Bijlage 5a - Groeidocument consortium Rijnenburg - samenvatting (incl. verstedelijkingsvisie)
Tekst van het document
Ruimte voor roeiwater Samen streven we naar een passend, ontwikkelingsopgave ‘beet te pakken’ · Snelfietsverbindingen Prioriteit aan de binnenstedelijke opgave. · Snelfietsverbindingen naar centrum, werklocaties en buitengebied. Inpassen van werklocaties als bijdrage aan 85.000 werkplekken en · naar centrum, werklocaties en buitengebied. ·· Inpassen van werklocaties als bijdrage aan 85.000 werkplekken en duurzaam en betaalbaar thuis voor van van Utrecht. Utrecht. Integreren van bestaande structuren en landschappelijke iedereenen die graag in onze mooie stad Rijnenburg inenhet bijzonder. RIJNENBURG RIJNENBURG de(blijven) voorzieningenbehoefte (recreatie, sport, sport, natuur) natuur) voor voor alle alle bewoners bewoners regio wil wonen, werken en leven. de voorzieningenbehoefte (recreatie, Timpaan BPD Ontwikkeling AMVEST Portaal GroenWest Synchroon ontwikkelaars Latei projectontwikkeling Bouwinvest Bunnik Projekten Slokker vastgoed Mitros Ballast Nedam AM Onze oproep aan u als wethouders
RIJN RIJ WO VA
·· Aantrekkelijk, Aantrekkelijk, gezond gezond en en inclusief inclusief stedelijk stedelijk leven. leven. Snelfietsverbindingen naarparkeernorm centrum, werklocaties enstructuren buitengebied. Integreren van bestaande en landschappelijke ·· boven Snelfietsverbindingen naar centrum, werklocaties buitengebied. boven automobiliteit, automobiliteit, lage lage parkeernorm (</= (</= 0,5). 0,5). en
Deze gronden zijn aangekocht om invulling · Energietransitie-klimaatneutrale regio (RES) Inpassen werklocaties als bijdrage aan 85.000(Ringpark) werkplekken en en te··kunnen geven aan de woningbehoefte ·en van hetenergielandschap. Landschap Inpassen van werklocaties bijdrage aan 85.000 werkplekken Integratie Integratie van van woningbouw woningbouwals enVersterking een een tijdelijk tijdelijk energielandschap. van de inwoners van de stad en de regio. · Werkgelegenheid (REP)
RIJNENBURG RIJNENBURG SLUIT SLUIT AAN AAN OP OP HET HET RINGPARK RINGPARK RIJNENBURG RIJNENBURG SLUIT SLUIT AAN AAN OP OP HET HET RINGPARK RINGPARK ·· Rijnenburg Rijnenburg versterkt versterkt het het concept concept Ringpark. Ringpark.
KANSEN
Tijdelijk RIJNENBURG RIJNENBURG IS ISDUURZAAM DÉ DÉenergielandschap SLIMSTE SLIMSTEEN WIJK WIJK OP DE GEMEENTE VOOR EEN RIJNENBURG VERBINDEN AAN UTRECHT UTRECHT EN EN RIJNENBURG VERBINDEN AAN VAN VAN DE DE 22STE 22STE EEUW EEUW BETAALBAAR PERSPECTIEF RIJNENBURG DéVOOR slimste wijk van de 22e eeuw OPENBAAR DE REGIO MET HOOGWAARDIGE DE REGIO METIS RIJNENBURG RIJNENBURG ISHOOGWAARDIGE DÉ DÉ SLIMSTE SLIMSTE WIJK WIJKOPENBAAR VERVOERSEN FIETSVERBINDINGEN VERVOERSEN FIETSVERBINDINGEN Noodzakelijke aanvulling op de woningbehoefte VAN VAN DE DE 22STE 22STE EEUW EEUW
·· Realisatie Realisatie van van een een tijdelijk tijdelijk energielandschap. energielandschap. Energieproductie voor Utrecht Utrecht (60.000 80.000 huishoudens). ···· Integratie Energieproductie voor -- 80.000 huishoudens). Integratie van van woningbouw woningbouw en en(60.000 een een tijdelijk tijdelijk energielandschap. energielandschap. ·· Realisatie Realisatie van van een een tijdelijk tijdelijk energielandschap. energielandschap.
I J ssel st ei n
- 10 -
APPÈL
KANSEN KANSEN
RIJNENBURG RIJNENBURG IS IS EEN EEN NOODZAKELIJKE NOODZAKELIJKE AANVULLING OP OP DE DE WONINGBEHOEFTE WONINGBEHOEFTE Beur skwar tie rAANVULLING IN IN DE DE UTRECHTSE UTRECHTSE REGIO REGIO RIJNENBURG ISslimste EN NOODZAKELIJKE RIJNENBURG IS EEN NOODZAKELIJKE Dé Dé slimste wijk wijk van vande de22e 22eeeuw eeuw Tijdelijk Tijdelijkenergielandschap energielandschap AANVULLING OP DE WONINGBEHOEFTE AANVULLING DE WONINGBEHOEFTE OP OP DE DE GEMEENTE GEMEENTE VOOR VOOR EEN EENOP DUURZAAM DUURZAAM EN EN oodzakelijkeaanvulling oodzakelijke aanvullingop opde dewoningbehoefte woningbehoefte IN DE DE UTRECHTSE UTRECHTSE BETAALBAAR BETAALBAAR PERSPECTIEF PERSPECTIEF VOOR VOOR RIJNENBURG RIJNENBURG Dé Dé slimste slimsteREGIO wijk wijk van vande de22e 22eeeuw eeuw IN EGIO
APPÈL
Onze oproep aan u als wethouders van de stad Utrecht, is dan ook om het perspectief voor Rijnenburg integraal en gezamenlijk op te pakken in samenhang met de regionale ontwikkelingsopgave. Aangezien aan de daadwerkelijke realisatie van een ruimtelijke project een ontwikkelingsproces voorafgaat met een gemiddeld tijdsbeslag van 10 jaar, is het nu zaak om gezamenlijk de regionale ontwikkelingsopgave ‘beet te pakken’ en Rijnenburg in het bijzonder.
RIJNENBURG IS EEN NOODZAKELIJKE AANVULLING OP DE WONINGBEHOEFTE IN DE UTRECHTSE REGIO
· · Rijnenburg het concept Betaalbaarversterkt wonen (35% sociaal Ringpark. en 25% middelduur) in bestaande bestaande en enfunctionerend nieuwe nieuwe wijken wijkenvanaf en en buurten. buurten. ·· HOV/Lightrail HOV/Lightrail functionerend vanaf de de eerste eerste woningen woningen inin het het Concretisering in Rijnenburg door o.a. recreatieveten voorzieningen, gemengde inpassing woonmilieus. ····· Zorgvuldige Zorgvuldige inpassing tijdelijk energielandschap opzichte van tijdelijk energielandschap opzichte Huidige Huidige lintbebouwing lintbebouwing en en voorzieningen voorzieningen met met zorg zorgten inpassen inpassen inin van centrum centrum van van Rijnenburg. Rijnenburg. sportfaciliteiten enmet natuurwaarden het verbinden daarvan met · bestaande 25.000 woningen een focus openlaagbouwmilieus. bestaande en nieuwe wijken en buurten. en nieuwe wijken en buurten. nieuwe nieuwe structuur. structuur. ·· Investeringen Investeringen OV OV vanuit vanuit de de gebiedsontwikkeling gebiedsontwikkeling door door de de marktpartijen. marktpartijen. de stadlintbebouwing en van het werklocaties buitengebied.
Inpassen als bijdragemet aanzorg 85.000 werkplekken en Huidige lintbebouwing en voorzieningen voorzieningen met inpassen ·· · Huidige en inpassen inin Bestaande Bestaande landschappelijke landschappelijke kwaliteiten, kwaliteiten, flora florazorg en en fauna fauna en en cultuurcultuur···· Snelfietsverbindingen Snelfietsverbindingen naar naar centrum, centrum, werklocaties werklocaties en en buitengebied. buitengebied. · nieuwe Rijnenburg draagt bij aan de(recreatie, versterking van landschappelijke de voorzieningenbehoefte sport, natuur) voor alle bewoners nieuwe structuur. structuur. historische historische waarden waarden waar waar mogelijk mogelijk handhaven handhaven en en versterken. versterken. kwaliteiten en biodiversiteit.kwaliteiten, van Utrecht. Bestaande landschappelijke kwaliteiten, flora flora en en fauna fauna en en cultuurcultuur·· Bestaande landschappelijke historische waarden waarden waar waar mogelijk mogelijk handhaven handhaven en en versterken. versterken. historische
- 11 -
RIJN RIJ WO VA
· · Betaalbaar wonenk Energieneutrale,
· gemengde Mobility aswoonmi a serv
· 25.000 woningen m boven automobilit
· · Inpassen van werk Aantrekkelijk, gez
de voorzieningenbe van Utrecht.
