Bijlage 3. plan MER omgevingsvisie USP incl aanvulling.pdf
Tekst van het document
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park Inclusief Aanvulling
projectnummer 0466208.100 definitief 10 december 2021
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park Inclusief Aanvulling projectnummer 0466208.100 definitief 10 december 2021
Auteurs H.W. (Hester) Lindeboom K. (Kjell) Spillekom
Opdrachtgever Gemeente Utrecht Stadsplateau 1 3521 AZ UTRECHT
datum vrijgave 22-10-2021
beschrijving revisie definitief
gecontroleerd H.W. Lindeboom
vrijgave J. Verhoeven
Inhoudsopgave
Blz.
Samenvatting
1
1
Inleiding
17
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
Aanleiding Doel M.e.r.-plicht De m.e.r.-procedure Leeswijzer
17 17 18 19 23
2
Utrecht Science Park in vogelvlucht
24
2.1 2.2 2.3 2.4
Ligging van het plangebied Historische ontwikkeling Huidige situatie Referentiesituatie, autonome ontwikkelingen en raakvlakprojecten
24 25 27 30
3
Kaders, ambities en uitgangspunten
35
3.1 3.2 3.3 3.4
Ruimtelijk beleid Proces omgevingsvisie tot nu toe Ambities USP Te onderzoeken planalternatief
35 36 36 40
4
Onderzoeksmethodiek
52
4.1 4.2 4.3 4.4
Het speelveld verkennen Deel A: Beoordeling effecten en toets aan ambities Deel B: Uitwerkingsopgaven, spelregelkader Monitoring en evaluatie
53 53 56 56
MER Deel A: Milieueffecten planalternatief
58
5
Mobiliteit
59
5.1 5.2 5.3 5.4 5.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
59 60 66 82 82
6
Geluid
84
6.1 6.2 6.3 6.4
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling
84 86 89 92
6.5
Spelregels
92
7
Luchtkwaliteit
94
7.1 7.2 7.3 7.4 7.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
94 95 96 100 100
8
Externe veiligheid
101
8.1 8.2 8.3 8.4 8.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
101 102 104 105 105
9
Gezondheid
107
9.1 9.2 9.3 9.4 9.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
107 109 116 122 122
10
Bodem
124
10.1 10.2 10.3 10.4 10.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
124 125 126 127 127
11
Water
128
11.1 11.2 11.3 11.4 11.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
128 130 137 142 142
12
Ecologie
143
12.1 12.2 12.3 12.4 12.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
143 144 148 150 150
13
Archeologie en cultuurhistorie
152
13.1 13.2 13.3 13.4 13.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
152 153 161 162 162
14
Ruimtelijke kwaliteit
163
14.1 14.2 14.3 14.4 14.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
163 164 165 172 172
15
Duurzaamheid
173
15.1 15.2 15.3 15.4 15.5
Beoordelingskader Huidige situatie en referentiesituatie Effecten planalternatief Beoordeling Spelregels
173 174 176 193 194
16
Conclusie effecten en toets op ambities
195
16.1 16.2
Conclusie effecten Toets aan ambities USP
195 196
MER Deel B: Uitwerkings-opgaven en spelregels
201
17
Keuzes en uitwerkingsopgaven
202
17.1 17.2 17.3 17.4 17.5 17.6 17.7
Ruimtelijke inpassing sportvoorzieningen Entreegebied Noord Parkeerhub West Locatie Ronald McDonaldhuis Locatie tweede OV-as Zoeklocatie windturbine potentieel Slotbeschouwing en spelregel
202 206 208 211 213 214 216
18
Spelregelkader
217
18.1 18.2 18.3
Maatregelen door de gemeente Algemene spelregels Optimaliserende spelregels
217 219 223
19
Leemten in kennis en monitoring
225
19.1 19.2
Leemten in kennis Aanzet monitoringsprogramma
225 226
Bijlagen: 1. Reactienota NRD Utrecht Science Park. Gemeente Utrecht, 2021. 2.
Verkeersmodelonderzoek USP. Movares, 2021.
3.
Quickscan luchtkwaliteit Utrecht Science Park. Antea Group, 2021.
4.
Quickscan stikstof Utrecht Science Park. Antea Group, 2021.
5.
Uitgangspunten berekening energiebehoefte planalternatief USP. Antea Group, 2021.
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Samenvatting Aanleiding Het Utrecht Science Park (USP) is één van de kenniscentra in Nederland met een unieke concentratie van kennisinstellingen en bedrijven. Het USP is voortdurend in ontwikkeling. De twee grootste instellingen in het Utrecht Science Park – Universiteit Utrecht en het Universitair Medisch Centrum Utrecht - staan aan het begin van grootschalige aanpassingen in hun gebouwencomplexen. Verder is er doorlopend vraag naar ruimte voor nieuwe ontwikkelingen: bijvoorbeeld (tijdelijke) huisvesting voor studenten, meer ruimte voor voorzieningen, sport en ontspanning en meer ruimte voor R&D bedrijven. De Universiteit Utrecht, het Universitair Medisch Centrum Utrecht, de gemeente en andere gebiedspartners hebben de opgave om het gebied vitaal en toekomstbestendig te maken. De ambitie is om de kennisconcentratie van het Utrecht Science Park verder door te ontwikkelen en zodoende de maatschappelijke én de economische waarde van het gebied voor stad, regio en ook nationaal verder te vergroten.
Figuur S.1: Plangebied Utrecht Science Park.
Rol en doel m.e.r. Het nu geldende bestemmingsplan de Uithof uit 2010 biedt onvoldoende ruimte om de ambities van de partijen waar te maken. De gemeente Utrecht stelt samen met de Universiteit Utrecht, Universitair Medisch Centrum Utrecht, Stichting Utrecht Science Park, gebruikers, omwonenden en andere betrokkenen een omgevingsvisie op voor het Utrecht Science Park. Het doel van de omgevingsvisie is om sturing te geven aan de te verwachten toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Het MER formuleert een samenhangend spelregelkader waarmee de ambities en uitwerking van de Omgevingsvisie verwezenlijkt worden.
Blad 1 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
De gemeente wil bij het opstellen van deze kaders in de Omgevingsvisie Utrecht Science Park de belangen van de fysieke leefomgeving mee laten wegen. Als onderdeel van de bijbehorende m.e.r.procedure is hiervoor het voorliggend milieueffectrapport (MER) opgesteld. In dit rapport zijn de te maken keuzes voor de omgevingsvisie beoordeeld op de impact op de fysieke leefomgeving. Aanvulling MER (tekstkader deel 1) Het MER is op een aantal punten aangevuld, onderstaand is weergegeven vanwege welke redenen. Toetsingsadvies Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. heeft op 3 september 2021 een toetsingsadvies uitgebracht, op basis waarvan is besloten het MER aan te vullen. Hieronder zijn de voornaamste opmerkingen uit het toetsingsadvies opgenomen. Daarbij is per punt weergegeven waar dit in het MER is aangevuld. De Commissie is positief over dit MER. Het MER heeft een goede opbouw en bevat de meeste onderdelen die nodig zijn om tot een besluit over de omgevingsvisie te komen. Het detailniveau van het effectenonderzoek sluit aan bij de verschillende detailniveaus van de omgevingsvisie.
De Commissie signaleert dat op de volgende punten informatie ontbreekt die essentieel is voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over de omgevingsvisie: o Een onderbouwing van de neutrale score voor de effecten van hoogbouw (tot 105 meter) op het omringende (kwetsbare, nu al onder druk staande) landschap. In paragraaf 14.3 van het MER is de effectanalyse en -beoordeling nader uitgewerkt met behulp van visualisaties en is de score aangepast; o Een strategie voor de beoogde parkeersituatie, terwijl aard en omvang van parkeren belangrijke randvoorwaarden zijn voor de verdere uitwerking van de visie. In paragraaf 5.3 van het MER is de strategie van de beoogde parkeersituatie nader toegelicht. Verder vraagt de Commissie aandacht voor een aantal punten bij de verdere uitwerking van de plannen. Dit zijn dus aanbevelingen voor verdere besluitvorming en geen essentiële tekortkomingen van het MER. Een aantal aanbevelingen is wel alvast in dit MER verwerkt. Wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen op de omgevingsvisie en het MER Op de omgevingsvisie en het MER zijn 85 zienswijzen ingediend.
