CConstaterende datUtrecht
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3. plan MER omgevingsvisie USP incl aanvulling.pdf

Commissie Ruimtelijke Ordening en Grondzaken (2022-2026) 14 april 2022, gemeente UtrechtBij agendapunt: Raadsvoorstel Omgevingsvisie Utrecht Science Park 204033.340 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Breng bij vervolgtrajecten voor het USP voor zowel luchtkwaliteit als geluid van wegverkeer en windturbines de blootstelling boven de actuele WHO-advieswaarden in beeld en neem deze in het beoordelingskader op; In paragraaf 9.1 van het MER zijn de gemeentelijke ambities ten aanzien van gezonde voeding opgenomen. In paragraaf 15.3 van het MER zijn de geluidseffecten van de westelijke turbine en vergeleken met de WHOadvieswaarde. Maak in het vervolgtraject een analyse van de toename van de recreatiedruk. Dit kan ook in een breder traject waarin de behoefte aan recreatie in relatie tot de totale groei van de stad Utrecht wordt onderzocht; In paragraaf 9.3 van het MER is hiervoor aandacht gevraagd, in de effectanalyse op biodiversiteit (paragraaf 12.3 van het MER) is hier tevens rekening mee gehouden en is de effectscore hierop aangepast. Werk bij de nadere uitwerking van de ontwikkeling van het USP de risico’s en maatregelen in relatie tot de verkeersafwikkeling nader uit. Daarnaast onderstreept de Commissie het belang van monitoring van de afwikkeling van verkeer op de belangrijkste wegen rond USP. De Commissie geeft als aanbeveling om op basis van de eerste monitoringsresultaten meteen onderzoek te doen naar mitigerende maatregelen, zodat die tijdig kunnen worden getroffen. Het MER is hierop niet aangepast.

Onderdelen van monitoring en mitigerende maatregelen worden betrokken bij de verdere planvorming.

Vervolg procedure omgevingsvisie Op de omgevingsvisie en het MER zijn 85 zienswijzen ingediend. Na afloop van de terinzagelegging zijn de ontvangen zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie en het MER van een inhoudelijke beantwoording voorzien in de reactienota. Een aantal zienswijzen heeft geleid tot aanpassingen in het MER, de zienswijzen hebben niet geleid tot wijziging van effectscores:  Zienswijzen van onder meer Vrienden van Amelisweerd, omwonenden USP, stichting Utrechts Landschap en werkgroep Natuurlijk Zeist west omtrent de balans tussen de verstedelijking en de ontwikkeling van het groen-blauwe raamwerk: In paragraaf 9.5 van het MER is een extra spelregel opgenomen dat bewaakt dient te worden dat groen en verstedelijking in balans zijn.

Blad 21 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

 

Advies Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden omtrent het beleidskader voor water. In paragraaf 11.1 van het MER is het beleidskader hierop aangevuld. Zienswijze Utrecht Landschap omtrent eventuele (negatieve) effecten op het watersysteem binnen en buiten het plangebied van de nieuwe watergang Bisschopswetering en de waterlopen nabij het voormalige fort. In paragraaf 11.3 van het MER zijn deze aspecten beschouwd. Zienswijzen Utrechts Landschap en Werkgroep Zeist omtrent effecten van de groene verbindingen op NNN: In paragraaf 12.5 van het MER is een extra spelregel opgenomen dat onderzoek wordt uitgevoerd naar de inpasbaarheid van de groene verbindingen met de NNN rondom USP.

Ambtshalve wijzigingen: verkeerde set verkeerscijfers gehanteerd in milieuberekeningen Bij het beantwoorden van de zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie en het MER is gebleken dat voor het in beeld brengen van de milieuberekeningen (geluid, luchtkwaliteit en stikstof) in het MER abusievelijk de verkeerde set verkeerscijfers (etmaalintensiteiten) is gehanteerd. De juiste set verkeerscijfers laat op een aantal relevante wegvakken hogere etmaalintensiteiten zien dan de gebruikte set. Voor andere (ook relevante) wegvakken zijn in de juiste set lagere cijfers te zien, dan in de gebruikte set. De analyse van de verkeerseffecten (die is uitgevoerd met spitsintensiteiten, kruispuntbelastingen en parkeerbalans) is wel op de juiste set verkeerscijfers gebaseerd. De conclusies van de verkeerseffecten, zoals beschreven in hoofdstuk 5, wijzigen daarom niet. Ook is de analyse in de Omgevingsvisie gebaseerd op de juiste verkeerscijfers en is tijdens de informatieavonden de juiste informatie getoond en toegelicht. De milieueffecten zijn opnieuw doorgerekend met de juiste verkeerscijfers. Onderstaand is per thema concreet weergegeven welke aanpassingen in het MER zijn doorgevoerd en of de conclusies zijn gewijzigd:  Aanpassing etmaalintensiteiten van huidige situatie, referentiesituatie en varianten (wijzigingen in tabel 5-2 en tabel 5-6, hoofdstuk 5 van het MER).

De nieuwe verkeerscijfers leiden niet tot wijziging van de conclusies en effectscores;  Aanpassing geluidsanalyse in paragraaf 6.3 van het MER. De nieuwe verkeerscijfers leiden tot wijziging van een aantal conclusies en effectscores. De effectscores voor wegverkeerslawaai en de cumulatieve geluidbelasting op bestaande woningen zijn aangepast van licht positief (0/+) naar neutraal (0). Het planvoornemen voorziet in een afname van verkeer in het binnengebied van USP waardoor het wegverkeerslawaai en de cumulatieve geluidbelasting afneemt op bestaande woningen. Buiten het plangebied neemt de cumulatieve geluidbelasting lokaal toe, vooral door de toename van verkeer langs de Archimedeslaan indien besloten wordt tot een knip in de Weg tot de Wetenschap. De effecten zijn neutraal beoordeeld (0), omdat deze toename onder de 3 dB blijft;  Aanpassing resultaten luchtkwaliteit in paragraaf 7.2 en 7.3 van het MER. De nieuwe verkeerscijfers zelf leiden niet tot wijziging in de analyse en effectscores van de verschileffecten in concentraties luchtverontreinigende stoffen. Wel is de toetsing van de concentraties aan de WHO-advieswaarden gewijzigd vanwege de recentelijk aangescherpte WHO-advieswaarden (22 september 2021). Daarom zijn twee extra beoordelingscriteria voor stikstofdioxide en fijn stof toegevoegd, waarin de concentraties zijn getoetst aan de nieuwe WHO-advieswaarden.

Dit is toegelicht in hoofdstuk 7 van het MER. Tevens is de toets aan de ambitie voor groen en gezond aangepast in paragraaf 6.2 van het MER;

Blad 22 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

De stikstofdepositie op Natura 2000-gebied is opnieuw berekend, maar de resultaten zijn ongewijzigd (0,00 mol N/ha/jaar).

Overige ambtshalve wijzigingen Tot slot zijn redactionele wijzigingen doorgevoerd in het MER. Tevens is een aantal figuren uit de Omgevingsvisie aangepast, deze zijn overgenomen in dit MER. De omgevingsvisie is ook op een aantal punten aangepast, dit is tevens weergegeven in de reactienota. Het MER is op bovengenoemde punten aangevuld, zowel de punten naar aanleiding van de het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r., de zienswijzen en de ambtshalve wijzigingen. De reactienota wordt tezamen met de omgevingsvisie en het MER door het College van B&W van Utrecht vastgesteld en aangeboden ter besluitvorming aan de gemeenteraad van Utrecht. Er bestaat geen mogelijkheid tot het indienen van beroep tegen de omgevingsvisie (of het MER dat een bijlage bij de omgevingsvisie vormt). Monitoring Na vaststelling van de omgevingsvisie is het bevoegd gezag verplicht de daadwerkelijke milieugevolgen van de uitvoering van het voornemen te onderzoeken. In de praktijk vindt deze monitoring plaats tijdens en na realisatie van de ontwikkeling. In hoofdstuk 20 wordt de aanzet tot het monitoringsplan nader toegelicht.