· Energ
RIJN RIJ · Realis
·
VOO DE VE Integ
· · Betaalbaar wonenk Energieneutrale,
· gemengde Mobility aswoonmi a serv
Afbeelding: Delva
· 25.000 woningen m boven automobilit
· · Inpassen van werk Aantrekkelijk, gez
de voorzieningenbe van Utrecht.
RIJN RIJ VOO DE VE Afbeelding: Delva
· · Roeiwater doorfunc geb HOV/Lightrail
de woningbouwopg centrum van Rijne
· · Roeiwater in Rijnen Investeringen OV v
· Merwedekanaalzon Snelfietsverbindin
· Bouwsteen voor he
landschapskwalite
- 12 -
- 13 -
Hoofdambitie: Gezond, leefbaar en duurzaam voor iedereen
3.0 AN ALYSE T.B .V. PR O GR AM M AT I SC H VE RT R E K PUN T De afgelopen maanden is samen met de gemeente, het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en diverse externe adviseurs gewerkt aan de start van de uitwerking van het Programmatisch vertrekpunt (pve). Dit in aanvulling op eerdere onderzoeken die de afgelopen jaren door partijen zijn uitgewerkt. Deze worden ter informatie nader toegelicht in bijlage 1. Voor de integrale gebiedsontwikkeling is aansluiting gezocht bij de hoofdambitie van Utrecht “gezond stedelijk leven voor iedereen”. Vanuit een vijftal leidende principes zijn partijen met elkaar aan het werk gegaan om de onderliggende uitgangspunten en ambities voor Rijnenburg nader te definiëren. De leidende principes:
Leidend principe 5: Klimaat, duurzaamheid en energie
■
Gezond leefbaar en duurzaam voor iedereen (hoofdambitie)
■
Water en bodem sturend
■
Bereikbaarheid en mobiliteit
■
Programmamix en compacte buurten
■
Ruimte voor sport, recreatie en natuur
■
Klimaat, duurzaamheid en energie
Op al deze leidende principes zijn met de stakeholders en experts de potenties (kansen en bedreigingen) onderzocht voor de gebiedsontwikkeling Rijnenburg. Met de kennis vanuit het onderzoek op de verschillende deelprincipes, kunnen de ambities
Leidend principe 4: Ruimte voor sport, recreatie en natuur
en uitgangspunten bepaald worden per principe. Als we alles naast elkaar ontwikkelen zullen er tegenstrijdigheden uit de verschillende principes volgen. De kunst is de ambities en uitgangspunten vanuit de verschillende principes te integreren, waardoor thema’s elkaar versterken. Vanuit het startpunt Gezond, leefbaar en duurzaam voor iedereen kunnen de principes bij elkaar gebracht worden. Vanuit dit startpunt beginnen we in dit document het onderzoek. In onderstaande paragrafen wordt in eerste instantie van de hoofdambitie “Gezond stedelijk leven voor iedereen” de potentie van de gebiedsontwikkeling Rijnenburg toegelicht. Om vervolgens vanuit de leidende principes de eerste resultaten van de analyse toe te lichten.
Leidend principe 3: Programmamix & compacte buurten
Leidend principe 2: Bereikbaarheid en mobiliteit
Leidend principe 1: Water en bodem sturend
- 14 -
- 15 -
3.1 GEZO ND, L EEFBA A R EN D U U RZ A A M VO O R IED EREEN ■
Gebiedsontwikkeling Rijnenburg past binnen Utrechtse strategie ‘Gezond stedelijk leven voor iedereen’
■
Niet afwentelen op volgende generaties
■
Elke opgave dient meerdere doelen (duurzame geïntegreerde oplossingen)
De Utrechtse stadsregio vormt één van de belangrijkste economische groeigebieden in Europa. In wisselwerking hiermee zal de druk op de woningmarkt ook de komende jaren naar verwachting onverminderd hoog zijn. Beschikbaarheid van woningen is, naast hun betaalbaarheid, een zeer actueel thema. Binnen de stadscontour groeit Utrecht met ruim 60.000 woningen. Op logisch gekozen plekken in de stad ontstaan stadswijken in hoge dichtheid waarin wonen en werken een interessante mix zullen vormen. Ondanks deze omvangrijke verdichting van de (binnen-)stad lijkt overloop naar de randen van de stad, binnen de gemeentegrenzen van Utrecht, gewenst zo niet noodzakelijk. De verstedelijking van polder Rijnenburg is daarvoor de meest voor de hand liggende optie en kansrijk vanwege zijn centrale ligging en de afstand tot Utrecht. Gemeente Utrecht gebruikt de ”tien minutenstad” als leidend principe om te komen tot een gezonde verstedelijking van Utrecht waarin opgaven worden samengebracht en in gezamenlijkheid worden opgelost. Complexe gebiedsontwikkelingen als Rijnenburg dienen een integraal antwoord te bieden op opgaven op het vlak van onder andere wonen, werken, mobiliteit, cultuurhistorie, duurzaamheid en klimaat, water en bodem, energie en gezondheid.
Economische en sociaal maatschappelijke vitaliteit, een aangename, inclusieve omgeving en duurzame keuzes zijn van belang voor een gezond Rijnenburg. Vanuit de 5 principes werken we aan al deze ambities, die we afwegen, prioriteren en waardes geven om te integreren. De ambities gaan soms goed samen, maar zijn soms ook tegenstrijdig. Dit brengt spanningen met zich mee. Rijnenburg biedt bij uitstek de kans een hoogwaardig stadsdeel te zijn waarin hoogwaardig Openbaar Vervoer en comfortabele en snelle fietsverbindingen zorgen voor optimale en duurzame mobiliteit en bereikbaarheid. Onderzoek van Movares wijst uit dat de beoogde OV-bereikbaarheid door middel van Hoogwaardig Openbaar Vervoersverbindingen bij ca. 25.000 woningen functioneel en rendabel wordt. Hiermee wordt voorkomen dat het reeds overbelaste verkeerswegennetwerk nog zwaarder wordt belast en zodoende de A2 en A12 hun regionale en nationale functie kunnen blijven vervullen. Rijnenburg en de randen er omheen kunnen voorzien in de behoefte aan ruimte voor natuur, recreatie en sport. Het verbeteren van het routenetwerk van de Hollandse IJsselzone en het realiseren van plekken voor recreatie in Rijnenburg kunnen een bijdrage leveren aan de noodzakelijke overloop vanuit de Stad-Utrecht.
Ook op het gebied van waterhuishouding biedt Rijnenburg bij uitstek de gelegenheid om invulling te geven aan het leidende principe van water en bodem sturend ontwikkelen, en daarmee naast de lokale opgave ook een bijdrage leverend aan regionale behoeftes. Ook biedt Rijnenburg voldoende mogelijkheden om een belangrijke bijdrage te leveren aan het klimaat met het opwekken van fossielvrije energie voor de stad Utrecht en in de toekomst voor de woningen in Rijnenburg. Hierbij is het van belang dat het beoogde energielandschap wordt ontwikkeld en gerealiseerd in samenhang met de woningopgave en andere functies voor Rijnenburg. De ontwikkeling van Rijnenburg en de beperkte ruimte vraagt om samenhang en het slim samenbrengen en positioneren van programma’s en opgaven om te komen tot een eigentijds en gemengd stedelijk woonmilieu met compacte buurten. Vanuit een programmamix komen er betaalbare woningen, voor jong tot oud. Ook biedt Rijnenburg gelijke kansen aan alle bewoners en goede voorzieningen, van zorg tot onderwijs. De ‘tienminutenstad’ ontmoet hier natuur, duurzame mobiliteit en de ambities op het vlak van een gezonde stad voor iedereen.
- 16 -
- 17 -
3.2 WATER EN BO D EM STU REND
w ate r b er g ing in laag s te g eb ied (maat e n vo r m ind icatief ) -0,90m nap
co mp e nsatie in lag e r p eilg e b ie d
-0,40m nap
infiltr atie
s amenhang in p o ld er !