Een aantal zienswijzen heeft geleid tot aanpassingen in het MER: Zienswijzen van onder meer Vrienden van Amelisweerd, omwonenden USP, stichting Utrechts Landschap en werkgroep Natuurlijk Zeist west omtrent de balans tussen de verstedelijking en de ontwikkeling van het groen-blauwe raamwerk: In paragraaf 9.5 van het MER is een extra spelregel opgenomen dat bewaakt dient te worden dat groen en verstedelijking in balans zijn. Advies Hoogheemraadschap Stichtse Rijnlanden omtrent het beleidskader voor water. In paragraaf 11.1 van het MER is het beleidskader hierop aangevuld. Zienswijze van Utrecht Landschap omtrent eventuele (negatieve) effecten op het watersysteem binnen en buiten het plangebied van de nieuwe watergang Bisschopswetering en de waterlopen nabij het voormalige fort. In paragraaf 11.3 van het MER zijn deze aspecten
beschouwd.
Zienswijzen van Utrechts Landschap en Werkgroep Zeist omtrent effecten van de groene verbindingen op NNN: In paragraaf 12.5 van het MER is een extra spelregel opgenomen dat onderzoek wordt uitgevoerd naar de inpasbaarheid van de groene verbindingen met de NNN rondom USP.
In de reactienota zijn deze zienswijzen voorzien van een reactie. De zienswijzen hebben niet geleid tot wijziging van effectscores.
Blad 2 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Aanvulling MER (tekstbox deel 2) Ambtshalve wijzigingen: verkeerde set verkeerscijfers gehanteerd in milieuberekeningen Bij het beantwoorden van de zienswijzen op de ontwerp omgevingsvisie en het MER is gebleken dat voor het in beeld brengen van de milieuberekeningen (geluid, luchtkwaliteit en stikstof) in het MER abusievelijk de verkeerde set verkeerscijfers (etmaalintensiteiten) is gehanteerd. De juiste set verkeerscijfers laat op een aantal relevante wegvakken hogere etmaalintensiteiten zien dan de gebruikte set. Voor andere (ook relevante) wegvakken zijn in de juiste set lagere cijfers te zien, dan in de gebruikte set. De analyse van de verkeerseffecten (die is uitgevoerd met spitsintensiteiten, kruispuntbelastingen en parkeerbalans) is wel op de juiste set verkeerscijfers gebaseerd. De conclusies van de verkeerseffecten, zoals beschreven in hoofdstuk 5, wijzigen daarom niet. Ook is de analyse in de Omgevingsvisie gebaseerd op de juiste verkeerscijfers en is tijdens de informatieavonden de juiste informatie getoond en toegelicht. De milieueffecten zijn opnieuw doorgerekend met de juiste verkeerscijfers.
Onderstaand is per thema concreet weergegeven welke aanpassingen in het MER zijn doorgevoerd en of de conclusies zijn gewijzigd: Aanpassing etmaalintensiteiten van huidige situatie, referentiesituatie en varianten (wijzigingen in tabel 5-2 en tabel 5-6, hoofdstuk 5 van het MER). Omdat er zowel sprake is van toenames als afnames, hebben de nieuwe verkeerscijfers niet tot wijziging van de conclusies en effectscores geleid; Aanpassing geluidsanalyse in paragraaf 6.3 van het MER. De nieuwe verkeerscijfers leiden tot wijziging van een aantal conclusies en effectscores. De effectscores voor wegverkeerslawaai en de cumulatieve geluidbelasting op bestaande woningen zijn aangepast van licht positief (0/+) naar neutraal (0). Het planvoornemen voorziet in een afname van verkeer in het binnengebied van USP waardoor het wegverkeerslawaai en de cumulatieve geluidbelasting afneemt op bestaande woningen. Buiten het plangebied neemt de cumulatieve geluidbelasting lokaal toe, vooral door de toename van verkeer langs de Archimedeslaan indien besloten wordt tot een knip in de Weg tot de Wetenschap. De effecten zijn neutraal beoordeeld (0), omdat deze toename onder de 3 dB blijft en hiermee niet de maximale ontheffingswaarde overschrijdt; Aanpassing resultaten luchtkwaliteit in paragraaf 7.2 en 7.3 van het MER.
De nieuwe verkeerscijfers zelf leiden niet tot wijziging in de analyse en effectscores van de verschileffecten in concentraties luchtverontreinigende stoffen. Wel is de toetsing van de concentraties aan de WHO-advieswaarden gewijzigd vanwege de recentelijk aangescherpte WHO-advieswaarden (22 september 2021). Daarom zijn twee extra beoordelingscriteria voor stikstofdioxide en fijn stof toegevoegd, waarin de concentraties zijn getoetst aan de nieuwe WHO-advieswaarden. Dit is toegelicht in hoofdstuk 7 van het MER. Teven is de toets op de ambities groen en gezond hierop aangepast in paragraaf 6.2 van het MER; De stikstofdepositie op Natura 2000-gebied is opnieuw berekend, maar de resultaten zijn ongewijzigd (0,00 mol N/ha/jaar). Overige ambtshalve wijzigingen Tot slot zijn redactionele wijzigingen doorgevoerd in het MER. Tevens is een aantal figuren uit de Omgevingsvisie aangepast, deze zijn overgenomen in dit MER.
Het onderzochte planalternatief Dit MER brengt de effecten van de maximale beoogde ontwikkelruimte van de Omgevingsvisie USP in beeld. Deze ontwikkelruimte wordt aangeduid als ‘planalternatief’ in het MER. Het planalternatief is de ruimtelijke vertaalslag van de ambities die voor de Omgevingsvisie USP met omgevingspartijen zijn bepaald. Het MER beschrijft en beoordeelt de effecten van dit planalternatief op de fysieke leefomgeving. Negatieve effecten kunnen dan aanleiding zijn om mitigerende of optimaliserende maatregelen te treffen. Het planalternatief bestaat uit de elementen die hierna worden beschreven.
Blad 3 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Ruimtelijke hoofdopzet De essentie van de ruimtelijke hoofdstructuur bestaat uit compacte, heldere bebouwingsclusters in het historisch gelaagde landschap. Dit is een sterk concept waarin het beste van een (inter)nationaal kenniscentrum enerzijds en historisch en rijk landschap anderzijds, met elkaar verweven is.
Figuur S.2: Concept visiekaart met bebouwingsclusters, boulevards en groenblauwe raamwerk.