1.5

Leeswijzer Dit MER is als volgt opgebouwd:  Hoofdstuk 2 bevat een kenschets van Utrecht Science Park in de huidige situatie en een toelichting op de referentiesituatie en raakvlakprojecten;  In hoofdstuk 3 zijn het ruimtelijk beleid, de ambities en het te onderzoeken planalternatief weergegeven;  Hoofdstuk 4 bevat een toelichting op de onderzoeksmethodiek voor het MER;  In hoofdstuk 5 t/m 15 zijn achtereenvolgens per thema (mobiliteit, geluid, luchtkwaliteit, externe veiligheid, gezondheid, bodem, water, ecologie, archeologie en cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid) de referentiesituatie en effecten van het planalternatief per thema weergegeven;  Hoofdstuk 16 bestaat uit de conclusie en de toets op de ambities;  Hoofdstuk 17 geeft een overzicht van de agenderende onderdelen voor het vervolg van het gebiedsproces van USP, aangeduid als uitwerkingsopgaven;  In hoofdstuk 18 is het spelregelkader voor de ontwikkelingen in het gebied opgenomen;  Tot slot worden in hoofdstuk 19 de leemten in kennis en een aanzet voor monitoring weergegeven.

Blad 23 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

2

Utrecht Science Park in vogelvlucht

2.1

Ligging van het plangebied Utrecht Science Park ligt aan de oostelijke rand van de stad Utrecht, in de oksel van de A27 en A28 (zie Figuur 2.1). Aan de zuidkant grenst het gebied aan het landgoed Amelisweerd en Fort Rhijnauwen, aan de oostkant aan Landgoed Oostbroek. Geografisch gezien ligt het centrum van Utrecht even dichtbij als de omliggende centra van Bunnik, Zeist en De Bilt, wat niet alleen de relatie met de stad Utrecht maar ook met de omgeving belangrijk maakt. De wisselwerking met de regio is groot: werknemers en studenten wonen in stad en regio en veel samenwerkingspartners en toeleveranciers van het gebied zijn gevestigd in de regio.

Figuur 2.1 Ligging Utrecht Science Park in de omgeving.

Blad 24 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

2.2

Historische ontwikkeling Uithoven en landgoederen langs de Kromme Rijn Het gebied bevindt zich deels in het stroomgebied van de Kromme Rijn. De rivier Kromme Rijn (ten zuiden van het plangebied gelegen) was destijds een dynamische rivier die door een moerassig landschap stroomde. Eeuwenlang verlegde de rivier haar verloop regelmatig. Vanaf 1122 werd het moerassige landschap ontgonnen voor landbouw en ontstonden in de loop der tijd ridderhofsteden langs de rivier, die later tot de landgoederen van Amelisweerd zijn uitgegroeid. Voor de exploitatie van de landbouwgrond werden door het Sint- Figuur 2.2 Boerderij De Uithof Laurensabdij (nabij Oostbroek) boerderijen gesticht, zogenaamde ‘uithoven’. Eén van de oudste boerderijen die tot de abdij hoorde, De Uithof, was hier gevestigd. De huidige boerderij is de 17e eeuwse opvolger van de middeleeuwse boerderij 'De Uithof'. Nieuwe Hollandse Waterlinie Ter verdediging van Nederland werd aan het begin van de 19e eeuw vanaf de Biesbosch tot Muiden de Nieuwe Hollandse Waterlinie aangelegd. Ter plaatse van het plangebied en omgeving zijn forten van de tweede ring aangelegd, waaronder Fort Rhijnauwen en Fort Hoofddijk (nu de Botanische Tuinen Utrecht). Totdat de Kringenwet in 1954 werd afgeschaft was bebouwing van het gebied niet mogelijk. Belangrijkste functie was nog steeds landbouw.

Figuur 2.3 Fort Hoofddijk

Universiteitsterrein en ziekenhuis Na de Tweede Wereldoorlog groeide de stad. De Universiteit en het ziekenhuis waren nog gehuisvest in de binnenstad en hadden grote behoefte aan betere en ruimere huisvesting. Het ministerie van Onderwijs en Wetenschappen besloot een nieuw universiteitsterrein buiten de stad aan te wijzen met voldoende groeimogelijkheden. Het universiteitsterrein werd gepland in de toenmalige Johannapolder en de naam van het te ontwikkelen terrein werd ‘De Uithof’, naar de naastgelegen boerderij. Met Figuur 2.4 Het Van Unnik gebouw name de faculteit Diergeneeskunde, de bèta faculteiten en het ziekenhuis werden gehuisvest in De Uithof. Het nieuwe universiteitsterrein kreeg een structuur van brede lanen volgens een plan van Van der Steur. Er was weinig regie op de ontwikkeling van het gebied. De bebouwing werd verspreid over het gebied gebouwd.

Blad 25 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Stedenbouwkundig plan De Uithof Al snel kwam er kritiek op De Uithof. De strikte scheiding van de functies van wonen, werken en recreëren had een groot effect op de leefbaarheid. Ondertussen groeide De Uithof verder. In de jaren tachtig van de 20e eeuw verhuisde het academisch ziekenhuis naar De Uithof en in de jaren negentig vestigden diverse HBO-opleidingen zich op het terrein. Deze groei vroeg om een nieuwe toekomstvisie voor het gebied. De ‘Visie Uithof 2000’ van Koolhaas-Zaaijer ging uit van het clusteren van de bebouwing om zo de mensen en levendigheid zoveel mogelijk te Figuur 2.5 Minnaert gebouw concentreren en het landschap als kwaliteit te sparen en koesteren. Binnen de kaders van het daaropvolgende stedenbouwkundige plan werd veel architectonische vrijheid geboden. Utrecht Science Park Naast de uitnodiging van innovatieve bedrijven om zich te vestigen op het terrein werd de woonfunctie ingevoerd door de bouw van studentenwoningen in 1999. Het gebied groeide door als kenniscluster. De naam van het gebied veranderde in 2018 van De Uithof in Utrecht Science park. De gedachte is dat deze naam beter past bij de internationale uitstraling van het gebied. 1815

1873

1982

2011

Figuur 2.6 Historische ontwikkeling Utrecht Science Park (Bron: www.topotijdries.nl).

Blad 26 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

2.3

Huidige situatie Functies Het terrein van Utrecht Science Park (circa 300 hectare groot) biedt vandaag de dag ruimte aan onderwijs, onderzoek, zorg, studentenhuisvesting, bedrijven en voorzieningen. Met meer dan 27.000 medewerkers en 50.000 studenten, die de campus dagelijks bezoeken, is de Utrechtse campus inmiddels de grootste van Nederland. Het terrein wordt gekenmerkt door een hoge dichtheid van kennis- en zorginstellingen en Research & Development (R&D) bedrijven. De op het USP gevestigde 128 bedrijven en 2.600 bewoners verblijven in bebouwing van circa 110 hectare vloeroppervlakte. Ontsluiting Het gebied is multimodaal ontsloten: per fiets, auto, tram en bus (zie Figuur 2.7). USP is per fiets niet alleen goed bereikbaar vanuit de stad, maar ook vanuit omliggende gemeenten als Bunnik, Bilthoven en De Bilt. Op het USP zelf zijn vooral de Padualaan / Heidelberglaan en de Universiteitsweg belangrijke fietsroutes, maar ook de Leuvenlaan, Bolognalaan, Toulouselaan, Cambridgelaan en de Hoofddijk maken deel uit van het hoofdfietsnetwerk.

Figuur 2.7: Ontsluiting Utrecht Science Park (blauwe onderbroken lijn = tramlijn 22, zwarte pijlen = ontsluiting auto- en busverkeer)

Het USP is met de stad (via de westzijde) verbonden via de Weg tot de Wetenschap en de Archimedeslaan. De belangrijkste auto-ontsluiting aan de noordzijde ligt aan de A28 via de Universiteitsweg waar ook de P+R-garage Utrecht Science Park ligt. De P+R-garage ligt aan het eindpunt van tram 22, een belangrijke openbaar vervoer verbinding van en naar het USP.