-0,90m nap
■
De gebiedsontwikkeling Rijnenburg volgt het principe water en bodem sturend
■
Waterbergingsopave wordt opgezet vanuit het principe ‘vasthouden – bergen – afvoeren’
■
De ontwikkeling van Rijnenburg neemt een belangrijk aandeel in de regionale waterbergingsopgave op zich
■
Er wordt gewerkt vanuit een gesloten grondbalans
Een leidende rol van bodem en water in de gebiedsontwikkeling begint met het op waarde schatten van en meebewegen met oude landschappelijke structuren door de oude loop van de Hollandse IJssel, met de archeologische vindplaatsen, als uitgangspunt te nemen. Samen met de cultuurhistorische waarden van de polderverkaveling wordt het oude onderliggende landschap omarmd en beleefbaar gemaakt. Ter plaatse van archeologisch waardevolle gebieden, in samenhang met het vigerende beleid wat betreft behoud en bescherming, krijgt het landschap haar identiteit met groene structuren waartussen bebouwing wordt gesitueerd. In het noordelijke deel van het plangebied wordt voortgebouwd op de bestaande polder- en weteringenstructuur. De bestaande weteringenstructuur blijft waar mogelijk behouden, mogelijk breder en robuuster en opgenomen in de nader te ontwerpen waterstructuur. Verbreding van de Lange Vliet biedt kansen voor een combinatie van extra buffercapaciteit en recreatieve waarden. De minimale afstand tussen de watergangen wordt bepaald op basis van uit te voeren onderzoek naar het mogelijk toekomstige patroon van watergangen en de invloed daarvan op de grondwaterstand, die weer afhankelijk is van de mate van ophoging.
Voor het (her)ontwerp van alle watergangen (diepte, breedte en talud) zijn de planregels uit de waterschapsverordening (2024) van Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden van toepassing. Er zal onderzoek gedaan worden naar een beperking van het aantal peilgebieden en de daarbij behorende optimale peilhoogtes ten behoeve van een robuust watersysteem. Deze peilen worden vastgesteld op basis van de ondergrond, de functie (bebouwing, natuur, waterberging) en de aansluiting op het bestaande watersysteem. De watervoerende functie voor het landelijke gebied en het aangrenzende stedelijke gebied wordt gewaarborgd. De waterbergingsopgave gaat uit van het principe ‘vasthouden – bergen – afvoeren’, waarbij volgens de viertraps strategie zoveel mogelijk water vastgehouden, geïnfiltreerd en geborgen wordt, zodat de toevoeging van verharding niet tot extra afvoer van water leidt. Vanuit de waterbergingsopgave volgen we het advies van HDSR waarbij 70 mm neerslag wordt gecompenseerd (richtlijn 22,5% compensatie van de toename van het verhard oppervlak) met extra oppervlaktewater waarin een peilstijging van 0,3 meter mogelijk is. Daarnaast geldt het principe dat bij een 90 mm bui geen nadelige gevolgen optreden voor de (gebouwde)omgeving.
Ook biedt Rijnenburg de kans om naast de benodigde watercompensatie vanuit de woningbouw ook een belangrijk aandeel van de regionale waterbergingsopgave voor een opvang van 1.000.000 m3 op zich te nemen. Hierbij biedt de aanleg van open water en een overloopgebied bestaande uit overstroombaar groen in het noordelijke deel van het plangebied een mogelijke oplossing. Hier kan de waterberging ook ten goede komen aan natuurontwikkeling en waterrecreatie. De buffer biedt ook kansen bij het tegengaan van hittestress. Vanuit de toepassing van het principe van meerlaagsveiligheid worden kwetsbare functies en vitale voorzieningen zo gepositioneerd en ontworpen dat het risico van uitval bij een doorbraak of overstroming minimaal is. Dit vanuit het principe dat het ontwerp klimaatrobuust is. De bodemopbouw en historische geografie van de huidige polder zijn mede sturend. Dat betekent onder meer dat het woningpeil en de bouwmethode afgestemd worden op de ondergrond, de mate van ontgraving vanwege mogelijke bodemopbarsting en de benodigde drooglegging. De ondergrond heeft ook mogelijke invloed op het programma. Zo ligt het voor de hand om de laagst gelegen plekken te gebruiken voor de aanleg van open water en bijvoorbeeld (drijvende) waterwoningen of innovatieve concepten op palen en de hoger gelegen gebieden te benutten voor hogere dichtheden met traditionelere bouwmethoden.
Vanuit de door de betrokken ingenieursbureaus uitgevoerde onderzoeken wordt geconcludeerd dat het goed is Rijnenburg vanuit het principe water en bodemsturend te ontwikkelen, al vraagt dit in de verdere uitwerking wel om nader onderzoek en verdieping in samenwerking met Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden en de gemeente Utrecht. Een gesloten grondbalans vormt het uitgangspunt bij de ontwikkeling. Hierbij is het aantal te realiseren peilvakken medebepalend. Waar opgehoogd of uitgegraven wordt, dient dat altijd een meervoudig doel. Het leidt altijd tot een integrale versterking van het gehele systeem: water, groen, infrastructuur en bebouwing.
W AT E R E N B O D E M S T U R E N D
W AT E R E N B O D E M S T U R E N D
- 18 -
- 19 -
3.3 RU IM TE VO O R REC REATIE, S P O RT EN NATU U R
RECREATIEPLAS
■
De openbare ruimte wordt ingezet om gezondheid te stimuleren (recreëren, sporten en ontmoeten)
■
Verhogen van de natuurwaarde en beter en bruikbaar water
■
De gebiedsontwikkeling Rijnenburg draagt bij aan ecologische verbindingen
■
Biodivers, natuurinclusief, klimaatadaptief en circulair
De integrale ontwikkeling van Rijnenburg betekent dat er ook, naast het wonen en werken, ruimte moet zijn voor recreatie, sport en natuur. Niet alleen voor de bewoners van Rijnenburg, maar door het versterken van de routes en het wegnemen van de barrières, ook voor de aangrenzende woonwijken en de overloop uit de stad. Zo omarmen we bestaande waarden zoals de aan Rijnenburg grenzende Hollandse IJsselzone met hoge natuurambities en nemen we bestaande locaties zoals de eendenkooi op in het nieuwe landschap. We behouden aanwezige natuur zoals bij het IJsselsteinse bos, door het watersysteem (peilhoogtes) hierop af te stemmen. Om het gedachtegoed van een gezonde stad (“de groene metropool”) vorm te geven zien wij kansen om, door het aanbrengen
RECREATIEVAART
van een groen/blauwe corridor, ecologische verbindingszones te versterken. Voor de ecologische verbinding in oost-west richting benutten we de reeds bestaande weteringstructuur en in noord-zuidrichting zorgt het ‘Stroomrugpark’, in combinatie met groene stapstenen in het stedelijk gebied, voor de verbinding tussen het noordelijk recreatief deel en het IJsselsteinse bos. Het
MOGELIJKE
STROOMRUGPARK
‘Stroomrugpark’ verbindt tevens de verschillende wijken met het recreatief gebied langs de Hollandsche IJssel.
SPORT
VAARVERBINDING
De aanleg van natuurvriendelijke oevers, plasdras-oevers en paaiplaatsen in Rijnenburg en omgeving biedt kansen voor het versterken van de ecologische kwaliteit van de watergangen en in het noordelijk deel liggen hier kansen voor ontwikkeling van natuur vanwege de lagere, waterrijke ligging en de samenstelling van de bodem.
SPEL
We geven ruimte aan beter en vooral bruikbaar water door de wateropgave met een recreatieve opgave te combineren. Zo kan de benodigde waterberging ingezet worden als recreatieplas met strandje en kan deze mogelijk dienen als recreatief roeiwater. Hier kan waterwonen gecombineerd worden met waterbeleving. Ook onderzoeken we de aanleg van een vaarverbinding met de Hollandse IJssel, zodat het water van Rijnenburg straks geen ‘kijkwater’ is maar ook ‘recreatiefwater’ waarop gevaren kan worden. Het bewaken van een goede de waterkwaliteit is een belangrijke opgave, met name in tijden van droogte. Het verbeteren van de waterkwaliteit draagt bij aan het verhogen van de natuurwaarde.
RECREATIE
De basis van een gezonde en duurzame leefomgeving zit voor een groot deel in natuur en de kwaliteit van de openbare ruimte. Natuur geeft karakter aan de leefomgeving, is heilzaam voor de gezondheid, en verhoogt de levenskwaliteit. Een hoogwaardige openbare ruimte stimuleert daarnaast beweging, ontmoeting en gezond gedrag. Het voorgestelde stroomrugpark, de natuurzone die meanderend de archeologische vindplaatsen met elkaar verbindt, geeft ruimte aan groen, sport en spel. In het ‘Stroomrugpark’ liggen kansen voor recreatie (o.a. hardlooprondjes, sport/spelcombinaties). Op de plek van het energielandschap zijn mogelijkheden voor onder andere sport, van sportvelden voor georganiseerde (verenigings-) sport tot voorzieningen voor ongeorganiseerde sport, zo veel mogelijk gedeeld en gemengd met andere functies. Natuur stimuleert de biodiversiteit. Groen en groot groeiende bomen dragen bij aan verkoeling. Ze leveren een positieve bijdrage aan het stadsklimaat, verminderen hittestress en verhogen het comfort. Bovendien helpen ze bij de wateropvang en het verbeteren van de luchtkwaliteit. Omdat een gezonde bodem met goed bodemleven de basis vormt voor hoge natuurwaarden, kijken we verder dan alleen naar het maaiveld.
