Bijlage - Ambtelijke inventarisatie van bezuinigingsopties - Utrechtse Begrotingsalternatieven
Tekst van het document
Ook zal VTH haar controlerende taak minder goed kunnen uitvoeren. Zo raakt bij minder controle op de zuiverheid van de BAG het registratiesysteem (vergelijkbaar met het burgerregistratiesysteem, maar dan voor gebouwen) vervuild, waardoor je een belangrijke basisbron van data verliest. Daarnaast blijven mogelijk illegale situaties in stand. Dit geldt tevens voor stoppen met de LLI/LAA (adviescontrole) vanuit VTH: door minder inzet wordt de kans groter dat men illegaal in een woning kan blijven wonen. Dit kan leiden tot een verdere maatschappelijke ongelijkheid en verlies van regie van de overheid op de woningmarkt. Geen actieve aanpak meer op (dreigende) verrommeling en verpaupering van gebouwde omgeving kan leiden tot een verslechtering van de leefomgeving en er kunnen mogelijk uiteindelijk onveilige situaties ontstaan bij bouwkundige elementen. Het illegaal gebruiken van gebouwen gaat mogelijk lonen (denk aan ondermijnende zaken). Als meldingen niet opgepakt worden, zullen de handhavingsverzoeken gaan toenemen (want dan móet de gemeente wel in actie komen). Daarnaast zal er mogelijk ook maatschappelijk onbegrip komen dat er minder gehandhaafd wordt. Een handhavingsverzoek afhandelen kost meer tijd en afwijzen is een besluit waar bezwaar en beroep op gemaakt kan worden.
Mogelijk zullen die kosten stijgen Op dit moment handhaaft VTH ook op onrechtmatige bewoning van sociale huurwoningen. Dit is primair de taak van de woningcorporaties zelf. Hiermee stoppen, betekent dat de woningcorporaties hier zelf actiever in moeten worden, omdat het anders leidt tot meer scheefwonen en langere wachtlijsten. Ook zullen op bepaalde onderwerpen procedures langer in beslag nemen. Zo kan er nu snel geschakeld worden bij de ondersteuning van de opvang van vluchtelingen. De ondersteuning is gericht op het snel realiseren van woonruimte voor de vluchtelingen in panden die geen woonbestemming hebben. Als dit vervalt, zullen er formele procedures gevoerd moeten worden om deze niet-woningen te transformeren tot woonmogelijkheden. Dit geldt ook als we stoppen met actief wijkcontact vanuit VTH: bewoners zullen langer moeten zoeken naar de juiste ingang bij de gemeente. Voor wijkbureaus wordt het lastiger om snel te schakelen met VTH. Idem als VTH de ondersteuning staakt bij het wervenprogramma.
24 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
Bij stoppen van reguliere overleggen zal onze rol regionaal en landelijk minder bepalend worden of zelfs wegvallen. Deze overleggen leveren onszelf ook informatie en kennis op: door ons netwerk weten we vaak al vroeg welke ontwikkelingen er op ons afkomen. Daardoor kunnen we daarop anticiperen. Het is dus de vraag is of het bestuurlijk wenselijk is om dit te stoppen. Implementatie Indien we met alle bovengenoemde activiteiten stoppen (of afschalen) levert dit vanaf 2025 incidenteel een besparing van € 0,284 miljoen, in 2026 € 0,543 miljoen, in 2027 € 0,814 miljoen en vanaf 2028 structureel een besparing van € 1,086 miljoen. Voor € 0,486 miljoen betreffen dit middelen uit het coalitieakkoord en voor € 0,284 miljoen activiteiten die gedeeltelijk met middelen uit coalitieakkoord worden bekostigd.
3.4 Afbouwen uitpondrestricties Uitponden betekent het verkopen van huurwoningen die leegstaan. Er is nu een beperking op de losse verkoop van sociale huurwoningen. Beïnvloedbare optie We schaffen op termijn de beperkingen op losse verkoop van sociale huurwoningen aan particulieren af. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat op de middellange termijn het verkleuren van sociale huur naar koop leidt tot betaalbare woningen die overgaan naar de koopsector. Op de langere termijn, als nieuwbouw door corporaties wordt toegevoegd, leidt dit tot een kwalitatief betere en grotere sociale huurvoorraad. Met de corporaties maken we prestatieafspraken. De beperkingen op de verkoop van woningvoorraad kent een financiële impact en de gevolgen zullen met de corporaties besproken moeten worden. De opbrengsten vloeiden de afgelopen jaren gedeeltelijk terug naar de woningcorporaties als stimuleringsmaatregel voor het bouwen van sociale woningbouw. Implementatie Onder de huidige afspraken is de verkoop beperkt tot exoten, die leiden tot incidentele opbrengsten van circa €1,0 miljoen in 2024 en 2025. Afschaffen van de beperkingen leidt vanaf 2026 structureel tot een opbrengst van circa € 4,0 miljoen.
Afhankelijk van de wijze waarop losse verkoop minder of niet beperkt wordt en afspraken over het wel/niet terugvloeien van de opbrengsten uit meerwaardeafdracht kan een hogere/lagere structurele opbrengst opgenomen worden. De uitpondrestricties zijn onderdeel van het coalitieakkoord. De maatregel uitvoeren betreft een politieke afweging.
3.5 Stoppen met wooncoöperaties Beïnvloedbare optie We stoppen met het aanmoedigen van wooncoöperaties via middelen. Dit betreft deels incidenteel geld, maar gezamenlijk met koopstartfonds zijn het relatief minder efficiënte middelen binnen het beleidsveld wonen. Hierdoor zou ook geminderd kunnen worden op de inzet Fte. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat de gemeente het bestaande instrumentarium voor het reguleren van de woonvraag c.q. aanpak van de wooncrisis minder optimaal benut (bijvoorbeeld geen actueel leegstandsaanpak, opkoopbescherming, samenwerking met corporaties, beleidsvorming en samenwerking met betrekking tot huisvesting kwetsbaren et cetera). Implementatie Vanaf 2028 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,130 miljoen. 25 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
3.6 Halveren inzet Verhuisadviseur senioren inclusief promotie Beïnvloedbare optie We halveren de inzet van de verhuisadviseur voor senioren, inclusief de promotie hiervan. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat het risico bestaat dat we de bestaande woningvoorraad suboptimaal benutten, doorstroming stokt en we dus minder kunnen bijdragen aan het oplossen van de wooncrisis in de stad. Implementatie Dit leidt vanaf 2025 structureel tot een besparing van 0,028 miljoen euro.
3.7 Lagere subsidie huurdersparticipatie/ doelgroepen inclusief accres Beïnvloedbare optie Lagere subsidie huurdersparticipatie/doelgroepen inclusief accres. De subsidie huurderparticipatie is bedoeld om de positie en participatie van huurders te versterken. Maatschappelijk effect
Het maatschappelijk effect kan zijn dat de positie en participatie van huurders afneemt. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van 0,021 miljoen euro.
3.8 Verminderen knelpuntenvoorziening Beïnvloedbare optie Verminderen van knelpuntenvoorziening in verband met loon- en prijsstijging van incidentele projecten. Bezuinigen op deze voorziening betekent een lagere voorziening voor tekorten (door loon- en prijsstijgingen) op incidentele projecten. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat we minder financiële ruimte hebben om knelpunten op lopende projecten op te lossen. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,186 miljoen.