Blad 27 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Daarnaast bedienen busverbindingen vanuit een groot aantal richtingen het USP via de centrale busas (Bilthoven, Doorn, Nieuwegein, Vianen, Overvecht) en zijn er bussen naar Amersfoort. Over de Heidelberglaan rijden alleen trams en bussen, auto’s kunnen via de Leuvenlaan of de Cambridgelaan het gebied doorsnijden. De bereikbaarheid van het USP met de auto vormt in de spits een probleem. Ook op de toeleidende fietsroutes en in het openbaar vervoer is de druk groot. Het goed bereikbaar houden van dit gebied voor fiets, openbaar vervoer en auto is ook voor de toekomstige ontwikkelingen een uitdaging. Bebouwingsclusters Het gebied is opgedeeld in een aantal bebouwingsclusters, zie Figuur 2.8. De clusters worden hieronder beschreven aan de hand van hun geografische ligging, aangrenzende straten en de verschillende instituten en functionaliteiten die daar gevestigd zijn.

Figuur 2.8: Bebouwingsclusters en locatie-aanduidingen Utrecht Science Park.

Centrum cluster Het centrumgebied bestaat in feite uit twee zones: de strip direct ten zuiden van de Heidelberglaan/Padualaan en de strip direct ten noorden van deze as. De Sorbonnelaan is de westelijke begrenzing en de Universiteitsweg/Bolognalaan de oostelijke begrenzing. In de zone ten zuiden van de Heidelberglaan staan meerdere gebouwen van de Hogeschool Utrecht, Universiteitsbibliotheek van de Universiteit Utrecht en het Langeveldgebouw. Wooncomplex De Bisschoppen staat tussen en deels op onderwijsgebouwen van de Hogeschool Utrecht. In de zone

Blad 28 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

ten noorden van de Heidelberglaan staan voornamelijk universiteitsgebouwen, met uitzondering van het woongebouw Casa Confetti. Zuidwest cluster In het zuidwestcluster bevindt zich de nieuwbouw van het RIVM. Noordwest cluster In het noordwestcluster, grofweg het gebied ten noorden van de Leuvenlaan tussen de Sorbonnelaan en de Budapestlaan, is onderzoek en onderwijs geconcentreerd in de gebouwen Koningsberger, Minnaert, Vening Meinesz, Earth Simulation Lab en Buys Ballot. Daarnaast is er een aantal researchinstituten gehuisvest in kantoor-, en labgebouwen zoals SRON, Deltares en TNO. De groene noordrand grenst aan de oksel van de snelweg A27 en A28 en bestaat uit een volkstuincomplex, bosschages en groene weide. Noord cluster Het Noord cluster bestaat uit de P+R Science Park en de bedrijven ten zuiden hiervan. In dit cluster ligt de nadruk op corporate life science bedrijven, .waaronder andere Genmab, het Westerdijk fungal biodiversity institute (KNAW), Hubrecht Instituut en Danone-Nutricia zijn gevestigd. Medisch cluster In het medische cluster zijn vooral medische functies gevestigd. Het gebied wordt doorkruist door de Hoofddijk (hoofdzakelijk een fiets- en voetpad) met het Wilhelmina Kinderziekenhuis, het Ronald McDonaldhuis en het Prinses Máxima Centrum ten noorden en het Universitair Medisch Centrum Utrecht en het Centraal Militair Hospitaal ten zuiden daarvan.

Het tramtracé is de begrenzing met het waardevolle landschap aan de oostzijde (met onder andere landgoed Oostbroek) en is gelegen tussen het Wilhelmina Kinderziekenhuis en het Prinses Máxima Centrum richting P&R bij de op- en afrit van de A28. Centrum Oost cluster, Oost cluster en Diergeneeskunde cluster In het zuidoosten liggen drie clusters, waar de zorg voor de dieren centraal staat. Dit gebied is de thuisbasis van de faculteit Diergeneeskunde inclusief het bijbehorend weilandareaal en diverse R&D gebouwen. In dit cluster ligt het Numangebouw en de Life Science Incubator, waarin (biomedische) startups en private R&D-bedrijven zijn gehuisvest. Gebied met Botanische Tuinen en Sportcentrum Olympos Dit gebied bestaat uit de Botanische Tuinen, Sportcentrum Olympos. Het Sportcentrum Olympos is het studentensportcentrum van de Universiteit Utrecht en de Hogeschool Utrecht. Het complex bestaat uit verschillende zalen en een sportcafé. Buiten liggen diverse sportvelden. De Botanische Tuinen zijn aangelegd op en rondom het 19de eeuwse Fort Hoofddijk en maken onderdeel uit van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Langs de Sicenceboulevard Langs de Universiteitsweg ligt de Scienceboulevard. Langs deze weg is in het Stedenbouwkundig plan Koolhaas/Zaaijer een reeks van gebouwen in het park gerealiseerd.

Nutricia, het David de Wied gebouw en de Johanna (studentenwooncomplex) zijn hiervan goede voorbeelden.

Blad 29 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Langs de Cambridgelaan In het gebied ‘langs de Cambridgelaan’ is de relatie met het zuidelijk gelegen landschap duidelijk zichtbaar door de groene omgeving die het gebied hier kenmerkt. Verder richting het oosten bevinden zich de studenten-wooncomplexen Cambridgelaan en Johanna en een door de HU en UU gedeeld gebouw voor onderwijs en facilitaire zaken. Aan de Schapenweide Zoals de naam het al zegt, wordt dit weiland begraasd door schapen. De Schapenweide vormt de entree van het USP vanuit de stad en kent belangrijke cultuurhistorische en ecologische waarden. Landbouw, natuur, recreatie, sport en cultuur USP wordt omringd door een landschap met landbouw-, natuur-, recreatie-, en sport- en cultuurfuncties (zie Figuur 2.9). Dit maakt het gebied tot een aantrekkelijk gebied om te wonen, studeren, recreëren en te werken.

Figuur 2.9: Landbouw, natuur, recreatie, sport en cultuurhistorie rond het USP.

2.4

Referentiesituatie, autonome ontwikkelingen en raakvlakprojecten

2.4.1

Referentiesituatie Het MER brengt de potentiële omgevingseffecten van de nieuwe beleidskeuzes in de Omgevingsvisie USP in beeld door een vergelijking te maken tussen een situatie zonder en met de (nieuwe) activiteiten en het (nieuwe) beleid van de omgevingsvisie. De referentiesituatie is grotendeels gelijk aan de huidige situatie inclusief de autonome ontwikkelingen en zonder de (nieuwe) activiteiten en het (nieuwe) beleid van de omgevingsvisie. Het referentiejaar wordt het jaar 2040. 2040 is het jaar van de planhorizon van de omgevingsvisie en de referentiesituatie is de

Blad 30 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

situatie die zich voordoet in 2040 zonder de (nieuwe) ontwikkeling waarin de omgevingsvisie voorziet. De onderliggende milieuonderzoeken en de plannen die zijn vastgelegd en voor 2040 zijn gerealiseerd zijn in deze onderzoeken meegenomen. Referentiesituatie luchtkwaliteit en stikstof De effecten van de ontwikkelingen van het USP op de luchtkwaliteit worden beoordeeld ten opzichte van de referentiesituatie (2040). In dit (toekomstige) jaar is namelijk de meeste zekerheid dat alle ontwikkelingen zijn gerealiseerd. Voor luchtkwaliteit en stikstof is als rekenjaar echter 2021 gehanteerd, omdat hierdoor met de hoogst mogelijke emissiefactoren voor wegverkeer en achtergrondconcentraties wordt gerekend. Deze emissie-factoren en achtergrondconcentraties zullen in de toekomst namelijk steeds verder afnemen.

2.4.2

Autonome ontwikkelingen Rondom en binnen het USP worden verschillende ontwikkelingen voorzien. Een onderscheid kan gemaakt worden bij deze (mogelijke) toekomstige ontwikkelingen tussen autonome ontwikkelingen en raakvlakprojecten.  Autonome ontwikkelingen zijn plannen met een juridische status die gerealiseerd zullen worden, zowel buiten als binnen het plangebied;  De raakvlakprojecten zijn projecten waar nog geen formeel besluit over is genomen. Uiteraard kunnen deze ontwikkelingen wel invloed hebben op (de milieueffecten van) het USP wanneer zij gerealiseerd worden. In Figuur 2.10 is de ligging van de autonome ontwikkelingen en de raakvlakprojecten weergegeven.

