaar op afstand buiten het plangebied. De auto-afhankelijkheid is laag en gebruik wordt ontmoedigd.
#
Eis
E1
Het plangebied is autoluw ingericht. De openbare ruimte is zoveel mogelijk ingericht voor duurzaam bewegen en prettig verblijven.
2. Gefaseerd
E2
De Winthontlaan en Vliegend Hertlaan vormen de toegangswegen vanaf de Europalaan naar de parkeergarages.
1. Start
E3
Toegang tot het plangebied (m.u.v. Winthontlaan en Vliegend Hertlaan) is strikt gereguleerd middels ontheffingen. Ontheffingen kunnen worden verleend afhankelijk van de doelgroep, type voertuig en venstertijd.
2. Gefaseerd
E4
In het hele plangebied geldt een maximumsnelheid van 30 km/h.
1. Start
E5
Binnen het plangebied geldt (m.u.v. Winthontlaan en Vliegend Hertlaan) een maximumsnelheid van 15 km/h.
2. Gefaseerd
E6
Op de Winthontlaan en Vliegend Hertlaan geldt een maximumsnelheid van 30 km/h.
3. Eindsituatie
E7
De Eendrachtlaan is ingericht als autoluwe éénrichtingsweg in zuidelijke richting met passeerstrook voor nood- en hulpdiensten.
3. Eindsituatie
E8
Parkeren vindt plaats in centraal gelegen parkeergarages. Het is in principe niet mogelijk om een privéauto in de openbare ruimte te parkeren. Parkeren in de openbare ruimte is alleen mogelijk voor ontheffingshouders in de daarvoor aangewezen plekken.
3. Eindsituatie
E9
Parkeer- en distributievoorzieningen liggen zo dicht mogelijk tegen de Europalaan aan om verkeershinder in het gebied en conflicten met langzaam verkeer te minimaliseren.
1. Start
E10
De parkeerplaatsen in parkeergarages zijn betaald, openbaar toegankelijk en niet gekoppeld aan individuele woningen.
2. Gefaseerd
E11
Alle stijgpunten in ondergrondse en bovengrondse parkeergarages komen uit in de openbare ruimte om de sociale veiligheid en levendigheid van de openbare ruimte te vergroten.
2. Gefaseerd
E12
Bij de start gelden de parkeernormen conform B1-parkeerregime.
1. Start
E13
Gedurende de transformatie wordt bij het realiseren van parkeervoorzieningen het verschil aan parkeerplaatsen tussen B1- en 2. Gefaseerd A2-parkeerregime op afstand opgelost.
E14
In de eindsituatie gelden parkeernormen conform A2-parkeerregime.
3. Eindsituatie
E15
Het aantal parkeerplaatsen op afstand en de locaties van deze parkeerplaatsen worden per bouwfase in kaart gebracht.
1. Start
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
Verkeersneutraal ontwikkelen Om de bereikbaarheid en doorstroming van deelgebied 6 en de omgeving te borgen nemen we verkeersneutraal ontwikkelen als uitgangspunt voor de ontwikkeling van deelgebied 6. De autonome situatie 2030 nemen we hierbij als referentiesituatie. Voor de ontwikkeling van fase 1 en 2 kijken we naar de hoeveelheid verkeer wat het deelgebied in-/uitrijdt en het effect op de omliggende wegen. Hierbij kijken we naar de maatgevende richting in beide spitsperiodes. Op deze richtingen mag het verkeer niet toenemen. Uit de analyse van de verkeersproductie en -attractie van deelgebied 6 komt naar voren dat de verkeersgeneratie van het nieuw te ontwikkelen programma in fase 1 op etmaalniveau iets hoger ligt dan de referentiesituatie 2030. In de spitsperioden zorgt de ontwikkeling van fase 1 voor een afname van verkeer op de drukste richtingen. Dit komt doordat er werkfuncties verdwijnen en woonfuncties worden toegevoegd. Deze functies hebben een omgekeerd aankomst- en vertrekpatroon, waardoor in dit geval de drukste richtingen worden ontlast. Hierdoor kan fase 1 verkeersneutraal worden ontwikkeld. In fase 2 is de verwachte verkeersgeneratie en verkeersintensiteit op de omliggende wegen in beide scenario's aanmerkelijk hoger dan in de autonome situatie 2030. Dit komt door de verdere intensivering van het programma.