Blad 4 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Programma In tabel S.1 is het programma van de stedelijke functies van het planalternatief weergegeven. Tabel S.1: Programma stedelijke ontwikkelingen planalternatief USP. Programma Onderwijs, onderzoek en zorg
Science bedrijven
Wonen
Voorzieningen Parkeerplaatsen
2040 Transformatie en renovatie, geen groei verwacht Uitgezonderd mogelijke huisvesting van het University College en de huisartsenopleiding (8.500 m² onderwijs) Circa 4.000 nieuwe banen Circa 4.000 woningen (80-90% studentenwoningen, 10-20% woningen voor kenniswerkers en zorgmedewerkers in het USP) Detailhandel: op korte termijn circa 1.600 m2, waarvan 1.300 m2 in het centrum. Horeca: op korte termijn circa 1.500 m2, verspreid over de clusters Voor de vraag naar detailhandel en horeca op langere termijn tot 2040 is nader onderzoek nodig Eventueel één hotel en congresruimte, zolang dit past binnen de beschikbare verkeersruimte Maatschappelijk: op korte termijn één huisarts, op langere termijn meerder huisartsen ondergebracht in één gezondheidscentrum in Rijnsweerd, kleinschalige welzijnsvoorzieningen voor studenten Cultuur: een aantal voorzieningen die voor meerdere doelgroepen geschikt zijn, bijv. verenigingsruimtes of multifunctionele ontmoetingsruimtes Living labs: een aantal living labs, dit zijn experimenteer ruimtes waar gedurende een beperkte duur innovaties getest kunnen worden Sport: handhaven van de sportvoorzieningen op en rondom de huidige locatie en indien mogelijk verdichten op huidige plek. In elk geval één extra hockeyveld. 700 extra parkeerplaatsen, waarvan een deel in de twee mobiliteitshubs (Noord en West)
Mobiliteit Om het USP ook in de toekomst bereikbaar en leefbaar te houden en tegelijkertijd een verdere groei mogelijk te maken, moet de daarmee gepaarde vraag naar mobiliteit grotendeels ingevuld worden door andere vervoermiddelen dan de auto. Oftewel, een verdergaande mobiliteitsshift van autogebruik naar OV- en fietsgebruik is nodig. Een aantal ingrepen is beoogd om deze shift mogelijk te maken: Optimaliseren OV-netwerk: verhogen frequentie huidige tramlijn.; Weren doorgaand autoverkeer: instellen ‘knips’ op het wegennet, instellen parkeerplafond en parkeren zoveel mogelijk aan rand van gebied; Verbeteren fiets- en voetgangersverbindingen: aansluiten van ieder gebouw op het voetgangersnetwerk, verbeteren fietsverbindingen binnen het gebied en met de regio. Energietransitie Het streven is een energieneutraal USP in 2040: dat betekent dat de vraag naar warmte, koude en elektriciteit dan is opgewekt uit hernieuwbare bronnen. Wat betreft de energietransitie wordt ingezet op een combinatie van energiebesparing en energiewinning uit duurzame bronnen. De energietransitie vraagt om ruimte zowel in de ondergrond als boven de grond. In de ondergrond wordt een duurzaam netwerk ontwikkeld waar verschillende partners op kunnen aanhaken.
Bovengronds wordt energieopwekking in de bebouwingsclusters zoveel mogelijk gekoppeld aan de bebouwing, daarnaast is onderzocht hoe energieopwekking zorgvuldig kan worden ingepast in de omgeving. In het planalternatief wordt uitgegaan van een zoeklocatie voor één windturbine en verkenning van mogelijkheden voor zonnevelden, WKO en mogelijke diepe geothermie.
Blad 5 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Onderzoeksmethodiek Het MER is bedoeld om vroegtijdig mogelijke milieueffecten (positief en negatief) inzichtelijk te hebben. Voor USP bestaat de onderzoeksmethodiek - om tot een eenduidige en navolgbare beoordeling te komen - uit drie stappen:
Figuur S.3: Schematische weergave van de onderzoeksmethodiek van het MER.
Het speelveld verkennen De eerste stap om te komen tot een samenhangend spelregelkader voor de doorontwikkeling van Utrecht Science Park is inzicht in het ‘speelveld’. Dit speelveld vormt de basis van de ontwikkeling en gaat over het relevante beleidskader voor USP, de ambities voor het gebied, de ontwikkelpotentie (hoeveel programma is mogelijk/wenselijk) en wat zijn de huidige omgevingskenmerken (bijvoorbeeld ten aanzien van geluid, verkeer, ecologie, etc.). Deel A: Beoordeling effecten en toets aan ambities De effecten van de doorontwikkeling van USP wordt op twee niveaus beoordeeld: Beoordeling van het planalternatief op omgevingseffecten per thema, hiervoor wordt gebruik gemaakt van een zevenpuntschaal (van zeer positief + + naar zeer negatief - -,; Het planalternatief wordt getoetst aan de ambities voor de vier thema’s die voor het USP benoemd zijn. Mogelijk kan het doelbereik van deze ambities vergroot worden met
Blad 6 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
spelregels (of op basis van de agendering van nadere keuzes). Deze toetsing vindt plaats op basis van expert judgement. Er is getoetst vier hoofdambities voor USP, die uitgesplitst zijn in aparte doelstellingen: 1. 2. 3. 4.
Een Levendig kenniscentrum met een slimme mix van functies (Functiemix) Een groene blauwe, gezonde levensader voor het USP (Groen en gezond) Een goed bereikbaar USP waar veel ruimte is voor wandelaars en fietsers (Bereikbaarheid) Een USP dat laat zien werk te maken van duurzaamheid en energietransitie. (Duurzaamheid)
De presentatie van deze kwalitatieve beoordeling van het doelbereik van de ambities gebeurt middels ‘smileys’, zoals dit ook in de Omgevingsvisie Utrecht is gedaan. Deel B: Uitwerkingsopgaven, spelregelkader Voor enkele onderdelen is nu nog geen keuze gemaakt in de Omgevingsvisie. Dit zijn de uitwerkingsopgaven. Welke keuzes en dilemma’s komen we nu tegen die nog niet (geheel) op te lossen zijn? Dragen bepaalde uitwerkingsopgaven positief of juist negatief bij aan de vier ambities van USP? Ook deze zijn in beeld gebracht en beoordeling conform dezelfde smileys als hierboven. Het spelregelkader omvat alle regels en maatregelen die uit dit MER naar voren komen om een zo optimaal mogelijke kwaliteit van de fysieke leefomgeving (en het behalen van ambities voor USP) te bieden. De spelregels zijn onderverdeeld in drie categorieën: Maatregelen te treffen door de gemeente gezien de faciliterende rol die zij heeft; Algemene spelregels die voor elke ontwikkelaar gelden; Optimaliserende spelregels die behaalde ambities nog een extra boost geven. Deel A: Beoordeling op omgevingseffecten De toetsing op omgevingseffecten is vergeleken met de referentiesituatie 2040 zonder implementatie van de Omgevingsvisie. De beoordelingstabel met de uitkomsten uit het MER is hieronder opgenomen. Een nadere toelichting met een korte argumentatie en vervolgstappen per milieuaspect volgt daarna.
Voor een uitgebreidere toelichting wordt u doorverwezen naar de analyses in het MER.