3

7 3

2

9

5

1

4

Autonome ontwikkelingen: 1. RIVM en CBG 2. Accelerator 3. Tracébesluit A27/A12 4. ISUtrecht 5. Archimedeslaan 16 Raakvlakprojecten: 6. Maarschalkerweerd 7. Kantorenpark Rijnsweerd 8. Knooppunt Lunetten – Koningsweg (niet op figuur weergegeven) 9. Tram naar Zeist

6

Figuur 2.10: Autonome ontwikkelingen en raakvlakprojecten.

Blad 31 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

In deze subparagraaf worden de autonome ontwikkelingen toegelicht, de ontwikkelingen maken verder onderdeel van de analyses in het MER. Paragraaf 2.4.3 bevat een weergave van de raakvlakprojecten met een korte toelichting op de mogelijke impact van deze projecten op de doorontwikkeling van het USP. 1. Het RIVM en CBG Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verhuizen samen met het College te beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) naar een nieuw kantoorgebouw in de hoek van de Sorbonnenlaan en de Weg tot de Wetenschap. In de loop van 2022 is de beoogde oplevering voorzien. 2. De Accelerator Gelegen aan de Uppsalalaan, direct ten oosten van het Genmab en ten noorden van het Hubrechts instituut, ligt het in aanbouw zijnde Acceleratorgebouw. Verschillende bedrijven die extra ruimte nodig hebben kunnen dan terecht in het Acceleratorgebouw. 2022 is het jaar van de beoogde oplevering. 3. Tracébesluit A27/A12: aanpassing Ring Utrecht Voor de A27 zijn plannen voor extra rijstroken, scheiding van verkeersstromen, een nieuw ontwerp van het knooppunt Rijnsweerd, een nieuwe toerit naar de A28 vanaf het USP, snelheidsverlaging, stiller asfalt, extra geluidschermen, een overkapping bij Amelisweerd en ecologische compensatiemaatregelen. Deze aanpassingen tezamen vormen een groot infrastructureel project met aanzienlijke gevolgen voor het USP.

Minister van Nieuwenhuizen heeft op 17 november 2020 het nieuwe Tracébesluit getekend. Het nieuwe Tracébesluit ligt van 2 december 2020 tot en met 13 januari 2021 ter inzage. Ten tijde van dit schrijven is onzekerheid over de vaststelling van het besluit, maar binnen dit MER is ervan uitgegaan dat het Tracébesluit wordt vastgesteld en de aanpassingen aan de Ring Utrecht onderdeel uitmaken van de referentiesituatie. 4. International School Utrecht De Internationale School Utrecht (ISU) is een school van 700 leerlingen in het primair onderwijs en 500 leerlingen in het voortgezet onderwijs. De ISU heeft circa 15.000 m2 bruto vloeroppervlakte. Daarnaast is er ruimte voor naschoolse opvang, kinderopvang, ontmoeting en sport. Het college van B&W heeft de bouwenveloppe in het eerste kwartaal van 2020 vastgesteld. Vaststelling van het bestemmingsplan is halverwege 2021 beoogd. Eind 2022 is de beoogde oplevering. 5. Gebiedsontwikkeling Archimedeslaan 16 In de buurt van Rijnsweerd en grenzend aan de A27 en A28 ligt de Archimedeslaan 16. Op deze plek zijn plannen voor grootschalige nieuwbouw. Samen met ontwikkelaars wil de gemeente de Archimedeslaan ombouwen tot een levendig gebied met plek voor circa 2.000 nieuwe woningen, enkele winkels, zorgfuncties en horecagelegenheden.

Momenteel wordt gewerkt aan het Stedenbouwkundig Programma van Eisen, dat wordt voorgelegd aan de omwonenden en in een later stadium ter besluitvorming aan de gemeenteraad. De geplande bouw is voorzien vanaf 2023/2024. Er ligt nog geen concreet planologisch besluit over deze gebiedsontwikkeling, maar gezien de nabije ligging bij USP en de verder gevorderde planprocesstappen (dan de gehele transformatie van kantorenpark Rijnsweerd, zie hieronder) is deze ontwikkeling ‘worst case’ als autonome ontwikkeling aangeduid. De ontwikkeling is dus meegenomen als autonome ontwikkeling in de verkeers- en milieuberekeningen.

Blad 32 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

2.4.3

Raakvlakprojecten 6. Ontwikkelperspectief Maarschalkerweerd Groen, recreatie, sport en cultuurhistorie zullen in Maarschalkerwaard meer aandacht krijgen. Samen met Amelisweerd wordt het een groot parklandschap waar Utrechters en bezoekers kunnen ontspannen en sporten. In het gebied liggen de Sportcampus en de Vier Lunetten (forten) van de Nieuwe Hollandse Waterlinie. Het ontwikkelperspectief die hieraan richting geeft is op 9 juli 2020 vastgesteld door de gemeenteraad. Het perspectief bestaat uit de volgende ambities:  Een parklandschap maken met meer groen en meer mogelijkheden om te wandelen en zelf te sporten;  De forten (Vier Lunetten van de Nieuwe Hollandse Waterlinie) opknappen, meer gebruik geven en beter zichtbaar maken;  De bouw van woningen, kantoren en andere voorzieningen mogelijk maken rond Stadion Galgenwaard en bij station Lunetten en de openbare ruimte aantrekkelijker maken;  Maarschalkerweerd beter bereikbaar maken voor fietsers en voetgangers;  Openbaar vervoer verbeteren. Er is nog geen concreet planologisch besluit over de herontwikkeling genomen, deze ontwikkeling is daarom aangeduid als raakvlakproject. Bij doorgang van dit project dient rekening te worden gehouden met eventuele extra verkeersbewegingen (OV, fiets) van en naar USP.

De autobewegingen van en naar USP zijn beperkt vanwege een beoogde knip op de Weg tot de Wetenschap, als onderdeel van de doorontwikkeling van USP (zie paragraaf 3.4 en 5.3). Het raakvlakproject leidt mogelijk enerzijds tot extra gebruik van de voorzieningen in USP, anderzijds biedt het extra mogelijkheden voor de bewoners van USP om te wandelen en te sporten in Maarschalkerweerd. 7. Transformatie kantorenpark Rijnsweerd De gemeente wil van kantorenpark Rijnsweerd een aantrekkelijk werk- en woongebied maken door transformatie van het kantorenpark naar een meer gemengd woon-werk milieu. Stichting Kantorenpark Rijnsweerd en de gemeente hebben gezamenlijk een Ambitiedocument opgesteld. In het Ambitiedocument zijn vier ontwikkelprincipes (netwerk, verbinden, ontmoeten en mix) voor Rijnsweerd vastgelegd. Er is nog geen concreet planologisch besluit over de herontwikkeling genomen, deze ontwikkeling is daarom aangeduid als raakvlakproject, behalve de eerste concrete ontwikkeling Archimedeslaan 16 (zie onder ‘autonome ontwikkelingen’). Bij doorgang van dit project dient rekening te worden gehouden met eventueel extra verkeersbewegingen (OV, fiets) van en naar USP. De autobewegingen van en naar USP zijn beperkt vanwege een beoogde knip op de Leuvenlaan, als onderdeel van de ontwikkeling van USP (zie paragraaf 3.4 en 5.3).