Deze toename wordt deels opgevangen doordat omzetting van werk- naar woonprogramma leidt tot een omgekeerd aankomst- en vertrekpatroon, maar zorgt desondanks voor een grotere toename van verkeer dan fase 1 ten opzichte van de autonome situatie. Dit laat zien dat verkeersneutraal ontwikkelen alleen mogelijk is: • wanneer bij vanaf fase 1 al ingezet wordt op een ambitieus mobiliteitsconcept; • stedelijk en regionaal ingezet blijft worden op een mobiliteitstransitie; • voor fase 2 aanvullende maatregelen op de Europalaan-zuid worden genomen om het (doorgaand) verkeer te verminderen. Zie bijlage A5 voor een toelichting van de analyse.
27
Auto Ambitie Het gebied is autovrij afgezien van de inprikkers. Parkeren vindt deels plaats in het plangebied in collectieve parkeervoorzieningen aan de randen van het plangebied. Ook is er parkeercapaciteit beschikbaar op afstand buiten het plangebied. De auto-afhankelijkheid is laag en gebruik wordt ontmoedigd.
#
Eis
E16
Maximale inzet op dubbelgebruik van parkeerplaatsen voor bewoners, werknemers en bezoekers van het gebied om het totaal aantal parkeerplaatsen in het gebied te beperken.
1. Start
E17
Voor het aanleggen van parkeerplaatsen voor mindervaliden gelden de voorwaarden van het dan geldende parkeerbeleid.
1. Start
E18
De parkeerplaatsen voor mindervaliden worden inpandig of op straat langs de inprikkers gefaciliteerd.
1. Start
#
Randvoorwaarde
R1
De bereikbaarheid van het hele gebied is voor nood- en hulpdiensten gegarandeerd met aangewezen routes en digitale toegang.
1. Start
R2
In het direct omliggende gebied van het plangebied geldt gereguleerd parkeren om overloop parkeren te voorkomen.
1. Start
R3
Openbare parkeerplaatsen zijn niet te koop en worden ook niet voor onbepaalde tijd verhuurd.
1. Start
R4
Abonnementen voor parkeerplaatsen worden in beginsel uitgegeven voor de looptijd van één jaar.
1. Start
R5
Bij de verdeling van de parkeerplaatsen in het plangebied hebben mensen met een beperking voorrang.
1. Start
R6
Parkeren op afstand wordt gefaciliteerd op P+R locaties in Utrecht. Deze locaties zijn van/naar het plangebied 24/7 goed bereikbaar met fiets en OV en liggen binnen acceptabele reistijd. Buiten de reguliere dienstregeling van het openbaar vervoer is deelmobiliteit nodig voor het voor- en natransport.
1. Start
R7
Vanaf de P+R locaties kan je snel, sociaalveilig, verkeersveilig en comfortabel naar het plangebied reizen en vice versa. Dit vraagt om een veilige fietsroute tussen het plangebied en de P+R locaties en om goed verlichte en veilige fietsparkeerplaatsen op de P+R locatie.
1. Start
R8
De zuidzijde van de Europalaan (tussen A12 en Europaplein) wordt ingericht als stadsboulevard. Stadsboulevards zijn ingericht voor wijk-wijkverkeer en niet voor doorgaand verkeer (bijv. naar het centrum). Bij voorkeur krijgen stadsboulevards één rijstrook per richting, gescheiden met een middenberm.
3. Eindsituatie
R9
Doorgaand gemotoriseerd verkeer wordt vanaf A12 buitenom Merwedekanaalzone geleid via goed ingepaste en oversteekbare stadsboulevards.
3. Eindsituatie
R10
Dynamisch verkeersmanagement (zoals dynamische routeinformatie, groene golven) rondom de Merwedekanaalzone wordt benut om het autoverkeer vloeiend te begeleiden via de meest 3. Eindsituatie logische route.
R11
Verkeerslichten op de zuidzijde van de Europalaan (tussen A12 en Europaplein) en op het Europaplein mogen niet meer gemotoriseerd verkeer doorlaten dan verderop in de stad verwerkt 3. Eindsituatie kan worden.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
28
Auto Ambitie Het gebied is autovrij afgezien van de inprikkers. Parkeren vindt deels plaats in het plangebied in collectieve parkeervoorzieningen aan de randen van het plangebied. Ook is er parkeercapaciteit beschikbaar op afstand buiten het plangebied. De auto-afhankelijkheid is laag en gebruik wordt ontmoedigd.