3.9 Risico-gestuurd toezicht De stad groeit en verdicht. De druk op de woningmarkt is groot. Bouw- en woningtoezicht op de bestaande bouw draagt bij aan de bouwveiligheid, het binnen de perken houden van overlast en de bescherming van het woningbestand. Bij bezuinigingen proberen we te voorkomen dat het toezicht zodanig onder druk komt te staan dat er onaanvaardbare risico’s ontstaan (denk aan bouwfouten of -ongelukken of het verschralen van het bestaande woningaanbod). Let dit verband ook op de volgende context: een deel van het woningtoezicht is tijdelijk gefinancierd in het Programma beschermen woningvoorraad, dat volgt uit het coalitieakkoord. Daar valt bijvoorbeeld de handhaving op huurmisstanden, illegale verhuur en leegstand onder. De gelden voor dit programma zijn beschikbaar tot 2026. Dit betekent dat de formatie op bouw- en woningtoezicht dan nog verder inkrimpt. 26 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
De negatieve effecten op de woningmarkt als gevolg van de woningnood zijn dan echter nog niet opgelost. Beïnvloedbare opties: Meer dan nu inzetten op risico-gestuurd toezicht bij bouw- en woningtoezicht, waarbij we uitgaan van de omvang van de negatieve impact van bepaalde overtredingen. Ofwel, welke risico’s ontstaan er wanneer we niet bestuursrechtelijk zouden optreden? Vervolgens maken we een keuze om de beperkte capaciteit daar in te zetten waar dit het hardste nodig is. Hieronder beschrijven we op welke wijze we de besparing kunnen realiseren: Beïnvloedbare optie 1 Geen bestuursrechtelijke handhaving bij kleine overtredingen irt. de Wkb Op 1 januari 2024 is de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) (stapsgewijs) ingegaan. Het doel van de Wkb is het verhogen van de kwaliteit van bouwwerken. Een aantal taken van de gemeente gaan naar private kwaliteitsborgers (bouwtechnische toetsing van bouwplannen en de bouwtechnische controle gedurende de bouw). De kwaliteitsborger heeft een informatieplicht en moet de gemeente inschakelen als een bouwwerk niet aan de regelgeving lijkt te voldoen. Bij bouw- en woningtoezicht hanteerden we 100%-opvolging van de meldingen of signalen van de kwaliteitsborgers. Het voorstel is om signalen of meldingen die betrekking hebben op overtredingen met een laag risico niet bestuursrechtelijk op te pakken.
De impact van deze overtredingen is beperkt. Er is geen sprake van een gevaar voor de veiligheid van gebruikers of van omwonenden van het bouwwerk. Een voorbeeld hiervan is het ontbreken van een ventilatierooster. Hiermee brengen we 100% opvolging terug naar 70% en besparen we € 200.000. Beïnvloedbare optie 2 Risico-gestuurd toezicht breed toepassen Risico-gestuurd toezicht kunnen we breder toepassen. Namelijk ook bij het beoordelen en oppakken van de meldingen, bij het constateren van overtredingen en bij de keuze voor projectmatig toezicht. We brengen prioriteiten aan, waardoor we niet ieder project en iedere melding meer oppakken. Niet alle overtredingen volgen we op met bestuursrechtelijke handhaving. Jaarlijks bepaalt bouw- en woningtoezicht welke projecten we dit jaar starten (of doorzetten). We kunnen aan de hand van een risicoanalyse een strengere selectie toepassen welke zaken we projectmatig oppakken. Meldingen of overtredingen waarbij geen sprake is van een gevaar voor de veiligheid, leefbaarheid of gezondheid krijgen lage prioriteit. Bijvoorbeeld een melding van een lekkende kraan of van een vervuilde tuin. Bij een kleine overtreding geldt dat we de overtreder attenderen op de overtreding en op de regels. We wijzen de overtreder schriftelijk of mondeling erop dat hij de overtreding moet herstellen en sluiten hiermee de melding. Er volgt geen handhavingstraject.
Net zoals bij de Wkb brengen we 100% opvolging terug naar 70% en besparen we €200.000.
27 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
4 Klimaatvriendelijke stad 4.1 Begroting 2024 Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024
Begroting 2025
x €1.000 Begroting Begroting 2026 2027
Baten
1.074
7.469
Lasten
7.309
16.781
11.845
11.620
11.770
9.700
-6.235
-9.312
-11.845
-11.620
-11.770
-9.700
Onttrekking reserves
465
1.247
675
100
100
100
Toevoeging reserves
0
2.781
0
0
0
0
465
-1.534
675
100
100
100
-5.770
-10.846
-11.170
-11.520
-11.670
-9.600
Saldo Baten en Lasten
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
Totaal
4.2 Recapitulatie financieel effect maatregelen x €1.000 #
Maatregel
2024
2025
2026
2027
11.845
11.620
11.770
9.700
-11.845
-11.620
-11.77
-9.700
6.567
6.673
7.284
5.835
55,44%
57,42%
61,88%
60,15%
233
1.559
1.656
1.656
Struc.
Struc. in jaar
1.656
2025
Baten Lasten Saldo Baten en Lasten Beïnvloedbare lasten % Effect van de maatregelen op de netto-lasten 4.3
Taakstelling energietransitie
Het programma klimaatvriendelijke stad kent een doelstelling: energieverbruik. Binnen deze doelstelling is een groot deel van de lasten beïnvloedbaar. Dit komt omdat de wetgeving op dit gebied nog moet worden vastgesteld, waarmee de gemeente kan sturen op doelstellingen uit het Klimaatakkoord. Naast de structurele middelen (€ 1 miljoen in 2023 oplopend naar structureel € 2,5 miljoen euro in 2026) is in het coalitieakkoord incidenteel geld beschikbaar gesteld (€ 1,67 miljoen euro voor 2024 t/m 2025) voor duurzame opwekking (zon), klimaatberaad en versnelling wijkaanpak. Deze incidentele en structurele middelen zijn beïnvloedbaar. Dit leidt tot onderstaande beïnvloedbare opties op de energietransitie.
28 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
4.3 Taakstelling energietransitie Bij energietransitie is gekozen voor een taakstelling omdat hier geen sprake is van structurele programmalijnen maar van een jaarlijkse programmering. We hebben verschillende hoogtes van taakstellingen in kaart gebracht en geven daarbij steeds voorbeelden van orde grootte te schrappen activiteiten om een beeld te geven van wat de bezuiniging voor impact heeft. In de praktijk betekent een taakstelling structureel minder budget om jaarlijks te programmeren tbv de energietransitie. Taakstelling niveau 1: Deze taakstelling zou de komende jaren bv als volgt kunnen worden ingevuld: • Minder capaciteitsinzet op kennis en lobby energietransitie • Minder capaciteitsinzet op programmamanagement • Minder inzet op een strategie voor onder andere duurzame elektriciteit, duurzame warmte voor de gebouwde omgeving buurtaanpak • Minder activiteiten om de warmtetransitie vorm te geven • Minder activiteiten om de elektriciteitsinfrastructuur te verzwaren en uit te breiden • Verminderen van inzet op het stimuleren, faciliteren, verleiden en verbinden van arbeidspotentieel binnen de Energietransitie • Minder initiatieven rond het stedelijke energiesysteem Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat de gemeente de aanjaagrol binnen de energietransitie deels verliest.