Het raakvlakproject leidt mogelijk tot extra gebruik van de voorzieningen in USP. 8. Ontwikkeling knooppunt Lunetten – Koningsweg In de nog vast te stellen Ruimtelijke Strategie Utrecht 2040 (RSU) is knooppunt Lunetten – Koningsweg (op circa 2,5 km afstand van USP) aangewezen als nieuw stedelijk knooppunt. De RSU stelt voor nader onderzoek te doen naar het opwaarderen station Lunetten tot station Lunetten Koningsweg met een Intercity status in combinatie met nieuw woon-werkprogramma, voorzieningen, groen en verbinding met landschap met in de toekomst wellicht ruimte voor USP-

Blad 33 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

gerelateerde werkgelegenheid. Er is nog geen concreet planologisch besluit over de herontwikkeling genomen, deze ontwikkeling is daarom aangeduid als raakvlakproject. Bij doorgang van dit project dient beperkt rekening te worden gehouden met eventuele extra verkeersbewegingen (OV, fiets) van en naar USP. Het raakvlakproject leidt mogelijk tot extra gebruik van recreatievoorzieningen, zoals Amelisweerd. Waar bewoners van USP ook gebruik van maken. 9. Doortrekken tram naar Zeist Om de groeiende stad Utrecht in de toekomst bereikbaar te houden voor iedereen die er tegen die tijd woont of werkt, worden er vanuit het regionale programma U Ned maatregelen ontworpen om de regio in de toekomst bereikbaar te houden. Eén van de beoogde maatregelen is het doortrekken van de tramlijn als HOV-verbinding of tram naar Zeist. Deze maatregel is benoemd als ‘no regret’ maatregel in het kader van U Ned en wordt momenteel verder onderzocht in combinatie met een parkeervoorziening aan deze HOV-lijn. Deze parkeervoorziening ligt buiten het USP, maar nabij de A28. Er is nog geen concreet planologisch besluit over de herontwikkeling genomen, deze ontwikkeling is daarom aangeduid als raakvlakproject. Bij doorgang van dit project dient rekening te worden gehouden met extra tramgebruik van en naar USP.

Onderdeel van het onderzoek is dan ook de beschikbare capaciteit op de huidige tramlijn en de door te trekken tramlijn, de tracéligging en de impact op de omgeving (grotendeels buiten het plangebied van het USP gelegen). In elk geval zal een dergelijke de tramlijn de OVbereikbaarheid van en naar Zeist tussen USP en Zeist verbeteren.

Blad 34 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

3

Kaders, ambities en uitgangspunten

3.1

Ruimtelijk beleid Voor de ontwikkelingen in USP dient met verschillende nationale, provinciale, regionale en gemeentelijke beleidsdocumenten rekening te worden gehouden. In Tabel 3-1 wordt een overzicht gegeven van de belangrijkste ruimtelijke kaders en beleidstukken die op het plangebied van invloed zijn. Het specifieke thematisch beleid per milieuaspect is in de afzonderlijke milieuhoofdstukken beschouwd: zo wordt het Mobiliteitsplan van de gemeente bij het hoofdstuk ‘Mobiliteit’ behandeld en het Actieplan Geluid 2018-2023 bij het hoofdstuk ‘Geluid’. Tabel 3-1 Kaders waarbinnen USP valt.

Kader2 Nationale Omgevingsvisie (NOVI, 2020)

Besluit ruimtelijke ordening (2017)

Ontwerp omgevingsvisie (2020)

Ontwerp Interim omgevingsverordening (2020) Omgevingsvisie Gemeente Utrecht – Koers (Ruimtelijke Strategie Utrecht) Woonvisie: Utrecht beter in balans

Omgevingsvisie Gemeente Utrecht – Thematisch beleid

Belangrijkste randvoorwaarde/ uitgangspunt Nationaal beleid De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die nationale belangen. De belangrijkste keuzes zijn:  Duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit  Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie  Ruimte voor overgang naar een circulaire economie  Woningbouw in een stedelijk netwerk van gezonde en groene steden  Landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen Ladder duurzame verstedelijking

Provinciaal beleid De provincie Utrecht zet in om het middelpunt van Nederland te blijven: uiteraard fysiek, maar juist door de versterking en verbetering van de groene omgeving, het verbeteren van de gezondheidssituatie voor haar inwoners en de versterking van het kenniscluster. De leefomgeving is klimaatbestendig en de woonkernen zijn vitaal. De Ontwerp interim Omgevingsverordening bestaat uit regels die toezien op een eenduidige omgang met de openbare ruimte, bouwen en andere planologische zaken. Gemeentelijk beleid Utrecht kiest voor een gezonde groei: van een gemeente met 340.000 inwoners in 2016 naar ongeveer 450.000 inwoners in 2040. Bij het bouwen van nieuwe woningen en voorzieningen staan gezondheid, leefbaarheid en duurzaamheid voorop. De Woonvisie heeft een vijftal speerpunten: versnellen van de bouwproductie, meer gemengde wijken, doorstroming aanwakkeren door meer te bouwen in het midden en sociale segment, een duurzame woningvoorraad creëren, en een thuis te maken voor alle leeftijdsgroepen en achtergronden. In het thematisch beleid staat per onderwerp wat kan en mag in de leefomgeving. Er is bijvoorbeeld specifiek beleid voor openbare ruimte, wonen en werken.

2

Doorwerking in het plangebied De doorontwikkeling van USP, een kenniscentrum centraal gelegen in het land en de regio, draagt bij aan de versterking van de kenniseconomie en internationale concurrentiekracht. Daarnaast draagt het bij aan de ontwikkeling van een duurzaam energiesysteem, de regionale woningbouwopgave (studentenhuisvesting) en gebruik van het gebied met meer aandacht voor klimaatadaptatie en biodiversiteit. De nieuwe woningen en het bedrijfsoppervlak die mogelijk gemaakt worden, voorzien in een behoefte die is vastgelegd in de regionale woningbouwvisie. De doorontwikkeling van USP als kenniscluster sluit één-opéén aan bij de Omgevingsvisie van de provincie. In de Omgevingsvisie van USP wordt rekenschap en invulling gegeven aan de ambities die de provincie stelt. USP wordt aangeduid als één van de toplocaties voor integrale ontwikkeling wonen en werken rond knooppunten. Ontwikkelingen binnen USP houden rekening met de regels zoals gesteld in de Ontwerp Interim Omgevingsverordening van de provincie. Het beleid voor USP is erop gericht de groei als campus, en universiteit te versterken door onderzoek en zorg in het hele gebied mogelijk te maken. En door de bereikbaarheid van het gebied, de kwaliteit van het groen en de openbare ruimte te verbeteren en deze toekomstbestendig te maken. In USP wordt de benodigde woningvoorraad vergroot.

Doordat het een monofunctioneler gebied is dan delen van de binnenstad (lees: voornamelijk de focus op sciencegerelateerde functies) worden hier vooral woningen voor studenten en jonge professionals beoogd. Per thema wordt afgewogen of het thema van toepassing is op het gebied, of de thema’s niet met elkaar in conflict zijn en hoe het thema zich verhoudt tot belangen van bewoners en instellingen in het gebied.

Dit is niet een volledige lijst, Utrecht en omstreken kent een groot aantal beleidsdocumenten en andersoortige kaders waarbinnen USP valt. In de milieuhoofdstukken is specifiek beleid omtrent die thema’s opgenomen.

Blad 35 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

3.2

Proces omgevingsvisie tot nu toe Voor de totstandkoming van de omgevingsvisie zorgt de gemeente voor een brede inbreng vanuit de omgeving en van gemeentelijk en regionaal beleid, teneinde een zorgvuldige besluitvorming door college en raad van de gemeente Utrecht voor te bereiden. Zij heeft dit in nauwe samenspraak gedaan met de grondeigenaren van het gebied, de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht, en de Stichting Utrecht Science Park als behartiger van de (gemeenschappelijke) belangen van alle partners/ gebruikers van het Utrecht Science Park. In Tabel 3-2 is het proces voor de totstandkoming van de visie tot nu toe weergegeven. Tabel 3-2 Proces- en participatiestappen Omgevingsvisie USP tot nu toe. Processtap Ambitiedocument, november 2019 Startnotitie, in juli 2019 vastgesteld door raad Enquête, oktober 2019 Eerste USP-lab, januari 2020 Uitgangspuntennotitie, mei 2020 Verdiepende deelsessies, juli en oktober 2020 Tweede USP-lab, maart 2021 (online)

Toelichting Visie van USP-partijen op ontwikkeling van USP: de ambitie is verdere doorontwikkeling van de unieke kennisconcentratie van het Utrecht Science Park tot één van de top 3 Science Parks van Europa en op de kennisgebieden Duurzaamheid en Life Sciences tot de top van de wereld Opgaven en onderzoeksvragen voor de omgevingsvisie en uitgangspunten voor het participatieproces Inventarisatie wensen en voorkeuren van bewoners, werknemers gebruikers en andere belanghebbenden (ruim 3.000 deelnemers) Inventarisatie wensen en voorkeuren van bewoners, werknemers gebruikers en andere belanghebbenden (130 deelnemers) Uitgangspunten voor het vervolg, geformuleerd door het gezamenlijke projectteam van de gemeente Utrecht, UU, UMC-U en stichting USP Bespreking ruimtelijke uitwerking visie ‘tot dan toe’ met stakeholders De tussenstand van de totale ontwikkeling van USP in 2040 is hier gepresenteerd.