#
Onderzoeksvraag
O1
Hoeveel parkeerplaatsen zijn in het gebied nodig gedurende de transformatie en in de eindsituatie?
O2
Hoeveel parkeerplaatsen en op welke locaties zijn op afstand nodig gedurende de transformatie en in de eindsituatie?
O3
Welke voorzieningen zijn nodig tussen het plangebied en P+R locaties om een goede bereikbaarheid te garanderen?
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
29
Logistiek Ambitie Logistieke stromen komen gebundeld binnen in het plangebied. Binnen het gebied is logistiek emissievrij en wordt het aantal bewegingen geminimaliseerd.
#
Eis
E1
Laad- en losplekken voor lichte logistiek zijn gelegen aan de inprikkers, waar servicepunten aanwezig zijn met pakketkluizen, steekkarren, cargo bikes etc.
2. Gefaseerd
E2
Laad- en losplekken voor grote logistieke voertuigen als vrachtwagens worden altijd inpandig gerealiseerd voor functies die regelmatige leveringen hebben zoals supermarkten.
1. Start
E3
LEV’s hebben te allen tijde toegang tot het autoluwe gebied. Toegang en verblijfsduur voor overige logistieke voertuigen is gereguleerd en afhankelijk van de soort logistiek en het type voertuig. Er zijn hierbij geen generieke venstertijden en logistieke vervoerders krijgen individuele venstertijden aangewezen.
3. Eindsituatie
E4
Ontheffingen voor toegang tot het autoluwe gebied hebben altijd een einddatum.
3. Eindsituatie
E5
Laad- en losplekken voor servicelogistiek bevinden zich op een beperkt aantal locaties in de openbare ruimte.
2. Gefaseerd
E6
Pakketophaalpunten zijn aanwezig op twee strategische publieke locaties, direct gelegen aan de inprikkers, om logistieke verplaatsingen in het gebied zo veel mogelijk te voorkomen.
2. Gefaseerd
E7
Voor langparkeren van service logistiek zijn parkeerplekken gereserveerd op afstand in de Mobiliteitshub XL.
3. Eindsituatie
E8
Afvalinzameling vindt plaats volgens het beleid van ‘Het Nieuwe Inzamelen’. Grondstoffen worden apart van restafval verzameld en afvalstromen worden ondergronds ingezameld.
2. Gefaseerd
E9
Met ruimtereservering voor laad- en losplekken langs het Merwedekanaal is logistieke bevoorrading over het water mogelijk.
1. Start
E10
Op gebouwen worden waar mogelijk gevelliften geplaatst ten behoeve van glasbewassing en onderhoud om logistieke bewegingen te beperken.
1. Start
#
Wens
W1
Ten tijde van de ontwikkeling van deelgebied 6 wordt er zo veel mogelijk met prefab gebouwd om logistieke bewegingen tijdens de bouw te beperken.
1. Start
W2
Parkeerplekken voor servicelogistiek worden uitgerust met een laadpaal zodat bijgeladen kan worden.
2. Gefaseerd
W3
Logistieke bevoorrading met een hoogtebeperking vindt plaats langs de inprikkers van het plangebied.
3. Eindsituatie
W4
Bundeling van logistieke stromen vindt zoveel mogelijk plaats buiten het plangebied.
1. Start
#
Onderzoeksvraag
O1
Kan de Eendrachtlaan worden ingericht als functiestrook waar laad- en losplekken voor gereguleerde logistieke stromen tot op zekere hoogte worden gefaciliteerd?
O2
Hoeveel inpandige en openbare ruimte is beschikbaar voor afvalinzameling?
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
30
Zero-emissie Ambitie Het gebruik van zero-emissie vervoermiddelen wordt gestimuleerd. Oplaadinfra wordt aangelegd in samenhang met de groei van volledig uitstootvrij vervoer.
#
Eis
E1
Laadinfrastructuur voor parkeerplaatsen wordt aangelegd in samenhang met de groei van volledig uitstootvrij vervoer en de bijbehorende laadbehoefte.
2. Gefaseerd
E2
Alle aangeboden deelvoertuigen in het gebied zijn zero emissie.