Blad 7 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Tabel S2: Overzicht effectscores planalternatief Omgevingsvisie USP. Thema Verkeer en vervoer
Aspect Wijze van verplaatsing Verkeersafwikkeling Verkeersveiligheid Parkeren Wegverkeerlawaai
Geluid
Bedrijfslawaai Cumulatief Luchtkwaliteit
Stikstofdioxide (NO₂) Fijn stof (PM₁₀ en PM₂,₅)
Externe veiligheid Gezondheidsbescherming Gezondheidsbevordering
Bodem
Water
Ecologie
Archeologie en cultuurhistorie Ruimtelijke kwaliteit Energie en circulariteit
Plaatsgebonden risico Groepsrisico Hittestress Lichthinder Sport en bewegen Groen in het gebied Leefstijl Sociale cohestie Bodemkwaliteit Niet gesprongen explosieven Oppervlaktewater Grondwater Waterkwaliteit Waterveiligheid Klimaatadaptatie Gebiedsbescherming Soortenbescherming Biodiversiteit Archeologie Cultuurhistorie Ruimtelijke kwaliteit Duurzame energie
Circulariteit
Beoordelingscriterium De mate waarin de modal split ten gunste van OV en fiets verschuift De impact op de verkeersafwikkeling op de ontsluitingswegen en kruisingen De mate waarin het aantal ongevallen verandert als gevolg van de plannen De mate waarin de parkeerdruk verandert Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door wegverkeerlawaai
Score + 0/+ 0/+ 0
Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door wegverkeerlawaai Bestaande woningen: verandering in geluidbelasting door bedrijfslawaai Nieuwe woningen: hoogte geluidbelasting door bedrijfslawaai Bestaande woningen: verandering in cumulatieve geluidbelasting Nieuwe woningen: hoogte cumulatieve geluidbelasting Verandering in concentraties Hoogte van de concentraties (Wm, ambitie gemeente en WHO) Verandering in concentraties Hoogte van de concentraties (Wm, ambitie gemeente en WHO) Omvang plaatsgebonden risico en impact op transformatie Omvang groepsrisico en impact op transformatie Stedelijk hitte-eilandeffect De mate van lichthinder door verkeer en gebouwen Mate waarin de omgeving sport en bewegen bevordert Het aandeel en kwaliteit van water/groen in het gebied Mate waarin een gezonde leefstijl (sport, voeding) wordt gestimuleerd Mogelijkheden voor samenhang in de maatschappij (aanwezigheid van maatschappelijke voorzieningen en plekken voor ontmoeting) De mate van bodemverontreiniging De impact van niet gesprongen explosieven
0/0 0 0 0/+ 0/+ 0 0/0/+ 0 ++ + 0/+ 0/+
De mate van impact van het oppervlaktewater op bebouwing en v.v. De mate van impact van de grondwaterstand op bebouwing en v.v. De mate van impact van bebouwing op de waterkwaliteit De mate van bescherming tegen overstroming De mate van bescherming tegen wateroverlast en droogtestress De mate van aantasting van Natura 2000-gebieden en NNN De mate van impact op de instandhouding van beschermde soorten De mate van biodiversiteit De mate van aantasting van archeologisch erfgoed De mate van aantasting en/of versterking van cultureel erfgoed De impact op landschappelijke waarden en ruimtelijk-visuele kwaliteit
+ + + 0 + 0 0/0 0/0/+ 0/-
De mogelijkheden voor (lokale) duurzame energieverbruik en -opwekking. CO2winst t.o.v. conventionele opwekking. WKO en diepe geothermie: mogelijkheden en bodem- en grondwatereffecten Windenergie:, effecten van windturbines op ruimtebeslag, landschap, cultuurhistorie, geluid, slagschaduw, externe veiligheid, natuur en verkeersveiligheid. Zonne-energie: effecten van zonnedaken en velden op ruimtebeslag, recreatie, landschap , cultuurhistorie, biodiversiteit De mogelijkheden voor hergebruik van grondstoffen en (bouw)materialen
0/+
Verkeer en vervoer Het verkeer groeit in en rondom USP tussen de huidige situatie en de referentiesituatie. De Omgevingsvisie gaat uit van enkele infrastructurele ingrepen voor het autoverkeer. Zo worden er enkele knips in wegen (Leuvenlaan en Cambridgelaan) gemaakt zodat doorgaand verkeer onmogelijk wordt. Ook wordt de Universiteitsweg vanaf de A28 USP in afgewaardeerd van 2x2
Blad 8 van 228
0/+ 0
0/0/+
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
rijstroken naar 2x1 rijstrook. Parkeren wordt vervolgens grotendeels aan de randen van het gebied opgelost: in een hub nabij de Weg tot de Wetenschap en een hub bij het UMC-U. Deze maatregelen leiden grosso modo tot een afname van het verkeer dat USP in wil – daarnaast is de verkeersproductie in USP volledig afhankelijk van het aantal beschikbare parkeerplaatsen. De wijze van verplaatsing verschuift door het ontmoedigen van de auto verder in de richting van langzaam verkeer en openbaar vervoer. Er worden meer en aantrekkelijkere fietsroutes gerealiseerd. Het openbaar vervoer krijgt de volledige ruimte. Dit betekent ook dat op de meeste wegen een afname van het aantal motorvoertuigen wordt verwacht. Op de Archimedeslaan wordt wel een toename verwacht. De kruispuntbelasting neemt vooral op de Universiteitsweg toe, mede door de beoogde afwaardering. Een manier om dit tegen te gaan is het realiseren van een parkeerhub Noord, waardoor een deel van het verkeer niet meer verder over de Universiteitsweg naar de hub UMC-U hoeft te rijden en de druk op de tussengelegen kruisingen dus afneemt. Geluid De ontwikkelingen zoals beoogd in de Omgevingsvisie leiden in USP tot een verbetering van het geluidklimaat. Het centrale deel zal minder autoverkeer kennen waardoor de geluidbelasting hiervan afneemt.
Wel blijft de tram en het busverkeer aanwezig, waardoor enige geluidbelasting nog altijd present is. Maar de grootste winst in het gebied wordt behaald door de autonome ontwikkeling van de verbreding van de Ring Utrecht. Met dit project worden geluidschermen ter hoogte van USP beoogd, waardoor de geluidbelasting afkomstig van de rijkswegen drastisch afneemt. Aandachtspunt is het geluid dat de aanwezige bedrijven produceren, en met name de (koel)installaties op de daken. Idealiter worden deze zoveel als mogelijk van de woningen af gesitueerd. Buiten USP neemt de geluidbelasting lokaal toe, met name langs de Archimedeslaan. Door de Archimedeslaan direct aan te laten sluiten op de A28 met een nieuwe weg wijzigen de verkeersstromen. De verkeerscijfers laten zien dat het verkeer met 102 % toeneemt op de Archimedeslaan, wat betekent dat er grofweg 3 dB meer geluidbelasting ontstaat. De geluidbelasting neemt op de dichtstbijzijnde gevel hier van 59 dB toe tot 62 dB. De bestaande woningen liggen echter op enige afstand van de weg met een geluidscherm ertussen waardoor het hoorbare effect beperkt blijft. Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit verbetert significant in USP. Vooral de emissies van stikstofdioxiden door autoverkeer neemt af. Dit is het directe gevolg van het autovrij maken van het centrale deel van USP.
Dit betekent dat het centrale deel van USP – waar de meeste woningen en voorzieningen zijn gesitueerd – een positief effect ervaren. Daarnaast wordt nagenoeg voor heel USP waar woningen en voorzieningen aanwezig zijn, met uitzondering aan de randen waar het verkeer clustert, aan de oude WHO-advieswaarden en gemeentelijke ambities voor luchtkwaliteit in 2025 voldaan. De concentraties (in de referentie en plansituatie) voldoen niet aan de recent aangescherpte WHOadvieswaarden. Externe veiligheid De woongebieden van USP kennen geen veiligheidsrisico’s. Er zijn geen relevante risicobronnen in het gebied. Aan de randen van het gebied liggen wel transportroutes over de rijkswegen en een hogedruk aardgas-transportleiding. Het invloedgebied reikt niet tot nieuwe bebouwingsclusters. Wel zijn er binnen het invloeds-gebied van de transportroutes over de snelwegen bedrijven
Blad 9 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
beoogd. Hier neemt dan ook het groepsrisico mogelijk toe, dat later bij de uitwerking op projectniveau verantwoord dient te worden. Gezondheid Door de ontwikkelingen verbeteren de groenvoorzieningen in het gebied. Hierdoor neemt de kans op hittestress iets af en zijn er meer groene plekken om te ontmoeten of te ontspannen. Ook de beoogde verbeteringen van het wandel- en fietsnetwerk, de extra (sport)voorzieningen, zijn alleen maatregelen die de gezondheid van de bewoners bevorderen. De sociale veiligheid zal door de verdere verdichting van USP mogelijk iets verbeteren. Met name de extra bewoners in het gebied, alsook de extra voorzieningen in het hart van USP zullen hieraan bijdragen. Bodem Er is geen sprake van matige of sterke verontreinigingen in de bodem van USP. Mochten vervuilingen op projectniveau aan het licht komen, dan wordt dit gesaneerd. Dit betekent direct een positief effect op de kwaliteit van de bodem. Tevens zijn er geen belangrijke verdachte locaties voor niet-gesprongen explosieven. Water De ambitie is om het watersysteem te ontwikkelen als een beeldbepalen basisdrager van landschap, erfgoed, ecologisch en recreatief netwerk.
De diverse doelstellingen en kansen (verruimen van de hoofdwatergangen ten verbetering van het waterbufferend vermogen en de ecologische kwaliteit, de reconstructie van de Tankgracht en Bisschopswetering als watergangen, verbreding van de profielen, de aanleg van natuurvriendelijke oevers, opheffing van barrières tussen watergangen en mogelijke aanleg van poelen en natuur(zwem)plassen) dragen gezamenlijk in grote mate bij aan verbetering van het oppervlaktewater. De Utrechtse Heuvelrug zorgt voor een toevoer van (diepe) kwel naar vooral het oostelijke deel van USP. Dit kwelwater is zeer schoon en van belang voor waternatuur. Het algemene beleid om water meer vast te houden en minder snel af te voeren heeft ook een positief effect op het vasthouden van kwelwater. Ook de herintroductie van de Bisschopswetering biedt mogelijkheden om dit kwelwater te benutten. Ten aanzien van grondwater wordt voldaan aan de normen. Er liggen (klimaatadaptieve) kansen voor de omgang met het grondwater en kwel. Voor wateroverlast is de ambitie om buien tot 80 mm/uur zodanig te kunnen verwerken dat er geen schade ontstaat aan gebouwen en infrastructuur. Bij een bui van 20 mm/uur mag er geen water op straat blijven staan.