Wat betreft bijvoorbeeld het verminderen van de inzet lobby en strategie , oefent de gemeente dan minder invloed uit op externe besluitvorming over energiebeleid. (Nieuw) beleid sluit hierdoor mogelijk minder aan bij wat lokaal wenselijk/nodig is. Het voornaamste voorbeeld is hiervan is de aanpak netcongestie die onder andere moet helpen voorkomen dat de bouwproductie van woningen, maatschappelijke- en overige functies stilvalt. Daarnaast leidt minder activiteiten ontplooien tot een vertraging voor de hele warmtetransitie en heeft het daarom direct effect op de snelheid van de buurtaanpak. Ten slotte heeft het stoppen met inzet op het stimuleren, faciliteren, verleiden en verbinden van arbeidspotentieel binnen de Energietransitie als gevolg dat wij als gemeentelijke overheid stoppen met het aanjagen van extra arbeidsplaatsen binnen de energietransitie. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,568 miljoen euro, in 2026 van € 0,567 miljoen en vanaf 2027 tot € 0,54 miljoen structureel. Voor een gedeelte worden middelen uit het coalitieakkoord ingezet om deze activiteiten uit te voeren. Taakstelling niveau 2 (additioneel op 1): Deze taakstelling zou de komende jaren bv als volgt (additioneel) kunnen worden ingevuld: • Temporiseren wijkaanpak blok 1.
We starten minder snel met de planvorming voor het aardgasvrij maken van nieuw wijken en temporiseren de aanpak hiervan. De huidige formatie van het team is nog niet voldoende om in alle genoemde wijken uit blok 1 te starten. Daarvoor moeten we ook in 2024 nog mensen werven. We kunnen een stevige pas op de plaats maken en de werving stoppen. Dat betekent een incidentele en vervolgens structurele bezuiniging. Op termijn zou het team alsnog op sterkte moeten komen om in 2050 aan het Akkoord van Parijs te voldoen. Dan zal de taakstelling dus anders ingevuld moeten gaan worden. Implementatie Vanaf 2024 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,233 miljoen. Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,465 miljoen. Voor een gedeelte worden middelen uit het coalitieakkoord ingezet om deze activiteiten uit te voeren.
29 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
Taakstelling niveau 3 (additioneel op 1 en 2): Deze taakstelling zou de komende jaren bv als volgt (additioneel) kunnen worden ingevuld: • We verminderen ondersteuning voor bedrijven en maatschappelijke organisaties met verduurzaming en we voeren alleen toezicht en handhaving uit vanuit de Wet Milieubeheer. Dat betekent energiecontroles op het toepassen van energiebesparende maatregelen voor bedrijven die een groot genoeg verbruik hebben (vanaf 50.000 kWh (elektriciteit), 870 GJ (stadsverwarming) of 25.000 m3 gas). Dit geldt voor circa 25% van de bedrijven in Utrecht. De andere stimulerende activiteiten worden verminderd. Maatschappelijk effect Vanouds hanteren we de Utrechtse mix van de wortel en de stok, stimuleren en ondersteunen in combinatie met handhaving. Hiermee verdwijnt de wortel en resteert de stok. En bovendien voor een veel kleinere doelgroep. Er is dan geen ambtelijke uitvoeringscapaciteit meer om de doelgroep te attenderen op de kansen en mogelijkheden die er zijn om te verduurzamen. Als je het programma besparen afschaalt, dan mis je de natuurlijke verduurzamingsmomenten en wordt verduurzamen voor de doelgroep veel duurder. Een ander risico is dat juist de ondernemers die door hoge energieprijzen in de problemen kunnen komen het type klein MKB is dat niet onder de Wet Milieubeheer valt en waarmee we dan dus niet in contact komen.
Zelf hebben ze niet altijd de kennis en de tijd om zich te verdiepen in wat nodig is voor verduurzaming en structurele besparing op de energierekening. Zonder stimuleringsprogramma komt deze doelgroep naar verwachting nauwelijks of niet in actie. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,116 miljoen euro. Voor een gedeelte worden middelen uit coalitieakkoord ingezet om deze activiteiten uit te voeren. Taakstelling niveau 4 (additioneel op 1, 2 en 3): Deze taakstelling zou de komende jaren bv als volgt (additioneel) kunnen worden ingevuld: • Stoppen aanpak Zon op Dak op grote daken. Dat is nu wellicht een voor de hand liggende stap met het oog op netcongestie. Op termijn is het juist voor netcongestie ook belangrijk om bronnen dichtbij te organiseren. Bovendien is er een consensus dat het wenselijk is om grote daken in ieder geval te benutten voor zonne-energie. Dit is ook wenselijk volgens de zonneladder van het Rijk. Anders is het niet uitlegbaar dat er ook zonnevelden komen in stad en regio. Maatschappelijk effect Dat betekent dat bestaande daken langzamer worden volgelegd met zonnepanelen. Dit staat haaks op de zonneladder van het Rijk. Stimuleringsprojecten helpen nu om tot netoplossingen te komen (vanwege netcongestie), door dit te stoppen raak je deze mogelijkheid kwijt.
In 2025 en 2026 leidt dit tot een incidentele besparing van € 0,209 miljoen. Implementatie Vanaf 2027 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,163 miljoen. Voor een gedeelte worden middelen uit coalitieakkoord ingezet om deze activiteiten uit te voeren. Taakstelling niveau 5 (additioneel op 1, 2, 3 en 4): Deze taakstelling zou de komende jaren bv als volgt (additioneel) kunnen worden ingevuld: • Minder ondersteuning woningeigenaren met verduurzaming door middel van voorlichting en advies (VVE’s, particulieren, beleggers en woningcorporaties). Maatschappelijke effect Het maatschappelijk effect is dat er dan minder ambtelijke uitvoeringscapaciteit is om rijkssubsidies toegankelijk te maken voor doelgroepen en hen te attenderen op de kansen en mogelijkheden die er zijn om te verduurzamen. De verwachting is dan dat er minder concrete verduurzamingsmaatregelen getroffen worden in de stad. Het Rijk heeft wel normeringen aangekondigd voor 2028/2029 (huur), koop 30 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
volgt waarschijnlijk in 2033. Als je het programma besparen afschaalt, dan mis je natuurlijke verduurzamingsmomenten en wordt verduurzamen voor de doelgroep veel duurder. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,135 miljoen. Dit betreffen middelen uit coalitieakkoord. Taakstelling niveau 6 (additioneel op 1, 2, 3, 4 en 5): Deze taakstelling zou de komende jaren bv als volgt (additioneel) kunnen worden ingevuld: • We stoppen met het zoeken naar duurzame warmtebronnen en de ontwikkeling hiervan, bijvoorbeeld geothermie. Dit heeft consequenties voor de verduurzaming van de warmtetransitie. We temporiseren de ontwikkeling van duurzame elektriciteitsbronnen. Daarmee zijn we langer afhankelijk van fossiele warmtebronnen en hebben we minder grip op nieuwe bronnen in het kader van de warmtetransitie. Ook is de kans op het mislopen van subsidieregelingen aanwezig, waardoor projecten in de toekomst duurder worden. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat we langer afhankelijk zullen zijn van fossiele warmtebronnen en minder grip hebben op nieuwe bronnen in het kader van de warmtetransitie. Ook is de kans op het mislopen van subsidieregelingen aanwezig, waardoor projecten in de toekomst duurder worden.
Implementatie Vanaf 2025 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,14 miljoen en vanaf 2026 structureel tot een besparing van € 0,237 miljoen. Voor een gedeelte worden middelen uit coalitieakkoord ingezet om deze activiteiten uit te voeren.
31 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
5 Duurzame bereikbaarheid 5.1 Begroting 2024 Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024
Begroting 2025
x €1.000 Begroting Begroting 2026 2027
Baten
59.223
67.782
77.290
80.051
84.645
88.620
Lasten
61.101
73.749
79.334
74.273
80.124
76.226
Saldo Baten en Lasten
-1.878
-5.966
-2.044
5.778
4.521
12.393
Onttrekking reserves
10.726
21.444
13.285
4.219
13.575
4.068
Toevoeging reserves
20.661
20.183
15.041
10.306
12.889
13.200
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
-9.934
1.260
-1.756
-6.078
686
-9.132
-11.813
-4.706
-3.800
-309
5.207
3.261
Totaal
De baten betreffen naast subsidies rijk/provincie met name de opbrengsten autoparkeren.