De beoogde hoogwaardige openbare ruimte - met de inpassing van klimaatadaptatie, biodiversiteit en ruimte voor ontmoeting, sport en beweging - vraagt om een andere blik op ontwerp, aanleg en beheer.
R U I M T E V O O R R E C R E AT I E , S P O R T E N N AT U U R
R U I M T E V O O R R E C R E AT I E , S P O R T E N N AT U U R
- 20 -
- 21 -
3.4 P RO GRA M M A M IX EN C O M PAC TE BU U RTEN ■
Rijnenburg wordt een gemengd en inclusief stadsdeel met een divers en betaalbaar woningaanbod
■
Rijnenburg biedt een hoogwaardige en (hoog)stedelijke invulling
■
Werken en voorzieningen worden een volwaardig en integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling
■
Rijnenburg biedt ook een gemengd woon-werkmilieu
De Utrechtse stadsregio is door haar centrale ligging en kwaliteiten economisch krachtig en gewild als woonplek. Utrecht heeft een groot woningtekort, dat sterkt toeneemt. Naast stedelijke verdichting is een grootschalige stadsuitbreiding onvermijdelijk3. De ontwikkeling van Rijnenburg kan bijdragen aan het beperken van de inkomende pendelstromen naar de regio Utrecht. Rijnenburg biedt voldoende ruimte om in te spelen op de huidige en toekomstige woningmarkt en uiteenlopende woon- en werkmilieus. Daarnaast biedt Rijnenburg volop ruimte voor betaalbare woningen in uiteenlopende woningtypes. Dit vraagt wel om nader en voortschrijdend onderzoek naar de woningbehoefte in relatie tot andere aspecten zoals mobiliteit, werk, recreatie, enz. Bouwen met oog voor diversiteit en gemeenschapszin: ‘terug naar ons dorp’ Rijnenburg wordt een gemengd stadsdeel, op het vlak van functies en voorzieningen en wat betreft de bewonerssamenstelling. Een diversiteit aan woningtypen, beschikbaar in verschillende segmenten – sociale huur, middenhuur, betaalbare koop en het hogere koopsegment – zorgt dat iedereen hier een plek kan vinden. De ambitie is dat de toekomstige bewoners van Rijnenburg een demografische en sociale afspiegeling vormen van de gehele stadsbevolking.
Maatschappelijke cohesie, gemeenschapszin en zorgzaamheid, diversiteit in woonvormen, burgerinitiatief en menselijke ontwikkeling staan centraal. De vanuit de mobiliteitsbehoefte aangegeven beoogde 25.000 woningen in combinatie met de beschikbare ruimte leidt tot de ontwikkeling van een compact stadsdeel, naast wonen is er veel ruimte nodig voor andere programma’s op het vlak van werken, voorzieningen, water en energie. In de vervolgfase van de Programmatische verkenning zullen vanuit marktonderzoek ook de behoeftes vanuit doelgroepen en de daarbij benodigde productmarktcombinaties worden onderzocht. De nu voorgestelde dichtheden vragen om slimme functiecombinaties en dubbel ruimtegebruik. Dit vraagt om een (hoog)stedelijk antwoord waarin spanning lijkt te zitten ten aanzien van de aansluiting op de actuele woningvraag. Door lokale doorstroming makkelijk te maken kunnen mensen langer in hun buurt blijven wonen en dat zorgt voor buurtbinding en verantwoordelijkheidsbesef. Nieuwe coöperatieve woonvormen en coöperatieve beheermodellen voor lokale voorzieningen maken deel uit van het concept. De dichtheid zal variëren tussen buurten; het stadsdeelcentrum krijgt in ieder geval hoogstedelijke dichtheid. Het ‘stad van dorpen’ model kan wel degelijk gepaard gaan met hoge bebouwingsdichtheid.
Met aanleg van terrassen aan gestapelde woningen en collectieve leeflagen wordt wonen ook in hogere dichtheid aantrekkelijk voor gezinnen. Binnentuinen van complexen hebben een vergelijkbare functie. Dergelijke variatie is ongebruikelijk in de Nederlandse stedenbouwkundige traditie. Die wordt in Rijnenburg doorbroken. Zo’n ‘stad van dorpen’ is voor alle geledingen in de samenleving aantrekkelijk: voor gezinnen met kinderen, ouderen en alleenstaanden, maar ook voor jonge tweeverdieners. Een toegankelijke en veilige buitenruimte is cruciaal als arena voor recreatie, spel en ontmoeting voor jong en oud en heeft een spilfunctie voor sociale cohesie. Hierbij versterken buurtcoöperaties voor het beheer van de lokale buitenruimtes (zoals speelplaatsen en moestuinen) de sociale cohesie. Bouwen voor economische vitaliteit en sociale ontwikkeling De Utrechtse stadsregio is mede door de geavanceerde Utrechtse kenniseconomie en de centrale ligging één van de belangrijkste economische groeigebieden van Europa. Dat wordt gefaciliteerd met de aanleg van nieuwe werklocaties, de verdichting van bestaande terreinen en functiemenging in bestaande wijken. Door de uitbreiding van 25.000-35.000 arbeidsplaatsen in Rijnenburg wordt bijgedragen aan de economische vitaliteit en de sociaaleconomische ontwikkeling. De diversiteit in het woningaanbod keert ook terug in het werken.
Rijnenburg krijgt een sterke eigen economie door het werken volwaardig en integraal onderdeel te laten zijn van de gebiedsontwikkeling. Ondernemerschap, innovatie en onderwijs zijn hoofdthema’s voor Rijnenburg die passen bij de economische kracht en ambitie van Utrecht. Rijnenburg biedt plaats aan kleinschalige bedrijvigheid aan en nabij huis en verzamelgebouwen en faciliteiten voor (duurzame) startups en doorstarters die passen bij het karakter van de buurten. De lokale menging stimuleert de economische betrokkenheid, arbeidsparticipatie en cohesie van de lokale bevolking en geeft een antwoord op de trend van de Nieuwe Economie waarbij het gaat om menselijk en sociaal kapitaal, om netwerken tussen ondernemende individuen. In Rijnenburg sturen we op de transitie naar gemengde woon-werklandschappen. De situering van de bedrijven in de directe nabijheid van de HOV-haltes versterkt het gebruik van de OV-verbindingen. [3] Zie rapport ‘Verstedelijkingsvisie Utrecht Rijnenburg’ van prof. Tordoir. Bijlage 2
P R O G R A M M A M I X E N C O M PA C T E B U U R T E N - 22 -
P R O G R A M M A M I X E N C O M PA C T E B U U R T E N - 23 -
3.5 BEREIKBA A RHEID EN M O BIL ITEIT ■
Volle aandacht voor bereikbaarheid binnen de regio Utrecht en ontlasting knooppunt A12/A2
■
Focus op hoogwaardig openbaar vervoer
■
Creatie goed functionerend bereikbaar stadsdeel (draagt bij 10-minuten stad)
■
Duurzame mobiliteit als uitgangspunt
■
Concentreren van woongebouwen, sterke functiemenging nabij OV-knooppunten
De verwachting is dat de huidige doorstromingsproblemen rond knooppunt Oudenrijn (A12 en A2) in de toekomst, zonder maatregelen, nog verder toenemen. Snel, comfortabel en hoogwaardig openbaar vervoer is noodzakelijk voor Rijnenburg: het draagt bij aan een betere bereikbaarheid van Utrecht en een schoner milieu. Duurzame mobiliteit is het uitgangspunt vanuit de gezonde ambities en de wens om vol in te zetten op hoogwaardige openbare ruimte en groen. De tijd dat de auto de bepalende factor was in de gebiedsontwikkeling ligt achter ons. Alternatieven zoals OV, deelmobiliteit, fiets of wandelen aantrekkelijker maken heeft prioriteit. Daarin sturen we op hoogwaardige (fiets)routes binnen Rijnenburg en de bereikbaarheid van de stad en de omgeving. Wetende dat de beleving van de route de gevoelsmatige afstand positief kan beïnvloeden. Het worden routes die natuurlijk ook voor de omgeving van waarde zijn en recreatief gebruik stimuleren. We beperken het aantal vervoersbewegingen door de ambities van de “tien minutenstad” op de gebiedsontwikkeling te projecteren en van Rijnenburg een volwaardig multifunctioneel, inclusief stadsdeel te maken. Belangrijke functies en voorzieningen, zoals werken, onderwijs, gezondheidszorg en winkels, maar ook ruimte voor sport en ontspanning komen op loop- en fietsafstand beschikbaar.