Om aan de ambitie te voldoen van minstens 90% en liever 100% van de neerslag te infiltreren, moet ook de neerslag van piekbuien in het gebied worden vastgehouden zodat dit kan infiltreren. De robuuste omgang met water biedt voldoende kansen voor infiltratie en een duurzame, robuuste omgang met water. Ecologie Ecologie vormt een aandachtspunt bij verdere uitwerking. Enerzijds wordt met de Omgevingsvisie USP ingezet op het versterken en verbeteren van het aanwezige groen en de relaties tussen de om USP liggende NNN-gebieden. Dit leidt tot een versterking van de biodiversiteit in het gebied. Maar door het toevoegen van nieuwe functies en bedrijven neemt ook de stikstofdepositie in lichte mate af (-0,02 tot -0,05 mol/ha/jr). Door specifieke planregels op te nemen ten tijde van ruimtelijke besluiten kunnen mogelijk emitterende bronnen ontmoedigd of verboden worden. Ook geldt dat vanuit de Wet natuurbescherming er voldoende aandacht moet zijn voor beschermde soorten
Blad 10 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
(zowel plant als dier) bij transformatie of nieuwbouw. De Omgevingsvisie borgt nog niet dat er geen nadelige milieueffecten optreden. Dit moet op projectniveau opgelost worden. Archeologie en cultuurhistorie Er vinden geen ontwikkelingen plaats op plekken waar een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt. De cultuurhistorische lijnen, zoals de Hoofddijk, de forten en de landgoederen blijven ook gespaard. Voor een groot deel van USP geldt echter wel dat er een verwachtingswaarde is, zij het een lage. Dit dient op projectniveau nader onderzocht worden. De cultuurhistorische waarden van het gebied worden niet direct aangetast, maar mogelijk zelfs versterkt. Ruimtelijke kwaliteit De ruimtelijke kwaliteit van USP verandert door de implementatie van de Omgevingsvisie. Er wordt binnen de bestaande bebouwingsclusters verdicht, maar ook deels buiten de bestaande contouren uitgebreid (sportvelden en enkele woningbouwlocaties). Hoogbouw versterkt het hoogstedelijke gevoel van het gebied, anderzijds kan de hoogbouw de druk op het landschap vergroten met potentiële negatieve effecten. Hoogbouw kent een basishoogte van maximaal 35 m en maximaal 20 m ter plaatse van het Diergeneeskunde cluster. Hoogteaccenten kennen een maximum van 105 meter. De plinten worden vooral met voorzieningen uitgerust.
Door middel van aanvullend onderzoek op projectniveau naar de effecten van hoogbouw op het landschap, kan dit worden geborgd. Duurzaamheid De ontwikkeling van USP leidt tot een toename van het energieverbruik. De ontwikkeling biedt kansen om het energieverbruik te reduceren (door middel van energieneutrale nieuwbouw, hoogwaardige isolatie bij renovatie van bestaande gebouwen en uitbreiding en optimalisatie van WKO-bronnen). Ook zijn er meerdere mogelijkheden verkend om duurzaam energie op te wekken (uitbreiding en optimalisatie WKO, geothermie, windturbine, zonnedaken en zonnevelden). Hierdoor zal de CO2-uitstoot afnemen, met name bij toepassing van een windturbine. Momenteel is nog niet bekend of met de duurzame energiebronnen volledig kan worden voorzien in de energievraag van de huidige functies en het planalternatief. In het verdere gebiedsproces is nader onderzoek nodig om de mogelijkheden en inpassing ervan nader af te wegen. Deel A: Toets aan de ambities Toets ambitie ‘functiemix’ De hoofdambitie ‘een levendig kenniscentrum met een slimme mix van functies’ wordt met de ontwikkeling van het planalternatief behaald. De doorontwikkeling van USP is volledig gericht op het creëren van ruimte voor groei en functiemenging binnen de bebouwingsclusters, minimaal 4.000 extra woningen en extra functies en voorzieningen die aansluiten bij het kenniscentrum.
Het planalternatief bevat zowel ruimte voor science bedrijven en meer voorzieningen voor bewoners in het hart van USP: extra horeca, alsook maatschappelijke voorzieningen, bijvoorbeeld verenigingsruimtes of multifunctionele ontmoetingsruimtes. Het is nog onzeker of de wens in meer sportvoorzieningen wordt behaald. Naar de eventuele verplaatsing en inpassing van extra sportvelden en de ontwikkeling van een nieuwe sporthal vindt nader onderzoek plaats. Dit is dan ook één van de uitwerkingsopgaven.
Blad 11 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Thema
Doelen ambitie ‘functiemix’
Ruimte voor groei en functiemenging
Transformatie en renovatie van zorg, onderzoek en onderwijs
Bebouwing
Planalternatief
Ruime verdubbeling van het aantal science-gerelateerde woningen ( circa 4.00 extra woningen) Uitbreiding van functies en voorzieningen die aansluiten bij het kenniscentrum: meer science bedrijven minimaal gelijk maar liefst meer sportvoorzieningen meer voorzieningen voor bewoners in het centrum (horeca, cultuur- en maatschappelijke voorzieningen) Verdichten en functiemenging binnen bestaande bebouwingsclusters
Toets ambitie ‘groen en gezond’ Het planalternatief is sterk gericht op de realisatie van een groen-blauw netwerk met parken, groene lanen, coulissen en een robuust waternetwerk. Dit heeft positieve effecten op de biodiversiteit, de klimaatadaptatie (hittestress, droogte, wateroverlast) en de gezondheidsbeleving. Wel wordt nader onderzoek aanbevolen naar de toegankelijkheid en de kwaliteit van het groen en de verdere ontwikkeling van het groen-blauwe netwerk hierop af te stemmen. Zodoende wordt het groen op robuuste wijze geoptimaliseerd voor het recreatiegebruik, de biodiversiteit en klimaatadaptatie. De mogelijke realisatie van zonnevelden verkleint de ruimte voor landbouw en veeteelt. De ambitie ‘koesteren van de groene omgeving’ wordt daarom deels behaald. De nieuwe woningen/functies zelf leiden niet tot een hogere geluidbelasting. Alleen lokaal kunnen ventilatiesystemen en mechanische installaties geluidseffecten veroorzaken, maar deze leveren geen significante bijdrage leveren aan de geluidbelasting. Het planvoornemen voorziet in een afname van verkeer in het binnengebied van USP waardoor hier de cumulatieve geluidbelasting afneemt. Maar aan de randen is USP geluidbelast, nu en in de toekomstige situatie. Het toevoegen van bewoners in geluidbelaste gebieden leidt in alle gevallen tot mogelijke hinder.
De ambitie wordt dus redelijk gehaald, maar er zijn aandachtspunten voor de nieuwe geluidgevoelige objecten in de geluidbelaste gebieden aan de randen van USP en de lokale geluidhinder van ventilatiesystemen en mechanische installaties. De maximale waarde van 63 dB voor nieuwe situaties wordt nergens overschreden. De beoogde ontwikkeling voldoet aan de Wm-waarden en de gemeentelijke ambities voor luchtkwaliteit in 2025. De concentraties liggen boven de recente aangescherpte WHO-advieswaarden voor luchtkwaliteit. Het planalternatief versterkt het cultureel erfgoed door nieuwe bebouwing en renovatie / transformatie van bestaande bebouwing te concentreren in de clusters, tussen of nabij bestaande bebouwing. Hierdoor wordt het bestaande patroon met grids, clusters en sferen van clusters versterkt en bestaande cultuurhistorische waarden zoveel mogelijk behouden. Daarnaast worden diverse cultuurhistorische elementen en waarden in het groenblauwe netwerk versterkt. Het planalternatief kan gezien de aanwezige archeologie (verwachtings-) waarden in het gebied wel leiden tot aantasting van het archeologisch erfgoed.