5.2 Recapitulatie financieel effect maatregelen x €1.000 #
Maatregel
2024
2025
2026
2027
Struc.
Struc . in jaar
Baten
77.290
80.051
84.645
88.620
Lasten
79.334
74.273
80.124
76.226
-2.044
5.778
4.521
12.393
19.369
25.273
32.950
35.177
18,66%
26,35%
28,75%
35,14%
545
700
700
700
700
2025
50
50
50
50
50
2024
0
200
200
200
200
2025
0
150
150
150
150
2025
Saldo Baten en Lasten Beïnvloedbare lasten %
Effect van de maatregelen op de netto-lasten 5.3
Temporiseren van mobiliteitsbeleid
5.4
Minder actualisering verkeersmodel
5.5
Geen kleinschalige verkeersmaatregelen uitvoeren.
5.6
Stoppen met ambitie opheffen parkeerplekken en compenseren lage inkomens
32 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
#
Maatregel
2024
2025
2026
2027
Struc.
Struc . in jaar
5.7
Bezuinigen op nieuwe
0
0
500
500
500
2026
bemande inpandige fietsenstallingen
Het programma duurzame mobiliteit kent drie thema's, te weten: duurzame vervoersmiddelen, mobiliteitsgedrag en verkeersveiligheid. Het investeringsbudget bereikbaarheid maakt onderdeel uit van het beïnvloedbare budget, maar is niet meegenomen in onderstaande voorstellen, omdat hiervoor een aparte UBA-opdracht loopt. De bezuinigingsopties op ruimtelijke investeringen lopen via het MPRproces, zie bijlage. Dit zal resulteren in besparingspakketten met besparingsdoelstellingen van 20, 15, 10, 5 miljoen. De coalitiemiddelen voor bereikbaarheid (inclusief Anders Reizen) maken onderdeel uit van de investeringsmiddelen bereikbaarheid. De keuzes op het gebied van investeringen zijn niet los te zien van de beleidsmaatregelen. Minder investeren op een bepaald onderdeel van mobiliteit betekent deels ook dat werkzaamheden op beleid minder nodig zijn. De onderstaande maatregelen hebben voor het grootste deel impact op programmamanagement (personele inzet) binnen de doelstelling duurzame vervoersmiddelen.
5.3 Temporiseren van mobiliteitsbeleid Beïnvloedbare optie Vanuit de opgave Duurzame Bereikbaarheid worden minder werkzaamheden ontplooid, namelijk: • We besparen op de uitvoeringskosten (opgavebrede programmasturing) • We sturen minder integraal vanuit de deelopgave Strategie en Beleid • Niet meer adviseren over raakvlak Thema Duurzame Mobiliteit en Gebiedsontwikkeling • Minder inzet op project-overstijgende advisering OV • Stoppen met inzet coördinator die zorgdraagt voor voorbereiding inhoudelijke en advisering bestuurlijke afstemming van mobiliteitsdossiers binnen de G4 We temporiseren het opstellen, actualiseren en uitwerken van mobiliteitsbeleid (onder andere spooragenda, ov-netwerkperspectief, wiel met spaken, ontsluiting nieuwe woningbouwlocaties). We zorgen dat de basis op orde is en besparen op de uitvoeringskosten. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat we niet alle werkzaamheden kunnen ontplooien die nodig zijn voor het uitvoeren van het mobiliteitsplan. Ook is er minder ruimte om integraal te adviseren op het raakvlak van duurzame mobiliteit, gebiedsontwikkeling en andere organisatieonderdelen. En dit heeft effect op de stad. Zo vertraagt mogelijk de uitwerking van het stedelijk netwerk (waaronder wiel met spaken), waardoor randvoorwaarden voor gebiedsontwikkeling (waaronder Lunetten Koningsweg) minder capaciteit krijgen.
Door minder in te zetten op lobby en strategie in G4-verband verzwakt onze positie in verschillende bestuurlijke gremia. Het risico bestaat dat we hierdoor kansen niet kunnen verzilveren. Dit zou leiden tot enkele jaren vertraging, wat ook nadelige gevolgen zal hebben voor gebiedsontwikkeling. Implementatie Vanaf 2024 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,545 miljoen en vanaf 2025 structureel tot een besparing van € 0,7 miljoen.
33 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
5.4 Minder actualisering verkeersmodel Beïnvloedbare optie Minder mobiliteitsonderzoek/ minder externe kosten aan onderzoeksbureaus ten behoeve van verkeersdata en het actualiseren van verkeersmodellen. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect zal zijn dat beleidskeuzes en ontwerpkeuzes soms gebaseerd zullen zijn op oudere en minder volledige data, doordat bij het doorrekenen van varianten op detailniveau minder budget beschikbaar is. Het minder vaak actualiseren van verkeersmodellen levert ook juridische risico’s op. Het verkeersmodel wordt gebruikt bij het opstellen van de verkeerskundige onderbouwing bij formele planprocedures zoals bestemmingsplannen en omgevingsvisies (bijvoorbeeld in een MER – milieueffectrapportage). Als de onderbouwing niet goed genoeg is, lopen we een hoog juridisch risico. . Een ander negatief effect van het niet actualiseren van het verkeersmodel is dat kosten voor projecten hoger worden naarmate het model ouder is. Het actualiseren van de input zal dan binnen ieder project plaats moeten vinden. Dat is minder efficiënt en leidt tot hogere kosten. Implementatie Vanaf 2024 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,05 miljoen.
5.5 Geen kleinschalige verkeersmaatregelen uitvoeren Beïnvloedbare optie We stoppen met het voorbereiden en uitvoeren van kleinschalige verkeersmaatregelen waarvan de noodzaak veelal voortkomt uit de meldingen van bewoners. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat draagvlak onder bewoners afneemt en bewoners nog meer meldingen doen. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,2 miljoen. Dit betreffen middelen uit het coalitieakkoord.
5.6 Stoppen met ambitie opheffen parkeerplekken en compenseren lage inkomens Inzet personeel en projectkosten worden gebruikt om de uitrol van betaald parkeren mogelijk te maken en de alternatieven (parkeren op afstand en garageparkeren) op orde te krijgen. Er zit ruimte in het temporiseren van het opheffen parkeerplaatsen.
34 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
Beïnvloedbare optie Als we het tempo van het opheffen van parkeerplaatsen halveren scheelt dat € 0,150 - € 0,175 miljoen per jaar. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat de transitie naar duurzame mobiliteit, die randvoorwaardelijk is voor gezond stedelijk leven en noodzakelijk om de stad bereikbaar te houden, langzamer verloopt. Dit omdat de toenemende hoeveelheid verkeer (onder andere als gevolg van de groei van de stad) alleen in te passen valt met ruimte-efficiënt verkeer (lopen, fiets en ov). Door beleidsmaatregelen parkeren trachten we deze mobiliteitstransitie te realiseren en kwaliteit aan de openbare ruimte toe te voegen. Snijden in andere budgetten of formatie gaat ten koste van continuïteit van het programma en het behalen van de parkeerbaten door de uitvoerende organisaties. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,15 miljoen. Dit betreffen middelen uit het coalitieakkoord (opbrengst uit invoeren betaald parkeren).