1. Start
E3
Alle elektrische deelauto's hebben een gereserveerde parkeerplek met een laadpunt.
1. Start
E4
Minimaal 20% van de parkeerplekken voor privéauto’s in deelgebied 6 is voorzien van een laadpunt.
2. Gefaseerd
E5
Bovenop de 20% van de parkeerplekken die een laadpunt hebben is 30% van de parkeerplekken voorbereid op toekomstige installatie van laadpunten door middel van loze leidingen.
2. Gefaseerd
E6
Laadinfrastructuur is deels voorbereid met optie tot bidirectioneel laden om het elektriciteitsnet te ontlasten.
2. Gefaseerd
E7
Afvalinzameling vindt plaats met zero emissie voertuigen.
3. Eindsituatie
#
Wens
W1
Laadpunten zijn aanwezig op de parkeerplekken die het dichtste bij de in-/uitgang voor voetgangers zijn gelegen.
1. Start
W2
Streven is om 100% van de parkeerplekken zonder laadpunt voor te bereiden op toekomstige installatie van laadpunten door middel van loze leidingen.
2. Gefaseerd
W3
In deelgebied 6 is een Smart Grid die lokale duurzame energie kan opslaan en gekoppeld is aan de laadinfrastructuur in het gebied.
3. Eindsituatie
#
Randvoorwaarde
R1
Er wordt ruimte geboden voor innovatie en co-creatie/samenwerking met marktpartijen voor koppeling tussen opwek lokale energie, opslag en duurzame mobiliteit.
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
1. Start
31
Digitalisering Ambitie Bestaande slimme data- en mobiliteitstoepassingen worden gebruikt voor een digitaal deelplatform waarbij gebruikers met één smartphone-applicatie hun individuele mobiliteit kunnen plannen. Hierbij wordt zo veel mogelijk aangesloten op bestaande diensten.
#
Eis
E1
Mobiliteitsdiensten en gebiedsdiensten zijn ontsloten via een toegankelijk digitaal platform en een smartphone-applicatie. Hiermee kunnen gebruikers eenvoudig en naadloos hun individuele mobiliteit (OV, deelmobiliteit en parkeren) plannen, gebruiken en betalen.
#
Wens
W1
Monitoren van de effectiviteit van het mobiliteitsconcept met behulp van gebruiks- en verkeersdata en zo nodig bijsturen (bv. deelmobiliteit en/of parkeren verruimen).
2. Gefaseerd
W2
Data-gedreven toegang voor logistiek en noodzakelijk vervoer op basis van autorisatie, authenticatie en real-time beschikbaarheid van laad- en losplekken.
2. Gefaseerd
#
Randvoorwaarde
R1
Gebruik van landelijke datastandaarden en AVG.
1. Start
R2
Verstrekken van real-time en geïndividualiseerde informatie over aanbod van deelmobiliteit, OV en beschikbaarheid van parkeerplaatsen voor fiets en auto.
2. Gefaseerd
R3
Afspraken met mobiliteitsaanbieders over het delen van gebruikersdata ten behoeve van monitoring.
2. Gefaseerd
Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
2. Gefaseerd
32
Mobiliteitsconcept in deelgebied 6 STOMP-principe staat centraal In het getransformeerde deelgebied 6 staat het STOMP-principe centraal. De voetganger en fietser krijgen prioriteit en er is veel ruimte voor verblijven en ontmoeten. Reizen van, naar en in het gebied vinden hoofdzakelijk plaats met actieve, duurzame en ruimtebesparende vervoermiddelen. De noodzaak voor autobezit en autogebruik wordt tot een minimum beperkt doordat alle dagelijkse voorzieningen zich binnen 10 minuten lopen of fietsen van het gebied bevinden.
Logistiek is binnen het gebied emissievrij en het aantal logistieke bewegingen in het gebied wordt geminimaliseerd. Er is beperkte ruimte voor laad- en losplekken in de openbare ruimte, die voor lichte logistiek primair zijn gelegen aan de inprikkers. Voor grote logistieke voertuigen die regulier leveren worden de laad- en losplekken inpandig gerealiseerd terwijl voor overige grote logistiek en servicelogistiek deze zich bevinden op een beperkt aantal locaties in de openbare ruimte. Om het aantal bewegingen in het gebied te minimaliseren zijn bijvoorbeeld pakketophaalpunten aanwezig op strategische locaties langs de inprikkers.