Deze voorzieningen zorgen ook voor goed functionerend openbaar vervoer, met vervoersbewegingen in tegengestelde richting. Dit heeft een gunstig effect op de opbrengsten voor de vervoerder. Essentieel is de realisatie van een hoogwaardige OV-verbinding met Utrecht. Uitgangspunt is dat niet alleen Rijnenburg profiteert, maar zeker ook Utrecht (Zuidwest). Een verbinding met Utrecht Centrum is van belang. Daarnaast dragen secundaire verbindingen tussen Leidsche Rijn Centrum, Lunetten en de A12 zone bij aan een betere bereikbaarheid van Utrecht en omgeving. De aansluiting op Utrecht Centraal kan via het verlengen van de Papendorplijn of door het doorzetten van de geplande Merwedelijn. Beide opties liggen nog volwaardig op tafel waarbij de optie Merwedelijn meer potentie lijkt te hebben mede vanuit het ontlasten van het bestaande systeem en de kansen voor de toekomstige ontwikkeling van de A12-zone. De aanleg van hoogwaardig vervoer vraagt in beide gevallen om een forse investering en de realisatie van een stevig programma op Rijnenburg. In het geval van de optie Merwedelijn gaat het dan om ten minste 25.000 woningen en 15.000 arbeidsplaatsen. Het mobiliteitssysteem van Rijnenburg wordt opgebouwd rondom centraal gelegen HOV-haltes en de in het gebied gelegen mobiliteitshubs. De aanwezigheid van de HOV-haltes zijn aanleiding voor meer dichtheid en functiemenging.
Daarbij dienen de routes veilig, aantrekkelijk en comfortabel te zijn, zowel voor voetgangers als fietsers. In de HUBS krijgt multimodaal deelvervoer een duidelijke plek waarbij, afhankelijk van de positionering, de hubs ook de bestaande knooppunten rondom Utrecht eventueel kunnen ontlasten. De HUBS worden interessant door functiemenging en vanuit de energie-ambitie van Rijnenburg. We willen van Rijnenburg een inclusief stadsdeel maken en dat betekent dat we het hebben en gebruik van de auto niet onmogelijk maken. Het gebruik van de auto moet ook voor mensen die slecht ter been zijn en voor diegenen die ’s nachts naar hun werk moeten mogelijk zijn.
BEREIKBAARHEID EN MOBILITEIT
BEREIKBAARHEID EN MOBILITEIT
- 24 -
- 25 -
3.6 KL IM A AT, D U U RZ A A M HEID EN ENERGIE ■
De gebiedsontwikkeling Rijnenburg ambieert een duurzame manier van bouwen en energieopwekking
■
Rijnenburg biedt ruime kansen voor de Utrechtse energie-opgave
■
Rijnenburg voorziet in de eigen energiebehoefte, in distributie en de opslag van energie
Parijs 2030 impliceert een CO2-reductie van 55% ten opzichte van de uitstoot in 1990. Het vraagt om een andere en vooral duurzame manier van bouwen en ontwikkelen. Ook de vereiste energietransitie vraag om een gigantische inspanning. Omdat we nog niet precies weten wat de toekomst brengt, is het van belang het thema energie op een slimme, aanpasbare wijze in te passen. Rijnenburg kan een belangrijke rol spelen in de duurzame energietransitie. We gaan onderzoeken in hoeverre we kunnen aansluiten op de Utrechtse energieopgave en zien mogelijkheden voor het inzetten van niet fossiele energiebronnen in Rijnenburg. De ambitie is dat Rijnenburg kan voorzien in haar eigen energiebehoefte. Hierbij houden we er goed rekening mee dat functies elkaar niet in de weg zitten en dat functies en bijbehorend ruimtegebruik op elkaar worden afgestemd. Een windmolen is een industrieel object en voegt zich beter bij een industrie of bedrijventerrein dan bij een woonwijk. Ook de inpassing van grootschalige zonnevelden op land vraagt om de nodige zorgvuldigheid in verband met de impact op biodiversiteit, het ruimtebeslag en visuele aspecten. Omdat steeds duidelijker wordt dat zon en wind een noodzakelijke tussenstap zullen zijn op weg naar een volledig duurzame energievoorziening, betekent slim ook flexibel.
Dat vereist een zorgvuldige integratie van het energielandschap binnen de gebiedsontwikkeling. Voor de distributie en opslag van energie is de ontwikkeling van een smart grid, dat pieken en dalen op buurt-, wijk- en stadsdeelniveau opvangt, essentieel. Momenteel ligt er een voorgenomen plan voor 3 windmolens in Rijnenburg en 1 windmolen in Reijerscop. Het ruimtebeslag en de impact op Rijnenburg en de omgeving is groot en de energieopbrengst is naar verhouding beperkt. Onderzoek naar een alternatief plan biedt kansen voor het in Rijnenburg plaatsen van 3 tot 4 windmolens in samenhang met ca. 100 hectare zonnevelden in een gebied dat tweederde beslaat en tenminste een dubbele energieopbrengst genereert. De locatie bevindt zich in het noordoosten ter hoogte van de bedrijventerreinen Rijnvliet/Strijkviertel. Deze positionering biedt meer ruimte voor andere functies in het noordwesten en zo wordt de barrièrewerking in het landschap verkleind en krijgt Rijnenburg aansluiting op De Meern. De zone langs de A12 kan vervolgens gebruikt worden om de overgang tussen Rijnenburg, Oudenrijn en De Meern goed vorm te geven met ruimte voor groen, water en recreatievoorzieningen. Verder onderzoeken we of langs de A12 pv-panelen gecombineerd kunnen worden met een geluidswal. Daarnaast zetten we vol in op het gebruik van daken en gevels van de woningen, hubs en voorzieningen.
Het verdient sterke aanbeveling om plannen voor een energielandschap, met daarin de locatie van de tijdelijke windmolens, zodanig ruimtelijk in te passen en technisch vorm te geven dat synergie met stedelijke functies wordt gestimuleerd. Bovendien is het van belang om ook nu al na te denken over en een beeld te hebben van het energielandschap na pakweg 2045. Dit dient onderdeel te zijn van de visie en volgordelijkheid. De klimaatdoelen van Parijs werken direct door op de wijze van bouwen en ontwikkelen. De gemeente zelf en de voorgeschreven eisen vanuit MilieuPrestatieGebouwen doen daar een schepje bovenop met 50% circulair in 2030 en 100% circulair in 2050. Rijnenburg kan een vliegwiel voor duurzame innovaties zijn.
K L I M A AT, D U U R Z A A M H E I D E N E N E R G I E
K L I M A AT, D U U R Z A A M H E I D E N E N E R G I E
- 26 -
- 27 -
Stedelijkheid op de stroomrug rondom HOV
Nieuwe leefmilieus door watergestuurd bouwen
Wisselende dichtheden en gebiedssferen
Stroomrugpark
Discussieprent: integratie van de leidende principes van Rijnenburg
- 28 -
- 29 -
4.0 C O N C LUSI E S E N AAN B E VE L I N GE N Wij concluderen dat Rijnenburg enorm veel kansen biedt om invulling te geven aan de vraagstukken en opgaves waar de stad en de regio voor staan. Hierbij is een integrale en zorgvuldige benadering essentieel om te slagen in de ruimtelijke en functionele vertaling ervan. Ook al lijkt Rijnenburg groot, de ruimtevraag van alle functies en ambities vergt keuzes die niet eenvoudig zijn, maar met de juiste integratie wel het succes van een duurzaam, gezond en inclusief stadsdeel van Utrecht in de toekomst gaat bepalen. De beoogde programmatische samenhang vraagt om een heldere visie op de volgordelijkheid, waarin we uitspraken doen over de periode van planvorming, realisatie van een tijdelijk programma (windmolens en woningbouw) en een definitief programma. Uitgangspunt is een vloeiend verloop van de ene naar de andere fase, waarbij noodzakelijke voorinvesteringen tijdig worden gedaan en de periode van tijdelijkheid wordt omarmd voor duurzame waardecreatie. Het is derhalve zaak dat partijen de routekaart blijven volgen om daarmee koers te houden tijdens een langlopende ontwikkeling die gevoelig is voor economische en politieke dynamiek.