5.7 Bezuinigen op nieuwe bemande inpandige fietsenstallingen Beïnvloedbare optie Vanaf 2026 vallen er exploitatiemiddelen vrij die bestemd zijn voor het exploiteren van nieuwe openbare fietsenstallingen (binnenstad, zoals P1/P4 (Kleppière), Utrecht CS, Dubbele Knoopstalling). Dit levert een besparing op als we deze middelen niet meer inzetten voor het realiseren van inpandige fietsenstallingen. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat door op dit budget te bezuinigen en het niet beschikbaar te houden voor het exploiteren van inpandige fietsparkeervoorzieningen, dit tekort niet zal worden ingelopen. Bovendien voorzien we voor 2030 een groot tekort aan inpandige fietsparkeerplekken. Implementatie Dit leidt vanaf 2026 tot structureel 2 x 250k euro bezuinigen op exploitatie fietsparkeren (exploitatie P1/P4 en stallingen Leidsche Rijn Centrum).
35 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
6 Aantrekkelijke, groene leefomgeving & erfgoed 6.1 Begroting 2024 Rekening Begroting Begroting 2022 2023 2024
Begroting 2025
x €1.000 Begroting Begroting 2026 2027
Baten
120.845
128.887
134.846
134.533
134.633
134.633
Lasten
202.914
225.697
230.938
231.069
233.296
234.059
Saldo Baten en Lasten
-82.068
-96.810
-96.092
-96.536
-98.663
-99.426
Onttrekking reserves
7.163
6.375
99
467
78
78
Toevoeging reserves
2.035
141
141
141
174
174
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves
5.128
6.233
-43
325
-96
-96
-76.940
-90.576
-96.135
-96.211
-98.759
-99.522
Totaal
De baten betreffen opbrengsten uit riool- en afvalstoffenheffing.
6.2 Recapitulatie financieel effect maatregelen Percentages en bedragen beïnvloedbare lasten uit het rapport van Berenschot. x €1.000 #
Maatregel
2024
2025
2026
2027
Baten
134.846
134.533
134.633
134.633
Lasten
230.938
231.069
233.296
234.059
-96.092
-96.536
-98.663
-99.426
25.770
26.039
30.062
28.762
10,95%
11,08%
12,66%
12,13%
0
0
50
0
100
0 0
Saldo Baten en Lasten Beïnvloedbare
Struc
Struc.
.
in jaar
50
50
2026
100
100
100
2025
100
100
100
100
2025
0
0
200
200
2027
lasten %
Effect van de maatregelen op de netto-lasten 6.3
Stoppen subsidie dierenweides
6.4
Stoppen met bomen voor bewoners
6.5
Stoppen met monitoring Groene web
6.6
Minder inzet op het moeten voldoen aan EU grenswaarden voor luchtkwaliteit.
36 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
# 6.7
Maatregel Minder beleids- en
2024
2025
2026
2027
Struc
Struc.
.
in jaar
172
284
284
284
284
2025
0
0
0
0
200
2028
500
500
500
500
500
2024
30
30
30
30
30
2024
0
0
500
700
1000
2028
0
0
700
700
700
2026
0
100
200
200
200
2026
20
40
60
80
200
2034
onderzoekscapaciteit Gezond Leefklimaat. 6.8
Concessie vergoeding laadpalen niet fixeren en/of verhogen
6.9
Geen structurele middelen beschikbaar houden voor Bodem
6.10
Minder beleid opstellen voor lood en bodembiodiversiteit
6.11
Kwaliteitsniveau beheer OR herzien
6.12
Stroomlijnen initiatieven vergroening buitenruimte
6.13
Stroomlijnen inzet vrijwilligers beheer openbare ruimte
6.14
Minder rood asfalt toepassen op bijv. vrije fietspaden
6.15
Verminderen Natuur-en Milieueducatie in stadstuinen
Het investeringsbudget groenontwikkeling (Doelstelling Extra Groen) maakt onderdeel uit van het beïnvloedbare budget, maar is niet meegenomen in onderstaande voorstellen, omdat hiervoor een aparte UBA-opdracht loopt. De bezuinigingsopties op ruimtelijke investeringen lopen op de investeringen/investeringsbudgetten via het MPR-proces (zie bijlage) en worden in relatie tot elkaar gewogen om te komen tot samenhangende bezuinigingsvoorstellen/pakketten voor dit onderdeel. Dit zal resulteren in besparingspakketten met besparingsdoelstellingen van 20, 15, 10, 5 miljoen en 0 miljoen (zie bijlage).
6.3 Stoppen subsidie dierenweides Beïnvloedbare ruimte We zetten de subsidies Dierenweides stop. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is de sluiting Dierenweides (ontmoetingsplaats) Implementatie Vanaf 2026 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,05 miljoen. Dit betreffen de extra coalitiemiddelen (totaal € 0,1 miljoen structureel).
37 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
6.4 Stoppen met bomen voor bewoners Beïnvloedbare ruimte We stoppen met het weggeven van fruitbomen aan particulieren. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is minder groei van het aantal bomen in de stad. Ambitie coalitieakkoord “elk huishouden een boom” gaat dan waarschijnlijk niet gehaald worden. Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,1 miljoen euro. Dit betreffen gedeeltelijk middelen uit het coalitieakkoord (investeringsbudget).
6.5 Stoppen met monitoring groene web Beïnvloedbare optie We stoppen met de monitoring Groene Web. Maatschappelijk effect Als we stoppen met de monitoring van het Groene Web weten we niet meer hoe het gaat met de biodiversiteit in Utrecht en kunnen we dus niet bijsturen. In het klimaatadaptatiebeleid hebben we beloofd dat we biodiversiteitsindicatoren zullen meten/monitoren. Ook voor het jaarlijkse duurzaamheidsverslag hebben we de monitoringsgegevens nodig. Er is een motie aangenomen over het uitroepen van de biodiversiteitscrisis. En dat de gemeente deze (publiekelijk) uitdraagt. Dit uitroepen en zelf de biodiversiteit niet monitoren strookt niet met elkaar. Als gemeente moeten we het goede voorbeeld geven en dus weten hoe het staat met de biodiversiteit in Utrecht en de 30 soorten die we hebben aangewezen als indicatorsoort. Daarnaast is monitoring een voorwaarde voor het behouden van de ontheffing SMP Diervriendelijk Bouwen. Anders moet voor onze gemeentelijke en maatschappelijke vastgoedprojecten de duurdere en tijdrovende reguliere procedure worden gevolgd om een ontheffing Wet natuurbescherming te krijgen. Verder zal, zodra we een uitbreiding van de ontheffing hebben (januari 2024), een deel van deze kosten betaald worden door de woningcorporaties in het kader van het aansluiten bij ons SMP (aanvraag loopt nu).
Zonder deze monitoring zal ook hun bouwprogramma en hun isolatieprojecten vertraging oplopen. Ook de isolatie van particuliere woningen wordt mede mogelijk gemaakt door deze monitoring. Aan onze internationale netwerken op het onderwerp biodiversiteit, zoals het Green City akkoord, moeten we regelmatig onze eigen monitoringsdata doorgeven. Een deel van de monitoring gebeurt met inzet van vele vrijwilligers en helpt bij het draagvlak voor biodiversiteit en natuur in de stad. Er zijn minimaal 100 vrijwilligers die zich voor de monitoring inzetten. Deze kunnen we dan niet meer begeleiden en faciliteren. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,1 miljoen.
6.6 Minder inzet op het moeten voldoen aan EU grenswaarden voor luchtkwaliteit. Beïnvloedbare optie We zetten minder ambtelijke uren in om te voldoen aan EU-grenswaarden voor luchtkwaliteit (denk aan activiteiten als houtstookcampagne, afspraken met bedrijven over emissieloos vervoer en emissieloos bouwen). Wettelijke plicht wordt mogelijk niet volledig uitgevoerd. Daarnaast risico op boete uit de EU als niet aan de verplichtingen kan worden voldaan. 38 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
Maatschappelijke effect Het maatschappelijk effect is minder gezondheidswinst. Implementatie Vanaf 2027 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,2 miljoen euro. Bij het coalitieakkoord is voor de jaren 2024 t/m 2026 incidenteel extra budget toegekend oplopend van € 0,25 miljoen naar € 0,75 miljoen euro).