In het gebied is een fijnmazig voetgangers- en fietsnetwerk aanwezig en het gebied is, afgezien van de inprikkers Vliegend Hertlaan en Winthontlaan, autovrij ingericht. De fietsverbindingen naar omliggende gebieden zijn verbeterd. Dit creëert comfortabele wandel- en fietsomstandigheden en verhoogt de aantrekkelijkheid van actieve vormen van mobiliteit. Daarnaast is er een ruim aanbod aan fietsparkeerplekken aanwezig voor verschillende type fietsen, dichtbij de entree en gemakkelijk bereikbaar vanaf de straat. Fietsparkeerplekken worden zoveel mogelijk inpandig gefaciliteerd. Bezoekers van deelgebied 6 kunnen hun fiets kwijt in de fietsparkeerplekken in de openbare ruimte. OV en deelmobiliteit als volwaardig alternatief voor de auto OV vormt een volwaardig alternatief voor de auto naar belangrijke bestemmingen buiten het plangebied. De tramlijn en regionale buslijnen zijn overal binnen het gebied binnen 10 minuten bereikbaar. Daarnaast is deelmobiliteit overal in het gebied op loopafstand aanwezig en het gebruik ervan is gemakkelijker en aantrekkelijker dan bezit en gebruik van de eigen auto. Deelauto’s bevinden zich daarom op de best bereikbare etage van parkeervoorzieningen nabij de in-/uitgang van de garage. Deelfietsen en deelscooters zijn aanwezig als publieke voorziening op daarvoor aangewezen goed toegankelijke locaties.
Beperkte ruimte voor de auto Deelgebied 6 is met uitzondering van de inprikkers Vliegend Hertlaan en Winthontlaan autovrij ingericht. Toegang tot de rest van het gebied is strikt gereguleerd door middel van ontheffingen. De inprikkers vormen de toegangswegen vanaf de Europalaan naar de collectieve parkeervoorzieningen. Door parkeren hier te faciliteren worden verkeershinder en conflicten met lopen en fietsen geminimaliseerd. De autoafhankelijkheid van gebruikers van het gebied is laag en autobezit en -gebruik wordt ontmoedigd om ruimte te geven aan andere vervoerswijzen. Om deelgebied 6 verkeersneutraal te ontwikkelen is een ambitieuze mobiliteitsstrategie nodig. Bij de start gelden parkeernormen conform het B1-parkeerregime en in de eindsituatie gelden de parkeernormen conform het A2-parkeerregime. Gedurende de transformatie wordt het verschil in parkeerplaatsen tussen B1- en A2-parkeerregime op afstand opgelost met de P+R Westraven. Bron: Omgevingsvisie Merwedekanaalzone Deel 2 Module Mobiliteit Merwedekanaalzone Deelgebied 6
33
6. Governance
6. Governance Het mobiliteitsconcept voor deelgebied 6 is nieuw en zorgt ervoor dat de business case en governance voor mobiliteit en logistiek voor deze gebiedsontwikkeling ook om nieuwe oplossingen vragen. Op organisatievlak liggen er duidelijke synergievoordelen met deelgebied 5, die onderzocht dienen te worden. Voor de fysieke vraagstukken betreffende autoparkeren en logistiek dient deelgebied 6 in eerste instantie met autonome oplossingen te komen, waar mogelijk in de toekomst ook synergie en uitwisseling met deelgebied 5 mogelijk is. Door verschillende gebiedskenmerken en andere ruimtelijke keuzes is de invulling van autoparkeren en logistiek in beide wijken moeilijk met elkaar te vergelijken. Autoparkeren In zowel deelgebied 5 als deelgebied 6 is gekozen voor lage parkeernormen. Een modal shift is vereist bij bewoners, bezoekers en werknemers van het gebied. In deelgebied 6 worden geen nieuwe parkeerhubs gebouwd, maar gebruik gemaakt van overcapaciteit van bestaande parkeergebouwen bij bedrijven in en rondom het gebied. Dit is geheel anders dan in deelgebied 5, waar het parkeren volledig in het plangebied wordt opgelost in nieuw te bouwen ondergrondse parkeergarages. De verwachte mobiliteitskosten voor de opstart van deelgebied 6 worden ingeschat op 20-30 euro per m2 bruto vloeroppervlak, wat een stuk lager is dan voor deelgebied 5.