In de komende maanden gaan we samen met gemeente, waterschap en andere overheden aan het werk om fase 1 uit de Routekaart Rijnenburg van het planproces voor de integrale ontwikkeling Rijnenburg, het Programmatisch vertrekpunt, verder uit te
GEZOND EN DUURZAAM VOOR IEDEREEN
1. WATER EN BODEM STUREND
2. BEREIKBAARHEID EN MOBILITEIT
3. PROGRAMMAMIX WONEN EN WERKEN
4. RUIMTE VOOR RECREATIE, SPORT EN NATUUR
5. KLIMAAT, DUURZAAMHEID EN ENERGIE
Past binnen Utrechtse strategie ‘Gezond stedelijk leven voor iedereen’
Volgt de logica van de ondergrond: bodem en water
Duurzame mobiliteit
Creëren van een gemengd en inclusief stadsdeel met een divers en betaalbaar woningaanbod
Biodivers, natuurinclusief en circulair bouwen
Volgt het akkoord van Parijs 2030
Niet afwentelen op volgende generaties, op andere gebieden, van privaat naar publiek
Waterbergingsopgave wordt opgezet vanuit het principe ‘vasthouden – bergen – afvoeren’
Hoogwaardig openbaar vervoer met een modal split 75 - 25
Een hoogwaardig en (hoog)stedelijk antwoord bieden op de woningvraag
Draagt bij aan ecologische verbindingen op meerdere schaalniveaus
Ruimte bieden voor de Utrechtse energie-opgave
Elke opgave dient meerdere doelen (duurzame geïntegreerde oplossingen)
Realisatie van een belangrijk aandeel in de regionale waterbergingsopgave
Plannen van een zelfvoorzienende tienminutenstad
Werken wordt een volwaardig en integraal onderdeel van de gebiedsontwikkeling
Verhogen van de natuurwaarde en beter en bruikbaar water
Voorzien in de eigen energiebehoefte, in distributie en de opslag van energie
Zuinig zijn met grond: er wordt gewerkt vanuit een gesloten grondbalans
Volle aandacht voor bereikbaarheid binnen de regio Utrecht en ontlasting knoop A12/A2
Maken van een gemengd woon-werkmilieu
De openbare ruimte wordt ingezet om gezondheid te stimuleren
Archeologisch erfgoed inzetten als identiteitsdrager
Inzetten op hoge dichtheden en sterke functiemenging nabij OV-knooppunten
Hoe gaan we om met communicatie en participatie (tijdelijke invulling en gebiedsmarketing)?
Er dient nader onderzocht te worden of het werken met een gesloten grondbalans realistisch is
Wat is het potentieel van de ‘secundaire’HOV lijnen als mogelijke regionale oplossing?
Wat is de woningbehoefte in regio Utrecht en welke product-markt-combinatie hoort daarbij?
Welke maatregelen zijn nodig om de barrièrewerking van de A2 en A12 te beperken voor zowel mens als natuur?
De kansen voor een decentraal zuiveringssysteem zullen onderzocht worden
Wat is de onderscheidende kwaliteit van Rijnenburg t.o.v. de rest van de stad?
Wat zit er daadwerkelijk aan archeologie in de grond en hoe gaan we hiermee om?
Wat is het potentieel van een ondergrondse HOVas (kwaliteit – kosten)?
Wat is de behoefte / ambitie voor wat betreft voorzieningen en werken in de regio Utrecht?
Wat is het ruimtelijke effect van de gemeentelijke ambitie om te voldoen aan ‘Groen groeit mee?’
In hoeverre kunnen we aansluiten op de Utrechtse energieopgave in samenhang met de ambities voor Rijnenburg?
Welke mogelijkheden zijn er voor circulair bouwen?
Welke eisen worden aan het waterbergingsgebied gesteld vanuit de verschillende functiecombinaties
Wat zijn de mogelijkheden voor OV-ontsluiting van de wijk?
Wat zijn de parameters voor een succesvol gemengd woonmilieu met hoge mate van stedelijkheid?
Wat zijn de mogelijkheden voor het realiseren van een (vaar)verbinding met de Hollandse IJssel
Wat is het potentieel van de energieopwekking?
Bewaking waterkwaliteit (ook in droogte), waterdiepte (opbarsting). Hoe realistisch zijn de 3 peilvakken?
Hoe wordt het OV gefinancierd (BO-MIRT) en wat is hiervoor nodig?
Welke voorzieningen zijn hier nodig / kansrijk?
ONDERZOEKSVRAGEN
AMBITIES
UITGANGSPUNTEN
LP
werken en af te ronden.
Welke functies zijn verenigbaar of aanvullend in een energielandschap? (bijv. waterberging en zwem- / roeiwater)
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
CONCLUSIES EN AANBEVELINGEN
- 30 -
- 31 -
B I J L AG E 1 H ISTORIE (C H RONOLO GISCH) Vanaf einde jaren 90 van de vorige eeuw zijn de gronden in polder Rijnenburg aangekocht met als doel invulling te geven aan de woningbehoefte van Utrecht. De aanleiding hiervoor was gelegen in het voornemen van de overheid om, in opvolging van Leidsche Rijn, de polder Rijnenburg te benutten voor woningbouw. Daartoe vond ook gemeentelijke herindeling plaats en werd Rijnenburg bij de gemeente Utrecht getrokken. In de voorbije 30 jaar zijn diverse onderzoeken gedaan en ontwerpvisies opgesteld. In het overzicht hieronder staan chronologisch de stappen en documenten die aan deze fase vooraf gingen vermeld.
Overzicht documenten en stappen in de ontwikkeling van Rijnenburg 2004 In 2004 hebben AM, Amvest, Bouwfonds en BPF Bouwinvest de verkenning ‘Ambities voor Rijnenburg’ opgesteld. Hierin een uitwerking van Rijnenburg Polderstad in meerdere varianten. De verkenningstocht naar de potenties van de locatie laat zien dat hier ruimte is voor 12.500-15.000 woningen in gedifferentieerde woonmilieus. 2009 In het midden van de banken- en vastgoedcrisis is door gemeente Utrecht een structuurvisie voor Rijnenburg vastgesteld. Hierin waren 7.000 woningen opgenomen. Met als uitgangspunt een groen Rijnenburg dat de natuurlijke verbinding vormt tussen verstedelijkt gebied en het Groene Hart. Een gebied om te wonen, te werken en te recreëren. Wegen met een landelijke uitstraling en spreiding van voorzieningen voor een landschappelijk karakter. Met de cultuurhistorische dragers, de landelijke sfeer, de nabijheid van de stad en klimaat en duurzaamheid als kernwaarden. 2012 In 2012 werd de Visie Rijnenburg aangeboden aan het toenmalige College van B&W als integraal alternatief voor de vastgestelde structuurvisie. In diezelfde periode hebben dertien grondeigenaren bestaande uit gebiedsontwikkelaars, institutionele beleggers, woningcorporaties en ontwikkelende aannemers zich verenigd als het Consortium van Grondeigenaren Rijnenburg.
2016 In 2016 heeft de raad de motie “Bouwpauze Rijnenburg” (M2016/107) aangenomen, met daarin opgenomen dat er tot 2030 geen woningbouw zal plaatsvinden in Rijnenburg. Vanaf 2016 heeft het Consortium volop geparticipeerd in het beleidsvoornemen om te komen tot een tijdelijk Energielandschap. 2019 In 2019 werd met het Appèl Rijnenburg een oproep gedaan aan de gemeente, de regio, de provincie en het rijk om samen op te trekken bij de integrale ontwikkeling van de polder Rijnenburg. Het Appèl bevat de ambities van het Consortium die tot op de dag van vandaag actueel en leidend zijn, zoals een tijdelijk energielandschap, betaalbaar wonen en werken, hoogwaardige openbaar vervoer- en fietsverbindingen en het integreren van bestaande structuren en landschappelijke kwaliteiten. 2020 - 2022 Met de recente Ontwerpstudie Rijnenburg (17 februari 2022) die gemeente Utrecht op liet stellen door PosadMaxwan en Goudappel is een vervolg gegeven aan het eerder door de gemeente opgestelde rapport Rijnenburg: Quickscan Verstedelijking van november 2020. 2022 In de afgelopen jaren zijn door verschillende partijen opgaven en ambities op het gebied van Energie en Wonen geprojecteerd op Rijnenburg. Inmiddels heeft dat geleid tot de ambitie voor een definitief energielandschap met daarin de mogelijkheid voor tijdelijke windmolens.
Met een omgevings- en natuurvergunningsaanvraag door Rijne Energie voor 4 windmolens, waarvan 3 in het noorden van Rijnenburg, is het Energielandschap onderwerp van beleid geworden.