6.7 Minder beleids- en onderzoekscapaciteit Gezond Leefklimaat. Beïnvloedbare optie We zetten binnen de opgave in op minder beleids- en onderzoekscapaciteit en onderzoeksgeld. Tevens bouwen we onze lobby af. We beperken ons tot dat wat wettelijk verplicht is. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat we van koplopergemeente naar midden-/achterhoedegemeente gaan, onze inwoners niet kunnen betrekken, het hitteplan niet kunnen uitvoeren en we niet weten of we dan in 2040 een klimaatbestendige stad zijn. We voldoen niet aan de doelstellingen uit de visie klimaatadaptatie. We kunnen tevens de benodigde beleidscapaciteit voor het realiseren van extra zwemplekken niet invullen. Daarnaast plegen we minder inzet om andere partijen in de stad te helpen om klimaatbestendig te worden en om de openbare ruimte klimaatbestendig in te richten. De dienstverlening aan en betrokkenheid van bewoners zal verslechteren. De lobby is erop gericht geld binnen te krijgen. Als we dit niet krijgen, dan moeten lopende plannen stopgezet worden en kunnen we geen nieuwe plannen starten met grote gevolgen voor de stad. Doelen van het coalitieakkoord zullen we dan mogelijk niet halen: denk aan Natuurgebied Zuilen, Kromme Rijn Linielandschap en andere parken en scheggen. En andere partners worden niet uitgedaagd om ook te investeren in groen.
Implementatie In 2024 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,172 miljoen en vanaf 2025 structureel tot een besparing van € 0,284 miljoen euro.
6.8 Concessie vergoeding laadpalen niet fixeren en/of verhogen Periodiek wordt een concessie verleend aan een marktpartij om de elektrische laadpalen in de openbare ruimte te exploiteren. De concessievergoeding is gefixeerd op 4 ct/kwH en wordt op dit moment rechtstreeks ingezet om het maatregelenpakket luchtkwaliteit te bekostigen. De concessie kan ook in de tender als gunningscriterium opgenomen worden en zo kan getracht worden de concessievergoeding te verhogen om daarmee de afdracht aan de algemene middelen te doen. Het aantal laadpalen groeit tot 2034 van 1800 naar 4500. Beïnvloedbare optie Om te komen tot gemiddeld 1 miljoen extra inkomsten per jaar over de periode 2028-2034 moet in alle nieuwe contracten die vanaf 2028 op de markt komen concessievergoeding verhoogd worden van 4 naar 6 cent/kWh. De laadprijs gaat dan omhoog van circa 40 cent/kWh naar 42 cent. In andere gemeenten en regio's worden op dit moment vergoedingen gerekend tussen de 0 en 5 eurocent/kWh. De gemeentelijke vergoeding voor verkoop van benzine en diesel (omzet gerelateerde huur bij tankstations) is ruim 11 keer lager. Maatschappelijk effect 39 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad.
Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
Het maatschappelijke effect is dat de snelheid van de elektrificatie mogelijk lager wordt, dat mensen minder snel geneigd zijn om over te stappen op elektrisch vervoer. Implementatie Vanaf 2028 leidt dit tot een structurele besparing van € 200.000 per jaar (oplopend tot € 1,9 miljoen in 2034). Bij het coalitieakkoord zijn middelen beschikbaar gekomen om naast de dekking uit de concessies het plan van aanpak laadpalen te dekken (€ 0,8 miljoen euro in 2024, € 0,5 miljoen in 2025 en € 0,4 miljoen euro in 2026).
6.9 Geen structurele middelen beschikbaar houden voor Bodem Beïnvloedbare optie Geen structurele middelen beschikbaar houden voor Bodem. Maatschappelijk effect Indien middelen voor Bodem structureel worden verlaagd, naast de specifieke uitkeringen die we ontvangen, bestaat het risico dat er onvoldoende middelen beschikbaar zijn voor het uitvoeren van Bodemtaken (denk aan onderzoek naar nieuwe gevaarlijke stoffen als PFAS en lood, monitoren van verontreinigingen in het grondwater, advisering over gebruik van de ondergrond bij gebiedsontwikkelingen). Het maatschappelijk effect is dat we bodemtaken niet kunnen uitvoeren. Dit betreffen de kosten voor uitvoering van wettelijke taken bij RUD (verplicht bij invoering van de OW). Daarnaast zien we door regie op de ondergrond te voeren een toename van activiteiten in de bestaande en groeiende stad en daarmee het belang van uitvoering van de Visie op de Ondergrond. En spelen dossiers zoals Bodemenergie, actualisatie Gebiedsplan, Ongesprongen Oude Oorlogsresten, bodemkwaliteit en levende bodem, waar onvoldoende middelen voor zijn. Implementatie Vanaf 2024 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,5 miljoen.
6.10 Minder beleid opstellen voor lood en bodembiodiversiteit Beïnvloedbare optie Minder beleid opstellen voor lood en bodembiodiversiteit waardoor er minder inzet nodig is op ambtelijke uren. Door alleen landelijke wetgeving uit te voeren leidt dit mogelijk tot minder ruimte voor de gemeente. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is geen aanpak lood anders dan wettelijk verplicht en mogelijk minder gezondheidswinst. Implementatie Vanaf 2024 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,03 miljoen.
6.11 Kwaliteitsniveau beheer Openbare Ruimte herzien De openbare ruimte wordt beheerd op basis van landelijk gestandaardiseerde CROW-kwaliteitsniveaus. Contracten met aannemers zijn gebaseerd op deze beeldkwaliteitsniveaus en de prestatie van de gemeente wordt continu gemonitord. De gemeente heeft beleidsvrijheid in het bepalen van de kwaliteitsniveaus (keuze van A+, A, B, C of D). Grofweg worden aparte kwaliteitsniveaus benoemd voor woonwijken, bedrijventerreinen en centrumgebieden. Beïnvloedbare ruimte 40 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
De gemeente kan de beeldkwaliteitsniveaus van de openbare ruimte verlagen van gemiddeld B naar C. Er wordt dan met name minder aan dagelijks onderhoud gedaan. Zoals het groen minder intensief onderhouden, minder reinigen van de openbare ruimte en het meer accepteren van diverse gebreken zoals kuilen in de weg. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat de openbare ruimte minder netjes is en verrommelt en een risico op kapitaalvernietiging in verband met mogelijke toename achterstallig onderhoud. De bezuiniging telt op de reeds ingezette bezuiniging van € 1 miljoen in het coalitieakkoord. Deze bezuiniging wordt momenteel van maatregelen voorzien en is nog niet structureel ingevuld. Het beeldkwaliteitsniveau van de gehele stad zal één niveau worden teruggeschroefd, zowel in de centra, woonwijken als bedrijventerreinen. Implementatie In 2026 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,5 miljoen, in 2027 tot een besparing van € 0,7 miljoen en vanaf 2028 leidt dit structureel tot een besparing van € 1,0 miljoen. Bij het coalitieakkoord is structureel € 1,2 miljoen beschikbaar gesteld vanaf 2027 voor dagelijks onderhoud en de vervanging van de vergroeningsopgave (2024 € 0,3 miljoen en 2025 en 2026 € 0,6 miljoen).