Op basis van deze processtappen wordt de omgevingsvisie mede met behulp van de resultaten van het MER uitgewerkt.

3.3

Ambities USP In gezamenlijkheid met omgevingspartijen in USP zijn ambities vastgelegd. De ambitie is om de kennisconcentratie van het Utrecht Science Park verder door te ontwikkelen en zodoende de maatschappelijke én de economische waarde van het gebied voor stad, regio en ook nationaal verder te vergroten. Een aantrekkelijk vestigingsklimaat voor instellingen en bedrijven is daarvoor noodzakelijk. Daarnaast is een belangrijke component van de doorontwikkeling dat er ruimte geboden wordt voor meer USP gerelateerde woningen. Het planalternatief (zie paragraaf 3.4) wordt ook getoetst aan de ambities voor USP. Er wordt bekeken wat het doelbereik is van deze ambities is. Aan de hand van spelregels (en later monitoring) wordt invulling gegeven aan hoe dit doelbereik zo optimaal mogelijk is. Het gaat om ambities met betrekking tot de volgende vier thema’s, waar een korte toelichting daaronder op volgt. De themanamen worden voor de leesbaarheid overigens verkort weergegeven in het MER. 1. Een Levendig kenniscentrum met een slimme mix van functies (Functiemix) 2. Een groene en blauwe levensader voor het USP (Groen en gezond) 3. Een goed bereikbaar USP waar veel ruimte is voor wandelaars en fietsers (Bereikbaar) 4. Een USP dat laat zien werk te maken van duurzaamheid en energietransitie. (Duurzaam)

Blad 36 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Levendig kenniscentrum met slimme functiemix De ambitie is om Utrecht Science Park te ontwikkelen tot een levendig kenniscentrum met een slimme mix van functies. Nieuwe functies vormen een meerwaarde voor het USP als geheel. Er wordt gestreefd naar een ruime verdubbeling van het aantal USP-gerelateerde woningen in het gebied, ontwikkelingen binnen de bestaande bebouwingsclusters en een uitbreiding van functies en voorzieningen die aansluiten bij dit kenniscentrum. Denk hierbij aan een uitbreiding van science-bedrijvigheid, zorgen sportvoorzieningen, maar evenzogoed aan voorzieningen voor bewoners (zoals extra horeca, cultuur- en maatschappelijke voorzieningen). Voor toetsing aan de ambitie ‘levendig kenniscentrum met een slimme mix van functies’ wordt beschouwd of de effecten van het voornemen leiden tot impact op:  Ruimte voor groei en functiemenging: Transformatie en renovatie van zorg, onderzoek en onderwijs Ruime verdubbeling van het aantal USP-gerelateerde woningen (circa 4.000 woningen) Uitbreiding van functies en voorzieningen die aansluiten bij het kenniscentrum:  meer science bedrijven;  minimaal gelijk maar liefst meer sportvoorzieningen;  meer voorzieningen voor bewoners in het centrum (horeca, cultuur- en maatschappelijke voorzieningen).  Bebouwing: Verdichten en functiemenging binnen bestaande bebouwingsclusters

Groene en blauwe, gezonde levensader voor USP USP ligt in een rijk landschap dat in hoge mate bijdraagt aan het vestigingsklimaat, de leefkwaliteit en identiteit van het USP. Het gebied rondom USP kenmerkt zich door de aanwezigheid van cultuurhistorisch erfgoed, landgoederen, veenplassen en de Utrechtse Heuvelrug. De stad is dichtbij, maar ook landbouw is altijd dichtbij. Met een groenblauw raamwerk, waarin cultuurhistorie, biodiversiteit, onderwijs, onderzoek, klimaatadaptatie, gezondheid en recreatie centraal staat, wordt de groene omgeving op en rondom het USP gekoesterd, versterkt en verbonden. Tussen de bebouwingsclusters geeft het lucht en ruimte voor ontmoeting en verblijf, wandelen en fietsen, klimaatadaptatie en biodiversiteit. Erbuiten is het verbindend met het omringende landschap.

Blad 37 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Voor toetsing aan de ambitie ‘groene en blauwe, gezonde levensader voor USP’ wordt beschouwd of de effecten van het voornemen leiden tot impact op:  Groen en blauw: Realisatie van een groen-blauw raamwerk in USP ter behoud, versterking en verbinding van de groene omgeving op en rondom het USP Binnen het groenblauwe raamwerk: versterken biodiversiteit en klimaatadaptatie en verbeteren van de gezondheidsbeleving Koesteren groene omgeving: ruimte behouden voor landbouw en veeteelt en het ecologisch netwerk  Gezondheidsdruk: De nieuwe woningen/functies leiden niet een hogere gezondheidsdruk. Indien de geluidbelasting hierdoor lokaal toeneemt, wordt dit gecompenseerd met extra maatregelen zoals een geluidluwe gevel of extra groen. Utrecht stelt als maximale waarde 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorlijnen. Voldoen aan WHO Streefwaarden voor luchtkwaliteit in 2025.  Cultuur, landschap en recreatie: Behoud en/of versterken van het cultureel erfgoed Behoud en/of versterken van landschappelijke verbindingen Uitbreiden van het recreatief netwerk

Goed bereikbaar en veel ruimte voor wandelaars en fietsers Er wordt ingezet op een autoluw, bereikbaar USP. De autobereikbaarheid is in de huidige situatie een knelpunt. Een autoluw gebied draagt bovendien bij aan de verblijfskwaliteit en een gezonde werk-, leer- en leefomgeving. Lopen, fietsen en openbaar vervoer staan in USP centraal. Het merendeel van het autoverkeer wordt opgevangen in hubs aan de randen van het gebied, alleen beperkt autoverkeer met een bestemming rijdt in USP, zoals patiënten. Hierdoor ontstaat meer ruimte voor voetgangers en fietsers. Een schaalsprong in het openbaar vervoer en fietsnetwerk is noodzakelijk om de bereikbaarheid te borgen.

Blad 38 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Voor toetsing aan de ambitie ‘goed bereikbaar en veel ruimte voor wandelaars en fietsers’ wordt beschouwd of de effecten van het voornemen leiden tot impact op:  Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid: Een autoluw, bereikbaar USP Een modal shift van autogebruik naar OV- en fietsgebruik door: o Optimaliseren OV-netwerk o Weren doorgaand autoverkeer o Snelle en comfortabele fietsverbindingen o Toegankelijk, veilig en aantrekkelijk voetgangersnetwerk  Gezondheid/verkeersveiligheid: Realisatie van een aantrekkelijke buitenruimte die sterk bijdraagt aan de gezonde werk-, leer- en leefomgeving Verbeteren oversteekbaarheid van (huidige) OV-banen  Parkeren Instellen parkeerplafond Parkeren aan de rand en op afstand in de hubs, die goed op OV aansluiten.

Werk maken van duurzaamheid, energietransitie en circulariteit Het streven is een energieneutraal USP in 2040: dat betekent dat de vraag naar warmte, koude en elektriciteit dan is opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Wat betreft de energietransitie wordt ingezet op een combinatie van energiebesparing en energiewinning uit duurzame bronnen. De energietransitie vraagt om ruimte zowel in de ondergrond als boven de grond. In de ondergrond wordt een duurzaam netwerk ontwikkeld waar verschillende partners op kunnen aanhaken. Bovengronds wordt energieopwekking in de bebouwingsclusters zoveel mogelijk gekoppeld aan de bebouwing, daarnaast is onderzocht hoe energieopwekking zorgvuldig kan worden ingepast in de omgeving. Circulariteit is het uitgangspunt, hergebruik van gebouwen heeft de voorkeur, nieuwe gebouwen zijn circulair, gezond en CO2 neutraal in exploitatie.