- 32 -
- 33 -
B IJL AG E 2 RA P P ORT ‘V ERSTED E LIJKINGSVISIE UT RE CHT RIJNE NBURG ’ Verstedelijkingsvisie Utrecht Rijnenburg, ‘Stad van dorpen’ geschreven door prof. Tordoir (2023)
Verstedelijkingsvisie Utrecht Rijnenburg
Stad van dorpen Noodzaak en leidende principes voor ontwikkeling
Prof dr Pieter Tordoir
Universiteit van Amsterdam Ruimtelijk Economisch Atelier Tordoir
Dr ir Gert-Joost Peek
SPOT-ON Consulting
Juli 2023
Inhoud
Management Samenvatting________________________________2
Waarom een grote stadsuitbreiding in Rijnenburg?______________4 Kernopgaven voor beleid___________________________________ 8 Alternatieve verstedelijkingsmodellen________________________ 9 Stadsdeel Rijnenburg: optimaal verstedelijkingsmodel___________ 10 Leidende principes voor ontwikkeling________________________ 12 Fasering van de ontwikkeling_______________________________ 16 Synergie door parametrische planning________________________ 17
1
Management Samenvatting Noodzaak voor grootschalige uitbreiding Utrecht Rijnenburg De Utrechtse stadsregio is door haar centrale ligging en kwaliteiten economisch krachtig en gewild als woonplek. Er is daarom een groot tekort aan woningen en werkplekken. Dat tekort neemt sterk toe, niettegenstaande stedelijke uit- en inbreidingen die op stapel staan, en versterkt de maatschappelijke tweedeling. Om te voorkomen dat nieuwe generaties en de middenklasse niet meer in Utrecht kunnen wonen en over grote afstanden moeten pendelen zal de stad de komende halve eeuw aanzienlijk moeten kunnen groeien. Naast stedelijke verdichting is een grootschalige stadsuitbreiding onvermijdelijk. De meest geschikte plek daartoe is de locatie Rijnenburg. Alleen daar kan stadsuitbreiding voldoende massa krijgen voor goede en duurzame voorzieningen op het gebied van bereikbaarheid, leefbaarheid, maatschappelijke ontwikkeling en klimaatbestendigheid. Bovendien ligt de locatie zeer centraal in een uitgestrekt gebied met grote woningtekorten, zodat bouw aldaar de grootste baten heeft voor woningtekort en bereikbaarheid. Het is een stedelijk, regionaal en nadrukkelijk ook nationaal belang om Rijnenburg in de komende decennia te ontwikkelen tot een stadsdeel met uiteindelijk 50.000-75.000 inwoners en 25.000-35.000 werkplekken.
Leidende principes: sociaal en economisch vitaal, leefbaar en duurzaam Door toepassing van leidende principes adresseert de ontwikkeling van Rijnenburg niet alleen het woningtekort in de stad, maar zal ook bijdragen aan bestrijding van maatschappelijke fragmentatie, aan participatie in een sterke economie en aan een gezonde, duurzame en klimaatbestendige stad. Wat bij stadsontwikkeling elders in Nederland weinig lukt, synergie tussen doelen voor people, planet en profit, kan in Rijnenburg met de volgende ontwikkelprincipes wel worden gerealiseerd: Þ Bouwen voor maatschappelijke diversiteit en gemeenschapszin. De toekomstige bevolking van Rijnenburg wordt een demografische en sociale afspiegeling van de gehele stadsbevolking, ook op buurtniveau. Maatschappelijke cohesie, gemeenschapszin en zorgzaamheid, diversiteit in woonvormen, burgerinitiatief en menselijke ontwikkeling staan centraal. De buurten van Rijnenburg worden divers en krijgen fysiek en sociaal een ‘dorps’ karakter. Lokale diversiteit in huisvesting en voorzieningen dragen bij aan levensloopbestendigheid, lokale binding en verantwoordelijkheidsbesef. Þ Bouwen voor leefbaarheid en de 10-minutenstad. Rijnenburg krijgt een fijnmazig net van buurt- en wijkvoorzieningen op loop- en fietsafstand.
De omvang en diversiteit van het nieuwe stadsdeel geeft daarnaast draagvlak voor een breed aanbod van hoogwaardige niet-dagelijkse voorzieningen, in het stadsdeelcentrum en in accommodaties voor sport, recreatie en cultuur. De openbare ruimte, groen en water kennen hoge kwaliteit, zijn veilig en nodigen uit voor ontmoeting, ontspanning en gezond leven voor jong en oud. Rijnenburg krijgt een goed georganiseerd bereikbaarheidsnetwerk voor wandelaars en fietsers, de auto en het openbaar vervoer. Tenslotte is de centrale stad door een hoogwaardige railverbinding uitstekend bereikbaar. Þ Bouwen voor economische vitaliteit en sociaaleconomische ontwikkeling. Ondernemerschap, innovatie en levenslang leren zijn hoofdthema’s voor de Rijnenburgse samenleving, die passen bij de economische kracht en ambitie van Utrecht. Naast goed bereikbare en hoogwaardige locaties voor grotere en ruimtebehoevende bedrijven biedt het stadsdeel daarom ook plaats voor kleinschalige bedrijvigheid aan en nabij huis, en verzamelgebouwen en faciliteiten voor startups en doorstarters die passen bij het dorpse karakter van de buurten. De lokale menging stimuleert de economische betrokkenheid, arbeidsparticipatie en cohesie van de lokale bevolking.
2
Þ Circulair bouwen voor duurzame huisvesting en mobiliteit, energieneutraliteit en klimaatbestedigheid. Rijnenburg wordt fysiek toekomstbestendig door circulaire bouw- en afvalsystemen, energieneutrale vervoers-, verwarmings- en koelsystemen en een sterke groenblauwe structuur die biodiversiteit paart aan waterberging en vermindering van hittestress. Door goede vormgeving dragen de betreffende systemen bij aan de gezondheid en het welbevinden van de lokale bevolking, o.a. door mogelijkheden voor (water-)recreatie. Þ Creatie van identiteit, voor buurten, het stadsdeel en Utrecht als geheel. Identiteit, genius loci en placemaking zijn sterk onderschatte drijvers voor de aantrekkingskracht van plaatsen en het welbevinden en verantwoordelijkheidsbesef van inwoners. Door de leidende maatschappelijke, economische en duurzame thema’s voor Rijnenburg te laten weerspiegelen in een bijzondere en veelzijdige fysieke vormgeving, landmarks en recreatieve voorzieningen krijgt het stadsdeel unieke, lokaal gewortelde identiteit. Een stad van dorpen, levend met water. Þ Aanpassingsvermogen. De samenleving verandert continu, de toekomst is onzeker, technologie veroudert maar voor de ontwikkeling van de stad moeten we wel lang vooruit kunnen denken en investeren. Oplossing van dit dilemma kan met een flexibele, goed gefaseerde ontwikkelaanpak.
Bovenstaande doelen en principes vormen daarbij richtinggevende ‘top-down’ kaders die enkel pas ‘bottom-up’ worden ingevuld als de omstandigheden rijp zijn. Wat ook goed helpt is om woningen, werkplekken en voorzieningen zodanig vorm te geven dat deze later makkelijk functieverandering toelaten.
Ontwikkelmethode: synergie door parametrische planning In de stedelijke ruimte komt veel samen en dat kan overlast geven maar ook synergie. Voorkomen dat zaken en mensen elkaar dwars zitten en zorgen voor samenhang en synergie in gebouwen, wijken en steden is de kern van goed ontwerp en ruimtelijke ordening. De leidende principes voor de ontwikkeling van Rijnenburg geven buitengewone mogelijkheden voor onderlinge synergie: maatschappelijke cohesie, economische vitaliteit en duurzaamheid kunnen elkaar sterk stimuleren. Zonder goede methoden voor ontwerp en ordening kunnen de doelen voor people, planet en profit echter ook botsen. Een beloftevolle methode om synergie te vinden is parametrisch ontwerp, waarbij allerlei denkbare wisselwerkingen tussen zaken (parameters) in ruimtelijk systeemverband met algoritmen worden gesimuleerd. De planpuzzel kan met die methode optimaal worden gelegd. Tot nu toe wordt parametrisch ontwerp toegepast voor fysieke wisselwerkingen—denk aan bereikbaarheidsnetwerken en ecologische effecten van een plan. Gezien de maatschappelijke en economische doelen en principes voor Rijnenburg moeten niet alleen fysieke maar ook sociologische en economische wisselwerkingen vroeg in beeld komen. De kennis daarvoor is aanwezig in universiteitsstad Utrecht. Een uitdagende opgave is die kennis voor de ontwikkeling van Rijnenburg toepasbaar te maken.
3
Waarom een grote stadsuitbreiding in Rijnenburg? Zonder grootschalige uitbreiding van de betaalbare woningvoorraad in de regio Utrecht wordt de maatschappelijke middenklasse uitgebannen uit de stad en regio, raken het wegen- en OV-net in dit deel van het land volledig verstopt en wordt de maatschappelijke en ruimtelijke tweedeling in de stedelijke en regionale samenleving almaar scherper. Grootschalige uitbreiding is daarom bittere noodzaak. Hoe meer centraal de locatie daarvoor binnen het gebied met woningtekort, hoe groter het oplossend vermogen. Rijnenburg is wat dit betreft de optimale bouwlocatie.