6.12 Stroomlijnen initiatieven vergroening buitenruimte Naast de gemeente zijn ook diverse andere partijen in de stad bezig met vergroening van de buitenruimte of het beheer daarvan. Sommigen van hen ontvangen subsidies. Een grote partij is Stichting Utrecht Natuurlijk. Deze partij is een grote subsidiant die in de subsidiestaat van de gemeente genoemd staat met een jaarbedrag van circa € 3,6 miljoen. Een andere grote subsidiestroom is de groene dakensubsidie. Deze bedraagt circa € 0,7 miljoen per jaar en is bedoeld voor partijen die hun dak willen vergroenen in het kader van klimaatadaptatie. Beïnvloedbare optie De subsidie aan Utrecht Natuurlijk is deels afweegbaar. De Groene Dakensubsidie is ook afweegbaar, maar vloeit terug naar de rioolheffing bij heroverweging. Dit leidt dan tot lastenverlichting. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect van heroverwegen van deze subsidies zorgt in het geval van Utrecht Natuurlijk voor een verminderde betrokkenheid van actieve (zelfbeherende) inwoners bij de openbare ruimte en zal impact hebben op het tempo van de vergroening van de stad. Heroverweging van de groene dakensubsidie heeft tot gevolg dat er geen bijdrage gedaan wordt aan zowel particulieren als instellingen om daken klimaatadaptief te maken. Daarnaast zal de rioolheffing verlaagd worden met het vrijvallende bedrag.
Implementatie Vanaf 2026 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,7 miljoen.
6.13 Stroomlijnen inzet vrijwilligers beheer openbare ruimte Plandeldagen en world cean-up day zijn voorbeelden van inzet van vrijwilligers. Het merendeel van de acties heeft betrekking op het opschonen van moeilijk bereikbare plaatsen waar regulier minder frequent wordt gereinigd. De inzet van vrijwilligers is en blijft op basis van vrijwilligheid en daarmee moeilijk planbaar, waardoor dit geen structurele impuls geeft op het kwaliteitsbeeld van de openbare ruimte. De inzet van vrijwilligers bij het onderhouden van een stukje openbaar groen is een ander voorbeeld van inzet van vrijwilligers. Het onderhoud van een stukje openbaar groen wordt door de gemeente overgedragen aan vrijwilligers. 41 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
Beïnvloedbare optie Vanuit de gemeente worden er middelen en mensen ingezet om de vrijwilligers te ondersteunen. Als we stoppen met zelfbeheer groen besparen we op de kosten van deze ondersteuning. Hier komen echter structurele onderhoudskosten voor terug in het geval het te beheren areaal terugkomt naar de gemeente. Er is dan ook in veel gevallen sprake van frictiekosten om de te beheren openbare ruimte om te vormen. Een andere mogelijkheid is dat de zelfbeheerders het areaal blijven onderhouden zonder ondersteuning vanuit de gemeente. Maatschappelijk effect De consequenties van het stoppen met zelfbeheer groen worden nog nader onderzocht. In het kader van participatie hebben we in de afgelopen periode juist ingezet op zelfbeheer. In het Actieplan zelfbeheer van openbaar groen is bijvoorbeeld te lezen op welke wijze we als gemeente inzetten op het actief stimuleren van het zelfbeheer. We zien dat het stimuleren van zelfbeheer effect heeft. Steeds meer burgers zijn en worden enthousiast over zelfbeheer. Het maatschappelijk effect is dat dit teniet wordt gedaan. In 2025 leidt dit incidenteel tot een besparing van € 0,1 miljoen. Vanaf 2026 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,2 miljoen.
6.14 Minder rood asfalt toepassen op bijvoorbeeld vrije fietspaden Beïnvloedbare ruimte Besparen op beheer en onderhoud door rood asfalt bij (onderhouds)werkzaamheden te vervangen door goedkoper zwart asfalt. Daarnaast de toenemende beheerkosten á € 200.000 per jaar door omvorming van zwarte asfaltfietspaden naar rood asfalt terugdraaien. Hiermee wordt het nieuwe afwegingskader teruggedraaid. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect heeft vooral betrekking op de verkeersveiligheid. Deze neemt deels af wegens minder herkenbaarheid van fietspaden en gedrag van automobilisten. Implementatie Vanaf 2025 leidt dit tot een structurele besparing van € 0,02 miljoen die elk jaar oploopt tot € 0,2 miljoen structureel in 2034.
6.15 Verminderen Natuur-en Milieueducatie in stadstuinen Beïnvloedbare ruimte We versoberen het educatieaanbod, waarmee coördinatie en beheerkosten worden bespaard. Maatschappelijk effect Het maatschappelijk effect is dat dit impact heeft op de jonge generatie Utrechters. Kinderen krijgen minder mee van de natuur en klimaatverandering en hebben een beperktere toegang tot stadstuinen en natuureducatie. Implementatie Vanaf 2026 leidt dit structureel tot een besparing van € 0,2 miljoen.
42 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
7 Veilige stad 7.1 Begroting 2024 Rekening 2022
2024
Begrotin g 2025
Baten
3.272
5.853
5.607
4.343
843
843
Lasten
60.764
69.935
73.185
71.287
68.112
67.021
Saldo Baten en Lasten
Begroting
Begrotin g 2026
x €1.000 Begroting
Begrotin g 2023
2027
-57.492
-64.082
-67.579
-66.945
-67.270
-66.178
Onttrekking reserves
648
0
0
0
0
0
Toevoeging reserves
0
0
0
0
0
0
648
0
0
0
0
0
-56.844
-64.082
-67.579
-66.945
-67.270
-66.178
Saldo onttrekkingen en toevoegingen reserves Totaal
7.2 Recapitulatie #
Maatregel
2024
2025
2026
2027
Struc
x €1.000 Struc . in jaar
Effect van de maatregelen op de netto-lasten 7.3
Bezuinigen op materiële budget ten behoeve van aanpak voorkomen van ontwrichtende effecten van ondermijnende criminaliteit
0
0
500
500
500
2025
7.4
Bezuinigen op jongerenwerk tbv kwetsbare (criminele) jongeren met 10% voor jongerenwerk en buurtteams
0
140
140
520
520
2026
7.5
Stoppen met controles van het DOR (digitaal opkoop register)
50-70
50-70
50-70
2026
7.6
Stoppen met het Flexteam van THOR (9,5 fte)
0
0
800950
800950
800950
2026
7.7
Verschuiving verdeling inzet nachtdiensten THOR
0
0
250
250
250
2026
7.8
Halveren van het materiële noodbudget voor ex-gedetineerden en kwetsbare personen
0
150
150
150
150
2025
7.9
Verlagen personele inzet ten behoeve van tegengaan voorkomen overlast van personen en groepen (max)
0
0
250
250
250
2026
7.10
Verlagen materiële budget Wijkveiligheid
0
200
200
200
200
2025
7.11
Bezuinigen op personele inzet ten behoeve van Veilig ondernemen
0
0
25
25
25
2026
7.12
Stoppen of verminderen Inzet jongerenopverlast verlagen met 25% (alleen nog op data)
0
0
165
165
165
2026
Stoppen of verminderen Inzet jongerenopverlast verlagen met 50% (alleen nog op data)
0
0
165
165
165
2026
43 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
#
2024
2025
2026
2027
Struc
Struc . in jaar
Stoppen of verminderen Inzet jongerenopverlast verlagen met 75%(alleen nog op data)
0
0
165
165
165
2026
Stoppen Inzet THOR jongerenopverlast verlagen (alleen nog op data)
0
0
660
660
660
2026
7.13
Halveren inzet THOR op bewonersmeldingen (gemeentelijk overlast auto GOA)
0
0
400535
400535
400535
2026
7.14