Hiervoor wordt aandacht gevraagd bij de verdere ontwikkeling van USP door vroegtijdig nader archeologisch onderzoek uit te voeren, zowel voor nieuwe bebouwing in gebieden met archeologische (verwachtings)waarden, maar met name ook voor nieuwe ondergrondse voorzieningen zoals WKO en geothermie. De landschappelijke verbindingen worden met de verdichting binnen de bebouwingsclusters en de realisatie van het groen-blauwe netwerk, geënt op de cultuurhistorische landschappelijke structuren versterkt.
Blad 12 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Aanbevolen wordt bij het nader onderzoek naar de inpassing van zonnevelden voldoende rekening te houden met de landschappelijke structuren. Thema
Ambitie
Groen en blauw
Realisatie van een groen-blauw raamwerk in USP ter behoud, versterking en verbinding van de groene omgeving op en rondom het USP Binnen het groenblauwe raamwerk: versterken biodiversiteit en klimaatadaptatie en verbeteren van de gezondheidsbeleving Koesteren groene omgeving: ruimte behouden voor landbouw en veeteelt en het ecologisch netwerk De nieuwe woningen/functies leiden niet een hogere gezondheidsdruk. Indien de geluidbelasting hierdoor lokaal toeneemt, wordt dit gecompenseerd met extra maatregelen zoals een geluidluwe gevel of extra groen. Utrecht stelt als maximale waarde 63 dB voor nieuwe situaties langs wegen en spoorlijnen. Voldoen aan WHO Streefwaarden voor luchtkwaliteit in 2025.
Gezondheidsdruk
Cultuur, landschap en recreatie
Planalternatief
Behoud en/of versterken van het cultureel erfgoed Behoud en/of versterken van landschappelijke verbindingen Uitbreiden van het recreatief netwerk
Toets aan ambitie ‘bereikbaarheid’ De verschillende infrastructurele maatregelen, alsook de maatregelen ter bevordering van OV- en fietsgebruik (die leiden tot de modal shift) leiden gezamenlijk tot een meer autoluw USP. Uit het verkeersonderoek blijkt dat op één van de poorten van USP (kruispunt Universiteitslaan/Lundlaan, iets zuidelijk van de A28) de kruispuntbelasting wel flink toeneemt als gevolg van het planalternatief. Dit vormt een aandachtspunt bij de verdere uitwerking van de verkeersstructuur. Het planalternatief richt zich sterk op de realisatie van een aantrekkelijke buitenruimte voor de bewoners, studenten en werknemers. Bijvoorbeeld met de realisatie van het groenblauwe netwerk, de extra voorzieningen en de uitbreiding van het fiets- en wandelnetwerk. De oversteekbaarheid van (huidige) OV-banen zal naar verwachting verbeteren door de mogelijke realisatie van een tweede OV-as, zodat over de Heidelberglaan alleen nog trams rijden (en over de Leuvenlaan en Heidelberglaan geen bussen meer rijden). Echter, de trams zullen gezien de benodigde capaciteitsuitbreiding zeer frequent rijden per uur, waardoor het nog steeds een aandachtspunt blijft. De oversteekbaarheid van de Universiteitsweg tussen deelgebied Oost en Centrum verbetert door de afwaardering van deze weg van 2x2 naar 2x1-baan, maar het blijft voor de verkeersveiligheid een aandachtspunt.
Voor USP is een parkeerplafond ingesteld van in principe 9.800 parkeerplaatsen. Dit plafond hangt samen met de locatiekeuze voor parkeerplaatsen. Nieuwe ontwikkelingen in het gebied zijn mogelijk als er nog ruimte is binnen het parkeerplafond. Een groot deel van het parkeren zal plaatsvinden in de Hubs West (en mogelijk Noord). De concrete locatie van deze hubs wordt nader onderzocht. De vraag is wel of mensen die parkeren in Hub West gebruik kunnen maken van de trams die hun capaciteit reiken qua aantal reizigers.
Blad 13 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Thema
Ambitie
Duurzame mobiliteit en bereikbaarheid
Een autoluw, bereikbaar USP
Gezondheid/ verkeersveiligheid
Parkeren
Planalternatief
Een modal shift van autogebruik naar OV- en fietsgebruik door: Optimaliseren OV-netwerk Weren doorgaand autoverkeer Snelle en comfortabele fietsverbindingen Toegankelijk, veilig en aantrekkelijk voetgangersnetwerk Realisatie van een aantrekkelijke buitenruimte die sterk bijdraagt aan de gezonde werk-, leer- en leefomgeving Verbeteren oversteekbaarheid van (huidige) OV-banen Instellen parkeerplafond Parkeren aan de rand en op afstand in de hubs, die goed op OV aansluiten
Toets aan ambitie ‘duurzaamheid’ Het is nog niet bekend of het planalternatief de hoofdambitie ‘een USP dat laat zien werk te maken van duurzaamheid en energietransitie’ behaalt. De realisatie van energieneutrale nieuwe gebouwen draagt bij aan de ambitie van een energieneutraal USP in 2040. Als dat niet lukt, dan wordt de resterende energie duurzaam geproduceerd in het USP. De vraag is wel of deze ontwikkelingen voldoende zijn om energieneutraliteit in 2040 te bereiken. Ook is het de vraag of door de verwachte complexiteit van de oplossingen, onzekerheden over de kansrijkheid van innovatie en hoge investeringen is er twijfel over de haalbaarheid van een volledig aardgasvrij gebied voor 2040. Het gebied heeft potenties voor zowel duurzame energie-opwekking in de grond en via wind en zon. Het behalen van de ambities is sterk afhankelijk van de mogelijkheden voor inpassing van deze energiebronnen en uitwerking van deze opgave. Met name de inpassing van een windturbine is vanwege andere opgaven in het gebied (2e OV-as, locatie sportvoorzieningen), de gezondheidseffecten (met name geluid), alsook visuele aspecten (cultuurhistorie, ruimtelijke kwaliteit) een moeilijke opgave. De mogelijkheden voor circulariteit zijn gezien de geplande nieuwbouw-, renovatie- en ontmantelingsprojecten in ruime mate aanwezig.
Met de uitgangspunten als een maximale milieubelasting per m2 BVO op gebouwniveau en een materialenpaspoort (voor nieuwbouwprojecten) of een grondstofinventarisatie (voor ontmantelingsprojecten) wordt hergebruik en toepassing van circulaire materialen zoveel mogelijk toegepast en waar mogelijk geborgd. Ook de beoogde ontwikkeling van een gezamenlijk permanent circulair materialencentrum stimuleert in zeer grote mate om afval te hergebruiken.
Blad 14 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Thema
Ambitie
Energieneutraal
Het streven is een energieneutraal USP in 2040
Circulariteit
Planalternatief
Combinatie van energiebesparing en energiewinning uit duurzame bronnen: in de ondergrond waar verschillende partners op kunnen aanhaken (onderzoek naar uitbreiding WKO en/of ontwikkeling van geothermie) in de bovengrond energieopwekking in bebouwingsclusters zoveel mogelijk koppelen aan de bebouwing (vol benutten van daken voor zonne-energie en onderzoek naar overige bronnen, zoals windenergie en zonnevelden) en inpassen in de omgeving Hergebruik van gebouwen heeft de voorkeur, nieuwe gebouwen zijn circulair, gezond en CO2 neutraal in exploitatie
? ?