Sterke economische groei, achterblijvende woningvoorraad De Utrechtse stadsregio vormt één van de belangrijkste economische groeigebieden in Europa1. Het aantal banen per hoofd van de bevolking neemt snel toe, zoals dat ook in de Amsterdamse regio het geval is (zie fig. 1). Drijvende krachten voor de snelle economische ontwikkeling zijn de geavanceerde Utrechtse kenniseconomie en de centrale ligging van de regio binnen een uitgestrekt stedelijk netwerk, waardoor de regio optimaal profiteert van agglomeratievoordelen. Door het structurele karakter van die krachten mag worden verwacht dat de regionaal economische groei de komende decennia sterk doorzet. Fig. 1 Lokale groei (blauw) en krimp (rood) van het aantal banen per bevolkingshoofd, 2007-2017 (%)
Fig. 2 Lokale instroom (blauw) en uitstroom (rood) van 18 t/m 29 jarigen als % van de lokale bevolking, 2015-2018
Bron: microdata CBS Sociaalstatistisch Bestanden 2018
1
In de European Regional Competitiveness Index van de EU, editie 2022, komt Utrecht uit de bus als meest competitieve regio van 234 Europese regio’s (https://ec.europa.eu/regional_policy/information-sources/maps/regionalcompetitiveness_en). De fundamentele oorzaken van de Utrechtse groeikracht zijn door de OESO diepgaand onderzocht (OESO, Territorial Review: Randstad Holland, The Netherlands 2006). Zie voor begrip van de dynamische stedelijke economie ook: Tordoir, P. (2021), ‘Economische visies op de stad: arena voor marktwerking en innovatie’, in: Hospers, G. & P. Renooy, De wereld van de stad. Amsterdam: Berghauser Pont Publishing, en: Hutton;,Th. A. (2008), The new economy of the inner city. Restructuring, regeneration and dislocation in the twenty-first-century metropolis. London/New York: Routledge
4
In wisselwerking met de krachtige economische ontwikkeling vormt de stadsregio een magneet voor jonge en veelal talentvolle mensen (zie de blauwe gebieden in fig. 2). De welvaartsgroei zorgt er echter ook voor dat de woningmarkt in het welvarende oostelijke deel van de regio op slot is geraakt voor jonge mensen. De groei van de jonge bevolking vindt daarom vooral in het westen van de regio plaats waar de woningvoorraad zich wel uitbreidt (zie fig. 2). Die uitbreiding van de woningvoorraad gaat niettemin veel langzamer dan de regionale groei van de economie en werkgelegenheid. Als gevolg is de regionale woonwerkbalans bijzonder scheef. Nergens in Nederland en de Randstad is het tekort aan lokale beroepsbevolking groter dan in de regio Utrecht (zie het blauwe gebied in fig. 3). Als gevolg moeten werkers van heinde en verre naar de regio pendelen (zie de oranje lijnen in fig. 3).
Fig. 3 Pendelstromen (oranje lijnen) en lokale woonwerkbalansen (kleuren) in de Randstad. Blauw gebied: meer banen dan beroepsbevolking en woningen, per saldo leidend tot inkomende pendel over grote afstanden
Bron: microdata CBS Sociaalstatistisch Bestand 2018, bewerking Tordoir & Poorthuis 2023
De inkomende pendelstromen naar de Utrechtse regio zijn omvangrijk en nemen snel toe. Dat zet het wegen- en spoorwegennet onder hoge druk. Alleen een significante uitbreiding van de beroepsbevolking in het blauwe gebied van figuur 3, en dus flinke woninguitbreiding, zal die druk verminderen. Hoe meer centraal de ligging van een uitbreiding binnen het blauwe gebied, hoe groter het oplossend vermogen van die uitbreiding. Rijnenburg ligt zeer centraal in het blauwe gebied.
5
Verstedelijking van Rijnenburg draagt daarom optimaal bij aan mobiliteitsbeperking en afkoeling van de oververhitte regionale arbeids- en woningmarkten. De regio Utrecht is met de regio Amsterdam verreweg de duurste woonregio in Nederland. De betaalbaarheid van Utrechtse woningen voor middeninkomens zal alleen verbeteren als het aanbod met tienduizenden woningen wordt uitgebreid. De op stapel staande uitbreidingen in de koop- en huursector zetten maar beperkt zoden aan de dijk, zeker als rekening wordt gehouden met de doorgaande economische groei van de stad en regio. Zonder aanzienlijke uitbreiding van de woningvoorraad, vooral voor de middeninkomens, zal de onbetaalbaarheid van huisvesting alleen maar verder toenemen. Aan grote uitbreiding van de voorraad valt niet te ontkomen.
Maatschappelijke en ruimtelijke tweedeling Een ernstig gevolg van de woningschaarste in de regio Utrecht is de maatschappelijke en ruimtelijke tweedeling tussen haves and have nots. De krachtige ontwikkeling van de kenniseconomie en de populariteit van stedelijk wonen onder kenniswerkers zorgen ervoor dat middengroepen door kenniswerkers worden weggedrukt en minder kans krijgen op de stedelijke woningmarkt. Juist voor de middengroepen, die niet door de sociale woningsector kunnen worden beschermd, wordt wonen in de stad en regio onbereikbaar. In grote delen van de stad neemt het aandeel hoger opgeleiden en hogere inkomens daarom snel toe en het aandeel van de middeninkomensgroepen af (zie fig. 4). Ook de nieuwe woonwijken in het westen van de stadsregio (waaronder Leidsche Rijn) worden vooral door hoogopgeleide en goed verdienende mensen bevolkt (zie fig. 4b). In minder populaire woongebieden ten zuiden en ten noorden van de centrale stad neemt het aandeel hoger opgeleiden en hogere inkomens juist af. De maatschappelijke scheidslijnen in de stadsregio verscherpen.
Fig. 4 Ontwikkeling van de sociaaleconomische samenstelling van buurten in de regio Utrecht tussen ‘07 en ‘18 4a Aandeel huishoudens met middeninkomen (35-70K€): %-verschil tussen ’07 en ’18
4b Aandeel huishoudens met hoger inkomen (>70K€): %-verschil tussen ’07 en ‘18
Bron: microdata CBS Sociaalstatistisch Bestanden
De toenemende tweedeling is geen natuurlijk proces maar een gevolg van het woningtekort. Omdat woningbouw mogelijk wordt gemaakt door beleid heeft de overheid direct verantwoordelijkheid. Alleen door voldoende uitbreiding van met name de betaalbare woningvoorraad kan de maatschappelijke en ruimtelijke uitsortering worden gekeerd. Dit is één van de grootste uitdagingen
6
voor de stad en regio Utrecht. De ontwikkeling van een nieuw stadsdeel Rijnenburg, met een groot aandeel aan betaalbare woningen, zal een belangrijk antwoord daarop zijn.
Nationaal belang De verstedelijking van Rijnenburg is ook een groot nationaal belang. De hooginnovatieve economie van de Utrechtse regio moet zich kunnen doorontwikkelen voor het nationale verdien- en concurrentievermogen. Als de woningvoorraad onvoldoende meegroeit zet dat het nationale bereikbaarheidssysteem onder zware druk en gaat de wal het schip keren. Rijnenburg ligt centraal in een uitgestrekt gebied met grote woningtekorten, waardoor de juist op die plek gebouwde woningen ook de meest gunstige effecten zullen hebben op de economie en de benodigde investeringen in Rijksinfrastructuur.
7
Kernopgaven voor beleid Vanuit bovenstaande analyse komen kernopgaven voor de fysieke en sociale ontwikkeling van de Utrechtse stadsregio naar voren. De ontwikkeling zal op duurzame en klimaatbestendige wijze vorm moeten worden gegeven. Essentiële kernopgaven voor de komende halve eeuw zijn: Þ Ruimtelijke accommodatie van de groei van arbeidsplaatsen van jaarlijks gemiddeld 0,5-1,0% (1.500-3.000 nieuwe arbeidsplaatsen per jaar), waarvan het merendeel in de stad Utrecht zal landen2; Þ Groei van de stadsregionale woningvoorraad, zodanig dat de inkomende pendelmobiliteit niet nog verder toeneemt, en rekening houdend met verdere gezinsverdunning: toename van de voorraad met jaarlijks gemiddeld 1% (circa 2.500 woningen); Þ Duurzaam en evenwichtig functionerend daily system van wonen, werken, voorzieningen en mobiliteit: verzekerde toegankelijkheid van voorzieningen en arbeidsplaatsen voor alle groepen, versterking openbaar vervoer; Þ Bestrijding sociaal-ruimtelijke tweedeling en bevordering van sociale samenhang en inclusiviteit, op de schaal van de stadsregio tot aan de schaal van individuele buurten; Þ Bevordering van een gezonde, groene en duurzame leefomgeving, duurzame mobiliteit en energieopwekking, circulariteit van bouw- en afvalstromen, en tenslotte klimaatbestendigheid en duurzaam waterbeheer. Tussen de opgaven kan spanning ontstaan.