Verminderen preventieve inzet religieuze feesten en jaarwisseling - 25% verlagen
0
0
47,5
47,5
47,5
2026
Verminderen preventieve inzet religieuze feesten en jaarwisseling - 50% verlagen
0
0
47,5
47,5
47,5
2026
Verminderen preventieve inzet religieuze feesten en jaarwisseling - 75% verlagen
0
48
48
48
2026
Stoppen met preventieve inzet religieuze feesten en jaarwisseling
0
150230
150230
150230
2026
7.15
25% bezuinigen op (beheer en onderhoud van) aantal openbare camera's
0
0
123
123
123
2026
7.16
Versneld afbouwen incidentele budget voor Straatintimidatie
60
120
120
7.17
Bezuinigen op gemeentelijke bijdrage Veiligheidsregio Utrecht
0
0
PM
PM
PM
2026
7.18
Minder inzet THOR bij demonstraties en evenementen 25%
0
0
25
25
25
2026
Minder inzet THOR bij demonstraties en evenementen 50%
0
0
25
25
25
2026
Minder inzet THOR bij demonstraties en evenementen 75%
0
0
25
25
25
2026
Stoppen met inzet THOR bij demonstraties
0
0
75-150
75-150
75150
2026
Stoppen inzet THOR om hulpdiensten te assisteren bij calamiteiten
0
0
10-30
10-30
10-30
2026
7.19
Maatregel
-
7.3 Bezuiniging op materiële budget ten behoeve van aanpakken/ interventies/ acties voor het voorkomen van ontwrichtende effecten van ondermijnende drugsgerelateerde criminaliteit Beïnvloedbare optie Het verminderen van het aanpakken/interventies/acties die gefinancierd worden uit materiele budgetten uit de coalitiemiddelen aanpak Grenzen Stellen Perspectief Bieden (GSPB) voor het doorbreken van criminele carrières (vanuit een focus op jonge aanwas, potentiële doorgroeiers en criminele families) en het doorbreken van criminele geldstromen. Dit zijn de twee pijlers uit GSPB. Voor deze specifieke doelgroepen bieden we minder aan op het gebied van weerbaarheid en preventie, werk, sport en opleiding en onderzoek. Het stoppen met deze projecten is mogelijk omdat hiervoor extra middelen bij het coalitieakkoord ter beschikking zijn gesteld. We kunnen ervoor kiezen deze activiteiten af te schalen. Maatschappelijk effect Alhoewel het effect van deze maatregel moeilijk te meten is, bestaat het gevaar dat de aanpak minder doeltreffend wordt, doordat de kracht van de aanpak Grenzen Stellen Perspectief Bieden in een 44 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
totaalpakket aan maatregelen en een integrale aanpak zit. Waarbij het doel is om de toename van geweld, de toename jonge aanwas (afglijden kinderen/jongeren in (drugs)criminaliteit), een ongelijkwaardig ondernemersklimaat en verdere ontwrichting als gevolg van ondermijnende criminaliteit tegen te gaan. Hiermee investeren we dus minder in kwetsbare doelgroepen die dit juist nodig hebben om weer kans te maken op een beter perspectief. Bovendien: het Rijk is een belangrijke partner voor de gemeente bij de brede aanpak van ondermijning (GSPB) en wil zich langjarig verbinden aan een integrale aanpak. Het budget verlagen is een heel slecht signaal naar het Rijk en brengt het risico met zich mee dat zij niet meer extra gaan investeren in GSPB en/of dat de gemeente geen cofinanciering meer heeft voor de beschikbare gelden vanuit het Rijk. Implementatie Het materiële budget kan vanaf 2026 worden verminderd, met maximaal € 500.000 structureel.
7.4 Bezuiniging op jongerenwerk en buurtteams ten behoeve van kwetsbare (criminele) jongeren Beïnvloedbare optie De meerjarige subsidies voor Jeugd en Veiligheid vanuit programma Veilige stad wordt afgebouwd met 10% (€ 520.000) (op het totale bedrag van 5,2 miljoen bestaande uit een samengesteld budget van € 1,4 miljoen voor buurtteams en € 3,8 miljoen voor jongerenwerk). Dit budget kan verlaagd worden door minder inzet van jongerenwerk en buurtteams in specifieke wijken. Om welke wijken dit zou gaan, vergt nader uitzoekwerk. Maatschappelijk effect Met de inzet van jongerenwerk en buurtteams signaleren we jongeren die afglijden naar de criminaliteit, en zetten we in om hen uit de criminaliteit te helpen en een niet-crimineel alternatief aan te bieden. Een bezuiniging houdt in dat minder jongeren in beeld zijn en daarmee uit beeld verdwijnen. Zij zullen dan waarschijnlijk later met grotere problematiek in beeld komen, waardoor er meer maatschappelijke kosten zullen ontstaan om ze (zo mogelijk) nog uit de criminaliteit te krijgen. Hiermee investeren we dus minder ongelijk in kwetsbare doelgroepen die dit juist nodig hebben om weer kans te maken op een beter perspectief.
Aansluiting van het jongerenwerk en de buurtteams op veiligheidsvraagstukken in de wijk en het bieden van hulp en kansen aan jonge aanwas met risicofactoren is essentieel voor onder andere de aanpakken GSPB (tegengaan ontwrichtende effecten van (drugs-)gerelateerde criminaliteit) en Jeugd. Er kunnen op het gebied van veiligheid nadelige gevolgen optreden als kwetsbare jongeren minder in beeld komen en niet meer worden begeleid. Het risico om in de fuik van ondermijnende drugscriminaliteit te worden gezogen neemt dan toe. Door minder inzet van jongerenwerk en buurtteams komt er meer druk op handhaving/ justitiële- en politiecapaciteit. Implementatie De huidige contracten lopen af: • Buurtteams omvang € 1,4 miljoen per eind 2024, • Jongerenwerk € 3,8 miljoen, het contract loopt af per einde 2026. De nieuwe aanbesteding volgt, waarbij afgebouwd wordt met: • € 140.000 in 2025 en 2026 • € 520.000 structureel vanaf 2027
45 Disclaimer - Dit document betreft een ambtelijke inventarisatie van mogelijke bezuinigingen ten behoeve van besluitvorming door college en gemeenteraad. Dit is een technische inventarisatie ongeacht wenselijkheid en bevat géén voorstel of besluit van college of gemeenteraad.
7.5 Stoppen met controles van het Digitaal Opkoopregister (DOR) door THOR in het kader van aanpak heling Handhavers van THOR controleren of bedrijven (opkopers van tweedehands goederen zoals juweliers, fietsenhandlaren of autohandelaren) hun registratie in het DOR (juist) doen. Dit draagt bij aan het opsporen van gestolen goederen, wat een taak van de politie is. Beïnvloedbare optie Stoppen met controles van het digitaal opkoopregister door THOR in het kader van de aanpak heling. Lagere inzet van capaciteit betekent minder salariskosten. Afschalen van capaciteit door niet invullen van vacature. Kosten voor capaciteit (0,88fte) blijven over. Maatschappelijk effect Controle van het Digitaal opkoop register is één van de schakels in de keten van aanpak ondermijning. Als handhavers van THOR niet meer controleren op het juist registreren in DOR, bestaat de kans dat opkopers zich minder snel aan de registratieplicht in het DOR houden waardoor het opkopen van gestolen goederen kan toenemen. Doordat gestolen goederen terugkomen op de markt, wordt stelen weer interessanter. We zullen met de politie in overleg moeten over hoe belangrijk deze taak is en wie deze taak het beste kan overnemen in de keten. Een algemeen risico is dat ieder voorstel dat wordt overgenomen zal leiden tot een verlaging in de formatie.