Blad 39 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Voor toetsing aan de ambitie ‘werk maken van duurzaamheid en energietransitie’ wordt beschouwd of de effecten van het voornemen leiden tot impact op:  Energieneutraal: Het streven is een energieneutraal USP in 2040 Combinatie van energiebesparing en energiewinning uit duurzame bronnen:  in de ondergrond waar verschillende partners op kunnen aanhaken (onderzoek naar uitbreiding WKO en/of ontwikkeling van geothermie)  in de bovengrond energieopwekking in bebouwingsclusters zoveel mogelijk koppelen aan de bebouwing (vol benutten van daken voor zonne-energie en onderzoek naar overige bronnen, zoals windenergie en zonnevelden) en inpassen in de omgeving  Circulariteit: Hergebruik van gebouwen heeft de voorkeur, nieuwe gebouwen zijn circulair, gezond en CO2 neutraal in exploitatie.

3.4

Te onderzoeken planalternatief In het MER worden de effecten van één planalternatief in beeld gebracht (zie tekstkader). Het planalternatief betreft de ruimtelijke vertaalslag van de ambities voor Utrecht Science Park. In deze paragraaf wordt beschreven hoe het planalternatief is samengesteld.

Alternatieven MER Utrecht Science Park De Wet milieubeheer schrijft voor dat in een MER de ‘redelijkerwijs te beschouwen alternatieven’ onderzocht moeten worden. Een alternatief moet realistisch, technisch maakbaar en betaalbaar zijn. Het alternatief moet ook passen bij het doel van het bevoegd gezag / de initiatiefnemer. Toelichting totstandkoming keuze planalternatief Voorafgaand aan het proces van de omgevingsvisie voor het USP stelde de UU samen met partners uit het gebied, zoals het UMCU, het Ambitiedocument USP (jan. 2019) op. Het Ambitiedocument USP is belangrijk geweest voor de totstandkoming van de planvorming in de omgevingsvisie, omdat de UU samen met het UMCU het grootste deel van de grond in het USP in eigendom heeft en daarmee ambities daadwerkelijk waar kan maken. De Gemeente Utrecht stelde vervolgens in juli 2019 de Startnotitie Omgevingsvisie USP vast. Door de vaststelling van de Startnotitie heeft de gemeenteraad kaders mee kunnen geven voor de inzet van de gemeente in het proces. Al snel bleken de ambities van de UU, het UMCU en de gemeente op veel vlakken overeen te komen. Overeenkomsten zijn onder meer de ambitie om een relatief groot deel van de ontwikkelingen plaats te laten vinden door middel van renovatie of sloop en nieuwbouw (op de plek) van bestaande gebouwen.

Het geldt ook voor de ambitie om te komen tot een autoluwer gebied, de ambitie om te komen tot een energieneutraal gebied en de ambitie om groen in en rond het USP beter met elkaar te verbinden. In najaar van 2019 is een enquête afgenomen onder ca. 3000 gebruikers van het gebied, hieruit bleek dat het grootste deel van de geënquêteerden de ambities van UU, UMCU, gemeente en partners onderschreven. In de omgevingsvisie Utrecht Science Park hebben de ambities geleid tot een maximumaantal woningen (4.000) en banen (4.000) met bijbehorende voorzieningen. Deze aantallen zijn enerzijds tot stand gekomen naar aanleiding van de grote vraag naar studentenwoningen en bedrijfsruimte in de gemeente Utrecht en anderzijds door de grenzen van de verkeersontwikkeling. De maximumaantallen zijn vertaald naar één planalternatief. Maximale ontwikkelruimte: één planalternatief Dit MER brengt de effecten van de maximale beoogde ontwikkelruimte in USP in beeld. Deze ontwikkelruimte wordt aangeduid als ‘planalternatief’ in het MER. Dit MER beschrijft en beoordeelt de effecten van het planalternatief op de fysieke leefomgeving. De effecten kunnen aanleiding zijn om mitigerende of optimaliserende maatregelen voor te stellen. Deze zijn aanbevelingen voor een alternatieve of additionele invulling van de visie.

Blad 40 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Ruimtelijke hoofdopzet De essentie van de ruimtelijke hoofdstructuur bestaat uit compacte, heldere bebouwingsclusters in het historisch gelaagde landschap. Dit is een sterk concept waarin het beste van een (inter)nationaal kenniscentrum enerzijds en historisch en rijk landschap anderzijds, met elkaar verweven is.

Figuur 3.1 Concept visiekaart met bebouwingsclusters, boulevards en groenblauwe raamwerk.

Bebouwingsclusters De bebouwingsclusters worden in hoge dichtheid bebouwd waarbij de FSI hoger is dan het Utrechts gemiddelde. De belangrijkste clusters zijn het Centrumcluster en met Medisch Cluster. Daarnaast zijn er o.a. het Noordwestcluster, het Zuidwestcluster, het Noordcluster en het Diergeneeskundecluster. Buiten de clusters staan enkele individuele gebouwen in het groen. Voor de nieuwe bebouwing geldt een bouwhoogte van minimaal 20 meter en maximaal 35 meter. De bebouwing grenzend aan het landschap hebben een bouwhoogte maximaal 20 meter. De hoogteaccenten in de bebouwingsclusters zijn maximaal 105 meter en zijn zorgvuldig ingepast. Deze hoogtebegrenzing komt voort uit het feit dat Utrecht geen gebouwen toelaat die hoger dan de Dom in het centrum zijn.

Blad 41 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Figuur 3.2: Bebouwingsclusters USP.

Figuur 3.3: Maximale bouwhoogte per cluster.

Boulevards Twee kruisende hartlijnen doorkruisen het gebied: de Centrum boulevard (Heidelberglaan) en de Scienceboulevard (Universiteitsweg-Bolognalaan). Deze assen vormen de verbinding tussen de clusters en gebouwen. Met name de Heidelberglaan kent een hoge concentratie van voorzieningen. De Universiteitsweg wordt getransformeerd naar een groene laan.

Blad 42 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Groenblauwe raamwerk Het groen blauwe raamwerk (zie Figuur 3.4) wordt gevormd door vier lagen: het Campuspark, de groene lanen, het waternetwerk en de coulissen. 1) Het Campuspark is een parkstructuur, dwars door het USP, en verbindt het park rond het fort, de Schapenwei met het landschap richting Amelisweerd. 2) De groene lanen zijn de fietsstraten, optimaal ingericht voor fietsers en voetgangers, zoals de Leuvenlaan, Cambridgelaan en Yalelaan. 3) Het waternetwerk bestaat uit de relicten van het oude slotenpatroon, de antitankgracht van de Nieuwe Hollandse Waterlinie, de hoofdwatergangen en de kavelsloten van de herverkavelde weilanden. Een kans is de herintroductie van de Bisschopswetering als verbinding tussen Landgoed Oostbroek en Fort Rijnauwen-Amelisweerd. Alle watergangen zijn natuurvriendelijk, met hoge waterkwaliteit en zo continue mogelijk vormgegeven, zodat een doorgaand ecologisch en ruimtelijk waternetwerk ontstaat. 4) De coulissen (lijnvormige groenstructuren zoals bomenrijen, houtwallen, heggen) en weilanden vormen het landschap buiten de rode contour van het USP. De structuur van de coulissen versterkt de (oorspronkelijke) kleinschalige verkaveling, waarbij de historische als ook herverkaveling uit de jaren 1960 het vertrekpunt zijn.

Figuur 3.4: Groenblauwe netwerk USP.

Programma In Tabel 3-3 is het programma van het planalternatief weergegeven. In het programma is een verdeling gemaakt in de beoogde functies tot 2030 en tot 2040.