Uitwerkingsopgaven Voor een aantal onderdelen is nog een nadere uitwerkingsopgave noodzakelijk voordat definitieve keuzes over ruimtelijke inpassing in het USP kunnen worden gemaakt. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op deze uitwerkingsopgaven en welke impact de diverse varianten per uitwerkingsopgave hebben op de vier ambities voor USP. Het gaat om de volgende uitwerkingsopgaven: 1. De ruimtelijke inpassing van sportvoorzieningen in USP 2. De ruimtelijke inrichting van entreegebied Noord 3. De zoekgebieden van de westelijke parkeerhub 4. De nadere locatie van het Ronald McDonaldhuis 5. De eventuele tweede ov-as door USP 6. Zoeklocatie windturbine potentieel De gemeente kan deze resultaten hanteren bij de verder afweging van de uitwerkingsopgaven. Spelregelkader Aan de hand van de uitkomsten van de toetsing uit Deel A (omgevingseffecten en het behalen van de ambities), aangevuld met de toetsing aan de ambities uit Deel B (uitwerkingsopgaven), zijn spelregels opgesteld. Deze spelregels bieden handvaten voor zowel de Omgevingsvisie als voor de doorontwikkeling van USP. Het spelregelkader bevat verschillende spelregels die randvoorwaardelijk zijn voor de doorontwikkeling vanuit het belang van de fysieke leefomgeving. Deze spelregels kunnen harde randvoorwaarden of noodzakelijke ingrepen zijn om de ambities te kunnen verwezenlijken.
Het kunnen ook onderzoeksverplichtingen voor nieuwe ontwikkelingen zijn, waarbij de resultaten moeten uitwijzen of deze bijdragen aan het halen van de ambities. Daarnaast zijn ook optimaliserende maatregelen opgenomen: deze zijn niet randvoorwaardelijk om de doorontwikkeling van USP succesvol te laten zijn, maar dragen wel verder bij aan de verbetering van de fysieke leefomgeving. De ambities worden dus ook zonder deze maatregelen gehaald. Het spelregelkader vormt een aparte bijlage bij het MER. U wordt doorverwezen naar deze bijlage om de spelregels per omgevingsaspect te beschouwen. Monitoring Om de resultaten van dit MER werkelijk actueel en ‘levend’ te houden, is monitoring van de ontwikkeling van belang. Het is namelijk op voorhand moeilijk te voorspellen hoe deze ontwikkeling zich ontwikkelt en wat de feitelijk optredende effecten zullen zijn. Het MER laat zien
Blad 15 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
dat met name de volgende indicatoren belangrijk zijn om goed te monitoren, omdat deze bepalend zijn voor het behalen van de ambities voor USP. De tabel hieronder geeft de belangrijke te monitoren indicatoren weer. Belangrijke indicatoren Verkeersruimte Geluidbelasting (wegverkeer) Externe veiligheid Waterbergingsvoorzieningen Biodiversiteit Archeologisch erfgoed Energievraag en -opwekking Circulariteit en afval
Relevant voor monitoring van: Verkeersafwikkeling, verkeersveiligheid en parkeren (zie onderstaand tekstkader) Geluidseffecten op buiten- en binnenniveau, ook aandacht voor stemgeluid vanaf sportvelden en geluid vanaf airco’s en energieinstallaties Externe veiligheidsrisico’s van de mogelijke ontwikkeling van windturbine(s) Effecten op wateroverlast, hittestress en droogte Effecten op biodiversiteit (alle soorten) en beschermde soorten Effecten op archeologische (verwachtings)waarden De mogelijkheden voor duurzame energieopwekking en het behalen van de ambities voor energieneutraliteit Toepassing van circulair materiaalgebruik voor gebouwen en circulaire afvalinzameling
Na het gereedkomen van de m.e.r.-procedure en de vaststelling van de omgevingsvisie kan er een concept monitoringsplan worden opgesteld. Aanbevolen wordt dit monitoringsplan vast te stellen gelijktijdig met de besluitvorming over het Omgevingsplan USP (of deelplannen) door het gemeentelijk bestuur. De gemeente committeert zich dan ook aan de inhoud.
Blad 16 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
1
Inleiding
1.1
Aanleiding Het Utrecht Science Park (USP) is één van de kenniscentra in Nederland met een unieke concentratie van kennisinstellingen en bedrijven. Het USP is voortdurend in ontwikkeling. De twee grootste instellingen in het Utrecht Science Park (USP) staan aan het begin van grootschalige aanpassingen in hun gebouwencomplexen. Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU) bereidt een grootschalige vernieuwing en modernisering van haar bezit voor met als belangrijke verbetering de verplaatsing van de entree en het parkeren voor patiënten naar de noordzijde van het UMCU. Aan de zuidzijde concentreren zich in de toekomst het medisch onderzoek en onderwijs. Ook de Universiteit Utrecht (UU) staat op het punt om verouderde gebouwen te vervangen en te moderniseren. Verder is er doorlopend vraag naar ruimte voor nieuwe ontwikkelingen: bijvoorbeeld (tijdelijke) huisvesting voor (internationale) studenten, meer ruimte voor sport en ontspanning en meer ruimte voor R&D bedrijven. Tot slot hebben bewoners, werknemers en studenten behoefte aan meer voorzieningen en een betere bereikbaarheid. De Universiteit Utrecht, het Universitair Medisch Centrum Utrecht, de gemeente en andere gebiedspartners hebben de opgave om het gebied vitaal en toekomstbestendig te maken.
Figuur 1.1: Globale ligging Utrecht Science Park aan de oostkant van Utrecht.
1.2
Doel Het nu geldende bestemmingsplan de Uithof uit 2010 biedt onvoldoende ruimte om de ambities van de partijen waar te maken. De gemeente Utrecht stelt samen met de Universiteit Utrecht,
Blad 17 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Universitair Medisch Centrum Utrecht, Stichting Utrecht Science Park, gebruikers, omwonenden en andere betrokkenen een omgevingsvisie op voor het Utrecht Science Park. Het doel van de omgevingsvisie is om sturing te geven aan de te verwachten toekomstige ruimtelijke ontwikkelingen in het gebied. De omgevingsvisie is geen blauwdruk voor de toekomst, maar bepaalt wel de koers. Een omgevingsvisie gaat over alle ruimtelijke aspecten van het USP, zoals water, milieu, natuur, landschap, gebouwen, verkeer en vervoer, wegen en cultuurhistorie. Een omgevingsvisie komt er in samenwerking met de stad. De gemeenteraad van de gemeente Utrecht stelt dit document uiteindelijk vast. Daarna is de omgevingsvisie het kader voor nieuwe ontwikkelingen en plannen in het gebied. Per plan verschilt welke procedure nodig is: direct een omgevingsvergunning aanvragen of eerst een omgevingsplan uitwerken. Hierin worden nauwkeurige voorschriften, dan wel regels vastgelegd over de functies en het gebruik van de omgeving USP. De gemeente wil bij het opstellen van deze kaders in de Omgevingsvisie Utrecht Science Park de belangen van de fysieke leefomgeving mee laten wegen. Hiervoor is het voorliggend milieueffectrapport (MER) opgesteld. In dit rapport zijn de te maken keuzes voor de omgevingsvisie beoordeeld op de impact op de fysieke leefomgeving.
1.3
M.e.r.-plicht In de Wet milieubeheer is vastgelegd dat voor plannen die belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben een milieueffectrapportage (m.e.r.)1 moet worden doorlopen. Het doel van de m.e.r. is het milieubelang volwaardig en vroegtijdig in de plan- en besluitvorming mee te nemen. Conform Wet milieubeheer artikel 7.7 lid 3 sub a sluit het MER aan op het detailniveau van de omgevingsvisie. De Omgevingsvisie voor Utrecht Science Park wordt kaderstellend voor toekomstige ontwikkelingen met (mogelijke) relevante milieugevolgen en is daardoor plan-m.e.r.plichtig. Op de D-lijst van de bijlage bij het Besluit m.e.r. komen verschillende categorieën activiteiten voor die relevant zijn voor de Omgevingsvisie USP. De ontwikkeling van het USP kan getypeerd worden als een stedelijk ontwikkelingsproject (Categorie D11.2 van het Besluit m.e.r.). De categorieën op de D-lijst kennen drempelwaarden. Zo is bij woningbouw sprake van een formele m.e.r.beoordelingsplicht vanaf 2.000 woningen, bij het wijzigen of toevoegen van 200.000 m2 bvo vloeroppervlakte of wanneer het een project betreft met een plangebied dat groter dan 100 hectare is. Het plangebied van de omgevingsvisie kent een oppervlak van circa 366 hectare. Er worden meer dan 2.000 woningen toegevoegd. De drempelwaarden worden overschreden. Voor de ontwikkeling is derhalve een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk.