Blad 43 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Tabel 3-3: Programma planalternatief 2040. Programma Onderwijs, onderzoek en zorg

 

Science bedrijven

Wonen

   

Voorzieningen

 

  

Parkeerplaatsen

2040 Transformatie en renovatie, geen groei verwacht Uitgezonderd mogelijke huisvesting van het huisartsenopleiding (8.500 m² onderwijs) Circa 4.000 nieuwe banen

University

College

en

de

Circa 4.000 woningen (80-90% studentenwoningen, 10-20% woningen voor kenniswerkers en zorgmedewerkers in het USP) Detailhandel: op korte termijn circa 1.600 m2, waarvan 1.300 m2 in het centrum. Horeca: op korte termijn beperkte groei, verspreid over de clusters Voor de vraag naar detailhandel en horeca op langere termijn tot 2040 is nader onderzoek nodig Eventueel één hotel en congres, zolang dit past binnen de beschikbare verkeersruimte Maatschappelijk: op korte termijn één huisarts, op langere termijn meerder huisartsen ondergebracht in één gezondheidscentrum in Rijnsweerd, kleinschalige welzijnsvoorzieningen voor studenten Cultuur: een aantal voorzieningen die voor meerdere doelgroepen geschikt zijn, bijv. verenigingsruimtes of multifunctionele ontmoetingsruimtes Living labs: een aantal living labs, dit zijn experimenteer ruimtes waar gedurende een beperkte duur innovaties getest kunnen worden Sport: handhaven van de sportvoorzieningen op en rondom de huidige locatie en indien mogelijk uitbreiden capaciteit op huidige plek. In elk geval minimaal één extra hockeyveld en het huidige rugbyveld van kunstgras voorzien. 700 extra parkeerplaatsen, waarvan het grootste deel in de twee mobiliteitshubs (Noord en West).

Onderwijs, onderzoek en zorg De functies onderwijs, onderzoek en zorg vormen de basis voor het USP (zie Figuur 3.5). De zorg wordt geconcentreerd in twee clusters. Rond de Health Campus liggen de ziekenhuizen gespecialiseerd in zorg voor mensen en rond de Yalelaan is de zorg voor dieren geconcentreerd. De onderlinge nabijheid van beide zorgfuncties wordt zoveel mogelijk gebruikt en benut voor dubbelgebruik en spinoffs. Er wordt geen groei van de zorgfuncties voorzien, wel is vernieuwing en transformatie van de bestaande voorzieningen beoogd (zie Figuur 3.6).

Figuur 3.5: Locaties onderwijs, onderzoek en zorg.

Blad 44 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Bij de vernieuwing van de huisvesting van de Universiteit en het UMC-U wordt onderwijs en onderzoek geconcentreerd langs de Centrumboulevard. Daarnaast blijven het Noordwestcluster en de zorgcluster een nevenfunctie hebben voor onderwijs. De ruimtevraag voor onderwijs groeit beperkt. Er wordt ruimte geboden voor het realiseren van het University College. Het betreft een onderwijsgebouw voor 750 studenten en evenveel woningen. De huisartsenopleiding uit Zeist wordt ondergebracht binnen in het gebouw van het UMC Utrecht.

Figuur 3.6: Locaties huisvestingsplannen UU en UMC-U.

Science Het USP biedt ruimte aan de verdere groei in science, zowel voor bestaande als nieuwe bedrijven (zie Figuur 3.7). De focus ligt daarbij op R&D op het gebied van life sciences, gezondheid en duurzaamheid, voor startups, scale-ups en corporates. De bedrijven werken bij voorkeur samen met de in het USP gevestigde kennisinstellingen of onderzoeksinstituten. Het streven is groei in werkgelegenheid in het USP van circa 4.000 banen. Voor alle nieuwe functies geldt een lage parkeernorm conform het geactualiseerde parkeerbeleid.

Blad 45 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Figuur 3.7: Locaties science bedrijven.

Wonen Extra woningen in het USP zijn nodig als basis voor een beter voorzieningenniveau (retail, horeca) en in het licht van de stedelijke en regionale woningbehoefte onder studenten en (zorg)medewerkers van het USP. Science park-gerelateerd wonen is dan ook het uitgangspunt (zie Figuur 3.8). Dit zijn naast studentenwoningen (circa 80-90% van het aanbod) ook een beperkt aantal (starters)woningen voor mensen die een economische binding hebben met het USP (medewerkers, circa 10-20% van het aanbod).

Figuur 3.8: Locaties science-gerelateerde woningen.

Blad 46 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

Concreet betekent dit minimaal een verdubbeling van het aantal wooneenheden tot 2030 (ten opzichte van 2019), dat zijn circa 2.500 extra wooneenheden. Een verdere groei van het aantal wooneenheden tot aan 2040 is daarnaast gewenst, in totaal 4.000 extra wooneenheden, mede in verband met de wens voor meer levendigheid en het creëren van extra draagvlak voor voorzieningen. De wens is dat een groot deel van de wooneenheden voor studenten onzelfstandig is. De woningen voor de USP medewerkers zijn vooral één en tweepersoonshuishoudens. High Five De Stichting studentenhuisvesting (SSH) wil graag een vijfde woontoren realiseren in het USP. Samen met de gemeente, de UU en SSH/Jebber wordt onderzocht of dit initiatief haalbaar is. De voorgenomen locatie ligt ten zuiden van de Cambridgelaan tussen de bestaande woongebouwen (Cambridgeflat en Johanna). De planvoorbereiding voor dit gebouw is in een vergevorderd stadium, maar nog niet planologisch-juridisch vastgelegd. Hierdoor is de realisatie van dit gebouw geen autonome ontwikkeling, maar maakt deze onderdeel uit van het planalternatief.

Voorzieningen Diverse voorzieningen vergroten de levendigheid in het gebied. De voorzieningen in het USP worden vooral geconcentreerd rondom de centrum-as aan de Heidelberglaan en daarnaast aan (bijzondere) plekken in het USP.

Figuur 3.9 Locaties voorzieningen.

Horeca en detailhandel Door de groei van het USP in aantal inwoners en werknemers neemt de vraag naar voorzieningen slechts beperkt toe. Momenteel is er reeds een bepaalde overmaat aan horeca in het gebied aanwezig. Om te zorgen dat de horeca en detailhandel zoveel mogelijk bijdraagt aan de levendigheid en de sociale interactie in het gebied wordt deze zoveel mogelijk geconcentreerd in het hart van het USP (rond de Heidelberglaan) en in en om het UMC-U. Voor de horeca is naar verwachting op korte termijn vraag naar in totaal circa 1.500 m2 bvo, verspreid over de clusters. Uitgangspunt is dat de voorzieningen gericht zijn op alle doelgroepen

Blad 47 van 228

Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht

(studenten, bewoners, bezoekers/patiënten en werknemers). Op korte termijn is circa 1.600 m2 bvo voor detailhandel voorzien, waarvan 1.300 m2 bvo in het centrum. Voor de vraag op lange termijn tot 2040 is nader onderzoek nodig. Hotel en congresruimte Ter verbreding van het voorzieningenaanbod in het USP ziet de gemeente ruimte voor een doelgroepenhotel met congresruimte in het gebied. Hierbij gaat het om een hotel dat gericht is op heel specifieke doelgroepen van het USP, bijvoorbeeld een zorghotel voor familieleden van patiënten die in het UMC-U verblijven. Voorwaarde is wel dat dit past binnen de uitgangspunten in het vigerende hotelbeleid én dit past binnen de beschikbare verkeersruimte. Cultuur en living labs Culturele voorzieningen dienen een bijdrage te leveren aan het kennismilieu. Daarbij heeft het de voorkeur dat voorzieningen voor meerdere doelgroepen geschikt zijn, zodat ook deze bijdragen aan de levendigheid en ontmoeting. Gedacht kan worden aan verenigingsruimtes voor studenten, een multifunctionele ontmoetingsruimte waar filmavonden, optredens en lezingen kunnen worden gehouden, ruimtes voor internationale studenten en medewerkers. Ook is er in het USP behoefte aan Living Labs. Dit zijn plekken waar ruimte is voor experiment en onderzoek in het echt uit te testen. Met name de specialisatie duurzaamheid biedt hiervoor goede aanleidingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Utrecht&id=b1d361f7-772f-4b64-9a33-bc0677eed25d