De omgevingsvisie is kaderstellend voor deze m.e.r.-beoordelingsplichtige activiteit. Derhalve geldt een plan-m.e.r.-plicht voor de omgevingsvisie Utrecht Science Park.
1
Het is gebruikelijk de afkortingen (de) m.e.r. en (het) MER te gebruiken. De afkorting m.e.r. met kleine letters en puntjes ertussen staat voor de volledige procedure, de milieueffectrapportage. MER met hoofdletters, zonder puntjes staat voor het milieueffectrapport, het rapport dat hierbij opgesteld wordt.
Blad 18 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
1.4
De m.e.r.-procedure De m.e.r.-procedure bij de Omgevingsvisie USP kent de volgende stappen (zie figuur 1-2).
Figuur 1.2: Stappenplan van de m.e.r. -procedure bij Omgevingsvisie USP.
Terinzagelegging NRD, inspraak en advies Voor de start van de m.e.r-procedure is een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld. In de NRD is het doel van de m.e.r. bij Omgevingsvisie USP uiteengezet en is de beoogde onderzoeksmethodiek weergegeven. Op 23 juni 2020 heeft het college van B&W van de gemeente Utrecht de NRD vrijgegeven voor inspraak en hierover de Raad geïnformeerd. Het formeel indienen van zienswijzen kon gedurende een periode van 6 weken tot en met woensdag 29 juli 2020. Tijdens deze periode heeft eenieder schriftelijk kunnen reageren op deze notitie en zijn/haar mening kunnen geven over wat onderzocht moet worden in het MER en op welke manier. Ook zijn wettelijke adviseurs en betrokken bestuursorganen (zoals Rijkswaterstaat, provincie Utrecht, omliggende gemeentes en Omgevingsdienst regio Utrecht) in de gelegenheid gesteld om advies te geven. Op de Notitie Reikwijdte en Detailniveau zijn vier adviezen ingediend door Stichting Utrechts Landschap, Stichting Milieuzorg Zeist, Werkgroep Natuurlijk Zeist en Bewoners Bunnikseweg en Tolakkerlaan. In de Reactienota voor de NRD Utrecht Science Park is aangegeven hoe met de binnengekomen adviezen op de NRD in het MER rekening wordt gehouden. De Reactienota is als bijlage 1 bij dit MER gevoegd.
Terinzagelegging MER bij het ontwerp omgevingsvisie Het MER is na vrijgave door het College van B&W van 15 juni tot en met 30 augustus ter inzage gelegd samen met de ontwerp omgevingsvisie USP. Gedurende deze periode kon eenieder zijn of haar zienswijze op de ontwerp omgevingsvisie en het bijbehorende MER indienen. In deze periode zijn de ontwerp omgevingsvisie en het MER ook aangeboden aan de verschillende wettelijke adviseurs en bestuursorganen, zoals hierboven benoemd.
Blad 19 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
Advies door Commissie m.e.r. Het MER is in dezelfde periode tevens ter toetsing voorgelegd aan de Commissie m.e.r. De Commissie m.e.r. geeft een onafhankelijk toetsingsadvies dat betrokken wordt bij de verdere besluitvorming. De Commissie m.e.r. heeft op 3 september 2021 een toetsingsadvies uitgebracht, op basis waarvan is besloten het MER aan te vullen. Hieronder zijn de voornaamste opmerkingen uit het toetsingsadvies opgenomen. Daarbij is per punt weergegeven of en waar dit in het MER is aangevuld. De Commissie is positief over dit MER. Het MER heeft een goede opbouw en bevat de meeste onderdelen die nodig zijn om tot een besluit over de omgevingsvisie te komen. Het detailniveau van het effectenonderzoek sluit aan bij de verschillende detailniveaus van de omgevingsvisie: meestal is het milieueffect in voldoende detail in beeld gebracht, zoals de toename van geluidhinder en de mate waarin het mobiliteitsgedrag verschuift naar meer openbaar vervoer en fiets. De uitwerkingsopgaven zijn juist globaler beoordeeld.
Dit advies wordt ter kennisgeving aangenomen; De Commissie signaleert dat op de volgende punten informatie ontbreekt die essentieel is voor het volwaardig meewegen van het milieubelang bij de besluitvorming over de omgevingsvisie: o Een onderbouwing van de neutrale score voor de effecten van hoogbouw (tot 105 meter) op het omringende (kwetsbare, nu al onder druk staande) landschap. In paragraaf 14.3 van het MER is de effectanalyse en -beoordeling nader uitgewerkt met behulp van visualisaties; o Een strategie voor de beoogde parkeersituatie, terwijl aard en omvang van parkeren belangrijke randvoorwaarden zijn voor de verdere uitwerking van de visie. In paragraaf 5.3 van het MER is de strategie van de beoogde parkeersituatie nader toegelicht. Verder vraagt de Commissie aandacht voor de volgende punten bij de verdere uitwerking van de plannen. Dit zijn dus aanbevelingen voor verdere besluitvorming en geen essentiële tekortkomingen van het MER. Een aantal aanbevelingen is wel alvast in dit MER verwerkt. Onderstaand is per aanbeveling cursief weergegeven of en hoe dit in het MER is aangevuld: De oostelijke zoeklocatie voor een windturbine is in het MER een uitwerkingsopgave, maar de omgevingsvisie benoemt deze niet als uitwerkingsopgave. De Commissie gaat er vanuit dat visie en MER op dit punt nog met elkaar in lijn worden gebracht.
In paragraaf 3.5 van het MER is duidelijker weergegeven dat de oostelijke zoeklocatie voor een windturbine een potentiële windturbine betreft waarmee de maximaal denkbare effecten zijn beschreven; De belangrijkste positieve milieueffecten zijn een gevolg van maatregelen onder de hoofdambitie ‘groen en gezond’ en van het realiseren van knips in de verkeersstructuur. Dit vraagt om een goede borging in verder besluitvorming. Het MER is hierop niet aangepast; De stikstofneerslag op beschermde natuurgebieden tijdens de realisatiefase is niet in beeld gebracht. Het MER benoemt ook geen maatregelen om die effecten te beperken. De Commissie begrijpt dat de juridische uitvoerbaarheid van de gebiedsontwikkeling verzekerd is vanwege de recent ingevoerde partiële vrijstelling voor de bouwsector. Die wetswijziging heeft echter geen betrekking op de inhoud van plan-m.e.r. en project-m.e.r. Daarom is het in beeld brengen van stikstofeffecten en mitigerende maatregelen bij
Blad 20 van 228
Milieueffectrapport Omgevingsvisie Utrecht Science Park projectnummer 0466208.100 10 december 2021 Gemeente Utrecht
verdere besluitvorming een aandachtspunt. In paragraaf 12.3 van het MER is nader ingegaan op stikstofeffecten tijdens de realisatiefase en worden mitigerende maatregelen aanbevolen bij de verdere uitwerking van de plannen. Optimaliseer USP bij de verdere uitwerking van de plannen om positievere milieueffecten te bereiken (barrières slechten in Natuurnetwerk Nederland en versterken van biodiversiteit en landschap). In paragraaf 12.3 van het MER is figuur 12-5 Groene contouren binnen USP aangepast, in paragraaf 12.5 van het MER is een spelregel opgenomen om een groenbalans uit te werken. Onderzoek de inpasbaarheid van de uitwerkingsopgaven integraal op milieueffecten; In paragraaf 17.7 van het MER wordt hier nader aandacht voor gevraagd en is dit vertaald in een spelregel; Gebruik het MER om een spiegel op te houden voor de besluitvorming in de volgende fases, door te signaleren welke ontwikkelingen op korte termijn nodig zijn voor de gewenste milieukwaliteit en welke beter op langere termijn gerealiseerd kunnen worden. Het MER wordt zodoende bij verdere planvorming betrokken; Geef de gemeentelijke ambities voor gezonde voeding een plaats in vervolgtrajecten voor het USP en benut daarbij de beschikbare ruimtelijke instrumenten.